CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - A. Toelichting.pdf

Commissie Fysiek Domein 16 september 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: b: Vaststellen bestemmingsplan Breukelerwaard Fase 3, Kavel 120.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hieruit blijkt dat het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie kleiner is dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico te worden opgenomen in het besluit, waarin wordt ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. • Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied voor het groepsrisico van het Amsterdam-Rijnkanaal. In dit kader is een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat geen sprake is van een groepsrisico. Het is dan ook niet benodigd om een verantwoording af te leggen voor het groepsrisico. • Het plangebied is deels gelegen binnen het plasbrandaandachtsgebied van de spoorlijn Utrecht-Amsterdam. De grens ligt op 30 meter van de buitenste spoorstaaf. De grens van de bestemming Bedrijventerrein 2 ligt op 21 meter afstand. Er is een gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’ opgenomen, waarbinnen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan. De ligging van de gebiedsaanduiding is gelijk aan het plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Zodoende kan bebouwing niet binnen het plasbrandaandachtsgebied worden geprojecteerd. Het plasbrandaandachtsgebied vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. • Ten westen van het plangebied staan hoogspanningslijnen.

Een hoogspanningsleiding valt niet onder het werkingsgebied van wetgeving op het gebied van externe veiligheid. Kaders

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

42/51

zoals het plaatsgebonden risico en groepsrisico zijn dus niet aan de orde. Wel gelden rondom de hoogspanningsleiding beperkingen zoals de magneetveldzone en een belemmeringenstrook. Aangezien geen sprake is van gevoelige functies is het onwaarschijnlijk dat de magneetveldzone een beperking vormt. Binnen de belemmeringenstrook gelden bouwbeperkingen, daar is in de plannen rekening mee gehouden. In relatie tot de beoogde ontwikkeling wordt het volgende geconcludeerd: Het aspect externe veiligheid vormt in principe geen belemmering om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken en het bestemmingsplan te wijzigingen. In het kader van het vooroverleg voor het bestemmingsplan voor het afvalscheidingsstation is door de Veiligheidsregio Utrecht advies uitgebracht inzake de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid als gevolg van de ligging binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A2 en de spoorlijn Utrecht-Amsterdam. Dit advies is opgenomen als bijlage 11 bij de toelichting. Naar aanleiding van de reactie van de VRU is door de gemeente een notitie opgesteld, waarin voor het plangebied adviezen zijn gegeven hoe om te gaan met de verschillende veiligheidsrisico’s. Deze notitie is opgenomen als bijlage 12 bij de toelichting. Met de adviezen wordt in de verdere uitwerking rekening gehouden.

Gelet op de aard van de functies die mogelijk worden gemaakt, ligt het voor de hand dat het groepsrisico te verantwoorden is, er is sprake van functies met doelgroepen die zelfredzaam zijn. Ook wordt bij de inrichting van het gebied rekening gehouden met de Handreiking Bluswater en Bereikbaarheid (uitgave 2019 van Brandweer Nederland) en met de uitgangspunten ten aanzien van de afstand tot bluswatervoorzieningen. In het kader van zelfredzaamheid speelt goede (crisis)communicatie richting de werknemers en bezoekers een belangrijke rol. Daarmee wordt de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar geacht en het groepsrisico verantwoord geacht. 4.11.3 Conclusie Het plangebied ligt in invloedsgebieden van het groepsrisico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en het Amsterdam-Rijnkanaal. Uit de uitgevoerde groepsrisicoberekening volgt dat het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Belangrijk is dat er in de planvorming voldoende aandacht is voor de bestrijdbaarheid van incidenten en de zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied. Door hier voldoende aandacht aan te geven en de Veiligheidsregio Utrecht te betrekken, is aangenomen dat het groepsrisico verantwoordt is.

