CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 BghU - Jaarstukken 2022.pdf

Raad 30 mei 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 22.: Begrotingswijziging 2023, ontwerpbegroting 2024 en jaarstukken 2022 Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht17.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De Herstelwet introduceert een herstelregeling voor kinderen van gedupeerde ouders en een herstelregeling voor eventuele ex-partners van gedupeerde ouders. In het afgelopen jaar zijn er openstaande belastingbedragen en invorderingskosten kwijtgescholden. Het resultaat is dat het qua belastingsom op dit moment een schadepost is van ruim € 178.000 die de deelnemers kunnen declareren. De kwijtgescholden invorderingskosten is een “schadepost” voor BghU en die bedraagt bijna € 25.000 zijnde 1,8% van de begrotingspost opbrengst dwangbevelen.

Jaarstukken 2022

23

1.2 Paragrafen In dit deel van het jaarverslag is aandacht voor de (verplichte) paragrafen vanuit het BBV. Deze paragrafen volgen de indeling van de begroting, waarbij de paragrafen ‘weerstandsvermogen’ en ‘risicobeheer’ in deze jaarrekening zijn samengevoegd in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicomanagement’.

1.2.1 Lokale heffingen De uitvoering van het belastingproces (waarderen, heffen en innen) van iedere deelnemer valt onder de verantwoordelijkheid van BghU. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor het bepalen van de te heffen belastingen, het vaststellen van de verordeningen, de tarieven en de kwijtscheldingsnormen. Kortom, het aangaan van de belastingsamenwerking heeft geen gevolgen voor de beleidsvrijheid van de deelnemers. Iedere deelnemer overhandigt jaarlijks een begroting aan BghU waarin de deelnemer vermeldt welke belastingen er in het betreffende gebied moeten worden geheven en welke tarieven moeten worden toegepast. BghU heeft in 2022 inkomsten genoten ter compensatie van de kosten die verband houden met invorderingsmaatregelen. Invorderingsmaatregelen moeten worden genomen op het moment dat een belastingplichtige geen gehoor geeft aan de (door middel van een aanslag) opgelegde betalingsverplichting. Onder kosten die verband houden met invorderingsmaatregelen verstaan wij onder andere de kosten die gepaard gaan met het verzenden van aanmaningen, dwangbevelen en andere invorderingsactiviteiten. De totale realisatie van de inkomsten wegens vervolgingskosten in 2022 bedraagt ruim € 1,4 miljoen.

Jaarstukken 2022

24

1.2.2 Weerstandsvermogen en risicomanagement BghU kent een nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement waarin de aanpak en het beheersen van risico’s binnen BghU is vormgegeven. Jaarlijks maakt BghU in het kader daarvan bij het opstellen van de begroting een risico-inschatting. Onderstaand is de financiële vertaling van die risico-inschatting voor de begroting 2022 weergegeven. Het risicoprofiel borduurt voort op eerder geconstateerde en geïnventariseerde risico’s. Het benodigde weerstandsvermogen op basis van deze inschatting bedraagt € 457.700. Daaraan koppelt BghU een beschikbaar weerstandsvermogen, ook wel de weerstandscapaciteit genoemd. Deze weerstandscapaciteit wordt in 2022 gevormd door de vrij beschikbare algemene reserve en de post onvoorzien. De vrije algemene reserve bedraagt bij totstandkoming van de begroting 2022 € 105.870. Door het bestuur is bij de inzet van het resultaat 2021 besloten € 275.000 aan de algemene reserve toe te voegen en daarmee komt het saldo van de algemene reserve uit op € 380.870. Tevens kan hier de post ‘Onvoorzien’ van € 100.000 aan toegevoegd worden en komt het weerstandsvermogen op € 480.870. De bestemmingsreserve voor de aanbesteding van de ICT-middelen behoort niet tot de weerstandscapaciteit: deze middelen zijn, zonder verdere besluitvorming, niet direct beschikbaar om risico’s in de bedrijfsvoering af te dekken.

Daarnaast staan er (meerjarige) afspraken tegenover. Bij BghU hebben zich in 2022 geen noemenswaardige incidenten voorgedaan uit de benoemde risicoposten. De proceskosten (risico 5) bleken weliswaar hoger uit te vallen dan vooraf voorzien, maar dat kon opgevangen worden binnen de reguliere ontwikkelingen van de begroting.

Jaarstukken 2022

25

Berekening weerstandsvermogen in relatie tot de BghU voor begroting 2022 Risicotypering

Netto

Netto-risico (toelichting)

Kans

risico

Restrisico 2022

Betreft maximale kosten van de invoering/ wijziging van voorgestelde belastingen op basis van belastingplannen -> tijdvak variant. Inschatting van potentiële kosten. Reparatie foutief kohier i.v.m. verkeerde gegevens

€ 400.000

Gezien verkiezingsjaar 2021 en planvorming rondom lokaal belastinggebied lage kans voor 2022

5%

€ 20.000

€ 125.000

50% meerwerk door slechte kwaliteit van uitbestede diensten. Wordt afgedekt door middel van onvoorzien in implementatietraject ICT

0%

€0

3.

Verduistering incasso/misbruik financiële middelen

€ 50.000

Sommige medewerkers, met name deurwaarders, komen nog in aanraking met contant geld. Risico ongewijzigd voor 2022.

25%

€ 12.500

4.

Maximale boete bij datalekken

€ 200.000

20%

€ 40.000

5.

Onvoorziene kosten door extra benodigde capaciteit bezwaarinstroom in relatie tot kritieke deadlines

€ 400.000

40%

€ 160.000

6.

Terugloop invorderingsopbrengsten door uitgestelde faillissementen

€ 300.000

BghU heeft een goed ingebed plan hoe om te gaan met een datalek, daarnaast wordt steeds meer kennis en ervaring opgebouwd. Afhankelijk van mate waarin instroom NcNp zich stabiliseert en afhankelijk van optimalisatieslagen afhandelingsproces Mede afhankelijk van snelheid afbouw steunmaatregelen, herstel economie en andere variabelen

50%

€ 150.000

7.

Potentiële na-ijl effecten van coronacrisis (uitgesteld ziekteverzuim, eventuele noodzakelijke uitgaven voor nieuwe manier van werken)

€ 300.000

Afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen, lastig in te schatten.

25%

€ 75.000

Benodigd weerstandsvermogen

€ 457.500

1.

2.

Datalekken Er is één melding bij Autoriteit Persoonsgegevens gedaan. Daarbij was geen verdere actie benodigd. Specifieke ontwikkeling rondom de proceskosten Een van de belangrijkste risico’s waar BghU in financiële zin mee geconfronteerd wordt, zijn de risico’s rondom de ontwikkeling van de proceskosten. Dit is een landelijk probleem. De proceskosten, welke aan de NcNp-bureaus worden uitgekeerd, nemen –landelijk gezien- ieder jaar toe (12 miljoen in 2019, zo’n 15 miljoen in 2020, een landelijke stijgende trend). In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) recent onderzoek uitgevoerd naar het verdienmodel en de werkwijze van NcNp-bureaus WOZ en BPM. Kort samengevat geeft het rapport ‘Van bezwaar in beroep’ aan “dat er niet gesproken kan worden van ‘een’ handelswijze van NcNp-bedrijven (noch van gemeenten), maar dat er sterke verschillen bestaan tussen de bedrijven”. Daarnaast geeft het rapport aan dat de waardebepaling “de kern van het probleem” is, aangezien er massaal gewaardeerd wordt

Jaarstukken 2022

26

(modelmatig waarderen), “en vervolgens in bezwaar en beroep naar de individuele woning wordt gekeken” Voor 2022 lijkt het dat de proceskosten zijn gestabiliseerd voor de ingediende WOZ- bezwaarschriften. BghU werkt zo veel mogelijk met generieke processen, bepaalt de waarde zo veel mogelijk modelmatig en blijft inzetten op de kwaliteit van de gegevens en een zo klantgericht mogelijke dienstverlening. Echter met voortzetting van het huidige systeem van waardebepaling blijft ook BghU te maken houden met een significante, aanhoudende stijging van het aantal bezwaren van deze bureaus tegen WOZ-beschikkingen en de daarmee gepaard gaande toegekende kostenvergoedingen en uitvoeringskosten. Eerder is een voorstel van werken met klassenstelsels of certificeren van waarderingsmodellen geopperd, zowel regionaal als landelijk. Dat zou een oplossing kunnen bieden. In het weerstandsvermogen voor 2022 is rekening gehouden met het risico dat de afhandeling van bezwaarinstroom nog weer extra capaciteit vraagt vanuit de reguliere bedrijfsvoering van BghU. Er is geen bedrag gereserveerd voor de stijging van de proceskostenvergoeding per geval. Concreet betekent dit dat bij een wetswijziging die leidt tot een hogere vergoeding per bezwaar/beroep er een 1-op-1 kostenstijging is voor de deelnemers.

