CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - Toelichting - De Veenkluit te Tienhoven.pdf

Commissie Fysiek Domein 7 september 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3. 19:35: Bestemmingsplan De Veenkluit in Tienhoven.14.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Toelichting

Tienhoven, De Veenkluit

Gemeente Stichtse Vecht

Datum: 16 oktober 2020 Projectnummer: 200144 ID: NL.IMRO.1904.BPdeveenkluitTHN.OW01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Algemeen (aanleiding en doelstelling) Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 5 6

2

Analyse plangebied

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Algemeen Ontstaansgeschiedenis en historie Bestaande structuur Toekomstige situatie Beeldkwaliteit

7 7 7 10 12

3

Beleidskaders

14

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

14 15 19

4

Onderzoeken

23

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Bodem Geluid Luchtkwaliteit Geur Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Cultuurhistorie en archeologie Natuur Water Verkeer en parkeren Vorm vrije m.e.r.- beoordeling

23 23 24 27 27 29 30 30 32 35 39 40

5

Wijze van bestemmen

42

5.1 5.2

Algemeen Dit bestemmingsplan

42 43

6

Uitvoerbaarheid

45

6.1 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

45 47

Bijlagen          

Bijlage 1: Beeldkwaliteitskader met Kavelpaspoort Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 5: Toetsing aan de Wet natuurbescherming Bijlage 6: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 7: Onderzoek stikstofdepositie (verschilberekeningen) Bijlage 8: Onderzoek ‘Kansen voor de huismus’ Bijlage 9: Nader onderzoek soorten Bijlage 10: Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1 1.1

Inleiding Algemeen (aanleiding en doelstelling) Aan de Dominee Ulferslaan 25-27 te Tienhoven bevinden zich een basisschool en een dorpshuis. De locatie ligt ingeklemd tussen het dorpslint van Tienhoven en de sportvelden. Het dorpshuis is aan vervanging toe. De afgelopen jaren is door de gemeente onderzocht of een multifunctioneel dorpshuis te realiseren is binnen het dorp Tienhoven, maar dat is niet haalbaar. De wens bestaat thans om het dorpshuis in het pand van de bassischool te vestigen. Om dit mogelijk te maken zal het bestaande schoolgebouw gesloopt worden en zal er een nieuw pand gebouwd worden dat onderdak biedt aan de school en het dorpshuis. Daarnaast is het voornemen om op de huidige locatie van het dorpshuis, dat eveneens gesloopt wordt, zeven woningen te realiseren. Het plangebied betreft dus zowel de verhuizing van het dorpshuis naar de locatie van de naastgelegen school als de realisatie van maximaal zeven woningen op de huidige locatie van het dorpshuis. Het geldende bestemmingsplan “Landelijk Gebied Maarssen” laat de ontwikkeling niet toe. Het dorpshuis, waar zeven woningen beoogd zijn, bevindt zich op een perceel bestemd voor maatschappelijke doeleinden. Daarnaast voldoet het ontwerp voor de school en het dorpshuis niet helemaal aan de reeds geldende bouwregels.

Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een herziening van het geldende bestemmingsplan opgesteld te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan bevindt zich aan de Dominee Ulferslaan 25-27 te Tienhoven, behorend tot de gemeente Stichtse Vecht. Tienhoven bestaat uit lintbebouwing dat zich centreert rondom de Laan van Niftarlake en de Looijdijk. De locatie ligt ingeklemd tussen het dorpslint van Tienhoven en de sportvelden. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Maarssen, sectie K, percelen 410, 762, 763, 764, 1555, 1557, 1559, 1561, 1562 en 1563. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

3

Globale ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van Tienhoven en Oud-Maarsseveen (Bron: PDOK Viewer, bewerking SAB).

Globale ligging plangebied (rood omlijnd) bij benadering (Bron: PDOK Viewer, bewerking SAB).

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Maarssen’, dat op 17 december 2013 door de raad van de gemeente Stichtse Vecht is vastgesteld. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan te zien.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan met daarop het plangebied rood omlijnd (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, bewerking SAB).

Het bestemmingsplan voorziet ter plaatse van het schoolgebouw in de bestemming ‘Maatschappelijk’ met daarbij de functieaanduiding ‘onderwijs’, alwaar de gronden uitsluitend bestemd zijn voor een school alsmede buitenschoolse opvang. Ter plaatse van het dorpshuis voorziet het bestemmingsplan in de bestemming ‘Maatschappelijk’ met daarbij de functie aanduiding ‘verenigingsleven’, alwaar de gronden uitsluitend bestemd zijn voor terreinen en gebouwen ten behoeve van het verenigingsleven alsmede een peuterspeelzaal, een sportzaal, kleedruimtes en een kantine van een sportvereniging. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan ter plaatse in de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’, alwaar de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor het behoud van de in of op de grond aanwe2 zige archeologische waarden. Bij bodemingrepen groter dan 50 m en dieper dan 30 cm dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

5

Verder voorziet het bestemmingsplan ter plaatse in de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterkering’, alwaar de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor dijken en kaden met een waterkerende functie. Geconcludeerd wordt dat het dorpshuis, waar 7 woningen beoogd zijn, zich op een perceel bestemd voor maatschappelijke doeleinden bevindt. Daarnaast voldoet het ontwerp voor de school en het dorpshuis niet geheel aan de reeds geldende bouwregels. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een herziening van het bestemmingsplan opgesteld te worden.

1.4

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven, waarbij wordt ingegaan op de huidige situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het plan inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens een juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

6

2 2.1

Analyse plangebied Algemeen Tienhoven is een dorp met 1.730 inwoners (2019) in de provincie Utrecht, in de regio Vechtstreek, gemeente Stichtse Vecht. De omgeving biedt een overvloed aan cultuur, historie, natuur en recreatie. De belangrijkste ontsluitingswegen in de omgeving zijn de Nieuweweg, de Maarsseveenseweg en de N402. Via deze wegen zijn de rijkswegen te bereiken.

