Bijlage 1.TOELICHTING Maarsseveense Plassen 2e herziening.24032023.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e Herziening
17 maart 2023 IDN NL.IMRO.1904. BPmrssvnplsHRZ2MRS-ON01
Pagina 2 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Planstatus:
ontwerp
Identificatiecode:
NL.IMRO.1904. BPmrssvnplsHRZ2MRS-ON01
Datum:
17 maart 2023
Kenmerk Plannen-makers:
PM19036
Opdrachtgever:
Mevr. S. Lutters, Gemeente Stichtse Vecht
Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL8634.45.639.B.01 KvK nummer: 84970502
Pagina 3 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Pagina 4 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Inhoudsopgave 1. Inleiding................................................................................................................ 6 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 6
1.2
Uitgangspunten van de 2e herziening (veegplan) ................................................................... 6
1.3
Uitgangspunten van het moederplan (zie ook onder paragraaf 2.5) ....................................... 8
1.4
Leeswijzer .............................................................................................................................. 12
2. Ruimtelijk beleidskader ...................................................................................... 13 2.1
Ligging van het plangebied .................................................................................................... 13
2.2
Geldende bestemmingsplannen ............................................................................................ 13
2.3
Beleid hogere overheden ...................................................................................................... 14
2.4
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 23
2.5
Beleidsuitgangspunten bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. ............................. 28
3. Inventarisatie en analyse ................................................................................... 32 3.1
Landschap ontstaansgeschiedenis ....................................................................................... 32
3.2
Cultuurhistorie, monumenten en archeologie ........................................................................ 36
Uitsnede archeologische verwachtingskaart ..................................................................................... 38 3.3
Beeldkwaliteit, de beleving en identiteit van het plangebied ................................................. 38
3.4
Functie-inventarisatie ............................................................................................................ 42
4. Milieutechnische haalbaarheid ........................................................................... 52 4.1
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 52
4.2
Geluid .................................................................................................................................... 54
4.3
Lucht ...................................................................................................................................... 58
4.4
Bodem ................................................................................................................................... 63
4.5
Externe veiligheid .................................................................................................................. 68
4.6
Ecologie ................................................................................................................................. 71
4.7
Waterhuishouding .................................................................................................................. 76
5. Juridisch opzet van het plan ............................................................................... 81 5.1
Inleiding ................................................................................................................................. 81
5.2
Opbouw regels....................................................................................................................... 81
5.3
De bestemmingen.................................................................................................................. 81
6. Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................... 94 6.1
Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg ........................................................................ 94
6.2
Verslag zienswijzen ............................................................................................................... 94
7. Economische uitvoerbaarheid ............................................................................ 95 8. Bijlagen .............................................................................................................. 96
Pagina 5 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Het bestemmingsplan Maarsseveense plassen is vastgesteld op 30 januari 2018. Het betrof een integrale herziening van het toen geldende bestemmingsplan Maarsseveense Plassen 2009. Gedurende de werking van het bestemmingsplan uit 2018 zijn een aantal onvolkomenheden ontdekt. Daarnaast heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 juli 2019 een uitspraak gedaan in de bodemprocedure. Tot slot zijn er aanleidingen vanuit nieuw beleid om de toelichting, planregels en verbeelding op punten aan te passen. Daarom is deze 2e herziening opgestart. We noemen dit ook wel een “veegplan”. De aanpassingen die middels deze 2e herziening worden doorgevoerd zijn in paragraaf 1.2 opgesomd. Het betreft een relatief beperkt aantal aanpassingen. Alleen deze aanpassingen staan open voor zienswijzen en beroep bij de Raad van State. De rest van de toelichting, regels en verbeelding zijn onveranderd gebleven. Daar waar sprake is van een aanpassing is deze geel gearceerd in de toelichting en regels. De aangepaste onderdelen van de verbeelding zijn expliciet opgenomen in deze toelichting. Het gebied Maarsseveense Plassen betreft een deel van het landelijke gebied van de gemeente Stichtse Vecht dat een belangrijke recreatieve functie heeft. Andere functies zijn onder andere wonen, agrarische productie en natuur.
Het gebied ligt binnen de stedelijke randzone van de stad Utrecht en maakt voor een deel onderdeel uit van het Noorderpark. Het gebied is deels gelegen binnen het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura2000), het grondwaterbeschermingsgebied, het 100 jaars aandachtsgebied voor grondwater en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De druk op de ruimte is hier erg hoog. Gelijk aan het voorgaande bestemmingsplan blijft de ontwikkelrichting gebaseerd op de volgende functies: 1. Wonen; 2. Recreatie; 3. Natuur; 4. Agrarisch productie en beheer (daar waar nog aanwezig). Door het dynamische karakter heeft het gebied vanuit planologisch oogpunt behoefte aan een duidelijk ruimtelijk beleid dat gewenste ontwikkelingen kan sturen en ongewenste ontwikkelingen kan tegengaan.
1.2
Uitgangspunten van de 2e herziening (veegplan)
De aanpassingen in de 2e herziening betreffen: 1. De verbeelding moet aangepast worden zodat de bestemmingen Tuin en Wonen beter aansluiten op de bestemmingen Water en Natuur. Dit om te voorkomen dat beschoeiingen niet vernieuwd kunnen worden omdat de bestaande beschoeiing binnen de verkeerde bestemming valt. In verband met het loslaten van het vast waterpeil door het waterschap is een exacte grensbepaling tussen de legakkers en het water van groot belang. 2. De bestaande bebouwing valt op sommige plekken niet netjes binnen het bouwvlak. Of de bestemmings- en bouwvlakken vallen over de kadastrale grens heen op het perceel van een andere eigenaar. Dit is een gevolg van een verschuiving in de ondergrond. In deze herziening is dat op de verbeelding gecorrigeerd. Het gaat om de volgende percelen Oude Dijk 13, 15, 17,19 , 26, 28, 32, 38, 46, 48, 50,52 en 54, Westbroekse Binnenweg 1, 7, 30b, 36, 36b, 38, 50, 52 en 72b, Tuinbouwweg 1, 1a, 7 en 11 en de recreatiewoningen van Het Atol. In bijlage 20 bij de toelichting zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen en daarop is zichtbaar hoe de verbeelding is aangepast.
