CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan bijlagen regels.pdf

Commissie Fysiek Domein 6 februari 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3: Vaststelling bestemmingsplan Haarrijnweg 5 Maarssenbroek24.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Nestkast Nestkast slechtvalk slechtvalk Nestkast slechtvalk

Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast Nestkast Nestkast gierzwaluw gierzwaluw Nestkast gierzwaluw

Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke oever oever Natuurvriendelijke oever

Natuurlijke Natuurlijke wadi wadi Natuurlijke wadi

Een sedumdak is een groendak waarbij voornamelijk sedum wordt toegepast en een substraatdikte van 4 tot 15 centimeter Takkenril Takkenril Takkenril

Sedumdak Sedumdak Sedumdak Nestkast Nestkast huismus huismus Nestkast Nestkast huismus huismus

wordt gebruikt. Het is daarmee de lichtste vorm van een groendak. Sedum wortelt zeer ondiep, heeft weinig onderhoud nodig en kan goed groeien onder droge omstandigheden. Dit maakt het zeer geschikt voor op een groendak. Een sedumdak kan worden

aangelegd doormiddel van matten, pluggen of zaaien. Door een groendak aan te leggen wordt de biodiversiteit gestimuleerd. Andere

Randvoorwaarden

1-1,5 1-1,5 1-1,5

min. 4 cm min. 4 cm min. 4 cm min. 4 cm

4m 4m 4m

50 m 50 m 50 meen Betrek een expert bij het aanleggen van

sedumdak.

Zangvogelkast Zangvogelkast Zangvogelkast Zangvogelkast

klimaatadaptieve maatregel.

Takkenril Takkenril Takkenril Takkenril

voordelen van een groendak zijn het waterbufferend vermogen en verkoeling binnenshuis. Het is daarmee ook een belangrijke Sedumdak Sedumdak Sedumdak Sedumdak

RuigteRuigteen Ruigtedistelstrook en distelstrook Ruigteen en distelstrook distelstrook MantelMantelenen zoomvegetatie zoomvegetatie Mantelen zoomvegetatie

27. Sedumdak

min. 4 cm min. 4 cm min. 4 cm

2m 2m 2m

De minimale substraatdikte is 4 cm. Leg echter een zo dik mogelijke substraatlaag

2-5 m 2-5 m aan. Hierdoor kunnen er meer plantensoorten2-5 m

Controleer voorafgaand aan de aanleg de 2m

worden toegepast en gecombineerd. Zie ook

2m draagkracht van het dak. Het gewicht van een

de maatregel ‘Intensief groendak’ voor een nog

2 m van 40 tot 100kg/m2. sedumdak varieert

soortenrijker groendak.

2m

Onderhoud

min. 30 cm min. 30 cm min. 30 cm

2-5 m 2-5 m 2-5 m 2-5 m

Betrek een expert bij het onderhouden van een

Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen.

sedumdak. Bemest twee keer per jaar. De beste tijd Inspecteer het sedumdak in het voorjaar en

hiervoor is eind april en begin september.

najaar op ingewaaide onkruiden en verwijder deze.

Bewatering is alleen nodig tijdens zeer droge omstandigheden.

Combineren met 11.

Insectenhotel

13.

Halfverharding

14.

Hagen als erfafscheiding

15.

Bloemrijke boomspiegel

16.

Natuurlijke wadi

30.

Zangvogelkast

31.

Inbouwsteen huismus

komt doordat het groene dak zorgt voor verkoeling rondom de panelen. Een normaal zwart, bitumen dak kan in de zomer namelijk opwarmen tot wel 50 à 75°C. Dergelijke hoge temperaturen zorgen voor een afname in productiviteit van de zonnepanelen. Een groendak, daarentegen, warmt vaak maar op tot 35°C. De productiviteit van de zonnepanelen blijft dan maximaal. Met name

Insectenhotel Hoogstamboomgaard Hoogstamboomgaard

Houtwal Halfverharding Halfverharding

Hoogstamboomgaard Hoogstamboomgaard Hagen als Hagen erfafscheiding als erfafscheiding

Halfverharding Halfverharding Groengevel Groengevel volle grond volle grond

Hagen als erfafscheiding HagenGroengevel alsbakkensysteem erfafscheiding Groengevel bakkensysteem Insectenhotel Insectenhotel Insectenhotel Insectenhotel Insectenhotel

Groengevel volle Groengevel grond grond Groendak Groendak met volle zonnepanelen met zonnepanelen Houtwal Houtwal Houtwal

Groengevel bakkensysteem Groengevel bakkensysteem GeveltuinGeveltuin Hoogstamboomgaard Hoogstamboomgaard Hoogstamboomgaard Hoogstamboomgaard Hoogstamboomgaard

Ga je zonnepanelen plaatsen? Leg dan onder de panelen een groendak aan, zodat het rendement van de zonnepanelen stijgt. Dit

zijn, zijn ze ook te combineren met klimplanten of een intensief groendak. Door de schaduw die dan onder de zonnepanelen

3m

3m

Randvoorwaarden 3m

3m

3m

3m Betrek een expert bij zowel het aanleggen van een

groendak als het plaatsen van zonnepanelen.

Houtwal Houtwal

groendak is het wel belangrijk3 m dat de bovenzijde van de panelen niet begroeid raakt.

3 m groendak en daarna de Plaats eerst het min. 1 zonnepanelen.

3 cm min. 1

Houtwal

Geveltuin

ontstaat, wordt de biodiversiteit versterkt. Hier zullen namelijk schaduwminnende plantensoorten groeien. Bij een intensief

Insectenhotel

sedumdaken zijn heel geschikt, omdat dit type groendak weinig onderhoud nodig heeft. Wanneer de zonnepanelen goed te bereiken

3 cm

3 cm

Groendak metGeschikte zonnepanelen Groendak met zonnepanelen Geschikte overstek overstek of gootbekisting of gootbekisting HalfverhardingHalfverharding Halfverharding Halfverharding Halfverharding

Geveltuin Geschikte Geschikte overstekoverstek of gootbekisting of gootbekisting Hagen erfafscheiding Hagen alsHagen erfafscheiding als erfafscheiding Hagen alsals erfafscheiding Hagen als erfafscheiding

Geschikte overstek Geschikte of gootbekisting overstek of gootbekisting Geschikte Geschikte luchtspouw luchtspouw of tussenspouw of tussenspouw Groengevel volle Groengevel grond Groengevel vollevolle grond volle grond Groengevel volle grond Groengevel grond

Geschikte overstek Geschikte of gootbekisting overstek of gootbekisting Dak aanpassen Dak aanpassen voor huismus voor huismus Groengevel bakkensysteem Groengevel Groengevel bakkensysteem bakkensysteem Groengevel bakkensysteem Groengevel bakkensysteem

4m

Geschikte luchtspouw Geschikte of tussenspouw luchtspouw of tussenspouw Bloemrijke Bloemrijke boomspiegel boomspiegel Groendak met Groendak zonnepanelen Groendak met zonnepanelen met zonnepanelen Groendak met zonnepanelen Groendak met zonnepanelen

Dak aanpassen Dak vooraanpassen huismus voor huismus Geschikte Geschikte dakrand dakrand Geveltuin Geveltuin Geveltuin Geveltuin Geveltuin

4m

29. Groendak met zonnepanelen

Plant langzaam groeiende planten (bijv. kardinaalsmuts) om de biodiversiteit te verhogen. Hierbij mag de bovenzijde van de panelen niet begroeid raken.

