CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2c; 230412 Ruimtekwartier Ontwikkelkader Saturnus_def.pdf

Raad 30 mei 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10.: Vaststellen ontwikkelkaders Ruimtekwartier16.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwikkelkader Ruimtekwartier Saturnus Stedenbouwkundige uitgangspunten en Beeldkwaliteit April 2023

INHOUD

COLOFON Titel: Ontwikkelkader Ruimtekwartier Saturnus Stedenbouwkundinge uitgangspunten en Beeldkwaliteit In opdracht van: gemeente Stichtse Vecht Opgesteld door: buro MA.AN Vasteland 12m 3011 BL Rotterdam Terborchstraat 22 8011 GG ZWOLLE e-mail: info@buromaan.nl Datum:

april 2023

1 | Inleiding Voorwoord Doel van het document Leeswijzer Opgave Bestaande context Inleiding

2.3 Ambitie Parkstedelijk wonen 4 4 4 5 5 6

2 | Generiek voor planontwikkeling 2.1 Stedenbouwkundige visie en ambitie Samenhangend woonlandschap Ruimtelijk concept - Groen-blauw casco in aansluiting op omgevingsstructuur - Fijnmazig netwerk langzaamverkeer - Vier deelgebieden in een groene inpassing Groen-blauw casco Parkeren verdekt opgesteld Geluidsluwe groene binnengebieden Samenhang in openbare ruimte Het dwaalspoor Voorzieningen Het langzaamverkeer en openbaar vervoersnetwerk Auto-ontsluiting Bezonning Entreegebieden Biodiversiteit Maarssenbroek en Ruimtepark

9 10 11 12 13 13 14 14 15 15 16 17 18 18 19

2.2 Identiteit Ruimtekwartier Onderscheidende nieuwe woonwijk voor Maarssenbroek Karakteristieke gebouwde ensembles per deelgebied Eigen identiteit per deelgebied De hoekaccenten Eyeline Skyline Windhinder Veiligheidsrisico Afvalvoorzieningen Biodiversiteit | Groen-blauw casco Kleur en materiaal | Groen-blauw casco Biodiversiteit | Gebouwniveau Natuurinclusief bouwen

21 22 23 24 26 26 27 27 27 28 28 29 29

31 Groene stedelijke setting van Ruimtekwartier 32 Samenhang 32 Parkstad 32 Karakter 32 Hoofdmaterialen 32 Gelaagd materiaalgebruik 32 Toetsing 33 Plint, midden en kroon 33 Eyeline 33 Hoogteverschillen 33 Vijfde dakgevel 33 Diepte 33 Geluid 34 Gebouw entree 34 Entrees fietsenstalling 34 Leefbare en actieve woonplint 34 Herkenbare hoofdentrees 34 Transparante en flexibele publieke plint 35 Overgangen privé-collectief-openbaar 35 Hoven 35 Zichtbare vergroening private buitenruimtes 35 Avondbeeld

3 | Specifiek voor deelgebied en gebouwniveau Status Stedenbouwkundige randvoorwaarden Planaspecten Saturnus Kwaliteit openbare ruimte Inspiratie openbare ruimte Beeldkwaliteit architectuur hoofdbebouwing Beeldkwaliteit architectuur hoekaccent Inspiratie architectuur hoekaccent

4 | Bijlagen A

Toetsings- en aanbevelingsdocument Saturnus

B

Mobiliteitskader

C

Beantwoording Amendement Groenlinks

D

Schetsontwerp Openbare ruimte Document

E

Faseringskaarten Planetenbaan

F

Rapportage Bureau Stedelijke Planning

38 39 40 41 42 43 44 45

1 INLEIDING

Ontwikkelkader Saturnus | Ruimtekwartier

3

Voorwoo rd Voor u ligt het Ontwikkelkader voor het deelgebied ‘Saturnus’, ook bekend als Cornerplaza. Voor de totale planontwikkeling van het Ruimtekwartier zijn er vier kaders opgesteld, één voor elk deelgebied. Deze Ontwikkelkaders zijn opgesteld met als doel om afstemming en samenhang te creëren tussen de individuele ontwikkelingen, deelgebieden en de totale gebiedsontwikkeling Ruimtekwartier. De diverse deelgebieden bevinden zich in verschillende stadia van ontwikkeling bij het schrijven van deze rapportage.

Maarssen-dorp Bisonspoor

Antilo penspoor

Doel va n h et do c u m ent De ingebrachte plannen van de initiatiefnemers hebben mede richting gegeven aan de stedenbouwkundige uitgangspunten voor de totale planontwikkeling Ruimtekwartier. Deze nieuwe uitgangspunten zijn onder andere vertaald naar randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn van toepassing op de gehele gebiedsontwikkeling en meer specifiek gemaakt per deelgebied. De ingebrachte plannen zijn tevens ingezet bij de omgevingsonderzoeken, zoals verkeer en geluid. De uitkomsten van deze onderzoeken hebben geleid tot gebiedsmaatregelen en randvoorwaarden per deelgebied. Per deelgebied zijn tevens stedenbouwkundige randvoorwaarden, beeldkwaliteiteisen voor openbare ruimte en architectuur opgenomen. Het geheel aan randvoorwaarden vormt dit Ontwikkelkader voor de ruimtelijke en planologische procedure, de nadere uitwerking, de planbegeleiding door het kwaliteitsteam en het welstands toezicht.

Venus Mars

Bloemstede

Neptunus

Lees wi j zer Dit Ontwikkelkader omvat de stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen, als resultaat van voortschrijdend inzicht voortkomend uit het planproces. •

In hoofdstuk 2 zijn generieke eisen en randvoorwaarden omschreven voor de gehele planontwikkeling Ruimtekwartier.

•

In hoofdstuk 3 worden aanvullende eisen en randvoorwaarden opgesteld specifiek per deelgebied.

Het Ontwikkelkader wordt ondersteund door het Toetsingsen aanbevelingsdocument, welke in bijlage A is toegevoegd, die ten grondslag ligt aan dit document.

Saturnus

Lage Weide Boomstede

Opgave Vanuit de regio is er een forse woningbouwopgave tot 2040. De woningmarkt in zowel de huur- als koopsector staat in Stichtse Vecht sterk onder druk. De herontwikkeling van Planetenbaan en Het Kwadrant kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan de druk op de woningbehoefte in de gemeente. Wegens de goed bereikbare locatie nabij de A2, het station Maarssen en het langzaamverkeersnetwerk is de planlocatie gunstig als woon- en werkbestemming. Vanuit de bestaande kenmerken van het plangebied kan op het huidge Planetenbaan en Het Kwadrant een uniek woon-werkmilieu worden gerealiseerd. Een park-stedelijk woonmilieu waarbij een hoge dichtheid van woningen wordt gecombineerd met een groene omgeving.

Amsterdam-Rijn kanaal

g we n ij

ste

ee

em rg u B

er av rW

Maa rs

sen

Bes ta a n de co ntex t

eks

edij

k

Ru imt ew eg

ing Zuilense R

Gelegen naast de Zuilense Ring en aan de Ruimteweg vormt Ruimtekwartier dé entree van Maarssenbroek. Transformatie naar een hoogstedelijke woonomgeving vraagt om een vanzelfsprekende, verbeterde aansluiting op de bestaande groene woonwijken van Maarssenbroek. Wonen op Ruimtekwartier betekent zich vestigen op een goed bereikbare locatie op de as Utrecht – Amsterdam. Niet alleen nabij de A2, maar ook nabij het station Maarssen. Deze nabijheid van station Maarssen in combinatie met de regionale buslijn(en), de aansluiting op de snelfietsroute AmsterdamUtrecht en het uitgebreide lokale langzaamverkeersnetwerk bieden een goede uitgangspositie om in te zetten op alternatieve en duurzame vormen van mobiliteit. Ruimtekwartier is strategisch gelegen nabij twee belangrijke dwarsverbindingen binnen het lokale langzaamverkeersnetwerk. De verbinding BurgemeesterWaverijnweg over de A2 en de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Hier wordt Maarssenbroek verbonden met het buitengebied. De Ruimteweg vormt een barrière binnen dit langzaamverkeersnetwerk van Maarssenbroek. Voor fietsers en voetgangers is deze weg alleen via langzaamverkeersbruggen te kruisen. De bruggen vormen daarmee een belangrijke en herkenbare schakel in het lokale langzaamverkeersnetwerk, maar hebben een anonieme en geïsoleerde ligging.