Pagina 6 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
3. De kaart van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), beheert door de provincie, is medio 2018 gewijzigd. Deze wijziging heeft gevolgen voor de bestemming Natuur. Deze wijzigingen zijn op de verbeelding van het bestemmingsplan verwerkt. Deze kwestie is tevens aangekaart tijdens de hoorzitting van 14 mei 2019 bij de Raad van State. Het gaat om de percelen Westbroekse Binnenweg 15, 17 a, b, c, 21a en 23. In bijlage 20 bij de toelichting zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen en daarop is zichtbaar hoe de verbeelding is aangepast. 4. In de bestemmingen Tuin, Wonen en Woongebied wordt de regeling voor bijgebouwen op voor- en achtererf aangepast 5. Vastgestelde wijzigingsplannen voor Tuinbouwweg 7, Tuinbouwweg 19a en b, Westbroekse Binnenweg 56a (Zwaluwpark), Westbroekse Binnenweg 58 (Willemshof), Westbroekse Binnenweg 80a (Kleihoeve) worden verwerkt in de verbeelding en maken zo onderdeel uit van het bestemmingsplan. In bijlage 20 bij de toelichting zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen en daarop is zichtbaar hoe de verbeelding is aangepast. 6. Het juiste aantal woningen wordt opgenomen voor het bouwvlak van Oudedijk 2, 2c, 4 en 6. In bijlage 20 bij de toelichting zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen en daarop is zichtbaar hoe de verbeelding is aangepast. 7. De grensvlakken van de hoveniersbedrijven aan de Westbroekse Binnenweg 86 b en c klopten niet.
Dit wordt op de verbeelding hersteld. In bijlage 20 bij de toelichting zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen en daarop is zichtbaar hoe de verbeelding is aangepast. 8. De recreatiewoningen op de percelen Westbroekse Binnenweg 6, kadastraal perceel 1015 en kadastraal perceel 1020 zijn niet bestemd. Dit is hersteld. In bijlage 20 bij de toelichting zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen en daarop is zichtbaar hoe de verbeelding is aangepast. 9. Het aanduidingsvlak voor het nieuwe bijgebouw voor het perceel Westbroekse Binnenweg 23 wordt op de verbeelding verschoven en de maximale maat wordt in het vlak genoemd. De aanduidingsvlakken voor de bestaande bijgebouwen liggen niet precies op de plek waar de bestaande bebouwing staat. Dit wordt op de verbeelding aangepast. In bijlage 20 bij de toelichting zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen en daarop is zichtbaar hoe de verbeelding is aangepast. 10. Alle voormalige verblijfsrecreatieve parken hebben nu een bestemming woongebied gekregen. Aangezien de bebouwing niet aansluit bij de regels in de gelende welstandsnota is voor deze gebieden een speciaal beeldkwaliteitsplan gemaakt. Dit beeldkwaliteitsplan sluit aan bij deze bijzondere woonvorm. Het beeldkwaliteitsplan is in overleg met het bewonersplatform tot stand gekomen. Er zijn op de verschillende parken ook overlegbijeenkomsten geweest met de bewoners.
Het beeldkwaliteitsplan maakt onderdeel uit van de regels van dit bestemmingsplan. 11. Het gebruik van een gezamenlijk bouwvlak met daarin het aantal woningen genoemd is onduidelijk gebleken. Het aantal woningen op de voormalige verblijfsrecreatieve parken mag niet vergroot worden ten opzichte van de wijzigingsplannen. Elke woning en bijbehorend perceel krijgt nu binnen het veegplan zijn eigen bouwvlak in plaats van een gezamenlijk bouwvlak. Binnen dat bouwvlak mag 1 woning staan met de bijgebouwen, zoals schuurtjes. Deze bijgebouwen mogen niet gebruikt worden als een afzonderlijke woning. Nu is duidelijker welk perceel bij welke woning en bijgebouwen hoort. De regels zijn op dit punt ook aangepast.
Pagina 7 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
1.3
Uitgangspunten bij de 1e herziening (zie ook onder paragraaf 2.5)
Onderstaande uitgangspunten golden voor de opstelling van het moederplan dat op 30 januari 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad. Dit betreffen dus reeds vastgestelde uitgangspunten die niet veranderen. Overwegend consoliderend bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is overwegend een consoliderend bestemmingsplan. Het betreft hier een herziening van het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen en omgeving dat is vastgesteld op 18 mei 2009. In deze herziening is rekening gehouden met de nu feitelijk bestaande en vergunde situatie en de mogelijkheden die het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. van 2009 biedt. Ontwikkelingen waarvoor vanaf 2009 een planologische afwijkings- of wijzigingsprocedure is doorlopen zijn in het bestemmingsplan opgenomen. Nieuwe ontwikkelingen In dit bestemmingsplan is zeer terughoudend omgegaan met nieuwe ontwikkelingen. Grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen die geen aansluiting hebben met de uitgangspunten van het vorige bestemmingsplan of het huidige gemeentelijke beleid zijn niet opgenomen. Wel is de provinciale ruimte voor ruimte regeling binnen de regels opgenomen waarbij is aangesloten bij de regeling van het in 2013 vastgestelde bestemmingsplan Herenweg-Gageldijk e.o. Daarnaast is, in samenspraak met Staatsbosbeheer en de provincie, in het natuurgebied de Molenpolder een landgoed opgericht.
De woning en bijbehorende bebouwing is gelegen aan de Westbroekse binnenweg 23. Er is voor gekozen het totale landgoed binnen dit bestemmingsplan te leggen. Nieuw beleid (zie hoofdstuk 2) De volgende nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen zijn verwerkt in dit bestemmingsplan: de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie die in 2013 is vastgesteld door de provincie en in 2014 deels is herzien, het ontwikkelingsplan Recreatieschap Stichtse Groenlanden, de in september 2015 vastgestelde beleidsnota Recreatie en Toerisme Gemeente Stichtse Vecht, de Dorpsvisie TienhovenOud Maarsseveen-Maarsseveen-Molenpolder en Bethunepolder, het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan, de Retailvisie Stichtse Vecht. Verder is rekening gehouden met de meest actuele wettelijke voorschriften en jurisprudentie. Nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) (zie hoofdstuk 4) Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Een deel van het plangebied ligt binnen het NatuurNetwerkNederland (NNN). Daarnaast heeft het gebruik van het plangebied invloed op het NNN. Het gaat in dat geval over de neerslag van stikstof (stikstofdepositie ofwel de immissie) dat een negatieve invloed kan hebben op de natuurwaarden in het gebied die daar gevoelig voor zijn.
Om te garanderen dat de natuurwaarden niet in het geding komen door een toename van stikstofdepositie, is in de planregels opgenomen dat een toename van stikstofdepositie (immissie) in het Natura2000 gebied niet is toegestaan. Daarmee is geborgd dat er geen toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden kan optreden. Verder zijn de agrarische bestemmingen die niet langer agrarisch gebruikt worden omgezet naar een woonbestemming met de aanduiding “voormalige agrarisch bedrijf” en zijn bouwvlakken teruggebracht naar de omvang van de bestaande bebouwing. Alleen rendabele agrarische productiebedrijven hebben nog uitbreidingsruimte onder de voorwaarden dat de immissie niet mag toenemen. De immissieregel heeft niet alleen betrekking op agrarische bedrijven maar ook op andere bedrijfsactiviteiten die tot een toename kunnen leiden. Deregulering vanuit project “Goed geregeld!” De gemeente heeft als taak gesteld, mede gezien de nieuwe Omgevingswet die in de maak is, om alle regels tegen het licht te houden en te kijken of het makkelijker, flexibeler, eenduidiger of minder kan. Vooral dubbele regelgeving zorgt voor irritatie. Een bestemmingsplan kenmerkt zich door regels en Pagina 8 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
voorwaarden en daarom hebben we ook binnen dit bestemmingsplan met een kritisch oog naar de regels gekeken. 1. 2. 3. 4.