1m

Bekijk de maatregel ‘Sedumdak’ of ‘Intensief

1m

1m min. 1 Bepaal van te voren wat de beste opstelling is van

groendak’ voor meer informatie hierover.

de zonnepanelen.

3 cm

min. 1

1m

Onderhoud

Combineren met

10-20 cm

Controleer tijdens

10.

Liggend dood hout

‘Sedumdak’ of ‘Intensief

de schoonmaak of er

11.

Insectenhotel

2,5-12 mm

groendak’ voor meer

eventuele beschadigingen

25.

Groengevel volle grond

informatie over het

zijn aan de zonnepanelen.

26.

Groengevel bakkensysteem

10-20 cm

Bekijk de maatregel

onderhoud. Houd eventuele vegetatie Verwijder aan het begin van

rondom de zonnepanelen

de lente eventueel stof of

goed in de gaten en zorg

vuil van de zonnepanelen

dat de bovenzijde niet

met lauw water en een

begroeid raakt.

spons.

10-20 cm 10-20 cm 10-20 2,5-12 cm mm 2,5-12 mm 2,5-12 mm 10-20 cm 10-20 cm

2,5-12 mm 2,5-12 mm

2,5-12 mm

Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke verlichting verlichting verlichting

Nestkast Nestkast huismus huismus Nestkast huismus

Zangvogelkast Zangvogelkast Zangvogelkast

Takkenril Takkenril Takkenril

Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast

Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag

Sedumdak SedumdakSedumdak Nestkast huismus Nestkast Nestkast huismus huismus Nestkast huismus

RuigteRuigteen distelstrook en Ruigtedistelstrook en distelstrook

31. Inbouwsteen huismus Het aantal broedparen van de huismus is sinds de jaren vijftig met 50% gedaald. Dit komt onder meer doordat huizen (zowel nieuwbouw als huidige woningen) steeds beter worden geïsoleerd. Ook worden geschikte kieren afgesloten met bijvoorbeeld vogelschroot. Hierdoor is er voor de huismus vaak geen mogelijkheid meer om in geschikte kieren, zoals onder dakpannen, te broeden. Gelukkig zijn er tegenwoordig allerlei mogelijkheden om de huismus te helpen. Dit kan bijvoorbeeld door het inbouwen van nestkasten voor de huismus in gebouwen. 2m

Randvoorwaarden min. 4 cm

min. 4 cm min. 4 cm

2m

2-5 m

2m

Zorg dat er voldoende geschikte vegetatie

Betrek een expert bij het plaatsen van de inbouwsteen.

2-5 m

voor huismussen in de buurt aanwezig is voor

2-5 m

beschutting en voedsel. Voorbeelden hiervan

Plaats de inbouwsteen in een oostelijke of

zijn hulst, taxus, vuurdoorn en beukhaag.

noordelijke gevel van woningen of andere gebouwen.

5m 5m

Zorg dat er een open gedeelte met zand in de buurt aanwezig is. Zo kunnen huismussen een

5m

Plaats inbouwstenen in groepjes bij elkaar;

5m

stofbad nemen.

huismussen leven in een kolonie. Zorg dat er een drinkplaats aanwezig is die geschikt is voor huismussen.

Onderhoud Er is geen onderhoud nodig bij deze maatregel.

Combineren met 03.

Ruigte- en distelstrook

06.

Natuurvriendelijke oever

12.

Insectvriendelijk maaibeheer

14.

Hagen als erfafscheiding

Aanbevolen nestkast • Inbouwsteen ‘Mus’ van ‘Vivara Pro’.

Gierzwaluwen komen eind april in Nederland om hun jongen groot te brengen. Ze zijn voor hun nest in ons land volledig afhankelijk van gebouwen. Ze broeden namelijk in spleten en gaten van muren en onder dakpannen. Om de gierzwaluwen te helpen, kunnen

Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast

Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag

Sedumdak Sedumdak Sedumdak Sedumdak Nestkast huismus

Takkenril Nestkast Nestkast Nestkast slechtvalk slechtvalk slechtvalk Nestkast slechtvalk

Takkenril Takkenril Takkenril

RuigteRuigteRuigteenen en distelstrook distelstrook distelstrook Ruigteen distelstrook

Steenuilenkast Nestkast Nestkast Nestkast gierzwaluw gierzwaluw gierzwaluw Nestkast gierzwaluw

Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast

Sedumdak Natuurlijke Natuurlijke Natuurlijke wadi wadi Natuurlijke wadiwadi

Zangvogelkast

Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke verlichting verlichting Vleermuisvriendelijke verlichting Vleermuisvriendelijke verlichting Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat amfibieën amfibieën amfibieën Overwinteringshabitat amfibieën

Stadsrietkraag Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke oever oever oever Natuurvriendelijke oever

Ruigteen distelstrook en distelstrook en distelstrook Ruigteen Ruigtedistelstrook MantelMantelMantelenen en zoomvegetatie zoomvegetatie zoomvegetatie Mantelen Ruigtezoomvegetatie

Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat amfibieën amfibieën Overwinteringshabitat Lijnvormige Lijnvormige Lijnvormige houtstructuur houtstructuur houtstructuur amfibieën Overwinteringshabitat amfibieën Lijnvormige houtstructuur

Nestkast Nestkast slechtvalk slechtvalk Liggend Nestkast slechtvalk Nestkast slechtvalk Liggend Liggend dood dood dood hout hout hout Liggend dood hout

Nestkast Nestkast gierzwaluw gierzwaluw Nestkast gierzwaluw Nestkast gierzwaluw Kruidenrijk Kruidenrijk Kruidenrijk grasland grasland grasland Kruidenrijk grasland

4m

50 m

Randvoorwaarden min. 25 m min. 25 m min. 25 m

1-1,5 1-1,5 1-1,5

min. 4 cm

Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag

teurg. Vanaf dan zullen andere gierzwaluwen de nabijgelegen inbouwstenen ook in gebruik gaan nemen.