Weerstandsratio’s De weerstandsratio is te berekenen door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van de risico-inschatting. Hieronder is het verloop van de ratio vanaf 2020 weergeven: Jaar

Beschikbare weerstandscapaciteit

Benodigd weerstandsvermogen

Weerstandsratio

2020

537.869

450.000

1,20

2021

205.870

500.000

0,41

2022

480.870

457.500

1,05

De ratio bedraagt voor BghU eind 2021 0,41. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2022 bedroeg de ratio 0,45. Bij het vaststellen van de bestemming van het resultaat van 2021 heeft het bestuur besloten € 275.000 toe te voegen aan de algemene reserve. Met deze toevoeging komt de weerstandsratio uit op 1,05. Daarmee komen we volgens de onderstaande tabel uit op een weerstandscijfer C hetgeen als een ‘voldoende’ afdekking van de risico's wordt gezien.

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandsvermogen

€ 480.870 € 457.500

Ratio 1,05

Weerstandsratio’s klassen Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

Uitstekend

B

1.4-2.0

Ruim voldoende

C

1.0-1.4

Voldoende

D

0.8-1.0

Matig

E

0.6-0.8

Onvoldoende

F

<0.6

Ruim onvoldoende

Jaarstukken 2022

27

Ratio’s jaarrekening

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. BghU heeft geen netto schuldpositie en een positief eigen vermogen per ultimo 2022 dus de netto schuldquote is negatief. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin BghU in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen (reserves) af te zetten tegen het balanstotaal per 31 december 2022. Door het positieve eigen vermogen, bedraagt de solvabiliteit 48,38%. De structurele exploitatieruimteratio kan worden benut om te beoordelen welke structurele ruimte BghU heeft om de eigen lasten te dragen. De structurele exploitatieruimteratio is positief wat impliceert dat het structurele deel van de begroting voldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Het positieve resultaat van de structurele exploitatieruimte wordt veroorzaakt door het positieve rekeningresultaat 2022.

Jaarstukken 2022

28

1.2.3 Kapitaalgoederen BghU heeft per 2022 geen kapitaalgoederen meer. Aangezien het contract met de ICT-leverancier conform de aanbestedingsvoorwaarden met 4 jaar werd verlengd tot mei 2022, zijn geen afschrijvingslasten meer opgenomen in de nieuwe begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025. Doordat BghU in de aanbesteding 2023-2025 uitgaat van SaaS als leidend principe is dat ook niet nodig. De lasten worden opgevangen in de exploitatie.

Jaarstukken 2022

29

1.2.4 Financiering BghU valt onder de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit besluit is ook van toepassing op de financiering van BghU. Hierna volgt de informatie die de regelgeving in verband met financiering voorschrijft. Schatkistbankieren Het naleven van de BBV betekent onder andere dat een organisatie bij het aantrekken van vreemd (kort en lang) vermogen gebonden is aan de financierings-voorschriften zoals die zijn vastgesteld in de ”Wet Financiering decentrale overheden”. BghU is dan ook verplicht om gebruik te maken van het schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat instellingen hun liquide middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën. Door gebruik te maken van schatkistbankieren verlaat publiek geld de schatkist pas op het moment dat de middelen benodigd zijn voor de uitvoering van een publieke taak. Men hanteert hierbij wel drempelbedrag. Het drempelbedrag is een gemiddelde per kwartaal. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat een organisatie gemiddeld buiten de schatkist mag houden. De drempel is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een onder drempel van € 1 miljoen. BghU confirmeert zich daarom aan de onder drempel van € 1 miljoen.

Door de ING-bank wordt de bankrekening van BghU dagelijks gecorrigeerd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de grens aan tot welk bedrag lagere overheden hun activiteiten met kort geld mogen financieren. Gemeenschappelijke regelingen mogen 8,2% van het begrotingstotaal financieren met kort geld. BghU heeft per 31 december 2022 geen gebruik gemaakt van de juridische mogelijkheid om een “kortgeld constructie” af te sluiten. Vanaf 1 januari 2022 is een rekening courant krediet van € 3.000.000 beschikbaar om fluctuaties in de kasstroom van de bedrijfsvoeringsrekening op te vangen. Dat betekent ook dat BghU voldoet aan de regelgeving rondom de kasgeldlimiet en de renterisiconorm op vaste schulden. Vaste schulden kent BghU niet. Bedragen x € 1.000 Berekening kasgeldlimiet

2021

2022

2023

2024

2025

2021

2022

2023

2024

2025

Begrotingstotaal

18.032

18.531

17.912

17.715

17.906

Kasgeldlimiet (8,2%)

1.479

1.520

1.468

1.452

1.468

2022 Q1

2022 Q2

2022 Q3

2022 Q4

Kasgeldlimiet

1.520

1.520

1.520

1.520

Gemiddelde netto vlottende schuld ultimo kwartaal

-16.537

-31.721

-8.172

-23.256

Onderschrijding kasgeldlimiet / ruimte onder

18.057

33.241

9.692

24.776

Kasgeldlimiet 2022

Liquiditeitspositie Wij zijn met de deelnemende partijen overeengekomen dat iedere deelnemer bij aanvang van ieder kwartaal vijfentwintig procent van de jaarlijkse bijdrage aan ons voldoet. Tot op heden zijn daardoor geen financieringsproblemen voorgekomen. In de afgeronde aanbesteding voor de bankzaken is een kredietlimiet van € 3.000.000 opgenomen om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te kunnen opvangen. Hierdoor kunnen cruciale bedrijfsvoeringsfuncties (betalen salarissen en leveranciers) te allen tijde doorgaan.

Jaarstukken 2022

30

Renterisiconorm De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen waarbij de rente voor één jaar of langer vast staat. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Op grond van deze norm mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen per jaar niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit onderstaande tabel blijkt dat wij daar ruimschoots aan voldoen .

Jaarstukken 2022

31

1.2.5 Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering benoemt BghU de belangrijkste ontwikkelingen in het kader van haar bedrijfsvoering. De ontwikkelingen die BghU hier weergeeft, vloeien grotendeels voort uit eerder gemelde voornemens uit de Kadernota 2022-2025.

Missie en visie Als samenwerkingsverband verzorgen wij namens de deelnemers de heffing en invordering van lokale belastingen binnen het werkgebied en stellen jaarlijks de WOZ-waarden vast van alle onroerende zaken voor onze deelnemers. We borgen de continuïteit van onze taakuitvoering. We streven naar continue verbetering van kwaliteit en klantgerichtheid van het waarderings- en belastingproces. En BghU wordt geleid op basis van maatschappelijk algemeen aanvaardbare principes. We hebben onze strategie aangescherpt en intern uitgedragen met • het streven naar goede en betrouwbare dienstverlening en • efficiënt objectenbeheer. Onze kernwaarden blijven onverminderd van kracht: klantgericht, efficiënt, resultaatgericht en samenwerken.