2.2

Ontstaansgeschiedenis en historie Een stuk land werd op 6 december 1243 door Herman van Maarssen aan het kapittel van Sint Pieter te Utrecht verkocht. Het gebied had de grootte van Decem Manci, tien hoeven. Door de verkoop werd het kapittel de bezitter van het gerecht Tienhoven. Het kapittel verkocht zijn rechten in 1621 aan de familie Ploos van Amstel. Reeds in de Middeleeuwen was er een kapel in Tienhoven, maar Tienhoven werd nooit een zelfstandige parochie. Pas na de reformatie werd het met de aanstelling van een predikant in 1604 een zelfstandige kerkelijke gemeente. Tot deze gemeente behoorden ook de inwoners van Maarsseveen en Breukeleveen. De heerlijkheid Tienhoven bleef in 1811 bij de vorming van de gemeenten zelfstandig. Per 1 januari 1812 werd ze samengevoegd met de gemeenten OudMaarsseveen, Nieuw-Maarsseveen en Breukeleveen onder de naam gemeente Tienhoven. Lang duurde deze situatie niet, want op 1 januari 1818 werd Maarsseveen een zelfstandige gemeente en werd Tienhoven weer beperkt tot zijn oude grondgebied. Tienhoven is tot augustus 1957 een zelfstandige gemeente gebleven; daarna werd zij een onderdeel van de gemeente Maarssen. Met Maarssen ging het per 1 januari 2011 op in de gemeente Stichtse Vecht.

2.3

Bestaande structuur

2.3.1

Ruimtelijke structuur Zoals op de afbeelding hierna te zien is, dateert de bebouwing in Tienhoven uit een verscheidenheid aan jaartallen. De vroegste bebouwing bestaat met name uit boerderijen gebouwd in de periode voor 1800. Het schoolgebouw en het dorpshuis zijn gebouwd in de periode 1960-1975, eveneens als het nabijgelegen woonerf, gelegen aan de Dominee Ulferslaan. Op de navolgende afbeeldingen is een impressie van de huidige situatie ter plaatse weergegeven.

7

Een kaart met daarop de bouwjaren van gebouwen te Tienhoven en Oud-Maarsseveen inzichtelijk gemaakt, het plangebied geel omlijnd (Bron: www.code.waag.org, bewerking SAB).

Huidige situatie ter plaatse van het dorpshuis (Bron: Google Maps).

8

Huidige situatie ter plaatse van de bassischool De Klaroen (Bron: Vechtstreek en Venen).

Doordat de lintbebouwing langs de Laan van Niftarlake uit verschillende perioden stamt, is er geen duidelijke architectuur aan te wijzen in Tienhoven. De locatie ligt aan de rand van de polder Bethune, herkenbaar door de orthogonale verkaveling met weidse vergezichten. Vanuit dit landschap is de dorpsrand van Tienhoven herkenbaar, kleinschalig en gevarieerd. Een losse korrel van woningen en bijgebouwen bepaalt vanuit de polder het karakteristieke beeld. Maar niet op alle plekken aan die dorpsrand is die identiteit zo sterk. De bebouwing uit de jaren ´70 aan de Ds. Ulferslaan laat een beeld zien dat daarin eigenlijk niet past. En ook de bebouwing van het dorpshuis en de school zijn dermate grote korrels dat die niet passen in de kleinschaligheid van die dorpsrand. Deze bebouwing wordt wel enigszins verborgen door de struiken en bomen die om het perceel staan. Maar ook dat ´besloten wereldje´ past niet bij de open dorpsrand die een relatie aangaat met het polderlandschap. De lintbebouwing ter plaatse kent dus een hoge bebouwingsgraad, waardoor er nauwelijks zichtlijnen bestaan tussen de doorgaande weg en de achtergelegen veengronden. Ter plaatse van het plangebied is er geen duidelijke ruimtelijke structuur aan te wijzen. 2.3.2

Functionele structuur De bebouwing in Tienhoven bestaat, op enkele kleinschalige bedrijven na, volledig uit woningen. Winkelvoorzieningen en horeca zijn nauwelijks voorhanden, die bevinden zich in het nabijgelegen Maarssen. Tienhoven kan dan ook worden gezien als een woongebied. Het plangebied is thans ingericht met diverse functies. Het gaat om functies die kenmerkend zijn voor een dorp, zoals een dorpshuis, inclusief kantine van de naastgelegen voetbalvereniging en een basisschool.

9

2.4

Toekomstige situatie

2.4.1

Planbeschrijving De wens bestaat om het dorpshuis in het pand van de basisschool te vestigen. Om dit mogelijk te maken zal het bestaande schoolgebouw gesloopt worden en zal er een nieuw pand gebouwd worden dat onderdak biedt aan zowel de school als het dorpshuis. Daarnaast is het voornemen om op de huidige locatie van het dorpshuis, dat eveneens gesloopt wordt, zeven woningen te realiseren. Het plangebied betreft dus zowel de verhuizing van het dorpshuis naar de naastgelegen school als de realisatie van maximaal zeven woningen op de huidige locatie van het dorpshuis. Op onderstaande afbeeldingen is de beoogde situatie voor de panden weergegeven. Naast het pand en de zeven woningen zal een parkeerplaats worden gerealiseerd. Om de parkeerplaatsen bij de school/dorpshuis te bereiken wordt er een weg aangelegd, die door het plangebied loopt en ontsloten wordt op de Dominee Ulferslaan. Op het plein worden parkeerplaatsen voor de rijwoningen (2 parkeerplaatsen per woning) en voor de school en de dorpshuisfuncties gerealiseerd. Er is een Kiss & Ride-strook voorzien met 5 parkeerplaatsen. Langs de rand van het plein zijn fietsenbeugels geplaatst voor het fiets-parkeren van het dorpshuis en de voetbalvereniging. Beide halfvrijstaande woningen moeten 2 parkeerplaatsen in hun voortuin realiseren, bereikbaar vanaf een gezamenlijke inrit vanaf de Ds. Ulferslaan.

