Bijlage 3 Ontwerpbegroting 2026 en mj-perspectief 2027-2029.pdf
Tekst van het document
In 2025 is de initiële looptijd van de overeenkomsten van de kernapplicaties binnen het applicatielandschap van rechtswege verlopen. De overeenkomsten zijn verlengd conform de gemaakte afspraken. In 2026 zal verdere evaluatie van deze overeenkomsten plaatsvinden. BghU heeft in zijn aanbestedingen in alle gevallen gekozen voor een driejarig contract met een optie om zeven maal één jaar te verlengen. Mocht er een reden zijn om een applicatie te vervangen of een gedeelte van de software te wijzigen, zal dit uit de evaluatie moeten blijken. Hierbij zullen ook voortschrijdend inzicht en markt- of wettelijke ontwikkelingen een rol spelen. Voor de verwerking van de toenemende (geautomatiseerde) datastromen en optimalisatie van de processen is BghU in 2025 gestart met meerdere pilots robotisering (‘zgn. RPA’, Robotic Process Automation). Hierbij wordt binnen processen gekeken of repetitieve handelingen door middel van software geautomatiseerd kunnen worden. Wanneer de pilots succesvol zijn en de efficiencyverbetering is aangetoond, zal vanaf 2026 de RPA breder worden ingezet. Dit betekent dat de beschikbare licenties zullen worden uitgebreid en een nadere impuls zal worden gegeven aan opleiding en begeleiding. Vanuit Informatievoorziening zal een beleidskader worden gefaciliteerd t.b.v.
het onderzoek en de toetsing (ethisch/juridisch) van potentiële integratie van artificial intelligence, zodat een afgebakende, gecontroleerde en centraal-gecoördineerde pilot tot de mogelijkheden behoort. BghU wil het gebruik van beeldmateriaal en geo-informatie (o.a. kaartlagen) verder optimaliseren voor organisatiebreed gebruik ten behoeve van de verbetering van de dienstverlening. Om het beeldmateriaal en de geo-informatie efficiënt ter beschikking te stellen, direct aan alle gebruikers of via de kernapplicaties inclusief de digitale klantbalie, is centrale ontwikkeling, hosting, distributie (geo-services) en beheer hoogst opportuun. Hierbij zal ook de mogelijkheid worden geboden tot het ontwikkelen van complexe kaartlagen, waarop analyses op de ruimtelijke data kunnen worden uitgevoerd. De voorbereidingen zijn in 2025 gestart. Vanaf 2026 zal de geo-voorziening verder worden doorontwikkeld. Voor het optimaliseren van het gebruik en de interne procesverbetering, zullen de komende jaren blijvend nieuwe toepassingsmogelijkheden worden onderzocht, die voortkomen uit ontwikkelingen als 3D, Digital Twin en True Ortho en vanuit de ontwikkeling van automatische objectgerichte mutatiesignalering door aanvullend gebruik van satellietbeelden.
Voor het objectbeheer (SOR/BAM) kan dit een belangrijke meerwaarde hebben, maar ook in het kader van de dienstverleningsprocessen is hiermee efficiencyvoordeel te behalen. In 2026 zal worden gestart met de planvorming voor verdere cloud-integratie van de IT-infrastructuur onder de systematiek van de huidige leverancier van het IT-platform, zodat een optimale integratie kan worden ontwikkeld en stapsgewijs kan worden doorgevoerd. Hieronder valt onder andere de totale cloudtransformatie van alle documentstromen en het (vervolgens) uitfaseren van bestaande netwerkschijven (fileservers). Hierbij zullen de beheerprocessen, waaronder het inzicht in de architectuur, continu worden geoptimaliseerd en bijgewerkt.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
23
Landelijke ontwikkelingen Landelijke lokale belastingprocessen (LLBP) Bij de LLBP werkt een aantal gemeenten en belastingorganisaties samen aan het opstellen en verbeteren van generieke werkprocessen en stelt deze beschikbaar aan de deelnemende organisaties. BghU draagt bij aan deze samenwerking. Deze werkprocessen omvatten procesflows, beschrijvingen van processtappen, rollen en RASCI. RASCI is een hulpmiddel om verantwoordelijkheden en bevoegdheden in een organisatie op een zeer eenvoudige manier in kaart te brengen. Naast de processen biedt LLBP ook KPI’s en voorbeeldbrieven. Waar mogelijk wordt de relatie gelegd met de wettelijke basis. Ter ondersteuning aan deze gezamenlijke doelen leveren we een geringe financiële bijdrage.
Samengestelde objectenregistratie (SOR) De introductie van de samengestelde objectenregistratie (SOR) is, door financieringsproblemen, voor langere tijd uitgesteld en waarschijnlijk zelf afgesteld. Ondanks dit uitstel is BghU van mening dat er vanuit het gezichtspunt van de basisregistratie BAG, WOZ en BGT een aantal goede ontwikkelingen in is geformuleerd. Ontwikkelingen die ervoor gaan zorgen dat er veel meer samenhang komt tussen deze drie basisregistraties vastgoed. Hierdoor kan de snelheid van uitwisseling verhoogd worden en zal het zeker op langere termijn ervoor zorgen dat de kwaliteit actueler en vollediger zal zijn. We willen met de deelnemers samen invulling geven aan het grondbeginsel van dit landelijke initiatief verder door te ontwikkelen en uit te gaan voeren. Omgevingswet De Omgevingswet is uiteindelijk in 2024 in werking getreden. BghU is voor de WOZ-gegevens sterk afhankelijk van de verleende bouwvergunningen en de tijdigheid van het delen van deze informatie. Wat en hoe groot de gevolgen van de invoering voor de tijdigheid en volledigheid zal zijn, zal de komende maanden moeten blijken. Wel zijn zorgen over het feit dat er meer vergunningsvrij gebouwd mag worden onder deze nieuwe wet waardoor de volledigheid van de gegevens al onder druk komt te staan.
