Bijlage 1.TOELICHTING Maarsseveense Plassen 2e herziening.24032023.pdf
Tekst van het document
plangebied is het recreatiegebied niet zichtbaar. Het is van groot belang deze groenzone te beschermen zodat het recreatiegebied op natuurlijke wijze onderdeel uitmaakt van het landschap en de onderbreking van het langgerekte verkavelingspatroon zo min mogelijk opvalt. Tevens bepaalt de groenzone de aantrekkelijkheid van het recreatiegebied. Voor nieuwbouw in het recreatiegebied is eind 2000 door het recreatieschap Stichtse Groenlanden een apart beeldkwaliteitsplan gemaakt. Er wordt in 2017 een nieuwe ruimtelijke visie en beeldkwaliteitsplan gemaakt voor het gebied waarin aandacht wordt besteed aan de kernkwaliteiten van het gebied en de wijze waarop gebouwen het beste kunnen worden geplaatst. Deelgebied II De Kleine Plas en omstreken De Tuinbouwweg ontleent haar karakter vooral aan de nog aanwezige glastuinbouw. Naast glastuinbouw bevinden zich hier ook volkstuinen, woningen en andere bedrijfsactiviteiten, waaronder detailhandel. De woningen staan in een bebouwingslint. De tuin rond de hoofdbebouwing geeft de weg een groen karakter. De bebouwing ademt een agrarische sfeer uit en is over het algemeen van recente datum (eind jaren ‘60 en recenter). Halverwege de Tuinbouwweg vinden we nog een aantal trekgaten, die een duidelijk beeld geven van hoe het gebied er vóór de ruilverkaveling uit heeft gezien.
Aan het einde van de Tuinbouwweg vinden we nog een aantal open graslanden tussen de glastuinbouw. Deze open stukken land en de trekgaten geven het gebied een duidelijke meerwaarde. Door de aanleg van de Zuilense Ring is het deelgebied geïsoleerd komen te liggen. De toegang van de voor autoverkeer doodlopende Tuinbouwweg bestaat uit een smalle brug. De weg is over het algemeen smal. Aan het einde van de Tuinbouwweg is een brug die doorgang geeft aan het langzaam verkeer richting Grote Plas en de rest van het landelijk gebied. Op de brug heeft men een prachtig uitzicht over de Kleine Plas die verder verscholen ligt achter een fraaie groenzone. De Kleine Plas ligt geïsoleerd en is nauwelijks waar te nemen vanaf de openbare weg. De plas en de groene zone eromheen worden gebruikt als wandelgebied en gebied voor vissers en ademt de sfeer uit van een bos of park. Af en toe is er een opening in de groenzone zodat er vrij uitzicht is op de nog aanwezige trekgaten en open weilanden tussen de Tuinbouwweg en de Kleine Plas. Deze doorkijkjes en het open zicht zijn belangrijk voor de beleving van het omringende landschap. Het deel de Kleine Plas grenst aan de percelen van de Herenweg laat op sommige plekken qua uitzicht te wensen over. Bedrijfsgebouwen en bedrijfsmatige opslag verstoren het landelijke beeld.
Deelgebied III Het Maarsseveense zoddengebied Dit gebied vormt een grotendeels ontoegankelijk natuurgebied, behoudens de Oude Dijk met de aangrenzende lintbebouwing. Het gebied ligt ietwat lager dan de dijk en lintbebouwing en loopt aan de andere zijde van de Oude Dijk door in het natuurgebied de Molenpolder. Het karakter wordt bepaald door de langgerekte trekgaten en legakkers met wilde begroeiing. De Oude Dijk maakt een flauwe bocht waardoor de weg een besloten karakter heeft. Van belang is het authentieke profiel van een strakke hoger gelegen dijk te midden van het lage natte land. Op de scheidslijn van deelgebied III en IV bevindt zich een landweg. Deze landweg (Nedereindsevaart) deed in vroegere tijd dienst als kerkepad vanaf Westbroek naar het dorpje Oud Zuilen. Alleen het gedeelte van het pad tussen de Westbroekse Binnenweg en Westbroek (door de Molenpolder) is bewaard gebleven. Ook in het gebied Maarssen Zuid ligt nog een deel van dit kerkepad. De bebouwing aan de Oude Dijk is grotendeels van recente datum. Door de verbreding van de Oude Dijk voor wegverkeer is de karakteristieke vaart, die we bijvoorbeeld nog wel in Tienhoven zien, verdwenen. De bebouwing langs de Oude Dijk is over het algemeen volumineus. Voorkomen moet worden dat de nog aanwezige zichtlijnen die lucht en ruimte geven in het bebouwingslint, verloren gaan.
Vervangende nieuwbouw dient dan ook zo veel mogelijk in de lengterichting te worden geprojecteerd en de bebouwing geclusterd. Tevens kan bij nieuwbouw worden getracht iets van de oorspronkelijke architectuur, materiaalgebruik en kleurstelling terug te brengen. De tuin rond de hoofdbebouwing geeft de weg een groen en open karakter. Dit dient behouden te blijven zodat tevens de doorzichten op het zoddengebied zichtbaar blijven. Het aanbrengen van hoge erfafscheidingen, zoals schuttingen en dichte hoge struiken/bomen is ongewenst aangezien hierdoor het open zicht op het landschap verloren gaat. Deelgebied IV De Kleine Kern Dit gebied kenmerkt zich door de onderbreking van de langgerekte kavels door de Maarsseveense Plassen. De kavels zijn kort en vanwege de ruilverkaveling die heeft plaatsgevonden, ook breder. Het
Pagina 41 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
gebied kenmerkt zich ook door de relatief hoge bebouwingsdichtheid die mede wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van de permanent bewoonde chaletparken die nu worden bestemd en getransformeerd naar woongebieden. Het is van belang om de nog aanwezige weilanden in stand te houden zodat het gebied “lucht” behoud en waar mogelijk te komen tot een stukje landschap en natuurontwikkeling. Het opnieuw aanleggen van “zodden” kan daarin een rol spelen. Voor de lintbebouwing geldt dat het van belang is doorzicht te behouden waar dat kan en de chaletparken waar mogelijk in te pakken met passend groen. Het hoeft geen betoog dat de bebouwing van de (voormalige) verblijfsrecreatieparken en zelfstandige recreatiewoningen laag en qua massa beperkt moeten blijven (1 bouwlaag met kap). Deelgebied V De polder Binnenweg Dit gebied is een open weidegebied met op dit moment nog een duidelijke agrarische functie. De bebouwingsdichtheid is hier laag. Zeker aan de noordzijde van de Westbroekse Binnenweg. Deze zijde geeft nog een weids uitzicht op het dorp Westbroek en de bossen van het Gooi. Dit weidse uitzicht dient bewaard te blijven. Gezien vanaf de Burg. Huydencoperweg wordt de horizon van de polder Binnenweg onderbroken door langgerekte glastuinbouw. De Burg. Huydencoperweg loopt tot aan het fort De Gagel. Het is gewenst de polder Binnenweg voor zover hij nog open is open te houden.
