CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

312019001.26.525 - Gemeente Stichtse Vecht - Accountantsverslag 2025

Raad 7 juli 2026, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 20: Jaarstukken Stichtse Vecht 202512.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2025

Publieke Sector Accountants B.V. Arcadialaan 20 E 1813 KN Alkmaar www.publiekesectoraccountants.nl info@psa-ra.nl

Aan de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN Onderwerp Accountantsverslag 2025 Datum 25 juni 2026 Kenmerk 312019001.26.525

Geachte leden van de gemeenteraad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2025 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van gemeente Stichtse Vecht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 15 mei 2026 hebben wij het verslag reeds besproken met uw management. Op 9 juni 2026 bespreken wij het verslag met de Auditcommissie. Bij de jaarrekening 2025 hebben wij op 25 juni 2026 een controleverklaring met goedkeurend oordeel afgegeven voor de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de daarin opgenomen rechtmatigheidsverantwoording. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2025. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. ValidSigned door A. Booij RA op 25-06-2026

A. Booij RA

Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave Contact: De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:

Arie Booij 06 – 1509 2689 abooij@psa-ra.nl

Robbert Heevel 06 – 8333 0186 rheevel@psa-ra.nl

Onze uitkomsten in 1 oogopslag 1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij . 1 2. Financiële positie en resultaat ........................... 6 3. Bevindingen eindejaarscontrole ........................11 4. Interne beheersing ...........................................25 5. Overige aangelegenheden ................................30 6. Verplichte tabel SiSa .........................................35

Onze uitkomsten in 1 oogopslag

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

Onze uitkomsten in 1 oogopslag

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

1

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

Reikwijdte van de controle

1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Met de opdrachtbevestiging van 28 augustus 2025 (kenmerk 312019001.25.616) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2025. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening 2025 van de gemeente Stichtse Vecht. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2025 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle is verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de door de gemeenteraad op 24 februari 2026 vastgestelde wijziging “Controleprotocol jaarrekening Stichtse Vecht 2023 t/m 2026” (hierna: het controleprotocol) en het Controleprotocol WNT 2025 vallen.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en uw controleprotocol

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het Bado en uw controleprotocol. Voor afwijkingen, zijnde fouten en onzekerheden tezamen, is deze gebaseerd op 2% van de lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. Bron: jaarrekening 2025 *

Fouten

Goedkeuringsmaterialiteit

€ 4.250.000

*de totale lasten (exclusief stortingen in de reserves) op basis van de jaarrekening 2025 bedragen € 212.585.000.

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 200.000.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

Voor de controle van de jaarrekening 2025 onderkennen wij een aantal aandachtspunten. Deze aandachtspunten brengen mogelijk een verhoogd risico met zich mee op afwijkingen in de financiële verslaggeving, vóór toepassing van beheersmaatregelen. Dit kan mogelijk leiden tot materiële afwijkingen in de jaarrekening en impact hebben op de bedrijfsvoering. De aandachtspunten zijn hieronder weergegeven en hebben wij op 8 september 2025 ook afgestemd met de auditcommissie. Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft het college voor de onderstaande aandachtspunten beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door het college ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s voortkomend uit de aandachtspunten moeten verkleinen. Het opnemen van een onderwerp in deze lijst betekent niet dat er daadwerkelijk sprake is van een probleem. De aandachtspunten geven aan waar wij tijdens onze controle extra alert op zijn (geweest).

