CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan bijlagen regels.pdf

Commissie Fysiek Domein 6 februari 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3: Vaststelling bestemmingsplan Haarrijnweg 5 Maarssenbroek24.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Haarrijnweg 5, Maarssen

Inhoudsopgave

Bijlagen regels

3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

4

Bijlage 2

Trillingsonderzoek

65

Bijlage 3

Parkeernormen

89

2

Bestemmingsplan Haarrijnweg 5, Maarssen

Bijlagen regels

Bestemmingsplan Haarrijnweg 5, Maarssen

3

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

4

Bestemmingsplan Haarrijnweg 5, Maarssen

MAARSSENBROEK

HAARRIJNWEG 5 Beeldkwaliteitsplan en plan voor natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie

Gemeente Stichtse Vecht 12 september 2022 200470_01

inleiding

Beeldkwaliteitsplan en plan voor natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie Dit beeldkwaliteitsplan is een verdere verdieping van het definitief stedenbouwkundig plan voor de Haarrijnweg 5. Dit plan is in juli 2021 opgesteld in opdracht van de gemeente Stichtse Vecht, door SAB adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling. Eén van de doelen van dit beeldkwaliteitsplan was om voor ieder bouwvolume en voor elk van de openbare ruimten vast te stellen welke ambiance wordt nagestreefd, wat het ambitieniveau is, en welke materialen hierbij passen. Hierbij gaat het om het maken van een ontspannen en landelijke woonomgeving, waarbij de sfeer van het boerenerf vertaald wordt naar boerderij- en schuurwoningen, en de natuurbeleving van het polderlandschap overal voelbaar is. De suggesties en regels uit dit beeldkwaliteitsplan maken dit concreet. Zo kan de woonsfeer die in het stedenbouwkundig plan is neergezet ook werkelijk bereikt worden, en krijgen (potentiële) ontwikkelende partijen de duidelijkheid die zij nodig hebben om het plan verder uit te werken. Een ander doel van het beeldkwaliteitsplan is om tegemoet te komen aan de vraag om extra aandacht voor natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie op deze markante plek aan de stadsrand.

Daarom is dit document opgesteld in hechte samenwerking tussen de stedenbouwkundige en ecologische specialisten van SAB, tot een plan voor beeldkwaliteit, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. Dit gaf de gelegenheid algemene principes op het gebied van natuurinclusief en klimaatadaptief ontwerpen te koppelen aan specifieke locaties. Op het gebied van natuurinclusiviteit is de ligging omringd door watergangen, en aan het waterrijke landschap van de Haarrijnpolder van belang. Daarom is er bijzondere aandacht voor de natte natuur en de omgang met de oevers, die vanuit biodiversiteit bijzonder van belang zijn. Ook is er aandacht voor een diversiteit aan groene erfgrenzen, die voor vele soorten een verbindend element zijn, en voor soorten die passen bij het karakter van een boerenerf, zoals de huismus en de huiszwaluw. Wat betreft klimaatadaptatie is het uitgangspunt zo veel mogelijk infiltreerbare oppervlakten te maken. Wanneer er alsnog regenwater afgevoerd moet worden, gebeurt dit bovengronds op een zichtbare manier – waarbij details als regenkettingen en kleinschalige openluchtbassins bijdragen aan de bewustwording over het klimaat. Bovendien hoeven er geen kosten gemaakt te worden voor een hemelwaterriool. Tenslotte wordt er ingezet op het maken van groene daken op de schuurwoningen, die zowel een bijdrage leveren aan de biodiversiteit als regenwater opslaan.

2

Haarrijnweg 5

pergola met geintegreerde bergingen

vrijstaande woningen (aan pleintje)

tweekapper centraal (kavelbreedte 10m)

pleintje (kasseien) 6 pp

6 MOBW units Kwintes

7 rijwoningen middenhuur (beuk 5,1m)

groen parkeerterrein (halfverharding) 14 pp

Welkom op dit mooie erf! Aan de Haarrijnweg wordt een nieuw boerencluster gerealiseerd, een ensemble van woningen gegroepeerd achter de boerderij. Er worden op het cluster 17 woningen gebouwd, in verschillende woningtypen en bouwvolumes. In de nieuw te bouwen boerderij (refererend aan de bestaande boerderij) worden zogenaamde MOBW-units ondergebracht. Deze units zijn bedoeld voor bewoners met psychische klachten, maar wel prima zelfstandig (maar ook begeleid) kunnen wonen. De boerderij is (van oudsher) de blikvanger van het boerenerf. De woningen elders op het terrein vormen de ‘schuren bij de boerderij’. Hierin worden rijwoningen, de twee-onder-éénkap-woningen en de vrijstaande woningen gerealiseerd. Deze woningen liggen gegroepeerd aan een boerenstraat -een erf- waar de auto te gast is. Het erf fungeert als ontmoetingsruimte voor de bewoners op het erf. Her en der

staat er een flinke boom op het erf. Delen van het erf worden afgeschermd door een windsingel. De ‘schuurwoningen’ worden eenvoudig vormgegeven, met passende terughoudende materialen. De boerderij mag daarentegen rijk gedetailleerd worden, zoals je van een hoofdgebouw op het erf mag verwachten. Bij de schuurwoningen in een rij en bij de boerderij worden de bergingen collectief opgelost aan de kop van de bebouwing. De entree van het erf ligt aan de Haarrijnweg. Met een brug over de watergang wordt het erf bereikbaar gemaakt. Geparkeerd wordt op het groene terrein aan de voorzijde van het erf, op het pleintje en op eigen terrein. Deze parkeerplekken zijn onderdeel van het erf en niet persé als parkeerplek herkenbaar. Uiteraard wordt wel aan de gemeentelijke parkeernorm voldaan. 3

inleiding - bebouwing Bouwvolumes Er worden vier bouwvolumes onderscheiden; één boerderij (het MOBW-blok met hierin zes rug-aan-rug woningen) met hierachter drie schuurvolumes. Onder deze schuurvolumes zijn twee vrijstaande woningen, een tweekapper en een rij van zeven rijwoningen met een beukmaat van 5,1m.

Stedenbouwkundige accenten De boerderij vormt natuurlijk het beeldbepalende gebouw bij de entree, maar bebouwing elders op het terrein moeten (eenvoudig doch) zorgvuldig worden vormgegeven. Dit kan door juist het karakter van het hoofdgebouw versterken. In het beeld zijnde gevels verdienen een architectonische verbijzondering (verdraaiing kap bij kopgevel, of opengewerkte zijgevels op beeldbepalende plekken. beeldbepalend gebouw bij entree beeldbepalende gevels

Bouwhoogte Voor een ontspannen totaalbeeld van het erf zijn de woningen laag aangekapt. Het volume van de hoofdbouw is symmetrisch van opbouw. De schuurwoningen zijn laag aangekapt aan de erfzijde. Aan de achterzijde kan de goothoogte hoger liggen, met een asymmetrische kap als resultaat. Ook kan aan beide zijden een lage goothoogte toegepast worden. De maximale nokhoogte is 11m voor alle woningen. goothoogte ≤ 4m goothoogte ≤7m

Architectonische uitstraling De boerderij krijgt als hoofdgebouw van het ensemble van gebouwen een afwijkende kleur / materialisering, met landelijke detaillering. Om het hoofdgebouw te benadrukken in het ensemble van gebouwen krijgt een dak van riet of andere materialen met een natuurlijke uitstraling de voorkeur. De schuurwoningen krijgen een materialisering die contrasteert met de boerderijwoningen. Een antraciet pannendak of sedumdak wordt gecombineerd met een sobere gevel van hout en/of baksteen. Boerderij: dak rietgedekt of ander materiaal met natuurlijke uitstraling in contrast met de daken elders in het plan, gevel van baksteen (roodbruin, bruin of wit gekeimd) met houten accenten Schuurwoningen: sedumdak of pannendak (antraciet), gevel van hout (gepotdekseld zwart, donkergroen of gebeitst) en/of baksteen (bruin, antraciet of aardetinten)

