CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing Mijndensedijk 49-51 te Nieuwersluis.pdf

Raad 1 oktober 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 18: Vaststellen Bestemmingsplan Nieuwersluis25.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing

Mijndensedijk 49-51, Nieuwersluis

Gemeente Stichtse Vecht

Datum: 14 augustus 2023 Projectnummer: 220288 ID: NL.IMRO.1904.BPNieuwersluisNWS-VA01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldende plannen Leeswijzer

3 3 4 6

2

Projectbeschrijving

7

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

7 8

3

Uitvoerbaarheid

13

3.1 3.2 3.3

Beleidskaders Omgevingseffecten Milieueffecten

13 24 31

Conclusie

49

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de Mijndensedijk 49-51 in Nieuwersluis ligt een voormalige melkveehouderij met twee bedrijfswoningen. De eigenaren willen het bedrijf beëindigen en de functie van de gronden veranderen in een woonfunctie. De twee aanwezige bedrijfswoningen worden omgezet naar een burgerwoning. Daarnaast wordt de aanwezige bedrijfsbebouwing gesloopt en een nieuwe woning gerealiseerd. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan “Nieuwersluis” dat is vastgesteld op 24 maart 2009. In 2021 heeft een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen met eveneens de naam “Nieuwersluis”. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied een woonbestemming gekregen en zijn de twee bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen. Daarnaast is in dit bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het mogelijk maken van de gewenste nieuwe woning (na sloop van de bedrijfsbebouwing). In oktober 2021 is door de eigenaren een zienswijze ingediend tegen dit ontwerpbestemmingsplan. Hierin is gevraagd de realisatie van de extra woning direct mogelijk te maken in het bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ en niet via een wijzigingsbevoegdheid. De gemeente heeft aangegeven dat dit akkoord is, hiervoor dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden welke wordt opgenomen bij de nog aan te passen versie van het ontwerpbestemmingsplan ‘Nieuwersluis’.

Onderhavig document voorziet in de ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied De locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Stichtse Vecht aan de Mijndensedijk 49-51 te Nieuwersluis. De locatie is kadastraal bekend als kadastrale gemeente Loenen, sectie D, nummers 1983 (gedeeltelijk), 1859, 1910, 1976 en 1984 (gedeeltelijk). De locatie grenst aan de oostelijke, zuidelijke en westelijke zijde aan agrarische gronden. Aan de noordzijde grenst het perceel aan de Mijndensedijk. In de navolgende afbeeldingen wordt de locatie weergegeven ten opzichte van de directe omgeving.

3

Globale ligging locatie (rode ster) in relatie tot de omliggende kernen (bron: pdok.nl/viewer)

Globale begrenzing percelen Mijndensedijk 49-51 (rood kader) (bron: pdok.nl/viewer)

1.3

Geldende plannen Ter plaatse van de locatie geldt het plan ‘Bestemmingsplan Nieuwersluis’. Daarnaast heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ ter inzage gelegen.

1.3.1

‘Bestemmingsplan Nieuwersluis’ Het ‘Bestemmingsplan Nieuwersluis’ is op 24 maart 2009 vastgesteld door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Loenen. De locatie kent de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met bouwvlak en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Beschermd stads- en dorpsgezicht’, ‘Waarde – Cultuurhistorie’ en gedeeltelijk ‘Waterstaat - Waterkering’. Daarnaast zijn de twee bedrijfswoningen voorzien van de functieaanduidingen ‘bedrijfswoning’, ‘karakteristiek’ en zijn ze beide voorzien van maatvoering.

4

Voor het grondgebied van Nieuwersluis is een bestemmingsplan in ontwerp. In dit bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ heeft het plangebied een woonbestemming gekregen en zijn de twee bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen. Daarnaast is in dit bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het mogelijk maken van de gewenste nieuwe woning (na sloop van de bedrijfsbebouwing). 1.3.2

‘Nieuwersluis’ Bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ heeft van 24 september 2021 tot en met 4 november 2021 als ontwerp ter inzage gelegen. In dit bestemmingsplan heeft de locatie de enkelbestemming ‘Wonen’, de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht’, ‘Waarde - Cultuurhistorie’ en gedeeltelijk ‘Waterstaat - Waterkering’ en ‘Waarde - Archeologie 3’. De enkelbestemming ‘Wonen’ is voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf’ en de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied’. Enkel de voormalige bedrijfswoningen zijn voorzien van een bouwvlak en maatvoering. In navolgende afbeelding is het plangebied rood omkaderd.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, beroep en bedrijf aan huis en kleinschalige verblijfsrecreatie. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangegeven bouwvlakken. Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ Burgemeester en wethouder zijn bevoegd een bouwvlak toe te voegen ten behoeve van de realisatie van één woning binnen de bestemming 'Wonen' met de nadere aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied'.

5

In oktober 2021 is door de eigenaren een zienswijze ingediend tegen dit ontwerpbestemmingsplan. Hierin is gevraagd de realisatie van de extra woning direct mogelijk te maken in het bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ en niet via een wijzigingsbevoegdheid.

1.4

Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 4 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 op het project ingegaan, waarbij de bestaande en de toekomstige situatie van de locaties worden beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de haalbaarheid van het initiatief aangetoond door middel van een toets aan het beleidskader en worden de milieu- en omgevingseffecten besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 4 een conclusie.

6

2 2.1

Projectbeschrijving Huidige situatie Op de percelen aan de Mijndensedijk 49-51 te Nieuwersluis staan twee karakteristieke (bedrijfs-)woningen en diverse bedrijfsgebouwen. Op de locatie werd een melkveehouderij geëxploiteerd. Op navolgende afbeeldingen is de locatie in beeld gebracht.

