CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - A. Toelichting.pdf

Commissie Fysiek Domein 16 september 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: b: Vaststellen bestemmingsplan Breukelerwaard Fase 3, Kavel 120.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen

Bestemmingsplan

Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opstellers Projectnummer

Stichtse Vecht NL.IMRO.1904.BPCorridruitbr1BKL-VG01 Vastgesteld 28 november 2024 R.J. Nijdam 1269

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding ......................................................................................................................... 3 Inleiding ......................................................................................................................... 3 Doelstelling bestemmingsplan ...................................................................................... 3 Ligging en begrenzing ................................................................................................... 3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5

2 2.1 2.2

Het project ..................................................................................................................... 6 Huidige situatie ............................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 7

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Wetgeving en beleidskaders ....................................................................................... 14 Inleiding ....................................................................................................................... 14 Rijksbeleid ................................................................................................................... 14 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 16 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 22

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 26 Inleiding ....................................................................................................................... 26 Archeologie ................................................................................................................. 26 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 28 Ontplofbare oorlogsresten .......................................................................................... 28 Water........................................................................................................................... 29 Ecologie ...................................................................................................................... 33 Mobiliteit ...................................................................................................................... 35 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 39 Geluidhinder wegverkeer ............................................................................................ 40 Luchtkwaliteit...............................................................................................................

41 Externe veiligheid ........................................................................................................ 41 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 43

5 5.1 5.2

Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 46 Algemeen .................................................................................................................... 46 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 46

6

Financieel-economische uitvoerbaarheid ................................................................... 50

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 51 Participatieproces ....................................................................................................... 51 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 51 Zienswijzen ................................................................................................................. 51

Bijlagen bij de toelichting (separaat) 1 Inpassingsstudie 2 Laddertoets 3 Archeologisch onderzoek 4 Verkennend bodemonderzoek 5 Onderzoek ontplofbare oorlogsresten 6 Waterhuishoudkundig plan 7 Quickscan Flora en fauna 8 Stikstofdepositie onderzoek 9 Mobiliteitsonderzoek 10 Quickscan externe veiligheid 11 Advies Veiligheidsregio Utrecht 12 Advies omgevingsveiligheid 13 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 14 Nota Zienswijzen

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

2/51

1

Inleiding

1.1

Inleiding

In Breukelen, tussen de rijksweg A2 en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht ligt het bedrijventerrein Breukelerwaard (De Corridor). Breukelerwaard is een hoogwaardig bedrijventerrein gelegen op een goede zichtlocatie. In de Omgevingsvisie Stichtse Vecht is een uitbreiding voorzien van het bedrijventerrein in noordelijke richting. De eerste stap daarin is de ontwikkeling van een nieuw centraal gemeentelijk afvalscheidingsstation ter vervanging van de bestaande afvalscheidingsstations van Breukelen, Maarssen en Loenen op enige afstand van de bestaande bedrijfspercelen. Voor deze ontwikkeling is een ander bestemmingsplan opgesteld en inmiddels vastgesteld. Voor de ruimte die gelegen is tussen het nieuwe afvalscheidingsstation en het huidige bedrijventerrein is de ontwikkeling van een bedrijfskavel voorjzien. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld voor het mogelijk maken van deze nieuwe bedrijfskavel en vormt daarmee de eerste stap van de uitbreiding van het bedrijventerrein. Voor de verdere uitbreiding van het bedrijventerrein Breukelerwaard zal op termijn een eigen ruimtelijke procedure worden doorlopen. De gronden waar de nieuwe bedrijfskavel zal komen, zijn nu nog in gebruik als landbouwgrond. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Corridor’ uit 2014 en de ‘1 e herziening bestemmingsplan Corridor’ uit 2015 en het paraplubestemmingsplan ‘Witte vlekken en reparaties’.

De gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’. Hierbinnen is de gewenste ontwikkeling van een bedrijfskavel niet mogelijk. Zodoende is het voorliggende nieuwe bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Doelstelling bestemmingsplan

Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is om de bestemming van de gronden in het plangebied te wijzigen van agrarisch naar bedrijventerrein, zodat hier nieuwe bedrijfsbebouwing gerealiseerd kan worden.

1.3

Ligging en begrenzing

Het plangebied is gelegen ten noorden van het bestaande bedrijventerrein. In afbeelding 1 is de ligging van het plangebied getoond en in afbeelding 2 de begrenzing. Behalve het terrein voor de nieuwe functies, wordt ook de toegangsweg vanaf de aansluiting met de Corridor meegenomen in het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 is een nadere beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

3/51

afbeelding 1: ligging plangebied (bron luchtfoto: pdok.nl)

afbeelding 2: begrenzing plangebied (bron luchtfoto: pdok.nl)

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

4/51

1.4

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Corridor’ uit 2014 en de ‘1 e herziening bestemmingsplan Corridor’ uit 2015. Ook geldt het Parapluplan 'Witte vlekken en reparaties' uit 2022. In afbeelding 3 is een uitsnede van ruimtelijkeplannen.nl getoond. In hoofdstuk 3 zijn deze bestemmingsplannen beschreven.

afbeelding 3: uitsnede www.ruimtelijkeplannen.nl met plangebied aangeduid met rode stippellijn

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de bestaande en toekomstige situatie beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

5/51

2

Het project

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in het agrarisch gebied tussen de rijksweg A2 en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. Het gebied maakt onderdeel uit van de polder Breukelerwaard, een vroege ontginning, die vanaf de randen in diverse richtingen heeft plaatsgevonden. De vroege veenontginningen zijn hoofdzakelijk direct aansluitend aan de oeverwallen gelegen en zijn sterk beïnvloed door de rivier (kommen), waardoor zij iets hoger liggen en klei aanwezig is. De ondergrond kent relatief veel kleine hoogteverschillen. De sloten en kavelranden zijn veelal recht, geknikt en op onregelmatige afstand van elkaar. Ook bevinden zich grotere blokken nabij de rivier. Slootkanten zijn vaak steiler. Het landschap is hoofdzakelijk open, waarbij de oudere bebouwing zich veelal aan de rand, op de oeverwallen is gesitueerd. De polder was vroeger één geheel vanaf de Aa tot aan de Vecht, maar is sinds de komst van eerst de spoorlijn, daarna het kanaal en vervolgens de A2 doorgesneden in meerdere losse delen. Het plangebied ligt in het restant van de polder tussen de A2, de spoorlijn, de Evenaarswetering en het bedrijventerrein De Corridor. De Evenaarswetering was vroeger de achterkade van de ontginning. Dwars door het gebied loopt een bovengrondse hoogspanningsverbinding, ook langs het plangebied. In het noordwesten ligt de verzorgingsplaats Ruwiel aan de A2.

afbeelding 4: plangebied op kaart 1882 (links), kaart 1970 (midden) en kaart 2020 (rechts) (bron: www.topotijdreis.nl)

