4. Ruimtelijke onderbouwing Slootdijk 1 d.d. 16 mei 2018.pdf
Tekst van het document
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
8
1
Inleiding
1.1 Onderzoekskader In opdracht van Promad IOB BV heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Slootdijk 1 te Loenen aan de Vecht. Aanleiding voor het onderzoek is de aanleg van een paardenstal. De bodemverstoring blijft grotendeels binnen de 1 m beneden maaiveld, alleen ter plaatse van de mestkelder zal deze circa 2,5 m beneden maaiveld bedragen. Er bestaat een gerede kans dat eventueel aanwezige archeologische waarden hierdoor verstoord of vernietigd worden. Het doel van een bureauonderzoek is het verwerven van informatie over bekende of te verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied aan de hand van bestaande bronnen. Met behulp van de verworven informatie wordt een specifiek archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden en om de intactheid van het bodemprofiel te bepalen. Tijdens het onderzoek dienen de volgende onderzoeksvragen uit het Plan van 1 Aanpak te worden beantwoord: ▪
▪
▪ ▪ ▪
Zijn binnen het plangebied bekende archeologische waarden aanwezig? Zo ja, zijn er gegevens bekend over de omvang, ligging, aard en datering hiervan? Wat is de verwachte bodemopbouw in het gebied en zijn er gegevens bekend over bodemverstorende ingrepen in het verleden binnen het plangebied? Wat is de specifieke archeologische verwachting voor het gebied? Hoe is de bodemopbouw en is deze nog intact? In hoeverre worden archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja, in welke vorm?
Het onderzoek is uitgevoerd Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 2 versie 3.2 en het onderzoeksspecifieke Plan van Aanpak.
1 2
9
Emaus 2012. CCvD 2010. Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
1.2 Ligging van het gebied Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van Loenen aan de Vecht. Het plangebied ligt ten westen van de Slootdijk. De oppervlakte bedraagt circa 5.750 2 m . In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied.3
In de toekomst zullen binnen het plangebied vier bestaande bebouwen worden gesloopt en een paardenstal met mestkelder worden gerealiseerd. De nieuwe situatie is weergegeven in figuur 1.2.
3
ANWB 2004. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
10
Figuur 1.2 Situatie in 1832, huidige bebouwing en nieuwe situatie.
11
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
1.3
Administratieve gegevens
Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Datum opdracht: Datum veldwerk: Datum rapportage: BAAC-projectnummer: Coördinaten:
Kaartblad: Oppervlakte: Datering: Onderzoeksmeldingsnummer: Onderzoeksnummer: AMK-terrein: Waarnemingnummer(s): Vondstmeldingsnummer(s): Type onderzoek: Opdrachtgever:
Bevoegde overheid:
Beheer documentatie: Uitvoerder:
Projectleider:
Utrecht Stichtse Vecht Loenen aan de Vecht Slootdijk 1 10 april 2012 17 april 2012 24 april 2012 en 4 juni 2012 V-12.0123 129106 / 470156 129177 / 470175 129181 / 470120 129112 / 470089 31E 2 5.750 m vroege ijzertijd-nieuwe tijd 51571 41483 N.v.t. N.v.t N.v.t Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) Promad IOB BV dhr. T. Kuiper IJsselvere 17 3421 BV Oudewater Gemeente Stichtse Vecht dhr. P. Bos Endelhovenlaan 1 3601 GR Maarssen archief BAAC bv. BAAC bv, vestiging Deventer Postbus 2015 7420 AA Deventer tel. 0570-670055 drs. A. Buesink
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
12
2
Bureauonderzoek
2.1 Werkwijze Tijdens het bureauonderzoek is aan de hand van bestaande bronnen een archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Bij de inventarisatie van de archeologische waarden is gebruik gemaakt van gegevens uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), evenals de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW). Hierbij is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) gebruikt. Tevens is de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart geraadpleegd. Met name voor de recentere archeologische periodes zijn diverse historische bronnen geraadpleegd, daarnaast is contact opgenomen met de lokale 4 amateurarcheologen. Er is gebruik gemaakt van het Actueel Hoogtebestand Nederland en oude topografische kaarten. Literatuur over de geologie, geomorfologie en de bodemopbouw van het onderzoeksgebied is eveneens bestudeerd om op basis van locatiekeuze-theorieën een uitspraak te doen over de kans op aanwezigheid van archeologische resten. In navolgende paragrafen worden de resultaten van het bureauonderzoek beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een synthese in de vorm van een specifieke archeologische verwachting. Een opsomming van de geraadpleegde literatuur en gebruikte kaarten is terug te vinden in de literatuurlijst.
Voor een tabel met een overzicht van geologische en archeologische tijdvakken wordt verwezen naar bijlage 1.
2.2 Landschappelijke ontwikkeling 5
Het plangebied bevindt zich op de Angstel stroomgordel. Deze stroomgordel 6 was actief van 2757 tot 1762 BP (vroege ijzertijd tot midden Romeinse tijd). Deze stroomgordel is ontstaan vanuit de Oude Rijn en mondde uit in het merengebied waar zich nu het IJsselmeer bevindt. Deze afzettingen behoren geologisch gezien 7 tot de Formatie van Echteld. Op de geologische kaart staat het plangebied 8 afgebeeld als geulafzettingen of oeverafzettingen op geulafzettingen (D0g). Op de geomorfologische kaart staat het plangebied afgebeeld als rivierinversierug 9 (figuur 2.1, 3K26 en 4K26). Volgens de gemeentelijke verwachtingskaart ligt het meest westelijke deel van het plangebied ter hoogte van crevasse afzettingen
4
AWN afdeling 12. Van der A et al. 2010. 6 Berendsen en Stouthamer 2001. 7 De Mulder et al. 2003. 8 Rijks Geologische Dienst 1988. 9 Alterra 2012. 5
13
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
10
(figuur 2.3). Op de bodemkaart is voor het plangebied een poldervaaggrond 11 (figuur 2.2, Rn67C) aangegeven.
Figuur 2.1 Geomorfologische kaart.12
Figuur 2.2 Bodemkaart.13Rn67C: poldervaaggrond. Grondwatertrap:VI.
10
Van der A et al. 2010. Stiboka 1976. 12 Alterra 2012. 13 Stiboka 1976. 11
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
14
Pleistocene afzettingen bevinden zich ter plaatse van het plangebied tussen de 6 en 8 meter beneden NAP. Dit komt neer op minimaal 5 meter beneden maaiveld. Deze afzettingen vallen vanwege hun diepteligging buiten het bereik van dit onderzoek. Bij een meanderende stroomgordel zoals de stroomgordel van de Angstel werd tijdens overstromingen direct naast de geul zand en zavel afgezet als oeverwal en verder van de rivier in het komgebied klei. De oeverwallen liggen van nature hoger dan de komgronden en door differentiële klink wordt dit hoogteverschil in de loop van de tijd groter. Tijdens doorbraken van de oeverwallen ontstonden crevasses. Dit zijn kleine geultjes die uitlopen in het komgebied. Aangezien de crevasseafzettingen uit zand en lichte klei bestaan, komen ook deze door differentiële klink hoger in het landschap te liggen dan de komgebieden. Poldervaaggronden zijn klei- en / of zavelgronden met een dunne humushoudende bovengrond (A-horizont tot 30 cm). Deze lichtbruin tot bruingrijs gekleurde A-horizont ligt direct op een licht gekleurde ondergrond die nog weinig door bodemvorming is veranderd (C-horizont). Roest en grijze vlekken komen voor binnen 50 cm onder maaiveld en beginnen dus soms al in de A-horizont. Deze lopen door tot in de permanent gereduceerde ondergrond.
