CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jaarstukken 2024.pdf

Raad 1 juli 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 23: Vaststellen Jaarstukken 202438.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

6.74B

-123

De uitgaven aan YEPH zijn minder geweest dan begroot

6.74C

664

De verwachting conform kadernota 2025 was dat er meer gebruik gemaakt zou worden van beschermd wonen ZZP (zorgzwaartepakketten). De uitgaven die gepaard gaan met deze aanvragen blijken lager dan verwacht.

6.81A

511

Bij de uitgaven van de jeugdbescherming was rekening gehouden met een indexering deel voor energie. Bij de afrekening samen veilig bleken de totale uitgaven lager dan begroot.

6.82A

315

De lastenop Centrum Jeugd en gezin -uniform zijn lager dan begroot.

7.1

56

Bij de Openbare gezondheidszorg is een deel van de facturen per abuis niet geboekt binnen dit taakveld

7.1

109

Toelichting

Overig Totaal mutatie lasten programma 4

-74.362

Realisatie Verschil 2024

Diverse

-397 -6.035

49

Toelichten van de verschillen in de baten Analyse verschillen baten (x €1.000) Baten Toelichting

Begroting 2024 17.669

Realisatie Verschil 2024 24.748

7.079

Taakveld

Bedrag

Oekraïne: (hogere) rijksbijdrage is gebaseerd op landelijke norm en bedoeld om de lasten die hiermee samenhangen te dekken

6.1

5.401

Er is een niet begrote SPUK ontvangen voor de ondersteuning gedupeerde kinderopvangtoeslagaffaire

6.2

618

Er is een hogere SPUK toegekend dan begroot voor de bijstandsverlening

6.3

786

Er was een SPUK begroot van 121.304 euro die niet is toegekend voor de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz)

6.3

-112

Voor Sociale werkvoorziening is een hogere subsidie ontvangen dan begroot

6.4

202

Beschermd wonen ZZP heeft een hogere bijdrage ontvagen

6.81A

113

Overig

Diverse

Totaal mutatie baten programma 4

71 7.079

50

Programma 5. Samenleving

51

Beleid programma 5 Inleiding Voor toekomstbestendige onderwijsgebouwen is een Integraal huisvestingsplan (IHP) en wordt een uitvoeringsplan opgesteld. We kijken, samen met de schoolbesturen en partners, naar multifunctionele inzetbaarheid van gebouwen.

Wat hebben we bereikt in 2024? Huisvesting onderwijs Begroting 2024 Goede onderwijsgebouwen door (ver)nieuwbouw van schoolgebouwen.

Wat hebben wij daarvoor gedaan in 2024? Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs en investeringsplan onderwijsgebouwen Mijlpalen 1. Aanbesteding ontwerpopgave Zuilense Vecht (door schoolbestuur). 2. Keuze definitieve bouwlocatie Daalse Hoek (door gemeente). 3. Oplevering nieuwbouw Broeckland College. Realisatie De mijlpalen zijn ten opzichte van de Programmabegroting 2024 gewijzigd. De voortgang van het opstellen van het IHP wordt bij Programma 4 toegelicht. Hieronder wordt ingegaan op de nieuw geformuleerde mijlpalen. Voor de dislocatie van De Pionier in Zuilense Vecht heeft de Raad in mei 2024 een aanvullend krediet beschikbaar gesteld in verband met de gestegen bouwkosten en om een sportzaal aan de bouwopgave toe te kunnen voegen. Voor de hoofdvestiging van De Pionier (Daalse Hoek) heeft de Raad eveneens in mei 2024 een aanvullend krediet beschikbaar gesteld. Hier wordt eerst een locatiestudie uitgevoerd om de definitieve bouwlocatie te bepalen. Dit zal in het 4e kwartaal afgerond worden. De nieuwbouw voor het Broeckland College is in december 2024 opgeleverd. Dit is enkele maanden later dan oorspronkelijk gepland.

Wat hebben we bereikt in 2024? Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans Begroting 2024 We willen ruimte bieden aan een krachtige economie met toekomstbestendig werklocaties waar economie verbonden wordt aan een gezond werk- en verblijfsklimaat. Stichtse Vecht heeft een unieke ligging tussen de grote steden Utrecht en Amsterdam en biedt daardoor veel kansen voor ondernemers. Daarnaast kent Stichtse Vecht veel Mkb’ers en ZZP’ers. Wij willen ondernemers de ruimte bieden om te ondernemen en bij te dragen aan de maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente. Als gemeente maken we dit, waar mogelijk, aantrekkelijker en gemakkelijker. Wij willen zorgen voor een gunstig vestigingsklimaat en ondernemersklimaat. Ondernemers weten wat zij nodig hebben om hun bedrijf hier te kunnen runnen. De gemeente faciliteert hierin. Daarom is het belangrijk om als gemeente goed samen te werken met alle ondernemers, groot en klein. Bij deze opgave hebben we de volgende ambities: • Goede dienstverlening aan ondernemers • Verbetering van de samenwerking met ondernemers • Gezamenlijke inzet met ondernemers op maatschappelijk verantwoord ondernemen • Verbeteren van het ondernemersklimaat in Stichtse Vecht.

Wat hebben wij daarvoor gedaan in 2024? Programma Economie 2024-2027 Mijlpalen 1. Vaststellen programma economie 2024-2027 2. Bereiken mijlpalen aan de hand van het programma economie 2024-2027 52

Realisatie Het programma Economie is vastgesteld door het college. De mijlpalen uit dit programma bereiken we voor een deel in 2025, zoals de centrumnota Breukelen, de horecanota en de Verkenning Circulaire Economie. De andere mijlpalen verwerken we in de overige P&C-stukken.

Going concern-taken Naast bovengenoemde ambities zijn de volgende reguliere taken onderdeel van het programma Samenleving: • Economie • Onderwijs • Sportbeleid en activering • Sportaccommodaties • Cultuur • Musea • Media We monitoren deze taken aan de hand van de op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplichte set indicatoren. Verplichte indicatoren Rijk

P/E Bron

Realisatie Realisatie Begroting Realisatie 2022 2023 2024 2024

Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 - 23 jaar) dat voortijdig, (zonder startkwalificatie) het onderwijs verlaat

P DUO / Ingrado

1,6

1,7

1,5

0,8

Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 leerlingen

P DUO / Ingrado

-

2,4

1,0

2,1

Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 leerlingen

P DUO / Ingrado

12

18

25

44,7

Functiemenging: de functiemengingsmatrix (FMI) weerspiegelt de verhouding (%) tussen banen en woningen en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen

P CBS / BAG / LISA

45,8%

46,6%

46,0%

46,6%

Aantal bedrijfsvestigingen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 65 jaar

P LISA

142,9

151,4

89,5

181,2

% Niet-sporters

P Gezondheidsmonitor

42,4%

-

-

-

‘

53

Financieel overzicht programma 5 Wat heeft het gekost in 2024? Bedragen x €1.000 Programma 5

Begroting 2024 primitief

Begroting 2024 na wijziging

Realisatie 2024

Saldo 2024

Lasten 0.8 Overige baten en lasten (stelposten)

