CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 BP Oostwaard 9 Maarssen incl. bijlagen.pdf

Raad 30 mei 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 9.: Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen29.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Oostwaard 9 te Maarssen

Gemeente Stichtse Vecht

Planstatus:

vastgesteld

Identificatiecode:

NL.IMRO.1904.BPoostwaard9MRS-VG01

Datum:

3 april 2023

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes

Kenmerk Plannen-makers:

PM18021

Opdrachtgever:

Dhr. en mw. Peek-Van den Bosch

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751

Pagina 2 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 5

2

Het plan ........................................................................................................................................... 6 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 6 Recente ontwikkelingen plangebied t.b.v. beeldkwaliteit ........................................................ 7 Beschrijving plan...................................................................................................................... 9

3

Beleidsmatige onderbouwing ........................................................................................................ 16 Rijksbeleid ............................................................................................................................. 16 Provinciaal en Regionaal beleid ............................................................................................ 19 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 26

4

Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 32 Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 32 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 33 Geluidhinder .......................................................................................................................... 34 Ecologie ................................................................................................................................. 35 Bodemkwaliteit....................................................................................................................... 37 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 37 Externe Veiligheid .................................................................................................................. 39 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................... 44 Waterhuishouding ..................................................................................................................

48 Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 50 Duurzaamheid ....................................................................................................................... 54

5

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 56 Plansystematiek..................................................................................................................... 56 Opzet van de regels .............................................................................................................. 56 De bestemmingen.................................................................................................................. 57

6

Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid........................................................................ 59 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 59 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 59

7

Bijlagen .......................................................................................................................................... 61

Pagina 3 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

1 Inleiding Aanleiding en doelstelling Aan de Oostwaard 9 te Maarssen ligt een cultuurhistorische waardevolle boerderij langs de Vecht. Om de fraaie en bijzondere groene plek aan de rand van de kern Maarssen te kunnen behouden en te versterken voor de toekomst moet gezocht worden naar mogelijkheden om de locatie goed te kunnen exploiteren. Hiervoor zijn verschillende ideeën in een principeverzoek voorgelegd aan de gemeente. De ideeën gaan uit van het behoud van de boerderij zoveel mogelijk in zijn huidige vorm en het toevoegen van activiteiten die het best aansluiten bij de bestaande landelijke kwaliteiten en bij de agrarische bestemming van de omliggende grond en de verstedelijking daaromheen. Over dit initiatief is eerder met verschillende mensen binnen de gemeente gesproken. Dit heeft in een eerder traject ook geleid tot het opnemen van een voedselbos in het vigerende bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan ‘Oud Zuilen en Op Buuren’ is het volledige erf van Oostwaard 9 (inclusief alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen) opgenomen als ‘woonbestemming’. De omliggende agrarische velden zijn opgenomen als ‘Agrarische bestemming’ met de nadere aanduiding ‘Voedselbos’.

De ideeën waarmee de initiatiefnemers Oostwaard 9 willen exploiteren vallen onder bestemmingen als ‘Cultuur en ontspanning’ of ‘Verblijfsrecreatie’ en zijn niet mogelijk op basis van de huidige woonbestemming van het erf. Op kosten van de initiatiefnemer en in nauw overleg met de gemeente is daarom het voorliggende nieuwe bestemmingsplan opgesteld om de herbestemming naar ‘Gemengd’ mogelijk te maken. Vanwege de grote cultuurhistorische waarde van de locatie en de omgeving is een goede stedenbouwkundige inpassing van groot belang. Daarom is mede ingegaan op de landschappelijke kwaliteiten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens van 27 november 2020 tot en met 7 januari 2021 ter inzage gelegen. Er zijn zienswijzen ontvangen en deze hebben aanleiding gegeven tot het wijzigen van het bestemmingsplan. In paragraaf 7.2 is nader uitgewerkt hoe dit is gebeurd.

Pagina 4 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Leeswijzer Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 5 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

2 Het plan Ligging van het plangebied Het perceel ligt aan de Oostwaard 9 te Maarssen, aan de noordoostelijke oever van de Vecht. Aan de zuidzijde van de Vecht en aan de westzijde van het perceel is de afgelopen jaren de woonwijk Op Buuren ontwikkeld. Aan de noordzijde van het perceel ligt de Zuilense Ring, de noordelijke ringweg van Utrecht en de wijk Zandweg-Oostwaard. Aan de noord- en oostzijde wordt het gebied begrensd door de aansluiting van de ring op de Sweserengseweg, de rest van het buurtschap Oostwaard en aansluitend het achterliggende land van Oud Zuilen. Het plan is in de afgelopen tijd door de aanleg van de woonwijk, de sportvelden en de uitbreiding van de afslag van de Zuilense Ring steeds meer in het stedelijk gebied komen te liggen. De locatie vormt nu de grens van Maarssen en de groene landschappelijke zone langs de Vecht naar Oud Zuilen, richting Utrecht.

Figuur 1. Plangebied in omgeving. Plangebied algemeen aangegeven met rood kader. (Bron: Google Earth)

De locatie is centraal gelegen binnen Nederland en is daardoor vanuit alle windstreken goed te bereiken. Daarnaast ligt het gebied op een kruising van verschillende soorten infrastructuur. De locatie is vanaf de A2 en A27, via de Ring van Utrecht, zeer snel te bereiken. De afslag Maarssen-Dorp/Oud-Zuilen sluit praktisch aan op het gebied. Naast deze infrastructuur ligt het gebied in een oksel van de rivier de Vecht; de oude levensader vanuit Utrecht naar het noorden. Aan de Vecht ligt Oostwaard als monumentale, unieke 13e-eeuwse boerderij tussen de vele jongere buitenplaatsen die de provincie Utrecht rijk is. Historische situatie Oostwaard is een van de oudst ontgonnen en bewoonde gebieden van de Vechtstreek. Het is uit diverse bronnen bekend sinds het einde van de 12e eeuw als een kloosteruithof van de St. Stevensabdij van Oudwijk, Utrecht. De grond zoals deze thans nog bij de boerderij resteert heeft een nog bestaand, eeuwenoud blokverkavelings-patroon en het hoofdgebouw heeft nog aanwezige primaire bebouwing, waaronder massieve fundamenten en opgaande muren van kloostermoppen, die stamt uit de Historische kaart Oostwaard eind 19e eeuw (zie figuur 2).