De grondwatertrap VI geeft aan dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 120 cm beneden maaiveld. 14
Op de hoogtekaart is het plangebied duidelijk herkenbaar als een hoger gelegen (woon)plaats. Het maaiveld ligt hier circa 50 tot 100 centimeter hoger dan de omgeving. Deze verhoging strekt zich uit tot in het oosten van de voorgenomen ontwikkelingslocatie.
2.3 Bewoningsgeschiedenis 2.3.1 Archeologie Op de archeologische verwachtingskaart van Loenen is het plangebied grotendeels aangegeven als een gebied met een hoge archeologische 15 verwachting vanaf de vroege ijzertijd (figuur 2.3). Volgens de toelichting hangt dit samen met de aanwezigheid van de Angstel stroomgordel. Voor het westelijke deel van het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor de ijzertijd en 16 een hoge verwachting vanaf de Romeinse tijd (figuur 2.3). Dit hangt samen met de aanwezigheid van crevasses. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische monumenten terreinen (AMK-terreinen) bekend. Er zijn wel archeologische resten aangetroffen binnen 500 m van het plangebied. Bij een archeologische onderzoek ten behoeve van de uitbreiding van industrieterrein ‘de Werf’ is een vindplaats uit de ijzertijd bekend. Hier is een laag met houtskool en verbrande klei aangetroffen. Op basis hiervan moet rekening worden gehouden met kortstondige activiteiten die buiten het erf en nederzetting plaatsvonden, zoals 17 aardewerkproductie en kleiwinning. Waarneming 49234, welke zich circa 100 m ten westen van het huidige plangebied bevindt (figuur 2.3, tabel 2.1) is, heeft betrekking op dit onderzoek en vermeldt brokken verbrande klei welke zijn
14
AHN 2012. Van der A et al. 2010. 16 Van der A et al. 2010. 17 Onderzoeksmelding 3476, Van der A et al. 2010. 15
15
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
gedateerd in de periode ijzertijd-Romeinse tijd. Helaas is het rapport van dit onderzoek ten tijde van het voorliggende onderzoek (nog) niet beschikbaar. 18 Tijdens een ander onderzoek op circa 400 m ten westen van het huidige plangebied (figuur 2.3, tabel 2.1) is houtskool gedateerd in de midden ijzertijd aangetroffen. De vindplaats is aangetroffen op circa 60 cm beneden maaiveld. Het onderzoek in Winkelbuurt (Abcoude) heeft aangetoond dat het gebied rond de derde eeuw na Christus dusdanig nat was dat bewoning niet meer mogelijk 19 was.
Figuur 2.3 Gemeentelijke verwachtingskaart, AMK-terreinen en Archis meldingen.
18 19
Onderzoeksmelding 3482, waarnemingsnummer 45816 en 138974. Bouma 2011. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
16
Tabel 2.1 Waarnemingen met onderzoeksmelding. Waarnemings-nummer 49234
Afstand tot plangebied 100 m W
Waarneming
Datering
Opmerkingen
Verbrande kleibrokken
45816
400 m W
houtskool
138974
400 m W
houtskool
ijzertijdRomeinse tijd middenijzertijd middenijzertijd
Onderzoeksmelding 3476, booronderzoek. Direct naast plangebied. Onderzoeksmelding 3482, begeleiding Onderzoeksmelding 3482, begeleiding
2.3.2 Historie De oudste schriftelijke vermelding van Loenen aan de Vecht dateert uit 953 na 20 Chr. Waarschijnlijk stamt de naam af van ‘Lona’ wat ‘modder’ betekent. Het betrof waarschijnlijk een waternaam of de aanduiding van een moeras. Het plangebied ligt ten noordwesten van Loenen nabij het gehucht Kerklaan.
Figuur 2.4 Plangebied rond 1832. In roze is de bebouwing aangegeven. De gele cirkels geven de graanspiekers aan.21
20 21
17
Van Berkel en Samplonius 2006. Watwaswaar 2012. Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
Figuur 2.4 Plangebied rond 1900. Geel is grasland, groen bos en de stippen duiden op een boomgaard.22
Het plangebied is gelegen aan een middeleeuwse ontginningsas. Tegen het einde van de vroege middeleeuwen begonnen met de ontginning van de veengebieden in de omgeving van het plangebied. De hogere ruggen in het landschap, zoals rivierinversieruggen, vormden hierbij de bewoonbare ontginningsassen. Haaks op deze ontginningsassen werden sloten en weteringen gegraven die het achterland ontwaterden. Als gevolg van de ontwatering en veenwinning begon het maaiveld daar te dalen en werd gevoelig voor overstromingen. Er werden dijken aangelegd en later ook poldermolens gebouwd om het overtollige water weg te pompen. Rond 1830 en begin 1900 was het huidige plangebied in gebruik als boeren erf 23 (figuur 2.4 en 2.5). Op de kadastrale minuut zijn de gebouwen en de hooibergen aangegeven (figuur 2.4). Op de oorspronkelijke aanwijzende tafel bij deze kaart staat vermeld dat het om een ‘huis, schuur en plaats’ gaat. Momenteel is de oude woonhoeve nog steeds aanwezig inclusief één hooiberg. In het uiterste oosten van de te ontwikkelen paardenstal bevindt zich tegenwoordig een opstal die in de eerste helft van de twintigste eeuw is gebouwd. Hier is tevens een ondergrondse septic tank aanwezig. De exacte contouren van en de diepte van de bodemverstoring door de tank zijn niet bekend. In het midden van de voorgenomen paardenstal bevindt zich een stal die is gebouw tussen 1988 en1992.
Dit gebouw is onderkelderd tot een diepte van 2,65 m –NAP, hetgeen neerkomt op een diepte van circa 2,50 m beneden maaiveld. Het kan niet worden uitgesloten dat zich ter hoogte van de opstal in het uiterste oosten van de beoogde bouwlocatie nog resten van de voorloper die op de kadastrale minuut uit 1832 is weergegeven in de ondergrond bevinden (figuur 1.2). 24
Er zijn bij het bodemloket geen gegevens bekend over bodemverstoringen binnen het plangebied als gevolg van sanering.
