CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Nota zienswijzen (anoniem) totaal.pdf

Raad 1 juli 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 17: Bestemmingsplan Ruimtekwartier29.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Door de gemeenteraad is het Stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden (november 2019) vastgesteld, waarin wordt gemotiveerd dat er een grote behoefte bestaat een woningbouw, en dat daarvoor in de eerste plaats wordt gekeken naar leegstaande en/of verouderde bedrijventerreinen. Uitbreiding van stedelijk gebied kan worden voorkomen door efficiënt met de beschikbare ruimte om te gaan. Hierdoor blijft ook het landelijke gebied van de gemeente in tact. Deze keuze heeft geleid tot het voornemen om het Ruimtekwartier te transformeren en hier onder meer woningbouw en voorzieningen tot ontwikkeling te brengen. Door middel van een Milieueffectrapport zijn de milieukundige effecten beoordeeld. Daarvan is verslag gedaan, waarbij ook aspecten van gezondheid, luchtkwaliteit en het langdurig verblijven nabij wegen zijn meegewogen. In het MER staan uiteraard aandachtpunten. Bij het project Ruimtekwartier zijn deze aandachtspunten in beeld gebracht. Deze zijn getoetst aan de wettelijke grenswaarden en waar nodig zijn maatregelen genomen (zie punt 3 van deze zienswijze). Benodigde maatregelen om het woon- en leefklimaat te verbeteren en te kunnen garanderen zijn tevens opgenomen in het bestemmingsplan (planregels en verbeelding). Zie zienswijze 2.6 punt 3

Volgens de indiener zijn de geluidsschermen noodzakelijk om het leefcomfort en -kwaliteit van de bewoners te beschermen en te verhogen en dat zonder deze maatregel een overschrijding van het omgevingslawaai alleen maar zal toenemen. De indiener stelt dat er tijdens de inloopavond medegedeeld is dat er over gesproken wordt, maar dat er nog geen concrete plannen zijn. Nota zienswijzen Ruimtekwartier

40

6

7

De indiener stelt dat er vanuit de tuinen concrete metingen moeten worden gedaan omdat zonder deze metingen het onmogelijk is om vast te stellen welke geluidschermen voldoende zouden zijn. De indiener concludeert dat het nodig is om de hoogste, meest geluiddempende geluidsschermen te plaatsen om de kwaliteit van leven in Bloemstede te waarborgen. De indiener haalt pagina 16 van het ‘ontwerp actieplan omgevingslawaai 2018-2022’ aan. De indiener stelt dat het goed zou zijn om de compenserende maatregels persoonlijk met alle bewoners te bespreken zodat ook na de uitvoering van alle plannen de bewoners tevreden terug kunnen kijken op het project.

De indiener stelt dat in 2018-2020 eerder een zienswijze heeft ingediend. De indiener is naar aanleiding van dit contact deelnemer geworden van de participatiegroep en is nauw betrokken geweest bij de plannen omtrent Haagstede en Ruimtekwartier. De indiener stelt dat hoewel de plannen verder gaan, er sinds 2018 nog niets gedaan is om de bewoners van Bloemstede te beschermen. Geen geluidschermen, geluidsarm asfalt en geen andere kwaliteit bevorderende maatregelen, terwijl er ondertussen grote panden worden neergezet voor zwaar vrachtverkeer en nieuwe woningen worden gebouwd volgens de indiener.

Zie zienswijze 2.6 punt 3 Aanvullend: De gemeente Stichtse Vecht is ondertussen verdergegaan met het uitwerken van een plan voor het opwaarderen en realiseren van het geluidsscherm rondom Bloemstede. Daarbij wordt nu niet alleen meer gekeken naar de het geluidscherm grenzend aan de Ruimteweg. Er wordt ook gekeken geluidsschermen aan de Amsterdamseslag, de Floraweg en de Burgemeester Waverijnweg. Dit heeft uiteraard gevolgen voor het aanzien van het huidige groene talud en het uitzicht van de bewoners. Daarom gaat de gemeente de bewoners van Bloemstede binnenkort informeren en betrekken bij deze ontwikkeling via een of meerdere bijeenkomsten. De bewoners van Bloemstede en specifiek de bewoners aan de rand van Bloemstede, krijgen dan de gelegenheid om hun input te leveren op de plannen van de gemeente. Zie zienswijze 2.6 punt 3. Verder worden op bladzijde 171 van de MER inderdaad een opsomming gegeven van de te nemen geluidsreducerde maatregelen. Dit zijn maatregelen die genomen worden ook ten behoeve van de bestaande woningen in Bloemstede wat ook in de opsomming opgenomen is. Zo komt er ook geluidreducerend asfalt op de Ruimteweg en wordt het geluidsscherm rond Bloemstede opgericht of opgehoogd om zo het geluid op de bestaande woningen te reduceren.

De indiener haalt pagina 172 van de MER aan waarin een opsomming is gegeven over alle noodzakelijke geluidsmaatregelen. De indiener stelt dat het bijzonder is dat overal geluidsreducerend asfalt moet komen om de geluidsdoelen te halen maar dat rondom Bloemstede niks gedaan wordt. De indiener stelt dat de Burgemeester Waverijnweg niet genoemd wordt, terwijl het kruispunt drukker zal worden.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

41

8

9

10

De indiener stelt dat de maatregelen onontkoombaar genomen moeten worden om de inwoners van Bloemstede te beschermen. De indiener stelt dat de verkeersstromen beperkt moeten worden in Maarssenbroek om zo ook de bewoners van Bloemstede te beschermen. De indiener stelt dat dit mogelijk is door het wegennet zo aan te passen dat al het verkeer van het Ruimtekwartier niet door Maarssenbroek rijdt, maar via Utrecht. De indiener stelt dat als de zware vrachtwagens en het overige verkeer middels het wegennet gedwongen worden om via Lage Weide naar de A2 te gaan, de druk op Bloemstede zal afnemen. De indiener stelt dat een verkeersinfarct dreigt als deze mensen ook via Maarssenbroek de Zuilense Ring op moeten aangezien er nu ook al geen doorkomen aan is volgens de indiener.

De indiener benadrukt de zorgen over de gezondheid van de indiener en het gezin van de indiener. De indiener stelt dat op15 januari 2024 dit verhaal is gedeeld met de gemeente, maar dat deze tijdens het gesprek zonder wat te zeggen wegliep. De indiener stelt dat meerdere mensen dit gezien hebben en dat er ronduit schande van werd gesproken. De indiener stelt dat de MER laat zien dat er volgens verschillende adviesorganen eigenlijk niet gebouwd mag worden voor allerlei gezondheidsredenen. De indiener vraagt zich af wat de gemeente hoger op het lijstje heeft staan, de bouwplannen of de gezondheid van mensen.

11

De indiener hoopt dat de zienswijze in behandeling wordt genomen en de plannen kunnen worden herzien zodat het leefcomfort op Bloemstede verbeterd kan worden. Aanpassingen: De zienswijze heeft geen aanpassingen van het bestemmingsplan tot gevolg. 2.12 1

Korte inhoud zienswijze De indiener verzoekt om de plannen om de Maarssenbroeksedijk aan te sluiten op de Burgemeester Waverijnweg te heroverwegen.

In de zienswijze wordt aangegeven dat door de komst van de woningen de druk op de bestaande infrastructuur zal toenemen. Dat klopt en daarom worden er een groot aantal verkeersmaatregelen in de omgeving van Ruimtekwartier genomen. De verkeersmaatregelen, welke beschreven worden in hoofdstuk 6 van de verkeersnotitie, hebben betrekking op alle deelgebieden en alle wegvakken. Er zullen maatregelen genomen worden op de Maarssenbroeksedijk, de Burgemeester Waverijnweg, de Ruimteweg, de Planetenbaan, bij het Kwadrant en de Maarssenbroekseslag. De maatregelen zijn bedoeld om de doorstroming van verkeer en de verkeersveiligheid te bevorderen. Ook vindt er een evenwichtigere verdeling van de verkeersafwikkeling plaats. Het wordt daardoor niet overal drukker. In de zienswijze wordt in het bijzonder gewezen op toenemende drukte op de Ruimteweg. Door het afsluiten van de Kometenweg neemt het aantal verkeersbewegingen op de Ruimteweg tussen de Burgemeester Waverrijnweg en de Kometenweg juist af. Daar is de woning van deze bewoner ook gelegen. Voor de beantwoording van het onderdeel verkeer, wordt verwezen naar de verkeersnotitie die is opgesteld mede naar aanleiding van deze zienswijze. Zie punt 3 van deze zienswijzen.