Daarom zal nog meer dan in het verleden gebruik gemaakt moeten worden van objectenkenmerk-controles op basis van recente luchtfoto’s, GIS-mogelijkheden en buitendienstopname.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
24
Personeel Strategisch HR-beleid De komende jaren zal BghU te maken krijgen met in- en externe ontwikkelingen die invloed hebben op het personeelsbestand van BghU. Hierbij valt o.a. te denken aan digitalisering en robotisering, het steeds groeiende belang van data, een krapper wordende arbeidsmarkt, en uitstroom van pensioengerechtigden. De verwachting is dat deze ontwikkelingen o.a. gevolgen hebben voor de inhoud van functies, (gevraagde) kennis, vaardigheden en competenties van medewerkers en de arbeidsmarktbenadering. Om in te spelen op de ontwikkelingen zal het strategisch HR-beleid zich hier de komende jaren op richten. Met strategische personeelsplanning is hiervoor de basis gelegd. Dit is een instrument om het huidige personeelsbestand in kwalitatieve en kwantitatieve zin af te zetten tegen hetgeen in de toekomst nodig is en vervolgens te bepalen welke acties ondernomen dienen te worden om dit te realiseren. Op basis van alle data en opbrengsten van interne besprekingen zijn de pijlers van het strategische HR-beleid voor de komende jaren (her)benoemd en is vertaalslag gemaakt worden naar een concreet actieplan. De pijlers van het strategische HR-beleid voor de komende jaren zijn: opleiding & ontwikkeling, werving & behoud van voldoende gekwalificeerd personeel, instroom van stagiaires, trainees en young potentials en duurzame inzetbaarheid.
De pijlers opleiding & ontwikkeling en instroom van stagiaires, trainees en young potentials uitgelicht: In een steeds veranderende maatschappij en gezien bovengenoemde ontwikkelingen is het noodzakelijk om wendbaar te blijven. Het continu blijven leren en ontwikkelen is dan ook een belangrijk HR-thema, voor nu en de toekomst. Binnen dit kader wordt veel aandacht besteed aan opleiding en ontwikkeling. Zo worden kennissessies georganiseerd, zijn de meeste WOZ-taxateurs opgeleid tot NRVT-taxateur, volgen medewerkers individuele opleidingen, etc. Jaarlijks wordt een opleidings- en ontwikkelingsplan opgesteld die bijdraagt aan de ambitie van de organisatie en de ontwikkelingen die op de organisatie afkomen. In de komende jaren zal BghU blijven investeren in (het stimuleren) van leren en ontwikkeling. Ook investeert BghU in het opleiden en begeleiden van stagiaires (wij zijn een erkend leerbedrijf), trainees en young potentials. BghU vindt het namelijk belangrijk te investeren in de potentiële medewerker van de toekomst, maar ook om van de jongere generatie te leren. In de komende jaren zal BghU hierin blijven investeren. CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties De Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) is van toepassing. In december 2023 is een nieuwe Cao afgesloten. Enkele belangrijke punten zijn: • • • • •
Looptijd is van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025 (15 maanden). De salarissen stijgen met ingang van 1 januari 2024 met 4,75%, en per 1 oktober 2024 met 1,25%. Medewerkers krijgen per 1 januari 2025 jaarlijks 7,2 extra bovenwettelijke vakantie-uren. Voor deeltijders geldt dit naar rato. Het gehele Individuele Keuzebudget is pensioengevend geworden. Een klein gedeelte van het Individuele Keuzebudget van 0,8% was dat nog niet. De bestaande Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) is aangepast. Per 1 januari 2024 kunnen medewerkers die binnen 2 jaar de AOW-leeftijd bereiken, onder bepaalde voorwaarden, vervroegd uittreden. In de Cao SGO is de ABP-jareneis nu verlaagd van 43 naar 41 jaren.
Momenteel lopen de onderhandeling voor een nieuwe Cao (2025/2026).
Informatiebeveiliging De normen van informatiebeveiliging worden met de NIS2-wetgeving, BIO2 (conform ISO27001) en DigiD verhoogd. Dit heeft impact op de benodigde interne informatiebeveiligingsmaatregelen, inclusief contractuele afspraken met leveranciers. Vervolgens gaat dit in 2026 meer interne capaciteit vragen om de werking van maatregelen periodiek te toetsen. Hierdoor worden extra kosten voorzien in opleiding en
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
25
training van management en medewerkers. Dit vraagt implementatie en aanpassingsvermogen van de organisatie om aantoonbaar de Informatiebeveiliging op orde te brengen en te onderhouden in het ISMS. Het resultaat voor de BghU is een stabielere informatiebeveiliging en professionalisering naar het benodigde volwassenheidsniveau Beheerd. Archief Ter voorbereiding van de aanbesteding Document Management Systeem (DMS) wordt het informatiebeheer onder de loep genomen en in kaart gebracht, middels een informatiebeheerplan, een belangrijke aanbeveling van Het Utrechts Archief (HUA). Voor deze inventarisatie wordt kennis ingehuurd. Met dit informatiebeheerplan kan er inschatting komen van de benodigdheden van de aan te besteden Document Management Systeem, temeer het belastingsysteem GouwIT reeds gebruik maakt van een DMS. Alle belastingprocessen die zaakgericht worden verwerkt in GouwIT, voldoen daarmee aan de archiefwet. Het aan te besteden DMS zal de ‘overige’ informatie gaan beheren. Na de aanbesteding en het inrichten van een DMS zal in er 2025 kennis worden ingehuurd om het handboek vervanging te voltooien, waarvoor er in 2021 een stevig fundament is gelegd. Dit is nodig om een vervangingsbesluit op te kunnen stellen. Met als doel het reduceren van de opslag van fysieke documenten.
