Bijlage 1 BghU aanbiedingsbrief incl Ontwerpbegroting 2023 en jaarstukken 2021.pdf
Tekst van het document
31 december 2020
Dwanginvordering
€
843.000
€
674,000
Overige overlopende activa
€
93.807
€
1 52.538
Totaal
€
936.807
€
826.538
De post Dwanginvordering betreft de raming van de vervolgingskosten die de BghU tot ultimo 2021 in rekening heeft gebracht bij belastingplichtigen en nog verwacht te ontvangen in de komende jaren. Aangezien het invorderingstraject wordt uitgevoerd door medewerkers van de BghU, komende opbrengsten (vervolgingskosten) ook toe aan de BghU. Doordat er in 2021 minder activiteiten zijn geweest op het gebied van dwanginvorderingen, is de nog te verwachte opbrengst ultimo 2021 hoger in vergelijking tot voorgaand boekjaar.
2 4.2 Toelichting passiva Eigen Vermogen Het eigen vermogen bestaat ultimo 2021 uit een algemene reserve, een bestemmingsreserve en het nog te bestemmen resultaat. Het positieve rekeningresultaat 2020, € 939.870, is na vaststelling van de jaarrekening gedoteerd in de bestemmingsreserve voor de aanbesteding van ICT-middelen. Daarnaast is bij het vaststellen van de plannen rondom de ICT-implementatie een bedrag van € 332.000 onttrokken uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt na deze onttrekking € 105.870.
Verloop algemene reserve vanaf 2015
Beginbalans
Dotatie
Onttrekking
Saldo
€0
€0
€0
2014
2015
€0
€ 342.100
€0
€ 342.100
2016
€ 342.100
€ 39.150
€0
€ 381,250
2017
€ 381.250
€0
€0
€ 381.250
2018
€
€ 34.839
€ 346.411
2019
€ 381.250 € 346.411
€0
€ 346.411
2020
€ 346.411
€0 € 91.459
€0
€ 437.870
€0
€ 332.000
€ 105.870
2021
€437.870 ___ Verloop bestemmingsreserve ICT
Beginbalans
Dotatie
Onttrekking
Saldo 31-12
2019
€0
€0
€0
€0
2020
€0
€ 100.000
€ 50.000
€50.000
2021
€ 50.000
€ 1.271.870
€ 326.470
€ 995.400
Voorzieningen BghU kent in 2021 één voorziening, die per einde boekjaar 2020 in het leven is geroepen.
Risicovoorziening proceskostenvergoeding BghU kent een regelmatig patroon voor het verwerken van WO2-bezwaren, waarbij een gemiddeld percentage van deze bezwaren ook leidt tot een proceskostenvergoeding. Aan-lY het algemeen 3% van de totale bezwaarlast nog open. Dit betreft met name t ezwaren het jaar zijn binnengekomen. De eventuele proceskosten die daarbij horen, vah jaar daaropvolgend. Omdat dit volume jaar op jaar ongeveer gelijk is, is het niet nódig om di nina voor te treffen.
Wo
Belastirigsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht
L
Jaarstukken 2021
astriunW
overheidsaRcountants tiW
Eind 2021 stond echter nog ongeveer 17 % van de totale werklast open, een percentage vergelijkbaar met het percentage dat eind 2020 opeen stond. Dit is een dermate hoge afwijking ten opzichte van de normale situatie, dat het nodig is om een voorziening te treffen voor de vergoeding van de proceskosten die in 2022 volgen. De voorziening voor de ultimo 2021 nog onderhanden zijnde bezwaren en beroepen bedraagt €201.976.
Verloopoverzicht risicovoorziening proceskostenvergoeding I
Dotatie
Beginsaldo
Onttrekking
Saldo 31-12
2019
€0
€0
€0
€0
2020
Tö
€ 259.350
¥ö
€ 259.350
2021
€ 259.350
€201.976
€ 259.350
€ 201.976
Vlottende passiva 31 december 2021 j
Specificatie Vlottende Schulden
31 december 2020
Specificatie netto vlottende schulden________________ Overige schulden
€
453. 526
€
280.682
Netto vlottende schulden totaal
€
453.526
€
280.682
Af te dragen saldo aan deelnemers
€
3.062.797
€
2.648.169
Te betalen premies en loonheffing
€
618.413
€
567.393
Specificatie overlopende passiva
Te betalen omzetbelasting
e
21.268
€
20.889
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen.