Het plangebied grenst aan de zuidzijde direct aan het hier aanwezige bedrijfsperceel. Binnen of direct rond het plangebied ontbreekt het aan bebouwing of hoge bomen. De gronden zijn in gebruik als grasland. In en langs het plangebied zijn drie watergangen aanwezig. De meest oostelijke watergang bevindt zich tussen het grasland en de spoorlijn en ligt net buiten het plangebied. Midden op het grasland is een halve meter geïsoleerde watergang aanwezig met steile oevers. Tussen het grasland en de maisakker is een iets bredere watergang met steile oevers aanwezig. Dit is een primaire watergang en ligt voor een deel in het plangebied.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

6/51

afbeelding 5: impressie bestaande situatie met links de maisakker en rechts het grasland. Ook zijn de hoogspanningsverbinding en de spoorlijn zichtbaar (bron: Van der Goes en Groot, 2022)

afbeelding 6: luchtfoto bestaande situatie. De rode stippellijn is de grens van het plangebied. De oranje stippellijn is het plangebied van het afvalscheidingsstation (bron luchtfoto: pdok.nl)

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Aanleiding In de Omgevingsvisie Stichtse Vecht is een uitbreiding voorzien van het bedrijventerrein in noordelijke richting. De eerste stap daarin is de ontwikkeling van een nieuw centraal gemeentelijk afvalscheidingsstation ter vervanging van de bestaande afvalscheidingsstations van Breukelen, Maarssen en Loenen op enige afstand van de bestaande bedrijfspercelen. Voor deze

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

7/51

ontwikkeling is een ander bestemmingsplan in voorbereiding. Voor de ruimte die gelegen is tussen het nieuwe afvalscheidingsstation en het huidige bedrijventerrein is de ontwikkeling van een bedrijfskavel voorzien. 2.2.2 Landschappelijke visie en inpassing 2.2.2.1 Inleiding Er is een landschappelijke visie opgesteld om de ontwikkeling van de bedrijfskavel en het afvalscheidingsstation in te bedden in een stevige landschappelijke en ruimtelijke structuur, ook rekening houdend met de volledige realisatie van de uitbreiding van het bedrijventerrein. Dit is beschreven in het document “Breukelen, inpassingsstudie afvalscheidingsstation en uitbreiding Breukelerwaard’ (IMOSS, 5 december 2023). De inpassingsstudie is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting. De landschappelijke inpassing laat zien op welke wijze en met welke randvoorwaarden het afvalstation, de bedrijfskavel en de nodige infrastructuur acceptabel ingepast kan worden in de omgeving. Ook is hierbij gekeken naar het eindbeeld, waarbij de uitbreiding van het bedrijventerrein volledig heeft plaatsgevonden. Er is gekeken naar de historische ontwikkeling van de polder Breukelerwaard om de bepalende landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren in beeld te brengen. Hieronder is ingegaan op de bevindingen van de inpassingsstudie en de betekenis voor het plangebied.

2.2.2.2 Hoofdstructuur en landschappelijk raamwerk Er is sprake van een confrontatie tussen het natuurlijke / gecultiveerde landschap en de structuren uit de occupatielaag (de infrastructuur). Dit leidt tot fragmentatie. Deze fragmentatie is reeds ingezet met bebouwing en de infrastructuur. Daardoor dreigen ‘restanten’ van het landschap over te blijven die door gebrek aan context niet meer te lezen zijn. De bepalende kenmerken van het landschap zijn openheid, eenduidige kavelrichting met kavelsloten en doorzichten. Openheid en ontwikkeling staat haaks op elkaar, maar door het toepassen van ingrediënten van het open landschap zoals kavelsloten met brede bermen en doorzichten is dit landschap leesbaar te houden. In de inpassingsstudie zijn de volgende zes ruimtelijke principes uitgedacht: Breukelerwaard 1. Duidelijk en herkenbaar landschapspatroon met kavelsloten als ordenend principe 2. Borgen van openheid langs de kavelsloten 3. Landschapspatroon inzetten voor waterberging en natuurwaarde van het landschap met natuurlijke oevers als onderdeel van robuuste ecologische verbinding 4. Accentueren van de Evenaarswetering als landschapsscheidend element 5.

Voortuin als verankering van het bedrijventerrein aan de snelweg Er is een ruimtelijke opzet uitgedacht, waarbij het oorspronkelijke slotenpatroon aan weerszijden van de snelweg (de overwegende polderrichting) wordt aangevuld met een nieuw landschapspatroon voor de uitbreiding van het bedrijventerrein de Breukelerwaard als confrontatie tussen de richtingen en contouren (zie afbeelding 7). Dit levert een nieuwe ruimtelijke structuur op waarbij de langgerekte verkaveling aan de randen aanwezig blijft en er nieuwe dwarssloten komen die zorgen voor het opdelen van het gebied in losse percelen. Het groene raamwerk dat hiermee ontstaat, zorgt voor openheid tussen de percelen en een samenhangende structuur. Het zorgt ook voor ruimte voor de waterberging, mede door uit te gaan van flauwe taluds (circa 1:6) in combinatie met de drooglegging van de bouwkavels (zie afbeelding 8). De oevers worden natuurvriendelijk ingericht met sporadisch oeverbeplanting zoals els en wilg. Dit biedt tevens extra natuurwaarde.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

8/51

afbeelding 7: kavelsloten als ruimtelijk ordenend principe (bron: IMOSS)

afbeelding 8: landschapspatroon met nieuwe kavelsloten en flauwe taluds (bron: IMOSS)

2.2.2.3 Mogelijk eindbeeld en uitgangspunten inrichting Op basis van het nieuwe raamwerk is een mogelijke eindsituatie uitgedacht wanneer de uitbreiding van het bedrijventerrein volledig heeft plaatsgevonden. Het landschappelijke raamwerk geeft de nodige samenhang tussen de kavels en het landschap. Er zijn spelregels voor de beeldkwaliteit geformuleerd voor de bebouwing op de kavels zelf. Dit zorgt voor een ordelijk beeld.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

9/51

Water De waterstructuur zal bestaan uit een indeling met een hiërarchisch onderscheid in kavelsloten. In noord-zuidelijke richting komen brede sloten van minimaal 5 meter breed, waarbij doorzicht belangrijk is. Deze worden daarom ook gekruist met bruggen. De centrale watergang in het midden wordt de nieuwe primaire watergang. In oost-westrichting komen smalle sloten van 3 meter breed. Deze sloten markeren de grenzen tussen de kavels. Water binnen het gebied staat in verbinding met elkaar. Er wordt aangesloten bij het huidig peil van Breukelerwaard van 1,95m NAP. Ecologie De oevers worden uitgevoerd als flauwe taluds voor natuurvriendelijke overgangen. De afwisseling van natuuroevers en sporadische oeverbeplanting vormt een aanvulling op de habitat voor verschillende soorten. Voor de bebouwing is het puntensysteem natuurinclusief bouwen van de gemeente van toepassing (zie paragraaf 3.4.3).

afbeelding 9: mogelijk eindbeeld uitbreiding bedrijventerrein (bron: IMOSS). Het plangebied is met rode stippellijn aangeduid.

