CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing Slootdijk 1 d.d. 16 mei 2018.pdf

Raad 1 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10.: Verklaring van geen bedenkingen, legalisatieaanvraag paardenstal Slootdijk 1 in Loenen aan de Vecht.19.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3



 



BügelHajema P

k v

o

t::

en

Slootdijk 1, Loenen

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer

6 6 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Geldende planologische situatie 2.3 Toekomstige situatie

7 7 8 10

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 12 14

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Ecologie 4.6 Externe veiligheid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Water

16 16 18 18 19 21 22 23 24

Hoofdstuk 5

27

Afweging en conclusie

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

29 29 29

Hoofdstuk 7

Wijze van bestemmen

30

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Verkennend archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek Geuronderzoek Slootdijk 1 te Loenen

31 32 71 134 157

Regels

165

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende bepalingen Begrippen

166 166

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Bestemmingsregels Van toepassing zijnde bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord'

167 167

Hoofdstuk 3 Artikel 3

Overgangs- en slotregels Slotregel

168 168

2

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

NL.IMRO.1904.000000-0001

3

Slootdijk 1, Loenen(concept)

4

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Toelichting

NL.IMRO.1904.000000-0001

5

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De voorliggende toelichting heeft betrekking op de legalisering van een agrarische stal aan Slootdijk 1 te Loenen, in de gemeente Stichtse Vecht. Op 19 juni 2012 hebben burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een (paarden)stal op het betreffende perceel. Bij besluit van 22 mei 2015 is de omgevingsvergunning ingetrokken, ten gevolge van de gestelde uitoefening van niet-toegelaten nevenfuncties in de stal. De eigenaar van het perceel wenst de stal uitsluitend te gebruiken ten behoeve van agrarische activiteiten. De gemeente Stichtse Vecht heeft reeds laten weten dat een aanvraag die voorziet in (kort gezegd) 'kale' agrarische activiteiten passend kan worden geacht. In het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' zijn de gronden aan Slootdijk 1 te Loenen bestemd als 'Agrarisch met Waarden' met een aanduiding 'bouwvlak'. De stal ligt deels buiten het bouwvlak en is daarmee op dat onderdeel in strijd met het bestemmingsplan. Om de bestaande stal te legaliseren, wordt van een wijzigingsmogelijkheid in het bestemmingsplan gebruik gemaakt. Het voorliggende plan 'Slootdijk 1, Loenen' is een wijzigingsplan van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord'. Dit wijzigingsplan bevat de juridisch planologische regeling die de legalisering van de bestaande stal mogelijk maakt.

1.2

Leesw ijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie, de geldende bestemmingsregeling en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het provinciaal en gemeentelijk beleid. De uitvoeringsaspecten zoals flora en fauna, milieu en externe veiligheid, komen in hoofdstuk 4 aan bod. In hoofdstuk 5 is de legalisering van de stal integraal afgewogen en beoordeeld. Hoofdstuk 6 beschrijft de economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid van het plan. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de juridische toelichting beschreven.

6

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan Slootdijk 1 te Loenen, in het buitengebied van de gemeente Stichtse Vecht. Het perceel is kadastraal bekend als sectie B, nummer 1432 en 1485 te Loenen aan de Vecht. De Slootdijk fungeert als ontsluitingsweg van het plangebied en loopt via de Rijksstraat door naar de Provincialeweg N201, welke uitkomt op de A2. Aan de westzijde grenzen de gronden van het plangebied aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Ten noorden van het plangebied ligt bedrijventerrein De Werf en ten zuiden van het plangebied ligt de kern Loenen aan de Vecht.

Over zichtskaar t plangebied (plangebied: r ode belijning), br on: GoogleMaps

Op het perceel aan Slootdijk 1 te Loenen is een grondgebonden veehouderij gevestigd. Het perceel is bebouwd met onder andere een stal. De stal is uitsluitend in gebruik voor agrarische activiteiten. De stal bestaat uit een entree, een instructieruimte ten behoeve van de paardenactiviteiten, 15 paardenboxen ten behoeve van de stalling van paarden en een schapenhok ten behoeve van de stalling van 70-80 schapen jonger dan 2 jaar. In het voorjaar in de lammertijd bevinden zich circa 130 schapen inclusief lammeren op het terrein. De stal heeft een totale oppervlakte van 3.065 m2.

NL.IMRO.1904.000000-0001

7

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Weer gave plangebied (schuur : r ode belijning), br on: w w w .r uimtelijkeplannen.nl

2.2

Geldende planologische situatie

Ter plaatse van de stal geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' van de gemeente Stichtse Vecht. Het bestemmingsplan is door de raad vastgesteld op 3 december 2015. Het plangebied valt binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Krachtens deze bestemming zijn diverse vormen van agrarisch gebruik toegelaten, waarbij overigens niet als eis geldt dat sprake moet zijn van bijvoorbeeld een voltijds of reëel agrarisch bedrijf. Daarnaast ligt ter plaatse van de stal deels de aanduiding 'bouwvlak'. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarvoor geldt dat gebouwen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Het westelijke gedeelte van de stal is buiten het bouwvlak gesitueerd. De in het bestemmingsplan toegestane gooten bouwhoogte van 6 en 11 meter worden niet overschreden. De huidige locatie van de stal is indertijd mede op instigatie van de welstandscommissie gekozen. Kort gezegd is de schuur "naar achteren geschoven" (van de weg af) om de rooilijn beter ingepast te krijgen. Dit had tot gevolg dat het achterste deel van de stal over de grens van het bouwvlak is gegaan.