Luchtfoto van de locatie, plangebied is rood omkaderd (bron: google.maps)

Vooraanzicht Mijndensedijk 49 (bron: google.streetview)

7

Vooraanzicht Mijndensedijk 51 (bron: google.streetview)

2.2

Toekomstige situatie De bedrijfsactiviteiten op de locatie zijn gestopt. De twee bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoning, dit is reeds meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan ‘Nieuwersluis’. Door het beëindigen van de veehouderij raken verschillende bedrijfsgebouwen buiten gebruik. De overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe woning opgericht. Voor deze nieuwe woning wordt een nieuw bouwvlak toegevoegd. Bij de voormalige bedrijfswoningen blijft per woning één bijgebouw behouden. Daarnaast worden de karakteristiek bedrijfsgebouwen bij nummer 49 behouden. Aangezien deze niet geschikt zijn als garage, is een extra bijgebouw noodzakelijk. Voor het plangebied is een landschapsschets1 opgesteld, waarin de wijzigingen in de inrichting van het plangebied en de landschappelijk inpassing zijn beschreven en weergegeven. Inrichting In de landschapsschets, die is te zien op de navolgende afbeelding, is weergegeven welke bebouwing gesloopt wordt en waar de nieuwe woning beoogd is. De nieuwe woning wordt gerealiseerd aan het agrarische cluster van bebouwing en wordt ontsloten via de te verplaatsen in-/uitrit van de Mijndensedijk 51. De inrit van Mijndensedijk 51 verplaatst namelijk van de westzijde naar de oostzijde van de woning. De inrit van Mijndensedijk 49 blijft gehandhaafd.

1

SON. Landschapsschets Mijndensedijk 49-51 te Nieuwersluis, 12-04-2022.

8

Landschappelijk inpassingsplan (bron: Son)

Situering Het erf aan de Mijndensedijk 49- 51 in Nieuwersluis ligt in het slagenlandschap (laagveengebied), wat zich kenmerkt door langgerekte weides die omringd worden door water. Het perceel is gelegen tussen rivier de Vecht, ten Noorden, en de Loosdrechts plassen ten Oosten van het perceel. Het voormalige boerenerf krijgt een andere bestemming die past binnen de omliggende omgeving. Deze bestaat uit wonen in een toeristische omgeving. Zo is de Mijndensedijk een belangrijke fietsroute langs rivier de Vecht. Historische groenstructuur Het slagenlandschap ten Oosten van het perceel is in de loop der jaren vrijwel gelijk gebleven. Het erf zelf en de rand eromheen zijn sterk vergroend, door de knotwilgenlaan direct naast het perceel, ten zuiden en oosten. Het erf zelf is flink uitgebreid met voornamelijk nutsbomen. De toename van bomen werd mogelijk door het uit bedrijf nemen van de Mijndensche Molen, die gebouwd werd in 1733 en in 1927 werd onttakeld, in 1971 is het restant van de molen gesloopt.

Kaart topotijdreis jaar 1885

9

Natuurversterking Deze landschappelijke inpassing, opgesteld voor een bestemmingswijziging, maakt het mogelijk om; - Het erf zijn landschappelijke waarde te behouden. - Groene elementen te versterken. - Toeristische waarde voor de fietser te waarborgen. - De biodiversiteit te verhogen en ecologische waarden te vergroten. Voorstel maatregelen - Het zicht vanaf de Mijndensedijk, naar het landschap zoveel mogelijk open houden. Bij andere percelen in de buurt is het zicht naar het landschap beperkt door tuinen en woningen. - Samenhang en compactheid tussen de gebouwen creëren door het ontwikkelen van een gemeenschappelijk erf. - Het erf laten opgaan in het groen door middel van lage inheemse hagen. Centraal op het erf een toekomstboom als solitair aanplanten en ter beëindiging van het erf een rij van drie nieuwe bomen aanplanten. De nieuwe bomen bieden onder andere extra broed- en schuilgelegenheid voor vogels. - De bestaande weide en fruitboomgaard voorzien van inheems bloemrijk grasland om biodiversiteit te verhogen en insecten van voedsel en waardplanten te voorzien. Dit kan bereikt worden door goed onderhoud toe te passen, waarbij door maaien en afvoeren verschraling van de bodem ontstaat. Zo ontstaat voor inheemse plantensoorten een ideale habitat. Na een aantal jaar van verschraling zie je dat inheemse bloemen steeds meer kans krijgen.

- De bestaande fruitboomgaard aan de westzijde van woning nr. 51 (nr. 2 op tekening) biedt ruimte aan een aantal nieuwe fruitbomen. - Het aanbrengen van kleine landschapselementen, zoals het struweel achter de schuur (nr. 2) van woning nr. 51. Het struweel bestaat uit inheemse soorten en verminderd tevens het zicht op de nieuwe woning vanaf de Mijndensedijk. Daarnaast biedt het een extra habitat voor vogels en zoogdieren.

Bloemrijk grasland in boomgaard (links), Erfbeplanting, inheemse haag (midden), Solitaire boom op het erf (rechts) (bron: SON)

Referentiebeelden Navolgend zijn een aantal referentiebeelden weergegeven van schuurwoningen zoals deze binnen het plan beoogd is.

10

11

12

3 3.1

Uitvoerbaarheid Beleidskaders In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het voor deze ontwikkeling relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

3.1.1

Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing Het rijk zet in de NOVI voor het landelijk gebied in op een toekomstbestendige ontwikkeling. Dit betekent dat het landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het initiatief betreft het beëindigen van het agrarisch bedrijf, het omzetten van de bedrijfswoningen naar burgerwoningen en het realiseren van 1 nieuwe woning. Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarmee gezorgd wordt dat de herinrichting een kwaliteitswinst oplevert voor zowel het erf als het landschap. De ontwikkeling past hierdoor binnen de kenmerken en de identiteit van het gebied. Het plan sluit hiermee aan bij de ambities uit de NOVI. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke 13

ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur (thans NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing De locatie is gelegen in de ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’, welke is weergegeven op de kaart ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’ van het Barro. De significante elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn verdeeld in de drie centrale kernkwaliteiten die aansluiten bij de beschrijving van de ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’: 1.