Plaats de inbouwsteen in een noord- of oostgevel. Daar worden het nest niet te heet in de zon en

2m 4m 4m 4m

4m 4m

50 m Hang deinbouwsteen op minimaal 4 m hoogte min. 30 cm boven de grond of een ander oppervlak, zoals een 50 m min. 4 cm plat dak. 50 m min. 4 cm min. 4 cm

50 m

2-5 m

Zorg voor een vrije aanvliegroute.

min. 4 cm min. 4 cm min. 4 cm

Plaats meerdere inbouwstenen bij elkaar met

komt er minder snel regen in het nest. 4m

50 m 50 m

Nestkast Nestkast huismus huismus Nestkast huismus

Zangvogelkast Zangvogelkast Zangvogelkast

inbouwstenen worden geplaatst. Zodra een gierzwaluw een inbouwsteen heeft ingenomen, keert deze jaarlijks naar deze nestplaats Sedumdak Sedumdak Sedumdak

Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke oever oever Natuurvriendelijke oever Natuurvriendelijke oever Intensief Intensief Intensief groendak groendak groendak Intensief groendak

32. Inbouwsteen gierzwaluw

2m 2m 2m

een onderlinge afstand van minimaal 40 cm. Plaats de inbouwstenen op een locatie min. min.

30 cm 2-5 m min. waar deze jarenlang kunnen hangen, omdat 30 cm min.

gierzwaluwen30erg zijn. cm honkvast 2-5 m 2-5 m

Onderhoud min. voordat een eerste Het kan lang duren 30 cm

Kunstnesten hoeven alleen te worden

min. cm dit proces wilt30versnellen. min. 30 cm

erin hebben gebroed. Verwijder dan het oude

inbouwsteen bezet wordt. Betrek een expert als u

schoongemaakt als andere vogelsoorten nestmateriaal en maak het kunstnest schoon

Inbouwstenen hoeven niet te worden

met kokend water.

onderhouden. Gierzwaluwen houden zelf hun nest schoon.

Aanbevolen inbouwstenen • ‘IB GZ 05 Inbouwsteen Gierzwaluw’ van ‘Vivara Pro’;

Combineren met • ‘IB GZ 06 Inbouwsteen Gierzwaluw’ van ‘Vivara Pro.

02.

Mantel- en zoomvegetatie

06.

Natuurvriendelijke oever

09.

Hoogstamboomgaard

12.

Insectvriendelijk maaibeheer

18.

Stadsrietkraag

19.

Geschikte dakrand

21.

Geschikte overstek of gootbekisting

2 2

2

Huiszwaluwen zijn volledig afhankelijk van gebouwen voor nestgelegenheid. De nesten zijn te herkennen aan de halfronde3 m

3m kommetjes, gemaakt van modder. Ze worden gemaakt tegen de buitenmuur, direct onder een overstekende dakrand. Huismussen 3m 4m

4 m is het vinden van geschikte modder broeden in kolonies en hun nestplaatsen zijn vaak meerdere generaties in gebruik. Helaas 4m

4m tegenwoordig vaak een probleem. Ook is er de kans dat de modder opdroogt en het nest naar beneden valt. Het plaatsen van

3m kunstnesten kan een bijdrage leveren aan het verminderen van4 m dit probleem. Vaak maken huiszwaluwen naast de kunstnesten, zelf

ook nog natuurlijke nesten.

Kunstnest Kunstnest huiszwaluw huiszwaluw Kunstnest Kunstnest huiszwaluw huiszwaluw Kunstnest huiszwaluw Kunstnest huiszwaluw

33. Kunstnest huiszwaluw

Randvoorwaarden

4 m gebied Plaats de kunstnesten in open agrarisch

en in stads- en dorpsranden in de buurt van

4m 3 cm modderpoelen.

4m

4m

200 m 4m

4m 500 m

Onderhoud

4m 200 4mm

500 m

500 m

3 cm 3 cm

200 500 m m

06.200 mNatuurvriendelijke oever

200 m

500 m Combineren met

Aanbevolen kunstnesten

02.

• ‘KN HZ 02 Kunstnest Huiszwaluw’

Mantel- en zoomvegetatie

12.

Insectvriendelijk maaibeheer

16.

Natuurlijke wadi

18.

Stadsrietkraag

500 m

Kunstnest huiszwaluw Geschikte Geschikte luchtspouw luchtspouw Geschikte Geschikte ofluchtspouw of tussenspouw tussenspouw luchtspouw Geschikte of tussenspouw of tussenspouw luchtspouw Geschikte of tussenspouw luchtspouw of tussenspouw

Dak Dak aanpassen aanpassen Dak voor Dak voor aanpassen huismus aanpassen huismus voorvoor huismus Dakhuismus aanpassen voor Dak huismus aanpassen voor huismus

Bloemrijke Bloemrijke boomspiegel boomspiegel Bloemrijke Bloemrijke boomspiegel boomspiegel Bloemrijke boomspiegel Bloemrijke boomspiegel

Geschikte Geschikte dakrand dakrand Geschikte Geschikte dakrand dakrandGeschikte dakrandGeschikte dakrand 4m

3m

4m 3 cm

voorkeur voor witte daklijsten.

3 cm

Zorg 3 cmvoor een vrije aanvliegroute. 3 cm

min.31m 1m

Plaats minimaal 2 à 3 kunstnesten bij elkaar; de 3m

3 cm

huiszwaluw is een koloniebroeder.

500 m

m 4m Hang de kunstnesten op minimaal 4 m 33hoogte. m

min. 1 1m

200 m

3 cmdat de kunstnesten zich bij witte daklijsten Zorg

4m bevinden. Huiszwaluwen hebben een sterke 4m

3 cm 3 cm min. 1 1m

min. 1 1m

min. 1 min. 1

1m 1m 3m

500 m 500 m

500 m 500 500 m m 3m

200 m 200 m3 m

200 m 200 200 m m

3m 3m

3 cm

van ‘Vivara Pro’;

• ‘Huizwaluwtil’ van ‘Vivara Pro’. 4m 4m

Geveltuin Geveltuin

3m

3 cm 3 cm

3 cm 3 3 cm cm

3 3 cm cm

200 m

van ‘Vivara Pro’;

• ‘KN HZ 02 Kunstnest Huiszwaluw’ 4m

cm min. De33 kunstnesten kunnen1op min. 1 1 cm m alle windrichtingen min. 1

3 cm gehangen, behalve het noordwesten. worden

500 m Hang kunstnesten op maximaal 500 m afstand

Geveltuin

Dak aanpassen voor huismus Geschikte Geschikte dakrand dakrand Geschikte Geschikte Geschikte dakrand dakrand dakrand