Pagina 6 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

De hoofdfunctie van het gehele gebied is heel lang vooral agrarisch geweest. Met de komst van onder meer Op Buuren is de openheid en het landelijke karakter van het gebied rondom de meanderende Vecht voor een groot deel verdwenen. Aan de noordrand zijn met de aanleg van de Zuilense Ring bomen en een strook struiken geplant. Het oude slotenpatroon met de kenmerkende blokkenverkaveling is nog zichtbaar in de verkaveling.

Figuur 2. Historische situatie. Plangebied algemeen aangeduid met rode ovaal.

Recente ontwikkelingen plangebied t.b.v. beeldkwaliteit Ontwikkeling voedselbos In 2015-2016 is op de locatie een voedselbos van 2,5 ha geplant. Hiervoor is apart een vergunning verkregen en dit is ook vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Oud Zuilen en Op Buuren’. Met deze innovatieve manier van duurzame landbouw, gebaseerd op de oudere productiebossen, is een nieuwe invulling gezocht die ook aansluit bij het historische (klooster)karakter van de locatie. Een voedselbos is een hele duurzame manier van gelaagde landbouw waar op een stuk grond vrijwel het hele jaar geoogst kan worden. Bijvoorbeeld vanuit de bomen noten en bladeren, vanuit de struiken bessen, op de grond kruiden en bloemen, en in de ondergrond wortels en knollen. Bij deze manier van landbouw vullen de gewassen elkaar aan waardoor niet, zoals bij intensieve landbouw, grond uitgeput raakt en door monocultuur te veel resistentie ontstaat.

Pagina 7 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Ontwikkeling landschappelijke waarden Agrarische exploitatie in de hedendaagse grootschalige landbouw is in Oostwaard moeilijk realiseerbaar. Door de gronden met een agrarische bestemming een meer landschappelijk karakter te geven, met een kleinschalige productieve invulling (boomgaarden, nutsbos, voedselbos) en met enkele stukken open weiland voor begrazing door enkele schapen, koeien e.d., krijgt het perceel meer het karakter van een buitenplaats/gemengd agrarisch bedrijf en neemt het weer de gedaante aan van een kloostergoed zoals Oostwaard oorspronkelijk was. In een voedselbos vindt productie plaats van biomassa, met name in de vorm van (kap)hout, blad en een grote verscheidenheid aan eetbare soorten, waaronder eetbaar blad, bessen, noten en diverse vruchten. Aanplant en beheer zijn 100% biologisch, er worden geen chemicaliën gebruikt en het zeer biodiverse bos is maximaal resistent tegen ongedierte en ziektes. Een tweede belangrijk uitgangspunt bij het landschappelijke ontwerp is dat het plangebied weer omkaderd wordt en zo dus vanuit de rivier de Vecht en de toeristische oeverlandroute de visueel minder aantrekkelijke delen zoals de Zuilense Ring en de hockeyvelden afschermt. Daarom is gekozen om het voedselbos langs de noordwestelijke randen van het perceel te situeren.

Hiermee wordt de boerderij omzoomd door groenstroken en versterkt met taluds langs de hoger gelegen Zuilense Ring en het hockey- en manegeterrein. Aan de zijde van de Vecht wordt expliciet geen afscherming geplaatst. Hierdoor ontstaat vanaf de Vecht een fraai zicht op de boerderij en de achterliggende gronden. Deze inrichting met een duidelijke groene kamer sluit aan op een soort coulisselandschap dat meer voorkomt langs de Vecht.

Figuur 3. Tekening bestaande situatie plangebied met recente ontwikkelingen.

Op de gronden direct naast de hoofdbebouwing zijn – net als in de vroegere (kloostergoed)eeuwen – boomgaarden aangelegd. Achter het bebouwingscluster is een moestuin gepland omsloten door een haag. Op het terrein zijn een aantal oorspronkelijk geheel verdroogde en dichtgevallen sloten hersteld Pagina 8 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

en in de noordhoek is een waterpartij (poel) gecreëerd. Vanaf de Oostwaard is een toegang met lindenlaanbeplanting gerealiseerd.

Figuur 4. De gerealiseerde poel in de noordhoek van het perceel.

Beschrijving plan 2.3.1

Overzicht

Het plan is om de boerderij op een verantwoorde wijze te exploiteren, om zo de cultuurhistorische boerderij met omliggende gronden te kunnen behouden en toekomstbestendig te maken. Het plan bestaat uit meerdere onderdelen. Voor de exploitatie is gezocht naar activiteiten die goed gebruik maken van het landschappelijke karakter en die aansluiten bij het huidige gebruik van de gronden op de locatie. Zo is een landwinkel opgenomen waar de producten vanuit het aanwezige voedselbos verkocht kunnen worden en een ruimte met uitzicht op de velden die gebruikt kan worden voor yoga, meditatie, trainingen en cursussen. Onderstaand staan de afzonderlijk geplande activiteiten benoemd: Beoogde ontwikkelingen Culturele activiteiten Verhuur van ruimte voor vergaderingen, seminars, trainingen, lezingen, cursussen, culinaire bijeenkomsten (max. ca. 50p) Culturele bijeenkomsten (ca. 50-120p) Enkele jaarlijkse culturele evenementen (toegestaan op basis evenementenbeleid) Ruimte voor yoga en meditatieve activiteiten (ca. 8-25p) Rondleidingen door het voedselbos

Beoogde ruimtes -

-

Bestaande stal (Saal) (verbouwen) Hooizolder Hooiberg (bij mooi weer) Bestaande stal (Saal) (verbouwen) Hooiberg (bij mooi weer) Bestaande stal (Saal) (verbouwen) en omliggend terrein Hooizolder Hooiberg (bij mooi weer) Hooiberg (als startpunt)

Ondersteunende voorzieningen, horeca & verblijfsrecreatie Landwinkel (bij voedselbos) met terras Losstaande schuur (achterste deel) in de zomer (max. 50 m2) Klein deel van de stal (Saal) in de winter Terras onder hooiberg Catering en faciliterende horecavoorziening Dwarshal (ten bate van culturele activiteiten en terras) Terras Sanitaire voorzieningen (toiletten en douches) Bestaande stal (Saal) (ten bate van verblijfsrecreatie) Logiesfunctie Tillen in bestaande stal (7 kamers, max. 15p)

Pagina 9 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Recreatief nachtverblijf op de grond ( kampeerverblijf)

-

Recreatie-appartementen (op termijn)

-

Kampeermiddelen (te plaatsen binnen aanduiding kleinschalige kamperen) Losstaande schuur (3 accommodaties) (verbouwen)