bro

Flo raw eg

Image Landsat / Copernicus Image Landsat / Copernicus

Ontwikkelkader Saturnus | Ruimtekwartier

5

Impressie van alle voorgestelde plannen samengevoegd

In l e id in g Ruimtekwartier is een parkstedelijke, gefaseerde ontwikkeling van ongeveer 2600 woningen in Maarssenbroek te Maarssen. Het betreft de transformatie van kantorenlocatie naar een woongebied met hoge dichtheid. Sinds de vaststelling van het document ‘Stedenbouwkundig Kader en Randvoorwaarden’ op 3 juni 2020 hebben initiatiefnemers met architecten onder supervisie van gemeente Stichtse Vecht en buro MA.AN gewerkt aan ambitieuze plannen voor het Ruimtekwartier. Dit heeft geresulteerd in voortschrijdend inzicht bij de gestelde randvoorwaarden. Tegen het licht van de gehele planontwikkeling zijn deze inzichten veelal verwerkt in de verschillende deelplannen en vastgelegd in een Ontwikkelkader per deelgebied. Met als doel afstemming en samenhang te creëren voor de individuele ontwikkelingen en de totale planontwikkeling Ruimtekwartier als geheel. Dit document is een toetsbaar kader waarin de gewenste ruimtelijke kwaliteit is beschreven en de randvoorwaarden voor ontwikkelingen zijn vastgelegd. Dit is

vertaald naar specifieke stedenbouwkundige en beeldkwaliteitseisen ten behoeve van de samenhang per plandeel/deelgebied en de aansluiting op de omgeving te borgen. Initiatieven kunnen op basis van dit document worden getoetst, zodat er een kwalitatieve, aantrekkelijke en op de toekomst gerichte woon-werkomgeving ontstaat. Na het doorlopen van de ruimtelijke procedure en vaststelling van dit Ontwikkelkader zal de uitwerkingsfase onder supervisie van het kwaliteitsteam worden begeleid en beoordeeld. Het kwaliteitsteam bestaat uit de volgende personen: projectleider van gemeente Stichtse Vecht, beleidsmedewerker vergunningen van gemeente Stichtse Vecht, een supervisor van Buro MA.AN en een gedeligeerde namens welstandcommissie Mooisticht. Hierna kan een definitief ontwerp worden voorgelegd aan de voltallige Welstandcommissie voor een gedragen oordeel. Ontwikkelkader Saturnus | Ruimtekwartier

6

2

GENERIEK VOOR PLANONTWIKKELING

Ontwikkelkader Saturnus | Ruimtekwartier

7

Hoofdstuk 2

2.1 STEDENBOUWKUNDIGE VISIE EN AMBITIE

Ambities en visie voor heel Ruimtekwartier in aansluiting op Maarssenbroek

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Samenhangend woonlandschap

Bi

so

ns

po

or

Am st er da m

De stedenbouwkundige opzet van Maarssenbroek wordt gekenmerkt door woonwijken met veel laagbouw en een groene omzooming die de buurten scheidt van de verkeerstructuur. Deze groene omzooming is in het Ruimtekwartier het ‘groen-blauw casco’, de landschappelijke structuur waar de ontwikkelingen als eilanden in liggen.Het casco is niet alleen een groene begrenzing van het plangebied als geheel, maar geeft ook kwaliteit aan de open, onbebouwde ruimte tussen de verschillende deelgebieden.

-R ijn ka na al

ti l o

sp pe

oo

r

M Be aa d rs rijv se e n b nt ro err ek ei se n di jk

M aa r ss en

br ed

te w

ks

im

oe

Ru

dij

Zu

ile

nse

Rin

g

k

de

eg

s te

Het Groen-blauw casco Parkeren verdekt opgesteld Geluidsluwe groene binnengebieden Samenhang in openbare ruimte Het dwaalspoor Voorzieningen Het langzaamverkeer en openbaar vervoersnetwerk Auto-ontsluiting Bezonning en 70 meter zone Entreegebieden Biodiversiteit Maarssenbroek en Ruimtepark

em

• • • • • • • • • • •

An

Blo

Elk deelgebied bestaat uit een uitnodigende, luw, binnengebied dat de interactie tussen bewoners aanmoedigt en direct aangesloten is op het langzaamverkeersnetwerk. De binnengebieden hebben een eigen uitstraling die aansluiting heeft met de architectuur. Een dwaalroute vormt een directe verbinding tussen de verschillende binnengebieden en vormt zo een dwaalmilieu binnnen het plangebied. Om een aantrekkelijk parkmilieu te realiseren met een hoge verblijfskwaliteit wordt binnen het dwaalmilieu de auto uit het zicht gehouden. Ook bij lager gelegen entreegebieden dient dit zoveel mogelijk te worden benaderd middels natuurlijke groene inpassing. De langzaamverkeerroutes bevinden zich zowel in de binnengebieden als in het groen-blauw casco. Deze routes hebben een aantrekkelijke publieke kwaliteit en worden bij voorkeur gekoppeld aan andere opgaven voor het plangebied. De ruimtelijke samenhang van Ruimtekwartier wordt geborgd door een groene omzooming met goede langzaamverkeersverbindingen tussen de ensembles. Samenvattend wordt het groene samenhangende woonlandschap bereikt door de volgende principes:

9

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Ru imtelijk co n cept | Gro e n-b l a u w c a s co in a a n s l u itin g op om gev ings s tructuur Door de transformatie van voormalig kantoren locatie naar een woonlocatie ontstaat de behoefte om aan te sluiten op de groen en waterstructuur van de bestaande woonomgeving. Deze bestaande structuur wordt gevormd door sloten, geluidswallen met begroeiing en begeleid door bomen. Vanuit de huidige functie heeft het plangebied momenteel een zeer verharde terreininrichting. Middels een aantrekkelijke groene inrichting van de directe leefomgeving ontstaat er een passende aansluiting op de bestaande groen en waterstructuur. Dit ‘groen-blauw casco’ draagt bij aan de totale transformatie naar een volwaardig en kwalitatief woongebied.

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

10

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Ru imtelijk co n cept | Fi j nma z ig n etwer k l a n g z a a mver keer De Ruimteweg vormt binnen het stedenbouwkundig raamwerk van Maarssenbroek een barrière, voor fietsers en voetgangers is deze weg alleen via langzaam verkeersbruggen te kruisen. De bruggen van Maarssenbroek vormen een belangrijke en herkenbare schakel in het lokale langzaam verkeersnetwerk. De ontwikkeling van Ruimtekwartier vormt de verbindende factor op dit langzaam verkeersnetwerk, middels een onderdoorgang bij de Amsterdamse slag (Maarssenbroekse slag), een nieuwe fietsbrug over de Ruimteweg en een doorgaande fietsverbinding naar omliggende wijken en het station. Bij de inpassing van deze verbindingen is er veel aandacht voor verkeers- en sociale veiligheid. De deelgebieden worden onderling door een wandelroute, in de vorm van een dwaalspoor, verbonden.

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

11

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Ru imtelijk co n cept | V i e r de el geb ied en in een g roen e in p a s s in g De deelgebieden zijn in architectuur van elkaar onderscheidend. De gebouwen binnen de deelgebieden presenteren zich als herkenbare ensembles. Door in benaming te verwijzen naar respectievelijk de planeten Venus, Mars, Saturnus, Neptunus kunnen de deelgebieden nu al in hun identeit worden onderscheiden. Middels het groen-blauw casco en het Ruimtepark worden deze plandelen onderling verbonden.