3 cm

3 cm

Bloemrijke boomspiegel Geschikte overstek of gootbekisting Geschikte Geschikte luchtspouw luchtspouw ofoftussenspouw tussenspouw Geschikte Geschikte Geschikte luchtspouw luchtspouw luchtspouw of of tussenspouw tussenspouw of tussenspouw Groengevel Groengevel volle Groengevel volle grond Groengevel grond vollevolle grond grond Groengevel volle grond Groengevel volle grond

Geschikte Geschikte overstek of dakrand gootbekisting Dak Dak aanpassen aanpassen voor voor huismus huismus Dak Dak Dak aanpassen aanpassen aanpassen voor voor voor huismus huismus huismus Groengevel Groengevel bakkensysteem Groengevel bakkensysteem Groengevel bakkensysteem bakkensysteem Groengevel bakkensysteem Groengevel bakkensysteem

Kunstnest huiszwaluw Geschikte luchtspouw of tussenspouw Bloemrijke Bloemrijke boomspiegel boomspiegel Bloemrijke Bloemrijke Bloemrijke boomspiegel boomspiegel boomspiegel Groendak Groendak met met Groendak zonnepanelen zonnepanelen Groendak met met zonnepanelen zonnepanelen Groendak met zonnepanelen Groendak met zonnepanelen

Geveltuin Geveltuin

4m 4 4m m

Geveltuin

Bloemrijke boomspiegel Kunstnest Kunstnest huiszwaluw huiszwaluw Kunstnest Kunstnest Kunstnest huiszwaluw huiszwaluw huiszwaluw Geschikte Geschikte overstek overstek Geschikte Geschikte of of gootbekisting gootbekisting overstek overstek of Geschikte gootbekisting of gootbekisting overstekGeschikte of gootbekisting overstek of gootbekisting

Geschikte dakrand Geschikte Geschikte overstek overstek Geschikte Geschikte of of gootbekisting gootbekisting overstek overstek of Geschikte gootbekisting of gootbekisting overstekGeschikte of gootbekisting overstek of gootbekisting 3 cm

4 4m m

3m

3m

min. 1 min. 1

min. 1

van insectenrijk grasland.

Bied nestmateriaal aan (lemige modderpoelen) 200 m

binnen een afstand van 200 meter van de

nestlocatie.

Een waterrijke omgeving heeft de voorkeur.

Gebruik geen insecticiden, omdat de

huiszwaluw leeft van insecten.

Verwijder de oude nesten

Maak de kunstnesten op zijn

Controleer jaarlijks de

niet.

vroegst in oktober schoon.

ophanging van de nesten.

1m 1m

1m 1 1m m

Geschikte luchtspouw of tussenspouw

Dak aanpassen voor huismus Geveltuin Geschikte Geschikte overstek overstek ofofgootbekisting gootbekisting Geschikte Geschikte Geschikte overstek overstek overstek of of gootbekisting gootbekisting of gootbekisting Hagen Hagen alsals erfafscheiding erfafscheiding Hagen Hagen als erfafscheiding als erfafscheiding Hagen als erfafscheiding Hagen als erfafscheiding

3m 3m

min.

Frank Maas - stedenbouwkundige René van Gestel - ecoloog Bert Oostdijk - stedenbouwkundige projectnr. 200470_01 12 september 2022

Bijlage 2 Trillingsonderzoek

Bestemmingsplan Haarrijnweg 5, Maarssen

65

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen Trillingsonderzoek

Status Versie Rapport Datum

definitief 002 B.2022.0839.00.R001 24 november 2022

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Colofon Opdrachtgever

SAB adviseurs Postbus 479 6800 AL ARNHEM

Contactpersoon opdrachtgever mevrouw J. van Dijk Project Betreft Uw kenmerk

SAB - Haarrijnweg 5, Maarssen Trillingsonderzoek -

Rapport Datum Versie Status

B.2022.0839.00.R001 24 november 2022 002 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Bouw B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

ing. R.G. (Reinoud) Fennema 088 346 76 33 rfe@dgmr.nl

Auteur

ing. R.G. (Reinoud) Fennema 088 346 76 33 rfe@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. A.W.N. (Antwan) van Haaren 088 346 76 02 hr@dgmr.nl

2e lezer/secr.

JBY|LVK

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

2

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Situatie 2.1 Kavel 2.2 Spoor en treinmaterieel

5 5 5

3. Toetsingskader

6

4. Metingen 4.1 Meetomstandigheden 4.2 Meetpunten 4.3 Meetapparatuur 4.4 Verwerking meetresultaten

7 7 7 8 8

5. Resultaten

9

6. Prognose 6.1 Methode 6.2 Casco 6.3 Vloeren 6.4 Bodemverbetering

10 10 10 10 10

7. Resultaten 7.1 Voorgenomen bouwwijze 7.2 Mogelijke maatregelen

12 12 14

8. Conclusies en aanbevelingen

15

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Trillingsregistraties Trillingsprognoses

3

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

1. Inleiding In opdracht van SAB adviseurs heeft DGMR Bouw B.V. een trillingsonderzoek uitgevoerd op het perceel Haarrijnweg 5 in Maarssen. Op dit perceel zal woningbouw plaatsvinden, zie de planinvulling in figuur 1. Het perceel ligt op korte afstand van de spoorlijn Utrecht – Amsterdam, een lijn waarop ook veel goederenvervoer voorkomt. Hierdoor is er rekening te houden met trillingen vanaf het spoor. Om de trillingsbelasting op het perceel in beeld te brengen is een trillingsonderzoek uitgevoerd, waarbij er verkennende trillingsmetingen zijn uitgevoerd. Hieruit zijn de trillingsbelasting op de kavel en de afname van trillingen met toenemende afstand tot het spoor bepaald. Met deze gegevens en de voorgenomen planinvulling (bouwvormen) is een trillingsprognose opgesteld en deze is getoetst aan de hiervoor geldende streefwaarden uit de trillingsrichtlijn SBR-B. Als er aanvullende maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de SBR-B dan zijn deze op hoofdlijnen aangegeven.

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

4

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

2. Situatie 2.1 Kavel Op het perceel Haarrijnweg 5 in Maarssen zal woningbouw plaatsvinden. Het gaat om grondgebonden woningen onder kap met een nokhoogte van maximaal 11 meter, zie de planverbeelding in figuur 1. In totaal worden er 17 woningen gerealiseerd, verspreid over het terrein. Voor de realisatie van de woningen wordt eerst nog grondverbetering toegepast en wordt het terrein opgehoogd.

figuur 1: planinvulling

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

2.2 Spoor- en treinmaterieel Het traject Utrecht - Amsterdam is een drukke lijn met zowel reizigers- als goederentreinen. Onder het goederenvervoer bevinden zich zware kolen- en kalktreinen van/naar het westelijk havengebied bij Amsterdam. Deze treinen wekken vaak meer trillingen op dan overige treintypen. In figuur 2, zijn de aantallen goederentreinen per drukke werkdag, beide richtingen samen, weergegeven. Hieruit blijkt dat langs de kavel gemiddeld zo’n 10 treinen per etmaal passeren.

figuur 2: goederenvervoer per etmaal, beide richtingen samen (rode cirkel is kavel) Bron: Jaarrapport ProRail (2021)

Het reizigersmaterieel op de lijn Utrecht en Amsterdam bestaat overwegend uit stoptreinen van het type SNG en zwaardere dubbeldeks intercitytreinen van het type VIRM.