ICT Ontwikkeling Implementatie van de kernapplicaties In 2022 is gestart met de implementatie van de vier kernapplicaties waarvan de aanbesteding in 2021 is afgerond conform de uitgangspunten uit de ICT-inkoop- en aanbestedingsstrategie (waaronder de modulaire opbouw van het applicatielandschap). Voor elk implementatietraject is door de leverancier een planning opgesteld en na goedkeuring door BghU is een projectgroep samengesteld bestaande uit een opdrachtgever (BghU), twee projectleiders (BghU en leverancier) en projectmedewerkers (BghU en leverancier). Alle kernapplicaties zijn, conform de planning, in 2022 in productie genomen. Hierbij zijn ook alle koppelingen met de landelijke voorzieningen gelegd (BAG, WOZ, BRP, BRK, etc.) en is de digitale klantbalie voorzien van een DigiD-aansluiting. De koppelingen zijn tevens getoetst en akkoord bevonden door de desbetreffende beheerder. Er is een start gemaakt met het leggen van de onderlinge verbanden tussen de basisregistraties WOZ, BAG en BGT in de BAG-Geo-applicatie. De verwachting is dat in de eerste helft van 2023 de onderlinge samenhang van deze registraties grotendeels inzichtelijk is. In het overzicht hieronder zijn de start- en einddata van het implementatieproces per applicatie vermeld.

In het eerste kwartaal van 2023 zullen de SLA’s (Service Level Agreement) voor beheer worden ondertekend en is de verwachting dat de laatste functionele meldingen zijn opgelost. De primaire implementatietrajecten van de vier kernapplicaties zijn dan volledig afgerond. Kernapplicatie

Leverancier

Start implementatie

In productie

Afronding implementatie

Belastingen/frontoffice

GouwIT

Januari 2022

November 2022

1 kwartaal 2023

Waarderen

4Value

Januari 2022

Mei 2022

1 kwartaal 2023

BAG-Geo

Processfive

Mei 2022

Oktober 2022

1 kwartaal 2023

Enterprise Service Bus

Enable U

April 2022

November 2022

1 kwartaal 2023

e

e

e

e

Aanbesteding ICT-infrastructuur en werkplekken-hardware De gehele ICT-infrastructuur (IT-beheer/kantoorautomatisering en werkplekken-hardware) zal ook aanbesteed worden. Om dit niet samen te laten vallen met de inkoop- en implementatietrajecten van de kernapplicaties is in 2021 de overeenkomst met de leverancier van de huidige ICT-infrastructuur (Centric)

Jaarstukken 2022

32

verlengd tot eind 2023. In de tweede helft van 2022 is gestart met zowel de inventarisatie van de huidige ICT-infrastructuur, als de voorbereidende fase. Publicatie zal naar verwachting plaatsvinden in februari 2023. Overige aanbestedingen en implementaties Begin 2022 is de ING gestart als nieuwe huisbankier en succesvol geïmplementeerd. Ook is een nieuw klantcontactcentrum (KCC inclusief vaste telefonie) succesvol geïmplementeerd. Het KCC is geleverd door QuandaGo en de oplossing voor vaste telefonie (SIP-telefonie) door T-Mobile. Hiermee is voor BghU een goede bereikbaarheid geborgd. Daarnaast is medio 2022 gestart met de voorbereiding van de Europese aanbesteding voor Druk-, print- en scanwerk (inclusief postverzending). Op 1 december 2022 is deze gepubliceerd en de inschrijvingstermijn verloopt op 26 januari 2023. De nieuwe overeenkomst zal ingaan op 1 juli 2023. Voor ondersteuning van de capaciteitsplanning is eind 2022 ook de tijdregistratietool TimeTell succesvol geïmplementeerd. Met TimeTell is vanaf 1 januari 2023 het registreren van uren organisatiebreed gestart en hiermee zal een belangrijke bijdrage aan de capaciteitsplanning worden gerealiseerd. Naast deze tijdregistratiemodule wordt in 2023 aanvullend een planningsmodule gekoppeld om de capaciteitsplanning een verdere kwaliteitsimpuls te geven.

Samen met de deelnemende gemeenten is in 2022 onderzocht of gekozen zou worden voor de laatste verlengingsoptie van de geldende raamovereenkomst voor beeldmateriaal (luchtfoto's, obliekfoto's en 360 graden-panoramafoto's). Niet verlengen zou een Europese Aanbesteding (nog) in 2022 voor een nieuwe raamovereenkomst tot gevolg hebben. In goed overleg is besloten alsnog gebruik te maken van de laatste verlengingsperiode bij de huidige leveranciers Kavel10 en Cyclomedia. Dit betreft de levering van het beeldmateriaal in 2023. Voor 2024 en verder zal in 2023 gezamenlijk een nieuwe aanbestedingsprocedure worden opgestart.

Personeel Strategisch HR-beleid De komende jaren zal BghU te maken krijgen met in-en externe ontwikkelingen die invloed hebben op het personeelsbestand van BghU. Hierbij valt o.a. te denken aan digitalisering en robotisering, het steeds groeiende belang van data, een krapper wordende arbeidsmarkt, en uitstroom van pensioengerechtigden. Verwachting is dat deze ontwikkelingen o.a. gevolgen hebben voor de inhoud van functies, (gevraagde) kennis, vaardigheden en competenties van medewerkers en de arbeidsmarktbenadering. Om in te spelen op de ontwikkelingen zal het strategisch HR-beleid zich hier de komende jaren op richten. In 2022 is een gestart gemaakt om hiervoor d.m.v. strategische personeelsplanning de basis te leggen. Dit is een instrument om het huidige personeelsbestand in kwalitatieve en kwantitatieve zin af te zetten tegen hetgeen in de toekomst nodig is en vervolgens te bepalen welke acties ondernomen dienen te worden om dit te realiseren. In 2023 wordt hier een vervolg aangegeven. Dit zal leiden tot het (her)benoemen van de strategische HR-pijlers en een concreet actieplan. De komende jaren zal er uitvoering aan dit plan gegeven worden. CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties 2021-2022 en onderhandelingen nieuwe cao (2023) De cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) is van toepassing. Sinds januari 2022 is de cao 2021-2022 definitief.

Enkele belangrijke, nieuwe punten waren: • • • • • •

De cao geldt voor 2 jaar: 2021 en 2022. De salarissen stijgen met ingang van 1 december 2021 met 1,5%, en per 1 april 2022 met 2,4%. Medewerkers krijgen een eenmalige corona-onkostenvergoeding van € 300,- en een eenmalige uitkering van € 900,- (beide bedragen zijn bruto en naar rato dienstverband). Medewerkers krijgen in 2022 een thuiswerkvergoeding van € 2,- per thuis gewerkte dag. Er zijn afspraken gemaakt over het harmoniseren van de verlofdagen met ingang 2023. Het is mogelijk om meerjarig verlof te sparen.

Jaarstukken 2022

33

In september 2022 zijn de onderhandelingen voor een volgende Cao SGO en Cao Gemeenten gestart. Deze cao’s bevatten namelijk dezelfde arbeidsvoorwaarden. Deze onderhandelingen zijn in december 2022 opgeschort, omdat de inzet van de werkgeversverenigingen (WSGO en VNG) en de vakbonden te ver uit elkaar lagen. Uiteindelijk is op 21 februari 2023 een principeakkoord bereikt voor een nieuwe cao. Ondersteunend proces: HRM De ondersteuning op het gebied van HRM wordt verzorgd door de gemeente Utrecht. De gehele personeelsen salarisadministratie wordt uitgevoerd door de gemeente Utrecht. BghU heeft daarnaast een fulltime HRM adviseur beschikbaar die vanuit de gemeente Utrecht bij BghU gedetacheerd is. Onderstaand enkele feiten op het gebied van HRM. Een aantal kengetallen wordt vergeleken met de getallen uit de meest recente landelijke personeelsmonitor decentrale overheid (2020). Dit om de kengetallen te vergelijken met vergelijkbare organisaties en deze daarmee in de context te kunnen plaatsen. De monitor wordt een keer per twee jaar door de verschillende A&O-fondsen uitgebracht. De monitor 2022 is op dit moment nog niet beschikbaar. Veilig en gezond werken in coronatijd Medewerkers worden sinds het begin van corona gefaciliteerd bij het inrichten van een arbowaardige thuiswerkplek. Dit is in 2022 voortgezet. Het gedeeltelijk thuiswerken heeft een structureel karakter gekregen.