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

12

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Groen - bl au w c as co

Parkeren verd ekt o pgesteld

Het Groen-blauw casco van Ruimtekwartier vormt de ruimtelijke structuur waarmee het gebied wordt ingepast binnen de stedenbouwkundige opzet en structuur van de wijk Maarssenbroek. De voormalige kantoorlocatie word omgeven door stenige parkeerplaatsen. Middels een natuurlijke en groene omzoming met verblijfskwaliteit wordt een groene en leefbare buitenruimte gecreëerd als directe leefomgeving voor de toekomstige bewoners van Ruimtekwartier. Op deze manier wordt een compact stedelijke omgeving in een groen landschap gerealiseerd, park stedelijk wonen. Het casco is niet alleen een groene begrenzing met verblijfskwaliteit, maar voegt ook functionele kwaliteit toe tussen de verschillende deelgebieden door de inpassing van de bushalte(s), langzaamverkeersverbindingen, oppervlaktewater, et cetera. Middels de gerealiseerde ruimte op maaiveld, tussen de deelgebieden, ontstaan doorzichten die de plandelen ruimtelijk onderscheid. Door een groene inpassing van deze tussengebieden worden de plandelen onderling verbonden. Tevens draagt de landschappelijke inrichting van het Groen-blauw casco bij aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit en geluidsreductie in de binnen gebieden door de inpassing van de technische maatregelen langs de Ruimteweg.

De auto parkeersituatie is er op gericht om het fietsgebruik te stimuleren en de parkeerfaciliteit per deelgebied te minimaliseren. Er wordt gestuurd op een gereduceerde parkeernorm. Het parkeren vindt plaats op maaiveld en is zoveel mogelijk afgedekt middels een groen geluidsluw verblijfsgebied, zie het Randvoorwaarden document (2020). De ontsluiting van deze parkeergarages gebeurt veelal via de Ruimteweg. Er wordt ook voorzien in deelautogebruik. Elektrische laadpunten stimuleren het elektrisch vervoer. De fietsparkeer situatie is in de gebouwen geïntegreerd zodanig dat deze comfortabel, gebruiksvriendelijk en vanzelfsprekend is. De fietsparkeer situatie geeft een directe en comfortabele aansluiting op de omliggende langzaamverkeersroutes. Om zwerffiets parkeren te voorkomen is het fiets parkeren op maaiveld en op de (verhoogde) binnengebieden vanzelfsprekend ingepast in de nabijheid van de entreegebieden.

13

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Ge l u i ds l u we gro en e b in n e n ge b ie d e n

Samenhang in openbare ruimte

De binnengebieden zijn het resultaat van een zorgvuldige afstemming van de gebouwen als ensemble per deelgebied. Binnen deze deelgebieden staat een ‘geluidsluwe’ verblijfskwaliteit centraal met een eigen uitstraling per binnengebied in aansluiting op de voorgestelde architectuur. De openbare inrichting van het binnengebied sluit aan op het Groen-blauw casco en is zoveel mogelijk geluidsluw ingericht. De overgangen van privé naar publieke ruimte op de binnengebieden sluiten tevens aan op de landschappelijke uitstraling van het Groen-blauw casco. Er is een groene uitstraling gewenst aansluitend op het Groen-blauw casco. De binnengebieden functioneren als een vertrouwde en herkenbare woonomgeving met een hoge verblijkskwaliteit waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Middels woon/werk functies, kunst, sport en spel kan worden voorzien in zowel rustige als ontmoetings plekken binnen een deelgebied. Een overwegend groene inrichting van deze binnengebieden nodigt hiertoe uit en draagt bij aan de woonkwaliteit en identiteit van de openbare ruimte van de verschillende deelgebieden. Binnen deze ruimte is sprake van volwaardig groen middels hogere beplanting afgewisseld door kruid en struik. Om gebouwde erfscheidingen op het binnengebied te voorkomen wordt deze beplanting tevens functioneel ingezet om de privacy te organiseren van de woningen direct gelegen aan het binnengebied.

Verscheidenheid aan beplanting draagt bij aan een meer duurzame, biodiverse en robuuste groene leefomgeving.

Gezien het voorgestelde programma en de noodzakelijke inpassing van het parkeren, worden er waarschijnlijk meerdere peilniveau’s in het plangebied gerealiseerd. Deze verschillende peilniveau’s dienen toegankelijk op elkaar aan te sluiten. De continuiteit van de openbare ruimte en de toegankelijkheid van de verschillende peilniveau’s moet hierbij worden gewaarborgd. Elk deelgebied heeft zijn eigen onderscheidende uitstraling. De ruimtelijke opzet van de openbare ruimte, zowel in de binnengebieden als groen-blauw casco, dient op elkaar aan te sluiten. De binnengebieden en het groenblauw casco vormen samen de openbare ruimte van Ruimtekwartier en landschappelijke structuur binnen de stedenbouwkundige opzet.

14

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Het dwaal s po o r

Voorz ieningen

De verschillende luwe groene binnengebieden zijn onderling met elkaar verbonden door het ‘dwaalspoor’. Dit is een aantrekkelijke route voor de voetganger die bewoners en bezoekers uitnodigt tot interactie en verblijf waar ontmoeting en luwte elkaar afwisselen. De route vormt tezamen met de groene binnengebieden een aantrekkelijk en kwalitatief dwaalmilieu tussen de bebouwing. Het dwaalspoor verbindt op een ontspannen manier diverse functies in het gehele plangebied Ruimtekwartier en vormt tevens een aantrekkelijke route op zichzelf voor extra beweging, sport en kunst.

Om een levendige, leefbare en aantrekkelijke buurt te worden is het belangrijk dat er voorzieningen in de plinten aanwezig zijn die toegankelijk zijn voor alle bewoners van binnen de buurt en bezoekers van erbuiten. Door voorzieningen aan het dek en/of maaiveld te facilteren zal leiden tot plinten die voor iedereen toegankelijk zijn, meer ontmoeting tussen bewoners en de algehele dynamiek in het gebied. Publieke functies in de plint bevinden zich op strategische en/of geconcentreerde plekken, bijvoorbeeld in de nabijheid van stijgpunten en kruisingen van langzaamverkeersroutes, en mede gericht op de lokale dwarsverbindingen zoals de Kometenweg en Planetenbaan. De voorzieningen dienen langs het dwaalspoor gefaciliteerd te worden om het binnengebied te activeren en ontmoeting en interactie tussen de bewoners te vergroten.

15

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Het l an gzaamver keer e n o p e n b a a r ve r vo e rs n et we r k Het dwaalspoor, dat de binnengebieden onderling met elkaar verbindt, is onderdeel van een groter langzaamverkeersnetwerk door de wijk. Dit netwerk van afritten, trappen, fietsbruggen en routes maakt een doorgaande verbinding mogelijk en biedt op een comfortabele manier aansluiting op de omliggende bushaltes fiets- en voetverbindingen in aansluiting op de omliggende wijken en het station. Deze verbindingen koppelen Ruimtekwartier aan de andere buurten binnen Maarssenbroek en de omgeving. Middels dit fietsnetwerk en de fietssnelweg parallel aan Amsterdam-Rijnkanaal, draagt dit netwerk bij aan het stimuleren van het gebruik van de fiets. Ook met de openbaar vervoerslijnen (HOV-lijn) is er een directe en vlotte verbindingen met de regio en binnenstad van Utrecht en Amsterdam. Met de komst van een meest directe, fiets- en voetgangersverbinding tussen Ruimtekwartier en station Maarssen is de verwachting dat de bewoners zullen maken van alternatieve en duurzame vormen van mobiliteit.

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

16

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Auto - o nts l u i ti n g Om een zoveel mogelijk rechtstreekse verbinding naar het station te realiseren vanuit Ruimtekwartier en omwille van de verkeersveiligheid op de Maarssenbroeksedijk te verhogen wordt de fietsroute aan de andere zijde van de weg gelegd. De knip in de Kometenweg nabij de Maarssenbroeksedijk en het nieuwe kruispunt op de Burgemeester Waverijnweg bieden de mogelijkheid om het fietsverkeer tussen Ruimtekwartier en station Maarssen zoveel mogelijk als doorgaande fietsverbinding te realiseren. Door de afwezigheid van kruispunten zal de fietsverbinding de ambitie krijgen van een fietssnelweg. Door de auto-ontsluitingen van de deelgebieden veelal te organiseren via de Ruimteweg ontstaan er minder kruisingen met de doorgaande fietsverbinding waarmee de verkeersveiligheid zal toenemen. Om de alzijdigheid van het plangebied en de bereikbaarheid te versterken krijgt een gedeelte van deelgebied Mars alsnog een auto-ontsluiting via de Maarssenbroeksedijk. De andere deelgebieden zullen veelal ontsloten worden via de Kometenweg en Planetenbaan naar de Ruimteweg.