4

Haarrijnweg 5 vrijstaande woningen (aan pleintje)

twee-onder-één-kap woning (centraal)

rijwoningen

MOBW-woningen

Algemene architectonische maatregelen - nestmogelijkheden In dit plan zullen we verder ingaan op passende maatregelen wat betreft natuurinclusivitieit en kilmaatadaptatie voor elk van de bouwblokken. Los hiervan zijn er ook een aantal elementen die bij elk van de woningen toegepast kunnen worden. Hierbij gaat het met name om maatregelen waarmee deze woningen geschikt gemaakt worden als nest- en verblijfsmogelijkheid voor soorten als vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hiermee bied je mogelijkheden aan soorten die het steeds moeilijker krijgen om geschikte verblijfsmogelijkheden te vinden. In de informatiebladen van de Toolbox natuurinclusief (zie bijlage) waar naar verwezen wordt, staat vermeld waar rekening mee gehouden moet worden. 3 cm

•

3 cm

Maak geschikte kieren in de dakrand van de kopse gevels, zodat bijvoorbeeld vleermuizen en gierzwaluwen hierlangs de ruimte onder de dakpannen of in de luchtspouw kunnen bereiken. Toolbox 19 - Geschikte dakrand

3 cm

•

In geval van de aanleg van golvende dakpannen, kan het vogelschroot op de derde panlat van onder geplaatst worden, zodat onder de onderste twee rijen dakpannen huismussen kunnen broeden. Toolbox 20 - Dak aanpassen huismus

•

Door de lucht- en tussenspouwen geschikt te maken en hier middels geschikte open stootvoegen toegang tot te bieden, creëer je verblijfplaatsen voor vleermuizen. Toolbox 22 - Geschikte lucht- of tussenspouw

•

Het inbouwen of ophangen van neststenen en kunstnesten in en aan de gevel biedt broodnodige nestgelegenheid voor de huismus, gierzwaluw en huiszwaluw. Toolbox 31 - Inbouwsteen huismus Toolbox 32 - Inbouwsteen gierzwaluw Toolbox 33 - Kunstnest huiszwaluw

3 cm

imte

dru

e bro

vogelvriendelijke gevel- en dakopeningen vogelvriendelijk vogelschroot

inbouwsteen huismus

kunstnesten 5

inleiding - openbare ruimte Deelgebieden - openbare ruimte De openbare ruimte van het plan, zowel de verharde als de groene ruimtes, krijgt een karakter dat past bij een kleinschalige boerenerf in een natuurlijke setting. Hierbij hoort een kleinschalige openbare ruimte omzoomd door groen, met natuurlijke materialen Het voornemen is om de locatie voor de bouw op te hogen. Daarom is het belangrijk om de randen van het plan, waar planten en dieren de aansluiting moeten vinden tussen de bestaande ecologische structuren en het nieuwe plan, zorgvuldig en natuurinclusief vorm te geven. In dit plan worden vijf deelgebieden onderscheiden:

Haarrijnstrook

6

Pleintje

Erf

Groen Parkeren

Entreezone

Haarrijnweg 5 Concept verlichting Lichthinder kan een nadelige invloed hebben op vele diersoorten, in het bijzonder vleermuizen. Om deze hinder te beperken is heeft het de voorkeur om een lage verlichting te gebruiken. Ook heeft het gebruik van meerdere lichtbronnen met een lagere lichtsterkte de voorkeur boven enkele lichtbronnen van hoge sterkte. Wat betreft de kleur heeft amberkleurige verlichting heeft de voorkeur om overlast voor vleermuizen te beperken. Om het energiegebruik te beperken heeft LED-verlichting de voorkeur. Langs het erf en het plein stellen we voor om te werken met openbare straatverlichting die op borsthoogte wordt bevestigd aan de gevel van de woningen. De verlichting schijnt iets naar beneden, om lichtverstrooiing te voorkomen. De verlichting schijnt van de woningen af en levert voor de hierdoor geen lichthinder op voor de bewoners. Aan de buitenrand, de strook langs de Haarrijn en de Haarrijnweg, kunnen vleermuisvriendelijke amberkleurige LEDverlichting gebruikt worden die naar beneden gericht is, en een beperkte uitstralingshoek heeft. Deze verlicht alleen de directe omgeving, waar verlichting gewenst is. Het is ook mogelijk om te werken met bewegingssensoren, zodat de verlichting alleen aan gaat wanneer dat nodig is. De ingetekende locaties van de verlichtingselementen zijn slechts een concept, hiervoor is nog geen verlichtingsberekening verricht.

Plein en erf: straatverlichtling op borsthoogte bevestigd aan de gevel, amberkleurig LED

Buitenrand: middelhoge verlichtingsmast, verticaal stralende LED’s met beperkte uitstralingshoek, amberkleurig

7

bebouwing - MOBW-woningen

Beoogde sfeer en kwaliteiten Het blok met zes levensloopbestendige MOBW rug-aan-rugwoningen wordt uitgevoerd als woonboerderij, refererend naar de huidige boerderij op deze plek. Het is de blikvanger voor het plan, gelegen aan de Haarrijnweg richting Breukelen en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. De zes woningen vormen een eenheid, met privébuitenruimten die in elkaar overlopen en sociale samenhang stimuleren voor deze kwetsbare doelgroep. De architectuur is uitbundiger dan die van de overige woningen in het plan, die als schuurwoningen worden opgevat. In de gevel worden baksteen en houten betimmering gecombineerd, waarbij aandacht is voor bouwkundige details die bijdragen aan de rurale sfeer. Het kleur- en materiaalgebruik contrasteert met de overige bebouwing. Het dak krijgt een natuurlijke uitstraling passend bij een boerderijwoning. De woning wordt omringd door ondiepe tuinen met hagen, zodat rondom het gebouw beschutting aanwezig is voor planten en dieren.

Bouwvolume programma: bouwvorm : kapvorm: goothoogte: nokhoogte: dakhelling: rooilijn: accenten: dakopbouwen: aanbouwen:

8

6 rug-aan-rugwoningen helder volume, één bouwlaag met kap, verwijzend naar boerderij zadeldak ≤ 4m ≤ 11m 30º - 45º voortuinstrook aan noordwest en zuidoostzijde, ≥ 2m breed noordoostgevel, gevelopeningen verplicht geen alleen aan zuidwestzijde

Haarrijnweg 5 architectuur - gevel Materiaal: Kleur: Accenten: Detaillering:

baksteen roodbruin, bruin of wit gekeimd vlakken hout of gelijkend materiaal in contrasterende kleur, tenminste in de noordoostelijke accentgevel landelijke details verwijzend naar de huidige boerderij, zoals decoratieve luiken en een geornamenteerde windveer of makelaar

architectuur - dak materiaal: natuurlijke uitstraling passend bij landelijke omgeving. pannendak, bij voorkeur in combinatie met (kunst)riet, shingles of (kunst)leien op een deel van het dak dakopeningen: alleen dakramen, geen dakkapellen zonne-energie: bij voorkeur aan zuidoostzijde Overstekken: smal dakoverstek, ten minste bij de woningentrees

9

bebouwing - MOBW-woningen

Bijgebouwen positie: alleen bergingen aangebouwd aan de zuidwestgevel, verder geen bijgebouwen uitstraling: ondergeschikt aan het hoofdvolume, sober gematerialiseerd dakvorm: plat of lessenaarsdak bouwhoogte: ≤3m materiaal: hout of gelijkende materialen kleur: donker natuurinclusief: zijkanten bergingen geschikte plek voor klimplant / groene gevel

Erfafscheidingen - lage haag positie: hoogte: soorten: aanleg: natuurinclusief:

10

langs de voortuinzone, noordwest en zuidoostzijde ≤1m gemengde haag van inheemse soorten projectmatig de zonnige zuidoostzijde is een geschikte plek om een insectenhotel te integreren in de haag of de gevel

Haarrijnweg 5 Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

Houten gevelbetimmering is gemakkelijk geschikt te maken als verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze verblijven namelijk graag tussen de krappe ruimte tussen de stenen gevel en de houten betimmering. Ook met de houten raamluiken kan dit bewerkstelligd worden. Houd de luiken dan wel standaard open. Toolbox 23 - Gevelbetimmering

•

In een dakoverstek zijn vaak holle ruimtes aanwezig die relatief eenvoudig geschikt gemaakt kunnen worden als verblijf- of nestplaatsen voor dieren als vleermuizen en gierzwaluwen. Toolbox 21 - Geschikte overstek of gootbekisting

•

In de toe te passen windveer kunnen geschikte invliegopeningen gemaakt worden op de overgang van gevel naar windveer. Dit biedt geschikte mogelijkheden voor soorten als vleermuizen, gierzwaluw, huismus en spreeuw. Deze invliegopeningen bieden dan toegang tot ruimtes onder het dak of in de luchtspouw. Maak de openingen circa 3 bij 7 cm groot.