0

654

0

-654

3.0 Economie

-1.084

-1.277

-843

433

4.0 Onderwijs

-7.945

-9.333

-8.370

963

-834

-866

-715

152

5.2 Sportaccommodaties

-5.483

-6.136

-6.534

-398

5.3 Cultuurpresentatie, productie, -participatie

-723

-1.079

-635

444

5.4 Musea

-926

-923

-1.043

-120

5.5 Cultureel erfgoed

-204

-388

-264

124

5.6 Media

-1.309

-1.299

-1.444

-145

Totaal Lasten

-18.506

-20.647

-19.848

799

5.1 Sportbeleid en activering

Baten 3.0 Economie

863

908

1.031

123

4.0 Onderwijs

1.873

2.830

2.336

-494

399

431

335

-96

5.2 Sportaccommodaties

2.090

2.090

2.325

234

5.3 Cultuurpresentatie, productie, -participatie

48

48

89

41

5.4 Musea

295

295

286

-9

5.1 Sportbeleid en activering

5.5 Cultureel erfgoed

26

26

25

-2

5.6 Media

106

106

154

48

Totaal Baten Gerealiseerd saldo van baten en lasten

5.700

6.735

6.580

-155

-12.806

-13.912

-13.268

644

-419

-419

-419

0

1.334

2.111

2.094

-17

915

1.692

1.675

-17

-11.891

-12.221

-11.593

627

Stortingen 0.10 Mutaties reserves Onttrekkingen 0.10 Mutaties reserves Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

Toelichting lasten en baten per soort kosten Samenleving (x €1.000)

Begroting

Begroting

primitief

na wijziging

2023

2023

Realisatie

Saldo

2023

2023

Toegerekende personeelslasten

-2.683

-2.739

-3.068

-329

Kapitaallasten

-3.632

-3.507

-3.231

277

Overige lasten

-12.191

-14.401

-13.549

852

Totaal lasten

-18.506

-20.647

-19.848

799

Totaal baten

5.700

6.735

6.580

-155 644

Gerealiseerde saldo van baten en lasten

-12.806

-13.912

-13.268

Toevoeging aan reserves

-419

-419

-419

-

Onttrekking aan reserves

1.334

2.111

2.094

-17

Gerealiseerd resultaat

-11.891

-12.221

-11.593

627

54

Toelichten van de verschillen in de lasten Analyse verschillen lasten (x €1.000) Lasten

Begroting 2024 -20.647

Toelichting

Realisatie Verschil 2024 -19.848

799

Taakveld

Bedrag

Toegerekende personeelslasten (zie paragraaf bedrijfsvoering)

div

-329

Kapitaallasten

div

277

Lagere uitgaven binnen het programma Economie zijn veroorzaakt door een aantal niet gerealiseerde projecten, met name uitstel van "Snel Internet"

3.1

164

Bij Vitaal platteland wordt voorgesteld het restant budget over te hevelen naar 2025 in verband met lagere uitnutting in 2024

3.1

137

Voor huisvesting basis onderwijs waren geen energiekosten meegenomen in de begroting

4.2

-186

Voor het Broeckland college was rekening gehouden met lasten voor tijdelijke huisvesting, deze lasten zijn lager uitgevallen

4.2

754

Bij het leerlingenvervoer heeft de regio heeft halve wege het jaar de overstap moeten maken naar een andere vervoerder. Dit was niet gepland, hierdoor zijn eenmalig extra kosten gemaakt.

4.3

-593

Kosten bureau Hevo lager uitgevallen (IHP Stichtse Vecht).

4.3

53

Afgelopen jaar niet veel initiatieven/aanvragen vanuit LEA (Lokaal Educatieve Agenda).

4.3

67

Het budget (dekking AOB) kon niet volledig worden uitgenut; restant gaat over naar 2025.

4.3

461

Het budget (dekking NPO) kon niet volledig worden uitgenut; restant gaat over naar 2025.

4.3

271

Subsidie voor reguliere peuters van wie ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag en het bedrag afhankelijk is van het aantal geplaatste peuters. Het aantal geplaatste reguliere peuters is lager uitgevallen in 2024.

4.3

90

In 2024 zijn de lasten hoger uitgevallen, dit zit voor een groot deel in de energie lasten en afrekeningen voor de explotatiekosten van diverse kinderopvangen

4.3

-103

Binnen dit budget is per abuis 165.000 euro dubbel in de begroting opgenomen. Dit bedrag is daarom niet uitgenut

5.1

206

Lagere lasten breedtesport

5.1

83

De lasten voor de inhuur van personeel en de schoonmaakkosten zijn hoger uitgevallen dan begroot

5.2

-251

Hogere lasten dan begroot

5.2

-54

De uitkeringen uit de compensatieregelingen vielen lager uit dan begroot daarnaast is er minder subsidie uitgekeerd dan begroot

5.3

-410

De lasten voor het RHC VV zijn hoger uitgevallen dan begroot

5.4

-92

Er is minder subsidie uitgekeerd dan begroot

5.5

94

De subsidie aan de bibliotheek is hoger uitgevallen dan begroot

5.6

-125

Diverse

285

Overig Totaal mutatie lasten programma 5

799

Toelichten van de verschillen in de baten Analyse verschillen baten (x €1.000) Baten Toelichting

Begroting 2024

Realisatie Verschil 2024

6.735

6.580 Taakveld

-155 Bedrag

Hogere baten Toeristenbelasting.

3.4

128

Hogere baten vanuit subsidie proceskosten UPLG en cofinanciëring verbreden wegen.

3.1

107

Hogere baten, voornamelijk servicekosten.

4.2

259

OAB gelden niet volledig kunnen uitnutten in 2024; restant SPUK-middelen gaan over naar 2025.

4.3

-461

NPO middelen niet volledig kunnen uitnutten in 2024; restant middelen gaan over naar 2025.

4.3

-271

Lagere baten mede door minder huurinkomsten.

4.3

-57

Hogere baten i.v.m. afrekening SPUK Sport 2023.

5.2

193

Er is een hogere SPUK ontvangen dan verwacht

5.2

312

Hogere huurinkomsten SFN.

5.2

103

Lagere huurinkomsten binnensportaccommodaties.

5.2

-103

Geen gerealiseerde huurinkomsten overige groene sportterreinen

5.2

-52

Betreft de SPUK IDO. Deze is ook volledig uitgegeven. De baat is alleen niet begroot, vandaar het verschil.

5.6

63

Diverse

-376

Overig Totaal mutatie baten programma 5

-155

55

Paragrafen

56

Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf schetsen we onze beleidsvoornemens voor 2024 voor de lokale heffingen en de leges. Ook beschrijven we de lokale belastingdruk en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. Meer detailinformatie hebben we opgenomen in de diverse belastingverordeningen die op 19 december 2023 door de raad zijn vastgesteld. We onderscheiden de volgende heffingen: 1. Retributies Met retributies kan de gemeente (een deel van) de kosten van de dienstverlening verhalen op de aanvrager die om de dienstverlening vraagt. Retributies zijn leges, gelden of heffingen. Deze zijn niet wettelijk voorgeschreven. Retributies zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Deze mogen maximaal kostendekkend zijn. Onze gemeente heft de volgende retributies: • Afvalstoffenheffing • Marktgelden • Rioolheffing • Lijkbezorgingsrechten • Kadegelden • Overige leges en rechten 2. Belastingen Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst bestedingsvrij is. Met de ongebonden heffingen is de gemeente beperkt in het aantal belastingen dat ze mag heffen. Deze zijn limitatief genoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet. De gemeente mag zelf bepalen hoe hoog het tarief voor de onroerendezaakbelasting (ozb) is, maar houdt rekening met de landelijke monitoring van de ozb-stijging en de inkomsten in het Gemeentefonds.

