CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Welstandsnota Stichtse Vecht 2013.pdf

Raad 17 december 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10: Reclamemast De Corridor 2530.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze aanvullende criteria zijn vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden voor kleine planen, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 35

Gebied VL1

Dorp Vreeland

Gebied VL1

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en op het water (eventueel meerdere voorgevels geven), met in de eerste lijn bebouwing boerderijen en (buiten)huizen en in de tweede lijn stallen, bijgebouwen en schuren • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedtes en samenhangende, straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met eenduidige kap, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting (dwars op de Vecht) of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste

openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de dorpse bebouwing • bebouwing is in de hoofdstraten rijk gedetailleerd en in zijstraten eenvoudiger • gevelcompositie afstemmen op bestaande situatie (voorgevel representatief) • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak van aardkleurige baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken dekken met matte, keramische pannen • kleuren harmoniëren met de omringende bebouwing Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina

36

Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte

Dorp Vreeland

Gebied VL1

Aanvullende welstandscriteria Voor het beschermd dorpsgezicht gelden de volgende aanvullende criteria: Aanvullende algemene criteria • voor het bouwen, verbouwen of slopen binnen het beschermd dorpsgezicht moet men advies inwinnen bij de gemeente • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld • wijzigingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdgebouw en het straatbeeld • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar

Individuele en afwisselende bouw langs stenige straten

Kleine plannen algemeen • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Aanbouwen • aanbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw plaatsen of naast hoofdgebouw in de straatwand opnemen en grotere aanbouwen uitvoeren met kap Bijgebouwen • bijgebouwen in de eerste lijn hebben hoofdzakelijk gevels van baksteen (of vergelijkbaar steenachtig materiaal), grotere bijgebouwen hebben een kap • bijgebouwen in de tweede lijn hebben gevels van hout in een donkere en gedekte kleur of zijn van baksteen, grotere bijgebouwen hebben een kap • bijgebouwen liggen terug van de Vecht Gevelwijzigingen • alleen als het herstel van historisch wenselijke eigenschappen betreft • kozijnen liggen bij voorkeur verdiept in het gevelvlak • kozijnen zijn in beginsel van hout en hebben een traditionele Hollandse profilering Dakkapellen en dakramen • de zijwangen van dakkapellen uitvoeren in zink of bekleden met horizontale delen in een donkere en gedekte kleur of de kleur van het houtwerk • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • dakkapellen en dakramen blijven in principe minimaal 1,00 m onder de nok • vlakke dakramen hebben een staande diagonaal, worden horizontaal gelijnd (geen

strookramen) en zijn in samenhang met onderliggende gevelindeling Erfafscheidingen • erfafscheidingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en geen onderdeel vormen van een gesloten straatwand zijn deels transparant, met zowel een horizontale als een verticale geleding

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 37

Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins

Woongebied Vreeland Gebiedsbeschrijving Vreeland is aan de westkant uitgebreid. Een uitbreiding bestaat uit gekoppelde of vrijstaande woningen tot twee lagen met een kap in een heldere stedebouwkundige structuur. De uitbreidingen bestaan hier uit wijken met woningrijen en twee-onder-eenkap- en vrijstaande woningen aan de noordwestrand. De wijken hebben veel openbaar groen. Het groene karakter wordt versterkt door voor- en achtertuinen van de woningen. Veel woningen zijn met de voorgevel gericht op de belangrijkste weg. Bij de zuidelijk gelegen uitbreiding is dat niet het geval. Wat de uitbreidingen bindt is onder meer het gebruik van hetzelfde woningtype, de eenvoudige woning met kap, die meestal per straat dezelfde rooilijn volgt. De architectuur van de woning in rijen of clusters is gebaseerd op herhaling van de woning als basiseenheid. Hoekwoningen zijn een enkele keer verbijzonderd door een verspringing van de rooilijn en verandering van de nokrichting. De meeste woningen hebben een stenen onderbouw van één tot twee lagen met een zadeldak waarvan de nokrichting meestal evenwijdig aan de rooilijn loopt. Schoorstenen, gecombineerd met het herhaalde woningtype geven ritme aan het straatbeeld. Vaak zijn de dakvlakken voorzien van dakkapellen of ramen.