3.4
Functie-inventarisatie
3.4.1 Wonen en voormalige chaletparken Gezien de ligging en aantrekkelijkheid van het plangebied heeft het gebied qua woonfunctie in de loop der jaren aan belang gewonnen. De woonfunctie in het plangebied is met name langs de Oude Dijk en de Westbroekse Binnenweg geconcentreerd. Daarnaast zijn er woningen gelegen aan de Tuinbouwweg. Verder is er nog sprake van enige verspreidde bewoning op de legakkers in het natuurgebied de Molenpolder en de polder Maarsseveen. Ten aanzien van nieuwbouw van (recreatie)woningen geldt een nul-optie voor dit plangebied. Er is wel ruimte voor nieuwbouw als dat in het kader van functieverandering in relatie tot de provinciale “ruimte voor ruimte” regeling is. Bij leegstand van agrarische complexen waaronder kassen is het belangrijk te kijken naar een gewenste invulling. Het gebruik van deze complexen voor bedrijfsmatige (opslag)doeleinden is gezien de functie van het gebied (wonen, recreatie en natuur) ongewenst. Bij de functieverandering valt te denken aan woondoeleinden in relatie tot landschaps- en natuurontwikkeling. Voor het aantal woningen kan aansluiting worden gezocht bij de “ruimte voor ruimte” regeling die in dit bestemmingsplan is opgenomen. Ten aanzien van de stedenbouwkundige invulling en architectuur zal aansluiting moeten worden gevonden bij de cultuurhistorische en landschappelijke elementen van het veenweide- en zoddengebied.
Herstel van het landschap en natuurontwikkeling is een heel belangrijk uitgangspunt. Ten aanzien van de grootte van de woningen wordt aansluiting gezocht bij de Provinciaal Ruimtelijke Structuurvisie. Het algemene uitgangspunt voor de (voormalige) recreatiewoningen is 250 m 3 en voor de rest van de woningen 650 m3. In bijzondere maatwerkgevallen mag worden uitgegaan van 800 m 3. Voor hele grote woningen die de 800 m3 overstijgen, zoals voormalige boerderijen, geldt het bestaande als uitgangspunt. De afgelopen jaren is een duidelijke behoefte ontstaan naar andere vormen van wonen. Vooral een vorm waarbij invulling wordt gegeven aan het mantelzorgprincipe of generatiewooncomplexen (opa en oma met hun kinderen en kleinkinderen in een wooncluster). Voor mantelzorg is in dit bestemmingsplan een regeling opgenomen. Voor tiny houses (wonen op circa 25 m2) zien we mogelijkheden binnen de voormalige verblijfsrecreatieparken die worden getransformeerd naar woongebieden. Transformatie van verblijfsrecreatiepark naar woongebied De aan de Westbroekse Binnenweg gelegen verblijfsrecreatieve terreinen (chaletparken) worden al decennia voor woondoeleinden gebruikt. Het gaat om de parken Veenhoeve, De Molenpolder, Zwaluwpark, De Vierhoeve, De Berkenhof, Kleihoeve en De Wilemshof. Voor de woningen in deze parken zijn in 2008 al gedoogbeschikkingen afgegeven.
In het bestemmingsplan uit 2009 heeft dit onderwerp veel aandacht gekregen en de nodige overlegmomenten met provincie en rijk. Uiteindelijk was er overeenstemming bereikt om in dat bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid op te nemen Pagina 42 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
met daaraan verbonden voorwaarden om de bestaande situatie te legaliseren. De voorwaarden luiden als volgt: 1. de wijzigingsbevoegdheid alleen mag worden toegepast op gronden waarvoor niet de dubbelbestemming 'Waarde-natuur' geldt en die gelegen zijn binnen het Natuur Netwerk Nederland; 2. geen nadelige gevolgen optreden voor de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan; 3. sprake dient te zijn van een verbetering in ruimtelijk opzicht, blijkens een door Burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; 4. de minimale grondoppervlakte van een perceel 150 m² bedraagt; 5. parkeren voor bewoners en bezoekers op eigen terrein geschiedt, waarbij uitgegaan wordt van ten minste 1,6 parkeerplaats per woning; 6. de gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing op een perceel niet meer bedraagt dan 50%, waarbij tevens geen uitbreiding van de gezamenlijke bestaande oppervlakte en bouwmassa van de bebouwing mag plaatsvinden; 7. de goothoogte en hoogte van een hoofdgebouw niet meer dan respectievelijk 3 m en 5 m bedraagt; 8. de goothoogte en hoogte van erfbebouwing niet meer dan respectievelijk 2,5 m en 4 m bedraagt; 9. de maximale oppervlakte van erfbebouwing 10 m² bedraagt; 10.
voldaan wordt aan de Woningwet waarbij de woningen voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor bestaande bouw en in geval van gehele nieuwbouw voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit voor nieuwbouw; 11. bebouwing achter (het verlengde van) de bebouwing langs de Westbroekse Binnenweg gebouwd dient te worden; 12. wijziging van de bestemming milieuhygiënisch en vanuit brandveiligheid verantwoord is; 13. op de terreinen 5% openbaar groen/water, inclusief speelvoorzieningen, aanwezig zijn; 14. de wijzigingsbevoegdheid alleen wordt toegepast indien er overwegend sprake is van overgangsrechtelijke permanente bewoning; 15. de wijzigingsbevoegdheid alleen wordt toegepast als het gehele park aan de eisen voldoet. Deze voorwaarden zoals die opgenomen waren in het voorgaande plan zijn in voorliggend plan ook weer opgenomen. De wijzigingsbevoegdheid blijft hierin gelijk. Hierbij blijft wel de afspraak tussen de gemeente en de provincie gelden dat de termijn waarbinnen de bestemming van de parken omgezet zou worden van recreatie tot wonen 10 jaar bedraagt, gelijk aan de looptijd van het vorige bestemmingsplan. Het is onredelijk gezien de eerder dan geplande herzieningen van het bestemmingsplan nu een veel kortere termijn aan te houden.
Daarom is de wijzigingsbevoegdheid ook in dit bestemmingsplan opgenomen met daaraan gekoppeld een maximale houdbaarheidsdatum, namelijk tot 28 december 2020. Er is in de wijzigingsbevoegdheid ook een extra voorwaarde opgenomen t.a.v. stikstofdepositie in het kader van de Wet natuurbescherming. De provincie heeft alleen voor deze specifieke situatie binnen de gemeente een uitzondering gemaakt van de regels in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Voor overige in de gemeente gelegen permanent bewoonde recreatiewoningen is omzetting naar een reguliere woonbestemming ingevolge de PRV niet mogelijk. Als er sprake is van langdurig ononderbroken permanente bewoning bieden de PRS en PRV oplossingen binnen een gebiedsgerichte aanpak waarbij zowel recreatie, landschap en ruimte worden meegenomen om tot een kwaliteitsverbetering te komen. Recreatiewoning die gelegen zijn binnen het Natuur Netwerk Nederland komen niet in aanmerking voor wijziging naar een woonbestemming. Dit is ook expliciet opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid. Ook de Nee-Tenzij-Regels van de provincie worden niet toegepast voor het legaliseren van permanente bewoning van recreatiewoningen binnen de NNN.
In de afspraken met de gemeente aangaande permanente bewoning van recreatiewoningen zijn de recreatiewoning die liggen binnen een kwetsbaar gebied zoals de NNN, altijd uitgesloten van legalisering en was een persoonsgebonden gedoogbeschikking het hoogst haalbare
Pagina 43 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Alle 7 parken Veenhoeve, De Molenpolder, De Vierhoeve, De Berkenhof , Zwaluwpark, Willemshof en Kleihoeve zijn in de tussentijd middels de wijzigingsbevoegdheid herbestemd tot wonen. In het bestemmingsplan van 2018 is voor deze parken de bestemming ‘Woongebied’ opgenomen. De indeling van de parken met het opnemen van bovenstaande voorwaarden is dermate specifiek dat de reguliere woonbestemming niet toereikend is. De regels voor de nieuwe woonbestemming is gebaseerd op bovenstaande voorwaarden waarover duidelijke afspraken zijn gemaakt met de provincie. Verder is gewerkt aan een speciaal beeldkwaliteitsplan voor de chaletparken dat gebruikt kan worden als richtlijn voor nieuwbouw. Tot slot is het belangrijk te vermelden dat deze werkwijze een zeer positieve uitwerking heeft gehad als het gaat om de kwaliteit op de verschillende parken. Door de legalisering van de permanente bewoning in combinatie met de inrichtingsvoorwaarden in de wijzigingsbevoegdheid is de ruimtelijke kwaliteit op de parken verbeterd. De bewoners hebben nu de mogelijkheid en behoefte om te investeren in hun woongebied. 3.4.2 Werken Agrarische sector Het plangebied is aangewezen als landbouwovergangsgebied dat grenst aan het stedelijk gebied. Dit gebied vormt een aantrekkelijk uitloopgebied voor de bewoners van de aangrenzende steden. Binnen het plangebied bevinden zich verspreid enkele agrarische bedrijven.