We hebben ervaren dat het geen negatieve invloed heeft op de kwaliteit van de dienstverlening en het sluit aan bij de wensen van medewerkers en het management. We zijn dan ook, in samenspraak met de Ondernemingsraad, structureel gedeeltelijk thuis/op kantoor gaan werken, in een verhouding van 2 om 2 dagen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de voordelen van het thuiswerken (o.a. een betere balans werk-privé) en wordt ook de sociale cohesie en binding met de organisatie voldoende geborgd. Opleiding en ontwikkeling algemeen en traject talent-, team- en leiderschapsontwikkeling in het bijzonder Algemeen In een steeds veranderende maatschappij en diverse in-en externe ontwikkelingen is het noodzakelijk om wendbaar te blijven. Het continu blijven leren en ontwikkelen is dan ook een belangrijk HR-thema, voor nu en de toekomst. Binnen dit kader is ook in 2022 veel aandacht besteed aan opleiding en ontwikkeling. Begin 2022 is het opleidings-en ontwikkelingsplan 2022-2023 is vastgesteld. Deze draagt bij aan de ambitie van de organisatie en de ontwikkelingen die op de organisatie afkomen. In dit plan zijn doelen en activiteiten op het gebied van kennis-, competentie- en talentontwikkeling opgenomen. Ook volgt een aantal medewerkers een individuele (beroeps)opleiding om hun kennis te verbreden en/of hun loopbaanmogelijkheden te vergroten.

Zo heeft in 2022 bijvoorbeeld een aantal nieuwe medewerkers een basisopleiding op het gebied van lokale belastingen gevolgd (of gaat deze nog volgen) en is een aantal medewerkers een opleiding gestart op het gebied van invordering. Ook is vakinhoudelijke kennis digitaal uitgewisseld binnen en tussen de procesteams, is wetgeving en jurisprudentie bijgehouden door het volgen van cursussen en interne educatie, is deelgenomen aan commissies en bestuur van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en is het Nano Learning-programma ‘Bewustwording informatiebeveiliging en Privacy’ gevolgd. Daarnaast hebben de WOZ-taxateurs die tot NRTV-taxateur zijn opgeleid wederom de benodigde, jaarlijkse educatie gevolgd. Ook zijn er opleidingen gevolgd voor het gebruik van Gouw Belastingen en zijn een aantal young potentials tot volwaardige taxateurs of medewerkers gegevensbeheer opgeleid. Traject talent-, team- en leiderschapsontwikkeling We willen ervoor zorgen dat BghU een organisatie is (en blijft) met een prettig werkklimaat waar mensen met plezier kunnen (samen)werken en zich met positieve energie dagelijks inzetten om de doelen van hun team en van BghU te bereiken. Dit bereiken we mede door medewerkers zoveel mogelijk te laten doen waar zij goed in zijn en door effectiever gebruik te maken van de talenten van medewerkers.

Verwachting is ook dat een positieve, talentgerichte organisatie de actieve betrokkenheid, productiviteit en binding van medewerkers vergroot, verzuim verlaagt en de kwaliteit van de dienstverlening verhoogt. Om deze reden is besloten een organisatie breed traject in te zetten dat gericht is op talent-, team- en leiderschapsontwikkeling met ieders talenten/sterke punten als basis. Het Managementteam is hier in oktober 2022 mee gestart. Na afronding hiervan in 2023 start het traject voor alle medewerkers. Verwachting is dat het gehele traject eind 2023 is afgerond.

Jaarstukken 2022

34

Formatie en bezetting BghU heeft op peildatum 31 december 2022 een personeelsbestand van circa 108 FTE (119 medewerkers). Op basis van de loonsom is ongeveer ruimte voor 126,5 FTE wanneer het volledige budget gebruikt wordt voor medewerkers in dienst van BghU. De vrije vacatureruimte wordt op dit moment ingezet als budget voor de flexibele schil. In 2022 zijn 6 nieuwe medewerkers in dienst gekomen. Dit betekent een instroompercentage van 5,04%. Dit ligt lager dan bij de gemeenten (8,4% in 2020) en waterschappen (7,9% in 2020). In 2022 zijn 14 medewerkers uitdienst getreden. Dit betekent een uitstroompercentage van 11,76%. Dit ligt hoger dan bij de gemeenten (8,4% in 2020) en waterschappen (7,9% in 2020). Verwachting is dat het uitstroompercentage de komende jaren gelijk zal blijven, dan wel iets zal stijgen in verband met de vergrijzing van het personeelsbestand. Wegens de aanhoudende groei van WOZ bezwaren (en beroepen) en de kosten en risico’s die hiermee gemoeid zijn is de coördinatie voor dit specifieke onderdeel in de lijn geformaliseerd. Hiervoor is aanwezige formatieruimte benut vanuit de overhead naar het primaire proces. Betreffende vacature staat momenteel open. Samenstelling personeel De verdeling tussen man/vrouw was op peildatum 31 december 2022 52%/48%. Binnen de gemeenten ligt deze verdeling op 47%/53% in 2020 en binnen de waterschappen op 68%/32% in 2020.

Hiermee is de verdeling binnen BghU vergelijkbaar met die van gemeenten. Bij de waterschappen is het aandeel mannen met 68 procent het grootst. Op peildatum 31 december 2022 was de gemiddelde leeftijd 50 jaar. Dit ligt hoger dan de gemiddelde leeftijd binnen gemeenten (47,7 jaar in 2020) en waterschappen (48,3 jaar). Onderstaande tabel geeft inzicht in de leeftijdsopbouw (percentage van aantal personen): BghU 2022

Gemeenten 2020

Waterschappen 2020

Jonger dan 25 jaar

3%

2%

2%

25-34 jaar

4%

14%

13%

35-44 jaar

13%

21%

22%

45-54 jaar

39%

29%

30%

55-59 jaar

24%

16%

17%

60 jaar en ouder

17%

17%

16%

De naar verhouding sterke mate van vergrijzing van het personeelsbestand betekent, net als bij de gemeenten en waterschappen, voor de komende jaren extra uitstroom van personeel. Daarmee verdwijnt ook veel kennis en expertise. Het aantrekken van nieuw personeel, een adequate overdracht van kennis en expertise door op korte termijn vertrekkende medewerkers aan instromende medewerkers zijn dan ook belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren. Om meer verjonging aan te brengen zullen wij daarnaast proberen komende jaren meer jongeren (onder de 30 jaar) aan te trekken en het aantal stagiair(e)s uit te breiden. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bedraagt in 2022 8,56%. Het ziekteverzuim is daarmee gestegen ten opzichte van het jaar 2021 (8,47%) en ligt hoger dan het gemiddelde ziekteverzuim binnen gemeenten (5,5% in 2020) en waterschappen (4,5% in 2020). Daarmee ligt het ziekteverzuimpercentage bij BghU en gemeenten nog steeds hoger dan het ziekteverzuimpercentage van heel Nederland (4,8% in 2020). Onderstaande tabel geeft inzicht in het ziekteverzuimpercentage over de afgelopen vijf jaar. Ziekteverzuim% 2018 2019 2020 2021