€
939.291
€
301.176
Overlopende passiva totaal
€
4.641.769
€
3.537.627
De netto vlottende schulden betreffen het crediteurensaldo, ofwel het saldo van de reeds ontvangen facturen voor ontvangen goederen of diensten, die nog niet betaald zijn op 31 december 2021
Bij de overlopende passiva gaat het onder meer om te verwachten lasten die betrekking hebben op het boekjaar 2021. maar die door externe partijen nog niet in rekening zijn gebracht. Daar zitten in 2021 een aantal vorderingen in opgenomen die betrekking hebben op de implementatie van de belasting- en waarderingsapplicaties (officiële mijlpalen uit de overeenkomsten). Daarom is deze post hoger dan vorig jaar. in de post overige schulden is ook de nabetaling aan de medewerkers op basis van de eenmalige vergoeding uit de CAO betrokken. Behorende bij onze verklaring d.d.
3 0 MRT 2022
astriurw
overheW.5accountantE b.v.
Belas tingsarnenwerking gemeenten & hoogbeemrudichap Utrecht
k
Jaarstukken 2021
37
2 4 3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Onderstaand 5 verplichtingen die BghU Is aangegaan en die niet zichtbaar zijn op de balans per 31 december 2021
Kredietfaciliteit: BghU heeft bij de BNG een kredietfaciliteit van € 1 5.000.000,-. Per balansdatum wordt hier geen gebruik van gemaakt. In de aanbesteding van het betalingsverkeer is opgenomen dat BghU per 1 januari 2022 terugschakelt naar een kredietfaciliteit van € 3.000.000. Die faciliteit is voldoende voor incidentele uitschieters in het betalingsverkeer van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Voor het uitbetalen van de belastingopbrengsten is een separate bankrekening beschikbaar, die geen relatie heeft met de benodigde kredietfaciliteit.
•
Kantoorruimte: BghU maakt sinds 6 oktober 2014 gebruik van de helft van de 15e en de gehele 16e etage in de Zuidtoren van het Stadskantoor gelegen aan het Stadsplateau 1 te Utrecht. Dit gebruik is op 19 april 2016 geformaliseerd met het vestigen van een afgeleid recht, te weten een ondererfpachtrecht en een onder-opstalrecht. BghU betaalt hiervoor een jaarlijkse retributie. De retributie bedraagt in 2021 € 521.199. De looptijd van deze overeenkomst is 10 jaar. Na afloop van het contract is BghU bevoegd het recht op te zeggen. Gekoppeld aan dit pandrecht, is een jaarlijks bedrag van € 375.414 voor de facilitaire dienstverlening die hoort bij deze specifieke huisvesting.
•
Leaseverplichting vervoersmiddelen: momenteel beschikt BghU over 3 leaseauto's, waarbij variërende contractduren zijn afgesproken. Deze 3 leaseauto's zijn onderdeel van BghU. De verplichting die hieraan meerjarig Is gekoppeld, is afhankelijk van de keuze die medewerkers maken om al dan niet in een auto te blijven rijden voor het werk. Op maandbasis gaat het om een bedrag rond de € 2.000 aan leaseverplichtingen. Leaseverplichting kopieerapparatuur: BghU heeft een leasecontract afgesloten ten behoeve van de kopieerapparatuur die op het kantoor te Utrecht aanwezig is. Dit contract wordt in 2022 aanbesteed en is daarmee geen langlopende verplichting meer.
Behorende bij onze verklaring d.d.