In de polder Binnenweg en langs de Tuinbouwweg is een aantal op dit moment nog rendabele agrarische bedrijven gevestigd. De toekomst van de agrarische sector blijft echter onzeker. Zeker als het gaat om de groente- en fruitteelt en de veehouderijen. In het bestemmingsplan zal rekening moeten worden gehouden met het op termijn verdwijnen van de productieve agrarische sector. Functieverandering kan hier een rol gaan spelen waarbij de functie van het plangebied voor wonen, recreatie en natuur in ogenschouw wordt genomen. Ten aanzien van de in standhouding van het cultuurlandschap is het overschakelen naar agrarisch landschapsbeheer in combinatie met nevenactiviteiten een goede optie. De nog aanwezige agrariërs kunnen de gunstige ligging ten opzichte van het stedelijk gebied en recreatieve functie gebruiken om groene diensten te verlenen. De nevenactiviteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden en functies van het plangebied. Het introduceren van bedrijfsmatige opslag of andere bedrijfsmatige activiteiten zijn dan ook niet mogelijk gemaakt.
Tot slot geldt dat de ligging van dit plangebied nabij het Natura2000 gebied waarbinnen zich stikstofgevoelige habitats bevinden uitbreiding van de agrarische activiteiten niet mag leiden tot een verhoging van de stikstofdepositie Andere bedrijven De bestaande bedrijfsactiviteiten in het plangebied zijn van lichte aard en over het algemeen kleinschalig, zoals aannemersbedrijfjes, (caravan)opslagbedrijven, hoveniersbedrijven (soms in combinatie met een kwekerij) en paardenpensions. Aan de Tuinbouwweg vinden we de meeste bedrijfsactiviteiten waaronder ook detailhandel. Gezien de ligging van de Tuinbouwweg t.o.v. het dorp Maarssen valt dit te verklaren. De aanwezige bedrijfsactiviteiten in het plangebied verhouden zich over het algemeen goed met de aanwezige woon- en recreatieve functie. Er komen voor zover bekend geen knelpunten voor. Neemt niet weg dat een toename van de bedrijfsactiviteiten voor dit gebied ongewenst zal zijn. De Tuinbouwweg vormt, gezien de slechte ontsluiting, het smalle wegprofiel en de geïsoleerde ligging een knelpunt voor de daar aanwezige bedrijfsactiviteiten (tuincentrum, detailhandel, caravanopslag). Uitbreiding van bedrijfsactiviteiten is dan ook niet gewenst. Als een (agrarisch)bedrijf stopt dan wordt in de eerste plaats aangestuurd op functiewijziging naar wonen en de ruimte-voor-ruimte-regeling.
Bedrijfsactiviteiten die onderdeel uitmaken van een nevenactiviteit bij een agrarische beheerfunctie moet dus goed getoetst worden op passendheid ten aanzien van verkeer en milieu. Verder komen kantooractiviteiten aan huis veelvuldig voor. Het telewerken en overige aan huis gebonden beroepen zullen in de toekomst toenemen. Tot slot geldt dat de ligging van dit plangebied nabij het Natura2000 gebied waarbinnen zich stikstofgevoelige habitats bevinden, ook voor bedrijven bij uitbreiding een verhoging van de stikstofdepositie niet is toegestaan.
Pagina 44 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
3.4.3 Recreatie en toerisme De Maarsseveense Plassen is een belangrijk recreatiegebied in de regio. Er is, zoals in hoofdstuk 2 beschreven, ook specifiek beleid voor het plangebied geformuleerd. In de huidige situatie bestaat het recreatieve aanbod onder andere uit: De Maarsseveense Plassen. De plassen worden gebruikt voor watergebonden recreatie, zoals zwemmen, zeilen, kanoën en vissen maar ook voor evenementen, en niet watergebonden activiteiten zoals fietsen en wandelen. Naast de direct met het water verbonden recreatieve activiteiten bevinden zich verschillende vormen van horeca die gebruik maken van de uitstraling van de plassen. Hieronder valt onder andere, algemene horeca maar ook Sauna en Welness en een evenementencentrum De Hollandse Waterlinie De Hollandse waterline ligt gedeeltelijk in het plangebied waaronder een fort. De Hollandse Waterlinie trekt ook toeristen aan. Die voor de verdedigingswerken komen maar ook voor de natuur van de gebieden die onderdeel uitmaken van de linie en die in de tijd een hoge landschappelijke waarde en daarmee ook recreatieve waarde hebben gekregen. Natuurgebieden De Molenpolder en polder Maarsseveen (Natura2000) Staatsbosbeer organiseert rondvaarten door het natuurgebied De Molenpolder. Verder liggen er nog een aantal recreatieverblijven in de natuurgebieden, o.a. Het Atol en Zon en Leven.
Recreatie is een belangrijk onderdeel van de bedrijvigheid en het grondgebruik van het bestemmingsplan. Het specifieke beleid voor recreatie is op verschillende plekken in deze toelichting benoemd. In hoofdstuk twee is het beleid van het recreatieschap ´ontwikkelingsplan´ en van de gemeente ´Water verbindt´ beschreven en in hoeverre dat opgenomen is in voorliggend bestemmingsplan. In paragraaf 3.4.5. is het beleid ten aanzien van evenementen toegelicht en milieutechnisch verantwoord. 3.4.4 Verkeer Het plangebied is goed ontsloten. De hoofdontsluitingswegen van het plangebied worden gevormd door: • De Zuilense Ring (N230) en Maarsseveense Poort; • De Maarsseveensevaart; • De Burg. Huydecoperweg. Haaks op de Maarsseveensevaart en Burg. Huydecoperweg liggen de Oudedijk die over gaat in de Westbroekse Binnenweg en de Herenweg die over gaat in de Gageldijk. Verder geeft de Maarsseveensevaart toegang tot de Tuinbouwweg. Openbaar vervoer Het gebied wordt met een buslijn tussen station Maarssen via de Maarsseveensevaart, de Herenweg en de Gageldijk (halte bij de hoofdtoegang van het recreatiegebied) naar Utrecht centraal door het OV bediend. Zomers rijdt er een bus vanaf Utrecht centraal naar de hoofdtoegang. Het zuidelijk deel van het plangebied waar de hoofdtoegang tot het recreatiegebied de Maarsseveense Plassen ligt wordt daardoor goed ontsloten.
