CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Jaarstukken 2023, 2024-06-06-2024, versie 7 met wijzigingen.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 11 juni 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4: Jaarstukken 202340.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

54

Terugblik grootste risicogebieden begroting 2023

Naast het actualiseren van de risico's, blikken we in de jaarrekening ook kort terug op de in de Begroting 2023 benoemde risico’s uit de grootste risicogebieden. Het gaat om de volgende risico’s: 1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste geïnventariseerde risico’s op dit onderdeel zijn: Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening In 2023 is er nog steeds sprake van kwetsbaarheid in de continuïteit van de organisatie door een disbalans in de capaciteit en ons ambitieniveau. Om de gevolgen voor de dienstverlening van de organisatie te beperken is gebruikgemaakt van inhuur. Voor de overige genomen maatregelen om dit risico terug te brengen verwijzen we naar de paragraaf Bedrijfsvoering, met onder andere een terugblik op ziekteverzuim en inhuur. Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven Voor veel situaties is de gemeente verzekerd. In de volgende gevallen is er een bedrag in de risico-inventarisatie opgenomen: onvoorziene situaties, situaties waarvoor we niet of deels verzekerd zijn en/of extra kosten maken wanneer een juridische procedure wordt gestart.

Het risico op gijzeling van informatie of systemen / cybercrime Om het risico op digitale dreigingen (zoals hacks of ransomware) te beperken treft de gemeente technische en organisatorische maatregelen. Stichtse Vecht volgt daarbij onder meer de richtlijnen van de overheid. Daarnaast implementeren we in 2024 Siem Soc (Security information & event management, security operations center). Dit systeem bewaakt de IT-omgeving pro-actief. Verder voeren wij jaarlijks penetratie- en uitwijktesten uit. Aanvullend ontwikkelen we op basis van (mogelijke) bevindingen een roadmap. Er zijn in 2023 geen incidenten die invloed hebben op de dienstverlening. 2. Sociaal Binnen het programma 'Sociaal' is sprake van financiële en politiek-bestuurlijke risico’s. Denk hierbij aan imagorisico’s, bijvoorbeeld een zorgvoorziening zonder gewenst effect of gemeentelijke ambities die niet haalbaar blijken (bijvoorbeeld door het ontbreken van genoeg sturingsmogelijkheden op gemeentelijk niveau). De drie grootste geïnventariseerde risico’s in de begroting 2023: Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is om inwoners zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deel nemen aan de maatschappij.

De toenemende vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maakt dat er een groter beroep op (Wmo-)voorzieningen wordt gedaan. Met name dure woningaanpassingen kunnen een zware druk op het budget leggen. Deze factoren geven een financiële druk op de beschikbare 'open einde'-budgetten. De begroting is hier vanaf 2023 op aangepast. In december 2023 is door de raad het Wmo-transformatieplan vastgesteld, met daarin een scala aan beheersmaatregelen. De eerste effecten hiervan worden in de loop van 2024 zichtbaar. We sturen daarbij op het versterken van -en aanspreken op- de eigen verantwoordelijkheid en de eigen kracht van mensen. Tegelijkertijd geven we de aanbieders meer ruimte om te doen wat nodig is. Daarnaast kijken we met onder andere de uitwerking van de woonzorgvisie en de aanbesteding van voorzieningen hoe we het gebruik van de Wmo waar mogelijk kunnen voorkomen of anders kunnen organiseren. Daarin werken we nauw samen met het voorveld. Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG Bijstand is een openeinderegeling. Dit kan een overschrijding van de budgetten tot gevolg hebben. Een toename van het beroep op bijstand leidt tot hogere uitkeringslasten. Gemeenten ontvangen van het Rijk een budget voor het betalen van bijstandsuitkeringen.

Ook aanpassing van het landelijk macrobudget van deze bijstandsuitkeringen kan leiden tot hogere of lagere uitgaven ten opzichte van de in de begroting geraamde uitkering. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt is het aantal bijstandsaanvragen niet toegenomen. Dit geldt ook voor de mogelijke effecten van corona in 2023, die bij het opstellen van de begroting 2023 nog onzeker waren . Ook corona had in 2023 geen invloed op het aantal bijstandsaanvragen. Wel zijn de uitkeringslasten licht hoger dan geraamd door verhoging van de uitkeringen als gevolg van inflatie. Daar tegenover staat een hogere dan geraamde bijdrage van het Rijk (BUIG), waardoor per saldo sprake is van een geringe afwijking. Toename beroep op en stijging kosten jeugdhulp Het risico voor de toename in kosten voor jeugdhulp heeft zich in 2023 voorgedaan. In programma 4 'Sociaal' in het onderdeel 'Wat hebben wij daarvoor gedaan in 2023', is bij de beschrijving van de mijlpalen van TIM Stichtse Vecht een toelichting opgenomen hoe er op dit risico wordt gestuurd. 3. Fysiek Binnen het programma 'Fysiek' is sprake van risico’s die samenhangen met projecten, klimaatverandering en techniek. Bij het opstellen van de Begroting 2023 waren de 3 grootste risico’s binnen dit domein: 55

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfalt, elementenverharding en bermen) Door gebrek aan capaciteit en anderzijds het ontbreken van beheerplannen voor een aantal taakgebieden in het fysiek domein, is achterstand in onderhoud in de openbare ruimte ontstaan. In 2020 zijn de wegen geïnspecteerd. Deze inspectie vormde de basis voor het Beheerplan wegen 2021-2025. In 2023 is een nieuwe inspectie uitgevoerd welke leidt tot een gewijzigde langjarige planning. Uit deze inspectie is gebleken dat de onderhoudsachterstand over het algemeen iets kleiner geworden is: de kwaliteit van asfaltverharding is nagenoeg gelijk gebleven, de kwaliteit van elementenverharding is sterk verbeterd echter is de onderhoudsachterstand nog steeds te hoog (onderhoudsachterstand van 19% naar 16%). Verder is het areaal en status van de oeverbescherming geïnspecteerd, op basis waarvan een beheerplan is opgesteld. Mogelijk is er tot na afronding daarvan sprake van risicovolle situaties bij wegen langs het water. Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken Het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van kunstwerken beperkt de doorstroming en mogelijk zijn kernen niet of beperkt bereikbaar. Als beheersmaatregel is het beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 opgesteld. Het plan is in maart 2021 vastgesteld door de raad.

In het verlengde hiervan kunnen onderhoudscontracten aanbesteed worden. Momenteel vindt de voorbereiding daarvoor plaats. De verwachting is dat de aanbestedingen in het 3e kwartaal 2024 op de markt komen en in het 4e kwartaal tot gunning kan worden overgegaan. In 2023 zijn de beschoeiingen geïnspecteerd. Gebiedsontwikkeling Bisonspoor Ten aanzien van het project gaven wij bij de begroting 2023 aan een financieel risico te zien omdat in het verleden uitgaven van de reconstructie van de Safariweg meegenomen waren in het project. Het gevolg hiervan was een tekort voor de aanleg van de openbare ruimte binnen het project. Bij de bestuursrapportage 2023 is het tekort door uw raad vastgesteld en is het project Bisonspoor gesloten.