Het ozb-tarief in de gemeente Stichtse Vecht is hoger dan het landelijk gemiddelde en valt daarom in de categorie 'meest risicovol' volgens de landelijke regels. Dit betekent dat gemeente Stichtse Vecht minder structurele ruimte heeft om meer ozb-inkomsten te verwerven dan gemeenten met een tarief dat lager ligt dan het landelijk gemiddelde ozb-tarief. De ongebonden heffingen zijn een algemeen dekkingsmiddel. Onze gemeente heft de volgende belastingen: • Onroerendezaakbelasting • Precariobelasting • Roerende zaakbelasting • Toeristenbelasting • Hondenbelasting • Forensenbelasting • Parkeerbelasting Kwijtschelding Inwoners kunnen kwijtschelding krijgen voor hun belastingaanslagen als zij geen of onvolledige draagkracht hebben. Hiervoor geldt de 100% kwijtscheldingsnorm (= bijstandsnorm). Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding krijgen, maar alleen voor de belastingaanslagen zie zij als privépersoon ontvangen. Bedrijven die niet als privé persoon hun onderneming bedrijven, komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Kwijtschelding is mogelijk voor de ozb-woningen in eigendom, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. De basis voor het kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Als van tevoren duidelijk is dat we kwijtschelding verlenen, wordt dat een automatische kwijtschelding.

Oninbaar In de ramingen van de opbrengsten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerendezaakbelastingen houden we er rekening mee dat een deel van de opgelegde vorderingen oninbaar zijn. Een vordering is oninbaar wanneer een belastingschuldige wel moet betalen, maar invordering op de gebruikelijke wijze niet (meer) mogelijk is. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als de belastingschuldige failliet is gegaan of de belastingschuldige vertrokken is, zonder dat de nieuwe verblijfplaats bij de invorderingsambtenaar bekend is.

Retributies Beleidsvoornemens Voor het begrotingsjaar 2024 waren de volgende specifieke beleidsvoornemens geformuleerd: • De ontwikkeling van de rioolheffingen volgt de kostenontwikkeling van de gemeentelijke rioleringsactiviteiten. De programmering van deze activiteiten hebben we vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022-2026; • Leges en heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn; • Waar mogelijk passen we inflatiepercentage van 9% toegepast in de berekeningen; • Voor overhead wordt een opslag van 14% op de directe lasten aan de tarieven toegerekend. 57

Afvalstoffenheffing Wij hebben de wettelijke plicht om te zorgen voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Wij brengen afvalstoffenheffing in rekening bij de gebruiker van een perceel voor de verwijdering en verwerking van huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing is volledig kostendekkend. Rioolheffing Alle eigenaren van een perceel dat is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, betalen een vast bedrag aan rioolheffing. De opbrengst van de rioolheffing gebruiken we voor de volgende gemeentelijke zorgplichten en taken: • een veilige inzameling en transport van afvalwater naar de zuivering, zonder risico’s voor bewoners of het milieu (zorgplicht afvalwater); • het zo opvangen en verwerken van hemelwater (regenwater) dat we wateroverlast voorkomen (zorgplicht hemelwater); • het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte (zorgplicht grondwater); • het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Belastingen Beleidsvoornemens Voor het begrotingsjaar 2024 hadden we het volgende specifieke beleidsvoornemen geformuleerd: • Wij kiezen ervoor de gemeentelijke belastingen te verhogen met het inflatiepercentage van 9%.

58

Overzicht tarieven en opbrengsten 2024 Heffing

Tarief 2024

Afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishouden

€ 271,05

Meerpersoonshuishouden

€ 410,68

Rioolheffing 0 t/m 75m3 water

€ 206,46

76 t/m 150m3 water

€ 280,22

151 t/m 300m3 water

€ 414,25

>300m3 water, extra voor elke 100m3 water

€ 102,23

Kadegelden Per dag, zonder stroom, per meter

€ 1,13

Per dag, met stroom, per meter

€ 1,47

Marktgelden Standplaats op een warenmarkt/kraam

Begroting na wijziging 2024

Rekening 2024

*€ 1.000

Gebonden heffingen (retributies)

* € 1.000 10.247

10.261

8.402

7.756

-

49

75

63

600

460

€ 10,82

Lijkbezorgingsrechten Burgerlijke stand en documentverstrekkingen Huwelijk en partnerschap Paspoorten 18+

€ 83,87

Paspoorten 18-

€ 64,42

Identiteitskaarten 18+

€ 75,80

Identiteitskaarten 18-

€ 40,92

Rijbewijzen

€ 51,11

165

196

1.128

966

308

231

Overige documenten (uittreksel)

64

82

Naturalisatie

61

170

3.783

2.131

Omgevingsvergunningen Ongebonden heffingen (belastingen) OZB Eigenaren woningen

0,09122%

11.668

12.003

Eigenaren niet-woningen

0,22004%

2.259

2.586

Gebruikers niet-woningen

0,16505%

1.446

1.772

RZB Eigenaren woningen

0,09122%

Hondenbelasting Eerste hond

€ 76,14

Tweede en iedere volgende hond

€ 101,30

Per kennel

€ 181,38

Parkeerbelasting Scheendijk-Noord, per 14 minuten Scheendijk-Noord per dag Scheendijk-Noord vergunning

Watertoeristenbelasting Forensenbelasting Totaal

86 297

64

91

€ 0,23 € 3,37 € 228,69

Precariobelasting (Water)toeristenbelasting

81 311

€ 3,40

109

83

596

723

€ 2,00 0,22968%

151

161

41.519

40.164

59

Kostendekkendheid Kostendekkendheid afval en riolering Bij het opstellen van de begroting nemen we de door de raad vastgestelde beleidsdocumenten als uitgangspunt. Voor de afvalstoffenheffing is dit met name het Grondstoffenplan 2016 - 2022 en voor de rioolheffing het gemeentelijk rioleringplan (GRP) 2022-2026. In de begroting bepalen we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend zijn. Hierbij kijken we naar welke uitgaven en inkomsten drukken op afval en riolering. In de jaarstukken berekenen we achteraf of deze tarieven ook daadwerkelijk kostendekkend zijn geweest. Bij een te lage kostendekkendheid doen we een beroep op de daarvoor gevormde egalisatievoorziening. Bij een kostendekkendheid boven de 100% moeten we het overschot in de egalisatievoorziening storten. Hierdoor kunnen we grote investeringen in de toekomst opvangen zonder grote schommelingen in de tarieven. Kostendekkendheid 2024

Kostendekkendheid 2024

Afvalstoffenheffing x€ 1.000

Rioolrecht x€ 1.000

Product afval:

Product riolering:

kosten

8.030 kosten

inkomsten (excl. heffingen)

-1.095

Netto kosten

6.936 Netto kosten

Toe te rekenen kosten:

5.325 5.325

Toe te rekenen kosten:

overhead

971

overhead

33

uren

349

uren

715

straatreiniging, kwijtschelding, btw

2.330

straatreiniging, kwijtschelding, btw

1.683

Totaal toe te rekenen kosten

3.650 Totaal toe te rekenen kosten

2.431

Totaal kosten

10.586 Totaal kosten

7.756

Opbrengst heffingen

10.261 Opbrengst heffingen

7.756

Totaal kosten - opbrengsten

-325 Totaal kosten - opbrengsten

0

Afval

Riolering

Het kostendekkingspercentage voor afval bedraagt op basis van de baten en lasten 97%.