Enkele woningen hebben op de verdieping een raampartij die over gaat in een dakkapel Sommige entrees zijn benadrukt door luifels of door de entreepartij uit te laten steken of juist terug te leggen. De materialisering en detaillering is zorgvuldig. Gevels zijn in het algemeen opgebouwd uit baksteen en hebben soms houten puien of andere geveldelen. Raampartijen beslaan een groot deel van de gevel en zitten op de verdieping net onder de daklijst. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Het kleurgebruik is in principe per cluster in samenhang. Sommige woningen hebben een uitstekende dakgoot of een houten beschot. Bij de oudere woningen zijn ornamenten te vinden als versierde deur- en raamlijsten. Bijzonder element is het tankstation aan de rand van het woongebied. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van het woongebied is gemiddeld. Aanvullend beleid Ter plaatse van de (voormalige) school aan de Floraweg zijn enkele korte rijen woningen rond een hof voorzien. De bouwenvelop geeft aan dat de rijen aan de buitenzijde van de hof worden ontsloten. Accenten in de massa delen de volumes op, terwijl de architectuur per rij in samenhang is. De uitstraling wordt robuust.

Gewoon welstandsgebied Het woongebied van Vreeland is een gewoon welstandsgebied, waarin achterkanten van woningen soepel worden beoordeeld. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden, waarbij de grens met het beschermd gezicht aanvullende aandacht krijgt. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het materiaalgebruik. Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 38

Gebied VL2

Woongebied Vreeland

Gebied VL2

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm

Korte rijen woningen in variërende baksteenarchitectuur

Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap

Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan voorkanten de herhaling behouden • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan de voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen

De individuele woning binnen een rij is deel van het geheel

Materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en per rij in samenhang

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 39

Vreeland Oost Gebiedsbeschrijving Vreeland Oost is gedacht ten oosten van het huidige dorp en wordt ontsloten vanaf de Kleizuwe. In het stedenbouwkundig plan staan de woningen in ruime tuinen langs smalle wegen. De afwisselende woningen zijn overwegend vrijstaand aan de randen, terwijl midden in het gebied de nadruk op geschakelde woningen ligt. Centraal in de groene wijk is een park gedacht. De woningen hebben één tot twee lagen met variërende kappen zoals mansardekappen, schilddaken en zadeldaken. Schoorstenen en op- en aanbouwen zoals dakkapellen komen veel voor. Hoofdkenmerk van de architectonische uitwerking is variatie. Binnen deze variatie zijn de gevels verticaal geleed met staande ramen. De detaillering is rijk met onder andere daklijsten, windveren en luifels. Gevels zijn gemetseld of in een lichte kleur gestuct en bij uitzondering van hout. Daken worden gedekt met rode of donkere pannen. Kleuren wisselen per pand en zijn terughoudend. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele woningen in een zorgvuldige en gevarieerde architectuur. De dynamiek van de wijk is na oplevering gemiddeld en betreft in beginsel kleine wijzigingen. Aanvullend beleid Voor Vreeland Oost is een beeldkwaliteitplan opgesteld. De uitgangpunten van dit plan zijn aanvullend van toepassing.

Voor zover de criteria uit dit beeldkwaliteitplan plan van toepassing zijn op het beheer na oplevering van de wijk, zijn deze hiernaast verwerkt. Gewoon welstandsgebied Vreeland Oost is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op de totstandkoming en het beheer van het afwisselende beeld zonder dissonanten tussen de individuele gebouwen en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de massa's, architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 40

Gebied VL3

Vreeland Oost Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • rooilijnen volgen de weg en kunnen verspringen • doorzichten naar het buitengebied behouden • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw en niet aan de straat • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur één tot twee lagen met kap en wisselende nokrichting • accenten hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en rijk • de voorgevel is

representatief • gevels hebben een verticale hoofdverdeling en een horizontale onderverdeling • herhaling is de leidraad bij twee onder één kapwoningen en korte rijen • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen zijn duurzaam, kleuren terughoudend • materialen en kleuren zijn per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • gevels zijn van (bak)steen of stuc en bij uitzondering van hout • daken dekken met pannen • op- en aanbouwen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa Aanvullende criteria kleine plannen • aanbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw • veranda's eventueel in het zicht van het openbaar toegankelijk gebied • bijgebouwen in het zicht hebben een kap, gevels zijn van steen, stuc of hout • dakkapellen kunnen de gootlijn raken en blijven ruim onder de nok • erfafscheidingen van hout of ijzer fraai detailleren en in donkere tint schilderen