Het strategisch landschap met de hoofdverdedigingslijn en de veelal open inundatievelden. 2. De waterstaatkundige werken met een ketting van inundatievelden langs de hoofdverdedigingslijn. 3. En tot slot de militaire versterkingen langs de hoofdverdedigingslijn, die het achterliggende gebied en de zwakke plekken in de inundatie (de accessen) verdedigden. Het gaat om een onderling samenhangend systeem. Het plangebied is gelegen in de open inundatievelden. Met onderhavig plan wordt een veehouderij beëindigd, De overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe woning opgericht, naast de bedrijfswoningen blijven ook nog enkele karakteristieke bedrijfsgebouwen behouden, waardoor de oppervlakte van de bebouwing op het terrein niet toeneemt. Tevens is een van de maatregelen binnen het landschappelijk inpassingsplan om het zicht vanaf de Mijndensedijk, naar het landschap zoveel mogelijk open houden, wat aansluit op het open karakter van de inundatievelden. Het initiatief raakt geen andere nationale belangen en is niet in strijd met het gestelde in de SVIR en het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening. Onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden

14

gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 11 woningen of meer wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling 2. Gelet op jurisprudentie en het feit dat het initiatief ruimte biedt aan de realisatie van één nieuwe woning, is voorliggende ontwikkeling niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is daarom niet nodig om de Ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen. Conclusie Onderhavig initiatief is niet in strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie legt de provincie het ruimtelijke beleid voor de periode tot 2050 vast. Het nieuwe ruimtelijke beleid heeft als hoofdvraag: ‘Hoe willen wij dat onze provincie er in 2050 er uitziet?’. In de omgevingsvisie komen de volgende aspecten aan de orde: woningbouw in principe binnen steden en dorpen en rondom knooppunten; de beschikbare ruimte meervoudig gebruiken; het vergroten van de duurzaamheid; specifiek in spelen op wat gebieden nodig hebben. In de Omgevingsvisie liggen de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de omgevingsvisie worden groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang bezien. Hiermee wordt ruimte geboden voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en wordt zorg gedragen voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving.

In het omgevingsbeleid staan twee centrale uitgangspunten centraal: kiezen gebiedsgericht voor integrale, toekomstgerichte oplossingen waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, zo nodig met compenserende maatregelen. concentreren en combineren van nieuwe ontwikkelingen, om zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Er blijft ook ruimte beschikbaar voor lokale opgaven.

2

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953). 15

Toetsing Raadpleging van de digitale versie van de Omgevingsvisie wijst uit dat ter plaatse van de locatie aan de Mijndensedijk 49-51 een aantal provinciale belangen spelen. Navolgend wordt hier op ingegaan. Milieu en gezondheid De provincie richt zich op de ontwikkeling van groenblauwe structuren en gebieden die meerdere van de doelen ondersteunen, zoals een gezonde leefomgeving, klimaatbestendige leefomgeving, natuur/biodiversiteit en recreatie, en die passen bij het bodem- en watersysteem. Met onderhavig plan wordt een veehouderij beëindigd, de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe woning opgericht, naast de bedrijfswoningen blijven ook nog enkele karakteristieke bedrijfsgebouwen behouden. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Door het verwijderen van verhard oppervlak wordt er ingespeeld op een klimaatbestendige leefomgeving. Met het landschappelijk inpassingsplan draagt het plan positief bij aan de biodiversiteit. Klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving Eén van de belangrijkste risico’s van klimaatveranderingen in de delta Nederland is een overstroming. De provincie Utrecht zorgt samen met de waterbeheerders ervoor dat de dijken (‘primaire keringen’ en ‘regionale keringen’) in de provincie op orde zijn om te voorkomen dat rivieren, randmeren, kanalen en regionale wateren overstromen.

De nieuw te realiseren woning komt tussen reeds bestaande woningen te staan, waar in het kader van overstromingen reeds rekening mee moet worden gehouden. Het initiatief wordt in de paragraaf ‘Omgevingsverordening provincie Utrecht’ getoetst aan de instructieregel van de provincie met betrekking tot overstroombaar gebied. Aantrekkelijke landschappen Elk Utrechts landschap heeft zijn eigen kwaliteiten die mede richting geven aan de daarin gelegen en omliggende functies en hun ontwikkelingsmogelijkheden. De locatie is gelegen in het ‘Groene Hart’ en kent de volgende kenkwaliteiten: • openheid; • (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.; • landschappelijke diversiteit; • rust en stilte. Het initiatief wordt in de paragraaf ‘Omgevingsverordening provincie Utrecht’ getoetst aan deze kernkwaliteiten. Toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed Cultuurhistorische waarden van de leefomgeving wil de provincie beschermen en benutten, door ze beter zichtbaar en beleefbaar te maken en door ze te gebruiken als dragers en aanjagers van ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie is gelegen in de historische buitenplaatszone.

16

De historische buitenplaatszones staan onder hoge druk, zowel door ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, als door ontwikkelingen op de buitenplaatsen zelf. De Omgevingsverordening biedt ruimte voor ontwikkeling, gericht op het creëren van economische dragers voor het behoud van de cultuurhistorische waarden van buitenplaatsen. Daarbij is behoud van de specifieke kenmerken van de zone waarin de buitenplaats ligt en van de buitenplaats zelf het uitgangspunt. In de ‘Leidraad behoud door ontwikkeling op historische buitenplaatsen’ is dit beleid nader uitgewerkt. Op de locatie is geen sprake van een historische buitenplaats, hier wordt zodoende verder niet op ingegaan. Omgevingsverordening provincie Utrecht De interim omgevingsverordening (IOVPU) is op 10 maart 2021 vastgesteld. In de verordening zijn instructieregels opgenomen die in acht genomen moeten worden bij het maken van nieuwe ruimtelijke plannen. Op deze manier kan het provinciale ruimtelijke beleid ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Hieronder worden de meest belangrijke instructieregels behandeld. Toetsing Artikel 2.10 Instructieregel overstroombaar gebied De locatie is in de IOVPU aangewezen als overstroombaar gebied. De provincie wil in deze gebieden goed voorbereid zijn op eventuele overstromingen.