30MRT 2022
astriurh av
Cjrerheicteacrountanls hv
Belastingsamenwerking gemeeotefl & hoogheemraadsdiap Utrecht
k
Jaarstukken 2021
38
2.5 Toelichting op de staat van baten en lasten In dit hoofdstuk wordt de staat van baten en lasten toegelicht. Onder hoofdstuk 1.1.4 Is beknopt weergegeven onder welke programmatische onderdelen de resultaten van 2021 zijn verwerkt. Dit hoofdstuk bevat een uitgebreidere analyse van de staat van baten en lasten over 2021. 2.511 oelit,hliny op staat van baten en lasten per kostencategorie
Rente en afschrijving Zoals al gemeld bij de Ie bestuursrapportage, vallen de afschrijvingslasten in 2021 lager uit dan in de begroting 2021 was voorzien. Het voordeel bedraagt € 76K. In de Ie begrotingswijziging 2021 is dit gecorrigeerd en is het voordeel verwerkt in een bijstelling van de begroting. Bij het verwerken van de definitieve afschrijvingen is een bedrag van € 312K verwerkt, wat uiteindelijk leidt tot een voordeel van € 9K ten opzichte van de Ie bestuursrapportage. Personele lasten inclusief inhuur
Breakdown personele lasten
2021
2020
€
8.949.234
€
8.801.SOS
€
8.250
€
3.492
Inhuur WOZ Proces algemeen
€
43.113
€
85.148
Inhuur Databeheer
€
190.695
e
162.328
Inhuur Bezwaar en Beroep (WOZ)
€
480.830
€
416.040
Inhuur Direae Klant
¥
-18.476
Inhuur Kwijtschelding
€
13.253
Inhuur Invordering
T
14.327
ë T ë
Totale personele lasten
€
9.681226
€
9.468.516
Begroot
€
9.780.000
€
9.712.000
C
98.774
€
243.485
Voordeel
Het grootste deel van de personele lasten bestaat uit personeel in loondienst. Een deel van de loonsom wordt jaarlijks beschikbaar gehouden voor het inhuren van personeel rondom piekbelastingen. In de begroting was reeds rekening gehouden met de effecten van de CAO-stijgingen die werden verwacht voor 2021. De eenmalige uitbetaling van de 'coronavergoeding' is verwerkt in 2021 en opgevangen binnen de loonsom. Het gaat hierbij om een bedrag van rond de € 150.000 en is hoger dan de € 97.000 die was geraamd op basis van de 1% materiële stijging van de lasten. De personele lasten vielen echter toch lager uit dan voorzien. De verklaring bestaat uit twee delen. De kosten voor personeel in dienst vallen € 661.000 lager uit. waarvan € 110.000 bestaat uit lagere kosten voor opleidingen, woon werkverkeer en overige personeelslasten. Dit is vrijwel volledig toe te schrijven aan de effecten van de coronapandemie. BghU gaat ervan uit dat dit voordeel daarmee grotendeels incidenteel is. Tevens zijn veel openstaande vacatures later of nog niet ingevuld, ook mede door de coronapandemie, wat optelt tot een voordeel van € 207.000. Daarnaast is vrije vacatureruimte was in de loonsom € 170.000 reeds voorzien voor inhuur.
3 0 MRT 2022 Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht
k
Jaarstukken 2021
astriur#^ overheldBacciiunants
De inhuurlasten zijn daardoor dit jaar€ 562.000 hoger dan voorzien in de begroting 2021 en die kosten komen vrijwel volledig voor rekening van het WOZ-bezwarenproces en het project richting het oordeel goed van de Waarderingskamer. Ook kon deze inhuur gedekt worden, conform de gehanteerde loonsomsturing, uit de totale som voor loonkosten. Het totale voordeel op de personele lasten komt daarmee uit op bijna € 99.000. Materiële lasten In de materiële lasten is een voordeel van € 553.000 gerealiseerd. Dit voordeel is feitelijk hoger, omdat in deze materiële lasten ook € 103.000 aan specifieke kosten voor projecten voor individuele deelnemers zijn verantwoord. Het feitelijke voordeel op de ‘going concern' materiële lasten bedraagt daarmee uiteindelijk € 714.000. Afwijkingen hoger dan € 50.000 zijn hieronder toegelicht. Of het voordeel incidenteel of structureel is, staat met een l/S aangegeven.
