Bp Verzamelplan 2022 - Toelichting - NL.IMRO.1904.BPVerzamelpl2022SV-ON01.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Verzamelplan Stichtse Vecht 2022 Gemeente Stichtse Vecht
Planstatus:
ontwerp
Plan identificatie:
NL.IMRO.1904.BPVerzamelpl2022SV-ON01
Datum:
2022-11-08
Contactpersoon Buro SRO:
Dhr. T.B. Wilde | Dhr. J. Van Nuland
Kenmerk Buro SRO:
SR220022
Opdrachtgever:
Gemeente Stichtse Vecht
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging ................................................................................................................................................................. 5 1.3 Geldende planologische regimes ........................................................................................................................ 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 7
2 Beleid ....................................................................................................................................................... 8 3 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 3.1 Nieuwe ontwikkelingen ....................................................................................................................................... 9
4 Juridische plan beschrijving .................................................................................................................. 40 4.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 40 4.2 Toelichting op de planregels ............................................................................................................................. 40 4.3 Bestemmingen .................................................................................................................................................. 40
5 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 45 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 46 6.1 Vooroverleg ....................................................................................................................................................... 46
3
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Voorliggend verzamelplan heeft betrekking op enkele locaties binnen de gemeente Stichtse Vecht. In een verzamelplan worden meerdere locaties gebundeld in een bestemmingsplan en voorzien van een passende bestemming. Er is gekozen voor een verzamelplan om de verschillende bestemmingsplannen beter aan te laten sluiten met de vigerende planologische regelingen, zodat de juiste regeling straks opgenomen wordt in het Omgevingsplan en één vaststellingsproces te hebben. Voor de verschillende locaties zijn al eerder aanvragen gedaan bij de gemeente Stichtse Vecht. Hierop is instemmend gereageerd door de gemeente Stichtse Vecht. Vervolgens zijn voor de verschillende initiatieven ruimtelijke onderbouwingen opgesteld. Hierin worden de planologische mutaties ruimtelijk gemotiveerd. Dit bestemmingsplan bundelt al deze onderbouwingen en voorziet ze van de passende juridische regeling.
1.2 Ligging Het plangebied bestaat uit 10 specifieke locaties verspreid over de gemeente Stichtse Vecht. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de betreffende locaties weergegeven.
5
Overzicht specifieke locaties in Verzamelplan Stichtse Vecht 2022 (Buro SRO, bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het betreft de volgende locaties: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Kanaaldijk Oost 8 & 9 in Nigtevecht Spengen 2 in Kockengen Rijksstraatweg 171 in Loenen a/d Vecht (Golfbaan) Lutgerslaan 13 in Loenen a/d Vecht Gageldijk 29-41 & Herenweg 19b in Maarssen Vreelandseweg 27/27a in Loenen a/d Vecht Nigtevechtseweg 108-ws en naast 120-ws in Vreeland Klompweg 74/74a/76a in Nigtevecht Machinekade 17 in Maarssen
6
1.3 Geldende planologische regimes Voor de locaties die deel uitmaken van het plangebied gelden verschillende planologische regimes. In onderstaande tabel is per locatie weergegeven wat het geldende bestemmingsplan is.
1.
Locatie Kanaaldijk Oost 8 & 9 in Nigtevecht
Planologisch regime Landelijk gebied Noord
2.
Spengen 2 in Kockengen
Landelijk gebied West
3.
Landelijk gebied Noord
4.
Rijksstraatweg 171 in Loenen a/d Vecht (Golfbaan) Lutgerslaan 13 in Loenen a/d Vecht
5.
Gageldijk 29-41 & Herenweg 19b in Maarssen
Herenweg-Gageldijk e.o.
6.
Vreelandseweg 27/27a in Loenen a/d Vecht
Landelijk gebied Noord
7.
Nigtevechtseweg ws in Vreeland
De Vecht (ontwerp) Landelijk gebied Noord
8.
Klompweg 74/74a/76a in Nigtevecht
Landelijk gebied Noord
9.
Machinekade 17 in Maarssen
Landelijk gebied Maarssen
108-ws
en
naast
120-
Cronenburgh
Vastgesteld 03-122015 30-092014 03-122015 21-092011 01-072014 03-122015 10-012020 03-122015 03-122015 17-122013
Voor het onderdeel archeologie geldt verder voor de gehele gemeente Stichtse Vecht de archeologische verwachtingen en beleidskaart, vastgesteld op 30 oktober 2012 door de gemeente Stichtse Vecht. De op de beleidsadvieskaarten gegeven archeologische waarden zijn in de diverse plannen opgenomen middels dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie'
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 3 worden de verschillende ontwikkelingen beschreven. In hoofdstuk 4 de juridische planbeschrijving opgenomen. Tot slot is in hoofdstuk 5 de economische uitvoerbaarheid van dit plan beschreven en in hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan beschreven.
7
2 Beleid Het bestemmingsplan omvat verschillende nieuwe ontwikkelingen en initiatieven. Voor de initiatieven is in een eerdere fase een ruimtelijke onderbouwing ingediend bij de gemeente. In deze ruimtelijke onderbouwingen zijn de initiatieven uitgebreid getoetst aan het van toepassing zijnde beleid bij dit initiatief. Deze ruimtelijke onderbouwingen zijn als bijlage (bijlagen bij toelichting) bij dit bestemmingsplan toegevoegd en kan de toetsing van het van toepassing zijnde beleid worden geraadpleegd.
8
3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe ontwikkelingen Het verzamelplan heeft betrekking op 9 nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Stichtse Vecht. De beoogde ontwikkelingen passen niet binnen de mogelijkheden van de geldende bestemmingsplannen. De initiatiefnemers hebben in een eerder stadium ruimtelijke onderbouwingen danwel aanvragen omgevingsvergunningen ingediend bij de gemeente Stichtse Vecht. In toelichting paragraaf 3.1 worden per initiatief de huidige situatie en de beoogde situatie beschreven, vervolgens worden de haalbaarheidsaspecten behandeld. In de bijlagen bij toelichting zijn de volledige toelichtingen van ieder afzonderlijk initiatief opgenomen.