Aan de overzijde van de straat worden nog 3 plaatsen voor langsparkeren aangelegd. De zeven woningen bestaan uit drie tussenwoningen, twee hoekwoningen en twee half-vrijstaande woningen.

Beoogde situatie (Bron: Traanberg Architectuur en Bouwmanagement).

10

Massa-impressies bouwvolumes (Bron: Traanberg Architectuur en Bouwmanagement).

Gevelaanzicht schoolgebouw en dorpshuis (Bron: Traanberg Architectuur en Bouwmanagement).

Groen en duurzaamheid De relatie met de Bethunepolder wordt versterkt door het opschonen van de groenstrook langs de ontwikkellocatie en het parkeerplein Als begeleiding van het straatprofiel van de Ds. Ulferslaan en de ontsluitingsweg naar het parkeerterrein moeten de erfafscheidingen als hagen uitgevoerd worden, met een hoogte van maximaal 1 meter vóór de voorgevellijn. Voor het projectterrein wordt gestreefd naar hergebruik van uitkomende materialen (sloop en grond), bijvoorbeeld in schanskorven om als keerwand te fungeren. Daarnaast worden voorzieningen voor flora en fauna opgenomen, zoals nestkasten in de nieuwe bebouwing.

11

2.4.2

Stedenbouwkundige uitgangspunten Door SVP Architectuur en Stedenbouw is een visie op de dorpsrand opgesteld, met aandacht voor het verplaatsen van het dorpshuis naar de school, de mogelijkheden tot herontwikkeling op de voormalige locatie van het dorpshuis en de ruimtelijke principes van het openbaar gebied. Visie op de dorpsrand − Doortrekken Ds. Ulferslaan langs de sportvelden: Het verplaatsen van de ontsluiting van de oostzijde van het plangebied naar de westzijde, in het verlengde van de ds. Ulferlaan, zorgt ervoor dat het gebied zich opent en openbaar toegankelijk wordt. Vanaf deze nieuwe openbare weg is er weer zicht op het polderlandschap; − Verplaatsen van programma en nieuwe entrees: Het programma uit het voormalige dorpshuis wordt verplaatst naar de huidige school. Globaal zijn dat functies voor het dorp als; loket, VVV, gemeenschapszaal, gymzaal, maar ook kantine voor voetbalvereniging en natuurlijk de school. Vanuit de stedenbouwkundige opgave is het belangrijk dat de bestaande bebouwing een betere uitstraling krijgt naar buiten toe, die meer aansluit op het gewenste kleinschalige en gevarieerde beeld; − Ontwikkelen van nieuwe woningen: Op de vrijgekomen locatie van het dorpshuis worden nieuwe woningen ontwikkeld die bijdragen aan een kostenneutrale ontwikkeling van het geheel, maar ook invulling geven aan de nieuwe gevarieerde dorpsrand.

Variatie in bebouwing door een kleinschalige korrel, verschillende kapvormen en rooilijnen is op deze plek gewenst. Daarbij wordt aangesloten op de bouwhoogte van de omgeving met maximaal twee lagen en kap; − Herinrichten omgeving en voormalig schoolplein: Vanaf de doorgetrokken Ds. Ulferslaan wordt het bestaande verzonken schoolplein opnieuw ingericht.

2.5

Beeldkwaliteit In paragraaf 2.3.1 is geconcludeerd dat er ter plaatse geen duidelijke ruimtelijke structuur en architectuur is aan te wijzen. Daarnaast zijn er ter plaatse van het plangebied nauwelijks zichtlijnen tussen de doorgaande weg en de achtergelegen veengronden. Navolgend worden de uitgangspunten ten aanzien van het aspect beeldkwaliteit kort besproken. Er is aansluiting gezocht bij de opgestelde visie, zoals in voorgaande pa1 ragraaf besproken. In het Beeldkwaliteitskader en Kavelpaspoort zijn beeldkwaliteitscriteria opgesteld. Dit document wordt separaat vastgesteld door de gemeenteraad en geldt zodanig als toetsingskader bij omgevingsvergunningaanvragen. Ontwikkellocatie Ds. Ulferslaan Aan de Ds. Ulferslaan 27 en 29 zijn het dorpshuis De Veenkluit en de christelijke basisschool De Klaroen gesitueerd. De locatie ligt ingeklemd tussen het dorpslint langs de Laan van Nifterlake en de sportvelden in de Bethunepolder. Om tot een kostenneutrale herontwikkeling te komen, worden de dorpshuisfuncties verplaatst naar

1

Traanberg (2020). Beeldkwaliteitskader met Kavelpaspoort. Ontwikkellocatie Woningen Ds.

Ulferslaan Tienhoven. 14 oktober 2020. 12

het leegstaande deel van het schoolgebouw, wordt het dorpshuis met de gymzaal gesloopt en worden op deze plek woningen gerealiseerd. Randvoorwaarden bouwvolumes woningen Bouwvolume 2 half vrijstaande woningen o De 2 woningen sluiten qua volume aan bij de laatst gerealiseerde vrijstaande woningen aan de Ds. Ulferslaan , dus 2 bouwlagen met een zadeldak, een diepte van 10 meter en een breedte van 7,5 meter. o De kaprichting is loodrecht op de Ds. Ulferslaan , de nokhoogte is maximaal 10,5 meter, de goothoogte is maximaal 6,5 meter. Om de woningen in de kleinschalige korrelgrootte van de aanwezige bebouwing te laten passen, kan de goothoogte aan de zijgevels verlaagd worden naar minimaal 3 meter. o De bergingen/garages zijn geschakeld op de tussenliggende perceelsgrens en liggen terug t.o.v. de voorgevel van de woning. Zij zijn voorzien van een plat dak. Bouwvolume 5 rijwoningen o De voor en achtergevel van de vijf rijwoningen staan in één lijn. De eerste drie rijwoningen worden op het peil van het voormalige dorpshuis aangelegd. De laatste 2 rijwoningen worden iets lager aangelegd. De rijwoningen hebben 2 bouwlagen en een kap. De diepte is 8 meter, de breedte is 5,5 meter. o De kaprichting van het zadeldak is evenwijdig aan de voor en achtergevel. De helling van het zadeldak is tussen de 40 en 50 graden.