Bouwmassa en bouwhoogte Om ruimte voor openheid te borgen, dient gewerkt te worden met een maximum bebouwingspercentage van 70% en dient er een minimale afstand van bebouwing tot het landschappelijke raamwerk aan de voor- en zijkanten te gelden. Bebouwing dient op minimaal 10 meter afstand van de kavelgrenzen aan de voorzijde te staan. De afstanden aan de zijkanten staat in verhouding tot de landschappelijke inpassing 1:1,5 eenzijdig tot hart van het water). De invulling van een kavel kent eenheid en rustige uitstraling doordat de bebouwing de dominante kavelrichting volgt (staat niet gedraaid op het kavel). De voorzijde ligt aan de kant van de weg en heeft een representatieve uitstraling. De ‘achterkant’ richting het spoor is net zo belangrijk. Opslag is uit het zicht door omliggende bebouwing of bijvoorbeeld afdak of een schijngevel.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

10/51

De bebouwing in De Corridor is maximaal 12m. Vanaf het spoor vormt de serie van bebouwing een doorlopend accent. 2.2.3 De bedrijfskavel Het afvalscheidingsstation en de nieuwe bedrijfskavel zullen uiteindelijk onderdeel gaan vormen van de uitbreiding van het bedrijventerrein. Daarom is met de inpassingsstudie vooruit gekeken naar een inrichting van het hele gebied tussen snelweg en spoorlijn. Dit bestemmingsplan gaat enkel over de bedrijfskavel, maar houdt rekening met de nieuw uitgedachte hoofdstructuur met het landschappelijk raamwerk zoals beschreven in voorgaande paragraaf. Hieronder is de structuur getoond van de situatie met enkel het afvalstation en de bedrijfskavel.

afbeelding 10: Situatie na realisatie afvalscheidingsstation en bedrijfskavel (rood omrand) (bron: IMOSS)

Het bestemmingsplan biedt ruimte aan de ontwikkeling van een bedrijfskavel met een oppervlakte van ongeveer 8.890 m2 welke voor 70% bebouwd mag worden. Dit komt neer op 6.200 m2 bebouwd oppervlak. Er kan een bedrijf komen van maximaal milieucategorie 3.2, met ondergeschikte functies zoals kantoorruimte, vergaderruimte, educatieve voorzieningen, parkeren, groen en water. Ook een (beperkte) logistieke invulling behoort tot de mogelijkheden. Bebouwing dient op minimaal 10 meter afstand van de kavelgrenzen aan de voorzijde te staan. De afstanden aan de zijkanten staat in verhouding tot de landschappelijke inpassing 1:1,5 eenzijdig tot hart van het water). En bebouwing zal, overeenkomstig de inpassingsstudie maximaal 12 meter hoog mogen zijn.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

11/51

De bestaande watergangen in het plangebied worden gedempt. De sloot langs het spoor niet, deze ligt buiten het plangebied. Ter compensatie van de demping en de verhardingstoename is een waterbergingsopgave uitgedacht in de inpassingsstudie en het waterhuishoudkundig plan. Dit waterhuishoudkundig plan is nader beschreven in paragraaf 4.5.2. Al het nieuwe water dat er komt, is ruim voldoende om te voldoen aan de opgave. Het grootste deel van de waterbergingsopgave komt in het centrale deel dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan voor het afvalscheidingsstation. In het waterhuishoudkundig plan is de compensatieopgave voor beide ontwikkelingen integraal opgenomen. In paragraaf 4.4 is nader ingegaan op de compensatieopgave. Vanaf de rotonde aan het eind van de Corridor komt een nieuwe ontsluitingsweg met voet- en fietspad. Deze ontsluiting loopt naar het noorden toe, gedeeltelijk gesitueerd onder de hoogspanningsverbinding. Het nieuwe afvalscheidingsstation en de nieuwe bedrijfskavel zullen via deze nieuwe weg worden ontsloten. De nieuwe weg met de nieuwe groenblauwe zone maken onderdeel uit van het bestemmingsplan voor het afvalscheidingsstation. Het plangebied voor de nieuwe bedrijfskavel sluit hier naadloos op aan. De nieuwe bedrijfskavel krijgt een ontsluiting aan de zuidzijde . Het parkeren en bevoorrading zal op het eigen terrein plaatsvinden.

Hier is voldoende ruimte voor op de kavel. Mogelijk dat een extra ontsluiting aan de noordzijde nodig is in de toekomst. Om hier in het bestemmingsplan alvast op te anticiperen, is in de regels een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een tweede ontsluitingsweg mogelijk te maken. Dit is op de verbeelding zichtbaar met de functieaanduiding ‘weg’ in de bestemming ‘Groen’. Mede gelet op het advies van de Veiligheidsregio Utrecht (zie paragraaf 4.11 en bijlage 11) zal in het ontwerp van de toekomstige bedrijfsbebouwing rekening worden gehouden met meerdere vluchtmogelijkheden van de bron af. Op deze wijze kunnen de aanwezigen in de schaduwzijde van het gebouw vluchten. Naar aanleiding van de reactie van de VRU is door de gemeente een notitie opgesteld, waarin voor het plangebied adviezen zijn gegeven hoe om te gaan met de verschillende veiligheidsrisico’s. Deze notitie is een opgenomen als bijlage 12 bij de toelichting. Met de adviezen wordt in de verdere uitwerking rekening gehouden. 2.2.4 Duurzaamheid Voorliggende paragraaf omschrijft de ambities met betrekking tot diverse onderdelen op het gebied van duurzaamheid. Duurzaamheid is meer dan alleen energietransitie. Het onderwerp omvat ook klimaatbestendigheid (verdroging, hittestress), biodiversiteit, gezondheid, mobiliteit en toekomstwaarde. De voorliggende notitie omschrijft deze deelonderwerpen.

Energietransitie Vanuit energieverbruik zal worden aangesloten bij de actuele eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Klimaatbestendigheid Er is een waterplan opgesteld om de waterhuishouding in de toekomstige situatie op orde te hebben. In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de compensatieverplichting voor oppervlaktewater vanwege de toename aan verharding. Er zal voldoende ruimte wordt vrijgehouden voor vasthouden en bergen van hemelwater (als eis vanuit het LIOR en landelijk beleid) om daarmee het risico op overstroming bij hevige neerslag te beperken. In het kader van het Waterhuishoudkundig plan zijn ook stresstesten voor waterveiligheid gedaan en op gebiedsniveau is een zeer robuust watersysteem ontworpen. In de waterparagraaf van het bestemmingsplan is daar nader op ingegaan. Tevens is in de bouwregels vastgelegd dat het vloerpeil van gebouwen niet lager dan 0,55m onder NAP mag worden gebouwd. Deze drooglegging is een wenselijke maat vanuit gemeente (GRP) om inundatie van vloeren te voorkomen, maar ook om een goede aansluiting op weginfrastructuur mogelijk te maken. Een doorbraak vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal zal nooit leiden tot peilstijgingen tot boven een vloerpeil van NAP -0,55 meter. Zo is er voor gezorgd dat schade aan vitale functies wordt voorkomen.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