•

Pas voor de haag meerdere inheemse soorten toe zoals meidoorn, beuk en liguster. Pas ook altijd de wilde variant toe en geen gekweekte variëteiten. Die bevatten vaak minder of zelfs geen nectar! De integratie van een insectenhotel op een geschikte plek biedt hiermee een uitstekend leefgebied voor allerlei soorten insecten, vanwege de combinatie van leefgebied (de groene haag) en voortplantingsplek (insectenhotel). Laat het insectenhotel op maat maken, zodat deze goed in de haag past. Toolbox 14 - Hagen als erfafscheiding Toolbox 11 - Insectenhotel

•

In het geval dat de woningen wit gekeimd worden draagt dit substantieel bij aan klimaatadaptatie. Witte en lichte kleuren warmen namelijk veel minder op in de zon dan donkere kleuren. Dit is gunstig op hete dagen.

Gevelbetimmering

Gootbekisting

Windveer

Insectenhotel

Hagen als erfafscheiding 11

bebouwing - rijwoningen Beoogde sfeer en kwaliteiten Het blok met rijwoningen wordt door Portaal ontwikkeld, als een rustige, landelijke en duurzame woonomgeving voor jonge gezinnen. Deze middenhuur-woningen worden uitgevoerd als schuurwoningen, die zich met een simpele bouwvorm en contrasterende materiaalkeuze onderscheiden van de MOBWboerderijwoningen. Architectonisch sluiten de rijwoningen aan bij het ontwerp van de beide tweekappers. Deze eenheid maakt het ensemble herkenbaar als erf. De woningen liggen met de voorzijde naar het centrale erf, en met de achterzijde naar het water langs de wijk Zwanenkamp. Doordat de woningen aan het erf laag aangekapt zijn ontstaat hier een kleinschalige maat. Met een informele geveltuin als entree, in combinatie een begroeide kopgevel, ontstaat een ontspannen en gevarieerde woonomgeving die zich voegt in het groen. Door bergingen aan de zijkant te maken is er geen achterpad nodig en lopen de tuinen door tot aan het water.

Bouwvolume De rijwoningen krijgen een simpel bouwvolume. De woningen krijgen een asymmetrische kap, of worden aan beide zijden laag aangekapt. Hierdoor bieden de woningen bij binnenkomst vanaf het erf een kleinschalige aanblik. De maximale goothoogte van de noordwestgevel is 4 meter, terwijl de zuidoostgevel een maximale goothoogte krijgt van 7 meter. De maximale bouwhoogte is 11 meter.

12

De noordoostelijke kopgevel is een beeldbepalende gevel bij binnenkomst van het erf. Daarom dienen in deze gevel vensteropeningen te komen. Naar het erf toe krijgen de woningen een geveltuinstrook. Om hiervoor plaats te maken ligt de rooilijn hier op ten minste twee meter van de erfgrens.

Haarrijnweg 5 Architectuur - dak Het heeft de voorkeur om de duurzaamheid van het gebouw tot uiting te brengen in het dak, ik de vorm van een dakbedekking van gras- of sedum. Als alternatief kan ook een antracietkleurig pannendak toegepast worden, of een materiaal met een vergelijkbare uitstraling, mits in een materialisering die contrasteert met het blok MOBW-woningen. Het dakvlak aan het erf krijgt geen dakopbouw, alleen dakramen. Het zuidoostelijke dakvlak kan wel een dakopbouw krijgen, zolang deze ondergeschikt is aan het dakvlak. Dit dakvlak is ook geschikt om te gebruiken voor het opwekken van zonne-energie.

Architectuur - gevel Het materiaalgebruik in de gevel is relatief sober. De gevelbekleding bestaat uit baksteen in bruin, antraciet of aardetinten, of uit een houten betimmering, zwart of donkergroen geschilderd, gebrand of gebeitst in een natuurlijke kleur. Een combinatie van hout en baksteen is ook mogelijk. De materialisering van de rijwoningen sluit aan op die van de beide tweekappers. De noordoostelijke kopgevel, die bij binnenkomst van het erf prominent in het zicht ligt, krijgt een groengevel die in de volle grond wordt ingeplant. Hiervoor worden schaduwminnende planten zoals klimop gebruikt. De noordwestgevel is een goede zichtbare plek voor het toepassen van regenkettingen als hemelwaterafvoer.

Bijgebouwen Aan de zuidwestzijde van het bouwvolume kan een aanbouw voor bergruimten gemaakt worden. Deze aanbouw wordt ondergeschikt aan het hoofdvolume en wordt sober gematerialiseerd, waarbij de kleur van de bergingen aansluit op het hoofdgebouw. De bergingen worden opgetrokken uit hout of gelijkende materialen in een natuurlijke of donkere kleur. Een achterpad verbindt de bergingen met het erf. Naast deze bergingen krijgen de woningen extra bergruimte in de vorm van een tuinkast die tegen de achtergevel of erfafscheiding aan de achterzijde gemonteerd wordt. Eventuele verdere aan- of bijgebouwen bevinden zich aan de achterzijde van de woningen, op ten minste 5 meter van de waterlijn, hebben een maximale bouwhoogte van 3 meter, en een maximaal grondvlak van 5 m2. 13

bebouwing - rijwoningen Erfafscheiding - oever De ligging van de tuin aan het water is een belangrijke kwaliteit van de woningen. In Maarssenbroek komen veel woningen voor met een vergelijkbare oriëntatie op het water. De opzet van het plan sluit zo aan bij de kwaliteiten uit de omgeving. De waterlijn krijgt bij voorkeur een natuurlijke oever. Wanneer dit niet mogelijk is wordt een natuurvriendelijke vorm van oeverbescherming oeverbescherming toegepast, van rijshout in combinatie met een dubbele rij palen, of door één rij palen waartussen wilgenhout gevlochten wordt. Het gebruik van damwanden is vanuit het oogpunt van natuurinclusiviteit ongunstig. De beschoeiing wordt geplaatst ter plekke van de huidige waterlijn, die tevens de kavelgrens van de woningen wordt. Een verharde buitenruimte aan het water krijgt maximaal de breedte van derde van de lengte van de oever. Door het plaatsen van een faunatrappetje kunnen de bewoners het nadelige effect van de beschoeiing op de biodiversiteit beperken. Door ophogen van het terrein ter plekke van de woningen ontstaat een hoogteverschil in de tuin. Tot drie meter van het hoofdvolume wordt een egaal plateau gemaakt, dat in samenhang met de woonkamer als verblijfsruimte dient. Vanaf dit plateau loopt de tuin af tot de oever.

14

Haarrijnweg 5 Erfafscheiding - geveltuin De woningen hebben een geveltuinzone van 1,5m breed. De geveltuinen bieden de woningen een rustige entreezone, zonder dat de overgang tussen openbaar en privéterrein wordt benadrukt. Dit resulteert in een groen en informeel beeld, aansluitend op het concept van het boerenerf. Het ontwerp en de aanleg van de geveltuinzone wordt meegenomen in het ontwerp van de woning. Deze zone krijgt een afwisseling van granulaatverharding en plantvakken die licht verhoogd zijn en omsloten met een band. De inrichting van deze plantvakken is aan de bewoners. De vakken zijn bijvoorbeeld geschikt voor het planten van een lage haag of schaduwminnende planten. Ook kan er gewerkt worden met klimplanten die opklimmen tegen een pergola, of een latwerk tegen de gevel. Deze individuele inrichting biedt een leefmilieu dat door haar variatie vele dieren- en plantensoorten mogelijkheden biedt.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

•

Het toepassen van een sedumdak is een belangrijke klimaatadaptieve maatregel. Vanwege de berging van regenwater heeft het een verkoelend effect. Ook werkt het als goede dakisolatie. De mogelijke combinatie van zonnepanelen en sedumdak aan de zuidoostzijde is zeker aan te raden. Zonnepanelen werken op warme en zonnige dagen namelijk beter in combinatie met het verkoelende sedum. Toolbox 27 - Sedumdak Toolbox 29 - Groendak zonnepanelen Bij deze rijwoningen is relatief weinig ruimte voor een voortuin. De toepassing van een geveltuin zorgt bij deze beperkte ruimte dan nog wel voor een relatief groot positief effect op de biodiversiteit. Gebruik dan wel wederom inheemse soorten en daarvan de wilde variant. van de toolbox. De toepassing van maximaal de helft aan verharding zorgt ervoor dat er ook altijd nog regenwater in de grond kan infiltreren. Toolbox 24 - Geveltuin

•

•

Ook de begroeide kopgevel levert een positieve bijdrage aan de biodiversiteit (gebruik inheemse soorten en daar de wilde variant van), terwijl het vanuit klimaatadaptatie ook een verkoelend effect heeft. Toolbox 25 - Groengevel volle grond In dit geval is te weinig ruimte voor de aanleg van een volwaardige natuurvriendelijke oever. De toepassing van een natuurvriendelijke beschoeiing is dan wat dat betreft ‘the next best thing’ en zorgt er dan voor dat soorten als amfibieën hier alsnog wel een voortplantingsplek kunnen vinden. Bij het plaatsen van de beschoeiing moeten dan wel regelmatig faunapassages of uittreedplaatsen gecreëerd worden.