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

17

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Bezo n n i n g

Entreegeb ied en

De stedenbouwkundige opzet per deelgebied en die voor het gehele plangebied zijn op elkaar afgestemd zodanig dat de bezonning per deelgebied onderling en voor het gehele plangebied en omgeving is geoptimaliseerd. Hierbij is vooral de opbouw per deelgebied van zuid naar noord, van relatief laagbouw naar hoogbouw in de daarvoor aangewezen zone, een leidend principe. De doorzichten tussen de deelgebieden zijn nadrukkelijk van belang om het ruimtelijk onderscheid per deelgebied te versterken en tevens de bezonning in het openbaar gebied, het ‘Groen-blauw casco’ te optimaliseren

Door de geparkeerde auto’s veelal aan het zicht te onttrekken en groen in te passen wordt de verblijfskwaliteit van de binnengebieden versterkt. Door de lager gelegen entreegebieden voor het autoverkeer compact te maken en aan de rand van het groen-blauw casco te situeren is aansluiting op de omliggende infrastructuur goed te realiseren. De entreegebieden dienen een representatieve uitstraling te krijgen als woonerf. De hoofdentrees van de gebouwen vormen een overgang van het omliggend maaiveld naar de hoger gelegen binnengebieden. Fietsontsluitingen worden zowel op het hoger gelegen binnengebied als in het groene casco en de entreegebieden op maaiveld op een comfortabele wijze aangesloten op het langzaamverkeersnetwerk. Om een zichtbaar welkom en een duidelijke entree van de gebouwen te realiseren voor de voetganger en de fietser dienen de routes op een vanzelfsprekende manier te worden ingepast in het deelgebied. De positie van het entreegebied dient in aansluiting op de naastgelegen deelgebieden zorgvuldig te worden ingepast. Er dient voldoende ruimte te worden gerealiseerd om het ontsluitingsverkeer, bestemmingsverkeer, calamiteiten- en brandweer opstelplaatsen maar ook vuil afhaaldienst en pakketdiensten dienen vlot te laten functioneren. De uitwerking van de entreegebieden is in ontwikkeling.

18

Ho ofd s t u k 2. 1 Sted en b ou wk u ndige visie en ambitie

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Bi o di vers i tei t | Ma a rs s en b roek

Biod iversiteit | Rui mtepark

Het bestaande groen langs de A2 heeft een grote diversiteit aan dier- en plantsoorten. Dit groen bestaat uit water met oevers, gras, struweel en bosschages met daarin functies voor sport. Binnen deze structuur zijn duidelijk ‘hotspots’ met een hogere biodiversiteit, bijvoorbeeld Kooilust. Daarnaast zijn er in de wijk zelf bomenlanen, bermen en water aanwezig. Deze structuren zijn belangrijk voor bepaalde fauna, bijvoorbeeld vleermuizen, amfibieën en vissen. De kwaliteiten uit de groenstructuur langs de A2 dient te worden aangesloten op het plangebied, bestaande uit het Ruimtepark, het Groen-blauw casco en de bebouwing. Hiervoor is het belangrijk dat er ecologische verbindingszones worden gemaakt bij de drukke autowegen. Dit om te voorkomen dat het gebied niet geïsoleerd wordt van de bestaande groenstructuur. De drie ‘zones’ zijn aantrekkelijk voor verschillende soorten, deze zijn verbeeld in drie verschillende soortendiagrammen. De data is verwerkt uit de openbare databron: waarnemingen.nl van 2021 tot heden. Voor verdere uitwerking van het gebouw en openbare ruimte is de aanbeveling om een ecoloog bij de plannen te betrekken.

De kwaliteiten uit de groenstructuur langs de A2 dient te worden aangesloten op het Ruimtepark met als doel het leefgebied voor de biodiversiteit te vergroten en aan te sluiten op het Ruimtepark. Hiervoor is het belangrijk dat er ecologische verbindingszones bij de drukke autowegen worden gemaakt. Dit om te voorkomen dat het ruimtepark niet geïsoleerd wordt van de bestaande groenstructuur. Het Ruimtepark bestaat uit bosschages, heesters en kruidenrijke gras. De flora in het Ruimtepark is inheems, dit om de inheemse insecten aan te trekken. Deze insecten zijn weer de voeding voor vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren. Heesters zijn vooral belangrijke plekken voor fauna om te schuilen, een takkenril heeft dezelfde functie. Deze kan langs de geluidswand worden gemaakt met snoeihout.

19

Hoofdstuk 2

2.2 IDENTITEIT RUIMTEKWARTIER

Generieke uitgangspunten voor alle deelgebieden van Ruimtekwartie

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Onderscheidende nieuwe woonwijk voor Maarssenbroek Ruimtekwartier wordt gekenmerkt door een verzameling van gebouwde ensembles per deelgebied in een groen-stedelijk woonmilieu. Deze gebouwde ensembles per deelgebied onderscheiden zich in configuratie, stedenbouwkundige opzet en architectuur wat leidt tot verschillende karakteristieke binnengebieden. De bijzondere ruimtelijke situatie van Ruimtekwartier word ook bepaald door bestaande gebouwen per deelgebied. Voor de beleving op ooghoogte is de functionele en architectonische relatie van de eerste paar bouwlagen met het maaiveld van belang. De zogenaamde Eyeline wordt gevormd door de volgende woonlagen tot 18 meter hoogte, de hoogbouw is in de deelgebieden afgeleid van de huidige hoogste toren op deelgebied Corner Plaza. Accenten tot 70 meter hoog, in de meest noordelijke zone van het gehele plangebied, maken een afwisselende nieuwe Skyline voor Maarsenbroek. Elk deelgebied beschikt over een specifiek gebouw, ‘accenten’, dat onderscheidend is ten opzichte van de andere gebouwen. Een bijzondere positionering van deze ‘accenten’ per deelgebied draagt bij aan de diversiteit van de binnengebieden tussen de gebouwen. De gehele ruimtelijke ontwikkeling laat een gevarieerd beeld zien met name langs de Ruimteweg, met voldoende doorzichten tussen de verschillende deelgebieden.

Met de variatie aan hoogtes van de bebouwing ontstaat er een nieuw silhouet voor Maarssenbroek en een nieuwe skyline aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Binnen het plangebied is de beleving van het maaiveld, een groen parkachtige omgeving met binnengebieden die worden omarmd door hoogbouw. Ruimtekwartier wordt een onderscheidende nieuwe woonwijk voor Maarsenbroek door in te zetten op de volgende principes: • • • • • • • • •

Karakteristieke gebouwde ensembles per deelgebied Eigen identiteit per deelgebied De ‘hoekaccenten’ Eyeline - beleving maaiveld Skyline - nieuw silhouet voor Maarssen Biodiversiteit | Groen-blauw casco Kleur en materiaal | Groen-blauw casco Biodiversiteit | Gebouwniveau Natuurinclusief bouwen

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

21

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Eige n ide nti te it pe r dee lge bi e d

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Ruimtelijke o pzet gebo uwen

Ho og te -& h oe ka cce nte n Ru i mte k wa r t i e r

Karakter i s ti eke gebo u wd e e n s e m b l e s p e r d e e l ge b ie d Op basis van de oorspronkelijke polderstructuur is het bedrijven- en kantorenterrein ontwikkeld in verschillende ‘slagen’. Ook nu is de locatie nog herkenbaar als een ‘strip’ van opeenvolgende kavels met daarop verschillende gebouwen of gebouwensembles (een verzameling of herhaling van gebouwen met dezelfde architectonische uitstraling). Ruimtekwartier bestaat uit een verzameling gebouwen die zich presenteren als herkenbare gebouwde ensembles in een groen stedelijk woonmilieu. Elk ensemble heeft een eigen onderscheidende identiteit die herkenbaar is door architectonische en landschappelijke uitstraling. De ruimtelijke opzet van de gebouwde ensembles bestaat uit een diagonale of een orthogonale configuratie. Deze opzet komt enerzijds voort uit de ruimtelijke opzet van de bestaande gebouwen in de deelgebieden en anderzijds door de keuze om met nieuwe bebouwing op een consistente wijze aan te sluiten bij de schaal en maat van de gebouwen per deelgebied en een tegelijkertijd een consistente

ruimtelijke opzet te creëren voor het gehele plangebied. Een ensemble met een orthogonale opzet, bestaat uit twee gesloten bouwblokken en een vrijstaand volume als ‘accent’. Het andere type ensemble met een diagonale opzet bestaat uit drie woontorens en een ‘accent’. De twee ensembles wisselen elkaar af. De deelgebieden worden afzonderlijk gekenmerkt door ‘hoofdbebouwing’ met soms een hoogteaccent en bebouwing in de vorm van een ‘hoekaccent’. Deelgebied Saturnus is hierop een uitzondering, het hoekaccent is hier tevens het hoogteaccent. De ruimtelijke opzet per deelgebied is steeds georganiseerd rondom een aantrekkelijk verhoogd binnengebied met daaronder een parkeergelegenheid. Het geheel aan deelgebieden wordt omzoomd door het Groen-blauw casco.

