3f. Bijlage bij Toelichting.NL.IMRO.1904.BPDeVechtCONCEPT-CO02_ToelichtingCHWkaart.pdf
Tekst van het document
Enkele aantekeningen bij de opdracht: • Een inventarisatie en waardering van gebouwde objecten die tot nu toe buiten het blikveld van instanties zijn gebleven, met het doel deze aan te wijzen als beeldbepalende panden of gemeentelijke monumenten, maakte geen deel uit van de opdracht. Ook een actualisatie van de in het verleden geïnventariseerde panden (MIP-lijst) is buiten beschouwing gelaten. • Het historisch groen is in een eerdere opdracht geïnventariseerd en behoefde geen verdere bijstelling. Het historisch groen is als kaartlaag van de cultuurhistorische waardenkaart opgenomen.51 • In een parallel traject is de archeologische waarden- en beleidsadvieskaart geactualiseerd. Relevante kruisbestuiving heeft waar mogelijk plaatsgevonden. • Als leeftijdgrens is “vóór 1966 tot stand gekomen” gehanteerd. Dit jaartal is tot voor kort gehanteerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als begrenzing voor de zogenaamde ‘Wederopbouwperiode’.52 Dit houdt in dat ook deze periode deeluitmaakte van de inventarisatie, waarbij objecten uit deze periode vaak niet eerder zijn geïnventariseerd en momenteel geen status kennen. • De huidige gemeentegrens is tevens het plangebied. Er zijn geen gebieden binnen de gemeente buiten beschouwing gelaten. Doel In de Kadernotitie Cultureel Erfgoed is het doel van de cultuurhistorische waardenkaart reeds aangeduid, zie naaststaande kadertekst.
De cultuurhistorische waardenkaart heeft zelf geen juridische status, maar geldt als informatiebron voor bestemmingsplannen, planbeoordelingen en andere planologische instrumenten. Op deze wijze heeft de kaart een taak in de borging van cultureel erfgoed en geeft de gemeente invulling aan haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het verankeren van cultuurhistorie in het gemeentelijke beleid, zoals het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorschrijft. Daarnaast wordt het gemeentelijk erfgoed in kaart vastgelegd, dat ook voor een breder publiek (inwoners, onderzoekers, plannenmakers, recreanten) informatief kan zijn.53 51
52 53
In het kader van het opstellen van een nieuwe bomenverordening zijn de relevante groenstructuren geïnventariseerd en in kaart gebracht op de ‘Groene Kaart’, zie: www.stichtsevecht.nl/bomenkap. Hoewel de bomenverordening een andere achtergrond en invalshoek kent, is tijdens deze inventarisatie reeds het cultuurhistorisch waardevol groen in het GISbestand gelabeld, zoals laanbeplantingen, boomgaarden, hakhoutpercelen en overige kleine landschapselementen. Het jaartal 1966 houdt tevens verband met een zekere afstand in de tijd, zodat er historische reflectie heeft kunnen ontstaan. Deze 50-jarengrens is ondertussen in het rijksmonumentenbeleid (MoMo) losgelaten. Zie voor andere cultuurhistorische handreikingen en waardenkaarten bijvoorbeeld: http://cultureelerfgoed.nl/dossiers/ handreiking-erfgoed-en-ruimte; http://handreikingerfgoedenruimte.nl/erfgoed-kaarten-en-lijsten; http://nl.wikipedia.org/ wiki/Cultuurhistorische_waardenkaart; http://www.dongen.nl/Wonen_Leven/Wonen/Cultureel_erfgoed/Cultuur_Historische_Waardenkaart_CHW; http://www.ede.nl/vrije-tijd-en-toerisme/kunst-en-cultuur/cultuurhistorische-waardenkaart/
61
SB4 Voorbeeld van de kaartvergelijking van de situatie in ca. 1832 en 2015.
Voorbeeld van de kaartvergelijking van de situatie in ca. 1950 en 2015.
Voorbeeld van de kaartvergelijking van de situatie in ca. 1962 en 2015.
62
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
Kader Voor het opstellen van de cultuurhistorische waardenkaart zijn vooraf duidelijke kaders geschetst, mede ingegeven door de beoogde diepgang van de inventarisatie en de kaart. Mede gezien de grote hoeveelheid beschikbare gegevens is gevraagd zo efficiënt mogelijk om te gaan met beschikbare bronnen en het veldwerk beperkt te houden en de rapportage beknopt. Over de hele linie is een evenwichtig product beoogd, dat een degelijke basis legt en een kapstok biedt om in de toekomst gegevens te actualiseren en verdiepend onderzoek aan toe te voegen. Juridische status De cultuurhistorische waardenkaart dient als informatiebron en schept zelf geen juridische voorwaarden. Het is nadrukkelijk wel de bedoeling dat relevante informatie van de cultuurhistorische waardenkaart wordt doorvertaald in andere instrumenten (zoals bestemmingsplannen, welstandsnota, bomenverordening, structuurvisies e.d.), die wel een juridische status kennen en daarom een eigen planologische procedure kennen. Structuurvisies en bestemmingsplannen worden in de toekomst vormgegeven als omgevingsvisies en omgevingsplannen. 5.2. Werkwijze In het eindproduct is onderscheid gemaakt in een inventarisatiekaart en een waardenkaart.
De inventarisatiekaart omvat alle historisch relevante onderdelen, namelijk sec de elementen, structuren en zones die cultuurhistorisch relevant zijn op de gebieden historische bouwkunst (panden), stedenbouw (dorpsen nederzettingsstructuren) en geografie (landschappelijke patronen). De onderdelen op deze kaart zijn gedateerd naar periode van ontstaan. Daarnaast zijn deze onderdelen van de inventarisatiekaart ter informatie en om tot een helder overzicht te komen verdeeld over vier themakaarten: ‘water, wegen en dorpen’, ‘cultuurlandschap’, ‘historische buitenplaatsen’ en ‘militair erfgoed’. De kaartlaag ‘groen erfgoed’ inclusief de ‘monumentale bomen’ en de kaartlaag ‘landschapstypologie’ zijn een integraal onderdeel van de informatie op de inventarisatiekaart. De waarderingskaart geeft een selectie van deze elementen, structuren en zones weer, op basis van (beschermings)status en na onderlinge vergelijking en weging volgens de waarderingscriteria.
Inventarisatie Voor de kartering en selectie van cultuurhistorische objecten in de gemeente Stichtse Vecht is de huidige situatie – en niet de historische situatie – leidend geweest, mede in verband met de beoogde vertaling van aanwezige cultuurhistorische waarden naar ruimtelijk beleid.54 Verdwenen structuren kunnen wel relevant zijn bij de analyse, bij de beoordeling van relicten en voor de toelichtende beschrijving, maar zijn zeer beperkt en op terughoudende wijze op de kaart opgenomen. Verdwenen structuren zijn alleen opgenomen indien deze van wezenlijke invloed op het landschap of structuurbepalend zijn geweest.55 Voor de inventarisatie is uitgegaan van de criteria, dat een historisch relevant object of structuur: • vóór 1966 tot stand is gekomen; • van wezenlijk belang is voor een (grotere) structuur, of een onlosmakelijk onderdeel vormt van een historisch ensemble of compositie; • kenmerkend is voor deze regio of de regionale ontwikkelingsgeschiedenis; • ruimtelijk beeldbepalend; of • betekenis dragend voor de (gebruiks)geschiedenis van het gebied. 54
55
De inventarisatie heeft plaatsgevonden op perceelsniveau. Bij dit perceelsniveau wordt zoveel mogelijk uitgegaan van huidige bouwvlakken en topografische grenzen, zoals opgenomen op de actuele topografische ondergrond (uitgaande van de kaarten uit 2011 en 2013). Er is zoveel mogelijk gestreefd naar selectie van een geheel vlak of (gedeeltelijke) markering van een bestaande lijn. Indien een element niet voorkomt op de topografische ondergrond is dit toegevoegd op basis van de recente luchtfoto. Bij reeds beschermde of eerder gesignaleerde objecten zijn deze op basis van adres vertaald naar een pand (als vlak aangeduid in plaats van als punt). Informatie uit de veldverkenning en de kaartanalyse is vrijwel direct in GIS gebracht. Zo zijn ter attentie ook de plekken van verdwenen buitenplaatsen op de kaart gemarkeerd. Tevens zijn locaties van verdwenen poldermolens, steen- en pannenfabrieken en veerponten, en verdwenen tracés van hoofdwatergangen opgenomen. Locaties waar in het verleden een poldermolen heeft gestaan, zijn vaak in het landschap nog aanwijsbaar door hogere ligging of afwijkend slotenpatroon.
