CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota zienswijzen (anoniem).pdf

Raad 1 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 12. 20:45: Bestemmingsplan Garsten Noord.34.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De bedoeling was de bedrijvigheid uit het gebied te verplaatsen en hiervoor woningen te realiseren. Eén en ander heeft uiteindelijk gerealiseerd in een beeldkwaliteitsplan (2012) Garsten Noord. Hier wordt uitgegaan van integrale herontwikkeling. Omdat deze niet haalbaar bleek, is in 2014 een ruimtelijke visie opgesteld. De ruimtelijke visie voorziet in een document op basis waarvan de toekomstige koers van Garsten Noord er uit kan komen te zien. Er wordt een drietal scenario’s onderscheiden: het gebied kan zich in ruimtelijke zin op drie manieren ontwikkelen. Uiteindelijk is gekozen voor een scenario waar sprake is van een gemengd gebied, dat geleidelijk tot woongebied getransNota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

57

formeerd kan worden, maar waarbij het ook mogelijk is dat enkele delen van het gebied niet getransformeerd worden. Het gaat bij woningbouw om die delen die concreet beschikbaar zijn (bedrijvigheid is blijvend beëindigd). Wanneer aangetoond kan worden dat ten aanzien van de milieugevoelige functies (wonen) toch een acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, hoeft de menging van functies geen probleem te zijn. Garsten Noord is een typisch voorbeeld daarvan. De ontwikkelingsstrategie van de gemeente kenmerkt zich door een deels faciliterende, deels sturende, maar bovenal geleidelijke koers. Idealiter zou het terrein integraal ontwikkeld worden, maar aangezien de wens en noodzaak bij enkele bedrijven – en de financiële slagkracht bij de gemeente- hiertoe ontbreekt, is dit gewoonweg niet reëel. Enkele percelen liggen braak en zijn ernstig in verval. Wanneer gewacht zou worden tot een moment waarop alle bedrijven gestopt zijn, ontstaat een onleefbare situatie. Voor die bedrijven die ter plaatse functioneren en dat ook in de toekomst willen doen, wordt een passende bestemming toegekend. Daarbij dient volgens jurisprudentie en in het kader van goede ruimtelijke ordening tevens te worden bezien welke wensen deze bedrijven eventueel hebben zodat ze komende planperiode goed kunnen blijven functioneren.

Deze wensen moeten worden afgezet tegen het kunnen bieden van een acceptabel woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies (wonen). In de ruimtelijke visie, welke is opgesteld als vervolg op het beeldkwaliteitsplan, zijn enkele verkenningen opgenomen als uitwerking van de verschillende ontwikkelscenario’s. Deze moeten gezien worden als leidraad voor een mogelijke ontwikkeling. De uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan en de ruimtelijke visie zijn vertaald in de planregels van het bestemmingsplan. Daarin zijn bijvoorbeeld bouwvlakken en regels opgenomen over het aantal en de situering van de woningen, de bouwhoogten, de doorzichten, de bijgebouwen en het uitsluiten van bijgebouwen. Ten opzichte van het oorspronkelijke beeldkwaliteitsplan is “slechts” sprake van enkele ondergeschikte afwijkingen met betrekking tot de bouwhoogte van bouwen en balkons. Deze hebben, op zichzelf, geen onevenredige invloed op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Nu het voorliggende plan aansluit bij de uitgangspunten ligt en er geen planologische belemmeringen kan volgens ons het voorliggende bestemmingsplan vastgesteld worden. Gelijkwaardige behandeling en vergelijkbare bebouwing Korte inhoud zienswijze Appellant spreekt van een ongelijke behandeling en wil vergelijkbare bouwmogelijkheden als op het perceel van het nieuw te realiseren appartementengebouw.

Als dat niet mogelijk is moeten de bouwmogelijkheden op zijn perceel gelijk getrokken worden met de bouwmogelijkheden overeenkomstig de nieuwe woningen aan de Vechtoever. Het betreft dan een bouwvlak van maximaal 98m2. Beantwoording In de zienswijze lijkt appellant via het gelijkheidsbeginsel een beroep te doen op dezelfde bouwmogelijkheden als op het perceel van het tegenovergelegen appartementengebouw. Het gelijkheidsbeginsel vereist dat een bestuursorgaan consistent en welbewust handelt in vergelijkbare gevallen. Door de verwijzing van appellant naar bouwmogelijkheden bij het appartementengebouw, op een perceel met een voormalige bedrijfsbestemming, is wat ons betreft geen sprake van een vergelijkbaar geval met de eigen woning en/of perceel van appellant. Het ligt daarom ook niet voor de hand dezelfde bouwmogelijkheden op het woonperceel van appellant mogelijk te maken. In het vervolg van de zienswijze maakt appellant een vergelijking met de overige nieuwe aan woningen Vreelandseweg. Hierbij gaat het om een vergelijking tussen reguliere woningen waarin wij appellant beter kunnen volgen. Dit heeft ertoe geleid dat wij het bouwvlak op het perceel Vreelandseweg 2 en de in het verleden vergunde bouwvergunningen nogmaals bestudeerd hebben.

Naar aanleiding van de zienswijze van appellant zien wij aanleiding het bouwvlak op het perceel Vreelandseweg 2 te verruimen door de vergunde uitbreiding van de woning uit 2003 bij het bouwvlak te betrekken. Hierdoor ontstaat een bouwvlak van circa 120m2. Rekening houdend oppervlakte van het perceel aan de Vreelandseweg 2, de in het verleden verleende bouwvergunningen en in vergelijking met de overige nieuwe woningen langs de Vreelandseweg denken wij hiermee recht te doen aan de bestaande situatie. Planschade Korte inhoud zienswijze Is er voldoende budget aanwezig voor de planschadeclaim i.v.m. plan Vechtoevers?

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

58

Beantwoording In het geval belanghebbenden verwachten schade te leiden als gevolg van een (ruimtelijk) besluit, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan, kunnen zij een verzoek om planschade indienen. Dit verzoek wordt afgehandeld conform de in de gemeente daarvoor geldende procedureverordening. Bij het beoordelen van (eventuele) planschade zal een vergelijking gemaakt worden tussen de geldende planologische situatie en het nieuwe kader zoals is opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan. Voorafgaand aan de vaststelling van dit plan heeft de gemeente een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemers van het plan Vechtoevers, gelegen tegenover het perceel Vreelandseweg 2. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de afhandeling van planschade. Door de overeenkomst kunnen eventuele kosten als gevolg van planschade verhaald worden op de initiatiefnemer. De financiële risico’s komen op die manier altijd terecht bij de initiatiefnemer. Kelder Korte inhoud zienswijze De parkeerkelder van het appartementengebouw ligt deels buiten het bouwvlak, terwijl dit elders nergens is toegestaan. Beantwoording Appellant heeft in 2003 een bouwvergunning ontvangen voor de uitbreiding van de woning, inclusief kelder, op het perceel Vreelandseweg 2. Daarbij is bepaalt dat de kelder gesitueerd dient te zijn onder het hoofdgebouw.