Schuren Machineschuur (op termijn) Veeschuur / Schapenstal (op termijn)

-

Bestaande loods (vervangen) op het erf Bestaande loods (vervangen) op het erf

Houten schuren Schuilstal voor schapen Bijenstal

-

Houten constructie in het land (bouwen) Houten constructie in het bos (bouwen)

-

Langs lindelaan Langs noordelijke rand voedselbos (ter plaatse van aanduiding parkeervoorzieningen)

Infrastructuur Parkeerruimte op eigen terrein

De bovenstaande beschrijving omvat alle onderdelen die thans beoogd worden op de locatie. Vanuit het oogpunt van een gezonde exploitatie en de financiering van de nodige investeringen zal niet alles in één keer gerealiseerd kunnen worden. De beschreven activiteiten zullen niet allen tegelijkertijd kunnen plaatsvinden. Per activiteit zijn ook het aantal personen opgenomen om een indruk te geven in de beoogde intensiteit van de activiteit. Dit geeft ook inzicht in de mate van verblijf en de verwachte verkeersbeweging. Gezien de beschikbare ruimte en de aard van de activiteiten zullen de verschillende hierboven genoemde activiteiten nooit allemaal tegelijkertijd uitgeoefend kunnen worden. Er zullen derhalve vaak niet meer dan circa 50 gasten op de locatie tegelijkertijd aanwezig zijn, oplopend tot 120 gasten bij culturele bijeenkomsten. Met ‘culturele bijeenkomsten’ wordt in dit bestemmingsplan bedoeld: Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op cultuur, educatie en ontspanningen, waaronder begrepen: muziek- theatervoorstellingen, voordrachten, boekbesprekingen en daarmee vergelijkbare activiteiten, niet zijnde een algemeen openbare horecagelegenheid zoals een café.

Figuur 5. Luchtfoto plangebied met beoogde ontwikkelingen. Locatie stallen zijn indicatief.

Pagina 10 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Er zullen evenementen georganiseerd worden die aansluiten bij culturele en ontspanningsactiviteiten. Het gaat om 7 evenementen per jaar. Vijf evenementen die vallen in de categorie meldingplichtige evenementen. Hier mogen maximaal 150 personen bij aanwezig zijn. Ook mogen 2 evenementen worden gehouden die vallen in de categorie A evenementen. Hier mogen maximaal 250 personen bij aanwezig zijn. Voor deze categorie evenementen moet een vergunning gevraagd worden. 2.3.2

Beschrijving

RUIMTES VOOR DE VERSCHILLENDE ACTIVITEITEN

De beoogde ruimtes voor de activiteiten betreffen de gerestaureerde hooiberg, een bestaande stal die verbouwd dient te worden met hooizolder. Stal/deel (de ‘Saal’), 325 m2 Deze ruimte meet op de begane grond circa 14,35 m breed x 22,5 m lang = circa 325 m2 en was tot de jaren 90 in gebruik als veestal. De voorgenomen naam van deze ruimte, de Saal, stamt uit de periode van de 13e tot de 16e eeuw, toen Oostwaard een kloosteruithof was van de St. Stevensabdij te Oudwijk, Utrecht en is ook tot in de 18e eeuw nog genoemd. De huidige koeienstal is nog volledig authentiek en staat thans ongebruikt leeg. Na het egaliseren van de gruppen (mestgoot) in de vloer, het aanbrengen van verlichting, (lucht)verwarming, toiletten, doucheruimte en een eenvoudig, verstelbaar podium kan deze karakteristieke ruimte als multifunctionele ruimte worden gebruikt voor diverse uiteenlopende activiteiten, zoals vergaderruimte, (educatieve)lezingen, cursussen, debatten, (meditatieve) trainingen en overige passende culturele, educatieve en culinaire activiteiten. Bij deze laatste moet bijvoorbeeld gedacht worden aan (huiskamer)concerten, kleine voorstellingen, tentoonstellingen, kookworkshops en besloten (huiskamer)diners. Het zal bij alle activiteiten die dus niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden, telkens kunnen gaan om maximaal 120 gasten.

Oud Zuilen, Op Buuren en Maarssen-Dorp kennen niet of nauwelijks dergelijke voorzieningen, terwijl daar zeker vraag naar is, gezien vragen van bewoners en bedrijven uit de buurt. Daarnaast worden ook sanitaire voorzieningen, waaronder toiletten en douches, in de Saal gerealiseerd. Hooizolder, 126 m2 De Hooizolder is een thans ongebruikte ruimte van tenminste 6,67 m breed en 19 m lang = ruim 126 m2, boven de stal. Deze ruimte zal worden omgevormd tot meditatie-/yoga en stille ruimte voor diverse trainingen, e.d.. In Op Buuren, Oud Zuilen en Maarssen-Dorp is weinig ruimte voor dergelijke voorzieningen. Door deze ruimte op deze manier te gaan gebruiken wordt ook voorzien in een lokale behoefte. Per dagdeel zal het gaan om maximaal 8-15 personen. De activiteiten van yoga, meditatie, trainingen, seminars, culturele en culinaire bijeenkomsten kunnen gezien de aard, organisatie en logistiek van de verschillende activiteiten niet tegelijkertijd in de Saal plaatsvinden. In de Saal zullen zodanige voorzieningen worden aangebracht dat voldaan wordt aan de geldende (veiligheids)eisen (balustrade, trapop- en afgang, pantry, toilet, nooduitgang e.d.) uit het bouwbesluit en brandveiligheidseisen. Hooiberg, 100 m2 De voormalige hooiberg is al voor een deel gerestaureerd en wordt derhalve geconserveerd. Dit was o.a. onder meer een advies en wens van het Landschap Erfgoed Utrecht.