Dit onderdeel van de zienswijze heeft alleen betrekking op gezondheid. Deze zienswijze heeft dus geen betrekking op het planologisch kader zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan. De zienswijze over de gezondheid vormen derhalve geen afwegingskader voor deze procedure en kunnen dus niet leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Of verwijzing naar punt 3 van deze zienswijzen Zie de beantwoording van voorgaande punten

Reactie gemeente Zie zienswijze 2.6 punt 2 voor verkeer en de verkeersnotie.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

42

De indiener stelt voor om het vrachtverkeer dat nu al gebruik maakt van de Maarssenbroeksedijk te handhaven via de Meteorenweg. De indiener stelt dat dit dient om de wijken Antilopespoor, Duivenkamp, Boomstede en Bloemstede te ontzien van onnodig verkeer/geluidshinder. De indiener stelt dat tevens de toename van fijnstof in deze bewonersgebieden niet wenselijk is. 2 De indiener stelt dat de geplande hoogbouw op het Ruimtekwartier Zie zienwijze 2.6 punt 6 en Kwadrant niet ten goede komt van de zonuren van de bewoners van Bloemstede. De indiener stelt dat hoge torens die zonlicht blokkeren mogelijk zullen leiden tot waardevermindering van de betreffende huizen. 3 De indiener stelt dat zij bezwaar maken tegen het ontwerp omgeZie zienswijze 2.9 punt 3 vingsvisie. De indiener verzoekt om het ontwerp omgevingsvisie gewijzigd vast te stellen, namelijk door het vrachtverkeer over het industrieterrein te laten rijden. Aanpassingen: De zienswijze heeft geen aanpassingen van het bestemmingsplan tot gevolg. 2.13 1

Korte inhoud zienswijze Reactie gemeente De indiener stelt dat ten behoeve van het realiseren van een woonBij de beoordeling van de nadere uitwerking van het gebouw is de aanpassing van mix en de optimalisatie van het gebouw bij nadere uitwerking van het de bouwhoogte van 19 meter naar 22 meter akkoord. Het bestemmingsplan wordt schetsontwerp, het noodzakelijk is om de bouwhoogte van 19 meter hierop aangepast. naar 22 meter te corrigeren. De indiener stelt dat deze correctie reeds gedragen wordt door buro MA.AN welke namens de gemeente als supervisor optreedt. Aanpassingen: De zienswijze heeft aanpassingen van het bestemmingsplan tot gevolg: 1. de bouwhoogte op de verbeelding wordt aangepast van 19 meter naar 22 meter. 2.14 1

Korte inhoud zienswijze De indiener geeft aan dat aan de noord(oost)zijde van het plangebied, bouwhoogten zijn aangegeven. Volgens de indiener zijn er in gesprekken met de gemeente en initiatiefnemers aangegeven dat er de voorkeur is voor meer flexibiliteit om de volgende redenen: De indiener stelt dat artikel 8.4.2 de mogelijkheid biedt om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 8.2.2. sub c ten behoeve van een overschrijding van de in de verbeelding aangegeven maximum bouwhoogte, indien dit vanuit het oogpunt van

Reactie gemeente Er is naar inziens van de gemeente geen aanleiding om meer flexibiliteit in te bouwen dan in het ontwerpbestemmingsplan is toegestaan voor de verandering van de positionering van de gebouwen. Aangezien de onderzoeken, waar de maatregelen voor de hele ontwikkeling van Ruimtekwartier uit voortvloeien, zijn gebaseerd op de bouwmogelijkheden (maatvoeringen en bouwvlakken) zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Door in de regels nog meer flexibiliteit te bieden kan dat een goede ruimtelijke ordening in de weg staan. Hierdoor worden de regels niet verruimt om de positionering van de gebouwen aan te passen.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

43

2

3

bouwkundige overwegingen noodzakelijk is, waarbij eerst advies wordt gevraagd aan de stedenbouwkundige supervisor. De indiener stelt voor om niet alleen op basis van bouwkundige eisen de mogelijkheid tot afwijking op te nemen, maar in een breder afwegingskader ook afwijking van de bouwhoogten in het kader van het leefklimaat op te nemen om de volgende redenen: 1. Er zijn in het bestemmingsplan een aantal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen inzake het uitvoeren van nadere onderzoeken, windhinder, akoestiek, etc. Mocht uit één van deze onderzoeken nu blijken dat het beter is om de torens anders te situeren/positioneren om het leefklimaat te verbeteren, dan wel de kosten van de maatregel te hoog zijn in verhouding tot het eventueel draaien van de bebouwing om de gebouwen te realiseren, dan zou dit artikel de mogelijkheid moeten kunnen bieden volgens de indiener. De indiener stelt voor om het artikel te verduidelijken en deze mogelijkheid te verbreden en niet alleen de afwijkingsmogelijkheid op te nemen op basis van bouwkundige eisen. De indiener verduidelijkt dat het niet gaat om het veranderen van de maximale bouwhoogte, maar de positionering van de vlakken aangeduid met de maximale hoogte.

De indiener stelt dat de gebouwen alleen ter plaatse van het bouwvlak gebouwd mogen worden en dat ter plaatse van de maatvoeringvlakken van de toren een maximale bouwhoogte is opgenomen voor de gebouwen. Naast de maatvoeringsvlakken gelden er ook de aanduidingen “specifieke aanduiding – dwaalspoor” en aanduiding “specifieke vorm van wonen – parkeergarage 1”. De indiener geeft aan dat op de verbeelding onduidelijk is wat de maximale bouwhoogte is van de hoofdgebouwen ter plaatsen van de aanduidingen “specifieke aanduiding – dwaalspoor” en aanduiding “specifieke vorm van wonen – parkeergarage 1”. De indiener stelt dat de grens van de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 anders ligt ten opzicht van het ontwerp Parapluplan Archeologie en verzoekt om de plannen op elkaar aan te passen.

Echter is de gemeente het wel eens met de indiener om artikel 8.4.2. lid a te verduidelijken dat e afwijking is uitsluitend toegestaan indien de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon-, werk- en leefklimaat in de directe omgeving. Dit wordt dan ook aangepast in het bestemmingsplan.

Het is correct dat op de verbeelding de maatvoering van de aanduiding “specifieke aanduiding – dwaalspoor” en aanduiding “specifieke vorm van wonen – parkeergarage 1” niet zijn geregeld. De maatvoering van deze onderdelen zijn geregeld in de regels van het bestemmingsplan in verschillende subartikelen van artikel 8.2. Om de maatvoering van deze aanduidingen te verduidelijken wordt artikel 8.2.2. aangepast om zo de verschillende hoogtemaatvoeringen voor hoofdgebouwen te clusteren.

Het is correct dat de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2 anders ligt ten opzichte van het Ontwerpparapluplan Archeologie. Het Ontwerpparpapluplan Archeologie is gebaseerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente. Voor het bestemmingsplan van Ruimtekwartier heeft er archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Uit dit archeologisch onderzoek blijkt dat er een dubbelbestemming "Waarde Archeologie" voor een strook langs de Maarssenbroeksedijk en Stadswetering met een breedte van 50 meter langs de wetering, plus buffers van 50 meter rondom aangetoonde historische bebouwing op de Kadastrale Minuut van

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

44

1811-1832 opgenomen moet worden. De rest van het plangebied behoeft geen archeologische dubbelbestemming en kan worden vrijgegeven voor de geplande ontwikkelingen. De input voor de archeologische dubbelbestemming in dit bestemmingsplan is gebaseerd op planspecifiek onderzoek. En is daarom leidend voor het regelen van de dubbelbestemming in het planvoornemen.

4

De indiener stelt dat in hoofdstuk 10 van de MER is opgenomen waar de leemten in de kennis en nader onderzoek nog nodig is. De indiener stelt dat de onderzoeken naar wegverkeerslawaai en bedrijven en milieuzonering inmiddels beschikbaar zijn en vraagt om een bevestiging dat deze onderzoeken en uitkomsten worden verwerkt in het MER en bestemmingsplan bij vaststelling.