Regels beter leesbaar maken; Meer flexibiliteit en ruimte voor initiatieven; Oppassen met dubbele regelgeving; Oppassen met regels die niet aansluiten bij de regels van andere instanties of disciplines.
Meest recente methodiek Dit bestemmingsplan is qua methodiek (regels en bestemmen) in overeenstemming gebracht met de meest recent vastgestelde bestemmingsplannen in de gemeente en de meest recente versie van SVBP(2012) en IMRO (2012). Wat betreft de begrippen in de regels is, waar van toepassing, aangesloten bij de algemene bepaling in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Legalisering permanent bewoonde recreatieverblijven (zie hoofdstuk 3) Na een lang en intensief traject van onderzoek en overleg is in het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen 2009 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de verblijfsrecreatieve bestemming van de bungalowparken die al jaren permanent bewoond worden om te kunnen zetten naar een woonbestemming. Op deze wijze kan, als voldaan wordt aan de voorwaarden, het permanent bewonen van chalets worden gelegaliseerd. Inmiddels hebben een aantal parken deze wijzigingsprocedure met succes doorlopen of zijn er druk mee bezig. De bewoners van de parken zijn er altijd vanuit gegaan dat ze de totale looptijd van het vorige bestemmingsplan (10 jaar) tot hun beschikking hebben om tot een wijziging te kunnen komen. Het is onredelijk nu een veel kortere termijn aan te houden gezien de eerder dan geplande herziening.
Daarom is de wijzigingsbevoegdheid ook in dit bestemmingsplan opgenomen met daaraan gekoppeld een maximale houdbaarheidsdatum, namelijk tot 28 december 2020. Voor de recreatieparken die gebruik hebben gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid is mede op verzoek van de provincie een aparte woonbestemming (woongebied) opgesteld waarin de voorwaarden die genoemd zijn in de wijzigingsbevoegdheid verwerkt zijn voor de nieuwe definitieve bestemming. In paragraaf 3.4 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast zijn de bestemmingen van een aantal losse recreatiewoningen gewijzigd op grond van de wijzigingsregels die in het geldende bestemmingsplan en het onderhavige bestemmingsplan zijn opgenomen. Het betreft de volgende adressen Westbroekse Binnenweg 17a, 17b, 42b, 64a, 72 en Oudedijk 2b en 2c. Deze adressen voldoen aan de voorwaarden die in de wijzigingsbevoegdheid zijn gesteld en hebben de bestemming Wonen met de aanduiding “voormalige recreatiewoning” gekregen. Ook voor deze woningen geldt de maximale maat van 250 m3. Recreatiegebied De Maarsseveense Plassen (zie hoofdstuk 2 en 3) In het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen 2009 heeft de grote Maarsseveense Plas de bestemming Recreatie 1 (recreatie met strandbad en bouwvlakken) en Recreatie 5 (recreatie zonder bouwvlakken) gekregen.
In nauw overleg met de bewonersvereniging Maarsseveen-Molenpolder, de ondernemers van het recreatiegebied en het recreatieschap Midden Nederland is de regeling onder de loep genomen en zijn een aantal wijzigingen in de regels, verbeelding en bestemming aangebracht. De doelstelling voor het recreatiegebied is en blijft: een gevarieerd ingericht eigentijds recreatiegebied voor brede lagen van de bevolking waar het hele jaar door gerecreëerd en gesport kan worden met in- en outdoor faciliteiten en horeca. De groene setting is een belangrijke kernkwaliteit van het gebied. In goed overleg zijn de volgende belangrijke wijzigingen doorgevoerd: 1. oprichten van gebouwen boven het water is sterk verminderd. 2. Recreatief nachtverblijf (24-uurs recreatie) is vervallen. 3. De vestiging van 3 extra dag horeca voorzieningen aan de kant van de hoofdentree (bijvoorbeeld een sap en broodjesbar, coffeecorner, eetgelegenheid als LaPlace of (strand)paviljoen) is mogelijk gemaakt. 4. Voor het bouwvlak bij de hoofdentree is participatief een beeldkwaliteitsplan gemaakt zodat een betere aansluiting ontstaat bij de kernwaarden van het gebied.
Pagina 9 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
5. Het overgrote deel van de restcapaciteit van het bouwvlak aan de kant van de Westbroekse Binnenweg is naar het bouwvlak van de hoofdentree geschoven onder de voorwaarden van het beeldkwaliteitsplan. 6. Het bouwvlak met 4000 m2 aan bouwmogelijkheid dat ter hoogte van het speeleiland lag met 4000 m2 aan bouwmogelijkheid, is vervallen. 7. Er is een duidelijke regeling opgenomen voor de evenementen binnen het recreatiegebied. 8. In totaal is er, ten opzichte van het bestemmingsplan van 2009, in goed overleg ruim 7.600 m2 aan bouwcapaciteit vervallen. Evenementen binnen het recreatiegebied (zie hoofdstuk 3) De wetgever heeft met jurisprudentie kenbaar gemaakt dat gronden die gebruikt worden voor evenementen als zodanig bestemd of aangeduid moeten worden in een bestemmingsplan. De gemeente moet ook onderzoeken of de gronden wel voor evenementen gebruikt kunnen worden. Daarnaast moet de gemeente in de regels van het bestemmingsplan voorwaarden stellen aan de evenementen. In het vorige bestemmingsplan hebben de parkeerterreinen van het recreatiegebied de Maarsseveense Plassen en het strandbad de aanduiding “evenemententerrein” gekregen. Hier zijn geen regels of voorwaarden aan verbonden waardoor moet worden teruggegrepen op de APV en het evenementenbeleid. In dit bestemmingsplan zijn dezelfde gronden aangeduid voor het houden van evenementen en zijn hiervoor wel regels opgenomen.
Als uitgangspunt voor de regels is gebruik gemaakt van het Uitvoeringsbeleid evenementen van 2012. Daarnaast is het onderzoeksrapport in het kader van ecologie van Bureau Waardenburg over dit onderwerp geactualiseerd. Tot slot heeft de omgevingsdienst Regio Utrecht een speciale paragraaf over dit onderwerp geschreven voor het bestemmingsplan. Ook over dit onderdeel van het bestemmingsplan heeft nauw overleg plaatsgevonden met de bewonersvereniging Maarsseveen-Molenpolder en het recreatieschap. De bewonersvereniging heeft duidelijk aangegeven dat de bewoners overlast ervaren van de evenementen en incidentele festiviteiten. Een aantal uitgangspunten zijn in acht genomen: 1. Het recreatiegebied De Maarsseveense Plassen wordt ten aanzien van evenementen gezien als één inrichting op grond van het Activiteitenbesluit. Dus alle verenigingen en ondernemers die binnen het gebied vallen maken onderdeel uit voor evenementen van die ene inrichting. 2. Voor deze inrichting mag 12 dagen per jaar ontheffing worden verleend van de reguliere geluidnormen in het Activiteitenbesluit t.b.v. een evenement of een incidentele festiviteit. 3. Voor deze ontheffing zijn speciale maximale normen vastgesteld die worden opgenomen in de regels. 4. Om 23.00 uur begint de nachtperiode en dan moet voldaan worden aan de normen zoals genoemd in het Activiteitenbesluit.