22

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

•

•

Sam enhang in openb are ruimte

① Ruimtelijke groenopzet

② Openbare ruimte objecten

De samenhang tussen de deelgebieden wordt geborgd door eenheid in de ruimtelijke opzet van de groenvlakken.

Om een duidelijke samenhang tussen de deelgebieden te realiseren worden alle deelgebieden dezelfde type verlichting, straatmeubilair en inrichtingselementen toegepast.

Ond ersc heid end in arc hitec tuur en m ateriaal

Eigen i denti tei t per d e e l ge b ie d Het gebied is straks herkenbaar als een verzameling van onderscheidende gebouwde ensembles in een groen stedelijk woonmilieu. Elk deelgebied heeft zijn eigen onderscheidende uitstraling. Dit kan worden bereikt door een samenhangende materialiteit van de gebouwen en inrichting van de binnengebieden. De ruimtelijke groenopzet vormt samen met de openbare ruimte objecten voor de samenhang in de openbare ruimte en deelgebieden. De deelgebieden onderscheiden zich in architectuur, massa en materialisatie. De binnengebieden onderscheiden zich door andere beplanting en architectuur. Elk binnengebied toont zich onderscheidend door een eigen identiteit bestaande uit een eigen architectuur, massa, vorm en eigen beplanting. Door deze opzet is er samenhang in de openbare ruimte van het gehele Ruimtekwartier en zijn de deelgebieden onderscheidend van elkaar.

③ Architectuur en massa

④ Beplanting

De deelgebieden zijn in architectuur van elkaar onderscheidend. De gebouwen binnen de deelgebieden presenteren zich als herkenbare ensembles.

Tussen de verschillende deelgebied zit onderscheid in beplanting middels kleur, bladvorm en boomvorm.

23

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

hoofdbebouwing

HOOF D B E B OU W I NG Aardse basiskleuren in baksteen hoofdbebouwing hoekaccent hoofdbebouwing

HOE K ACC E NT E N Groene kleur en/of materiaal met natuurlijke uitstraling hoekaccent

hoofdbebouwing hoekaccent

hoekaccent

De h o ekaccenten Het bestaande Fujitsugebouw was de aanleiding en inspiratie voor de toevoeging van bijzondere ruimtelijk accenten binnen de gehele ontwikkeling. Ieder deelgebied kent een eigen ‘accent’ die speelsheid en verscheidenheid aanbrengt in het plan. Het zijn autonome en expressieve gebouwen met een afwijkend volume en architectuur ten opzichte van de omliggende bebouwing. Dit is vooral beleefbaar vanaf de Ruimteweg, de binnengebieden en op afstand in het toekomstige silhouet van Ruimtekwartier. Elk van de vier deelgebieden kennen een eigen onderscheidende sfeer en identiteit waar het accent deel van uitmaakt. Het accent is binnen de sfeer van het deelgebied een onderscheidend element maar staat niet volledig op zichzelf.

De samenhang tussen architectuur en het omliggende landschap (het groene binnengebied en het groen-blauw casco) wordt door het accent benadrukt. Door horizontale gevelgeleding en de getrapte afbouw van het volume in de vorm van terrassen wekken de accenten de indruk van een gestapeld landschap. De afbouw naar het binnengebied versterkt het gevoel van de menselijke maat en creëert een gelaagde beleving. Door collectieve en/of publieke terrassen en tuinen te realiseren ontstaat meer interactie tussen de verschillende hoogtes in het deelgebied. De samenhang met het deelgebied wordt ook versterkt door afstemming in kleurtinten van architectonische elementen tussen de verschillende gebouwen (zie ook hiervoor het thema kleur en materiaal). Innovatieve en duurzame keuzes voor de materialisering versterken verder de onderscheidende uitstraling en de relatie met het groen-blauw casco, het binnengebied en de architectuur.

24

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

•

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

On ders c h ei den d i n vor m e n geve l ge l e d in g

•

Sam enhang in kleur

① Gestapeld landschap

② Horizontale geleding

③ Afstemming in kleur

Het gebouw presenteert zich als een gestapeld landschap met terrassen, met een afbouw naar het binnengebied. De landschappelijke uitstraling ontstaat door natuurlijke beplanting op de terrassen en beplanting in de volle grond tot minimaal de derde verdieping.

In contrast met de hoofdbebouwing waarbij de gevelopeningen overwegend verticaal zijn georganiseerd, tonen de gevels van de accenten een geleding per verdieping met overwegend horizontale gevelopeningen.

Samenhang door op subtiele wijze aan te sluiten bij de hoofdbebouwing in het deelgebied. De kleur van de gevels dient te worden afgestemd op de kleur van de bebouwing van het gehele deelgebied. (niet zijnde dezelfde kleur maar in aansluitende kleurtint).

Terrasvormige opbouw geaccenteerd door beplanting

Horizontale geleding per verdieping

Innovatieve en duurzame gevelbekleding

Beplanting in volle grond tenminste tot de derde verdieping met relatie naar groen-baluw casco

Samenhang tussen de accenten door horizontale geleding

Kleur van kozijnen en balustrades dient voor het gehele deelgebied te zijn afgestemd om de architectonische samenhang te versterken.

25

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Euphrosine

Pasithalia

73 m

max. 70 m lijn accent bebouwing

Aglaia 52 m

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

73 m

Ares

Phobos

Elysium

49 m

60 m

25 m

Titan

Atlas Deimos 49 m

49 m

Helene 37 m

76 m

Blok A

Blok B

49 m

Pan

49 m

Boomerang 39 m

30 m

max. 49 m lijn bebouwing

max. 18 m lijn zijvolume

max. 3 m lijn Bovenkant dek

Deelgebied Venus

Deelgebied Mars

Deelgebied Saturnus

Accenten

Deelgebied Neptunus

max. hoogte laagbouw

Eyeline

Skyline

Eyel i n e

Skyline

De plint van de gebouwclusters, waar het maaiveld en de opgaande gevel elkaar ontmoeten, wordt zoveel mogelijk groen en sociaal veilig ingepast. In de plint wordt zoveel mogelijk voorzieningen en functies zorgvuldig aangebracht en aangesloten op de entreegebieden Op deze laag komt parkeren en langzaamverkeer op gebouw- en clusterniveau samen, dit moet efficiënt worden ingericht met een hoge verblijfskwaliteit. De inrichting van dit compact park stedelijk wonen op ooghoogte heeft betrekking op de eerste 18 meter hoogte. In deze zone van de bebouwing is er veel aandacht voor de menselijke schaal en maat van de ruimte en detaillering van de gebouwen. Functies en voorzieningen zoals woonwerk mogelijkheden met openslaande deuren gericht op de binnengebieden, zoals op de balkons en terrassen tot de 8e verdieping zijn onderdeel van de directe beleving en interactie van deze parkstedelijke omgeving.

Hoogbouw is een manier om te verdichten en het open landschap te behouden. Het concentreren van hoogbouw op en rond OV knooppunten en de nabijheid van concentraties van voorzieningen maakt tevens korte vervoersbewegingen en intensiever gebruik van openbaarvervoer mogelijk. De behoefte aan gelijkvloerse appartementen en kleinere woningen is tevens een aanleiding om compact stedelijk te bouwen en bij te dragen aan het vrijmaken van grondgebonden woningen voor grotere gezinnen, in de nabije omgeving of buurt. Met de ontwikkeling van Ruimtekwartier ontstaat een nieuw herkenbaar silhouet aan de skyline van Maarssenbroek, onder andere zichtbaar vanaf de Maarsserbrug en de Zuilense Ring. Door de ontwikkeling van clusters van bebouwing met voldoende tussenruimte wordt wandvorming voorkomen en ontstaat een compact stedelijke ontwikkeling van de Zuilense Ring, aan de ruimteweg, en in de toekomst tot en met Bisonspoor, met een herkenbaar silhouet.