De aandachtspunten die wij voor 2025 hebben onderkend zijn: Kaderstelling, interne beheersing en opvolging: ▪ De mogelijke en noodzakelijk aanpassingen in de kaderstelling voor het college (verantwoordingsgrens, rapporteringsgrens en normenkader) als gevolg van wijzigingen in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) en in de kaderstelling voor de accountant (controleprotocol, materialiteit en rapporteringstolerantie) als gevolg van wijzigingen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). ▪ De status en voortgang van de organisatieontwikkeling, waaronder de noodzakelijke en gewenste verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing. ▪ De voortgang en uitkomsten van de Interne Controle 2025. ▪ De follow up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtpunten vanuit de interne en externe controle. ▪ Ontwikkelingen en actualiteiten op IT-gebied, waaronder de overgang naar de nieuwe financiële applicatie (iFinanciën). ▪ De (actualisatie) van de (fraude-)risicoanalyse, waarbij wij nader zullen inzoomen op het risico’s ten aanzien van de prestatieverklaring en de onderbouwing van de prestatielevering in het inkoopproces. Waarderingen en schattingen: ▪ De waardering van uw grondexploitaties, waarbij wij in zullen gaan op: ▪ De betrouwbaarheid van de toegepaste schattingen (onderbouwing en validatie uitgangspunten en backtesting).

▪ De eliminatie van de post onvoorzien in de restramingen (2024 € 1.077.000 ingerekend). ▪ De voortgang van de complexen Harmonieplein en Veenkluit Tienhoven. ▪ De actualisatie van de kansen en risico’s i.r.t. de waardering en ontwikkeling van het verwachte resultaat van de complexen Zuilense Vecht en Haarrijnweg. ▪ De actualisatie van de waardering van de opgenomen voorzieningen voor ‘staartkosten’ van afgesloten grondexploitaties. ▪ De verwerking van het gebiedsfonds, waarbij uw gemeente facilitair grondbeleid toepast.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

2

Onze aanpak is gericht op risico’s

▪ ▪

De voortgang van de implementatie van de componentenbenadering voor het activeren van het groot onderhoud aan wegen. De grip op het meerjarig onderhoud vastgoed, waarbij het van belang is om na te gaan of de realisatie volgens uw planning verloopt en welke risico’s uw organisatie loopt. De waardering van de voorziening riolering in relatie tot het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026. De waardering van personeel gerelateerde voorzieningen, specifiek de pensioenvoorziening voor (oud) bestuurders in verband met de waardeoverdracht per 1 januari 2028 aan het ABP.

Processen en jaarrekening gerelateerde posten en onderwerpen: ▪ Ontwikkelingen in het sociaal domein, waaronder: ▪ Financiële afwikkeling 2025 en rechtmatigheidscontrole 2025 ▪ Resultaten verbetermaatregelen controle cliëntidentificatie ▪ Inkoop- en aanbesteding, waarbij wij inzoomen op: ▪ De grip op (Europese) aanbestedingen gelet op afwijkingen in voorgaande jaren (2024 afwijking € 11.100.000). ▪ Voortgang van het proces tot verbetering van inkoop- en aanbesteding (inkoopoptimalisatie). ▪ De factuurverwerking, waaronder de controle op prestatielevering en betalingen. ▪ Uw afhankelijkheid van derden inzake de verantwoording en rapportage (Sociaal Domein, Belastingen en Inkomensregelingen). Ook dienen wij vanuit de controlerichtlijnen specifiek aandacht te besteden aan de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen. Dit risico is niet uniek voor uw gemeente. Belangrijke voorbeelden zijn de memoriaalboekingen (handmatige (correctie)boekingen) en posten die gezien hun aard schattingselementen in zich hebben. Wanneer wij tijdens onze werkzaamheden concrete bevindingen hebben opgedaan, rapporteren wij daarover in dit accountantsverslag of hebben wij dat gedaan in onze boardletter en/of managementletter. Wij verwijzen u daarvoor naar het hoofdstuk ‘bevindingen eindejaarscontrole en het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

De rechtmatigheidsverantwoording is getrouw in de jaarrekening opgenomen, waarbij het college de geconstateerde afwijkingen op een juiste wijze heeft gepresenteerd

In de jaarrekening legt het college met de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van baten, lasten alsmede balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, het voorwaarden- en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde normenkader voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader verder toegelicht.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

3

▪ ▪

Er is € 36,8 miljoen aan afwijkingen geconstateerd, waarvan € 24,4 miljoen in het begrotingscriterium en € 12,4 miljoen in het voorwaardencriterium. Dit is hoger dan het grensbedrag. In hoofdstuk 3 van dit accountantsverslag gaan wij nader in op de rechtmatigheidsverantwoording.

