CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Verzamelplan 2022 - Toelichting - NL.IMRO.1904.BPVerzamelpl2022SV-ON01.pdf

Commissie Fysiek Domein 6 december 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Ontwerpbestemmingsplan Verzamelplan 2022.13.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gezien het feit dat de voorgenomen ontwikkeling zowel in als aangrenzend aan het NNN gebied plaatsvindt, is door Natuurbank Overijssel een quickscan flora/fauna uitgevoerd. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren conform wet- en regelgeving voor beschermde soorten en –gebieden. Archeologie en cultuurhistorie De oever waar de woonboot komt te liggen wordt op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Stichtse Vecht aangeduid als een gebied met hoge verwachting. Voor een plangebied waarvan bodemverstoring een oppervlak van meer dan 100 m² beslaat en de bodem tot meer dan 0,3 m geroerd wordt, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Ter plaatse wordt een bijgebouw en een carport gerealiseerd, waarbij het oppervlak ruim onder de 100 m² blijft. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. De Vecht maakt in de interim omgevingsverordening provincie Utrecht onderdeel uit van de cultuurhistorische hoofdstructuur. De vecht is gelegen binnen de historische buitenplaatszone en het militair erfgoed.

De historische buitenplaatsen vertegenwoordigen bijzondere cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in de provincie. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden geen belangen geschaad die gemeenten in acht moeten nemen. Dit omdat de locatie reeds voor een woonschip is bestemd en de huidige locatie van de ligplaats wordt wegbestemd. Hierbij vindt een verbetering plaats wat betreft de landschappelijke waarden.

34

Geconcludeerd kan worden dat er geen (nader) onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

3.1.8 Klompweg 74/74a/76a, Nigtevecht 3.1.8.1 Planomschrijving Initiatiefnemers hebben besloten om hun agrarisch bedrijf te beëindigen. Middels het toepassen van de ‘ruimte-voor-ruimteregeling’ wordt de agrarische bestemming gewijzigd naar wonen, waarbij in ruil voor het slopen van alle overbodig geworden agrarische opstallen twee woningen op het erf worden gerealiseerd. Daarnaast worden de twee bestaande agrarische bedrijfswoningen omgezet naar (burger)woningen. Het voorliggende plan respecteert de oorspronkelijke opzet van het agrarisch erf en de voormalige boerderij als hoofdvolume. Met behoud van de hooiberg en het zomerhuisje wordt het oorspronkelijke agrarische karakter van het erf in stand gehouden. Met enkele nieuwe toevoegingen zoals de uitbreiding van de bestaande boomgaard en de aanleg van een nieuwe boomgaard wordt het erf verankerd in het landschap. Dit initiatief wordt door de gemeente ondersteund. De gewenste ontwikkeling is echter niet in overeenstemming met de regels uit het bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord. Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van het plangebied.

Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

3.1.8.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' vastgesteld door de gemeente Stichtse Vecht op 3 december 2015. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Deze gronden zijn (onder andere) bestemd voor grondgebonden veehouderijbedrijven en tevens voor een intensieve veehouderij tot maximaal 1.000 m² per agrarisch bouwperceel. Binnen dit bouwvlak zijn twee wooneenheden toegestaan. Tevens gelden ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde - Cultuurhistorie 3' & 'Waarde Cultuurhistorie 4'. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weer.

35

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Landelijk gebied Noord', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

3.1.8.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, het beëindigen van het agrarisch bedrijf, het slopen van overbodige agrarische opstallen en daarvoor in de plaats twee woningen realiseren en het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. Het beëindigen van de veehouderij heeft een aanzienlijke verbetering op het woon- en leefklimaat ter plaatse en de instandhoudingsdoelstellingen in de omgeving. Vervolgens worden de bestaande agrarische opstallen gesaneerd en wordt het erf opnieuw ingericht, met de realisatie van twee nieuwe woningen.