De nokhoogte is maximaal 10,5 meter vanaf de aanleghoogte van de entree van de woning. o De goothoogte is maximaal 6,5 meter. Ten behoeve van variatie binnen het bouwvolume kan de goot op de voorgevel en/of de achtergevel verlaagd worden aangebracht op een hoogte van minimaal 3 meter. o Bergingen, voorzien van een plat dak, worden als doorlopende erfafscheiding van de vijf rijwoningen in de tuin tegen de achtererfgrens gebouwd. De hoogte is maximaal 3 meter. Multifunctioneel centrum (MFC) Het schoolgebouw wordt nog slechts gedeeltelijk gebruikt door basisschool De Klaroen. Voor de dorpshuisfuncties en de ruimtes voor de voetbalvereniging wordt een nieuwbouw MFC gerealiseerd, op de plek van het leegstaande schooldeel. Hiermee ontstaat een levendig middelpunt in het dorp. Bereikbaarheid van de aangelegen functies moet worden gegarandeerd en er moet voldoende parkeren gerealiseerd worden voor het bestaande en nieuwe programma van dorpshuisfuncties en woningen. Bethunepolder De nieuwbouw van de woningen moet een toegevoegde waarde leveren aan de beeldkwaliteit van de dorpsrand richting het polderlandschap. Uitgangspunt is om aan te sluiten bij de gevarieerde fijnkorrelige dorpsbebouwing van woningen en bijgebouwen, en tegelijkertijd de weidsheid van de Bethunepolder te ervaren.

Voor een verdere uiteenzetting van materialisatie en de kavelpaspoorten wordt verwezen naar het Beeldkwaliteitskader.

13

3

Beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Algemeen beleidskader De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de grens van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is aangewezen als erfgoed met uitzonderlijke universele waarden. De aanwijzing vanuit het Barro werkt door in de provinciale verordening. Daaruit blijkt eveneens dat het plangebied onderdeel uitmaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Derhalve valt de voorliggende ontwikkeling binnen één van de veertien beschreven onderwerpen uit het Barro. In paragraaf 3.2.2 is gemotiveerd dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (cultuurhistorische hoofdstructuur). De ontwikkeling is niet strijdig aan het gestelde in dit besluit.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Algemeen beleidskader Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten 14

nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Betekenis voor het bestemmingsplan 2 Voorliggend plan voorziet in de ontwikkeling van meer dan 500 m aan maatschappelijke functies. Daarom is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Echter geldt ter plaatse reeds de juridisch-planologische mogelijkheid om gebouwen ten behoeve van maatschappelijke functies te realiseren. Daarnaast zijn de school en het dorpshuis reeds in het plangebied gevestigd. In de navolgende tabel is het beoogde oppervlak per functie weergegeven ten opzichte van de huidige situatie.

Totaal 2 1.938 m

Huidige situatie School Dorpshuis* 2 2 1.122 m 806 m

Totaal 2 1.503 m

Beoogde situatie School Dorpshuis* 2 2 525 m 978 m

* Incl. voorzieningen voetbalvereniging en gymzaal

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, maar gezien 2 het feit dat er per functie geen stijging is van meer dan 500 m ten opzichte van de huidige situatie, behoeft er geen toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Het oppervlak dat gerealiseerd wordt voor de school neemt in het beoogde ontwerp zelfs af ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast vindt de ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied. De behoefte bestaat uit de wens tot huisvesting in een nieuw, toekomstbestendig pand, met flexibele mogelijkheden. De huidige bebouwing is gedateerd en leidt tot inefficiënt gebruik. Voorliggend plan is daarmee juist een voorbeeld van zorgvuldig ruimtegebruik, hetgeen met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt beoogd. 3.1.3

Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) Algemeen beleidskader Op 12 december 2016 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) (PRS) vastgesteld door de Provinciale Staten van Utrecht. De structuurvisie is opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De PRS geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. Hierin staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstel-

15

lingen hoort én hoe dit beleid uitgevoerd wordt. Deels loopt deze uitvoering via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016) (PRV) die tegelijk met de PRS is opgesteld. De PRS is een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de PRS alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De PRV zorgt voor doorwerking van het beleid en is bindend voor de gemeenten. In paragraaf 3.2.2 wordt nader ingegaan op de verordening. In de PRS is het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2028 beschreven. De provincie geeft aan welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort en hoe uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. De PRS richt zich op de volgende vier pijlers:  duurzame leefomgeving;  vitale dorpen en steden;  beschermen kwaliteiten;  dynamisch landelijk gebied. Deze pijlers leiden tot twee belangrijke beleidsopgaven, namelijk het accent op de binnenstedelijke opgave en het behouden en versterken van de kwaliteiten van het landelijk gebied. Dit zijn opgaven die nodig zijn om de provincie Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats.

De provincie Utrecht richt zich in haar verstedelijkingsbeleid primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied: op die manier blijven steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims. Ten behoeve van de leefbaarheid en bereikbaarheid wordt verstedelijking zoveel mogelijk gekoppeld aan haltes en knopen van het openbaar vervoersnetwerk. Gebiedsspecifiek Op de kaart 'Wonen en Werken' is de locatie aangeduid als 'binnenstedelijke woningbouw'. In het verstedelijkingsbeleid richt de provincie zich primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied: op die manier blijven de steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims.