Financiën & control Voor 2026 gaan we de rechtmatigheidsverklaring en het in control framework verder versterken. Daarbij borduren we verder op hetgeen in 2025 wordt neergezet. De financiële beheersorganisatie is stabieler na afronding van de gehele aanbestedingsprocedure en de inbedding van de langlopende contracten, waardoor ruimte ontstaat voor het versterken van het in control zijn op rechtmatigheidsaspecten. Met ingang van 2022 geldt het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid en in 2026 willen we deze verder versterken om volledig compliant te zijn. Bij het team Kwaliteit en Control is behoefte aan een adviseur planning en control. Gebleken is dat met de huidige formatie/bezetting onvoldoende capaciteit is voor alle voorkomende werkzaamheden. De uitvoerende P&C werkzaamheden zijn hiermee niet te combineren en vraagt structureel meer tijd dan beschikbaar. Voor deze functie vragen we een structurele uitbreiding van 1 fte op de formatie voor 2026 en verder. Begin januari is de Gemeente Utrecht en daarmee ook BghU overgestapt op een nieuw financieel systeem (SAP4U). De werkdruk bij administratief financiële werkzaamheden is hoog en lijkt te zijn verschoven naar BghU. Voor deze werkzaamheden is extra capaciteit ingehuurd. In samenspraak met Utrecht zullen deze werkzaamheden vastgelegd in de SLA geëvalueerd worden.
Juridisch beleidsondersteuning De hoeveelheid juridisch werk en het afhandelen van beroepen is de afgelopen jaren fors toegenomen door de toename van het aantal objecten en verdergaande wet- en regelgeving. De hoeveelheid juridisch werk en het afhandelen van beroepen is de afgelopen jaren fors toegenomen door de toename van het aantal objecten en verdergaande wet- en regelgeving. Voor deze functie vragen we een structurele uitbreiding van 1 fte op de formatie voor 2026 en verder.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
26
1.2.6 Paragraaf verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.
Gemeente Bunnik
Gemeente De Bilt
Gemeente Houten
Gemeente Lopik
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Gemeente Zeist
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
27
1.2.7 Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
28
1.2.8 Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden met ingang van 1 mei 2022. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo bevat de verplichting voor bestuursorganen om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Bestuursorganen hebben vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet een algemene inspanningsverplichting om publieke informatie actief openbaar te maken. Hiervoor dient de informatiehuishouding op orde te zijn. De (interne) Wob-procedure is aangepast en vervangen door de (interne) Woo-procedure, zodat besluitvorming op grond van de Woo adequaat en tijdig kan plaatsvinden. Er is een Woo-contactpersoon aangewezen. BghU streeft de volgende doelstellingen voor de Woo na: • Transparantie van BghU verder te optimaliseren door publicatie via de website van BghU. • De website van BghU digitaal optimaal toegankelijk te houden voor het indienen van een Wooverzoek en andere reacties van burgers die geen relatie hebben met de Woo beter door te geleiden.
In oktober 2016 is artikel 15 van de Wob zodanig gewijzigd dat paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (de bepaling over de dwangsom) niet langer van toepassing is op besluiten op grond van de Wob en op beslissingen op bezwaar tegen besluiten op grond van de Wob. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal Wob-verzoeken bij BghU wordt ingediend, sinds 2017 drastisch gedaald is naar nagenoeg nihil. De bepaling over de dwangsom niet tijdig beslissen is ook niet in de Woo overgenomen, wat een verklaring kan zijn voor het lage aantal Woo-verzoeken tussen 2022-2024.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
29
2. Financiën Begroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2029 In dit hoofdstuk is de Begroting 2026 en het meerjarenperspectief voor 2027-2029 opgenomen. Omdat de begroting 2026 ter besluitvorming voorligt en het financieel perspectief 2027-2029 ter informatie, is de toelichting gesplitst. In paragraaf 2.4 zijn de door BghU gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting zichtbaar.
2.1 Begroting BghU 2026 per taak- en deelproces Meerjarenbegroting 2026-2029 Meerjarenperspectief Rente en afschrijving Personele lasten (inclusief inhuur) Lasten personeel in dienst Inhuurlasten
Materiële lasten ICT-transitie naar SaaS eenmalig
Actuele begroting 2024 -
Realisatie 2024 -
Begroting 2025 [1]
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
95.700
97.520
96.140
94.760
93.380
13.086.004
14.438.858
12.909.218
14.304.689
14.648.001
14.984.905
15.329.558
12.353.804
10.389.447
12.716.522
14.105.051
14.443.572
14.775.774
15.115.617
732.200
4.049.411
192.696
199.638
204.429
209.131
213.941
6.806.277
7.882.500
6.818.731
6.906.232
7.071.981
7.234.637
7.401.033
-
244.000
-
-
-
-
-
ICT-contractkosten jaarlijkse volume
2.243.478
2.228.887
2.248.130
2.261.675
2.315.956
2.369.223
2.423.715
Bedrijfsvoeringskosten
3.762.799
4.201.487
3.770.601
3.820.556
3.912.250
4.002.231
4.094.283
Proceskostenvergoeding WOZ
800.000
1.208.126
800.000
824.000
843.776
863.183
883.036
Onvoorzien
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
-
Totaal Lasten
19.897.281
22.321.358
19.828.649
21.313.441
21.821.123
22.319.302
22.828.972
Dwangb evelen
1.400.000
2.067.400
1.450.000
1.854.000
1.898.496
1.942.161
1.986.831
513.512
645.630
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
Totaal Baten
1.913.512
2.713.030
1.505.000
1.909.000
1.953.496
1.997.161
2.041.831
Te dekken bedragen
17.983.769
19.608.328
18.323.649
19.404.441
19.867.627
20.322.141
20.787.141
Deelnemersbijdrage
17.983.769
18.100.137
18.236.649
19.312.441
19.775.627
20.230.141
20.695.141
Overig
Onttrekking reserves
-
1.996.946
87.000
92.000
92.000
92.000
92.000
Dotatie reserves
-
460.000
-
-
-
-
-
Resultaat voor bestemming
0
28.755
0
0
0
0
0
[1] Basis begroting 2025 incl. structurele begrotingsw ijzigingen uit de 1e begrotingw ijziging 2024, w elke is vastgesteld in de bestuursvergadering van 26 augusutus 2024
Bovenstaand is de begroting 2026 weergegeven op hoofdkostenniveau. Hieronder is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen ten opzichte van de begroting 2025 (inclusief de structurele begrotingswijzigingen uit de 1e begrotingswijziging 2024 welke is vastgesteld in de bestuursvergadering van 26 augustus 2024) en de manier waarop de bedragen in deze begroting tot stand zijn gekomen. Rente en afschrijving De rente en afschrijvingskosten zijn ten opzichte van de begroting 2025 hoger begroot door de aanvraag uitbreiding investeringskrediet d.d. 11 december 2024. Personele lasten inclusief inhuur De huidige CAO loopt tot en met 31 maart 2025. De CAO-onderhandelingen tussen de VNG en WSGO met de vakbonden hebben op vrijdag 14 februari j.l. niet tot een resultaat geleid. Hierdoor zijn de personele lasten inclusief inhuur voor 2026 conform de kadernota met de index CPI van 3% verhoogd. Ten opzichte van de begroting 2025 is er 1 FTE aan de begroting toegevoegd t.b.v. de functie HRbusinesspartner welke wordt gefinancierd vanuit de SLA met Gemeente Utrecht (voorheen zat deze functie binnen de SLA). Daarnaast zijn er 8 FTE aan de formatie toegevoegd vanuit het PvA Dienstverlening BghU. (Adviseur P&C, Jurist en 6 fte voor de structurele uitbreiding bij databeheer.)
