9. Ruimtelijke afweging d.d. februari 2021 Geredigeerd.pdf
Tekst van het document
De gemeente zal geen medewerking verlenen aan de bouw van de gewasteeltkas omdat deze niet past binnen het oorspronkelijke inrichtingsplan en de ambities ten aanzien van “ontstening” van het landelijk gebied en extensief, duurzaam, landschapsbeheer van de achterliggende weilanden. Daarnaast hebben wij groter twijfels of de kas past de uitstraling van het boerenhofstedeprincipe. Vast staat dat de realisatie van bebouwing in weilanden niet past binnen de uitgangspunten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Bij dit besluit nemen we ook in overweging dat het bebouwd oppervlak voor bijgebouwen bij woningen wordt overschreden en de gemaakte maatwerkafspraken volgens ons nog niet volledig zijn uitgevoerd.
4.7. Bewoning historische zomerwoning 4.7.1 Omschrijving In de ruimtelijke onderbouwing uit 2008 worden de historische wagenberging en zomerwoning al genoemd. Dit als onderdeel van de cultuurhistorische versterking van het perceel. Het verzoek was daarbij vooral gericht op de renovatie van bestaande structuren. Pas later is uiteindelijk vergunning verleend voor de bouw van historische wagenberging en de renovatie van de zomerwoning. Nu het bestemmingsplan “Nieuwersluis”
wordt geactualiseerd heeft aanvrager, als onderdeel van de inspraakreactie, het verzoek ingediend om de zomerwoning alsnog te kunnen bewonen. Omdat dit verzoek in verschillende procedures naar voren komt zien wij aanleiding om dit ook hier te bespreken.
4.7.2 Huidige bestemming De bouwwerken, in het bijzonder de zomerwoning, zijn gelegen op een tuinbestemming, voorzien van een bouwvlak. De gebouwen mogen gebruikt worden als bergruimte. Achteraf gezien kan de vraag gesteld worden waarom deze bouwwerken een tuinbestemming hebben gekregen. Waarschijnlijk zag men hierin de enige mogelijkheid om het beoogde gebruik goed vast te leggen. Een agrarisch bouwvlak kan immers niet worden toegekend (o.a. milieuregels) en een woonbestemming wekt de indruk dat hier gewoond zou mogen worden. Door de huidige bestemming is gebruik als woonruimte uitgesloten. OP grond van het bestemmingsplan kan geen medewerking verleend worden aan het verzoek.
4.7.3. Inspraakreactie Het voornaamste argument van aanvrager om bewoning van het historische zomerhuis toe te staan is dat dit oorspronkelijk altijd zo gebruikt is. Door dit gebruik opnieuw toe te kennen wordt de cultuurhistorische waarde van het perceel versterkt.
4.7.4 Beoordeling De gemeente Stichtse Vecht is in navolging van de provincie Utrecht terughoudend met het toekennen van nieuwe woonbestemmingen in het 19 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. 21 december 2020
landelijk gebied. Daarmee wil de gemeente verdere verstedelijking van het landelijk gebied voorkomen en de karakteristieke waarden beschermen. Er zijn echter enkele uitzonderingen. Deze uitzonderingen hebben tot doel de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Eén mogelijkheid is de “ruimte-voorruimte-regeling”, zoals deze is toegepast bij de vergunningverlening in 2008. Deze kan alleen toegepast worden wanneer er sprake is van een agrarische bestemming, inclusief bouwperceel. Via de vergunningverlening in 2008 heeft het perceel deze transformatie al ondergaan. Door de “sloop” van bestaande bedrijfsbebouwing en aanvullende maatwerkafspraken is een ontwikkeling in gang gezet welke de nieuwbouw van de woning op het perceel Mijndensedijk 61 mogelijk hebben gemaakt. Deze “ruimte-voorruimte-regeling” kan uiteraard maar één keer per perceel worden toepast. Daarbij geldt ook dat de (beoogde) kwaliteitisverbetering uit 2008 nu opnieuw gebruikt kunnen worden ter onderbouwing van dit verzoek. Bij de vergunningverlening in 2008 is nadrukkelijk aangegeven dat er “slechts” één woonbestemming gerealiseerd kon worden. Destijds werd onder de noemer “zomerwoning”, het atelier naast de boerderij gerealiseerd. Toen al werd door de provincie Utrecht benadrukt (brief van 21 september 2007) dat dit pand niet benut mocht worden ten behoeve van woondoeleinden.
De uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid zijn sindsdien niet zodanig gewijzigd dat het toekennen van een extra woonbestemming nu wel mogelijk is. Gelet op de gewijzigde status van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als Unesco Werelderfgoed mag eerder aangenomen worden dat de regelgeving juist is aangescherpt. In tegenstelling tot 2008 is nu sprake van een woonbestemming. De zomerwoning heeft (opnieuw) de status van een bijgebouw. Het gemeentelijk ruimtelijk beleid voorziet niet in mogelijkheid om hier alsnog een woonbestemming toe te kennen. Dat wil de gemeente ook niet omdat dit verzoek niet bijdraagt aan het behoud en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. De verruiming van het gebruik van dit bijgebouw levert geen directe kwaliteitsverbetering op, volgt niet uit een dringende noodzaak en intensiveert bovendien het gebruik van percelen die bedoeld zijn voor natuurontwikkeling en landschapsbeheer. Daarbij nemen wij ook in overweging dat de aanvrager in onze ogen de
maatwerkafspraken behorende bij de vergunning uit 2008 nog niet eens is nagekomen.
4.7.5 Conclusie De gemeente zal geen medewerking verlenen aan het gebruik van de historische zomerwoning als woning. Bij het vervolg van de procedure van het bestemmingsplan “Nieuwersluis” zal wel bezien worden of de tuinbestemming die op dit bijgebouw rust de meest doelmatige is.
20 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. 21 december 2020