Het kostendekkingspercentage voor riolering bedraagt op basis van de baten en lasten 100% en is gebaseerd op de huidige GRP. Het verschil doteren wij aan de egalisatievoorziening riolering en is verwerkt binnen het programma Fysiek’.

Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Onze gemeente heeft 8 gemeentelijke begraafplaatsen die we onderhouden en exploiteren. De volgende tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen voor het jaar 2024. De inkomsten kwamen uit onder andere grafrechten en begravingen. Deze inkomsten vergelijken we met de kosten voor het onderhoud, de exploitatie en de personeelskosten (exclusief overhead) van de begraafplaatsen. Kostendekkendheid 2024 lijkbezorgingsrechten Kosten

644

Opbrengst heffingen

462

Kostendekkendheid

71,7%

Kostendekkendheid burgerlijke stand en documentverstrekkingen Bij het opstellen van de begroting 2024 zijn wij voor de tarieven uitgegaan van de belastingverordening 2023. Eind 2023 heeft het Rijk de maximale tarieven voor onder andere reisdocumenten en rijbewijzen gepubliceerd. Die zijn meegenomen bij de definitieve vaststelling van de belastingverordening 2024. Kostendekkendheid 2024 burgerlijke stand en documentverstrekkingen Kosten

2.826

Opbrengst heffingen

1.665

Kostendekkendheid

58,9%

Kostendekkendheid omgevingsvergunningen De legesopbrengst omgevingsvergunningen en de daarmee verband houdende kosten hebben we in 2024 geïndexeerd met 3,1% ter compensatie van de inflatie.

60

Kostendekkendheid 2024 omgevingsvergunningen Kosten

3.723

Opbrengst heffingen

2.907

Kostendekkendheid

78,1%

Lokale belastingdruk De lokale belastingdruk is in 2024 ten opzichte van 2023 iets toegenomen. Deze toename komt vooral door tariefaanpassingen voor de inflatie 3,1%. Door een recente gerechtelijke uitspraak is op de afbakening voor bejaardenappartementen is de gemiddelde WOZ-waarde naar beneden aangepast. Hieronder de analyse: Lokale belastingdruk

2022

2023

2024

Gemiddelde WOZ – waarde

385.000

439.000

401.000

OZB – eigenarendeel

356,26

367,47

400,46

Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens)

319,61

328,54

410,68

Rioolheffing (tot 150 m3)

246,87

251,55

280,22

Ontwikkeling lastendruk

922,74

947,56

1.091,36

% stijging t.o.v. voorgaande jaar

-0,50%

2,69%

15,18%

61

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente zelf in staat is om risico’s op te vangen die zij onderkent bij de uitvoering van haar taken. De paragraaf heeft drie onderdelen: de risico's, de weerstandscapaciteit en de financiële kengetallen. Met weerstandscapaciteit bedoelen we de mate waarin de gemeente niet begrote kosten die voortkomen uit risico's, kan opvangen met de daarvoor beschikbare middelen. Aandacht voor het weerstandsvermogen voorkomt dat substantiële risico’s dwingen tot extra bezuinigingen of leiden tot ongewenste bijstellingen in de uitvoering. De relatie tussen de benodigde middelen om de risico’s te kunnen opvangen (de weerstandscapaciteit) en de daarvoor beschikbare middelen drukken we uit in de ratio weerstandsvermogen. De ratio is een indicator voor de robuustheid van de begroting van de gemeente. Naast de ratio weerstandsvermogen gebruikt de gemeente ook andere kengetallen om te bepalen hoe solide de financiële positie van de gemeente is, zoals de solvabiliteit, netto schuldquote en structurele exploitatieruimte. Deze kengetallen geven de gevoeligheid van de financiële positie voor financiële ontwikkelingen aan. Omdat alle gemeenten deze kengetallen in hun begrotingen opnemen, kunnen de gemeenten ook onderling te vergelijken.

Uitgangspunten risicomanagement De uitgangspunten voor het weerstandsvermogen en risicobeheersing staan in de Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht en de Beleidsnotitie Algemene reserve. Hierin staat onder meer wat we onder een risico verstaan, hoe we omgaan met risico’s, wat de weerstandscapaciteit en de ratio weerstandsvermogen zijn en hoe ze worden bepaald. In deze paragraaf benoemen we de grootste risico’s en het weerstandsvermogen volgens de in de notities vastgelegde richtlijnen. In het risicomanagementbeleid hebben we een risico gedefinieerd als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’. Met een risicomanagementinformatiesysteem beoordeelt de organisatie risico's op systematische wijze. Aan de hand van de geïnventariseerde risico’s kunnen we vervolgens voor risico’s die het behalen van de doelstellingen van de gemeente bedreigen, passende beheersmaatregelen nemen om de gevolgen van de risico’s te verkleinen. Wij actualiseren de geïnventariseerde risico’s twee keer per jaar in totaliteit. De actualisatie bij de Jaarrekening 2024 hebben we gedaan met het laatst vastgestelde risicoprofiel uit de Begroting 2025 als uitgangspunt. De gemeente gebruikt de uitkomst van de risico-inventarisatie vervolgens voor het vaststellen van het weerstandsvermogen.

Voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s relevant die we niet op een andere manier hebben ondervangen en die materiële, financiële gevolgen kunnen hebben.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de Algemene reserve (AR), die bestaat uit 3 schijven: • Schijf 1: de minimale omvang van het weerstandsvermogen voor het opvangen van geïnventariseerde risico’s; • Schijf 2: het deel van de AR bestemd voor het opvangen van bijvoorbeeld calamiteiten of een negatief rekeningsaldo; • Schijf 3: de vrije ruimte in de AR in het geval de AR hoger is dan de door de raad vastgestelde maximum weerstandscapaciteit. De middelen uit schijf 3 kunnen worden ingezet voor actieve (beleids)keuzes. Als normratio voor het weerstandsvermogen (= de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) heeft de raad een streefnorm tussen de 1,4 en 2,0 (ruim voldoende) bepaald. Voor het opvangen van risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Voor die risico’s geldt de Algemene reserve grondexploitaties als eerste weerstandscapaciteit, pas daarna spreken we de AR aan. Risico’s uit grondexploitaties actualiseren we jaarlijks bij de jaarrekening met een afzonderlijke risicoanalyse. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties hebben we opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Terugblik grootste risicogebieden jaarrekening 2024 Van de drie programma’s die het grootst in omvang zijn, lichten wij de risico’s met de hoogste invloed kort toe. 1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste geïnventariseerde risico’s op dit onderdeel zijn: Gijzeling van informatie of systemen Het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en in het bijzonder persoonsgegevens tegen bijvoorbeeld een hack of ransomware is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat om gedrag van medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. Hierbij kan bijv. worden gedacht aan de implementatie van Siem Soc in 2024 (security operations center, security information & event management), het uitvoeren van jaarlijkse penetratietesten en uitwijktesten of bewustwordingscampagnes. 62

Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven Voor veel situaties is de gemeente verzekerd. Voor onvoorziene situaties, situaties waarvoor we niet verzekerd zijn en/of extra kosten maken als een juridische procedure wordt gestart, is een bedrag in de risico-inventarisatie opgenomen. Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening Het afgelopen jaar is er in de formatie een inhaalslag gemaakt om de balans tussen ambitie en capaciteit te herstellen. Er is echter nog steeds sprake van een relatief hoog verloop en hoog verzuim. Dit zorgt voor een kwetsbaarheid in het waarborgen van de continuïteit van de dienstverlening. Daarnaast blijft er sprake van een krappe arbeidsmarkt en zijn er in diverse teams moeilijk vervulbare functies. In 2025 zetten we vervolgstappen om de ambtelijke organisatie toekomstbestendig te maken. Dit doen we door een effectevaluatie voor de ambtelijke organisatie uit te voeren. Verder werken we voor projecten en investeringen aan een realistische investeringsagenda. 2. Programma Fysiek De Heul - Vervangende locatie flexwoningen en Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF) Het risico bestaat uit 2 onderdelen. Het risico hangt enerzijds samen met de investering van een corporatie in 40 flexwoningen ten behoeve van het gemengd wonen project voor starters en (dreigend) daklozen.

Het risico ontstaat als er na 15 jaar (in 2039) geen vervangende locatie wordt gevonden. Het risico hangt anderzijds samen met de RTHF. Indien de RTHF geldt, dan compenseert de gemeente 25% van de restwaarde. Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) Gebrek aan capaciteit en het ontbreken van beheerplannen voor een aantal taakgebieden in het fysiek domein, heeft geleid tot achterstand in onderhoud in de openbare ruimte. Uit een in 2023 uitgevoerde inspectie is gebleken dat de onderhoudsachterstand over het algemeen iets kleiner geworden is maar nog te hoog is. Kunstwerken (mn. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken Door het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen wordt de doorstroming beperkt en zijn kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar. Er wordt een statusinventarisatie bruggen uitgevoerd die overeenkomstig beheerplannen eind 2024 gereed is. Verder zal op basis van de uitkomsten de aanbesteding en planning voor reparatie/vervanging opgesteld worden. 3. Programma Sociaal Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is om inwoners zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deel nemen aan de maatschappij.

De toenemende vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maakt dat inwoners een groter beroep op (Wmo-)voorzieningen doen. We sturen op het versterken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. Tegelijkertijd geven we aanbieders meer ruimte om te doen wat nodig is. Daarnaast kijken we naar het gebruik van de Wmo. Daarin werken we nauw samen met het voorveld. Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig Bijstand is een open einde regeling. Een toename van het beroep op bijstand leidt tot hogere uitkeringslasten. Aanpassingen in het macrobudget Buig kan leiden tot een hogere/lagere dan de geraamde uitkering. Om het risico te verkleinen, zetten wij onder andere in op gerichte acties als voorliggende voorzieningen, doorverwijzing naar de keten, de inzet van social return en preventieve activiteiten gericht op het voorkomen van instroom. Overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget kan het Rijk compenseren.

Risicoprofiel Op basis van de actualisatie bij de jaarrekening is een risicoprofiel opgesteld. De inventarisatie voor de jaarrekening 2024 geeft 50 risico’s. Deze risico’s kennen een totaal ingeschat financieel gevolg van € 48,4 mln. In het volgende overzicht staan deze risico’s. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, voeren we op de geïnventariseerde risico’s een risicosimulatie uit. Dat doen we omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 48,4 mln. als buffer niet wenselijk is. Ook is het niet waarschijnlijk dat de risico’s zich allemaal tegelijkertijd en in hun maximale omvang zullen voordoen. Bij de simulatie rekenen we met een zekerheidspercentage van 90%. Op de risico’s in de begrotingsprogramma’s is het resultaat van de simulatie dat het voor 90% zeker is dat de risico’s die kunnen optreden, met een benodigde weerstandscapaciteit van € 7,9 mln. kunnen worden afgedekt. De grondexploitaties kennen een eigen risicosimulatie. Het resultaat uit de risicosimulatie grondexploitaties dat niet kan worden afgedekt door de Algemene reserve grondexploitaties nemen we mee in de gemeentebrede weerstandscapaciteit. Uit de in maart 2025 uitgevoerde risicosimulatie volgt een benodigde weerstandscapaciteit van € 1,9 mln. In totaal komt de benodigde weerstandscapaciteit daarmee op € 9,8 mln.

De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit alle risico's waarvoor we geen of onvoldoende beheersmaatregelen hebben of kunnen treffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Ratio weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de Algemene reserve (AR). In de Beleidsnotitie Algemene reserve is aangegeven dat de AR drie schijven kent, die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 en 2 (voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s, calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi) vormen de weerstandscapaciteit van de 63

gemeente. De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 9,8 mln. geeft dit het volgende beeld: Weerstandscapaciteit (bedragen * € 1.000) Schijf 1: minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 9,8 mln)

€ 13.773

Schijf 2: deel voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo (0,6 x € 9,8 mln)

€ 5.903

Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 9,8 mln)

€ 19.676

De omvang van de Algemene reserve bedraagt eind 2024 naar verwachting € 16,6 mln., waarbij we rekening houden met de benodigde onttrekking voor uitvoering van de Kadernota 2024. De omvang van de Algemene reserve ligt daarmee ca. € 2,8 mln. boven de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit. Bij de Jaarrekening 2024 zal dit bedrag bijgesteld worden met het jaarresultaat 2024. De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit, is: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 16,6 mln / € 9,8 mln = 1,7 Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Begroting 2025 is de ratio weerstandsvermogen licht toegenomen (van 1,6 naar 1,7). Deze toename hangt met name samen met de toename van de Algemene reserve ten opzichte van de Jaarrekening 2023. Daarnaast geldt dat er in beperkte mate wijzigingen in de risico's waren. Het aantal risico's en het ingeschatte financiële gevolg is weliswaar nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van de Begroting 2025, de omvang en de samenstelling zijn wel gewijzigd. De nieuwe risico's kennen een andere inschatting van kans op optreden en gevolg dan de vervallen risico's. Verder is bij een aantal van de bestaande risico's de kwantitatieve inschatting (kans op optreden en/of de gevolg) bijgesteld.