26

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

De afstand van de opstelplaats tot de incidentlocatie Wi n dh i n der Gedeeltelijk op basis van de resultaten van de quickscan kan geconcludeerd worden dat in een aantal gebieden tussen de gebouwen en in de onderdoorgangen een verslechtering van het windklimaat te verwachten is. In overweging kan worden genomen de windsnelheid af te remmen door: • aanplanten van vegetatie, eventueel in combinatie met luifels of pergolaconstructies; • plaatsen van bomen of hagen in de doorgangen; • realiseren van meer afstand tussen de gebouwen of een getrapte opbouw van volumes; • behouden van de huidige bomen langs de Ruimteweg en in het groenblauw casco.

27

meter (zie ook afbeeld

is aan een functioneel maximum gebonden. De eerste droge blusleiding. Voo Optimale en beperkte blok inzet zal inbezonning de regel plaatsvinden metwindhinder een straal door opbouw open water of een blu van 60 meter, de maximale inzetdiepte. Voor een eengezinswoning is de verwachting dat 20 meter straal binnen voldoende zal zijn. Daarom mag er een maximale afstand zijn van 40 meter tussen de opstelplaats en een eengezinswoning. Voor andere bouwwerktypen wordt er een maximale afstand van 10 meter aangehouden, waarna er 50 meter rest aan

Figuur 4.11: Afstand

inzetdiepte (zie ook afbeelding 4.10).

Opstelplaats tankautospuit tot incidentlocaties Ve i l i gh ei ds r i s i co De afstand van de opstelplaats tot de incidentlocatie is aan een functioneel maximum gebonden. De eerste inzet zal in de regel plaatsvinden met een straal van 60 meter, de maximale inzetdiepte. Voor een eengezinswoning is de verwachting dat 20 meter straal binnen voldoende zal zijn. Daarom mag er een maximale afstand zijn van 40 meter tussen de opstelplaats en een eengezinswoning. Voor andere bouwwerktypen wordt er een maximale afstand van 10 meter aangehouden, waarna er 50 meter rest aan inzetdiepte.

Afval vo o r zi en i n gen Per deelgebied dienen er goed bereikbare ondergrondse afvalcontainers te worden geplaatst op maaiveld. Deze moeten voldoen aan de LIOR van de gemeente Stichtse Vecht. Hierbij wordt uitgegaan van 1 container per 100 één persoons huishoudens per deelgebied, (zie tekening verzorgingsgebied). Gemiddeld 7 tot 9 containers per deelgebied. Deze containers, zijn groen ingepast, goed bereikbaar voor de bewoners en goed bereikbaar voor de afvaldienst, overwegend in de nabijheid van de entreegebieden.

4.4.1 Opstelplaats

Voor een tankautospu

afmetingen worden a (deze kan en zal vaak

weg, zie ook afbeeldin Figuur 4.10: Opstelplaats tankautospuit tot

– een breedte van 4,

incidentlocaties Indicatieve verzorgingsgebieden afvalcontainers

– een lengte van 10

Naast de bovengenoemde functionele afstand geldt

– bestand tegen een

er ook een strategische ligging. Een opstelplaats voor

– bestand tegen het

een blusvoertuig mag niet zodanig ten opzichte van

de basisvoertuigen

een bouwwerk of opslag zijn gesitueerd dat binnen 30

gebruik zijn. In de

minuten na het ontstaan van een brand of ongeval het opgestelde voertuig gevaar of schade kan oplopen door de gevolgen van de brand of het fysieke ongeval. Een strategisch gelegen opstelplaats bevindt zich dus buiten het invloedsgebied van het incident. Voor het bestrijden van incidenten dienen er ook bluswatervoorzieningen voorhanden te zijn. Voor deze

– een vrije doorgang

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Ontmoetingplekken Geel en grijze betonstraatstenen

Padenstructuur: Geel asfalt

Sport en spel met witte belijning

Grijsblauw voor objecten

Bi o di vers i tei t | Gro e n - b l a u w c a s co

K leur en m ateriaal | Groen - blauw c as co

De wijk Maarssenbroek typeert zich door de groenblauwe structuren. Deze kwaliteit is onderdeel van de openbare ruimte van het plangebied en is het Groen-blauw casco. Dit is een zone bestaande uit een sloot met een natuurvriendelijke oever (1:3 of 1:5) en een groene zone van minimaal 10 meter tot aan de gevel van de bebouwing. Vooral soorten afhankelijk van water vinden hier een plek, zoals vissen amfibieën, vogels, libellen en vleermuizen. Belangrijk is een natuurvriendelijke oever met een diverse oeverbeplanting. Daarnaast is het belangrijk dat soorten langs een kunstwerk zoals een brug kunnen verplaatsen, door de oever onder de brug ook begaanbaar te maken. De brug zelf biedt ook mogelijkheden om natuurinclusief te zijn.

Er is een ontwerp concept opgesteld voor de gehele openbare ruimte en omgeving van het Ruimtekwartier (zie bijlage D). Middels dit ontwerp kan zorgvuldig worden gestuurd op de gewenste herkenbare differentiaties per deelgebied en word tegelijkertijd samenhang in de groenstructuur aangebracht die herkenbaar is voor de gehele wijk Ruimtekwartier. Het Groen-blauw casco bestaat uit Groen (kruid, struik en bomen)- blauw (water, waterberging) casco (de zone om het plangebied en de aansluitingen op de geluidsluwe binnengebieden). De routes en plekken in het Groenblauwe casco krijgen een herkenbaar kleurenpalet, vorm en materialisering. Langs dit ontwerp concept word door middel van materiaal en beplantingskeuzes zorgvuldig gestuurd op de kwaliteit, eenheid, biodiversiteit en samenhang van de groen structuur van de openbare ruimte voor het gehele plangebied. Bij het op stellen van dit concept ontwerp openbare ruimte is uitgegaan van de al bestaande ontwerpen openbare ruimte van deelgebied Mars (midden) en deelgebied Neptunes (Kwadrant). Door gebruik te maken van universele kleurtinten, materiaal en beplanting keuzes, en een herkenbare paden structuur worden divers plekken van rust en ontmoeting verbonden. Hiermee wordt de samenhang versterkt tussen de diverse deelgebieden en de omliggende buurten.

28

Ho ofd s t u k 2. 2 Id enti tei t Ru i mtekwartier

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Daken als vi jfd e gevel

Groendak

Bruin dak

Sedemdak

Polderdak > 30m grinddak, sedumdak

Kruidendak

< 30m kruidendak

Grinddak

Nes tp laats en vo o r fauna

Perforatie in de gevel, voor vogels en insecten

Neststenen of kasten, voor vogel of vleermuis

Nestplaatsen in overstek, voor vogels

Toegankelijke spouw, voor vleermuizen

Bi o di vers i tei t | Ge bo u wn ivea u

Natuurinc lusief b ouwen

De bebouwing kan opgedeeld worden in drie zones: van dek tot 18 m, 18m tot en met 50m en 50m en hoger. Vooral de eerste zone kan veel natuurinclusieve waarden hebben. Dit door de gevels toegankelijk te maken voor vogels en vleermuizen. Het toegankelijk maken van de spouw op meerdere windrichtingen is een van de beste ingrepen voor de vleermuis. De tweekleurige vleermuis, zeldzaam voor Nederland en aanwezig in de wijk, zal hier profijt van kunnen hebben. De huidige kolonie lijkt door werkzaamheden nog geen vaste plek te vinden. Daarnaast kunnen losse ingemetselde kasten worden toegepast, maar dit heeft niet de voorkeur. Gebouw bewonende vogels hebben baat bij holtes, nisjes of nestkasten in de gevel. De groene daken met inheemse beplanting is belangrijk voor insecten, die weer van belang zijn voor vogels en vleermuizen.

