CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota zienswijzen (anoniem).pdf

Raad 1 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 12. 20:45: Bestemmingsplan Garsten Noord.34.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op het perceel Vreelandseweg 6/6a is vanuit humaan risico geen sprake van gewijzigd gebruik. In beide gevallen is sprake van een ruimte waar meer dan twee uur per dag mensen verblijven. Ook is de verblijfsruimte niet in oppervlak toegenomen. Er is daarom geen bodemonderzoek nodig (zie ook antwoord op vraag 3.3.6.46). Het betreft een gemengd gebied, waarbij de bedrijven aan de zijde van de even nummers meer naar achteren liggen, en de beeldvorming vanaf de weg meer bepaald wordt door de woningen.

Garsten-Noord kent wel degelijk verschillende leegstaande en verpauperde gebouwen. Deze zijn met name aan de Vechtoever gelegen. De panden zijn wel degelijk cultuurhistorisch van belang en hebben jarenlang op de nominatie gestaan om gemeentelijk monument te worden. Uit de onderzoeken van de omliggende bedrijven volgt dat Vreelandseweg 6 akoestisch gezien inpasbaar is. Het perceel krijgt de bestemming ‘Wonen-4” wonen op een bedrijventerrein. Zie 3.3.6.83

36

3.3.6.85

3.3.6.86 3.3.6.87

3.3.67.88

daarmee is de ruimtelijke onderbouwing onvolledig. De ruimtelijke onderbouwing beschrijft mijn bedrijf als een bedrijf dat handelt in oude metalen en dergelijke. Met de bestaande activiteiten is in de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende rekening gehouden. Aanvullend onderzoek naar geur, stof, geluid en gevaar ontbreekt. Bij het bedrijf komt wel degelijk (fijn) stof vrij wanneer wordt gewerkt op het open terrein. Het open terrein wordt niet geheel afgeschermd door gebouwen. Bovendien is sprake van een ventilator in de nieuwe loods aan de zijde van de Vreelandseweg 6a en een afzuigventilator in de constructiewerkplaats. De bedrijfsactiviteiten vinden ook buiten plaats.

3.3.67.89

Ten aanzien van fijnstof door de firma Nagel en betonfabriek ontbreekt de onderbouwing.

3.3.6.90

T.a.v. stikstofdepositie vanuit de scheepvaart op het ARK ontbreekt onderzoek.

3.3.6.91

Met betrekking tot externe veiligheid verwijst Nagel naar hetgeen zij daarover ten aanzien van de toelichting heeft verwoord. Het aspect geur is relevant, maar niet onderzocht. Erfdienstbaarheid op perceel Vreelandseweg 4a. is niet vastgelegd dat deze weg zou zijn ontsloten voor voertuigen. Alleen bestemmingsverkeer van Nagel en Griffioen is toegestaan. Het is geen openbare weg en geen

3.3.6.92 3.3.6.93

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Wij zijn bij de beschrijving uitgegaan van hetgeen door u is gemeld in 2012, deze blijkt inmiddels niet meer correct. Aanpassing is niet relevant, omdat de bijlage geen onderdeel vormt van het vast te stellen plan.

Zie onder 3.3.6.53 en 3.3.6.89. Zie onder 3.3.6.89.

Zie onder 3.3.6.1 en 3.3.6. 2.

In paragraaf luchtkwaliteit van de ruimtelijke onderbouwing voor bestemmingsplan Garsten Noord staat vermeld dat de provinciale en IPPC bedrijven zijn opgenomen in de nationale emissie registratie. De emissies van de grote bedrijven worden samen met de emissies van rijkswegen, provinciale wegen, scheepvaart en luchtvaart verdeeld over Nederland. Voor de kleinere gemeentelijke bedrijven wordt een bijschatting gedaan van maximaal enkele microgrammen. In 2007 heeft TNO een onderzoek uitgevoerd naar deze bijschatting. Hieruit is gebleken dat de bijdragen binnen de provincie Utrecht maximaal enkele microgrammen bedraagt. De berekende concentraties worden door de meetstations van het RIVM gevalideerd en hieruit blijkt dat de uitgevoerde berekeningen niet significant afwijken van de metingen. Op basis van deze onderzoeken wordt geconcludeerd dat de directe uitstoot van dit bedrijf dermate gering is dat er geen overschrijdingen worden verwacht van de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. De bijdrage van de scheepvaart voor het aspect luchtkwaliteit / stikstof is opgenomen in de achtergrondconcentratie. Het bestemmingsplan zorgt niet voor veranderingen op gebied van de scheepvaart op het ARK, dus ook niet voor veranderingen betreffende stikstofuitstoot of –depositie.

Er hoeft dus in het kader van dit plan dan ook geen onderzoek naar stikstofdepositie vanuit scheepvaart te worden gedaan. In de zienswijzen is niks opgenomen t.a.v. externe veiligheid.

Zie onder 3.3.6.53. Op de toerit worden geen parkeerplaatsen aangelegd. De parkeerplaatsen t.b.v. Vreelandseweg 6 liggen op eigen grond. Gelet op de ontwikkelingen zoals opgenomen in de zienswijze 3.3.6.1 en 2 zijn voor de toerit specifieke voorwaarden opgenomen. Het plaatsen van een container geeft namelijk een overschrijding van het maximale geluidniveau 37

ruimte om parkeerplaatsen aan te leggen. Op de weg mag niet worden geparkeerd. De weg wordt als laad- en losplaats gebruikt voor vrachtwagen en er vinden containerwisselingen plaats.

3.3.67.94

3.3.6.95

3.3.6.96

3.3.6.97

Ten aanzien van geluid wordt in de ruimtelijke onderbouwing verwezen naar een uitspraak van de RvS d.d. 26 november 2003. De uitspraak is niet representatief voor de vraag of en zo ja wanneer een ontsluitingsweg deel uitmaakt van de inrichting. Ten onrechte wordt er van uitgegaan dat de weg geen onderdeel is van de inrichting. De ruimtelijke onderbouwing is onzorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, omdat de onderzoeken in noot 19 pagina 27 welke wel uitgaan van de juiste uitgangspunten, niet betwist worden door stellers van de ruimtelijke onderbouwing.

De beschrijving t.a.v. geluid is onvolledig, omdat het gaat om meer dan alleen het opslaan van metalen in de loods. Hoofdstuk 7 van de ruimtelijke onderbouwing wordt betwist. Er is geen verpaupering en de Vreelandseweg 6/6a kan nog prima worden gebruikt conform de vigerende bestemming.

3.3.6.98

De stelling dat de invulling conform het vigerende bestemmingsplan een enorme druk op de omgeving legt, is niet onderbouwd.

3.3.6.99

Er is geen sprake van een historisch pand. Er wordt vergeleken met een ‘rustige woonwijk in de stad’

3.3.6.100

3.3.6.101

3.3.6.102

Wat wordt bedoeld met beeldkwaliteit? De panden Vreelandseweg 6/6a zullen qua uiterlijk niet veranderen bij ander gebruik. De stelling dat de panden zonder bewoning zouden kunnen worden gesloopt, leeg zouden komen te staan is feitelijk onjuist. Appellant heeft juist

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

op woningen aan de Vreelandseweg. Daarbij leidt het plaatsen van de container tot verrommeling en een mogelijke blokkering van de toegankelijkheid van de aangrenzende percelen. In de planregels is opgenomen dat ‘er maximaal 12 keer per jaar een container op de oprit tijdens de dagperiode mag worden geplaatst. En de container mag maximaal een dag blijven staan’. Uit (latere) jurisprudentie blijkt dat de inrichtinghouder bepaalt wat tot de inrichting behoort. Aanpassing is niet relevant, omdat de bijlage geen onderdeel vormt van het vast te stellen plan.

In deze eerdere rapporten is ervan uitgegaan dat de ontsluitingsweg wel als in- en uitrit valt binnen de grenzen van de inrichting. De ontsluitingsweg is eigendom van Nagel Demontage en Recycling. In de praktijk is het gebruik niet exclusief beperkt als in- en uitrit voor het bedrijf. Zo wordt de weg mede gebruikt als ontsluiting voor de woningen Vreelandseweg 4, 6, en voor een achterliggende loods. Om deze reden maakt de ontsluitingsweg planologisch geen deel uit van de inrichting. Deze bijlage komt te vervallen.