De ratio voldoet met 1,7 aan de door de raad vastgestelde norm (‘ruim voldoende’). Het weerstandsvermogen is echter geen statisch gegeven. Beleidsontwikkelingen, nieuwe projecten of besluiten beïnvloeden het risicoprofiel van de gemeente, waardoor het weerstandsvermogen aan fluctuaties onderhevig is. Risico's kunnen zich, ondanks het risicomanagement, altijd voordoen. Met het beschikbare weerstandsvermogen kent de gemeente, op dit moment, een voldoende weerstandscapaciteit om de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen. Gelet op ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande onzekerheden blijven wij het weerstandsvermogen wel nadrukkelijk volgen. Voor het toetsen van de ratio weerstandsvermogen maakt gemeente Stichtse Vecht gebruik van de risicomatrix van de Universiteit Twente. Volgens de schaalindeling van deze matrix vallen de ratio's bij de jaarrekening 2024 in de categorie 'Ruim voldoende'. Waarderingscijfer

Ratio

A

>= 2.0

Betekenis Uitstekend

B

1.4 < 2.0

Ruim voldoende

C

1.0 < 1.4

Voldoende

D

0.8 < 1.0

Matig

E

0.6 < 0.8

Onvoldoende

F

< 0.6

Ruim onvoldoende

64

Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Jaarrekening 2024 In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde gekwantificeerde risico's per programma weergegeven. In onderstaande tabel staat VP voor verbonden partijen en KWP voor Kockengen waterproof. Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

Gijzeling van informatie of systemen

70%

2.000

Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

50%

1.000

Uitval ICT (Infrastructuur)

50%

1.000

Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening

50%

1.000

Documentaire informatievoorziening niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen beschikbaar dan wel vernietigd

50%

1.000

Het niet hebben voldaan aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers

50%

500

Contractmanagement onvoldoende op orde

50%

500

Ongewenste toegang tot panden

30%

500

Verbonden partijen: algemene risico's bij het uitvoeren van de begroting (druk op financiën)

30%

500

Het niet kunnen voldoen aan adequate monitoring wet- en regelgeving voor informatiebeveiliging door onvoldoende middelen

50%

250

Niet realiseren van wettelijke termijnen

30%

250

Werking nieuwe financiële applicatie verloopt niet naar behoren

50%

Programma 1 Bestuur Gemeentebrede risico's

Subtotaal

100 8.600

Risico's financiering en algemene dekkingsmiddelen Fraude financiële transacties

30%

500

Totaal programma 1

9.100

Totaal programma 1 excl. Verbonden partijen (VP)

8.600

Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU)

30%

1.000

Meer beroep op openbare orde en veiligheid bij langdurig en grootschalige crisissituaties

30%

500

Ondermijning

30%

250

Programma 2 Veiligheid

Totaal programma 2 Totaal programma 2 excl. Verbonden partijen (VP)

1.750 750

65

Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op Ingeschat financieel optreden maximum

Programma 3 Fysiek Inrichting openbaar gebied Bisonspoor

70%

2.500

Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven

50%

2.000

Anterieure overeenkomsten worden onvoldoende nageleefd

30%

2.000

Kunstwerken (mn. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken

50%

1.000

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding, bermen)

50%

1.000

Deformatie van TenneT masten

50%

500

Terugbetaling van de verkregen subsidie Uitkoopregeling voor woningen onder een hoogspanningsleiding bij niet tijdige wijziging bestemming

10%

2.052

Niet goed begaanbare wegen en ongevallen door extreme weersomstandigheden en sneeuwval

50%

250

Zuilense Vecht - Voetbalclubs krijgen hun business case niet rond omdat ze mogelijk geen BOSA subsidie krijgen

30%

400

Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW).

10%

500

KWP: Lozen van bronneringswater op oppervlaktewater

10%

250

Verontreiniging van oppervlaktewater

10%

250

Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering

30%

50

Omgevingswet: niet op elkaar aansluiten legesverordeningen (bestaand en nieuw)

10%

50

Gemeente draait op voor 100% van de kosten voor herstel beschoeiing Vechtoever Zandpad tussen Maarssen en Nieuwersluis

n.v.t.

13.000

Financiële herplaatsingsgarantie flexwoningen

n.v.t.

2.000

Totaal programma 3

27.802

Totaal programma 3 excl. Verbonden partijen (VP)

27.802

Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

De bestuursopdracht voorveld heeft niet het gewenste financiële effect

70%

2.000

Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen (woningaanpassingen)

50%

1.000

Schuldhulpverlening door hogere kosten levensonderhoud

90%

400

Toename beroep op essentiele functies (YEP): ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven

50%

500

Gevolgen wijziging Participatiewet vanwege verbeteringen in o.a. de regeling loonkostensubsidie (uitvoeren breed offensief)

70%

250

Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig

10%

1.000

Incidenten op gebied van jeugdhulp

30%

250

Door overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers wordt hulp gevraagd van de gemeente

30%

250

Programma 4 Sociaal

Totaal programma 4

5.650

Totaal programma 4 excl. Verbonden partijen (VP)

5.650

66

Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

(Onderhouds)budgetten te realiseren schoolgebouwen ontoereikend om aan kwaliteitsaspecten te kunnen voldoen

50%

500

Onveilige schoolgebouwen

30%

500

Onvoldoende beschikbaarheid landelijke subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)

70%

200

Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken (buitensport)

30%

250

Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs

10%

250

Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties

10%

250

Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut.

10%

250

Programma 5 Samenleving

Totaal programma 5

2.200

Grondexploitaties Grondexploitaties (totaal) Totaal grondexploitatie gerelateerde risico's

n.v.t.

1.890 1.890

NB. De omvang van de risico’s grondexploitatie komen voort uit een risicosimulatie. Deze tellen in het geheel mee bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit

Totaal geïnventariseerde risico's

48.392

Financiële kengetallen Wat betekenen deze getallen? Voor de kritische signaalwaarden hebben we aansluiting gezocht bij de ‘Houdbaarheidstest gemeentefinanciën' van de VNG. Deze waarden geven aan of er sprake is van potentiële financiële stress op het betreffende gebied. Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft indirect antwoord op de vraag of met het inkomen blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Bij een overschrijding van deze signaalwaarde is sprake van een erg hoge schuldendruk. Het is verstandig om al bij een netto schuldquote hoger dan 100% alert te zijn. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De signaalwaarde voor de effectieve netto schuldquote bedraagt 120%. Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft de gemeente een erg hoge schuld. Het is verstandig om al bij een effectieve netto schuldquote hoger dan 90% alert te zijn. Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente op lange termijn haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteit is gedaald door de verwachte toename van het investeringsvolume en de daarmee benodigde aan te trekken geldleningen.