16

Ligging plangebied (rode punaise) op de kaart 'Wonen en werken' van de provinciale ruimtelijke structuurvisie 2013-2028 (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Betekenis voor het bestemmingsplan Voorliggende opgave betreft een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied, waarbij sprake is van sloop en nieuwbouw in de vorm van een gebouw bestemd voor maatschappelijke functies en zeven woningen. Deze ontwikkeling past dan ook binnen de doelstellingen die in de Provinciale Ruimte Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) zijn opgenomen. 3.2.2

Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) (herijking 2016) Algemeen beleidskader De Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 Provincie Utrecht (herijking 2016) is op 12 december 2016 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De PRV bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de PRV staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de PRV zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen zoals opgenomen in de structuurvisie. Gebiedsspecifiek en betekenis voor het bestemmingsplan Stedelijk gebied Voor het plangebied zijn de regels ten aanzien van het stedelijk gebied van toepassing. De gronden binnen het stedelijk gebied zijn bestemd voor verdere verstedelijking: van verstedelijking is sprake als een ruimtelijk besluit ten opzichte van het vigerende planologische regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies. Onderhavig plan is conform het beleid en de regels omtrent binnenstedelijk bouwen, zoals in paragraaf 3.2.1 is uiteengezet.

17

Beschermingszone drinkwaterwinning De Verordening bepaalt het volgende. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘beschermingszone drinkwaterwinning’ bevat bestemmingen en regels die het waterwinbelang beschermen indien nieuwe functies een verontreinigingsrisico vormen voor het grond- en oppervlaktewater. Voorts dient de toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘beschermingszone drinkwaterwinning’ een beschrijving te bevatten van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het waterwinbelang rekening is gehouden. In de waterparagraaf, opgenomen in paragraaf 4.10, is nader ingegaan op de manier waarop in dit plan rekening is gehouden met het belang van de grondwaterbescherming. Overstroombaar gebied De Verordening bepaalt het volgende. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘overstroombaar gebied’ bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘overstroombaar gebied’ bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan.

De gemeente Stichtse Vecht heeft geen beleid hoe er met het overstromingsrisico omgegaan moet worden. In de waterparagraaf, opgenomen in paragraaf 4.10, is nader ingegaan op de manier waarop in dit plan rekening is gehouden met de waterbelangen. Vrijwaringszone versterking regionale waterkering De Verordening bepaalt het volgende. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘vrijwaringszone versterking regionale waterkering’ bevat bestemmingen en regels die de waterkerende functie beschermen en voorzien in een vrijwaringszone aan weerszijden van de waterkering. In de waterparagraaf, opgenomen in paragraaf 4.10, is nader ingegaan op de manier waarop in dit plan rekening is gehouden met het belang van de waterkering. Cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) De gronden in het plangebied zijn aangewezen als 'militair erfgoed (CHS)' omdat deze onderdeel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een voormalig nationaal landschap. De NHW is genomineerd voor UNESCO-Werelderfgoed als uitbreiding op de SvA. . De provincie Utrecht werkt samen met de provincies Gelderland, Brabant en Noord-Holland aan de UNESCOWerelderfgoedstatus voor dit erfgoed. Ze hopen in 2021 de status te krijgen.

Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als CHS bevat bestemmingen en regels ter bescherming van de waarden van de cultuurhistorische hoofdstructuur. Voor dit plan is een cultuurhistorische onderbouwing opgesteld. Deze is reeds behandeld in paragraaf 2.4 en 2.5. Het plangebied maakt volgens de provinciale verordening deel uit van een gebied met militair erfgoed. Ten aanzien van militair erfgoed geldt dat het uitgangspunt behoud door ontwikkeling is. Er is ruimte voor ontwikkelingen, inclusief verstedelijking, gericht

18

op het creëren van economische kostendragers indien deze bijdragen aan het herstel van de cultuurhistorische waarde van het militair erfgoed. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van de linies is het behouden van de openheid van de voormalige inundatiegebieden en van de samenhang tussen de elementen van de linies van groot belang. De linies zijn bepalend voor de ontwikkelingsrichting en vorm van verstedelijking en grootschalige infrastructuur. De cultuurhistorische waarden van de linies liggen met name in:  de hoofdweerstandslijn inclusief de daarbij behorende elementen en, indien aanwezig, voorposten en stoplijn;  de inundatiegebieden en bijbehorende elementen;  de accessen en verdedigingswerken. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, alwaar zich geen cultuurhistorische waarden van de linies bevinden, zoals inundatiegebieden en verdedigingswerken. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de samenhang tussen de elementen van de linies. Kernkwaliteiten landschap Het plangebied valt binnen het landschap dat door de provincie Utrecht is aangemerkt als het Groene hart. Voor het Groene Hart wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: 1 openheid; 2 (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); 3 landschappelijke diversiteit; 4 rust en stilte.

Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het bevorderen van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij dienen de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied en versterkt daarmee de contrasten tussen de verschillende typen landschappen (veenweiden en dorpse bebouwing). 3.2.3

Conclusie Omdat er geen sprake is van verstedelijking in het landelijk gebied, dan wel met andere in de verordening aangeduide waarden (rekening houdend met hetgeen in navolgend hoofdstuk onderzocht is), is er geen sprake van strijdigheid het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie Stichtse Vecht 2013-2040 (Focus op Morgen) Algemeen beleidskader Op 29 januari 2013 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht de toekomstvisie ‘Focus op morgen’ vastgesteld. De toekomstvisie bevat vier hoofddelen:  een beschrijving van de kernkwaliteiten van Stichtse Vecht;  inzicht in de trends en ontwikkelingen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet;  de opgaven en kansen voor de toekomst;

19

 het gevolg geven aan de visie en het verder ontwikkelen van deelvisies op Stichtse Vecht. Behoud van het landschap met haar eeuwenoude buitenplaatsen en ontginningenstelsel vormt een belangrijke pijler. Ook gaat de voorkeur gaat uit naar verdere verdichting van het binnenstedelijk gebied. Daar, maar ook in de kleinere kernen, wordt gedacht aan inbreiding- en verdichtingslocaties en creatief omgaan met mogelijkheden en kansen. Betekenis voor het bestemmingsplan In de toekomstvisie wordt beperkt bouwen toegelaten, mits het buitengebied zoveel mogelijk wordt ontzien. De visie erkent dat, gelet op de demografische ontwikkeling, extra woningbouw noodzakelijk is. De voorkeur gaat daarbij uit naar verdere verdichting van het binnenstedelijk gebied, zodat het buitengebied wordt ontzien. Daarbij moet rekening gehouden worden met de identiteit en omvang van de kernen. Onderhavig plan draagt bij aan voornoemde doelstellingen van de gemeente. Er wordt gebouwd binnen binnenstedelijk gebied (in de kern Tienhoven) en het betreft een ontwikkeling die past bij de karakteristiek, identiteit en omvang van Tienhoven. Het plan is dan ook in lijn met het gestelde in de toekomstvisie. 3.3.2