12/51

Biodiversiteit In de landschappelijke visie inpassing die is opgesteld voor de bedrijfskavel en het afvalscheidings-station is een stevige landschappelijke en ruimtelijke structuur uitgedacht. Het groenblauwe raamwerk dat is ontworpen, zorgt voor openheid tussen de percelen en een samenhangende structuur. Het zorgt ook voor ruimte voor de nodige waterberging. De oevers van de water worden uitgevoerd als flauwe taluds voor natuurvriendelijke overgangen. De afwisseling van natuuroevers en sporadische oeverbeplanting vormt een aanvulling op de habitat voor verschillende soorten. Uit het waterhuishoudkundig plan dat is opgesteld voor de ontwikkeling van het afvalscheidingsstation en de bedrijfskavel volgt dat de chemische en biologische waterkwaliteit in het gebied sterk zal verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie. Het watersysteem wordt meer regenwater-gedomineerd plus een beetje kwelwater. Het systeem is minder afhankelijk van de aanvoer van water uit het landbouwgebied omdat er water vanuit het bovenstroomse gebied (Breukelerwaard-zuid) via de stuw wordt aangevoerd. De kwaliteit van dat water is redelijk tot goed en zal mede de waterkwaliteit in -noord bepalen. Voor de bebouwing en inrichting van het plangebied wordt het puntensysteem Natuurinclusief bouwen van de gemeente Stichtse Vecht toegepast (zie paragraaf 3.4.3 van de toelichting).

Op gebiedsniveau wordt 13 punten behaald vanwege het groenblauwe raamwerk. Met de invulling van het uitgeefbaar terrein en de bebouwing en daken is dit puntenaantal nog verder te verhogen, door bijvoorbeeld de inzet van groene daken en gevels. In het kader van de vergunningsaanvraag wordt dit verder uitgewerkt, met als ambitie een duurzame, klimaatbestendige en natuurinclusieve ontwikkeling. Gezondheid De voorgenomen ontwikkeling van bedrijvigheid komt op voldoende afstand tot woningen zodat er geen negatieve gezondheidseffecten optreden. Mobiliteit Er zullen mobiliteitsmaatregelen worden getroffen om het autogebruik te beperken en het gebruik van fiets/scooter en het OV te stimuleren. Als onderdeel van de vergunningsaanvraag dient een mobiliteitsplan te worden ingediend. Toekomstwaarde De uitbreiding van het bedrijventerrein zorgt voor een duurzame groei van de economie en werkgelegenheid in de regio. Door te kiezen voor het uitbreiden van een bestaande locatie, kan gebruik worden gemaakt van de bestaande netwerken en infrastructuur. In de inpassingsstudie is een integrale en omgevingsinclusieve benadering toegepast. De ontwikkeling van bedrijvigheid gaat samen met de ontwikkeling van een stevig groenblauw raamwerk dat zorgdraagt voor een gezonde en hoogwaardige leefomgeving.

Het terrein krijgt een brede bestemming Bedrijventerrein, waarbinnen verschillende type bedrijfsvoeringen mogelijk zijn, vergelijkbaar met de bestaande percelen op de Corridor. Daarmee is een heel scala aan type bedrijven mogelijk. Dit vergroot de toekomstswaarde van het terrein.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

13/51

3

Wetgeving en beleidskaders

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nederland zet in op een duurzame en circulaire economie.

Het doel is om met behoud van de welvaart tegelijkertijd bij te dragen aan een stabiel klimaat, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en afhankelijkheid van eindige fossiele grondstoffen. Het rijk zet in op reductie van het grondstoffengebruik van 50% in 2030. En in 2050 is het doel om vrijwel geheel klimaatneutraal te zijn dat Nederland een economie heeft die 100 procent circulair is. Dit betekent geen afval meer en grondstoffen worden steeds opnieuw gebruiken, zonder de problemen te verplaatsen naar andere gebieden of af te wentelen op toekomstige generaties. Betekenis voor het plan De uitbreiding van het bedrijventerrein zorgt voor een duurzame groei van de economie en werkgelegenheid in de regio. Door te kiezen voor het uitbreiden van een bestaande locatie, kan gebruik worden gemaakt van de bestaande netwerken en infrastructuur. In de inpassingsstudie is een integrale en omgevingsinclusieve benadering toegepast. De ontwikkeling van bedrijvigheid gaat samen met de ontwikkeling van een stevig groenblauw raamwerk dat zorgdraagt voor een gezonde en hoogwaardige leefomgeving. De beoogde ontwikkeling van de nieuwe bedrijfskavel sluit aan bij de beleidsdoelen die op rijksniveau in de NOVI zijn gesteld. 3.2.2

Water en bodem sturend - Landelijke Strategie en Interbestuurlijke Uitvoeringsagenda 2023-2024 Voldoende, schoon water en een gezonde bodem zijn van groot belang voor iedereen in Nederland. Vanwege de snelle verandering van het klimaat en door het intensieve gebruik staat dit

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

14/51

onder druk. Er is steeds vaker sprake van toenemende weersextremen. Tegelijk stijgt de zeespiegel gestaag en is er een steeds grilliger waterafvoer in rivieren en beken. Bodemdaling in combinatie met lage waterstanden beschadigt funderingen van gebouwen en infrastructuur. Langdurige droogte in combinatie met hogere temperaturen (hitte) beïnvloedt het bestaan van mensen. De bevolking groeit en de ruimtevraag voor wonen en economie neemt toe. Er zijn keuzes nodig in de ruimtelijke inrichting van Nederland. De rijksoverheid wil dat hierin de bodem en waterhuishouding nog meer sturend zijn. Op 25 november 2022 stuurde het kabinet de Tweede Kamer een uitgebreide brief over Water en Bodem sturend. In de brief van 25 november zijn 33 structurerende keuzes opgenomen. Gezamenlijk vormen ze de kern van het beleid. De 33 keuzes zijn in de brief onderverdeeld naar thema (water en bodem, bebouwd gebied) en zijn – rekening houdend met het type bodem - uitgewerkt in gebieden: laagveengebied, kustgebieden, hoge zandgronden. Bij deze uitwerking is aangegeven: urgentie, inzet, te nemen maatregelen, consequenties en – zoveel als mogelijk – een tijdsaanduiding. Om dit verder te brengen is het document ‘Water en bodem sturend, Landelijke Strategie en Interbestuurlijke uitvoeringagenda 2023-2024’ opgesteld.