Het opnieuw opnemen van Vreelandseweg 6 als dienstwoning, waarbij wordt voldaan aan de restricties van het bestemmingsplan, is niet mogelijk. Het moet dan gaan om een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op dan wel bij een bedrijfsterrein en bestemd voor (het gezin) van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming of het feitelijk gebruik van een bedrijfsgebouw of het bedrijfsterrein, noodzakelijk is. Mede gelet op de beperkte mogelijkheden van het perceel is geen bedrijf voor te stellen, zoals die genoemd in de Staat van Inrichtingen, waarbij hard gemaakt kan worden dat het noodzakelijk is om bij of in het bedrijf te wonen. Het zich dan te vestigen bedrijf zal in de directe invloedssfeer liggen van de woningen aan de Vreelandseweg 4 en 15. Door de korte ligging op deze woningen zijn veruit de meeste ingevolge het bestemmingsplan toegestane bedrijfsactiviteiten niet te realiseren. Dit vanwege het niet kunnen voldoen aan de gestelde normen vanuit de milieuwetgeving. Zie 3.3.6.82 Dit is een onjuiste omschrijving. Het gaat hier om gemengd gebied. Aanpassing is niet relevant, omdat de bijlage geen onderdeel vormt van het vast te stellen plan. Met beeldkwaliteit wordt bedoeld, dat de uitstraling en karakteristiek van een gebied of omgeving waar een (bedrijfs)perceel onderdeel van uit maakt, anders is dan alleen de uitstraling van een woning met tuin.

Niet meer aan de orde. Vreelandseweg 6a is inmiddels Eigendom van de betonfabriek.

38

3.3.6.111

3.3.6.112

3.3.6.113

3.3.6.114

3.3.6.115

3.3.6.116

3.3.6.117 3.3.6.118

De beide bedrijven Nagel zijn onjuist beschreven als metaalrecyclingbedrijven. Appellant doet ook aan demontage en het bedrijf op Vreelandseweg 12 doet ook aan opslag. Bespreking van de gewenste situatie met betwisting van bijlage 24 behorend bij het ontwerp Appellant is van mening dat het beoogde woningbouwproject veel te massaal is en oogt, en vergelijkbare moderne buitenplaatsen zijn heel lelijk. Kenmerkend voor klassieke buitenplaatsen is dat ze juist niet dicht op de Vecht staan, zodat ze minder massaal ogen. Hoe wordt het vrije doorzicht naar de Vecht gewaarborgd.

Het gebouw levert onherroepelijk schaduwschade op.

Bespreking van Rijks-,regionaal-, provinciaal en gemeentelijk beleid De ontwikkeling voldoet niet aan de ladder van duurzame verstedelijking, met name een concreet onderzoek naar (regionale) en gemeentelijke behoefte ontbreekt en de kwalitatieve behoefte is niet aangetoond. Het rapport van Companen 2010 is gedateerd en concludeert juist dat de vraag naar dure woning afneemt.

Er is geen onderzoek gedaan naar doelgroep en concurrerende plannen. Het project voldoet niet aan de provinciale verordening, met name de mobiliteitstoets. Niet gemotiveerd is dat het project op adequate wijze kan worden ontsloten.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

rijke vestingsfactor. Voor de huidige bedrijven is dit niet aan de orde. De verschillende bedrijfspercelen zijn tamelijk willekeurig ingericht en ontberen onderlinge samenhang. De inrichting is puur functioneel. Het bedrijf van appellant heeft de aanduiding ‘metaal-, demontage-, recyclingsbedrijf’. Demontage- en opslagactiviteiten vallen binnen deze aanduiding en zijn onder voorwaarden toegestaan. Ter verduidelijking zal een begrip voor deze aanduiding in de begrippen worden opgenomen. Artikel 1.62 van het vast te stellen bestemmingsplan.

Voor de ontwikkeling van het plan de Vechtoever is een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Hierin is onderbouwd en omschreven hoe het plan voor de Vechtoever stedenbouwkundig op een aanvaarbare manier bebouwd kan worden, met respect voor de cultuurhistorische waarden en patronen. Zo lang het nieuwe gebouw binnen de criteria uit het beeldkwaliteitplan en de aanvullende memo d.d. 13 augustus 2015 past, is sprake van een ruimtelijk aanvaardbaar plan. Tussen het appartementengebouw en Vreelandseweg 15 is de bestemming Tuin landschapswaarden -2 neergelegd. Deze gronden zijn bestemd voor tuinen met landschapswaarden in de vorm van openheid, waarbij een inrichting als erf niet is toegestaan. De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. Het nieuw te realiseren gebouw is ten noorden van het perceel van appellant gesitueerd. Er bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat appellant onevenredig nadelige of onacceptabele effecten van schaduwwerking gaat ervaren door de nieuwbouw.

Zie onder 3.3.6.33.

Eerder is in beantwoording al verwezen naar de gemeentelijke Woonvisie en het daaraan ten grondslag liggende behoefteonderzoek. Ook provinciaal en regionaal zijn de nodige onderzoeken uitgevoerd. Er is geen enkele twijfel dat er vraag is naar woningen in onze gemeente en in onze regio. Zie ook onder 3.3.6.33 Zie onder 3.3.6.33 en 3.3.6.116. Het gemeentelijk beleid met betrekking tot parkeren en verkeer is vastgelegd in de GVVP 2013. In deze beleidsnotitie, waarin ook verkeersknelpunten worden genoemd, wordt voor sommige wegen de maximale verkeersintensiteit vastgelegd en is een uitvoeringsprogramma bijgevoegd om knelpunten op te lossen. De Vreelandseweg in Nigtevecht wordt in dit beleid niet gezien als een verkeersknelpunt. De intensiteit van de Vreelandseweg ligt beneden de 1.000 mvt/etmaal. Er is derhalve genoeg restcapaciteit om de toename in verkeer te verwerken. Dat wil niet zeggen dat er, wel eens, sprake is van drukte of een mindere doorstroming van het verkeer. Het is een smalle erftoegangsweg voornamelijk gebruikt voor 40

3.3.6.119

3.3.6.120

3.3.6.121

3.3.6.122

3.3.6.123

3.3.6.124

3.3.6.125

3.3.6.126

3.3.6.127

Op de afbeelding op pagina 35 van de Ruimtelijke Visie komt een massaal appartementencomplex niet voor. Bespreking van de omgevingswaarden in relatie tot het project Vechtoevers Met betrekking tot het onderdeel Water merk ik op dat de conclusie op pagina 48 van de ruimtelijke onderbouwing, dat het aspect Water geen belemmering vormt onjuist is. Onduidelijk is of initiatiefnemer aan de eisen van Waternet wenst te voldoen. De ruimtelijke onderbouwing Vechtoevers is strijdig met de toelichting op het punt zonering. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de bedrijven op de percelen Vreelandseweg 4a en 12. Appellant maakt ernstig bezwaar tegen de ten behoeve van de betonfabriek op te nemen zone. Het staat niet vast dat aan de parkeernorm op pagina 55 en 56 van de ruimtelijke onderbouwing wordt voldaan, omdat niet vaststaat dat de parkeerkelder kan worden gebouwd. Er is geen onderzoek gedaan door de gemeente, en ook niet door initiatiefnemer voor wat betreft de verkeersafwikkeling op de Vreelandseweg. In de ruimtelijke onderbouwing wordt voor de bedrijven Vreelandseweg 4a en 12 milieucategorie 3.2 gehanteerd. Niet staat vast of dit de juiste categorie betreft. Dit geldt ook voor de gehanteerde SBI-code. Als gevolg hiervan staat niet vast dat de gehanteerde afstanden qua geur, geluid, stof en gevaar juist zijn. Er is sprake van een van rechtswege gezoneerd industrieterrein.