Risicoprofiel

De gemeente heeft voor de jaarrekening 2023 de risico-inventarisatie geactualiseerd. De basis daarvoor vormde de meest recente risico-inventarisatie: de begroting 2024. Met de geactualiseerde inventarisatie is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Uit de risico-inventarisatie volgen voor de jaarrekening 2023 in totaal 45 risico’s. Deze risico’s kennen een ingeschat financieel gevolg van € 23,25 miljoen . Met behulp van het risicomanagementsysteem Naris is het risicoprofiel bij het opstellen van de jaarrekening 2023 bepaald op € 7,35 miljoen. Grootste risicogebieden (bedragen *€ 1.000)

Financieel gevolg

(inschatting o.b.v. risico-inventarisatie) 1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s (excl. verbonden partijen)

€ 8.500

2. Fysiek domein (excl. verbonden partijen)

€ 5.350

3. Sociaal domein (excl. verbonden partijen)

€ 4.300

Totaal 3 grootste risicogebieden

€ 18.150

Overige risico’s (waarvan verbonden partijen: € 1.350 en grex’en € 1.000)

€ 5.100

Totaal alle risico’s

€ 23.250

Ratio weerstandsvermogen

Op de geïnventariseerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. Deze simulatie vindt plaats omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 23,25 miljoen niet realistisch is: de risico’s treden immers niet allemaal tegelijkertijd en in hun maximale omvang op. Deze simulatie laat zien dat we voor 90% zeker de risico’s kunnen opvangen met een bedrag van € 7,35 miljoen: de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve (AR). In de beleidsnotitie 'Algemene reserve' is aangegeven dat de AR 3 schijven kent, die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 zijn bestemd voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen worden ingezet voor actieve (beleids)keuzes. De schijven 1 en 2 samen vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente. De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 7,35 miljoen geeft dit het volgende beeld: Weerstandscapaciteit (bedragen * € 1.000) - Schijf 1: minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 7,35 mln)

€ 10.290

- Schijf 2: deel voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo (0,6 x € 7,35 mln)

€ 4.410

Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 7,35 mln)

€ 14.700

56

De omvang van de algemene reserve bedraagt eind 2023 € 15,99 miljoen. Het ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit, bedraagt op basis hiervan: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 15,99 mln / € 7,35 mln = 2,18. De ratio ligt daarmee boven de streefnorm. Dit betekent dat er ruimte is in schijf 3 van € 1,3 mln (€ 16 mln - € 14,7 mln). De ratio is ten opzichte van de begroting 2023 gestegen. Deze stijging is met name een gevolg van een hogere omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit, die bij de begroting 2023 een omvang van € 13,46 miljoen kende ten opzichte van € 15,99 miljoen eind 2023. Daarnaast is ten opzichte van de begroting 2023 het aantal geïnventariseerde risico’s gedaald (met 6 risico’s). Op de financiële omvang van het totaal aan risico’s had dit ook (een beperkt) effect. Die daalde van € 24 miljoen naar € 23,25 miljoen. De wijzigingen in het risicoprofiel leiden per saldo tot een benodigde weerstandscapaciteit van € 7,35 miljoen ten opzichte van een € 7,84 miljoen in de begroting. De ratio weerstandsvermogen voldoet aan de door de raad bepaalde norm.

Met de beschikbare weerstandscapaciteit kent de gemeente, op basis van de bij de jaarrekening 2023 geactualiseerde risico's, een voldoende weerstandscapaciteit om deze op te kunnen vangen wanneer ze zich voordoen. Het risicoprofiel van de gemeente is echter geen statisch gegeven. In de dynamische omgeving waarin de gemeente haar taken uitvoert, kan het risicoprofiel veranderen en kunnen zich nieuwe risico’s voordoen, ondanks ons risicomanagement. Gelet op de ontwikkelingen en onzekerheden blijven we het weerstandsvermogen dan ook nadrukkelijk volgen. En voeren we bij het opstellen van de begroting 2025, naast de risico-afwegingen die in de besluitvorming plaatsvinden, wederom een actualisatie van de risico's uit. Om een beeld te geven van de fluctuaties in de ratio weerstandsvermogen is in onderstaande tabel het verloop in de afgelopen 5 jaar weergegeven: Ratio begroting

Ratio Jaarrekening

2019

Ratio weerstandsvermogen per jaar

1,67

1,81

2020

1,83

1,8

2021

1,75

1,56

2022

1,67

1,72

2023

1,72

2,18

Voor het toetsen van de ratio weerstandsvermogen maakt gemeente Stichtse Vecht gebruik van de risicomatrix van de Universiteit Twente. Volgens de schaalindeling van deze matrix vallen de ratio's bij de jaarrekening 2023 in de categorie 'Ruim voldoende' respectievelijk 'Uitstekend'. Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>= 2.0

Uitstekend

B

1.4 < 2.0

Ruim voldoende

C

1.0 < 1.4

Voldoende

D

0.8 < 1.0

Matig

E

0.6 < 0.8

Onvoldoende

F

< 0.6

Ruim onvoldoende

Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Jaarrekening 2023

In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde gekwantificeerde risico's per programma weergegeven. De kolom ‘invloed’ geeft de impact van een risico op de benodigde weerstandscapaciteit weer (o.b.v. simulatie). In onderstaande tabel staat VP voor verbonden partijen en KWP voor Kockengen waterproof. Overzicht geïnventariseerde risico's (bedragen *€ 1.000)

Kans

Ingeschat Invloed financieel gevolg (€)

Programma 1 Bestuur Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven

50%

2.000

9,06%

Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

50%

1.000

4,51%

Uitval ICT (Infrastructuur)

50%

1.000

4,48%

Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening

50%

1.000

4,48%

Documentaire informatievoorziening niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen beschikbaar dan wel vernietigd

50%

1.000

3,02%

Onvoldoende beschikking over kennis (bij bestaande medewerkers of door vertrek cruciale medewerkers) met betrekking tot aanbestedingsregels, waardoor mogelijk niet aan deze regels wordt voldaan

50%

500

2,24%

Het niet tijdig kunnen beschikken over juiste materialen of diensten

50%

500

2,23%

Gijzeling van informatie of systemen

70%

250

1,57%

Ongewenste toegang tot panden

30%

500

1,35%

57

Het niet hebben voldaan aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers

50%

250

1,12%

Het niet kunnen beschikken over een nieuwe financiële applicatie

10%

50

0,04%

Subtotaal (incl. VP 50 in risico documentaire informatievoorziening)

8.050 34,10%

Risico's algemene / financiële dekkingsmiddelen Fraude financiële transacties

30%

Totaal programma 1

Overzicht geïnventariseerde risico's (bedragen *€ 1.000)

500

1,36%

8.550 35,46%

Kans

Ingeschat financieel gevolg (€)

Invloed

Programma 2 Veiligheid Ondermijning

70%

500

3,14%

VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU)

30%

1.000

2,70%

1.500

5,84%

500

3,14%

Totaal programma 2 excl. Verbonden partijen (VP) Overzicht geïnventariseerde risico's (bedragen *€ 1.000)

Kans Ingeschat financieel gevolg Invloed (€)

Programma 3 Fysiek Kunstwerken (mn. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken

50%

1.000

4,49%

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding, bermen)

50%

1.000

4,48%

KWP: Prijsstijgingen in de uitvoering

50%

1.000

4,47%

Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval

50%

500

2,24%

KWP Aanspraak op nadeelcompensatieregeling KWP

90%

250

2,03%

VP: Druk op financieel perspectief recreatieschappen

90%

250

2,02%

KWP: Lozen van bronneringswater op oppervlaktewater

50%

250

1,13%

Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW).