Dit is in lijn met gangbaar ruimtelijk beleid bij reguliere woningen in onze gemeente. In het geldende bestemmingsplan “Garsten Noord 1981” zijn de bouwmogelijkheden bij een woning, inclusief kelder, ook beperkt tot het bouwvlak zoals op de plankaart is opgenomen. Ook in het vast te stellen bestemmingsplan is deze lijn doorgezet. In zijn zienswijze lijkt appellant opnieuw via het gelijkheidsbeginsel een beroep te doen op extra bouwmogelijkheden via een verwijzing naar de te realiseren parkeerkelder onder het perceel van het tegenoverliggende appartementengebouw. Nu de parkeerkelder niet uitsluitend direct onder het appartementengebouw wordt gerealiseerd claimt appellant in de toekomst ook een beroep te kunnen doen op ruimere bouwmogelijkheden. Het gelijkheidsbeginsel vereist, zoals eerder gezegd, dat een bestuursorgaan consistent en welbewust handelt in vergelijkbare gevallen. Door de verwijzing van appellant naar bouwmogelijkheden bij het appartementengebouw is geen sprake van een vergelijkbaar geval met zijn eigen woning. De bouwmogelijkheden voor “ondergronds bouwen” bij een reguliere woning, zoals die van appellant, is vergelijkbaar met die van reguliere woningen in dit en andere bestemmingsplannen. Er is geen sprake van ongelijke behandeling of een precedent voor reguliere woningen.

Recreatiewoning Korte inhoud zienswijze Appellant lijkt te verzoeken een recreatiewoning in zijn tuin toe te laten. Beantwoording Al tijdens de ter inzage legging van het voorontwerp heeft appellant verzocht een recreatiewoning (50m2) op te nemen op het perceel aan de Vreelandseweg 2. Het geldende bestemmingsplan “Garsten Noord 1981” voorziet niet in de mogelijkheid. De recreatiewoning is in de huidige situatie dan ook niet aanwezig. Ook het huidige ruimtelijk beleid van de gemeente Stichtse Vecht voorziet niet in het toevoegen van recreatiewoningen bij woonbestemmingen. Het zondermeer toevoegen van een zelfstandige recreatiefunctie op percelen met een woonbestemming achten wij niet wenselijk omdat dit, zeker in deze omgeving, leidt tot belemmering van functies in de omliggende omgeving en een extra toename van bebouwing op woonpercelen. Uit navraag tijdens het overleg op 28 augustus 2019 is echter gebleken dat appellant niet bedoeld heeft te verzoeken om een (commerciële) recreatiewoning voor de verhuur aan derden. Appellant wens ruimere bebouwingsmogelijkheden om een extra bijgebouw bij de woning te realiseren welke ook gebruikt kan worden als verblijfsruimte (tuinhuis). Onze reactie hierop is dat appellant gebruik kan maken van de reguliere bouw- en gebruiksmogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan binnen de woonbestemming biedt.

Dit betekent dat appellant buiten het bouwvlak voor het hoofdgebouw een bijgebouw mag oprichten met een maximale oppervlakte van 50m2. Wij zullen het bestaande, vrijstaande bijgebouw voorzien van de aanduiding “bijgebouwen” zoals eerder gedaan is op het perceel Vreelandseweg 4. Daarnaast mag appellant gebruik maken van de mogelijkheden die de Wabo en de Bor bieden voor vergunningsvrij bouwen. Appellant moet zich daarbij realiseren dat indien het bijgebouw als recreatiewoning of tweede zelfstandige woning wordt ingericht er ook op basis van het nieuwe bestemmingsplan geen vergunning verleend kan worden.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

59

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door het bouwvlak aan te passen, de bouw- en goothoogte binnen het bouwvlak feitelijk te bestemmen en door een aanduiding op te nemen ter plaatse van het vrijstaande bijgebouw. 3.3.9.

.

De appellant heeft aanvankelijk geen zienswijze ingediend gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord ter inzage heeft gelegen. De zienswijze is naar voren gebracht tijdens de “afsluitende ronde”. De opmerkingen van belanghebbenden richten zich hoofdzakelijk op de regels. In het vervolg hebben wij de reacties opgenomen en vervolgens voorzien van een antwoord. Algemene opmerkingen Korte inhoud zienswijze  Artikel 2.10 definitie Goothoogte: ook van toepassing op boeiboorden, dus bij platte daken is hoogste punt = goothoogte. Hoe wordt dit gehanteerd bij dakkapellen? Een dakkapel heeft een horizontale daklijn, maar is m.i. een ondergeschikt element (ten opzichte van het hellende dak) waarbij de goothoogtemaximum niet van toepassing is. Klopt deze interpretatie?  Verbeelding: de grenslijn tussen lage en hoge deel bouwvlak volgt niet ons ontwerp. Getekend is een hoger bouwvlak dat in een hoek tegen het lagere deel aanligt. Het hoort te zijn dat het lagere deel als een hoek tegen het hoofdvolume ligt. Het verschil is in oppervlakte niet groot, maar zoals verbeeld heeft het een zeer onlogische volumeopbouw. Beantwoording Artikel 2.10 maakt onderdeel uit van de “wijze van meten” van het bestemmingsplan. In dit specifieke artikel gaat het over het bepalen van de goothoogte. Hierover is opgenomen: “Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat bij een lessenaars-dak het laagste punt van het dak als goothoogte wordt aangemerkt”. Een dakkapel wordt gerekend tot een ondergeschikt constructiedeel en daarmee niet bepalend voor het bepalen van de goothoogte. Uit de reactie blijkt inderdaad dat de grenslijn tussen lage en hoge deel bouwvlak het ontwerp nog onvoldoende volgt. Wij zullen de plankaart aanpassen zoals in de bijlage door belanghebbende is opgenomen. Water Korte inhoud zienswijze:  13.1.2a aanlegplaatsen worden duidelijk mogelijk gemaakt, en wel 1 per woning. Voor appartementen W-3 betekent dit bij 10 woningen dus 10 boten. Correct?  13.2.2b1 maximaal 2 meerpalen: ik neem aan per aanlegplaats, dus per woning 2 aanmeerpalen  13.2.2.b4 maximaal 4,2m uit oever: als steiger 1,2m breed is (13.2.2.3) dan is maat van rand steiger tot meerpaal nog 4,2-1,2m = 3m bij een bootlengte 12m (zie 13.1.2.c) wordt op ¼ van lengte aangemeerd. Beantwoording Artikel 13 heeft betrekking op de bestemming “water”. Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de rivier De Vecht. Artikel 13.1 heeft betrekking op de doeleindenomschrijving. Daarbij zijn recreatievaartuigen toegestaan onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 13.1.2. van de planregels.