De gemeente en initiatiefnemer dienen aan

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

aanliggende percelen. Het appartementengebouw wordt gerealiseerd aan het begin van de Vreelandseweg en is daarmee goed bereikbaar. Deze plek heeft nu een bedrijfsbestemming (bedrijfshaven). Deze functie en bestemming komen met de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan definitief te vervallen. Ook de verkeersbewegingen die daarmee gepaard gingen, komen te vervallen. Wat de verkeersafwikkeling betreft is het perceel voldoende ontsloten via de Vreelandseweg. De toename van de verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woningen is beperkt. De verkeersafwikkeling van de tegenoverliggende betonfabriek vindt plaats via de Kanaaldijk Oost. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het appartementengebouw is niet dusdanig hoog dat wij, gelet op de GVVP en het feit dat een geldende bedrijfsbestemming wordt gesaneerd, rekening hadden moeten houden met het ontstaan van een onaanvaardbare verkeerssituatie. Op deze afbeelding is een voorbeeld van een verbeelding opgenomen, waarop de Vechtoever de bestemming “Wonenuit te werken” heeft gekregen. In de toelichting wordt vermeld dat op de kop appartementen mogelijk zijn.

Initiatiefnemer zal aan deze voorwaarden moeten voldoen, omdat anders geen watervergunning zal worden verleend.

De Vechtoevers zijn uitgegaan van de zonering zoals bepaald in het ontwerpbestemmingsplan. Dit is niet relevant. Er is uitgegaan van de juiste akoestische gegevens. De betonfabriek beschikt reeds over een zone van rechtswege. De zone in het plan regelt dat het geluid meer richting het Amsterdam-Rijnkanaal komt te liggen. Uit het vooroverleg zijn geen belemmering gebleken. Initiatiefnemer zal moeten voldoen aan de voorwaarden van zowel de waterbeheerder als de gemeentelijke GVVP om vergunning te kunnen krijgen voor de bouw van de appartementen. Zie 3.3.6.118

Zie 3.3.6.66 en 3.3.6.111.

Dit is onjuist, voldoende is een zone aan te wijzen in het vast te stellen plan.

41

3.3.6.134

3.3.6.135

3.3.6.136

3.3.6.137

Bedrijven in de zone dienen voor elke uitbreiding van geluid een buitenplanse vergunning aan te vragen. ( pagina 83-85 toelichting) Het bestemmingsplan borgt niet dat een deel van de productie verplaatst wordt. Hoe garandeert het bestemmingsplan dat de betonfabriek niet meer geluid gaat maken, en daardoor de geluidruimte van de beide bedrijven van appellant opsoupeert. Toelichting, regels en verbeelding met elkaar in strijd Appellant wordt benadeeld ten opzichte van de betonfabriek v.w.b. de begripsbepaling in artikel 1. Betonfabriek krijgt aparte bestemming (1.23), mijn bedrijf niet (1.15). Appellant wordt benadeeld ten opzicht van de betonfabriek, omdat deze uitbreidingsmogelijkheden krijgt, terwijl ik word beperkt in toekomstige bedrijfsactiviteiten.

De aanwijzing van de geluidzone vanwege de betonfabriek werpt geen extra belemmeringen op voor het bedrijf van appellant. Het kader waar het bedrijf aan getoetst wordt, het Activiteitenbesluit, blijft namelijk gelijk. Zie ook 3.3.6.133a. De geluidbelasting vanwege de betonfabriek wordt beperkt door de grenswaarden ter plaatse van de zone en woningen in de zone. De beide bedrijven van appellant zijn geen onderdeel van het gezoneerde industrieterrein en worden zelfstandig beoordeeld op milieu-effecten.

Voor het bedrijf van appellant is ook een definitie in de begripsbepaling worden opgenomen.

Volgens jurisprudentie en in het kader van goede ruimtelijke ordening, dient tevens te worden bezien welke wensen de ter plaatse functionerende bedrijven eventueel hebben, zodat ze komende planperiode goed kunnen blijven functioneren. Deze wensen moeten wel worden afgezet tegen het kunnen bieden van een acceptabel woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functie. De betonfabriek heeft met een akoestisch onderzoek aangetoond, dat het geluidniveau op omringende woningen ook na uitbreiding acceptabel is.

3.3.6.138

Uitbreiding betonfabriek is niet mogelijk t.o.v. Vreelandseweg 6/6A

3.3.6.139

Onduidelijk is of aan de afstanden van de VNG brochure wordt voldaan

3.3.6.140

De ruimtelijke onderbouwing van de betonfabriek bevat geen goede ruimtelijke onderbouwing. Een goed woonen leefklimaat is niet onderzocht, laat staan geborgd. Algemene opmerkingen In de onderzoeken is geen rekening gehouden met de belangen van mijn bedrijf. Bouwblokken van de betonfabriek zijn alleen aanwezig rondom bestaande gebouwen. Volgens de regels is het verboden buiten het bouwblok te bou-

3.3.6.141

3.3.6.142

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

N.a.v. de zienswijze van appellant is gebleken welke bedrijfsactiviteiten appellant uitvoert wenst uit te voeren anders dan de op grond van de in 2012 verleende vrijstelling. Middels een akoestisch onderzoek heeft appellant aangetoond dat deze activiteiten onder voorwaarden het woonen leefklimaat van de omliggende milieugevoelige functies niet aantast. Het vast te stellen plan is hierop aangepast. Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan hebben zich ontwikkelingen voorgedaan, waaronder de aankoop van het perceel Vreelandseweg 6a door de betonfabriek. In het akoestisch onderzoek heeft de betonfabriek aangetoond dat het geluidniveau op Vreelandseweg 6 ook na uitbreiding acceptabel is. De in de VNG-brochure genoemde afstanden betreffen nadrukkelijk richtafstanden, geen normen. In het bestemmingsplan is daarom per ontwikkeling onderbouwd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het gehele bestemmingsplan, inclusief alle daarin opgenomen ontwikkelingen, is onderbouwd met (aanvullende) onderzoeken. Hieruit blijkt dat sprake is van een goed woonen leefklimaat.

Het gehele bestemmingsplan, inclusief alle daarin opgenomen ontwikkelingen, is onderbouwd. Daarbij zijn tevens de belangen van alle bestaande bedrijven meegewogen. Qua bouwvlaksystematiek zijn alle bedrijven op dezelfde manier behandeld. Oftewel alle bestaande bebouwing / vergunde bebouwing is binnen een bouwvlak gebracht en slechts binnen bouwvlakken zijn gebouwen mogelijk. Bij geen 43

3.3.6.143

3.3.6.144

3.3.6.145

3.3.6.146

3.3.6.147

3.3.6.148

3.3.6.149

3.3.6.150

3.3.6.151

3.3.6.152

wen. Als de gemeente van mening is dat voor de betonfabriek wel een bouwblok op haar hele perceel is opgenomen, wil appellant dat ook. Op pagina 10 van de ruimtelijke onderbouwing wordt gesteld dat de betonfabriek geen plafond qua productiecapaciteit heeft binnen het vigerende bestemmingsplan. Dit geldt voor alle bedrijven op het bedrijventerrein. Door het opnemen van een zonering komt voor mij een einde aan de situatie waarin geen plafond voor productiecapaciteit is opgenomen. Als gevolg van de zonering wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijven, terwijl dat nu niet het geval is.

De stelling van de betonfabriek dat geen strijd is met rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid wordt betwist. Het is de vraag of de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing is op de gewenste ontwikkelingen. Op pagina 23 ruimtelijke onderbouwing blijkt de komst van een woonbestemming op Vreelandseweg 6/6a er wel degelijk toe te leiden dat het groeipotentieel van mijn bedrijf wordt beperkt. Uit pagina 3 van de notitie blijkt dat beoogde woningen 6, 13, 17 en 19 beperkend zullen zijn voor omliggende bedrijven. Op pagina 24 staat dat de nieuwe hafportaalkraan aanleiding kan geven tot trillingen in gebouwen. Er is geen onderzoek gedaan naar een goed woon- en leefklimaat. Er is sprake van een niet onderbouwde aanname dat de bedrijven van appellant onder milieucategorie 3.2 vallen. Opmerking onderdeel huisvesting arbeiders ruimtelijke onderbouwing De ontwikkeling om arbeiders te huisvesten is in strijd met het doel en de achtergrond van de Leegstandswet, waarin het mogelijk is om een tijdelijke ontheffing voor leegstaande kantoren te verkrijgen en daarmee in ieder geval in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Het is de vraag of een ontheffing van de Leegstandwet mogelijk is.

Appellant vraagt zich af of de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is op het tijdelijk huisvesten

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

enkele bedrijf is het totale perceel aangemerkt als bouwvlak.