Het noordelijk deel van het plangebied (Oude Dijk en Westbroekse Binnenweg) is niet per OV ontsloten. Autoverkeer De Maarsseveensevaart, aan de westzijde, fungeert als belangrijkste gebiedsontsluitingsweg voor het plangebied richting Maarssen-dorp en Tienhoven. Aan de oostzijde vormt de Burg. Huydecoperweg de verbinding tussen het dorp Westbroek en de stad Utrecht. Via deze weg is ook de autoweg Zuilense Ring bereikbaar welke aansluiting geeft op het autosnelwegennet (A2 en A27). Het recreatiegebied is goed ontsloten voor het autoverkeer met een directe aansluiting van de hoofdtoegang op de Zuilense Ring via de Maarsseveense Poort. Deze aansluiting biedt voldoende Pagina 45 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
capaciteit voor de ontsluiting van het recreatiegebied. De ontsluitingswegen Maarsseveensevaart en Maarsseveense Poort hebben voldoende restcapaciteit om ook in de toekomst als ontsluitingswegen te kunnen dienen. De Oudedijk en Westbroekse Binnenweg zijn polderdijken (ontginningsassen). Ten behoeve van ontsluiting van de bestaande functies van het bieden deze wegen in de toekomst voldoende capaciteit. De Tuinbouwweg heeft te maken met relatief veel verkeersdruk door vrachtverkeer en bezoekers van de aanwezige bedrijven (tuinders, groetenwinkel, tuincentrum, caravanstalling e.a.). In het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan is de Tuinbouwweg aangeduid als onderdeel van het hoofdfietsroutenetwerk. In dat kader is de Tuinbouwweg aangeduid als fietspad waar autoverkeer wordt gedoogd (te gast is). Het is daarom van belang dat de Tuinbouwweg als hoofdfietsroute gevrijwaard blijft van geparkeerde auto's en dat er geen functies bijkomen of uitgebreid worden die verkeer aantrekken. Langzaam verkeer In het plangebied is een aantal belangrijke (recreatieve)fietsroutes aanwezig die aansluiting geven op het regionale fietspadennetwerk. Dit netwerk verbindt het stedelijk gebied met het buitengebied. Binnen het plangebied liggen hoofdfietsroutes langs de Maarsseveensevaart, Tuinbouwweg en aansluitend daarop de Maarsseveense Poort.
In en aan de randen van het plangebied zijn recreatieve fietsroutes langs de Burg. Huydecoperweg en de Gageldijk. Verder zijn er fiets- en wandelpaden aanwezig rondom de Maarsseveense Plassen en via de Nedereindsevaart richting Tienhoven en Westbroek. In het GVVP zijn deze routes als zodanig aangeduid. Vanaf de Kleine Plas verbindt een fietsroute het plangebied met de polder Buitenweg en het dorp Oud Zuilen. Daarnaast is er een nieuwe wandelverbinding gekomen vanaf de Maarsseveensevaart richting Kleine Plas. Het wordt aanbevolen de langzaamverkeersverbinding tussen het recreatiegebied de Maarsseveense Plassen en het Gagelbos in de gemeente Utrecht te verbeteren. Beide gebieden maken onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie Verder is in 2005 het fort de Maarsseveen aan de Herenweg, middels een wandelpad op de kade aan de achterzijde van de kavels aan de Herenweg, met het recreatiegebied de Maarsseveense Plassen verbonden. Zo is een verbeterde wandelroute voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie ontstaan. Daarnaast is het vanuit recreatie en toerisme gewenst een Toeristische Opstap Plek (TOP) te realiseren bij de hoofdentree van de Maarsseveense Plassen. Hier kunnen recreanten hun auto parkeren en verdergaan op bijvoorbeeld de fiets of wandelen.
Parkeervoorzieningen Het beleid van de gemeente is er in eerste aanleg op gericht dat een ieder (particulieren en bedrijven) de parkeerbehoefte op eigen terrein moet oplossen en niet mag afwentelen op de openbare weg. Wat betreft het recreatiegebied de Maarsseveense Plassen is er sprake van twee parkeerterreinen. Het hoofdparkeerterrein is gelegen aan de Herenweg en biedt ruimte voor circa 2500 auto´s (incl. reserve parkeerterrein). Verder ligt er een parkeerterrein aan de noordelijke zijde van het recreatiegebied voor 350 auto's. Het recreatiegebied voldoet ruim aan de voorgeschreven parkeernorm. Alleen op zeer warme dagen (circa 5x per jaar) kan men te maken krijgen met een tekort. De parkeerbehoefte van het strandbad richt zich voornamelijk op de dag en dan voornamelijk in het zomerseizoen. Om overlast te minimaliseren zal de nodige aandacht gegeven moeten worden aan het voorkomen dat geparkeerd gaat worden in het gebied rondom de Maarsseveense Plassen (Herenweg, Gageldijk, Westbroekse Binnenweg, Oudedijk). Het deel van het recreatiegebied buiten het betaalde strandbad wordt op mooie zomerdagen ook heel intensief gebruikt. Bezoekers parkeren hun auto dan aan het eind van de Westbroekse Binnenweg vlak bij de entree naar het vrije deel van de recreatieplas. Maar ook bezoekers die gebruik willen maken van het fiets- en wandelnetwerk parkeren daar de auto.
Vandaar dat de behoefte aan de Toeristische Opstap Plek groot is. De Westbroekse Binnenweg kampt al jaren met problemen ten aanzien van parkeren. Deze problematiek is onder andere ontstaan door de aanwezige verblijfsrecreatie terreinen die permanent bewoond worden. Nu de terreinen transformeren van een verblijfsrecreatief terrein naar een woongebied moet ook voldaan worden aan de daarvoor geldende parkeernorm. Dat heeft als gevolg dat een aantal terreinen extra parkeervoorzieningen hebben aangelegd.
Pagina 46 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
In de zomermaanden ontstaan er parkeerproblemen door recreanten die vrij recreëren in het oostelijk deel. In het bestemmingsplan worden de bermen gerekend tot verkeersareaal waardoor het mogelijk wordt om eventueel parkeerhavens te realiseren ten behoeve van dit gebruik In zijn algemeenheid heeft de gemeente het besluit genomen om in ieder bestemmingsplan parkeernormen op te nemen. In de planregels zijn deze parkeernormen weergegeven. Algemeen uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen in beginsel op eigen terrein moeten zorgdragen voor parkeercapaciteit conform de parkeernormen. Voor nieuwe ontwikkelingen moet met behulp van een parkeerbalans worden aangetoond dat voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte. 3.4.5 Evenementen en incidentele festiviteiten Binnen het bestemmingsplangebied Maarsseveense Plassen worden evenementen en incidentele festiviteiten toegestaan. De meeste evenementen die binnen het plangebied plaatsvinden en inrichting gebonden zijn, zullen voldoen aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit. Voor evenementen die een hogere geluidsbelasting op de omgeving met zich mee brengen, moet een ontheffing voor geluid in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) worden aangevraagd Dat kan zijn voor een evenement of een incidentele festiviteit.
Het verschil tussen een evenement en een incidentele festiviteit ligt vooral in de aard en relatie met de bestemming. Er is bijvoorbeeld sprake van een incidentele festiviteit als een bestaande horecaondernemer een bandje met live muziek laat spelen en daarmee qua geluid boven de normen van het Activiteitenbesluit uit komt. Voor het gebied rond de Maarsseveense Plassen, aangeduid op de verbeelding met evenemententerrein geldt een speciale regeling. De regeling, waarvan de grondslag ligt in de APV, het Activiteitenbesluit en het uitvoeringsbeleid evenementen dat tot 2015 werd gebruikt voor het afgeven van evenementenvergunningen, houdt in dat er maximaal 12 dagen per jaar evenementen of incidentele festiviteiten mogen worden gehouden die meer geluid veroorzaken dan volgens het Activiteitenbesluit is toegestaan. Gezien de gevoelige ligging van het recreatiegebied is het recreatiegebied de Maarsseveense Plassen aangewezen als één inrichting waar in totaal maximaal 12 dagen per jaar mag worden afgeweken van de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit. Het maximale aantal dagen dat van de norm mag worden afgeweken is hiermee beperkt en strenger dan in andere situaties. Evenementenbeleid De gemeente Stichtse Vecht heeft apart beleid opgesteld met betrekking tot evenementen in de gemeente. Dit beleid is vastgelegd in het document “Uitvoeringsbeleid evenementen Stichtse Vecht 2017”.