4.12

Besluit milieueffectrapportage

4.12.1 Wet en regelgeving De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.-toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. afbeelding 15 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van: • een directe m.e.r.-plicht of • een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of • een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

43/51

afbeelding 15: soorten milieueffectrapportage (bron: Aveco)

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten wanneer m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. 4.12.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is een aanmeldnotitie opgesteld (‘Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, Aveco de Bondt, 23 september 2024). De notitie is als bijlage 13 opgenomen. De aanmeldnotitie betreft de m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag (de gemeente Stichtse Vecht) kan besluiten of het mogelijk maken van de ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een milieueffectrapportage). In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn.

De beoogde activiteiten kunnen worden beschouwd als stedelijke ontwikkeling en/of als uitbreiding van een industrieterrein en vallen daarmee onder categorie D11.2 en/op D11.3 van het Besluit MER. Gelet op de aard en omvang van het project is op basis van de m.e.r. beoordeling te concluderen dat er geen sprake is van uitbreiding van een industrieterrein (categorie D11.3). Er worden immers geen industriële bedrijfsactiviteiten toegestaan en het oppervlak van het plangebied is daarvoor van beperkte omvang. Wanneer toch aan deze categorie getoetst zou worden dan is de conclusie dat de drempelwaarde niet wordt overschreden: de uitbreiding is veel kleiner dan 75 hectare. Geconcludeerd wordt dat er dan geen sprake is van een (formele) m.e.r.beoordelingsplicht. Niet-industriële bedrijfsactiviteiten dienen beschouwd te worden als stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D11.2). De volgende stap is om te toetsen of sprake is van m.e.r.-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het bestemmingsplan blijft ruim onder deze drempelwaarden en er is geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht.

Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Daarom is een vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd. De uitkomsten zijn hieronder beschreven. 4.12.3 Uitkomst van de m.e.r.-beoordeling De voorgenomen planontwikkeling leidt in beperkte mate tot effecten voor het milieu en de omgeving. Voor alle onderzochte aspecten geldt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

44/51

milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Er is voor het bestemmingsplan geen milieueffectrapportage nodig.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

45/51

5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.

5.2

Nadere toelichting op de regels

De bij dit plan behorende planregels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 is de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht en bevat tot slot de citeertitel van het plan. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

46/51

Wijze van meten (artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden en gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels Bedrijventerrein (artikel 3) De gronden waar de nieuwe bedrijfsmatige invulling kan komen, zijn bestemd met de bestemming ‘Bedrijventerrein - 2’. De bestemming is qua mogelijkheden en systematiek zoveel mogelijk gelijk gehouden aan de bestemming ‘Bedrijventerrein - 2‘ die voor De Corridor geldt. Wel zijn er enkele aanpassingen gedaan die voortkomen uit de ruimtelijke eisen uit de Inpassingsstudie, welke met name te maken hebben met de grenzen van de bouwkavel en de bouwregels. Binnen het terrein is het mogelijk om bebouwing, bouwwerken, geen gebouwen zijnde te realiseren en verhardingen aan te brengen. Voor gebouwen geldt dat maximaal 70% van het bestemmingsvlak mag worden bebouwd. Ook geldt een maximum bouwhoogte van 12 meter voor gebouwen. Daarmee is ruimte geboden om de nieuwe functies in een gebouw met meerdere verdiepingen onder te brengen (gestapeld). Er is ruimte gegeven aan maximaal milieucategorie 3.2. Er is geen zelfstandige detailhandel toegestaan. Het terrein dient veilig te worden afgesloten buiten de openingstijden. Er zijn erf- en terreinafscheidingen toegestaan van maximaal 2 meter hoog voor de voorgevel en 3 meter hoog achter de voorgevel.