3.1.1 Kanaaldijk Oost 8 & 9, Nigtevecht 3.1.1.1 Planomschrijving De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe jongveestal en machineberging te bouwen. Het bouwvlak is met de huidige bebouwing en bij het bedrijf behorende voorzieningen echter reeds vrijwel volledig benut en biedt niet voldoende ruimte voor een verdere uitbreiding van het bedrijf ter plaatse. Om de gewenste nieuwbouw mogelijk te maken is een vergroting van het bouwvlak ter plaatse noodzakelijk. Daarnaast staat de tweede bedrijfswoning niet meer ten dienste van het agrarisch bedrijf. De tweede bedrijfswoning wordt daarom omgezet in een plattelandswoning. De planlocatie is gelegen aan de Kanaaldijk Oost 8 & 9 en ligt aan de westelijke kant net buiten de kern van Nigtevecht in het landelijk gebied van de gemeente Stichtse Vecht. Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van de planlocatie.
9
Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De huidige bedrijfsbebouwing ter plaatse is reeds verouderd en aan renovatie toe. Daarmee voldoet de huidige bedrijfsbebouwing niet aan alle eisen vanuit de wet- en regelgeving. Daarnaast ontbreekt ter plaatse een goede berging voor tractoren, landbouwvoertuigen en landbouwmachines en is geen goede kalverenstal aanwezig. Initiatiefnemer wenst een nieuwe jongveestal op te richten om zo voldoende ruimte te hebben voor opslag en berging van landbouwvoertuigen en machines.
3.1.1.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Landelijk gebied Noord', vastgesteld op 03-12-2015 door de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht. De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch met waarden' een deel van deze bestemming is voorzien van een bouwvlak, waarbinnen de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' geldt en de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden: 2'. Daarnaast geldt ook een aantal dubbelbestemmingen: 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde - Cultuurhistorie 3' & 'Waarde - Cultuurhistorie 4'. Onderstaande afbeelding laat een uitsnede van de verbeelding zien.
10
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Landelijk gebied Noord', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De voorgenomen ontwikkeling kan niet mogelijk worden gemaakt door toepassing van een in het geldende bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Dit gezien de uitbreiding meer dan 25% betreft, echter voldoet de ontwikkeling wel op de overige punten. Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn specifieke voorwaarden verbonden waaraan met de voorgenomen ontwikkeling moet worden voldaan. Daarnaast wordt met dit plan de tweede bedrijfswoning omgezet in een 'plattelandswoning', hiervoor is binnen het geldende bestemmingsplan geen afwijkingsmogelijkheid en/of wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De bedrijfswoning wordt omgezet in een plattelandswoning op basis van de Wet plattelandswoningen. Derhalve past de voorgenomen ontwikkeling niet binnen de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan.
3.1.1.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, het uitbreiden van een agrarisch bedrijf met een jongveestal en berging in de vorm van een nieuw gebouw van circa 375m², daarnaast de omzetting van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de
11
Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een uitbreiding van het aantal te houden dieren. Vanuit de Dlijst uit de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage geldt een drempelwaarde voor een toename met 200 melk-, kalf en of zoogkoeien of 340 stuks jongvee. De voorgenomen ontwikkeling betreft een project van geringe omvang. Het aantal te houden dieren zal de drempelwaarden voor een m.e.r.beoordelingsplichtige omvang niet overschrijden. Er zijn geen andere projecten in de omgeving bekend die leiden tot cumulatieve effecten. De locatie is niet gelegen in een gebied dat, gelet op de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde kwetsbaar is voor een nieuwe kleinschalige invulling van een bestaand erf.Er zullen geen natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden geschaad. De potentiële effecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn zeer gering en lokaal. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de ontwikkeling die met dit project wordt mogelijk gemaakt in voldoende mate is afgewogen en geen nadelige effecten zijn te verwachten, waarmee de voorgenomen ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Milieuzonering t.a.v.
de uitbreiding: Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van uitbreiding van het bouwvlak voor een melkveehouderij. Ten aanzien van een melkrundveehouderij zijn in de handreiking de volgende richtafstanden opgenomen:
• • • •
Geur: 100 meter. Stof: 30 meter. Geluid: 30 meter. Gevaar: 0 meter.
Het dichtstbijzijnd gevoelig object bevindt zich op een afstand van ongeveer 60 meter (gemeten van rand bouwvlak tot rand bouwvlak gevoelig object te Klein Muiden 15). Hiermee wordt niet aan de gestelde richtafstanden op het gebied van geur voldaan. Echter blijkt de toetsing aan het aspect Geur dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige hinder wordt veroorzaakt aan gevoelige objecten in de omgeving. Naast het feit dat een ruimtelijke ontwikkeling geen onevenredige hinder aan gevoelige objecten in de omgeving mag veroorzaken mag deze ook niet leiden tot beperkingen van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven, functies en bestemmingen. Dit is echter vooral van belang wanneer sprake is van het oprichten van nieuwe gevoelige objecten. t.a.v. de plattelandswoning: Bij de voorgenomen ontwikkeling zal een bedrijfswoning worden omgezet in een plattelandswoning. Dit betreft een gevoelig object. Echter verandert er niets voor derden ten opzichte van de huidige situatie. Het beschermingsniveau van een bedrijfswoning of een plattelandswoning is hetzelfde ten opzichte van derden. Hiermee zullen omliggende bedrijven, functies en bestemmingen t.o.v. de huidige situatie door het toekennen van een aanduiding 'plattelandswoning' niet in de ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Geur Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een melkveehouderij.
Voor melkkoeien en jongvee zijn geen geuremissiefactoren vastgelegd. Dit betekent dat voor de gewenste ontwikkeling de vaste afstanden aangehouden dienen te worden. Het dichtstbijzijnd geurgevoelig object (Klein Muiden 15) is gelegen op een afstand van ongeveer 115 meter (gemeten van emissiepunt tot gevel gevoelig object). Het gevoelige object is gelegen binnen de bebouwde kom, op basis van de gemeentelijke verordening geldt een minimale afstand van 50 meter. Hiermee wordt aan de vaste afstanden voldaan en zal geen sprake zijn van een onevenredige geurhinder aan gevoelige objecten in de omgeving.
12
Geluid De huidige bedrijfswoning is reeds een geluidgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. Aangezien er geen nieuw geluidgevoelig object wordt gerealiseerd, de bedrijfswoning niet wordt verbouwd en omdat zowel de Wet geluidhinder als de Wet milieubeheer geen bepalingen bevatten over het ‘omzetten’ van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning, is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. In de ‘Wet plattelandswoningen’ is geregeld dat een plattelandswoning geen bescherming behoeft tegen geluid, afkomstig van het agrarisch bedrijf waar de woning toe behoort. De geluidsbelasting van de veehouderij waartoe de plattelandswoning behoort wordt in de akoestische beoordeling dan ook niet meegenomen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het oprichten van mogelijk geluidshinder veroorzakende inrichtingen of installaties. Tevens zal het aantal verkeersbewegingen niet in onevenredige mate toenemen. Hiermee zal geen sprake zijn van een onevenredige toename van de geluidsoverlast aan gevoelige objecten in de omgeving. Externe veiligheid Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Amsterdam-Breukelen. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op een afstand van meer dan 200 meter van het spoor, is een beknopte verantwoording van het groepsrisico opgenomen.