22
Uitgeverij Robas Producties 1989. Watwaswaar 2012 en Uitgeverij Robas Producties 1989. 24 Bodemloket 2012. 23
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
18
2.4 Archeologische verwachting Het plangebied bevindt zich op een oeverwal en mogelijk in het westen op crevasses van de Angstel. Oeverwallen en crevasses vormen vanwege hun hoge en droge ligging een gunstige vestigingsplaats. Op basis van het landschap kunnen binnen het plangebied archeologische resten verwacht worden vanaf de vroege ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Binnen 500 m van het plangebied zijn archeologische resten uit de ijzertijd, mogelijk doorlopend in de Romeinse tijd aangetroffen op circa 60 cm beneden maaiveld. Het plangebied bevindt zich aan een middeleeuwse ontginningsas. Op historische kaarten is te zien dat in ieder geval in het begin van de negentiende eeuw reeds bebouwing aanwezig is binnen het plangebied. Middeleeuwse voorgangers kunnen niet worden uitgesloten. Archeologische resten uit de periode ijzertijd-nieuwe tijd kunnen bestaan uit een strooiing van aardewerk, houtskool, glas, metaal, bot, leem, grondsporen, fosfaatvlekken en dergelijke. De resten kunnen bewoningsresten betreffen of resten van off-site activiteiten zoals aardewerkproductie en kleiwinning. Archeologische vondsten kunnen in een poldervaaggrond bij een intact bodemprofiel worden verwacht op of binnen 30 cm beneden maaiveld. Bewoningssporen kunnen worden verwacht vanaf de onderzijde van de Aphorizont.
In het rivierengebied dient echter rekening te worden gehouden met verschillende sedimentatiefasen, waarbij oudere bodems (en dus leefniveaus) kunnen zijn afgedekt met jongere afzettingen. Vanwege de hoge grondwaterstand en de afdekking met kleiig materiaal is de kans op een goede conservering van grondsporen, organische resten en botmateriaal hoger dan bij de hoger gelegen en drogere bodems. Op basis van het voorliggende onderzoek wordt een hoge verwachting gegeven resten uit de periode vroege ijzertijd – midden Romeinse tijd. De verwachting op resten uit de laat-Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen is vanwege de natte ligging van het plangebied in die periode laag tot middelhoog. Er bestaat wel een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode na de ontginningen. Dit komt neer op een hoge verwachting op archeologische resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd.
19
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
20
3
Inventariserend veldonderzoek 3.1 Werkwijze Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het bureauonderzoek. Hierbij is de tijdens het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting in het veld getoetst. Bij het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) is het plangebied onderzocht op de geomorfologische, geologische en bodemkundige karakteristieken. Ook geeft het booronderzoek informatie over het intact zijn van de bodem en daarmee informatie over de gaafheid van een eventuele archeologische vindplaats. In het plangebied zijn 4 verkennende boringen geplaatst. Het gebruikte aantal boringen is ontoereikend om eventueel aanwezige vindplaatsen te kunnen karteren. De boringen zijn uitgevoerd tot 2 m beneden maaiveld, één boring is doorgezet tot 2,8 m beneden maaiveld. De locaties van de boringen zijn ingemeten met GPS, waarbij de afwijking circa 2 meter bedraagt. De hoogteligging ten opzichte van NAP is uit het Actueel 25 Hoogtebestand Nederland gehaald. Hoewel het verkennende onderzoek niet specifiek is gericht op het opsporen van archeologische indicatoren is wel op de aanwezigheid daarvan gelet. De bodemlagen zijn met de hand en op het oog onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Archeologische indicatoren (bv.
aardewerk, huttenleem, vuursteen, metaal, houtskool en al dan niet verbrand bot) kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats ter plaatse of in de nabijheid van de boring met indicator. De bodemlagen zijn 26 27 lithologisch en bodemkundig beschreven. Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden op 17 maart 2012. In navolgende paragrafen worden de resultaten van het veldonderzoek beschreven. De locaties van de boringen staan weergegeven op de boorpuntenkaart (figuur 3.1). De maaiveldhoogte (in meters t.o.v. NAP) is per boring vermeld in de boorstaten (bijlage 2).
25
AHN 2012. NEN 1989. 27 De Bakker en Schelling 1989. 26
21
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
Figuur 3.1 Boorpuntenkaart.
3.2 Veldwaarnemingen Door de aanwezige bebouwing en verharding waren aan het maaiveld geen aanwijzingen zichtbaar die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van archeologische resten in de bodem.
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
22
3.3 Verkennend booronderzoek 3.3.1 Lithologie en bodemopbouw De afzettingen die binnen het plangebied zijn aangetroffen bestaan uit sterk siltige kleiige oeverwalafzettingen. De klei is kalkloos. Aan het maaiveld is zand bijgemengd in de klei. De oeverwalafzettingen zijn in het verleden tot circa 120 centimeter –mv verstoord geraakt. Derhalve is het natuurlijke bodemtype niet meer te herleiden.
3.3.2 Bodemverstoringen De natuurlijke bodem is ter plaatse van de boringen verstoord tot 110 à 120 cm beneden maaiveld. De verstoring is herkend aan de vlekkerige kleur en de bijmenging van houtskool en bouwpuin.
3.3.3 Archeologische indicatoren Tijdens het booronderzoek is een tot circa 120 cm beneden maaiveld verstoorde bodem aangetroffen met daarin bouwpuin en houtskool. De aangetroffen verstoringen zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een oude woongrond en / of sporen en resten van voormalige bebouwing.
3.4 Archeologische interpretatie Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op archeologische resten vanaf de vroege ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat de top van de natuurlijke afzettingen is verstoord. Deze verstoring kan duiden op een oude woongrond en/of op sporen van voormalige bewoning. Gezien het aangetroffen bouwpuin zal het in dat geval waarschijnlijk resten van middeleeuwse of nieuwe tijd bebouwing betreffen. Naar verwachting zullen archeologische resten uit eerdere perioden niet meer intact aanwezig zijn. In de nabije omgeving werd het ijzertijd niveau op circa 60 cm beneden maaiveld aangetroffen. Ter plaatse van het huidige plangebied is de bodem tot circa 120 cm beneden maaiveld verstoord. Op basis van de vier verkennende boringen kan echter niet met volledige zekerheid worden gesteld dat het ijzertijd niveau binnen het gehele terrein niet meer intact is.
23
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
24
4
Conclusie en aanbevelingen
4.1 Conclusie Hieronder volgt de beantwoording van de onderzoeksvragen zoals gesteld in het 28 Plan van Aanpak :
Zijn binnen het plangebied bekende archeologische waarden aanwezig? Zo ja, zijn er gegevens bekend over de omvang, ligging, aard en datering hiervan? Binnen het plangebied zelf zijn nog geen archeologische waarden bekend. In de nabije omgeving zijn resten uit de ijzertijd bekend. Ook middeleeuwen en nieuwe tijd zijn niet uit te sluiten. De huidige bebouwing komt al voor op de historische kaart uit 1832 en is gelegen aan een middeleeuwse ontginningsas.
Wat is de verwachte bodemopbouw in het gebied en zijn er gegevens bekend over bodemverstorende ingrepen in het verleden binnen het plangebied? Binnen het plangebied worden oeverwalafzettingen van de Angstel stroomgordel verwacht en eventueel crevasse afzettingen met daarin een poldervaaggrond.