De twee bestaande bedrijfswoningen worden omgezet naar (burger)woningen. De beoogde ontwikkeling blijft het ruim onder de drempelwaarde van 2000 of meer woningen van onderdeel D11.2 uit het Besluit m.e.r. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten. In onderhavige situatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, een m.e.r.‐beoordeling is hiermee niet aan de orde is. Bodem Om de bodemkwaliteit vast te stellen is er een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Met dit onderzoek is aangetoond dat er weliswaar verontreiniging in de bodem aanwezig is, maar dat deze na sanering voor het beoogde doel (wonen) gebruikt kan worden. De milieu-hygiënische bodemkwaliteit vormt

36

geen belemmering voor een functiewijziging. De saneringskosten zijn niet dusdanig hoog dat het plan economisch onhaalbaar wordt. Archeologie cultuurhistorie In het verleden is bij de bouw van de diverse stallen welke zijn voorzien van mestputten de grond dusdanig verstoord zodat er ter plaatse geen archeologische verwachtingen meer zijn te verwachten tot een diepte van ca. 2 meter beneden maaiveld. Omdat er nog geen concrete bouwplannen beschikbaar zijn is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ overgenomen. Hiermee blijft de verplichting bestaan voor het uitvoeren van een onderzoek naar archeologische resten bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500m2 en dieper dan 30cm beneden maaiveld. De bescherming van de archeologische waarden is hiermee gewaarborgd. Het plangebied wordt begrenst door de cultuurhistorische elementen: dijk (Klompweg) en kanalen (vecht). Daarnaast is het gelegen binnen een inundatieveld. Deze elementen maken deel uit van de ‘Stelling van Amsterdam’. Het voorgenomen plan leidt niet tot veranderingen aan de Klompweg en/of Vecht. Beleving van het voormalige inundatiegebied en hiermee de linie wordt versterkt door openheid. In de huidige situatie is er sprake van een verdichting van het plangebied door de aanwezigheid van het agrarisch bedrijf.

Door het beëindigen van het agrarisch bedrijf en hiermee de sloop van de voormalige bedrijfsgebouwen wordt de openheid van het landschap aanzienlijk versterkt. De boerderij vormde oorspronkelijk een onderdeel van de buitenplaats. De opzet van het nieuwe erf sluit aan bij deze historische ontwikkeling. Met een woning die wat betreft hoofdvorm en materiaal refereert aan een schuur of werktuigenberging. De te verplaatsen woningen moeten passend zijn bij bebouwing in de directe omgeving, in dit geval bij de bebouwing van de buitenplaats. Hierbij geldt dat de nieuwe bebouwing niet perse een historische uitstraling hoeft te hebben, maar ook een moderner en eigentijds uiterlijk kan hebben. Denk hierbij aan de moderne schuurwoningen. Het aanleggen van een hoogstam fruitboomgaard op de plek waar in het verleden ook een boomgaard stond draagt bij aan het herstel van de landschapswaarden in het gebied. Om de cultuurhistorische waarden in het gebied te waarborgen zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Cultuurhistorie 3’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie 4’ overgenomen op de verbeelding bij dit bestemmingsplan. Ecologie Het plangebied is niet in of grenzend aan een Natura 2000-gebied gelegen. In de nabijheid van het plangebied ligt op ca. 800 m afstand de grens van de Oostelijke Vechtplassen ten zuidoosten van het plangebied, op ca.

2,5 km ten noordoosten de grens van het Naardermeer en natuurgebied Botshol op ca. 8 km afstand ten westen van het plangebied. Door het beëindigen van het agrarische bedrijf is er per saldo een vermindering van stikstofuitstoot door een afname van het aantal verkeersbewegingen. Dit is een positiefeffect voor de natuurgebieden in de omgeving. Binnen de grenzen van het plangebied is door Van Bommel Faunawerk een quickscan Flora en fauna uitgevoerd om de invloed van de ontwikkeling te toetsen aan gebiedsbescherming en soortenbescherming. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Hierbij geldt wel dat voor werkzaamheden in het kader van sloop en het verwijderen van houtige beplanting buiten het broedseizoen dient plaats te vinden. Daarnaast geldt dat voorafgaand aan de sloop van de bedrijfsgebouwen bekeken moet worden of de gebouwen gebruikt worden als verblijfplaats voor vleermuizen. Om bovenstaande te waarborgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Bedrijven en milieuzonering Het dichtstbijzijnde bedrijf betreft in dit geval een agrarisch bedrijf: de rundveehouderij aan de Klompweg 78. Deze bevindt zich op een afstand van circa 128 m ten noordoosten van de planlocatie.