15

bebouwing - twee-onder-één-kap centraal Beoogde sfeer en kwaliteiten De centrale twee-onder-één-kap woning combineert comfort met duurzaamheid, landelijke ambiance met hedendaagse stijl. Architectonisch sluit deze woning aan op het ontwerp van de rijwoningen en de andere tweekapper. Net als de rijwoningen is de woning aan de voorzijde laag aangekapt, zodat een dorps beeld ontstaat. Het bouwvolume is eenvoudig en sober gematerialiseerd. De mee-ontworpen pergola geeft de compacte achtertuinen een rustieke en opgeruimde aanblik. Vanuit de verdieping geniet je s’ zomers tot diep in de avond van het uitzicht over de weidse polder Haarrijn.

Bouwvolume en kavelinrichting De woningen hebben een eenvoudig hoofdvolume met kap, aansluitend op de vorm van de rijwoningen. Aan de voorgevel (noordoostzijde) zijn de woningen laag aangekapt, met een maximale goothoogte van 4 meter. Aan de achterkant van het erf mag een hogere goothoogte toegepast worden, tot 7 meter. De maximale bouwhoogte is 11 meter. Om ruimte over te houden voor een geveltuin of ondiepe voortuin ligt de rooilijn op twee meter van de voorerfgrens. Aan de beide zijkanten van het hoofdgebouw is ruimte voor een lange oprit, waarop achter elkaar twee auto’s op eigen terrein kunnen parkeren.

16

De bergingen voor deze woningen worden opgenomen in de pergola. Eventuele overige aan- of bijgebouwen liggen achter de woning (minstens 12 van de voorerfgrens) zodat er naast de woningen ruimte overblijft om te parkeren. Hiernaast is het mogelijk om aan de zijkant van de woningen een carport te maken, mits er minstens een meter ruimte overblijft voor een haag aan de zijerfgrens, en het kleurgebruik van de carport aansluit op de materialen in de gevel. In het dakvlak kan een dakopbouw gemaakt worden, zolang deze ondergeschikt is aan het dakvlak.

Haarrijnweg 5 Materiaalgebruik - dak Het materiaalgebruik van het dak is relatief sober. Er wordt gekozen voor een antracietkleurige dakpan, of een materiaal met een vergelijkbare uitstraling. Er kan een dakkapel of risaliet worden toegepast, wanneer deze in materialisering aansluit op het hoofdvolume en de vorm hiervan ondersteunt. Het dakvlak met een zuidwestelijke oriëntatie is geschikt om (volledig of deels) te gebruiken voor het opwekken van zonneenergie.

Materiaalgebruik - gevel Het materiaalgebruik in de gevel is relatief sober. De gevelbekleding bestaat uit baksteen in bruin, antraciet of aardetinten, of uit een houten betimmering, zwart of donkergroen geschilderd, gebrand of gebeitst in een natuurlijke kleur. Een combinatie van hout en baksteen is ook mogelijk. De materialisering sluit aan op die van de overige schuurwoningen.

Erfafscheiding - zijhagen Door de centrale positie van deze tweekapper is een goede kwaliteit erfafscheidingen van groot belang voor de beeld van het plan als geheel. De hagen aan de noordoost en zuidwestzijde worden hoog ingeplant, zodat de eerste bewoners al privacy in hun tuin genieten. Deze hagen mogen uitgroeien tot maximaal twee meter hoog. Voor de ecologische

diversiteit worden deze hagen opgebouwd uit gemengde inheemse planten. Voor de doorstroom van het verkeer over het erf is het van belang dat de zuidelijke haag regelmatig wordt geschoren. Aan de noordkant kan de haag enigszins verwilderen.

17

bebouwing - twee-onder-één-kap centraal Erfafscheiding - pergola De pergola wordt mee-ontworpen als onderdeel van de centrale twee-onder-één-kapwoning. De functie van de pergola is het maken van een aantrekkelijke groene begrenzing aan de noordoostkant van het pleintje, in combinatie met een aangename en functionele verblijfsruimte aan de zuidzijde van de beide tuinen van de centrale tweekapper. Op de erfgrens komt een open verticaal latwerk, waartegen aan beide zijden klimplanten groeien. De ruiters van de pergola bevinden zich op ten minste 2,5m hoogte, zodat er ruimte is voor een opening tussen het verticale latwerk en de ruiters met horizontale begroeiing. Totdat de klimplanten volgroeid zijn kan aan de binnenzijde van de pergola een zeil geplaatst worden ten behoeve van de privacy. In het latwerk kunnen openingen gemaakt worden voor een venster, schuttingdeur of schuurdeur. De voor de woningen benodigde bergingen wordt geïntegreerd in de pergola. De beide bergingen vormen één volume, gelegen op de onderlinge erfgrens, grenzend aan het pleintje. De bergingen en pergola worden is samenhang ontworpen. De bergingen worden gemaakt van blanco hout, duurzaam hardhout of gebeitst. Aan de openbare zijde van de berging wordt latwerk gemonteerd, aansluitend op de rest van de constructie.

Ook de rest van de pergola wordt hoofdzakelijk opgetrokken uit natuurlijke materialen, zoals hout, bamboe en/of wilgentenen.

18

Haarrijnweg 5 Erfafscheiding - voorerfgrens De strook van twee meter aan de voorzijde van de woning mag ingericht worden als voortuin of als geveltuin. Bij een inrichting als voortuin wordt als erfafscheiding een lage haag gemaakt (maximale hoogte 1 meter). Bij de keuze voor een geveltuin wordt het ontwerp en de aanleg hiervan meegenomen in het ontwerp van de woning. Deze zone krijgt een afwisseling van granulaatverharding en plantvakken die licht verhoogd zijn, en omsloten met een band.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

De pergola is een goede klimaatadaptieve maatregel omdat het zorgt voor schaduwwerking en verkoeling. Er vindt extra verkoeling plaats ten opzichte van bijvoorbeeld een zonnescherm vanwege de verdamping van de planten. Gebruik hiervoor inheemse soorten en daar de wilde variant van zoals klimop, bosrank, heggenrank en kamperfoelie. Het inheemse groen draagt ook bij aan de voedselvoorziening voor insecten en de biodiversiteit. Als de pergola van wilgentenen gemaakt wordt, zullen de tenen uitlopen en zelf al voor voldoende groen zorgen!

Zie voor meer informatie over de geveltuin, de haag en begroeide kopgevel de uitleg bij de MOBW-woningen en de rijwoningen eerder in dit document en de bladen uit de Toolbox Natuurinclusief. Toolbox 14 - Hagen als erfafscheiding Toolbox 24 - Geveltuin

19

bebouwing - vrijstaande woningen aan het pleintje Beoogde sfeer en kwaliteiten De vrijstaande woningen aan het pleintje bieden een aangename en rustige woonomgeving op ruime kavels. De woningen hebben een prominente ligging als afsluiting van het erf, en kijken uit op een openbaar pleintje dat geschikt is voor spelen en ontmoeting. Architectonisch sluit het ontwerp aan op dat van de overige schuurwoningen; de rijwoningen en de andere tweekapper. . Door de ligging in het open landschap en aan het water, is er veel gelegenheid voor het maken van een woonomgeving met veel biodiversiteit.