5

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

3. Toetsingskader Het ministerie van I&W heeft in het jaar 2019 de “Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen” uitgegeven, die in dit rapport wordt aangehouden. In deze handreiking wordt de SBR-B richtlijn “Trillingshinder voor personen in gebouwen” geadviseerd als toetsingskader voor trillingen. In deze richtlijn zijn de in tabel 1 weergegeven streefwaarden opgenomen voor nieuwbouw. tabel 1: SBR-B – streefwaarden continue en herhaald voorkomende trillingen, nieuwe situaties Gebouwfunctie Wonen Onderwijs/kantoor/bijeenkomst

A1 0,1 0,1

Dag en avond A2 0,4 0,6

A3 0,05 0,07

A1 0,1 0,1

Nacht A2 0,2 0,6

A3 0,05 0,07

A1 = onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; A2 = bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax A3 = streefwaarde voor de gemiddelde effectieve waarde over de beoordelingsperiode Vper, indien A1 < Vmax < A2

Nieuwe woonbebouwing nabij weg of spoorlijn, voldoet aan de SBR-B als de maximale effectieve trillingssterkte Vmax kleiner is dan 0,2 (nacht) en de gemiddelde trillingssterkte Vper niet hoger is dan 0,05. Als Vmax kleiner is dan 0,1 dan komt de toetsing van de Vper te vervallen. Voor de toetsing worden meetwaarden en prognosewaarden afgerond op het aantal decimalen van de streefwaarde.

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

6

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

4. Metingen 4.1 Meetomstandigheden In overeenstemming met de aanbeveling in de SBR-B is gedurende een week gemeten om variaties in spoorgebruik en materieel mee te nemen in de metingen. De metingen zijn uitgevoerd tussen 25 oktober en 1 november 2022. In deze meetperiode was er sprake van een normale dienstregeling. 4.2 Meetpunten Binnen de contouren van de kavel zijn drie bodemmeetpunten aangebracht met toenemende afstand tot het spoor. Deze liggen op 22, 49 en 84 meter afstand. Het meetpunt op 22 meter bevindt zich ongeveer op de perceelsgrens en betreft de minimaal mogelijke afstand tot het spoor. Het meetpunt op 84 meter afstand reikt niet tot het einde van de kavel, maar is zo gekozen omdat op grotere afstand er geen sterke invloed van het spoor verwacht wordt. De drie meetpunten samen maken het bovendien mogelijk het verval in trillingssterkte met toenemende afstand van het spoor te bepalen, waarmee voor de gehele kavel een prognose gedaan kan worden van de te verwachten trillingssterkten.

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

Aanvullend op de bodemmeetpunten is ook één meetpunt aangebracht aan de nog bestaande woning. Dit meetpunt is gemonteerd aan de gevel net boven maaiveld en geeft een indruk van de te verwachten trillingen in op staal gefundeerde woning. Dit meetpunt bevindt zich op 34 meter afstand van het spoor. De meetpunten zijn weergegeven in figuur 3.

figuur 3: contour bouwplan Haarrijnweg 5 met meetposities

7

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

4.3 Meetapparatuur In tabel 2 is een overzicht gegeven van de gebruikte meetsystemen. tabel 2: meetlocaties en systemen Meetpunt Mp1 Mp2 Mp3 Mp4

Afstand 22 m 49 m 84 m 34 m

Type Bodem Gevel

Meetsysteem Profound Vibra SBR Profound Vibra-e Profound Vibra-e Profound Vibra SBR

Serienummer VIB00588 VIBe1158 VIBe1159 VIB00488

4.4 Verwerking meetresultaten Om alleen de invloed van treinpassages zonder verstoringen in beeld te brengen, zijn treinpassages en mogelijke verstoringen in de trillingsregistraties geïdentificeerd op basis van onderling vergelijk van de meetsystemen. Waar nodig (en mogelijk) zijn pieken in de registraties geverifieerd op basis van de camerabeelden (spoorgerichte camera). Verstoorde treinpassages zijn buiten beschouwing gelaten. De meetsystemen meten de maximale trillingssterkte V top en de voor trillingshinder maatgevende effectieve trillingssterkte Veff. De Veff wordt overeenkomstig de SBR-B gemeten in 30 seconden intervallen. Dit is voor identificatie van treinpassages en check op verstoringen te grof. De identificatie van passages/verstoringen is daarom gedaan aan de hand van het trillingssignaal Vtop, dat een 10 maal hogere resolutie heeft. Van de geïdentificeerde treinpassages (en dus vrij van verstoringen) is vervolgens de bijbehorende effectieve trillingssterkte V eff geselecteerd voor verdere analyse en prognose. De hoogste Veff,max is de maatgevende Vmax volgens de SBR-B richtlijn.

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

8

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

5. Resultaten Bijlage 1 geeft een overzicht van de trillingsregistraties en eventuele verstoringen gedurende een week meten. Afgebeeld is de trillingssterkte V top die, zoals in paragraaf 4.4 is omschreven, wordt gebruikt voor de identificatie van treinpassages. De passages met de hoogste trillingsopwekking zijn weergegeven in tabel 3. Getoond worden de effectieve trillingssterkten (Veff,max), gerangschikt op aflopende trillingssterkte in Z-richting (verticaal) van het maatgevende meetpunt. tabel 3: trillingssterkten Veff,max (top-15) Top-15 nr type 1 goederen 2 goederen 3 goederen 4 goederen 5 goederen 6 goederen 7 goederen 8 goederen 9 goederen 10 goederen 11 goederen 12 goederen 13 onbekend 14 goederen 15 goederen Vmax

datum + tijd 26/10 – 01:36 26/10 – 00:36 27/10 – 01:05 27/10 – 13:58 28/10 – 09:59 27/10 – 10:17 31/10 – 01:283) 30/10 – 08:593) 27/10 – 15:27 26/10 – 09:59 27/10 – 15:27 31/10 – 21:593) 26/10 – 21:26 28/10 – 00:45 25/10 – 13:55

Mp1 (22 m) X Y Z1) 0,29 0,18 0,94 0,42 0,35 0,75 0,44 0,44 0,70 0,60 0,29 0,70 0,52 0,25 0,69 0,67 0,28 0,67 0,58 0,26 0,66 0,60 0,21 0,63 0,42 0,34 0,63 0,50 0,29 0,62 0,26 0,20 0,61 0,32 0,21 0,60 0,17 0,15 0,60 0,23 0,13 0,60 0,33 0,28 0,59 0,67 0,44 0,94