8

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Uitsnede geldend bestemmingsplan Landelijk Gebied Noor d met ligging per ceel, br on: w w w .r uimtelijkeplannen.nl

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van een bouwvlak met de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Het geldende bestemmingsplan bevat onderstaande regels voor het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch met waarden': 1. wijziging van de begrenzing van het bouwvlak alleen toelaatbaar is, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; 2. de noodzaak tot uitbreiding aangetoond dient te worden door middel van een bedrijfsplan waarbij tevens moet worden aangetoond dat sloop en herbouw van bedrijfsgebouwen niet tot de mogelijkheden behoort; 3. de vergroting van het bouwvlak milieuhygiënisch inpasbaar dient te zijn; 4. de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zoals genoemd in artikel 3.1 aanhef en onder q niet onevenredig worden aangetast; 5. bouwvlakken vergroot mogen worden tot ten hoogste 25% van het bouwvlak met een maximum van 1,5 hectare. Een uitbreiding tot ten hoogste 2 hectare is toegestaan voor uitbreiding van grondgebonden veehouderijen, mits hierbij tevens; a. het eventuele belang van de waterwinning niet wordt aangetast; b. de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van het dierenwelzijn; c. de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van de volksgezondheid; 6.

geen sprake mag zijn van een toename van de ammoniakemissie van het betreffende bedrijf dan wel aangetoond dient te worden dat geen significant negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden; 7. het verzoek wordt onderbouwd met een ruimtelijke onderbouwing waarvan een beeldkwaliteitparagraaf en een inrichtingsplan deel van uitmaken; 8. burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in bij een agrarisch deskundige met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder a sub 1 en 2 wordt voldaan;

NL.IMRO.1904.000000-0001

9

Slootdijk 1, Loenen(concept)

9. burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder a sub 4 wordt voldaan. Voorliggende legalisering van de stal is in overeenstemming met bovenstaande regels. In hoofdstuk 5 wordt dit nader onderbouwd.

2.3

Toekomstige situatie

Op 19 juni 2012 hebben burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor het slopen van vier oude schuren en het oprichten van een nieuwe paardenstal op het betreffende perceel. Deze stal is toentertijd gerealiseerd. Bij besluit van 22 mei 2015 is de omgevingsvergunning ingetrokken, ten gevolge van de gestelde uitoefening van nevenfuncties in de stal. Het huidige gebruik bestaat hoofdzakelijk uit de stalling van paarden en ander vee. Voorts zijn er in de stal opslagmogelijkheden. Daarnaast worden de paarden in de stal gefokt en getraind. Van tijd tot tijd bezoeken afnemers van de aan het agrarisch bedrijf verbonden vleesverwerkingsbedrijf in IJsselstein de stal voor keuring en inspectie van de af te nemen dieren. De stal is deels buiten het bouwvlak gebouwd en daarmee in strijd met het bestemmingsplan 'Landelijke Gebied Noord'. Het gedeelte van de stal gelegen buiten het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 900 m2. Ook in de toekomstige situatie zal de stal uitsluitend worden gebruikt voor agrarische activiteiten. Dit wijzigingsplan heeft dan ook tot doel de bestaande stal, die deels buiten het bouwvlak staat, te legaliseren. Rondom de bestaande schuur is deels een vorm van landschappelijke inpassing aangebracht.

Gevelaanzicht schuur

10

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Pr ojectie van oud op nieuw

De omgevingsvergunning is in 2015 ingetrokken, ten gevolge van de gestelde uitoefening van nevenfuncties in de stal. De maatvoering van de stal (goot- en bouwhoogte) stond niet ter discussie en paste binnen het bestemmingsplan. De locatie van de stal (en het deels doorbreken van de begrenzing van het bouwvlak) stond evenmin ter discussie. De maatvoering van de stal wordt nu dan ook niet gewijzigd, maar blijft gehandhaafd. De bestaande schuur past alleen niet binnen het bouwvlak op basis van het geldende bestemmingsplan. Hiervoor is in het verleden afgeweken van het bestemmingsplan en wordt nu eveneens afgeweken van het bestemmingsplan. Het bouwvlak wordt vergroot tot 5.620 m2. Voor die afwijking geldt onder het huidige bestemmingsplan een (aanzienlijk) lichtere toets. Gezien de reeds bestaande situatie, geen overschrijding van de goot- en bouwhoogten, grootschalige (bedrijfs)bebouwing aan De Werf op ca 150 m afstand en agrarische bedrijfsbebouwing aan de Rijksstraatweg, is het pand passend in de (overwegend) agrarische omgeving.

NL.IMRO.1904.000000-0001

11

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Het Rijk zet met de structuurvisie onder andere in op het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei. Wel zijn er 13 nationale belangen opgenomen in de SVIR, die nader zijn uitgewerkt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De SVIR doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor het voorliggende plan. 3.1.2

Nota Belvedère

De Slootdijk valt binnen de Belvederegebieden 'Vecht en Plassengebied' en de 'Nieuwe Hollandse Waterlinie'. Het gebied is aangewezen vanwege het complex van landschapstypen, te weten: - de Vecht met het meer besloten parkachtige karakter van de oeverwallen; - het weidse landschap van het veenweidegebied; - de linie met haar forten en open schutsvelden. De bestaande agrarische stal is hier niet strijdig mee.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 2013

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening

Op 4 februari 2013 hebben Provinciale Staten de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (PRS) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (PRV) vastgesteld. Op dit moment wordt aan een herijking van de PRS en PRV gewerkt. De provincie richt zich op behoud en versterking van de kernkwaliteiten. Dit sluit vaak aan bij de cultuurhistorie van het landschap. De provincie wil onder meer het agrarisch cultuurlandschap behouden, versterken en beleefbaar maken. In delen van het landelijk gebied is sprake van een kwalitatieve opgave. Het gaat daarbij om kernrandzones, recreatiezones, en gebieden met een groene contour. Het plangebied maakt deel uit van de Kernzone in het landelijk gebied, Landschap Groene Hart, Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie, Landbouwgebied, Landbouwkerngebied en Bovenlokaal recreatieterrein. Voor Landschap Groene Hart en Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie is het van belang om de volgende kernkwaliteiten te behouden en te versterken: openheid; (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); landschappelijke diversiteit; rust & stilte; groen en overwegend rustig karakter; samenhangend stelsel van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen. 12

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten van de diverse landschappen, zijn opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen.