Hoe is de bodemopbouw en is deze nog intact? Binnen het plangebied zijn oeverwalafzettingen aangetroffen bestaande uit sterk siltige klei. De bodem is geroerd tot 110 à 120 cm beneden maaiveld, waardoor het natuurlijke bodemtype niet meer te achterhalen is.
Wat is de specifieke archeologische verwachting voor het gebied? Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op archeologische resten vanaf de vroege ijzertijd tot en met het midden van de Romeinse tijd, een lage verwachting op archeologische resten van de laat-Romeinse tijd tot en met de vroege middeleeuwen en een hoge verwachting op archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het veldonderzoek geldt een specifiek hoge verwachting op bewoningsresten vanaf de middeleeuwen. Eventuele oudere resten kunnen niet worden uitgesloten, maar zijn waarschijnlijk door de bewoning in de nieuwe tijd en mogelijk middeleeuwen reeds verstoord.
In hoeverre worden archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja, in welke vorm? Gezien de ligging op een oude boerderijplaats en de waarnemingen in de omgeving zijn archeologische sporen niet uit te sluiten. Archeologisch vervolgonderzoek is noodzakelijk om dergelijke resten te karteren. De gronden ter hoogte van de schuur uit de periode tussen 1988 en 1992 kunnen worden vrijgegeven daar de aanleg van de schuur hier zal hebben geleid tot verstoring van eventueel aanwezige archeologische resten.
28
25
Emaus 2012. Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
4.2 Aanbevelingen Op basis van het uitgevoerde onderzoek is een archeologisch vervolgonderzoek nodig. Aangezien tijdens het veldwerk geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen en een deel van de bovengrond is verstoord, wordt een 29 archeologische begeleiding conform protocol opgraven aanbevolen. Onder het maaiveld dient de sloop van de opstal uit de eerste helft van de twintigste eeuw archeologisch begeleid te worden daar hier mogelijk nog resten van de voorloper van deze stal aanwezig zijn. De gronden ter hoogte van de onderkelderde stal die tussen 1988 en 1992 in het midden van de beoogde ontwikkelingslocatie is gebouwd kunnen worden vrijgegeven voor de beoogde ontwikkeling. Bovenstaand advies dient beoordeeld te worden door de bevoegde overheid (gemeente Stichtse Vecht) en leidt tot een selectiebesluit. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten.
29
CCvD 2010. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
26
5
Geraadpleegde bronnen A, S. van der, A. de Boer, A. Botman, N. de Jonge en J. Dijkstra, 2010. De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen. ADC-rapport H032. Amersfoort. AHN, 2012. Actueel Hoogtebestand Nederland. Verkregen via www.ahn.nl in april 2012. Alterra, 2012: Geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000). Geraadpleegd via Archis in april 2012. ANWB, 2004. Topografische atlas Gelderland (1:25.000), Den Haag. Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, Staring Centrum, Wageningen. Berendsen H.J.A. en E. Stouthamer, 2001. Paleogeographic development of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands. Koninklijke Van Gorcum, Assen. Berkel van, G. en K. Samplonius, 2006. Nederlandse plaatsnamen herkomst en
historie. Prisma, Utrecht. Bodemloket, 2012. Kaart Bodemloket. Geraadpleegd via www.bodemloket.nl Bouma, N., 2011. Van begraven oerbos tot vroegste middeleeuwse ontginning en bewoning. Een archeologische opgraving in de Winkelbuurt in Abcoude Zuid. ADC-rapport 2400. ADC, Amersfoort. CCvD, 2009. Leidraad proefsleuven. Gouda. CCvD, 2010. Kwaliteistnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.2. SIKB, Gouda. Emaus, A.,2012 . Onderzoeksvoorstel – plan van aanpak Bureauonderzoek en
Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) plangebied Slootdijk 1te Loenen aan de Vecht. Deventer. Mulder,de. E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff bv, Groningen/Houten. Nederlands Centrum van Normalisatie, 1989. Classificatie van onverharde
grondmonsters. NEN 5104. Delft. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2012. Archeologische Monumentenkaart (AMK) en Centraal Archeologisch Archief (CAA), geraadpleegd via Archis. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB), 2006. Leidraad inventariserend veldonderzoek, versie 3.1. Deel karterend booronderzoek. SIKB, Gouda
27
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1976. Bodemkaart van Nederland 1:50.000, toelichting bij kaartblad 31 Oost Utrecht. Wageningen. Rijks Geologische Dienst (RGD), 1988. Geologische kaart van Nederland 1:50.000. blad Utrecht Oost (31 O). Haarlem. Uitgeverij Robas Producties, 1989. Historische Atlas Utrecht. Deventer. WatWasWaar, 2012.. Eerste Kadastrale kaart uit de periode 1827-1832. Online geraadpleegd in april 2012.
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
28
Bijlagen
1 2
29
Bijlage1 Bijlage2
Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1
Bijlage 1 Overzicht van geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
75.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
3
5a
Formatie van Beegden
5b 5c 5d 5e
Saalien (ijstijd)
6
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Boxtel
4
Eemien (warme periode)
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Pollen zones
Vb1 Va
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2 Boorstaten
boring: 12123-1
beschrijver: KP, datum: 17-4-2012, X: 129.084, Y: 470.102, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31E, hoogte: -1,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, gemeente: Stichtse Vecht, plaatsnaam: Loenen aan de Vecht, opdrachtgever: Promad IOB bv, uitvoerder: BAAC bv
0 cm -Mv / 1,00 m -NAP Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald)
60 cm -Mv / 1,60 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruingrijs, kalkloos Bodemkundig: AC-horizont, interpretatie: verstoord Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald)
110 cm -Mv / 2,10 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
140 cm -Mv / 2,40 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken
Einde boring op 200 cm -Mv / 3,00 m -NAP
boring: 12123-2
beschrijver: KP, datum: 17-4-2012, X: 129.120, Y: 470.130, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31E, hoogte: -1,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, gemeente: Stichtse Vecht, plaatsnaam: Loenen aan de Vecht, opdrachtgever: Promad IOB bv, uitvoerder: BAAC bv
0 cm -Mv / 1,00 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkloos Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald)
25 cm -Mv / 1,25 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, kalkloos Bodemkundig: AC-horizont, interpretatie: verstoord Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: boring gestaakt ivm asbest verdacht materiaal
Einde boring op 60 cm -Mv / 1,60 m -NAP
boring: 12123-3
beschrijver: KP, datum: 17-4-2012, X: 129.127, Y: 470.096, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31E, hoogte: -1,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, gemeente: Stichtse Vecht, plaatsnaam: Loenen aan de Vecht, opdrachtgever: Promad IOB bv, uitvoerder: BAAC bv
0 cm -Mv / 1,00 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkloos Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald)
25 cm -Mv / 1,25 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, kalkloos Bodemkundig: AC-horizont, interpretatie: verstoord Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald)
65 cm -Mv / 1,65 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, veel Fe-vlekken, interpretatie: verstoord
75 cm -Mv / 1,75 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
95 cm -Mv / 1,95 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
120 cm -Mv / 2,20 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken
Einde boring op 280 cm -Mv / 3,80 m -NAP
1
boring: 12123-4
beschrijver: KP, datum: 17-4-2012, X: 129.173, Y: 470.118, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31E, hoogte: -1,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, gemeente: Stichtse Vecht, plaatsnaam: Loenen aan de Vecht, opdrachtgever: Promad IOB bv, uitvoerder: BAAC bv
0 cm -Mv / 1,00 m -NAP Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkloos Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald)
35 cm -Mv / 1,35 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, kalkloos Bodemkundig: AC-horizont Archeologie: spikkels houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald)
65 cm -Mv / 1,65 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, veel Fe-vlekken, interpretatie: verstoord
80 cm -Mv / 1,80 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
100 cm -Mv / 2,00 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
120 cm -Mv / 2,20 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken
Einde boring op 200 cm -Mv / 3,00 m -NAP
2
Slootdijk 1, Loenen(concept)
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
NL.IMRO.1904.000000-0001
71
Nevenvestiging Boogerd 4, 1687 VX Wognum
Hoofdvestiging Strijkviertel 30, Postbus 29, 3454 ZG De Meern T: 030 - 666 1746 J F: 030 - 666 4854
GEO- EN MILIEUTECHNIEK b.v.