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 41

Gebied VL3

Dorp Loenersloot Gebiedsbeschrijving Loenersloot ligt aan weerszijden van de Angstel. De contour van de dorpskern dat deels onder Abcoude en deels onder Loenen valt, vormt een ruime lijn om het dorpslint aan de oostoever en de bouwwerken in het groen aan de westkant. Het merendeel van de oude kern is benoemd tot beschermd dorpsgezicht. In het westelijk deel van Loenersloot ligt een met bomen begroeid groengebied met in het noorden de boerderij Slotwijk en het huis Donkervliet en meer naar het zuiden het slot Loenersloot, alledrie geplaatst op enige afstand van de rivier. Het slot wordt omringd door een gracht, is voorzien van een ophaalbrug en bestaat uit drie hoge bouwlagen met een kap en een toren met kantelen. De eerste bouwlaag doet dienst als plint met de iets lichtere kleur en kleine raampjes. Ten zuiden van het slot bepalen twee boerderijen, een zomerwoning, het koetshuis en de brugwachterswoning het beeld. Het beeld aan de overkant wordt beheerst door lintbebouwing, het landgoed Valck en Heining en het Rechthuys. Het gebouw op het landgoed staat evenwijdig aan de weg en de rivier. De afwisselende en individuele panden die onderdeel uitmaken van het lint, verspringen ten opzichte van elkaar en staan evenwijdig aan de naast elkaar gelegen sloten. Ze staan meestal gericht op, maar niet direct aan de weg.

De onderbouw heeft één tot twee bouwlagen, bekroond met een kap van rode of donkere keramische pannen. De voorgevel is veelal symmetrisch en is gestuct of heeft de kleur van de donkere bakstenen. Kenmerkend voor de meeste gevels zijn de staande ramen die de gevels een verticale geleding geven. Door ze zowel boven als onder op één lijn te plaatsen krijgt de gevel eveneens een horizontale geleding. De ramen, die op de begane grond hoog zijn, hebben veelal een roedeverdeling. Dak- en soms ook deurlijsten, evenals versierde dakkapellen, geven detail aan de panden. De bijgebouwen zijn eenvoudiger vormgegeven. Bijzonder element vormt het markante slot Loenersloot.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 42

Gebied LS1

Dorp Loenersloot Waardebepaling en ontwikkeling Dorp Loenersloot heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing. Het lint, de vrijstaande bebouwing in het groen en het slot Loenersloot geven Loenersloot haar waardevolle karakter. Het dorp is deels aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Veel panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. De dynamiek van het dorp is laag en betreft veelal kleine wijzigingen. Beschermd en bijzonder welstandsgebied Dorp Loenersloot is grotendeels beschermd welstandsgebied. Het deel buiten het beschermde gezicht aan de oostoever van de Vecht is vanwege de ligging bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een groene omgeving. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Voor beschermde dorpsgezichten gelden meer regels. Dit geldt ook voor welstand. De criteria bestaan uit gewone gebiedscriteria en aanvullende criteria voor met name kleine plannen.

Deze aanvullende criteria zijn vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden voor kleine planen, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 43

Gebied LS1

Dorp Loenersloot

Gebied LS1

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en op het water (eventueel meerdere voorgevels geven), met in de eerste lijn bebouwing boerderijen en (buiten)huizen en in de tweede lijn stallen, bijgebouwen en schuren • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedtes en samenhangende, straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben een onderbouw van in beginsel één laag met steile kap, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte •

uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de dorpse bebouwing • gevelcompositie afstemmen op bestaande situatie (representatieve voorgevel) • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in aardkleurige baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken dekken met matte, keramische pannen • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren harmoniëren met de omringende bebouwing Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 44

Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte

Dorp Loenersloot

Gebied LS1

Aanvullende welstandscriteria Voor het beschermd dorpsgezicht gelden de volgende aanvullende criteria: Aanvullende algemene criteria • voor het bouwen, verbouwen of slopen binnen het beschermd dorpsgezicht moet men advies inwinnen bij de gemeente • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld • wijzigingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdgebouw en het straatbeeld • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar

Individuele en afwisselende bouw langs stenige straten

Kleine plannen algemeen • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Aanbouwen • aanbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw plaatsen of naast hoofdgebouw in de straatwand opnemen en grotere aanbouwen uitvoeren met kap Bijgebouwen • bijgebouwen in de eerste lijn hebben hoofdzakelijk gevels van baksteen (of vergelijkbaar steenachtig materiaal), grotere bijgebouwen hebben een kap • bijgebouwen in de tweede lijn hebben gevels van hout in een donkere en gedekte kleur of zijn van baksteen, grotere bijgebouwen hebben een kap • bijgebouwen liggen terug van de Vecht Gevelwijzigingen • alleen als het herstel van historisch wenselijke eigenschappen betreft • kozijnen liggen bij voorkeur verdiept in het gevelvlak • kozijnen zijn in beginsel van hout en hebben een traditionele Hollandse profilering Dakkapellen en dakramen • de zijwangen van dakkapellen uitvoeren in zink of bekleden met horizontale delen in een donkere en gedekte kleur of de kleur van het houtwerk • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • dakkapellen en dakramen blijven in principe minimaal 1,00 m onder de nok • vlakke dakramen hebben een staande diagonaal, worden horizontaal gelijnd (geen

strookramen) en zijn in samenhang met onderliggende gevelindeling Erfafscheidingen • erfafscheidingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en geen onderdeel vormen van een gesloten straatwand zijn deels transparant, met zowel een horizontale als een verticale geleding

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 45

Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins

Woongebied Loenersloot Gebiedsbeschrijving Loenersloot is aan de oostzijde van de dorpskern uitgebreid. De uitbreiding bestaat uit gekoppelde of vrijstaande woningen tot twee lagen met een kap in een heldere stedebouwkundige structuur. In de wijk ligt een enkel grootschalig gebouw. De wijk heeft zowel rijenwoningen als twee-onder-één-kappers en langs de P.N. Kruiswijk- en de Hollandstraat staan vrijstaande woningen. De woningen staan veelal in een ruime hoeveelheid groen. Het groene karakter wordt versterkt door voor- en achtertuinen. Huizen zijn met de voorgevel gericht op de belangrijkste weg. Wat de uitbreidingen bindt, is onder meer het gebruik van hetzelfde woningtype, de eenvoudige woning met kap, die meestal per straat dezelfde rooilijn volgt. De architectuur van de woning in clusters of rijen is gebaseerd op herhaling van de woning als basiseenheid. Hoekwoningen zijn op een enkel raam na gelijk aan de tussenwoningen. De meeste woningen hebben een stenen onderbouw van één tot twee lagen met een zadeldak waarvan de nokrichting meestal evenwijdig aan de rooilijn loopt. Schoorstenen, gecombineerd met het herhaalde woningtype geven ritme aan het straatbeeld. Vaak zijn de dakvlakken voorzien van dakkapellen of -ramen. Sommige woningen hebben een luifel rond de entreepartij. De materialisering en detaillering is eenvoudig maar zorgvuldig.

Gevels zijn in het algemeen opgebouwd uit baksteen en hebben soms deels een houten beschot. Daken zijn van rode of donkere pannen. Raampartijen beslaan een groot deel van de gevel en zitten op de verdieping net onder de daklijst. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Het kleurgebruik van de woningen is in principe per cluster in samenhang. Aan het Nesciolaantje staan zeven woningen die uit hout opgetrokken zijn. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van het woongebied is gemiddeld. Gewoon welstandsgebied Het woongebied van Loenersloot is een gewoon welstandsgebied, waarin achterkanten van woningen soepel worden beoordeeld. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden, waarbij de grens met het beschermd gezicht aanvullende aandacht krijgt. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 46

Gebied LS2

Woongebied Loenersloot

Gebied LS2

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan voorkanten de herhaling behouden • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan de voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij

voorkeur in baksteen of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 47

Korte rijen woningen in variërende baksteenarchitectuur

Kerklaan Binnenweg Beschrijving Dorpslint Kerklaan Binnenweg heeft overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het lint liep oorspronkelijk van Loenersloot naar Loenen aan de Vecht en is nu in tweeën gedeeld door het Amsterdam-Rijnkanaal. Het lint bestaat hoofdzakelijk uit de bebouwing aan de Binnenweg, Kerklaan en een deel van de Slootdijk. Vrijstaande dorpsachtige woningen worden afgewisseld met korte rijen en een enkele boerderij. De vele voortuinen versterken het groene karakter. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Grootschalige bedrijfsbebouwing staat veelal op het achtererf. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een verzorgde detaillering, variërend van sober tot rijk.

Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Op meerdere plekken komen seriematige rijwoningen voor. De individuele woning is in deze gevallen onderdeel van de rij. Bijzondere elementen zijn de villa's aan de Ludgerushof. Deze besloten hof bevat een serie recente villa's met een relatief statige en klassieke uitstraling. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van het dorpslint is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Enkele panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. De dynamiek is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en aanbouwen. Gewoon welstandsgebied Dorpslint Kerklaan Binnenweg is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling.

Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 48

Gebied KB1

Kerklaan Binnenweg

Gebied KB1

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinschalige, dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinschalige karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met een kap • de nokrichting is evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en

evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinschalige bebouwing • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel • gevels bij voorkeur uitvoeren in baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken bij voorkeur dekken met keramische pannen • kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Aanvullende criteria voor kleine plannen • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 49

Gevarieerde kleinschalige bebouwing langs groene straten

De opbouw bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap

De individuele woning binnen een rij is onderdeel van het geheel

Bijzonder element zijn de seriematige en statige villa's in de Ludgerushof

Dorp Loenen aan de Vecht Gebiedsbeschrijving De kern van Loenen aan de Vecht is verdeeld over beide Vechtoevers. Aan de westoever is de kern opgebouwd uit lintbebouwing langs de Dorpsstraat en de Vreelandseweg. Aan de oostoever maken buitens en boerderijen deel uit van het lint Oud Over, een gemeenschap die voorheen bij Loosdrecht hoorde. De kern bevat een beschermd dorpsgezicht. De bebouwing aan de Dorpsstraat staat dicht opeen en vormt twee pandsgewijs opgebouwde straatgevels, afgewisseld door monumentale panden met overtuin. De achtergevels van panden aan het water en de tuinen zijn beeldbepalend voor de oevers van de Vecht. De panden zijn één tot twee woonlagen hoog en hebben de topgevel of de langsgevel aan de straat en in de rooilijn staan. Onder de schild- of zadeldaken met de antracietkleurige of oranje holle pannen, zitten vaak daklijsten die de straat een in hoogte verspringende horizontale geleding geven. De ramen op de begane grond worden soms geflankeerd door luiken en zijn veelal hoger dan de ramen erboven. De meeste ramen hebben een rechthoekige roedeverdeling met roeden in een donkere kleur. De gevels zijn van donkere baksteen of wit gestuct en vaak gedetailleerd met gevelankers. Kenmerkend voor de meeste gevels zijn de staande ramen die de gevels een verticale geleding geven.

Door ze zowel boven als onder op één lijn te plaatsen krijgt de gevel eveneens een horizontale geleding. Een enkele keer zijn ramen en deuren versierd met bakstenen bogen. Langs Oud Over liggen verzorgde boerderijen en buitenplaatsen in een ruime groene setting, veelal met een topgevel naar de rivier en een zadeldak dat meestal bekleed is met Hollandse pannen of met riet. Nieuw is de inbreiding Tweehoven aan de westoever ter plaatse van de voormalige school aan de Rijksstraatweg. Deze inbreiding sluit in architectuur en uitwerking aan op de stijlen zoals die in Loenen gebruikelijk zijn. Bijzondere elementen in de kern zijn behalve de vele monumenten de molen en de Nederlands Hervormde Kerk aan de Dorpsstraat.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 50

Gebied LV1

Dorp Loenen aan de Vecht Waardebepaling en ontwikkeling Dorp Loenen aan de Vecht heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing. Beide oevers hebben lintbebouwing die qua ligging en opbouw Loenen haar waardevolle karakter geven. Ook de verzorgde architectuur en de detaillering van de panden onderling maken de kern bijzonder. Het dorp is deels aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Veel panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. De dynamiek van het dorp is gemiddeld tot laag en betreft veelal kleine wijzigingen. Beschermd en bijzonder welstandsgebied Dorp Loenen aan de Vecht is grotendeels beschermd welstandsgebied. Het deel buiten het beschermde gezicht aan de oostoever van de Vecht is vanwege de ligging bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een groene omgeving. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Voor beschermde dorpsgezichten gelden meer regels. Dit geldt ook voor welstand.