Uitsnede Kaar t PRS en PRV

Landbouw is de belangrijkste gebruiker van het landelijk gebied en van groot belang voor de kwaliteit van Utrechts aantrekkelijke cultuurlandschap. De opgave voor de landbouw is om zich te handhaven om zo, naast haar primaire rol als voedselproducent, de rol voor het cultuurlandschap te kunnen blijven spelen: ‘duurzame groei in een aantrekkelijk landschap’. Om zich te kunnen handhaven maakt de landbouw een proces van schaalvergroting door. De provincie Utrecht geeft de landbouw in algemene zin de ruimte om door te groeien tot een bouwperceel van maximaal 1,5 hectare. Dit is voldoende voor een normale bedrijfsvoering. Vanwege de voortgaande schaalvergroting wordt doorgroei naar een bouwperceel van 2,5 hectare onder voorwaarden mogelijk gemaakt. De provincie Utrecht biedt gemeenten de ruimte in bestemmingsplannen regels op te nemen over nieuwvestiging, omschakeling, nevenfuncties en de maximale omvang van de agrarische bouwpercelen. In het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' is het plangebied bestemd als 'Agrarisch met waarden' met een aanduiding 'bouwvlak'. Bouwvlakken mogen middels een wijzigingsbevoegdheid worden vergroot tot ten hoogste 25 % van het bouwvlak met een maximum van 1,5 hectare. Een vergroting ten behoeve van uitbreiding van grondgebonden veehouderijen tot 2 hectare is onder voorwaarden toegestaan. Afweging

NL.IMRO.1904.000000-0001

13

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Het in gebruik nemen van de stal ten behoeve van agrarische activiteiten met een totale oppervlakte van 3.065 m2 is in overeenstemming met de PRS en de PRV. Buiten het bouwvlak heeft de stal een oppervlakte van circa 900 m2. Al eerder is aangegeven dat op advies van de welstandscommissie is gekozen voor de huidige locatie van de stal, omdat daarmee de rooilijn beter kon worden ingepast en er op deze manier vanaf het zuiden zicht bleef op de boerderij. Door het toestaan van de stal ter plaatse wordt het bouwperceel niet groter dan 1,5 hectare, het bouwvlak wordt vergroot tot 5.620 m2. Overigens bestond en bestaat bij aanvrager bereidheid het bouwvlak aan de wegzijde met een gelijk deel 'in te korten', zodat van vergroting vrijwel geen sprake is. Al voorziet het bestemmingsplan kennelijk niet in een expliciete regeling op dit punt. Zodoende is de ontwikkeling in overeenstemming met de PRS en PRV. Het rustige, groene, open karakter van het gebied en de landschappelijke diversiteit van het gebied worden niet aangetast. Conclusie Onderhavige bestaande stal is in overeenstemming met de PRS en PRV. 3.2.2

Partiële herzieningen

Op 10 maart 2014 en 3 november 2014 hebben Provinciale Staten van de provincie Utrecht de herziening en tweede herziening van de Provinciale Structuurvisie Utrecht 2013 - 2028 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 vastgesteld. Daarbij zijn echter geen onderdelen gewijzigd die relevant zijn voor dit wijzigingsplan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Strategische visie 'Focus op morgen'

Op 29 januari 2013 heeft de gemeenteraad de strategische visie 'Focus op morgen' vastgesteld. Het beleidsstuk geeft de toekomstvisie van de gemeente voor 2013-2040 weer. In de toekomstvisie staat weergegeven waar de gemeente Stichtse Vecht goed in is, wat de kernwaarden zijn, wat belangrijk wordt gevonden en wat behouden moet blijven. "De kernkwaliteiten van Stichtse Vecht zijn voor een belangrijk deel gevormd door de ligging en de historie van het gebied. Betekenis krijgen deze kernkwaliteiten pas door het belang dat mensen er aan hechten. Mensen beïnvloeden het gebied en het gebied de mensen: het is die wisselwerking die het DNA bepaalt. Het gebied dat de gemeente beslaat is groot en divers: van landelijk en dorps tot stedelijk groot en druk. Toch is een aantal kenmerken te benoemen, dat in ons DNA verankerd zit." "Markant is de Vecht met haar prachtige buitenplaatsen en natuurschoon, die samen met de plassen, polders en veenweidegebied Stichtse Vecht typeert. Deze ‘zachte kant’ wordt veel genoemd als drager van cultuur en identiteit. Ook in historisch opzicht speelt de rust en schoonheid die het landschap biedt aan degene die de drukte van de stad wil ontvluchten een grote rol. Het gebied kent meer dragers van identiteit: er is ook een ‘harde kant' - de ‘harde as’ - met het Amsterdam-Rijnkanaal, het spoor en de A2.

Het behoud van het landschap wordt als een cruciale opgave voor de toekomst gezien. Het landschap blijft open en groen. Beperkt bouwen wordt toegelaten." Afweging De strategische visie vormt aan de ene kant de meetlat waarlangs huidig en toekomstig beleid moet worden gelegd. Het is het een afwegingskader voor al het te ontwikkelen beleid. Aan de andere kant heeft deze visie een strategische functie: het vormt de basis om met diverse partners (‘stakeholders’) in gesprek te gaan. De ontwikkeling, bestaande uit de uitbreiding van 1.066 m2 aan agrarische bebouwingsmogelijkheden, is dermate

14

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

kleinschalig dat kan worden geconcludeerd dat deze in overeenstemming is met de strategische visie. Het landschap blijft open en groen. Conclusie Voorliggend wijzigingsplan is in overeenstemming met de Strategisiche visie 'Focus op morgen'.