De hooiberg is achthoekig met zes vlakken van telkens 6.20 m lang, in totaal circa 100 m 2. Op de begane grond is een houten vloer gemaakt zodat de hooiberg nu voor meerdere doeleinden bruikbaar is. In de zomermaanden kan bij mooi weer de hooiberg gebruikt worden als een podium voor onder meer yoga, (meditatie)trainingen, buiten vergaderen, etc. Zoals aangegeven bij de Saal, gaat het om maximaal circa 50 gasten/deelnemers per activiteit. Pagina 11 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Bij periodieke openstelling van de wandelroute door het voedselbos Oostwaard voor gasten, al dan niet onder educatieve begeleiding, kan de hooiberg ook door die gasten gebruikt worden bij de introductie en nazit. RUIMTES VOOR HORECA EN LANDWINKEL

De beoogde ruimtes voor de horeca betreffen de dwarshal grenzend aan de Saal (stal) en de buitenruimte achter de Saal rondom de hooiberg. De ruimte voor de landwinkel betreft het achterste gedeelte van de losse schuur in de zomerperiode en een klein deel van de stal in de winterperiode. De horeca kent een ondergeschikte functie en fungeert als ondersteunende functie ten behoeve van de culturele activiteiten die ontplooid kunnen worden in het plangebied. Dwarshal, 47 m2 Het gaat hier om een ruimte van circa 3.30 m breed en 14.30 m lang = ruim 47 m2, gelegen tussen de Saal en de privé-woonruimte. Deze ruimte wordt ingericht met keukenvoorzieningen. Van hieruit kan de catering worden voorzien voor de workshops, trainingen, vergaderingen, etc. en voor de overblijvende gasten. Ook kan de ruimte gebruikt worden bij kookcursussen. Achterste deel schuur Tot slot zal vanuit de Saal en zomers ook buiten c.q. vanuit het achterste deel van de losstaande schuur de Landwinkel geëxploiteerd worden. In de landwinkel zullen producten van eigen terrein (voedselbos Oostwaard) en/of streekproducten worden verkocht. Lunchroom en terras In aanvulling op de landwinkel zal een lunchroom met terras geëxploiteerd worden. Het gaat om een terras dat in de zomermaanden ten behoeve van voorbijgangers en bezoekers van het voedselbos gebruikt kan worden.

Dit terras wordt beoogd in en om en nabij de hooiberg op het woonerf. Het betreft horeca waar lunches en dranken aangeboden kunnen worden en ondersteunende horeca ten bate van de activiteiten waarbij ook avondmaaltijden geserveerd kunnen worden. De spijzen worden zo veel mogelijk bereid met eigen producten vanuit de oogst van het voedselbos en lamsvlees en dergelijke.

Figuur 6. Lunchgelegenheid

Lunch uit voedselbos

Duindoorn: verkoopproduct winkel

Pagina 12 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

RUIMTES VOOR VERBLIJFSRECREATIE

De beoogde ruimtes voor de verblijfsrecreatie betreffen de huidige grote vee- en machineschuur, de tillen aan de zijkant van de stal en een recreatieveld achter het woonerf op de bestemming Agrarisch met waarden. Tillen in de stal De initiatiefnemers willen in de stal op de zogenaamde tillen (dit zijn verlaagde hooizolders aan de lange zijkanten van de stal) slaapruimtes aanbrengen. Het gaat hier om het doortrekken van de voormalige, nog bestaande ‘knechtenkamer’ met bedstee om zo 7 extra slaapvertrekken te creëren, zodat in totaal maximaal (7x2=) 14/15 volwassenen kunnen overnachten. Het gaat hier om eenvoudige, in hout opgetrokken slaapgelegenheden, bedoeld voor natuurtoeristen, backpackers, ‘woofers’ (een WOOF is een Worker On an Organical Farm), docenten en/of deelnemers aan de op locatie gegeven opleidingen, trainingen en dergelijke. De gasten kunnen gebruik maken van de gemeenschappelijke sanitaire en cateringvoorzieningen bij de Saal. Kampeermiddelen De initiatiefnemers willen ruimte bieden in het plangebied voor kampeermiddelen. Onder kampeermiddelen worden verstaan: een tent, vouwwagen, kampeerauto (camper), toercaravan of een hiermee gelijk te stellen onderkomen zoals een yurt of tipitent. Het aantal kampeermiddelen op het terrein bedraagt 15, waarbij er maximaal 20 personen gebruik mogen maken van de kampeermiddelen.

Op deze manier blijft het kleinschalige karakter van het plan behouden. Recreatie-appartementen in huidige machine-/veeschuur (op termijn) Ter plaatse van de huidige schapenstallen en machineschuur worden op termijn drie recreatieappartementen voorzien. Deze recreatie-appartementen zijn voorzien van een eigen toilet en badkamer. De accommodaties komen in de bestaande schuur. Hiervoor zal echter een uitgebreide bouwkundige aanpassing doorgevoerd moeten worden (slopen asbest, isolatie, etc.). Dit onderdeel wordt daarom vooralsnog niet op (zeer) korte termijn voorzien. SCHUREN T.B.V. VOEDSELBOS EN AGRARISCH LANDSCHAP

Op het (voormalige agrarische) woonerf zullen een aantal voorzieningen gerealiseerd worden die ondersteunen bij de exploitatie van het voedselbos en instandhouding van het agrarische landschap. Voor het beheer van de open graslanden is gekozen voor een duurzame oplossing door de velden door schapen te laten begrazen. Daarnaast worden bijen gehouden voor bestuiving van het voedselbos en instandhouding van de (bedreigde) bijenpopulatie. Machineschuur en schapenstal De beoogde ruimtes voor de schuren betreft in eerste instantie de huidige machine- en veeschuren. Wanneer de huidige machine- en veeschuur wordt omgebouwd tot recreatie-appartementen, dan zal ook een nieuwe schapenstal en berging voor materieel nodig zijn. Deze machineschuur en schapenstal zullen in plaats van de huidige vervallen (asbest)schuren op het erf komen. De nieuwe schuur zal in oppervlakte gelijk zijn aan de oude schuur. Deze schuur staat in de huidige situatie in de noordwestelijke hoek van het bouwvlak geplaatst. Dit onderdeel zal ook pas op termijn gerealiseerd worden.

Pagina 13 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Figuur 7. Schapenstal voor o.a. het aflammeren.

Houten schapen-schuilstal De veeschuur op het erf zal gebruikt worden als schapenstal voor verzorging, het aflammeren, etc. In het land zal voor de schapen een (houten) schuilstal gemaakt moeten worden omdat schapen niet van regen en wind houden. De schuilstal is voorzien aan de westelijke kant van het perceel nabij het voedselbos. Houten bijenstal in het bos In het bos (de eerste strook ten (zuid)westen van de boerderij) houdt een lokale imker nu bijenkorven. Ter beschutting tegen wind en regen wordt ook een bijenstal aangelegd. Zoals bekend hebben bijensoorten door overmatig gebruik van pesticiden het erg moeilijk in grote delen van de wereld. Met het maken van een bijenstal op een plek waar niet gespoten wordt met insecticiden wordt een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de bijen.

Figuur 8A. Voorbeeld van Bijenstal.