Wel wordt in de regels rekening gehouden met extra geluid dat wordt veroorzaakt door opruimwerkzaamheden en gasten die vertrekken. 5. Evenementen en incidentele festiviteiten die passen binnen de normen van het Activiteitenbesluit en de recreatieve bestemming vallen onder reguliere bedrijfsvoering en zijn altijd toegestaan. Denk hierbij aan sportwedstrijden. 6. Er is maar één (1) dance event toegestaan per jaar die maximaal 1 dag duurt. 7. Er wordt in de regels rekening gehouden met het Natuur Netwerk Nederland. Voormalige agrarische bebouwing en ruimte-voor-ruimte-regeling (zie hoofdstuk 3) Binnen de stedelijke randzone is een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Als er geen sprake meer is van een agrarisch productie- of beheerbedrijf dan vervalt de agrarische bestemming en krijgt het perceel de woonbestemming. Omdat de bebouwing bij een voormalig agrarisch bedrijf vaak meer is in m2 dan standaard bij woonbestemming is toegestaan, is een speciale regeling gemaakt. Op die manier wordt voorkomen dat deze bebouwing (met uitzondering van de kassen) onder het overgangsrecht valt. Het uitgangspunt is dat de bestaande agrarische bebouwing (met uitzondering van de kassen) mag blijven staan en worden opgeknapt of vernieuwd. Uitbreiden van deze bebouwing is echter niet toegestaan. Met andere woorden, de bouwmassa mag niet worden vergroot.
Er mogen geen bedrijfsactiviteiten in de bebouwing plaatsvinden. Bedrijfsmatige opslag is ook niet toegestaan.
Pagina 10 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Agrariërs die overstappen van agrarische productie naar agrarisch beheer blijven vallen onder de agrarische bestemming en vallen dus niet onder de hobbyboeren. Om duidelijk te maken dat het een voormalig agrarisch bedrijf betreft met meer bouwsels is de aanduiding VOB (voormalig agrarisch bedrijf) in het leven geroepen binnen de bestemming Wonen. Als een eigenaar liever alle agrarische bebouwing wil slopen dan komt de ruimte-voor-ruimte-regeling in beeld. Gezien de enorme bouwmassa komen kassencomplexen alleen voor de ruimte-voor-ruimte-regeling in aanmerking. Hier is aangesloten op de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en het in 2013 vastgestelde bestemmingsplan Herenweg-Gageldijk e.o.. Gebieds- en waarde aanduidingen (hoofdstuk 3) De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening geven invulling aan gebieden die nadere bescherming nodig hebben. Het betreft hier voor dit plangebied de volgende gebieden: 1. Archeologie 2. grondwaterbeschermingsgebied en het 100-jaarsaandachtsgebied 3. het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Deze gebieden en waarden moeten een plek krijgen binnen de gemeentelijke bestemmingsplannen. De archeologische waarden moeten op grond van het verdrag van Malta worden beschermd.
Het archeologiebeleid voor de gemeente Stichtsevecht is herzien en wordt op korte termijn vastgelegd in een paraplubestemmingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente. De regeling in het paraplubestemmingsplan wordt anders ingevuld dan voorheen in dubbelbestemmingen werd geregeld. Daarom is gekozen om in dit bestemmingsplan de ‘oude’ dubbelbestemmingen niet op te nemen. In de ontwerpfase was dit nog wel het geval echter omdat de regeling op zeer korte termijn vervangen zou worden is bepaald dat het niet zinvol is om het alsnog in dit bestemmingsplan op te nemen. Natuur Netwerk Nederland en gebruik gronden Er heeft expliciet overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en de provincie over de gronden van een aantal particulieren aan de Westbroekse Binnenweg die binnen het geldende en onderhavige bestemmingsplan Maarsseveense Plassen de bestemming Natuur hebben gekregen en die tevens liggen binnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Nederland. Dit bestemmingsplan gaat wat betreft de Natuurbestemming uit van het geldende bestemmingsplan Maarsseveense Plassen (2009), het daarvoor geldende bestemmingsplan Landelijk Gebied (1993) en Landelijk Gebied (1974). Het is dus niet zo dat wij zeer recent gronden een natuurbestemming hebben gegeven.
Mede door de toekomstige verandering van het grondwaterpeil (fluctuerend) moeten sommige bewoners voorzieningen treffen om te voorkomen dat hun land drassig wordt. Met de provincie is afgesproken in de regels voor Natuur hierover iets op te nemen. Daarnaast is met de provincie afgesproken in de regels voor Natuur het gebruik van gronden als weidegrond voor extensief agrarisch gebruik toe te staan. Onder de voorwaarde dat het gebruik geen negatieve invloed heeft op de aanwezige natuurwaarden of de uitvoering van de natuurdoelstellingen belemmerd, is er geen bezwaar tegen het bestaande gebruik. Wat wel bezwaarlijk is is het bouwen van gebouwen en bouwwerken op deze gronden, het zonder vergunning afgraven of ophogen of zonder vergunning plaatsen van beschoeiingen. Binnen de Natuurbestemming is een regeling opgenomen op grond waarvan, onder voorwaarden, vergunning kan worden verleend. Aangezien de bestemming Tuin juridisch veel meer mogelijk maak, waaronder vergunningsvrij, is het niet gewenst deze bestemming aan de gronden die al tientallen jaren de bestemming Natuur hebben, toe te kennen. Het aanpassen van de bestemming kan alleen onder de voorwaarden van het Nee-Tenzij-beginsel zoals dat geldt voor het NNN. Bedrijven binnen het plangebied (zie hoofdstuk 3) Alleen de bedrijven die ook al bestemd waren in het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o.