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
30
In het meerjarenperspectief 2027-2029 wordt gerekend met de cijfers van het CPB conform besluit bestuur BghU 6 december 2023 m.b.t. de kadernota. De afspraak blijft dat eventuele voordelen op de index in beeld worden gebracht en terugvloeien naar de deelnemers. ICT-contractkosten jaarlijks volume De geraamde ICT-contractkosten zijn conform de indexeringen van de kadernota 2025-2028 aangepast. Naast deze verhoging is er een besparing gerealiseerd op de kosten voor telecommunicatie. Bedrijfsvoeringskosten De bedrijfsvoeringskosten zijn ten opzichte van de begroting 2025 op een aantal punten gewijzigd. De incidentele kosten 2025 voor de verbouwing zijn uit de begroting 2026 gehouden. De SLA met de Gemeente Utrecht is verlaagd doordat de functie HR-businesspartner aan de formatie is toegevoegd. De huur kantoormeubilair is verlaagd (aangezien deze volledig is afgeschreven). Tegenover deze dalingen staan wel stijgingen in de kosten voor druk- en bindwerk en de kosten voor BRP-berichten. Proceskosten De begrote proceskosten zijn ten opzichte van de begroting 2025 met de CPI-index van 3% geïndexeerd. Dwanginvorderingopbrengsten De geschatte dwanginvorderingsopbrengsten zijn naar aanleiding van de resultaten van de jaarrekening 2024 naar boven bijgesteld. Overige baten De overige baten zijn niet gewijzigd ten opzichte van de vorige begroting.
De baten betreffen inschattingen van een paar specifieke posten. Mochten deze baten wijzigen dan wordt daarover geïnformeerd bij de bestuursrapportages. De rente op de belastingopbrengsten zijn niet meegenomen, omdat deze ten goede horen te komen aan de deelnemers. Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen voor 2026 liggen op een hoger niveau dan de begroting 2025. Dat komt hoofdzakelijk door de hogere personele lasten. Deze hogere lasten worden gedempt door de hogere baten uit dwangbevelen. Onttrekking reserves Voor 2026 is er een onttrekking vanuit de Bestemmingsreserve Dekking kapitaallasten vaste activa voorzien van € 92.000. Verder zijn geen onttrekkingen uit of stortingen in de reserves voorzien.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
31
2.2 Financieel perspectief 2027-2029 In het financieel perspectief voor 2027-2029 zijn alle benoemde effecten uit hoofdstuk 1 die niet in 2025 vallen ook verwerkt. Meerjarenbeeld zoals afgegeven in Begroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2029 Meerjarenperspectief
Begroting 2026
Rente en afschrijving Personele lasten (inclusief inhuur) Lasten personeel in dienst Inhuurlasten
Materiële lasten
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
97.520
96.140
94.760
93.380
14.304.689
14.648.001
14.984.905
15.329.558
14.105.051
14.443.572
14.775.774
15.115.617
199.638
204.429
209.131
213.941
6.906.232
7.071.981
7.234.637
7.401.033
ICT-transitie naar SaaS eenmalig
-
-
-
-
ICT-contractkosten jaarlijks volume
2.261.675
2.315.956
2.369.223
2.423.715
Bedrijfsvoeringskosten
3.820.556
3.912.250
4.002.231
4.094.283
824.000
843.776
863.183
883.036
Proceskostenvergoeding WOZ
Onvoorzien
5.000
5.000
5.000
5.000
Totaal Lasten
21.313.441
21.821.123
22.319.302
22.828.972
Dwangbevelen
1.854.000
1.898.496
1.942.161
1.986.831
55.000
55.000
55.000
55.000
Totaal Baten
1.909.000
1.953.496
1.997.161
2.041.831
Te dekken bedragen
19.404.441
19.867.627
20.322.141
20.787.141
Deelnemersbijdrage
19.312.441
19.775.627
20.230.141
20.695.141
92.000 -
92.000 -
92.000 -
92.000 -
-
-
-
-
Overig
Onttrekking reserves Dotatie reserves
Resultaat voor bestemming
2.3 Deelnemersbijdragen 2026-2029
Bunnik Houten Lopik Nieuwegein Zeist Utrecht De Bilt Utrechtse Heuvelrug HDSR Stichtse Vecht Jaarlijkse bijdrage
2026 Basis Plus Totaal € 253 € 6 € 259 € 786 € 786 € 191 € 41 € 232 € 1.109 € 1.109 € 1.374 € 129 € 1.503 € 8.097 € 1.134 € 9.231 € 954 € 954 € 801 € 28 € 829 € 3.199 € 3.199 € 1.210 € 1.210 € 19.313
Basis € 260 € 806 € 196 € 1.137 € 1.409 € 8.306 € 978 € 822 € 3.282 € 1.242
Deelnemersbijdrage 2026-2029 2027 2028 Plus Totaal Basis Plus € 6 € 266 € 266 € 6 € 806 € 826 € 41 € 237 € 200 € 41 € 1.137 € 1.165 € 129 € 1.538 € 1.444 € 129 € 1.134 € 9.440 € 8.511 € 1.134 € 978 € 1.002 € 28 € 850 € 842 € 28 € 3.282 € 3.363 € 1.242 € 1.272 € 19.776
Totaal € 272 € 826 € 241 € 1.165 € 1.573 € 9.645 € 1.002 € 870 € 3.363 € 1.272 € 20.231
Basis € 273 € 847 € 205 € 1.194 € 1.479 € 8.720 € 1.027 € 863 € 3.445 € 1.303
2029 Plus Totaal € 6 € 279 € 847 € 41 € 246 € 1.194 € 129 € 1.608 € 1.134 € 9.854 € 1.027 € 28 € 891 € 3.445 € 1.303 € 20.696