10%

500

0,46%

Financiële herplaatsingsgarantie flexwoningen

10%

500

0,45%

Verontreiniging van oppervlaktewater

10%

250

0,23%

Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering

30%

50

0,13%

Omgevingswet: niet op elkaar aansluiten legesverordeningen (bestaand en nieuw)

10%

50

0,04%

Totaal programma 3

5.600 22,17%

excl. Verbonden partijen (VP)

5.350 20,15%

Overzicht geïnventariseerde risico's (bedragen *€ 1.000)

Kans

Ingeschat financieel Invloed gevolg (€)

Programma 4 Sociaal Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen

90%

1.000

8,10%

Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig

50%

1.000

4,51%

Toename beroep op en stijging kosten jeugdhulp

70%

500

3,16%

Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen

50%

500

2,24%

Energiecrisis en hogere kosten levensonderhoud

90%

250

2,02%

Gevolgen wijziging Participatiewet vanwege verbeteringen in o.a. de regeling loonkostensubsidie (uitvoeren breed offensief)

70%

250

1,58%

Inkoop essentiële functies: ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven

50%

250

1,12%

Incidenten op gebied van jeugdhulp

30%

250

0,67%

Overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers.

30%

250

0,67%

Toename beroep op minimaregelingen

30%

50

0,13%

VP: Algemene risico's op de begroting van Kansis

10%

50

0,04%

Totaal programma 4

4.350 24,24%

excl. Verbonden partijen (VP)

4.300 24,20%

Overzicht geïnventariseerde risico's (bedragen *€ 1.000)

Kans

Ingeschat financieel Invloed gevolg (€)

Programma 5 Samenleving (Onderhouds)budgetten te realiseren schoolgebouwen ontoereikend om aan kwaliteitsaspecten te kunnen voldoen

50%

500

2,24%

58

Onveilige schoolgebouwen

30%

500

1,34%

Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken

50%

250

1,13%

Beëindiging landelijke subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)

50%

250

1,13%

Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs.

30%

250

0,68%

Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut.

10%

250

0,23%

Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties

10%

Totaal programma 5

250

0,22%

2.250

6,97%

1.000

5,29%

Grondexploitaties Grondexploitaties (totaal)

50%

Totaal geïnventariseerde risico's

Financiële kengetallen Kengetallen

23.250 99,97%

Rekening Begroting Rekening

Signaalwaarden

2022

2023

2023

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote

64%

78%

69%

< 100%

100%130%

> 130%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)

63%

77%

68%

< 90%

90%-120%

> 120% < 0%

Solvabiliteitsratio

21%

22%

19%

> 20%

0%-20%

Structurele exploitatieruimte

0,06%

1,55%

1,76%

> 0%

0

< 0%

Grondexploitatie

0,22%

-0,36%

0,72%

< 20%

20%-35%

> 35%

Belastingcapaciteit

102,07%

100,38%

100,38%

< 95%

95%-120%

> 120%

Wat betekenen deze getallen? Voor de kritische signaalwaarden is aansluiting gezocht bij de ‘Houdbaarheidstest gemeentefinanciën' van de VNG. Deze waarden geven aan of er sprake is van potentiële financiële stress op het betreffende gebied. Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft indirect antwoord op de vraag of met het inkomen blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Bij een overschrijding van deze signaalwaarde is sprake van een erg hoge schuldendruk. Het is verstandig om al bij een netto schuldquote hoger dan 100% alert te zijn. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De signaalwaarde voor de effectieve netto schuldquote bedraagt 120%. Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft de gemeente een erg hoge schuld. Het is verstandig om al bij een effectieve netto schuldquote hoger dan 90% alert te zijn. Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op lange termijn haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie De boekwaarde van de grondexploitaties moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is een de looptijd van meerdere jaren.

Wanneer de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer biedt ondersteuning bij de beoordeling van de structurele ruimte van een gemeente om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een negatief cijfer betekent dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Belastingcapaciteit Dit cijfer laat zien hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Daarnaast toont het onze onbenutte belastingcapaciteit. Bij een laag percentage kan de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen verwerven. De signaalwaarde is 120% en is gerelateerd aan artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet.

59

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding

Voor het in stand houden en op kwaliteit houden van kapitaalgoederen zijn langlopende investeringen en onderhoudsplannen nodig. Dit doen we door de toepassing van Assetmanagement. Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, ofwel de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een systematische en gecoördineerde manier van beheren. Het gaat hierbij vooral om de optimalisatie van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de gemeentelijke doelstellingen. We richten ons op het beheer over de gehele levensduur en kijken verder dan wat goed is voor de objecten zelf. We kijken naar wat goed is voor de organisatie en nog belangrijker, wat goed is voor inwoner: de gebruiker. Deze paragraaf bevat een toelichting op het beleidskader en de financiën van de volgende kapitaalgoederen: • Wegen • Civiele constructies • Openbare verlichting • Water en riolering • Groen • Speelterreinen • Gebouwen Voor deze kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen aanwezig, met daarin beschreven de gewenste kwaliteitsniveaus. Hieronder wordt getoond wat de looptijd daarvan is en wat de status is van het onderhoud. In onderstaande tabel is zichtbaar dat het onderhoudsplan voor de speelterreinen moet worden geactualiseerd. Verder is er sprake van achterlopen op regulier onderhoud bij 5 kapitaalgoederen.

In 2023 zijn er voorbereidingen getroffen om dit in te lopen in 2024 en verder. Kapitaalgoederen

Beheer-/beleidsplan

Looptijd plan

Wegen

Beheerplan wegen

2021-2024

Achterstallig onderhoud Nee, wel achterstand in uitvoering

Civiele constructies

Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken

2021-2025

Nee, wel achterstand in uitvoering

Openbare verlichting

Beleidsplan Openbare verlichting 2020

2020-2024

Nee, wel achterstand in uitvoering

Water en Riolering

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

2022-2026

Nee, wel achterstand in uitvoering

Groen

Bomenbeleid en structuurplan

2015-2035

Nee

Speelterreinen

Beleidskader speelruimte en -voorzieningen

2014-2018

Nee, wel achterstand in uitvoering

Gebouwen

Nota Duurzaamheid; IVAB.

2020-2025

Nee

Wegen

Beleidskader Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. In 2020 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd. Deze inspectie vormt de basis voor het door de raad in juli 2021 vastgestelde beheerplan 'Wegen 2021-2025'. We vertalen het wegenbeheerplan naar concrete uitvoeringsmaatregelen. Financiën In het meerjareninvesteringsplan zijn investeringen voor vervanging van wegen opgenomen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks onderhoud. Voor het planmatig onderhoud is een voorziening Wegen ingericht.

Civiele constructies

Beleidskader Civiele constructies zijn tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan ‘Civiele kunstwerken’ is vastgesteld door de raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daarvoor zijn in 2022 de volgende assets geïnspecteerd: • Verkeersbruggen • Beweegbare bruggen • Fietsbruggen • Voetgangersbruggen • Tunnels • Viaducten • Geluidschermen 60

Door gebrek aan capaciteit worden de beschoeiingen en kademuren in het eerste kwartaal van 2023 geïnspecteerd. Het meerjarig onderhoudsplan is in het tweede kwartaal van 2023 beschikbaar gekomen. Financiën In het meerjareninvesteringsplan hebben we de benodigde investeringen voor de civiele constructies opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud.