Deze strategie en uitvoeringsagenda zal verder verankerd gaan worden via provinciale verordeningen, regels van waterschappen, gemeentelijke bestemmings- en omgevingsplannen en ook zal aanpassing van de watertoets plaatsvinden. Betekenis voor het plan Voor de ontwikkeling van het afvalscheidingsstation en de bedrijfskavel hier ten zuiden (en de verdere uitbreiding van het bedrijventerrein) van is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Het doel van het waterhuishoudingsplan is om de principes bodem en water goed in de planvorming op te nemen en in het bestemmingsplan vast te leggen. Dit betekent onder meer dat de transitie van graslandgebied naar bedrijvenpark geen nadelige gevolgen mag hebben voor de algehele waterhuishouding in dit nieuwe gebied en omgeving. Daarnaast dient het watersysteem robuust te zijn en een goede waterkwaliteit te bezitten (althans geen verslechtering ten opzichte van de huidige situatie). Op basis van de sturende principes van bodem en water, zijn in het waterhuishoudkundig plan voor de gebiedsontwikkeling de volgende ontwerpprincipes gehanteerd: • Geen afwenteling op de omgeving: het watersysteem mag binnen het bemalingsgebied Breukelerwaard niet verslechteren.

• Binnen het plangebied is voldoende oppervlaktewater aanwezig om peilstijgingen binnen toelaatbare marges te laten plaatsvinden (garantie dat bij bepaalde neerslaggebeurtenissen weginfrastructuur en gebouwen niet onder water komen te staan). • Neerslagwater wordt zoveel als mogelijk geborgen en vertraagd afgevoerd. • Het water bezit een goede waterkwaliteit en natuurlijke inrichting van watergangen. Zoveel als mogelijk benutten van regenwater en beperkte afhankelijkheid van wateraanvoer. • Versnippering door het introduceren van meerdere peilgebieden in Breukelerwaard dient te worden voorkomen (streven naar robuuste watersystemen met beperking van peilgebieden en kunstwerken). • Het watersysteem draagt bij aan het verminderen van hittestress. Groenblauwe structuren zijn verdampende oppervlakken en zorgen voor lagere temperaturen; ook op privaat terrein worden maatregelen getroffen die hittestress verminderen. Ook houdt het waterhuishoudkundig plan rekening met de ‘Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht’ en het Gemeentelijke Rioleringsplan en de gemeentelijke Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Daarmee wordt recht gedaan aan de landelijke strategie en zijn water en bodem sturend in de gebiedsontwikkeling. Het Waterhuishoudkundig plan is opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting.

In paragraaf 4.5 is nader ingegaan op de waterhuishoudkundige situatie en gevolgen voor het plan. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening / Ladder van duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is de Ladder van duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een optimale en zorgvuldige

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

15/51

benutting van de ruimte nagestreefd. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. Deze motiveringsplicht is in artikel 3.1.6, lid 2, Bro als volgt geformuleerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Betekenis voor het plan De voorgenomen ontwikkeling volgt uit het beleidsvoornemen van de gemeente om het bedrijventerrein uit te breiden met 9 tot 12 hectare en is hiervan de eerste stap (samen met het nieuwe afvalscheidingsstation). Het bestemmingsplan maakt een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk. Ook is de locatie gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. Zodoende is er een ladderonderbouwing opgesteld (Ladder voor duurzame verstedelijking uitbreiding De Corridor Breukelen, Sweco, 14 augustus 2023). De rapportage is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. In de ladderonderbouwing ingegaan op de behoefte aan de nieuwe functie en is gemotiveerd waarom de nieuwe functie niet binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden.

Er is voldoende behoefte In de onderbouwing is beoordeeld dat er een grote vraag is naar uitbreiding van bedrijfsruimte in de komende tien jaar. Uit de confrontatie van vraag en aanbod volgt dat er meer vraag is dan hard (plan)aanbod in het onderzoeksgebied in de komende tien jaar. De uitbreiding van de Corridor met de in dit bestemmingsplan opgenomen bedrijfskavel zorgt niet voor onaanvaardbare ruimtelijke effecten (leegstand) in het onderzoeksgebied, en voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Logische plek voor uitbreiding bedrijventerrein De behoefte in het onderzoeksgebied aan nieuwe bedrijventerreinen is groot. De toekomstige vraag is vele malen groter dan de beschikbare bedrijfskavels in de regio. Aanvullend daarop zijn al veel locaties aangewezen als plek voor woningbouw of bedrijventerrein. In de gemeente Stichtse Vecht zijn geen bedrijfskavels meer beschikbaar. Ook elders in het bestaande stedelijk gebied van de Stichtse Vecht zijn geen logische plekken om een bedrijfskavel met de milieucategorie 3.2 toe te voegen. Bedrijventerreinen met een dergelijke milieucategorie kunnen niet te dicht op woningen gerealiseerd worden. Binnen de regio is het de voorgestelde locatie direct aansluitend op het bestaande bedrijventerrein een logische plek om een nieuwe bedrijfskavel te ontwikkelen. De locatie is weliswaar buiten bestaand stedelijk gebied gelegen.

Maar de bereikbaarheid, gelegen nabij de A2 en nabij het NS-station, is optimaal voor bedrijfskavels. Daarnaast is hier voldoende (richt)afstand tot woningbouw en sluit de ontwikkeling direct aan op het bestaande bedrijventerrein, waardoor het gebruik maakt van de aanwezige infrastructuur en voorzieningen. Ook zal de bedrijfskavel in de toekomst grenzen aan het nieuwe centrale afvalscheidingsstation van de gemeente. Er is sprake van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en duurzaam ruimtegebruik. De nieuwe locatie wordt landschappelijk ingepast en er wordt nieuwe ruimtelijke kwaliteit aan het gebied toegevoegd. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening Omdat het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage is gegaan voor 1 januari 2024, valt het bestemmingsplan onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Zodoende is hieronder het plan getoetst aan de Interim Omgevingsverordening van 10 maart 2024

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

16/51

zoals deze gold op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gegaan in december 2024. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie zich wil voorbereiden op de toekomst en gaat over de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn de kwaliteiten beschreven en is ingegaan op de ontwikkelingen en ruimte vragen in de provincie, zoals bijvoorbeeld de bevolkingsgroei en het opwekken van duurzame energie. De Omgevingsvisie vervangt de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, het Bodem, water en Milieuplan en het Mobiliteitsplan. In de Interim Omgevingsverordening (hierna: Interim OV) staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. De Interim OV vervangt bestaande verordeningen zoals de provinciale ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur- en landschapsverordening en de wegenverordening. De Omgevingsvisie is uitgewerkt in zeven thema’s, te weten: • Stad en land gezond • Klimaatbestendig en waterrobuust • Toekomstbestendige natuur en landbouw • Duurzame energie • Vitale steden en dorpen • Duurzaam gezond en veilig bereikbaar • Levend landschap, erfgoed en cultuur Alle thema’s staan niet op zichzelf, maar worden in samenhang bekeken. Door slim combineren en concentreren wil de provincie de ruimte optimaal gebruiken.