Voor het binnendijks ontwikkelen van kwetsbare en vitale objecten, woonwijken en bedrijventerreinen moet een ruimtelijk besluit bestemmingen en regels bevatten die rekening houden met overstromingsrisico’s. Het initiatief ziet op de beëindiging van een agrarisch bedrijf en de sloop van de bedrijfsbebouwing. Op de vrijgekomen gronden wordt een nieuwe woning gerealiseerd en de bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoningen. Aangezien op de locatie in de huidige situatie een bedrijf aanwezig is, is voor de gronden reeds rekening gehouden met de instructieregel. Artikel 7.2 Instandhouding en versterking (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties in het (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies neemt de uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies in acht en bevat bestemmingen en regels ter instandhouding en versterking daarvan en bevat geen bestemmingen en regels die activiteiten toestaan die die waarde aantasten. Als uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de Bijlage 14 Cultuurhistorie bij de verordening en de Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies. In de paragraaf cultuurhistorie wordt verder ingegaan op de kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinie.

Artikel 7.7 Beschermen en benutten van de cultuurhistorische hoofdstructuur In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in de Cultuurhistorische hoofdstructuur wordt rekening gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. Als waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de Bijlage 14 Cultuurhistorie bij de verordening zoals de Historische buitenplaatszone.

17

Op de locatie is geen sprake van een historische buitenplaats, in de paragraaf cultuurhistorie wordt nader onderbouwd dat daardoor hier zodoende verder niet op wordt ingegaan. Artikel 7.9 Instructieregel landschap Landschap bestaat uit Landschap Eemland, Landschap Gelderse Vallei, Landschap Groene Hart, Landschap Rivierengebied en Landschap Utrechtse Heuvelrug. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap bij de verordening. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. De locatie is gelegen in het ‘Groene Hart’ en kent de volgende kenkwaliteiten: • openheid; • (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.; • landschappelijke diversiteit; • rust en stilte. Centraal staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en versterken. De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen: • openheid en intimiteit; • rust en reuring; • oude en nieuwe overgangen.

Met onderhavig plan wordt een veehouderij beëindigd, de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe woning opgericht, naast de bedrijfswoningen blijven ook nog enkele karakteristieke bedrijfsgebouwen behouden. Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij het aanwezige landschapstype wordt versterkt. Artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied De locatie is gelegen in het Landelijk gebied. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied laat geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Artikel 9.11 Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie met extra woning (‘ruimte voor ruimte’) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bouw van één of meer nieuwe woningen toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; Het perceel is niet gelegen in een concentratiegebied glastuinbouw en er is geen sprake van een glastuinbouwbedrijf.

Het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd

18

en uitgerust voor de grondgebonden landbouw, het perceel is op korte afstand omringt door sloten en een weg. b. alle bedrijfsbebouwing op de betrokken bouwpercelen wordt gesloopt, tenzij het gaat om historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing of bedrijfswoning. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud. Wanneer 750 m2 tot 2.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van één nieuwe woning toegestaan. Wanneer 2.500 m2 tot 4.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Wanneer er 4.000 m2 of meer aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van drie woningen toegestaan. Voor kassen geldt dat er 5.000 m 2 aan bedrijfsbebouwing wordt gesloopt voor één woning. Afwijking van de vereiste sloopoppervlakten, het aantal te bouwen woningen en van de verplichting om het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, is mogelijk mits dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; De karakteristieke gebouwen en de bedrijfswoningen blijven behouden, daarnaast wordt tussen de 750 m2 en 2.500 m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt. Hiervoor kan één woning worden terug gebouwd. c.

de nieuwe woning of woningen worden gesitueerd binnen de voormalige bouwpercelen, in samenhang met de te handhaven boerderij of bedrijfswoning, de betrokken bouwpercelen worden evenredig verkleind en de woningen worden landschappelijk goed ingepast, tenzij situering van de nieuwe woning op een andere locatie in het landelijk gebied leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en De nieuwe woning is binnen het voormalig bouwperceel beoogd. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij de woning goed is ingepast in het landschap.

d. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. In de paragraaf ‘bedrijven en milieuzonering’ is getoetst of agrarische bedrijven worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Geconcludeerd wordt dat hier geen sprake van is. Conclusie Onderhavig initiatief is niet in strijd met het provinciaal beleid. 3.1.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Stichtse Vecht Op 12 januari 2022 is de Omgevingsvisie Stichtse Vecht door de gemeenteraad vast gesteld. In de Omgevingsvisie is de langetermijnvisie vastgelegd. Wat moet er nu gebeuren om in 2030-2040 een steeds betere leefomgeving te krijgen voor de inwoners en ondernemers? Daarbij zijn de volgende speerpunten opgesteld: • aantrekkelijke, bereikbare en gezonde leefomgeving voor wonen, werken en recreëren; • versterken kwaliteit van cultuurhistorie, landschap en natuur; • inspelen op klimaatverandering en ruimte maken voor de energietransitie.