Woonvisie Stichtse Vecht 2017-2022 Algemeen beleidskader De gemeenteraad van Stichtse Vecht heeft op 1 juni 2016 de Woonvisie Stichtse Vecht 2017-2022 vastgesteld. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen met duidelijke uitgangspunten en richtlijnen. Met het aannemen van de visie kiest de gemeente voor een negental uitdagingen voor de komende jaren. Deze negen uitdagingen zijn:  Samenwerken met corporaties, inwoners en private partijen in een platform;  Prioriteit ligt bij bouwen voor eigen inwoners en daarnaast ook voor de regio;  Zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad;  Bij nieuwbouw realisatie van 30% sociale huur en koop;  Afspraken over bestaande sociale woningvoorraad;  Stimuleren voor een groter huuraanbod voor middeninkomens;  Ervoor zorgen dat iedereen zo lang mogelijk in zijn vertrouwde omgeving kan blijven wonen;  Inzetten op duurzaamheid;  Investeren in gebiedsgerichte leefbaarheid en veiligheid. Woningbouwplanning De gemeente wil bij de woningbouwplanning rekening houden met de natuurlijke ontwikkeling van de bevolking, mede in het belang van het voorzieningenniveau. De doelstelling is om in een tijdsbestek van 5 jaar de woningvoorraad voldoende uit te breiden om passend wonen voor iedereen in Stichtse Vecht mogelijk te maken.

De lokale woningbehoefte is in ruimtelijk opzicht in te passen op de beschikbare locaties binnen de rode contour, waarbinnen onderhavig plangebied gelegen is, zoals te zien is op onderstaande afbeelding.

20

Rode contour Tienhoven en Oud-Maarsseveen met daarop het plangebied globaal zwart omlijnd (Bron: Provincie Utrecht).

Duurzaamheid In de Woonvisie 2017-2022 heeft de gemeente Stichtse Vecht tevens haar beleid rond duurzaam bouwen verwoord. Bij nieuwbouw streeft de gemeente deze ambitie na en maakt hierover afspraken met woningcorporaties en ontwikkelende partijen en legt dit vast in anterieure overeenkomsten. Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorgenomen plan vindt binnen de rode contour plaats en sluit aan op de huidige standaarden binnen de woningbouw. Daarnaast zijn de hoek- en tussenwoningen uitermate geschikt voor middeninkomens. Verder draagt het plan middels functiemening bij aan de gebiedsgerichte leefbaarheid en veiligheid. Door de functiemening zal de locatie immers gedurende de dag voor een lange periode worden bezocht door mensen. Het plan is in lijn met hetgeen is gesteld in de woonvisie. 3.3.3

Beeldkwaliteitskader Tienhoven - Oud Maarsseveen Algemeen beleidskader De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet van tevoren worden opgesteld, maar maken onderdeel uit van een planningsproces. Voor ontwikkelingslocaties werkt de gemeente daarom veelal met beeldkwaliteitsplannen, waarin welstandscriteria zijn opgenomen. In beeldkwaliteitsplannen staat de ambitie voor de gewenste kwaliteit van het te ontwikkelen gebied beschreven. Deze richtlijnen worden per locatie bepaald. Voor het lint Tienhoven - Oud Maarsseveen is in 2010 een beeldkwaliteitskader opgesteld. Omdat dit beeldkwaliteitskader zal functioneren als toetsingskader bij ontheffing

21

van bepalingen in het bestemmingsplan, en dus eerder in het planontwikkelingsproces zal worden gehanteerd dan de welstandstoets, zijn de criteria uit de welstandsnota ook in dit beeldkwaliteitskader opgenomen. Hierin is beschreven dat het aantal burgerwoningen de afgelopen jaren is toegenomen; het lint is verdicht. De meeste van deze woningen zijn gebouwd als individuele woningen, enkele als rijwoningen. Van de boerderijen is een aantal uit bedrijf genomen en tot burgerwoning verbouwd. Aan de Laan van Niftarlake is de weg recht, waardoor een lange ruimte waarneembaar is. Ter weerszijden van de weg ligt een asymmetrisch ruimteprofiel. Aan de westzijde is weinig ruimte tussen weg en bebouwing. De kleine voortuinen grenzen direct aan de weg en hebben veelal een haag of hek aan de voorzijde. Een sloot ontbreekt. De bebouwing staat in relatief hoge dichtheid en relatief kleine volumes en verschaft spaarzaam doorzicht op de open ruimte van de Bethunepolder. Aan de oostzijde is meer ruimte in het lint. Op veel plaatsen is doorzicht op een sterk verdicht, kleinschalig groen achterland. Gebiedsspecifiek De belangrijkste voorwaarde is dat de nieuwe ontwikkeling passend is binnen de aanwezige beeldkwaliteit.

Specifiek voor Tienhoven worden de volgende uitgangspunten met betrekking tot de beeldkwaliteit gegeven:  de ruimte in het profiel dient behouden te blijven (voorgevelrooilijn);  doorzicht op het achterland dient, met name aan de oostkant, behouden te blijven;  de (vergrote) maatvoering van gebouwen houdt het verschil tussen oost en west in stand (volume, hoogte);  aan de achterzijde (het openbare domein van de plassen) dient voorkomen te worden dat het groene decor gedomineerd wordt door bebouwing. Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is gelegen aan de Dominee Ulferslaan 25-27. De locatie ligt ingeklemd tussen het dorpslint van Tienhoven en de sportvelden. Deze zijde van het lint, de westzijde, kent een relatief hoge bebouwingsdichtheid. Vanaf de Laan van Niftarlake, ter hoogte van de beoogde locatie, bestaan reeds geen zichtlijnen met de achtergelegen veenweides. Ten behoeve van het plan zal de reeds bestaande bebouwing gesloopt worden. Hierdoor is de extra verdichting van het bebouwingslint minimaal en houdt het verschil ten aanzien van de bebouwing ten westen en ten oosten van de Laan van Niftarlake in stand. Het plan voldoet aan voornoemde stedenbouwkundige eisen en is passend in het bebouwingslint.