Mp2 (49 m) X Y Z 0,10 0,10 0,23 0,15 0,17 0,40 0,15 0,17 0,34 0,12 0,10 0,26 0,19 0,10 0,20 0,15 0,10 0,23 0,16 0,10 0,22 0,14 0,12 0,20 0,14 0,10 0,21 0,13 0,12 0,28 0,11 0,10 0,16 0,10 0,09 0,21 0,10 0,10 0,16 0,10 0,09 0,16 0,14 0,14 0,18 0,16 0,17 0,40

Mp3 (84 m) X Y Z 0,10 0,10 0,13 0,10 0,11 0,23 0,10 0,10 0,20 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,14 0,10 0,10 0,13 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,12 0,09 0,09 0,10 0,10 0,10 0,10 0,08 0,08 0,10 0,09 0,07 0,10 0,10 0,10 0,13 0,10 0,11 0,23

Mp4 gevel (34 m) X2) Y2) Z 0,13 0,11 0,19 0,17 0,16 0,25 0,17 0,17 0,21 0,19 0,21 0,14 0,15 0,18 0,19 0,20 0,17 0,14 0,17 0,19 0,21 0,17 0,14 0,23 0,14 0,12 0,16 0,17 0,13 0,16 0,15 0,11 0,14 0,15 0,11 0,15 0,10 0,10 0,18 0,10 0,10 0,15 ---0,20 0,21 0,25

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

1) Gerangschikt op Mp1, Z-richting. 2) X-, Y-richting licht afwijkend van overige meetpunten (in lijn met oriëntatie woning). 3) Wintertijd ingegaan, systemen nog op zomertijd dus werkelijke passagetijd is 1 uur eerder.

Beschouwing In tabel 3 is te zien dat goederentreinen de meeste trillingen opwekken in de kavel. Nagenoeg de hele top-15 bestaat uit beladen kolentreinen op het eerste spoor (zuidwaarts) vanaf de kavel. De optredende variatie in trillingssterkte laat zich verklaren door verschillen in treinlengte, belading, onderhoudstoestand en rijsnelheid. Van één trein in de top-15 is niet met zekerheid te zeggen dat het een goederentrein betrof. Er is geen camerabeeld van en de passageduur was niet veel langer dan van een reizigerstrein. Gezien de hoogte van de trillingssterkte is het echter aannemelijk dat ook dit een goederentrein betrof. Reizigerstreinen (intercity’s) wekken op het eerste meetpunt geen trillingssterkten (Veff) op hoger dan 0,3. Op 50 meter afstand wekken deze hooguit nog licht voelbare trillingen op, tot ongeveer 0,2. Vanaf 80 meter zakt dit onder de voelbaarheidsgrens van 0,1. Op meer dan 80 meter zijn alleen goederentreinen mogelijk nog licht voelbaar in de bodem. Globaal wekken deze trillingen (V eff) op tot ongeveer 0,8 op 20 meter afstand, tot 0,4 op 50 meter afstand en tot 0,2 op 80 meter afstand. Dit betekent dat in de nachtperiode een factor 4 trillingreductie nodig is op 20 meter om op vloerniveau te voldoen aan de SBR-B. Op 50 meter is dan nog een reductie van een factor 2 nodig en op meer dan 80 meter geen reductie.

Wat opvalt zijn de relatief hoge trillingssterkten in horizontale richting haaks op het spoor (X) op het eerste meetpunt (Mp1). Dicht bij het spoor zijn horizontale trillingen vaak wat hoger, maar wat meespeelt, is dat dit meetpunt zich dicht bij de slootkant bevindt, waardoor de bodem op maaiveld horizontaal vrijer kan bewegen. Dit leidt dan tot hogere niveaus in deze richting. Op het gevelmeetpunt, ruim 10 meter verder van het spoor, zijn de trillingssterkten in de horizontale richtingen redelijk gelijk. De wat hogere horizontale trillingen aan de slootkant vertalen zich dus niet persé in eveneens hogere trillingssterkten aan een gebouw.

9

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

6. Prognose 6.1 Methode Voor een prognose van de te verwachten trillingssterkten in toekomstige bebouwing is een empirisch rekenmodel opgezet. Voor de overdracht van bodem naar gebouw is gebruikgemaakt van door TNO ontwikkelde overdrachtsfuncties, aangevuld met door DGMR verzamelde meetdata. 6.2 Casco Hogerop in een gebouw kunnen trillingen in horizontale richtingen dominant zijn, vooral als een woningcasco in resonantie raakt op het funderingssysteem en daarbij een kantelbeweging ondergaat. Dit treedt soms op bij (langere) goederentreinen onder specifieke omstandigheden qua rijsnelheid. Dit fenomeen speelt zich af bij lage frequenties (≤ 10 Hz), maar laat zich moeilijk exact voorspellen. Bij kortere, lichtere en sneller rijdende reizigerstreinen is dit risico veel kleiner. Omdat het hier gaat om grondgebonden woningen met een nokhoogte van maximaal 11 meter en een goothoogte van maximaal 4 meter, is dit risico op de eerste verdieping onder kap beperkt, maar het zou op een eventuele zolder daarboven een rol kunnen spelen als deze in gebruik wordt genomen als verblijfsruimte. Gezien het beperkte aantal goederentreinen per dag en de specifieke omstandigheden waaronder dit optreedt, wordt verwacht dat dit hooguit incidenteel voorkomt.

6.3 Vloeren Qua trilgedrag van vloeren wordt gerekend met een karakteristiek waarbij de maximale trillingsversterking optreedt rond de laagste buig-eigenfrequentie van de vloer. De vloerversterking ligt vaak in de orde van een factor 1 tot 3 (tot 10 dB), afhankelijk van het gekozen vloertype en het al of niet samenvallen van vloereigen frequenties met dominante frequenties in het treinspectrum. Voor bebouwing nabij het spoor is het van belang om de vloerkeuze daarop af te stemmen. Bij een betonvloer met een laagste buig-eigenfrequentie van 12 Hz is de versterking meestal veel lager dan een factor 2. In de prognose wordt rekening gehouden met deze stijfheidseigenschappen.

6.4 Bodemverbetering Op de kavel zal nog grondverbetering toegepast worden, in de zin dat de toplaag wordt vervangen en het terrein wordt opgehoogd. Over het tweede meetpunt op 50 meter van het spoor merken wij op dat deze op het erf van de bestaande woning/boerderij ligt en dat hier in het verleden al enige grondverbetering heeft plaatsgevonden (puingranulaat?). De toplaag voelde hier ook steviger aan.