De gevels van de nieuwe bebouwing dienen de dominante kavelrichting te volgen. Hiervoor is in het bestemmingsplan een gevellijn opgenomen op de verbeelding en in de regels is opgenomen dat de voorgevel van het hoofdgebouw evenwijdig dient te staan aan deze gevellijn. Ook is een minimale afstand opgenomen ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrenzen om zo de openheid van het gebied te bewaken. In artikel 3.5.2 is een regeling opgenomen om de maximale voertuigbewegingen in de avondspits vast te leggen. Er is verplicht gesteld dat voor het in gebruik nemen een mobiliteitsplan dient te worden opgesteld, waarin wordt ingegaan op de in- en uitgaande verkeersbewegingen van het bedrijf. En het totaal aantal autovoertuigbewegingen (auto's en vrachtwagens) vanwege de in de bestemming aanwezige bedrijven mag in de spitsperiode van 16:00 uur tot 18:00 uur niet meer bedragen dan 25 voertuigbewegingen per uur. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 3.5.3. Hierin is vastgelegd dat er een beplantingsplan moet worden opgesteld dat dient te voldoen aan de ruimtelijke principes uit de landschappelijke studie (zie paragraaf 2.2.2.2). De regeling stelt na aanleg ook de instandhouding verplicht. Daarmee is gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Groen (artikel 4) De groenblauwe landschapszone die aan de westzijde (voorzijde) en noordzijde van het plangebied dient te komen, heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen. Ook de kavelsloot aan de noordzijde valt binnen deze bestemming. Er is aan de oostzijde een smalle strook bestemd voor Groen. Dit is de rand tussen de bedrijfskavel en de aanwezige watergang. Binnen de bestemming zijn groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen mogelijk. De nieuwe bedrijfskavel zal aansluiten op de nieuwe ontsluitingsweg die in het plan voor het afvalscheidingsstation is opgenomen. In de landschapsstudie is één ontsluitingsweg opgenomen aan de zuidzijde van deze kavel. Er wordt nagedacht over een mogelijke tweede ontsluiting aan de noordzijde van de bedrijfskavel. Daarom is in dit bestemmingsplan en in het bestemmingsplan voor het afvalscheidingsstation een regeling opgenomen om een tweede ontsluiting mogelijk te maken. Er is een functieaanduiding ‘weg’ opgenomen in de groenbestemming. Binnen deze gronden is het mogelijk om af te wijken van het toegestane gebruik om een ontsluitingsweg te realiseren.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

47/51

Verkeer (artikel 5) De aansluiting van de bedrijfskavel op de nieuwe ontsluitingsweg vanaf De Corridor is geregeld met de bestemming ‘Verkeer’. Leiding - Aandachtzone hoogspanningsverbinding (artikel 6) en Leiding - Hoogspanningsverbinding (artikel 7) Onder de hoogspanningsverbinding geldt een zone waar (hoogte)beperkingen gelden voor bouwwerken en voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Hiervoor is de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ (artikel 7) opgenomen. De dubbelbestemming is opgenomen met het oog op het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de hoogspanningsverbinding. Er mogen pas bepaalde werkzaamheden plaatsvinden of bouwwerken worden gebouwd nadat advies is ingewonnen van de netbeheerder. Aan weerzijden van de dubbelbestemming ligt een aandachtzone, waarvoor de dubbelbestemming ‘Leiding - Aandachtzone hoogspanningsverbinding’ (artikel 6) is opgenomen. Deze zone is opgenomen om bij het gebruik van voertuigen met een werkhoogte van 10 meter of hoger (zoals hijskranen) in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding uit voorzorg af te stemmen met de netbeheerder en om advies te vragen. Waarde – Archeologie 5 (artikel 8) Zoals in paragraaf 4.2 van deze toelichting is aangeven is in het bestemmingsplan een beschermingsregime opgenomen voor het gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde, te weten ‘Waarde – Archeologie 5’.

Binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ geldt dat bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 10 hectare of groter, die dieper reiken dan 0,30 m beneden het maaiveld, er rekening dient te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Zowel in de verbeelding als in de planregeling is dit tot uitdrukking gebracht. Centraal uitgangspunt daarbij is dat de ingrepen pas mogelijk zijn, nadat op basis van voldoende onderzoek is aangetoond dat mogelijke archeologische waarden niet worden teniet gedaan en/of voldoende zeker worden gesteld. Waterstaat - Waterkering (artikel 9) Ter bescherming van de waterkering langs het kanaal is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. 5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen onder andere de flexibiliteitbepalingen en algemene bepalingen aan de orde. Het gaat hierbij onder meer om: Anti-dubbeltelregel (artikel 10) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene bouwregels (artikel 11) In dit artikel zijn bouwregels opgenomen voor ondergrondse bouwwerken.