zijn bestemd binnen dit bestemmingsplan. Voor de bedrijven is, waar mogelijk, aansluiting gezocht bij Pagina 11 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
de regeling van het bestemmingsplan Herenweg-Gageldijk e.o. zodat het beleid voor de stedelijke randzone eenduidig is. Gezien de ontwikkelrichting voor dit plangebied is het niet gewenst nieuwe bedrijfsactiviteiten te introduceren of grote uitbreidingen mogelijk te maken. Voor bedrijven die stoppen wordt aangestuurd op functiewijziging naar wonen. Als er nog ruimte aanwezig is binnen het bouwvlak kunnen bedrijven maximaal 20% van hun bestaande bebouwing uitbreiden tot het max van het bestaande bouwvlak. Als er geen ruimte meer aanwezig is binnen het bouwvlak is er ook geen uitbreidingsruimte meer. Voor de twee hoveniers binnen het plangebied die voorheen onder de agrarische bestemmingen vielen is een speciale regeling gemaakt. In het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen 2009 vielen de hoveniersbedrijven onder de agrarische bestemming. Er is toen voor gekozen de hovenier onder de agrarische bestemming te voegen aangezien er ook planten en kweekgoed in de open grond werden gekweekt en deze activiteit viel onder het agrarisch gebruik. Op grond van de geldende regeling mag een hovenier gebruik maken van de bestaande agrarische bedrijfsbebouwing. Deze regeling werkt goed voor agrariërs die een hoveniersbedrijf als nevenactiviteit hebben. Echter, voor zelfstandige hoveniersbedrijven, zoals in dit geval, werkt deze regeling niet.
De bedrijven kunnen op grond van de agrarische regels formeel namelijk geen vergunning aanvragen. Deze regels zijn immers bedoeld voor volwaardige agrarische bedrijven. Uitspraken van de Raad van State bevestigen dit. Gezien het bovenstaande en het feit dat het hier zelfstandige hoveniersbedrijven betreft zijn de bestaande hoveniersbedrijven bestemd als Bedrijf-hovenier. Voor het bepalen van de bouwcapaciteit is uitgegaan van de verleende vergunningen. Een vergunning die verleend is voor kassen hebben we deels omgezet naar bouwcapaciteit voor bedrijfsbebouwing. Verder is gekeken naar de voormalige agrarische bestemming met aanduiding hovenier en de mogelijkheden die deze bestemming bood.
1.4
Leeswijzer
De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 en 3 wordt het plangebied en kaderstellende beleid beschreven In Hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van de onderzoeken die door de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) zijn uitgevoerd voor de milieuhygiënische situaties en de externe veiligheid. In hoofdstuk 5 worden de belangrijkste conclusies uit de analyse beschreven. In hoofdstuk 6 wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan toegelicht. De systematiek van het bestemmingsplan en alle onderscheiden bestemmingen worden er kort toegelicht. De resultaten van het gevoerde overleg (ex art.10 Bro) alsmede de uitkomsten van de inspraakprocedure worden in hoofdstuk 7 belicht. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het bestemmingsplan.
Pagina 12 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
2. Ruimtelijk beleidskader In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsdocumenten beschreven die kaderstellend zijn voor het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o..
2.1
Ligging van het plangebied
Het plangebied betreft een stedelijke kernrandzone in het oostelijk deel van het landelijk gebied van de gemeente Stichtse Vecht. De begrenzing van het plangebied wordt globaal gevormd door het natuurgebied de Molenpolder, de Maarsseveensevaart, de Tuinbouwweg, de achterzijde van de percelen aan de Herenweg en Gageldijk en de gemeentegrens met Utrecht. Binnen het plangebied liggen o.a. het recreatiegebied de Maarsseveense Plassen, de Oude Dijk, de Westbroekse Binnenweg, de polder Binnenweg, de polder Maarsseveen en Tuinbouwweg.
De Maarsseveense Plassen, plangebied in rood omkaderd, Luchtfoto PDOK-achtergrond)
2.2
Geldende bestemmingsplannen
Totdat het voorliggende plan Maarsseveense Plassen 2e herziening (veegplan) rechtskracht verkrijgt, geldt voor het plangebied het volgende bestemmingsplan: • Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o., vastgesteld op 18 mei 2009;
Pagina 13 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
2.3 2.3.1
Beleid hogere overheden Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In Nederland wonen we met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 km2. We willen graag dat ons land over 30 jaar nog steeds prettig en gezond is om in te wonen, werken en leven. Daarom is het belangrijk nu al na te denken over de keuzes die daarvoor nodig zijn. De overheid ontwikkelt hiervoor een nieuwe aanpak: de Nationale Omgevingsvisie. De komende jaren krijgt iedereen op een of andere manier te maken met de overstap naar duurzame energie. Er zullen bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig zijn. In zee en op het land. Tegelijkertijd willen we graag blijven genieten van ons landschap. Voor 2030 moeten er 1 miljoen woningen zijn bijgebouwd op plaatsen waar de vraag heel groot is. Die woningen moeten ook betaalbaar en goed bereikbaar zijn. De vraagstukken zijn groot en vaak met elkaar verweven. Ze vragen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is in ons land. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) helpt om keuzes te maken waar dat nodig is. Te kiezen voor slimme combinaties van functies waar dat kan. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. De ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten.
De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan merken we soms al. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moeten we tijdig inspelen. Tegelijkertijd willen we met elkaar de overstap maken naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. We dragen hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die we moeten inpassen in het landschap. Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie willen we werk maken van een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook willen we dat bedrijven zich hier goed kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid.