Openbare verlichting

Beleidskader Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door de raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld. Dit bestek is inmiddels gegund. De eerste deelopdrachten zijn in uitvoering. Financiën In het meerjareninvesteringsplan zijn de benodigde investeringen voor de verduurzaming van de huidige installatie opgenomen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks en planmatig onderhoud.

Water en riolering

Beleidskader Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan deze zorgplichten staat in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van water en klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering. Ook geeft het inzicht in de kosten van al deze onderdelen voor de periode 2022-2026 en de belangrijke rol van integraal en risicogestuurd werken. Financiën We hanteren een 100% kostendekkend tarief, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. Om schommelingen in de kosten op te vangen maken we gebruik van een egalisatievoorziening, waardoor het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden als sprake is van een piek of dal in de uitgaven.

Groen

Beleidskader Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen, gazons en andere velden in de openbare ruimte en de paden in parken. Het doel is handhaving van de voorgeschreven kwaliteit. Beheerbelangen zijn leefbaarheid, ecologie, klimaatadaptie, landschap en cultuurhistorie. Deze belangen spelen ook een belangrijke rol bij wegbermen, groene oevers en watergangen, maar deze vallen qua begrotingssystematiek niet onder groen. Het beleidskader wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Boombeleidsplan, de parkbeheerplannen, de landschapsontwikkelingsplannen en de regionale visie klimaatadaptie. De aangekondigde herziening van het beleidskader als Groenstructuurplan is in 2023 nog niet opgestart. In 2023 is 6.000 m2 aan plantvakken gereconstrueerd, waarmee ca. 20% van de achterstand is weggewerkt. Er zijn ca. 300 bomen vervangen. Financiën Op grond van de nota ‘Beheer kapitaalgoederen’ zijn in de voorjaarsnota 2016 middelen beschikbaar gesteld voor vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen. Ook zijn in de begroting (exploitatie)budgetten opgenomen voor het reguliere (dagelijks-jaarlijks) onderhoud (IBOR). In 2022 is een nieuwe aanbesteding voor groen uitgevoerd en daarom zijn in de begroting 2022 voor de periode 2022-2026 de exploitatiebudgetten aangepast. Vanuit het investeringsbudget ‘Nota Kapitaalgoederen’ zijn bovengenoemde plantvakken gereconstrueerd en zijn bomen vervangen.

Alle jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden zijn binnen de beschikbare budgetten uitgevoerd.

Speelterreinen

Beleidskader De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota ‘Buiten spelen natuurlijk!’. Het actueel maken van dit plan is gestart in 2023 en wordt in 2024 afgerond. In deze verbeterde versie is aandacht voor de spreiding van de herinrichting van speelplekken en de vergroening van speelplekken. De speeltoestellen moeten veilig te gebruiken zijn en de speelplaatsen worden duurzaam en klimaatadaptief ingericht. Het onderhoud van het groen op en rond de speelplaatsen vindt plaats volgens de nota ‘Beheer kapitaalgoederen’. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen ‘Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen’. Jaarlijks loopt de 61

aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd. Financiën In het geactualiseerde meerjareninvesteringsplan zijn investeringen opgenomen voor het renoveren van speelplaatsen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud. Ook is een bedrag beschikbaar voor reconstructie en herinrichting.

Sportterreinen

Beleidskader Buitensportaccommodaties zijn kapitaalgoederen die onder het programma ‘Sport’ vallen. Zoals vastgesteld in de sport- en beweegnota, faciliteren wij een verantwoord basisniveau van een gevarieerd sport- en beweegaanbod door betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. We stimuleren dat de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud verder wordt overgedragen aan de gebruikers. Financiën In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor vervangingsbijdragen aan derden. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport.

Gebouwen

Beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed Beheerplannen vastgoed Het niveau waarop het vastgoed in stand wordt gehouden is vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Dit instrument is gebaseerd op de ‘Conditiemetingsmethodiek’ volgens NEN 2767. Het gemiddelde onderhoud is vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, hanteren we een gemiddeld conditieniveau 2: goed/representatief. De meerjarenonderhoudsplannen voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille zijn in 2020 herijkt. In 2023 is een jaarplan gemaakt om uitvoering te geven aan het planmatig onderhoud. Om maximaal uitvoering te geven aan het efficiënt en planmatig uitvoeren van het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed, wordt bij aanbestedingen gekozen voor grotere meerjarige clustercontracten, waarbij we de markt uitnodigen om met ons mee te denken. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Aan de hand van de ‘Vastgoednota Stichtse Vecht’ is de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed in 2023 verder aangepakt. Leidend hierin is het ‘Uitvoeringsplan verduurzaming gemeentelijk vastgoed’.

De 21 vastgoedobjecten (onze kernvoorraad) die benoemd zijn in dit plan hebben de focus. De verduurzaming aan de hand van de mogelijke quick wins van de objecten is volgens plan uitgevoerd, al dan niet na inspectie van de ODRU. Voorbeelden hiervan zijn: • De vervanging van de PL- en TL-verlichting door LED in o.a. bibliotheek Kockengen, fietsenstalling GAK en ’t Kikkerfort. • Het realiseren van isolatie van leidingwerk, appendages en ventilatiekanalen in o.a. ’t Kikkerfort, GAK en Sporthal Kockengen. • Het installeren en analyseren van een Energie Monitoring Systeem bij de grootste energieverbruikers. Bij een deel van de voorraad, o.a. Goudestein zolder, sporthal Kockengen en het GAK zijn de voorbereidingen voor de overgang naar LED-verlichting in 2023 gestart. Dit geldt ook voor het plaatsen van PV-panelen op het dak van Kansis in Breukelen. Uiteraard zijn en worden grootschalige verbeteringen/aanpassingen zo dicht mogelijk gepland bij de natuurlijke onderhoudsmomenten. Daar waar verduurzaming onderdeel uitmaakt van een groter geheel (o.a. renovatie of verbouwing) is het opzetten van een totaalproject vanzelfsprekend. Dit geldt voor ca. een kwart van de kernvoorraad. Afstoten gemeentelijk vastgoed We streven naar een compacte en strategisch waardevolle vastgoedportefeuille, die bijdraagt aan onze maatschappelijke beleidsdoelstellingen.

Om richting te geven aan deze ambitie is in november 2020 de ‘Vastgoednota 2020’ vastgesteld. Als onderdeel hiervan is ook een portefeuilleplan opgesteld, waarbij het vastgoedperspectief per object is vastgesteld. Verzelfstandiging sportaccommodaties Zoals in de ‘Vastgoednota 2020’ aangegeven onderzoeken we de mogelijkheden voor het verzelfstandigen van de vastgoedcategorie binnen- en buitensport. In 2022 is gestart met het scenario onderzoek. Afgelopen jaar is na scenarioafweging gekozen voor de oprichting van een joint venture met SRO. De voorbereidingen zijn gestart en naar verwachting wordt de exploitatie en het beheer en onderhoud van de sportaccommodaties per 1-1-2025 overgedragen naar de joint venture. Het eigendom blijft in handen van de gemeente.

62

Financiering Inleiding

De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de ‘Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)’ en vertaald in het ‘Treasurystatuut Gemeente Stichtse Vecht 2020’. De paragraaf Financiering in de jaarrekening geeft inzicht in hoe de gemeente met haar financiële middelen is omgegaan.