Onder artikel 13.1.2 onder a is opgenomen dat er maximaal één recreatievaartuig is toegestaan per woning. De voorwaarde heeft ook betrekking op de woningen gelegen in de bestemming Wonen-3. Artikel 13.1.1. en artikel 13.1.2 zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. De bouwregels met betrekking tot meerpalen zijn opgenomen in de bouwregels van artikel 13.2.2 onder b. In artikel 1.60 van de planregels wordt het begrip “meerpaal” beschreven als “een paal, in het water of op de wal, waaraan de (meer)touwen van recreatievaartuigen bij het aanleggen worden vastgelegd”. Meerpalen worden over het algemeen in combinatie met aanlegsteigers gerealiseerd. Er wordt vanuit gegaan dat er per woning één recreatievaartuig toegestaan is, elk recreatievaartuig aan een steiger wordt gelegd en dat daarbij twee meerpalen mogelijk zouden zijn. Artikel 13.2.2. van het Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

60

bestemmingsplan is niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. Een afmeerpaal mag conform artikel 13.2.2. onder b sub 4 maximaal op een afstand van 4,2 meter vanaf de waterkant gesitueerd worden. Een steiger mag conform artikel 13.2.2.2 onder c maximaal 6 meter breed zijn en 1,2 meter diep. Ook deze planregels zijn niet aangepast nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Wonen-2 Korte inhoud zienswijze 15.2.1.b: kan worden opgenomen?: “ per bouwvlak zijn maximaal 2 woningen toegestaan, waarbij het totaal aantal woningen van W-2 en W-3 samen niet meer mag bedragen dan 14”? Het totaal aantal woningen wijzigt dan dus niet maar er is wat meer vrijheid: als appartementen in W-3 worden samengevoegd tot grotere eenheden, dan zou het prettig zijn om binnen de vrijstaande W-2 volumes 2 woningen te kunnen realiseren. Nog steeds in de bedoelde verschijningsvorm, maar met 2 gestapelde eenheden: op begane grond plus kelder een woning en erboven op verdieping plus kap een woning. Hierdoor zullen er geen bouweenheden verloren hoeven gaan bij appartementssamenvoeging. Beantwoording De vrijstaande woningen, onderdeel uitmakend van plan Vechtoevers, zijn bestemd als “Wonen-2”. Binnen elk bouwvlak is het toegestaan om één woning op te richten.

De belanghebbende vraagt om ten aanzien van het plan Vechtoevers (appartementen en vrijstaande woningen) een zodanige flexibiliteit in het bestemmingsplan op te nemen dat dat de aantallen woningen onderling uitgeruild kunnen worden. In het geval van het samenvoegen van appartementen zou dit betekenen dat de vrijstaande woningen gesplitst kunnen worden in twee woningen. Aan het voorliggende plan ligt een uitgebreid stedenbouwkundige kader met bijbehorende ruimtelijke onderbouwing. Het opnemen van het plan Vechtoevers in het bestemmingsplan Garsten Noord kan gezien worden als “maatwerk”. De door belanghebbende voorgestelde flexibiliteit maakt geen onderdeel uit van het eerder besproken stedenbouwkundige kader, de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing en de onderzoeken die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Daarmee kan op voorhand niet voldoende afgewogen worden welke gevolgen dit heeft voor woon- en leefklimaat van bestaande en toekomstige bewoners. De beoogde flexibiliteit is ook niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan dat eerder ter inzage heeft gelegen. De gewenste flexibiliteit heeft daarnaast ook gevolgen voor de Hogere Grenswaarde Geluid, het parkeren en de (vergunningsvrije) bouwmogelijkheden bij woningen. Het besluit Hogere Grenswaarde Geluid voorziet ter plaatse van de vrijstaande woningen niet in meerdere wooneenheden.

Meerdere wooneenheden betekent ook meerdere parkeerplaatsen. Ter plaatse van de vrijstaande woningen is hier geen rekening mee gehouden. Meerdere woningen of wooneenheden betekent ook meer mogelijkheden voor (vergunning) bouwen. Hierdoor kan het uiteindelijke beeld afwijken van de beoogde uitstraling. Wij zien geen aanleiding om in dit stadium van de planprocedure dergelijke aanpassingen in het bestemmingsplan alsnog op te nemen. Wonen-3 Korte inhoud zienswijze  16.2.1.b/hoogste bouwvlak: de goothoogte van het hoge middendeel heeft nu een goothoogte van 9,0 meter, waar 8 meter wordt toegestaan. Het ontwerp aan de landzijde zou aan de bestemmingsplanhoogte kunnen worden aangepast, al geeft dat m.i. een verslechtering van de massaopbouw. Aan de waterzijde is de goothoogte van 9m eigenlijk cruciaal, dan kan de woonkamer namelijk voldoende uitkijken onder de goot. Bij een goot van 8m, dit is 2meter boven vloerniveau, wordt fatsoenlijk uitzicht belemmert en zijn de terrassen niet toegankelijk. Graag de mogelijkheid opnemen plaatselijk de gootlijn te verhogen naar 9m, de benodigde lengte is ca 25m  16.2.1.b/hoogste bouwvlak: liftuitloop wordt ca 13m. Dit kan vallen onder ontheffing artikel 26.1a 10% (of een genoemde 15%?) 12,6x1,1=13,8m / liftuitloop valt onder ondergeschikte