Het verzoek tot het aanpassen van de dubbelbestemmingen wordt daarom niet gehonoreerd. Het is correct dat in hoofdstuk 10 van het MER aangegeven wordt dat er nog nadere onderzoek nodig zijn. Echter kunnen niet alle onderzoeken al uitgevoerd worden omdat de nog niet alle gebouwen vergenoeg zijn uitgewerkt of op de definitieve plaats gezet zoals voor wegverkeerslawaai. Voor wegverkeerslawaai wordt het volgende aangegeven: dit MER laat zien welke geluidsbelasting verwacht mag worden in het plangebied op de grenzen van de bouwvlakken, grotendeels zonder rekening te houden met de afschermende werking van de nieuwbouw. In het kader van het bestemmingsplan en besluit hogere waarden moet onderzoek uitgevoerd naar welke aanvullende maatregelen nodig zijn binnen de kavels en aan de gevels van de nieuwe woningen om te voldoen aan het gemeentelijke geluidbeleid en een gezond leefklimaat te realiseren. Dit onderzoek is geborgd in het bestemmingsplan dat deze onderzoeken plaats gaan vinden wanneer de gebouwen verder zijn uitgewerkt. Over bedrijven en milieuzonering wordt aangegeven dat er nog nader onderzoek naar de feitelijke en op basis van concrete toekomstplannen te verwachten hinder van bedrijven rond het plangebied onderzocht moet worden. Hiervoor is door Peutz een quickscan uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd aan het bestemmingsplan als bijlage 8 van de toelichting.

Aanpassingen: De zienswijze heeft aanpassingen van het bestemmingplan tot gevolg: 1. artikel 8.4.2. lid a wordt verduidelijkt en in artikel 8.4.2. lid e wordt in afwijking uitsluitend toegestaan indien de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon-, werk- en leefklimaat in de directe omgeving. 2. De maatvoering van de aanduidingen (specifieke aanduiding – dwaalspoor” en “specifieke vorm van wonen – parkeergarage 1”) te verduidelijken wordt artikel 8.2.2. aangepast.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

45

3 Vooroverlegpartners 3.1 3.2 3.3

Provincie Utrecht Gemeentelijke gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU) Rijkswaterstaat Midden-Nederland

Reactie vooroverlegpartners 3.1 Korte inhoud reactie provincie Utrecht 1 De provincie Utrecht is akkoord zijn met het ontwerpbestemmingsplan. Aanpassingen: De reactie heeft geen aanpassingen van het bestemmingsplan tot gevolg. 3.2 1

2

Korte inhoud reactie gemeentelijke gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU) De GGDrU (hierna GGD) ziet de noodzaak om woningen te bouwen, zodat de woningnood niet verder toeneemt. De GGD is na het doornemen van de het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken positief over het meenemen van gezondheidsbevorderende maatregelen. Echter stelt dat de GGD dat op het gebied van gezondheidsbescherming het plan nog tekort schiet. De GGD stelt dat er nog niet genoeg maatregelen in het plan zijn opgenomen om het plangebied zo gezond mogelijk in te richten. Volgens de GGD is het plangebied is onderhevig aan zware milieubelasting door met name geluid en luchtverontreiniging, wat onder andere een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, luchtwegaandoeningen, slaapverstoring en (ernstige) astma bij kinderen geeft. Door ontwikkeling van het Ruimtekwartier komen er duizenden extra bewoners te wonen die aan deze risico's worden blootgesteld. De GGD vindt dat dit in de MER onderbelicht blijft.

Archimedeslaan 6, 3584BA De Dreef 5, 3706 BR

Utrecht Zeist

Griffioenlaan 2, 3526LA

Utrecht

Reactie gemeente De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.

Reactie gemeente De inhoudelijke reactie wordt in de navolgende punten behandeld.

Door de gemeenteraad is het Stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden (november 2019) vastgesteld, waarin wordt gemotiveerd dat er een grote behoefte bestaat een woningbouw, en dat daarvoor in de eerste plaats wordt gekeken naar leegstaande en/of verouderde bedrijventerreinen. Uitbreiding van stedelijk gebied kan worden voorkomen door efficiënt met de beschikbare ruimte om te gaan. Hierdoor blijft ook het landelijke gebied van de gemeente in tact. Deze keuze heeft geleid tot het voornemen om het Ruimtekwartier te transformeren, waar al 5 kantoorpanden zijn getransformeerd naar woningen, en hier onder meer woningbouw en voorzieningen tot ontwikkeling te brengen. Door middel van een Milieueffectrapport zijn de milieukundige effecten beoordeeld. Daarvan is verslag gedaan, waarbij ook aspecten van gezondheid, luchtkwaliteit en het langdurig verblijven nabij wegen zijn meegewogen. In het MER staan uiteraard aandachtpunten. Bij het project Ruimtekwartier zijn deze aandachtspunten in beeld gebracht. Deze zijn getoetst aan de wettelijke grenswaarden en waar nodig zijn maatregelen genomen (zie punt 3 van

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

46

zienswijze 2.11). Hierdoor wordt er voldaan aan de wettelijke eisen en wordt op verschillenden punten zelfs gestreefd om het beter te doen, maar kunnen niet aan alle adviezen van de GGD voldaan worden. Benodigde maatregelen om het woon- en leefklimaat te verbeteren en te kunnen garanderen zijn tevens opgenomen in het bestemmingsplan (planregels en verbeelding). 3

Geluid De GGD haalt aan dat de focus van de MER vooral ligt op (zware) geluidsbelasting. De GGD vindt het hanteren van de maximale ontheffingswaarden vanuit het oogpunt van de gezondheid zorgelijk omdat deze boven de standaard normen liggen, waarvan de GGD stelt dat deze al matig beschermend zijn. De GGD stelt dat de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO en de GGD, waar de omgevingsvisie als ambitie naar refereert, niet bereikbaar zijn in het plan. De GGD stelt dat het onderhavige plan zonder maatregelen juridisch onuitvoerbaar is en geeft aan dat de noodzaak om vanuit zorg voor de gezondheid van de toekomstige bewoners een zeer stevig pakket aan maatregelen te geven niet is terug te lezen in het plan. Ook wordt door de GGD aangegeven dat welke additionele maatregelen genomen worden door de projectontwikkelaar te vrijblijvend zijn. De GGD raadt maatregelen aan de bron of op het tussenliggende terrein aan.

4

Luchtkwaliteit De GGD stelt dat de conclusie in de MER voor de luchtkwaliteit niet passend is voor de situatie voor de luchtverontreiniging een ‘neutrale score’. De GGD stelt dat de lucht ter plekke van een drukke verkeersader slecht is voor de gezondheid en dat duizenden extra mensen binnen de belaste zone komen te wonen. De GGD stelt dat dit vanuit een gezondheidsperspectief niet neutraal genoemd kan worden. De GGD stelt dat in de MER enkele losse componenten van luchtverontreiniging bekeken zijn terwijl het gezondheidseffect veroorzaakt wordt door het mengsel van stoffen nabij een weg. Verder geeft de GGD aan dat van de component dat de nadeligste gezondheidseffecten geeft (roet) meestal geen meetdata beschikbaar is. De (relatief)

In de MER staan de maatregelen (bijlage 15 bij de toelichting) benoemd die allemaal genomen worden om de geluidsbelasting op de gevel af te laten nemen. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen omtrent de gezonde leefomgeving, dit betreft ook regels voor geluid. De strekking van de opmerking van de GGD is gelijk aan een amendement die door GroenLinks is ingediend bij de behandeling door de gemeenteraad van het Stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden (november 2019). Daardoor zijn in zowel de hierna opgestelde Ontwikkelkaders als in het bestemmingsplan nadere voorwaarden opgenomen om een goed woon- en leefklimaat tot stand te brengen. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting geluidwerende maatregelen opgenomen.