3.1.2 Spengen 2, Kockengen 3.1.2.1 Planomschrijving Initiatiefnemer is voornemens op het perceel Spengen 2 te Kockengen, het hoofdgebouw in twee woningen (verticaal) te splitsen en de bestaande zomerwoning om te zetten in een reguliere woning. Alle woningen zullen beschikken over een tuin. Het plangebied is gelegen aan het perceel Spengen 2 te Kockengen. Dit is gelegen in een lintbebouwing in een gemengd gebied met een woonbestemming. Op het perceel is een hoofdgebouw, een zomerwoning, een zwembad en een aantal bijgebouwen gelegen. Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van de planlocatie.
13
Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het bestaande hoofdgebouw een karakteristieke woning wordt binnen de bestaande contouren verticaal gesplitst waardoor er twee reguliere woningen ontstaan. De zomerwoning wordt omgezet in een reguliere woning.
3.1.2.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Landelijk gebied West', vastgesteld op 30-09-2014 door de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht. De gronden hebben de bestemming 'Wonen' en zijn volledig voorzien van een bouwvlak, waarbinnen twee keer de bouwaanduiding 'karakteristiek' geldt. Daarnaast gelden ook de dubbelbestemmingen: 'Waarde - Archeologie 2' & 'Waarde - Archeologie 4'. Onderstaande afbeelding laat een uitsnede van de verbeelding zien.
14
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Landelijk gebied Noord', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In het geldende bestemmingsplan is onder artikel 20.8 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee onder voorwaarde de bestemming van het perceel gewijzigd kan worden in de zin dat het hoofdgebouw met de aanduiding karakteristiek verticaal kan worden gesplitst in twee woningen (lid b) en een zomerwoning permanent bewoond mag worden (lid c). Deze wijzigingsbevoegdheid maakt de voorgenomen ontwikkeling mogelijk als aan de gestelde voorwaarde wordt voldaan.
3.1.2.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, het verticaal splitsen van het hoofdgebouw in twee reguliere woningen en het omzetten van de zomerwoning naar een reguliere woning, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. Het voorliggende plan voorziet in de splitsing van een woning in twee woningen en de omzetting van een zomerwoning in een permanente woning. Per saldo worden er twee woningen toegevoegd. Met het initiatief zijn geen werkzaamheden beoogd waarmee de bebouwing toeneemt. Daarmee is het initiatief niet aan te merken als een activiteit die valt onder uit bijlage D van het Besluit m.e.r.
Het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.
15
Geluid Reguliere woningen zijn geluidgevoelige objecten volgens de Wet geluidhinder. De woningen liggen binnen de geluidszonering van de N401. De hoogst berekende waarde voor de hoofdwoning (incl. aftrek Art. 110g Wgh) is afkomstig van het verkeer op de N401 en bedraagt 50 dB op de gevel(s) van de hoofdwoning op de 1e verdieping. Op de begane grond bedraagt deze 48 dB. De hoogst berekende waarde voor de zomerwoning (incl. aftrek Art. 110g Wgh) is afkomstig van het verkeer op de N401 en bedraagt 49 dB op de gevel(s) van de zomerwoning op de 1e verdieping. Dit betekent dat er hogere waarden moeten worden vastgesteld voor deze nieuwe woningen. Bodem De ontwikkeling heeft betrekking op een functiewijziging binnen de bestaande bebouwing waarvoor al een woonbestemming geldt. Hierdoor kan er geconcludeerd worden dat een nader bodemonderzoek niet vereist is en het terrein vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt is voor het beoogde gebruik. Milieuzonering Het perceel Spengen 2 is gelegen aan een lint met voornamelijk woonbestemmingen. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf is Spengen 7a te Kockengen. Dit perceel heeft een agrarische bestemming, de bebouwing op het perceel is op een afstand van ca. 240 meter gelegen ten opzichte van het plangebied.
Het perceel is gelegen buiten de bebouwde kom waardoor een vaste richtafstand van 50 meter geldt (artikel 4b Wet geurhinder en veehouderij). Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering bestaan geen belemmeringen voor het realiseren van voorliggende ontwikkeling. Externe veiligheid Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van:
•
De spoorlijn Breukelen - Gouda
Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op een afstand van meer dan 200 meter van het spoor, is een beknopte verantwoording van het groepsrisico opgenomen.
•
De provincialeweg N401
Omdat het plangebied binnen 200 meter van de weg ligt, is het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) verantwoord.
3.1.3 Rijksstraatweg 171, Loenen aan de Vecht 3.1.3.1 Planomschrijving Aan de Rijksstraatweg 171 te Loenen aan de Vecht ligt een golfbaan, Old Course Loenen tussen de dorpskern van Loenen en het Amsterdam-Rijnkanaal. Golfclub Old Course Loenen en Stichting Golfbaan Loenen hebben bij de gemeente een verzoek ingediend om de golfbaan uit te kunnen breiden. Hiertoe zijn een aantal agrarische percelen beoogd ten zuiden van de golfbaan en ten westen van het dorp. De golfbaan zal met de uitbreiding van 14 ha een uiteindelijke oppervlakte van 38 ha beslaan. Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van het plangebied.
16
Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd, bestaande Golfbaan Old Course blauw omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.1.3.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Landelijk gebied West', vastgesteld op 30-09-2014 door de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht. Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘agrarisch met waarden’, daarnaast heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - cultuurhistorie 1' en 'Waarde Archeologie 4'. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weer.
17
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Cronenburg', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Binnen de agrarische bestemming is de ontwikkeling van een sportvoorziening zoals een golfbaan niet toegestaan. De ontwikkeling kan planologisch mogelijk gemaakt worden door middel van het wijzigen van de bestemming.
3.1.3.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, het uitbreiden van een golfbaan met 14 ha, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. Voorliggend plan valt in categorie D10 ‘de aanleg van recreatieve of toeristische voorzieningen’. Een m.e.r. is nodig bij de ontwikkeling van een golfbaan in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op gronden met een andere dan agrarische bestemming en op een golfbaan die:
• • •
een oppervlakte beslaat van meer dan 50 hectare een oppervlakte beslaat van meer dan 20 hectare in een gevoelig gebied 18 holes of meer heeft.