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

61

 

bouwonderdelen volgens artikel 2.4. Hieronder valt ook een balustrade: in beeld zodanig ondergeschikt dat deze in de hoogtebepaling niet hoeft te worden meegenomen. 16.2.1.b / lagere bouwvlak: ter plaatse van het daktarras aan de Vreelandseweg heeft de gevel een daklijn op 9,2m hoogte. Dit is minder dan de toegestane bouwhoogte van 11 meter, maar formeel is dit hoogste punt een goot (definities 2.10 goot: ook boeiboord, etc). Aanpassing van het ontwerp op dit punt is niet mogelijk, dan wordt toegankelijkheid terras onmogelijk. In massaopbouw is ook dit bouwdeel terughoudend (tussen naastliggende kappen) en ondergeschikt gehouden om tot een goede massaopbouw en totaalbeeld te bereiken. Appellant weet niet hoe we dit in de regels goed kunnen ondervangen, tenzij weer als een uitzondering met een bepaalde maximale lengte (10m) Art 16.4.2.a “(half) verdiepte parkeergarage”. In ons plan is de garage niet half-verdiept, maar volledig onder maaiveld gelegen. Anders kan deze ook niet buiten het bouwvlak uitsteken, zoals bij ons nodig is. De tekst “(half)” is wat ons betreft ook niet nodig. Art 16.4.2.b “binnen het plangebied aan de Vechtoever over een lengte van ca 15m een openbare oever aanwezig is.” Dit is voor opdrachtgever niet acceptabel. Door openbaarheid van privé-gronden wordt de woonkwaliteit onevenredig aangetast.

Ons inziens is de reden voor de bepaling het garanderen dat: 1. Regelmatig zicht is op de rivier vanaf de Vreelandseweg. Hiervoor dient voorkomen te worden dat hoge opgaande beplanting het zicht blokkeert 2. Over de volledige Vecht-oeverlengte af en toe passanten ook direct contact kunnen krijgen met de Direct ten noorden van gebied W-3 o.a. is dit mogelijk, ter plaatse van de verbreding: havenkom. We stellen voor om de tekst te vervangen voor: “het zicht vanaf de Vreelandseweg mag over een breedte van ca 15m niet worden geblokkeerd door permanente objecten zoals opgaand groen.” Of iets van die strekking.

Beantwoording Voorafgaand aan de planvorming is het beeldkwaliteitsplan Garsten-Noord in 2012 vastgesteld. Hierin zijn ook randvoorwaarden opgenomen voor de ontwikkeling van een appartementengebouw in het plan De Vechtoevers. Vervolgens heeft appellant het plan verder uitgewerkt. Dit stedenbouwkundig plan is getoetst en wijkt op verschillende onderdelen af van het beeldkwaliteitskader Garsten-Noord. Onder andere in de toelichting van het bestemmingsplan zijn de verschillen beschreven. Daar is ook beschreven welke verschillen ondergeschikt zijn en daardoor nauwelijks gevolgen hebben voor de beeldkwaliteit. Er worden echter ook een aantal verschillen genoemd die als onwenselijk worden beschouwd. De verdere verhoging van de goothoogte van 8 naar 9 meter is eerder al beoordeeld als onwenselijk. Ook nu zien wij geen aanleiding verder af te wijken van het beeldkwaliteitskader. Met betrekking tot de goothoogte van het appartement willen wij opmerkingen dat deze niet afwijkt van de goothoogte zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen. Een liftuitloop wordt over het algemeen gezien als een ondergeschikte deel van het bouwwerk, net bepalend voor de bouwhoogte van het gehele bouwwerk.

Daarnaast bestaat er inderdaad nog de mogelijkheid om met toepassing van de algemene afwijkingsbevoegdheid medewerking te verlenen aan een verhoging van (hoogte)maten met maximaal 10%. Met betrekking tot het dakterras aan de Vreelandseweg kunnen wij de bedoelde daklijn van 9,2 meter niet plaatsen. Wij hebben niet de beschikking over een doorsnede van het ontwerp ter plaatse van het dakterras. Ter plaatse van het dakterras is een aparte hoogteaanduiding opgenomen met een maximale bouwhoogte van 7 meter. In artikel 16.4.2 onder a wordt inderdaad gespreken over een (half) verdiepte garage. Wij kunnen de reactie van appellant volgen. De aanvulling “half” is hier waarschijnlijk overbodig. In artikel 16.4.2 onder b is de voorwaarde opgenomen dat binnen het plangebied aan de Vechtoever over een lengte van ca. 15 m een openbare oever aanwezig is. Deze voorwaarde komt voort uit het Beeldkwaliteitsplan Garsten-Noord dat in 2012 is vastgesteld. Deze openbare oever heeft niet uitsluitend tot doel om het zicht op de Vecht te kunnen waarborgen. De openbare oever wordt ook gezien als één van de rustpunten voor de fiets- en wandelrecreatie langs de Vecht. De voorwaarde was ook al opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. Wij zien geen aanleiding om hier in dit stadium alsnog vanaf te wijken.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

62

Waterkering Korte inhoud zienswijze  Als ik het goed begrijp dient dit artikel ervoor dat ook werkzaamheden waar normaal gesproken geen omgevingsvergunning voor nodig is, hier niet mogen worden uitgevoerd, tenzij dit is aangevraagd en in overleg met beheerder van waterkering is vastgesteld dat de werkzaamheden geen aantasting van het dijklichaam inhoud.  Vandaar mijn eerdere opmerking dat bij de realisatie van de kelder, die buiten het kernlichaam van de dijk valt, in principe toestemming kan worden verleend, als wordt aangetoond dat ook tijdens de bouw er geen verstoring van het kernlichaam plaatsvind. Dit betekend in de voorbereiding duidelijk overleg tussen aannemer en beheerder dijklichaam over de te volgen procedures tijdens de boud, en tijdens uitvoering ook zeer zorgvuldig werken en uitgebreidere controles dan bij bouwen in een weiland” Beantwoording De planregels met betrekking tot waterkering zijn voor de gemeente verplichte en over het algemeen door het Waterschap zelf aangeleverde standaardregels om het belang van de waterkering en de veiligheid te beschermen. De planregels gelden ter plaatse van de op de plankaart aangebrachte aanduiding. Deze aanduiding stelt de gemeente niet zelf vast. De gemeente neemt de exacte locatie van de beschermingszone uit de legger van het Waterschap over. De aanduiding ligt in dit geval ook over de percelen van plan Vechtoevers.