Financieringspositie

Op het gebied van financieren en beleggen stelt de Wet fido de volgende beleidsrichtlijnen: 1. Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan op grond van de publieke taak. 2. Een tijdelijk teveel aan financiële middelen wordt verstandig uitgezet en is primair niet gericht op het verkrijgen van extra inkomsten. Het financieringsbeleid is in 2023 binnen de Wet fido uitgevoerd.

Ontwikkeling leningportefeuille

In 2023 zijn er geen langlopende geldleningen aangetrokken en is er één langlopende geldlening afgelost. Per 31 december 2023 is de leningportefeuille opgebouwd uit 16 langlopende geldleningen. De totale restschuld bedraagt € 109,7 miljoen. Leningportefeuille (bedragen* € 1.000)

Bedrag

Leningportefeuille per 31 december 2022

123.093

Aflossingen 2023

-13.350

Nieuw aangetrokken leningen 2023 Leningportefeuille per 31 december 2023

0 109.743

Beleggingen

Sinds eind 2013 is de ‘ministeriële regeling schatkistbankieren decentrale overheden’ van kracht. De hoofdlijnen van het schatkistbankieren zijn vastgelegd in de Wet fido. De regeling verplicht decentrale overheden om hun overtollige financiële middelen in de schatkist van het Rijk te beleggen, waardoor publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is. In het verlengde hiervan is het ook toegestaan om overtollige financiële middelen te beleggen bij andere decentrale overheden, waarmee geen toezichthoudende relatie wordt onderhouden. Van het verplicht beleggen van overtollige middelen in de Rijksschatkist is een drempelbedrag vrijgesteld. Voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op € 3,8 miljoen.

Renteschema 2023 Renteschema (bedragen * € 1.000) Externe rentelasten over korte en lange financiering

Bedrag 1.892

Af: externe rentebaten

-126

Totaal door te rekenen externe rente

1.766

Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-7

Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

-17

Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

17

Bij: rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves)

-

Bij: rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

-

Bij: aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead)

1.759

Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag)

-1.306

Renteresultaat

453

Risicobeheersing

De Wet fido beperkt de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen. De wet bepaalt onder andere dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de introductie van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet 63

De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen. Dit moet de gevolgen van renteschommelingen op het budget van kortlopende geldleningen onder controle houden. Deze limiet is in 2023 niet overschreden. Kasgeldlimiet 2023 (bedragen * € 1.000)

Q1 - 2023

Q2 - 2023

Q3 - 2023

Q4 - 2023

190.782

190.782

190.782

190.782

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

16.216

16.216

16.216

16.216

Omvang begroting na wijziging Grondslagpercentage Toegestane kasgeldlimiet Kas- en banksaldi Kortlopende financiering: kasgeldleningen o/g Kortlopende uitzettingen: schatkistbankieren (SKB) Kortlopende uitzettingen: decentrale overheden Ruimte binnen kasgeldlimiet

-627

-159

352

-843

-

-4.667

-1.333

-5.333

10.189

1.274

1.188

2.042

-

-

-

-

25.778

12.664

16.423

12.082

Renterisiconorm De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm zorgt voor een passende spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille, met als doel een portefeuille met beperkte renterisico’s, door renteaanpassing en herfinanciering van leningen. Renterisiconorm 2023

Begroting

(bedragen * € 1.000)

Rekening

2023

2023

A

Renterisiconorm (20% begrotingstotaal)

38.156

38.156

B

Renterisico (aflossingen + renteherzieningen)

12.428

13.350

(A-B)

Ruimte onder renterisiconorm

25.728

24.807

64

Bedrijfsvoering Regulier Inleiding

Wij willen een organisatie zijn die voortdurend verbetert en vernieuwt. Een organisatie die nadenkt over wat beter kan en hoe de kwaliteit van onze medewerkers zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Dit vraagt om een goed functionerende bedrijfsvoering, die blijvend voldoet aan de ontwikkelingen in de markt.

Lerende organisatie

De organisatie bevordert een cultuur van continu ontwikkelen en het verbeteren van mensen en processen. Daarbij maken we onder andere gebruik van de Plan-Do-Control-Act-cyclus (PDCA-cyclus) en periodieke evaluatiemomenten. Zo verbeteren en optimaliseren we de processen doorlopend. Een voorbeeld van procesverbetering is de planning & control-cyclus (P&C-cyclus). Daarnaast spreken we met de raad over (sturen op) de effecten van continu verbeteren vanuit de bestuurlijke ambities. Aan de menskant zetten we in op het bevorderen van de gewenste houding en gedrag van medewerkers en leidinggevenden. Dit doen we door het creëren van een omgeving waarin leermomenten bespreekbaar zijn en waar van elkaar en met elkaar geleerd wordt. Ook stimuleren en faciliteren we medewerkers om zich voortdurend te blijven ontwikkelen en verbeteren. Daarbij sturen en ondersteunen leidinggevenden vanuit de principes van dienend leiderschap (inspireren, motiveren, faciliteren en eigenaarschap).

Human Resources

In lijn met het coalitieakkoord ‘Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht’ is in 2023 ingezet op het steeds meer ‘in control’ brengen van de organisatie volgens de drie strategische doelen: ‘Koesteren en waarderen’, ‘Wij versterken het fundament’ en ‘De opgaven zijn leidend’. In de tweede helft van 2023 is daar het strategische doel ‘Dienstverlening versterken’ aan toegevoegd. Recruitment en ontwikkeling Om de instroom van personeel een extra impuls te geven ondernamen we diverse initiatieven: het ambassadeursprogramma ‘de Medewerver’, waarbij medewerkers beloond worden als ze uit hun eigen kring nieuwe medewerkers aandragen en een traineeship programma met de samenwerkende gemeenten (netwerkorganisatie van gemeenten; U10 m.u.v. gemeente Utrecht). De externe zichtbaarheid is vergroot door regelmatig artikelen op social media te posten, waarin medewerkers als ambassadeurs onze gemeente als aantrekkelijk werkgever promoten. Bovendien benaderen onze recruiters de markt actief om potentiële kandidaten te enthousiasmeren voor functies bij Stichtse Vecht. Het onboardingsprogramma blijkt een effectief en goed gewaardeerd middel om nieuwe medewerkers te verwelkomen en te helpen bij het ‘wortelen’ in de organisatie. In het kader van koesteren en waarderen hebben we ook dit jaar blijvend geïnvesteerd in de ontwikkeling van medewerkers en leidinggevenden.

Zo is het leiderschapsprogramma afgerond en hebben veel medewerkers de training ‘Verbetering kwaliteit bestuurlijke stukken’ gevolgd. Daarnaast is de training ‘Leiderschap in samenwerking’ gestart en is gestart met een uitgebreid opleidingsprogramma voor de omgevingswet. In 2023 daalde de uitstroom naar 65 medewerkers tegenover 88 medewerkers in 2022. Van het aantal vacatures in 2023 is 20% vervuld door eigen medewerkers (interne doorstroom). Vitaliteit en welzijn In Q1 en Q2 is een aantal langdurige verzuimdossiers afgesloten. De stijging in Q3 en Q4 is te wijten aan medisch onvermijdelijk lang verzuim (zoals kanker) en daarna aan seizoensgebonden verzuim (griep en verkoudheid). Om het verzuim verder terug te brengen volgden leidinggevenden trainingen. Daarnaast is de providerboog (samenwerking tussen de gemeente en externe partijen, gericht op de bevordering van de gezondheid van medewerkers) actiever ingezet door de arbodienst, HR en het management. Dit alles heeft positief bijgedragen aan een daling van het ziekteverzuim: 6,2% in 2023 ten opzichte van 7,8% in 2022. Een daling van 1,6%. De grootste daling is te zien in het lang verzuim (43 – 365 dagen) en in het verzuim langer dan twee jaar. Meer informatie over verzuim is opgenomen in het ‘sociaal jaarverslag 2023’.