NL.IMRO.1904.000000-0001

15

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1

Archeologie

De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, omdat ze grotendeels verborgen liggen in de bodem, waardoor ze niet eenvoudig te karteren zijn. Voor de onbekende waarden heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) opgesteld. Voor de bekende waarden is de Archeologische Monumentenkaart (AMK) opgesteld. De gemeente Stichte Vecht heeft de archeologische (verwachtings)kaart vastgesteld. De archeologische (verwachtings)kaart geeft inzicht in de archeologische verwachtingen en de verwachtingswaarden. De archeologische beleidskaart geeft aan welke eisen gelden ten aanzien van de verschillende verwachtingszones. Op de archeologische verwachtingskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten vanaf de vroege ijzertijd.

Uitsnede Kaar tbijlage 4b gemeente Loenen Z-del ar cheologische ver w achtingenkaar t A0

16

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Afweging Ten aanzien van het plangebied geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,3 meter over een oppervlakte groter dan 500 m². Deze regel is opgenomen in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' door de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4' op te nemen. Het bureau Baac B.V. heeft op 24 juni 2012 een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 1. Ter plaatse van het plangebied zijn boringen uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek bleek de toplaag van de bodem (tot circa 1.20 m beneden maaiveld) verstoord te zijn. In de verstoorde bodem is bouwpuin en houtskool aangetroffen. Oudere resten kunnen niet worden uitgesloten. Tijdens de sloop van de voormalige stal heeft reeds archeologische begeleiding plaats gevonden. Toentertijd zijn geen archeologisch waardevolle vondsten gedaan. Het aspect archeologie levert zodoende geen belemmering op voor het wijzigingsplan. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het vaststellen van het wijzigingsplan. 4.1.2

Cultuurhistorie

Sinds 1 januari 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Als gevolg hiervan is het van belang dat voorafgaand aan het maken hiervan de aanwezige cultuurhistorische waarden bekend zijn. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). Afweging Het plangebied maakt deel uit van het Hollands-Utrechtse veengebied in Nationaal Landschap Het Groene Hart en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Voorliggende plan tast de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het omliggende gebied niet aan. Ter plaatse van de ontwikkeling is de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' opgenomen. Op de gronden aangewezen als 'Waarde - Cultuurhistorie' is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen en ophogen; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. Conclusie Gelet op de beoogde ontwikkeling die slechts bestaat uit de legalisering van een bestaande stal, kan worden geconcludeerd dat de cultuurhistorische waarde van het gebied niet wordt verstoord. Hiermee vormt cultuurhistorie geen belemmering voor de vaststelling van het wijzigingsplan.

NL.IMRO.1904.000000-0001

17

Slootdijk 1, Loenen(concept)

4.2

Bodem

Op basis van de Woningwet en het Bouwbesluit mag niet worden gebouwd op verontreinigde grond. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moet vaak een bodemonderzoek worden geleverd. Dit is een verplichting uit de Woningwet om de gezondheid en veiligheid te garanderen van mensen die wonen, werken of verblijven in het gebouw waarvoor vergunning wordt aangevraagd. Een bodemonderzoek is noodzakelijk wanneer: nog geen gegevens betreffende de bodemgesteldheid bekend zijn (dit betekent dus ook dat als er een bodemkwaliteitskaart is, er geen bodemonderzoek meer hoeft te komen); er meer dan twee uur per dag mensen in verblijven; als het bouwwerk de grond raakt; als er na sloop wordt herbouwd. Afweging Voorliggend plan legaliseert de bestaande stal in het buitengebied van gemeente Stichtse Vecht. Gelet op het gebruik is er geen aanleiding tot het uitvoeren van bodemonderzoek. De stal betreft geen kwetsbaar object waar mensen langer dan 2 uur in verblijven. Nochtans is op 12 april 2012 door Geo- en Milieutechniek B.V. een verkennend bodemonderzoek ter plaatse uitgevoerd, zie Bijlage 2. Uit de analyseresultaten is gebleken dat de bodem licht verontreinigd is. De zintuiglijk schone kleiige toplaag van de bodem ter plaatse van de voorziene bouwlocatie is licht verontreinigd met lood.

De zintuiglijk schone zandige ophooglaag is op basis van de AS3000-correctie licht verontreinigd met PCB, som hexachloorepoxide en som chloordaan. De diepere sterk puinhoudende zandige ophooglaag is licht verontreinigd met lood, PCB, PAK en op basis van de AS3000-correctie licht met som hexachloorepoxide en som chloordaan. Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met barium. Daarnaast is het grondwater als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met xylenen en som dichlooretheen. De geringe mate van verontreiniging is geen bezwaar tegen de legalisering van bestaande stal. Uit het eerder uitgevoerde milieukundige veldonderzoek van 19 maart 2012 en tijdens eerder uitgevoerde asbestinventarisatie is onder het afdak van meerdere opstallen, asbesthoudend materiaal aangetroffen. Derhalve is door Geo- en Milieutechniek B.V. een verkennend onderzoek naar asbest in de grond uitgevoerd, zie bijlage Bijlage 3. Tijdens het onderzoek is uitgegaan van de NEN 5707, 'onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie'. Geconcludeerd kan worden dat zinuiglijk en analytisch geen asbest in de contactzone van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is vastgesteld. Derhalve is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met de parameter asbest.

Gezien de geringe mate aan verontreiniging bestaat er milieuhygiënisch gezien geen bezwaar tegen de toekomstige nieuwbouw. Conclusie Het aspect bodem levert geen belemmering op voor de vaststelling van het wijzigingsplan.