Een deel van de regels van dit beleid is opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Jaarlijks wordt voor het totale grondgebied van de Stichtse Vecht een evenementenkalender opgesteld. De kalender vermeldt de (grote) evenementen die op de diverse evenementenlocaties plaatsvinden en waarvan mogelijk de toegestane geluidsproductie en de eindtijd bekend zijn. Ook voor het recreatiegebied Maarsseveense Plassen wordt hierin de aard van de evenementen, de aanwezigheid van (versterkt) geluid en het aantal te verwachten bezoekers vastgelegd. Aanvragen voor evenementenvergunningen voor het gebied Maarsseveense Plassen worden getoetst voor wat betreft geluidnormen, aantallen evenementen en categorisering. In artikel 1:8 van de APV van de Stichtse Vecht is bepaald dat de vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu Als een vergunning wordt aangevraagd voor het houden van een evenement binnen het recreatiegebied Maarsseveense Plassen, wordt door de gemeente getoetst of voldaan kan worden aan de eisen die de gemeente stelt. Vergunningsplichtige evenementen worden in het kader van openbare orde-, veiligheid-, gezondheids- en milieu aspecten ingedeeld in drie categorieën: Pagina 47 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
• Categorie A Evenement met laag risico, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en een geringe capaciteit van de hulpdiensten is vereist. Voor milieu is het uitgangspunt dat er wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit. Dit betekent dat deze categorie evenementen geen grotere impact op de omgeving heeft dan de reguliere normen toestaan. Dit betekent dat er vanuit milieu gezien geen verdere afweging (evenementenvergunning) noodzakelijk is voor deze categorie. • Categorie B Evenement met verhoogd risico, waarbij sprake is van een verhoogde impact op de omgeving en extra capaciteit van de hulpdiensten is vereist. Hierbij kan sprake zijn van een hogere geluidsbelasting (zie hieronder). • Categorie C Risicovol evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de omgeving en extra capaciteit van de hulpdiensten is vereist. Hierbij kan sprake zijn van een hogere geluidsbelasting (zie hieronder). Hogere geluidsbelasting bij evenementen Eén van de problemen bij evenementen is dat geluidshinder voor omwonenden vaak onvermijdelijk is. Geluidshinder is van meer zaken afhankelijk dan uitsluitend de hoogte van het geluidsniveau. Ook de herkenbaarheid van het geluid speelt daarbij een rol. Het geluidniveau tijdens de evenementen wordt door de gemeente Stichtse Vecht gemonitord en gehandhaafd middels geluidsmetingen op meetposities bij woningen rondom het recreatiegebied.
Hierbij is het uitgangspunt dat het een gemengd gebied betreft. Het gebied is een kernrandzone en vormt de overgang van stedelijk naar landelijk gebied. Het bevat een mix aan functies, zoals woningen, (agrarische) bedrijven, een recreatieterrein en natuur. De gemeente is vrij om het geluidsplafond voor evenementen vast te stellen. In het algemeen hanteren andere gemeenten een normstelling van 80 dB(A) bij woningen van derden. Voor het gebied rond de Maarsseveense Plassen hanteert de gemeente een strengere normering dan hierboven genoemd. Het aantal geluidproducerende evenementen is de laatste jaren afgenomen. In het verleden werd iedere hardloop- en volleybalwedstrijd begeleid met muziek (via de omroepinstallatie of een andere installatie). Tegenwoordig wordt dit niet meer gedaan. Versterkte muziek zal al snel niet meer passen binnen de reguliere normen die het Activiteitenbesluit stelt. Als bij een regulier (sport)evenement versterkte muziek wordt gedraaid dan is in de meeste gevallen een evenementenvergunning of melding incidentele festiviteit nodig. De wens van zowel het recreatieschap als de gemeente is om deze ‘reguliere’ activiteiten te houden zonder evenementenvergunning en dus passend binnen de reguliere normen van het Activiteitenbesluit.
Het normale gebruik van de omroepinstallatie (onder andere in het kader van de veiligheid) past binnen de reguliere bedrijfsvoering van het recreatieschap Midden-Nederland en de regels van het Activiteitenbesluit: • 50 dB(A) in de dag-, • 45 dB(A) in de avond- en • 40 dB(A) in de nachtperiode. Het volgende is hierbij relevant: • voor versterkt muziekgeluid geldt geen bedrijfsduurcorrectie. Dat wil zeggen dat het geluidniveau van bijvoorbeeld een uur muziek niet mag worden uitgemiddeld over een dag-, avond of nachtperiode. • Als versterkt muziekgeluid als zodanig hoorbaar/herkenbaar is bij woningen van derden geldt een “muziekstrafcorrectie” van 10 dB(A). Een klein muziekevenement (zanggroepje, jazztrio e.d.) is overigens prima mogelijk binnen de reguliere geluidsnormen bij de Maarsseveense plassen, omdat de afstand tot woningen van derden Pagina 48 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
groot is. Een grootschalig muziekevenement (zoals Ultrasonic) is echter niet mogelijk zonder gebruik te maken van de ontheffing via de APV. Voor grootschalige evenementen worden specifieke geluidsnormen in de evenementenvergunning opgenomen. Voor grootschalige evenementen (categorie B en C) bij de Maarsseveense plassen geldt een geluidsnorm van 70 dB(A) bij omliggende woningen van derden. Daarnaast wordt de eindtijd voor muziekgeluid bij deze evenementen begrenst op 23:00 uur. Geluidoverlast in de meest geluidsgevoelige nachtperiode (met mogelijke slaapverstoring) wordt hiermee voorkomen. Hiermee is de normstelling strenger dan bij andere evenementenlocaties binnen de gemeente en in omliggende gemeenten. Doordat grootschalige evenementen met een hoog muziekgeluid maar een paar keer per jaar worden toegestaan en de normstelling streng wordt gehandhaafd, wordt de milieubelasting (mogelijke geluidhinder) zo veel mogelijk ingeperkt. Een goed woon- en leefklimaat is hierdoor gewaarborgd. Jaarlijks worden bij grote evenementen in het recreatiegebied Maarsseveense plassen geluidmetingen verricht. Uit de meetrapportages blijkt dat de evenementen die de afgelopen 10 jaar hebben plaatsgevonden aan de gestelde geluidsnormen kunnen voldoen en mogelijk zijn binnen het plangebied Locatie van de podia Voor geluid is de locatie van de podia van belang.
Bij een groot evenement moeten de podia op het zuidwestelijk deel van het terrein worden geplaatst. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de richting van de podia, omdat anders bij woningen van derden te hoge geluidbelastingen kunnen plaatsvinden. In de vergunning van het evenement wordt dit specifiek geregeld.
Figuur: gedeelte van het recreatiestrand van de Maarsseveense plassen waar de evenementen podia kunnen worden geplaatst (als lichtgroen vlak aangegeven). Bezoekers van evenementen Het dance-event (Ultrasonic) is voor het recreatiegebied Maarsseveense Plassen het grootste evenement (maximaal aantal bezoekers 10.000 - 15.000, exact aantal 2017 8.000). De maximale bezoekersaantallen van evenementen worden beperkt door de aard en omvang van het terrein en de omgeving. De evenementen kunnen niet groter worden dan Ultrasonic, omdat de fysieke en milieu ruimte er niet is. Bovendien is het aantal grote evenementen (categorie C) in de regels beperkt tot drie waarvan maximaal één (1) dance-event mag zijn.