De baten en lasten, alsmede balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen zijn rechtmatig

Op basis van uw controleprotocol en uw normenkader, zoals vastgesteld door uw gemeenteraad op 24 februari 2026, hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met betrekking tot de specifieke uitkeringen gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente voert 26 regelingen met betrekking tot specifieke uitkeringen uit (2024: 25 regelingen). Deze zijn verantwoord via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening.

De jaarrekening voldoet aan het BBV

Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.

Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2025.

De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Stichtse Vecht zijn uiteengezet in de jaarrekening 2025 in de “Toelichting op de balans” (algemene grondslagen) en in de toelichting op de balans steeds bij elke balanspost afzonderlijk. In de jaarrekening 2025 heeft zich ten opzichte van 2024 één (significante) wijziging voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen welke toeziet op de verwerking van kosten van groot onderhoud wegen. Deze stelselwijziging is toegelicht in de grondslagen van de materiële vaste activa onder ‘Stelselwijziging m.b.t. vervangingsinvesteringen wegen’. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

4

De rechtmatigheidsverantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 4.251.700.

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 van de gemeente Stichtse Vecht een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen op 31 december 2025 in overeenstemming met het BBV. Onze conclusie is tevens dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2025. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

5

Geen resterende geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

6

2.

Financiële positie en resultaat

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

6

2. Financiële positie en resultaat 3.

De opgenomen totale lasten en baten zijn exclusief de reserve mutaties. De schuldenpositie en exploitatieruimte liggen binnen de signaleringswaarden, maar de lage solvabiliteit maakt de financiële positie minder robuust op langere termijn. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de jaarstukken en het vervolg in dit hoofdstuk.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten in 2025 bedraagt 0,331 miljoen negatief. Per saldo is tussentijds € 0,943 miljoen onttrokken aan de reserves, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2025 € 0,612 miljoen voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.

Eigen vermogen (in € 1.000)

2025

2024

2023

2022

2021

Eigen vermogen per 1 januari

49.388

43.614

46.770

46.133

53.282

Tussentijdse resultaatbestemming

-/- 943

2.735

-/- 8.040

-/- 3.711

-/- 9.051

Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)

612

3.039

4.884

4.348

1.902

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

-/- 331

5.774

-/- 3.156

637

-/- 7.149

Eigen vermogen per 31 december

49.057

49.388

43.614

46.770

46.133

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van de gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2025 16,7% van het balanstotaal (2024: 18,9% van het balanstotaal) en daarmee in relatieve zin iets afgenomen. In absolute zin is het eigen vermogen ook afgenomen in 2025. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college van burgemeester en wethouders een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2025. Wij verwijzen u naar deze toelichting.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

7

De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute zin af

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Stichtse Vecht ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van de door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000)

Begroting na wijziging 2025

Realisatie 2025

Totale baten Totale lasten

212.254 212.585

Gerealiseerde saldo van baten en lasten Af: toevoegingen aan reserves Bij: onttrekkingen uit reserves

194.669 193.377 -/- 331

28.686 29.629

-/- 1.292 27.998 29.392

Saldo mutaties reserves (per saldo onttrokken)

943

1.394

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

612

102

De exploitatie over 2025 laat een nadelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 0,331 miljoen zien, ten opzichte van een nadelig begroot (na wijziging) resultaat van € 1.292 miljoen. Dit is een voordeel van € 0,961 miljoen. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 0,612 miljoen is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. Bij het vaststellen van de jaarstukken over 2025, zal de gemeenteraad ook een besluit nemen tot het bestemmen van het resultaat over 2025. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het gerealiseerd resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen. Het nadelige exploitatieresultaat 2025 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