63
SB4
Voorbeeld van de registratie van gefotografeerde panden in Maarssen (programma ‘ViewNX2’ van Nikon).
Voorbeeld van de inventarisatie van wegen in Maarssen naar ontstaansperiode.
64
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
Begonnen is met verwerking van de beschikbare GIS-data.56 Indien deze als actueel en volledig werden beoordeeld, zijn deze één op één op de inventarisatiekaart opgenomen. Als bronnen is hoofdzakelijk gebruik gemaakt van: • Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: rijksmonumenten, stads- en dorpsgezichten, MIP-objecten; • CHAT (provincie Utrecht): kastelen en buitenplaatsen, zichtrelaties, militair erfgoed, agrarisch cultuurlandschap (gemalen, molens, boerderijlinten, dijken, verkavelingsrichtingen, verveningen), nutsvoorzieningen, dorpskernen en –linten; • Buitenplaatsbiotoop (provincie Utrecht): hoofdhuizen, bijgebouwen, zichtlijnen, waterpartijen, lanen, parken, moestuinen; • Projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie / Provincie Utrecht: forten, verboden kringen, groepsschuilplaatsen, kazematten, houten huizen, sluizen; • Gemeente Stichtse Vecht: gemeentelijke monumenten, historische hooibergen. Daarnaast zijn de cultuurhistorische gegevens die reeds in het kader van het opstellen van de Groene Kaart (als onderdeel van de Bomenverordening) in kaart zijn gebracht, één-op-één overgenomen. Dit betreft onder meer hoogstamboomgaarden, houtsingels, kleine bosjes, hakhoutbos, wegbeplanting en lanen.
Historische bouwkunst De historische bouwkunst betreft in beginsel alle woon- en bijzondere bebouwing binnen en buiten de bebouwde kom, variërend van verschillende typen woonbebouwing tot bouwwerken met een specifieke functie, zoals sluizen, groepsschuilplaatsen en boerderijen. Daarbij wordt een zekere omvang als ondergrens aangehouden, waarbij het in principe moet gaan om een zelfstandig gebouw en duidbaarheid op de topografische kaart. Bij de inventarisatie is in eerste instantie uitgegaan van een hoofdzakelijk administratieve handeling, waarbij de objecten die reeds een monumentenstatus hebben of tijdens het MIP zijn gesignaleerd, vrijwel integraal zijn overgenomen op de kaart. Ook werden panden uit andere bronnen overgenomen, zoals de hoofd- en bijgebouwen in de buitenplaatsbiotoop en de beschrijvingen bij gebouwen uit het CHAT, voor zover deze geen deel uitmaken van de hiervoor genoemde categorieën. Veldinventarisatie Met name voor de beoordeling van de bouwhistorische situatie heeft voor het hele grondgebied van de gemeente onderzoek in het veld plaatsgevonden. Deze inventarisatie is begonnen met een GIS- en bureaustudie, die hoofdzakelijk bestaat uit een vergelijking van historische kaarten met de huidige situatie en het in kaart brengen van de objecten met een monumentenstatus.
Met deze analysekaart is het veldwerk aangevangen, waarbij de zones met bebouwing van na 196657 en de monumenten en MIPpanden58 niet verder zijn bekeken. Tijdens het veldwerk is een inschatting gemaakt van de ouderdom van panden en een onderscheid naar bouwperiode gemaakt. Van bekeken panden is een foto gemaakt. Kanttekeningen bij deze inventarisatie: • Bij de veldinventarisatie heeft enkel vanaf de openbare weg inventarisatie plaats kunnen vinden, aangezien anders voor alle terreinen toegankelijkheid geregeld had moeten worden bij de eigenaar. • Inventarisaties uit het verleden, zoals aanwijsprogramma’s voor monumenten, hebben vaak een focus gekend op hoofdobjecten (geen bijgebouwen) en zichtbare delen (gevels), zodat dit zich weerspiegeld in beschikbare inventarisaties. Evenwel zijn op de buitenplaatsen veelal specifieke onderdelen aangewezen binnen de complexbescherming, zoals toegangshekken. Ook is enige jaren geleden een inventarisatie van historische hooibergen in de gemeente uitgevoerd door het Cultuurplatform. 56 57 58
Omdat voor beheer van externe bestanden de bronhouder (o.a. RCE en provincie) verantwoordelijk is, zijn de gegevens van de monumentstatus en de buitenplaatsbiotopen ongewijzigd overgenomen en hooguit aangevuld. Mede op basis van de bouwjaarregistratie in de BAG, die wat betreft naoorlogse panden redelijk betrouwbaar bleek. Vanuit het Monumenteninventarisatieproject (MIP) zouden foto’s bij de provincie Utrecht beschikbaar zijn van omstreeks 2005, welke verder niet zijn geraadpleegd voor de inventarisatie, omdat deze panden niet zijn beoordeeld en integraal zijn opgenomen op de kaart.
65
SB4
Kadastraal verzamelplan met de begrenzing van de toenmalige gemeente Ruwiel, getekend in 1813 en herzien in 1819 en 1831. (Bron: RCE). > Hek bij ‘Armenland Ruwiel’.
v Restanten van de spoorlijn Nieuwersluis-Aalsmeer: brugwachterswoningen en verhoogd gelegen tracé.
66
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
IJkmoment voor de inventarisatie is 1 januari 2016.59 Daarbij is geen rekening gehouden of kennis genomen van het eventueel in ontwikkeling of behandeling zijn van plannen. • Sportvelden en hun beplantingen zijn, vanwege hun recente totstandkoming en veelal beperkte samenhang, niet opgenomen. Tijdens de veldinventarisatie zijn foto’s gemaakt, in principe bedoeld voor intern gebruik voor beoordeling en in de toelichtende rapportage. Aangezien bij de fotografie de gps-coördinaten direct werden vastgelegd, en dus de exacte plaatsbepaling van het object of gebied, is het mogelijk om de foto’s aan het GIS-bestand te koppelen. •
Historisch landschap De categorie historisch landschap omvat - naast het reeds eerder geïnventariseerde historische groen de historische geografie: fysieke elementen en kenmerkende landschappelijke patronen, zoals het ontginningspatroon en kades, (spoor)wegen- en waterlopenstelsel, afgeleid uit de ontstaansgeschiedenis van het landschap.60 Ook historische zichtrelaties en historische ‘biotopen’ worden onder het historisch landschap geschaard.61 In geval van historische biotopen wordt gedoeld op verboden kringen rond militaire werken en molenbiotopen. Naast elementen en (lijnvormige) structuren gaat het bij deze categorie vaak om grotere vlakken, bijvoorbeeld in geval van ontginningsblokken of inundatievelden. Bij de inventarisatie van historisch groen is een aantal uitgangspunten gehanteerd. Zo is een boomgaard(restant) gedefinieerd als bestaande uit ten minste 3 oudere bomen. Soms zijn boomgaarden ook van belang vanwege het ensemble dat zij vormen met een historische boerderij, al zijn de bomen zelf van na 1966. Fruitbomen zijn overigens volgens de Boomverordening niet kapvergunningsplichtig. Grote, moderne productieboomgaarden zijn niet meegenomen, ook al waren deze reeds voor 1966 als zodanig in gebruik. Wat betreft leilindes zijn deze van bijzondere waarde vanwege het ensemble dat zij veelal vormen met een historische boerderij, ook als de bomen zelf van na 1966 zijn.