In de MER en de aanvullende notitie op de MER is het aspect luchtkwaliteit beschouwd. Voor de beoordeling van het thema luchtkwaliteit in het kader van het MER is gekeken naar de luchtkwaliteit er hoogte van woningen. De beoordeling is gebaseerd op het aantal woningen met een toe- of afname van e jaargemiddelde concentratie van meer dan 0,4 μg/m3 voor NO2, PM10 of PM2.5 als gevolg van de ontwikkeling. In het onderzoek is de situatie na de realisatie van de ontwikkeling vergeleken met de autonome ontwikkeling (referentiesituatie) op basis van modelbrekingen. Uit de berekeningen bleek dat de bijdrage van het plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 of PM2.5 zeer klein is. De maximale bijdrage van het plan aan de NO2concentratie bedroeg 0,1 μg/m3 en de toename van de fijnstofconcentratie (PM10 en PM2.5) bij woningen was nergens groter dan 0,0 μg/m3.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

47

meest onschuldige component (PM10) raakt aan de WHO advieswaarde, de andere componenten gaan daar ruim overheen maar blijven (rondom) de Nederlandse normen. Dit lijkt acceptabel, maar mengseltoxiciteit (de oorzaak van de slechtere gezondheid van mensen die dichtbij drukke wegen wonen, en de reden waarom de GGD afstandsnormen hanteert) blijft op deze manier buiten beschouwing.

5

6

7

8

1

Luchtverontreiniging beperken door andere maatregelen De GGD stelt dat waar er aan de grote verkeersbronnen weinig gedaan kan worden, er zoveel mogelijk andere bronnen ingedamd moeten worden. Dit werd door de GGD ook aangehaald in hun reactie op het voorontwerp bestemmingsplan met betrekking tot het thema houtstook. Hierop kwam het antwoord dat het niet mogelijk is om maatregelen op te nemen in het bestemmingsplan. De GGD stelt voor om bij het opstellen van het omgevingsplan hier wel rekening mee te houden en draagt verschillende voorbeelden ter inspiratie aan. Gevoelige groepen en bestemmingen De GGD onderscheidt verschillende groepen die extra gevoelig zijn en stelt dat hun gezondheid beschermd kan worden door deze groepen niet langdurig nabij drukke wegen te laten verblijven. Gevoelige bestemmingen zijn voorzieningen waar mensen die tot de hooggevoelige groepen behoren veel tijd doorbrengen. De GGD raadt af om deze voorzieningen dicht bij drukke verkeersaders te situeren. Geurhinder De GGD stelt dat omliggende bedrijven geuroverlast kunnen geven. De GGD ziet twee opties, het beperken van de mogelijkheden voor deze bedrijven of accepteren dat er sprake is van een hogere milieubelasting. De GGD is geen voorstander van de tweede optie aangezien zij stellen dat de toekomstige bewoners al aan hoge milieudruk bloot worden gesteld.

Kortom, de GGD begrijpt dat woningbouw nodig is, maar is van mening dat als dat op een dergelijke zwaar milieubelaste locatie plaats

Na de actualisatie van het verkeersmodel is het aspect nog een keer beschouwd in de aanvulling op de MER: Naast wegen met een verkeerstoename is er ook wegen waar er sprake is van een verkeerafname. Hierdoor kan het zijn dat op basis van de nieuwe verkeersgegevens de ontwikkeling ook lokaal een positief effect hebben op de luchtkwaliteit. De maximale verkeersafname is iets groter dan de maximale verkeerstoename op basis van het VRU3.4 model (oude verkeersmodel), maar gelet op de eerdere resultaten zal dat niet leiden tot een afname van de concentraties NO 2, PM10 of PM2.5 van meer dan 0,4 μg/m3. Hiermee wordt voldaan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit. Dit onderdeel van de zienswijze heeft alleen betrekking op de eerdere nota inspraak behorende bij het voorontwerpbestemmingsplan, en het opstellen van het omgevingsplan. Deze zienswijze heeft dus geen betrekking op het planologisch kader zoals vastgelegd in dit vast te stellen bestemmingsplan. Dit onderdeel van de zienswijze vormt derhalve geen afwegingskader voor deze procedure en leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Zie punt 2 van deze reactie.

Voor het ontwerp bestemmingsplan is een nader onderzoek milieuzonering 1 uitgevoerd. In dat rapport is onderbouwd dat de geurhinder van Lage Weide geen belemmering is voor deze ontwikkeling.

De gemeente begrijpt de reactie maar verwijst voor de beantwoording naar 3.2 punt 2

Quickscan onderzoek naar de milieubelasting op de beoogde woningbouw ten gevolge van bedrijven, Peutz, referentie HH/HH/CJ/O 16957-2-RA-001 d.d. 27 oktober 2023 en Akoestisch onderzoek Qumey en Klarenbeek Autoschade, Peutz referentie HH/EV/TvdE/O 16957-4-RA-001, d.d. 4 december 2023 Nota zienswijzen Ruimtekwartier 48

moet vinden, er alles aan gedaan moet worden om de toekomstige bewoners te beschermen. Zodat het eerste thema uit de Omgevingsvisie van Stichtse Vecht ook overeind blijft: ‘gezondheid voor iedereen’. Aanpassingen: De reactie heeft geen aanpassingen van het bestemmingsplan tot gevolg 3.3 1

2

Korte inhoud reactie Rijkwaterstaat (RWS) Rijkswaterstaat geeft aan, dat er reeds reactie is gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan. Rijkswaterstaat is positief over het toevoegen van mobiliteitskaders en dat uit wordt gegaan van een lagere parkeernorm ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. Rijkswaterstaat heeft nog een aantal aandachtspunten voor het plan. Rijkswaterstaat stelt dat er beredeneerd wordt dat veel toekomstige bewoners met de trein gaan reizen omdat er een NS station in de buurt aanwezig is. Rijkswaterstaat vraagt of hier sprake van is aangezien er enkel sprinters met een frequentie van 2 keer per uur richting Amsterdam en Utrecht rijden.

Reactie gemeente De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.

Naar aanleiding van de zienswijzen heeft de gemeente in samenwerking met adviesbureau RHDHV de notitie “Mobiliteit en verkeer in het Ruimtekwartier” opgesteld. Het doel van deze notitie is het geven van een nadere toelichting en onderbouwing van de keuzes die ten aanzien van de ontwikkeling van Ruimtekwartier zijn gemaakt op het gebied van verkeer. Vooral van omwonenden hebben wij, ook in de zienswijzen, terug gekregen dat uit de stukken onvoldoende blijkt welke maatregelen genomen gaan worden en welk effect die hebben in de praktijk. Via de notitie wordt nu op één plek inzicht gegeven. Ten behoeve van het opstellen van de notitie is tevens de het verkeersmodel geactualiseerd (basisjaar 2023) zodat is gewerkt met de meest actuele verkeerscijfers. Daarnaast gaat deze notitie in op de eventuele effecten van de planontwikkeling op de verdere omgeving (Zuilense Ring, A2-aansluiting, naastgelegen woonwijken en bedrijventerreinen). In de verkeersnotitie wordt verder ingegaan op de verdere mobiliteitsbeperkende maatregelen, het stimuleren van fietsgebruik en het mobiliteitsconcept. Verder is de gemeente van mening dat het hier “slechts” gaat om een beperkt aantal verbindingen voor sprinters vormt het station Maarssen een wezenlijk (openbaar vervoers) verbinding voor tal van reizigers. Het station wordt gebruikt door inwoners, bezoeker en werknemers van binnen en buiten de gemeente.

Het station is van belang voor Maarssen maar ook voor Lage Weide in Utrecht. De gemeente ziet dagelijks dat mensen gebruik maken van deze verbinding. In Ruimtekwartier zijn enkele bestaande gebouwen al omgezet naar wonen, onder ander voor studenten. Hierbij is ook te zien dat zij gebruik maken van de trein. De beoogde nieuwe bewoners van Ruimtekwartier zijn starters, eenpersoonshuishoudens en studenten (alleen toegestaan in Kwadrant wat buiten de strekking van dit bestemmingsplan ligt). Het gaat veelal om woningen voor eenpersoonshuishoudens. Zij beschikken veelal

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

49

niet over een auto. Door autogebruik niet te stimuleren (zie hoofdstuk 6 maatregelen in de verkeersnotitie) en de bereikbaarheid van openbaar vervoer te verbeteren, stimuleert de gemeente om zo nieuwe bewoners de trein/openbaar vervoer te gebruiken en niet te kiezen voor een auto. 3

Rijkswaterstaat stelt dat een goede aansluiting op het fietsnetwerk inderdaad noodzakelijk is. Rijkswaterstaat stelt dat de manier waarop dit moet gebeuren nog niet helemaal duidelijk is en de onderbouwing waarom een goede aansluiting op het fietsnetwerk automatisch leidt tot veelvuldig fietsgebruik ontbreekt.