In de directe nabijheid van het plangebied zijn verder geen voorzieningen of bedrijven aanwezig die een belemmering vormen voor het wijzigen van de agrarische bestemming naar woonbestemming. Voor de rundveehouderij geldt een grootste richtafstand van 100 m, de afstand tussen het bedrijf en het plangebied is dus groter waardoor het plan niet belemmerd wordt. Tevens wordt het bedrijf niet beperkt in zijn bedrijfsvoering door de ontwikkeling.

37

3.1.9 Machinekade 17, Maarssen 3.1.9.1 Planomschrijving De Machinekade 17 ligt in het buitengebied van Maarssen. De vorige eigenaar van het perceel Machinekade 17 te Maarssen heeft in 1989 een vergunning verkregen voor het gedeeltelijk vernieuwen van het toen reeds aanwezige bijgebouw ten behoeve van het gebruik als stallingsruimte voor het bedrijfsmatig stallen van caravans. Dat gebruik is in het daaropvolgende, in 1992 vastgestelde bestemmingsplan positief bestemd en het gebouw mocht toen worden gebruikt voor de ‘stalling van vervoermiddelen’. In het thans vigerende bestemmingsplan uit 2013 is het gebruik als stallingsruimte echter niet (meer) positief bestemd en rust op het perceel de bestemming "wonen-1". De huidige eigenaar heeft de wens de bestemming zoals die in 1992 is opgenomen in het bestemmingsplan zoveel mogelijk terug te brengen omdat het gebruik van de stalling niet gewijzigd is. De gemeente wil hier medewerking aan verlenen. Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van het plangebied.

Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

3.1.9.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Maarssen' vastgesteld door de gemeente Stichtse Vecht op 17 december 2013. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan bestemd als 'Wonen - 1' en 'Tuin'. Tevens gelden ter plaatse van een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waterstaat ‐ Waterkering'. Binnen de bestemming 'Wonen - 1' en de aanduiding 'bijgebouw' is het bedrijfsmatig stallen van auto's en caravans niet toegestaan. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weer.

38

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Landelijk gebied Maarssen', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

3.1.9.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, het slopen van agrarische opstallen, het bouwen van een nieuwe woningen en het splitsen van een bestaande woning in twee woningen, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Bedrijven en milieuzonering Het plangebied ligt in een landelijk gebied. Naast de bij het perceel behorende woning Machinekade 15 bevindt zich nog een drietal woningen aan de Machinekade op de nummers 21, 23 en 25. Naast het kavel staat een gemaal van het hoogheemraadschap met de bestemming 'Bedrijf'. Voor de nieuwe functie 'bedrijfsmatige auto- en caravanstalling' geldende de volgende richtafstanden:

• • • •

geur: 10 m; stof: 0 m; geluid: 30 m; gevaar: 0 m.

Het dichtstbijzijnde gevoelige object bevindt zich op een afstand van circa 34 m (gemeten vanaf de rand van het bouwvlak). Hiermee wordt voldaan aan de richt afstand. De toevoeging van de nieuwe functie levert geen belemmering op ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat van de bestaande gevoelige objecten in de omgeving.

39

4 Juridische plan beschrijving 4.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

4.2 Toelichting op de planregels De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de geldende bestemmingsplannen. In onderstaande paragrafen zullen de regels nader worden uiteengezet.

4.3 Bestemmingen De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn afgestemd op de gemeentelijke standaarden en sluiten aan op recente bestemmingsplannen van de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast wordt uiteraard rekening gehouden met de rechten op basis van de nu geldende bestemmingsplannen. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende (dubbel-)bestemmingen: Enkelbestemmingen Agrarisch De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden veehouderijen alsmede de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Binnen de agrarische bestemming zijn diverse aanduidingen opgenomen die ter plaatse specifiek gebruik toestaan al dan niet naast de grondgebonden veehouderij. Per bouwvlak is in beginsel één agrarische bedrijfswoning (van 600 m3) toegestaan, tenzij op de verbeelding anders staat aangegeven. Indien een tweede of volgende voormalige agrarische bedrijfswoning inmiddels verworden is tot een burgerwoning is deze aangeduid als plattelandswoning. Agrarisch met waarden De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden veehouderijen, intensieve veehouderijen tot maximaal 1.000 m² per agrarisch bouwvlak. Alsmede de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden die daar voorkomen. Per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, tenzij anders aangeven op de verbeelding.