8

Resultaat 2025 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) heeft het college van burgemeester en wethouders bepaald op € 17.540.000. In 2024 bedroeg deze € 16.571.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve ten opzichte van 2024 iets gestegen. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college van burgemeester en wethouders een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2025 tot een bedrag van € 33.852.000 (2024: € 48.400.000). Op basis van een uitgevoerde risicosimulatie heeft het college bepaald dat de benodigde weerstandscapaciteit € 10.800.000 bedraagt (2024 € 9.800.000). Op basis van deze kwantificering is voor 2025 de weerstandsratio 1,6 (2024:1,7) en lijkt het beschikbare weerstandsvermogen toereikend te zijn. Ten opzichte van 2024 is sprake van een forse daling van de gekwantificeerde risico’s. De beschikbare weerstandcapaciteit is iets gestegen. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

9

Het college van burgemeester en wethouders kwalificeert het weerstandsvermogen als uitstekend

10

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

De rechtmatigheidsverantwoording 2025 is getrouw

11

3. Bevindingen eindejaarscontrole Uw rechtmatigheidsverantwoording 2025 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben vastgesteld dat deze voldoet aan het voorgeschreven model en dat daarbij de door de raad vastgestelde kaders zijn gehanteerd. Deze kaders zijn in overeenstemming met richtlijnen die vanuit de commissie BBV zijn gegeven. Verantwoording Op basis van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2025 blijkt dat er rechtmatigheidsafwijkingen zijn geconstateerd groter dan de verantwoordingsgrens (€ 4.245.000). De geconstateerde rechtmatigheidsafwijkingen hebben betrekking op het begrotingscriterium en op het voorwaardencriterium. Samenvatting rechtmatigheidsverantwoording

Bedragen *

Begrotingscriterium (bruto)

€ 24.400.000

Begrotingscriterium (netto)

€0

Voorwaardencriterium (afwijkingen Europese aanbestedingen)

€ 12.400.000

M&O-criterium

€0

Rechtmatigheidsfouten bruto

€ 36.800.000

Rechtmatigheidsfouten netto

€ 12.400.000

* de bedragen in de rechtmatigheidsverantwoording zijn afgerond op honderdduizendtallen (miljoenen met één cijfer achter de komma)

Omdat de rechtmatigheidsbevindingen boven de verantwoordingsgrens uitkomen, zijn de bevindingen opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording en nader toegelicht door het college in de paragraaf bedrijfsvoering.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

Programma 1 Bestuur 4 Sociaal 5 Samenleving Overschrijdingen kredieten Totaal

Bedrag € 6.672.000 € 12.816.000 € 1.816.000 € 3.064.000 € 24.368.000

Gelet op de kaders die uw raad in het normenkader aan het college heeft meegegeven, kwalificeren deze afwijkingen voor een bedrag van € 24.368.000 als acceptabel. In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het college hier een uitgebreide toelichting bij opgenomen. Wij verwijzen u naar deze toelichting. Naast de overschrijdingen van lasten op programma’s en overschrijdingen op investeringskredieten, is sprake van de volgende begrotingsafwijkingen: Overige begrotingsafwijkingen Onderschrijding lasten programma’s Overschrijding baten programma’s Onderschrijding baten programma’s Onderschrijding kredieten Totaal

Bedrag € 3.388.000 € 21.687.000 € 2.810.000 € 3.060.000 €30.945.000

Op basis van artikel 9 lid 4 van de Financiële verordening Stichtse Vecht 2024 en het normenkader 2025 kwalificeren deze afwijkingen als rechtmatig, omdat deze met de jaarrekening 2025 tijdig zijn gemeld en daarin toereikend zijn toegelicht. Toelichting voorwaardencriterium - aanbesteden Onder het voorwaardencriterium zijn bevindingen opgenomen met betrekking tot de rechtmatigheid van Europese aanbestedingen. In het kader van de verbijzonderde interne controle heeft het college onderzocht of de opdrachtverleningen overeenkomstig de richtlijnen voor Europese aanbestedingen zijn gedaan. Daarbij heeft zij vastgesteld dat voor een bedrag van ten minste € 12.400.000 niet is voldaan aan de voorwaarden voor Europese aanbestedingen. Het college heeft deze afwijkingen meegewogen in de rechtmatigheidsverantwoording en toegelicht in de paragraf bedrijfsvoering. Wij verwijzen ook naar hetgeen wij verderop in dit verslag met betrekking tot de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen hebben opgenomen.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