4.3

Geluid

Wegen Een belangrijke basis in de ruimtelijke afweging voor het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). In het kader van de Wgh bevinden zich langs alle wegen zones. Bij de bouw van geluidgevoelige objecten binnen deze zones dient akoestisch onderzoek plaats te

18

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

vinden. Dit geldt niet voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt. Onderhavig wijzigingsplan betreft uitbreiding van een bestaande stal. Aangezien dit geen geluidgevoelig object is, is geen geluidonderzoek nodig. Inrichtingen Het Activiteitenbesluit geeft doelvoorschriften voor geluid. Het Activiteitenbesluit biedt bescherming tegen het geluid afkomstig van: in de inrichting aanwezige installaties en toestellen in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting. Het Activiteitenbesluit biedt aan een beperkt aantal objecten bescherming. Het gaat om gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen. Het Activiteitenbesluit sluit hierbij aan bij het begrippenkader uit de Wet geluidhinder. Afweging Voorliggend wijzigingsplan vergroot het bouwvlak en legaliseert daarmee de bestaande agrarische stal. De Wgh en het Activiteitenbesluit beschouwen een stal niet als een geluidsgevoelig object. Toetsing aan de Wgh en het Activiteitenbesluit hoeft niet plaats te vinden. De omliggende (bedrijfswoningen) liggen op een afstand van meer dan 100 m vanaf de (bestaande uitbreiding van de) schuur. Conclusie Het aspect geluid levert geen belemmering op voor de vaststelling van het wijzigingsplan.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden, wordt veelal de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is.

NL.IMRO.1904.000000-0001

19

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Afweging Het plangebied kan worden aangemerkt als gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging en/of gelegen direct langs de hoofdinfrastructuur. Gelet op de ligging van het agrarische plangebied circa 185 meter ten noorden van bedrijventerrein De Werf en direct grenzend aan het Amsterdam Rijnkanaal en nabij de Rijksstraatweg, kan het plangebied worden aangemerkt als gemengd gebied. Hierdoor kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Het agrarische bedrijf valt onder milieucategorie 3.1, waarbij de grootste afstand van 50 meter voor geur geldt. De afstand tussen het plangebied en het meest dichtbij gelegen gevoelige object is meer dan 100 meter. Hierdoor wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand genoemd in de VNG-uitgave. In redelijkheid kan worden gesteld dat de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar geen belemmering opleveren voor het wijzigingsplan. Voor een specifieke onderbouwing van het aspect geluid wordt verwezen naar paragraaf 4.3. Het aspect geur wordt in deze paragraaf getoetst aan de Wet geurhinder en veehouderij. Het wijzigingsplan legaliseert de bestaande stal waarin schapen en paarden worden gehouden. Onderzocht dient te worden in hoeverre sprake is van geurhinder op de omliggende geurgevoelige objecten.

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij is sinds 1 januari 2007 van kracht en vormt het toetsingskader voor de geurbelasting vanwege dierenverblijven op geurgevoelige objecten zoals huizen. De Wet kent twee typen diercategorieën. Dieren met en dieren zonder geuremissiefactor. Voor die diercategorieën waarvan een geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt de waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht (ou/m3). De hoogte van deze norm is afhankelijk van de locatie. In deze wet geldt nog steeds dat voor een aantal diersoorten geen geurnorm geldt, maar een vaste afstand. Concreet betekent dit voor bedrijven waarvoor een vaste afstand geldt dat de minimale afstand 50 meter dient te bedragen buiten de bebouwde kom. De afstand tussen de stal en het meest dichtbij gelegen geurgevoelig object bedraagt meer dan 100 meter. Aan de afstandsnorm wordt voldaan. Op 1 maart 2017 is een onderzoek uitgevoerd naar de geurbelasting vanwege het agrarische bedrijf gelegen aan Slootdijk 1 te Loenen op de omliggende woningen op basis van 10 kippen en 130 schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg, zie Bijlage 4. Uit de geurberekening blijkt dat de normen niet worden overschreven.

De Wet geurhinder en veehouderij verzet zich derhalve niet tegen de legalisering van de betreffende stal en het meest dichtbij gelegen geurgevoelig object. In redelijkheid kan worden gesteld dat het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen niet wordt aangetast. Ook is vermeldingswaardig dat in dit geval geen sprake is van de realisering van gevoelige locaties waardoor omliggende (agrarische) bedrijven in hun bedrijfsvoering belemmerd zouden kunnen worden. Conclusie Uit de geurberekening blijkt dat de normen uit de Wet geurhinder en veehouderij niet worden overschreden. Voorts liggen de dichtst bijzijnde woningen op meer dan 100 m afstand van de stal aan Slootdijk 1, waarmee aan de richtafstanden van de VNG wordt voldaan. Geconcludeerd kan worden dat het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen niet wordt aangetast.

20

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

4.5

Ecologie

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4) dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is uitgewerkt in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 - 2028 en de Provinciale Ruimtelijk Verordening, Provincie Utrecht 2013. In het NNN staat natuur voorop en ontwikkelingen zijn daarom alleen onder strikte voorwaarden toegestaan. Naast het NNN wijst de provincie Utrecht ook landbouwgronden aan als Groene Contour. Gronden die zijn aangewezen als Groene Contour wil de provincie Utrecht omvormen tot natuurgebied om daarmee het NNN te versterken. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen als NNN. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Afweging Het plangebied ligt op circa 1.700 meter afstand van Vogel- en Habitatgebied 'Oostelijke Vechtplassen'. Voorliggende ontwikkeling betreft het agrarisch gebruik van een reeds bestaande stal. Het plan voorziet niet in nieuwe bouwactiviteiten of nieuw gebruik. Ook worden anwezige sloten ongemoeid gelaten. Negatieve effecten op de Oostelijke Vechtplassen en de aanwezige flora- en fauna ten gevolge van deze ontwikkeling kunnen met zekerheid worden uitgesloten.

Daarnaast dient te worden vermeld dat het plangebied niet in de nabijheid van Natuurnetwerk Nederland is gelegen. Tot slot zijn in het plangebied geen beschermingswaardige, te mitigeren of te compenseren natuurwaarden aanwezig, waardoor een ecologisch onderzoek achterwege is gelaten. Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de vaststelling van het wijzigingsplan.