In 2023 is 2DAYSMOOD als nieuwe technologie voor het periodiek uitvoeren van medewerkersonderzoek voorbereid. Bij 2DAYSMOOD ligt de nadruk op het meten van medewerkersbetrokkenheid en werkgeluk. In Q1 2024 is de eerste meting gestart. HR-fundament versterkt In 2023 is de overgang naar een nieuw e-HRM systeem voorbereid. Met e-HRM worden vrijwel alle HRM processen voor HR, management en medewerkers geautomatiseerd, gedigitaliseerd, geoptimaliseerd en vereenvoudigd. Per 1 januari 2024 is de eerste fase van de implementatie gerealiseerd. In 2024 worden alle overige modules ingericht en gestart en gaan we gefaseerd over naar een eigentijdse en efficiënte manier van werken. Verder is de aanbesteding voor de inhuur van externen afgerond en dat resulteerde in Q4 tot de implementatie van de inhuurdesk. Op basis van een raamovereenkomst met één vaste partij is de rechtmatigheid voor alle nieuwe inhuur geborgd, wordt er een eenduidige kwaliteitsmaatstaf gebruikt en worden managers ontzorgd. 65

Kengetallen 1. Indicator indienst en uitdienst 2023

Grafiek 1: aantal medewerkers indienst en uitdienst per kwartaal (excl. externe inhuur) 2. Indicator verzuimduur 2023

Grafiek 2: verzuimpercentage per kwartaal gerangschikt naar type verzuimduur

66

3. Trendlijn verzuimduur 2022-2023

Grafiek 3: trendlijn procentuele verzuimduur per kwartaal i.r.t. 2022 4. Indicator ziekteverzuim 2022 en 2023 in relatie tot GVN (Gemeentelijke verzuimnorm (voor gemeenten van vergelijkbare omvang))

Grafiek 4: verzuimpercentage SV per kwartaal i.r.t. de gemeentelijke verzuimnorm

67

5. Trendlijn ziekteverzuim Stichtse Vecht i.r.t. GVN*

Grafiek 5: meerjaren-trendlijn jaarlijks verzuimpercentage SV i.r.t. de gemeentelijke verzuimnorm

Loonsom organisatie

Voor de uitvoering van onze taak beschouwen en benutten we de loonsom (of personeelslasten) en inhuur voor vacatures en ziekte als één geheel. Afwijkingen ten opzichte van de begroting worden niet afzonderlijk beoordeeld en toegelicht per programma of taakveld, maar in deze paragraaf Bedrijfsvoering op het totale budget voor personeel, inhuur voor vacatures en ziekte. De totale begrote loonsom is € 41,1 miljoen. De gerealiseerde loonsom van de organisatie is € 42,9 miljoen en bestaat uit ca. 392 FTE aan medewerkers direct werkzaam onder de directie in de teams van de organisatie. De gerealiseerde loonsom overig van € 6,2 miljoen bestaat onder andere uit de loonkosten voor de griffie, het college, de raad en de medewerkers van 't Kikkerfort. De indirecte personeelslasten bestaan onder andere uit reiskosten, overwerk, onregelmatigheidstoeslag, aan- en verkoop van verlof, etc. De verdeling van de loonsom (of personeelslasten) naar de programma’s volgde zoveel mogelijk de verdeling in de begroting van 2023 en is terug te vinden in de financiële analyse per programma als toegerekende personeelslasten. De aansluiting is te zien in onderstaande tabel. Specificatie Loonsom/personeelslasten 2023

Begroot

Werkelijk

Loonsom organisatie

34.553

28.394

Loonsom overig

5.626

6.194

Indirecte personeelslasten

720

541

Inhuur ten laste van de loonsom

238

7.784

Totaal Loonsom\personeelslasten Toerekening personeelslasten per programma 2023

41.136 Begroot

42.912 Werkelijk

Programma 1

18.951

Programma 2

1.220

18.976 1.247

Programma 3

9.084

10.270

Programma 4

9.551

10.002

Programma 5

2.330

2.417

Totaal toegerekende personeelslasten

41.136

42.912

In de ‘Bestuursrapportage 2023’ prognosticeerden we, op grond van de cijfers tot en met juni, € 2,1 miljoen extra uitgaven op de loonsom. We gaven aan dat dit het bedrag benaderde van het extra inhuurbudget (als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt) van € 2 miljoen, zoals in de begroting van 2023 is opgenomen. Ook spraken we de verwachting uit dat de overschrijding zich in een bandbreedte tussen € 1,2 miljoen en € 3,2 miljoen zou gaan bewegen. De onderkant van de bandbreedte werd bepaald door uitgaven die niet ten laste van de loonsom (inhuur voor vacatures of ziekte) horen te komen, maar daar wel zijn verantwoord. De bovenkant van de bandbreedte werd bepaald door verlengingen van inhuuropdrachten tot het eind van het jaar, waarmee in de Bestuursrapportage 2023 nog geen rekening mee is gehouden. In de Bestuursrapportage 2023 prognotiseerden we, op basis van de cijfers over het eerste halfjaar, een overschrijding op de loonsom van € 85.000. 68

Het afgelopen jaar gaven we bijna € 0,6 miljoen minder aan loonsom en inhuur (voor vervanging in verband met vacatures en ziekte) uit dan begroot. Deze onderbesteding is het gevolg van een onderbesteding van € 0,8 miljoen op het, voor het project ‘versnelling woningbouw’, toegekende formatiebudget van € 1,2 miljoen. Het extra formatiebudget kwam per 1 mei 2023 beschikbaar. Het volledig invullen van deze vacatures duurt, mede gezien de krapte op de arbeidsmarkt, langer dan wenselijk. Analyse loonsom 2023

Begrote loonsom

Totaal

41.136

Salarissen Inhuur Extra dekking loonsom en Inkomsten inhuur 35.128

7.784

-2.000

-317

Saldo loonsom

% inhuur van de loonsom

-540

18,92%

Inhuur buiten de loonsom Naast de inhuur ten laste van de loonsom (vervanging ziekte en vacatures) huren we ook in op uitvoering van activiteiten (inhuur buiten de loonsom). De inhuur buiten de loonsom is in de jaarrekening verantwoord onder de overige lasten. In onderstaande tabel zijn zowel de overige lasten als de inhuur buiten de loonsom per programma weergegeven. Analyse overige lasten

Inhuur buiten loonsom

Prog nr.