Indien een tweede of volgende voormalige agrarische bedrijfswoning inmiddels verworden is tot een burgerwoning is deze aangeduid als plattelandswoning. Tevens zijn tijdelijke verblijven mogelijk ter plaatsen van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - tijdelijk verblijf 2'.

40

Bedrijf Op gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn niet-agrarische bedrijven toegestaan. Een bedrijfswoning is slechts toegestaan voor zover deze op de verbeelding is opgenomen. Op enkel bedrijfspercelen is een afwijkende bouwhoogte toegestaan. Bij het bestemmen van bedrijven is uitgegaan van de bestaande bebouwing en in gebruik zijnde percelen. Bos De grond waarop bos voorkomt is als zodanig bestemd. Op deze grond mag niet worden gebouwd en aan het wijzigen van het bos is een omgevingsvergunning gekoppeld. Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen voor plantsoenen, groenstroken en andere aanplanten binnen het plangebied die kunnen worden aangemerkt als structureel groen maar waar geen natuurwaarden gelden.

Sport Zowel de bestaande golfbaan als de uitbreiding zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Derhalve zijn alle huidige regels in het vigerende bestemmingsplan overgenomen in voorliggend plan. In de regels is de aanduiding “Golfbaan” opgenomen, daarin wordt gesteld dat de gronden enkel voor het beoefenen van de golfsport gebruikt mogen worden. In aanvulling op deze regels is opgenomen dat voor de uitbreiding van de golfbaan bij de omgevingsvergunning een voorstel voor de landschappelijke inrichting aangeleverd moet worden. Tuin -1 De bestemming 'Tuin - 1' is opgenomen voor tuinen. Bijgebouwen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. Tevens zijn de gronden te gebruiken voor parkeren, toegangspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en overige functioneel met de bestemming 'Tuin - 1' verbonden voorzieningen. Tuin - 3 De bestemming 'Tuin - 3' is opgenomen voor tuinen. Bijgebouwen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. De gronden zijn tevens te gebruiken voor parkeren en in- en uitritten ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'.

Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, verhardingen, uitwegen en andere verkeersvoorzieningen. Tevens zijn deze gronden ook bestemd voor water en watergangen, groenvoorzieningen en overige functioneel met de bestemming verbonden voorzieningen. Water De bestemming water is opgenomen voor water en de watergangen binnen het plangebied. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor doeleinden betrekking hebbend op de natuurlijke afvloeiing en de tijdelijke berging van water. Daarnaast zijn binnen deze bestemming groenvoorzieningen, groene oevers en kunstwerken toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘brug’ is een brug ten behoeve van het langzaam verkeer toegestaan. Op de voor ‘Water’ aangewezen gronden mogen slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht, waaronder kunstwerken (bruggen) met een maximale hoogte van 5 meter en andere bouwwerken met een maximale hoogte van 3 meter. Water - De Vecht De gronden met de bestemming 'Water - De Vecht' zijn bestemd voor water en waterlopen en voor waterhuishoudkundige voorzieningen in de Vecht. Dit is de primaire bestemming. Vervolgens zijn in de bestemmingsomschrijving gerubriceerd de overige functies opgenomen. Bestaande uit:

41

• • •

verschillende soorten ligplaatsen, waarbij bepaalde categorieën uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding; aanlegplaatsen, waarbij eveneens bepaalde categorieën uitsluitend zijn toegestaan indien aangeduid op de verbeelding; overige functies en bijbehorende voorzieningen.