Ten aanzien van de “productie van metaal”: dit betreft een activiteit die zowel in het nieuwe als het oude bestemmingsplan niet is toegestaan. Er is dan ook geen sprake van een zogenaamd plafond, danwel het einde ervan.

De zonering heeft niet tot gevolg dat een ander onderscheid tussen de bedrijven op Garsten-Noord gemaakt wordt dan nu reeds het geval is. In het geldende bestemmingsplan is eveneens onderscheid tussen de verschillende percelen gemaakt. De zonering doet daar niets aan af. De beoogde ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan opgenomen zijn, zijn getoetst aan het provinciaal en Rijks beleid. In het kader van vooroverleg is door deze partijen dan ook niet aangegeven dat zijn een strijdigheid met hun beleid zien. Gelet op de ontwikkelingen zal alleen op Vreelandseweg 6 i.p.v. een dienstwoning een burgerwning worden bestemd. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het groeipotentieel van het bedrijf van appellant. Dit volgt ook uit de ruimtelijke onderbouwing van appellant zelf. Er staat dat deze woningen eerder beperkend zullen zijn voor eventuele ontwikkelingen van bedrijven dan de beoogde logiesfunctie van de betonfabriek. Overigens is de notitie geactualiseerd. Op pagina 24 en 25 staat tevens dat aan de streefwaarden voor trillingen in woningen voldaan kan worden. Daarmee is sprake van een trillingtechnisch goed woon- en leefklimaat.

Deze aanname is nader worden onderbouwd in de toelichting van het bestemmingsplan.

De beoogde ontwikkeling betreft het permanent wijzigen van het voormalige kantoor van de betonfabriek ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. Dit houdt geen verband met de Leegstandswet.

In de ruimtelijke onderbouwing wordt hiernaar verwezen als een ontwikkeling die zich voordoet, om leegstand te voorkomen. De ontwikkeling is hiermee in lijn, maar geen verzoek om ontheffing van de Leegstandswet. Het gaat om het toestaan van een breder gebruik van een bestaand pand. Uit jurisprudentie is te herleiden dat dergelijke ontwikkelingen niet als stedelijke ontwikkeling behoeve te 44

van arbeiders. Is dit een stedelijke ontwikkeling?

3.3.6.153

De ruimtelijke onderbouwing toont niet concreet aan dat behoefte bestaat om eigen werknemers te huisvesten.

3.3.6.154

Onduidelijkheid over de doelgroep die gehuisvest zal worden: eigen werknemers in zijn algemeenheid, arbeidsmigranten of beide?

3.3.6.155

Het huisvestingsprobleem van arbeidsmigranten, het tegengaan van leegstand en het versterken van de economische structuur van het bedrijf is niet onderbouwd. De relatie tussen deze algemene noemers en de concrete wens van de betonfabriek is niet aangetoond. Wat wordt bedoeld met de nieuwe logiesfunctie en is deze nu geluidgevoelig of niet? Indien geluidgevoelig, dan wordt appellant in zijn bedrijfsbelangen en groeipotentieel beperkt.

3.3.6.156

3.3.6.157

3.3.6.158

Gezien de omschrijving in de ruimtelijke onderbouwing en de regels van de logiesfunctie staat niet ondubbelzinnig vast dat arbeidsmigranten te allen tijde gelijk zijn aan werknemers van de betonfabriek. De logiesfunctie is geluidgevoelig. Uit de definities artikel 1.54 en 1.55 van het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat de huisvesting feitelijk permanent is. Gezien dit feit is niet voldaan aan de geluidsnormen die zijn beschreven op pagina 23 van de ruimtelijke onderbouwing.

worden gezien. Zie bijvoorbeeld 201310814/1/R1: (..)In deze situatie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro, aangezien de bebouwing reeds aanwezig is en er geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt. Van belang daarbij is dat het plan naar het oordeel van de Afdeling slechts is gericht op een verruiming van de gebruiksmogelijkheden. De plantoelichting behoefde derhalve voor de plandelen met de bestemming "Centrum" en "Gemengd" niet te voldoen aan de voorwaarden in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.(..). Ook uitspraak 201310555/1/A1 heeft deze strekking. Een nadere toets aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking kan derhalve achterwege blijven. Wij delen deze constatering niet. De betonfabriek heeft de wens geuit om arbeidsmigranten te huisvesten in het voormalige kantoordeel van de fabriek. Dit blijkt onder meer uit de ruimtelijke onderbouwing van dit initiatief. De huisvesting in het voormalige kantoordeel van de betonfabriek betreft een bedrijfsmatige logiesfunctie ten behoeve van de betonfabriek. Het gaat hier dus om medewerkers (arbeidsmigranten) van de betonfabriek. Permanente bewoning of huisvesting van medewerkers van andere bedrijven is niet toegestaan. Wij delen de zienswijze van appellant niet. Het kantoor van de betonfabriek staat namelijk ten dele leeg.

Dit pand is in het verleden gehuurd en gebruikt door een derde partij. De gemeente streeft naar het terugdringen van het kantooroppervlakte in Stichtse Vecht. De wens van de betonfabriek om dit pand te herontwikkelen naar een bedrijfsmatige logiesfunctie vinden wij een passende nieuwe ontwikkeling voor dit pand. Het doel is logies van arbeidsmigranten, gerelateerd aan de betonfabriek. Dit is ook als zodanig opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is onderbouwd dat deze logiesfunctie niet strijdig is met de bedrijfsbelangen van appellant. Logiesfuncties zijn in principe niet geluidgevoelig. In het kader van goede ruimtelijke ordening dient wel een acceptabel verblijfsklimaat geborgd te worden. De constatering van appellant is niet juist. In het bestemmingsplan staat juist duidelijk vermeld dat permanente bewoning niet toegestaan is. Het doel is logies van arbeidsmigranten, gerelateerd aan de betonfabriek en is ook als zodanig opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. De constatering van appellant is niet juist. In de begripsbepaling staat juist vermeld dat permanente bewoning niet toegestaan is. Het doel is logies van arbeidsmigranten, gerelateerd aan de betonfabriek en is ook als zodanig opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan.

In artikel 1.58 van het vast te stellen bestemmingsplan is het volgende opgenomen: Het bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor meerdere nachten) van tijdelijke arbeidsmigranten, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en onderlinge verbondenheid, ongeacht of de arbeidsmigranten hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en-/of gezamenlijk de huishouding doen. Uit de indeling van moet

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

45

3.3.6.166

Artikel 1.15 ‘Bedrijf’ is vaag en ondubbelzinnig omschreven door het woord ‘accent’ en komt niet overeen met mijn bedrijfsvoering.

Het artikel is overeenkomstig aan de standaardregel die tegenwoordig in de bestemmingsplannen van Stichtse Vecht wordt opgenomen. In het vast te stellen bestemmingsplan staat deze onder 1.16.

3.3.6.167

Artikel 4.1 sub a kan zo beperkt worden uitgelegd dat de bedrijfsactiviteiten beperkt worden tot hetgeen genoemd in artikel 1.15 (vervaardigen, bewerken e.d.) Definitie Metaal-demontage en recylingbedrijf is niet terug te vinden in art. 1 Appellant is het niet eens met artikel 4.1 sub d, waarin wordt gesteld dat op bedrijf maximaal 2 containerbewegingen per dag mogen plaatsvinden. Waarom is een aparte definitie (art. 1.18) opgenomen voor het beeldkwaliteitsplan Garsten Noord en hoe verhoudt dit zich tot de definitie over Beeldkwaliteit (art. 1.17)?

We zien niet in dat dit een beperking is, daar de definitie van bedrijf ruim wordt omschreven.

3.3.6.168

3.3.6.169

3.3.6.170

3.3.6.171

Waarom is in artikel 1.35 een definitie ‘cultuurhistorische waarde’ opgenomen?

3.3.6.172

Wat is het verschil tussen de artikelen 1.47 Huishouden en 1.54/1.55 Logies (arbeidsmigranten)?

3.3.6.173

Wordt in artikel 1.55 verwezen naar het begrip huishouding in artikel 1.47?

3.3.6.174

Artikel 1.55 loopt zintechnisch niet goed. Het lijkt erop dat ‘Logies’ ook binnen zelfstandige bewoning is toegestaan. Wat is het verschil tussen een woning en logies?