Grondexploitatie De boekwaarde van de grondexploitaties moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer is ter ondersteuning om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een negatief cijfer houdt in dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde en wat de onbenutte belastingcapaciteit is. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. De signaalwaarde is 120% en is gerelateerd aan artikel 12 van de financiële verhoudingswet. 67

Kengetallen

Rekening Begroting Rekening

Signaalwaarden

2023

2024

2024

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote

69%

72%

76%

< 100%

100%130%

> 130%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)

68%

72%

75%

< 90%

90%-120%

> 120% < 0%

Solvabiliteitsratio

19%

18%

19%

> 20%

0%-20%

Structurele exploitatieruimte

1,76%

0,40%

0,24%

> 0%

0

< 0%

Grondexploitatie

0,72%

-0,79%

1,19%

< 20%

20%-35%

> 35%

Belastingcapaciteit

100,38%

109,79%

109,79%

< 95%

95%-120%

> 120%

68

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Voor het in stand houden en op kwaliteit houden van kapitaalgoederen hebben we langlopende investeringen en onderhoudsplannen nodig. Dit doen we door het toepassen van Assetmanagement. Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, ofwel de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een systematische en gecoördineerde manier van beheren. Het gaat hierbij vooral om het verbeteren van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente. We richten ons op het beheer over de gehele levensduur van objecten en kijken verder dan wat goed is voor de objecten zelf. We kijken naar wat goed is voor de gemeente, en nog belangrijker, wat goed is voor inwoner/ de gebruiker. In deze paragraaf staat een toelichting op het beleidskader, het kwaliteitsniveau, het onderhoudsplan en de financiën van de volgende kapitaalgoederen: • Wegen • Civiele constructies • Openbare verlichting • Water en riolering • Groen • Speelterreinen • Gebouwen Kapitaalgoederen

Beheer-/beleidsplan

Looptijd plan

Wegen

Beheerplan wegen

2021-2024

Achterstallig onderhoud Ja

Civiele constructies

Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken

2021-2025

Ja

Openbare verlichting

Beleidsplan Openbare verlichting 2020

2020-2024

Ja

Water en Riolering

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

2022-2026

Ja

Groen

Bomenbeleid en structuurplan

2015-2035

Nee

Speelterreinen

Beleidskader speelruimte en -voorzieningen

2014-2018

Ja

Gebouwen

Nota Duurzaamheid; IVAB.

2020-2025

Nee

Wegen Beleidskader Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. In 2023 hebben we de wegen geïnspecteerd. Op basis hiervan hebben we het onderhoudsplan 2024-2025 herijkt, dit voeren we nu uit. In 2025 inspecteren we de wegen opnieuw en stellen we een nieuw beheerplan op voor de jaren 2026-2030. Financiën De voorziening wegen heffen we op in de jaarrekening 2024, conform het Raadsbesluit 17 december 2024. Daardoor valt de voorziening vrij en voegen we het resterende saldo toe aan de bestemmingsreserve Onderhoud Wegen op 31-12-2024. Voor verwerking van de kosten van groot onderhoud zijn er volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) drie boekingsmethoden: als investering, als voorziening en als exploitatiebudget. Geadviseerd wordt om een systematiek te kiezen die (1) de uitvoering van het onderhoud ondersteunt in een meerjarenplanning en beheersing; (2) een verbeterd inzicht geeft in de ontwikkeling van de omvang van (toekomstige) investeringen; (3) aansluit op bestaande financiële technieken die we al toepassen bij gemeente Stichtse Vecht. Het advies is om, voor wat we op dit moment groot onderhoud noemen, dit financieel als (vervangings)investering te verwerken.

Afhankelijk van het type investering (toplaag, tussenlaag, fundering) passen we een juiste afschrijvingstermijn toe. Dit wordt de componentenbenadering genoemd. Door het toepassen van deze techniek, vervalt de inzet van de bestemmingsreserve Onderhoud wegen. Tenslotte stellen we voor om de bestemmingsreserve onderhoud wegen en de kapitaaldekkingsreserve om te zetten in een reserve financiering. De reserve financiering is dan onderdeel van het eigen vermogen en vormt een tegenhanger van de omvangrijke leningenportefeuille. Die is nodig voor alle nodige investeringen de komende tijd.

Civiele constructies Beleidskader Civiele constructies zijn: tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. De doelen zijn een veilige verkeersroutes in standhouden, een vrije doorgang voor de scheepvaart garanderen en de waterhuishouding op peil houden. De raad heeft het beheer- en 69

beleidsplan Civiele kunstwerken vastgesteld in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daarvoor hebben we in 2022 de volgende assets geïnspecteerd: • verkeersbruggen; • beweegbare bruggen; • fietsbruggen; • voetgangersbruggen; • tunnels; • viaducten; • geluidschermen. In 2024 hebben we de staat van de civiele kunstwerken in kaart gebracht. Op basis daarvan stellen we in 2025 een nieuw beheerplan 2026-2030 op. Financiën De uitwerking van de beheer- en beleidsplannen is opgenomen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Het groot onderhoud dekken we met een reserve. De dotaties aan en onttrekkingen uit deze reserve hebben we vastgelegd in het beheerplan en uitgewerkt in onderliggende uitvoeringsplanningen. Bij het opstellen van het nieuwe beheerplan werken we ook een voorstel uit voor de benodigde budgetten. De ramingen voor groot onderhoud in 2026 en 2027 verwerken we op basis van dat voorstel in de begroting. Daarnaast doen we jaarlijks investeringen. Alle geplande investeringen in de openbare ruimte zijn terug te vinden in de investeringsplanning.

Openbare verlichting Beleidskader Ons doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door de raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen, hebben we een bestek opgesteld en gegund. In 2023 hebben we de eerste deelopdrachten verstrekt. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 hebben we jaarlijks circa € 1 mln. aan investeringen gepland om de masten en armaturen te vervangen. Hierbij voorzien we de armaturen van energiezuinigere ledverlichting. Financiën De uitwerking van de beheer- en beleidsplannen is opgenomen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast doen we jaarlijks investeringen. Alle geplande investeringen in de openbare ruimte zijn terug te vinden in de investeringsplanning.

Water en riolering Beleidskader Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater, en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente de zorgplichten invult, hebben we uitgewerkt in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP heeft een looptijd van 2022 tot en met 2026 en beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat, en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering. Ook de kosten van al deze facetten hebben we hierin uitgewerkt. Integraal en risico-gestuurd werken zijn belangrijk in het GRP en de uitvoering daarvan. Financiën De uitwerking van het GRP is opgenomen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. We hanteren een 100% kostendekkend tarief, waarbij we alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing dekken. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De exploitatiekosten zijn de kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud. De investeringsactiviteiten hebben we onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. Alle geplande investeringen in de openbare ruimte zijn terug te vinden in de investeringsplanning. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening.

Daardoor hoeven we het tarief niet steeds aan te passen als sprake is van een piek of dal in de uitgaven.

Groen Beleidskader In 2024 hadden we geen budget en capaciteit voor het herzien van beheer- en beleidsplannen van 2017. Uitvoering: De achterstanden in het beheer van bomen en bosplantsoen hebben we ingelopen. De beschoeiingen hebben we in 2023 geïnspecteerd en vervolgens in 2024 voorbereid en besteden we in Q1 2025 aan. In Q4 van 2024 zijn we gestart met de reconstructie van diverse plantvakken. Deze werkzaamheden ronden we in 2025 af. Ook hebben wij in Q4 nieuwe bomen geplant en plantplaatsen voor nieuw te planten bomen gerealiseerd. 70

Financiën Vanuit het investeringsbudget was er 400K beschikbaar voor reconstructie plantvakken en bomen. Hier hebben we in 2024 125K van besteed.