22

4 4.1

Onderzoeken Bodem Beleidskader In het kader van het bestemmingsplan moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Onderzoek 2 Er is in het kader van onderhavig plan een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Navolgend worden de onderzoeksresultaten kort besproken. Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden:  de bodem op de locatie bevat zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen;  in de mengmonsters van de bovengrond is een loodgehalte gemeten dat de achtergrondwaarde overschrijdt;  in de ondergrond van OG3 (klei) overschrijden enige metalen-, PCB’s-, olie- en PAK-gehalten de achtergrondwaarde;  in de ondergrond van OG4 overschrijden de kwik- en loodgehalten de achtergrondwaarde.  in het grondwater overschrijdt het bariumgehalte de streefwaarde.  de hypothese (dat sprake is van een ongeschikte bodemkwaliteit) dient verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.2

Geluid Beleidskader De Wet geluidhinder regelt de mate waarin geluid bepaalde functies mag belasten. Indien geluidgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting een akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van wegen en spoorwegen. Wonen, zoals in het plangebied, is bijvoorbeeld een geluidgevoelige functie. De geluidbelasting op woningen mag in principe de 48 dB niet overschrijden. Wegen met een 30 km/u zone zijn formeel uitgezonderd van akoestisch onderzoek, maar vanuit een goede ruimtelijke ordening kan onderzoek toch wenselijk zijn. 2

De Klinker Milieu (2020). Verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740. Ds. Ulferslaan, Tienhoven. Projectnummer: K203411. 23 april 2020. 23

Onderzoek 3 Er is in het kader van onderhavig plan een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgen de volgende resultaten: Middenweg (60 km/uur) De geluidbelasting vanwege de gezoneerde Middenweg (60 km/uur) bedraagt maximaal 29 dB inclusief aftrek ex art. 110g Wgh. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt niet overschreden. Er wordt voldaan aan de Wgh. Middenweg (30 km/uur) De geluidbelasting vanwege de niet-gezoneerde Middenweg (30 km/uur) bedraagt maximaal 18 dB inclusief aftrek ex art. 110g Wgh. De gehanteerde ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt niet overschreden. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Laan van Niftarlake (30 km/uur) De geluidbelasting vanwege de niet-gezoneerde Laan van Niftarlake (30 km/uur) bedraagt maximaal 34 dB inclusief aftrek ex art. 110g Wgh. De gehanteerde ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt niet overschreden. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het aspect geluid (wegverkeerslawaai) vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.3

Luchtkwaliteit Beleidskader Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het

3

SAB (2020). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Tienhoven, De Veenkluit. Projectnummer: 200144. 25 juni 2020. 24

Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. Onderzoek Onderhavig plan voorziet in de realisatie van zeven nieuwe woningen. Het plan draagt daarom ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, zoals navolgende tabel laat zien. Ten aanzien van de school en het dorpshuis geldt dat dit reeds bestaande voorzieningen betreft en dat deze eveneens ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

25

NIBM-tool woningen (Bron: Rijkswaterstaat).

In de navolgende tabel staan de concentraties fijnstof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxide (NO2) in de nabijheid van het plan zoals opgenomen in de NSL-monitoringstool. Het betreffen concentraties langs de Laan van Niftarlake. De concentraties langs deze weg zijn representatief voor de concentraties binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Indien de concentraties langs deze weg voldoen aan de grenswaarden, vindt eveneens geen overschrijding plaats binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Zichtjaar

2018 2020 2030 Grenswaarden

Concentraties ter hoogte van de Laan van Niftarlake stikstofdioxide (NO2), jaargem. concentratie

fijn stof (PM10), jaargem. concentratie

fijn stof (PM2.5), jaargem. concentratie

NSL-monitoringstool

NSL-monitoringstool

NSL-monitoringstool

15,6 μg/m

3

18,7 μg/m

3

14,1 μg/m

3

17,4 μg/m

3

10,5 μg/m3

7,5 μg/m3

14,5 μg/m3

8,0 μg/m3

3

3

25 μg/m3

40,0 μg/m

40 μg/m

11,6 μg/m3

Concentraties nabij plangebied

Op grond van bovenstaande tabel concluderen we dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen onder de grenswaarden in de drie jaren (2018, 2020 en 2030) liggen. Deze grenswaarden zijn op Europees niveau vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Tevens geven de uitkomsten uit de monitoringstool aan dat de concentraties van de luchtvervuilende stoffen op de lange termijn in het plangebied verder afnemen. Ook wanneer de resultaten van de NIBM-tool worden opgeteld bij de concentraties zoals de monitoringstool aangeeft, zal er geen sprake zijn van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

26

4.4

Geur Beleidskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastingsen afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Onderzoek In de directe nabijheid (circa 500 meter) van de ontwikkelingslocatie bevinden zich geen (intensieve) veehouderijen. Het uitvoeren van een nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Ook de bedrijfsmogelijkheden van omliggende bedrijven worden niet belemmerd. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.