Het betreft geen vlakdekkende inventarisatie, aangezien deze elementen enkel door middel van een veldwaarneming geïnventariseerd zijn en niet gegarandeerd kan worden dat elk object tijdens de verkenning is gesignaleerd. Historische ensembles en bijzondere complexen Gebieden een meer bijzondere positie innemen in de gebiedsgeschiedenis zijn aangewezen als ‘waardevol historisch ensemble’, zoals bebouwing langs enkele historische uitvalswegen. Vanuit hun samengestelde waarden zijn de meeste dorpskernen in de gemeente reeds aangewezen als Beschermd Dorpsgezicht. Aangezien dit nog niet voor de historische kern van Breukelen geldt, is deze opgenomen als waardevol historisch ensemble. Ook de historische buitenplaatsen zijn historische ensembles, vanwege hun complexiteit en diverse onderdelen, die vaak als Complex Historische Buitenplaats een bescherming kennen. Waar deze bescherming er niet is, kan de buitenplaats (als vlak uit de Buitenplaatsbiotoop62) worden beschouwd als waardevol ensemble.
Om het belang van historische samenhang te duiden zijn enkele grotere complexen in het buitengebied opgenomen: • de verdwenen buitenplaats Welgelegen ten noorden van Vreeland, waarvan het hoofdhuis met tuin ten westen van de Vecht lag, terwijl aan de oostzijde in de Dorssewaard een uitgestrekte overtuin sporen heeft achtergelaten; • het voormalig spoortracé ‘Nieuwersluis-Aalsmeer’ uit 1915, met brugwachterswoningen bij de voor59 60 61 62
Sinds 1 januari kunnen situaties zijn gewijzigd, waarbij panden veranderd of gesloopt kunnen zijn. Waar mogelijk is bij het historisch landschap een koppeling gemaakt met de archeologische inventarisatie, aard- en bodemkundige situatie, en landschappelijke typologie, om inzicht te krijgen in de ontstaanswijze en duiding. De kringen rondom militaire werken (ten behoeve van vrij schootsveld) in drie categorieën (300, 600, 1000m) zijn in het verleden duidelijk vastgesteld en waren vrijwel allemaal reeds geïnventariseerd en op kaart vastgelegd, zodat deze één op één zijn overgenomen. Ook voor bestaande historische windmolens geldt dat deze zijn overgenomen uit het CHAT. Zie: Dam, K. van, E. Blok, R. Blijdenstijn, De Utrechtse Buitenplaatsbiotoop Kenmerken en Ambities. Vecht, Stichtse Lustwarande, Langbroekerwetering, Laagte van Pijnenburg, Amersfoortseweg, Valleilandgoederen, Amelisweerden, Landgoed Linschoten en Kasteel De Haar, SB4 / Provincie Utrecht, oktober 2014.
67
SB4
Objecten en structuren in de gemeente Stichtse Vecht die in 1832 aanwezig of bebouwd waren.
68
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
•
malige draaibrug over de Kromme Angstel, halteplaats Oukoperdijk (woning annex stationsgebouwtje) en restanten van bruggen (brughoofden);63 de gebiedsgrens van het Gerecht Ruwiel, als voorbeeld van verdwenen bestuurlijke grenzen.64
Deze contouren zijn bedoeld als exemplarisch en historisch relevant, doch zijn niet uitputtend in beeld gebracht. Desgewenst kunnen hier in de toekomst aanvullingen op worden gedaan. Kleinere beeldbepalende en samenhangende ensembles zijn vaak moeilijk te begrenzen, omdat landschappelijke en historische relaties ver reiken. Deze blijken vaak uit de kaart of thematische weergave, maar zijn niet afzonderlijk in kaart gebracht. Hierbij kan worden gedacht aan: • molens en sluizencomplex bij uitmonding van de Nedereindse Vaart in de Vecht, als ensemble aan de rand van de Polder Buitenweg, een karakteristiek open agrarisch landschap met gave verkaveling en boerderijen aan ontginningsas. • het gemaal en sluizencomplex aan de Machinekade, in relatie tot de Bethunepolder als droogmakerij, en afvoer via aansluitend drinkwaterkanaal richting de buiten Stichtse Vecht gelegen reservoirs; • het Amsterdam-Rijnkanaal met aanliggende karakteristieke bruggen, sluizencomplexen (o.a.
Kerkvaart-Aa), dienstwoningen, voormalige locaties van overtomen en veerponten, en opgaande beplanting langs de parallelwegen; • de poldermolen bij Kockengen met molenvaart, temidden van het ontginningsblok; • de buitenplaatsen in de ‘Gouden bocht van Maarssen’, inclusief jaagpad langs de Vecht, weggetjes, bruggetjes en Diependaalsedijk; • zone tussen en rondom Bijleveld en Heicop, met riet- en moerasland, voormalige overslaglandjes, dijken en doorbraakrestanten, voormalige overtoom bij Joostendam en het dorp Kockengen; • het sluizencomplex bij Nigtevecht; • de vier opeenvolgende ontginningsbases van de copeontginningen vanaf de Vecht; incl. opstrekkende ontginning in ‘taartpunt’ achter Tienhoven en Oud-Maarsseveen; • de zone tussen de Vecht en de Scheendijk en de polder Meijnden, met een overgang van de opstrekkende verkaveling naar het gebied met petgaten en veenplassen; • de poldermolens en omliggende watersysteem (Teckop, Kockengen, etc.); • de kasteelboerderij van Ruwiel met het grondlichaam en gracht van het voormalige kasteel, in combinatie met de Boterwal, Hollandse Kade en het Armenland van Ruwiel; • agrarische ensembles van polderontginningen, boerderijlinten en individuele erven met boerderij, geriefhoutbosje, moestuin, boomgaard, pestbosje, bakhuis, boenhok, stallen, wagenberging, hooibergen, koebocht, zomerhuis, etc..