Daarvoor is het zaak alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat we duurzaam ons geld kunnen blijven verdienen. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. We willen graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor onze veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als we het waterpeil omhoog brengen, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd Pagina 14 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) Om uitvoering te geven aan het Structuurplan Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 december 2020 is de geconsolideerde versie van het Barro in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft onderstaande projecten: •
Rijksvaarwegen
•
Project Mainportontwikkeling Rotterdam
•
Kustfundament
•
Grote rivieren
•
Waddenzee en waddengebied
•
Defensie
•
Hoofdwegen en landelijke spoorwegen
•
Elektriciteitsvoorziening
•
Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen
•
Natuurnetwerk Nederland
•
Primaire waterkeringen buiten het kustfundament
•
IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte)
•
Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
•
Ruimtereservering parallelle Kaagbaan
Planspecifiek Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en het consoliderende karakter van voorliggend plan, heeft dit bestemmingsplan zeer beperkt raakvlak met dit nationale juridische kader. Het plangebied is gelegen in het gebied ‘De Hollandse Waterlinie’. Op basis van de Barro is dit aangewezen als gebied met Erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. De Barro Schrijft voor dat de kernwaarden op provinciaal niveau verder uitgewerkt en vastgesteld dienen te worden. Bij de behandeling van het provinciale beleid is aangegeven hoe voldaan wordt aan het beleid en de kernkwaliteiten die voor dit gebied geformuleerd zijn. Een deel van het plangebied is gelegen in het Natuur Netwerk Nederland. Voor dit onderwerp wordt in de Barro eveneens voorgeschreven dat het op Provinciaal niveau verder uitgewerkt moet worden. De beschrijving van de te beschermen waarden en hoe hieraan voldaan kan worden komt in hoofdstuk 3 bij ecologie en bij Bedrijven en milieuzonering expliciet aan bod. Doordat voorliggend plan aan het provinciale beleid voldoet kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
Linieperspectief Panorama Krayenhoff Als vervolg op de Nota Belvedere is het principe ‘ behoud door ontwikkeling’ in het linieperspectief Panorama Krayenhoff uitgewerkt voor het nationale project Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het Linieperspectief is in december 2003 door het kabinet vastgesteld en in de vijf betrokken Colleges van Gedeputeerde Staten met instemming behandeld waardoor het Linieperspectief geldt als leidraad voor de ontwikkeling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het Linieperspectief zet in op twee strategieën voor de verwezenlijking, namelijk planologische doorwerking en actieve ontwikkeling. De planologische doorwerking bestaat uit bescherming van de waterlinie via de Monumentenwet en via de Wet ruimtelijke ordening in bestemmingsplannen. Pagina 15 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Voor de actieve ontwikkeling dienen uitvoeringsplannen per deelgebied (enveloppe) te worden ontwikkeld. In het Panorama Krayenhoff zijn de ambities voor 2020 geformuleerd. De ambities staan in het teken van het algemene motto ‘ behoud door ontwikkeling’ . De waterlinie heeft haar defensieve betekenis verloren, maar heeft nog wel betekenis als het gaat om de functie van het landschap als collectief geheugen, met de ontwikkeling van het westen van het land tot samenhangende deltametropool en als het gaat om een nieuwe benadering van waterbeheer. Gestreefd wordt daarom naar de ontwikkeling van: 1. nationale geheugensteun; 2. megasingel door de deltametropool; 3. schakel in de waterbeheersing. Voor het herstel van de eenheid in de Waterlinie is een ontwikkelingsprogramma met drie niveaus voorgesteld: 1. het eerste niveau betreft projecten die gericht zijn op reconstructie, renovatie of transformatie van de hoofdverdedigingslijn als landschapslijn, van de forten als verblijfsplaatsen en landschapsecologische stepping stones, en van de waterstaatswerken als cruciale historische componenten; 2. Het tweede niveau betreft projecten die gericht zijn op het waarneembaar maken van de werking van de Waterlinie; 3. Het derde niveau betreft ondersteunende projecten in de sfeer van het toerisme en de woonen werkgelegenheid.
Uitvoeringsproject Linieperspectief Vechtstreek Zuid De ambities uit het Linieperspectief zijn per deelgebied uitgewerkt in gebiedsenveloppen met bijbehorende uitvoeringsprojecten. Loenen aan de Vecht valt in het deelgebied Vechtstreek-Zuid. In de gebiedsenvelop zijn ontwikkelingen opgenomen die voort moeten bouwen op de kenmerken die het gebied typeren. Door middel van de geformuleerde ambities voor het gebied kunnen projecten worden ontwikkeld die de waarden van het gebied versterken. De ambities zijn breder dan de opgave uit het Panorama Krayenhoff. De ambities zijn onder andere: 1. landschappelijke en recreatieve articulatie van de hoofdverdedigingslijn; 2. het ontwikkelen van de forten als recreatieve en ecologische pleisterplaatsen; Pagina 16 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
3. het realiseren van een ecologische en recreatieve verbinding langs de Vecht; 4. het uitwerken van een verdichtingsopgave tussen Vecht en Amsterdam-Rijnkanaal; Planspecifiek Voor het bestemmingsplangebied zijn met name de eerste twee genoemde ambities van belang.
Uitsnede uit digitale cultuurhistorische Atlas van de Provincie Utrecht (CHAT) Aanwijzing Nieuwe Hollandse Waterlinie als beschermd rijksmonument en UNESCO De Nieuwe Hollandse Waterlinie wordt als complex aangewezen als rijksmonument. Dit voorstel komt voort uit het linieperspectief “Panorama Krayenhoff,” en is in 2009 door minister Plasterk in gang gezet. De aanwijzingsprocedure voor de linie in Stichtse Vecht is in 2010 opgestart. Binnen het plangebied ligt een aantal objecten, dat behoort tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het gaat hierbij om fort Maarsseveen en de groepsschuilplaatsen rondom fort De Gagel. De aanwijzing betekent dat nagenoeg alle bouwwerken in de Waterlinie beschermd gaan worden. Hiermee wordt de Hollandse Waterlinie met haar 46 forten, vijf vestingsteden en honderden bunkers, sluizen en dijken samen een monument van formaat. Bepaalde objecten van de NHW, zoals de forten, kennen al een bescherming als rijksmonument. Echter het aanwijzingsprogramma gaat uit van een complexgewijze bescherming in hun onderlinge samenhang. Hiermee wordt recht gedaan aan de cultuurhistorische waarde van de linie die niet alleen bestaat uit losse onderdelen en objecten, maar veeleer ook uit de functionele en ruimtelijke samenhang van het totale systeem. De schootsvelden van de forten Maarssenveen en de Gagel liggen deels binnen het plangebied.
Voor deze schootsvelden gold lange tijd de Kringenwet, die tot doel had om de schootsvelden rond de vestingwerken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie vrij te houden wat betekende dat hier slechts beperkt mocht worden gebouwd afhankelijk van de afstand tot het fort. In bepaalde kringen rondom het fort mocht uitsluitend in hout gebouwd worden.
Pagina 17 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Uitsnede uit digitale cultuurhistorische Atlas van de Provincie Utrecht (CHAT) In het kader van het aanwijzingsprogramma van de NHW wordt opgemerkt dat het verantwoord omgaan met de open schootsvelden voor het duurzame behoud van de Nieuwe Hollandse als systeem ook voor de toekomst noodzakelijk wordt geacht. De schootsvelden zijn echter niet meegenomen in het aanwijzingsprogramma. In het aanwijzingsprogramma wordt voorgesteld de doorvertaling te laten plaatsvinden in de ruimtelijke ordening middels een gebiedsbescherming. Dit kan bijvoorbeeld middels de provinciale structuurvisies. De Nieuwe Hollandse Waterlinie staat verder op de voorlopige werelderfgoedlijst van UNESCO, als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. In januari 2019 heeft de minister van OCW de uitbreidingsnominatie aan de UNESCO in Parijs overhandigt. In 2020 wordt op zijn vroegst bekendgemaakt of de werelderfgoedstatus definitief wordt toegekend. 2.3.2
Provinciaal en Regionaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie (POVI) (PS). In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die op 1 juli 2023 inwerking treedt. De visie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Het vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie wordt met behulp van zeven beleidsthema’s richting gegeven aan d e ontwikkeling en bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. De provincie Utrecht heeft als ambitie om in 2050 een inclusieve en circulaire provincie te zijn: • Waarin stad en land gezond zijn; • Die klimaatbestendig en waterrobuust is; • Waarin duurzame energie een plek heeft; • Met vitale steden en dorpen; • Die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; • Met een levend landschap, erfgoed en cultuur; Pagina 18 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
•
Die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.