NL.IMRO.1904.000000-0001

21

Slootdijk 1, Loenen(concept)

4.6

Externe veiligheid

Inrichtingen met gevaarlijke stoffen Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het in oktober 2004 in werking getreden Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de onderliggende regelgeving. Het beleid voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het op 1 januari 2011 in werking getreden Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt "vertaald" als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de z.g. oriënterende waarde (OW).

Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. Transport gevaarlijke stoffen door buisleidingen Op 1-1-2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden met de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Dit besluit omvat de nieuwe regelgeving op het gebied van buisleidingen, waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In plaats van de bebouwings- en toetsingsafstanden waar in de oude circulaires van werd uitgegaan, dienen nu de belemmeringenstrook (4 of 5 m), de plaatsgebonden risicocontour (10-6) en het invloedsgebied van het groepsrisico (1%-letaliteitsgrens) in acht te worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op 1 april 2015 is het Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en het spoor in werking getreden. Met de invoering van het Basisnet beoogt het Rijk een evenwicht tot stand te brengen tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid. Risicokaart Onderstaande afbeelding geeft de digitale Risicokaart van het plangebied en omgeving weer.

22

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Uitsnede Risicokaar t Utr echt plangebied, br on: w w w .r isicokaar t.nl

Afweging Het BEVI is uitsluitend van toepassing op (beperkt) kwetsbare objecten. De agrarische stal kan niet worden gekwalificeerd als (beperkt) kwetsbaar object. Zodoende kan het BEVI buiten toepassing worden verklaard. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid, geen beperkingen oplevert ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan. Ook leidt het planvoornemen niet tot belemmeringen in de omgeving.

4.7

Luchtkw aliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het

NL.IMRO.1904.000000-0001

23

Slootdijk 1, Loenen(concept)

programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m3, NO2 of PM 10 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Afweging De Omgevingsdienst heeft voor de gemeente Stichtse Vecht Luchtkwaliteitskaarten gemaakt, uit de monitoringsronde NSL 2016. Hierop zijn de concentraties stikstofdioxide en fijn stof berekend. In dit rekenmodel is het rekenhart STACKS geïntegreerd, welke voldoet aan de Regeling beoordeling. Uit dit onderzoek is gebleken dat de concentratie stikstofdioxide en fijn stof zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden.

De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m³ wordt overschreden wanneer de concentraties gemiddeld op jaarbasis boven de 60 microgram per m³ uitkomen. De concentraties in het plangebied overschrijden nergens de grens van 60 microgram per m³. Dit betekent dat voor het plangebied aan de uurgemiddelde grenswaarde wordt voldaan. Naast een jaargemiddelde grenswaarde voor fijn stof is er ook een daggemiddelde grenswaarde van 50 microgram per m³ van kracht, die per jaar 35 keer mag worden overschreden. Uit statistische vergelijkingen van TNO en het RIVM blijkt dat deze grenswaarde bij een concentratie van 31,3 microgram per m³ vaker dan 35 keer wordt overschreden. Aangezien de concentratie fijn stof in het plangebied niet boven de 31,3 microgram per m³ uitkomt, wordt aan deze daggemiddelde grenswaarde voldaan. Voorliggende ontwikkeling betreft de legalisatie van een bestaande agrarische stal die dient ter vervanging van meerdere bestaande kleine agrarische gebouwen. Het wijzigingsplan leidt niet tot een (relevante) toename van het aantal vervoersbewegingen. Het project is niet in betekenende mate van invloed op de luchtkwaliteit. Er behoeft niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor het vaststellen van het wijzigingsplan.

4.8

Water

In het kader van het verkrijgen van een duurzaam watersysteem hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2001 de Startovereenkomst waterbeleid 21e eeuw (WB'21) ondertekend. Onderdeel van het nieuwe waterbeleid is de 'Watertoets': de check van ruimtelijke plannen aan de gevolgen voor het watersysteem. Gevolg is dat overleg moet plaatsvinden met de waterbeheerder en dat in een toelichting bij een ruimtelijke ontwikkeling een beschrijving moet worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding.

24

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Beleid Europees beleid In 2000 is de Kaderrichtlijn water vastgesteld waarin communautaire maatregelen zijn opgenomen betreffende water. Het doel van deze richtlijn is een integrale benadering van het waterbeheer. Dit betekent dat de interne samenhang tussen oppervlaktewater en grondwater, zowel waar de kwaliteits- als kwantiteitsaspecten betreft, als uitgangspunten worden genomen. Daarnaast betekent de integrale benadering dat diverse beleidsterreinen, waaronder de ruimtelijke ordening, door de richtlijn worden bestreken. Met de bestaande Nederlandse regelgeving kan het merendeel van de richtlijnverplichtingen worden uitgevoerd. Rijksbeleid In december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) vastgesteld. Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar met een vooruitblik richting 2050 en geeft uitvoering aan Europese richtlijnen. Het NWP2 richt zich op het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

Provinciaal beleid De watersystemen in stedelijk gebied zijn voornamelijk afgestemd op afvoer (bij regen) en aanvoer (in droge perioden) van water. Een dergelijk systeem bezit onvoldoende veerkracht om in te kunnen spelen op de toekomstige ontwikkelingen. Aandachtspunten bij het streven naar een veerkrachtige duurzame inrichting en beheer in zowel bestaand als nieuw stedelijk gebied zijn de realisering van extra open water, de afkoppeling van schoon verhard oppervlak van de riolering, de aanleg van een verbeterd gescheiden rioleringsstelsels, het saneren van vervuilingsbronnen, de realisering van een natuurvriendelijke oeverinrichting en een duurzamer gebruik van (leiding)water (duurzame waterketen). Vanaf het begin van elke planvorming dient overleg te worden gevoerd tussen gemeente, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie "vasthouden, bergen en afvoeren” moet worden gehanteerd. Waterbeheerder Het projectgebied valt binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens AGV voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten.