(7 meter)

Bouwvolume en kavelinrichting De woningen krijgen een helder bouwvolume, dat is afgedekt met een kap. Doordat de nokrichting aansluit op de rijwoningen en de MOBW woningen, ontstaat een samenhangend plan. De vrijstaande woningen zijn laag afgekapt aan één of twee zijden. De maximale nokhoogte is 11m. De zuidelijke woning vormt het einde van de zichtlijn die over het erf loopt. Deze woning dient daarom te worden voorzien van een dwarskap die haaks staat op de erfzone en het pleintje, zodat dit het einde van de zichtlijn markeert. De noordelijke woning heeft ten opzichte van de zuidelijke woning juist een langskap richting de erfzone en het pleintje. De twee vrijstaande woningen verschillen hierdoor van elkaar in positionering, hetgeen een afwisselend beeld geeft en het karakter van erf een versterkt. Om ruimte over te houden voor een voortuin ligt de rooilijn ten minste drie meter van de voorerfgrens. Beide kavels krijgen ruimte voor twee parkeerplaatsen op eigen terrein. De keuze om deze parkeerplaatsen naast elkaar of op een lange oprit te plaatsen is vrij. De oprit van de noordelijke woning bevindt zich aan de zuidzijde van de woning, waarbij de opstelplaatsen zich achter de voorgevellijn bevinden. De geparkeerde auto(‘s) op de noordelijke kavel zijn hierdoor niet zichtbaar vanaf de buitenzijde van het plangebied, hetgeen het ruimtelijk aanzicht verbetert.

De oprit van de zuidelijke kavel ligt tegen tegen de noordoostgrens van de kavel, en achter de voorgevellijn van de rijwoningen, zodat er niet geparkeerd wordt in de zichtlijn die over het erf loopt. 20

Haarrijnweg 5 Materiaalgebruik - dak Het materiaalgebruik van zowel de gevel als het dak sluit aan op dat van de overige schuurwoningen. Bij voorkeur worden deze in samenhang ontworpen. Het heeft de voorkeur om deze tweekapper, aansluitend op de rijwoningen, een sedumdak te geven. Als alternatief kan ook een antraciet pannendak gebruikt worden. Het zuidelijke is hiernaast geschikt voor het toepassen van zonnepanelen. Op het noordelijke dakvlak kan een opbouw gemaakt worden, wanneer het kleur en materiaalgebruik hiervan de hoofdvorm versterkt.

Materiaalgebruik - gevel Het materiaalgebruik in de gevel is relatief sober. De gevelbekleding bestaat uit baksteen in bruin, antraciet of aardetinten, of uit een houten betimmering, zwart of donkergroen geschilderd, of gebrand of gebeitst in een natuurlijke kleur. Een combinatie van hout en baksteen is ook mogelijk. De materialisering sluit aan op die van de overige schuurwoningen.

Bijgebouwen Aan de achterkant van de kavel kan een aanbouw, berging of garage gemaakt worden. Deze bijgebouwen dienen volledig achter de voorgevellijn van de woning, of achter de voorgevellijn van de rijwoningen te liggen. Daarnaast wordt een afstand aangehouden van ten minste vijf meter van de waterlijn. Aan- of bijgebouwen zijn maximaal drie meter hoog en krijgen een plat dak. De kleur en materialisering van de bijgebouwen sluit aan op die van het hoofdgebouw.

21

bebouwing - twee-onder-één-kap aan het pleintje Erfafscheiding - oever Het heeft de voorkeur om de oever een natuurvriendelijke oever te geven van rijshout in combinatie met een dubbele rij palen, of door één rij palen waartussen wilgenhout gevlochten wordt. Op maximaal een derde van de lengte van de oever kan een verharde buitenruimte aan het water gemaakt worden, zodat een verblijfsruimte aan het water ontstaat, maar het grootste deel van de oever een groene aanblik houdt. Het gebruik van damwanden is vanuit het oogpunt van natuurinclusiviteit minder gunstig. Aan de westpunt van de watergang gaat in de huidige situatie een verlandde sloot het gebied in. Op deze plek bestaat de mogelijkheid om een korte natuurlijke oever te maken, waarbij geen beschoeiing wordt toegepast. Dit zou mogelijkheden bieden aan voor diverse oeverplanten en geeft dieren de mogelijkheid om in en uit het water te komen.

22

Haarrijnweg 5 Erfafscheiding - voortuinzone Aan de oostzijde, waar de woningen het pleintje begrenzen, komt een voortuinstrook van ten minste drie meter breed die de woning scheidt van de openbare ruimte. In de deze strook kunnen enkele solitaire bomen of struiken geplaatst worden, maar komt geen aaneengesloten begroeiing die hoger is dan één meter. De aanleg van de voortuinzone wordt meegenomen in het ontwerp van de woning. Op de erfgrens komt een lagen haag (maximaal 1 meter hoog) of een verhoogd plantvak omgeven door een band. Voor de delen die verhard worden heeft het de voorkeur halfverharding te gebruiken, bij voorkeur granulaat, of een verharding te kiezen die aansluit op de kasseien van het pleintje.

Erfafscheiding - takkenril Aan de oostzijde, waar het kavel grenst aan het pad dat toegang biedt tot de bergingen van de rijwoningen, verdient het de voorkeur om een takkenril te gebruiken als erfafscheiding. Deze kan als nest- en schuilplaats dienen voor vogels, amfibieën en zoogdieren. Door het gebruik van een hoge takkenril (maximaal 2 meter hoogte) wordt voldoende privacy geboden.

Erfafscheiding - haag Aan de westzijde, waar het kavel grenst aan de Haarrijnstrook wordt een hoge haag toegepast als erfafscheiding (maximaal 2 meter hoog). Het type haag is gelijk aan de haag aan de westkant van de centrale twee-onder-één-kap woning. Het heeft de voorkeur een haag te maken van gemengde inheemse soorten, die aan de buitenkant wild wordt gelaten.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

Het gebruik van een takkenril is een goede afwisseling op de toepassing van hagen. Een takkenril biedt net weer aan andere soorten een leefomgeving. Zo is het meer dan een haag geschikt als overwinteringsgebied voor amfibieën. Het feit dat deze takkenrillen in de buurt van het water zijn gepositioneerd is dan ook gunstig. Toolbox 8 - Takkenril

•

Het korte segment natuurlijke oever zorgt voor extra variatie in waterdiepte, zodat er een grotere variëteit aan oeverplanten kan groeien. Dit kan vervolgens ook leiden een toename in het aantal diersoorten. Toolbox 6 - Natuurvriendelijke oever

Hiernaast kunnen de maatregelen die genoemd staan in de inleiding onder nestgelegenheid kunnen hier goed toegepast worden. Zo kan in dak, spouw en gevel een goede leefomgeving gemaakt worden voor verschillende soorten vogels en vleermuizen. 23

openbare ruimte - erfzone

Beoogde sfeer en kwaliteiten Het boerenerf krijgt een informele inrichting, waarbij de functie van verblijfsruimte en verkeersruimte in elkaar overlopen. Het is een rustige plek waar spelen, ontmoeten en verplaatsen samengaan. Door de variatie in het materiaalgebruik, ontstaat een bestrating waarin langzaam-verkeer leidend is, en de auto slechts te gast. Het erf wordt geflankeerd door groen, in de vorm van hagen, geveltuinen, en enkele bomen.

Profiel erf (1:200 A4-formaat)

24

Haarrijnweg 5 Materiaalgebruik De bestrating bestaat uit een combinatie van gesneden kasseien in het midden, en rode straatklinkers (waalformaat) aan de rand van de bestrating. Bij voorkeur wordt een halfsteensverband toegepast. Regenwater wordt verzameld in een molgoot die het regenwater afvoert, zodat geen kolken nodig zijn.

Bomen en boomspiegels Midden op het erf wordt en twee bomen geplant. Deze bomen worden in een ruime boomspiegel in de verharding geplaatst. Deze boomspiegel krijgt een beplanting met bloemen en en kruiden.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

De toepassing van bovengrondse waterafvoer is een goede klimaatadaptieve maatregel omdat het ervoor zorgt dat geen beroep wordt gedaan op het riool.