10

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

Opmerking In de huidige woning ligt op de begane grond aan spoorzijde een betonnen vloer, gestort op isolatie op het zandbed. Hierop is kortstondig gemeten waarna het meetsysteem is verplaatst naar de gevel. Uit vergelijk van de trillingssterkten op de vloer en aan de gevel blijkt dat in dit geval geen sprake is van merkbare trillingsversterking tussen gevel (stijf punt) en de vloer. Op beide meetpunten werden in alle richtingen vergelijkbare trillingssterkten gemeten. Het geeft aan dat met een bewuste vloerkeuze trillingen geminimaliseerd kunnen worden. Een gestorte vloer op het zandbed is echter geen gangbare keuze voor nieuwbouw.

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

Het eerste meetpunt op 22 meter afstand bevond zich nabij de slootkant in minder compacte bodem. In de prognose is rekening gehouden met deze omstandigheden door deze meer af te stemmen op de compactere bodemgesteldheid van het tweede bodemmeetpunt. Feitelijk is er in de prognose virtueel bodemverbetering voor het eerste meetpunt toegepast, met wat lagere verwachte trillingsniveaus op het maaiveld. In die zin is het verwachte effect van bodemverbetering tot op zekere hoogte al meegenomen in de prognoses.

11

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

7. Resultaten 7.1 Voorgenomen bouwwijze In bijlage 2 zijn de prognoseberekeningen opgenomen voor grondgebonden woningen (laagbouw) gefundeerd op staal en op funderingspalen. De prognoses zijn gegeven voor afstanden van 25 tot 100 meter van het spoor, wat ongeveer overeenkomt met het bebouwde deel van de kavel. De prognoses zijn opgesteld voor de qua trillingsopwekking maatgevende goederentreinen. Reizigerstreinen leiden niet tot voelbare trillingen in de voorziene bebouwing. In de huidige woning, op ongeveer 35 meter van het spoor, is dit ook niet het geval. Voor dit treintype is daarom geen aparte prognose gemaakt. Voor de Vper berekening (gemiddelde trillingssterkte) is de verdelingsfunctie van de Vmax gebruikt, zoals gemeten op het eerste bodemmeetpunt. Hierdoor wordt qua trillingssterkte gerekend met een reële mix van treinen. In tabel 4 worden de uit bijlage 2 overgenomen verwachte maximale trillingssterkten V max en Vper weergegeven voor de voorgenomen bebouwing. tabel 4: trillingsprognose (Vmax /Vper) nieuwbouw Gebouwtype

Bouwlagen

Richting

Horizontaal* Laagbouw op staal Verticaal 2-3 Horizontaal* Laagbouw op palen Verticaal * bandbreedte laagste – hoogste bouwlaag

Trillingssterkte Vmax (Vper) 25 m 50 m 75 m 0,30-0,56 (0,01) 0,16-0,28 (0,01) 0,10-0,17 (0,00) 0,39 (0,00) 0,21 (0,01) 0,13 (0,00) 0,25-0,33 (0,01) 0,13-0,17 (0,00) 0,08-0,10 (--) 0,27 (0,01) 0,15 (0,00) 0,09 (--)

100 m 0,06-0,11 (--) 0,08 (--) 0,05-0,07 (--) 0,06 (--)

Beschouwing Uit tabel 4 valt op te maken dat er tot 50 meter afstand van het spoor overschrijdingen van de streefwaarde A2 = 0,2 in de nachtperiode kunnen voorkomen, in het geval de nieuwe woningen op staal gefundeerd worden. Dit heeft vooral te maken met de verwachte kantelbeweging die het woningcasco zou kunnen maken op de zeer laagfrequente trillingen afkomstig van het spoor. De hogere trillingssterkten uitten zich dan op de verdiepingen, met name de hoogste verdieping (onder kap). Als deze niet bestemd wordt als verblijfsruimte dan kan op 50 meter afstand voldaan worden aan de richtlijn.

12

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

Als de woningen worden voorzien van een paalfundering, met paallengtes van tenminste 10 meter, dan zal naar verwachting bij de maatgevende zeer lage frequenties van 2,5 tot 6,3 Hz meer blokkering van trillingen optreden door de koppeling met diepere meer trillingsarme bodemlagen. De palen hebben vooral op verticale trillingen invloed, maar omdat kantelen van het woningcasco deels gepaard gaat met verticale trillingen op de fundatie heeft het daarop ook enige invloed. Met een paalfundatie wordt verwacht dat op meer dan 35 meter al wordt voldaan aan de richtlijn. Binnen deze contour bevindt zich echter één bouwvolume met zes wooneenheden. Dit bouwblok staat gepland op een minimum afstand van 25 meter. Verwacht wordt dat in dit blok trillingen kunnen voorkomen tot ongeveer 0,33 mits het bouwblok wordt voorzien van een paalfundering.

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Van de voorgenomen bebouwing is alleen het blok met zes woningen aan spoorzijde kritisch. Dit blok ligt binnen 50 meter afstand van het dichtstbijzijnde spoor en binnen 50 meter van het spoor is het toepassen van een paalfundering te adviseren. Dit biedt het casco meer weerstand tegen trillingen en reduceert trillingsniveaus naar verwachting met 25 tot 40%. Ook dan voldoen trillingssterkten binnen 35 meter van het spoor nog niet aan de SBR-B. Voor bebouwing daarbuiten is dat wel het geval. Als er wordt gefundeerd op staal dan geldt dat pas op meer dan 50 meter. Woon- en leefklimaat Dat in het blok van 6 woningen binnen 50 meter van het spoor de streefwaarde A2 (nieuwbouw/nachtperiode) mogelijk niet wordt gehaald, betekent niet dat hier geen sprake zou zijn van een goed woon- en leefklimaat. Uit de Vper-berekening blijkt dat deze waarde van maximaal 0,01 zeer laag ligt, ruim binnen de streefwaarde A3 van 0,05. Dit komt doordat alleen goederentreinen mogelijk licht voelbare trillingen in het bouwblok opwekken. Het aantal goederentreinen op deze lijn is beperkt tot ongeveer 10 per etmaal, maar slechts een klein deel daarvan is verantwoordelijk voor hogere trillingssterkten.