18
Het plan overschrijdt de getalsmatige grenzen van het Besluit m.e.r. (kolom C en D) niet. Onderhavig plangebied is 13.7 hectare groot en ligt niet in een gevoelig gebied. Het eerste deel van het plan betreft een uitbreiding met 3 additionele holes. Het plan zet een deel van de bestemmingen om van ‘Agrarisch’ naar ‘Sport’ om een toekomstige uitbreiding ook alvast mogelijk te maken. Het totale plangebied van de golfbaan komt hiermee op ca. 38 ha. Dit betekent dat er volstaat wordt met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor voorliggend plan kan op basis van de bijgevoegde toelichting, met de beschrijving van het plan in hoofdstuk 2 en de milieutechnische uitvoerbaarheid in hoofdstuk 4 voldoende inzicht gegeven worden in de kenmerken, plaats en de potentiële milieugevolgen van het plan. De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Bedrijven en milieuzonering Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een golfbaan. Een golfbaan valt in de VNG-brochure onder categorie 931.H (2008). Golfbanen vallen in milieucategorie 1 en hebben een richtafstand van 10 meter tot gevoelige bestemmingen. Aan alle zijden van het plangebied zijn geen gevoelige bestemmingen te vinden binnen een zone van 10 meter.
Tevens vormt het inpassen van de bestemming voor omliggende bedrijven geen probleem omdat deze op ruime afstand van het plangebied liggen. Daarnaast vormt het aspect spuitzones geen belemmering omdat in de bestaande situatie op de aangrenzende gronden geen fruitteelt is toegestaan. Het aspect Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor voorliggend plan. Ecologie Voorliggend plan betreft de uitbreiding en aanleg van een golfbaan. Hiervoor worden de agrarische gronden getransformeerd en zullen watergangen vergraven worden. Het vergraven van de watergangen kan voor beschermde soorten nadelige effecten opleveren. Om dit goed te beoordelen is er in 2019 een Ecologische QuickScan uitgevoerd. Het plangebied vormt leefgebied van enkele algemeen voorkomende beschermde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Grond- en graafwerkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep kunnen deze soorten treffen. Het gaat om soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffing is dus niet nodig. Wel dient invulling te worden gegeven aan de zorgplicht. Hiervoor zijn in de notitie aanbevelingen opgesteld. Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor voorliggend plan. De voorwaarden vanuit de zorgplicht als opgenomen in de notitie zullen opgevolgd worden.
Effecten van de voorgenomen ingreep op het Natura 2000-gebied de Oostelijke Vechtplassen kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Bij voorgenomen planontwikkeling wordt een golfpark uitgebreid met ca. 14 ha. Het plangebied ligt niet in of naast een natuurgebied. Op ongeveer 1 km afstand ligt het Natura 2000-gebied de Oostelijke Vechtplassen en verder liggen de natuurgebieden Botshol en Naardermeer op respectievelijk 6 en 10 km afstand. Om deze reden is een stikstofberekening uitgevoerd voor de toename van het autoverkeer in de gebruiksfase van de golfbaan. Het aantal vervoersbewegingen in de gebruiksfase is gebaseerd op de verkeersgeneratiecijfers van het CROW. Voor een 18 holes golfbaan van 60 ha in het buitengebied is een verkeersgeneratie van 211,5 ritten bepaald. Voorliggende golfbaan beslaat incl. de uitbreiding 38 ha. Voor de gebruiksfase van de golfbaan komt het aantal voertuigbewegingen van en naar de planlocatie op: 38ha/60ha = 0,63, 0,63*211,5 = 133,95 vervoersbewegingen per etmaal. In de calculator worden de vervoersbewegingen van de golfbaan als licht verkeer per dag ingevoerd. De conclusie van de Aeriusberekening is dat er geen overschrijding is van de norm van 0,00 molha/j op nabijgelegen Naturagebieden. Het aspect Natuurgebieden vormt op basis van bovenstaande conclusies geen belemmering voor voorliggend plan.
Archeologie en cultuurhistorie Op de archeologische waardenkaart van de gemeente staat dat het overgrote merendeel van de gronden archeologisch lage waarden heeft. Het gedeelte met de lage archeologische waarden is in het vigerende
19
bestemmingsplan ook geen dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen. Op het gedeelte van de gronden waar de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 aangegeven is mag er niet meer dan 500 m2 of dieper dan 0,3 m worden gegraven. Er wordt nagestreefd om ter plaatse van de aanduiding Waarde – Archeologie 4 niet in de grond graafwerkzaamheden uit te voeren. Ter plaatse van deze aanduiding is, afhankelijk van het definitieve inrichtingsplan, eventuele kustmatige ophoging wel mogelijk. Ophoging zal de archeologische waarden niet aantasten. Met dit uitgangspunt wordt archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. In voorliggend bestemmingsplan is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 opgenomen om bij toekomstige planontwikkelingen deze waarden altijd afdoende te blijven beschermen. Verder hebben de gronden een cultuurhistorische dubbelbestemming in verband met de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Volgens de kaart 15 van de provinciale omgevingsvisie valt het plangebied niet in een zone met specifieke elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie met een beschermde status. Daarnaast zijn de gronden van het plangebied aangeduid als ‘agrarisch met waarden’, waarbij het behoud en versterking van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden belangrijk zijn.
In voorliggend plan wordt bij de herinrichting van het gebied aangesloten op de bestaande verkavelingsstructuur van het cultuurhistorische polderlandschap. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor voorliggend plan. Externe veiligheid Het plangebied of de nieuwe bestemming ligt niet binnen het invloedsgebied van Bevi-inrichtingen, de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen en het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt binnen de toetsingszones van transportroutes voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, water of het spoor en daarvoor is verantwoord dat er geen sprake is van een significante toename van het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Water Aan de oost- en westzijde van het plangebied liggen primaire watergangen, deze liggen echter niet in het plangebied. Hier liggen enkel secundaire en tertiaire watergangen. In principe worden in het plan slechts twee watergangen die van oost naar west lopen behouden. De overige watergangen zullen gedempt of vergraven worden. De gedempte watergangen worden elders in het plangebied gecompenseerd door middel van open water. Het vergraven van het water, het aanleggen of verwijderen van bruggen en dammen zal in overleg met het waterschap gebeuren.