12

Toelichting begrotingscriterium Overschrijdingen van begrote lasten of (afgesloten) investeringskredieten kwalificeren als onrechtmatig. Het totaal van de lastenoverschrijdingen op de programma’s en kredieten bedraagt € 24.368.000 en bestaat uit:

Toelichting M&O-criterium In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het college het volgende toegelicht: Misbruik en oneigenlijk gaat over op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Gemeente Stichtse Vecht heeft hierover geen algemeen beleid. Er zijn geen signalen dat er sprake is van afwijkingen. Vanuit zowel de interne controlewerkzaamheden als onze controlewerkzaamheden zijn geen indicaties gebleken dat sprake is geweest van misbruik dan wel oneigenlijk gebruik. Daarom is geen sprake van daadwerkelijke afwijkingen die mee moeten worden genomen in de rechtmatigheidsverantwoording (en is toelichting in paragraaf bedrijfsvoering terecht). Wij adviseren u verder om een overkoepelend M&O beleid op te stellen. Ons oordeel bij uw rechtmatigheidsverantwoording Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de kaderstelling door de raad hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording van het college van burgemeester en wethouders een getrouw beeld geeft. De jaarrekening (rechtmatigheidsverantwoording) en het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) bevat alle voorgeschreven informatie. Alle verplichte onderdelen zijn toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

De naleving van Europese aanbestedingsregels blijft een aandachtspunt

Naar aanleiding van de controle van de jaarrekening 2024 stelden wij vast dat sprake was van afwijkingen van de Europese aanbestedingsrichtlijnen voor een bedrag van ten minste € 11,1 miljoen. Zoals u in de rechtmatigheidsverantwoording over 2025 kunt lezen, is voor het jaar 2025 sprake van afwijkingen voor een bedrag van ten minste € 12,4 miljoen. We stellen daarbij vast dat de controle vanuit uw VIC op onrechtmatigheden in het kader van de Europese aanbestedingsrichtlijnen in 2025, net als in 2024, uitgebreid heeft plaatsgevonden. In 2024 en 2025 is een groot deel van de relevante uitgaven door uw VIC gecontroleerd (in 2024 voor 95% en in 2025 voor 90%). We merken daarbij wel op dat uw VIC over ongeveer 9% (€ 9,3 miljoen over 21 verschillende opdrachten) van de gecontroleerde uitgaven (nog) geen oordeel geeft. Het is bij diepgaand(er) onderzoek mogelijk dat hier aanvullende onrechtmatigheden uit naar voren komen. Doordat de verantwoordingsgrens reeds wordt overschreden, leidt meer diepgang van de (interne) controles niet tot een ander oordeel in de rechtmatigheidsverantwoording, waardoor het economisch niet rendabel is om nog meer en diepgaandere (interne) controles uit te voeren.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

13

Toelichting voorwaardencriterium – identificatie cliënten WMO Bij de uitvoering van de detailcontroles in het sociaal domein voor de WMO hebben wij geconstateerd dat de vastlegging van de identificatie aandacht behoeft. Deze is niet altijd aanwezig in de cliëntdossiers, waardoor sprake is van een “formele onrechtmatigheid”, die wij moeten rapporteren. De afwijking heeft zich vooral voorgedaan bij cliëntdossiers welke zijn aangemaakt vóór 2025, maar nog doorlopen in 2025 en verder. Bij nieuwe dossiers blijkt dat de vastlegging van de controle op de identiteit verbeterd is.