Pagina 49 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Natura 2000-gebied, hinder t.g.v. evenementen Maarsseveense Plassen en Gagelbos (zie bijlage 2) Vogels (maar ook andere (beschermde) dieren en planten) kunnen hinder ondervinden van de volgende activiteiten die gerelateerd zijn aan evenementen: • betreden van het evenemententerrein door bezoekers; • geluid van activiteiten en optredens; • verlichting van het evenemententerrein; • verkeer van en naar het evenemententerrein; • opbouw- en afbouwwerkzaamheden. De (reguliere) activiteiten aan het strand van de Maarsseveense plassen zijn vanaf het voorjaar zeer frequent en al gedurende jaren aanwezig. De bezoekersaantallen van het gebied zijn aanzienlijk (408.000 unieke bezoekers in 2012 o.b.v. onderzoek i.o.v. provincie Utrecht). Op basis daarvan valt te verwachten dat verstoringsgevoelige soorten geen nesten of andere vaste rust- of verblijfplaatsen in de directe nabijheid van de Maarsseveense plassen hebben gebouwd/gezocht. Deze soorten zullen eerder op grotere afstand van de Maarsseveense plassen in het natura 2000-gebied te verwachten zijn. Het is afhankelijk van onder meer de aard en omvang van het evenement of het nuttig is om ecologische begeleiding te vragen. Bij kleine evenementen is dit niet nodig, omdat een wezenlijke invloed op beschermde gebieden of soorten bij voorbaat kan worden uitgesloten.
Door het intensieve gebruik van het gebied is de mate van verstoring al hoog, en is de verwachting van beschermde soorten binnen het gebied nihil. Slechts bij evenementen waarbij een wezenlijke invloed (bijvoorbeeld door muziekgeluid en hoge bezoekersaantallen) te verwachten is die buiten de grenzen van het recreatiegebied strekt, is het nuttig om dit te vragen. Ook in het broedseizoen van vogels zou hier eerder om gevraagd kunnen worden dan buiten het broedseizoen. Nut en noodzaak van ecologische begeleiding zijn dus afhankelijk van de specifieke situatie. Gagelbos Het Gagelbos is gelegen op ruim 2 km afstand. Het enige aspect dat gezien deze afstand in beschouwing moet worden genomen is geluid. Echter op een dergelijke afstand zal dat geen wezenlijk effect hebben. Bijvoorbeeld (broedende) vogels horen muziekgeluid veel minder goed (vooral de lage tonen, die voor mensen juist tot ver hoorbaar zijn) en zullen op deze afstand niet verstoord worden. Voor effecten van muziekfestivals op broedende vogels zijn diverse onderzoeken gedaan en al op veel kleinere afstand dan 2 km kunnen significante effecten worden uitgesloten. Oostelijke Vechtplassen Waardenburg heeft ten behoeve van het bestemmingsplan Maarsseveense plassen van 2009 de Flora- en faunawet (Ffw) beoordeeld. Deze beoordeling is gedaan op basis van 11 vergunde evenementen in 2006 en de toenmalige beleidsnota.
Daarin wordt genoemd dat jaarlijks maximaal 12 evenementen mogen plaatsvinden met meer dan gangbare geluidsbelasting, waaronder drie grootschalige evenementen. Dat is hetzelfde als het huidige beleid, waarin 12 evenementen mogen plaatsvinden, inclusief maximaal drie grootschalige. Bureau Waardenburg heeft voor de onderbouwing van dit bestemmingsplan onderzocht of het onderzoek van 2007 nog geldig kan worden geacht en heeft dit onderzoek op een aantal punten aangevuld (Bureau Waardenburg, oplegnotitie ‘Effectbeoordeling evenementen Maarsseveense Plas’, d.d. 25 juni 2015). Het is hoogst onwaarschijnlijk dat door cumulatie van activiteiten bij de Maarsseveense plassen en activiteiten bij het Gagelbos een te hoge geluidsbelasting op de Oostelijke Vechtplassen zal plaatsvinden. De activiteiten bij de Maarsseveense plassen zijn maatgevend, de activiteiten bij het Gagelbos dragen vanwege de grote afstand hier niet aan bij. Cumulatie van hinder/structurele hinder Cumulatie van bronnen wordt toegepast op het moment dat bronnen tegelijkertijd in werking zijn. Bijvoorbeeld bij evenementen die gelijktijdig gehouden worden op geringe afstand van elkaar, waardoor het geluid van twee evenementen gelijktijdig kan worden waargenomen. Pagina 50 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Hiervan is geen sprake. Er wordt voorkomen dat grootschalige (house-)evenementen gelijktijdig plaatsvinden. Ten eerste vanwege concurrentie, maar daarnaast vanwege verkeersaspecten. Wat wel kan voorkomen is dat er grootschalige evenementen na elkaar worden gehouden. Het dichtstbijzijnde grootschalige evenement is het Soenda-festival, dat in de gemeente De Bilt (Westbroek/Groenekan) wordt gehouden. De invloed van het geluid van Soenda op de woningen bij de Maarsseveense Plassen is gering en valt over het algemeen weg in het omgevingsgeluid, maar afhankelijk van de meteorologische omstandigheden kan er enige hinder optreden . Bij het C-Fordt aan de Herenweg zijn ook evenementen mogelijk. Gezien het feit dat woningen van derden zeer dicht op het fort zijn gelegen, zijn geluidsbelastende activiteiten daar feitelijk niet mogelijk. Cumulatie of structurele effecten bij de Maarsseveense Plassen zijn hier niet aan de orde. Overzicht van gehouden evenementen 2017
Uit het overzicht van 2017 blijkt dat van de 12 dagen dat mag worden afgeweken van de geluidnorm er 10 dagen zijn gebruikt. De andere evenementen zijn zonder muziek en vallen onder de bedrijfsvoering van het recreatiegebied en de daarbij horende bestemming. De evenementen die vallen onder de categorie A zijn passend binnen de bestemming en bedrijfsvoering van het recreatiegebied. Qua geluidnorm moeten deze activiteiten voldoen aan de normen die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit: • 50 dB(A) in de dag-, • 45 dB(A) in de avond- en • 40 dB(A) in de nachtperiode. Conclusie Met het vaststellen van dit bestemmingsplan worden evenementen op een verantwoorde manier ingepast en is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Pagina 51 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
4. Milieutechnische haalbaarheid 4.1
Bedrijven en milieuzonering
Wettelijk Kader De aanwezigheid van bedrijven kan de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Bedrijven kunnen geur, stof, geluid en gevaar ten gevolg hebben. Voorkomen moet worden dat bedrijven hinder veroorzaken naar de omgeving, vooral indien het woongebieden of andere gevoelige bestemmingen betreft. Daarnaast moeten bedrijven zich kunnen ontwikkelen en eventueel uitbreiden. Om dit te bereiken is het van belang dat bedrijven en gevoelige bestemmingen ruimtelijk goed gesitueerd worden, zodat de bedrijven zo min mogelijk overlast opleveren en woongebieden de bedrijven zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsuitvoering. Ten behoeve van milieuzonering is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een bedrijvenlijst opgesteld, waarin bedrijven op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 5, met bijbehorende minimale richtafstanden tot woonfuncties. In de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in de volgende categorieën ingedeeld: Categorie 1 grootste afstand 10 meter; Categorie 2 grootste afstand 30 meter; Categorie 3 grootste afstanden 50 en 100 meter; Categorie 4 grootste afstanden 200 en 300 meter; Categorie 5 grootste afstanden 500, 700 en 1000 meter. De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en –indeling) en anderzijds de gevel van een woning. De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief gezien worden. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de invloed te beperken kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden. De uiteindelijke afstemming tussen de hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld in het kader van de Wet milieubeheer. Onderzoek Voor de in het plangebied aanwezige bedrijfsactiviteiten wordt gebruik gemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze lijst is gebaseerd op de uitgave VNG ‘Bedrijven en milieuzonering’. Aanwezige bedrijfsactiviteiten worden in voorliggend bestemmingsplan ingeschaald volgens deze staat. Om milieuhinder als gevolg van de bedrijfsactiviteiten al in het ruimtelijk spoor te voorkomen, worden grenzen gesteld aan de toelaatbaarheid van de bedrijfsactiviteiten.