Datering Ten behoeve van deze inventarisatie is op vier niveaus gedateerd: ‘vóór 1966’, ‘vóór 1940’, ‘vóór 1900’ en ‘vóór 1832’.65 De datering van structuren is geen absoluut gegeven, ook omdat historische bronnen niet altijd betrouwbaar zijn: met name kleine elementen zijn soms niet weergegeven op een topografische kaart, terwijl deze wel aanwezig waren. Voor de gebouwde elementen is in het veld integraal een inschatting gemaakt van de datering van panden die buiten de ‘na 1966’-zones vallen en die thans geen status (RM, GM, MIP) hebben. Hoewel naar volledigheid is gestreefd, kon niet in alle gevallen een datering worden gegeven; bijvoorbeeld van sloten en waterlopen of zichtlijnen is dit niet altijd mogelijk. 63 64 65
Manten/Lameris, 2008, p. 120. Zie: http://www.rhcvechtenvenen.nl/collectie?mivast=386&mizig=210&miadt=386&miaet=1&micode=1042&minr=7828 69&miview=inv2 In een eerste stap zijn alle gebieden gemarkeerd die na 1966 zijn ontwikkeld en zodanig zijn gewijzigd dat er thans geen relevante cultuurhistorische objecten van vóór 1966 aanwezig kunnen zijn of de kans daarop zeer beperkt is. Hierbij is gebruik gemaakt van de topografische kaarten die in 2013 zijn uitgegeven. De kaarten uitgegeven in 1959 of 1961, als eerstvolgende uitgave vóór 1966, is gebruikt voor de datering vóór 1966. De topografische kaarten die tussen 1896 en 1901 zijn uitgegeven zijn gebruikt voor de datering vóór 1900 en kadastrale minuutplannen zijn gebruikt voor de datering vóór 1832. Hier is 1832 als vroegste periodegrens gebruikt, omdat met name voor veel kleinere objecten de eerste kadastrale registratie uit 1832 de vroegste betrouwbare bron is. De datering vóór 1832 is gecontroleerd aan de hand van de gedigitaliseerde kadastrale kaart van 1832 (Hisgis) en waar nodig de veldminuten van de topografische kaart uit 1849. Een datering is geen aanduiding van de ouderdom van de betreffende beplanting, welke verjongd kan zijn. Bij twijfel is een latere datering gekozen, waarop een element in ieder geval aanwezig zal zijn geweest.
69
SB4
Bosdijk als voorbeeld van een oude kade in het westelijke veenweidegebied.
Poldermolen in de Hoekerpolder ten noorden van Vreeland.
Zicht over de Vecht in Vreeland op buitenplaats Brugzicht.
70
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
Waardering Bij de waardering is gebruik gemaakt van de uitgangspunten in de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek (Rijksgebouwendienst, RCE e.a., 2009), Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek (Rijksgebouwendienst, RCE e.a., 2012) en de richtlijnen Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening (RCE, 2013). In deze richtlijnen worden cultuurhistorische waarden in 3 gradaties onderscheiden: • waardevaste elementen, bij wet of verordening beschermde objecten met een hoge monumentwaarde, van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied, • waardevolle elementen, niet formeel beschermde objecten met een positieve monumentwaarde, van belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied, • indifferente elementen met een beperkte monumentwaarde, van weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied. Bij beschermde monumenten is een herwaardering in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart niet aan de orde, deze objecten zijn in het verleden al gewaardeerd als ‘waardevast’. Deze waardering behoeft geen verdere onderbouwing en de juridische status staat verder niet ter discussie. Gebouwen die eerder in het kader van het MIP zijn geselecteerd, maar geen monumentenstatus hebben gekregen, zijn als ‘waardevol’ aangeduid.66 Objecten van na 1966 vielen buiten dit onderzoek en zijn dus ook niet gewaardeerd.
Voor een waardering op objectniveau is de gehanteerde diepgang van de Cultuurhistorische Waardenkaart ontoereikend, ook omdat aanwijzing van beeldbepalende panden of potentiële gemeentelijke monumenten - en daartoe benodigd archiefonderzoek - buiten het beschouwingsniveau viel. De waardestelling heeft zich daarom gericht op het aanwijzen van waardevolle structuren en ensembles. Daarmee wordt nadrukkelijk wel een signalering afgegeven ten aanzien van de potentiële historische waarde van objecten binnen deze zones en ensembles. Overigens bleek bij de inventarisatie dat wat betreft vooroorlogse panden de historisch meest relevante objecten reeds waren opgenomen op de monumentenlijst of in het MIP.67 Een enkele keer is een (niet eerder geselecteerd) pand toegevoegd aan de categorie ‘waardevol’. Aan de waarderingsmethodiek ligt een gebiedsgerichte benadering van erfgoed ten grondslag, dat wil zeggen, dat zij in relatie tot de biografie, het karakter en het landschap van het gebied zijn belicht. De eindwaarde die aan geïnventariseerde items wordt toegekend, is gebaseerd op een evenwichtige weging van zowel object-, ensemble-, als gebiedswaarden. Voor de waardering is in eerste instantie de inventarisatie als eerste schifting gehanteerd (zie hierboven genoemde criteria), waarbij met name de datering (vóór 1966) een eerste scheidslijn vormt.
Daarnaast zijn bovenregionale structuren (rivierlopen, militaire linies, doorgaande wegen en vaarten) en samenhangende ensembles en composities (dorpskernen, ontginningsblokken, buitenplaatsen)een belangrijke indicator. Als specifieke kenmerken (gemeentelijke speerpunten) van Stichtse Vecht, gebaseerd op de gebiedsbiografie die hierna beschreven wordt, zijn onderscheiden: • de rivier- en transportgebonden activiteiten (Vecht met jaagpaden, pleisterplaatsen, kaden en stoepen, bruggen) • de buitenplaatsen (bebouwing, park met groenaanleg, waterpartijen en zichtlijnen) • de systematische ontginning (lintbebouwing aan de ontginningsbases, verkaveling, poldermolens en afwateringssysteem) • vervening van de veengronden (legakkers en petgaten, met vaarten en sluizen voor het transport) • de militaire stellingen (Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie) Als ruimtelijk beeldbepalende of karakteristieke stucturen, plekken en ‘landmarks’ kunnen hoofdzakelijk worden beschouwd: 66 67
Deze panden zijn veelal in de gemeentelijke erfgoedlijst opgenomen als ‘karakteristiek’. De categorie ‘karakteristiek’ is vervolgens in het GIS-bestand overgenomen als ‘waardevol’, ter bevestiging van de signaleringswaarde. Monumenten Inventarisatie Project, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
71
SB4
Reeds als monument beschermde complexen: historische buitenplaatsen, stad- en dorpsgezichten en de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
72
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
• historische wegen en routes, (voormalige) belangrijke uitvalswegen • hoofdwaterlopen en kades • kastelen met grachten, bijgebouwen • kerken met pastorie of kerkhof • (markt)pleinen • molens Ten aanzien van de gebruiksgeschiedenis (betekenis dragend) worden in ieder geval als relevant gezien: • (locaties voormalige) steenfabrieken (tichelgaten, dakpanbeschoeiing) • maatschappelijke voorzieningen (scholen, gemeentehuizen, etc.) • begraafplaatsen • waterpartijen bij (agrarische) erven Een aantal onderdelen binnen deze categorieën zijn reeds geschaard onder ‘waardevast’, vanwege een nationale of provinciale waardetoekenning, zoals de beschermde Complex Historische Buitenplaatsen en de Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op gemeentelijk niveau is hieraan een verfijning te geven door bijvoorbeeld ook andere buitenplaatsen te erkennen en verdwenen buitenplaatsen als informatie en inspiratiebron op de kaart te zetten, en door restanten van de Oude Hollandse Waterlinie mee te nemen. Anderzijds kent de gemeente een grote hoeveelheid gave slotenpatronen, die in 1832 in ieder geval al aanwezig waren, en daarmee een zekere waarde vertegenwoordigen. In plaats van de bescherming van elke individuele sloot zijn deze ondergebracht in de gebiedskenmerken per landschapstype.