Onderwerp
Gewijzigde begroting 2021
Realisatie 2021
Resultaat
Toelichting
l/S
Project Waarderingskamer Goed
€ 255.000
€ 80.000
€ 175.000
I
Projectkosten
€ 500.000
€ 276.000
€ 224 000
Telecommunicatie
€ 65.000
€ 5.000
€ 59.000
en € 149.5000
€ 81.500
€ 68.000
Het project Waarderingskamer goed zou in eerste instantie vanuit de materiële lasten gedekt worden. Echter, uiteindelijk is dit verantwoord en gedekt vanuit de loonsom omdat die (door latere invulling van vacatures) toereikend bleek. Dit is een incidenteel voordeel. In de begroting 2022 is nog eenmalig een bedrag opgenomen voor het project van de Waarderingskamer In de begrotingen BghU tot en met 2021 was een restpost opgenomen voor de projecten, die ook (net als in 2020) uiteindelijk te hoog bleek. Voor 2022 is dit bedrag gefixeerd op € 200.000. Gezien de verwachte inzet op het project van de aanbesteding, zou dat voldoende moeten zijn.__________________ Voordeel wordt veroorzaakt door een andere werkwijze bij de telecomaanbieder, waardoor een grote (verwachte) naheffing over 2020 niet meer kwam. Daardoor viel zowel de gereserveerde last vrij als de het budget dat voor 2021 noodzakelijk was.________ Er werden minder hernieuwde dwangbevelen betekend, wat resulteerde in minder opbrengsten van de dwanginvordering en kosten voor de Incasso-afhandeling_________ Diverse overige voordelen, waaronder lagere autokosten, lagere kosten voor facilitaire dienstverlening door onder meer corona en een lager bedrag aan niet-compensabele BTW. Deze
juridische Incassokosten
Overige voordelen
€ 188.000
l/S
I
I
bedra
30MRT 2022
♦ (?
Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadKhtp Utrecht
k
Jaarstukken 2021
astriuriW asTrium^^"
qyerheidsaccountaiits b.v.
Proceskosten De proceskosten vallen € 300.000 hoger uit dan voorzien in de begroting 2021. Hoewel dit risico is onderkend bij de 2e bestuursrapportage, valt het negatieve resultaat hoger uit dan toen verwacht. Uiteindelijk is de belangrijkste oorzaak de stijging van het aantal NCNP-bezwaren. Het toekenningspercentage is ongeveer gelijk gebleven, maar door de hogere instroom zijn de kosten voor 2021 hoger opgelopen dan in de voorgaande jaren. De verwachting is dat de instroom van NCNP-bezwaren de komende jaren op dit niveau zal blijven, waarbij er voor de deelnemers ook een risico is dat deze kosten zicht in ieder geval stabiliseren rond de € 1,1 miljoen waar ze zich nu bevinden.
ICT-lasten Het bestuur van BghU reserveerde voor 2021 € 1.321.000 voor de overgang van de ICT-systemen. Daarvan is tot op heden € 326.000 benut. Er zijn twee hoofdreden voor de lagere benutting van deze reserve dan verwacht. Ten eerste is bij het opstellen van de projectbegroting uitgegaan van een implementatietraject dat grotendeels plaats zou vinden in 2021. Na een latere start van de aanbestedingsprocedures en een verschuiving van de ingebruikname datum van de belastingapplicatie, valt het grootste deel van de implementatie in 2022. Dat had effect op de verwachte inzet van tijdelijk extern personeel: die inzet is ook grotendeels nodig in 2022 in plaats van 2021. Daarnaast valt de realisatie van de belastingapplicatie voordeliger uit dan vooraf verwacht. Er is dus ook een prijsvoordeel dat voor een lagere benutting van de reserve zorgt. Van de € 326.000 is:
€ 70.000 besteed aan algemene strategievorming voor het gehele inkooptraject en het gehele ICTlandschap; € 151.000 besteed aan de voorbereiding, het opstellen van het programma van eisen en de uitvoering van 4 Europese Aanbestedingsprocedures. € 27.000 besteed aan de voorbereiding van de implementatie door de implementatiemanager; € 78.000 gereserveerd voor mijlpaalbetalingen aan de leveranciers van de nieuwe applicaties; € 5.000 benut voor algemene projectkosten Onvoorzien De post onvoorzien kan gebruikt worden voor tegenvallers in de bedrijfsvoering, waarbij de toename in proceskosten als specifiek onderwerp genoemd werd. Deze toename heeft zich voorgedaan, maar kon BghU opvangen door middel van onderschrijding op de andere materiële budgetten. Het voordeel op de post onvoorzien bedraagt daarmee € 100.000.