•

In de erfzone wordt kunstmatige verlichting geplaatst. Voor de natuur is het waardevol om te streven naar verlichting die zo min mogelijk verstoord. Realiseer derhalve het minimum aan straatverlichting. Zorg daarnaast dat te plaatsen lantaarns zo laag mogelijk zijn, bijvoorbeeld maximaal 3 à 4 meter hoog. Kies een armatuur waarbij de lichtbundel zo strak mogelijk naar beneden wordt gericht en zo min mogelijk naar de zijkant en in ieder geval niet naar boven schijnt. Zo kunnen bijvoorbeeld vleermuizen en uilen relatief ongestoord over de lantaarns heen vliegen zonder verblind te worden. Kies tenslotte voor amberkleurige verlichting. Dit werkt minder verstorend voor vleermuizen. Toolbox 17 - Vleermuisvriendelijke verlichting

25

openbare ruimte - pleintje Beoogde sfeer en kwaliteiten Het pleintje is de centrale openbare ruimte van het buurtje. Het krijgt de vorm van een kleinschalig boerenerf van rustieke materialen, waarop kinderen kunnen spelen en ruimte is voor ontmoeting onder de centrale boom. De twee vrijstaande woningen krijgen een centrale plek aan het pleintje. Aan de oostkant wordt de ruimte begrensd door de pergola, die afhankelijk van het seizoen een groene of een kleurrijke aanblik biedt, en een beschutte zitplek biedt. Het pleintje kan gebruikt worden voor bestemmingsverkeer en als overloop van het groene parkeerterrein bij de entree.

Profiel plein (1:200 A4-formaat)

26

Haarrijnweg 5 Materiaalgebruik Het pleintje krijgt een eenvoudige en eenduidige verharding passend bij het karakter van een boerenerf. Om deze reden heeft een verharding van onderhoudsvriendelijke gesneden platines kasseien de voorkeur. De bovengrondse afvoer van neerslag vindt plaats door middel van een molgoot, die in dezelfde kasseien wordt uitgevoerd. Onder de pergola zelf wordt een halfverharding van granulaat toegepast. Ter plekke van de staanders worden biggenruggen geplaatst om de constructie te beschermen tegen autoverkeer.

Centrale boom Tussen het pleintje en het erf wordt een eerste orde boom geplant, die uit zal groeien tot een herkenningspunt voor het buurtje. Hiervoor wordt een markante inheemse loofboom gekozen die in de winter haar blad verliest. De boom wordt geplaatst in een ronde bloemrijke boomspiegel van drie meter in diameter.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

De toepassing van bovengrondse waterafvoer is een goede klimaatadaptieve maatregel omdat het ervoor zorgt dat geen beroep wordt gedaan op het riool.

•

Kies voor de boomsoort een markante inheemse soort en daar de wilde variant van, zoals zomereik, beuk of winterlinde.

•

Richt de boomspiegel bloemrijk in. Ook dit draagt weer bij aan extra nectar voor insecten. Toolbox 15 - Bloemrijke boomspiegel

Zie voor meer informatie over de pergola de uitleg bij tweeonder-één-kap centraal.

27

openbare ruimte - groene entree Beoogde sfeer en kwaliteiten De groene zone vormt het groene visitekaartje van het gebied. Hier staat het creëren van ecologische waarden op de eerste plaats, boven het gebruik als recreatieplek. Op het moment is deze oeverzone begroeid met vele bomen, waaronder een aantal volgroeide meerstammige bomen op de oostpunt. Hoewel de ophoging van het terrein het behoud van deze bomen onmogelijk maakt, is het wel de insteek op deze plek een fraaie natuurvriendelijke plek te maken. Vanuit de buurt is de wens uitgesproken om een groene plek te maken die niet uitnodigt tot verblijf. Daarom willen we hier een dichtbegroeide overgang maken tussen nat en droog, waar plek is voor nieuwe bomen en struiken. Aan de droge zijde is plek voor ruig en bloemrijk grasland. Bij mooi weer kunnen omwonenden hier in het gras zitten, met name de bewoners van de MOBW-woningen. Bij regen functioneert het grasland als een wadi, waarin zich regenwater verzamelt.

Profiel groene entreezone, bloemrijke oever ter hoogte van de MOBW-woningen (1:200 A4-formaat)

Oever De breedte van het water biedt niet de gelegenheid overal een een volledig natuurlijke oever te maken. Alternatief hiervoor is een natuurvriendelijke oeverbescherming, van rijshout in combinatie met een dubbele rij palen, of door één rij palen waartussen wilgenhout gevlochten wordt. Aan de landzijde van deze beschoeiing wordt een plasdraszone gemaakt van een meter breed, waarin in de loop van tijd riet of andere oevervegetatie kan groeien. Op de oostpunt van het terrein, waar (beperkte) ruimte aanwezig is om het bestaande water te verbreden, bestaat wel de mogelijkheid een natuurvriendelijke oever aan te leggen. Zo’n verbinding tussen water en land zou een belangrijke versterking betekenen voor de biodiversiteit.

28

Haarrijnweg 5 Bloemrijk grasland Door het inzaaien van bloemrijk grasland op de zonnige plekken worden veel insecten aangetrokken. Het ophogen van het gebied ter plekke van de bebouwing beïnvloedt het hoogteverloop in dit gebeid. Hierdoor loopt het grasland enigszins af in oostelijke richting; tegen de MOWB-woningen vrij stijl, en naast het parkeerterrein met een flauwe glooiing. Regenwater zal hierdoor het grasland instromen, vanaf het erf en het groene parkeerterrein. Het terrein zal zo geplooid worden dat water de kans krijgt zich te verzamelen in een kleine wadi centraal in het grasland. Zo krijgt het water een laatste mogelijkheid te infiltreren voordat het oppervlaktewater wordt bereikt.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

Het gebruik van een natuurlijke wadi draagt bij aan klimaatadaptatie omdat piekafvoer van regenwater verminderd wordt. Door de wadi natuurlijk in te richten levert het ook een bijdrage aan de natuur. Toolbox 16 - Natuurlijke wadi

•

-Het laten liggen van dood hout zorgt voor een zeer welkome aanvulling van insecten en andere ongewervelden dieren, zoals kevers, pissebedden en duizendpoten die in en van dit dode hout leven. Dit levert weer voedsel op voor andere dieren. Toolbox 10 - Liggend dood hout

•

Het bloemrijk grasland trekt insecten aan. Het is noodzakelijk om dit grasland op de juiste manier aan te leggen en te beheren. Spontane ontwikkeling kan verkozen worden boven het inzaaien van een bloemenmengsel. Kies bij het inzaaien voor inheems en biologisch zaad uit Nederland en betrek hierbij een gerenommeerde partij. Er moet namelijk voorkomen

worden dat ‘goedkope’ zaadmengsels worden gebruikt met zaad dat niet oorspronkelijk uit Nederland komt en mogelijk ook met gifstoffen is behandeld om bijvoorbeeld schimmelvorming te voorkomen. Deze gifstoffen kunnen dan juist de insecten doden die je met de bloemen aantrekt. Dit heeft dan uiteindelijk zelfs een nog nadeliger effect dan helemaal geen bloemenmengsel toepassen. Bij het beheer is vooral van belang dat weinig gemaaid wordt en ook delen niet gemaaid worden. In de niet gemaaide delen kunnen insecten overwinteren. Toolbox 4 - Kruidenrijk grasland Toolbox 12 - Insectvriendelijk maaibeheer

29

openbare ruimte - groen parkeerterrein Beoogde sfeer en kwaliteiten Het parkeerterrein bij de entree van het erf wordt groen en klimaatadaptief ontworpen. Door de omheining van hagen en takkenrillen staan de auto’s niet vol in het zicht, sluit de vormgeving aan bij de wilgen en elzen die in de naastgelegen oever groeien, en wordt aan verschillende diersoorten beschutting geboden. Het bovengronds afvoeren en infiltreren van regenwater wordt zichtbaar gemaakt door het gebruik van decoratieve infiltrerende grasbetontegels en het zichtbaar maken van het natuurlijk verval van regenwater.

Verharding Door het gebruik van een open grasbetonverharding krijgt het parkeerterrein een groen en uniform aanzicht. Regenwater kan hierdoor goed infiltreren. Om de parkeervakken te markeren worden dunne betonbanden toegepast, die zo min mogelijk extra verharding tot gevolg hebben.

Hoogteverloop en hemelwaterafvoer Door het ophogen van het terrein voor de woningbouw worden hoogteverschillen geïntroduceerd. Terwijl het grondvlak van de woningen en het erf volledig worden opgehoogd, is dit voor het parkeerterrein niet nodig. Hierdoor zal het parkeerterrein in zuidelijke richting aflopen. Neerslag die valt op het erf en op het dak van de rijwoningen wordt verzameld in een molgoot, die uitkomt op de westpunt van het parkeerterrein. Daarom is dit een goede plek voor het maken van een kleinschalig bergbassin, dat het afstromen van het regenwater tijdens een bui hoorbaar en zichtbaar maakt. Een open goot in oostelijke richting verbindt dit bassin vervolgens met de wadi in het bloemrijk grasland.

