Bijlage 1; 200603 Stedenbouwkundig Kader en Randvoorwaarden (VASTGESTELD)_incl bijlagen LR.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1 Beoordelingskaders verkeerslawaai Voor het verkeerslawaai zijn vier beoordelingskaders van toepassing: 1. De Wet geluidhinder; 2. De Beleidsregel hogere waarden: gemeentelijk beleid dat voorwaarden stelt aan ruimtelijke plannen; 3. Actieplan geluid: gemeentelijk beleid waarin drempelwaarden voor de geluidbelasting langs wegen zijn vastgesteld; 4. Ambtelijke aanpak bij transformatie kantoorgebouw naar woongebouw. 1. Wet geluidhinder (Wgh) De Wet geluidhinder gaat over geluid dat veroorzaakt wordt door wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen bij geluidgevoelige bestemmingen. Kantoren of hotels zijn niet geluidgevoelig voor de Wgh. Het plangebied is niet gelegen in het aandachtsgebied van een gezoneerd industrieterrein. Het plangebied is wel gelegen in het aandachtsgebied van de spoorweg Utrecht – Amsterdam. Vanwege de afstand tot het spoor en de hoge bebouwing tussen het plangebied en de spoorweg is het aspect spoorweglawaai echter minder relevant. Uit berekeningen met het gemeentelijke rekenmodel voor railverkeerslawaai blijkt dat de voorkeurswaarde van 55 dB niet wordt overschreden. Alleen het geluid van wegverkeer is bij de transformatie naar woningen en nieuw te bouwen woningen relevant. De Wgh definieert aandachtsgebieden (geluidzones) langs wegen.
Voor wegen binnen de bebouwde kom is dit 200 meter (1-2 rijstroken) of 350 meter (drie of meer rijstroken) en voor de Zuilensering bedraagt deze 400 meter (autoweg met 3-4 rijstroken). Ruimtelijke plannen met nieuw te bouwen woningen die gelegen zijn binnen een geluidszone moeten worden getoetst. Met een akoestisch onderzoek wordt de geluidbelasting van deze bestemmingen berekend. Indien de geluidbelasting lager of gelijk is aan de voorkeurswaarde van 48 dB, dan zijn er vanuit de Wgh geen verplichtingen. Als de voorkeurswaarde wordt overschreden moet nader onderzoek uitgevoerd worden of het geluid met maatregelen aan de bron en in de overdracht kan worden gereduceerd tot de voorkeurswaarde. Als dat in alle redelijkheid niet mogelijk is, kan de gemeente onder voorwaarden een hogere waarde toestaan en vaststellen in een procedure hogere waarden. Het vaststellen van hogere waarden kan tot en met een maximale waarde van 63 dB voor woningen binnen de bebouwde kom of 53 dB voor woningen binnen de zone van een auto(snel)weg. Daarbij wordt volgens de Wgh wordt elke geluidsbron (ook afzonderlijke wegen) apart beschouwd. Bij een samenloop van verschillende geluidsbronnen wordt de gecumuleerde geluidbelasting bepaald. De gemeente beoordeelt of deze niet leidt tot een onaanvaardbaar niveau. Pas dan kan zij voor de desbetreffende geluidsbron een hogere waarde vaststellen. 2.
Beleidsregel hogere waarden In de Beleidsregel hogere waarden heeft de gemeente voorwaarden gesteld zodat er bij overschrijding van de voorkeurswaarde tot en met de maximale waarde, er toch sprake kan zijn van een goede ruimtelijke ordening. Het betreft voorwaarden zoals de aanwezigheid van geluidluwe gevels, geluidluwe buitenruimten en de indeling van woningen (ten minste 30% van het vloeroppervlak, waaronder ten minste één slaapkamer, is gelegen aan de geluidsluwe zijde). Dit kan maatregelen aan de planopzet, het gebouw of aan de gevels betekenen.
Dove gevel De Wet geluidhinder maakt een uitzondering voor gevels zonder te openen delen. Deze kunnen als niet geluidgevoelig beschouwd worden, mits de geluidwering van de gevels voldoende goed is. Op deze manier kunnen nabij drukke wegen alsnog woningbouw gerealiseerd worden. Daarbij geldt wel de gedachte dat op andere plaatsen in de woning er wel/genoeg ruimten zijn die grenzen aan te openen geveldelen. Met de aanwezigheid van dove gevels staat een goede kwaliteit van de woon- en leefomgeving onder druk. Zeker als het meerdere gevels van een woning betreft. Bij de toepassing van dove gevels is daarom specifieke aandacht nodig aan de borging van een goed woon- en leefklimaat. 3. Actieplan De gemeente is op grond van de Europese Richtlijn omgevingslawaai verplicht om elke vijf jaar geluidbelastingkaarten van wegverkeer, railverkeer en industrieterreinen en een Actieplan te maken. Dit is recent gebeurd. De richtlijn is geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De kaarten geven inzicht in de geluidssituatie van 2016. Het Actieplan wordt eind oktober 2018 vastgesteld. In het Actieplan is aangegeven welke geluidsknelpunten er in de gemeente zijn (waarvoor de gemeente bevoegd gezag is) en welke mogelijkheden er zijn om te hoge geluidbelastingen te reduceren. De knelpunten zijn geïnventariseerd op basis van plandrempels.