Vervolgingskosten Bij de vervolgingskosten is sprake van een nadeel van ongeveer € 60.000. Bij de wijziging van de begroting bij de 1 e bestuursrapportage 2021 is gerekend met een bedrag op basis van de realisatie 2020. Dit voordeel verwerkte BghU dan ook in de Ie bestuursrapportage 2021 en in de begroting 2022 en meerjarenperspectief 2023-2025. In 2021 was de realisatie echt lager dan verwacht. Dit heeft vooral te maken met een lager dan verwachtte tekening van hernieuwde bevelen. De verwachting is dat de realisatie in 2022 weer het niveau van 2020 haalt.
Overige baten Het resultaat van de overige baten is positief. Dit wordt vrijwel volledig veroorzaakt door de eenmalige projectbijdrage van de gemeente Stichtse Vecht, waar kosten in de materiële lasten tegenover stonden. De overige posten laten geen voor- of nadelen zien. Deelnemersbijdrage De deelnemersbijdrage 2021 is gerealiseerd conform de vastgestelde verdeling over de deelnemers. Reserves Het rekeningresultaat 2020 is, conform besluitvorming in de bestuu .Stveffladprinq :fldd£jlnq van 1 april 2021, 2021 verwerkt als dotatie aan de bestemmingsreserve voor de aanbesteding inmiddels ook de eerste € 326.470 conform besluitvorming onttrokken.
30MRT 2022 ,■
9
Belastingsamenwerking gemeenteft & hoogheemraadschap Utrecht
L
Jaarstukken 2021
astriunW 41
pverhekteaccountanis b.v.
In de reserve ICT zit op dit moment een bedrag van € 995.400. Bij de behandeling van de 1* bestuursrapportage 2022 kan duidelijk worden hoeveel hiervan nog nodig is voor het boekjaar 2022, dit is afhankelijk van de benodigde in te huren capaciteit in het kader van de overgang naar het nieuwe belastingsysteem. In de reserve nog te bestemmen resultaat is een bedrag van € 438.31 5 opgenomen.
2.5.2 Detailtoelichting effecten Covid 1 9 Op verzoek van het bestuur is in kaart gebracht welk effect de uitbraak van het coronavirus in financiële zin op BghU heeft gehad. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een direct effect en een indirect effect. Directe effecten zijn lagere lasten voor reiskosten en hogere lasten voor thuiswerkvoorzieningen, terwijl indirecte effecten bijvoorbeeld bestaan uit latere invulling van vacatures door de uitbraak van het coronavirus. Dit speelde met name in de periode van de eerste lockdown van maart 2020, toen zowel scope als de lange termijn werking van de maatregelen nog onvoldoende inzichtelijk was. Directe corona-effecten (Bedragen naar boven afgerond op € 1.000) Effect 2021 Personele lasten Voordeel € 75.000 Reiskosten Representatie
Materiele lasten Bureaustoelen thuiswerken en extra hulpmiddelen (laptops etcetera)
Voordeel
€ 10.000
Nadeel
€ 10.000
Doorwerking 2022
Ja, loopt mee in analyse bestuursrapportage I 2022__________________________________ Ja, loopt mee in analyse bestuursrapportage I 2022
Ja, loopt mee in analyse bestuursrapportage I en overgang naar hybride werken
Indirecte corona-effecten De indirecte corona-effecten in 2021 zijn moeilijk uitputtend te maken. De volgende effecten zijn in ieder geval duidelijk zichtbaar in het resultaat 2021. De verwachting is dat deze effecten eenmalig zijn. Personele lasten
] Voordee . Effect 2021
Opleidingen
In te vullen vacatures
Voordeel
Doorwerking 2022
120.000 (60.000 ten opzichte van Be rap I)
Niet helemaal toe te schrijven aan corona, maar pandemie heeft ook effea in 2022. Loopt mee In analyse bestuursrapportage 1.
Niet te specificeren
Niet helemaal toe te schrijven aan corona, maar ook aan de arbeidsmarkt als geheel. Loopt mee In analyse bestuursrapportage 1.
Behorende bij onze verklaring d.d.
3 0 MRT 2022
astriuriw
overtieidEaccoiintants h.v.
Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap UtracM
k
Jaarstukken 2021
42
i
2 5.3 Detailtoelichting Wet Normering topinkomens De WNT is van toepassing op BghU. Het voor BghU toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 € 209.000 het algemeen bezoldigingsmaximum. BghU heeft in 2021 één leidinggevende topfunctionaris gehad, die voldeed aan de normen van de WNT.
1 a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13‘ maand van de functievervulling. Gegevens 2021 Bedragen x C 1
M. Vrisou van Eek
Functiegegevens
Directeur BghU
Aanvang en einde functievervulling In 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?
01/01 - 31/12
1,0 ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
118.462 21.678 140.140
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
140.140
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding a|dan nietjs tq^estaan _ Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling ___
N.v.t.
N.v.t.
Behorende bij onze verklaring d.d.
3 0 MRT 2022
p
astriurR^ werheliteaccountantP b.v.
Belastingsamenwerking gementen & hoogheemraadschap Utrecht
k
Jaarstukken 2021
43
Gegevens 2020
Bedragen x C 1
M. Vrisou van Eek
Functiegegevens
Directeur BghU
Aanvang en einde functievervulling in 2020
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
115.648
Beloningen betaalbaar op termijn
20.227
Subtotaal
I35.87S
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
Bezoldiging
135.875
Tabel ld. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder Naam functionaris
Deelnemers
Functie BghU
Dhr.J.C.H. Haan
Onbezoldigd bestuurslid
Dhr. B. de Jong (treedt terug per februari 2022, opvolger nog niet formeel in bestuur geweest).____ _______ Mevr. A. Dekker
Dijkgraaf hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (voorzitter bestuur BghU) Hoogheemraad hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Duur dienstverband
Beloning 2021 n.v.t.
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Wethouder gemeente Bunnik
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t
Dhr. GJ. Spelt
Wethouder gemeente Lopik
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. H. Adrian!
Wethouder gemeente NIeuwegein
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. D.M.P.G Smolenaers
Wethouder gemeente De Bilt
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. K. van Dalen
Wethouder gemeente Houten
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. G. Boonzaaijer
n.v.t.
n.v.t.
Mevr. A. Klein
Wethouder gemeente Utrechtse Heuvelrug ______ Wethouder gemeente Utrecht
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. S. Jansen
Wethouder gemeente Zeist
n.v.t.
n.v.t.
Dhr A. Wisseborn
Wethouder gemeente Stichtse Vecht
Onbezoldigd bestuurslid Onbezoldigd bestuurslid Onbezoldigd bestuurslid Onbezoldigd bestuurslid Onbezoldigd bestuurslid Onbezoldigd bestuurslid Onbezoldigd bestuurslid Onbezoldigd bestuursUd-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
30 MRT 202Z Belastingsamenwerking geimenten & hoogheemrudschap Utredit
k
A astriunW(k>
Jaarstukken 202
ovflrheidsaccoüntants b.v.
2.
Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen. Er zijn in 2021 geen uitkeringen verstrekt wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
2.5.4 Realisatie per taakveld Taakveld
Taakveldomschrijving
Verdeling
Overhead
Databeheer
Dienstverlening I Totaal
Taakveld
0.2
Burgerzaken
0,00%
€
e
C
Taakveld
0.61
OZB woningen
31,01%
€ 2.091.046
€ 1.495.433
€
1.569.083
Taakveld
0.62
OZB niet-woningen
3,13%
€
211.060
e
150.942
€
158.376
€
520.378
€
€
1.245.249
€ € 5155.562
Taakveld
0.63
Parkeerbelasting
7,49%
€
505.061
Taakveld
0.64
Overige belastingen
28,28%
€
1.906.958
Taakveld
1.1
Crsisib. & Brandweer
0,00%
€
Taakveld
1.2
Openbare Orde
0,02%
€
1.349
C
964
e
1.012
€
3.325
Taakveld
2.1
Verkeer en vervoer
0,01%
€
674
€
482
€
506
€
1.663
Taakveld
2.2
Parkeren
0,01%
€
674
€
482
€
506
e
1.663
e
361.199
€
378.989
€ 1.363.781
€
1.430.947
€
e
€ 4.701.687 €
Taakveld
2.3
Recreatieve havens
0,00%
Taakveld
3J
Bedrljfsloket en regel.