Waarvoor een watervergunning nodig is zal deze aangevraagd worden. Het hemelwater kan op de golfbaan ter plaatse worden opgenomen of naar de sloten worden afgevoerd. Door voorgenomen planontwikkeling vindt er geen significante toename van verharding plaats die de afvoer van hemelwater zou kunnen verminderen of belemmeren. De waterparagraaf zal worden voorgelegd aan het waterschap.
3.1.4 Lutgerslaan 13, Loenen aan de Vecht 3.1.4.1 Planomschrijving Initiatiefnemer is voornemens om een overtuin bij het hoofdperceel van Lutgerslaan 13 in Loenen aan de Vecht te betrekken. De overtuin is reeds in eigendom van de initiatiefnemer en kadastraal gesplitst van het oorspronkelijke bouwperceel Rijksstraatweg 99 te Loenen aan de Vecht. Planologisch behoort de overtuin echter nog tot het perceel Rijksstraatweg 99. Hierdoor wordt het gebruik van de overtuin gerelateerd aan het woongebruik op het perceel Lutgerslaan 13. Bebouwing dat op de overtuin wordt opgericht kan dan ook worden gebruikt ten dienste van het hoofdgebouw op het perceel Lutgerslaan 13. Dat is niet het geval als de planologische relatie niet wordt gelegd. Toegang tot het perceel zal via een brug gaan tussen de percelen. De bestemming 'Water' staat alleen bruggen toe daar waar op de verbeelding de bouwaanduiding "brug" is opgenomen. Dit ter voorkoming van wildgroei aan bruggen, die veelal vergunningsvrij opgericht kunnen worden als de bestemming 'Water' dergelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde zou toestaan. Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van de planlocatie.
20
Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.1.4.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Cronenburgh', vastgesteld op 26-10-2010 door de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht. De gronden hebben de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'bijgebouwen'. De sloot tussen de overtuin en het perceel Lutgerslaan 13 is bestemd voor 'Water'. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weer.
21
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Cronenburg', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het bebouwen of gebruiken van de overtuin bij het perceel Lutgerslaan 13 is in strijd met het bestemmingsplan omdat het perceel functioneel en planologisch bij het hoofdgebouw op het perceel Rijksstraatweg 99 hoort. Kadastrale splitsingen veranderen die juridische situatie. Om de overtuin planologisch onderdeel uit te laten maken van het perceel Lutgerslaan 13 moet een ruimtelijke procedure worden gevolgd. Een omgevingsvergunning verandert het onderliggende bestemmingsplan niet. Om die reden is ervoor gekozen een bestemmingsplanprocedure te doorlopen. Dan zijn ook het gebruik en de bebouwingsmogelijkheden van de overtuin voor de toekomst op juiste wijze geborgd. In het bestemmingsplan worden voorts aanduidingen opgenomen om bouwrechten te genereren, enerzijds voor een bijgebouw en anderzijds het realiseren van een brug.
3.1.4.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, het bij het hoofdperceel betrekken van een overtuin en het realiseren van een bijgebouw, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. De voorliggende ontwikkeling betreft de mogelijkheid tot realisatie van een bijgebouw behorende bij een bestaande woning. Het vigerende bestemmingsplan laat al een bijgebouw toe ten behoeve van wonen. Het voornemen is vanwege de geringe schaal en de beperkte planologische wijziging niet aan te merken als een
22
'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Er is dan ook geen aanleiding om een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Bodem Door het bestemmingsplan wijzigt de bestemming niet. Ook met het bestaande gebruik moet al sprake zijn van een bodemhygiëne die geschikt is voor woongebruik. Dat verandert met het bestemmingsplan niet. Op de overtuin mogen thans ook bijgebouwen worden opgericht. Dat is na vaststelling van dit bestemmingsplan niet anders. Bodemonderzoek is daarom niet vereist. Geluid De wens is om het recht en de mogelijkheden te behouden tot het realiseren van een mantelzorg verblijf in het bijgebouw aan de achterzijde van het perceel (de overtuin). Om dit mogelijk te maken is op verzoek van de gemeente een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het bijgebouw voldoet aan het geluidbeleid en dat het plan in aanmerking komt voor hogere grenswaarden op basis van de Wet geluidhinder. Het advies is om voor de N402 een hogere waarde vast te stellen. Tevens is het wel aan te bevelen een geluidsscherm / schutting van 2,5 m hoog mogelijk te maken. Dit zal de leefbaarheid en het comfort in de overtuin verhogen. Water Het initiatief voorziet in de aanleg van een brug over de sloot tussen het perceel lutgerslaan 13 en de overtuin.
Volgens de Keur is het verboden om werken te realiseren bij of over primaire of secundaire wateren. Het gaat hier om duikers, dammen, bruggen, steigers, beschoeiing, voorzieningen voor schaatsers of recreatievaart en dergelijke. In het plangebied ligt een secundaire watergang. Deze is niet geschikt en/of aangewezen als vaarweg. Belemmering van vaarverkeer is niet aan de orde. Over de watergang liggen tevens al enkele bruggen. Deze zorgen al voor beperkingen voor onderhoud via het water. Onderhoud langs de waterkant blijft mogelijk. Het is daarmee voor wat betreft de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan de verwachting dat de watervergunning voor de brug kan worden verleend. Op grond van de Keur en de beleidsregels is het verboden is om meer dan 1000 m2 aan oppervlakteverharding te realiseren zonder vergunning van het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden. Het voorliggende initiatief voorziet in geringe toename van bebouwing (75 m2). Eventueel kan een (half)verharding ten behoeve van het toegangspad naar het bijgebouw worden aangelegd, maar gelet op de grootte van het perceel is ook dan geen compensatie nodig. De realisatie van een mossedumdak heeft een positief effect op het waterbergend vermogen: water wordt vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater.
Uit de beschreven watertoets blijkt dat er voor de uitvoerbaarheid van het project heeft belemmeringen zijn op het aspect waterhuishouding.