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

In figuur 4 is de verdelingsfunctie van de trillingssterkte zoals gemeten op het eerste bodemmeetpunt Mp1 weergegeven. Hierin zijn de aantallen treinen per trillingsklasse van 5% van de gemeten Vmax weergegeven. Te zien valt dat bijna 99% van de treinen trillingssterkten opwekt tot maximaal 50% van de gemeten Vmax. Over een meting van één week zijn er ongeveer 5 treinen geweest waarvan de trillingsopwekking hoger is dan 70% van de V max. Vertaald in trillingen op vloerniveau van het eerste woningblok betekent dit 5 treinen met een trillingssterkte hoger dan 0,2 tot maximaal 0,33. Dit onder voorwaarde dat er een paalfundering en stijve woningvloeren worden toegepast. Van deze treinen rijdt maar een derde in de nachtperiode, de rest rijdt in de dag- en avondperiode. Het aantal treinen dat daadwerkelijk tot overschrijding van de strenge streefwaarde voor nieuwbouw in de nachtperiode leidt, is bij de huidige bedrijfsvoering op het spoor dus beperkt tot ongeveer twee treinen per week! Eventuele verdere maatregelen aan deze woningen zijn dus vooral gericht op het terugdringen van deze twee overschrijdingen.

figuur 4: verdelingsfunctie Vmax – alle treinen/alle richtingen

13

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

7.2 Mogelijke maatregelen Voor het bouwblok het dichtst bij het spoor geeft een paalfundering wel een significante verbetering, maar verwacht wordt dat de streefwaarden voor nieuwbouw in de nachtperiode nog niet worden gehaald. Wel zijn de verwachte trillingssterkten lager dan de streefwaarden voor bestaande bouw, als tenminste een paalfundering en stijve vloeren (>12 Hz) worden toegepast. Omdat de gemiddelde trillingssterkte V per zeer laag is en het aantal treinen dat de streefwaarde voor de nacht overschrijdt zeer beperkt, is het de vraag of het treffen van verdere maatregelen doelmatig is. Om verdere trillingsverlaging bij de bepalende zeer lage frequenties van 4 tot 6,3 Hz te bereiken, zijn behalve een paalfundering en stijve vloeren de mogelijkheden zeer beperkt. De volgende mogelijkheden liggen voor: • Verder van het spoor bouwen • Zwaarder bouwen (meer bouwlagen) • Trillingsgeïsoleerd bouwen De eerste twee mogelijkheden geven een conflict met de beoogde planinvulling en de wenselijkheid om hiervan af te wijken, is ter beoordeling van de ontwikkelaars en het bevoegd gezag. Over de derde mogelijkheid, het trillingsgeïsoleerd bouwen, merken wij op dat dit bij een benodigde trillingsreductie van ruim een factor 1,5 bij frequenties zo laag als 4 Hz, de toepassing van zeer slappe veren (grote invering) vergt.

In theorie is het daarmee echter mogelijk te voldoen aan de streefwaarden. Om deze veren te kunnen toepassen zal een dubbel uitgevoerde fundatie en een voorziening om indringende grond te keren moeten worden toegepast. De kosten van een deze maatregel liggen in de huidige markt in de orde van 30 tot 40 k€ per wooneenheid. Deze investering wordt dan gedaan om twee lichte overschrijdingen per week in de nachtperiode terug te dringen. In dat licht zijn wij van mening dat een dergelijke maatregel hier niet doelmatig is.

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

14

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

8. Conclusies en aanbevelingen Trillingsmetingen op de kavel Haarrijnweg 5 in Maarssen wijzen uit dat alleen goederentreinen relevant zijn qua trillingen voor de beoogde planinvulling. Reizigerstreinen leiden niet tot voelbare trillingen in de voorgenomen bebouwing. Van de goederentreinen zijn het alleen de beladen kolentreinen en kalktreinen die tot mogelijke overschrijding leiden van de streefwaarden voor trillingen. Voor de voorgenomen bebouwing betreft dit alleen de bebouwing binnen 50 meter van het spoor in het geval er gefundeerd wordt op staal en binnen 35 meter als er gefundeerd wordt op palen. Concreet betreft dit alleen het dichtst bij het spoor liggende bouwblok van zes woningen. Omdat de zware goederentreinen vooral trillingen opwekken tussen 4 en 6,3 Hz is het van belang dat woningvloeren hiervoor niet gevoelig zijn. Dit is te bereiken door vloeren stijf uit te voeren met een laagste buig-eigenfrequentie van minimaal 10 Hz (gerealiseerd), maar qua ontwerpwaarde bij voorkeur hoger dan 12 Hz. De trillingsversterking op vloerniveau is dan minimaal. In het geval van een paalfundatie is het van belang dat palen reiken tot in een draagkrachtige trillingsarme laag, maar een lengte hebben van minimaal 10 meter. Korte palen voegen weinig toe ten opzichte van een fundering op staal.

Met de hiervoor omschreven fundering op palen en stijve woningvloeren worden trillingssterkten in het eerste bouwblok aan spoorzijde verwacht die de streefwaarden voor de V max uit de SBR-B licht overschrijden. Gebaseerd op de huidige bedrijfsvoering op het spoor komt dit maar tweemaal per week voor in de maatgevende nachtperiode. Omdat alleen zware goederentreinen tot licht voelbare trillingen kunnen leiden, is de gemiddelde trillingssterkte Vper een belangrijke parameter voor het woon- en leefklimaat zeer laag. De Vper is in geen enkele beoordelingsperiode hoger dan 0,01 tegenover een streefwaarde van 0,05. Ondanks de twee verwachte overschrijdingen per week is er naar onze mening dan ook sprake van een goed woon- en leefklimaat.

k:\doc\b\2022\083900\b2022083900r001.docx 24-11-2022

Naast de aanbevolen toepassing van een paalfundatie en stijve vloeren zijn er weinig mogelijkheden om trillingen effectief te verlagen bij de bepalende zeer lage trilfrequenties. Overwogen kan worden het eerste bouwblok op grotere afstand te bouwen of een veel zwaarder appartementenblok te realiseren. Qua technische oplossingen verwachten wij dat in aanvulling op de al voorgestelde maatregelen alleen het toepassen van trillingsisolatie effectief is. Gezien de zeer lage dominante trilfrequenties vergt dit een zeer slappe verende opstelling met hoge investeringskosten die, gezien het geringe aantal overschrijdingen en de beperkte mate van overschrijding, hier naar onze mening niet doelmatig is.

ing. A.W.N. (Antwan) van Haaren DGMR Bouw B.V.

15

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Bijlage 1 Titel

Trillingsregistraties

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Kolentreinen

Reizigerstreinen

Bodemmeetpunten Mp1 t/m Mp3 + plus gevel Mp4

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Bijlage 2 Titel Omvang Toelichting

Trillingsprognoses 4 25 meter en 50 meter afstand, gefundeerd op staal en op palen

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Gefundeerd op staal – 25m

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Gefundeerd op staal – 50m

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Gefundeerd op palen – 25m

Nieuwbouwplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Gefundeerd op palen – 50m

Bijlage 3 Parkeernormen

Bestemmingsplan Haarrijnweg 5, Maarssen

89

Parkeernormen Haarijnwerg 5 Maarssen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2450/documents/52557