2022

BghU

8,56%

5,96%

6,23%

8,17%

Jaarstukken 2022

8,47%

35

Sinds 2018 laat het ziekteverzuim een stijgende lijn zien. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het gemiddeld aantal langdurig zieke medewerkers met niet-werkgerelateerde klachten jaarlijks stijgt. Inmiddels zijn enkele medewerkers gedeeltelijk hersteld. Met alle zieke medewerkers zijn afspraken over re-integratie gemaakt. Een medewerker die langdurig arbeidsongeschikt is (en een volledige WIA-uitkering ontvangt) is inmiddels uit dienst. BghU heeft er, ook in 2022, alles aan om het verzuim, daar waar beïnvloedbaar, te beperken. Leidinggevenden hebben regelmatig contact met zieke medewerkers en ondernemen de vereiste acties in het kader van Wet Verbetering Poortwachter. Hierbij worden zij geadviseerd en ondersteund door de HRMadviseur. Medewerkers hebben periodiek ook een consult bij de bedrijfsarts. Sinds begin 2022 wordt naast de bedrijfsarts ook een “Praktijkondersteuner bedrijfsarts” ingezet. De praktijkondersteuner bedrijfsarts voert deeltaken namens en in opdracht van de bedrijfsarts uit. De bedrijfsarts blijft eindverantwoordelijk voor de advisering en begeleiding. Met de inzet van de praktijkondersteuner bedrijfsarts worden ziekte medewerkers sneller door de arbodienst gesproken (na 2 à 3 weken i.p.v. normaliter 6 weken) en kunnen er sneller eventuele interventies ingezet worden.

Het biedt ook ruimte voor de bedrijfsarts om zich voornamelijk te richten op complexe vraagstukken en preventie. Daar waar nodig worden ook op advies van de arbodienst Zorg van de Zaak interventies ingezet, waaronder psychologische begeleiding, bedrijfsmaatschappelijk werk, arbeidsdeskundig onderzoeken en spoor 2 re-integratietrajecten (trajecten gericht op passende arbeid buiten BghU). Het ziekteverzuim en preventie heeft permanent aandacht van directie en management. Rol en invulling vertrouwenspersoon en aantal meldingen In 2022 is de rol en invulling van de vertrouwenspersoon opnieuw bekeken. In samenspraak met de Ondernemingsraad is besloten om deze rol niet alleen intern te beleggen, maar ook extern. BghU streeft hiermee meer laagdrempeligheid na. Ook is besloten om de rol te richten op zowel ongewenst gedrag als op integriteit. In 2022 zijn geen meldingen gedaan bij de vertrouwenspersoon.

Informatiebeveiliging en zekerheid De kans op incidenten rond de digitale veiligheid neemt toe en worden steeds zorgelijker van aard. BghU heeft een BIO-onderzoek laten uitvoeren door een externe partij, waardoor de maatregelen en processen die hiertegen weerstand bieden in beeld zijn. BghU is bezig met het implementeren van de maatregelen, maar ook de interne bewustwording is een belangrijke factor, waardoor het risico op incidenten voor informatiebeveiliging- en privacy worden verkleind. Mocht het toch misgaan, zal de hulp van de IBD en deelnemende gemeenten onderling gecoördineerd ingezet worden. Verschillende soorten incidenten, met grote of kleine impact, kunnen onvoorziene kosten met zich meebrengen. Daarvoor is een bedrag gereserveerd in het weerstandsvermogen in de begroting 2022. BghU dient informatiebeveiliging te borgen conform de baseline informatiebeveiliging overheid (afgekort; BIO). De BIO is het verplichte normenkader voor informatieveiligheid. In 2022 is een BIO-onderzoek uitgevoerd door een externe partij om meer inzicht te krijgen over de status van de BIO-implementatie binnen BghU. De BIO voorziet erin dat iedereen werkt conform dezelfde ambities en veiligheidsstandaarden, en ook in 2023 wil BghU de borging hiervan aanscherpen. De deelnemers van BghU, zijn voor de informatieveiligheid deels afhankelijk van BghU.

Vanuit het BIO-onderzoek zijn 10 speerpunten naar voren gekomen, waar BghU de komende jaren aan committeert. Informatieveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van de deelnemers en BghU. Naast de eigen verantwoordelijkheid van BghU-deelnemers, zijn zij voor een deel van de informatieveiligheid afhankelijk van BghU. Geheel in lijn met onze missie en visie wil BghU uiteraard ook in 2023 aan dit normenkader blijven voldoen.

Financiën In 2022 is alle interne nieuwe regelgeving rondom het financieel beheer, het inkoopbeleid en de financiële verordening van kracht. De eerste stappen voor de interne controlemaatregelen zijn gezet maar door verloop in de controlfuncties nog niet volledig geïmplementeerd. In 2023 wordt dit verder opgepakt.

Jaarstukken 2022

36

Verslag van de CISO en Functionaris gegevensbescherming Beleid en Organisatie De overheid heeft zich verplicht de BIO te implementeren. Het voldoen aan het BIO-normenkader is voor BghU een forse inspanning. BghU heeft een BIO-onderzoek laten uitvoeren door een externe partij. Het doel van het BIO-onderzoek is om meer inzicht krijgen van de status van de BIO-implementatie inclusief een top 10 speerpunten, waar BghU de komende jaren zich aan gaat committeren. Het vernieuwen van een aantal documenten zoals het wachtwoordbeleid dient te worden ingelopen. Verder dient op werking van maatregelen een aantal zaken beter te worden geborgd, zoals: een periodieke controle op logging, het beheer van cryptografie, meer controle op leveranciersrelaties en het meer betrekken van de Functionaris Gegevensbescherming en CISO in aanbestedingstrajecten- en projecten. De organisatie is zich ervan bewust dat, ondanks alle inspanningen, 100% garantie op informatieveiligheid niet geboden kan worden. Bij informatieveiligheid is menselijk handelen vaak de zwakke schakel. BghU heeft dan ook als doelstelling zowel de technische als de organisatorische (menselijke) aspecten op een acceptabel (vastgesteld door het MT) veilig niveau te brengen en te houden. Vanuit het BIO-onderzoek zijn er nieuwe maatregelen naar voren gekomen, die intern worden belegd en vastgesteld.

De maatregelen worden na afstemming verwerkt in het ISMS (Information Security Management System). Continuïteit en Incidenten De continuïteit is over het algemeen goed geregeld, maar er is verbetering mogelijk rondom continuïteitsplannen, specifiek op het periodiek oefenen en testen ervan. Net als voorgaande jaren wordt ondersteund en bewustzijn gestimuleerd over informatiebeveiliging- en privacy door informatie over informatieveiligheid op intranet en door inzet van de tool nanolearning. Informatiesystemen Voor dit onderdeel is het beeld gemengd: er is verbetering mogelijk op het gebied van herstel van data en applicaties na incidenten en op het loggen van incidenten. Ook mag er meer controle op de naleving van afspraken met leveranciersrelaties. Het testen van (nieuwe) applicaties en de wijzigingen daarin, het melden- en registreren van beveiligings- en privacy incidenten scoort BghU goed. Gegevensbescherming Ook bij dit onderdeel is het beeld gemengd: met name het borgen van het classificeren van data- en informatie en vastlegging daarvan in procedures, dient te worden verbeterd. Het beschermen van informatie is goed geregeld, met procedures voor autorisatiemanagement en het gebruik van 2FA (Two Factor Authentication) wordt zoveel mogelijk geïmplementeerd binnen de organisatie.

Onderwerp

Aantal

Bijzonderheden

Verwerkingen informatie per jaar

1

Geen

Verwerkersovereenkomsten per jaar

2

Geen

Datalekken/incidenten per jaar

8

1 melding bij Autoriteit Persoonsgegevens nodig, geen verdere actie benodigd. Geen aanspraak gemaakt op het weerstandsvermogen budget voor datalekken.