Aanvullend op de bestemmingsomschrijving zijn specifieke gebruiksregels van toepassing. Deze gebruiksregels verbijzonderen de bestemmingsomschrijving. Deze aanvullende regels maken duidelijk hoe en op welke wijze deze specifieke ligplaatsen mogen worden gebruikt. De specifieke gebruiksregels kunnen gezien worden als een verbijzondering/verdere uitwerking van de verschillende soorten ligplaatsen. De bouwregels zijn zoveel als mogelijk generiek gehouden. Voor specifieke voorzieningen zijn afwijkingen mogelijk. Voor het gebruikmaken van een afwijking is in veel gevallen ook instemming van het waterschap of de provincie noodzakelijk, los van de vergunningen die van deze instanties ook verkregen moeten worden. Wonen - 1 De bestemming 'Wonen - 1' geldt voor de burgerwoningen met bijbehorende tuinen. De inhoud van de woning mag in beginsel 600 m³ bedragen met 50 m² aan bijgebouwen. Een aan huis verbonden beroep of bedrijf alsmede andere ondergeschikte activiteiten zijn onder voorwaarden toegestaan evenals mantelzorg. Tevens is er een bed and breakfast toegestaan. Wonen - 2 De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen. Bijgebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ toegestaan. Een beroep aan huis mag worden uitgevoerd ter plaatse van de functieaanduiding ‘beroep aan huis’.

Op de gronden met de bestemming ‘Wonen - 2’ mogen hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Hoofdgebouwen en kelders mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximale goot- en bouwhoogte is aangeduid op de verbeelding. Voor bijgebouwen geldt een maximale goot en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 meter en 6 meter, danwel de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ aangegeven bouwhoogte. Voor wat betreft de bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt een maximale hoogte van 2,5 meter voor erf- en terreinafscheidingen. De hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximale hoogte van 1 meter. Wonen - 3 De bestemming 'Wonen -3 ' geldt voor de burgerwoningen met bijbehorende tuinen. De inhoud van de woning mag in beginsel 600 m³ bedragen met 50 m² aan bijgebouwen. Een aan huis verbonden beroep of bedrijf alsmede andere ondergeschikte activiteiten zijn onder voorwaarden toegestaan evenals mantelzorg. Bij de nadere aanduiding 'voormalig agrarisch bedrijf' geldt een terugbouwregeling. Bij sloop van 1000 m² aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen mag één extra woning worden gebouwd. Cumulatie is niet toegestaan. Indien alle aanwezige bebouwing wordt gesloopt mag een woning van 800 m³ worden gebouwd met 250 m² aan bijgebouwen.

Bij beide regelingen geldt dat cultuurhistorisch waardevolle bebouwing dient te worden behouden. Wonen - 4 De bestemming 'Wonen - 4' geldt voor burgerwoningen, hierin staat wonen centraal. Naast wonen mag onder voorwaarden ook in de woning worden gewerkt in de vorm van aan-huis-verbonden beroepen dan wel bedrijfsmatige activiteiten aan huis. Ter plaatsen van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen bedrijfsmatige auto- en caravanstalling' zijn tevens bedrijfsmatige activiteiten voor het stallen van auto's en caravans toegestaan. Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 1 t/m 5 De bestemmingen 'Waarde - Archeologie 1 t/m 5' worden gehanteerd voor die delen van het plangebied, die op basis van het archeologisch vooronderzoek (mogelijk) archeologische waarden bevatten. Bouwen is op

42

deze gronden ten behoeve van een andere ter plaatse geldende (enkel) bestemming uitsluitend toegestaan, nadat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Uitzonderingen hierop is het vervangen, vernieuwen of veranderen van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot en gaan graaf- of heiwerkzaamheden benodigd zijn of de grondwerkzaamheden ten behoeve van het bouwwerk niet dieper plaatsvinden, of het oppervlak niet groter is dan: Ter plaatse van de bestemming Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5

Vierkante meter minder dan 50 m² minder dan 100 m² minder dan 500 m² minder dan 1.000 m² minder dan 100.000 m²

Diepte minder dan 0,3 m minder dan 0,3 m minder dan 0,3 m minder dan 0,3 m minder dan 0,3 m