Een verdere verrekening van kosten van Diftar voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug en van parkeren voor de gemeente Utrecht vindt nog plaats.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
32
2.4 Gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting In de tabel staan de uitgangspunten die BghU hanteerde bij het opstellen van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2029. Deze zijn gelijk aan de uitgangspunten zoals het bestuur die vaststelde bij de Kadernota 2026-2029. Onderwerp Uitgangspunt Uitwerking Raming personeelslasten
Conform de index CPI van het CPB wordt de loonsom 2026 met 3,0%, en de loonsom 2027-2028 met de resp. percentages 2,4% en 2,3% verhoogd. De index CPI voor 2029 is nog niet vastgesteld en wordt derhalve gesteld op hetzelfde percentage als 2028 (2,3%). De formatie wordt begroot op basis van formatieplaatsen (143,72 FTE, plus € 199.000 vrij inhuur budget) en het max van de schaal. Bezettingsvoordelen in de formatie mogen door het management ingezet worden om in te huren.
Zie de toelichting onder 2.1, Begroting BghU 2026 per taak- en deelproces
Raming materiële lasten
Evenals bij de personeelslasten worden de materiële lasten geïndexeerd conform de CPI-indices van het CPB. Voor 2026 is dat 3,0% en voor de jaren 2027-2028 is dat resp. 2,4% en 2,3%. De index CPI voor 2029 is nog niet vastgesteld en wordt derhalve gesteld op hetzelfde percentage als 2028 (2,3%).
Jaarlijkse stijging van de totaal beschikbare som voor materiële lasten.
Raming investeringen
Investeringen worden apart geraamd en via een apart investeringsvoorstel besloten.
Voor de periode 2025 tot en met 2029 hebben we te maken met een investering hardware (welke heeft plaatsgevonden in 2024) waarvan de afschrijvingslasten in de genoemde periode gaat plaatsvinden.
Raming onvoorzien
Jaarlijks raamt BghU € 5.000 voor onvoorziene kosten. De € 5.000 is expliciet zichtbaar en valt onder het programma ‘Overhead'.
Eventueel noodzakelijke aanwending van onvoorzien is onderdeel van de verantwoording middels de bestuursrapportage en de jaarrekening en is gezien de BBV een vereiste.
Financiering
Alleen voor investeringen kan BghU eventueel een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Vooralsnog zijn voor de periode 2026 tot en met 2029 geen grote investeringen voorzien. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt het investeringsbeleid gevolgd.
Belastingen
Materiële lasten worden exclusief compensabele BTW geraamd en inclusief de niet-compensabele BTW van het waterschap.
Belastingen
BghU voert geen dienstverlening uit die onder de VPB-plicht valt.
Jaarlijks wordt de compensabele BTW van de gemeenten via een apart afrekencircuit doorgeschoven naar de gemeenten. Niet van toepassing
Formatie & personeel
Loonsomsturing op vastgestelde begroting
basis
van
de
BghU werkt met een vaste formatie en een flexibele schil inhuur. Binnen deze twee categorieën kan geschoven worden maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden zonder (interne) begrotingswijziging.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
33
Onderstaande tabel beschrijft de geldende kaders die van toepassing zijn bij het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. Onderwerp
Kader
Oorsprong
Structureel evenwicht
Structurele baten dekken de structurele lasten. BghU mag onder de streep geen tekort hebben.
BBV
Reëel beeld
De begroting bevat een reëel beeld van de verwachte materiele lasten, bijvoorbeeld op basis van lopende contracten en verwachte kapitaallasten.
BBV
Kostenverdeling
De werklast is leidend in de verdeling van de kosten onder de deelnemers van BghU. De BghU betreft één programma welke is onderverdeeld in vier kernprocessen, te weten Databeheer, Waardebepaling, Innen en Klantcontact. Daarnaast is het programma ondersteunende processen onderdeel van de begroting. De begroting 2026 wordt opgesteld aan de hand van deze 5 processen.
Bijdrageverordening op basis van artikel 40 GR
Basispakket & pluspakket
Taken binnen het basispakket worden uitgevoerd voor algemene rekening en als zodanig verdeeld.
Uitvoeringsprotocol
Het pluspakket is op basis van integrale kostprijs. Bij de bepaling van de uurtarieven voor inzet van medewerkers, worden de landelijke DAR-tarieven gehanteerd. Risicomanagement
De begroting bevat een aparte paragraaf conform BBV waarin het risicobeeld staat. Dit risicobeeld vertalen we in een benodigde weerstandscapaciteit.