3.3.6.175

3.3.6.176

In artikel 4.1 onder e is sprake van het permanent verblijven, terwijl dit ingevolge de artikelen 1.54/1.55 niet is toegestaan.

3.3.6.177

In de ruimtelijke onderbouwing (notitie arbeidsmigranten) wordt de logiesfunctie gezien als een bedrijfsactiviteit van de betonfabriek. Dit is volgens de definities 1.54/1.55 niet toegestaan.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Zie eerder onder punt 3.3.6.111. Definitie is toegevoegd aan de regels. Het artikel is mede naar aanleiding van de zienswijze van appellant aangepast. Deze zienswijze is eerder al een aantal keer besproken. De definitie van artikel 1.17 betreft de algemene definitie van ‘beeldkwaliteit’, terwijl artikel 1.18 verwijst naar het beeldkwaliteitsplan dat voor Garsten-Noord opgesteld is. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn dit respectievelijk artikel 1.19 en 1.20. Er is onderscheid gemaakt omdat de beeldkwaliteit van Garsten Noord nader is uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan. De definitie van ‘cultuurhistorische waarde’ is opgenomen, omdat delen van het plangebied cultuurhistorische waarden hebben, zoals de boerderijen aan Vreelandseweg 6/6a en 14 als ook de rivier De Vecht. In het vast te stellen bestemmingsplan is dit artikel 1.37. Het belangrijkste verschil tussen logies en regulier huishouden is het feit dat de bewoners van een logiesruimte hun hoofdverblijf elders hebben. In dit specifieke geval gaat het dan ook om (buitenlandse) arbeidsmigranten die gedurende een bepaalde periode zullen verblijven in het voormalige kantoordeel van de betonfabriek. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn dit de artikel 1.50, 1.57 en 1.58 Nee, er wordt in artikel 1.55 niet verwezen naar 1.47.

Artikel 1.55 betreft namelijk de begripsbepaling van de logiesfunctie, terwijl 1.47 betrekking heeft op een huishouden. Bij een logiesfunctie is namelijk geen sprake van een hoofdverblijf op de betreffende locatie. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn dit de artikelen 1.50 en 1.58 Behalve de nummering is dit artikel niet gewijzigd. Het belangrijkste verschil tussen logies en een reguliere woning is het feit dat de bewoners van een logiesruimte hun hoofdverblijf elders hebben. In dit specifieke geval gaat het dan ook om (buitenlandse) arbeidsmigranten die gedurende een bepaalde periode zullen verblijven in het voormalige kantoordeel van de betonfabriek. Deze constatering is niet juist. In artikel 4.1 onder e, noch in de begripsbepaling staat namelijk vermeld dat permanente bewoning toegestaan is. Het doel is logies van arbeidsmigranten, gerelateerd aan de betonfabriek en is ook als zodanig opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. In de begripsbepaling, artikel 1.54 en 1.55 wordt juist aangegeven dat het huisvesten van arbeidsmigranten gerelateerd is aan het bedrijf. Aldaar staat namelijk dat het gaat om een ‘bedrijfsmatig verblijf’. Wij delen de zienswijze van appellant niet. In het vast te stellen bestemmingsplan gaat het om 1.57 47

3.3.6.178

De omschrijving onder artikel 4.1 sub e komt niet overeen met artikel 1.54.

3.3.6.179

Artikel 4.1 sub e en artikel 1.55 zijn met elkaar in strijd omdat in artikel 4 een maximum aantal arbeidsmigranten wordt genoemd en in artikel 1.55 niet.

3.3.6.180

Waarom zijn in artikel 1.23 ‘scholingen verkoopactiviteiten’ genoemd? En wat wordt bedoeld met ondergeschikt?

3.3.6.181

De goot- en nokhoogte van bijvoorbeeld de nieuwe loods kloppen niet. appellant verzoek een werkbare hoogte van goot (8 meter) en nokhoogte (10 meter). Waarom zijn onder artikel 4.2.1 onder i specifieke dakhellingen opgenomen? Deze regeling bestaat niet in het vigerende bestemmingsplan en zal bedrijven onnodig beperken.

3.3.6.182

3.3.6.183

Het is appellant gebleken dat zijn bestaande bouwvlak is verdwenen t.o.v. het vigerende plan. Het bouwvlak is nu gesitueerd rond de bestaande loodsen. Ik verzoek u het bouwvlak terug te leggen waar het lag, namelijk tot aan de erfgrens en op mijn gehele perceel.

3.3.6.184

Uit artikel 4.3 blijkt dat de bedrijven worden beperkt in de gebruiksmogelijkheden die zij hebben. Appellant is het oneens met artikel 4.4.3 onder f. Dit artikel is in strijd met het conserverende karakter van dit deel van het industrieterrein. Appellant gaat erop achteruit t.o.v. het vigerende bestemmingsplan.

3.3.6.185

3.3.6.186

Appellant is het oneens met artikel 4.4.4 onder c. Als gevolg van de komst van 2 burgerwoningen word ik in mijn bedrijfsbelangen geschaad omdat ik een erfafscheiding van 2,5 meter moet realiseren. Tevens is onduidelijk om wat voor gebruik het gaat. Appellant verzoekt de regels te verwijderen.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

en 1.58. Wij delen deze zienswijze niet. Artikel 1.54 (nu 1.57) geeft de algemene definitie weer van ‘Logies’. In artikel 4.1 staat de daadwerkelijke regelgeving voor deze huisvesting benoemd. Wij delen deze zienswijze niet. Artikel 1.55 (nu 1.58) geeft de algemene definitie weer van ‘Logies arbeidsmigranten’. In artikel 4.1 staat de daadwerkelijke regelgeving voor deze huisvesting benoemd en is inderdaad een maximum aantal migranten genoemd. Het genoemde artikel betreft de begripsbepaling. Hierin is genoemd dat ondergeschikte scholing- en verkoopactiviteiten toegestaan zijn. Ondergeschikt betekent in dit geval dat het niet de hoofdactiviteit van het bedrijf mag zijn. Detailhandel is niet toegestaan in dit plangebied. Het artikel is in het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen onder artikel 1.25. Het klopt dat de bestaande goot- en nokhoogte is opgenomen. In het bestemmingsplan zijn de hoogten 8.5 meter en 9 meter opgenomen. Het bestemmingsplan voorziet daarnaast in een afwijkingsbevoegdheid. Anders dan appellant stelt, is deze regeling reeds opgenomen in het vigerend bestemmingsplan. De gemeente hecht er om stedenbouwkundige reden aan dat gebouwen met een kap worden afgedekt. Om die reden wordt de regeling gecontinueerd. In het vast te stellen bestemmingsplan staan deze onder artikel 4.2.1. onder h. De stelling dat op het gehele perceel een bouwvlak lag is onjuist.

Dat was ook één van de redenen dat voor de nieuwe loods destijds een vrijstelling diende te worden verleend. Zie bouwvlak bestaand bestemmingsplan op onderstaande afbeelding. Daarin was de maximale bouwhoogte “slechts” 5 meter.

Wij delen de mening van appellant niet dat de in dit artikel genoemde nadere eisen ten aanzien van de plaatsing van bebouwing, bedrijven onnodig beperkt. Dit artikel zal gelet op de ontwikkelingen na de terinzagelegging (waaronder de ingediende omgevingsvergunning van appellant) schrappen. De artikelen zullen worden aangepast aan de vergunde situatie. Overigens stellen wij ons op het standpunt dat de huidige bedrijfsvoering zoveel afwijkt van het geldende bestemmingsplan dat het vast te stellen bestemmingsplan een enorme verbetering betekent van de positie en rechtszekerheid van appellant. Eerder is al aangegeven dat deze voorwaardelijke verplichting is aangepast.