De ontwikkeling van het Ruimtekwartier zal ook bijdragen aan het versterken van de flora en fauna in het gebied door de aanleg van de groene binnengebieden en het versterken van het groen-blauw casco. De architectuur kan ook bijdragen door principes van natuurinclusief bouwen te integreren in de plannen. De lager gelegen daken zijn in het zicht van de hoger gelegen woningen en dienen daarom als vijfde gevel te worden ontworpen. Er zijn verschillende mogelijkheden voor de materialisering van de daken die bij kunnen dragen aan een gunstig binnenklimaat, de gebruikswaarde en de biodiversiteit, afgestemd op de functie en locatie van het dak. Bij accenten wordt ingezet op de relatie tussen het groen-blauw casco, de binnengebieden en de architectuur. Hier zijn de groene daken, gevels en nestplaatsen een beeldbepalend onderdeel van de architectonische uitwerking.

29

Hoofdstuk 2

2.3 AMBITIE PARKSTEDELIJK WONEN

Generieke planessenties voor alle deelgebieden die leiden tot de groenstedelijke setting van Ruimtekwartier

Ho ofd s t u k 2. 3 Amb i ti e p a r k s te delijk wonen

Groene stedelijke setting van Ruimtekwartier De volgende generieke aspecten formuleren de planessenties Ruimtekwartier per deelgebied. Deze regels leiden tot de groen stedelijke setting van Ruimtekwartier en zorgen ervoor dat er een coherente buurt met een herkenbare uitstraling ontstaat. Een korte toelichting zal worden gegeven op hoe de verschillende gebouwen en bouwdelen reageren op de context, de overgangen tussen de gebouwen en de buitenruimte, het groen- blauw casco en de naastgelegen deelgebieden.

De nieuwe ontwikkelingen op Ruimtekwartier bouwen voort op het karakter van de woonbuurten in Maarssenbroek: een samenspel van facilitair landschap en woningen met een uitwerking van de jaren 80 woonbuurten, omzoomt door groen. Dit wordt op een nieuwe manier teruggebracht in het ontwerp voor de verschillende deelgebieden. Waar de omliggende buurten vooral grondgebonden bebouwing kennen, wordt het nieuwe Ruimtekwartier juist divers, met veel verschillende type appartementen in verschillende segmenten en aanvullende voorzieningen. De woonblokken en torens in het plan hebben de schaal en maat afgeleid van de bestaande kantoortorens en een compact stedelijke opbouw met een gelaagde gevel opbouw. En waar het landschap voorheen voornamelijk parkeerplaats was, wordt het nieuwe landschap gevarieërd, nodigt het de bewoners uit tot bewegen en draagt het bij aan gemeenschapszin en klimaatadaptatie. Gebouw en landschap worden niet meer gezien als twee separate elementen, maar lopen in elkaar over. Parkeren voor de bewoners is zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken en afgedekt met geluidsluwe verblijfsgebieden. Ruimtekwartier krijgt een uniek eigen karakter: parkstedelijk wonen tegen het bedrijventerrein aan, maar met de voeten in de bestaande woonomgeving; een stedelijke woonbuurt op fietsafstand van het station.

Onderscheidend voor het plan is de manier waarop per deelgebied een onderscheidend en toch samenhangende woonbuurt ontstaat en de gelaagdheid in het plan door de verschillende hoogteverschillen, maaiveld, dek, balkon of dakterras en wijze waarop wordt omgegaan met de beëindiging van de volumes. Door sprongen in de bovengelegen verdiepingen ontstaan er levendige terrassen die op een moderne manier verwijzen naar de omliggende buurten. Tevens draagt dit bij aan een herkenbaar silhouet voor Maarssenbroek. Dit resulteert in de volgende hoofdambities: Menselijke maat en schaal Variatie in bouwblokken en per deelgebied Sterke koppeling tussen groen en gebouw Wisselwerking tussen binnen en buiten en de verschillende hoogte verschillen

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

31

Ho ofd s t u k 2. 3 Amb i ti e p a r k s te delijk wonen

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

hoofdbebouwing

HO O F D BE BO U W I NG Aardse basiskleuren in baksteen hoofdbebouwing hoekaccent hoofdbebouwing

H O E KACCE NT E N Groene kleur en/of materiaal met natuurlijke uitstraling hoekaccent

hoofdbebouwing hoekaccent

hoekaccent

Samen hang

Ka ra k te r

Ho ofdm ate r ia le n

Ensemble vorming wordt voor een belangrijk deel gevormd door de architectonische en ruimtelijke samenhang en de vorm en positie van de gebouwmassa’s op het deelgebied. Kleuren materiaalgebruik is een middel om deze samenhang te versterken. Uitgangspunt bij de kleur- en materiaalkeuze is dat per deelgebied er een samenhang wordt ontwikkeld die bijdraagt aan de specifieke herkenbaarheid en ensemble werking van het betreffende deelgebied.

In het Ruimtekwartier heeft ieder deelgebied een gevarieërd karakter van blokken en torens, maar de blokken en torens zijn wel een harmonieuze familie van elkaar per deelgebied. Een rijk palet aan kleurtonen voor de architectuur draagt bij aan een afwisselende beleving van het Ruimtekwartier. Ieder deelgebied heeft onderscheidende kleurtonen voor de materialisering van de architectuur en de beplanting van de binnengebieden. Deze kleuren zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd en representatief voor de verschillende deelgebieden. Op ieder deelgebied is sprake van een gevarieerd karakter van blokken en of torens. Per deelgebied wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘hoofdbebouwing’ en een ‘hoekaccent’. De gevelopbouw van de ‘hoofdbebouwing’ heeft overwegend een gridstructuur en er wordt gewerkt met een pallet van aardse kleurtonen, waarbij aaneengesloten kleurtonen genuanceerd van elkaar verschillen en weinig contrasteren. Verschillen worden subtiel benadrukt door te variëren in kleur en of materiaal, grootte en ritmiek van de raamopeningen en type van de balkons en buitenruimten. De gevels van de ‘hoekaccenten’ hebben overwegend een horizontale geleding met een terrasvormig opbouw.

Deze horizontale geleding word in kleurtoon afgestemd op de hoofdbebouwing zoveel mogelijk met beplanting versterkt en geeft zo het gebouw als ‘hoekaccent’ meer betekenis als gebouwd onderdeel van het ‘groen-blauw’ casco.

De gebouwenvolumes worden uitgevoerd in natuurlijk en duurzaam verouderende materialen. Deze hebben een hoogwaardige kwaliteit en uitstraling. Voor de hoofdbebouwing geldt een overwegend steenachtig karakter. Deze gebouwen hebben één hoofdmateriaal en benadrukken hiermee de alzijdige uitstraling. De hoekaccenten hebben een overwegend een groene uitstraling in kleur en levend groen. Het hoekaccent sluit gedeeltelijk aan op dezelfde kleur aan bij de hoofdbebouwing van het betreffende deelgebied, maar in een ander materiaal. Door variatie in materiaaltoepassing, textuur of kleurgebruik ontstaat een gevarieerd maar samenhangend beeld.

Park stad Langs de Ruimteweg en Maarssenbroeksendijk, aan de rand van de groene luwe binnengebieden, krijgen de woonblokken en torens een groene talud zone met beplanting. Erfafscheidingen worden integraal met de architectuur ontworpen, of als onderdeel van het beplantingsplan voor de publieke ruimte ontworpen. In alle gevallen dienen ze robuust te zijn (niet eenvoudig te vervangen door bewoners).

Ge la a gd m ate r ia a lge br u ik De gebouwen krijgen een vriendelijke uitstraling en kenmerken zich door een gelaagde gevelopbouw. Er kan derhalve naast het hoofdmateriaal gewerkt worden met een tweede materiaal of een andere textuur van hetzelfde materiaal. Bijvoorbeeld door de entree te accentueren of een gevelpaneel te introduceren.