Voor de afvalinzameling was tot en met 2024 de opdrachtwaarde nog niet overschreden en was er nog geen sprake van een onrechtmatigheid. In 2025 is dat wel het geval. Uw adviseurs AO/IC hebben bij de controle van 2024 reeds gesignaleerd dat de overschrijding zou gaan plaatsvinden. Uw gemeente heeft reeds een nieuwe oplossing voor de afvalinzameling bij het aflopen van het contract eind 2026. Dit betekent wel dat deze onrechtmatigheid in 2026 nog doorloopt. Bevindingen en aanbevelingen In onze boardletter hebben wij reeds aan u gerapporteerd dat het aanbestedingsproces in continuïteit de aandacht van uw college vraagt. Dit onderschrijven wij wederom. We merken op dat van de geconstateerde onrechtmatige uitgaven in 2025 bijna 80% onder (slechts) vijf verschillende crediteuren vallen. De opdrachten bij deze crediteuren vereisen in ieder geval uw prioriteit. In de Eindrapportage interne controle 2025 (d.d. 31 maart 2026) hebben uw adviseurs AO/IC wederom een procesanalyse uiteengezet en passende aanbevelingen gedaan.

De bevindingen zijn in drie categorieën uitgewerkt: ▪ Investeringen in informatievoorziening betalen zich nog niet volledig uit ▪ Aanbestedingdossiers in zaaksysteem verbeterd maar aandacht blijft nodig ▪ Interne beheersing onvoldoende, organisatie nog niet in control De aanbevelingen vanuit de rapportage zijn: ▪ Zet in op doorontwikkeling van controle achteraf naar beheersing aan de voorkant. Dit vraagt om een volwassen 1e en 2e lijn die in staat is om op het juiste moment goede interne controles uit te voeren, over de uitkomsten te rapporteren en management en directie in staat stelt tijdig bij te sturen. De 3e lijn (AO/IC) kan zich dan beperken tot procesgerichte en steekproefsgewijze controles en voert geen volledige gegevensgerichte spendanalyse uit. ▪ Voer het gesprek en maak heldere afspraken over welke rollen tot de 1e, 2e en 3e lijn behoren en wat de gewenste rolverdeling is ten aanzien van de interne beheersing. ▪ Stimuleer en intensiveer de samenwerking en kennisdeling tussen de 1e, 2e en 3e lijn. ▪ In de rapportage van de procesaudit 2025 zijn aanbevelingen gedaan over verbeteringen in het proces en de informatievoorziening, deze blijven van kracht. Wij sluiten ons hierbij aan en adviseren u hier verder op in te (blijven) zetten, om het uiteindelijke doel, een resterende rechtmatigheidsfout onder de verantwoordingsgrens te behalen.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

14

Toename van de onrechtmatige uitgaven De toename van de onrechtmatigheid in 2025 ten opzichte van het voorgaande boekjaar komt voornamelijk door een overschrijding van de opdrachtwaarde van de Europees aanbestede opdracht voor afvalinzameling. Hierdoor is in 2025 sprake van een onrechtmatigheid van € 2,8 miljoen, op een totaal van € 3,5 miljoen onrechtmatige uitgaven op opdrachten waarvan de uitgaven in 2025 voor het eerst tot een onrechtmatigheid leiden.

In 2025 is, op basis van een evaluatie van het functioneren van onderhoudsvoorzieningen en voortschrijdend inzicht, door het college besloten om voor het groot onderhoud aan wegen over te stappen op de componentenbenadering. Deze systematiek wordt door het college als het meest passend beoordeeld voor de verwerking van kosten die samenhangen met groot onderhoud, mede omdat dergelijke uitgaven in de praktijk vrijwel altijd leiden tot levensduurverlenging van (delen van) de infrastructuur. Daarmee sluiten de financiële verantwoording en de economische realiteit beter op elkaar aan. De raad heeft de Nota waardering en afschrijving 2026, waarin dit nader is uitgewerkt, d.d. 16 december 2025 vastgesteld. Als gevolg van de gewijzigde systematiek is de bestemmingsreserve Onderhoud wegen van € 7,63 miljoen komen te vervallen ten gunste van de reserve financiering. Vanaf 2025 worden uitgaven aan wegen geactiveerd, voor zover deze voldoen aan de geldende activeringscriteria, en vervolgens afgeschreven op basis van de levensduur van de onderscheiden componenten. De afschrijvingen hierover vinden, in lijn met uw afschrijvingsbeleid, vanaf 2026 plaats. Hiermee is feitelijk sprake van een overgang van het vooraf sparen via een voorziening naar het achteraf verantwoorden van uitgaven via activering en afschrijving.