De gewenste richting om de fysieke leefomgeving te ontwikkelen en te beschermen verschilt per regio of gebied en is afhankelijk van specifieke kenmerken en identiteit van een plek. De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie Utrecht. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (2013 en herijkt 2016) In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) beschrijft de provincie Utrecht haar ruimtelijk beleid voor de periode tot 2028. De PRS is op 4 februari 2013 vastgesteld door Provinciale Staten. De PRS en PRV zijn in december 2016 herijkt en opnieuw vastgesteld door Provinciale Staten van de provincie Utrecht. Daarbij wordt aangegeven welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort en hoe de provincie dit beleid gaat uitvoeren. Het beleid zal onder meer via de Provinciale Ruimtelijke Verordening tot uitvoer worden gebracht. In de PRS is de ambitie opgenomen om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie; een provincie met een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De provincie heeft een goede uitgangspositie voor een aantrekkelijke toekomst.
De volgende drie onderdelen zijn vooral bepalend voor het succes van de provincie: • Utrecht ligt centraal: vanwege de centrale ligging is de provincie een aantrekkelijke vestigingsplaats voor wonen en werken; • Utrecht heeft aantrekkelijke steden en landschappen: de rijke schakering van woon-werk en natuurgebieden op korte afstand van elkaar zorgt voor een aantrekkelijke schaal van de leefomgeving; • Utrecht is sterk in kennis en cultuur: inwoners hebben een relatief hoog opleidingsniveau en er zijn kansen voor een bloeiende kenniseconomie. De provincie wil de kracht van de regio verder ontwikkelen. Utrecht kan alleen een sterke regio blijven als het aantrekkelijk is en blijft om in de provincie te wonen, werken en recreëren. Het beleid is erop gericht deze aantrekkelijkheid verder te ontwikkelen. In het ruimtelijk beleid worden drie pijlers onderscheiden die gezamenlijk staan voor een integrale aanpak: • een duurzame leefomgeving; • vitale dorpen en steden; • landelijk gebied met kwaliteit. Deze pijlers leiden tot de twee belangrijkste beleidsopgaven binnen de planperiode: • de provincie wil het accent leggen op de binnenstedelijke opgave, door minimaal 2/3 van de woningbouwopgave binnenstedelijk te realiseren. • de provincie wil de kwaliteit van het landelijk gebied behouden en versterken.
Cultuurhistorische waarden, landschappelijke kwaliteiten en natuur spelen daarbij een belangrijke rol. Stedelijke kernrandzone Het gebied grenzend aan stad of dorp, de zogenaamde kernrandzone, heeft vaak een multifunctioneel karakter. Naast landbouw en verspreid wonen bevinden zich hier stedelijk gelieerde functies (o.a. recreatieve voorzieningen, begraafplaatsen, rioolwaterzuivering, kwekerijen/tuincentra, caravanstalling). Omdat de vorm en kenmerken van de kernrandzone per kern verschilt, zijn in de PRS geen nadere begrenzingen en specificaties opgenomen. Gezien het belang van de kernrandzone als uitloopgebied voor het stedelijk gebied is het echter van groot belang de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen en waar mogelijk te verbeteren. Dit laat nu vaak te wensen over doordat de kernranden niet zorgvuldig zijn vormgegeven, de verschillende functies in deze gebieden geen samenhang vertonen (verrommeling), ze niet aantrekkelijk zijn om in te verblijven of slecht te bereiken zijn vanuit de kern. Dit terwijl er vanuit de aangrenzende kern vaak een grote (en nog steeds groeiende) behoefte is aan kwalitatieve recreatiemogelijkheden in de kernrandzone en achterliggend landelijk gebied. Hetzelfde geldt voor de eventuele behoefte aan nieuwe functies als stadslandbouw en extra waterberging als gevolg van klimaatverandering.
Pagina 19 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Met de aanwezigheid van stedelijk gelieerde functies en stedelijk uitloopgebied levert de kernrandzone als deel van het landelijk gebied een belangrijke bijdrage in de kwaliteit van het stedelijk leefmilieu van de kern. De provincie wil daarom dat gemeenten zorg dragen voor de consolidatie of verbetering van de verblijfskwaliteit in deze zones. Bijvoorbeeld door de aanleg van recreatief groen en wandel- en fietspaden of door functieverandering. Deze kwaliteitsverbetering kan ook betrekking hebben op de bebouwingsrand van de kern. Hiervoor zijn in de PRV algemene regels opgenomen. Op basis hiervan kunnen eventueel direct aansluitend aan de rode contouren incidentele, passende bouwinitiatieven worden toegestaan. Deze regels kunnen ook worden toegepast om desgewenst een functie uit de kern of het verderop gelegen landelijk gebied naar de kernrandzone te verplaatsen. Indien dit bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit, kunnen in de kernrandzone stedelijke functies worden toegestaan, mits deze kleinschalig en passend zijn. Het is van belang te benoemen op welke wijze de huidige kwaliteit wordt geborgd of kan worden verbeterd en op welke wijze stedelijke functies kunnen bijdragen en hoe zij zich ten opzichte van elkaar en de aanwezige landelijke kwaliteiten verhouden.
Bij kwaliteitsverbetering gaat het vooral om het versterken van aangename verblijfsmogelijkheden, om goede verbindingen vanuit de kern, om een landschappelijk mooie overgang tussen stedelijk gebied en het omliggende buitengebied en om de mogelijkheid van ‘ommetjes’ in de kernrandzone. Voor de landschappelijke aansluiting en inpassing vormt de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen een belangrijk hulpmiddel. Planspecifiek Het gebied rondom de Maarsseveense Plassen maakt onderdeel uit van de kernrandzone van Utrecht en Maarssen. Zoals in de PRS al wordt aangegeven is elke kernrandzone anders qua inrichting functies en opzet. Binnen het gebied rondom de Maarsseveense Plassen zijn zelfs op een relatief kleine oppervlakte de verschillen kenmerkend. De Gageldijk kenmerkt zich door een hoge concentratie aan bedrijvigheid en verstening terwijl grote delen van de Westbroekse Binnenweg en Oude Dijk een duidelijke landelijke signatuur hebben. De Herenweg en Tuinbouwweg kennen een goede balans tussen wonen en werken. De kernrandzone grenst direct aan het Natuur Netwerk Nederland waar o.a. het Natura 2000 binnen valt en een gebied dat is aangeduid als stilte gebied. De aanwezigheid van deze gevoelige gebieden zorgt ervoor dat de introductie van stedelijke functies zorgvuldig wordt afgewogen en onderzocht.