Voor het plan zijn de volgende onderwerpen uit het provinciaal beleid relevant: • Watersysteem (hoofdstuk 2 Interim OV); • Bereikbaarheid en mobiliteit (hoofdstuk 4 Interim OV); • Natuur (hoofdstuk 6 Interim OV); • Cultuurhistorie en landschap (hoofdstuk 7 Interim OV); • Wonen, werken en recreëren (hoofdstuk 9 Interim OV). Wat dit betekent voor het onderhavige bestemmingsplan is beschreven in de paragrafen 3.3.1.1 tot en met 3.3.1.5. 3.3.1.1 Watersysteem (hoofdstuk 2 Interim OV) In het plangebied lopen enkele perceelsloten. Het plangebied ligt niet nabij een regionale waterkering of vrijwaringszone hiervan. De waterkering langs het Amsterdam-Rijnkanaal is niet opgenomen in de Interim OV. Het plangebied ligt in gebied dat in de Interim OV is aangewezen als overstroombaar gebied (art. 2.10 Interim OV). Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen overstroombaar gebied bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Betekenis voor het plan Waterveiligheid en het beperken van gevolgen bij overstromingen is een thema van de voorgenomen ontwikkeling.

In het voor het plan opgestelde waterhuishoudkundig plan en in de water paragraaf in 4.5.2.3 is nader ingegaan op het aspect veiligheid, waaronder ook de risico’s van overstroming en de omgang hiermee in het plan. Voor die delen van het plangebied waar de vrijwaringszone met het plangebied overlapt, heeft het bestemmingsplan bestemmingen en regels opgenomen die de waterkerende functie beschermen.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

17/51

3.3.1.2 Bereikbaarheid en mobiliteit (hoofdstuk 4 Interim OV); In hoofdstuk 4 van de Interim OV zijn regels gesteld ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en mobiliteit voor de specifiek aangewezen provinciale wegen. Wanneer het in het bestemmingsplan opgenomen programma kan leiden tot een mogelijke verslechtering van de bereikbaarheid of toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, dient een mobiliteitstoets uitgevoerd (in de Interim OV is dit opgenomen als Bijlage 13 Mobiliteitstoets Cultuurhistorie). Binnen deze mobiliteitstoets worden mogelijke oplossingen voor de geconstateerde knelpunten uitgewerkt, waarbij ook realisatie en financiering van deze maatregelen aan bod komen. Betekenis voor het plan De nieuwe bedrijfskavel wordt aangesloten op De Corridor. Het bedrijventerrein sluit weer aan op de rotonde waar ook de op- en afrit van de A2 en de Amerlandseweg op aansluit. De bereikbaarheid van het bedrijventerrein staat in de bestaande situatie onder druk en in de spitsperioden is de verkeersdrukte hoog. Zodoende is voor het bestemmingsplan verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.7 is nader ingegaan op dit onderzoek. Uit het onderzoek volgt dat door de voorgenomen ontwikkeling het aantal knelpunten niet wijzigt, er is in de autonome situatie al sprake van knelpunten op de omliggende wegen.

Naar de toekomst toe is een structurele oplossing nodig vanwege de knelpunten op de aansluiting A2 in de autonome situatie. De impact van de ontwikkeling van de bedrijfskavel is hier zeer beperkt op. Het oplossen van de aanwezige knelpunten vraagt om een gezamenlijke aanpak door het Rijk, de provincie en de gemeente en dit wordt de komende tijd met de nodige urgentie aangepakt. De eerste maatregelen zijn al in uitvoering danwel gerealiseerd. De westelijke rotonde wordt een turborotonde en de afrit A2 vanuit Amsterdam krijgt extra buffercapaciteit. Deze maatregelen zijn verwerkt in het verkeersonderzoek. In de autonome situatie 2030 is het knelpunt op de westelijke rotonde opgelost als gevolg van deze maatregelen. In aanvulling daarop is, mede naar aanleiding van bestuurlijk overleg tussen gemeente Stichtse Vecht, de gedeputeerde van de provincie Utrecht en de initiatiefnemer van de ontwikkeling, de maximale bijdrage van het plan in de avondspits in de regels van het bestemmingsplan gemaximaliseerd, zodat de impact minder dan 1% bedraagt. Zodoende kan de voorgenomen ontwikkeling doorgang vinden, mede gelet op het feit dat de bijdrage aan de knelpunten niet significant is. 3.3.1.3 Natuur (hoofdstuk 6 Interim OV); Natuurnetwerk, Groene Contour en weidevogelkerngebieden Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland, Groene Contour of weidevogelkerngebied.

Er gelden geen regels vanuit de Interim OV op dit onderwerp voor het bestemmingsplan. Houtopstanden Het plangebied ligt in gebied dat is aangewezen ter bescherming van houtopstanden (hoofdstuk 6, artikelen 6.18 t/m 6.23). Het gaat om een uitwerking van de regels uit hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een oude bosgroeiplaats en er zijn ook geen waardevolle oude boskernen aanwezig. Ook zijn er geen bomen in het plangebied aanwezig. Er gelden geen regels vanuit de Interim OV op dit onderwerp voor het bestemmingsplan. 3.3.1.4 Cultuurhistorie en landschap (hoofdstuk 7 Interim OV); Cultuurhistorie In hoofdstuk 7, artikel 7.5 t/m 7.8 van de Interim OV zijn regels opgenomen ter bescherming en ontwikkeling van de waardevolle cultuurhistorie van de provincie. Het plangebied ligt niet binnen cultuurhistorisch waardevol gebied, zoals de ‘historische buitenplaatszone’ of ‘militair erfgoed’. Er gelden geen regels vanuit de Interim OV op dit onderwerp voor het bestemmingsplan. Landschap In artikel 7.9 van de Interim OV zijn regels ten aanzien van het landschap opgenomen. Het bestemmingsplan dient bestemmingen en regels te bevatten ter bescherming van de in het

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

18/51

plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in de het ‘Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. Ook mogen de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. Het plangebied ligt binnen het Landschap Groene Hart. Het Groene Hart heeft een zeer divers landschap met grote tegenstellingen. Kenmerkend zijn de rustige en weidse open weidegebieden, maar er zijn ook dynamische zones met economische dragers en transportassen. Vroeger waren dat vooral de rivieren en hun oevers, tegenwoordig zijn dat wegen, spoorlijnen en kanalen. De kernkwaliteiten zijn de openheid, het (veen)weidekarakter inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing en een landschappelijke diversiteit. Centraal in het provinciaal beleid staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en versterken. De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen: • openheid en intimiteit • rust en reuring • oude en nieuwe overgangen Betekenis voor het plan De kenmerkende openheid van het Groene Hart is in het plangebied niet meer in die hoedanigheid waarneembaar.