Het verzorgingsgebied van Waternet omvat de gemeente Amsterdam en een groot gebied in de provincie Utrecht en Noord Holland. Het beleid van AGV is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021 en diverse beleidsnota's. In de keur van AGV (dit is de waterschapsverordening) zijn geen verboden opgenomen voor de bescherming van de functionaliteit van waterlopen en waterkeringen. Met de Keur wil AGV de waterkwaliteit verbeteren, de doorstroming in sloten veilig stellen en de dijken sterk houden. Bij de Keur horen Keurkaarten met informatie over wateren en waterkeringen.

NL.IMRO.1904.000000-0001

25

Slootdijk 1, Loenen(concept)

In de legger van het waterschap worden gegevens vastgelegd over de locatie van wateren, dijken en kunstwerken, aan welke eisen deze moeten voldoen (diepte, hoogte, sterkte etc.) en de onderhoudsverplichtingen. De legger dient als basis voor de vergunningverlening door de waterbeheerder. AGV hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1000 m² verharding in stedelijk gebied of meer dan 5000 m² in landelijk gebied 10% daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg. Watertoets Voorliggend wijzigingsplan legaliseert de uitbreiding van agrarische bedrijfsbebouwing. Qua verhard oppervlak zal er geen verschil zijn tussen de huidige situatie en de toekomstige situatie. Op basis van een op 8 april 2016 verleende watervergunning heeft watercompensatie reeds plaats gevonden. In het plangebied is netto 44,5 m² water in de hoogwaterzone en 638,5 m² water in het polderpeil gegraven. Schoon water wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitloogbare materialen. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de vaststelling van het wijzigingsplan.

26

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Hoofdstuk 5

Afw eging en conclusie

Dit wijzigingsplan legaliseert de bestaande agrarische stal op het perceel aan Slootdijk 1 te Loenen, in de gemeente Stichtse Vecht. De stal is deels gelegen buiten het aangegeven bouwvlak en daarmee in strijd met het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord'. Voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van het vergroten van een bouwvlak met de bestemming 'Agrarisch met waarden' staan in het bestemmingsplan wijzigingsregels. Hieronder zijn deze opgenomen en is in cursief aangegeven of voorliggend initiatief past binnen deze regels: 1. wijziging van de begrenzing van het bouwvlak alleen toelaatbaar is, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; De vergroting van het bouwvlak is noodzakelijk teneinde de bestaande stal te legaliseren. De stal wordt gebruikt voor de stalling van schapen en paarden. Daarnaast wordt de stal gebruikt voor opslag en het fokken en trainen van paarden. De stal is onlosmakend verbonden aan het vleesverwerkingsbedrijf', welke een relatie heeft met het agrarisch bedrijf. Afnemers bezoeken de stal om het vleesvee te keuren. 2.

de noodzaak tot uitbreiding aangetoond dient te worden door middel van een bedrijfsplan waarbij tevens moet worden aangetoond dat sloop en herbouw van bedrijfsgebouwen niet tot de mogelijkheden behoort; Op 19 juni 2012 hebben burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een paardenstal op het betreffende perceel. De omgevingsvergunning is in 2015 ingetrokken, ten gevolge van de gestelde uitoefening van nevenfuncties in de stal. Dit wijzigingsplan staat de bestaande agrarische stal aan Slootdijk 1 te Loenen toe, door het bouwvlak met de bestemming 'Agrarisch met waarden' te vergroten. Hiervoor is in het verleden reeds afgeweken van het bestemmingsplan. De stal zal uitsluitend worden gebruikt voor agrarische activiteiten. Daarnaast is door initiatiefnemer een bedrijfsplan ingediend waarin de noodzaak tot uitbreiding is aangetoond. 3. de vergroting van het bouwvlak milieuhygiënisch inpasbaar dient te zijn; In hoofdstuk 4 is aangetoond dat wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarde. De milieukundige aspecten zoals bodem, geluid en luchtkwaliteit staan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan niet in de weg. 4.

de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zoals genoemd in artikel 3.1 aanhef en onder q niet onevenredig worden aangetast; In paragraaf 4.1.2 en 4.5 is aangetoond dat de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast. Het wijzigingsplan staat het behoud, de versterking en het herstel van de aldaar voorkomende waarden niet in de weg. 5. bouwvlakken vergroot mogen worden tot ten hoogste 25% van het bouwvlak met een maximum van 1,5 hectare. Een uitbreiding tot ten hoogste 2 hectare is toegestaan voor uitbreiding van grondgebonden veehouderijen, mits hierbij tevens; a. het eventuele belang van de waterwinning niet wordt aangetast; b. de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van het dierenwelzijn; c. de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van de volksgezondheid; Aan bovenstaande voorwaarde wordt voldaan. De stal heeft een totale oppervlakte van 3.065 m2, waarvan 900 m2 is gelegen buiten het geldende bouwvlak. Ten behoeve van de legalisering van de bestaande stal wordt het bouwvlak vergroot tot 5.620 m2. De vergroting van het bouwvlak bestaat uit 1.066 m2. Wat 'inkorting' van het bouwvlak aan de voorzijde als hiervoor bedoeld onverlet laat.

NL.IMRO.1904.000000-0001

27

Slootdijk 1, Loenen(concept)

6. geen sprake mag zijn van een toename van de ammoniakemissie van het betreffende bedrijf dan wel aangetoond dient te worden dat geen significant negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden; Aan bovenstaande voorwaarde wordt voldaan. Zoals eerder vermeld is in 2012 reeds een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van de stal ten behoeve van het houden van vee. Deze stal is vervolgens gebouwd. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de ammoniakemissie niet toeneemt. 7. het verzoek wordt onderbouwd met een ruimtelijke onderbouwing waarvan een beeldkwaliteitparagraaf en een inrichtingsplan deel van uitmaken; Aan bovenstaande voorwaarde wordt voldaan. In paragraaf 2.3 wordt de toekomstige situatie van de bestaande stal toegelicht, waarin landschappelijke inpassing de aandacht krijgt. Overigens betreft het een bestaande stal. 8. burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in bij een agrarisch deskundige met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder a sub 1 en 2 wordt voldaan; PM 9. burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder a sub 4 wordt voldaan. PM

Gelet op voorgaande kan worden geconcludeerd dat de vergroting van het bouwvlak teneinde de bestaande agrarische stal te legaliseren, voldoet aan de wijzigingsregels van artikel 3.7.1.