0,05%
e
3.372
€
2.411
€
2.530
€
8.313
Taakveld
3.4
Economische promotie
0,19%
e
12.812
€
9.163
€
9.614
€
31.588
Taakveld
7.2
Riolering
16,79%
€ 1.132.172
e
809.685
€
849.562
€ 2.791.419
Taakveld
7.3
Afval
12,10%
E
815.919
€
583.513
€
612.251
t 2.011.683
Taakveld
7.5
Begraafplaatsen 8i Crem.
0,06%
€
4.046
e
2.893
€
3.036
€
9.975
Wonen en Bouwen
0,86%
€
57.991
€
41.473
e
43.515
e
142.979
100,00%
€ 6.743.133
€4.822.423
€
5.059.927
8.3
Taakveld
€
€
€
€ 16.625.483
Behorende bij onze verklaring d.d.
3 0 MRT 2022
astriurfï^
overtieidsaccountan’s b.v.
i Belastingsamenwerking gemeenten & hoc^hecmraadschap Utrecht
k
Jaarstukken 2021
45
3. Controleverklaring accountant De accountant.
Behorende bij onze verklaring d.d.
30MRT 2022
0
astrlumM
we^heidsaccourtants b.v.
Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemriadschep Utrecht
k
Jaarstukken 2021
46
astriurfi»’ CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: Het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2021 Ons oordeel
Wij hebben de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) te Utrecht gecontroleerd. Naar ons oordeel:
•
•
Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) per 31 december 2021 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021, uitgezonderd de mogelijke effecten van de aangelegenheid beschreven in de paragraaf “De basis voor ons goedkeurend oordeel ten aanzien van de getrouwheid en ons oordeel met beperking ten aanzien van de rechtmatigheid”, in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat (voor het laatst) is vastgesteld door het bestuur op 23 oktober 2017.
De jaarrekening bestaat uit 1. 2. 3.
de balans per 31 december 2021; het overzicht van baten en lasten over 2021; de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons goedkeurend oordeel ten aanzien van de getrouwheid en ons oordeel met beperking ten aanzien van de rechtmatigheid De gemeenschappelijke regeling heeft voor twee contracten de Europese aanbestedingsregels niet gevolgd. De totale omvang van deze onrechtmatige uitgaven bedragen € 417.000.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het protocol op de accountantscontrole BghU 2018 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2021 vallen.
A Astrium Overheidsaccountants B.V. Edelgasstraat 57,2718 SX Zoetermeer www.astrium.nl
Tel: (079) 36 23 613 Fax: (079) 361 57 77 info@astriutn.nl
'W' IBAN NL10RAB00322622360 BTW nr. NL810591625B01 KVK; 34168056
O;
astriurh» Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende geschikt is als basis voor ons oordeel ten aanzien van de getrouwheid en ons oordeel met beperking ten aanzien van de rechtmatigheid.
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 166.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado.
Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2021. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het bestuur overeengekomen dat wij aan het bestuur tijdens onze controle geconstateerde fouten groter of gelijk aan € 50.000 en onzekerheden groter of gelijk aan € 50.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwantitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
B. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.
2
astrium’W ♦ ♦ ♦
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.
C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat (voor het laatst) is vastgesteld door het bestuur op 23 oktober 2017. In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheid voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.
3
♦ ♦ ♦ ♦
astriurri De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het protocol op de accountantscontrole BghU 2018, het Controleprotocol WNT 2021, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: het identificeren en inschatten van de risico’s o dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of
fraude, o dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling. • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
• het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen. • Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
4
astrium'
♦ ♦ ♦
Wij communiceren met het bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Zoetermeer, 30 maart 2022 Astrium Overheidsaccountants B.V. Was getekend, Drs. N.E. Lansbergen RA EMITA RE
j
i
5
I
Bgijo
Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht
Gemeente Utrecht! 5900014191/1
PostNL frankering betaaid IpSstnl
Stadsplateau 1. 3521 /\Z Utrecht
R
NL
Aangetekend
3SFXVZ7498681
D-A-1
De Gemeenteraad van de gemeen Postbus 1212 3600 BE Maarssen
Brief aangetekend bghu3
3SFXVZ7498681
Postbus 5150, 3502 JD Utrecht