Begroot

Werkelijk

Verschil

Begroot

Werkelijk

Verschil

1. Bestuur

16.906

17.654

748

90

2.506

2.416

2. Veiligheid

5.371

5.667

296

26

3. Fysiek

34.974

28.633

-6.341

1.861

2.215

354

4. Sociaal

59.022

63.364

4.342

126

1.785

1.659

5. Samenleven

14.496

15.147

651

51

402

351

Totaal

130.769

130.465

-304

2.153

6.908

4.755

-26

De inhuur buiten de loonsom heeft ten opzichte van begroting op de kostensoort inhuur een overschrijding van € 4,8 miljoen. De totale overige lasten zijn in totaal € 0,3 miljoen lager dan begroot. In de financiële analyse bij de programma's bij het onderdeel overige lasten, zijn de belangrijkste afwijkingen nader toegelicht als op taakveldniveau sprake is van een over- of onderschrijding. De voornaamste afwijkingen tussen realisatie en begroting voor inhuur buiten de loonsom zijn: • inhuur vanwege het project ‘inkoopoptimalisatie’: € 1,0 miljoen (programma 1 ‘Bestuur’); • inhuur vanwege het project ‘migratie datacenter’: € 0,3 miljoen (programma 1 ‘Bestuur’); • inhuur voor omgevingsvergunningen, omgevingswet en andere ontwikkelprojecten: € 1,1 miljoen (programma 3 ‘Fysiek’). Hier tegenover staan deels hogere ontvangen leges omgevingsvergunningen. • inhuur in verband met de regeling voor opvang van Oekraïners: € 0,6 miljoen (programma 4 ’Sociaal’); • inhuur voor de re-integratie en uitvoering van de opvang van nieuwkomers: € 0,5 miljoen (programma 4 ‘Sociaal’); • inhuur voor jeugdvoorzieningen en thuishulp: € 0,5 miljoen (programma 4 ‘Sociaal’); • diverse overige afwijkingen: € 0,8 miljoen.

Inkoop- en aanbesteding

In 2022 namen we diverse maatregelen om het inkoopproces te verbeteren en onrechtmatigheden in inkoop en aanbestedingen aan te pakken. Deze inspanningen zijn voortgezet in 2023. Hiervoor is een grondige analyse uitgevoerd van onrechtmatigheden bij leveranciers die facturen van meer dan 200.000 euro hebben ingediend in de afgelopen vier jaar. Concrete acties, zoals het tijdig starten van aanbestedingen, zijn ondernomen om deze onrechtmatigheden te verminderen. Om toekomstige onrechtmatigheden te voorkomen, zijn lopende contracten geïdentificeerd en verwerkt in de bronsystemen en is een domeinoverstijgende inkoopplanning opgesteld. Daarnaast besteedde we aandacht aan het verbeteren van de informatievoorziening en van ondersteunende applicaties, waaronder de migratie van Negometrix (3) naar Mercell (4). De herinrichting van de applicatie, inclusief Mercell en Zaaksysteem heeft als primair doel het inkoopproces beter te beheersen. Daarnaast is de drempelwaarde voor het inkoopstartformulier verhoogd naar € 50.000, zodat inkoop meer tijd heeft voor grotere strategische aanbestedingen. Processen voor aanbestedingen, zowel enkelvoudig als meervoudig en Europees, zijn gedetailleerd beschreven en adequaat ingericht. De capaciteit is vergroot door het aanstellen van contractmanagers en (externe) inkopers.

Een nauwere samenwerking tussen inkoop, contractmanagers en de domeinen is gestart voor een effectievere afstemming. Deze gezamenlijke inspanningen leidde tot een geoptimaliseerde basis van het inkoopproces en uiteindelijk tot het bereiken van de gestelde doelen voor 2025.

69

Informatisering en Automatisering

In 2023 migreerden we het datacenter succesvol. Van het eigen datacenter in het gemeentekantoor, naar die van de leverancier. Deze migratie, inclusief modernisering van de digitale werkplek, waarborgt de continuïteit van de bedrijfsvoering van de gemeente en stelt ons in staat om door te ontwikkelen met behulp van cloud-technologie. Via reguliere processen (bijvoorbeeld volgens de aanbestedingsplicht) brachten we applicaties naar de cloud. Voor onder andere Burgerzaken en HRM zitten we nog in dit proces. Daarnaast implementeerde we succesvol de vernieuwde telefonieomgeving. De governance van de IT Service Management (ITSM)-processen is verbeterd door procesomschrijvingen. Ook besteedde we veel aandacht aan een gecontroleerde uitvoering van wijzigingen in de informatievoorziening. Ook is er een duidelijk proces neergezet voor incidentbeheer, om verstoringen snel te verhelpen. Functioneel applicatiebeheerders worden daar actief bij betrokken en in begeleid. Ook implementeerden we een vernieuwde werkwijze, waarmee de intake van nieuwe projecten met een IV/ITcomponent gecontroleerd wordt uitgevoerd en creëerden we meer inzicht in de roadmap van toekomstige projecten en ontwikkelingen. Dit alles draagt bij aan de eerder gestarte werkwijze volgens een ‘CIO Office’, dat in 2024 wordt doorontwikkeld.

Moderne programma’s en technieken voor datagedreven werken is ingezet voor het inwinnen, verwerken en analyseren van data. Dit in aanvulling op het dataplatform, dat de afgelopen periode steeds meer is gevuld. Hierbij is rekening gehouden met het GGM (Gemeentelijk Gegevensmodel) dat voldoet aan de ‘Common Ground principes’. Met deze werkwijze maken we steeds meer onderzoeken & analyses, rapportages en dashboards toegankelijk voor de organisatie. Op die manier krijgen we als organisatie steeds meer grip op de actuele werkzaamheden en wordt de beleidsontwikkeling ondersteund.

Informatiebeleid en -beheer

Een bewaarstrategie informatiebeheer is opgesteld, waarin de aanpak voor het duurzaam toegankelijk bewaren van informatie is vastgelegd. De implementatie van informatiebeheer en -beleid vindt plaats, door aansluiting op bestaande projecten voor het herijken van werkprocessen en/of systemen binnen de organisatie (archivering by design). Concreet betekent dit dat bij elke wijziging het proces volledig digitaal wordt ingericht, getoetst aan actuele wetgeving en kwaliteitsnormen, keuzes en afspraken voor archivering worden vastgelegd. In 2023 betrof dit onder andere HRM en Burgerzaken informatie. De digitalisering van de bouwdossiers en de overdracht aan het ‘Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen’ (RHCVV) loopt nog enkele jaren door, naar verwachting tot en met 2028. In 2023 is een grote stap in de bewerking gemaakt, zodat we in 2024 kunnen digitaliseren. Daarnaast is in kaart gebracht welke analoge werkzaamheden tot 2030 plaats moeten vinden en zijn deze gepland. Het e-depot (digitaal archief RHCVV) is in gebruik, waarnaar we in de toekomst het digitale archief kunnen overbrengen. Ter voorbereiding op de pilot ‘aansluiting vanuit het Zaaksysteem’, zijn de eerste verkennende gesprekken gevoerd met leveranciers en RHCVV.