Datum:
12-04-2012
Opdrachtnummer:
151421
T: 0229 - 578 123 F: 0229 - 578 847 J
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Project:
Opdrachtgever:
nieuwbouw van een paardenstal, Slootdijk 1 te Loenen a/d Vecht
dhr. E.N. Kruiswijk Slootdijk 1 3632 AM LOENEN ND VECHT
Architect:
Promad IOB bv IJsselvere 17 3421 BV OUDEWATER
(&\ '
SGS
Uitgevoerd: Grondonderzoek: Grondwaterbemonstering:
~s6 !s .'-e\tswaa
18-03-2012 (dhr. R. Bouma) 27-03-2012 ( dhr. R. Sterken)
VCA-283"
<1° 0
fa
CD ~
~ ~ 'llbehee\ Protocollen 2001 - 2002
Projectleider:
E: info@vandijktech.nl 1 : www.vandijktech.nl
dhr. ing. R.I. Satinover
KvK Utrecht: 30128364 BTW nr: NL 803.844.451 .801
Deutsche Bank Nederland NV: 61.32.88.602 ING NV: 1025172
GEO- EN MILIEUTECHNIEK b.v.
INHOUDSOPGAVE 0.
SAMENVATTING ....................... ................ ..................................................................................... ............ 3 INLEIDING ................................................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK .................................................................................................................................... 5 2.1 Algen1een ........................................................ ........................................................................................... 5 2.2 Huidige sihiatie ............................................... ........................................................................................... 5 2.3 Historische situatie ................................................................................................ .................................... 6 2.4 Toekomstige situatie ................................... ........................................................... .................................... 6 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................... ......................................................... 6 2.6 Conclusie .......................... .....................................................................................
.................................... 7 3. VELDONDERZOEK ..................................................................................................................................... 7 3 .1 Algen1een .......................................................................................... ......................................................... 7 3 .2 Veldwerkzaamheden ................................................................................................................................. 7 3.3 Bodemopbouw ......... .................................................................................................................................. 7 3.4 Zintuiglijke waamemingen ......... ............................................................................................................... 7 3.5 Monstemame en veldmetingen ................................................................................................................ .. 8 4. ANALYTISCH-CHEMISCH ONDERZOEK ..... ...... ... .................. .......................... .. .......... ... .... ...... .. .... ...... 8 4.1 Mengmonsters ............................
...............................................................................................................8 4.2 Analysepakket ...........................................................................................................................................9 4.3 Analyse-uitkomsten ......... .......................................................................................................................... 9 4.4 Bespreking analyse-uitkomsten ............................................................................................................... 14 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................... 14 6. SLOTOPMERKINGEN ............................................................................................................................... 15
1.
BIJLAGEN 1.1
Regionale situatie (1 :25.000 / niet op schaal)
1.2
Situatietekening (1 :500)
1.3
Foto-overzicht
2
Historische informatie
3 4
Boorbeschrijvingen Onafhankelijkheidsverklaring veldonderzoek
5 6
Analyserapport grond Analyserapport grondwater
7
Verklaring der tekens en verklarende woordenlijst
12-04-2012 Controle/ .
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk 1 te Loenen a/d Vecht
151421 Pa ina 2
GEO- EN MILIEUTECHNIEK b.v.
0.
SAMENVATTING
Locatie:
Slootdijk 1 te Loenen a/d Vecht
Kadastrale aanduiding:
gemeente Loenen, sectie B, nr. 1432 en 1485
Aanleiding:
nieuwbouw paardenstal
Oppervlakte onderzoekslocatie:
2.400 m2
Huidige situatie:
agrarisch bedrijf (woonboerderij met diverse schuren, stallen en een duiventil), op een deel van de opstallen ligt een asbestverdachte dakbedekking
Historische gegevens:
op en rondom het perceel was in het verleden een (fruit)boomgaard aanwezig (verdacht voor bestrijdingsmiddelen); uit historische gegevens is gebleken dat op een vide in een schuur (niet bekend welke) een bovengrondse brandstoftank aanwezig is (buiten gebruik); tijdens de veldinspectie is geen bovengrondse brandstoftank in de onderzochte ruimten aangetroffen, er is geen nadere informatie omtrent de tank voorhanden
Soort onderzoek:
vooronderzoek: NEN 5725 bodemonderzoek: NEN 5740, toplaag verdacht voor bestrijdingsmiddelen (VED-HO), in verband met voorziene omgevingsvergunningaanvraag wordt de strategie uitgebreid totdat deze mfaimaal voldoet aan de strategie voor een onverdachte locatie (ONV)
Aa ntal boringen:
8x 0,5 m-mv 2x 2,0 m-mv
lx 3,0 m-mv lx 3,0 m-mv + peilfilter (NPR)
Bodemopbouw:
12-04-2012 Controle/~
vanaf maaiveld tot de geboorde diepte van 3 m-mv een kleipakket, plaatselijk is een zandige ophooglaag aanwezig tot circa 0,7 m-mv
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk 1 te Loenen a/d Vecht
151421 Pa ina3
GEO· EN MILIEUTECHNIEK b.v.