48

beschermingsniveau. Dat betekent dat deze ook rekening moet houden met een mogelijke zwaardere (geluids)belasting in de toekomst. Dit is niet in het belang van de eigenaar van deze woning. Wijzigingsbevoegdheid Vreelandseweg 12 Met het verzoek probeert inspreker in te spelen op een mogelijke bedrijfsbeëindiging. Heel verstandig natuurlijk om alvast vooruit te kijken. Het verzoek richt zich uitsluitend op een wijzigingsbevoegdheid voor alleen de woning. Uit de reactie blijkt dat er vanuit gegaan wordt dat er op de rest van het perceel sprake blijft van een bedrijfsactiviteit en de huidige bedrijfsbestemming behouden blijft. Wij begrijpen het verzoek, alleen is de haalbaarheid, in combinatie met handhaving van de bestaande bedrijfsactiviteiten, een probleem. Uit het cumulatie-onderzoek behorende bij het bestemmingsplan blijkt een geluidsbelasting van 66 dB(A) in de dagperiode (langtijdgemiddelde) met daarbij piekniveau’s van 100 dB(A) ten gevolge van het eigen bedrijf. Ook cumulatief is sprake van een langtijdgemiddelde dagperiode van 66dB(A). De activiteiten van het eigen bedrijf zorgen daarmee voor een zodanig hoge geluidsbelasting op de woning dat deze uitsluitend als bedrijfswoning binnen de bedrijvenbestemming bestemd kan worden.

Een aparte woonbestemming, zelfs “wonen op een bedrijventerrein”, kan niet gerealiseerd worden als de bestaande bedrijfsactiviteiten worden voortgezet. Een wijzigingsbevoegdheid zou wellicht mogelijk zijn als deze het volledige perceel beslaat en bij het omzetten van de bestemming de bestaande bedrijfsactiviteiten worden beëindigd. Dit sluit echter niet aan bij het verzoek van appellant. Gezoneerd bedrijventerrein Nee, bedrijf van appellant valt niet onder het gezoneerde industrieterrein. Dit bedrijf veroorzaakt niet een dusdanige geluidsbelasting dat deze op een gezoneerd industrieterrein gevestigd moet zijn. De betonfabriek doet dat wel en ligt dan ook op een van rechtswege gezoneerd industrieterrein. Wij hebben er voor gekozen om het gezoneerde industrieterrein niet verder uit te breiden dan hetgeen nu al van rechtswege is gezoneerd. Wonen-1 op Vreelandseweg 4 Ten behoeve van het bestemmingsplan heeft appellant zelf een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn meegenomen in het bestemmingsplan en het cumulatief geluidsonderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van het totale plangebied.

Uit het door appellant aangeleverde akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van de eigen bedrijfsactiviteiten dusdanig hoog is dat ter plaatse van de (reguliere) woning niet voldaan kan worden eisen behorende bij reguliere woning oftewel de bestemming “Wonen-1” bestemd kan worden. Omdat in de melding van 2016 (ingediend door appellant) en het bijbehorende akoestisch onderzoek de woning tot de inrichting wordt gerekend, zien we deze woning in het kader van het Activiteitenbesluit als een bedrijfswoning. De maximale waarden ten gevolge van het eigen bedrijf liggen ruim (>5 dB(A)) boven de streefwaarde voor een bedrijfswoning. Voor een burgerwoning is de streefwaarde nog 5 dB(A) lager. Als we de woning als “Wonen-1” bestemmen is er daarmee geen sprake van een goede ruimtelijke ordening en kunnen we het verzoek van appellant tot afwijking van het bestemmingsplan voor wat betreft de bedrijfsactiviteiten niet honoreren (uw OLO-aanvraag 2554109). Vreelandseweg 6 “Wonen-4” betekent dat de woning in het kader van het Activiteitenbesluit wordt gezien als “wonen op een bedrijventerrein”. Dit betekent dat er 5 dB(A) meer geluid is toegestaan dan bij een burgerwoning. De woning behoudt daarmee het beschermingsniveau die de woning ook al had als bedrijfswoning.

Ten gevolge van de geluidsbelasting voor uw bedrijf geldt dat er maatwerkvoorschriften worden opgelegd, zodat u uw bedrijfsvoering kunt uitvoeren zoals u in de melding (van 2016) hebt aangegeven. Na vaststelling van het bestemmingsplan kan de omgevingsvergunning worden verleend (uw OLOaanvraag 2554109), inclusief Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (uw OLO-aanvraag 2549863). Voor de geluidsbelasting ten gevolge van de betonfabriek geldt dat deze op een gezoneerd bedrijventerrein ligt en er een hogere waarde op de woning wordt gelegd. 3.3.7 De appellant heeft een zienswijze ingediend op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Deze zienswijze is ingediend door dezelfde gemachtigde en belanghebbende als bij zienswijze 3.3.6 zoals hiervoor besproken. De zienswijzen (3.3.6. en 3.3.7) zijn voor een heel groot deel hetzelfde. Zienswijze 3.3.7 is echter ingediend namens het perceel op het perceel Vreelandseweg 12. De zienswijze gaat net als onder 3.3.6 echter vooral in op de belangen van het bedrijf op

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

50

mijn bouwblok kwijtgeraakt als gevolg van nieuwe woonbestemmingen.

Geldend bestemmingsplan

3.3.7.3

Het is onjuist dat niet wordt geïnvesteerd in bedrijfspanden. Appellant heeft in 2013 een loods gebouwd, terwijl de gemeente dit jarenlang getracht heeft tegen te houden door middel van voorbereidingsbesluiten. Uiteindelijk is de gemeente door de RvS gedwongen om toe te staan dat ik mijn loods kon bouwen.

Appellant heeft op perceel Vreelandseweg 12 omstreeks 1985 een bedrijfshal gebouwd.

2010

2020

3.3.7.4

3.3.7.5

Het kaartje op pagina 15 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan klopt niet. De toegangsweg naar mijn bedrijf dient te worden aangeduid als bedrijf, niet als wonen. De afbeelding kan niet als onderbouwing worden gebruikt voor de door de gemeente toe te stane nieuwe ontwikkelingen. Als deze kaart als inventarisatiekader zou moeten fungeren, dan betekent dit feitelijk dat illegaal gebruik wordt gelegaliseerd door het feitelijk in gebruik te nemen. Appellant acht zich niet gebonden aan de planschadeovereenkomst die ik met de gemeente heb gesloten, nu de gemeente de kosten van de ontwikkeling Vreelandseweg 6/6a ook niet op de initiatiefnemers verhaald. Mijn inschatting is dat meer claims zullen volgen van andere initiatiefnemers die de planschade door de gemeente willen laten betalen.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Aan de loods is niets gewijzigd blijkt uit bovenstaande luchtfoto’s. De toegangsweg is aangeduid als paars, bestemming “bedrijf”.

Het is ons niet bekend dat een planschade overeenkomst met deze appellant is gesloten.

52

3.3.7.6

3.3.7.7

3.3.7.8

3.3.7.9

Appellant wil beide panden op het perceel Vreelandseweg 6/6a nog steeds kopen voor de door haar aangeboden prijs. Zij kan het de bedrijfswoning goed gebruiken voor haar bedrijfsopvolger. De gemeente heeft de bedrijfsactiviteiten onvoldoende geïnventariseerd en is uitgegaan van een veel te beperkte geluidruimte. De gemeente is uitsluitend uitgegaan van het onderzoek van LBP en dat is niet voldoende. Daarbij komt dat een melding een momentopname is, waaraan in het kader van ruimtelijke planvorming niet van gemeentewege het recht ontleend kan worden om de gemelde, feitelijke bedrijfsvoering als maximale invulling te beschouwen. Door de juridisch planologische mogelijkheden van het gebruik van het terrein kan daaraan immers elk ogenblik een andere invulling worden gegeven, en voorts kunnen afhankelijk van het aanbod de te verwerken hoeveelheden en/of het aantal te lossen containers fluctueren. Appellant verzet zich tegen het opleggen van maatwerkvoorschriften. Hieruit blijkt dat de beoogde woningen Vreelandseweg 6/6a vanwege mijn bedrijf niet mogelijk zijn. Op pagina 80 van de toelichting stelt de gemeente dat vanwege de aanwezigheid van de betonfabriek het gehele industrieterrein in 1993 van rechtswege is gezoneerd. Dit wordt bevestigd in het onderzoek van de ODRU d.d. 1 oktober 2015. De ODRU verwijst vervolgens naar het rapport van Peutz d.d. 13 april 2015.

Dit rapport is echter in strijd met pagina 80 van de toelichting en het voornoemde rapport van de ODRU, omdat Peutz geen rekening heeft gehouden met de zone van rechtswege. Het feit dat sinds 1993 sprake is van een geluidzone van rechtswege, heeft rechtsgevolgen voor de inhoud van het onderhavige ontwerp, met name het onderdeel geluid. Binnen een zone van rechtswege waren woningen (inclusief bedrijfswoningen) niet beschermd tegen geluid van bedrijven op het terrein. Er was echter wel een plicht door de gemeente/provincie deze woningen te saneren (bijvoorbeeld door geluidsisolatie). Dat is destijds niet gebeurd. De gemeente zal derhalve moeten aantonen wat de geluidsbelasting in 1993 was; dat is niet aangetoond in het onderhavige ontwerp. De afgelopen jaren vielen diverse woningen in de geluidzone van rechtswege. Die hadden een te grote geluidsbelasting en het bevoegd gezag heeft daar niks tegen gedaan. Het kan natuurlijk niet zo zijn, dat ik nog een keer en ook ten

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Het staat appellant vrij hierover contact op te nemen met de eigenaren. Het perceel Vreelandseweg 6a is inmiddels in eigendom van de betonfabriek. De gemeente is uitgegaan van het laatst aangeleverde akoestische onderzoek van het bedrijf van appellant d.d. 17 april 2007 van LBP (R065341aaA1.md). Het vast te stellen bestemmingsplan houdt rekening met alle aangeleverde onderzoeken en bij de gemeente bekende gegevens.

Het bedrijf van Vreelandseweg 12 heeft geen maatwerkvoorschriften opgelegd gekregen als gevolg van de Vreelandseweg 6 of 6a. Het terrein van de betonfabriek is van rechtswege gezoneerd, omdat het oude bestemmingsplan op dat perceel specifiek bovenop de milieucategorieen 1 t/m 4 een zoneringsplichtige inrichting toestond (namelijk een betonfabriek van categorie 6oud). Op het perceel van appellant is alleen categorie 1 t/m 4 toegestaan. Op basis van bestemmingsplan Garsten Noord van 1980 kan op het perceel van appellant geen bedrijf worden gevestigd dat was aan te merken als grote lawaaimaker in de zin van artikel 41 Wgh juncto artikel 2.3 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. Er kon immers geen inrichting worden gevestigd als bedoeld in categorie 12.2 van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. Het perceel van appellant is derhalve niet zoneringsplichtig. Zoals op de verbeelding is aangegeven, is de terreingrens van de betonfabriek tevens de grens van het gezoneerde industrieterrein. Zo staat dit ook vermeld op pagina 80 van de toelichting in het ontwerpbestemmignsplan. In die zin vormt de zone geen beperking in de uitbreidingsmogelijkheden van de inrichting van appellant. De zienswijzen dat de waarden naar de uitbreiding kunnen gaan en dat daardoor veel hogere waarden kunnen ontstaan achten wij ongegrond. Er 53

aanzien van dit onderdeel de prijs mag gaan betalen als gevolg van illegale bewoning door de eigenaren van de percelen 6/6a. Ik word namelijk als gevolg van deze percelen beperkt in mijn bedrijfsvoering (maximaal 2 containerwisselingen per dag). Het bepalen van de geluidzone van rechtswege moet gebeuren op grond van de in 1993 actuele en vergunde situatie. Als de feitelijke/actuele geluidsemissie hoger is dan vergund, moet worden uitgegaan van die feitelijke hogere belasting. In het onderhavige ontwerp is de zone niet conform deze methode bepaald. Maar is deels gebaseerd op de huidige geluidruimte van de betonfabriek, alsmede de bedrijven Nagel Demontage en Recycling en P. Nagel IJzer en metaalhandel, anno 2015 uitgaande van de nieuwe indeling kan de uitbreiding van productie plaatsvinden met een vermindering van de geluidsemissie, aldus de overzichten van de gecumuleerde waarden in de geluidsrapporten.

wordt immers een geluidzone vastgesteld, welke zone bepalend is voor de maximale uitbreidingsruimte voor de Betonfabriek. De Betonfabriek dient te voldoen aan de zonegrenswaarden. Dit wordt getoetst indien de Betonfabriek een omgevingsvergunning beperkte milieutoets aanvraagt. Er kan geen vergunning worden verleend als de Betonfabriek meer geluidbelasting produceert dan de zone toestaat. De betonfabriek is derhalve vrij om wijzigingen binnen haar bedrijfsvoering door te voeren, zolang er voldaan wordt aan de geluidgrenswaarden conform de geluidzone. Zie ook 3.3.6.55.

Saillant detail is daarbij dat als de waarden wel naar de uitbreiding maar niet naar de nieuwe indeling gaan, er veel hogere waarden kunnen ontstaan dan waarmee is gerekend, en die zijn vastgelegd in de zone, omdat de fabriek naar 100 ton/dag gaat.

3.3.7.10

3.3.7.11.

Dit betekent dat voor verder uitbreidingen/wijzigingen inderdaad dat het niet alleen om eventuele uitbreiding gaat, maar ook om de keuze om het terrein of de logistieke bewegingen op het terrein anders in te richten. Door het plan vast te stellen zoals in dit ontwerp is opgenomen krijg ik geen enkele speelruimte/keuzevrijheid meer in mijn bedrijfsvoering. Appellant wordt beperkt in mijn bedrijfsbelangen omdat hij wordt beperkt tot 2 containerwisselingen per dag omdat dit destijds middels de beschrijving van mijn activiteiten gemeld is, terwijl dat er feitelijk veel meer zijn. Appellant wordt beperkt omdat geluiden als gevolg van laden en lossen in de dagperiode in het kader van het Activiteitenbesluit niet getoetst worden. Appellant maakt bezwaar tegen de analyse van de firma Peutz inzake de sloop van mijn loods d.d. 13 oktober 2015. Er wordt uitgegaan van aannamen, niet van feiten. Appellant is niet gecontacteerd door Peutz. Uit niets blijkt dat de door Peutz genoemde activiteiten alleen in de dagperiode zullen plaatsvinden; wij werken ook in de avondperiode en in de vroege ochtend. Volgens

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Appellant wordt op het perceel Vreelandseweg 12 niet beperkt tot 2 containerwissels.

De analyse van Peutz betreft de loods op het perceel Vreelandseweg 4, derhalve niet het perceel van appellant.

54

3.3.7.12

3.3.7.13

3.3.7.14

3.3.7.15.

3.3.7.16

3.3.7.17

3.3.7.18

Peutz zijn met name de containerwissels maatgevend. Volgens Peutz kunnen eventuele problemen worden opgelost met het in bedrijfsduur terugbrengen van de ventilator. Ik verzet mij met klem tegen deze beperking van mijn bedrijfsactiviteiten Schrappen maximaal aantal containerwissels van 2 met een maximum van 15 minuten. Paragraaf 4.2.6 van de toelichting inzake bedrijven en milieuzonering is in strijd met de wet (goede ruimtelijke ordening), de beginselen van behoorlijk bestuur en een goed woon- en leefklimaat is niet gewaarborgd t.a.v. nieuwe ontwikkelingen. Mijn bedrijf heeft in het vigerende plan categorie 5 en hier wordt milieucategorie 3.2 van gemaakt. Dit is niet onderbouwd. Hier wordt uitgegaan van een nieuwe functie. Het bedrijf is geen nieuwe functie. De gemeente heeft dit In de toelichting en de VNG brochure niet onderbouwd.

De staat van bedrijfsactiviteiten is lastig te herleiden. Waarschijnlijk valt mijn bedrijf onder het kopje metaalbedrijven, maar het bedrijf van Vreelandseweg kan hier ook onder vallen. De SvB is dubbelzinnig en voor meerdere uitleg vatbaar. Appellant is tegen legalisatie, omdat hierdoor bedrijfsbelangen wordt geschaad en er bovendien geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat t.a.v. deze percelen Vreelandseweg 6/6a. Er wordt uitgegaan van onjuiste gegevens qua geluid. De mogelijkheid bestaat wel degelijk dat in de avonduren wordt geladen en gelost. De ruimtelijke onderbouwing beschrijft mijn bedrijf als een bedrijf dat handelt in oude metalen en dergelijke. Met de bestaande activiteiten is in de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende rekening gehouden. De bedrijfsactiviteiten vinden ook buiten plaats.

3.3.7.19

De beschrijving in de RO 6/6a t.a.v. geluid is onvolledig, omdat het gaat om meer dan alleen het opslaan van metalen in de loods.

3.3.7.20

Anders dan de ruimtelijke onderbouwing 6/6aongemotiveerd stelt, zal appellant wel degelijk in mijn bedrijfsactiviteiten worden beperkt en zullen mijn bedrijfsbelangen wor-

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Het artikel is aangepast hoewel de zienswijzen betrekking heeft op het perceel Vreelandseweg 4 en op Vreelandseweg 12. Zie 3.3.7.2

Omdat uw bedrijf gelet op de activiteiten valt binnen 2 SBI-codes is een nieuwe functie ‘demontage en recycling’ opgenomen. Uw bedrijf valt namelijk binnen zowel ‘Overige groothandel in afval en schroot (SBI-code 5157.2/3)’als ‘Overige metaalbewerkende industrie (SBI-code 2852)’.

Zie 3.3.6.65 tot en met 3.3.6.73.

Zie onder 3.3.75. Daarbij nemen wij in overweging dat het bedrijf van appellant op het perceel Vreelandseweg 12 geen negatieve gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat op de percelen Vreelandseweg 6 en 6a. Dit deel van de zienswijze heeft vooral betrekking op Vreelandseweg 4a.

Zie 3.3.7.2a

Op grond van het vigerende en toekomstige bestemmingsplan is dit toegestaan, mits appellant hierbij voldoet aan de eisen van het Activiteitenbesluit. De ruimtelijke onderbouwing beschrijft de geluidsituatie van het bedrijf aan de Vreelandseweg 4 (niet Vreelandseweg 12) en maakt geen onderdeel meer uit van het vast te stellen plan. Zie onder andere 3.3.7.16 en 3.3.7.19.

55

3.3.7.21

3.3.7.21

3.3.7.22

3.3.7.23

3.3.7.24

3.3.7.25

3.3.7.26

3.3.7.27

3.3.7.28

3.3.7.29

den geschaad. Het gaat niet alleen om de opslag van oude metalen. De ruimtelijke onderbouwing bevat een enorm motiveringsgebrek, o.a. door de afwezigheid van diverse onderzoeken. Appellant wordt benadeeld ten opzichte van de betonfabriek, omdat deze uitbreidingsmogelijkheden krijgt, terwijl ik word beperkt in toekomstige bedrijfsactiviteiten. Ik word benadeeld ten opzichte van de betonfabriek, omdat deze uitbreidingsmogelijkheden krijgt, terwijl ik word beperkt in toekomstige bedrijfsactiviteiten. Uit pagina 3 van de notitie blijkt dat beoogde woningen 6, 12, 17 en 19 beperkend zullen zijn voor omliggende bedrijven. Appellant is het niet eens met artikel 4.1 sub d, waarin wordt gesteld dat op mijn bedrijf maximaal 2 containerbewegingen per dag mogen plaatsvinden. Het is appellant gebleken dat het bestaande bouwvlak is verdwenen t.o.v. het vigerende plan. Het bouwvlak is nu gesitueerd rond de bestaande loodsen. Appellant verzoekt u het bouwvlak terug te leggen waar het lag, namelijk tot aan de erfgrens en op mijn gehele perceel. Appellant is het oneens met artikel 4.4.3 onder f. Dit artikel is in strijd met het conserverende karakter van dit deel van het industrieterrein. Ik ga erop achteruit t.o.v. het vigerende bestemmingsplan. Appellant is het oneens met artikel 4.4.4 onder c.

Als gevolg van de komst van 2 burgerwoningen word ik in mijn bedrijfsbelangen geschaad omdat ik een erfafscheiding van 2,5 meter moet realiseren. Tevens is onduidelijk om wat voor gebruik het gaat. Ik verzoek de regels te verwijderen. Door artikel 23.1 sub f wordt mij het werken onmogelijk gemaakt, want volgens dit artikel mag ik geen metaal, vaste of vloeibare afvalstoffen zowel in- als uitpandig overslaan, terwijl dat in het vigerende bestemmingsplan wel mogelijk is. Artikel 23.1 is in strijd met het bepaalde in artikel 4.1 onder d, want de gemeente wil enerzijds een demontage- en recyclingbedrijf toestaan, maar vervolgens bestemt zij een dergelijk bedrijf feitelijk weg d.m.v. artikel 23.1. Appellant verzoekt u artikel 23.1 zo aan te passen dat het voor mijn bedrijf mogelijk blijft te kunnen functioneren zoals ik dat nu ook kan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Appellant verzoekt u de bestemming van

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Zie 3.3.6.1 en 3.3.6 2.

Zie 3.3.6/7.1 en2.

Er staat dat deze woningen eerder beperkend zullen zijn voor eventuele ontwikkelingen van bedrijven dan de beoogde logiesfunctie van de betonfabriek. Dit artikel wordt geschrapt en heeft overigens geen betrekking op het bedrijf van appellant.

In het vigerende bestemmingsplan heeft het perceel van appellant geen bouwvlak. De loods is later met een vrijstelling gerealiseerd. Zie ook 3.3.7.2 en 3.3.7.3.

Dit artikel heeft geen betrekking op het bedrijf van appellant.

Dit artikel heeft geen betrekking op het bedrijf van appellant. Het artikel zal als gevolg van zienswijze 3.3.6 worden aangepast.

Dit artikel heeft geen betrekking op het bedrijf van appellant.

Ingevolge artikel 23.1 sub e wordt deze tegenstrijdigheid opgeheven.

De betreffende recreatiewoning viel in het vorige

56

mijn recreatiewoning om te zetten in burgerwoning.

plan onder het overgangsrecht en was daarmee niet bestemd. Juist in het huidige plan zijn deze panden van een definitieve recreatiebestemming voorzien. Wij willen deze niet omzetten naar reguliere woningen, mede gelet op de precedentwerking die hier van uit zal gaan. Dit past namelijk niet in ons recreatiewoningenbeleid.

3.3.8 De zienswijze is ingediend in gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord ter inzage heeft gelegen. De zienswijze is nogmaals besproken tijdens een overleg op 28 augustus 2019. Tijdens het overleg heeft de appellant nader toelichting gegeven op de inhoud van de zienswijze. Logiesfuncties Korte inhoud zienswijze Hoe kan er sprake zijn van een logiesfunctie? Indien dit jarenlang het hoofdverblijf betreft van dezelfde personen heet het toch gewoon Wonen? Beantwoording Het betreft hier de tijdelijke en bedrijfsmatige huisvesting van arbeidsmigranten. In het bestemmingsplan is hiervoor de volgende begripsbepaling opgenomen: Het bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor meerdere nachten) van tijdelijke arbeidsmigranten, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en onderlinge verbondenheid, ongeacht of de arbeidsmigranten hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en-/of gezamenlijk de huishouding doen. Uit de indeling van moet blijken dat het niet om zelfstandige bewoning gaat. De individuele kamers beschikken gelet hierop niet over een zelfstandige keuken of sanitair. Bij de logiesfunctie is niet zozeer de duur van het gebruik bepalend.

De wisselende samenstelling en het feit dat de tijdelijke bewoners elders een hoofdverblijf hebben is doorslaggevend bij het bepalen of het hier nog om een logiesfunctie gaat. In de begripsbepaling is geen maximale verblijfsduur opgenomen. De indeling van de verblijfsruimten moet ook ondersteunend zijn aan deze functie en mag zelfstandige bewoning (appartementen) niet faciliteren. Daarom is in de begripsbepaling onder andere opgenomen dat de individuele kamers niet beschikken over een zelfstandige keuken of sanitair. Wij kunnen appellant volgen in zijn standpunt dat indien er langdurig (jarenlang) geen sprake is van een wisselende samenstelling, oftewel dat steeds dezelfde bewoners onafgebroken op dit adres verblijven, er feitelijk geen sprake is van een logiesfunctie. Om dit tegen te gaan is de eerder genoemde begripsbepaling opgenomen. Indien daadwerkelijk sprake is van zodanig langdurig verblijf dat geen sprake kan zijn van een logiesfunctie kunnen de gemeente hiertegen, met behulp van het bestemmingsplan, handhaven optreden. Beeldkwaliteit Korte inhoud zienswijze Het complex aan de Vechtoevers past niet binnen de karakteristiek van de Vecht en sluit niet aan op de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan. Beantwoording Zoals aangegeven is de gemeente al geruime tijd bezig om tot algehele transformatie van het gebied te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1781/documents/38458