Presentatievideo Gedurende het onderzoekstraject is een video over de cultuurhistorie van gemeente Stichtse Vecht gemaakt.68 De film heeft als doel bewustwording te creëren voor cultuurhistorie en de unieke cultuurhistorische waarden te laten zien, begrijpelijk te maken en hun belang voor het heden aan te tonen. Enerzijds is deze dus informatief op historisch vlak en anderzijds aansprekend voor een breed publiek, waarmee een poging wordt gedaan mensen te enthousiasmeren voor cultuurhistorie. De film kent als hoofdonderwerp de landschappelijke (en stedenbouwkundige) ontwikkeling en identiteit van het gebied, die duidelijk wordt gemaakt aan de hand van de actuele verschijningsvorm en met name de onderlinge verbanden tussen de verschillende ontwikkelingen. In de film wordt een relatie gelegd met de cultuurhistorische waardenkaart, waarvan ook kaartmateriaal is gebruikt en waarbij dezelfde thematiek is gehanteerd. Geografisch informatiesysteem (GIS) Alle geïnventariseerde objecten zijn ondergebracht in een geografisch informatiesysteem, waarbij onderscheid is gemaakt in aard van het object: punt, lijn of vlak. Deze objecten zijn op de topografische kaart gegeorefereerd en voorzien van achterliggende gegevens (attributen). Er is naar gestreefd de attributenvelden zo volledig mogelijk in te vullen, hoewel het onoverkomelijk is dat diverse velden leeg zijn gebleven.
Op basis van dit GIS-bestand zijn kaarten te genereren, waarbij afhankelijk van het doel voor een cartografische opmaak kan worden gekozen. Ook is het aan de gemeente op welke wijze zij deze gegevens (via bijvoorbeeld een webkaart) voor een breed publiek toegankelijk wil maken.69 Controle De primaire begeleiding vanuit de gemeente vond plaats door de projectgroep, bestaande uit de gemeentelijke projectleider en deskundigen op het gebied van cultuurhistorie en monumenten, ruimtelijke ordening en landschap. 68 69
Deze video draagt de titel ‘Levend Land’ en is gemaakt door ARCX in opdracht van gemeente Stichtse Vecht Gedurende het project is tijdelijk gebruik gemaakt van een webservice van Arcgis, waarop de concepten van de kaart zijn gedeeld met projectgroep en klankbordgroep.
73
SB4
Presentatie van de cultuurhistorische waardenkaart en film ‘Levend Land’ tijdens een informatieavond voor gemeenteraadsleden.
In de attributentabel zijn de volgende categorieën onderscheiden: • MIP-nummer • Rijksmonumenten-nummer • Plaatsnaam • Straat • Huisnummer (en. evt. Toevoeging en Situering) • Oorspronkelijke functie • Huidige functie • Bouwstijl • Bouwtype • Architect • Constructie • Bouwjaar • Naam complex • Aantal objecten • Opmerking • Periode • Periode 2 • Inventaris (bron) • Klasse 1 • Klasse 2 • Klasse 3 • Klasse 4 • Wikipedia-link • RM-register-link • foto-link • Beschrijving • Naam • Situatie (aanwezig/verdwenen) • Thema • Waarde
74
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
Daarnaast is een klankbordgroep samengesteld, waarin lokale deskundigen (Historische verenigingen of kringen en Vechtplassencommissie) en erfgoedspecialisten van provincie Utrecht, Stamu/MooiSticht, Het Utrechts Landschap en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vertegenwoordigd waren. Deze is twee maal bijeengekomen. De eerste keer zijn de uitgangspunten ten aanzien van de opdracht, werkwijze en planning besproken, alsmede een tussenstand gegeven van de inventarisatieresultaten.70 De klankbordgroep gaf hierbij aan het raadzaam te vinden om nadrukkelijk aandacht te schenken aan: • beschrijvingen van objecten in de GIS-database; • historische erven; • landschappelijke beleving van objecten en plekken; • gebieden die altijd open zijn geweest, mogelijk op te nemen als ‘waardevolle openheid’; • evenwichtige behandeling van zowel oudere als jongere historie (Wederopbouw); • benutting van het fotobestand, waarin zoveel mogelijk objecten zijn opgenomen, ook de monumenten; • koppeling van archeologie en geologie, historisch groen én de thans geïnventariseerde zaken van de cultuurhistorische waardenkaart; • plekken met weinig historische kwaliteit in beeld te brengen, zodat hierop een pro-actief beleid kan worden opgesteld ter verbetering en versterking van de kwaliteit aldaar.
Tijdens de tweede bijeenkomst van de klankbordgroep zijn de concept-producten besproken.71 Vanuit de klankbordgroep werd onder meer gepleit voor een nadrukkelijker relatie tot de landschappelijke ondergrond, duidelijker uiteenzetting van de gehanteerde thematiek en aanscherping van de gewaardeerde landschappelijke ensembles.72 Tot slot Door middel van bovenstaande werkwijze is een evenwichtig en gedragen overzicht van de meest relevante cultuurhistorische zaken tot stand gekomen. Door het accent op het kaartbeeld biedt het resultaat kansen voor zowel inbedding van cultuurhistorie in beleid en plannen als voor uiteenlopend publieksbereik.
70
71
72
Aanwezig bij de eerste bijeenkomst waren: Tomas de Smet (gemeente Stichtse Vecht), Jörn Copijn (Vechtplassencommissie), Juliëtte Jonker (HK Nifterlake/Loenen), Steven de Clercq (Vechtplassencommissie / Venster op de Vecht), Hans van Bemmel (HK Maarssen), Jaap Potman (HK Maarssen), Marianne de Visser (Stamu/PUB), Wietske Dubbelaar (MooiSticht/PUB), Lucile van Tuyll (Gebiedscommissie West / VPHB / UPG), Bertien Koole (Gunterstein / VPHB / UPG / PUB), Marceline Dolfin (RCE), Paul Vesters (Utrechts Landschap), Niels van den Berg (gemeente Stichtse Vecht), Roland Blijdenstijn (provincie Utrecht), Peter Boer (ARCX), Kees van Dam (SB4). Aanwezig bij de tweede bijeenkomst waren: Steven de Clercq (Vechtplassencommissie / Venster op de Vecht), Hans van Bemmel (HK Maarssen), Wietske Dubbelaar (MooiSticht/PUB), Bertien Koole (Gunterstein / VPHB / UPG / PUB), Janine van Doesburgh (Oudheidkundig Genootschap Niftarlake), Kees Beelaerts van Blokland (deskundige historisch groen), Valesca van den Bergh (gemeente Stichtse Vecht), Roland Blijdenstijn (provincie Utrecht), Monica Dutting (Omgevingsdienst Regio Utrecht), Peter Boer en Jacco Vromen (ARCX), Kees van Dam (SB4). Binnen het project kon niet aan alle ideeën en wensen gehoor worden gegeven, zodat deze als aanbevelingen voor een vervolg zijn opgenomen.
75
SB4
76
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
5.3. Aanbevelingen Met de afronding van de cultuurhistorische waardenkaart, waarop deze rapportage de toelichting vormt, is een basis aanwezig met vlakdekkende, gedigitaliseerde informatie van de cultuurhistorie in de gemeente Stichtse Vecht. Uitbreiding of op termijn actualisering behoort tot de mogelijkheden en het is raadzaam om de kaart periodiek te evalueren. Ten aanzien van de omgang met de geïnventariseerde cultuurhistorische objecten en waarden is nog (aanvullend) beleid op te stellen: welke elementen zullen een bescherming krijgen en met welke instrumenten wordt dit gewaarborgd. Voor de implementatie van de cultuurhistorische waardenkaart is een goede interne of publieke ontsluiting van belang, bijvoorbeeld via de gemeentelijke website. Eventueel kan de kaart ook een rol spelen in de recreatieve en toeristische presentatie van de gemeente, waarbij een weergave-versie van de kaart hierop afgestemd zou kunnen worden. Ook de presentatiefilm kan hieraan worden gekoppeld. Het is zinvol om de aanwezigheid en het belang van cultuurhistorie voortdurend voor het voetlicht te blijven brengen. Bekendheid creëert draagvlak onder bestuur, bewoners en in de ambtelijke organisatie en draagt bij aan waardering, behoud en zorgvuldige inpassing in nieuwe ontwikkelingen.
De commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Stichtse Vecht heeft na kennisname van de opzet van de cultuurhistorische waardenkaart te kennen gegeven het (in het aansluitende traject) raadzaam te achten: • implementatie met duidelijkheid naar burgers, onder andere door verankering in beleid; • op een goed planproces in te zetten, waarbij cultuurhistorie vanaf het begin (vooroverleg) wordt meegenomen; • waarde van ensembles in beleid te bevestigen, zoals buitenplaatsen en boerenerven, waarbij met name bij deze laatste er veelal sprake is van een sterk samenspel tussen cultuurlandschap, hoofdgebouwen, bijgebouwen, kleine elementen en groen; • de samenhang tussen onderdelen in het landschap te benadrukken, waarbij het verbindende ‘verhaal’ van belang is voor behoud, beleving en inspiratie; • bewuste omgang met cultuurhistorie te stimuleren, los van beschermingsregiems; • in het beleid ruimte te houden voor nieuwe ontwikkelingen of gedachten in de erfgoedsector. Ook de toekomstige (terug)koppeling naar ander beleid, zoals de Bomenverordening, Welstandsnota en Omgevingsplannen vraagt aandacht.
In aanpalende beleidsstukken zou kunnen worden verwezen naar de cultuurhistorische waardenkaart, niet alleen om een beeld te krijgen van de aanwezige cultuurhistorische objecten, maar met name ook om de landschappelijke, stedebouwkundige en historische context in beeld te krijgen, aldus de commissie. Tevens kan gedacht worden aan verdere door- en uitwerking in de vorm van: • verdiepend onderzoek naar gebieden of panden, met name binnen de aangewezen waardevolle stedebouwkundige ensembles, die in aanmerking komen voor nadere bescherming als gemeentelijk monument. • panden (met name boerderijen) die in het MIP als beeldbepalend zijn gekwalificeerd, doch recentelijk in historiserende stijl zijn vernieuwd, na nadere controle en inventarisatie afvoeren van gemeentelijke erfgoedlijst. • nadere verdieping op objectniveau ten aanzien van interieurwaarden, achter de gevel aanwezige waarden of waardevolle bijgebouwen, met name van ensembles en panden die als waardevol zijn aangeduid. • aandacht voor de opbouw, tuininrichting en groenobjecten, bijgebouwen en watergangen van historische (agrarische) erven. Dit vanuit de wetenschap dat cultuurhistorische objecten in samenhang met hun omgeving staan, zodat altijd oog dient te zijn voor de historische en ruimtelijke context.
• toewerken naar een pro-actief cultuurhistorisch beleid, waarbij onder meer de plekken met weinig historisch-ruimtelijke kwaliteit in beeld worden gebracht en worden voorzien van een strategisch plan voor kwaliteitsversterking.
77
SB4
78
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
Bronnen
Literatuur ADC Heritage, De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen, Amersfoort, februari 2010 Albers, L., Langs de Utrechtse Vecht, Uitgeverij Waanders, Zwolle, 1984. Alff, J.P. van, De geschiedenis van de Maarsseveense Plas, in: Oud-Utrecht, 42 (februari 1969) 2, p. 9-15. Andela, G., A. Guinée, Vanzelfsprekende schoonheid, Tuin- en landschapsarchitect Hans Warnau, Uitgeverij Blauwdruk, Wageningen, 2006. Andela, G., J.T.P. Bijhouwer: grensverleggend landschapsarchitect, Uitgeverij 010, Rotterdam, 2011. Arcadis, OKRA landschapsarchitecten bv e.a., OHW, gebiedsvisie 2022, 350 jaar Oude Hollandse Waterlinie, de vier kernwaarden, 28 maart 2014. Architectenwerk Twan Jütte, Welstand Stichtse Vecht, Delft, 2013. Berg, B.O. van den, Koepels in de Vechtstreek, in: Heemschut, 56 (1979) 2, p. 25-28. Bergh, Valesca van den, Cultuurhistorische beschrijving Oud Zuilen en polderlandschap Maarssen Zuid, 8 januari 2014. Bergh, Valesca van den, Essay - Erfgoed in het ruimtelijk beleid; stedelijk gebied Breukelen, Utrecht, 25 februari 2014. Bezemer Sellers, Vanessa, Courtly Gardens in Holland 1600-1650, The house of Orange and the Hortus Batavus, Architectura & Natura Press, Amsterdam/Garden Art Press, Woodbridge, 2001. Blijdenstijn, R., Tastbare Tijd 2.0, Provincie Utrecht, 2015. Blijdenstijn, R., M.
Kooiman, Architectuur en Stedebouw in de provincie Utrecht 1850-1940, Waanders Uitgevers / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zwolle / Zeist, 1996. Brons en Partners, Beeldkwaliteitsplan Breukelen en Loenen, Culemborg, september 2008. Brons en Partners, Landschapsontwikkelingsplan Maarssen; inventarisatie, analyse en visie, Culemborg, september 2010. BügelHajema Adviseurs b.v., Bestemmingsplan Landelijk Gebied West, gemeente Stichtse Vecht, 21 december 2012. BügelHajema Adviseurs b.v., Bestemmingsplan Maarssen-Dorp, gemeente Stichtse Vecht, 1 mei 2010. Buitelaar, A.L.P., De Stichtse Ministerialiteit en de ontginningen in de Vechtstreek, in: Maandblad OudUtrecht, 64 (1991) 11/12, p. 110-118. Buro Maas, Landgoederen, buitenplaatsen en buitenhuizen/villa’s in de provincie Utrecht – een planologische verkenning (de Vechtstreek en 20 verspreid gelegen objecten), deel 5, Zeist, oktober 1986.
79
SB4 Buro SRO, Bestemmingsplan Maarssen-Dorp woongebied, gemeente Stichtse Vecht, 19 september 2012. Centrale Cultuurtechnische Commissie, Rapport voor de ruilverkaveling Oukoop-Kortrijk, 1967. Cladder, F., Hinderdam, in: Jaarboekje Nifterlake, 2005, p. 81-94. Clercq, Steven de, Land uit Water, in: Jaarboek Niftarlake, 2014. DaF Architecten, Steenhuis stedenbouw/landschap, Douwe Koen, Verboden Kringen, het land van de begrensde mogelijkheden, december 2008. Dam, K. van, E. Blok, R. Blijdenstijn, De Utrechtse Buitenplaatsbiotoop Kenmerken en Ambities. Vecht, Stichtse Lustwarande, Langbroekerwetering,Laagte van Pijnenburg, Amersfoortseweg, Valleilandgoederen, Amelisweerden, Landgoed Linschoten en Kasteel De Haar, SB4 / Provincie Utrecht, oktober 2014. Damme, E.N.G., De buitenplaats ‘Vecht en Bergzicht’ alias ‘Klemansplaats’ aan de Hinderdam. In: Jaarboekje van het oudheidkundig genootschap Niftarlake, 1996. Dekker, I., H. Emaar, Vechtse Paradijzen, Tuinen bij buitenplaatsen in de Vechtstreek, Uitgeverij Terra Lannoo, Houten, 2012. Donkersloot – de Vrij, Y.M., De Vechtstreek, Oude kaarten en de geschiedenis van het landschap, Uitgeverij Heureka, Weesp, 1985. Dooren, N. van, Vechtplassencommisie, Vecht Vademecum, Utrecht 2002. Erkelens-Buttinger, E.S.C., De heren van Kronenburg en hun invloed op de geschiedenis van Loenen, in: Vechtkroniek, nr. 5, december 1996, p. 20-27.