Gevolg is inderdaad dat er nadrukkelijk overleg gevoerd moet worden tussen initiatiefnemer en Waterschap alvorens bouwwerkzaamheden vergund en gestart kunnen worden. Algemene bouwregels Korte inhoud zienswijze  23.1 Parkeerkelder in principe alleen onder gebouwen, maar ook (lid b) onder functie groen , met name omdat hellingbaan nergens anders kan liggen. Een klein deel van de parkeerplaatsen ligt in de aanhechting van hellingbaan met de kelder onder het hoofdvolume. Dit is in lid b m.i. voldoende gewaarborgd.  23.2 overschrijding bouwgrenzen. Voor beperkt uitstekende onderdelen is een uitzondering gemaakt: deze mogen uitsteken buiten het bouwvlak, als voldaan is aan: en dan volgt een aantal voorwaarden. In ons geval zijn de balkons opgenomen in de bouwmassa, en ook als zodanig in de verbeelding meegenomen. Ze mogen in ons geval ook niet uitsteken omdat het bouwvlak samenvalt met het functievlak en dit uitdrukkelijk is uitgesloten (=bestemmingsgrenzen) Bij W-2 mogen wel balkons uitsteken vanuit hoofdgebouw in zone bijgebouw (beide geel). Beantwoording In de opmerkingen bij artikel 23 hebben wij geen aanvullende vraag voor de gemeente of bezwaar tegen de huidige planregels kunnen halen. Wij gaan er gelet op de reactie van uit dat de belanghebbende tevreden is over de wijzen waarop de hellingsbaan en balkons nu zijn opgenomen in het bestemmingsplan. 3.3.10.

De appellant heeft aanvankelijk geen zienswijze ingediend gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord ter inzage heeft gelegen. Op dat moment was appellant nog niet woonachtig op dit adres. De zienswijze is naar voren gebracht tijdens de “afsluitende ronde”. De opmerkingen van belanghebbenden richten zich hoofdzakelijk op de regels. In het vervolg hebben wij de reacties opgenomen en vervolgens voorzien van een antwoord. De reactie van appellant richt zich op het gebruik van het eigen perceel en de bedrijfsactiviteiten op het naastgelegen perceel. Verbeelding: Loods bestemd als W-1 overige delen als agrarisch Korte inhoud zienswijze Met het oog op de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van het perceel Vreelandseweg 14 als woonperceel (de vergunning ziet toe op zowel woongebruik van de boerderij als de bijbehorenNota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

63

de gronden) verzoeken wij de gemeente om een woonbestemming voor ons perceel op te nemen. Dit is ook conform bestaand gebruik. Het is niet in lijn met een goede ruimtelijke ordening om een agrarische bestemming voor grote delen van het perceel aan te houden, omdat het perceel gedurende de planperiode niet als agrarisch gebruikt zal worden. De overweging van de gemeente ten aanzien van het nog niet onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning, vinden wij begrijpelijk, maar staat niettemin haaks op het principe van een goede ruimtelijke ordening. De nu gemaakte keuze leidt tot onduidelijkheid. Beantwoording In uw geval gaat het bij het vaststellen van het bestemmingsplan voornamelijk om een actualisatie en daarmee het vastleggen van de actuele, juridisch-planologische situatie. Recent is omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de boerderij ten behoeve van woondoeleinden. Deze vergunning was echter nog onder procedure en daarmee nog niet onherroepelijk. Wij zijn daarom terughoudend met het opnemen van een woonbestemming ter plaatse van uw perceel. Inmiddels is de procedure afgerond. We hebben deze daarom meegenomen in het bestemmingsplan.

Regels: W-1 bestemmingsvlak Korte inhoud zienswijze Binnen de bestemming Wonen-1, welke nu voor een deel van ons perceel is opgenomen en welke na een eventuele aanpassing van het bestemmingsvlak ons hele perceel zal beslaan, is de bepaling opgenomen dat erfafscheidingen 2 meter hoog mogen zijn. Het vigerende bestemmingsplan staat op dit moment een afscheiding toe van 3 meter hoog. Appellant verzoekt de gemeente om deze 3 meter aan te houden. Beantwoording Voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat is inderdaad noodzakelijk dat er op de erfscheiding een geluidscherm staat. Het geluidscherm wordt gezien als een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen volgens artikel 14.2.3 van het bestemmingsplan 3 meter bedragen. Omdat het geluidscherm hier tevens op de erfscheiding staat fungeert deze ook als erfafscheiding. Hoewel het bestemmingsplan de realisatie van een geluidscherm van 3 meter niet in de weg staat begrijpen wij de verwarring die kan ontstaan in uw situatie. Ook al gaat het om een bestaande en feitelijke aanwezige geluidscherm. Bij de aanpassing van het bestemmingsplan is dit nader aangescherpt in de planregels. De plankaart is aangepast conform de kadastrale eigendomssituatie.

Regels: W-1 hobbymatig houden van dieren Korte inhoud zienswijze In het voorontwerpbestemmingsplan is voor een deel van ons perceel de bestemming W-1 aangehouden. De intentie lijkt om, indien de omgevingsvergunning onherroepelijk wordt, om deze bestemming voor het hele perceel op te nemen. Binnen deze bestemming is de functie wonen met aan huis verbonden beroepen en bedrijven toegestaan. Het hobbymatig houden van dieren wordt echter niet vermeld. Gezien de gebiedskenmerken, het achterliggende agrarische perceel dat in ons bezit is en de beschikbare opstallen is het onze wens om hobbymatig dieren, dan wel op beperkte schaal bedrijfsmatig dieren te houden (bijvoorbeeld paarden). De dieren kunnen daarbij op het achterliggende agrarische land lopen, maar dienen uiteraard ook gestald te worden: het bestemmingsplan biedt deze mogelijkheid nu niet. Appellant verzoekt de gemeente om deze mogelijkheid binnen de bestemming te bieden. Beantwoording Appellant heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om in afwijking van de oorspronkelijke agrarische bestemming de boerderij te gebruiken ten behoeve van woondoeleinden. Daarmee komen de agrarische functie en de mogelijkheid om bedrijfsmatig dieren op uw perceel te houden te vervallen.