In de verkeersnotitie worden op verschillende plaatsen ingegaan op de wijze waarop de aansluiting op het fietsnetwerk wordt verbeterd bijvoorbeeld door het verleggen van het fietspad op de Maarssenbroeksedijk voor minder conflictpunten met de auto. De gemeente vindt dat een goede aansluiting op het fietsnetwerk mogelijk niet automatisch leidt tot veelvuldig fietsgebruik een vinden dit een opmerkelijke constatering. Niet ter discussie zal staan dat een goede aansluiting de kans op veelvuldig fietsgebruik stimuleert. Een goede aansluiting alleen is uiteraard niet voldoende. Daarom maakt het realiseren van een goede aansluiting op het fietsnetwerk onderdeel uit van een heel pakket aan maatregelen die genomen worden. Daarbij spelen ook het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer, veilige fietsroute, onaantrekkelijk maken van autobezit (betaald parkeren, lagere parkeernorm) en voldoende ruimte voor een overdekte stalling van fietsen een belangrijke rol. Voor een volledig overzicht van alle maatregelen wordt verwezen naar de verkeersnotitie.

4

Rijkswaterstaat stelt dat het wat betref mobiliteit niet inzichtelijk gemaakt wordt wat de verwachte oriëntatie van de toekomstige bezoekers en bewoners zou kunnen zijn. De Rijkswaterstaat stelt dat hiervoor een inschatting gedaan kan worden op basis van vergelijkbare referentiegebieden en dat daaruit aangegeven kan worden welke consequenties dit heeft voor de aansluiting op de A2 en de A2 zelf.

5

Rijkswaterstaat verwacht dat de beoogde ontwikkeling zal leiden tot toenemende verkeersintensiteiten richting de A2 en verzoekt dat er zoveel mogelijk ingezet wordt op mobiliteitsbeperkende maatregelen

Naast de verkeersnotitie wordt ook in de ontwikkelkaders van de verschillende deelgebieden wordt ingezet op een aantrekkelijk verblijfsklimaat en een aantrekkelijke en veilige doorgaande route voor de fiets. Ook hiermee wordt fietsverkeer gestimuleerd Zoals aangegeven in punt 2 van deze zienswijzen gaat het om woningen die geschikt als eenpersoonshuishouden. Het gaat naast studenten en starters ook om ouderen. Vooral starters zullen, hopelijk, afkomstig zijn uit onze gemeente. De gemeente hoopt met deze plannen namelijk te kunnen voorzien in een groot deel van de woonbehoefte van onze inwoners. Dit zijn mensen die bekend zijn met de (woon)omgeving van Ruimtekwartier. Zij zullen dan naar verwachting ook georiënteerd zijn op de eigen gemeente of de randgemeenten. Familie en vrienden wonen naar waarschijnlijkheid ook in de directe omgeving, mogelijk zelfs in Maarssenbroek. De groep studenten zal hoogstwaarschijnlijk niet geheel uit onze gemeente afkomstig zijn. De oriëntatie zal vooral liggen op de onderwijsvoorzieningen in de gemeente Utrecht. De gemeente heeft o.a. naar aanleiding van deze zienswijzen de verkeerseffecten van de planontwikkeling voor de wijdere omgeving onderzocht.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

50

Als gevolg van de planontwikkeling nemen de verkeersintensiteiten op de Zuilense Ring en de aansluitingen op de A2 ook toe. Het (StraVecht-)verkeersmodel voorspelt de volgende veranderingen in intensiteiten: Zuilense Ring tussen Ruimteweg en aansluiting A2: + 1.500 voertuigen per etmaal; op een totale intensiteit van 80.400 betekent dit een relatieve toename van 1,9%; Zuilense Ring tussen Amsterdam-Rijnkanaal en Ruimteweg: + 700 voertuigen per etmaal; op een totale intensiteit van 62.600 betekent dit een relatieve toename van 1,1%; Aansluiting A2: maximale toename + 600 voertuigen per etmaal op zuidelijke afrit richting Zuilense Ring; op een totale intensiteit van 24.600 betekent dit een relatieve toename van 2,5%. Deze verkeerstoenames als gevolg van de planontwikkeling Ruimtekwartier zijn beperkt en zullen niet zorgen voor doorstromingsproblemen op de Zuilense Ring en/of de aansluitingen van de A2. 6

Rijkswaterstaat verzoekt om bij het vaststellen van het bestemmingsplan rekening te houden met bovenstaande aandachtspunten. Aanpassingen: De reactie heeft geen aanpassingen van het bestemmingsplan tot gevolg.

De inhoudelijke reactie wordt in de voorgaande punten behandeld.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

51

4

Ambtshalve wijzigingen

Gedurende de periode tussen ontwerp en vaststelling is ook het plan door de commissie MER behandeld. Naar aanleiding van dit advies zijn er aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Deze wijzigingen worden ook meegenomen in de ambtshalve wijzigingen. Ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan zijn de volgende ambtshalve wijzigingen doorgevoerd in het vast te stellen bestemmingsplan. Deze worden op hoofdlijnen hieronder beschreven: 4.1 Verbeelding Nr Omschrijving 1 De aanduiding ‘brug’ bij het noordelijke plot (Venus) is aangepast van 2 aanduidingen naar 1 grotere aanduiding. Hiermee is ook de aanduiding ‘verkeer’ ten behoeve van de ontsluiting van deze brug mogelijk gemaakt. 2 De aanduiding ‘verkeer’ in bestemming Groen-1 bij het noordelijke plot (Venus) is vervangen door de ‘specifieke vorm van groen - parkeren / verkeer’ in de bestemming Groen -1 ten behoeve van het entreegebied van dit plot. Ook is ten behoeve van het entreegebied de aanduiding ‘parkeerterrein’ opgenomen in de bestemming Wonen. 3 De duiker (bestemming Groen – 1 met aanduiding ‘verkeer’) en de aanduiding ‘brug’ van het middengebied zijn aangepast. De duiker is komen te vervallen en vervangen voor de bestemming Water. De aanduiding ‘brug’ is versmald.

Verder is ten behoeve van het entreegebied van het middengebied de aanduiding ‘verkeer’ en ‘parkeerterrein’ vervangen door ‘specifieke vorm van groen - parkeren / verkeer’. 4 In het zuidelijke plot van het plangebied zijn de overige zone - overdekt 1 en overige zone - overdekt 2 komen te vervallen. Verder is het westen en het oosten van het zuidelijke plot de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen parkeergarage 1’ aangepast naar de aanduiding ‘parkeerterrein’. 4.2 Regels Nr Omschrijving Het toevoegen van de begrippen: dwaalspoor, geluidsbeperkende voorziening, loopbrug en nutsvoorziening 1 Deze begrippen zijn ook aangepast in de artikelen waarin zij voorkomen. De volgende begrippen zijn komen te vervallen: geluidsluwe buitenruimte, geluidsluwe gevel, natuurgebied Ooste2 lijke Vechtplassen, negatief effect op een Natura 2000-gebied door stikstofdepositie, stikstofdepositie, stikstof gevoelige habitats, voorzieningen ter voorkoming van geluidhinder. Wijze van meten: het meten van het bouwhoogte is de zinssnede met uitzondering van vloerpeil toegevoegd ter 3 verduidelijk van de regels. Artikel Groen – 1 is geoptimaliseerd en verduidelijkt, daarbij zijn trappen, hellingbanen en 1 kunstobject nu ook 4 toegestaan met bijbehorende regels.