30

Haarrijnweg 5 Omheining Door het parkeerterrein te omheinen met een combinatie van takkenrillen en lage gemengde haagbeplanting ontstaat een divers beeld, waarin veel planten en dieren terecht kunnen. Aan de westzijde van het terrein worden de takkenrillen ook gebruikt om de hoogteverschillen te overbruggen die ontstaan door het ophogen van het terrein.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie •

Het toepassen van halfverharding is gunstig vanuit klimaatadaptatie, omdat dan meer regenwater in de bodem kan infiltreren. Vanuit natuurinclusiviteit kunnen er meer plantjes groeien dan op volledig verhard terrein. Toolbox 13 - Halfverharding

•

Het zichtbaar maken van het bovengronds afvoeren van regenwater creëert bewustzijn bij de bewoners. Dit is ook gunstig voor wat betreft klimaatadaptatie.

•

Het gebruik van een takkenril is een goede afwisseling op de toepassing van hagen. Een takkenril biedt net weer aan andere soorten een leefomgeving. Zo is het meer dan een haag geschikt als overwinteringsgebied voor amfibieën. Het feit dat deze takkenrillen in de buurt van het water zijn gepositioneerd is dan ook gunstig. Toolbox 8 - Takkenril

31

openbare ruimte - Haarrijnstrook Beoogde sfeer en kwaliteiten De strook langs het fietspad langs de Haarrijn diende oorspronkelijk als groene buffer van de boerderij. Deze strook verbindt de ontwikkeling met het landschap; met de Haarrijn geflankeerd door knotwilgen, en met de achterliggende openheid van de Haarrijnpolder. Door middel van kleinschalige en diverse begroeiing worden natuurwaarden toegevoegd aan een cultuurlandschap waarin deze maar beperkt aanwezig zijn. De beplanting bestaat uit drie delen: 1. Op de achtergrond staat een gemengde haag van inheemse soorten, die in hoogte varieert afhankelijk van de omgeving. 2. In de strook zelf worden enkele clusters van kleine bomen en struiken geplant met een open karakter, dat voldoende licht doorlaat naar de ondergroei 3. In de ondergroei komt een bloemen en kruidenrijk grasland dat goed bestand is tegen natte omstandigheden Door deze drie soorten beplanting consistent toe te passen krijgt het plan een eenduidige groene aanblik van buitenaf, ondanks een variëteit aan bouwvormen en erfinrichtingen.

Bloemrijk grasland en wadi De strook langs het fietspad wordt volledig ingezaaid met kruiden- en bloemrijk grasland. Hiervoor zal een zadenmengsel toegepast worden dat geschikt is voor natte omstandigheden, en dat zowel in open omstandigheden als in de halfschaduw (onder een begroeiing van open bomen en struiken) tot ontwikkeling kan komen. Zowel het pleintje als een deel van het erf wateren af naar de Haarrijnstrook. Doordat het terrein opgehoogd wordt, loopt de Haarrijnstrook af naar het fietspad. Langs het fietspad wordt een ondiepe wadi gemaakt, waar het regenwater kan infiltreren. Ook de wadi wordt ingezaaid met dit mengsel van inheemse bloemen, planten en grassen. 32

Haarrijnweg 5 Bomen, struiken en hagen De soorten die gebruikt worden in de hagen die grenzen aan deze strook, en de struiken die hier geplant worden, sluiten op elkaar aan. Er wordt gekozen voor een variatie aan inheemse soorten die bloeien en daarmee insecten aantrekken, of die fruit of noten geven en daarmee andere soorten van voedsel voorzien. De strook krijgt een afwisseling tussen delen waar enkele open struiken geclusterd worden, en delen die geen opgaande begroeiing krijgen. Aan de clusters met struiken kunnen mogelijk ook enkele bomen toegevoegd worden. De optie wordt onderzocht om enkele van de bestaande fruitbomen in het gebied te verplanten naar deze strook. Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn, kunnen een aantal nieuwe bomen geplant worden, waarbij de voorkeur uitgaan naar inheemse bloeiende of vruchtdragende soorten.

Paden Voor de wandelpaden door deze strook wordt een granulaatverharding toegepast. Wanneer er traptreden nodig zijn, worden deze gemaakt van granulaat gecombineerd met houten schotten of bielzen.

Natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie In de Haarrijnstrook is ruimte voor typen groen waar in het plan verder niet zoveel ruimte voor is. De focus ligt dan voornamelijk ook op het aanplanten van verspreid staande struiken. Kies inheemse soorten en daar de wilde variant van die in de rest van het plan nog niet zijn toegepast. Dit zorgt voor extra variatie en biodiversiteit. Kies daarnaast ook soorten die bessen of noten dragen, als voedselvoorziening voor vogels en kleine zoogdieren. Voorbeelden van soorten zijn hazelaar, meidoorn (in een haag komt deze minder tot bloei dan in boom- of struikvorm), Gelderse roos, gewone vlier, rode kornoelje en sleedoorn. In de tussenruimte is plaats voor een bloemrijk grasland, zoals ook in de groene entree wordt toegepast. Zorg daarom voor een open karakter van de struiken, zodat de ondergroei voldoende licht krijgt om zich goed te kunnen ontwikkelen.

33

BIJLAGE

Toolbox natuurinclusief

Voor u ligt een selectie uit onze Toolbox natuurinclusief. Deze maatregelen zijn wat ons betreft kansrijk om de natuur te versterken in uw ontwerpopgave of ruimtelijke ontwikkeling. Onze gehele toolbox bestaat uit tientallen van zulke maatregelen! Ieder blad geeft per natuurinclusieve maatregel alle informatie die u nodig heeft. In het geval het een eenvoudige maatregel betreft, kunt u de maatregel met de geleverde informatie zelfstandig toepassen. Bij een complexere maatregel geven we duidelijk aan dat het verstandig is om er een expert bij te betrekken. Onze ecologen kunnen u hier vaak bij helpen. De genoemde informatie geeft dan in ieder geval een duidelijke indruk van waar u bij die maatregel rekening mee moet houden. Natuur maakt ons gezonder en gelukkiger. Daarom streven wij ernaar om al onze ontwerpen natuurinclusief in te richten. Wij staan voor de natuur; wat ons betreft is natuurinclusiviteit de norm. Heeft u vragen over onze Toolbox natuurinclusief? Neem dan contact op met uw contactpersoon van SAB of met onze ecoloog René van Gestel (tel: 06-109 485 93 of e-mail: rene.vangestel@sab.nl). Wij helpen u graag!

Hoe gebruik ik de Toolbox natuurinclusief? Hier vindt u informatie over de natuurinclusieve maatregel en de soorten waarop deze een gunstig effect heeft. We vinden het belangrijk dat de maatregel daadwerkelijk het gewenste effect heeft. De randvoorwaarden daarvoor kunt u hier overzichtelijk vinden.

Goed onderhoud is essentieel voor een goede werking van de maatregel. U vindt hier de aandachtspunten. Natuurinclusieve maatregelen kunnen vaak goed gecombineerd worden. De beste combinaties staan hier weergegeven.

© SAB adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling, 2021 (versie 1.1)

goed wordt toegepast, zodat deze ook

Tegenwoordig bestaan graslanden vaak maar uit enkele plantensoorten, met als voornaamste soort Engels raaigras. Dit is ontstaan Kruidenrijk Kruidenrijk Kruidenrijk grasland grasland Kruidenrijk grasland grasland

ook soortenarm zijn. In meer natuurlijke situaties zijn graslanden veel soortenrijker. Soortenrijke vegetaties trekken vele soorten Liggend Liggend Liggend dooddood hout Liggend dood hout hout dood hout

Intensief Intensief Intensief groendak groendak Intensief groendak groendak

vanwege de intensivering van de landbouw. Overigens geldt hetzelfde voor openbare grasvelden, die vanwege intensief maaien insecten aan en deze dienen weer als voedsel voor andere dieren, zoals vogels. Tevens zorgt de diversiteit aan plantensoorten

voor een betere bodemstructuur. Ook kunnen allerlei soorten fauna zich verschuilen in het hogere gras en kan de maatregel als verbindingszone dienen.

Randvoorwaarden

Betrek een expert bij het aanleggen van een kruidenrijk grasland, zoals Cruydt Hoeck 1-2 x of Biodivers.

min. 25 m

1-1,5

min. 25 m

4m

1-2 x min. 25 m Bepaal van tevoren of er1-1,5 voorkeur is voor min. 1-225x m 1-1,5 spontane ontwikkeling of voor een zaadmengsel. min. 25 m 1-1,5

1-1,5

min. 25 m min.