28

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Een wijzigingsplan is een wijziging van een al geldend bestemmingsplan. Dit geldende bestemmingsplan kent aan het college de bevoegdheid toe om, binnen de kaders die het plan stelt, tot wijziging over te gaan. Het wijzigingsplan regelt de wijziging van de geldende bestemming 'Agrarisch met waarden' ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak. In het geldende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord is voor de betreffende locatie een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (zie paragraaf 2.2). Het ontwerp van het wijzigingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die periode kan een ieder een zienswijze op het plan kenbaar maken.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Gelet op het bepaalde in artikel 3.1 Wro moet in het kader van een wijzigingsplan onder andere inzicht worden verschaft in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In verband daarmee is eerst onderzocht of voor het onderhavige wijzigingsplan op grond van artikel 6.12, eerste lid Wro de verplichting bestaat om één of meer exploitatieplannen vast te stellen. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van dit wijzigingsplan en de bijbehorende ruimtelijk-juridische procedure zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente Stichtse Vecht zijn een anterieure overeenkomst aangegaan waarin het verplichte kostenverhaal is geregeld. Degene die meent schade te lijden door het vaststellen van het wijzigingsplan, kan een verzoek indienen om een tegemoetkoming van de schade (Artikel 6.1 Wro). Eventuele kosten voortkomend uit de planschade zijn in eerdergenoemde overeenkomst meegenomen.

NL.IMRO.1904.000000-0001

29

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Hoofdstuk 7

Wijze van bestemmen

Het wijzigingsplan is een ruimtelijk besluit, waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een wijzigingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Voor het wijzigingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening voorgeschreven standaarden zoals die zijn opgenomen in onder andere de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012). Het wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen juridische binding, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting bevat een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het wijzigingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het wijzigingsplan.

Op de verbeelding is een bestemming 'Agrarisch met waarden' opgenomen overeenkomstig de verbeelding behorende bij het moederplan 'Landelijk Gebied Noord'. Ook de bouwregels zijn identiek. De verandering in dit wijzigingsplan heeft slechts betrekking op het vergroten van het bouwvlak op de verbeelding teneinde de bestaande stal te legaliseren. De regels voor de bestemming 'Agrarisch met waarden' uit het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' kunnen rechtstreeks van toepassing worden verklaard op het wijzigingsplan. In de regels is door middel van een schakelbepaling het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' van toepassing verklaard.

30

NL.IMRO.1904.000000-0001

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Bijlagen

NL.IMRO.1904.000000-0001

31

Slootdijk 1, Loenen(concept)

Bijlage 1 Verkennend archeologisch onderzoek

32

NL.IMRO.1904.000000-0001

Gemeente Stichtse Vecht Plangebied Slootdijk 1 te Loenen aan de Vecht Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) BAAC Rapport V-12.0123

juni 2012

Auteur: mw. drs. A. Buesink

Status: definitief

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

2

Colofon ISSN: Auteur(s): Veldmedewerkers: Cartografie: Redactie: Copyright:

1873-9350 mw. drs. A. Buesink mw. K.H.J. Pepers, MSc. mw. K.H.J. Pepers, MSc., mw. drs. A. Buesink drs. R. van der Mark Promad IOB BV te Oudewater / BAAC bv te Deventer

Autorisatie (senior archeoloog):

drs. R. van der Mark

24 april 2012

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Promad IOB BV te Oudewater en/of BAAC bv.

BAAC bv Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 Fax: (073) 61 49 877 E-mail: denbosch@baac.nl

3

Postbus 2015 7420 AA Deventer Tel.: (0570) 67 00 55 Fax: (0570) 61 84 30 E-mail: deventer@baac.nl

Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

4

Inhoud

Inhoud

5

Samenvatting

7

1

Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Ligging van het gebied 1.3 Administratieve gegevens

9 9 10 12

2

Bureauonderzoek 2.1 Werkwijze 2.2 Landschappelijke ontwikkeling 2.3 Bewoningsgeschiedenis 2.3.1 Archeologie 2.3.2 Historie 2.4 Archeologische verwachting

13 13 13 15 15 17 19

3

Inventariserend veldonderzoek 3.1 Werkwijze 3.2 Veldwaarnemingen 3.3 Verkennend booronderzoek 3.3.1 Lithologie en bodemopbouw 3.3.2 Bodemverstoringen 3.3.3 Archeologische indicatoren 3.4 Archeologische interpretatie

21 21 22 23 23 23 23 23

4

Conclusie en aanbevelingen 4.1 Conclusie 4.2 Aanbevelingen

25 25 26

5

Geraadpleegde bronnen

27

Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2

5

29

overzicht van geologische en archeologische tijdvakken boorbeschrijvingen

Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

6

Samenvatting BAAC bv heeft een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor plangebied Slootdijk in Loenen aan de Vecht. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge archeologische verwachting vanaf de vroege ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Tijdens het booronderzoek bleek de top van de bodem verstoord tot circa 120 cm beneden maaiveld. Binnen het verstoorde deel van de bodem is bouwpuin en houtskool aangetroffen. Mogelijk betreft de verstoring een oude woongrond met archeologische sporen uit de middeleeuwen of de nieuwe tijd. Eventuele oudere resten kunnen niet worden uitgesloten, maar zijn waarschijnlijk door de latere bewoningsfasen verstoord. Een archeologische begeleiding, inclusief een archeologische begeleiding van de sloop indien deze beneden maaiveld plaatsvindt, is noodzakelijk om de archeologische resten te karteren.

7

Loenen aan de Vecht, Slootdijk 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1781/documents/38484