De aanduiding ‘parkeerterrein’ is komen vervallen evenals de afwijking in de bouwregels om de bouwhoogte van een landschappelijke afdekking van parkeerplaatsen mogelijk te maken. 5 In de bestemming Water is toegevoegd dat ter plaatse van de aanduiding 'brug'; tevens voor bruggen en duikers voor verkeer in plaats van een enkele brug of duiker. Nota zienswijzen Ruimtekwartier

Aanleiding Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging

Aanleiding Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging

52

6 7

8 9

10

Artikel 8 Wonen is aangevuld met regels over balkons, entreeportalen, loopbruggen, kunstobjecten, lichtmasten, trappen en hellingbanen. De regels voor andere bouwwerken (artikel 8.2.6) zijn herschreven zodat deze duidelijker leesbaar zijn. Ook is hierbij de bouwhoogte voor het opwekken van duurzame energie voor eigen of collectief gebruik en voorzieningen ter voorkoming van windhinder verhoogt naar 4 meter. Het bouwen van bouwwerken ten behoeve van geluidwerende voorzieningen is toegevoegd. De maatvoering van de onderkeldering is aangepast van 6 meter naar 1,5 meter diep. De algemene aanduidingsregels zijn komen te vervallen (voorheen artikel 14) Naar aanleiding van het optimaliseren, verduidelijken, aanvullen en aanpassen van de regels zijn er ook een aantal bijlagen aan de regels toegevoegd: de ontwikkelkaders, het windhinderonderzoek, het hogere waardenbesluit en de maatwerkvoorschriften en de watertoets. Artikel 8.5.2 publieke voorzieningen zijn in overeenstemming gebracht met het stedenbouwkundige randvoorwaarden en de ontwikkelkaders. Hierbij is de regeling verduidelijkt dat in zowel de plinten van de gebouwen als de parkeergarages publieke voorzieningen mogelijk zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen dwaalspoor' en aan de Planetenbaan (straat) en Kometenweg (straat).

4.3 Toelichting en bijlagen Nr Omschrijving 1 In paragraaf 1.1 en 2.1 is meer uitleg gegeven waarom er op deze locatie gebouwd wordt. 2 In hoofdstuk 3 is meer uitleg gegeven waarom in het kader van een goede ruimtelijke ordening voorwaardelijke verplichtingen zijn opgenomen voor de realisatie van de groene binnentuin en de klimaatadaptatie en is de tekst op verschillende punten geactualiseerd of verduidelijkt. Dit gaat bijvoorbeeld om paragraaf 3.2 doelen en uitgangspunten, 3.4 mobiliteit en 3.5 milieu en duurzaamheid. 3 In paragraaf .4.3.1 is de onderbouwing van het provinciale beleid aangevuld met de verkeersnotitie. 4 Naar aanleiding van het advies van de MER, en het actualiseren van onderzoek is hoofdstuk 5 herschreven. Hierdoor staat er per aspect duidelijk wat er onderzocht is, wat er aangevuld is, wat de conclusie is van het onderzoek en welk gevolg dit heeft voor de regels van het bestemmingsplan. 5 Naar aanleiding van het optimaliseren, verduidelijken, aanvullen en aanpassen van de regels is hoofdstuk 6 planopzet herschreven. Hierdoor kan beter worden nagelezen waarvoor de regels zijn bedoeld 6 Paragraaf 7.3 is toegevoegd naar aanleiding van het advies van de commissie MER om de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van de voorgenomen activiteit mogelijk te kunnen onderzoeken. 7 Paragraaf 7.4.2 is ingevuld met daarin informatie over de zienwijzen.

8 Naar aanleiding van het optimaliseren, verduidelijken, aanvullen en aanpassen van de toelichting zijn er ook een aantal bijlagen aan de toelichting toegevoegd of vervangen: akoestisch onderzoek wegverkeer, verleend hogere

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging

Aanleiding Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging Commissie MER en ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Commissie MER en ambtshalve wijziging

53

waardenbesluit, akoestisch onderzoek piekgeluiden, maatwerkvoorschriften, aanvulling op de MER, aanvullende quickscan natuur, aanvulling watertoets en het windhinderonderzoek.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

54

5

Staat van wijzigingen

5.1 Verbeelding Nr Omschrijving 1 De aansluiting van de Maarssenbroeksedijk op de Burgemeester Waverijnweg wordt rechtstreeks bestemd op de verbeelding met de bestemming Verkeer en de wetgevingszone – wijzigingsgebied wordt verwijderd uit de verbeelding. 2 de bouwhoogte op de verbeelding wordt aangepast van 19 meter naar 22 meter 5.2 Regels Nr Omschrijving De regels voor de wijzigingsgebied worden verwijderd 1 Ter verduidelijking zal aan artikel /onderdeel 16.1 worden toegevoegd worden dat de parkeerplaatsen die nodig zijn 2 voor de bestemming ook in stand worden gehouden. De artikelen 8.2.8 tot en met 8.2.14 zijn aangepast om de inhoud en vorm van de voorwaardelijke verplichtingen 3 aan te passen. De voorwaardelijke verplichtingen worden niet opgenomen als onderdeel van de bouwregels maar blijven in aangepaste vorm in stand en verwerkt bij de gebruiksregels. De regeling wordt zodanig aangepast dat er sprake is van een duidelijker regeling als zijnde voorwaardelijke verplichtingen. Dit is ook nader gemotiveerd in de toelichting. Artikel 8.4.2. lid a wordt verduidelijkt en in artikel 8.4.2. lid e wordt in afwijking uitsluitend toegestaan indien de af4 wijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon-, werk- en leefklimaat in de directe omgeving.

De maatvoering van de aanduidingen (specifieke aanduiding – dwaalspoor” en “specifieke vorm van wonen – par5 keergarage 1”) zijn verduidelijkt en artikel 8.2.2 is aangepast. 5.3 Toelichting en bijlagen Nr Omschrijving 1 De toelichting wordt aangepast zodat de ontsluiting op de Burgmeester Waverijnweg rechtstreeks wordt toegestaan in plaats van via een wijzigingsbevoegdheid. 2 In de toelichting in paragraaf 6.2 wordt nader gemotiveerd waarom de voorwaardelijke verplichtingen nodig zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening. 3 In de toelichting wordt in nader gemotiveerd waarom de voorwaardelijke verplichtingen nodig zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening. 4 De bezonningsstudie wordt toegevoegd aan hoofdstuk 5 in de toelichting van het bestemmingsplan.

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

Aanleiding 2.2

2.13

Aanleiding 2.2 2.3 2.3

2.14 2.14

Aanleiding 2.2 2.3 2.3 2.6

55

6 Bijlage 1 Verkeersnotitie

Nota zienswijzen Ruimtekwartier

56

Mobiliteit en verkeer in het Ruimtekwartier Nadere toelichting en onderbouwing van keuzes en analyses in het kader van de MER (Versie 27 maart 2025)

1. Inleiding In samenwerking met projectontwikkelaars ontwikkelt de gemeente Stichtse Vecht het Ruimtekwartier. Het Ruimtekwartier is het gebied in Maarssenbroek dat omsloten wordt door de N230 (de Zuilense Ring), de Maarssenbroeksedijk, de Kometenweg, de Ruimteweg, de Maarssenbroekseslag en de Amsterdamseslag. In totaal worden circa 2.500 appartementen gebouwd in de periode 2024-2028. Het gaat in dit gebied deels om transformatie van bestaande kantoorpanden tot appartementencomplexen, maar ook om sloop van aanwezige bedrijfspanden en nieuwbouw van appartementen.

Het Ruimtekwartier richt zich op één- en tweepersoonshuishoudens. Na realisatie van de woonwijk wonen ongeveer 5.000 mensen in deze wijk. Van belang is uiteraard dat het huidige wegennet van Maarssenbroek toegerust zal zijn op de komst van een dergelijk extra aantal inwoners. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, die ook zorgen voor extra verkeersbewegingen over de wegen rondom het Ruimtekwartier. In het milieueffectrapport, de MER (Royal HaskoningDHV, november 2023) zijn de verwachte verkeerseffecten van de planontwikkeling onderzocht en benoemd, enerzijds voor de autonome toekomstige situatie (zonder Ruimtekwartier), anderzijds voor het voorkeursalternatief (met Ruimtekwartier en nadere maatregelen). In deze notitie worden nadere toelichtingen gegeven op (de keuzes voor) de mobiliteits- en verkeersaspecten van het voorkeursalternatief uit de MER, de consequenties op het gebruik van de wegen in het Ruimtekwartier en de specifieke maatregelen die ertoe bijdragen dat in de toekomst het Ruimtekwartier en ook Maarssenbroek goed bereikbaar blijven en een minimum aan overlast ontstaat voor het woonklimaat. 1

Daarnaast gaat deze notitie in op de eventuele effecten van de planontwikkeling op de verdere omgeving (Zuilense Ring, A2-aansluiting, naastgelegen woonwijken en bedrijventerreinen), naar aanleiding van vragen in de Zienswijzen.