19

De locatie ligt in het deelgebied de ‘Langzame Vecht’ en in de ‘Belevingszone’ van de Vecht, dit is het visitekaartje van de Gouden Eeuw dat bestaat uit de rijke historie rondom de rivier de Vecht met een lint van onder meer dorpen en buitenplaatsen. Binnen de belevingszone zijn veranderingen alleen mogelijk als ze de typische beleving van de Langzame Vecht behouden en/of versterken. De bestaande kwaliteiten op het gebied van erfgoed, cultuurhistorie en landschap zijn leidend. De belevingszone is over het algemeen maar een smalle zone, zeker in de kernen. Daardoor valt een groot deel van het gebied buiten de belevingszone. Hier is de bandbreedte breder voor ontwikkelingen die aanvullend zijn op de typische beleving van de Langzame Vecht. Toetsing Met onderhavig plan wordt een veehouderij beëindigd, de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe woning opgericht, naast de bedrijfswoningen blijven ook nog enkele karakteristieke bedrijfsgebouwen behouden. Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij het aanwezige landschapstype wordt versterkt. De typische beleving van de Langzame Vecht wordt hierdoor behouden en versterkt.

Dorpsvisie Nieuwersluis Op 11 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Stichtse Vecht de Dorpsanalyse en visie Nieuwersluis opgesteld als onderdeel van een DorpsOntwikkelingsPlan (DOP), bestaande uit een analyse, een visie op de toekomst (10-15 jaar) en een uitvoeringsplan gericht op de nabije toekomst. Binnen de analyse is een goed beeld geschetst van het dorp en zijn leefbaarheid en samen met de bewoners zijn de goede en slechte kanten, kansen en zorgen van het dorp belicht. Dit heeft geleid tot een specifieke visie met 3 prioriteiten: 1. bereikbaarheid, parkeren en veiligheid; 2. (openbare) ruimte voor ontmoeting; 3. duurzaamheid en innovatie. De ontwikkeling waarop voor Nieuwersluis wordt ingezet is die van contramal voor de toenemende urbanisering van de Randstad. Een dorp dat gekarakteriseerd wordt door een bijzondere ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving, waar mensen fijn (samen) wonen en waar bezoekers welkom zijn om er te vertoeven en te ontspannen. De ruimtelijke kwaliteiten die specifiek worden benoemd zijn de rust en groene ligging aan de Vecht in een prachtig open landschap. Het Nieuwersluis van de toekomst wordt omschreven als een duurzaam, betrokken, levendig en toekomstbestendig dorp waar het goed toeven is.

Toetsing Met onderhavig plan wordt een veehouderij beëindigd, de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe woning opgericht, naast de bedrijfswoningen blijven ook nog enkele karakteristieke bedrijfsgebouwen en twee bijgebouwen bijbehorend bij de woningen behouden, waardoor de oppervlakte van de bebouwing op het terrein afneemt. Het landschap behoud hierdoor zijn open karakter. Verder is voor de ontwikkeling een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij het erf zijn landschappelijke waarde behoudt, de groene elementen worden versterkt, de biodiversiteit wordt verhoogd en waarbij de toeristische waarde voor de fietser wordt gewaarborgd. Deze landschappelijke inpassingen zullen de ruimtelijke

20

kwaliteiten van het landschap versterken en sluiten aan op de prioriteiten benoemd in de Dorpsvisie Nieuwersluis. Welstandsbeleid Bij bouwplannen regelt het welstandsbeleid de verschijningsvorm van bouwwerken. Met het uiterlijk van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Doel van het welstandsbeleid is bij bouwplannen een welstandsbeoordeling te maken en het toezicht op welstand op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Het welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota (januari 2013) en geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Toetsing De waarde van Nieuwersluis ligt onder meer in het verschil tussen de kleinschalige, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aan de westzijde en de monumentale, vrijstaande panden aan de overkant van de Vecht. Het beleid is gericht op het inpassen van ontwikkelingen in de bestaande situatie.

Bij de onderhavige ontwikkeling wordt ook een vrijstaand pand aan de overzijde van de Vecht gerealiseerd waarbij rekening wordt gehouden met het welstandsbeleid, maar de feitelijke toets aan het welstandsbeleid vindt plaats als onderdeel van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning. Actualisatie Pact van Ruigenhoek Stichtse Vecht is één van de 14 partijen die in 2017 het Pact van Ruigenhoek en bijbehorend meerjaren actieprogramma (2018-2022) heeft ondertekend. De gezamenlijke inspanningen hebben er voor gezorgd dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de UNESCO Werelderfgoedlijst is gekomen, als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam. Inmiddels heeft een actualisatie van het Pact plaatsgevonden en is een nieuw meerjaren actieprogramma opgesteld (2022-2026). In dit nieuwe actieprogramma hebben de partners ambities om: • Het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies te koesteren en te ontwikkelen en tevens het verhaal uit de dragen. • Het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies als inspiratiebron te gebruiken bij het leggen van relaties met andere maatschappelijke en ruimtelijke opgaven (zoals klimaat en energie, wonen, economische activiteiten, werkgelegenheid, bereikbaarheid, landbouw, recreatie, groen en natuur) en hierbij te zoeken naar passende functiecombinaties. In verband hiermee is het doel om de toegankelijkheid te verbeteren door het slechten van barrières.

• Themagericht en gebiedsgerecht te werken samen met de Pactpartners en andere betrokkenen, volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet (één overheid, de kwaliteit van de leefomgeving staan centraal, integraal werken, ruimte voor lokaal maatwerk, meedoen en betrekken van burgers en organisaties en harmoniseren onze teksten over de Hollandse Waterlinies in de gemeentelijke omgevingsplannen). Toetsing

21

De inpassing van het plan in relatie tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie is toegelicht in paragraaf Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) binnen 3.1.1 Rijksbeleid. Landschapsontwikkelingsplan Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP, sept 2008) geeft vanuit landschappelijk oogpunt aan welke ontwikkelingen wenselijk zijn in het buitengebied van de gemeente. Belangrijk uitgangspunt is het behoud van het landelijk karakter van dit unieke landschap in het Groene Hart. Voor een vitaal landschap zijn echter wel ontwikkelingen nodig en wenselijk. De visie geeft voor nieuwe ontwikkelingen landschappelijke randvoorwaarden aan. Belangrijk doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied door particulieren, instanties en de gemeenten zelf. Hierbij staat het behouden, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke identiteit van de verschillende deelgebieden voorop. Het LOP is een integraal plan en besteedt aandacht aan alle aspecten van het landschap, uiteenlopend van cultuurhistorie tot agrarisch en recreatief gebruik. In het plan wordt beleid van hogere en andere overheden op integrale wijze doorvertaald naar het lokale niveau. Alle waardevolle landschappen in Stichtse Vecht staan in het LOP beschreven, vanuit het oogpunt van cultuurhistorie, natuur en landschap.