Industriële inrichtingen Binnen het plangebied is een aantal industriële bedrijven gevestigd met diverse activiteiten en bijbehorende milieucategorieën. De inventarisatie heeft plaatsgevonden op basis van de bij de Omgevingsdienst bekende gegevens. Veel van de vermelde bedrijven voldoen niet aan de richtafstanden. Dit levert echter geen belemmerring op voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. Het betreft hier bestaande bedrijven die zijn ingepast in de omgeving. De bedrijven moeten voldoen aan de eisen die in het Activiteitenbesluit of hun milieuvergunning worden gesteld.
Pagina 52 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Binnen de voor de betreffende bedrijven geldende richtafstanden worden geen nieuwe woningen dan reeds aanwezig, mogelijk gemaakt waarmee wordt voorkomen dat de gevestigde bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering. In de wijzigingsbevoegdheid voor ruimte-voor-ruimte wordt als voorwaarden opgenomen dat de gebruiksmogelijkheden van gronden van derden niet onevenredig mag worden belemmerd. Agrarische inrichtingen Het betreft hier bestaande inrichtingen die zijn ingepast in de omgeving. Van de bovengenoemde bedrijven zijn de bedrijven aan de Westbroekse Binnenweg 96, Tuinbouwweg 31A en de Tuinbouwweg 3 nog volledig in werking als volwaardig bedrijf. Het vastgestelde wijzigingsplan voor Tuinbouwweg 7 heeft betrekking op realisatie van een woonbestemming. Deze woonbestemming (voorheen agrarisch) bevindt zich binnen richtafstanden van de op aangrenzende perceel toegestane agrarische functies. Omdat deze aanpassing al vastgesteld is en wordt in de 2e herziening geïntegreerd is er hier geen sprake van verandering van de bestemmingen of toevoeging van nieuwe bestemming. In de regels zijn veranderingen van bestemming mogelijk gemaakt: het wijziging van de bestemming Natuur in Recreatie – 4 en het wijzigen naar de bestemming Agrarisch in 'Wonen' en 'Tuin' met aanduiding 'voormalig (agrarisch) bedrijf'.
Als voorwaarde daarvoor is aangegeven dat het wijzigen van de bestemming niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. Door deze bepaling wordt gezorgd voor bescherming van milieugebruiksruimte van bedrijfsmatige activiteiten Binnen een zone van 2000 meter rondom het plangebied zijn uitsluitend veehouderijen gelegen met diercategorieën waarvoor vaste minimale afstanden zijn vastgelegd en deze bedrijven zijn op grote afstand van het plangebied gelegen. Het berekenen van de achtergrondbelasting binnen het plangebied met het computerprogramma V-Stacks Gebied is hierdoor niet mogelijk. Hierdoor is het woon- en verblijfklimaat als gevolg van geur afkomstig van veehouderijen als goed aan te merken. Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen. In die wet is op basis van geurgevoeligheid een onderscheid gemaakt in objecten gelegen binnen of buiten de bebouwde kom. In de bij de Wet behorende Regeling geurhinder en veehouderij zijn geuremissiefactoren vastgesteld voor vele diersoorten zoals varkens en legkippen. Vanuit het aantal dieren en de bijbehorende geuremmissiefactoren wordt de totale geuremissie van een veehouderij bepaald.
Door middel van een geurverspreidingsmodel wordt deze geurbelasting op een geurgevoelige object berekend. Deze geurbelasting mag afhankelijk van de ligging van het geurgevoelige object (binnen of buiten de bebouwde kom) de wettelijke norm niet overschrijden. Daarnaast gaat deze wet ook uit van vaste afstanden voor bijvoorbeeld rundvee en paarden (50 of 100 meter) tot een geurgevoelig object. In de Wet geurhinder en veehouderij heeft de gemeente tevens de mogelijkheid gekregen om een afwijking van de geurbelasting en van de vaste afstanden, binnen vastgestelde grenzen (bijvoorbeeld halvering van vaste afstanden), in een verordening te regelen, waarbij de gemeenteraad in elk geval de gewenste ruimtelijke inrichting van het gebied betrekt. Stichtse Vecht heeft een dergelijke geurverordening vastgesteld waarbij het voor bestaande agrarische bedrijven met vaste afstanden voor dieren, onder voorwaarden, mogelijk wordt om af te wijken van de gestelde afstanden uit de Wgv. Agrarische bedrijven zijn met betrekking tot geur grofweg te verdelen in twee categorieën. Inrichtingen die volledig vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer (zogenaamde type B-bedrijven) en inrichtingen welke moeten voldoen aan de Wgv (zogenaamde type C-bedrijven). De eisen uit de Wgv zijn als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit.
Alle agrarische bedrijven moeten dus aan dezelfde eisen voldoen. Omdat de Wgv wordt gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen op geur vanwege de veehouderij, heeft zij indirect consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die uitstraling van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt wel
Pagina 53 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
aangeduid met de term ‘omgekeerde werking’. De reden voor die uitstraling is duidelijk: een geurnorm beoogt mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder. Omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder, bijvoorbeeld door zich in de directe nabijheid van de veehouderij te vestigen. De ruimtelijke plannen waarvoor de omgekeerde werking moet worden beoordeeld, zijn met name bestemmingsplannen waarin locaties voor woningbouw, zoals een woonwijk of een ruimte voor ruimtewoning, of recreatie en toerisme worden vastgelegd. Samengevat betekent het voorgaande dat bij het beoordelen van plangebieden de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a. Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). b. Wordt overigens niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Binnen het plangebied ligt een drietal veehouderijen. In de tabel zijn de afstandseisen per individuele inrichting vermeld. Deze veehouderijen worden niet (verder) in hun bedrijfsvoering belemmerd door de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.2
Geluid
Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Voor dit plan is alleen het aspect wegverkeer van toepassing. Een weg binnen de bebouwde kom heeft een zonebreedte van 200 meter indien de weg 1 of 2 rijbanen bevat en een zonebreedte van 350 meter bij 3 rijbanen of meer. Een weg buiten de bebouwde kom heeft een zonebreedte van 250 meter indien de weg 1 of 2 rijbanen bevat, een zonebreedte van 400 meter indien de weg 3 of 4 rijbanen bevat en een zonebreedte van 600 meter bij 5 rijbanen of meer. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone.