Het verzoek om bedrijfsmatig dieren te houden (paarden) is tegenstrijdig met het verzoek onder onderdeel 1 (Loods ) van deze reactie en de intenties die uitgaan van de aan u verleende omgevingsvergunning. Daarom en gelet op de mogelijkheden consequenties voor het woon- en leefklimaat van een nieuwe agrarische activiteit zullen wij geen mogelijkheid opnemen voor het bedrijfsmatig houden van dieren. Het bestemmingsplan voorziet niet in een agrarisch bouwvlak waar dieren gehouden

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

64

kunnen worden. In het bestemmingsplan zijn, binnen de woonbestemming, geen regels opgenomen welke betrekking hebben tot het hobbymatig houden van dieren. Omdat wij, gelet op de bijbehorende gronden, begrijpen dat u wellicht hobbymatig dieren wilt houden bij uw woning zullen we bezien hoe we deze mogelijkheid kunnen toevoegen aan de huidige regels. De bestemming van het perceel Vreelandseweg 14 is aangepast conform de verleende vergunning. Toelichting Korte inhoud zienswijze Pagina: 64 ‘De gemeente zet in op het verbeteren van het akoestisch woon- en leefklimaat door het voorkomen van nieuwe geluidhinder, het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte en het oplossen van bestaande (sanerings)situaties’. In relatie tot bovenstaande quote uit het voorontwerpbestemmingsplan geven wij graag een reactie die buiten de reikwijdte van een bestemmingsplan valt maar wel relevant is met het oog op het genoemde gemeentelijke streven. Beantwoording Het bestemmingsplan “Garsten Noord 1981” komt niet overeen met de feitelijke situatie. Omdat er grote verschillen zijn tussen de feitelijke situatie en het geldende bestemmingsplan kan deze niet gebruikt worden als doelmatig toetsingskader. Met de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan moet een actueel planologisch kader worden opgesteld dat in de toekomst kan fungeren als volwaardig toetsingskader.

Een kader waarbinnen zowel het woon- en leefklimaat van omwonenden als de bestaande, en vooral rechtmatige, bedrijfsvoering van bedrijven kan worden gewaarborgd. In het bestemmingsplan zijn ter plaatse van de bedrijfspercelen activiteiten toegestaan die gelet op het Activiteitenbesluit en de normen voor een goed woon- en leefklimaat inpasbaar zijn. Dit geldt ook voor het perceel Vreelandseweg 12. In de toelichting is ten aanzien van de Vreelandseweg 12 het volgende opgenomen: “Inrichtinghouder heeft in zijn zienswijze aangegeven dat hij ook gedurende de nacht- en avondperiode activiteiten verricht en daarnaast langere bedrijfsduren heeft dan aangehouden in het akoestisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan de berekeningen. De genoemde activiteiten zijn echter niet gemeld in het kader van het Activiteitenbesluit, noch is daarvoor een OBM-vergunning aangevraagd of verleend. Onderzocht is of de inrichting in het kader van het Activiteitenbesluit geluidruimte heeft om de genoemde activiteiten-besluit te verrichten. De genoemde activiteiten zouden niet voldoen aan de geluid-grenswaarden in het kader van het Activiteitenbesluit.

In het kader van het bestemmingsplan is daarom enkel rekening gehouden met de hiervoor genoemde geluidsonderzoeken.” Uit het voorgaande blijkt dat bij het opstellen van het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige situatie, het Activiteitenbesluit en de OBM-vergunning. Uit onderzoek dat verricht is in het kader van het bestemmingsplan blijkt dat de door de eigenaar beoogde langere bedrijfsuren en activiteiten gedurende de nacht- en avondperiode niet voldoen aan de grenswaarden in het kader van het Activiteitenbesluit. Het bestemmingsplan biedt daarom dan ook geen ruimte voor dergelijke activiteiten. Daarbij dient aangetekend te worden dat de wettelijke grondslag voor dergelijke activiteiten zich bevindt in andere wetgeving dan het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is daar een ondersteunend hulpmiddel bij. Volgens ons zal het bestemmingsplan in de toekomst juist voorzien in de mogelijkheid om handhavend op te treden tegen overtredingen. 3.3.11. De appellant heeft aanvankelijk geen zienswijze ingediend gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord ter inzage heeft gelegen. Op dat moment was appellant wel woonachtig op dit adres. De zienswijze is mondeling naar voren gebracht tijdens de “afsluitende ronde”. De opmerkingen van appellant richten zich hoofdzakelijk op het naastgelegen appartementengebouw en de nieuwe vrijstaande woning.

In het vervolg hebben wij de reacties opgenomen en vervolgens voorzien van een antwoord. De reactie van appellant richt zich op het gebruik van het eigen perceel en de bedrijfsactiviteiten op het naastgelegen perceel. Communicatie Korte inhoud zienswijze

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

65

Appellant heeft bezwaar tegen het feit dat in die periode wel met de zakelijke belanghebbenden is gesproken en niet met de omwonenden. Hoewel het nog democratisch moet worden vastgelegd in de gemeenteraad, lijkt het nu een voldongen feit. Appellant vindt dat hiervoor niet voldoende met bewoners gesproken is. Beantwoording De bestemmingsplanprocedure is conform de wettelijke procedure bekend gemaakt. Daarbij is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken. Appellant heeft dat op dat moment niet gedaan. Op dat moment was het voor de gemeente bekende “spoorboekje” niet opgesteld en dus niet van toepassing. Tijdens de “afsluitende ronde” heeft de appellant alsnog nog mogelijkheid gekregen om zijn bezwaren “mondeling” kenbaar te maken. Hierdoor kan appellant nog wel partij zijn bij een eventueel vervolg van de procedure. Ruimtelijke inpasbaarheid Korte inhoud zienswijze Het grootste bezwaar van appellant is dat de nieuwe vrijstaande woningen hoger zijn dan alle andere woningen op de Vreelandseweg aan de vechtzijde in Nigtevecht en in vergelijking met het geldende bestemmingsplan. Beantwoording De zienswijze van appellant richt zich voornamelijk op nieuw te realiseren woning op het naastgelegen perceel Vreelandseweg 17 in Nigtevecht.

Voor dit perceel is in 1983 een 1ste partiele herziening vastgesteld waarin na beëindiging van de destijds aanwezige bedrijfsactiviteiten (botenhandel en kantoor) een passende nieuwe bestemming is gekozen. Dit werd een woonbestemming. Voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de Vechtoevers. Het beeldkwaliteitsplan en daarmee ook dit bestemmingsplan voorziet in vrijstaande woningen passend bij het karakter van de omgeving en bij de oppervlakte van de percelen. De nieuwe woning is beperkt in oppervlakte tot 98m2, waar de bestaande woning een oppervlakte heeft van 75m2. De goot- en bouwhoogte mogen respectievelijk 7 en 10 meter bedragen maar wijken ook slechts beperkt af van de hoogten bestaande woningen in de omgeving. De woning van appellant heeft een goothoogte van 6 meter en een bouthoogte van 8 meter. De woningen aan de Vreelandseweg zijn (of kunnen) allemaal voorzien (worden) van een bouwlaag met kap. Tussen het bouwvlak van de nieuw te realiseren woning op het perceel Vreelandseweg 17 en de kadastrale grens met het perceel Vreelandseweg 15 is nog altijd 4 meter. Het bouwvlak van de nieuwe te realiseren is daarnaast minder langer waardoor er aan de achterzijde nog een tuin / erf behouden kan blijven. Wij vinden het plan voor vrijstaande woningen passend binnen de omgeving.