In het LOP wordt ook aangegeven welke vormen van recreatief medegebruik wenselijk zijn in Stichtse Vecht. Vanuit het LOP wordt vooral ingezet op het ontwikkelen van recreatieve routes (wandelen, fietsen, kanoën, paardrijden) en het realiseren van knooppunten voor dagrecreatief gebruik. Toetsing De locatie is gelegen in het ‘Stroomruggenlandschap Vecht-Zuid’ waarbij wordt ingezet op het behouden van het halfbesloten landschap met bijzondere landgoederen en buitens. Daarnaast is voor de locatie aangegeven dat er plaatselijk ontwikkelingen van natuurvriendelijke oevers en waardevolle oeverlanden ter versterking van de natuurwaarden van de Vechtoevers plaats mag vinden. De locatie is echter niet aan de oever van de Vecht gelegen en voor het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij de huidige landschappelijke kenmerken worden versterkt. Beeldkwaliteitsplan Nieuwersluis In 2009 is een beeldkwaliteitsplan Nieuwersluis vastgesteld. Deze vormde de basis voor het vorige bestemmingsplan uit 2009. Het beeldkwaliteitsplan sluit aan op het hierboven beschreven LOP. In het beeldkwaliteitsplan zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen beschreven en is richting gegeven aan het gemeentelijke beleid gericht op behoud en versterking van de beeldkwaliteit.

In het plan wordt onder andere ingegaan op behoud en waar nodig herstel van de afwisseling van open en gesloten landschappen. Ook wordt de verspringende rooilijn als behoudenswaardig genoemd. Het LOP geeft een visie op de functies, de bestaande landschapskarakteristiek en de gewenste landschapsontwikkeling van de verschillende deelgebieden. Het beeldkwaliteitsplan gaat in op de samenhangende beeldkwaliteit van bepaalde structuren en op het lagere schaalniveau van daarbinnen gelegen erven, bebouwing en kleinschalige landschapselementen, zoals beplantingen en water.

22

Het beeldkwaliteitsplan heeft (verkort) als uitgangspunten behoud van: • typische landschappelijk kenmerken die het gebied deels een besloten karakter geven, zoals de landgoederen en buitenplaatsen, de fruitgaard(en) op de stroomruggen en beplanting van de voormalige militaire structuren; • afwisseling van tussen open en besloten landschappen; • vrije zicht vanaf de wegen op het open en weidse polderlandschap en de Vecht en vanaf de Vecht op het omringende landschap. De doorzichten vanaf de Mijndensedijk dienen te worden verbeterd. Dit versterkt de beleving van de polder en van de Vecht. Een verdere verdichting van de bebouwing en/of woonschepenlinten dient te worden voorkomen. Dit geldt ook voor het toevoegen van landschappelijke elementen die de ruimtelijke waarden aantasten; • agrarische bedrijven waarmee belangrijke landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden worden behouden; • bestaande (militaire) gracht- en watersystemen. Met name de beleefbaarheid en beeldkwaliteit verdienen aandacht voor verbetering; • de houten woningen, die zijn gerealiseerd op basis van de “verboden kringenwet”. Eventuele bouwkundige maatregelen dienen niet alleen gericht te zijn op behoud maar ook op het herstel van de oorspronkelijke waarden.

Voort is in het plan aangegeven dat een autonome dorpsontwikkeling moet aansluiten bij het landschap en passen binnen de cultuurhistorische waarden. De rijke historie van Nieuwersluis dient het belangrijkste uitgangspunt te zijn in het geval van ruimtelijke ingrepen of een stimulans om vervallen bestaande waarden op te waarderen. Toetsing Met onderhavig plan wordt een veehouderij beëindigd, de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe woning opgericht, naast de bedrijfswoningen blijven ook nog enkele karakteristieke bedrijfsgebouwen en twee bijgebouwen bijbehorend bij de woningen behouden. Binnen het plan worden maatregelen genomen om het zicht vanaf de Mijndensedijk, naar het landschap zoveel mogelijk open te houden, terwijl bij andere percelen in de buurt het zicht naar het landschap wordt beperkt door tuinen en woningen. Tevens worden de erven opengehouden en komt er een open overgang van de RVR-woning, naar de omliggende bestaande weide op het perceel. De bestaande fruitboomgaard wordt behouden en voorzien van een inheems bloemrijk grasland en de bestaande fruitbomenlaan aan de zuidzijde van het perceel zal voorzien worden van nieuwe fruitbomen waar deze niet meer intact is. De nieuwe bomen zullen in dezelfde stijl zijn als de bestaande bomen, waardoor een uniform beeld ontstaat.