4.5

Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. 27

Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied zijn met name woningen terug te vinden. Daarom is de omgeving van het plangebied te typeren als een ‘rustige woonwijk’. Externe werking De externe werking betreft de vraag of de nieuwe functie in onderhavig plan niet leidt tot hinder voor de bestaande of toekomstige hindergevoelige functies. In het plangebied worden geen nieuwe hinderveroorzakende functies mogelijk gemaakt. De school, behorend tot milieucategorie 2 van de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering', is reeds in het plangebied gelokaliseerd. Eventuele hindercontouren zijn dan ook reeds rechtens verkregen. Er hoeft daarom niet onderzocht te worden of de functie in het plangebied hinder veroorzaakt voor omliggende functies. Interne werking Naast de externe werking moet ook de interne werking worden beoordeeld. Met andere woorden: laat de omgeving de nieuwe functie toe? Wonen wordt beschouwd als een hindergevoelige functie. Het onderhavig plangebied grenst direct aan een veldsportcomplex. In de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) is voor veldsportcomplexen een richtafstand van 50 meter opgenomen voor het aspect geluid. Het hindercontour (geluid) van het veldsportcomplex overlapt de beoogde woningen in 4 het plangebied. Derhalve is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd.

Uit de berekeningen van het maximale geluidsniveau blijkt dat de richtwaardes van stap 2 (en 3) vanuit de VNG-publicatie bij enkele toetspunten worden overschreden. De overschrijdingen in de dagperiode worden veroorzaak door de scheidsrechtersfluit en het kortstondig schreeuwen van spelers en publiek tijdens wedstrijden op de voetbalvelden. De wedstrijden vinden alleen op zaterdag plaats. In de avondperiode is enkel het schreeuwen van spelers maatgevend tijdens trainingen. Dit is alleen doordeweeks tijdens trainingsmomenten. Het nieuwe pannaveld zorgt niet voor belemmeringen en is inpasbaar. Op basis van een goede ruimtelijke ordening zijn mogelijke maatregelen onderzocht. Zonder de sportactiviteiten te belemmeren zijn bronmaatregelen niet voorhanden. Dit zal bovendien de leefbaarheid van Tienhoven aantasten waarin de sportvereniging een belangrijke rol vervult. Onderzoek is daarom verricht naar mogelijke afscherming conform figuur 8 (zie het onderzoeksrapport). Een absorberende afscherming is gemodelleerd over een lengte van circa 60 meter met een hoogte van 2,5 meter. Dit zorgt weliswaar voor lagere geluidbelastingen, maar niet in zoverre dat alle overschrijdingen teniet worden gedaan. Dit is enkel mogelijk middels toepassing van dove gevels conform figuur 9 (zie het onderzoeksrapport), ook zonder overdrachtsmaatregel.

Terughoudendheid hierin is overigens gewenst ten behoeve van het leefcomfort. Op basis van de maximale geluidbelastingen, zonder te treffen maatregelen, is een minimale karakteristieke geluidwering van 24 dB benodigd om de binnenwaarde van 55 dB(A) in de dagperiode en 50 dB(A) in de avondperiode te kunnen garanderen.

4

SAB (2020). Akoestisch onderzoek industrielawaai. Tienhoven, De Veenkluit. Projectnummer: 200144. 14 oktober 2020. 28

Aan het bevoegd gezag is de keuze om de overschrijdingen van het maximale geluidsniveau als acceptabel te achten daar de geluidemissies inherent zijn voor de sportaccommodatie in functie óf geluidsreducerende maatregelen voor te schrijven. Dit is mogelijk middels afscherming of maatregelen aan de gevel(s). Conclusie Uit de berekeningen van het maximale geluidsniveau blijkt dat de richtwaardes van stap 2 (en 3) vanuit de VNG-publicatie bij enkele toets punten worden overschreden. Aan het bevoegd gezag is de keuze om de overschrijdingen van het maximale geluidsniveau als acceptabel te achten daar de geluidemissies inherent zijn voor de sportaccommodatie in functie óf geluidsreducerende maatregelen voor te schrijven. Dit is mogelijk middels afscherming of maatregelen aan de gevel(s).

4.6

Externe veiligheid Beleidskader Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (of-6 wel 10 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risi-6 co van 10 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers.

Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Onderzoek Onderhavig plan voorziet in de toevoeging van kwetsbare objecten (woningen). In de omgeving zijn geen risicobronnen aanwezig. De risicokaart wijst uit dat het tuincentrum Vechtweelde te Maarssen de dichtstbijzijnde risicobron vormt, op ruim 2.5 kilometer afstand van onderhavig plangebied. Gezien de afstand is een onderzoek externe veiligheid niet noodzakelijk. Conclusie

29

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.

4.7

Kabels en leidingen Er bevinden zich geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied.

4.8

Cultuurhistorie en archeologie

4.8.1

Cultuurhistorie Beleidskader Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Onderzoek Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Utrecht weergegeven. Historische arbeiderswoning Aan de Laan van Niftarlake 43 bevindt zich een kleine arbeiderswoning (zwarte stip op navolgende afbeelding) die is opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) was een landelijk project dat de Rijksdienst tussen 1986 en 1995 uitvoerde met als doel om per gemeente de waardevolle gebouwen en andere monumenten te beschrijven en waarderen. Onderhavig plangebied maakt geen onderdeel uit van het bebouwingslint aan de Laan van Niftarlake. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen afbreuk gedaan aan de historische arbeiderswoning. De beeldkwaliteit van het bebouwingslint aan de Laan van Niftarlake blijft behouden.

Militair erfgoed Raadpleging van de cultuurhistorische waardenkaart toont verder aan dat het plangebied is gelegen binnen een gebied dat is aangewezen als 'militair erfgoed' (rood vlak op navolgende afbeelding), omdat deze onderdeel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) is een voormalig nationaal landschap. De NHW is genomineerd voor UNESCO-Werelderfgoed als uitbreiding op de SvA de status te krijgen. De provincie Utrecht werkt samen met de provincies Gelderland, Brabant en Noord-Holland aan de UNESCO-Werelderfgoedstatus voor dit erfgoed. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als CHS bevat bestemmingen en regels ter bescherming van de waarden van de cultuurhistorische hoofdstructuur. In de toetsing aan het provinciaal beleid (paragraaf 3.2.2) is reeds nader gespecifieerd hoe wordt omgegaan met de ligging van het plangebied binnen gronden die zijn aangewezen als militair erfgoed. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, alwaar zich geen cultuurhistorische waarden van de linies bevinden,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1653/documents/35501