Verzoeken om inzage persoonsgegevens

2

2 verzoeken om vernietiging persoonsgegevens ontvangen

Aantal keer systemen niet beschikbaar per jaar

4

Systeemuitval BghU breed

Deelnemers Nanonlearning in 2022

195

Geen

Jaarstukken 2022

37

Audits

Voldaan

Bijzonderheden

DigiD Audit 2022

Ja

Geen

ENSIA 2022

Ja

Geen

Jaarstukken 2022

38

1.2.6 Paragraaf verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.

Gemeente Bunnik

Gemeente De Bilt

Gemeente Houten

Gemeente Lopik

Gemeente Nieuwegein

Gemeente Stichtse Vecht

Gemeente Utrecht

Gemeente Utrechtse Heuvelrug

Gemeente Zeist

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Jaarstukken 2022

39

1.2.7 Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.

Jaarstukken 2022

40

1.2.8 Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden met ingang van 1 mei 2022. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo bevat de verplichting voor bestuursorganen om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Bestuursorganen hebben vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet een algemene inspanningsverplichting om publieke informatie actief openbaar te maken. Hiervoor dient de informatiehuishouding op orde te zijn. De openbaarmaking dient plaats te vinden via het daarvoor aangewezen platform (PLOOI, ontwikkeld door Ministerie van BZK). In 2022 is de (interne) Wob-procedure aangepast en vervangen door de (interne) Woo-procedure, zodat besluitvorming op grond van de Woo adequaat en tijdig per 1 mei 2022 kan plaatsvinden. Er is een Woocontactpersoon aangewezen. BghU streeft in 2023 de volgende doelstellingen voor de Woo na: • Transparantie van BghU verder te optimaliseren door publicatie via de website van de BghU. • Onderzoek doen naar openbaarmaking via het daarvoor aangewezen platform PLOOI.

• De website van BghU digitaal toegankelijk maken voor het indienen van Woo-verzoeken. In oktober 2016 is artikel 15 van de Wob zodanig gewijzigd dat paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (de bepaling over de dwangsom) niet langer van toepassing is op besluiten op grond van de Wob en op beslissingen op bezwaar tegen besluiten op grond van de Wob. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal Wob-verzoeken bij BghU wordt ingediend, sinds 2017 drastisch gedaald is naar nagenoeg nihil. De bepaling over de dwangsom niet tijdig beslissen is ook niet in de Woo overgenomen, wat een verklaring kan zijn voor het lage aantal Woo-verzoeken in 2022.

Jaarstukken 2022

41

2 Jaarrekening Na afloop van ieder boekjaar stelt BghU een jaarrekening op. In de jaarrekening zet BghU de (conform BBV artikel 24 lid 3) de financiële resultaten op een rij. De vastgestelde begroting vergelijken we met de in het boekjaar gerealiseerde resultaten en gedurende het jaar vastgestelde begrotingswijzingen. Deze jaarrekening bevat de realisatiecijfers die betrekking hebben op het boekjaar 2022. Het boekjaar en kalenderjaar lopen parallel aan elkaar. De jaarrekening BghU kent de volgende opbouw: • • • •

In onderdeel 2.1 staat de Staat van Baten en Lasten en de Balans 2022 weer. In onderdeel 2.2 zet BghU de gehanteerde waarderingsgrondslagen uiteen. In onderdeel 2.3 volgt een toelichting op de staat van baten en lasten. In onderdeel 2.4 licht BghU de balans toe.

2.1 Staat van baten en lasten 2022 De tabel hieronder bevat de staat van baten en lasten over 2022 op functioneel niveau. Op de volgende pagina staat de staat van baten en lasten op programmaniveau. De balans ultimo 2022 volgt daarna.

Naast de weergegeven inhuurlasten van € 1.260.716 bij onderdeel Personeel, zijn er ook inhuurlasten gerealiseerd bij het

project ICT-transitie en bij de bedrijfsvoeringskosten (project Waarderingskamer Goed) ter waarde van € 237.202. Conform het besluit van het bestuur d.d. 30 maart 2022 is er een deel van het resultaat 2022 teruggegeven aan de deelnemers. In 2022 is het bedrag van € 163.135 verrekend met de deelnemersbijdrage.

Jaarstukken 2022

42

Jaarstukken 2022

43

2.2 Balans ultimo 2022

Jaarstukken 2022

44

2.3 Waarderingsgrondslagen De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Onderstaand een korte toelichting op de waarderingsgrondslag per balansonderdeel. Materiële vaste activa (investeringen met economisch nut) Materiële vaste activa waardeert BghU tegen aanschafwaarde, waarbij BghU de aanschafwaarde vermindert met afschrijvingen, investeringssubsidies en investeringsbijdragen van derden (indien van toepassing). De jaarlijkse afschrijvingen berekenen we conform de lineaire afschrijvingsmethode en op basis van de verwachte economische levensduur (netto-methode). Hiervoor gebruikt BghU de afschrijvingstermijnen zoals beschreven in de Nota Waarderen en Afschrijven 2018. Voor activa die BghU gedurende het begrotingsjaar in gebruik neemt, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar waardeert BghU tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen wegens verwachte oninbaarheid. BghU hanteert de statische methode van vaststelling van deze voorziening. Onder uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden ook de uitzettingen in de schatkist van het Rijk gepresenteerd.

Liquide middelen In de balans neemt BghU onder de liquide middelen de banksaldi van de bankrekeningen die op naam van BghU staan op. Onder de liquide middelen worden ook kruisposten verantwoord. Er is geen sprake van kasgeld. Liquide middelen waardeert BghU tegen nominale waarde. Overlopende activa Overlopende activa waardeert BghU tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve voor de investering in de ICT en het resultaat (voor bestemming) volgend uit de staat van baten en lasten. Voorzieningen BghU kent risicovoorzieningen, die worden gewaardeerd tegen nominale waarde op basis van de risicoschatting per balansdatum. De voorziening wordt in het volgende boekjaar gebruikt om lasten te dekken. Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 waardeert BghU tegen nominale waarde. Overlopende passiva Overlopende passiva waardeert BghU tegen nominale waarde. Resultaatbepaling De BghU stelt haar jaarrekening op conform het principe van het 'stelsel van baten en lasten'. De baten en lasten rekent BghU toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten worden opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico’s worden, voor zover zij hun oorsprong vinden in het desbetreffende begrotingsjaar, in acht genomen.

Jaarstukken 2022

45

2.4 Toelichting op de staat van baten en lasten In dit hoofdstuk wordt de staat van baten en lasten toegelicht. Onder hoofdstuk 2.1 Staat van baten en

lasten 2022 is beknopt weergegeven onder welke programmatische onderdelen de resultaten van 2022 zijn verwerkt. Dit hoofdstuk bevat een uitgebreidere analyse van de staat van baten en lasten over 2022. Algemeen Het resultaat 2022 is met € 1.405.949 ogenschijnlijk erg hoog. De voornaamste oorzaak ligt bij diverse projecten waarvoor door het bestuur in de begroting 2022 extra budget was toegekend. Deze projecten zijn in volle gang maar nog niet afgerond. (ICT-transitie SAAS 565.023 en Overige bedrijfskosten project Waarderingskamer GOED 145.000). De budgetten voor deze projecten zijn nog niet ten volle besteed met als gevolg dat dit direct zichtbaar is in het resultaat (€ 710.023, bijna 50%), omdat deze incidentele uitgave als kostenposten in de Begroting 2022 waren opgenomen. Doordat nog niet alle aanbestedingen van ICT zijn afgerond, is er een onderbesteding van € 239.949 op het budget van ICT-contractkosten. Ook is de post Onvoorzien van € 100.000 niet aangewend. Het overige resultaat betreft € 100.000 extra baten en onderbestedingen op resterende budgetten van € 255.977.