2

2. De kaders bij het opstellen van de maatregelen en het gehanteerde verkeersmodel Het opstellen van de passende maatregelen (push en pull-maatregelen) in het kader van de ontwikkeling van het Ruimtekwartier is gedaan aan de hand van een aantal kaderstellende beleidsdocumenten van de gemeente Stichtse Vecht. Deze worden in de volgende subparagrafen benoemd en kort toegelicht. Ook wordt in dit hoofdstuk het gebruikte verkeersmodel genoemd als ook de input waarmee het verkeersmodel de toekomstige belasting van het wegennet van het Ruimtekwartier heeft berekend. 2.1 Gemeentelijk mobiliteitsbeleid (GVVP-2013 en Omgevingsvisie) De gemeente Stichtse Vecht heeft haar verkeer- en vervoerbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeer- en VervoerPlan, het GVVP uit 2013 1. Het GVVP van de gemeente Stichtse Vecht kent 12 pijlers. Ten aanzien van te treffen verkeersmaatregelen om het Ruimtekwartier mogelijk te maken zijn deze pijlers samen te vatten in de volgende 4 thema’s: Duurzaam Daar waar mogelijk wordt ingezet op het gebruik van alternatieven voor de auto en vormen van milieuvriendelijk vervoer van mensen en goederen. Bereikbaar Een robuust wegennet dat de bereikbaarheid te allen tijde garandeert. Leefbaar Ten aanzien van luchtkwaliteit en geluidsniveaus worden minimaal de daarvoor wettelijk geldende normen aangehouden.

Verkeersveilig De doelstelling ten aanzien van verkeersveiligheid is in het GVVP-2013 gesteld om jaarlijks een reductie van 2% te bewerkstelligen ten opzichte van het referentiejaar 2011. De verkeersmaatregelen die worden ingezet voor de komst van het Ruimtekwartier zijn allemaal gebaseerd op één of meer van deze pijlers. In de Omgevingsvisie Stichtse Vecht, eind 2021 vastgesteld, is één van de thema’s “een goede bereikbaarheid in een steeds vollere regio”. Centraal staat de balans tussen bereikbaarheid aan de ene kant en leefbaarheid en gezondheid aan de andere kant. De visie wordt ingevuld door de volgende componenten: Inzetten op duurzame en schone vormen van vervoer, met name de fiets. Voor langzaam verkeer de barrières verminderen en rechtstreekse routes maken. Bezoekers via Groene Poorten over laten stappen op schone, duurzame en stille vervoersvormen Lokaal en recreatief fietsgebruik stimuleren met fijnmazig en compleet routenetwerk. Herbezinning op wegontwerp waarbij langzaam verkeer belangrijker wordt. Het gebruik van de stations intensiveren en zorgen voor een doelmatig OV-netwerk. De kernen, bedrijventerreinen en werklocaties zijn goed bereikbaar met zowel het OV, de auto als de fiets. Rust oostelijke en westelijke veenweidegebieden koesteren en bij ontwikkelingen verbeteren.

Verdere uitwerking en concretisering van deze visie moet plaatsvinden in het Mobiliteitsprogramma en daaraan gekoppelde uitvoeringsprogramma’s. 2.2 Stedenbouwkundig kader en randvoorwaarden In november 2019 zijn door het college van B&W van Stichtse Vecht het Stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden vastgesteld. Naast het vaststellen van een aantal stedenbouwkundige uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Ruimtekwartier heeft het college ook bepaald dat de in

1

Inmiddels is de gemeente Stichtse Vecht bezig het verkeers- en vervoerbeleid te actualiseren middels een nieuw Mobiliteitsprogramma. Zolang dit bestuurlijk niet is vastgesteld, is het GVVP uit 2013 nog vigerend beleid.

3

het GVVP-2013 genoemde parkeernormen voor het Ruimtekwartier niet van toepassing zijn en dat hiervoor maatwerk geleverd moet worden. Hiervoor gelden de volgende argumenten: -

Ligging ten opzichte van openbaar vervoer

Het Ruimtekwartier is goed ontsloten door het openbaar vervoer. De bushaltes Maarssenbroek/Planetenbaan liggen in het hart van het Ruimtekwartier, waarmee de toegang tot het openbaar vervoer laagdrempelig is. De buslijnen 38 en 48 bieden beiden viermaal per uur de gelegenheid om naar het treinstation van Maarssen te reizen, twee- tot viermaal per uur naar Utrecht Centraal en tweemaal per uur richting Nieuwegein. Vanuit het NS-station Maarssen zijn de centra van de steden Utrecht en Amsterdam binnen een half uur bereikbaar. Op de fiets is het NS-station Maarssen vanuit het Ruimtekwartier in 4 minuten bereikbaar. -

Differentiatie doelgroepen

Het Ruimtekwartier richt zich op specifieke doelgroepen (jongeren, (jonge) alleenstaanden, starters op de woningmarkt, senioren). Bekend is dat het autobezit onder deze groepen mensen lager is dan van andere typologieën gezinssamenstellingen. Belangrijk hierbij is dat in de toewijzingsvoorwaarden van de wooncomplexen in het Ruimtekwartier hiervoor voorwaarden worden opgenomen. De woninggrootte van de te bouwen appartementen laten een huishouden van meer dan 2 personen in feite al niet toe. -

Bezoekersparkeren

Gebruikelijk in Nederland is dat voor het parkeren van bezoekers een norm wordt gehanteerd van 0,3 parkeerplaats per woning. Het college heeft in november 2023 besloten dat deze norm kan worden verlaagd naar 0,2 (onder voorwaarde dat optimale uitwisselbaarheid van de aanwezige parkeerplaatsen mogelijk is). Mobiliteitsconcepten Deelauto concepten zorgen voor een reductie van de parkeervraag. Het stijgende bezit en gebruik van e-bikes kan ook leiden tot een lager autobezit. Een e-bike is voor woon-werkverkeer richting bijvoorbeeld het centrum van Utrecht een goede optie. Dit betekent dat bij de ontwikkeling van de appartementencomplexen rekening is gehouden met het faciliteren van voorzieningen als veilige, overdekte fietsenstallingen met oplaadmogelijkheden voor e-bikes. 2.3 Parkeren in het Ruimtekwartier, het Mobiliteitskader Het Mobiliteitskader Ruimtekwartier (Goudappel Coffeng, maart 2023) is een nadere uitwerking van hetgeen in Stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden is aangegeven, dat het realistisch is om van de in het GVVP-2013 genoemde parkeernormen af te wijken. Dit document is door het college van B&W in mei 2023 vastgesteld en daarmee vigerend beleid voor de ontwikkeling van het Ruimtekwartier.

In het Mobiliteitskader Ruimtekwartier worden voorwaarden nader uitgewerkt om alternatieven voor het gebruik van de auto optimaal te benutten en daarmee een lage en dwingende parkeernorm te hanteren voor de ontwikkeling van het Ruimtekwartier. In hoofdstuk 5 van deze notitie wordt nader ingegaan op de parkeersituatie in het Ruimtekwartier. 2.4 Verkeersmodellering Om de consequenties van de komst van het Ruimtekwartier en voorgestelde verkeersmaatregelen voor het bestaande wegennet inzichtelijk te maken is in het kader van de MER gebruik gemaakt van het Verkeersmodel Regio Utrecht (VRU 3.4). Dit is een multimodaal verkeersmodel dat een op basis van diverse gedragsmodellen de wijzigingen in verkeersstromen inzichtelijk maakt van enerzijds de uitvoering van ruimtelijke plannen (bijvoorbeeld bouw van woningen en bedrijven of uitbreidingen van industrieterreinen) en anderzijds ingrepen in het wegennet (bijvoorbeeld een nieuwe verbinding). Ten 4

tijde van het opstellen van de MER was dit model, het VRU 3.4, het meest actuele model voor het gemeentelijk verkeerssysteem. In de directe omgeving van het Ruimtekwartier staat een aantal ruimtelijke ontwikkelingen op stapel, die bij het doorrekenen van de toekomstige belasting van het wegennet in het verkeersmodel zijn meegenomen: Haagstede: op de lege kavel naast het Ruimtekwartier worden circa 150 woningen en mogelijk een gezondheidscentrum gerealiseerd; Bisonspoor, ontwikkeling commerciële voorzieningen, vergroten winkelaanbod en woningbouw: ca. 11.903 m2 bvo voorzieningen en ca. 850 woningen; Haarrijnseplas, ontwikkeling ca. 690 woningen, aan de overzijde van de A2; Komst van logistieke dienstverlener Goodman aan de Nijverheidsweg in Maarssen, 25.000m2 distributiecentrum, ter vervanging van de bestaande drukkerij; Ingebruikname van het nieuwe distributiecentrum aan de Industrieweg in Maarssen (voormalig CEVA-complex), 30.000 m2 distributiecentrum van Albert Heijn; Alle overige in- en uitbreidingsplannen in de gemeente Stichtse Vecht en de gehele regio Utrecht. Inmiddels is een nieuw verkeersmodel in gebruik genomen door de gemeente Stichtse Vecht: het ‘StraVecht’ model. Dit model is een actualisatie van het verkeersmodel voor de gemeente (gebruikelijk dat dit eens in de zoveel jaar plaatsvindt) en kent als basisjaar 2023.