Zintuiglijke waarnemingen:
de zandige ophooglaag alsmede de toplaag van de diepere kleilaag (tot 1 m-mv) is plaatselijk matig tot sterk puinhoudend, op het maaiveld rondom de duiventil (zuidzijde onderzoekslocatie) is asbest verdacht plaatmateriaal vastgesteld, naar aanleiding van de gegevens wordt op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie een verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd, de gegevens worden separaat gerapporteerd
Aantal onderzochte monsters:
2x toplaag (NEN-pakket+OCB) lx puinh. zandige onderlaag (NEN-pakket+OCB) l x kleiige onderlaag (NEN-pakket) lx grondwater (NEN-pakket) zint. schone kleiige toplaag: licht met lood
Verontreiniging grond:
zint schone zandige ophooglaag: licht met PCB•, som heptachloorepoxide • en som chloordaan• puinh. zandige ophooglaag: licht met lood, PAK, PCB, som heptachloorepoxide· en som chloordaan• zint. schone diepere kleilaag: geen Verontreiniging grondwater:
licht met barium, xylenen· en som dichlooretheen •
Oorzaak verontreiniging(en):
grond: in het verleden toegepast verontreinigd ophoogmateriaal en bijmengingen met puin grondwater: vermoedelijk natuurlijke ophoping
Conclusies:
onder voorbehoud van de resultaten van het verkennend asbest in grondonderzoek is er voorlopig milieuhygiënisch gezien geen bezwaar tegen voorziene nieuwbouw van een paardenstal
• n.a.v. AS3000-correctie, voor nadere toelichting wordt verwezen naar pag. 14, paragraaf4.4
12-04-2012 Controle/
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk 1 te Loenen a/d Vecht
151421 Pa ina4
1.
INLEIDING In opdracht van Promad IOB bv (d.d. 16-03-2012), namens dhr. E.N. Kruiswijk, is door van Dijk geoen milieutechniek b.v. een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) uitgevoerd op het perceel Slootdijk 1 te Loenen a/d Vecht. Het onderzoek is in combinatie uitgevoerd met een asbestinventarisatie van de te slopen bebouwing (opdrachtnr. 151421) waarvan de gegevens separaat worden gerapporteerd. Daarnaast wordt naar aanleiding van het vaststellen van asbestverdacht plaatmateriaal een verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd (opdrachtnr. 151421) waarvan de gegevens separaat worden gerapporteerd. Op het onderhavige perceel is na gedeeltelijke sloop van de bestaande bebouwing de nieuwbouw van een paardenstal voorzien. Ten behoeve van de omgevingsvergmmingaanvraag dient de milieuhygiënische situatie van de bodem (grond en grondwater) te worden vastgelegd. Inzake het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is tussen van Dijk geo- en milieutechniek b.v. en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.
2.
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 'Strategie voor het uitvoeren van
vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'. Onderstaand is een beschrijving van de historische, de huidige en de toekomstige situatie weergegeven. Het gebied waarbinnen het vooronderzoek is uitgevoerd betreft de onderhavige onderzoekslocatie (geografisch besluitvormingsgebied) en de direct daaraan grenzende percelen. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: Milieudienst Noord-West Utrecht (de schriftelijke informatie is als bijlage 2 opgenomen; aanvullende informatie per email dhr, M. Baan d.d. 22-03-2012); opdrachtgever (ingevulde checklist milieu is opgenomen als bijlage 2); www.bodemloket.nl (geen relevante informatie voorhanden); www.watwaswaar.nl (oud kaartmateriaal is opgenomen als bijlage 2); grondwaterkaart van Nederland van de dienst Grondwaterverkenning TNO; geo- en milieutechnisch archief van Dijk geo- en milieutechniek b.v. Voorts is ter plaatse een veldinspectie uitgevoerd. 2.2
Huidige situatie De ligging van de onderzoekslocatie is globaal aangeduid op een topografische kaart, die is opgenomen
als bijlage 1.1. Het onderhavige perceel (gemeente Loenen, sectie B, nr. 1432 en 1485) is gelegen in het buiten gebied van Loenen aan de Vecht. Op het perceel is een agrarisch bedrijf gevestigd.
12-04-2014 ,
Controle/
-
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk 1 te Loenen a/d Vecht
151421
Paoina 5
GEO- EN MILIEUTECHNIEK b.v.
Naast een woonboerderij met stal, een hooiberg, tuinhuis en schuur (vallen buiten plangebied) bevinden zich op het perceel een stenen schuur met houten aanbouw en daaraan geschakeld een afdak met daaronder koelcellen, een schapenstal, een paardenstal, een kippenhok, een koelcel afgewerkt met stalen damwandprofielen en een duiventil (vallen binnen plangebied, oppervlakte circa 2.400 1112). Het buitenterrein is verhard met klinkers. Op het dak tussen de stenen schuur en houten aanbouw, het afdak met daaronder de koelcellen, de paardenstal, de schapenstal, het kippenhok, het dak van de koelcel met stalen damwandprofiel en het afdak bij de duiventil zijn asbest golfplaten als dakbedekking vastgesteld. Op het maaiveld rondom de duiventil (zuidzijde onderzoekslocatie) is eveneens asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld vastgesteld. De situatietekening van de onderzoekslocatie is opgenomen als bijlage 1.2; een foto-overzicht als bijlage 1.3. Met uitzondering van voornoemde asbestverdachte dakbedekking en plaatmateriaal op het maaiveld zijn tijdens de op het perceel uitgevoerde veldinspectie geen bijzonderheden op of aan de bodem en de aanwezige begroeiing waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
Hierbij is met name gelet op verzakkingen of ophogingen, verkleuringen als gevolg van brand of lozingen, halfverhardingen met puin, sintels, slakken e.d. en de aanwezigheid van voor asbest verdacht materiaal. 2.3
Historische situatie Uit oud kaartmateriaal is gebleken dat op en rondom het onderhavige perceel in het verleden een boomgaard aanwezig was (verdacht voor het gebruik van bestrijdin.gsmiddelen). Verder is uit de gegevens van de milieudienst gebleken dat op een vide in een schuur (niet bekend welke) een buiten gebruik zijnde bovengrondse tank aanwezig is. De tank is tijdens de veldinspectie niet waargenomen, het is niet uit te sluiten dat de tank inmiddels verwijderd is of zich in andere bebouwing buiten het plangebied bevindt. Verder zijn er over de locatie geen bijzonderheden (brandstoftanks, asbest, calamiteiten e.d.) naar voren gekomen die lnmnen wijzen op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.
2.4
Toekomstige situatie Op het onderhavige perceel is na gedeeltelijke sloop van de bestaande bebouwing de nieuwbomv van een paardenstal voorzien. De nieuwbouwlocatie heeft een oppervlakte van circa 2.400 m2 en staat aangegeven op de situatietekening (zie bijlage 1.2).
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie Voor het bepalen van de te verwachten bodemopbouw en grondwaterstromingsrichting, is de grondwaterkaart van Nederland van de dienst Grondwaterverkenning TNO, kaartblad Utrecht 31 oost, 32 west, 38 oost, 39 west (ten noorden van Lek en Nederrijn), uitgave 1978 gehanteerd. Uit de kami met geohydrologische profielen (profiel A-A') blijkt globaal dat er zich tot 6,0 m-mv een veenlaag dat zich bevindt op een grindig grof zandpakket dat zich tot meer dan 10,0 m-mv uitstrekt. Tussen deze zandlaag bevindt zich nog een kleilaag van totaal circa 1,0 meter dikte. Lokale afwijkingen hiervan zijn niet uit te sluiten.
12-04-2012 Controle/ -
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdijk 1 te Loenen a/d Vecht
151421 Paoina 6
GEO- EN MILIEUTECHNIEK b.v.