To et s in g Kleurkeuze wordt afgestemd met ontwikkelingen en het kwaliteitsteam.

de

naast

gelegen

32

Ho ofd s t u k 2. 3 Amb i ti e p a r k s te delijk wonen

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

Kr oo n

s

n lko Ba

M

idd ey eli en ne Pli nt

Vi

jfd

eg ev el

De k

niv ea u M aa ive ld

Pl i nt, mi d d e n e n kroon

Ho ogteve rs ch ille n

Die pte

Elk gebouwvolume is opgebouwd uit een plint, middenbouw en kroon. Het gebouw volgt in de plint en het midden de rooilijn. Het is voorstelbaar de entrees en buitenruimtes op de begane grond terug te zetten of naar voren te laten komen. De top van een woonblok heeft vaak een onderscheidend profiel, of door het terugtrappen van de gevel of door het maken van een terugzetting. Hiervan kan worden afgeweken. De hoogte accenten kennen een zorgvuldige beëindiging van de dakrand over meerdere woonlagen. De vormgeving van de kroon van de gebouwen vormen samen de skyline.

De ontwikkeling per deelgebied kent veelal diverse hoogteverschillen die gevormd worden door het bestaande maaiveld, een tweede niveau met daaronder het parkeren, de bebouwing met haar terrasgeleding en de buitenruimten in de vorm van balkons en loggia’s op de hoger gelegen woonlagen en uiteindelijk het dak als vijfde gevel. Materiaal en kleurkeuze benadrukken deze gelaagdheid in de architectuur in aansluiting op het plangebied en zorgen voor een herkenbare opbouw en comfortabele begeleiding van de overgangssituaties.

De gevels worden gekenmerkt door een ruimtelijke opbouw met voldoende dieptewerking. Vlakke gevels worden voorkomen. De invulling van de dagkanten kan of in het zelfde materiaal als het hoofdmateriaal worden doorgezet, of er kan worden gewerkt met een kader in het accentmateriaal of het kozijnmateriaal. Incidenteel kan het glas vlak worden gelegd in de gevel. De horizontale banden zijn van een onderscheidend materiaal en benadrukken de gevelopbouw. De buitenruimtes zijn bepalend voor het architectonisch beeld van het gebouw. Op de privébuitenruimte is ruimte voor het integreren van plantenbakken. De toren krijgt hierdoor en vriendelijke en groene uitstraling.

Eyel i ne

V i j fd e geve l

De aansluiting van het gebouw met het maaiveld vormt ‘de plint’ als onderdeel van de eerder genoemde eyeline. De eyeline heeft betrekking op de eerste vijf tot zeven verdiepingen en vormen als het ware de wanden van de binnengebieden. De eyeline dient op subtiele wijze herkenbaar te worden ontworpen in het gevelbeeld.

Het dakaanzicht vormt een vijfde gevel en is daarom een belangrijk visueel aandachtspunt. De daken van de verschillende blokken zijn door het verspringen in hoogte goed zichtbaar en dienen derhalve zorgvuldig uitgewerkt te worden. Waar mogelijk worden groene daken, en/of polderdaken en PVpanelen toegepast. De panelen worden slim geplaatst (waar mogelijk rug-aan-rug). Installaties voor luchtbehandeling en PVpanelen komen niet boven de dakrand uit en zijn niet zichtbaar vanaf maaiveld. Speciale aandacht gaat uit naar de lager gelegen vegetatiedaken waarop veel zicht is en installaties zorgvuldig zijn ingepast in het daklandschap.

Ge lu id De Zuilense ring en Ruimteweg geven een geluidsbelasting op de gevel van de hoger gelegen woonlagen die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. In het plan worden maatregelen opgenomen die het geluidsbelasting naar een aanvaardbaar niveau brengen. De voorzieningen dienen integraal met de architectuur te worden mee ontworpen.

33

Ho ofd s t u k 2. 3 Amb i ti e p a r k s te delijk wonen

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

4,5m

zichtrelatie met fietsenstalling op maaiveld

herkenbare entree

Gebou w e ntre e

Le efb a re e n a ct ieve wo o n plint

Tra n s pa ra nte e n flexibe le pu bl ieke pl int

Aan de Planetenbaan en de Kometenweg wordt ingezet op het stimuleren van actieve plinten en programmeren van de begane grond aan de straat. Hier zijn de ontvangstgebieden ontworpen als verbijzonderingen in de bestrating en sluiten direct aan op de dwaalroute of aan de openbare ruimte. Ze markeren entrees (commercieel, publiek of collectief) en de naastgelegen verharding van de openbare ruimte loopt tot aan de gevel. Maatvoering en detaillering in relatie met de architectuur en ontwerp voor de nieuwe straatinrichting.

Voor de plint van het woonprogramma geldt een minimale verdiepingshoogte van 3 meter. Uitgangspunt is dat de woningen, gelegen aan het verhoogde binnengebieden, zoveel mogelijk interactie creëren door woonwerkfuncties te combineren met openslaande deuren. Het doel is het maken van een prettige overgang van binnen naar buiten zodat de woningen direct gelegen aan het groene/maaiveld en de binnengebieden worden geactiveerd. Belangrijk is tevens dat voor de bewoners genoeg privacy wordt gegarandeerd. Middels de voortuinen met verhoogde plantvakken, struiken en meerstammige begroeiing wordt deze overgang vormgegeven.

Het uitgangspunt is dat de gebouwen een veelal transparante en flexibele indeelbare plint krijgen. In het plan is onderscheid gemaakt tussen de gebouwen waar een commerciële functie in de plint mogelijk moet zijn en blokken waar op de begane grond alleen woonprogramma is gesitueerd. Voor de commerciële plint geldt dat een hogere verdiepingshoogte, van bijvoorbeeld 4,5 meter voorstelbaar is. Bij een hogere plintafmeting kan een extra flexibele vloer worden gemaakt, zolang vanaf buiten de plint optisch als hoog wordt ervaren. De entrees van de parkeergarages zijn weggewerkt in het blok en zijn een volwaardig onderdeel van de architectuur. De geparkeerde auto’s zijn zoveel mogelijk onttrokken aan het zicht.

Entre e s f i etse nstal l i ng Entrees van fietsenstallingen dienen herkenbaar en ruimtelijk kwalitatief ontworpen te worden als volwaardig onderdeel van de gebouw architectuur, en goed ingebed te zijn in het landschappelijk ontwerp van de buitenruimte.

He r ke n b a re h o ofde nt re e s Alle gebouwen hebben een alzijdig karakter met herkenbare hoofdentrees op plintniveau. De woningen op dekniveau worden zoveel mogelijk voorzien van een eigen entree aan het dek met een zone (voortuin) waar bewoners plantenbakken en meubilair kunnen plaatsen. De hoofdentrees zijn herkenbaar door een verbijzondering in de detaillering, vriendelijke materialisering en hebben een menselijke maat. Er is veel aandacht voor de relatie binnen-buiten.

34

Ho ofd s t u k 2. 3 Amb i ti e p a r k s te delijk wonen

Generiek voor planontwikkeling | Ruimtekwartier

plantvak achter balustrade

plantvak voor balustrade

Onderzoek inpassing K&L tracés en vergroening profiel Herculesstraat Wadi

Voetpad

Groenstrook/ Parkeerstrook

Rijbaan (Herculesstraat)

Groenstrook/ Parkeerstrook

Overg ange n Pri vé - Col l e c t i ef- Op en b a a r 4.00

2.00

5.50

5.50

5.50

Voetpad Geveltuin

2.00

De verschillende overgangen tussen privé, collectief en openbaar worden zorgvuldig ontworpen in het plan. Het tweede maaiveld annex geluidsluwe binnen gebied, of “privacy zones”, vormen een van de meest belangrijke middelen om deze relatie te ontwerpen. In Ruimtekwartier wordt deze zone ingezet om de relatie privé-openbaar in het betreffende deelgebied te laten aansluiten op het groen-blauw casco, en te laten landen in zijn context. Hiertoe dienen tuinen, terrassen, hoogte verschillen, stijgpunten, overgangen en grenzen comfortabel ontworpen te worden vanuit de stedenbouwkundige en landschappelijke identiteit en het karakter van de omgeving. De overgangen met de architectuur zijn evenzeer van belang: de overgangen tussen privé, collectief en openbaar dienen integraal ontworpen te zijn met de plattegrond, architectuur en publieke buitenruimte. Dat geldt ook voor overgangen en scheidingen tussen privé en privé: middelen die dit reguleren dienen in het architectonische ontwerp meegenomen te worden en afgestemd te zijn op de landschappelijke inrichting, met name op het niveau van de binnengebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2265/documents/47584