2.4.1 Toelichting op staat van baten en lasten per kostencategorie Personele lasten inclusief inhuur

Het grootste deel van de personele lasten bestaat uit personeel in loondienst. Een deel van de loonsom wordt jaarlijks beschikbaar gehouden voor het inhuren van personeel rondom piekbelastingen. De personele lasten was begroot op €10.207.000. De werkelijke kosten zijn €10.141.212. Het verschil heeft meerdere oorzaken: 1. -

2.

3. 4. 5.

Corona en de bijbehorende maatregelen hebben invloed gehad op de personeelslasten: De werknemers zijn meer thuis gaan werken, waardoor de reiskosten lager uitvallen. Er zijn minder cursussen en trainingen gevolgd, waardoor de opleidingskosten lager uitvallen. We hadden aan het begin voor 2022 een opleidingsbudget van €180.000. Daarvan is in de realisatie slechts €109.632 gerealiseerd. In 2022 waren er minder medewerkers in dienst dan begroot. In 2022 waren een aantal medewerkers uit dienst gegaan. Het was niet altijd mogelijk om meteen een vervanger te laten starten. De (nieuwe) medewerkers in dienst waren in een lagere schaal ingedeeld. De personele lasten zijn onder andere daardoor lager dan begroot. Het lagere aantal medewerkers in dienst heeft tevens gevolgen voor de reis- en verblijfkosten. Door de hogere inhuur zijn de ‘lasten personeel in dienst’, zoals sociale lasten en pensioenen, lager.

Jaarstukken 2022

46

Materiële lasten In de materiële lasten is een voordeel van € 1.085.000 gerealiseerd. Afwijkingen hoger dan € 50.000 zijn hieronder toegelicht

Onvoorzien De post onvoorzien kan gebruikt worden voor tegenvallers in de bedrijfsvoering, waarbij de toename in proceskosten als specifiek onderwerp genoemd werd. Deze toename heeft zich voorgedaan, maar kon BghU opvangen door middel van onderschrijding op de andere materiële budgetten, zie gewijzigde begroting na de eerste bestuursrapportage. Het voordeel op de post onvoorzien bedraagt daarmee € 100.000. Vervolgingskosten Bij de vervolgingskosten is sprake van een structureel voordeel van ongeveer € 50.000. Door de volumegroei en hogere tarieven zijn in 2022 meer invorderingskosten opgelegd en is de opbrengst gestegen. Als gevolg van de overgang naar een nieuwe belastingapplicatie hebben de invorderingsproducties stilgelegen met als gevolg dat er een hogere post overlopende activa ten opzichte van 2021. Overige baten Het resultaat van de overige baten is positief. Dit wordt vrijwel volledig veroorzaakt door de te vergoeden kosten MijnOverheid door Logius. Deelnemersbijdrage De deelnemersbijdrage 2022 is gerealiseerd conform de vastgestelde verdeling over de deelnemers. Als gevolg van de verwerking van het (positieve) jaarrekeningresultaat 2021 behoefde een deel van de deelnemersbijdrage niet door de deelnemers betaald te worden en is dit via de ontstane reserve gefinancierd.

Reserves Het rekeningresultaat 2021 is, conform besluitvorming in de bestuursvergadering van 30 maart 2022, verwerkt. € 275.000 is toegevoegd aan de Algemene reserve en het resterende bedrag van € 163.135 is verrekend met de deelnemersbijdragen 2022. In de reserve ‘Te bestemmen resultaat’ is een bedrag van € 1.405.949 opgenomen.

Jaarstukken 2022

47

2.5 Toelichting op de balans In deze paragraaf worden de diverse balansrekeningen kort toegelicht. De toelichting begint met een toelichting op de activazijde van de balans en eindigt met een toelichting op de passivazijde van de balans. Eventuele opvallende mutaties en wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar, worden hier ook benoemd.

2.5.1 Toelichting activa Vaste Activa Materiële Vaste Activa Vanaf 2022 heeft BghU geen materiele vaste activa meer. Vlottende Activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Het grootste deel van deze post wordt gevormd door de middelen die in de schatkist van het Rijk staan. Dat bedroeg per 31-12-2022 bijna 4,5 miljoen euro. De post overige vorderingen zijn hoofdzakelijk nog te ontvangen invorderingsbaten. vervolgingskosten die de BghU tot ultimo 2022 in rekening heeft gebracht bij belastingplichtigen en nog verwacht te ontvangen in de komende jaren. Aangezien het invorderingstraject wordt uitgevoerd door medewerkers van de BghU, komen de opbrengsten (vervolgingskosten) ook toe aan de BghU. Ultimo 2021 stonden deze onder de overlopende activa en zijn in deze jaarstukken in de presentatie gecorrigeerd. Het openstaand saldo te ontvangen invorderingsbaten bedroeg per 31-12-2022 bruto 1,7 miljoen euro (per 31-12-2021 was dit saldo ruim 1,3 miljoen euro). Door de volumegroei en hogere tarieven zijn in 2022 meer invorderingskosten opgelegd en is de opbrengst gestegen. Als gevolg van de overgang naar een nieuwe belastingapplicatie hebben de invorderingsproducties stilgelegen. Begin 2023 wordt de invorderingsproductie weer opgestart. Daarvan wordt als te ontvangen baat rekening gehouden met een bedrag van 1,08 mln netto.

In de post vordering op openbare lichamen zit een te ontvangen vergoeding van de misgelopen invorderingsbaten in de Wet Hersteloperatie Toeslagen.

Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden hun liquide middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën. Daarbij wordt een drempelbedrag (een bedrag dat een organisatie buiten de schatkist mag houden) gehanteerd. De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een minimum van € 1 miljoen. Voor BghU geldt het minimumbedrag van € 1 miljoen als drempel. Dit drempelbedrag is ook van toepassing op de belastingopbrengsten die binnenkomen op de bankrekening van BghU en die BghU na ontvangst via een (ongeveer) tweewekelijkse cyclus afdraagt aan haar deelnemers.

Jaarstukken 2022

48

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) 1e kw 2022

2e kw 2022

3e kw 2022

4e kw 2022

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

443

23

62

65

Drempelbedrag

1.000

1.000

1.000

1.000

Ruimte onder het drempelbedrag

557

977

938

935

Overschrijding van het drempelbedrag

0

0

0

0

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bedraagt € 65.751. Dit is het geld dat op rekening van BghU staat en niet is afgeroomd naar de schatkist van het Rijk per balansdatum 31-12-2022. In voorgaande jaren werden de betalingen onderweg naar de schatkist ook tot de liquide middelen gerekend. Deze zijn weergegeven als uitzettingen in ’s Rijks Schatkist. Ten aanzien van de overige geldmiddelen bestaan er geen belangrijke beperkingen, ze staan ter vrije beschikking. Overlopende activa Het saldo van € 190.131 bestaat voor het grootste deel uit de posten te ontvangen rente rekening courant ( € 67,000) en de te declareren vergoeding kosten Logius (betreft vergoeding Mijn Overheid en Digid € 45.000). Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere vorderingen die onderdeel uitmaken van deze post.