Uit de isohypsenkaart met de stijghoogten in het eerste watervoerende pakket blijkt dat de grondwaterstromingsrichting globaal westelijk is. 2.6
Conclusie In verband met het mogelijk gebruik van bestrijdingsmiddelen in het verleden is het onderzoek opgezet conform de NEN 5740 strategie voor een verdachte locatie met een homogeen verdeelde verontreiniging (VED-HO). De toplaag van de bodem is verdacht voor de parameter organochloorbestrijdingmiddelen (OCB). In verband met de voorziene omgevingsvergunningaanvraag zijn de bom·diepten en het analysepakket uitgebreid totdat deze minimaal voldoet aan de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV).
3.
VELDONDERZOEK
3.1
Algemeen Het veldwerk is verricht door van Dijk geo- en milieutechniek b.v., vestiging de Meern, conform BRL SIKB 2000 en de geldende NEN-voorschriften van het Nederlands Nommlisatie Instituut. De veldwerkzaamheden zijn op 18-03-2012 uitgevoerd door dhr. R. Bouma. In verband met de inpandige betonvloer en de in gebruik zijnde bestaande bebouwing zijn alle boringen uitpandig verricht. Deze boringen worden representatief geacht voor de bodem onder de bebouwing. Het grondwater is op 27-03-2012 bemonsterd door dhr. dhr. R. Sterken. De veldwerkzaamheden en grondwatermonstername zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd; de onafhankelijkheidsverklaring is als bijlage 4 opgenomen.
3.2
Veldwerkzaamheden Verspreid over de onderzoekslocatie zijn in totaal twaalf boringen uitgevoerd (nrs. l t/m 12). De boringen 1 en 2 zijn tot een diepte van 3,0 m-mv verricht. Boring l is afgewerkt met een peilfilter voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. De boringen 3 en 4 zijn tot een diepte van 2,0 m-mv uitgevoerd; de overige boringen tot 0,5 m-mv. De boringen zijn uitgevoerd met de edelmanboor. De boorlocaties zijn op schaal ingetekend op de situatietekening (zie bijlage 1.2).
3.3
Bodemopbouw De bodemopbouw, beschreven aan de hand van de uitgevoerde boringen, is verwerkt in de boorbeschrijvingen die zijn opgenomen in bijlage 3. De bodem ter plaatse bestaat vanaf maaiveld tot circa 0,7 m-mv uit een zandige ophooglaag met daaronder een kleipakket dat zich minimaal tot de geboorde diepte van 3,0 m-mv uitstrekt. Ten tijde van de uitvoering van de grondboringen is de grondwaterstand vastgesteld rond 1,1 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de uitvoering van het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal op basis van zintuiglijke waarnemingen en velddetectiemethoden beoordeeld op afwijkingen zoals de aanwezigheid van aardolieproducten en bodemvreemd materiaal (puin, asbest, kooldelen e.d.).
12-04-2012 Controle/ ·
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk l te Loenen ald Vecht
151421 Pa ina 7
GEO- EN MILIEUTECHNIEK b.v.
In de zandige ophooglaag en de toplaag van het kleipakket (tot 1 m-mv) van de boringen 4 t/m 9 is een matig tot sterke bijmening met puin waargenomen. Verder zijn er geen bijzonderheden vastgesteld. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen aanwijzingen voor de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen waargenomen. 3.5
Monstername en veld metingen De bodem is per in het veld te onderscheiden bodemlaag bemonsterd, waarbij in de bovenste twee meter een bemonsteringstraject is aangehouden van ten hoogste 0,5 meter. Zintuiglijk als verontreinigd beoordeelde Jagen zijn afzonderlijk bemonsterd. De per boring verkregen grondmonsters zijn aangegeven in de boorbeschrijvingen (zie bijlage 3). Grondwatermonstername is uitgevoerd ter plaatse van het aangebrachte peilfilter. Het grondwatermonster is genomen na grondig afpompen. Het monster heeft als code het nummer van de betreffende boring, aangevuld met de letter A (freatisch grondwater). In het veld zijn de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de temperatuur van het bemonsterde grondwater bepaald. In tabel 1 is voor het peilfilter naast de voornoemde parameters tevens de grondwaterstand op moment van monstemame weergegeven.
TbllG a e ron d wa erstan d, p H , EC en temoera uur peilfilter grondwaterstand filterstelling (m-mv) (m-mv) 1
1,6-2,6
1,05
pH
EC (mS/cm)
T (°C)
7,35
0,98
11,0
De gemeten zuurgraad (pH) en elektrische geleidbaarheid (EC) zijn voor grondwater als nonnaal te beschouwen.
4.
ANALYTISCH-CHEMISCH ONDERZOEK Het analytisch-chemisch onderzoek is uitgevoerd door ALcontrol Laboratories te Rotterdam, geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nr. L028. De monstervoorbehandeling is confonn AS3000 uitgevoerd.
4.1
Mengmonsters In het laboratorium is uit de afzonderlijke monsters van de toplaag (tot 0,5 m-mv) een tweetal grondmengmonsters samengesteld. Van de boringen 1, 2 en 10 t/m 12 (code MMl.l) en de boringen 4 t/m 6 (code MM2. l) zijn hiertoe de toplaagmonsters samengenomen. Van de diepere puinhoudende zandlaag zijn de grondmonsters uit de laag van 0,2 m-mv tot 0,7 m-mv van de boringen 4 en 6 t/m 9 (code MMl.2) en uit de bodemlaag van 1,0 m-mv tot 1,5 m-mv van de boringen I t/m 4 (code MM2.2, diepere zint. schone kleilaag) samengevoegd. Het mengschema is opgenomen in tabel 2.
12-04-2012 Controle/
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk I te Loenen a/d Vecht
151421 Pa ina 8
GEO· EN MILIEUTECHNIEK b.v.
Tb a e 12: mengschema ron d mengmonsters monster- diepte samengesteld uit de monsters code m-mv
MMl.l MM2.l MM.2 MM.3 4.2
0,0-0,5 0,05-0,4 0,5-2,0 0,5-2,0
Grondslag
1.1 + 2.1 + 10.1 + 11.1 + 12.1
klei
4.1 + 5.1 + 6. 1 + 7.1 + 8.1 + 9.1 4.2 + 6.2 + 7.2 + 8.2 + 9.2
zint. schoon zand puinh. zand
1.4 + 2.3 + 3.3 + 4.4
klei
Analysepakket De vier grondmengmonsters zijn geanalyseerd op: - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), - polychloorbifenylen (PCB), - minerale olie. Daarnaast is van de mengmonsters het gehalte aan droge stof, organisch stof en lutum bepaald. In aanvulling op voornoemd analysepakket zijn de grondmengrnonsters MMl.l, MM2.l en MM.2 tevens geanalyseerd op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Het grondwatermonster IA is geanalyseerd op: - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, - vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX, inclusief naftaleen en styreen), - vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, - minerale olie.