Speelterreinen Beleidskader De speelplekken zijn in 2024 ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De uitwerking van dit plan hebben we in 2021 vastgelegd in de kwaliteitskaarten spelen. Het definitief vaststellen van de kwaliteitskaarten spelen staat voor 2025 op de planning. In de definitieve versie van de kwaliteitskaarten besteden we aandacht aan het participatief inrichten van speelplekken met speeltoestellen, en speelaanleidingen gericht op vergroening, natuur en klimaat. Het onderhoud van de speeltoestellen heeft in 2024 plaatsgevonden volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Voor de speel- en sporttoestellen en valondergronden hebben we de normen van het WAS gehanteerd. in Q1 heeft de aannemer de speeltoestellen nagelopen. In Q3 heeft een onafhankelijke partij de jaarlijkse veiligheidsinspectie verzorgd. Op hun aanwijzingen zijn reparaties uitgevoerd. In 2024 hebben we 6 speel- en sportplekken heringericht. Financiën De investeringen van 150K voor de herinrichting van de speel- en sportplekken hebben we vanuit de nota Kapitaalgoederen (KPG ) speelplaatsen en terreinen 2016-2020 gerealiseerd.

Sportterreinen Beleidskader Buitensportaccommodaties zijn kapitaalgoederen die onder het programma ‘Sport’ vallen. Zoals vastgesteld in de sport- en beweegnota, faciliteren wij een verantwoord basisniveau van een gevarieerd sport- en beweegaanbod met betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. We stimuleren dat we de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud verder overgedragen aan de gebruikers. Financiën In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor vervangingsbijdragen aan derden. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport.

Gebouwen Beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed Het niveau waarop we het vastgoed in stand houden hebben we vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Het gaat om een instrument dat is gebaseerd op de Conditiemetingsmethodiek volgens NEN 2767. Het niveau waarop we het onderhoud gemiddeld houden, hebben we vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve, publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, gebruikt gemeente Stichtse Vecht een gemiddeld conditieniveau 2: Goed/representatief. Bij aanbestedingen kiest de gemeente voor grotere, meerjarige contracten, zodat we het onderhoud aan gemeentelijke gebouwen zo efficiënt en goed mogelijk kunnen plannen. Ook nodigen we de markt uit om mee te denken over de uitvoering. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed In december 2021 heeft de raad de eerste fase van het verduurzamingsplan goedgekeurd .Het verduurzamingsplan bestaan uit drie fases van elk drie jaar tot 2029 . Doel is om voor 2030 een CO2-reductie te krijgen van 49%. Hiermee voldoet de gemeente Stichtse Vecht aan het klimaatbeleid van de rijksoverheid.

Financiën De uitwerking van de beheer- en beleidsplannen is opgenomen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Ook doen we jaarlijks investeringen. Alle geplande investeringen voor gemeentelijk gebouwen zijn in de investeringsplanning terug te vinden.

71

Financiering Inleiding De financierings- of treasuryfunctie is gericht op het sturen, beheersen en verantwoorden van en het toezicht houden op de financiële vermogens, de financiële geldstromen en de financiële posities, inclusief de daaraan verbonden risico’s. De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg: Wet fido) en hebben we vertaald in het Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020. De beleidsmatige infrastructuur voor de financieringsfunctie van onze gemeente hebben we hiermee vastgelegd. Voor het inrichten van de financieringsfunctie stelt de Wet fido twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen: • Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan vanwege de publieke taak; • Het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen heeft een verstandig karakter en is niet gericht op het genereren van extra inkomsten.

Financieringspositie Gemeten over het begrotingsjaar lopen de reguliere baten en lasten synchroon . Dit laat onverlet dat tijdens het begrotingsjaar positieve of negatieve posities ontstaan. Om (lopende en toekomstige) posities inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning. Deze planning stellen we periodiek bij.

Financieringsbeleid Binnen de wettelijke kaders voert onze gemeente een risicomijdend financieringsbeleid. Het streven is om eventuele liquiditeitstekorten met kortlopende geldleningen te financieren en de kasgeldlimiet zo optimaal mogelijk te benutten.

Leningenportefeuille Per 1 januari 2024 is de leningenportefeuille opgebouwd uit 16 langlopende geldleningen met een totale restschuld bij aanvang van het begrotingsjaar van € 109,7 mln. Dit is inclusief een destijds door de voormalige gemeente Breukelen doorgeleende geldlening aan de woningcorporatie Vecht en Omstreken (volledige aflossing in 2024). Leningportefeuille (bedragen* € 1.000)

Bedrag

Leningportefeuille per 31 december 2023

109.743

Aflossingen 2024

-12.356

Nieuw aangetrokken leningen 2024

30.000

Leningportefeuille per 31 december 2024

127.388

Beleggingen Sinds eind 2013 is de ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht. De hoofdlijnen van het schatkistbankieren zijn verankerd in de Wet fido. De regeling verplicht decentrale overheden hun overtollige financiële middelen in de schatkist van het Rijk te beleggen, waardoor publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is. In het verlengde hiervan is het toegestaan overtollige financiële middelen te beleggen bij andere decentrale overheden waarmee de gemeente geen toezichthoudende relatie onderhoudt. Van het verplicht beleggen van overtollige middelen in ’s Rijks schatkist is een drempelbedrag vrijgesteld. Voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op € 3,6 mln.

72

Renteschema 2024 Renteschema (bedragen * € 1.000)

Bedrag

Externe rentelasten over korte en lange financiering

2.645

Af: externe rentebaten

-225

Totaal door te rekenen externe rente

2.420

Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-21

Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

-2

Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

2

Bij: rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves)

-

Bij: rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

-

Bij: aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead)

2.399

Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag)

-1.929

Renteresultaat

469

Renteontwikkeling • Door de renteontwikkelingen hebben we het rentepercentage waarmee we in de liquiditeitenplanning rekenen voor nieuw aan te trekken leningen, verhoogd van 2% in de Begroting 2023 naar 3% in de Begroting 2024. • De interne renteberekening op investeringen hebben we verhoogd van 0,5% in de Begroting 2023 naar 1% in de Begroting 2024.

Risicobeheersing De Wet fido bevat instrumenten die de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen moeten beperken. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De introductie van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm beperkt de risico’s op kort- en langlopende geldleningen.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen en heeft als doel om de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op kortlopende geldleningen te beheersen. De limiet is gesteld op een percentage van 8,5% van het begrotingstotaal. Kasgeldlimiet 2024 (bedragen * € 1.000)

Q1 - 2024

Q2 - 2024

Q3 - 2024

Q4 - 2024

198.957

198.957

198.957

198.957

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

16.911

16.911

16.911

16.911 -14

Omvang begroting na wijziging Grondslagpercentage Toegestane kasgeldlimiet Kas- en banksaldi Kortlopende financiering: kasgeldleningen o/g Kortlopende uitzettingen: schatkistbankieren (SKB) Kortlopende uitzettingen: decentrale overheden Ruimte binnen kasgeldlimiet

-299

372

325

-16.667

-8.333

-

-

1.703

2.436

12.017

4.447

-

-

-

-

1.649

11.386

29.254

21.345

Renterisiconorm De renteonzekerheid voor de lange termijn noemen we de renterisiconorm. Deze norm is een kader voor een adequate spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille. Het doel daarvan is om de portefeuille zo op te bouwen dat renterisico’s door renteaanpassing en herfinanciering van leningen voldoende zijn beperkt. Renterisiconorm 2024

Begroting

(bedragen * € 1.000)

Rekening

2024

2024

A

Renterisiconorm (20% begrotingstotaal)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2871/documents/60479