1-1,5

25 m

1-1,5

min. 25 m

4m

1-1,5

Indien er gekozen wordt voor een zaadmengsel; gebruik alleen gebiedseigen, inheemse soorten

4m 4m 4m

Door weinig te bemesten en maaisel af te voeren zal de bodem verschralen. Hierdoor krijgen (bijzondere) kruiden meer de kans om te groeien.

50 m

min.bij Neem minimaal 4 soorten kruiden en 4 cm

50 m voorkeur meer dan 15 soorten kruiden in het 50 m

zaadmengsel op.

min. 4 cm

min. 4 cm min. 4 cm Zaai in de maanden augustus of september. min. 30 cm min. 30 cm

Onderhoud

min. 30 cm min. 30 cm

Het wordt aanbevolen om

Betrek een expert bij het

Voer het maaisel af om

onderhouden van een

de bodem te verschralen

sinusbeheer toe te passen.

kruidenrijk grasland.

en zo de biodiversiteit te

Zie hiervoor de maatregel 12

verhogen.

‘Insectvriendelijk maaibeheer’.

Combineren met 01.

Houtwal

02.

Mantel- en zoomvegetatie

03.

Ruigte- en distelstrook

06.

Natuurvriendelijke oever

08.

Takkenril

11.

Insectenhotel

12.

Insectvriendelijk maaibeheer

50 m

2m

50 m in het zaadmengsel.

1-2 x

1-2 x

1-1,5

min. 25 m

Natuurlijke wadi Overwinteringshabitat amfibieën Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast

Mantel- en zoomvegetatie Nestkast slechtvalk Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke oever oever oever

Lijnvormige houtstructuur Nestkast gierzwaluw Sedumdak Sedumdak Sedumdak Sedumdak Natuurlijke Natuurlijke Natuurlijke wadi wadi wadi

Liggend dood hout Natuurvriendelijke oever RuigteRuigteen Ruigtedistelstrook en distelstrook Ruigteen distelstrook en distelstrook MantelMantelen Mantelen zoomvegetatie zoomvegetatie en zoomvegetatie

groendak Mantel- enIntensief zoomvegetatie Nestkast Nestkast Nestkast slechtvalk slechtvalk Nestkast slechtvalk slechtvalk Liggend Liggend dood Liggend dood hout hout dood hout

Liggend dood hout Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke Natuurvriendelijke oever oeveroever oever Intensief Intensief Intensief groendak groendak groendak

Kruidenrijk grasland Natuurlijke wadi Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat amfibieën amfibieën amfibieën amfibieën Lijnvormige Lijnvormige Lijnvormige houtstructuur houtstructuur houtstructuur

LijnvormigeInsectvriendelijk houtstructuur maaibeheer Nestkast Nestkast Nestkast gierzwaluw gierzwaluw Nestkast gierzwaluw gierzwaluw Kruidenrijk Kruidenrijk Kruidenrijk grasland grasland grasland

Kruidenrijk grasland Natuurlijke Natuurlijke Natuurlijke wadiwadi Natuurlijke wadi wadi Insectvriendelijk Insectvriendelijk Insectvriendelijk maaibeheer maaibeheer maaibeheer

Intensief groendak MantelMantelen Mantelzoomvegetatie en zoomvegetatie Mantelen zoomvegetatie en zoomvegetatie

Insectvriendelijk maaibeheer Lijnvormige Lijnvormige Lijnvormige houtstructuur Lijnvormige houtstructuur houtstructuur houtstructuur

04. Kruidenrijk grasland

2m

2m

2m min. 30 cm

Zangvogelkast Zangvogelkast ZangvogelkastZangvogelkast

nest- en schuilgelegenheid voor vogels en zoogdieren. Tevens gebruiken reptielen en amfibieën de takkenril als voedsel- en overwinteringsplek. Welke soorten uiteindelijk gebruik maken van de takkenril hangt af van de locatie en omgeving waar deze wordt gerealiseerd.

Takkenril Takkenril Takkenril

Ten gunste van: vogels, zoogdieren, insecten, reptielen en amfibieën. 4 4m m 2 4m 2m m 50 50 m m 2m 50 m

Randvoorwaarden

2m

min. min. 4 cm 4 cm min. 4 cm

Betrek een expert bij de aanleg van de takkenril. 2-5 m

2-5 2-5 m m 2-5 m

Gebruik alleen takken met een dikte van 15 cm of minder.

Plaats de takkenril op een rustige plek.

2 m 2 m 22 m m

min. min. 30 cm min. 30 cm cm de takkenril minimaal 1 m en maximaal Zorg30dat 2-5 m

2-5 m m 2-5 m 2 m hoog is. 2-5

Steek de takken zo vast mogelijk in de hoop. Leg geen aangetast of ziek snoeihout in de takkenril.

Plaats de stammen en dikke takken onderop en dunne takken bovenop.

Sla de palen die het snoeihout bij elkaar houden voor minimaal 1/3 van de paallengte in de grond.

Onderhoud Vul de takkenril jaarlijks bij.

Combineren met 05.

Overwinteringshabitat voor amfibieën

02.

Mantel- en zoomvegetatie

04.

Kruidenrijk grasland

06.

Natuurvriendelijke oever

09.

Hoogstamboomgaard

Foto: Nanda Sluijsmans

Nestkast Nestkast Nestkast huismus huismus huismus

Zangvogelkast Zangvogelkast Zangvogelkast

Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke verlichting verlichting verlichting

Takkenril Takkenril Takkenril

Steenuilenkast Steenuilenkast Steenuilenkast

Sedumdak Sedumdak Sedumdak Nestkast Nestkast Nestkasthuismus huismus huismus Nestkast huismus

RuigteRuigteRuigteenen en distelstrook distelstrook distelstrook

Stadsrietkraag Stadsrietkraag Stadsrietkraag

Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke Vleermuisvriendelijke verlichting verlichting verlichting verlichting Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat amfibieën amfibieën amfibieën

Nestkast Nestkast Nestkast slechtvalk slechtvalk slechtvalk

Een takkenril bestaat uit opgestapeld snoeihout, dat bij elkaar wordt gehouden door opstaande paaltjes. Het biedt een goede

Takkenril

Steenuilenkast Steenuilenkast SteenuilenkastSteenuilenkast Nestkast Nestkast Nestkast gierzwaluw gierzwaluw gierzwaluw

08. Takkenril

Natuurlijke Natuurlijke Natuurlijke Natuurlijke wadi wadi wadi wadi Insectvriendelijk maaibeheer Insectvriendelijk Insectvriendelijk Insectvriendelijk maaibeheer maaibeheer maaibeheer Insectvriendelijk maaibeheer

Een natuurvriendelijke oever is een oever met een flauw talud, begroeid met inheemse (oever)planten. Vanwege dit flauwe talud is

er veel variatie in waterdiepten en hebben oeverplanten een veel groter oppervlak om te kunnen groeien. Hierdoor neemt het aantal

soorten oeverplanten toe. Dit leidt direct tot een toename in het aantal diersoorten. Ook bieden natuurvriendelijke oevers meer

leefgebied voor dieren. Zo gebruiken libellen de oeverplanten om uit het water te klimmen en te ontpoppen. Larven van amfibieën

zijn in deze oevers beter beschermd tegen roofvissen.

Ten gunste van: amfibieën, insecten, vissen, min. waterplanten, waterkwaliteit.

Randvoorwaarden

1-2 x

1-2xx 1-2 1-2 x 1-2 x 4m

Onderhoud

Combineren met

01.

Houtwal

02.

Mantel- en zoomvegetatie

03.

Ruigte- en distelstrook

07.

Lijnvormige houtstructuur

10.

Liggend dood hout

12.

Insectvriendelijk maaibeheer 25 m

min. min. min. 25m m 25 min. 25 m 25 m

RuigteRuigteen Ruigteen distelstrook Ruigtedistelstrook enen distelstrook distelstrook Mantelen zoomvegetatie MantelMantelMantelen enen zoomvegetatie zoomvegetatie zoomvegetatie Mantelen zoomvegetatie

Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat Overwinteringshabitat amfibieën amfibieën amfibieën amfibieën Lijnvormige houtstructuur Lijnvormige Lijnvormige Lijnvormige houtstructuur houtstructuur houtstructuur Lijnvormige houtstructuur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2450/documents/52557