3.1.5 Gageldijk 29 & Herenweg 19b, Maarssen 3.1.5.1 Planomschrijving Initiatiefnemer is voornemens om het perceel aan de Herenweg 19b te Maarssen te herstructureren in combinatie met de aanpassing van het perceel Gageldijk 29 te Maarssen. Het perceel Herenweg 19b te Maarssen heeft een Agrarische bestemming met o.a. een functieaanduiding glastuinbouw. In het verleden was hier een tuindersbedrijf gevestigd. Het perceel bestond uit een bedrijfswoning, een loods van circa 140m2 en een kas van circa 5800 m2. Initiatiefnemer heeft de beschikking over 5600m2 aan kassen en is met de eigenaar overeengekomen dat deze kassen mogen worden gesloopt waarbij de bestemming wordt omgezet naar sec een agrarische functie. De huidige eigenaar die inmiddels is gestopt wil graag blijven wonen in de bedrijfswoning en een klein gedeelte van de oorspronkelijke kas circa 200 m² behouden als hobbykas. Het overige deel van de kas is in overleg met de gemeente na een akkoord op een principe verzoek inmiddels gesloopt. Hiermee wordt de
23
ruimtelijke kwaliteit op deze locatie verbeterd. Initiatiefnemer wil deze bedrijfsbestemming in het kader van de ruimte voor ruimte regeling gebruiken voor verruiming van de bestemming bij het bedrijf Gageldijk 29. Een bestaand onderhoudsbedrijf aan de Tuinbouwweg 29a te Maarssen wil hij voegen bij het caravanstallingsbedrijf. Onderstaande afbeeldingen tonen de begrenzing van de planlocaties.
Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: topotijdreis.nl (luchtfoto 2018)
24
Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.1.5.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Herenweg-Gageldijk', eerste vaststelling op 01-07-2014 door de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de volgende bestemmingen, per locatie: Herenweg 19b, Maarssen Het perceel heeft de bestemming “Agrarisch”. Daarnaast zijn de volgende dubbelbestemmingen en aanduidingen van toepassing:
• • • •
Waarde: Archeologie 2 en 5 Waarde: Cultuurhistorie (Nieuwe Hollandse Waterlinie) Functieaanduiding glastuinbouw Milieuzone- grondwaterbeschermingsgebied
25
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Herenweg-Gageldijk', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Op deze locatie is het glastuinbouwbedrijf stop gezet en zijn de opstallen inmiddels ook geamoveerd. Het bouwvlak en de aanduiding glastuinbouw worden wegbestemd bij de agrarische bestemming. De gesloopte meters kunnen in het kader van de ruimte voor ruimte regeling worden gebruikt voor de wijzigingen aan het plangebied aan de Gageldijk 29. Gageldijk 29, Maarssen Het perceel heeft de bestemmingen “Agrarisch” dubbelbestemmingen en aanduidingen van toepassing:
• • • •
en
“Tuin”.
Daarnaast zijn
de
volgende
Waarde: Archeologie 2 en 4 Waarde: Cultuurhistorie (Nieuwe Hollandse Waterlinie) Bouwvlak Functieaanduidingen glastuinbouw en specifieke vorm van agrarisch – vab -caravanstalling.
26
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Herenweg-Gageldijk-geconsolideerd', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het Caravan Onderhoudsbedrijf (nu gevestigd op de Tuinbouwweg) is een verlengstuk van het caravanstallingsbedrijf. Door dit bedrijf op dezelfde locatie als de stalling te vestigen zijn er verschillende voordelen te behalen: veel minder transportbewegingen van en naar de Tuinbouwweg en een efficiëntere aansturing en inzetbaarheid van personeel, stalling en onderhoud. Het onderhoudsbedrijf wordt planologisch gefaciliteerd in de bestaande bebouwing met een oppervlakte van circa 1.000 m².
3.1.5.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, herstructurering van het perceel Herenweg 19b en aanpassingen aan het perceel Gageldijk 29, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. Het voorliggende plan voorziet in het saneren van agrarische kassen aan de Herenweg waarmee het mogelijk wordt om aan de Gageldijk de bedrijfsmogelijkheden beperkt uit te breiden. Een dergelijke ontwikkeling wordt niet benoemd in bijlage D van het Besluit m.e.r. Het voorliggende plan is daarmee niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.
27
Geluid De ontwikkeling maakt de verruiming van bedrijfsactiviteiten mogelijk aan de Gageldijk. Hierbij wordt extra geluidbelasting veroorzaakt op geluidgevoelige objecten (woningen) in de omgeving. Om te bepalen of het plan binnen de wettelijke normen t.a.v. geluidhinder blijft is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door HGO advies d.d. 7 november 2019. De Langtijdgemiddelde (LAr,LT) bijdrage ten gevolge van de activiteiten van de inrichting op de omliggende woonbebouwing bedraagt maximaal 43 dB(A) gedurende de dagperiode. De activiteiten van de inrichting voldoen hiermee aan de geluidnormering Activiteitenbesluit zijnde 50 dB(A). De geluidsbelasting LAmax ten gevolge van de activiteiten van de inrichting op woningen in de omgeving bedraagt maximaal resp. 67 dB(A) in de dag- en avondperiode ten gevolge van het sluiten van portieren op de parkeerplaats. Hiermee wordt niet voldaan aan de geluidnormering voor de avondperiode van het Activiteitenbesluit zijnde 65 dB(A). Een mogelijke mitigerende maatregel is om schermen ter plaatse van de parkeerplaats op te richten. Echter kan dit als niet doelmatig worden beschouwd. Het relevante toetspunt op de achtergevel van de woning Gageldijk 31 ondervindt van de eigen bedrijfsactiviteiten (transport met vrachtwagens langs deze woning) reeds een veel hoger piekniveau tot max. 82 dB(A).
Gelet op deze conclusie is de piek bijdrage van de caravanstalling nagenoeg verwaarloosbaar met uitzondering van de avondperiode (1/2 uur op de zondagavond gedurende het seizoen). Verzocht wordt dan ook om de overschrijding van 2 dB(A) gedurende deze specifieke periode in de avond middels een verruiming van deze pieknormering (maatwerkvoorschrift) te reguleren. De inrichting zal hiervoor een verzoek indienen. Hierbij kan nog steeds worden gesproken van een goede ruimtelijke ordening. Bedrijven en milieuzonering Op de locatie Herenweg 19b Maarssen wordt de bestemming van 'Agrarisch' met een functieaanduiding 'Glastuinbouw' gewijzigd naar enkel een agrarische bestemming. De functieaanduiding en het bouwvlak vervallen, de milieucategorie blijft categorie 2. Dit is een positieve ontwikkeling voor de omgeving. Op de locatie Gageldijk 29 Maarssen wordt binnen een bestaand gebouw een onderhoudswerkplaats voor caravans, campers (niet motorisch) en dergelijk mogelijk gemaakt. Caravanstalling en onderhoud valt onder de SBI-code 45.194: 'Handel en reparatie van caravans'. Het betreft dan een categorie 2 bedrijf. Hiervoor geldende de richtafstand van 30 m in een rustige woonwijk en 10 m in gemengd gebied. Het plangebied is aan te merken als gemengd gebied, waarbij de afstand tot de bestaande woningen groter is dan de richtafstand van 10 meter.
Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering en de te hanteren minimale richtafstand van 10 m bestaan geen belemmeringen voor het realiseren van het bestemmingsplan en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
3.1.6 Vreelandseweg 27/27a, Loenen aan de Vecht 3.1.6.1 Planomschrijving Op dit moment is er op het perceel Vreelandseweg 27/27a te Loenen aan de Vecht sprake van één planologisch perceel met daarop één agrarisch bedrijf; te weten een productiegerichte paardenhouderij en twee bedrijfswoningen. Daarnaast bevindt zich op het westelijk deel van het perceel een paardenbak behorend bij de paardenhouderij. Bij de verkoop van de paardenhouderij op 27a is het plangebied in twee delen gesplitst, wat heeft geleid tot de volgende plannen:
•
de eigenaar van de woning Vreelandseweg 27 is niet meer betrokken bij het bedrijf. Daarom is de wens om voor deze woning bewoning door derden mogelijk te maken. Dit is mogelijk door de woning de status plattelandswoning te geven.
•
de eigenaar van het bedrijf is voornemens om de andere bedrijfswoning te vervangen en een aantal meter in de richting van de Vreelandseweg te herbouwen en te vergroten. de eigenaar van het bedrijf wil de mogelijkheid om tijdelijk nachtverblijf voor de professionele paardenverzorgers/paardentrainers mogelijk te maken.
• •
het planologisch vastleggen van de paardenbak door deze binnen het bouwvlak te situeren. Hiertoe dient het bouwvlak vergroot te worden.
28
Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van de planlocatie.
Begrenzing plangebied - plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.1.6.2 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' vastgesteld door de gemeente Stichtse Vecht op 3 december 2015. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Tevens gelden ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde ‐ Archeologie 4', 'Waarde ‐ Cultuurhistorie 1' en 'Waarde ‐ Cultuurhistorie 4' en de functieaanduiding 'paardenfokkerij'. Het bouwvlak dat is aangeduid in het plangebied heeft de maatvoering 'maximaal wooneenheden - 2' en heeft de woning aan de Vreelandseweg nummer 27 de aanduiding karakteristiek. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weer.
29
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Landelijk gebied Noord', plangebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.1.6.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief; het omzetten van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning, het vernieuwen en vergroten van bedrijfswoning 27a en het planologisch vastleggen van de paardenbak binnen het bouwvlak, is voor de aspecten: ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. Er is geen sprake van een activiteit genoemd in het Besluit m.e.r. Omdat het plan niet als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. wordt gezien is een vorm‐vrije m.e.r.‐beoordeling en m.e.r.‐beoordelingsbesluit niet nodig.
Archeologie Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het herbouwen van de bestaande bedrijfswoning een archeologisch onderzoeksrapport ingediend te worden. Uit dit onderzoeksrapport moet blijken dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen om die waarden te behouden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Bedrijven en milieuzonering Een plattelandswoning is ten aanzien van het voormalige eigen bedrijf niet geurgevoelig. Daarbij wordt opgemerkt dat er voor paarden geen geuremissiefactor is vastgesteld omdat de geuruitstoot als zeer gering
30
wordt beoordeeld. Als het gaat om de bedrijfsvoering en toetsing van de geurbelasting door de omliggende bedrijven heeft de status als plattelandswoning geen gevolgen. Omliggende bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Voor paarden geldt in het buitengebied op basis van de Wet geurhinder en veehouderij een vaste afstand van 50 meter vanaf het emissiepunt tot aan de gevel van een geurgevoelig object. Een plattelandswoning hoeft hier echter niet aan te voldoen ten opzichte van het (voormalige) eigen bedrijf. Wel dient sprake te zijn van een voldoende woon‐ en leefklimaat. De huidige paardenstallen staan op circa 45 meter van de woning Vreelandseweg 27 en op meer dan 50 meter van de woning op het erf van Vreelandseweg 28. Het emissiepunt van de stallen (ramen en deuren) ligt voor beide woningen op meer dan 50 meter waarmee aan de vaste afstand uit de Wet geurhinder en veehouderij wordt voldaan. Gezien de huidige bedrijfsgrootte van de paardenhouderij (maximaal 50 paarden), het ontbreken van intensieve veehouderijen in de omgeving, de afstand tot de vaste mestopslag (>95 meter) en de afstand tot het emissiepunt van de stallen ( >50 meter) is er sprake van een aanvaardbare geursituatie ter plaatse van de Vreelandseweg 27.
De plattelandswoning is ten aanzien van het voormalige eigen bedrijf niet geluidsgevoelig, alleen het woon ‐ en leefklimaat dient te worden onderbouwd. Als het gaat om de bedrijfsvoering en toetsing van de geluidsbelasting door de omliggende bedrijven heeft de status als plattelandswoning geen gevolgen aangezien op de woning nu ook al dient te worden getoetst. Ecologie Voor aanvang van de sloopwerkzaamheden (sloop en herbouw bedrijfswoning en sloop van de bestaande eendenkooien) dient een quickscan flora en fauna en eventueel aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Hieruit moet blijken dat significant negatieve effecten op beschermde gebieden en soorten kunnen worden uitgesloten. Externe veiligheid Uit de informatie op de professionele risicokaart (https://nederlandprof.risicokaart.nl) blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van de spoorlijn Amsterdam - Breukelen. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op een afstand van meer dan 200 meter van de spoorlijn is een beknopte verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Voor oprichting van risicobronnen behorende bij de paardenhouderij is een milieumelding of vergunning noodzakelijk waarbij dit aspect wordt onderzocht in relatie tot omliggende woningen. Hierdoor is een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat geborgd voor het aspect gevaar.
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Water Het plangebied is deels gelegen in een beschermingszone van een secundaire kering. De te herbouwen bedrijfswoning komt in deze beschermingszone te liggen. Om werkzaamheden in deze zone uit te kunnen voeren dient een vergunning aangevraagd te worden bij het waterschap. Het toekennen van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - plattelandswoning' en het verruimen van het bouwvlak heeft geen negatieve invloed op het aspect water. Geluid Voor de herbouw van de bedrijfswoning wordt voldaan aan de richtwaarde van 48 dB. De nieuwe bedrijfswoning kan gerealiseerd worden in een acceptabel woon‐ en leefklimaat. Het aspect wegverkeerslawaai staat de ontwikkeling niet in de weg.