Voor het plangebied geldt dat met het voorgaande bestemmingsplan ingezet is op de volgende functies: 1. wonen 2. recreatie, 3. natuur, 4. agrarisch beheer. 5. Inzetten op landschap- en natuurontwikkeling, aanleg van recreatieve routes en functies en substantiële sloop van bedrijfsbebouwing met behulp van de ruimte-voor-ruimte-regeling danwel het wegbestemmen of verkleinen van bouwmogelijkheden in ruil voor een meer passende bestemming. 6. Binnen het plangebied is de Nieuwe Hollandse Waterlinie gelegen. Voor het militair erfgoed van de voormalige waterlinies ligt de opgave vooral op het via landschapsontwikkelingen versterken en beleefbaar maken van de linies in het landschap. Dit bestemmingsplan is consoliderend van aard en is in overeenstemming is met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie. Het plan is eveneens niet strijdig met de ontwerp Povi. 3.2.2 Omgevingsverordening Provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht vervangt bestaande verordeningen, zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De Interim Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening direct werkende regels.
Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. De Interim Omgevingsverordening is op 10 maart 2021 in werking getreden en zal een looptijd hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening inwerking treedt.
Pagina 20 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
Planspecifiek Het bestemmingsplan is gelegen in twee cultuurhistorisch waardevolle gebieden waar in de Provinciale verordening specifieke eisen of voorwaarden voor zijn opgenomen. Ten eerste dient de toelichting op een ruimtelijk plan een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en het door de gemeente te voeren beleid ter zake en van de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan. De volgende gebieden met de specifieke voorwaarden zijn benoemd in de verordening: Nieuwe Hollandse Waterlinie Voor dit landschap willen we de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: 1. samenhangend stelsel van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; 2. groen en overwegend rustig karakter; 3. openheid. Bij ontwikkelingen in het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie stellen we het zichtbaar maken en behouden van het systeem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie centraal. Deze ambitie richt zich op zowel de losse onderdelen zelf als op het beleefbaar houden en herstellen van de samenhang tussen de delen. Zo hebben forten geen functie voor zichzelf, maar zijn gebouwd ter verdediging van een bepaald acces. Die relatie tussen fort en acces dient gerespecteerd te worden. Zo ook de relatie tussen fort, acces en inundatievelden. De forten hadden vrij zicht en schootsrichting nodig over acces en inundatievelden.
De inundatievelden camoufleerden en hinderden na overstroming de verbindingswegen door het gebied. Opgaande beplanting, infrastructuur of bebouwing welke de gecamoufleerde structuur kon duiden moest verwijderd kunnen worden. Openheid versterkt de beleving van de inundatievelden. Groene Hart Voor het landschap Groene Hart willen we de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: 1. openheid; 2. (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); 3. landschappelijke diversiteit; 4. rust & stilte. Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij dienen de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden én te versterken. Enkel en alleen het accent leggen op rust en stilte doet geen recht aan het Groene Hart. Het waarborgen van rust vraagt ook het bieden van ruimte voor vormen van dynamiek. Daarbij ligt de focus op het vergroten van de contrasten in rust en dynamiek tussen de agrarische landschappen van de velden en de dynamische landschappen van de oude stroomruggen. We vragen dus zorgvuldig om te gaan met de open, lege ruimte en de dynamiek te concentreren in de ‘zones’.
In de verordening staat aangegeven dat beschreven moet worden op welke wijze met verandering in de beschreven gebied omgegaan wordt. Zoals aangegeven heeft voorliggend plan een consoliderend karakter en treden er dus geen veranderingen op. Een nadere beschrijving is dan ook niet noodzakelijk. Natuur Netwerk Nederland Het Natuur Netwerk Nederland is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen Natuurgebieden welke in 1990 als EHS in het ruimtelijk beleid is opgenomen om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen en soorten voor de lange termijn te behouden. De Natura 2000-gebieden (met natuurwaarden van Europees belang) maken deel uit van het NNN, evenals de Noordzee en de grote wateren. De NNN is als gebied expliciet aangewezen in de verordening. Voor dit gebied is aangegeven dat een ruimtelijk plan bestemmingen en regels bevat die de wezenlijke kenmerken en waarden beschermen, in stand houden en ontwikkelen. Tevens bevat een ruimtelijk plan geen nieuwe
Pagina 21 Toelichting, Bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening, Stichtse Vecht
bestemmingen en regels die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan, die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Voorliggend plan betreft een overwegend consoliderend plan. Er vinden geen ontwikkelingen plaats die aantasting van het NNN tot gevolg hebben. Daarnaast hebben de gronden die vallen binnen de NNN als tientallen jaren een Natuurbestemming. Ook in het onderhavige plan. Geconcludeerd kan worden, het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Provinciale Verordening. 2.3.3
Regionaal beleid
Ontwikkelplan Recreatieschap Stichtse Groenlanden De deelnemers van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden, namelijk de provincie Utrecht, gemeente Utrecht, gemeente Stichtse Vecht, gemeente De Bilt, de gemeente Nieuwegein, de gemeente Woerden, de gemeente Houten, de gemeente Lopik en de gemeente IJsselstein, hebben begin 2015 het ontwikkelplan opgesteld. Het ontwikkelplan is een strategisch plan met een investeringsprogramma voor de recreatiegebieden en de routenetwerken van het recreatieschap. Het doel is: 1. Duurzaam beheer tot stand brengen; 2. Een hogere kostendekkingsgraad bewerkstelligen; 3. Het aanbod beter laten aansluiten bij de vraag. Met de opgebouwde reserves wil het recreatieschap de voorzieningen een kwaliteitsimpuls geven en ervoor te zorgen dat de voorzieningen hun beheerlasten zoveel mogelijk zelf dragen.
Voor de lange termijn zijn er ontwikkeldoelen geformuleerd, namelijk: 1. De groeiende recreatiedruk accommoderen door intensieve en gevarieerde recreatievoorzieningen op de recreatieterreinen te realiseren; 2. De ontwikkeling van toegankelijke en samenhangende routenetwerken; 3. Een actueel aanbod voor iedereen en het betrekken van omwonenden bij het proces; 4. Duurzaamheid van de recreatievoorzieningen bewerkstelligen door de kosten niet verder te laten stijgen en een intensieve samenwerking aangaan met de recreatiemarkt; 5. Regionale recreatie bieden voor inwoners uit de omliggende gemeenten door diversiteit te bieden en de gebieden optimaal digitaal en fysiek bereikbaar, vindbaar en beleefbaar te maken. De recreatiegebieden van het recreatieschap zijn ingedeeld in 4 typen, namelijk: 1. Generatorgebieden (o.a. Maarsseveense Plassen, Nedereindseplas en Strijkviertel); 2. Koestergebieden; (o.a. Oortjespad) 3. Flexgebieden; 4. Rustgebieden. (o.a. Heulsewaard) Ten aanzien van de routenetwerken is uit de Kwaliteitsmonitor Fietsregio’s 2013 en nationale Wandelmonitor 2010 gebleken dat het routenetwerk van de provincie Utrecht laag gewaardeerd wordt. Het is daarom van belang te investeren in een aansluitend netwerk. Het aanleggen van routenetwerken werkt stimulerend voor het ondernemen van dagtochten in de regio en is duurzamer dan investeren in losse routes.