De oude kavel- en slotenpatronen zijn doorsneden door de aanleg van de A2 en de spoorlijn en later door de verbreding daarvan. De aanwezige infrastructuur domineert het gebied en sluit het ook af van de omgeving. Daar komt bij dat het niet is toegestaan om te bouwen onder de 150 kV hoogspanningsverbinding. Hierdoor is het ook niet mogelijk om het bestaande slotenpatroon te handhaven. Zodoende is er voor de inpassing van de nieuwe bedrijfskavel en het afvalscheidingsstation gekozen om aan te sluiten bij de verkavelingsopzet van het bedrijventerrein De Corridor. Om te komen tot een goede landschappelijke inpassing is een inpassingsstudie uitgevoerd (zie paragraaf 2.2.2).. Uitgangspunt van de landschapsvisie is het zichtbaar maken van de landschappelijke kwaliteiten die aanwezig zijn in het gebied en deze als basis te laten fungeren in de inrichting van het terrein. Voor het plangebied is dat een verkaveling die aansluit bij het kanaal. Bebouwing schikt zich naar het nieuwe raamwerk en er komen doorzichten die zorgen voor een open karakter. Ook zorgt het groenblauwe raamwerk voor voldoende waterbergingscapaciteit en biedt het ruimte voor natuurwaarden in het gebied. Er wordt voldaan aan de Interim OV op dit aspect. Het landschapsplan is aan de provincie Utrecht voorgelegd en is geaccordeerd.

In het bestemmingsplan is in artikel 3.5.2 een voorwaardelijke verplichting opgenomen tot het opstellen van een beplantingsplan dat voldoet aan de uitgangspunten uit de inpassingstudie 3.3.1.5 Wonen, werken en recreëren (hoofdstuk 9 Interim OV). In hoofdstuk 9 van de Interim OV is ingegaan op de regels voor verstedelijkingsfuncties en het landelijk gebied. Het plangebied ligt in het gebied dat is aangeduid als ‘landelijk gebied’. In het landelijk gebied mag volgens artikel 9.2 van de Interim OV een bestemmingsplan geen verstedelijking toestaan, tenzij in de verordening anders is bepaald”. Enkele van deze mogelijkheden hangen samen met de op het plangebied opgenomen aanduidingen ‘kernrandzone’ en ‘uitbreiding woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk’. Kernrandzone In de kernrandzone is nieuwe verstedelijking toegestaan (artikel 9.8 Interim OV), mits de verstedelijking gepaard gaat met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking. Ook moet de verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar zijn en in aansluiting op het stedelijk gebied of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en mogen omliggende functies niet onevenredig

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

19/51

worden geschaad. Tevens moet een tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit geborgd worden. Uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk Op grond van artikel 9.14 is uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk, mits is voldaan aan de gestelde voorwaarden. • de uitbreiding bedrijventerrein past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken of is opgenomen in de Bijlage 18 Wonen en werken; • de uitbreiding bedrijventerrein leidt niet tot extra bodemdaling; • de revitalisering, herstructurering en efficiënter gebruik van bestaande bedrijventerreinen zijn verzekerd; en • de uitbreiding bedrijventerreinen vindt plaats in aansluiting op een bestaand bedrijventerrein, of, wanneer dat niet mogelijk is, in aansluiting op het stedelijk gebied. Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing. Betekenis voor het plan De provincie Utrecht heeft op 4 juli 2023 het Provinciaal programma Wonen en Werken 2023 vastgesteld. In dit programma is ook de voorliggende ontwikkeling van de bedrijfskavel benoemd.

Er is aangegeven dat de uitplaatsing van de afvalscheidingsstations naar de nieuwe centrale locatie in Breukelen kan worden gerealiseerd onder het kernrandzonebeleid (onder de voorwaarden van o.a. art. 9.8 van de Interim OV). Ten aanzien van de nieuwe bedrijfskavel is de intentie uitgesproken dat deze kavel van circa 1 hectare netto in de derde cyclus (vanaf 2024) te programmeren is, onder voorwaarde dat er voldoende programmeringsruimte is en de mer beoordeling geen aanleiding geeft deze locatie niet te programmeren. De aandachtspunten zijn een goede landschappelijke inpassing en de verkeersafwikkeling. Hieronder zijn deze voorwaarden beoordeeld. Sinds dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, heeft de provincie Utrecht een nieuw Kader Provinciale Programmering Wonen en Werken 2024-2027 vastgesteld (april 2024). Hieronder is eerst ingegaan op de toets aan het Programma Wonen en Werken 2023 (PWW 2023). Ondanks dat het bestemmingsplan onder het overgangsrecht valt, is wel gekeken naar de toekomstige randvoorwaarden die volgen uit het Kader PPWW2024-2027. Daarna is verder ingegaan op de voorwaarden uit artikel 9.14 van de Interim OV, welke hierboven met bullits zijn vermeld.

Programmeringsruimte PWW 2023 Uitgifte en realisatie van de bedrijfskavel zal niet eerder plaatsvinden dan eind 2024 / begin 2025, aangezien eerst het bestemmingsplan nog moet worden vastgesteld. Er is een ladderonderbouwing opgesteld om na te gaan of er voldoende programmeringsruimte is (zie paragraaf 3.2.3). Daar blijkt uit dat de vraag ruimschoots het aanbod overstijgt en er voldoende kwantitatieve en kwalitatieve behoefte is voor de nieuwe bedrijfskavel. Kader Provinciale Programmering Wonen en Werken 2024-2027 Voor het Provinciaal Programma Wonen en Werken is in de provinciale Omgevingsvisie afgesproken dat Provinciale Staten aanvullende kaders kunnen meegeven aan Gedeputeerde Staten voor het provinciale programma. Sinds dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, heeft de provincie Utrecht dit ook gedaan middels het Kader Provinciale Programmering Wonen en Werken 2024-2027 (april 2024). Het Kader vormt de basis voor de toekomstige Programma’s Wonen en Werken. Ook de economische vitaliteit is van belang in de vorm van ruimte voor het lokale bedrijfsleven en lokaal ondernemerschap. Ook dit vraagt een maatwerkaanpak. Deels is hieraan tegemoetgekomen door de 1e wijziging van de Omgevingsverordening die in werking is getreden op 1 maart 2024.

De Omgevingsverordening biedt nu ruimte voor kleinschalige uitbreidingen (tot 1 hectare) bij bestaande bedrijventerreinen welke niet geprogrammeerd hoeven te worden in de cyclus van het PPWW. Deze mogelijkheid is geboden met artikel 9.16 van de Omgevingsverordening 2024.

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

20/51

De ontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt, betreft een kleinschalige uitbreiding van iets minder dan 1 hectare en sluit direct aan op het bestaande bedrijventerrein De Corridor. Daarmee sluit de ontwikkeling goed aan bij de beleidsambitie uit het nieuwe Kader Provinciale Programmering Wonen en Werken 2024-2027 om relatief eenvoudiger kleinschalige uitbreidingen van bestaande terreinen mogelijk te maken. Mer beoordeling of inspraak Er is een vormvrije mer beoordeling uitgevoerd voor het plan (zie paragraaf 4.12). Hieruit volgt dat voor alle beoordeelde aspecten kan worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Aandachtspunt verkeer Uit het verkeersonderzoek dat is uitgevoerd (zie paragraaf 4.7), blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet significant bijdraagt aan de al aanwezige knelpunten op de kruispunten en aansluiting A2. Zie verder de nadere onderbouwing onder paragraaf 3.3.1.2 en paragraaf 4.7.1. Aandachtspunt landschap Ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing is een inpassingsstudie opgesteld, zie paragraaf 2.2.2. Er is een robuust groenblauw raamwerk ontworpen, waardoor er sprake is van een gedegen landschappelijke inpassing. Zodoende wordt voldaan aan de voorwaarde voor programmeringsruimte en er wordt rekening gehouden met de aandachtspunten landschap en verkeer.