Figuur 9B. Bestaande bijenkasten en imkerij.

PARKEERVOORZIENINGEN

De beoogde parkeerruimtes worden voorzien aan de noordkant achter het voedselbos en aan de lindelaan. De lindelaan die recent is gecreëerd sluit aan op de bestaande (extra) in- en uitrit aan de Oostwaard langs de Vecht. Aan die lindelaan zijn ook parkeerplaatsen voor fietsen gerealiseerd. Aan de noordkant van het voedselbos is een beheerstrook van ca. 10 meter breed waarlangs een duurzaam halfverhard rijpad gerealiseerd wordt en gestoken geparkeerd kan worden. De parkeerplaatsen zijn door de ligging vanuit de boerderij en langs de Vecht uit het zicht en daarmee wordt een aantasting van de beeldkwaliteit door te veel geparkeerde auto’s voorkomen. Om de groene uitstraling verder zo goed mogelijk te waarborgen, ook ten tijde dat er niet geparkeerd wordt, wordt ter plaatse van de gestoken parkeerplaatsen achter het voedselbos gekozen voor Pagina 14 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

honingraadmatten, of een vergelijkbare oplossing, verwerkt in het gras. Op deze manier is parkeren op het land mogelijk zonder dat het gras helemaal kapotgereden wordt.

Figuur 9. Foto met voorbeeld kunststof grasmatten.

Figuur 10. Luchtfoto met locaties (in lichtgroen) waar gestoken geparkeerd kan worden.

Pagina 15 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

3 Beleidsmatige onderbouwing Rijksbeleid 3.1.1 Wet ruimtelijke ordening / Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat concrete beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).

De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek Onderhavig plan levert een bijdrage aan de integrale prioriteiten zoals gesteld in de NOVI.

Ook voldoet de ontwikkeling aan de drie afwegingsprincipes van het rijk. De ontwikkeling is daarom niet in strijd met rijksbelangen en in passend binnen de NOVI.

Pagina 16 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de Ladder voor duurzame Verstedelijking hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat de instructieregel dat de Ladder dient worden toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Besluit kwaliteit leefomgeving Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Indien een ontwikkeling geen wonen betreft geldt voor andere stedelijke functies, in de vorm van een terrein, dat de ondergrens in beginsel 500 m2 is. Met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2 is er in beginsel dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Bij toevoeging van een gebouw ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Bij de laddertoets gaat het dus om een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 5.129g Bkl is, die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Dus of het ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan het geldende bestemmingsplan toestaat, inclusief verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit, waarbij is afgeweken van het bestemmingsplan.

Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. Uit jurisprudentie1 volgt dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat toch gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag2 betrokken worden. Een deel van het plan betreft huidige opstallen die (al dan niet na verbouwing) een nieuwe functie krijgen. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats. Er is op dit moment al bebouwing en grond aanwezig die een stedelijke bestemming heeft namelijk Wonen en Tuin. Het omzetten van de bestemming Wonen naar Gemengd verhoogt het ruimtebeslag niet. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Stedelijk gebied Voorgenomen ontwikkeling vindt plaats buiten stedelijk gebied. De vrijhof Oostwaard ligt in de kernrandzone, het gedeelte van het landschap en het landelijk gebied dat direct aansluit aan het stedelijk gebied. Deze zone om de Utrechtse kernen is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als uitloopgebied en door de hier aanwezige stedelijke functies.

1

https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/gebiedsontwikkeling/ladder-duurzame/handreikingladder/jurisprudentie/#h1e51abb3-cac1-935b-3c9b-1f03eb51d299 2 https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/gebiedsontwikkeling/ladder-duurzame/handreiking-ladder/jurisprudentie/overzichtjurisprudentie/#he540d430-1723-4ff9-a1df-9c754d76292e

Pagina 17 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Er kan geconcludeerd worden dat de planontwikkeling niet binnenstedelijk kan plaatsvinden omdat de beoogde ontwikkelingen onlosmakelijk verbonden zijn aan het buitengebied en specifiek de vrijhof Oostwaard. Het gaat om de activiteiten als het ontvangen van gasten, vergaderen en voorstellingen en meditatie waarbij een directe link wordt gelegd met het agrarisch beheer als het voedselbos en de moestuin. In de hoofdstukken 3 en 4 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt nader onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Behoefte aan cultuur en ontspanning In de Provinciale Omgevingsvisie en het Ontwerp Omgevingswetprogramma Recreatie & Toerisme 2022 – 2025 wordt aangegeven dat er binnen de provincie Utrecht en met name rond de stad Utrecht behoefte is aan ruimte voor recreatie en vrijetijdsbesteding. Door de bevolkingsgroei neemt de vraag toe. Planspecifiek De bestemming van het plangebied wijzigt door voorliggend plan van Wonen naar Gemengd. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats en er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat de gebouwen en gronden binnen de bestemming Gemengd en Tuin nu ook al een stedelijk functie hebben namelijk Wonen. De geplande activiteiten hebben een grote relatie met het agrarische beheer zoals het voedselbos en de moestuin en kunnen daarom niet binnenstedelijk plaatsvinden.

Het voorliggend plan voorziet in de behoefte aan recreatie en vrijetijdsbestedingsmogelijkheden zoals ook verwoord in de Omgevingsvisie provincie Utrecht. 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. Het besluit is uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De keuze voor deze belangen is gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en wordt met het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening juridisch verankerd. In totaal gaat het om veertien nationale belangen, te weten: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. In het kader van deregulering en decentralisatie is ervoor gekozen om de regels zoveel mogelijk te laten doorwerken op het niveau van de lokale besluitvorming.

Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te borgen, worden deze belangen reeds in een vroeg stadium vastgelegd. Dit draagt bij aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk. Planspecifiek: Het plan leidt tot een versterking van de recreatieve voorzieningen met behoud van natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Het plan past in het Rijksbeleid zoals dat in het Barro is geformuleerd.

Pagina 18 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Provinciaal en Regionaal beleid 3.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht vastgesteld door de Provinciale Staten (PS). In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die op 1 juli 2022 inwerking treedt. De visie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Het vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie wordt met behulp van zeven beleidsthema’s richting gegeven aan d e ontwikkeling en bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. De provincie Utrecht heeft als ambitie om in 2050 een inclusieve en circulaire provincie te zijn: • Waarin stad en land gezond zijn; • Die klimaatbestendig en waterrobuust is; • Waarin duurzame energie een plek heeft; • Met vitale steden en dorpen; • Die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; • Met een levend landschap, erfgoed en cultuur; • Die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. De gewenste richting om de fysieke leefomgeving te ontwikkelen en te beschermen verschilt per regio of gebied en is afhankelijk van specifieke kenmerken en identiteit van een plek. De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie Utrecht.