Het onderhavig plan is dus niet in strijd met het Beeldkwaliteitsplan Nieuwersluis, integendeel, voor het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij de huidige landschappelijke kenmerken worden versterkt. Conclusie Onderhavig initiatief is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

23

3.2

Omgevingseffecten

3.2.1

Verkeer en parkeren Het initiatief biedt ruimte aan de realisatie van één woning en het gebruiken van de bedrijfswoningen als burgerwoningen. Met deze ontwikkeling vinden wijzigingen plaats in de verkeers- en parkeersituatie. In de gemeente Stichtse Vecht is de Beleidsnota parkeren van kracht. In de beleidsnota wordt ingegaan op de parkeernormen voor wonen. Hierbij wordt aangegeven dat Nieuwersluis tot de ‘Niet stedelijke’ categorie behoort, daarnaast is de locatie gelegen in het ‘buitengebied’. Voor de verkeersgeneratie wordt de CROW publicatie 381 aangehouden. Toetsing parkeren In de Beleidsnota parkeren valt de realisatie van de woning in de categorie ‘koop, vrijstaand’. Bij deze categorieën hoort een norm van 2,5 parkeerplaatsen per woning. Dit aantal parkeerplaatsen wordt bij de woning gerealiseerd. Er wordt in ieder geval niet op openbaar terrein geparkeerd. Toetsing verkeer In de CROW publicatie 381 valt de realisatie van de woning in de categorie ‘koop, huis, vrijstaand’. Bij deze categorie hoort een maximale norm van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. De totale toename van het aantal verkeersbewegingen zal kleiner zijn, aangezien in de huidige situatie een agrarisch bedrijf aanwezig is. De ontsluiting vindt plaats op de Mijndensedijk. Het extra verkeer als gevolg van deze ontwikkeling kan hier zonder problemen worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig initiatief.

3.2.2

Water Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze waterparagraaf worden de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling afgewogen. Rijksbeleid - Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd: - waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); - waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater;

24

-

waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO₂arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.

Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico’s in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen. 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie. Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio’s en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen.

De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Daarnaast hebben de vijf volgende thema’s een centrale rol in dit waterprogramma: 1. klimaatadaptatie; 2. waterveiligheid; 3. zoetwater; 4. grondwater; 5. scheepvaart. Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de RijnMaasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma’s en uitwerkingen onder het Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda’s Grote Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma’s de gebiedsgerichte uitwer-

25

king van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda’s onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het coalitieakkoord van eind 2021 is aangegeven dat de komende jaren structureel meer budget wordt uitgetrokken voor instandhouding van wegen, spoor, hoofdwatersysteem en vaarwegen. Het structureel extra budget loopt op via een geleidelijk ingroeimodel. De budgettaire kaders voor instandhouding zijn daarmee verruimd. Voor het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet zal I en W binnen deze budgetaire kaders nog aanvullende keuzes moeten maken om de instandhoudingsopgaven op termijn beheersbaar te houden.

Regionaal Bodem- en waterprogramma Utrecht 2022-2027 Het Regionaal Bodem- en waterprogramma (RWBP) 2022 – 2027 Provincie Utrecht is op 14 december 2021 vastgesteld. In het Provinciaal Bodem- en waterprogramma 2022-2027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Utrecht. Ten eerste zijn er een aantal overkoepelende thema’s voor bodem en water uitgelegd: − een duurzaam ondergrondgebruik: Het is belangrijk voor mens en dier in een geschikte leefomgeving te kunnen leven. De ondergrond wordt steeds meer gebruikt (drinkwater, bodemenergie, etc.). Daarom vraag deze ontwikkeling om samen met betrokkenen te gaan werken. Elk project is maatwerk − een circulaire economie maakt deel uit van de beleidskeuzes. De ambitie is onder andere om te gaan innoveren met verkenning naar een circulair watersysteem in de provincie, met zo weinig mogelijk afval. Verder is het plan onderverdeeld in zes deelprogramma’s: 1. Schoon oppervlaktewater: Dit programma draait om de bescherming van biodiversiteit. De principe wijst ‘waterparels’ aan om wateren met specifieke soorten te beschermen. Daarnaast is een goede kwaliteit van oppervlaktewater van belang voor vele gebruiksfuncties; 2.

Schone bodem en grondwater: Het programma draait om het beperken van verontreinigende stoffen en het voorkomen van achteruitgang van de toestand van alle grondwaterlichamen. Schoon water is ook belangrijk voor mensenconsumptie; 3. Bodem: kwaliteit, vruchtbaarheid, aardkundige waarden en ontgrondingen: Dit programma vooral een administratief punt over taken en rollen in de transitie naar (en na) de Omgevingswet. Kennisontwikkeling en kennisdeling zijn onder andere belangrijke opgaven. Verder focust het beleid zich op het faciliteren van kringlooplandbouw en de borging van de aardkundige waarden in de ruimtelijke ontwikkelingen. Tot slot wordt er randvoorwaarden opgesteld aan delfstoffenwinning; 4. Voldoende water en voorkomen wateroverlast: Het programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let de provincie op de hoeveelheid :goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte;

26

5. Waterveiligheid: Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem; 6. Energie uit bodem en water: De provincie wil zich inzetten op ondergrondenenergie (aquathermie en ondiepe bodemenergie…) mits de netwerken optimaal benut zullen worden en mits het verantwoord is voor mens, bodem, water en milieu. In het plan zijn deze programma’s verder uitgewerkt in maatregelen, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. De provincie is ook onderverdeeld in deelgebieden. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening is onder andere regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor bestemmingsplannen c.q. wijzigingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken, Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen. Waterschapsbeleid – Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Amstel, Gooi, Vecht Op 17 maart 2022 is het waterbeheerprogramma (WBP) van waterschap Amstel, Gooi en Vecht vastgesteld.

In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende vijf programma’s: − Waterveiligheid: Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. − Voldoende water: Het programma ‘Voldoende water’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. − Gezond water: Het waterschap let op bij de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). Het bevorderen van biodiversiteit is ook aan de orde. − Gezuiverd Water: In het programma ‘Gezuiverd Water’ speelt het zuiveren van afvalwater en een circulaire economie een centrale rol. − Genieten van water: het watererfgoed en het vaarwegennet zijn onderhouden, toegankelijk en veilig. Natuur en waterrecreatie zijn in balans met elkaar. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen en maatregelen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

Toetsing In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een plan daarbij overleg pleegt met onder andere de waterschappen. In artikel 3.1.6 (Bro) is aangegeven dat in de toelich-

27

ting van een plan is beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de legger van het waterschap weergegeven. Met het rode kader is het nieuwe bouwvlak voor de beoogde woning weergegeven. Te zien is dat ten oosten van de locatie een primaire watergang ligt. Daarbij liggen aan de zuidzijde en westzijde eveneens watergangen. Aan de noordzijde ligt de binnenbeschermingszone van het secundair waterkerend dijklichaam. Het nieuwe bouwvlak ligt echter niet in één van de beschermingszones. De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Dit betekent dat geen verder watertoetsproces met het waterschap hoeft te worden doorlopen.