Jaarstukken 2022

49

2.5.2 Toelichting passiva Vaste passiva Eigen Vermogen Het eigen vermogen bestaat ultimo 2022 uit een algemene reserve, een bestemmingsreserve en het nog te bestemmen resultaat. Van het vastgestelde resultaat 2021, zijnde € 438.135, is € 275.000 toegevoegd aan de algemene reserve. Het resterende bedrag van € 163.135 is teruggegeven aan de deelnemers door deze in mindering te brengen op de deelnemersbijdrage 2022. Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit en is de uiterste buffer voor het opvangen van de financiële gevolgen van optredende risico's. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bepaald op basis van de geactualiseerde risicoberekening. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. Verloop algemene reserve vanaf 2016 Jaar

Beginbalans

Dotatie

Onttrekking

2016

€ 342.100

€

39.150

€

-

€ 381.250

2017

€ 381.250

€

-

€

-

€ 381.250

2018

€ 381.250

€

-

€ 34.839

€ 346.411

2019

€ 346.411

€

-

€

-

€ 346.411

2020

€ 346.411

€

91.459

€

-

€ 437.870

2021

€ 437.870

€

-

€ 332.000

€ 105.870

2022

€ 105.870

€ 275.000

€

€ 380.870

-

Saldo

Verloop bestemmingsreserve ICT Jaar

Beginbalans

Dotatie

Onttrekking

2019

€

-

€

-

2020

€

-

€

100.000

€ 50.000

€ 50.000

2021

€ 50.000

€ 1.271.871

€ 326.470

€ 995.401

2022

€ 995.401

€

€

€ 995.401

-

€

-

-

Saldo €

-

Voorzieningen Conform de BBV is in 2022 de voorziening Verlofsparen toegevoegd. Eind 2022 heeft BghU drie voorzieningen.

Jaarstukken 2022

50

Risicovoorziening Proceskostenvergoeding BghU kent een regelmatig patroon voor het verwerken van WOZ-bezwaren, waarbij een gemiddeld percentage van deze bezwaren ook leidt tot een proceskostenvergoeding. Aan het eind van het jaar is over het algemeen 3% van de totale bezwaarlast nog open. Dit betreft met name bezwaren die aan het eind van het jaar zijn binnengekomen. De eventuele proceskosten die daarbij horen, volgen in het jaar daaropvolgend. De voorziening voor de ultimo 2022 nog onderhanden zijnde bezwaren en beroepen

bedraagt € 161.716.

Voorziening uit hoofde van verplichtingen Voorziening verlofsparen In de CAO is bepaald dat het vanaf 2022 mogelijk is om verlof te sparen. De hoeveelheid verlofuren loopt hierdoor behoorlijk op. Op deze wijze bouwt de medewerker een recht op die in een keer opgenomen kan worden. De BBV stelt dat hiervoor een voorziening moet worden opgenomen om op termijn eventuele problemen in de formatie op te kunnen vangen die door de afwezigheid van deze medewerker ontstaat. Tevens stelt de BBV dat vanuit het surplus van bovenwettelijk verlof een voorziening moet worden gecreëerd. Op basis van de verlofstanden per 31 december 2022 is een toerekening voor deze voorziening gemaakt.

Jaarstukken 2022

51

Vlottende passiva Specificatie Vlottende Schulden

31-12-2022

31-12-2021

Specificatie netto vlottende schulden Waarvan privaat

€ 601.583

€ 453.526

€ 601.583

€ 453.526

Af te dragen saldo aan deelnemers

€ 746.180

€ 3.062.797

Te betalen premies en loonheffing

€ 645.913

€ 618.413

€ 2.113

€ 21.268

€ 770.565

€ 939.291

€ 2.164.771

€ 4.641.769

Waarvan publiek Netto vlottende schulden totaal

Specificatie overlopende passiva

Te betalen omzetbelasting Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Overlopende passiva totaal

Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden betreffen het crediteurensaldo, ofwel het saldo van de reeds ontvangen facturen voor ontvangen goederen of diensten, die nog niet betaald zijn op 31 december 2022. Overlopende passiva Bij de overlopende passiva gaat het onder meer om te verwachten lasten die betrekking hebben op het boekjaar 2022, maar die door externe partijen nog niet in rekening zijn gebracht. Daar zitten in 2022 een aantal vorderingen in opgenomen die betrekking hebben op de implementatie van de belasting- en waarderingsapplicaties (officiële mijlpalen uit de overeenkomsten). Daarom is deze post hoger dan vorig jaar. In de post overige schulden is ook de nabetaling aan de medewerkers op basis van de eenmalige vergoeding uit de CAO betrokken.

Jaarstukken 2022

52

2.5.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Onderstaand 7 verplichtingen die BghU is aangegaan en die niet zichtbaar zijn op de balans per 31 december 2022 •

Kantoorruimte: BghU maakt sinds 6 oktober 2014 gebruik van de helft van de 15e en de gehele 16e etage in de Zuidtoren van het Stadskantoor gelegen aan het Stadsplateau 1 te Utrecht. Dit gebruik is op 19 april 2016 geformaliseerd met het vestigen van een afgeleid recht, te weten een ondererfpachtrecht en een onder-opstalrecht. BghU betaalt hiervoor een jaarlijkse retributie. De retributie bedraagt in 2022 € 535.258. De looptijd van deze overeenkomst is 10 jaar. Na afloop van het contract is BghU bevoegd het recht op te zeggen. Gekoppeld aan dit pandrecht, is een bedrag van € 369.000 voor de facilitaire dienstverlening die hoort bij deze specifieke huisvesting.

•

Leaseverplichting vervoersmiddelen: momenteel beschikt BghU over 7 leaseauto's, waarbij variërende contractduren zijn afgesproken. Deze 7 leaseauto's zijn onderdeel van BghU. De verplichting die hieraan meerjarig is gekoppeld, is afhankelijk van de keuze die medewerkers maken om al dan niet in een auto te blijven rijden voor het werk. Op maandbasis gaat het om een bedrag van rond de € 3.500 aan leaseverplichtingen.

•

Leaseverplichting kopieerapparatuur: BghU heeft een leasecontract afgesloten ten behoeve van de kopieerapparatuur die op het kantoor te Utrecht aanwezig is. Dit contract wordt in 2022 aanbesteed en is daarmee geen langlopende verplichting meer.

•

Overeenkomst telefonie en infrastructuur: De aanbesteding voor de nieuwe telefonie en infrastructuur heeft een langere doorlooptijd dan was voorzien. Om de huidige infrastructuur nog werkende te houden is de opdracht verlenging 2023 noodzakelijk. Deze opdracht heeft voor 2023 een resterende waarde van € 700.000 en wordt in boekjaar 2022 als niet rechtmatig aangemerkt.

•

SAAS-contracten Kernapplicatie

Leverancier

Belastingen/frontoffice

Gouw IT

Waarderen

XXLNC

BAG-Geo Enterprise Service Bus

In productie

Looptijd

November 2022

tot 1-3-2025

Mei 2022

tot 1-6-2025

Processfive

Oktober 2022

tot 1-9-2025

Enable-U

November 2022

tot 1-1-2026

2.5.4 Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt de begrotingsrechtsmatigheid een belangrijk toetsingscriterium. Getoetst wordt of het budgetrecht van bestuur van BghU is gerespecteerd. De Kadernota Rechtmatigheid 2018 dient hierbij als handvat. De lasten voor 2022 waren begroot op € 18.531.000. De totale gerealiseerde lasten zijn uitgekomen op € 17.226.230, liggen daarmee lager dan de begroting en vallen daarmee binnen de kaders van de begrotingsrechtmatigheid.

Jaarstukken 2022

53

2.6 Detailtoelichting Wet Normering topinkomens De WNT is van toepassing op BghU. Het voor BghU toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2022 € 216.000 het algemeen bezoldigingsmaximum. BghU heeft in 2022 één leidinggevende topfunctionaris gehad, die voldeed aan de normen van de WNT. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Gegevens 2022 Bedragen x € 1

M. Vrisou van Eck

Functiegegevens

Directeur BghU

Aanvang en einde functievervulling in 2022

01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

124.146

Beloningen betaalbaar op termijn

22.034

Subtotaal

146.180

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

216.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Bezoldiging

N.v.t.

146.180

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Jaarstukken 2022

54

Gegevens 2021 Bedragen x € 1

M. Vrisou van Eck

Functiegegevens

Directeur BghU

Aanvang en einde functievervulling in 2021

01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2265/documents/47573