4.3
Analyse-uitkomsten De uitkomsten van de analyses zijn getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden grond (A- en 1waarde) en streef- en interventiewaarden grondwater (S- en !-waarde) zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2009 van het Ministerie van VROM. Monsters waarvan de gehalten tussen de A- en {waarde grond en S- en I-waarde grondwater vallen worden tevens getoetst aan een tussenwaarde (Twaarde, criteriumwaarde ten behoeve van nader onderzoek) die wordt gedefinieerd als de halve som van de achtergrond- of streefwaarde en interventiewaarde. In onderstaande tabellen (3.1 t/m 3.5) worden per grondmengmonster en grondwatermonster de analyseresultaten en de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden weergegeven. De analysecertificaten zijn als bijlage 5 (grond) en bijlage 6 (grondwater) opgenomen.
12-04-2012 Controle/
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk I te Loenen a/d Vecht
151421 Pagina 9
GEO- EN MILIEUTECHNIEK b .v.
T ab e131 . : ana1vseresu taten 2ron tl men2mons er MMl 1 gehalte (mi;,/lrnds) A-waarde organische stof(%) lutum (%)
10,4 33
barium+ cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
170 <0,35 12 34 0,15 70 <1,5 37 140
PAK-totaal (10 van VROM) som PCB (ug/kgds) minerale olie hexachloorbenzeen (µg/kgds) som DDT (uQ/kgds) som DDD (µg/kgds) som DOE (µg/kgds) som aldrin/dieldrin/endrin (ug/kgds) isodrin (µg/kgds) telodrin (µg/kgds) alpha-HCH (µg/kgds) beta-HCH (uQ/ki;,ds) gamma-BCH (ug/kgds) delta-HCH (ug/kgds) heptacbloor (µg/kgds) som heptachloorepoxide {uQ/kgds) alpha-endosulfan (uQ/kgds) hexachloorbutadieen ( ug/kgds) som chloordaan (ug/kgds)
T-waarde !-waarde
overschrijding
1,5 43 165
1157 14 237 217 39 582 190 123 847
0,85 4,9 <20
1,6 21 198
22 530 2699
42 1040 5200
-
<1 5,6 1,4 25 2,1 <1 <1 <l <1 <l <l <1 1,4 <1 <1 1,4
8,8 208 21
1044 988 17690 1248 2088
2080 1768 35360 2392 4160
-
55
104
16
1,0 2,1 3, 1
8841 833 626
17680 1664 1248
0,73 2,1 0,94 3,1 2,1
2080 2081 2080
4160 4160 4160
2081
4160
= geen overschrijding = overschrijding achtergrond- of streefwaarde = overschrijding tussenwaarde = overschrijding interventiewaarde = de interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging
12-04-2012 Controle/ ,. "
*
-
-
-
Legenda:
** *** +
-
7,4 128 131 20 319 96 83 506
0,65 19 46 0,16
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk 1 te Loenen a/d Vecht
151421 Pa ina 10
-
. -
-
GEO· EN MILIEUTECHNIEK b .v.
T abe13.2: ana1yseresu lt at en gron d mengmons t er MM21 gehalte (mg/kgds) A-waarde
T-waarde
!-waarde
organische stof(%) lutum (%)
<0,5 <l
barium+ cadmium kobalt koper kwik Jood molybdeen nikkel zink
<20 <0,35 <3 < 10 <0,10 < 13 < J,5 <5 <20
0,35 4,3 19 0,10 32 1,5 12 59
184 96 23 181
237 7,6 54 92 25 337 190 34 303
PAK-totaal (10 van VROM) som PCB (uQ/)rnds) minerale olie
0,22 4,9 <20
1,5 4,0 38
21 102 519
40 200 1000
hexachloorbenzeen fog/kgds) som DDT (uQ/kgds) som DDD fog/kgds) som DDE (ug/kgds) som aldrin/dieldrin/endrin (ug/kgds) isodrin (µ,g/kgds) telodrin (µg/kgds) alpha-HCH (ug/kgds) beta-HCH (µg/kgds) gamma-HCH (ug/kgds) delta-BCH (ug/kgds) heptachloor ( uQ/kgds) som heptachloorepoxide (ug/kgds) alpha-endosulfan (ug/kgds) hexachloorbutadieen (uQ/kQdS) som chloordaan (uQ/kgds)
<l 2,8 1,4 1,4 2,1 <1 <1 <1 <l <1 <l <1 1,4 <l <1 1,4
1,7 40 4,0 20 3,0
201 190 3402 240 402
400 340 6800 460 800
0,20 0,40 0,60
1700 160 120
3400 320 240
0,14 0,40 0,18 0,60 0,40
400 400 400
800 800 800
400
800
4,0 29 56
13
overschrijding
Legenda:
= geen overschrijding *
= overschrijding achtergrond- of streefwaarde
** ***
= overschrijding tussenwaarde
+
= de interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van
= overschrijding interventiewaarde antropogene verontreiniging
12-04-2012 Controle/
Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw aardenstal, Slootdïk 1 te Loenen a/d Vecht
151421 Pa ina 11
-
-
-
*
-
-
. . . . . * *
GEO· EN MILIEUTECHNIEK b.v.
Ta b e13.3 : anatvseresu taten 2ron d men2monster MM2 gehalte (mg/kgds) A-waarde organische stof(%) 2,0 lutum (%) 3,3 barium+ cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
T-waarde
I-waarde
overschrijding
74 <0,35 3,8 10 <0,10 75 <1,5 9,8 53
0,36 4,9 20 0,11 33 1,5 13 63
4,0 33 58 13 189 96 26 193
276 7,7 62 96 26 345 190 38 323
PAK-totaal (10 van VROM) som PCB (ug/kgds) minerale olie
6,8 8,4 50
1,5 4,0 38
21 102 519
40 200 1000
* * *
hexachloorbenzeen (µg/kgds) som DDT (ul?/kgds) som DDD (ul?/lrn:ds) som DDE ûtg/kgds) som aldrin/dieldrin/endrin ( u2ik!!ds) isodrin (µg/kgds) telodrin (u2lk!!ds) aloha-HCH (u2ik!!ds) beta-HCH (u2lk!!ds) gamma-HCH (µ2/k!!ds) delta-HCH (µg/kgds) heotachloor (u2lk!!ds) som heptachloorepoxide ûtg/kgds) alpha-endosulfan ( u2ik!!ds) hexachloorbutadieen (µg/kgds) som chloordaan ûtg/kgds)
<l 2,8 1,4 3,7 2,1 <1 <l <l <1 <1 <1 <1 1,4 <l <1 1,4
1,7 40 4,0 20 3,0
201 190 3402 240 402
400 340 6800 460 800
-
0,20 0,40 0,60
1700 160 120
3400 320 240
0,14 0,40 0,18 0,60 0,40
400 400 400
800 800 800
*
400
800
*
12-04-2012 , Controle/
.
-
*. -
-
-
-
-
Legenda:
* ** ** * +
.
= geen overschrijding = overschrijding achtergrond- of streefwaarde = overschrijding tussenwaarde = overschrijding interventiewaarde = de interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging