CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreekreactie Kennemerland Beheer BV op Omgevingsvisie Stichtse Vecht + bijlagen.pdf

Commissie Fysiek Domein 30 november 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: Spreekrecht10.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van: Gideon Kwint <Gideon@kbwonen.nl> Verzonden: dinsdag 30 november 2021 15:18 Aan: Gideon Kwint <Gideon@kbwonen.nl> CC: Veenendaal, Ilona van <Ilona.van.Veenendaal@stichtsevecht.nl>; Griffie, Gemeente Stichtse Vecht <griffie@stichtsevecht.nl> Onderwerp: Inspreekreactie Omgevingsvisie Stichtse Vecht Urgentie: Hoog Inspreekreactie Kennemerland Beheer BV op Omgevingsvisie Stichtse Vecht voor heden avond: Nergens is aangegeven wat de planning c.q. fasering is van alle plannen. Alleen absolute getallen. Dus komen er genoeg woningen per jaar van de band om de acute behoefte nu te ledigen? Ik zie dat nergens terug in de omgevingsvisie. Heeft uw raad hier goed zicht op? Nergens is de haalbaarheid gegeven van de plannen. 40% van de plannen sneuvelt is de ervaring. Is daar rekening mee gehouden? Het is verstandig dus over te dimensioneren om de behoefte op jaarbasis in te kunnen vullen… De plannen voor Planetenbaan en Breukelen zijn nog best onzeker qua doorloop en vooral bij de laatste de haalbaarheid. De locatie die wij naast deze locaties aanbieden heeft veel voordelen: 1) Ontwikkeling in dorpse setting waar behoefte aan is, die tevens op 10 min fietsen van station ligt. 2) Als je verplicht alle daken in volledige PV uit te voeren levert elke woning energie voor totaal 2,5 woning dus met een ontwikkeling van 2000 woningen lever je energie voor 5000 woningen.

Dus minder zonnevelden nodig want je maakt slim dubbel gebruik van de ruimte. 3) Ligt in geluidsluwe zone zie kaartje pagina 55. Kwalitatief dus fijn wonen. 4) Agrarisch gebruik kan gestaakt worden wat stikstofwinst oplevert voor omgeving zonder actief duur te hoeven uitkopen. 5) Je kan met de ontwikkeling ook de bodemdaling hier regelen en tegengaan. 6) Maar 3 professionele eigenaren die allemaal weten hoe dit soort grote locaties ontwikkeld moeten worden. 7) Bovenwijkse bijdrage vanuit ontwikkeling voor de recreatieve route die men wenst over Amsterdams Rijnkanaal. Wellicht is het beter daar naast fiets en voet toch ook een weg in mee te nemen als je toch al bezig bent. Het kan echt samen zonder de recreatieve geweld aan te doen. Wij zouden de gemeente willen verzoeken met de marktpartijen het gesprek gewoon aan te gaan en te onderzoeken wat de locatie aan (combinatie)voordelen zou kunnen bieden. Ook dat hoort bij de gedachte van de omgevingsvisie: particulier initiatief ontvangen en op waarde schatten. Wij hopen op een positieve grondhouding in deze. Met vriendelijke groet, Kind regards, mr Gideon H.M.M.

Kwint MRE Zenegroenkade 4 2015 KV Haarlem T 06-26376491 / 023-5133466 F 023-5372480 www.kbwonen.nl www.kbwinkels.nl www.noorderweg.com www.combinatiebouwkennemerland.nl www.winkelparkdecentrale.nl Simply Switch to printing double-sided and printing less Kennemerland Beheer (KBwonen.nl) is uitsluitend de naam van een houdstermaatschappij waaronder diverse werkmaatschappijen en samenwerkingen vallen. Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, gaat Kennemerland Beheer geen zelfstandige overeenkomsten met derden aan. Overeenkomsten kunnen uitsluitend schriftelijk

worden aangegaan door de daartoe bevoegde (rechts)persoon. Op alle aanbiedingen en/of overeenkomsten zijn onze algemene voorwaarden van toepassing die u kunt downloaden op https://www.kbwonen.nl/wp-content/uploads/2017/01/Algemene-Voorwaarden-Kennemerand-Beheer.pdf

Geachte College, Met belangstelling heb ik kennis genomen van uw ontwerp Omgevingsvisie Stichtse Vecht, het beste van twee werelden. Kennemerland Beheer, www.KBwonen.nl , is een nationaal opererende ontwikkelaar die circa 200 woningen per jaar ontwikkelt en realiseert. U kent ons wellicht nog van de ontwikkeling Cronenburgh fase 3 te Loenen aan de Vecht. Wij wilden toch nog even van de gelegenheid gebruik maken om een reactie te geven op de Omgevingsvisie. Daarin wordt op het gebied van woningbouw de urgentie wel goed weergegeven maar met de inzet op veel verstedelijking in de vorm van hoogbouw bij de ov-knooppunten lijkt de consument, die nu toch vooral ook een tuin zou willen hebben, onzes inziens een beetje vergeten. Die komen dan wellicht aan hun trekken bij de kernen maar dan wel pas als ze al bewoner van Stichtste Vecht zijn. Voor mensen van buiten die wat willen is er dus geen mogelijkheid om een grondgebonden woning te kopen, althans als wij het beleid goed mogen begrijpen. Het tempo waarmee de verstedelijking van de verschillende locaties tot uitvoering zullen worden gebracht is ook niet duidelijk zodat niet getoetst kan worden of de visie wel haalbaar is binnen de periode waarin deze gesteld is.

Wij denken dat er een gemis is aan een grote nieuwbouwlocatie met een dorpse opzet van circa 25 woningen per hectare die goed ontsloten kan worden zowel in noord- als zuiderlijke richting maar ook via OV. We hebben het hier over de locatie die Otterspoor heet. Een locatie die al eerder in de geledingen van de gemeente geleefd heeft ergens begin van dit decennium en die grotendeels bij 3 marktpartijen in bezit is: KBwonen, Bouwfonds en Ballast Nedam. De locatie heeft ook een aantal voordelen: het ligt aan bestaand stedelijk gebied, heeft een mooie omvang van circa 70-80 ha en geeft dus ruimte voor zo’n 2000 woningen in dorpse setting. De locatie ligt niet ver van de station Maarssen (10 min fietsen) maar ook niet ver van Station Breukelen af (13 min fietsen). De locatie zorgt voor concentratie van de taakstelling en wij zijn de mening toegedaan dat deze taakstelling als extra heeft te moeten gelden tov hetgeen nu in de Omgevingsvisie is gesteld want er is altijd uitval of vertraging dus het zou goed zijn voor extra contingent te kiezen en dat dan op één plek. De locatie zou ook in de bovenwijkse sfeer een duit in het zakje kunnen doen door een substantiële bijdrage te doen aan een ontsluiting in oost-westelijke richting ten noorden van Maarssen over het Amsterdam Rijnkanaal heen.

Deze ontsluiting zou zowel op het vlak van auto- en fietsverkeer als mogelijk ook een ecologische/recreatieve verbindingsfunctie kunnen vervullen. Daarnaast levert de locatie een sanering op van circa 70-80 ha landbouwgrond en zodoende ruimte in het stikstofdossier. De gronden zijn al in bezit dus af- c.q. uitkopen van de gebruikers daar is geen sprake van. Bijgaand stuur ik u wat onderzoeken toe die wij al hebben laten uitvoeren de afgelopen jaren. Graag komen wij in gesprek met uw college om de mogelijkheden van Otterspoor door te nemen

Kennemerland Beheer BV Concept

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

Kennemerland Beheer BV

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

Datum Kenmerk Eerste versie

www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl

26 april 2017 KLB002/Ptl/0009.01

CONCEPT

Concept

Inhoud

Inleiding Aanleiding Uw vraag: verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Werkzaamheden

1 1 2 2

2 2.1 2.2

Huidige ontsluitingsstructuur in beeld Huidige routes Mogelijke knelpunten

3 3 4

3 3.1 3.2

Verkeersgeneratie en verkeersintensiteiten Verkeersgeneratie ontwikkellocatie Verkeersintensiteiten huidige en toekomstige situatie

6 6 7

4 4.1 4.2

Effect planontwikkeling en alternatieven Effect planontwikkeling Alternatieven

9 9 15

5

Conclusies

20

Bijlage 1

Actuele druktebeelden verkeer Google Maps spitsperioden

22 1

CONCEPT

1 1.1 1.2 1.3

Bijlage 2 Intensiteit / capaciteit plots VRU 3.2

www.goudappel.nl www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl

Pagina

1 Inleiding

Aanleiding

In Maarssen is een ontwikkellocatie voor woningbouw voorzien. De ontwikkeling voorziet in de bouw van 700 tot maximaal 1.200 (grondgebonden) woningen. De ontwikkellocatie is een gebied wat nu een agrarische bestemming en gebruik heeft. Het is gelegen is tussen de Oostkanaaldijk, Maarssenbroeksedijk oost en de Straatweg, ten noorden van het Amsterdam-Rijnkanaal. In figuur 1.1 staat het gebied op kaart weergegeven.

Figuur 1.1: ontwikkellocatie Maarssen

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

1

CONCEPT

1.1

1.2

Uw vraag: verkenning ontsluiting ontwikkellocatie

1.3

CONCEPT

Projectontwikkelaar en tevens eigenaar van de grond van de ontwikkellocatie heeft Goudappel Coffeng BV gevraagd een verkennend onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden voor de verkeersontsluiting van de locatie.

Werkzaamheden

De werkzaamheden voor het in beeld brengen van de verkeerskundige effect van een potentiele nieuwe woonwijk in Maarssen hebben we opgesplitst in 3 stappen: Stap 1: Ontsluitingsstructuur in beeld; Stap 2: Verkeersgeneratie en verkeersintensiteiten; Stap 3: Effect planontwikkeling en alternatieven; Onderstaand hebben we de verschillende stappen kort toegelicht. Stap 1: huidige ontsluitingsstructuur in beeld Wij hebben de huidige routes van en naar de ontwikkellocatie in beeld gebracht. Het gaat hierbij met name om de ontsluiting van de wijk naar de N230 en daarmee indirect de A2. Tevens hebben wij de ontsluiting in noordwestelijke richting (via Breukelen) in beeld gebracht. Per mogelijkheid zijn de rijtijden en mogelijke knelpunten in de huidige situatie in beeld gebracht. Stap 2: verkeersgeneratie en verkeersintensiteiten De voorziene planontwikkeling op de locatie genereert extra verkeer. Wij hebben berekend hoeveel verkeer het programma extra genereert ten opzichte van de huidige situatie (= verkeersgeneratie). Dit is gedaan voor een werkdag en de ochtend- en avondspits. Op basis van het Verkeersmodel Regio Utrecht (VRU), versie 3.2, waarin Maarssen zit opgenomen, zijn de huidige en toekomstige verkeersintensiteiten op de wegen rondom het plangebied bepaald. In deze verkenning is uit gegaan van het huidige netwerk in het verkeersmodel.

Stap 3: effect planontwikkeling en alternatieven Op basis van het resultaat uit stap 2 is het effect van de mogelijke planontwikkeling op de huidige routes bepaald. Per route hebben we aangegeven waar nog ruimte in de capaciteit zit en waar mogelijke knelpunten worden verwacht, dan wel vergroot. Vervolgens zijn enkele opties benoemd, om de ontsluiting van de ontwikkellocatie richting A2 te optimaliseren. De nieuwe mogelijke routes die ontstaan, zijn visueel inzichtelijk gemaakt. Per alternatief hebben we aandachtspunten benoemd en een inschatting gemaakt hoe kansrijk wij deze achten.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

2

2

2.1

CONCEPT

Huidige ontsluitingsstructuur in beeld

Huidige routes

Om de huidige ontsluitingsstructuur in beeld te krijgen zijn de huidige routes vanuit de ontwikkellocatie van en naar de A2 met behulp van Google Maps bepaald. Het resultaat hiervan staat in figuur 2.1 weergegeven.

Figuur 2.1: huidige routes ontwikkellocatie richting A2 (bron: Google Maps) Routes 1 De ontsluiting van de ontwikkellocatie aan de zuidzijde via de Oostkanaaldijk via de Stationsweg, Burgmeester Waverijnweg, Ruimteweg, oprit N230 (Maarssen-Broek), Ring Utrecht en Ring Utrecht West (A2). Deze route is ongeveer 4 kilometer lang en de reistijd bedraagt ongeveer 10 minuten. De route via de ontsluiting op de Kanaaldijk oost, aan de zuidzijde van de ontwikkellocatie loopt via de Stationsweg, Engel de Ruijterstraat, Brugoprit en Amerlandseweg. De route is ongeveer 5,5 kilometer lang en de reistijd is ongeveer 15 minuten.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

3

De route richting de aansluiting Breukelen loopt via de Maarssenbroeksedijk oost, Straatweg (N402), Brugoprit en Amerlandseweg. Deze route is ongeveer 5 kilometer lang en de reistijd bedraagt ongeveer 10 minuten. Routes 3 De ontsluiting van het ontwikkelgebied aan de noordzijde via de Straatweg, Burgemeester Waverijnweg, Ruimteweg, oprit N230 (Maarssen-Broek), Ring Utrecht en Ring Utrecht West (A2). Deze route is ongeveer 5,5 kiliometer lang en de reistijd is ongeveer 10 minuten. Via de noordzijde van het ontwikkelgebied richting de aansluiting Breukelen loopt de route via de Straatweg (N402), Brugoprit en Amerlandseweg. De route is ongeveer 4 kilometer lang en de reistijd is ongeveer 6 minuten.

2.2

Mogelijke knelpunten

Mogelijke knelpunten zijn locaties (kruispunten of wegvakken) waar in de huidige situatie de verkeersafwikkeling onder druk staat en waar een toename van verkeer, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het ontwikkelgebied, leidt tot een verdere verslechtering van de verkeersafwikkeling. Om mogelijke knelpunten in kaart te brengen hebben we met behulp van de actuele reisinformatiebeelden van Google Maps, op donderdag 6 april en dinsdag 11 april gedurende de spitsperioden snapshots gemaakt van de actuele verkeerssituatie in en om Maarssen. Per 15 minuten is er een snapshot gemaakt van de actuele verkeerssituatie. De snapshots zijn opgenomen in bijlage 1. Daarnaast is ook gebruik gemaakt van het verkeersmodel VRU 3.2. Hiermee zijn modelplots gemaakt van de verhouding tussen de intensiteit en capaciteit op wegvakken en kruispunten, voor de ochtend- en avondspits. Dit geeft een indicatie van de verwachte verkeersafwikkeling. Hoe hoger de capaciteit wordt gevuld, hoe minder goed de verkeersafwikkeling zal zijn. De intensiteit/capaciteit plots zijn opgenomen in bijlage 2. De mogelijke knelpunten die uit de analyse van de twee bronnen voortkomen staan in figuur 2.2 weergegeven.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

4

CONCEPT

Routes 2 Een andere route vanaf de zuidzijde loopt richting de N230 van het ontwikkelgebied via de Oostkanaaldijk, Stationsweg, Kerkweg, Huis ten Boschtraat, Dr. Plesmanlaan, Sweserengseweg (N404), oprit N230 (Maarssen-Dorp), Zuilense Ring, Ring Utrecht en Ring Utrecht West (A2). Deze route is ongeveer 7 kiliometer lang en de reistijd is ongeveer 10 minuten.

CONCEPT

Figuur 2.2: mogelijke knelpunten (bron: Google Maps, VRU3.2)

In figuur 2.2 zijn de mogelijke knelpunten als volgt weergegeven: ■ Rode arcering en rode bollen: in de huidige situatie sprake van zware stremming van het verkeer op de weggedeelten en kruispunten (bollen) in de spitsperioden ■ Gele arcering: lichte tot matige stremming van het verkeer in de spitsperioden Op de overige weggedeelten is de kans op stremming in de huidige situatie niet structureel waargenomen. In mogelijke knelpunten is een tweedeling te maken: ■ mogelijke knelpunten binnen de bebouwde kom ■ mogelijke knelpunten op de hoofdinfrastructuur zoals de A2 en Ring Utrecht. In tabel 2.1 is dit onderscheid weergegeven voor de verschillende potentiële knelpunten. Binnen de bebouwde kom - Dr. Plemanlaan - Huis ten Boschstraat; - Burg. Waverijnweg – Straatweg; - Kerkweg – Straatweg; - Sweserengseweg; - Brugoprit (Breukelen).

Op de hoofdstructuur - Zuilense Ring / Ring Utrecht - Op- afrit N230 (Maarssenbroek) - A2

tabel 2.1: Knelpunten in het netwerk

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

5

3

3.1

Verkeersgeneratie ontwikkellocatie

Voor de ontwikkellocatie zijn tussen de 700 en maximaal 1.200 grondgebonden woningen voorzien. Het kengetal voor verkeersgeneratie uit het CROW 317 voor het betreffende gebied (rest bebouwde kom, matig stedelijk) en de beoogde woningen (koop; hoek/midden woningen) ligt tussen de 6,7 en 7,5 per huishouden. Voor deze verkenning gaan we uit van het midden van de bandbreedte: 7,1 ritten per woning. Voor de ontwikkellocatie bedraagt de verkeersgeneratie: ■ 700 woningen: 4.970 motovoertuigbewegingen per etmaal; ■ 1.200 woningen: 8.520 motorvoertuigbewegingen per etmaal.

# woningen

etmaal

Ochtendspits (1-uur) vertrekkend

Avondspits (1-uur)

aankomend vertrekkend

aankomend

700 woningen

4.970

350

40

90

360

1.200 woningen

8.520

680

80

150

610

Tabel 3.1: verkeersgeneratie ontwikkellocatie Maarsen, etmaal, ochtend- en avondspits (afgerond op 10-tallen)

De totale verkeersgeneratie van het ontwikkelgebied is, afhankelijk van de het aantal woningen, tussen de 5.000 en 8.500 (afgerond op 100-tallen) motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voor het bepalen van de spitswaarden is gebruik gemaakt van de kencijfers uit de CROW publicatie 256, ‘Verkeersgeneratie woon- en werkgebieden.’ Op welke wijze het gebied ontsloten gaat worden, is op dit moment nog niet duidelijk. Voor de huidige en toekomstige autonome situatie (zonder planontwikkeling) zijn in de volgende paragraaf de verkeersintensiteiten voor de omliggende wegen in beeld gebracht.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

6

CONCEPT

Verkeersgeneratie en verkeersintensiteiten

3.2

Verkeersintensiteiten huidige en toekomstige situatie

CONCEPT

Voor de huidige en toekomstige autonome situatie zijn voor de omliggende wegen van het ontwikkelgebied bepaald. In figuur 3.1 staan de locaties weergegeven.

Figuur 3.1: locaties verkeersintensiteiten Deze verkeersintensiteiten zijn bepaald met het Verkeersmodel Regio Utrecht (VRU) versie 3.2. Voor de huidige situatie is prognosejaar 2020 gehanteerd, voor de toekomstige situatie het prognosejaar 2030. In de tabel 3.2 staan per situatie de verkeersintensiteiten per etmaal. #

straatnaam

2020

1

Oostkanaaldijk

200

2030 200

2

Straatweg

8.600

9.100 25.200

3

Burg. Waverijnweg

23.700

4

Ruimteweg

18.900

19.500

5

Op- afrit N230 (Maarsenbroek)

23.700

26.800

6

Zuilense Ring / Ring Utrecht (Z)

78.500

88.300

7

Zuilense Ring / Ring Utrecht (N)

59.400

68.500

8

Sweserengseweg (N404)

13.500

14.400

9

Huis ten Boschstraat

8.600

9.100

10

Kerkweg

3.500

3.700

11

Straatweg (N402)

10.000

11.100

12

Straatweg - Brugoprit

8.900

9.800

13

Dr. Plesmanlaan (zuid)

8.100

8.300

14

Dr. Plesmanlaan (noord)

2.900

3.000

Tabel 3.2 verkeersintensiteiten huidige (2020) en toekomstige autonome (2030) situatie.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

7

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

8

CONCEPT

Tussen 2020 en 2030 is een duidelijke toename van autoverkeer zichtbaar op de hoofdstructuur op de op- en afritten N230 en de Zuilense Ring/Ring Utrecht. Op lokaal niveau is een toename van autoverkeer op Burgemeester Waverijnweg, Sweserengseweg (N404) en Straatweg (N402) zichtbaar. Met name op de doorgaande wegen is sprake van een (autonome) toename van verkeer. Hoe dit zich verhoudt tot de mogelijke realisatie van woningbouw op de ontwikkellocatie en de mogelijke verkeerseffecten wordt in hoofdstuk vier nader in gegaan.

4

4.1

CONCEPT

Effect planontwikkeling en alternatieven

Effect planontwikkeling

De planontwikkeling genereert extra verkeer ten opzichte van de huidige situatie. Naar verwachting zal dit leiden tot een toename van verkeer op de huidige routes richting de A2, in noordelijke richting (aansluiting A2 Breukelen) en zuidelijke richting (aansluiting Maarsen-broek N230). Gezien de omvang van de verwachte verkeersgeneratie (tussen de 5.000 en 8.500 mvt/etmaal) is het advies om het ontwikkelgebied op meerdere locaties te ontsluiten. Het verkeer verdeeld zich dan meer diffuus over het netwerk, waardoor de extra verkeersdruk gelijkmatig wordt verdeeld over het huidige netwerk. Hoe groot de toename van verkeer is op bovenstaande wegen is afhankelijk van de grootte van het te bouwen programma, de ontsluiting van het ontwikkelgebied en de routekeuze van de bewoners en gebruikers van het gebied. In deze fase zijn daar nog geen uitspraken over te doen. Daarom is, op basis van de resultaten uit stappen 2 en 3, voor de huidige routes de gevolgen van een toename van verkeer kwalitatief in beeld gebracht. In tabel 4.1 staan de wegen die onderdeel uitmaken van de huidige routes en bijbehorend wegtype conform de wegencategorisering van de gemeente Stichtse Vecht. Om een indicatie van de restcapaciteit op de wegen te krijgen is de maximale capaciteit van het type weg, volgens het Duurzaam Veilig principe, in de tabel vermeld.

Dit is een indicatie, aangezien voor de restcapaciteit ook de verkeersafwikkeling van de kruispunten van belang is. #

www.goudappel.nl

straatnaam

1

Oostkanaaldijk

2

Straatweg

Wegtype

Capaciteit (DV)

2020

2030

Erftoegangsweg

< 6.000

200

200

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

8.600

9.100

3

Burg. Waverijnweg

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

23.700

25.200

4

Ruimteweg

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

18.900

19.500

5

Op- afrit N230 (Maarsenbroek)

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

23.700

26.800

6

Zuilense Ring / Ring Utrecht (Z)

Provinciale weg

n.v.t.

78.500

88.300

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

9

straatnaam Zuilense Ring / Ring Utrecht (N)

Wegtype

Capaciteit (DV)

2020

2030

Provinciale weg

n.v.t.

59.400

68.500

8 9

Sweserengseweg (N404)

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

13.500

14.400

Huis ten Boschstraat

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

8.600

9.100

3.500

3.700

5.000 – 20.000

10.000

11.100

8.900

9.800

11.000 (bevroren weg) 10

Kerkweg

Erftoegangsweg

< 6.000 6.500 (bevroren weg)

11

Straatweg (N402)

Gebiedsontsluitingsweg – Provinciale weg

12

Straatweg - Brugoprit

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

13

Dr. Plesmanlaan (zuid)

Gebiedsontsluitingsweg

5.000 – 20.000

8.100

8.300

14

Dr. Plesmanlaan (noord)

Erftoegangsweg

< 6.000

2.900

3.000

Tabel 4.1 Wegtype en verkeersintensiteiten straten huidige routes De vermelde capaciteit is de maximale capaciteit passend bij de functie van de weg, waarbij de inrichting van de weg voldoet aan alle kenmerken van het type weg. Binnen de bebouwde kom wordt voor gebiedsontsluitingswegen de maximale capaciteit van vaak lager aangehouden (tussen de 10.000 en 15.000 motorvoertuigen per etmaal). Dit in verband met de leefbaarheid. Daarnaast voldoen niet alle wegen in de huidige situatie aan alle wegkenmerken conform Duurzaam Veilig en hebben daardoor in de praktijk een lagere capaciteit. In de kwalitatieve beschouwing is hier rekening mee gehouden. De Huis ten Boschweg (9) en de Kerkweg (10) zijn als zogenoemde ‘bevroren wegen’ opgenomen in het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP). Dat wil zeggen dat voor deze twee wegen een maximum verkeersintensiteit voor de werkdag is opgenomen. Voor de Huis ten Boschweg is dit 11.000 motorvoertuigen/etmaal en voor de Kerkweg is dit 6.500 motorvoertuigen/etmaal.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

10

CONCEPT

# 7

4.2

Kwalitatieve beschouwing huidige routes

Routes 1

Figuur 4.1: huidige routes 1 ontwikkellocatie richting A2 (bron: Google Maps)

Een ontsluiting van de ontwikkellocatie aan de zuidzijde via Oostkanaaldijk zorgt voor een toename van verkeer op de Oostkanaaldijk. In de huidige situatie is er erg weinig verkeer op de Oostkanaaldijk. Voor de een zuidelijke ontsluiting van de ontwikkellocatie zal deze weg een ontsluitende functie gaan vervullen, waardoor de verkeersintensiteit op deze weg (fors) zal toenemen en waarop de huidige inrichting van de weg niet is berekend. Indien deze weg als zuidelijke ontsluiting gaat functioneren zal er een aanpassing van het wegprofiel moeten plaatsvinden. Het vervolg van de route in noordwestelijke richting loopt vervolgens via de Stationsweg en Engel de Ruijterstraat. Beide straten zijn woonstraten (erftoegangswegen) en niet

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

11

CONCEPT

In deze paragraaf beschrijven we de kwalitatieve beschouwing van de huidige routes van en naar het ontwikkelgebied. Dit doen we op basis van de toekomstige verkeersintensiteiten, de huidige functie en inrichting van de wegen en de mogelijke knelpunten uit hoofdstuk 2.

In zuidoostelijke richting loopt de route via de woonstraat Stationsweg, waar binnen de huidige inrichting geen (extra) doorgaand verkeer gefaciliteerd kan worden. Door het woonkarakter van de straat is een aanpassing van het straatprofiel hier niet wenselijk. Het vervolg van de route loopt via de Straatweg, Burgmeester Waverijnweg, Ruimteweg en oprit N230 (Maarssen-Broek). Deze wegen zijn gebiedsontsluitingswegen en de toekomstige verkeersintensiteiten op deze wegen bieden nog ruimte voor extra verkeer. Alleen verkeersintensiteit op de Ruimteweg zit dicht tegen de capaciteit van de weg aan. De ontsluiting via de zuidzijde van het ontwikkelgebied is over de bestaande wegenstructuur niet wenselijk. Op enig moment loopt de route door woonstraten, waarvan de weginrichting niet is berekend op doorgaand verkeer en de mogelijkheden tot een aanpassing van de weginrichting nihil zijn. Ook gezien de leefbaarheid in deze woonstraten is het niet wenselijk om doorgaande routes door deze straten te faciliteren. Daarnaast is er een grote aanpassing van de Oostkanaaldijk noodzakelijk om het extra verkeer te kunnen faciliteren.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

12

CONCEPT

ingericht op het faciliteren van doorgaand verkeer. De ligging direct naast de Kerkvaart en bestaande bebouwing beperken de mogelijkheden voor aanpassing van het wegprofiel. Het laatste deel van de route loopt via de gebiedsontsluitingswegen de Brugoprit en Amerlandseweg. Beide wegen zijn ingericht om doorgaand verkeer te faciliteren. In de spitsperioden zien we in de huidige situatie reeds vertraging ontstaan. Toename van verkeer op deze wegen zal leiden tot een grotere en/of vaker vertraging op deze wegen.

CONCEPT

Routes 2

Figuur 4.2: huidige routes 2 ontwikkellocatie richting A2 (bron: Google Maps)

De ontsluiting van de ontwikkellocatie aan de zuidzijde kan mogelijk via de Maarssenbroekseweg op de Straatweg gaan functioneren als wijkontsluiting voor de ontwikkellocatie. Het vervolg in noordwestelijke richting loopt via de Brugoprit en Amerlandseweg. Beide wegen zijn ingericht om doorgaand verkeer te faciliteren. In de spitsperioden zien we in de huidige situatie reeds vertraging ontstaan. Toename van verkeer op deze wegen zal leiden tot een grotere en/of vaker vertraging op deze wegen. In zuidoostelijke richting loopt de route via de erftoegangswegen Oostkanaaldijk, Stationsweg, Kerkweg, Parkweg en vervolgens via de gebiedsontsluitingswegen Huis ten Boschstraat, Dr. Plesmanlaan, Sweserengseweg (N404), en oprit N230 (Maarssen-Dorp). De erftoegangswegen zijn niet toegerust op het faciliteren van veel extra doorgaand verkeer. De Kerkweg is een ‘bevroren weg’ waardoor de maximale verkeersintensiteit is gemaximaliseerd op 6.500 mvt/etmaal. Uit de verkeersintensiteiten blijkt dat er nog wel enige restcapaciteit zit in de straat om een deel extra verkeer te kunnen verwerken zonder tegen de grenswaarde aan te lopen.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

13

De grootste aanpassing zal ook op deze route op de Oostkanaaldijk moeten plaatsvinden, om de ontsluiting van de ontwikkellocatie aan de zuidzijde mogelijk te maken haalbaarheid hiervan is op dit moment nog een vraagteken. Daarnaast loopt een deel van de vervolgroute door woonstraten. Routes 3

Figuur 4.3: huidige routes 3 ontwikkellocatie richting A2 (bron: Google Maps)

Een ontsluiting van het plangebied aan de noordzijde zal via de Straatweg lopen. De Straatweg is ter hoogte van het plangebied een provinciale weg en ingericht op het verwerken van doorgaand verkeer. Mogelijk kan de huidige aansluiting van de Maarssenbroekseweg op de Straatweg gaan functioneren als wijkontsluiting voor de ontwikkellocatie. Het vervolg in noordwestelijke richting loopt via de Brugoprit en Amerlandseweg. Beide wegen zijn ingericht om doorgaand verkeer te faciliteren. In de

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

14

CONCEPT

Toch zal extra verkeerdruk op deze wegen zo veel als mogelijk voorkomen moeten worden. Op het kruispunt Huis ten Boschstraat – Dr. Plesmanlaan, Kerkweg – Straatweg en de Sweserengseweg zijn in de huidige situatie vindt tijdens de spitsperiode al vertraging plaats. Extra verkeer op deze locaties, ten behoeve van de planontwikkeling zal zorgen voor een grotere vertraging op deze mogelijke knelpunten.

spitsperioden zien we in de huidige situatie reeds vertraging ontstaan. Toename van verkeer op deze wegen zal leiden tot een grotere en/of vaker vertraging op deze wegen.

Hoofdstructuur Het effect van de ontwikkellocatie op de mogelijke knelpunten op de hoofdstructuur zoals de Ring Utrecht/Zuilense Ring en de A2 zal klein zijn vanwege het relatief geringe aandeel verkeer op deze wegen wat haar herkomst dan wel bestemming heeft in de ontwikkellocatie.

4.3

Alternatieven

Om de bereikbaarheid van het ontwikkelgebied te optimaliseren en de toename van de verkeersdruk op het huidige netwerk zo veel als mogelijk te verlichten, zijn de volgende alternatieve mogelijkheden in beeld gebracht: 1. Extra oeververbinding Amsterdam Rijnkanaal + aantakking op Parallelweg Haarrijnweg en vervolgens op Safariweg; 2. Extra oeververbinding Amsterdam Rijnkanaal + aansluiting A2; 3. Extra oeververbinding Vecht en aantakking op Dr. Plesmanlaan; 4. Nieuwe oostelijke randweg Maarsen, inclusief extra oeververbinding Vecht. In figuur 4.1 staan de alternatieven weergegeven.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

15

CONCEPT

De route in zuidoostelijke richting loopt vanaf de Straatweg via de Burgemeester Waverijnweg, Ruimteweg en oprit N230 (Maarssen-Broek). Al deze wegen zijn gebiedsontsluitingswegen en de inrichting van de wegen sluit aan op deze ontsluitende functie. De toekomstige verkeersintensiteiten op deze wegen bieden nog ruimte voor extra verkeer. Alleen verkeersintensiteit op de Ruimteweg zit dicht tegen de capaciteit van de weg aan. Het huidige verkeersbeeld laat zien dat er op deze route in de spitsperioden vertraging ontstaat. Met name op de kruispunt Burgemeester Waverijnweg – Straatweg en de Ruimteweg. De verwachting is dat het realiseren van woningen in het ontwikkelgebied zorgt voor een verdere intensivering van deze route en dus ook voor extra verkeersdruk op dit kruispunt, met grotere vertraging tot gevolg.

CONCEPT

Figuur 4.1. mogelijke alternatieven, ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

Per alternatief hebben we aandachtspunten benoemd en een inschatting gemaakt hoe kansrijk wij deze achten.

1. Extra oeververbinding Amsterdam Rijnkanaal + aantakking op Parallelweg Haarrijnweg en vervolgens op Safariweg Het eerste alternatief is een nieuwe oeververbinding over het Amsterdam Rijnkanaal welke vervolgens aansluit op de Safariweg via de Parrallelweg Haarrijnweg. In paragraaf 4.3 is geconcludeerd dat een ontsluiting aan de zuidzijde van de ontwikkellocatie lastig uitvoerbaar is, gezien de aanpassingen die hiervoor noodzakelijk zijn aan de Oostkanaaldijk en de vervolgroute door woonstraten voert. Door deze nieuwe verbinding ontstaat de mogelijkheid om de ontwikkellocatie aan de zuidzijde te ontsluiten zonder de verkeersdruk in de woonstraten, zoals de Stationsweg en Kerkweg, te verhogen door doorgaand verkeer. De mogelijke knelpunten op deze wegen worden verlicht.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

16

Een dergelijke nieuwe oeververbinding over het Amsterdam Rijnkanaal is erg kostbaar. Hierdoor wordt de haalbaarheid van dit alternatief beperkt. 2. Extra oeververbinding Amsterdam Rijnkanaal + aansluiting A2 Het tweede alternatief is een nieuwe oeververbinding over het Amsterdam Rijnkanaal en doortrekking inclusief aansluiting op de A2. Het extra verkeer tussen de ontwikkellocatie en A2 wordt met dit alternatief direct bediend en hoeft geen gebruik te maken van de bestaande infrastructuur. Er is in deze verkenning niet gekeken naar de overige mogelijke effecten van deze nieuwe aansluiting op het overige verkeer. Naast een kostbare oeververbinding over het Amsterdam Rijnkanaal is een nieuwe aansluiting op de A2 tussen de huidige aansluitingen Maarssen en Breukelen zo goed als uitgesloten. Naast de financiële aspecten is ook een groot draagvlak voor een dergelijke maatregel zeer onzeker en twijfelachtig. 3. Extra oeververbinding Vecht + aantakking op Dr. Plesmanlaan Een derde alternatief is aan de noordzijde gelegen en is een nieuwe oeververbinding over de Vecht vanaf de Straatweg. Mogelijk kan deze oeververbinding in het verlengde van de Maarssenbroeksedijk worden gerealiseerd. Nader onderzoek naar de mogelijke locaties van deze oeververbinding is noodzakelijk om de mogelijkheden en onmogelijkheden van een nieuwe oeververbinding in dit gebied in kaart te brengen.

De vervolgroute ten noorden van de Vecht loopt in deze variant via de Dr. Plemanlaan, via de Driehoekslaan. De Driehoekslaan is een erftoegangsweg, met een vrij krap profiel in de huidige situatie, welke niet berekend is op een grotere doorgaande verkeersstroom. Om als verbindingsweg tussen de Vecht oeververbinding en de Dr. Plesmanlaan te functioneren zou een aanpassing van het wegprofiel wenselijk zijn. Door deze nieuwe oeververbinding wordt de grootste deel van het doorgaande verkeer gefaciliteerd. Hierdoor zullen de huidige routes via de Straatweg, Oostkanaaldijk, Stationsweg, Burgmeester Waverijnweg, Kerkweg, Huis ten Boschtraat worden ontlast. De mogelijkheden voor de inpassing van een doorgaande route via de Driehoekslaan zijn voor deze variant belangrijk voor de haalbaarheid. Daarnaast blijft de Dr. Mesmanlaan en de Sweserengseweg als verbindingsweg naar de N230 onderdeel uitmaken van de route en daardoor als mogelijk knelpunt bestaan.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

17

CONCEPT

De alternatieve route zorgt naast een verlichting op bestaande routes ook voor een toename van verkeer op met name de Haarrijnweg en Safariweg. De Haarrijnweg is in de huidige situatie een erftoegangsweg met een daarbij passende weginrichting. Met een toename van verkeer door de nieuwe oeververbinding zal de functie en weginrichting moeten worden aangepast, zodat grotere verkeersstromen kunnen worden verwerkt. De Safariweg is voor het grootste deel reeds een gebiedsontsluitingsweg. Deze functie zal door een nieuwe oeververbinding worden versterkt.

Om een goede inschatting te maken van de haalbaarheid van deze variant is nader onderzoek noodzakelijk naar de mogelijkheden en gevolgen van een inpassing van de nieuwe oostelijke randweg. Een mogelijk alternatief is om de huidige Bethumeweg op te nemen als onderdeel van het trace van de randweg.

4.4

Resume

Resumerend is in tabel 4.2 een overzicht opgenomen van de kwalitatieve beschouwing. Per route is een beoordeling voor de aspecten haalbaarheid, verkeerskundige inpassing en restcapaciteit op de route gegeven (schaal: --, -, 0, +, ++). Per route en alternatief zijn de mogelijke knelpunten benoemd. Routes Huidig 1

Haalbaar Verkeerskundig --

--

Restcapaciteit -

Knelpunten Inrichting Oostkanaaldijk, Stationweg, Engel de Ruijterstraat en Stationsweg

Huidig 2

--

--

-

Inrichting Oostkanaaldijk, Stationsweg, Kerkweg en Parkweg Verkeersafwikkeling op kruispunten Huis ten Boschstraat – Dr. Plesmanlaan en Kerkweg – Straatweg

Huidig 3

+

+

+ Verkeersafwikkeling op Ruimteweg en kruispunt Burgemeester Waverijnweg – Straatweg

Alternatief 1

-

+

+ Inrichting Haarrijnweg en Safariweg

Alternatief 2

--

0

++

geen

Alternatief 3

0

-

-

Inrichting Driehoekslaan en verkeersafwikkeling op de Dr. Mesmanlaan en de Sweserengseweg

Alternatief 4

0

+

+

Inpassing oostelijke randweg En verkeersafwikkeling Sweserengseweg

Tabel 4.2 Overzicht resultaat kwalitatieve beschouwing routes en varianten De huidige route 3, ontsluiting aan de noordzijde van de ontwikkellocatie via de Straatweg, biedt de meeste mogelijkheden om de ontwikkellocatie op een goede wijze te ontsluiten, met de minste negatieve gevolgen voor de omgeving.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

18

CONCEPT

4. Nieuwe oostelijke randweg Maarsen, inclusief extra oeververbinding Vecht Om de Driekhoekslaan en de Dr. Plesmanlaan te ontzien sluit in deze vierde variant de nieuwe oeververbinding over de Vecht aan op een nieuwe oostelijke randweg. De randweg loopt direct ten noordwesten van de wijk Nieuw-Maarsseveen en sluit aan op de Sweserengseweg.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

19

CONCEPT

De verkeersdruk op deze huidige routes is reeds hoog, al is er op het grootste deel van de route nog een voldoende restcapaciteit om enige groei van autoverkeer op te vangen. Kruispunten zijn hier maatgevend. Waarbij het kruispunt Waverijnweg – Straatweg reeds zwaar belast is in de huidige situatie. Mogelijk alternatief om de verkeersdruk te spreiden is om een noordelijke route, d.m.v. een nieuwe oeververbinding over de Vecht te realiseren, waarbij de optie voor een oostelijke randweg de meeste huidige knelpunten ontlast (alternatief 4).

5 Conclusies

De verkeersintensiteiten op de wegen in de gemeente Maarssen nemen toe van 2020 naar 2030. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door de autonome groei van het autogebruik, anderzijds door de regionale ontwikkelingen. Het effect hiervan op de wegen binnen Maarssen blijft beperkt. De grootste toename van verkeer zal op de Ring Utrecht/Zuilense Ring en de Rijksweg A2 plaatsvinden. Huidige mogelijke knelpunten binnen Maarssen zijn de volgende kruispunten/weggedeelten: ■ Dr. Plemanlaan - Huis ten Boschstraat; ■ Burg. Waverijnweg – Straatweg; ■ Kerkweg – Straatweg; ■ Sweserengseweg; ■ Brugoprit (Breukelen). De ontwikkellocatie heeft, afhankelijk van het aantal woningen, een verkeersgeneratie tussen de 5.000 en 8.500 (afgerond op 100-tallen) motorvoertuigbewegingen per etmaal. Naar verwachting leidt dit tot een toename van verkeer op de huidige routes richting de A2, in noordelijke richting (aansluiting A2 Breukelen) en zuidelijke richting (aansluiting Maarsen-broek N230). Het advies om het ontwikkelgebied op meerdere locaties te ontsluiten. Hierdoor wordt de extra verkeersdruk meer gelijkmatig verdeeld over het huidige netwerk. De mogelijke huidige knelpunten worden extra belast door het realiseren van nieuw programma op de ontwikkellocatie. De ontsluiting via de zuidzijde van het ontwikkelgebied is over de bestaande wegenstructuur niet wenselijk.

Op enig moment loopt de route door woonstraten, waarvan de weginrichting niet is berekend op doorgaand verkeer en de mogelijkheden tot een aanpassing van de weginrichting nihil zijn. Ook gezien de leefbaarheid in deze woonstraten is het niet wenselijk om doorgaande routes door deze straten te faciliteren. Daarnaast is er een grote aanpassing van de Oostkanaaldijk noodzakelijk om het extra verkeer te kunnen faciliteren.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

20

CONCEPT

In deze notitie is een verkenning naar de ontsluiting van de ontwikkellocatie beschreven.

Een nieuwe oeververbinding over het Amsterdam Rijnkanaal lijkt de minst haalbare alternatief te zijn in verband met de hoge kosten van de noodzakelijke infrastructurele aanpassingen die hiervoor noodzakelijk zijn. Daarnaast lijkt een nieuwe aansluiting op de A2 uitgesloten gezien de nabijheid van twee bestaande aansluitingen (Maarssen en Breukelen). Dit maakt een ontsluiting aan de zuidzijde van de ontwikkellocatie zo goed als onhaalbaar. De huidige routes 3, aan de noordzijde via de Straatweg, biedt de meeste mogelijkheden om de ontwikkellocatie op een goede wijze te ontsluiten, met de minste negatieve gevolgen voor de omgeving. De verkeersdruk op deze huidige routes is reeds hoog, al is er op het grootste deel van de route nog een voldoende restcapaciteit om enige groei van autoverkeer op te vangen. Mogelijk alternatief om de verkeersdruk, op de bestaande routes, te spreiden is om een noordelijke route, d.m.v. een nieuwe oeververbinding over de Vecht te realiseren, waarbij de optie voor een oostelijke randweg de meeste huidige knelpunten ontlast (alternatief 4). Op basis van een nadere invulling van het te realiseren programma en een ontsluitingsstructuur van de ontwikkellocatie kunnen de effecten nader beeld worden gebracht.

Mogelijke vervolgstappen zijn: ■ Nader onderzoek naar de mogelijkheden voor het inpassen van een nieuwe oeververbinding over de Vecht, inclusief vervolgroute(s). ■ Effecten van de planontwikkeling op de verkeersafwikkeling in kaart brengen.

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

21

CONCEPT

Om de bereikbaarheid van de ontwikkellocatie te vergroten en de huidige mogelijke knelpunten niet verder te belasten zijn de volgende mogelijke alternatieven verkend: 1. Extra oeververbinding Amsterdam Rijnkanaal + aantakking op Parallelweg Haarrijnweg en vervolgens op Safariweg; 2. Extra oeververbinding Amsterdam Rijnkanaal + aansluiting A2; 3. Extra oeververbinding Vecht en aantakking op Dr. Plesmanlaan; 4. Nieuwe oostelijke randweg Maarsen, inclusief extra oeververbinding Vecht.

Bijlage 1

Op de volgende pagina’s zijn voor de ochtend- en avondspits van donderdag 6 april 2017 en dinsdag 11 april 2017 de actuele verkeerssituatie zoals deze is weergegeven in Google Maps weergegeven. Bron afbeeldingen Google Maps. Ochtendspits (07:00 - 09:00 uur) donderdag 6 april 2017

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

CONCEPT

Actuele druktebeelden verkeer Google Maps spitsperioden

B1-22

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

B1-23

Avondspits (16:00 - 18:00 uur) donderdag 6 april 2017

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

B1-24

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

B1-25

Ochtendspits (07:00 - 09:00 uur) dinsdag 11 april 2017

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

B1-26

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

B1-27

Avondspits (16:00 - 18:00 uur) dinsdag 11 april 2017

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

B1-28

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkelgebied Maarrssen

B1-29

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

B1-1

Bijlage 2

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

CONCEPT

Intensiteit / capaciteit plots VRU 3.2

B2-1

Ochtendspits 2020

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

B2-2

Avondspits 2020

CONCEPT

www.goudappel.nl

Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen

B2-3

Vestiging Amsterdam De Ruyterkade 143 1011 AC Amsterdam T (020) 420 92 17 F (020) 420 63 47

www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl

Notitie

: Quickscan, ruimtelijk functioneel onderzoek woningbouw Otterspoor

Opdrachtgever T.a.v. Datum Projectnummer

: KB Winkels : De heer G. Kwint : 19 juni 2019 : P01677

Opgesteld door

: Daan Goos

1. Aanleiding en kaders Inleiding en planinitiatief Initiatiefnemer is voornemens een woonprogramma te realiseren op de locatie Otterspoor, aangrenzend aan de kern Maarssen, gemeente Stichtse Vecht. De ontwikkellocatie ligt tussen de Oostkanaaldijk, Maarssenbroeksedijk oost en de Straatweg, ten noorden van het Amsterdam-Rijnkanaal (zie ook volgende figuur). Op de planlocatie rust een agrarische bestemming en is als zodanig in gebruik. Het planinitiatief voorziet in de bouw van afgerond ca. 1.700 tot 2.000 woningen. Het merendeel hiervan (ca. 85%) zullen grondgebonden woningen worden. Ca. 15% wordt gestapeld (appartementen). Voor wat betreft verdeling naar prijssegment wordt aangesloten bij de gemeentelijke woonvisie, te weten circa 30% sociale koop en huur, 20% betaalbare koop <300k, 30% middelduur <500k en 20% duur >500k. Uit de figuur blijkt dat de planlocatie zelf weliswaar buiten bestaand stedelijk ligt, maar de planlocatie ligt aangrenzend aan het bestaand stedelijk gebied van Maarssen-Broek en Maarssen-Dorp. Uit de figuur (rechts) blijkt dat de planlocatie onderdeel uitmaakt van de Utrechtse agglomeratie. Figuur 1: Ontwikkellocatie Otterspoor1 links en planlocatie in ruimer perspectief (witte ster; rechts)

1

Kennemerland Beheer B.V. Verkenning ontsluiting ontwikkellocatie Maarssen, april 2017

1

Quickscan woningbouwbehoefte conform ladder voor duurzame verstedelijking Het planinitiatief betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling en zodoende is één van de te doorlopen planologische procedures, een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie volgend kader). Het doorlopen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro) verplicht voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, als bedoeld in art. 1.1.1. van het Bro. De Ladder heeft zorgvuldig ruimtegebruik als doel en geeft invulling aan het zorgvuldig en transparant afwegen van besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State woningbouwontwikkelingen vanaf 12 woningen beschouwt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de ladder van kracht, waarin het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt is beschreven: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat: •

een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling binnen het verzorgingsgebied;

•

indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Daarnaast is in december 2018 een motie aangenomen om de ladder voor wonen te af te schaffen. De verwachting is dat op basis van deze motie de volgende maatregelen door het Rijk worden overwogen: a.

de ladder expliciet buiten toepassing verklaren voor binnenstedelijke woningbouwplannen en bij openbaar vervoersknooppunten;

b.

een verbod aan de provincies tot nadere regelgeving ter verfijning van de ladder;

c.

de gemeentelijke structuurvisie als toerekende grondslag voor de laddertoetsing aan te wijzen.

Tot nadere besluitvorming van het kabinet blijft een toetsing van een nieuwe stedelijke woningontwikkeling aan de ladder voor duurzame verstedelijking vooralsnog van kracht. Desondanks zullen we bij opdrachtverlening nogmaals toetsen of dit op basis van de dan geldende regelgeving en besluitvorming noodzakelijk is.

In onderhavig geval ligt de planlocatie buiten bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat de ladderonderbouwing in eerste plaats de behoefte aan nieuwe woningen moet aantonen. Aanvullend zal moeten worden getoetst of er geen locaties binnen stedelijk gebied geschikt zijn om in de behoefte te voorzien, alvorens de planlocatie in aanmerking komt. Hiervoor is een actueel en gedetailleerd inzicht in de harde en zachte plancapaciteit van gemeente en regio vereist. Voorliggende notitie betreft een quickscan naar de woningbehoefte op de planlocatie. De notitie volgt de systematiek van de ladder. In het navolgende wordt achtereenvolgend ingegaan op:  het ruimtelijke verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling:  de kwantitatieve behoefte (in aantallen):  de kwalitatieve behoefte (prijssegment, woningtypologie, woonmilieu en leefstijl. Gehanteerde bronnen Relevant voor deze notitie is dat de druk op de woningmarkt groot is in Regio Utrecht en gemeente Stichtse Vecht. Als gevolg hiervan is zeer recent een aantal beleidsstukken en onderzoeken geactualiseerd. In deze memo is gebruik gemaakt van gegevens van de Staat van Utrecht en de gemeentelijke woonvisie en het hieraan gekoppelde woningmarktonderzoek voor de gemeente Stichtse Vecht.

Ook is de Provinciale woningmarktmonitor, de provinciale Actie-agenda wonen en de samenvatting (factsheet) van de regionale woningmarktmonitor geraadpleegd. Soms zijn gegevens echter niet op beide schaalniveaus beschikbaar. De voorliggende notitie betreft nadrukkelijk een onderbouwing vanuit ruimtelijkfunctioneel oogpunt.

2

2. Ruimtelijk verzorgingsgebied De actuele relevante regio is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/ migratiestromen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats. Het verzorgingsgebied voor Stichtse Vecht kan worden afgeleid aan de hand van de verhuisgegevens zoals gepubliceerd door het CBS (bron: CBS Statline, 2017). Voor deze ladderonderbouwing is er gekeken naar de meest recente verhuisgegevenscijfers, namelijk die uit het jaar 2017. Deze laten zien waar de meeste mensen vandaan komen die zich in Stichtse Vecht vestigen. Deze bewegingen zijn uiteengezet in tabel 1. Tabel 1: Verhuisgegevens Stichtse Vecht (bron: CBS, 2017) Verhuisbewegingen

Absoluut

Relatief (%)

Binnen gemeente verhuisd

2.357

44%

Tussen gemeente verhuisd

2.962

56%

5.319

100%

Verhuisbewegingen totaal Vanuit gemeente naar Stichtse Vecht 

Utrecht

1.128

21%

De Ronde Venen

69

1%

Nieuwegein

68

1%

De Bilt

51

1%

Zeist

46

1%

Houten

33

1%

Totaal vanuit regio

1.509

28%

Uit deze tabel kan geconcludeerd worden dat 44% van alle verhuisbewegingen in Stichtse Vecht voortkomen uit bewegingen binnen de eigen gemeente. Daarnaast bestaat het voornaamste verzorgingsgebied voor Stichtse Vecht wat betreft verhuisbewegingen zich voornamelijk uit omliggende gemeenten (28% van de verhuisstromen) en in het bijzonder Utrecht. Bovendien behoren deze gemeenten tot de Woningmarktregio U16. Om deze reden wordt zowel de gemeente Stichtse Vecht (primair verzorgingsgebied) als de regio U16 (secundair verzorgingsgebied) meegenomen in de kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing.

3. Kwantitatieve behoefte (aantallen) Gemeente Stichtse Vecht Voor gemeente Stichtse Vecht is voor de periode tot 2028 een autonome aanvullende behoefte van 2.400 woningen beschreven in de gemeentelijke woonvisie. Er wordt niet specifiek in aantallen ingegaan op de harde en zachte plancapaciteit. Wel wordt in dit beleidsstuk geconcludeerd dat gemeente Stichtse Vecht tot 2030 onvoldoende planvoorraad heeft. Als aanvulling hierop is gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale woningmarktmonitor2, gespecificeerd voor gemeente Stichtse Vecht. Ook hieruit blijkt dat er onvoldoende harde plancapaciteit is om in de aanvullende behoefte te voorzien 2

Kanttekening is dat dit de meest actuele beschikbare gegevens zijn inzake harde en zachte plancapaciteit, maar gelet op de datum van het onderzoek (2017), waarschijnlijk niet volledig actueel meer zijn.

3

(zie volgende tabel). Dat beeld wordt nog eens bevestigd als er gekeken wordt naar de lange termijn Tabel 4. Ook daaruit blijkt dat de behoefte van de gemeente Stichtse vecht vele malen groter is dan de aanwezige plannen. Het gaat om een verschil van bijna 3.000 woningen. Tabel 2: Realisatie PRS-programma gemeente Stichtse Vecht i.r.t. harde plancapaciteit3

Regio Utrecht (U16) Uit een recente actualisatie van de woningmarktmonitor (factsheet) blijkt dat de regio Utrecht, maar ook de provincie Utrecht een fors tekort kent aan woningbouw voor de periode 2013-2028 (zie volgende tabellen). In de regio Utrecht is conform tabel 3 een restopgave van ca. 24.000 woningen. De harde plancapaciteit bedraagt ca. 6.000 woningen (dit is slechts 25% van de aanvullende behoefte van 24.000 woningen). Ook op basis van recentere cijfers (tabel 4) is te zien dat in de U16 voor de komende tien jaar en de tien jaar daarna onvoldoende plancapaciteit aanwezig is in relatie tot de woningbehoefte. De tabel bevestigt het beeld van de oververhitte woningmarkt in Nederland en meer specifiek de agglomeraties in de Randstad. De kwantitatieve behoefte aan extra woningen is evident. Er is zowel in gemeente als regio een zeer grote behoefte. Het totale plantekort tot 2040 wordt voor de regio U16 ingeschat tussen de 37.000 en 53.000 woningen. Het planinitiatief kan hierin (ten dele) voorzien. Tabel 3: PRS-programma, realisatie en restant programma en plancapaciteit 2013-20284

Oververhitte woningmarkt en plancapaciteit De druk op de woningmarkt van gemeente, regio en provincie is hoog. Er is sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod met alle gevolgen van dien (oplopende prijzen, te weinig doorstroming, oplopende wachttijden voor (sociale) huur). Deze gedeelde urgentie heeft geleid tot het gezamenlijk opstellen van de provinciale Actie Agenda Woningmarkt5. Hierin zijn concrete maatregelen opgenomen om de woningbouwproductie te vergroten, te versnellen, te bouwen in de juiste segmenten en doorstroming te bevorderen. Doel van deze inspanningen is ervoor te zorgen dat mensen in de provincie Utrecht kunnen wonen in een woning die hen past: bij hun inkomen, levensfase en de samenstelling van hun huishouden. De hoofdambitie van dit beleidsstuk is: Het realiseren van een woningbouwproductie van 7.000 woningen per jaar de komende drie jaar met een bij de woningmarktbehoefte passende differentiatie, met name binnenstedelijk en van een goede en duurzame kwaliteit.

3 4 5

Provincie Utrecht, CBS 2017, Planmonitor 2017. Woningmarktmonitor Utrecht, Factsheet, april 2019, Actualisatie cijfers plancapaciteit, koop- en huurmarkt, door Companen. Provincie Utrecht, Actie Agenda Woningmarkt 2018-2021, februari 2018.

4

Tabel 4: Theoretische behoefte en plannen periode 2017-2040, 20186

De gemiddelde woningbouwproductie in de provincie Utrecht bedroeg in de afgelopen jaren circa 4.600 woningen per jaar. Mede door het aantrekken van de woningmarkt loopt het woningtekort echter op. Met de ambitie (7.000 woningen per jaar) zal deze woningbouw bijna verdubbeld moeten worden om in de groeiende behoefte te kunnen voorzien. Om hierin te slagen wordt de komende jaren o.a. ingezet op:  versnellen van het omzetten van zachte naar harde plancapaciteit;  het realiseren van nieuwe woningen d.m.v. inbreiding en transformatie binnen bestaand stedelijk gebied;  meer voorraad in sociale huur en middenhuur;  meer doorstroming, o.a. van mensen die nu woonachtig zijn in een sociale huurwoning, terwijl het inkomen daar niet meer bij past. Eén van de voornaamste knelpunten is dat de transformatie van binnenstedelijke locaties (bijvoorbeeld voormalige kantoren) veelal een langlopend (planologisch) proces is. Het vraagt vaak om een gebiedsgerichte aanpak waar het juridisch instrumentarium niet volledig op toegerust. Ook in de gemeentelijke woonvisie wordt dit aspect benoemd. Voor binnenstedelijke transformatielocaties wordt doorgaans uitgegaan van ca. 10 jaar voorbereidingstijd. De realisatie van woningbouw in binnenstedelijke transformatie-opgaven gaat te langzaam om de groeiende vraag vanuit de Utrecht bij te houden.

Tegen deze achtergrond willen negentien woningcorporaties in de regio Utrecht de komende vijf jaar 8.700 nieuwe sociale huurwoningen bouwen. Veel bouwlocaties zijn echter nog onzeker, meldt het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht (RWU). Dit platform pleit ervoor buiten de regionale contour te bouwen 7. Een ander relevant aandachtspunt is dat op binnenstedelijke transformatielocaties niet alle woning typologieën haalbaar en geschikt zijn. Kantoorlocaties worden bijvoorbeeld overwegend getransformeerd tot appartementen. In het kader van de doorstroming moet ervoor worden gewaakt dat er niet een te eenzijdig woningaanbod wordt gerealiseerd (qua woonmilieu en typologie) dat niet meer aansluit bij de kwalitatieve behoefte. 6 7

Staatvanutrecht.nl. Aedes.nl, Utrechtse corporaties willen 8.700 woningen bouwen maar locaties zijn onzeker, maart 2019.

5

4. Kwalitatieve behoefte Naast de behoefte in aantallen is het ook relevant om de behoefte in kwalitatieve zin te analysen. Het beoogde woningbouwprogramma moet aansluiten op de (toekomstige vraag), uitgesplitst naar prijssegment (koop/huur), woningtypologie, woonmilieu en leefstijl. Navolgend wordt hierop ingegaan. Waarbij opgemerkt wordt dat niet alle gegevens zowel voor gemeente als regio Utrecht beschikbaar zijn. Bevolking en huishoudenssamenstelling In de gemeente Stichtse Vecht wonen relatief veel gezinnen (met kinderen): 37,7% van alle huishoudens. Dit aantal is de afgelopen tien jaar licht toegenomen. De vergrijzing in Stichtse Vecht is al enkele jaren in gang. Het aantal 1-2 persoonshuishoudens tot 65 jaar is gedaald, terwijl het aantal 1-2 persoonshuishoudens boven de 65 jaar is toegenomen. De bevolking van Stichtse Vecht is in vergelijking met de regio wat ouder. Het aandeel 65-plussers is 19,6%8. Woningvoorraad De gemeente Stichtse Vecht telt op 1 januari 2017 ruim 25.000 woningen, waarvan 16.500 koopwoningen (66%), ruim 6.000 huurwoningen van toegelaten instellingen (24%), en circa 2.500 particuliere huurwoningen (10%). Bijna 36% van de huishoudens in de gemeente Stichtse Vecht heeft een inkomen dat gerekend kan worden tot de doelgroep voor sociale huurwoningen (€ 36.798 belastbaar per jaar).

Dit is iets lager dan het regionale gemiddelde, maar is een vrij gebruikelijk beeld voor gemeenten net buiten het hoog stedelijk gebied. Ook het aandeel sociale huurwoningen is in Stichtse Vecht relatief lager dan elders in de regio. Niet alle huishoudens uit deze inkomensdoelgroep wonen in een sociale huurwoning. Circa 1/3 van deze inkomensgroep woont in een koopwoning 8. Prijssegment (koop/huur) Het inkomensniveau van de gemeente Stichtse Vecht ligt hoger dan het regionaal gemiddelde. Dit blijkt ook uit de samenstelling van de woningvoorraad. Het aandeel sociale huurwoningen ligt lager dan het regionaal gemiddelde. Toch neemt de druk op de sociale huur in de gemeente al enkele jaren sterk toe. In 2018 is de wachttijd opgelopen tot gemiddeld 12 jaar. Ook is de doorstroming van ‘scheefwoners’ in de sociale huur beperkt. Toevoeging in dit segment is noodzakelijk om de druk te verlagen. Ook het toevoegen van ruime en betaalbare woningen in het middensegment (huur en koop) is wenselijk om de doorstroming van scheefwoners in de sociale huur te bevorderen. Daarnaast zijn ook nog kleinschalige toevoegingen in het dure segment gepast. Om deze redenen heeft gemeente Stichtse Vecht een prijssegmentering voor nieuwbouwinitiatieven ingevoerd 9. Het beoogde woningbouwprogramma voor de planlocatie sluit hierop aan te weten circa 30% sociale koop en huur. 20% betaalbare koop <300k.

30% middelduur <500k en 20% duur >500k. Woningtypologie; gemeente Stichtse Vecht In de gemeentelijke woningmarktmonitor en de woonvisie blijkt dat er toevoegingen in alle woonsegmenten nodig zijn om in de groeiende behoefte te kunnen voorzien. Het woningbouwprogramma voor de planlocatie betreft overwegend grondgebonden woningen (rijwoning, tweekapper en vrijstaand). In beginsel sluit dit programma qua typologie goed aan op de verhuiswensen van de verschillende doelgroepen. Uit de volgende figuur blijkt namelijk dat de meeste verhuizingen naar een woning in Stichtse Vecht komen van gezinnen en nieuwkomers (vestigers van buiten de regio en starters). Deze groepen zijn samen goed voor 48% van de verhuizingen. Deze groepen verhuizen grotendeels naar grondge-

8 9

Woningmarkanalyse Stichtse Vecht, Companen, 2018 Actualisatie woonvisie 2017-2022, gemeente Stichtse Vecht, Companen.

6

bonden koopwoningen of een eengezins huurwoning. Voor de regio Utrecht zijn geen actuele gegevens voorhanden inzake woningtypologie. Toch zou gezien de opkomende vergrijzing en de druk op het sociale segment ook de toevoeging van kleinschalige appartementen met lift niet misstaan. Dit blijkt eveneens uit de woningmarktanalyse van Stichtse Vecht die is uitgevoerd door Companen en de leefstijlen van de verschillende bewonersgroepen die hierin naar voren komen. Figuur 2: Prognose verhuisgedrag 2018-202310

Verschillende delen van de regionale woningmarkt in de U16 trekken bepaalde groepen woningzoekenden aan. Dit komt door een combinatie van beschikbaar aanbod en woonmilieu (met aspecten als nabijheid stad, werk, uitgaan, natuur en uitstraling van een gebied). Op grond van deze kenmerken en vestiging van huishoudens naar kenmerken is een inschatting te maken van de functie van een gebied op de regionale woningmarkt. De beschrijvingen bieden input voor nadere beleidsafwegingen ten aanzien van gebiedsontwikkelingen, en regionale afstemming hierin: versterken van bestaande woonmilieus of woonmilieus aanpassen. 

In de gemeente Stichtse Vecht komen veel gezinnen en 1-2 persoonshuishoudens tot 49 jaar wonen. Het vertrek is verhoudingsgewijs groter bij 1-2 persoonshuishoudens tot 29 jaar. Vestiging van buiten de regio zien we in Stichtse vecht terug in zowel de laagste inkomens (tot huurtoeslaggrens) en de hoogste inkomens. (vanaf 47.073).

De meeste verhuizingen naar een woning in Stichtse Vecht komen van gezinnen en nieuwkomers op de woningmarkt in Stichtse Vecht (vestigers van buiten de regio en starters). Deze groepen zijn samen goed voor 48% van de verhuizingen. Deze groepen verhuizen grotendeels naar grondgebonden woningen in de koop. Voor een deel verhuizen deze groepen ook naar een eengezins huurwoning. Met name 50 plus huishoudens verhuizen het vaakst naar een appartement. Overigens is de verhuisgeneigdheid van deze groep op de woningmarkt relatief klein (ca. 21% van het totaal). De jongere groep ouderen (tussen 50 en 65 jaar) verhuist verhoudingsgewijs wat vaker naar een koopappartement. 75-plussers vooral een huur-appartement. Dit is een meer algemene trend van generatieverandering die we ook in andere regio’s zien.

Naar Breukelen komen verhoudingsgewijs wat vaker starters (stedelijk als traditioneel) te wonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1696/documents/37917