Deze plandrempels treden niet in de plaats van de bestaande wettelijke grenswaarden voor het geluid van het wegverkeer, maar geven aan boven welke waarde de gemeente maatregelen overweegt om ongewenste situaties op te lossen. Hierbij wordt rekening gehouden met doelmatigheid en technische mogelijkheden. De plandrempel bedraagt 60 dB voor de doorgaande en wijkontsluitingswegen en 65 dB langs de overige gemeentelijke wegen. In Maarssenbroek is sprake van overschrijdingen langs de doorgaande routes en wijkontsluitingswegen. Met name langs de Ruimteweg en de Burgemeester Waverijnweg wordt de plandrempel van 60 dB overschreden. Uit Actieplan: Voorkomen nieuwe knelpunten Om nieuwe knelpunten te voorkomen wordt bij plannen waarin nieuwe geluidgevoelige objecten (zoals woningen) worden bestemd of gerealiseerd, rekening gehouden met de plandrempels. Daarbij is het streven om deze niet te overschrijden. Dat kan met bron- of overdrachtsmaatregelen. Als deze niet in alle redelijkheid mogelijk zijn, dan worden bij de realisatie compenserende maatregelen (geluidisolatie) getroffen, om een voldoende laag binnenniveau te realiseren. Hierbij geldt altijd het wettelijke kader van de Wet geluidhinder. Binnen de Wet geluidhinder is de mogelijkheid om hogere waarden te verlenen. Daarbij wordt getoetst aan het gemeentelijke hogere waarden beleid. 4.
Aanpak transformatie kantoorgebouw naar woongebouw Indien een niet-geluidgevoelig gebouw wordt getransformeerd naar een geluidgevoelig gebouw (woningen) dan biedt de Wet geluidhinder niet altijd voldoende bescherming voor een goede ruimtelijke ordening. Ook kan niet altijd goed voldaan worden aan het gemeentelijk beleid hogere waarden omdat in een bestaande situatie minder mogelijkheden zijn voor een gewijzigde planopzet of bouwkundige voorzieningen. Ook het Bouwbesluit geeft met het rechtens verkregen niveau geen of zeer beperkte bescherming. Voor de transformatie van gebouwen in een geluidbelaste omgeving is er daarom meestal maatwerk nodig. Binnen de huidige gemeentelijke uitvoeringspraktijk beoordeeld de gemeente diverse zaken in samenhang. Het betreft de geluidwering van de gevels, een goede (contact)geluidisolatie tussen de appartementen onderling en met de verkeersruimte, een voldoende spuicapaciteit voor een woningen met dove gevels, een goed alternatief voor het ontbreken van een geluidluwe gevel en buitenruimte zoals de aanwezigheid van gemeenschappelijk voorzieningen, het bestemmen voor doelgroepen en andere akoestische of niet-akoestische compensaties die binnen het project haalbaar zijn.
Het totaal van (on)mogelijkheden binnen een transformatieproject maken uit in hoeverre een maximale inspanning is verricht om te komen tot een (akoestische) goede woon- en leefomgeving en daarmee tot een goede ruimtelijke ordening. Dit vraagt nauwe afstemming tussen de akoestisch adviseurs van de initiatiefnemer en gemeente.
Bijlage 2 In deze bijlage worden voor drie hoogtes de geluidcontouren weergegeven. Het betreft de contouren op 2 meter, 5 meter en 10 meter boven maaiveld. De contouren worden weergegeven voor:
de huidige situatie; de toekomstige situatie zonder maatregelen om het geluid te beperken; de toekomstige situatie met maatregelen om het geluid te beperken (maatregelen zijn stil wegdek op gemeentelijke wegen en Zuilensering, en een scherm langs de Zuilensering); bovenstaande situatie, inclusief het verlagen van de snelheid op de Zuilensering.
Bijlage 2.1 Rekenresultaten verkeerslawaai op 2 meter boven maaiveld
Bijlage 2.2 Rekenresultaten verkeerslawaai op 5 meter boven maaiveld
Bijlage 2.3 Rekenresultaten verkeerslawaai op 10 meter boven maaiveld