Es, Henk J. van, De oude batterij op boerderij Cromwijk, in: THKB, 6 (1991) 3, p. 113-126. Es, Henk J. van, Breukelen tussen 1914 en 1940, in: THKB, 10 (1995) 3, p. 147-159; 11 (1996) 3, p. 131-144. Es, Henk J. van, De buitenplaats Vechtstroom te Breukelen, in: THKB, 12 (1997) 2, p. 82-96; 12 (1997) 3, p. 121-137, 233. Gaasbeek, F., et al., Maarssen, Geschiedenis en Architectuur, Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch/SPOU, Zeist/Utrecht, 2007. Gemeente Stichtse Vecht, Focus op morgen, toekomstvisie Stichtse Vecht 2013-2040, vastgesteld door gemeenteraad Stichtse Vecht op 29 januari 2013. Gemeente Stichtse Vecht, Kadernotitie cultureel erfgoed versie 1.4, 9 februari 2014. Gemeente Stichtse Vecht, Inventarisatiedocument cultureel erfgoed versie 1.0, 30 september 2014. Gemeente Stichtse Vecht, Erfgoedlijst gemeente Stichtse Vecht (versie oktober 2014) Haartsen, A., Ontgonnen Verleden, Regiobeschrijvingen provincie Utrecht, Bureau Lantschap / Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, november 2009.
80
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
Haartsen, A., Duizend jaar waterbeheer in de Stichtse Rijnlanden - Onderzoek naar de geschiedenis van het waterbeheer en de cultuurhistorische betekenis van kunstwerken, waterstaatsgebouwen, molens, gemalen en waterkeringen in het beheersgebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Lantschap, Haaften, 2008. Hamaland Advies, Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie - Plangebied Zwanenburg, Klokjeslaan 47 te Maarssen, 4 maart 2015. Hartog, W. den, Breukelse Bad- en Zweminrichting een eeuw geleden opgericht, in: THKB, 9 (1994) 1, p. 37-43. Hendriks, L., J. van der Hoeve, Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek, Lezen en analyseren van cultuurhistorisch erfgoed, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Stichting Bouwhistorie Nederland, Vereniging Nederlandse Gemeenten, Atelier Rijksbouwmeester en Rijksgebouwendienst, Den Haag, april 2009. Hendriks, L., R. van Immerseel, Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek, Voor waardestellingen van groen erfgoed, 2012. Historische Kring van Loenen, Loenersloot, Nigtevecht, Nieuwersluis en Vreeland, Vechtkroniek - Themanummer Historische Buitenplaatsen, nr. 37, mei 2012. Jagt, Bart, Het dorp Vreeland, in: Vechtkroniek, nr. 33, 2010, p. 12-16. Jagt, Bart, Vreeland in de Franse Tijd, in: Vechtkroniek, nr. 40, 2013, p. 30-36. Jansen, P., M.
Boosten, Quick scan: Historische waarde van de beplanting op de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Stichting Probos, Wageningen, februari 2007. Jong, E. de, Natuur en kunst, Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur 1650-1740, Uitgeverij Thoth, 1993. Jonker-Duynstee, J., Honderdtien jaar Zwaanwijk. In: Vechtkroniek, 2004. Jonker-Duynstee, Juliette, Willem Mooij, De begraafplaats in Loenen, in: Vechtkroniek, nr. 13, december 2000, p. 3-17. Jonker-Duynstee, Juliette, De theekoepel van Vegtlust, in: Jaarboekje Nifterlake, 2012, p. 46-59. Jonker-Duynstee, Juliette, Kees de Kruijter, Opkomst en ondergang van kasteel Vreeland, in: Vechtkroniek, nr. 15, december 2001, p. 3-8. Koen, D.T., Nieuwersluis, van Starreschans tot Strafbastion, 1998. Kolman, C., B. Olde Meierink, R. Stenvert en M. Tholens, Monumenten in Nederland - Utrecht, Waanders Uitgevers/Rijksdienst voor de monumentenzorg, Zwolle/Zeist, 1996. Kruijter, K. de, Kerken in Loenen, Nigtevecht en Vreeland: duizend jaar geschiedenis in vogelvlucht, in: Vechtkroniek, nr. 16, mei 2002, p. 3-15; nr. 18, mei 2003, p. 24-25. Kuiper Compagnons, Bestemmingsplan Maarssen aan de Vecht, gemeente Maarssen, 2004, herzien tot 2009. LA4Sale, Vechtplassencommisie, Belvedere bouwen Vecht Visie/Vecht- en Plassengebied, Amsterdam 2002.
81
SB4 Lisman, A.J.A.M., De buitenplaats VreedenHoff aan de Vecht, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1999. Lisman, A.J.A.M., Recreëren tussen Utrecht en Muiden. In: Jaarboekje van het oudheidkundig genootschap Niftarlake, 1986. LOS stad om land, structuurvisie centrum Breukelen gemeente Stichtse Vecht, februari 2010. Luttervelt, R. van, De buitenplaatsen aan de Vecht, Lochem, 1948. Luttervelt, R. van, Schoonheid aan de Vecht - Heemschutserie, Allert de Lange, Amsterdam, 1944. Maessen, P., Frisse ideeën voor de Vechtstreek; Uitwerking van de beste inzendingen van de Eo Wijersprijsvraagronde 2008 over de Vechtstreek, Eo Wijers-stichting/provincie Utrecht, september 2009. Manten, A.A., M. Laméris, Breukelen, Geschiedenis en Architectuur, Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch/SPOU, Zeist/Utrecht, 2008. Manten, A.A. en B.F. van Wallen, De functie van de stenen kamers Galgweert en Broekelreweert bij Breukelen, In: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jrg 14, nr. 2, 1999, p. 67 - 76. Manten, Arie A., Kockengen en Spengen en de landsverdediging in 1794-1795, in: THKB, 7(1992)3, p. 174-181. Manten, Arie A., Gastarbeiders in Breukelen en omgeving in de 10de tot 12de eeuw, in: THKB, 1 (1986) 1, p. 11-20. Manten, Arie A., De grote huizen van Nieuwer Ter Aa in de tweede helft 17de en begin 18de eeuw, in: THKB, 7 (1992) 3, p. 162-169.