Kadastraal perceel Korte inhoud zienswijze Appellant geeft aan dat het kadastraal perceel kenmerk NTV00A 996 ten onrechte bij het perceel van het appartementengebouw is betrokken en hierdoor onjuist bestemd is. Beantwoording Terechte opmerking van appellant, het bestemmingsplan zal aangepast worden door het betreffende kadastrale perceel een woonbestemming te geven behorende bij de woning op het perceel Vreelandseweg 15 in Nigtevecht. Conclusie Het bestemmingsplan heeft tot gevolg dat de verbeelding wordt aangepast.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

66

4 Staat van wijzigingen (onderdeel vaststellingsbesluit) In de verbeelding, de regels en/of in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan “Garsten Noord” zijn de hieronder genoemde wijzigingen aangebracht. Deze Staat van wijzigingen maakt onderdeel uit van het raadsbesluit. 4.1 Nr 1

2 3 4 5 6

7

8 9 10 11 12

13 14 15

16 17 18

Regels Omschrijving In artikel 1 zijn de volgende begrippen toegevoegd: 1.8 aanlegsteiger (was 1.67), 1.18 bedrijventerrein, 1.46 gezoneerd industrieterrein, 1.61 meerpaal, 1.62 metaal- en demontage recycling bedrijf, 1.68 parkeerkelder en 1.85 woning op bedrijventerrein. In artikel 2 is artikel 2.11 hoogte van een windturbine verwijderd. In artikel 3 zijn artikel 3.1 onder b en c, artikel 3.2 onder b en c en artikel 3.7.2 vervallen. Als gevolg hiervan zijn de overige artikelen omgenummerd. In artikel 4.1 onder b wordt toegevoegd: en vrachtverkeer van en naar de betonfabriek slechts via de Oostkanaaldijk mag aan- en afrijden.

Onder artikel 4.1 lid c is toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gezoneerd bedrijventerrein’ tevens voor een gezoneerd industrieterrein’; Artikelen 4.1 onder c en d worden geschrapt en onder artikel 4.1 lid d vervangen door: ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - metaal-, demontage en recyclingsbedrijf’ tevens voor een metaalrecycling en demontagebedrijf voor zover voorkomend in categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten waarbij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – container opslag’ tevens maximaal 12 keer per jaar een container op de inrit tijdens de dagperiode mag worden geplaatst ten behoeve van het bedrijf; de container mag maximaal een dag blijven staan; en waarbij het wisselen van containers uitsluitend is toegestaan op het middendeel/zuidelijk deel van het buitenterrein In het vast te stellen bestemmingsplan wordt in artikel 4.1 onder g opgenomen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘’specifieke vorm van bedrijf – bedrijfswoning en logies’ een bedrijfswoning en logies, ten behoeve van maximaal 6 arbeidsmigranten die werkzaam zijn bij het ter plaatse van de aanduiding aanwezige bedrijf. De oorspronkelijke artikel onder 4.1. worden als gevolg hiervan omgenummerd. Het aantal silo’s onder artikel 4.2.1. onder b is zes geworden. Artikel 4.2.1.

onder d van het ontwerpbestemmingsplan wordt geschrapt. Hier wijzigt de nummering van de opvolgende artikelen. Artikel 4.2.1. onder i wordt toegevoegd: In afwijking van sub i is ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – mallenoplsag’ is een plat afgedekte kap toegestaan; In artikel 4.4.2. onder d wordt 50m2 opgenomen. In artikel 4.4.3. onder f en g worden geschrapt en vervangen door: Artikel 4.4.3 onder f: op het buitenterrein mogen geen materialen direct vanuit een container worden gestort; Artikel 4.4.3 onder g: de gronden met een aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - parkeren’ mogen slechts als zodanig in gebruik zijn en worden genomen, indien bij elke woning bin-nen de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - parkeren’ mini-maal 2 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Artikel 4.4.4. onder c van het ontwerpbestemmingsplan wordt geschrapt. Artikel 4.6 “omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk” wordt toegevoegd. Artikel 4.7 wijzigingsbevoegdheid om de gronden met de bestemming Bedrijf en de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - metaal-, demontage en recyclingsbedrijf’ te wijzigen in de bestemming Wonen-4 wordt toegevoegd.

In artikel 9.1 wordt onder c toegevoegd: in- en uitritten Artikel 10 wordt hernoemd Tuin-landschapswaarden 1 en aan artikel 10.1 wordt toegevoegd als bedoeld in artikel 1, lid 1 van het Besluit omgevings-recht niet is toegestaan. Artikel 11. 1 wordt als volgt aangepast: De voor ‘Tuin - Landschapswaarden 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen met landschapswaarden in de vorm van openheid en insteekhavens waarbij een inrichting als erf als bedoeld in artikel 1, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht niet is toegestaan. met uitzondering van een inrit (hellingsbaan) naar een ondergrondse parkeergarage alsook parkeervoorzieningen.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

67

19

20

21 22 23 24 25

26 27 28 29 30 31 32 33 34

35

36 37 38 4.2 Nr 1

4.3 Nr 1

2

Artikel 11.2 wordt aangevuld: De bouwhoogte van een inrit (hellingbaan) bedraagt maximaal 1 m boven maaiveld en maximaal 3 m beneden maaiveld; de oppervlakte bedraagt maximaal 125 m2 per hellingbaan. Artikel 13.1.2. onder a wordt als volgt aangepast: situering uitsluitend aan de oever van een tuin en/of erf van een woning aan de Vecht, voor zover voorzien van de bestemming Wonen – 1, Wonen -2 en Wonen -3 en voor deze grenzen aan de bestemming Water. In artikel 13.2.2. wordt steiger aangepast in aanlegsteiger. Artikel 13.2.2. onder 7 wordt als volgt aangepast de aanlegsteiger wordt evenwijdig aan de oever gerealiseerd. Artikel 14.1 onder b van het ontwerpbestemmingsplan wordt geschrapt. In artikel 14.2.2 onder g en j wordt 0.30 m opgenomen in plaats van 0.25 m Artikel 14.2.2. onder i wordt toegevoegd: de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen. De overige artikelen worden omgenummerd. Artikel 4.4.1. onder i van het ontwerpbestemmingsplan wordt geschrapt: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - geluidvoorziening' mag de woning slechts als zodanig in gebruik worden opgenomen indien geluidwerende voorzieningen aan de achtergevel en de noordelijke zijgevel zijn gerealiseerd zodanig dat het binnenniveau het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 35 dB(A) niet overschrijdt.