BBV/ Nota Weerstandvermogen en Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio ten opzichte van de benodigde weerstands-capaciteit, waarbij geldt dat het uitgangspunt is dat de ratio groter of gelijk aan 1 moet zijn. In de begroting 2026 streeft BghU naar een ratio van 1.0
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
34
2.5 Reserves Onderstaand worden de reserves toegelicht.
Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit en is de uiterste buffer voor het opvangen van de financiële gevolgen van optredende risico's. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bepaald op basis van de geactualiseerde risicoberekening. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. Verloop algemene reserve vanaf 2020 Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2020
€
346.411
€
91.459
€
-
€
437.870
2021
€
437.870
€
-
€
332.000
€
105.870
2022
€
105.870
€
275.000
€
-
€
380.870
2023
€
380.870
€
100.000
€
-
€
480.870
2024
€
480.870
€
-
€
-
€
480.870
2025
€
480.870
€
-
€
-
€
480.870
2026
€
480.870
€
-
€
-
€
480.870
Resultaat 2024 voor bestemming Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2024
€
794.977
€
28.755
€
794.977
€
28.755
2025
€
28.755
€
-
€
-
€
28.755
Bij de Jaarstukken 2024 is het voorstel gedaan over de bestemming van het resultaat 2024. Dit voorstel is nog niet verwerkt.
Bestemmingsreserves Totale verloop bestemmingsreserves Saldo begin begro t ingsjaar
Reserve
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
Plan van Aanpak dienstverlening BghU
€
-
€
-
€
-
€
-
Opleidingskosten Kompels in Kracht
€
-
€
-
€
-
€
-
ICT-Transitie SAAS
€
-
€
-
€
-
€
-
Dekking kapitaallasten vaste activa
€
368.000
€
-
€
92.000
€
276.000
To t aal
€
368.000
€
-
€
92.000
€
276.000
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
35
Verloop bestemmingsreserve Plan van Aanpak dienstverlening BghU Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2023
€
-
€
995.401
€
350.000
€
645.401
2024
€
645.401
€
375.522
€
1.020.923
€
-
2025
€
-
€
-
€
-
€
-
2026
€
-
€
-
€
-
€
-
Het bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten om de bestemmingsreserve ICT niet vrij te laten vallen, maar om te zetten voor het Plan van Aanpak. Op 6 december 2023 heeft het bestuur ingestemd met een onttrekking van € 350.000. Op 3 april 2024 heeft het bestuur besloten om vanuit de resultaatbestemming over 2023 een bedrag van € 375.522 toe te voegen aan de bestemmingsreserve Verbeterplan dienstverlening BghU. Het bestuur heeft op 11 december 2024 besloten om de reserve volledig vrij te laten vallen ter dekking van de in 2024 daarvoor gemaakte kosten.
Verloop bestemmingsreserve Opleidingskosten Kompels in Kracht Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar 2023
To evo egingen
€
-
€
70.000
2024
€
40.000
€
2025
€
-
€
2026
€
-
€
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen €
30.000
€
40.000
-
€
40.000
€
-
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
Het bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten deze reserve te vormen voor het Ontwikkeltraject. Het betreft een maatwerktraject intake talen-, team- en leiderschapsontwikkeling. Omdat het gehele traject in 2023 nog niet volledig is afgerond heeft het bestuur op 6 december 2023 ingestemd met het vrij laten vallen van een deel ter waarde van € 30.000 zodat het restant in 2024 kan worden aangewend. Het bestuur heeft op 11 december 2024 besloten om de reserve volledig vrij te laten vallen ter dekking van de in 2024 daarvoor gemaakte kosten.
Verloop bestemmingsreserve ICT-Transitie SAAS Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2023
€
-
€
565.023
€
-
€
565.023
2024
€
565.023
€
371.000
€
936.023
€
-
2025
€
-
€
-
€
-
€
-
2026
€
-
€
-
€
-
€
-
Het Bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten deze reserve te vormen voor de nog lopende ICT Transitie SAAS. Op 3 april 2024 heeft het bestuur besloten om vanuit de resultaatbestemming over 2023 een bedrag van € 371.000 toe te voegen aan de bestemmingsreserve ICT-Transitie SAAS. Vanuit de aanvraag investeringskrediet (€ 435.000) en aanvraag uitbereiding investeringskrediet (€ 25.000) is er € 460.000 van de reserve onttrokken ter dekking van de kapitaallasten vaste activa. Het bestuur heeft op 11 december 2024 besloten om de reserve volledig vrij te laten vallen ter dekking van de in 2024 daarvoor gemaakte kosten.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
36
Verloop bestemmingsreserve Vaste Activa Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2024
€
-
€
460.000
€
-
€
460.000
2025
€
460.000
€
-
€
92.000
€
368.000
2026
€
368.000
€
-
€
92.000
€
276.000
Vanuit de aanvraag investeringskrediet (€ 435.000) en aanvraag uitbereiding investeringskrediet (€ 25.000) is er in 2024 een bedrag van € 460.000 van de reserve ICT-Transitie SAAS onttrokken ter dekking van de kapitaallasten vaste activa.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
37
2.6 Voorzieningen Onderstaand worden de voorzieningen toegelicht. Overzicht Voorzieningen Saldo begin begro t ingsjaar (01-01-2026)
To evo egingen
Ont t rekkingen
Saldo eind begro t ingsjaar (31-12-2026)
Vrijval
Vo o rzieningen uit ho o fde van verplicht ingen Proceskostenvergoeding
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Verlofsparen
€
85.800
€
-
€
-
€
-
€
85.800
Bovenw ettelijk verlof
€
253.543
€
-
€
-
€
-
€
253.543
-
€
-
€
-
€
-
€
-
339.343
€
-
€
-
€
-
€
339.343
Regeling Vervroegd Uittreden € To t aal Vo o rzieningen
€