Manten, Arie A., Kockengen en Spengen in de landsverdediging in 1794-1795, in: THKB, 7 (1992) 3, p. 174-181. Manten, Arie A., Oude geschiedenis van Kockengen, in: THKB, 11 (1996) 1, p. 43-50. Manten, Arie A, Het Regthuys van Breukelen vóór 1400 gesticht, in: THKB, 11 (1996) 4, p. 176-182. Meijer, P. Hekken in Nederland, Waanders Uitgevers, Zwolle, 2002. Mooij, Willem, Wim van Schaik, Rijzicht: van buitenplaats tot volkshuisvesting, in: Vechtkroniek, nr. 37, 2012, p. 20-24. Munnig Schmidt, E., A.J.A.M. Lisman, Plaatsen aan de Vecht en de Angstel, Uitgeverij Canaletto, Alphen aan de Rijn, 1993. Niemeyer, J.W., Het buiten Cromwijck door Isaac de Moucheron. In: Jaarboekje van het oudheidkundig genootschap Niftarlake, 1973. Oldenburger-Ebbers C.S., A.M. Backer, E. Blok, Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur, deel Oost en Midden, Gelderland en Utrecht, Uitgeverij De Hef Publishers, Rotterdam, 1996. Ottenheym, K.A., Philip Vingboons en Joan Huydecoper van Maarsseveen, projectontwikkelaars aan de Vecht. In: Maandblad Oud-Utrecht, jg. 64, 1991.
82
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
Provinciale Planologische Dienst Utrecht, Landgoederen, buitenplaatsen en buitenhuizen/villa’s in de provincie Utrecht – een planologische verkenning (de Vechtstreek en 20 verspreid gelegen objecten), deel 5 - Bijlagen, 1987. Provincie Utrecht, De Vechtstreek: het buiten van de Randstad; Een gemeenschappelijke en integrale opgave voor een duurzame Vechtstreek, april 2008. Rboi, Bestemmingsplan Landelijk Gebied, gemeente Loenen, Rotterdam, 2003. Reyneveld, Pont over het kanaal bij Nieuwer Ter Aa, in: THKB, 7 (1992) 4, p. 192-200. Rientjes, A.E., “Aux Brebis” te Maarssen, in: Jaarboekje Nifterlake, 1942, p. 21-23. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening, Aanwijzingen en aanbevelingen, Amersfoort, 2013. Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Nieuwersluis gemeente Loenen (Utrecht) ex artikel 35 Monumentenwet 1988, Zeist, 2007. SAB, Bestemmingsplan Breukelen Centrum, 26 februari 2013; Startnotitie Bestemmingsplan Centrum Breukelen, september 2010. Slabbers, S., P. van Oosterhout, Queekhoven, een buitenplaats aan de Vecht, inventarisatie en reconstructieplan van de buitenplaats Queekhoven, Staatsbosbeheer, december 1979.
Slingerland, Jan, Begraafplaatsen in de gemeente Breukelen, in: THKB, 9 (1994) 1 en 2; Vechtkroniek, nr. 13, 2000. Slingerland, Jan, Breukelen en de Waterlinie in 1672/1673, in: THKB, 4 (1989) 4, p. 193-200. Smith, T.S., Vechtbuitens, Doctoraalscriptie Landbouwhogeschool Wageningen, januari 1974. Stades-Vischer, M.E., et al., Loenen, Geschiedenis en Architectuur, Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch, Zeist, 2000. Stichting In Arcadië, Buitenplaats Hunthum te Nieuwersluis, Quickscan ontwikkelingsgeschiedenis & Advies herstel aanleg en inpassing hoofdhuis, 15 juli 2015. Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen, Concept-Beheerplan Gunterstein, periode 1994-2004, Elburg, 1994. Stichting voor bodemkartering, Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, Toelichting bij kaartblad 31 Oost - Utrecht, Wageningen, 1970. Storm van Leeuwen, J.A., De afwatering van de Bijleveldse landen in de late middeleeuwen (II), in: Heemtijdinghen, 31 (september 1995) 3, p. 49-72. Tromp, H.M.J., De buitenplaatsen langs de Vecht: Tuin- en parkgeschiedenis. In: Maandblad OudUtrecht, jg. 64, 1991. Utrechtse Stichting voor het Industrieel Erfgoed, Lijst industrieel erfgoed per gemeente - Stichtse Vecht, februari 2014.
83
SB4 Vechtplassencommissie, Vechtoevers – zien en gezien worden, 2011. Visscher, Nic., De zegepraalende Vecht, vertoonende verscheidene gesichten van lustplaatsen, heeren huysen en dorpen, beginnende van Uitrecht en met Muyden besluytende. La triomphante Riviere de Vecht [...], Amsterdam, 1719. Weerts, Henk, Piet Cleveringa en Marc Gouw, De Vecht/Angstel, een riviersysteem in het veen, in: Grondboor & Hamer, nr. 3/4, 2002, p. 66-71. Will, Chris, Sterk water: de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Uitgeverij Matrijs, Utrecht, 2002. Zwarts, J., Luxemburg (Overkerck), De pauwenhof van den heer Pereira (te Maarssen). In: Jaarboekje van het oudheidkundig genootschap Niftarlake, 1947.
Websites bagviewer.pdok.nl maps.google.nl maps.live.nl nimh-beeldbank.defensie.nl webkaart.provincie-utrecht.nl www.agv.nl www.ahn.nl www.archieven.nl www.begraafplaatsoudzuilen.nl www.bodemdata.nl www.buitenplaatseninnederland.nl www.cultureelerfgoed.nl www.dbng.nl www.gahetna.nl www.hetutrechtsarchief.nl www.hisgis.nl www.historischekringbreukelen.nl www.historischekringmaarssen.nl www.hkloenen.nl www.kastelenbeeldbank.nl www.kasteleninutrecht.eu www.kasteleninnederland.nl www.kb.nl www.niftarlake.com www.oudehollandsewaterlinie.nl www.pdok.nl www.reliwiki.nl www.rhcrijnstreek.nl www.rhcvechtenvenen.nl www.sabine.nu www.stelling-amsterdam.nl www.stichtsevecht.nl www.topotijdreis.nl www.utrechtsebuitenplaatsen.nl www.utrechtslandschap.nl www.vecht.nl www.vechtstreekmuseum.nl www.vensteropdevecht.nl
84
Waardevolle Historie - Stichtse Vecht
www.watwaswaar.nl www.wegenwiki.nl www.wikipedia.nl Historische afbeeldingen Colom, Jacob, Een Cleen Gedeelte van de Heerlyckheyt van Maersseveen, 1660 (RCE) ‘Land-Kaartjen, aanwysende de Plaatsen en Huysen van Utrecht tot aan Muyden’. In: Let, Andries de, De zegepraalende Vecht, vertoonende verscheidene Gesichten van Lustplaatsen, Heeren huysen en dorpen, Beginnende van Uitrecht en met Muyden besluytende, uitgegeven bij Nic. Visscher, Amsterdam, 1719. Bloemswaerdt, C.C. van, Nieuwe Kaert van Loenen, uitgegeven door Joh. Covens en C. Mortier, 1728 (http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/ref/collection/krt/id/3232). Ketelaar, P.A., Kaarte van een Gedeelte vande Provintie van Holland, 1769-1772 (NA) Kadaster 1832 (www.hisgis.nl/RCE) Veldminuutbladen ca. 1840-1860 (www.watwaswaar.nl/NA) Topografische kaarten ca. 1870-ca. 2000 (www.watwaswaar.nl; www.topotijdreis.nl) Luchtfoto ca. 1950 (webkaart.provincie-utrecht.nl/PU) Overige gebruikte historische afbeeldingen zijn gevonden bij onderstaande (archief)instanties. Instanties (archieven) Nationaal Archief (NA) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) Gemeente Stichtse Vecht (GSV) Provincie Utrecht (PU) Het Utrechts Archief (HUA) Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV)
85
SB4
86
Specialisten in Groen Erfgoed
monumentenzorg en cultuurhistorie
Cartografisch Ontwerp en Advies
Costerweg 1- P
6702 AA Wageningen
0317 424 167
www.sb4.nl
info@sb4.nl