Waarde Cultuurhistorie 1, 3 en 4 Op gronden die mede bestemd zijn voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1,3 en 4' dient rekening te worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden vanuit het oogpunt van respectievelijk de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en de buitenplaatszone. Deze cultuurhistorische belangen dienen te worden meegewogen in de belangenafweging bij het verlenen van een toestemming voor een ontwikkeling. Waarde - Ecologie Op de gronden die bestemd zijn voor 'Waarde - Ecologie' dient rekening gehouden te worden met behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en ecologische verbindingszones. Waarde - Landschap 1 en 2 Landschappelijke waarden in verschillende vormen. Oeverwal (Vvreelandseweg 27/27a Loenen aan de Vecht Landschappelijke waarden in de vorm van: Lichtglooiend kleinschalig, halfopen landschap met een agrarisch karakter en langgerekte onregelmatige blokverkaveling met bochtige rivieren en stroomruggen. Lichtglooiend reliëf, halfopen landschap, onregelmatige blokverkaveling, dijken en dijkwegen, oude ontginningslinten met bijbehorende monumentale boerderijen, erfbeplantingen als knotwilgen, boomgaarden, geriefhoutbosjes met ringsloten.

Vroege Veenweide ontginning (Kanaaldijk Oost 8 & 9, Nigtevecht, Lutgerslaan 13, Loenen aan de Vecht en Klompweg 74/74a/76a, Nigtevecht) Landschappelijke waarden in de vorm van: Veenweide landschap met grote mate van openheid en een agrarisch karakter. Een ontginningspatroon met zeer lange opstrekkende verkaveling onderbroken door kleine of grote veenplassen met opgaande begroeiing. Smalle langgerekte kavels, veenplassen, trekgaten en legakkers, verveningsrestanten, lintbebouwing langs polderdijken, bebouwing geconcentreerd op de kop van de kavel, openzicht naar achter, coulissenlandschap, afwisselend opengrasland en zoddegebieden, erfen dijkbeplantingen. Westelijk Veenweide gebied (Spengen 2, Kockengen Landschappelijke waarden in de vorm van: Veenweidelandschap met grote mate van openheid en agrarisch karakter. Copeverkaveling met bijbehorende langgerekte percelen, lange rechte linten met smal wegprofiel, lintbebouwing met doorzichten naar het open achterliggende gebied, weg begeleidende kade beplanting, geriefhoutbosjes, huisboomgaarden, lange rechte waterlopen en microreliëf van kleiruggen. Waarde - Natuur Binnen de dubbelbestemming zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van toestemming. Het gaat om de Vecht met haar oevers, de Ecologische Hoofdstructuur en het Natura 2000 gebied.

43

Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming regelt dat voor de betreffende gronden naast de regels van de primaire bestemming, ook regels van toepassing zijn die toezien op het beschermen van de daar aanwezige constructies ten behoeve van waterveiligheid en beheer.

44

5 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:

•

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;

•

het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;

•

het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek Met onderhavig bestemmingsplan worden, in planologische zin, 9 nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor een kostenverhaalverplichting geldt. De financiële gevolgen zijn voor rekening van de 9 afzonderlijke initiatiefnemers van ieder initiatief. Tevens zijn de opzichzelfstaande initiatieven financieel haalbaar. Voor de volgende plannen is er met de initiatiefnemers een anterieure overeenkomst gesloten:

• • •

Spengen 2, Kockengen Rijksstraatweg 171, Loenen aan de Vecht (golfbaan) Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Voor de volgende plannen is er met de initiatiefnemers een planschade overeenkomst gesloten:

• • • • •

Kanaaldijk Oost 8 & 9, Nigtevecht Lutgerslaan 13, Loenen aan de Vecht Gageldijk 29-41 en Herenweg 19b, Maarssen Nigtevechtseweg 108ws en naast 120 ws, Vreeland Machinekade 17, Maarssen

45

6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.1 Vooroverleg In het kader van vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Waternet Omgevingsdienst Utrecht Provincie Utrecht Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

De binnengekomen reacties zijn per plan kort samengevat en beantwoord in de ‘Nota beantwoording overlegreacties’ (zie bijlagen bij toelichting bijlage 9).

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2061/documents/44760