Figuur 1 op de volgende pagina geeft een weergave van de door het nieuwe StraVecht verkeersmodel berekende verkeersintensiteiten op de wegen in en rond het plangebied. De getoonde getallen betreffen etmaalintensiteiten, het aantal voertuigen voor een gemiddelde werkdag, in het planjaar 2030 op de verschillende wegvakken. De getoonde kleuren geven ‘intensiteitsklassen’ aan (zo wordt roze/rood gebruikt voor de wegvakken met een intensiteit tussen de 5.000 en 10.000 voertuigen per etmaal). Deze kleuren zeggen dus niets over de mate van drukte of congestie van een weg. Als losse bijlage (Bijlage 2) zijn een tweetal plots vanuit het verkeersmodel toegevoegd, waarin de (berekende) verkeersintensiteiten zijn geprojecteerd voor de toekomstige situatie zonder realisatie Ruimtekwartier (2040 autonoom) en de toekomstige situatie inclusief Ruimtekwartier (2040 planvariant). Getoetst is of de effectanalyses en de bevindingen ten aanzien van het aspect ‘verkeer’, zoals gesteld in de MER op basis van het verkeersmodel VRU 3.4, gelijk blijven of anders worden op basis van het nieuwe verkeersmodel: De voorspelde intensiteiten van het nieuwe verkeersmodel wijken soms af van de intensiteiten zoals berekend door het eerder toegepaste (VRU-)model. Op sommige wegen liggen de verkeersintensiteiten wat lager, op andere wegen wat hoger.

In de bijlage van deze notitie is een overzicht gegeven van de verkeersintensiteiten die in het MER gehanteerd zijn, waarin de waarden op basis van het VRU-model zijn afgezet tegen de waarden zoals berekend door het nieuwe StraVecht-model. De verschuivingen in intensiteiten die optreden als gevolg van de planontwikkeling Ruimtekwartier zijn vergelijkbaar, waarbij het nieuwe (StraVecht-)model de verschuivingen op alle wegvakken wat minder zijn dan het eerdere model voorspelde. Met andere woorden, het verkeerseffect van de planontwikkeling is lager. De wegen waar wijzigingen plaatsvinden zijn niet anders in de beide modellen. Direct rond het plangebied voorspelt het nieuwe (StraVecht-)model juist hogere intensiteiten in de Referentievariant (toekomstvariant zonder planontwikkeling). Dit speelt met name op en rond het kruispunt Ruimteweg – Planetenbaan – Maarssenbroekseslag. In paragraaf 5.6 wordt nader ingezoomd op dit kruispunt. Andere kritische locaties of afwijkende effecten zijn niet voorzien ten opzichte van het in de MER gestelde.

5

Figuur 1: Beeld vanuit StraVecht verkeersmodel: intensiteiten op wegvakken in plangebied en omgeving

6

3. Verkeerseffecten in de wijdere omgeving In de MER is niet specifiek ingegaan op de verkeerseffecten van de planontwikkeling voor de wijdere omgeving. 3.1 Zuilense Ring/aansluiting A2 Als gevolg van de planontwikkeling nemen de verkeersintensiteiten op de Zuilense Ring en de aansluitingen op de A2 ook toe. Het (StraVecht-)verkeersmodel voorspelt de volgende veranderingen in intensiteiten: Zuilense Ring tussen Ruimteweg en aansluiting A2: + 1.500 voertuigen per etmaal; op een totale intensiteit van 80.400 betekent dit een relatieve toename van 1,9%; Zuilense Ring tussen Amsterdam-Rijnkanaal en Ruimteweg: + 700 voertuigen per etmaal; op een totale intensiteit van 62.600 betekent dit een relatieve toename van 1,1%; Aansluiting A2: maximale toename + 600 voertuigen per etmaal op zuidelijke afrit richting Zuilense Ring; op een totale intensiteit van 24.600 betekent dit een relatieve toename van 2,5%. Deze verkeerstoenames als gevolg van de planontwikkeling Ruimtekwartier zijn beperkt en zullen niet zorgen voor doorstromingsproblemen op de Zuilense Ring en/of de aansluitingen van de A2. 3.2 Lage Weide De planontwikkeling Ruimtekwartier zorgt ook voor een toename van verkeer op de wegen tussen Lage Weide en Maarssenbroek.

Het (StraVecht-)verkeersmodel voorspelt de volgende veranderingen in intensiteiten: Lageweidse slag: + 1.500 voertuigen per etmaal; op een totale intensiteit van 15.500 betekent dit een relatieve toename van 9,8%; Atoomweg: + 1.500 voertuigen per etmaal; op een totale intensiteit van 13.100 betekent dit een relatieve toename van 11,8%. Deze toenames zijn substantieel en vragen nadere aandacht, om te waarborgen dat de kruispunten op deze ontsluitingsweg de toekomstige verkeersvraag kan verwerken en de doorstroming gewaarborgd blijft 2. Dit is niet op voorhand met zekerheid te zeggen. 3.3 Woonwijk Bloemstede De woonwijk Bloemstede grenst aan het plangebied, aan het noordelijk deel van de Ruimteweg en de Maarssenbroekseslag. Met name voor de geluidseffecten is dit relevant. Beschouwen we de verschillende wegvakken, mede op basis van de berekeningen van het (StraVecht-)verkeersmodel: Op de Ruimteweg tussen de Burgemeester Waverijnweg en de Kometenweg is een afname van circa 1.000 voertuigen per etmaal voorzien (resulterend in 19.500 voertuigen per etmaal in planvariant 2030). Dit komt met name door de afsluiting van de Kometenweg, waardoor verkeer andere routes gaat nemen. Op de Ruimteweg tussen de Kometenweg en de Maarssenbroekseslag is een toename van circa 800 voertuigen per etmaal voorzien (resulterend in 18.900 voertuigen per etmaal in planvariant 2030).

Deze toename is het gevolg van het extra verkeer als gevolg van de planontwikkeling plus de gewijzigde routes van een deel van het verkeer als gevolg van de beoogde infrastructurele maatregelen. - Op de Maarssenbroekseslag is een toename van circa 1.200 voertuigen per etmaal voorzien (resulterend in 18.500 voertuigen per etmaal in planvariant 2030). Ook deze toename is het gevolg van het extra verkeer als gevolg van de planontwikkeling plus de gewijzigde routes van een deel van het verkeer als gevolg van de beoogde infrastructurele maatregelen.

2

Dit effect (verkeerstoename op Atoomweg en Lageweidse Slag) is in het StraVecht-model duidelijk groter dan in het in de MER toegepaste VRU-model.

7

4. Bestaande verkeersknelpunten in en om het Ruimtekwartier Voordat gestart is met de doorrekeningen met het verkeersmodel om de toekomstige belasting van het wegennet in beeld te brengen als gevolg van de realisatie van het Ruimtekwartier, is een analyse gemaakt van bestaande verkeersknelpunten ín en in de omgeving van het Ruimtekwartier. Deze analyse is gedaan aan de hand van een schouw van de wegen in en om het Ruimtekwartier en aan de hand van gesprekken met de leden van de klankbordgroep Ruimtekwartier. Daarnaast is ook gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van het gebied van de mensen die bezig zijn met de ontwikkeling van het Ruimtekwartier. Hieruit volgden de volgende knelpunten: De drukte en daarmee samenhangende verkeersonveiligheid op en bij de dicht elkaar gelegen kruispunten van de Maarssenbroeksedijk met de Kometenweg en de Nijverheidsweg, in samenhang met de verkeersbewegingen van en naar de Lidl en de Boni.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2871/documents/60110