De criteria bestaan uit gewone gebiedscriteria en aanvullende criteria voor met name kleine plannen. Deze aanvullende criteria zijn vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden voor kleine planen, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 51

Gebied LV1

Dorp Loenen aan de Vecht

Gebied LV1

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en op het water (eventueel meerdere voorgevels geven), met in de eerste lijn bebouwing boerderijen en (buiten)huizen en in de tweede lijn stallen, bijgebouwen en schuren • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedtes en samenhangende, straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben een onderbouw van in beginsel één laag met steile kap, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte •

uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de dorpse bebouwing • gevelcompositie afstemmen op bestaande situatie • bebouwing is in de hoofdstraten zorgvuldig gedetailleerd • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak in aardkleurige baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken dekken met matte, keramische pannen • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren harmoniëren met de omringende bebouwing Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 52

Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte

Dorp Loenen aan de Vecht

Gebied LV1

Aanvullende welstandscriteria Voor het beschermd dorpsgezicht gelden de volgende aanvullende criteria: Aanvullende algemene criteria • voor het bouwen, verbouwen of slopen binnen het beschermd dorpsgezicht moet men advies inwinnen bij de gemeente • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld • wijzigingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdgebouw en het straatbeeld • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar

Individuele en afwisselende bouw langs stenige straten

Kleine plannen algemeen • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Aanbouwen • aanbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw plaatsen of naast hoofdgebouw in de straatwand opnemen en grotere aanbouwen uitvoeren met kap Bijgebouwen • bijgebouwen in de eerste lijn hebben hoofdzakelijk gevels van baksteen (of vergelijkbaar steenachtig materiaal), grotere bijgebouwen hebben een kap • bijgebouwen in de tweede lijn hebben gevels van hout in een donkere en gedekte kleur of zijn van baksteen, grotere bijgebouwen hebben een kap • bijgebouwen liggen terug van de Vecht Gevelwijzigingen • alleen als het herstel van historisch wenselijke eigenschappen betreft • kozijnen liggen bij voorkeur verdiept in het gevelvlak, zijn in beginsel van hout en hebben een traditionele Hollandse profilering Dakkapellen en dakramen • de zijwangen van dakkapellen uitvoeren in zink of bekleden met horizontale delen in een donkere en gedekte kleur of de kleur van het houtwerk • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • dakkapellen en dakramen blijven in principe minimaal 1,00 m onder de nok • vlakke dakramen hebben een staande diagonaal, worden horizontaal gelijnd (geen

strookramen) en zijn in samenhang met onderliggende gevelindeling

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 53

Nieuwe bebouwing sluit in massa en uitwerking aan op bebouwing het dorp

Woongebied Loenen aan de Vecht Gebiedsbeschrijving Aan de westkant van het centrum liggen de uitbreidingen van Loenen. Een uitbreiding bestaat uit gekoppelde of vrijstaande woningen tot twee lagen met een kap in een heldere stedebouwkundige structuur. In Loenen ligt vrij centraal een uitbreiding met rijtjeswoningen. Ten noordwesten hiervan staan de rijen rond een hof gegroepeerd en in het zuidwesten zijn villa’s en twee-onder-eenkapwoningen te vinden. De nieuwere wijken hebben veel openbaar groen. Het groene karakter wordt versterkt door voor- en achtertuinen van de woningen. Woningen zijn met de voorgevel gericht op de belangrijkste weg of het hof, behalve de zuidelijk gelegen vrijstaande woningen. Centraal liggen enkele grootschalige openbare gebouwen, die een centrumfunctie vervullen. Andere grootschalige gebouwen liggen meer verspreid en over de wijken en staan vrij op het kavel. Wat de uitbreidingen bindt, is onder meer het gebruik van hetzelfde woningtype, de eenvoudige woning met kap, die meestal per straat dezelfde gesloten rooilijn volgt. Bij de vrijstaande panden in het zuidwesten is de rooilijn echter onderbroken. De architectuur van de woning in clusters of rijen is gebaseerd op herhaling. Hoekwoningen zijn op veelal gelijk aan de tussenwoningen.