Uitsnede waterlegger, nieuw bouwvlak rood omkaderd. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig initiatief. 3.2.3

Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erf28

goedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing In 2010 is de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart door de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen opgesteld. Op 30 oktober 2012 is deze geldend verklaard voor de gemeente Stichtse Vecht. Op deze kaart is de locatie van het nieuwe bouwvlak gedeeltelijk gelegen in de ‘Lage archeologische verwachting’ en in de ‘Crevasse’, de middelhoge archeologische verwachting voor resten vanaf de Vroege IJzertijd, hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de Romeinse tijd. Zodoende zijn in het ontwerpbestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 6’ opgenomen. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ geldt een uitzondering van het verbod op de realisatie van bouwwerken waarbij de bodemverstoring niet meer dan 500 m2 bedraagt en ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ geldt deze uitzondering voor bouwwerken waarbij de bodemverstoring niet meer dan 100.000 m2 bedraagt.

Het bouwvlak zal in beide dubbelbestemmingen deze maximaal te verstoren oppervlakte niet overschrijden. Een archeologisch onderzoek kan zodoende achterwege blijven. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig initiatief. 3.2.4

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing Voor de toetsing is de cultuurhistorische waardenkaarten van de provincie Utrecht geraadpleegd. Binnen deze kaarten is de locatie gelegen in de volgende gebieden: • historische buitenplaatsen; • UNESCO – Hollandse Waterlinies; • agrarisch cultuurlandschap. Navolgend wordt per gebied aangegeven wat de invloed van het plan is op de cultuurhistorische waarde.

29

Historische buitenplaatsen Hoewel de locatie zich bevindt in de laag historische buitenplaatsen, ligt er geen historische buitenplaats op de locatie. De dichtstbijzijnde buitenplaats ligt noordelijk aan de andere zijde van de Vecht. Onderhavig plan vormt zodoende geen belemmering voor het aspect historische buitenplaatsen. UNESCO – Hollandse Waterlinies Binnen het thema van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is de locatie gelegen in de veenpolder ‘Polder Mijnden’, in de ‘Kom I benoorden de Lek’, in het ‘Inundatieveld in de Oude Hollandse Waterlinie’, in het ‘Inundatieveld Nieuwe Hollandse Waterlinie’ en de ‘Verboden Kring van 1.000 meter rondom Vesting Nieuwesluis’. Daarnaast wordt het plangebied doorsneden door de 600 meter kring van Fort Nieuwersluis. Tussen de 300 en 600 meter kring was enkel een stenen fundering en gemetselde schoorstenen toegestaan bij bebouwing. De houten woning (nr.51) dat op het perceel staat is een overblijfsel van deze keerkringenregel die tot 1951 gold. Binnen de provinciale interim verordening is gesteld dat verstedelijking enkel is toegestaan in het Militair Erfgoed wanneer de ontwikkeling kleinschalig is en gericht op het behoud, herstel of versterking van de cultuurhistorische waarde van het militair erfgoed en zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving.

Met de wijziging naar de nieuwe functie wordt met toepassing van de ruimte voor ruimte woning het aantal vierkante meters bebouwing teruggedrongen. Onderhavig plan vormt zodoende geen belemmering voor het aspect UNESCO – Hollandse Waterlinies. Agrarisch cultuurlandschap Binnen het thema agrarisch cultuurlandschap is de locatie geclassificeerd als terrein (klasse 1), bebouwingslint (klasse 2), boerderijlint buitengebied (klasse 3) en halftransparant boerderijlint buitengebied (klasse 4). De Mijndensedijk is aan de oostzijde van de vecht de oude verbindingsweg tussen Nieuwersluis en Loenen. De naam van de dijk is, evenals die van de omringende polder, afgeleid van het voormalige kasteel Mijnden. Aan het kasteel herinnert nog de krukhuisboerderij vanouds ridderhofstad Mijnden op nr. 15. De bebouwing langs de dijk bestaat voor een groot deel uit houten gebouwen, omdat deze binnen de zogenaamde verboden kringen rondom het fort Nieuwersluis stonden en dus in geval van oorlog snel moesten kunnen worden afgebroken of afgebrand. De kringenwet werd in 1951 ingetrokken, waarna weer bakstenen bebouwing mogelijk werd. Bijzonder is de voormalige scheepswerf aan de Vecht, even ten zuiden van de Mijndense sluis en het complex van vijf 18e-eeuwse daglonerswoningen en een 17e-eeuwse boerderij (op nr. 1), allen onder één dak verenigd. In de jaren ’60 van de 20e eeuw is het complex gerenoveerd.

Op nr. 2 staat de voormalige veldwachterswoning met brandspuitberging, in 1934 gebouwd in de Gooise landhuisstijl. De Mijndense sluis maakt deel uit van een waterstaatscomplex, dat verder bestaat uit een ijzeren ophaalbrug, de woningen aan de Mijndensedijk nr. 13 - 15 en 19 - 21 en een gemaal. Eind 20e eeuw is de sluis verbreed en de houten ophaalbrug vervangen door een stalen exemplaar. Aan de zuidzijde van de sluis is een gemaal gebouwd. naast de markante boerderij (op nr. 29) voorheen koopmanslust, gebouwd rond 1889 in neo-renaissancestijl, zijn op nr. 42 - 44 - 46 drie houten woonhuizen gesitueerd. Dit zijn voormalige dienstwoningen voor het personeel van de pupillenschool te Nieuwersluis, die onder de kringenwet van 1853 vielen, evenals de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2495/documents/56009