Risicovoorziening Proceskostenvergoeding BghU kende tot 2020 een regelmatig patroon voor het verwerken van WOZ-bezwaren, waarbij een gemiddeld percentage van deze bezwaren ook leidt tot een proceskostenvergoeding. Aan het eind van het jaar stond tot kalenderjaar 2020 over het algemeen 3% van de totale bezwaarlast nog open. In de kalenderjaren daarna was dat hoger en is daarvoor een risicovoorziening gevormd. Vooral in kalenderjaar 2023 heeft BghU te kampen gehad met een grote instroom aan bezwaarschriften (vooral vanuit NCNPbedrijven) wat een landelijke ontwikkeling was. Dat had voornamelijk te maken met de waardeontwikkeling van woningen. Eind 2024 staat vast dat dat er minder dan 3% van de totale bezwaarlast NCNP nog open staat. Zodoende is de risicovoorziening per 31-12-2024 volledig afgebouwd. Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
2020
€
-
€
259.350
€
-
€
-
€
259.350
2021
€
259.350
€
201.976
€
259.350
€
-
€
201.976
2022
€
201.976
€
161.716
€
201.976
€
-
€
161.716
2023
€
161.716
€
1.050.000
€
161.716
€
-
€
1.050.000
2024
€
1.050.000
€
-
€
1.050.000
€
-
€
-
2025
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
2026
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Voorziening uit hoofde van verplichtingen Voorziening verlofsparen In de CAO is bepaald dat het vanaf 2022 mogelijk is om verlof te sparen. De hoeveelheid verlofuren loopt hierdoor behoorlijk op. Op deze wijze bouwt de medewerker een recht op die in een keer opgenomen kan worden. De BBV stelt dat hiervoor een voorziening moet worden opgenomen om op termijn eventuele problemen in de formatie op te kunnen vangen die door de afwezigheid van deze medewerker ontstaat. Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
2022
€
-
€
56.228
€
-
€
-
€
56.228
2023
€
56.228
€
8.572
€
-
€
-
€
64.800
2024
€
64.800
€
21.000
€
-
€
-
€
85.800
2025
€
85.800
€
-
€
-
€
-
€
85.800
2026
€
85.800
€
-
€
-
€
-
€
85.800
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2025 en 2026.
Voorziening bovenwettelijk verlof De BBV stelt dat vanuit het surplus van bovenwettelijk verlof een voorziening moet worden gecreëerd. Op
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
38
basis van de verlofstanden per 31 december 2024 is er in 2024 een toerekening voor deze voorziening gemaakt. Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
2022
€
-
€
118.210
€
-
€
-
€
118.210
2023
€
118.210
€
80.506
€
-
€
-
€
198.716
2024
€
198.716
€
54.827
€
-
€
-
€
253.543
2025
€
253.543
€
-
€
-
€
-
€
253.543
2026
€
253.543
€
-
€
-
€
-
€
253.543
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2025 en 2026.
Voorziening regeling vervroegd uittreden In de CAO is bepaald dat werknemers kunnen deelnemen aan de RVU als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deelname aan de RVU duurt maximaal twee jaar. Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
2023
€
-
€
15.617
€
-
€
-
€
15.617
2024
€
15.617
€
38.494
€
15.617
€
-
€
38.494
2025
€
38.494
€
-
€
38.494
€
-
€
-
2026
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties begroot voor 2025 en geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2026.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
39
2.7 Geprognosticeerde Balans Balanspositie per 2023 en meerjarenprognose Balans na resultaatsbestemming 2023, voor resultaatbestemming 2024
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
ACTIVA Vaste activa Materiële Vaste Activa (investeringen met economisch nut) €
-
€
460.000 €
368.000 €
276.000 €
184.000 €
92.000 €
-
Vlottende activa Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar
€
11.140.274 €
9.246.797 €
7.748.968 €
7.720.213 €
7.720.213 €
7.720.213 €
7.720.213
Overlopende activa
€
160.621 €
128.853 €
100.000 €
100.000 €
100.000 €
100.000 €
100.000
Liquide middelen
€
-
Totaal activa
€
11.300.895 €
9.835.650 €
8.216.968 €
8.096.213 €
8.004.213 €
7.912.213 €
7.820.213
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve
€
480.870 €
480.870 €
480.870 €
480.870 €
480.870 €
480.870 €
480.870
Bestemmingsreserve
€
1.250.424 €
460.000 €
368.000 €
276.000 €
184.000 €
92.000 €
-
Te bestemmen resultaat
€
746.522 €
28.755 €
28.755 €
-
€
-
€
1.329.133 €
377.838 €
339.343 €
339.343 €
Vaste schulden met rentetypische looptijd
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Onderhandse leningen van binnenlandse bank
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
2.270.507 €
701.184 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000
Overlopende passiva
€
5.223.440 €
7.787.004 €
6.000.000 €
6.000.000 €
6.000.000 €
6.000.000 €
6.000.000
Totaal Passiva
€
11.300.895 €
9.835.650 €
8.216.968 €
8.096.213 €
8.004.213 €
7.912.213 €
7.820.213
€
-
€
-
Vreemd vermogen Voorzieningen
339.343 €
339.343 €
339.343
Vaste passiva
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar (overige vorderingen)
In 2024 zijn ICT-middelen aangeschaft. Hierop vindt vanaf 2025 jaarlijkse afschrijving plaats. Voor de vlottende activa geldt dat de uitzettingen met rentetypische looptijd < 1jaar bestaan uit middelen die per eindejaar in de schatkist staan (over het algemeen de middelen die nog aan deelnemers moeten worden afgedragen) en het saldo liquide middelen. De liquide middelen worden dagelijks afgestort naar de rekening schatkistbankieren. Voorgaande is niet exact te voorspellen en daarom is een aanname gemaakt dat deze ongeveer waarden gelijk blijven. Hetzelfde geldt voor de overlopende activa. Aan de passivazijde van de balans daalt het eigen vermogen vanaf 2025 jaarlijks met de vrijval van de bestemmingsreserves ten behoeve van de afschrijvingslasten. Vanaf 2024 is de risicovoorziening proceskosten afgebouwd.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
40
2.8 EMU-Saldo
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
€
-92.000 €
-92.000 €
-92.000 €
-92.000 €
-92.000
2. Mutatie (im)materiële vaste activa (1)
€
-92.000 €
-92.000 €
-92.000 €
-92.000 €
-92.000
3. Mutatie voorzieningen (2)
€
-38.494 €
-
€
-
€
-
€
-
4. Mutatie voorraden
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Berekend EMU saldo
€
-38.494 €
-
€
-
€
-
€
-
Toelichtingen: Investeringsuitgaven minus afschrijvingen minus bijdragen van derden plus inkomsten uit desinvesteringen. Dotaties aan voorzieningen minus onttrekkingen aan voorzieningen.