Gegevensbescherming en informatiebeveiliging

Informatieveiligheid en gegevensbescherming worden door de sterk toenemende digitalisering steeds belangrijker. Inwoners en bedrijven verwachten een betrouwbare overheid, die op een zorgvuldige en veilige manier met informatie omgaat. Stichtse Vecht speelt hierin een belangrijke rol. Een goede informatieveiligheid draagt bij aan een hogere kwaliteit en continuïteit van de bedrijfsvoering en dienstverlening. We zetten in op het doorlopend versterken van informatieveiligheid en gegevensbescherming met technische en organisatorische maatregelen. Hierdoor groeien we in volwassenheid naar de normen van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en de wettelijke verplichting vanuit de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming). Bewustwording en het goed beveiligen van persoonsgegevens en informatie is belangrijk. We voerden meerdere campagnes, waaronder een ‘phishingtest’. Nieuwe medewerkers volgden een (verplichte) training ‘Informatieveiligheid en gegevensbescherming’. Bij bewustwording ligt de focus, naast het vergroten van kennis, vooral op houding en gedrag. Het afgelopen jaar waren er geen incidenten met invloed op de dienstverlening. We hebben de jaarlijkse verplichte audit ‘Eenduidige Normatiek Single Informatie (ENSIA)’ over 2022 met goed gevolg afgerond.

Omdat privacy, gegevensbescherming, het voorkomen van datalekken en informatiebeveiliging meer aandacht en inzet vergt, is hiervoor extra capaciteit ingehuurd. In 2022 heeft de gemeente als boa-werkgever de vanuit de Wet politiegegevens (Wpg) verplichte externe audit laten uitvoeren. De audit, onderdeel van de Wpg, beoordeelt periodiek hoe boa-werkgevers zoals gemeente Stichtse Vecht met persoonsgegevens omgaan. Voor de met een onvoldoende beoordeelde criteria is in het 4e kwartaal van 2023 door een externe auditor een hercontrole uitgevoerd. De resultaten daarvan worden uiterlijk in februari 2024 met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gedeeld. 70

Onderzoeksprogramma

Gemeente Stichtse Vecht kent verschillende onderzoeken waar we van leren en onze werkwijzen door kunnen verbeteren, zoals: • bijzondere onderzoeken zoals rechtmatigheidsonderzoeken; • artikel 213a-onderzoeken naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van beleid en bedrijfsvoering; • overige audits, zoals de ENSIA, een periodieke IT-audit op de systemen en de jaarlijkse DigiD-audit. Voor de uitvoering van onderzoeken gebruiken we de ‘Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Stichtse Vecht’. Hierin is de onderzoeksfrequentie, de manier waarop onderzoeken worden gepland en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd vastgelegd. De verordening beoogt vooral het doen van zelfonderzoek. Vanwege het in het coalitieakkoord aangegeven speerpunt om vanaf 2023 het fundament op orde en de organisatie weer 'in control' te brengen volgens de reguliere jaarlijkse onderzoeken en audits (zoals de ENSIA, DigiD- audit en rechtmatigheidsonderzoeken/VIC's), zijn er voor 2023 geen aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Deze waren ook niet gepland voor 2023. Voor 2024 is voor het uitvoeren van artikel 213a-onderzoeken afzonderlijk budget beschikbaar gesteld.

Overheadskosten Overheadkosten 2023

Begroting 2023 na wijziging

Rekening

2023

Saldo 2023

Bedrijfsvoering Bestuurlijke en Juridische zaken

652

479

-173

Data en Informatiemanagement

4.129

5.295

1.166

Financiën en Control

163

208

45

Huisvesting organisatie

767

1.178

411

Interne Dienstverlening

527

557

30

Mens en Organisatie

1.874

1.293

-580

Totaal bedrijfsvoering

8.112

9.010

899

(Inhuur) Loonsom overhead

14.406

14.176

-230

Indirecte personeelslasten

747

744

-3

Totaal personeelslasten

15.153

14.920

-233

Eindtotaal

23.265

23.931

666

Personeelslasten

Openbaarheidsparagraaf

Op 1 mei 2022 trad de Wet open overheid (Woo) in werking, ter vervanging van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verving. Voor de implementatie van de Woo wordt een beroep gedaan op de door het gemeentefonds beschikbaar gestelde middelen, zoals vastgelegd in de ‘Mei-circulaire 2021’ van de VNG. Deze financiële middelen omvatten zowel incidentele als structurele bronnen. In 2023 zijn er 32 Woo-verzoeken ingediend en behandeld. Daarvan zijn er, mede door capaciteitsbeperkingen, 12 binnen de geldende termijn van 6 weken afgehandeld. Als vervanging voor de extern ingehuurde Woo-juristen wierven we in 2023 een vaste Woo-jurist, die start per februari 2024. Deze functionaris gaat ook bijdragen aan het behandelen van Woo-verzoeken binnen de gestelde termijn. Onderdeel van de Woo-implementatie is het gefaseerd publiceren van 11 informatiecategorieën, waarvan de actieve ontsluiting vanuit de organisatie wordt vereist volgens de Woo. Naast de categorieën die al op de website van Stichtse Vecht worden gepubliceerd, zoals organisatiegegevens, agenda en raadsbesluiten, zijn nu twee andere categorieën in voorbereiding: Woo-verzoeken en convenanten. Twee categorieën worden voorbereid om in Q1 en Q2 van 2024 live te gaan. Het is noodzakelijk om in het Zaaksysteem via een koppeling met Datamask (anonimiseringstool) informatie te genereren.

Vervolgens leggen we een tweede koppeling tussen het Zaaksysteem en de gemeentelijke website, om de diverse categorieën te publiceren op open.stichtsevecht.nl. De categorieën op open.stichtsevecht.nl worden door een nog aan te stellen Woo-redacteur gelinkt aan de nationale Woo-Index. Deze is vergelijkbaar met het gemeenteblad op Overheid.nl en daarnaast specifiek gericht op de Woo.

71

Toelichting rechtmatigheidsverantwoording Inleiding

Vanaf dit verslagjaar (2023) neemt het college van B&W een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Hiermee leggen we verantwoording af over de naleving van regels die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. Op basis van 3 criteria toetsten we in hoeverre we volgens de financiële wet- en regelgeving (financieel rechtmatig) handelden. Alleen over verschillen groter dan € 50.000 wordt verslag gedaan. Wanneer uit controles het totaal van de financiële onrechtmatigheden onder de 3% van de totale begroting blijkt, hoeft in deze toelichting geen verslag worden gedaan. Dit is op alle drie de criteria van toepassing. Criteria De volgende criteria zijn onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording en daarop toetst de gemeente zichzelf op financiële rechtmatigheid: 1. Begrotingscriterium De gemeente controleert of zij binnen de afgesproken begroting is gebleven, met een ondergrens van € 50.000. Deze controle wordt uitgevoerd voor de baten, de lasten en de investeringen met elkaar te vergelijken. Een verschil groter dan € 50.000 ten opzichte van de begroting is onrechtmatig. Bijvoorbeeld doordat er meer is uitgegeven of ontvangen. Daarop geldt één uitzondering: als de gemeenteraad gedurende het jaar op de hoogte is gesteld van het verschil is het rechtmatig en hoeft dit niet meegenomen te worden in de verslaglegging.

Zoals hieronder is te zien, worden alle verschillen verzameld op programmaniveau. Deze programma's komen overeen met de genoemde programma's in het jaarverslag. In de kadernota ‘Rechtmatigheid van de commissie BBV’ staan de uitgangspunten voor de begrotingsrechtmatigheid. Ook worden richtlijnen gegeven, onder andere over wanneer de begrotingsonrechtmatigheid door de accountant in het rechtmatigheidsoordeel moet worden betrokken 2. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium gaat over de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. Deze eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en gaan over aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 3. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium controleert of de gemeente geen misbruik heeft gemaakt van gemeentelijke gelden en eigendommen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2485/documents/54694