Daarmee wordt aan de eerste bullit van artikel 9.14 voldaan. Bodemdaling In de inpassingsstudie die is opgesteld voor de gebiedsontwikkeling, is ingegaan op bodemdaling. Ook is een waterhuishoudkundig plan opgesteld (zie par. 4.5 en bijlage 6). Er wordt ingezet op het langer vasthouden van water in het gebied en het voldoende ruimte te bieden voor opvang bij hevige regenbuien. Hemelwater krijgt zo ook de tijd om vervolgens ter plekke te infiltreren in de bodem. Dit draagt bij aan het tegengaan van verdere bodemdaling. Tot slot stelt gemeente eisen ten aanzien van restzetting van verhardingen in het openbaar gebied. In het kader van het bouw- en woonrijp maken van het openbaar gebied zal aangetoond moeten worden dat er geen wezenlijke daling zal optreden. Zodoende zal er geen sprake zijn van verdere bodemdaling. Er wordt ook aan dit punt van artikel 9.14 van de verordening voldaan. Herstructurering bestaande bedrijventerreinen en aansluiting bij bestaand bedrijventerrein Zoals uit de ladderonderbouwing blijkt is de vraag naar nieuwe bedrijfsruimte vele malen groter dan het aanbod. De uitbreiding leidt zodoende niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten (leegstand) in het onderzoeksgebied. De nieuwe bedrijfskavel grenst aan het bestaande bedrijventerrein de Corridor. Zodoende wordt ook aan deze punten van artikel 9.14 van de verordening voldaan.

Conclusie toets aan artikel 9.14 IOV Gelet op bovenstaande onderbouwing, wordt voldaan aan artikel 9.14 van de Interim omgevingsverordening. In de landschappelijke inpassingsstudie is op basis van bestaande kwaliteiten in zowel het plangebied als in de directe omgeving een nieuwe stedenbouwkundige of landschappelijke opzet geïntroduceerd. Door deze opzet wordt recht gedaan aan de ligging van het terrein in de Breukelerwaard en wordt gelijktijdig antwoord gegeven op de versnippering van dit poldergebied en de ontwikkelingen van het bestaande bedrijventerrein. Op basis van deze inpassingsstudie zijn in het voorliggende bestemmingsplan regels gesteld aan de bebouwing, waaronder maximaal bebouwingspercentage, bouwhoogte en positionering op het perceel. Voor de beeldkwaliteit wordt aangesloten bij de aanwezige welstandseisen voor het bedrijventerrein de Corridor. De Corridor is een modern bedrijventerrein op een zichtlocatie. De beeldkwaliteitswaarde is vooral gelegen in de ruime stedenbouwkundige en landschappelijke opzet en de representatieve, zorgvuldige architectuur van de bebouwing. Bij de beoordeling van het ontwerp van het gebouw op de kavel zal onder meer aandacht worden geschonken

Bestemmingsplan Breukelerwaard fase 3 – kavel 1 Breukelen, Vastgesteld

21/51

aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. Dit wordt bij de vergunningverlening getoetst. Ook is gekeken naar het nieuwe provinciale beleid uit het Kader Provinciale Programmering Wonen en Werken 2024-2027. Het plan sluit goed aan bij de geboden ruimte voor kleinschalige uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen uit dit nieuwe kader van de provincie.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Stichtse Vecht De gemeente heeft in de Omgevingsvisie Stichtse Vecht ‘Het beste van twee werelden’ beschreven wat de gewenste situatie voor de fysieke leefomgeving is. Dat is niet in detail gedaan, maar op hoofdlijnen. In de omgevingsvisie staan de doelen voor het beschermen en het gebruik van de fysieke leefomgeving tegen de achtergrond van de bestaande situatie en actuele trends en ontwikkelingen. In de Omgevingsvisie zijn drie overkoepelende opgaven geformuleerd: • Aantrekkelijke, bereikbare en gezonde leefomgeving voor wonen, werken en recreëren • Versterken van de kwaliteit van cultuurhistorie, archeologie, landschap en natuur • Inspelen op klimaatverandering en ruimte maken voor de energietransitie Uit het proces met de samenleving en de betrokkenen van de gemeente is een behoorlijke lijst met actuele onderwerpen naar voren gekomen waar de Omgevingsvisie op in zou moeten gaan. Hieruit zijn de volgende thema’s en opgaven gedestilleerd: • Gezondheid voor iedereen • Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven (wonen en werken) • Goede bereikbaarheid in een steeds vollere regio • Prettig leven in de kernen • Ruimte voor recreatie • Toekomstbestendig vitaal platteland • Werken aan klimaatverandering Het plangebied ligt binnen het gebied dat is aangewezen als “Kernen” in de zone de “Snelle Vecht”. De snelle Vecht wordt gekenmerkt door dynamiek.

Stichtse Vecht grenst aan de grote Nederlandse steden Utrecht en Amsterdam. Er is een corridor ontstaan die qua omvang in Nederland zijn evenknie niet kent. De infrastructuur belichaamt de strategische ligging als as tussen Utrecht en Amsterdam: de autosnelweg A2 kent 10 rijstroken, de spoorlijn Utrecht-Amsterdam 4 sporen en het Amsterdam-Rijnkanaal is ter plekke 120 meter breed. Ook is er een netwerk van hoogspanningsleidingen en onder de grond ligt de WRK waterleiding (Waterleiding Rijn - Kennemerland). Deze vormt samen met o.a. de Bethunepolder de belangrijkste slagaders voor de drinkwatervoorziening in Noord-Holland. Het A2-traject tussen Amsterdam en Eindhoven werd in 2018 door ING uitgeroepen als economische slagader van Nederland Het stationsgebied Breukelen met de omliggende bedrijventerreinen maakt onderdeel uit deze snelle Vecht. Breukelen ligt precies halverwege het traject tussen Amsterdam en Utrecht en vormt dan ook een essentiële knoop in het (Utrechtse) OV-netwerk. De snelle Vecht is een modern landschap dat volop in ontwikkeling is. Betekenis voor het plan In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om het bedrijventerrein Breukelerwaard toekomstbestendig te ontwikkelen en uit te breiden met 9 tot 12 hectare bedrijventerrein aan de noordzijde. Met de locatiekeuze van het afvalscheidingsstation is rekening gehouden met deze ambitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2877/documents/61269