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
41
Vaststellingsbesluit
Besluit: 1. 2. 3.
De Ontwerpbegroting 2026 vast te stellen; Het meerjarenperspectief 2027 - 2029 voor kennisgeving aan te nemen; De Ontwerpbegroting 2026, inclusief meerjarenperspectief 2027 - 2029 ter zienswijze aan te bieden aan de besturen van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en de gemeenten Utrecht, De Bilt, Bunnik, Houten, Lopik, Nieuwegein, Zeist, Utrechtse Heuvelrug en Stichtse Vecht en de provincie Utrecht.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur BghU van 2 april 2025, te Utrecht.
Het Bestuur van BghU,
de voorzitter
de directeur,
J.C.H. Haan
M. Vrisou van Eck
Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
42
Bijlage A – Bijdrage verordening art. 40 GR In artikel 40 van de Gemeenschappelijke Regeling is bepaald dat het Bestuur een bijdrage-verordening vaststelt met daarin de methode en richtlijnen voor de kostenverdeelsleutel. De uitgangspunten zoals vermeld in deze verordening zijn gehanteerd bij het opstellen van de jaarlijkse deelnemersbijdragen. Eventuele aanbevelingen vanuit de evaluatie van de kostenverdeelsleutel zijn in deze verordening nog niet verwerkt. a.
Uitgangspunt is het gezamenlijk te realiseren maatschappelijk voordeel en de in dat kader benodigde solidariteit.
b.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een basispakket en een pluspakket.
c.
Het basispakket wordt door alle deelnemers afgenomen, uitgezonderd het onderdeel waardering voor de OZB, dat niet door Hoogheemraadschap wordt afgenomen. Het Hoogheemraadschap deelt via afdrachten aan het ministerie van BZK indirect mee in de kosten voor waarderen.
d.
De kosten voor het basispakket worden verdeeld volgens een verdeelsleutel die zowel voldoet aan de voorwaarden voor btw-vrijstelling voor de dienstverlening van de BghU aan haar deelnemers, áls aan de voorwaarden voor het doorschuiven van de inkoop-btw aan gemeenten. Deze laatste voor zover het gaat om diensten die gemeenten afnemen in hun rol als overheid. Een en ander betekent dat de kosten van het basispakket verdeeld worden op basis van een vaste verdeelsleutel en uitdrukkelijk niet op basis van tarieven.
e.
De vaste verdeelsleutel is zowel van toepassing op de bepaling van de deelnemersbijdrage begrotingsbasis als op de verrekening van het rekeningresultaat. Daarbij geldt dat verschillen tussen begroting en rekening in eerste instantie worden verevend met behulp van de algemene reserve. Dit betekent dat een eventueel negatief rekeningresultaat automatisch resulteert in een taakstelling voor de BghU en dat een positief rekeningresultaat de buffer creëert die nodig is om bijvoorbeeld de financiële effecten van afwijkende volumeontwikkelingen te kunnen dempen en/of om de aansluiting van nieuwe toetreders c.q. aanvullende voorzieningen op grond van ontwikkelingen in wet- en regelgeving te kunnen bekostigen.
f.
De kostenverdeelsleutel is gebaseerd op het principe van “de gebruiker betaalt”, met inachtneming van de bestuurlijke afspraken die in het kader van de toetreding gemaakt zijn. Dit betekent dat de omvang van de werklast van de deelnemers uitgangspunt is voor het verdelen van de kosten en dat de kosten van de werklast worden geraamd op bedrijfseconomisch algemeen aanvaarde gronden.
g.
De raming van de werklast, de kosten van de werklast en de daaruit af te leiden kostenverdeelsleutel zullen - met in achtneming van de gemaakte bestuurlijke afspraken - in het perspectief van het principe “de gebruiker betaalt” periodiek worden herijkt naar aanleiding van de gerealiseerde werklast zoals deze blijkt uit de meest recente vastgestelde jaarrekening.
h.
Binnen het basispakket wordt onderscheid gemaakt naar de volgende werklastbepalende factoren: • • • • •
i.
Het aantal WOZ-objecten voor de verdeling van de kosten van het WOZ–proces; Het aantal aanslagregels voor de verdeling van de kosten van het proces gegevensbeheer en heffen; Het aantal vorderingen voor de verdeling van de kosten van het daadwerkelijk innen van de belastingen, waaronder begrepen de handelingskosten m.b.t. kwijtschelding; Het aantal inwoners voor de verdeling van de kosten van het klantcontact (afhandelen webformulieren, e-mails, telefoontjes, brieven, baliebezoeken, etc.); Het aantal bezwaren en beroepen voor de verdeling van de kosten van bezwaar en beroep.
Het pluspakket bestaat vooralsnog uit de onderdelen parkeren, leges en BAG. De kosten die met het pluspakket samenhangen worden direct toegerekend aan de betreffende deelnemer, en vallen buiten de kosten die door middel van de kostenverdeelsleutel aan de deelnemers worden toegerekend. Begroting BghU 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2029
43