Algemene gebruiksregels (artikel 12) Parkeernormen In artikel 12.1 zijn de regels opgenomen die gelden voor het parkeren. Er is hiervoor verwezen naar het meest actuele parkeerbeleid. Algemene aanduidingsregels (artikel 13) In artikel 13.1 zijn regels opgenomen die gelden binnen de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’. De gebiedsaanduiding volgt uit de aanwezigheid van het plasbrandaandachtsgebied van 30 meter langs het spoor. Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen mogen er binnen deze zone geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten gebouwd. Hier kan van worden afgeweken indien sprake is van zwaarwegende maatschappelijke,

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

48/51

economische en/of planologische redenen en mits is aangetoond dat er hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen. Algemene afwijkingsregels (artikel 14) Dit artikel geeft een regeling om in beperkte mate af te wijken van voorgeschreven maatvoeringen zoals bouwgrenzen, hoogtes en afmetingen. Ook zijn enkele afwijkingsmogelijkheden benoemd voor specifieke objecten, zoals nutsvoorzieningen en zendinstallaties. Algemene wijzigingsregels (artikel 15) Met dit artikel zijn mogelijkheden geboden om bestemmingsgrenzen te wijzigen voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 16) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht. Slotregel (artikel 17) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

49/51

6

Financieel-economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de toelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. de ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het voorliggende plan betreft een particulier initiatief. De financiering van de kosten die verbonden zijn met de uitvoering van het bestemmingsplan zijn onderdeel van een overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. De kosten zijn daarmee anderszins verzekerd en er is geen exploitatieplan nodig. Concluderend kan gesteld worden dat kostenverhaal anderszins is verzekerd en dat het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.

Er kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan ex artikel 6.12 Wro.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

50/51

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Participatieproces

Het plangebied grenst aan het bestaande bedrijventerrein en ligt niet nabij woongebieden. De initiatiefnemer van de voorgenomen ontwikkeling, Zadelhoff Beheer B.V., heeft zitting in de VvE van het bedrijventerrein De Corridor en heeft al eerder informatie verstrekt over het voorliggende initiatief. Voordat het bestemmingsplan in procedure gaat, wordt verder met de VvE afgestemd. Omdat er geen omwonenden zijn, wordt geen inloopavond georganiseerd en enkel via de VvE en rechtstreeks met de aangrenzende bedrijven contact onderhouden. Op 5 december 2023 zijn alle VvE leden en ondernemers aan de Corridor per mail geïnformeerd over de komende bestemmingsplanwijziging. Eventuele vragen kunnen bij Zadelhoff Beheer worden gesteld. Mochten er veel vragen leven, dan zal een inloopavond worden georganiseerd.

7.2

Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro

In de voorbereiding is met meerdere vooroverlegpartners, waaronder met de provincie Utrecht, TenneT en Waternet afstemming geweest om zo de belangen in het plan een plek te geven. Voor het bestemmingsplan voor het afvalscheidingsstation zijn inhoudelijke reacties gegeven door Waternet, ProRail, Provincie Utrecht en de Veiligheidsregio Utrecht. Daar waar dit om aanvulling vroeg, is dit ook meegenomen in dit bestemmingsplan voor de bedrijfskavel. Daarmee zijn de belangen van de vooroverlegpartners in het bestemmingsplan voldoende meegenomen geweest in de voorbereiding.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van vrijdag 22 december 2023 tot en met donderdag 1 februari 2024 (gedurende zes weken) voor een ieder ter inzage gelegen. Ter aankondiging is een publicatie geplaatst in het Gemeenteblad 2023, 553959. Er zijn drie zienswijzen binnengekomen. Aanvullend zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn beschreven in de Nota Zienswijzen. De Nota Zienwijzen is opgenomen als bijlage 14 bij de toelichting. De wijzigingen die hier uit voortkomen, zijn verwerkt in het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

51/51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2877/documents/61269