Planspecifiek Onderstaand is al het relevante beleid voor het plangebied nader toegelicht. Groenblauw netwerk Mensen zijn aantoonbaar gezonder als ze in een bruikbare en bereikbare groene omgeving wonen. Zo’n omgeving maakt ontspanning mogelijk en stimuleert bewegen en ontmoeten. Door de grote druk op de ruimte is het noodzakelijk om onze groenblauwe ruimte efficiënt en multifunctioneel in te delen en te benutten. De provincie richt zich daarom op de ontwikkeling van groenblauwe structuren en gebieden die meerdere van onze doelen ondersteunen, zoals een gezonde leefomgeving, klimaatbestendige leefomgeving, natuur/biodiversiteit en recreatie, en die passen bij het bodem- en watersysteem. Deze groenblauwe structuren vormen ook een belangrijke basis voor het andere beleid, waaronder recreatie en toerisme. De ambitie voor recreatie en toerisme is als volgt: • 2050: het (recreatie)groen is in gelijke tred ontwikkeld met de verstedelijkingsopgave. Het aanbod van de toeristisch-recreatieve voorzieningen en routes in de provincie sluit in kwaliteit en kwantiteit goed aan op de behoeften van zowel onze inwoners als de bezoekers, is duurzaam, goed bereikbaar en toegankelijk. • 2030: de recreatiezones en -terreinen voor bezoekers en inwoners worden optimaal benut en beleefd en zijn daar waar mogelijk uitgebreid.

De vindbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van het vrijetijdsaanbod is toegenomen. Er heeft ontwikkeling plaatsgevonden naar een duurzame vrijetijdseconomie waar inwoners, ondernemers en bezoekers van kunnen profiteren. • 2030: er zijn voldoende vitale vakantieparken/recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie.

Pagina 19 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Planspecifiek Voorliggend plan geeft een concrete invulling aan de ambities voor recreatie en toerisme en draagt bij aan de beleefbaarheid van de groenblauwe structuur. Door het plan wordt de beleefbaarheid van de Vrijhof Oostwaard vergroot en het toeristisch-recreatief aanbod binnen de provincie vergroot. Daarnaast biedt het plan ook de mogelijkheid voor recreatiewoningen en een campingplaats waardoor het tevens een concrete invulling geeft aan het doel voldoende vitale vakantieparken/recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie. Kernrandzone Vanwege de kwaliteiten en mogelijkheden van de kernrandzones vraagt de provincie gemeenten om specifiek beleid gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Als dit nodig is voor de realisatie van ruimtelijke kwaliteitsversterking kan met dit beleid ook nieuwe verstedelijking mogelijk worden gemaakt. De aard en omvang van deze verstedelijking dient in redelijke verhouding te staan tot deze gewenste kwaliteitsversterking. En de aard en omvang van de gehele ontwikkeling dient in redelijke verhouding te staan tot de kern waaromheen de betreffende kernrandzone gelegen is. Daarbij stimuleert de provincie gemeenten om hun kernrandzone(s) in breder verband te bekijken en hiervoor een integrale ontwikkelvisie op te stellen.

Idealiter neemt de gemeente het initiatief om voor de gehele kernrandzone gezamenlijk met gebiedspartijen en de provincie een integrale ontwikkelvisie op te stellen. Als de gemeente met de provincie overeenstemming bereikt over de ontwikkelvisie, kan deze door de gemeente worden gehanteerd als uitnodigend beleidskader. Planinitiatieven die hierbinnen passen, kunnen dan zonder nadere provinciale beoordeling worden uitgewerkt. Planspecifiek De Vrijhof Oostwaard ligt in de kernrandzone, het gedeelte van het landschap en het landelijk gebied dat direct aansluit aan het stedelijk gebied. Deze zone om de Utrechtse kernen is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als uitloopgebied en door de hier aanwezige stedelijke functies. Voorliggend plan verbetert de leefbaarheid en toegankelijkheid van de kernrandzone door het herstel en natuurlijk inkaderen van de cultuurhistorische boerderij en omringend vechtlandschap door het bieden van recreatief groen en vrijetijdsbesteding. De beoogde ontwikkelingen zijn onlosmakelijk verbonden aan de kernrandzone, waarbij een directe link wordt gelegd met de kenmerkende functies van het buitenbied, zoals het realiseren van een voedselbos en moestuin.

Duurzame landbouw De provincie gaat in alle landbouwgebied aan de slag om samen met de landbouwsector en andere partners de omslag te maken naar een circulaire, natuur inclusieve, klimaat neutrale en diervriendelijke landbouw. De economische rendabiliteit van agrarische bedrijven is daarbij een belangrijk uitgangspunt, evenals de verbinding tussen stad en land. De ambities voor een duurzame landbouw zijn als volgt: •

•

2050: de provincie werkt samen met haar partners toe naar een landbouwsector met economisch rendabele bedrijven die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk zijn (kringlooplandbouw), en dicht bij de inwoners staan. 2030: de nutriëntenkringlopen zijn op het laagst mogelijke niveau gesloten. De agrarische sector is zelfvoorzienend in energie en opereert daarnaast deels als groene energieproducent voor derden. De provincie Utrecht is een voorbeeld voor andere gebieden in de verbinding stad-land, heeft een vitale, duurzame landbouw met bijbehorend verdienmodel en met een agrarisch cultuurlandschap dat toegankelijk en aantrekkelijk is om in te recreëren.

Planspecifiek Door het voedselbos en de moestuin kunnen bezoekers van het plangebied kennis maken met natuurinclusieve en duurzame kleinschalige landbouw. Het plan versterkt hiermee de relatie stad-land

Pagina 20 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

en producent-consument. Voorliggend plan draagt derhalve bij aan de ambities van de provincie Utrecht voor wat betreft duurzame landbouw. Planspecifiek De bestemming van een deel van het plangebied wijzigt door voorliggend plan van Wonen naar Gemengd. De deels op het plangebied rustende bestemming Agrarisch met waarden blijft behouden. De geplande activiteiten binnen de bestemming Agrarisch met waarden hebben een grote relatie met het agrarische beheer zoals het voedselbos en de moestuin en zijn aan te merken als niet-agrarische nevenactiviteiten. Het plan is daarmee in lijn met de Instructieregel over Agrarische bedrijven. Wateroverstromingsgebied Eén van de belangrijkste risico’s van klimaatveranderingen in de delta Nederland is een overstroming. In de Richtlijn Overstromingsrisico (ROR) hebben alle Europese lidstaten afspraken gemaakt om de overstromingsrisico’s te beperken. De provincie zorgt voor de overstromingsrisicokaarten. Deze kaarten zijn te vinden op www.risicokaart.nl. De provincie Utrecht zorgt samen met de waterbeheerders ervoor dat de dijken (‘primaire keringen’ en ‘regionale keringen’) in de provincie op orde zijn om te voorkomen dat rivieren, randmeren, kanalen en regionale wateren overstromen. De normen voor primaire keringen zijn door het Rijk vastgelegd.