Artikel 14.4.2 en artikel 14.4.6 van het ontwerpbestemmingsplan worden geschrapt. Artikel 15.2.1. onder c en d van ontwerpbestemmingsplan zijn geschrapt. Deze regels hadden geen aanvullende nut ten opzichte van de bouwvlakken op de verbeelding. In artikel 15.2.2 onder g en j wordt 0.30 m opgenomen in plaats van 0.25 m Artikel 15.2.2. onder i wordt toegevoegd: de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen. De overige artikelen worden omgenummerd. Artikel 16.2.2.2. met betrekking tot ondergronds bouwen is toegevoegd. Artikel 17 “Wonen-4” ten behoeve van wonen op een bedrijventerrein is toegevoegd. Als gevolg daarvan zijn opvolgende artikel doorgenummerd. Artikel 17.2 lid c en d zijn omgenummerd naar artikel 18.2 onder b 3 en 4. Artikel 18.2 lid c en d zijn omgenummerd naar artikel 20.2 onder b 3 en 4.

Artikel 23.1 onder b is toegevoegd: in afwijking van sub a zijn ter plaatse van de bestemming ‘Tuin - Landschapswaar-den 1 en 2’ zoals bedoeld in artikel 10 en 11 hellingbanen en ondergrondse parkeergarages toegestaan; Artikel 24.1 onder f is toegevoegd aan het bestemmingsplan: het op onbebouwde gronden overslaan van metaal, puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen met dien verstande dat dit verbod niet geldt ter plaatse van gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - metaal demontage en recyclingsbedrijf 2’; Artikel 24.3 met betrekking tot parkeren is toegevoegd. In artikel 25 wordt nu verwezen naar artikel 44 van de Wet geluidhinder. Artikel 25.1 onder c en d (artikel 26 van het vast te stellen bestemmingsplan) worden geschrapt. Toelichting en bijlagen Omschrijving In de toelichting van het bestemmingsplan is aangepast met in aanneming van de door de belanghebbenden aangeleverde onderzoeken en gegevens. Daarnaast is in de toelichting uitgegaan van actueel ruimtelijk beleid. Om de leesbaarheid van de toelichting te verbeteren heeft de ODRU, op grond van de bestaande plantoelichting, één toelichting opgesteld in plaats van steeds te verwijzen naar individuele ruimtelijke onderbouwingen van betrokken partijen. De bijlagen zijn hierop aangepast.

Verbeelding Omschrijving Vreelandseweg 2: bestaande uitbouwen aan de woning en bijgebouwen zijn voorzien van de aanduiding “bg” bijgebouwen. Het bouwvlak van de woning is vergroot en bestemming “tuin” verlegd (knik is er uit). Vreelandseweg 4: de bestemming is gewijzigd in “Wonen-4”. Het bouwvlak van de woning en de aanduiding van het nieuw te realiseren bijgebouw zijn aangepast aan de verleende omgevingsvergunning. Dit betekent dat het bouwvlak is verruimd en verlegd, de aanduiding “bg” is verplaatst en de goot- en bouwhoogte van de woning zijn gewijzigd.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

68

3

4 5

6 7 8

9 10

11

Vreelandseweg 4a: de aanduidingen “gs” (geluidsscherm), “sb-co” (containers) en “sb-mdrb” (metaal- en demontage recycling bedrijf) zijn opgenomen. Loods grenzend aan Vreelandseweg 6a is voorzien goot- en bouwhoogte. Vreelandseweg 6: de bestemming is gewijzigd in “Wonen-4”. De aanduiding “sv-pk” (parkeren) is opgenomen. Vreelandseweg 6a: de bestemming is gewijzigd naar een bedrijfsbestemming, gelegen buiten in geluidzone-industrie. Het pand heeft de nadere aanduiding “sb-bwl” (bedrijfswoning – logies) gekregen. Vreelandseweg 10: de aanduidingen “sb-ind”, “sba-s” (twee aanduidingen toegevoegd), “sb-mal” en de goothoogte van de opslagloods achterop het perceel is verhoogd van 5 naar 6 meter. Vreelandseweg 12: kadastraal perceel 553 heeft de woonbestemming gekregen. Vreelandseweg 14:de agrarische bestemming is conform de verleende vergunning omgezet naar de bestemming “Wonen-1”. Dat betekent dat er een bouwvlak voor de woning en een aanduiding “bg” voor het bijgebouw is opgenomen. Aan de zijde van de Vreelandseweg is de bestemming “tuin” opgenomen. Ook is de aanduiding “gs” voor een geluidswerende voorziening gerealiseerd. Vreelandseweg 15: kadastraal perceel 996 behoort tot dit perceel en heeft daarom de bestemming “Wonen-1”.

Vechtoevers: voor het appartementen gebouw een bouwhoogte van 12.60 opgenomen zodat rekening kan worden gehouden met alle voorzieningen op het dak (liftschacht etc.). De balkons en erkers zijn voorzien van een maximale bouwhoogte van 4 en 7 meter. De hoogte aanduiding 7 / 11 meter is aangepast conform het ontwerp. Het perceel bestaande uit onder andere kadastraal perceel 539, voorzien van de bestemming “groen” maken geen onderdeel meer uit van dit bestemmingsplan. De zijn namelijk al gelegen in het bestemmingsplan “Nigtevecht”. Er is geen aanleiding deze opnieuw te bestemmen.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

69

5 Bijlage zienswijzen. In deze bijlage zijn zienswijze 3.3.1 tot en met 3.3.8 als bijlage toegevoegd. De zienswijzen 3.3.9, 3.3.10 en 3.3.11. zijn tijdens de “afsluitende ronde” mondeling toegelicht. De samenvatting zoals opgenomen in de Nota zienswijzen geldt als een verslag van deze zienswijzen. De aanvullende reacties van 3.3.9. en 3.3.10 zijn ook per mail bevestigt op respectievelijk 12 maart 2019 en 22 maart 2019. De reactie van de Provincie Utrecht is wel bijgevoegd.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

70

Zienswijze 3.3.1.

Zienswijze 3.3.2

Zienswijze 3.3.3

Zienswijze 3.3.4

Zienswijze 3.3.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1781/documents/38458