3.1.7 Nigtevechtseweg 108-ws en naast 120-ws, Vreeland 3.1.7.1 Planomschrijving In het buitengebied van de gemeente Stichtse Vecht is aan de Vecht, op het adres Nigtevechtseweg nr. 108 te Vreeland een ligplaats ten behoeve van een woonboot aanwezig. Ter plaatse van deze ligplaats bewoont initiatiefnemer met partner een woonboot waarbij initiatiefnemer de aangrenzende oever als tuin gebruikt. Deze oever is in bruikleen en behoort tot de woning gesitueerd aan de Nigtevechtseweg nr. 110. Om de
31
woonboot te bereiken maakt initiatiefnemer gebruik van de entree behorende bij de woning aan de Nigtevechtseweg nr. 110. Wegens het niet verlengen van de huurovereenkomst voor het oevergebruik is initiatiefnemer genoodzaakt om de huidige ligplaats te verlaten en op zoek te gaan naar een alternatief. Hierbij is een alternatieve ligplaats gevonden tussen de herontwikkelingslocatie Nigtevechtseweg nr. 112 en de bestaande ligplaatsenstrook in de Nes, op hemelsbreed circa 400 meter ten noordwesten van de huidige locatie. Op onderstaande afbeelding zijn de oude en nieuwe ligplaats weergegeven.
Begrenzing plangebied - plangebied nieuwe ligplaats blauw omlijnd, oude ligplaats rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.1.7.2 Geldend bestemmingsplan Voor beide deelgebieden geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' vastgesteld door de gemeente Stichtse Vecht op 3 december 2015. De deelgebieden aan de Nigtevechtseweg nr. 108 en de beoogde ligplaats ten oosten van de Nigtevechtseweg nr. 120 hebben onder meer meerdere enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en functieaanduidingen. Tevens zijn voor beide deelgebieden een maatvoering wat betreft het maximum aantal wooneenheden van toepassing. Hieronder wordt systematisch per deellocatie de geldende bestemmingen en (functie)aanduiding weergegeven. Deelgebied Nigtevechtseweg 108
Enkelbestemming - Tuin - Water
Dubbelbestemming - Waarde - Cultuurhistorie 1 - Waarde - Natuur
Nigtevechtseweg naast 120
- Water
- Waarde - Cultuurhistorie 1 - Waarde - Natuur
Onderstaande figuur geeft een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weer.
32
Functieaanduiding - Erf - Specifieke bouw bijgebouwen 2 Woonsch (maximum aantal: 1 Woonsch (maximum aantal: 7
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Landelijk gebied Noord' - plangebied nieuwe ligplaats blauw omlijnd, oude ligplaats rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het verplaatsen van een bestaande woonboot aan de Nigtevechtseweg. Hierbij wordt de woonboot verplaatst van de Nigtevechtseweg nr. 108 naar de beschikbare ruimte ten oosten van de woonboot aan de Nigtevechtseweg nr. 120. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan aangezien de huidige functieaanduiding ‘woonschepenligplaats’ ter plaatse van de Nigtevechtseweg nr. 108 dient te worden wegbestemd waarbij de oever de bestemming ‘Water’ zal krijgen. Tot slot dient de reeds vergunde woonboot aan de noordwestzijde in dit bestemmingsplan te worden meegenomen waardoor de maatvoering van zeven wooneenheden naar acht wooneenheden wordt gewijzigd.
3.1.7.3 Milieu- en omgevingsaspecten Gelet op de aard van het voorliggende initiatief, verplaatsen van een woonboot en toestaan extra ligplaats, is voor de aspecten: archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit externe veiligheid, bedrijf- en milieuzonering geen nader onderzoek nodig. Ter toelichting daarop het volgende: Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Om te beoordelen of een ontwikkeling m.e.r.-plichtig is, wordt er getoetst aan het Besluit m.e.r. De activiteit van het voorliggende plan valt onder onderdeel D 11.2 van het Besluit m.e.r. gezien er sprake is van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Gezien de aard en omvang van het project, het verplaatsen van een bestaande woonboot aan de Vecht, is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.
Tevens blijkt uit hoofdstuk 4.5 van de bijbehorende toelichting dat er geen belangrijk nadelige milieugevolgen zijn, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
33
Externe veiligheid In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele risicovolle inrichtingen in de vorm van propaantaken. Deze liggen allen op ruime afstand van het plangebied. Het plan is uitvoerbaar voor wat betreft externe veiligheid. Bedrijven en milieuzonering Het plangebied wordt aangemerkt als 'rustige woonwijk' c.q. 'rustig gebied', door de ligging in het buitengebied en de aanwezigheid van woonboten, woningen en agrarische gronden. De toekomstige ligplaats ligt in de nabijheid van het voormalige Boskalis terrein waarbij een bedrijfsbestemming van toepassing is. Hierbij is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – aannemersbedrijf 2’ aanwezig. Op basis van de VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ kan dit terrein dan ook worden geschaald onder milieucategorie 3.1 waarbij een richtafstand van 50 meter van toepassing is voor het aspect geluid. De toekomstige ligplaats ligt op circa 20 meter afstand waardoor het binnen de richtafstand. In voorliggende situatie dient echter te worden opgemerkt dat de locatie reeds is bestemd als woonschepenligplaats. Tevens zijn de vrijgekomen bedrijfsgebouwen op het Boskalis terrein aan de oostzijde op circa 300 meter gesitueerd.
Gelet op de terreingesteldheid is het niet aannemelijk dat aan de westzijde van het Boskalis terrein bedrijvigheid gaat plaatsvinden die het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonboot negatief beïnvloedt. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het aspect milieuzonering. Ecologie De ontwikkeling ligt in de nabijheid van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied 'Oostelijke Vechtplassen'. In dit kader is er een stikstofberekening uitgevoerd met betrekking tot de gebruiksfase. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Daarmee is de ontwikkeling in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie niet vergunningplichtig. Het plangebied is gelegen in een Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied. Dit vanwege het feit dat de Vecht onderdeel uitmaakt van het NNN gebied. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'principe. Hierbij zijn er in principe geen ontwikkelingen toegestaan. Bij onderhavig plan wordt een bestaande ligplaats ingenomen en wordt de huidige ligplaats aan de Vecht, eveneens NNN gebied wegbestemd waardoor een verbetering optreedt.