Bij primaire waterkeringen langs de Nederrijn en Lek wordt gezocht naar koppelkansen voor onder andere recreatie en natuurontwikkeling. De omgevingswaarden voor regionale keringen worden vastgelegd in de Omgevingsverordening. Ook participeert de provincie in het onderzoeksprogramma Ontwikkeling Regionale Keringen (ORK). Als het ondanks de waterveiligheidsmaatregelen toch misgaat, dan wil de provincie daarop voorbereid zijn. Dit vraagt enerzijds om gevolgenbeperking bij overstromingen door overstromingsrobuuste ruimtelijke inrichting van woningen, bedrijven en (provinciale) wegen en van de buitendijkse gebieden en anderzijds om een goede rampenbestrijding en crisisbeheersing bij overstromingen (calamiteitenbestrijding overstromingen). Vooral de gevolgenbeperking bij overstromingen voor de vitale en kwetsbare functies, zoals de energievoorziening, drinkwatervoorziening, zijn hierbij belangrijk. De provincie geeft hiervoor het overstroombaar gebied aan, waarbinnen met gemeenten, waterbeheerders en de Veiligheidsregio Utrecht samen wordt gewerkt aan de gevolgenbeperking bij overstromingen. Daarnaast is in de Omgevingsverordening een regel opgenomen om in overstroombaar gebied rekening te houden met overstromingsrisico’s. Planspecifiek Het plangebied is deels gelegen in een overstroombaar gebied.

De beoogde ontwikkeling van cultuuren-ontspanning en horeca-en-verblijfsrecreatie heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheidsmaatregelen. In paragraaf 3.2.2 en paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op het aspect waterhuishouding. Drinkwaterwinning Drinkwaterbedrijven en overheden zijn samen verantwoordelijk voor het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Dit wordt ook wel de ‘zorgplicht drinkwater’ genoemd. Voor de bescherming van de bestaande drinkwaterwinningen in de provincie hebben is een een beschermingszone drinkwaterwinning aangewezen. Vanwege de bevolkingsgroei en de toenemende bedrijvigheid is tot 2050 extra drinkwater nodig, waarvoor oppervlakte- en grondwater wordt onttrokken. Hiervoor ontwikkelt de provincie samen met de drinkwaterbedrijven nieuwe grondwaterwinningen en worden bestaande grondwaterwinningen uitgebreid. Een nieuwe winning bij Schalkwijk en uitbreiding van de winning Eemdijk ziet de provincie als de beste opties om hierin te voorzien. Voor beide locaties is een zoekgebied drinkwaterwinningaangewezen. Bij het ontwikkelen van nieuwe drinkwaterwinningen zoekt de provincie naar een combinatie van functies, zoals het winnen van grondwater voor de productie van drinkwater in combinatie met natuurontwikkeling.

Pagina 21 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Het is van belang om daarnaast een deel van het grondwater te beschermen, om ook de groei van de drinkwatervraag op te kunnen vangen op de langere termijn en in extreme situaties (zoals nu nog niet voorziene extra sterke bevolkingsgroei of een veel hoger verbruik per persoon). Daartoe beschermt de provincie het gebied dat de strategische grondwatervoorraad wordt genoemd (in onder andere de landelijke Structuurvisie Ondergrond (STRONG) wordt dit de Aanvullende Strategische Voorraden genoemd). Bij onttrekkingen uit deze grondwatervoorraden geldt als uitgangspunt dat deze voorraden niet worden uitgeput. Op het moment dat de maatschappelijke opgaven meer ruimte vragen, ten koste van de strategische grondwatervoorraad, zal de begrenzing en de bescherming van deze strategische grondwatervoorraad worden heroverwegen. Daarvoor ontwikkelt de provincie een adaptieve aanpak voor adequate bescherming van de strategische grondwatervoorraden in de provincie Utrecht. De aanpak gaat onderdeel uitmaken van het (nog op te stellen) programma en gaat aansluiten bij de ontwikkeling van de 3d-afwegingssystematiek van de ondergrond. Planspecifiek Voorgenomen ontwikkeling heeft geen wezenlijke invloed op de openbare drinkwatervoorziening. Er zal niet diep in de grond geboord gaan worden en door voorliggende ontwikkeling zal geen vervuiling optreden die belasting van het grondwatergebied oplevert.

3.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen, zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De Interim Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. De Interim Omgevingsverordening is op 1 april 2021 inwerking getreden en zal een looptijd hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening inwerking treedt. Planspecifiek Onderstaand zijn enkel relevante regels voor voorgenomen ontwikkeling opgenomen. Kernrandzone 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Kernrandzone kan ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit bestemmingen en regels bevatten die verstedelijking toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten; b.

de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt, met uitzondering van windenergie en zonnevelden, in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur; c. tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd; en d. omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt op welk gebied deze toepassing betrekking heeft en dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. De onderbouwing bevat ook een beschrijving van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop met het versterken daarvan is omgegaan. Hierbij wordt aangegeven hoe de verstedelijking aansluit op de ruimtelijke en landschappelijke structuur. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing.