Wegverkeer Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. Hierbij geldt een toetsing per afzonderlijke weg. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluidsreducerende maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidbelasting te verlagen tot de wettelijke voorkeurswaarde, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen moet worden aangehouden. Pas als blijkt dat, met het treffen van maatregelen, niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan, kan het college van Burgemeester en Wethouders onder voorwaarden een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde. Voor wegverkeer is de maximale ontheffingswaarde afhankelijk van de situatie. Als een geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd buiten de bebouwde kom of in de zone van een auto(snel)weg, geldt een lagere maximale ontheffingswaarde. Ook gelden voor de verschillende geluidsgevoelige bestemmingen andere maximale ontheffingswaarden. Voor het verlenen van hogere waarden geldt de gemeentelijke Beleidsregel hogere waarden.
Pagina 54 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Goede ruimtelijke ordening Volgens de Wgh hebben wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geen geluidszone en zij hoeven daardoor niet meegenomen te wordenin de toetsing. Toch kan de geluidsbelasting vanwege dergelijke wegen hoger zijn dan de voorkeurswaarde. Vanaf een intensiteit van 1.500 motorvoertuigen per etmaal bij asfaltverharding of 600 motorvoertuigen per etmaal bij klinkerbestrating, kan de voorkeurswaarde al worden overschreden. Daarom moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening de bijdrage van deze wegen worden onderzocht. Situatie plangebied Het plangebied ligt in de geluidzone van de Zuilense ring (100 km/h), de N404 (50 km/h), de Maarsseveensevaart (deels 50 en deels 60 km/h), de Herenweg (50 km/h), de Gageldijk (deels 50, deels 60 km/h) de Oude Dijk (50 km/h), de Westbroekse binnenweg (deels 50, deels 60 km/h) en de Huijdecoperweg (60 km/h). Aangezien het plangebied buiten de komgrens is gelegen bedraagt de maximale ontheffingswaarde 53 dB. Voor de bepaling van de komgrens is gebruik gemaakt van de komgrensgegevens van de Provincie Utrecht.
Ten aanzien van geluidgevoelige bestemmingen gelden de volgende veranderingen: • Voor het plangebied geldt ten aanzien van nieuwe (recreatieve)woningbouw een nuloptie; wel biedt het bestemmingsplan ruimte voor vervangende nieuwbouw en functieverandering in relatie met de provinciale ‘Ruimte voor Ruimte’ regeling; • Het bestemmingsplan biedt een overgangsregeling voor de permanent bewoonde recreatieverblijven. Voorwaarden voor de persoonsgebonden gedoogbeschikking zijn opgenomen; • Het bestemmingsplan biedt tevens een regeling (wijzigingsbevoegdheid) om op gefaseerde wijze de langdurig permanent bewoonde recreatieverblijven onder voorwaarden te legaliseren middels een woonbestemming. Railverkeer Het spoor met traject Amsterdam – Utrecht is een hoofdspoorweg en heeft een geluidszone van 900 meter. Het plan ligt buiten deze zone. Railverkeerslawaai speelt daarom geen rol voor onderhavig plan. Industrielawaai Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een geluidgezoneerd industrieterrein in het kader van de Wet geluidhinder. Industrielawaai is daarom niet relevant in het kader van dit plan. Gemeentelijk beleid Als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde).
De gemeente stelt hierbij de voorwaarden, zoals de aanwezigheid van geluidsluwe gevels, conform de Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder van 6 juli 2012 . Deze is te vinden op www.overheid.nl en op te vragen bij de gemeente of Omgevingsdienst. Aandachtsgebiedenkaart wegverkeerslawaai De Omgevingsdienst regio Utrecht heeft voor het gebied van de gehele gemeente aandachtsgebiedenkaarten voor wegverkeer, railverkeer, gezoneerde industrieterreinen en stiltegebieden opgesteld. Een aandachtsgebiedenkaart is bedoeld om op een eenvoudige wijze inzicht te geven in hoeverre het aspect geluid beperkingen oplevert voor ruimtelijke planontwikkelingen met nieuwe geluidsgevoelige objecten.
Pagina 55 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Figuur 1: Ligging plangebied in de aandachtsgebiedenkaart voor wegverkeerslawaai.
De gemeente heeft aandachtsgebiedenkaarten opgesteld die inzicht geven in hoeverre het aspect geluid vanwege weg- en railverkeer beperkingen oplevert voor ruimtelijke planontwikkelingen met nieuwe geluidsgevoelige objecten. De kaart in figuren 1 werkt met drie kleuren: • Rood: de geluidssituatie is dermate knellend dat de gemeente een initiatiefnemer adviseert om direct bij de start van planontwikkeling een geluidsdeskundige te betrekken en deze een actieve rol in de vorming tot de planopzet te geven. Dit omdat de situatie directe gevolgen heeft voor de planopzet en de haalbaarheid van het plan. • Geel: de geluidssituatie is zodanig dat de Wet geluidhinder en het gemeentelijk beleid voorwaarden stellen die van invloed zijn op de planopzet. Ook hier is een rol voor een geluidsdeskundige weggelegd om het plan tijdig te begeleiden. • Groen: de rol van een geluidsdeskundige zal naar verwachting beperkt zijn. Overigens geldt ook hier dat de Wgh en het gemeentelijk beleid van kracht zijn en vaak zal (beperkt) akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn. Provinciaal beleid(stiltegebieden) De Provincie Utrecht heeft op 4 februari 2013 de Provinciale milieuverordening 2013 (PMV 2013) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 mei 2013. Hierin zijn stiltegebieden opgenomen.
Daarnaast zijn de stiltegebieden in de Provinciale Ruimtelijke structuurvisie benoemd als provinciaal belang en op basis daarvan opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Dit heeft invloed op het gebruik van bevoegdheden binnen de Wet ruimtelijke ordening, Algemene plaatselijke verordening, Wegenverkeerswet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Activiteitenbesluit. Een stiltegebied is een milieubeschermingsgebied waarin de geluidsbelasting ten gevolge van menselijke activiteiten zodanig laag is, dat het ervaren van de natuurlijke geluiden in dat gebied of gedeelten daarvan niet of slechts in geringe mate wordt verstoord. Stiltegebieden worden door de provincie Utrecht aangewezen met als doel het beschermen van het geluidkarakter van een gebied en het waarborgen van stilte/rust voor de mens in de toekomst. De ruimtelijke bescherming van stiltegebieden vindt plaats via de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
Pagina 56 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
In beginsel komen gebieden met een meetbaar achtergrondgeluidsniveau tot 40 dB(A) LAeq,24h(4) in aanmerking voor aanwijzing als stiltegebied. In feitelijk stille gebieden dient een geluidsniveau van 40 dB(A) LAeq,24h of minder in principe gegarandeerd te kunnen worden; Om deze waarde te waarborgen gelden voor ontwikkelingen in of nabij stiltegebieden bijzondere regels: • Voor ontwikkelingen op 50 meter afstand van het stiltegebied geldt een richtwaarde van 35 dB(A) (etmaalgemiddelde) binnen de grenzen van het stiltegebied voor ontwikkelingen buiten het stiltegebied. • Voor ontwikkelingen binnen het stiltegebied een richtwaarde van 35 dB(A) (etmaalgemiddelde) op 50 meter afstand van de ontwikkeling zelf. Indien ontwikkelingen in of nabij het stiltegebied plaatsvinden, dient onderzocht te worden of er kan worden voldaan aan deze richtwaarde. De doorwerking van de richtwaarden in eerdergenoemde wettelijke kaders is opgenomen in artikel 25 en 26 van de PMV 2013. Nabij het plangebied is het de stiltegebied Westbroek e.o. gelegen. Deze is weergegeven in figuur 2. Op het recreatieterrein worden evenementen gehouden. Om dit goed te regelen is de evenementenregeling van toepassing op het recreatiegebied Maarseveense Plassen. Om de uitvoerbaarheid van deze evenementenregeling te controleren is deze getoetst aan de regels van het stilte gebied.