De meeste woningen hebben een stenen onderbouw van één tot twee lagen met een zadeldak waarvan de nokrichting meestal evenwijdig aan de rooilijn loopt. Bij de vrijstaande woningen in het zuidwesten is dit echter niet het geval. Schoorstenen, gecombineerd met het herhaalde woningtype geven ritme aan het straatbeeld. Vaak zijn de dakvlakken voorzien van dakramen en soms van dakkapellen. Bij de oudere woningen is de dakhelling groot en steekt het dak ruim over de onderbouw. De materialisering en detaillering is zorgvuldig. Gevels zijn over het algemeen opgebouwd uit baksteen. Daken zijn veelal van oranje, rode of donker keramische pannen en de dakkapellen zijn van hout. Raampartijen beslaan een groot deel van de gevel en zitten op de verdieping net onder de daklijst. Kozijnen zijn van hout. Het kleurgebruik is in principe per cluster in samenhang. Van een aantal panden aan Kickestein is de verdieping en de kap bekleed met hout, dat in een donkerrode kleur is geschilderd. Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende gebouwen met een afwijkende functie, zoals scholen en andere voorzieningen. Deze gebouwen staan veelal vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig.

De dynamiek van het woongebied is gemiddeld. Gewoon welstandsgebied Het woongebied van Loenen aan de Vecht is een gewoon welstandsgebied, waarin achterkanten van woningen soepel worden beoordeeld. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden, waarbij de grens met het beschermd gezicht aanvullende aandacht krijgt. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 54

Gebied LV2

Woongebied Loenen aan de Vecht

Gebied LV2

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm

Korte rijen woningen in variërende baksteenarchitectuur

Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap

Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan voorkanten de herhaling behouden • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan de voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen

De individuele woning binnen een rij is deel van het geheel

Gebouw met bijzondere functie staat vrij en wijkt af in massa en vorm

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 55

Cronenburgh Gebiedsbeschrijving Cronenburgh is een recente uitbreidingswijk ten zuiden van Loenen aan de Vecht, die in het oosten wordt ontsloten door de N402. De weg die de wijk ontsluit vertakt zich in het gebied tot een ruime lus met hierbinnen als bijzondere elementen een plein en een aangrenzend appartementengebouw. Verder bestaat de wijk uit afwisselende vrijstaande- en geschakelde woningen in en om de lus. De woningen staan veelal op zeer ruime kavels in een rooilijn die de aangrenzende weg volgt. De woning heeft in het algemeen een eenvoudig hoofdvolume. Bij een aantal woningen staat een aparte garage op de kavel die soms onderdeel is van een studio. Ook komen geclusterde garages langs een aparte parkeerstraat voor. De woningen hebben een eenvoudig hoofdvolume van één tot twee woonlagen met een plat dak of donkere kap. De kapvormen variëren van schild- of afgeplat schilddak tot zadel- of mansardedak. Een aantal woningen, verspreid over de wijk, heeft een afwijkende vorm en brengt accenten aan in de wijk. Voor de architectuur is hoge kwaliteit gewenst met een zorgvuldig ontworpen entree en duurzame materialen. De gevels van het hoofdgebouw worden in hoofdzaak opgetrokken uit donkere, grove baksteen en houtwerk en kozijnen dienen de kleur van het materiaal te hebben. De daken worden uitgevoerd in keramische pannen, zink, koper of leisteen.

Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele woningen in een zorgvuldige en gevarieerde architectuur. De dynamiek van de wijk is na oplevering gemiddeld en betreft in beginsel kleine wijzigingen. Aanvullend beleid Voor Cronenburgh is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Hierin wordt onder meer het materiaalgebruik, de keuze voor erfafscheidingen en het soort architectuur voorgeschreven. Doel van het beeldkwaliteitplan is het bewaken van de eenheid in het gebied binnen de gevraagde verscheidenheid. De uitgangspunten van dit plan zijn aanvullend van toepassing. Gewoon welstandsgebied Cronenburgh is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder dissonanten tussen de individuele gebouwen en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de massa's, architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 56

Gebied LV3

Cronenburgh

Gebied LV3

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met kap met de nok evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en gevarieerd • herhaling is de leidraad bij twee onder één kapwoningen en korte rijen • elementen in de gevel

zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume

Gevarieerde woningen in een groene omgeving met een heldere structuur

Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met een kap

Een ruime stedenbouwkundige opzet met veel groen en water

Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • materialen zijn duurzaam, kleuren terughoudend • op- en aanbouwen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa

De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 57

Nieuwersluis Gebiedsbeschrijving Nieuwersluis is een aan weerszijden van de Vecht gelegen kern. De kern is gegroeid om de sluis die op het kruispunt van de Nieuwe Wetering en de Vecht is gebouwd. De bebouwing wordt aan beide oevers omsloten door een oude vestinggracht. Aan de westoever is de loop van de gracht ten zuiden van de Nieuwe Wetering veranderd door de aanleg van een fort uit latere datum. Op deze oever ligt een dorpslint en een kleine uitbreiding. De Rijksstraatweg vormt de lintweg en de uitbreiding is tussen de Stationsweg en ‘t Grachtje ingeklemd. Aan de oostoever staan forse losse gebouwen in het groen. De bebouwing aan de westoever bestaat voornamelijk uit woningen met één of twee bouwlagen en een kap. De lintbebouwing die langs een verspringende rooilijn aan de Rijksstraatweg en nabij de sluis staat, is gevarieerd en pandsgewijs opgebouwd, met de top- of langsgevel naar de straat. Er komen verschillende soorten kappen voor. De panden aan de Vechtzijde hebben hun achtertuin aan de rivier. De achtergevels van panden aan het water en de tuinen zijn beeldbepalend voor de oevers van de Vecht. Kenmerkend voor de meeste gevels zijn de staande ramen die de gevels een verticale geleding geven. Door de ramen zowel boven als onder op één lijn te plaatsen krijgt de gevel eveneens een horizontale geleding.

De nieuwere bebouwing bestaat vooral uit twee-onder-één-kapwoningen en een enkel rijtje, met meestal een kap in zadeldakvorm. De rijen hebben een woning als basiseenheid die herhaald wordt. Gevels zijn in het algemeen opgebouwd uit baksteen, de daken bekleed met rode, of donkere keramische pannen. Variatie in kleur- en materiaalgebruik als gevels met licht pleisterwerk en rijk versierde dakkapellen en -lijsten benadrukt het individuele karakter van de bebouwing langs de Rijksstraatweg. Aan de oostoever van de Vecht ligt een aantal van oorsprong militaire gebouwen, waaronder de huidige gevangenis. Bijzondere elementen in Nieuwersluis zijn het fort met de schootsvelden, het arsenaal en de houten artillerieloods, de houten fortwoningen binnen de Verboden Kring, het restaurant aan de Rijksstraatweg, de sluis, de brug en de aan de oostoever gelegen voormalige militaire panden.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 58

Gebied NS1

Nieuwersluis Waardebepaling en ontwikkeling Nieuwersluis heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing. Het contrast tussen de kleinschalige, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aan de westzijde en de monumentale,vrijstaande panden aan de overkant van de Vecht geven Nieuwersluis haar waardevolle karakter. Het dorp is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Veel panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. De dynamiek van het dorp is laag en betreft veelal kleine wijzigingen. Aanvullend beleid Voor Nieuwersluis is een beeldkwaliteitplan opgesteld. De voor welstand relevante uitgangspunten van dit plan zijn aanvullend van toepassing. Hierin wordt onder andere ingegaan op behoud en waar nodig herstel van de afwisseling van open en gesloten landschappen. Ook wordt de verspringende rooilijn als behoudenswaardig genoemd. Beschermd welstandsgebied Nieuwersluis is beschermd welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een groene omgeving.

Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Voor beschermde dorpsgezichten gelden meer regels. Dit geldt ook voor welstand. De criteria bestaan uit gewone gebiedscriteria en aanvullende criteria voor met name kleine plannen. Deze aanvullende criteria zijn vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen.

Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 59

Gebied NS1

Nieuwersluis

Gebied NS1

Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en op het water (eventueel meerdere voorgevels geven), met in de eerste lijn bebouwing boerderijen en (buiten)huizen en in de tweede lijn stallen, bijgebouwen en schuren • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedtes en samenhangende, straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn • bestaande doorzichten op het landschap behouden Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met eenduidige kap, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in

principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de dorpse bebouwing • gevelcompositie afstemmen op bestaande situatie met in beginsel staande ramen en een horizontale scheiding tussen onderbouw en kap • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in aardkleurige baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken dekken met matte, keramische pannen • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren harmoniëren met de omringende bebouwing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2532/documents/57427