Pagina 22 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Planspecifiek In paragraaf 3.1.3 is reeds beoordeeld dat bij voorliggend plan geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een deel van het plan betreft huidige opstallen die (al dan niet na verbouwing) een nieuwe functie krijgen. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats. Er is op dit moment al bebouwing en grond aanwezig die een stedelijke bestemming heeft namelijk Wonen en Tuin. Het omzetten van de bestemming Wonen naar Gemengd verhoogt het ruimtebeslag niet en de ontwikkeling maakt derhalve geen verstedelijking mogelijk. Voor wat betreft de functionele wijzigingen van voorliggend plan gaat het met name om inpandige wijzigingen. De wijzigingen dragen onder andere bij aan het beter beleven van de recreatieve waarden van de Oostwaard 9. Door de relatief beperkte bouwkundige wijzigingen ontstaat geen aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteit van het gebied en van het ensemblekarakter van de bebouwingen. Het plan sluit hiermee aan op de voorwaarden van het Kernrandzonebeleid. Er is in 2003 een beeldkwaliteitsplan opgesteld ter voorbereiding van de ontwikkeling van de woonwijk Op Buuren. Het plangebied is geen onderdeel van de nieuw ontwikkelde wijk. Maar het plangebied wordt in het beeldkwaliteitsplan wel benoemd.

In paragraaf 3.3.1 wordt nader ingegaan op dit beeldkwaliteitsplan en hoe de ontwikkeling aansluit op de bestaande ruimtelijke en landschappelijke structuur. Recreatiezone Het gaat in dit artikel om grootschalige recreatieve voorzieningen. Denk aan een outdoor of leisure complex, horeca, verblijfsrecreatie, recreatieve groengebieden en (open) zwemwaterlocaties. Kleinschalige recreatieve voorzieningen zijn in het gehele landelijk gebied mogelijk. Denk bij kleinschalige voorzieningen aan wandel-, fiets, vaar- en speelvoorzieningen. Binnen de recreatiezone is verstedelijking aanvaardbaar als deze bijdraagt aan de recreatiedoelstellingen. Als de verstedelijking niet binnen de recreatiezone kan, mag dit ook in de kernrandzone, onder de voorwaarden zoals opgenomen in Artikel 9.8 Instructieregel kernrandzone. De recreatiezone en kernrandzone kunnen elkaar daarbij overlappen. Planspecifiek Voorliggend plan draagt bij aan de recreatiedoelstellingen zoals benoemd in de Omgevingsvisie. Het plangebied valt onder de recreatiezone, zoals reeds vermeld is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Niet-agrarische nevenactiviteiten In het hele landelijk gebied zijn niet-agrarische nevenactiviteiten mogelijk. Deze nevenactiviteiten vallen niet onder de definitie van “verstedelijking” (zie Bijlage 1 Begrippen).

Denk bij nevenactiviteiten aan zorglandbouw, recreatie kinderopvang, boerderijeducatie, agrarische natuur- en landschapsbeheer en de productie en verkoop van streekproducten. Voor deze activiteiten moet ruimte worden gevonden binnen het bestaande bouwvlak. Nevenactiviteiten moeten ruimtelijk ondergeschikt blijven aan de agrarische activiteiten. Voorkomen moet worden dat de nevenactiviteit hoofdactiviteit wordt, zonder dat voldaan wordt aan de sloopverplichting die van toepassing is bij de bedrijfsvestiging na beëindiging van de agrarische activiteiten. Overstroombaar gebied 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Overstroombaar gebied bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. 2. De motivering op een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan. Pagina 23 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Planspecifiek Door voorgenomen ontwikkeling zal het woningaantal binnen het plangebied niet toenemen. Hierdoor is er ook geen sprake van een toename in het langdurig verblijf van personen binnen het plangebied. Op deze manier blijven de gevolgen van een mogelijk overstromingsrisico gelijk. 100-jaarsaandachtsgebieden Grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones liggen als een schil rond de waterwingebieden. De grens van deze gebieden is de lijn vanaf waar het grondwater een periode van 25 jaar nodig heeft om de pompputten te bereiken (de 25-jaarszone). Het onderscheid tussen deze zones hangt af van het antwoord op de vraag of het grondwater waaruit gewonnen wordt direct vanaf het oppervlak beïnvloed kan worden (grondwaterbeschermingsgebieden), of dat tussen maaiveld en het grondwaterpakket met de winning nog een voldoende afschermende kleilaag aanwezig is (boringsvrije zones). In enkele kwetsbare gebieden is het 100-jaarsaandachtsgebied aangewezen, als extra schil om het grondwaterbeschermingsgebied heen. 1.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen een Waterwingebied, Grondwaterbeschermingsgebied, Boringsvrije zone, Beschermingszone oppervlaktewaterwinning, 100-jaarsaandachtsgebied of Kwetsbare strategische grondwatervoorraad laat geen activiteiten toe en bevat geen bestemmingen en regels die een risico vormen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie. 2. De motivering op een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop het waterwinbelang in acht is genomen. Planspecifiek Voorgenomen ontwikkeling is aangewezen als het 100-jaarsaandachtsgebied. In de 100-jaars aandachtsgebieden zijn geen specifieke regels van de omgevingsverordening van toepassing. Er geldt wel een bijzondere zorgplicht. Ingevolge de bijzondere zorgplicht moet altijd rekening worden gehouden met het drinkwaterbelang. In dit geval zorgt voorliggende ontwikkeling niet voor een risico voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het gemeentelijk beleid ten aanzien van het waterwinbelang. 3.2.3

Beeldkwaliteitsplan De Bocht van Maarssen

Voor het gebied is een beeldkwaliteitsplan gemaakt voor de realisatie van de wijk Opbuuren. Onderstaand is dit beeldkwaliteitsplan beschreven en aangeven hoe het plan daarop aansluit. Daarmee is gemotiveerd hoe het plan landschappelijk goed inpasbaar is en aansluit bij de omliggende landschappelijke kwaliteiten. Vooral wordt ook beoogd om de cultuurhistorische waarde en kwaliteit van Oostwaard te behouden en te versterken. Daarmee worden bovenstaande voorwaarden ook ingevuld. Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld ter voorbereiding van de ontwikkeling van de woonwijk Op Buuren. De visie is in 2003 opgesteld. Het plangebied is geen onderdeel van de nieuw ontwikkelde wijk. De boerderij aan de Oostwaard is wel in dit Beeldkwaliteitsplan geïdentificeerd als een echte Vechtse Korrel, een ‘boerenkorrel’. De boerderij draagt bij aan de groene uitstraling van de Vecht: ‘De enige nabij het plangebied aanwezige echt Vechtse korrel (de prachtige boerderij Oostwaard) ligt wat verloren in de buurt van een sportcomplex, een waterzuiveringterrein en een lege ruimte die een onbelemmerd uitzicht biedt op de ringweg van Utrecht. Hier is versterking nodig om de groene Vechtse identiteit te laten groeien.’ Perspectief bocht van Maarssen (bron: beeldkwaliteitsplan Bocht van Maarssen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2265/documents/47386