Deze stelselwijziging heeft gevolgen voor het verloop van lasten over de jaren en voor het inzicht in zowel de omvang als het moment waarop financiële effecten tot uitdrukking komen in de begroting en de jaarrekening. De toepassing van de componentenbenadering vergroot de transparantie over investeringen in de openbare ruimte, maar vraagt tegelijkertijd om een consequente toepassing en blijvende aandacht voor de samenhang tussen meerjarenonderhoudsplannen, investeringsramingen en de financiële verwerking daarvan. Het is daarbij van belang dat de raad de effecten van deze wijziging ook in de komende jaren expliciet blijft betrekken bij de beoordeling van de financiële positie en de meerjarige financiële kaders.

Voorziening groot onderhoud Wij hebben u de afgelopen jaren geadviseerd het onderhoudsplan voor het gemeentelijk vastgoed te actualiseren of een nieuw vastgoed – verschillen tussen onderhoudsplan op te stellen. We constateren dat uw gemeente een actualisatie van het onderhoudsplan heeft opgesteld voor de periode 2025–2026. In ons accountantsverslag 2024 hebben wij u ten aanzien van 2025-2026 en voor de nieuwe planning en uitvoering van onderhoudsplannen meegegeven realistisch te plannen en rekening te houden met capaciteit, mogelijkheden en beschikbaarheid onderhoudsplannen zowel binnen als buiten uw organisatie. Wanneer te grote pieken in realisatie zijn opgenomen, kan het betekenen dat uw organisatie al snel op de planning achterloopt en gedurende de resterende looptijd van het onderhoudsplan tegen deze achterstanden aan blijft lopen. Wij hebben de realisatie van onderhoudswerkzaamheden in 2025 vergeleken met de geplande werkzaamheden voor 2025. Daarbij constateren wij dat de realisatie van het geplande onderhoud significant achterblijft bij het begrote onderhoud. Waar circa € 3,0 miljoen aan onderhoudskosten was begroot, bedraagt de werkelijke realisatie in 2025 circa € 1,2 miljoen. Het niet-bestede budget is daarbij doorgeschoven naar het volgende boekjaar.

Wij constateren dat de realisatie in 2025 wederom achterblijft bij de planning (inclusief doorgeschoven budget) en dat hiermee in te beperkte mate opvolging aan ons eerder meegegeven

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

15

Stelselwijziging ten aanzien van onderhoud wegen doorgevoerd

Door de structureel lagere realisatie is het voor ons lastig de schattingen van het begrote onderhoud goed te beoordelen. Daarbij speelt mee dat er geen passende analyse op objectniveau is gemaakt van de lagere realisatie ten opzichte van de begroting. Hierdoor ontstaat een schattingsonzekerheid, de feitelijke situatie en de financiële verantwoording erover sluiten onvoldoende op elkaar aan. Om meer zicht te krijgen op de feitelijke situatie hebben wij voor een aantal objecten met relatief hoog geraamde onderhoudskosten de onderhoudsplannen nader beoordeeld. Bij meerdere objecten zijn onderdelen geïdentificeerd met lagere conditiescores (4, 5 en 6). Er is hierbij sprake van een matige tot slechte onderhoudstoestand. Op basis van de ontvangen toelichtingen lijkt dat de opvolging van de onderhoudsmaatregelen hiervoor deels wel plaatsvindt, maar dat de uitvoering onder druk staat, onder andere door capaciteitsbeperkingen en prioritering van (andere) werkzaamheden. Wij constateren dat hiermee sprake is van een risico op achterstallig onderhoud en mogelijk hogere kosten in de toekomst. Ook ontstaan hierdoor risico’s voor de kwaliteit van de betreffende objecten en hieruit voortvloeiende gevolgen. Hiervoor heeft u geen risico’s opgenomen in uw paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wij adviseren u om: ▪ De uitvoerbaarheid van het onderhoudsplan (het huidige en nieuwe onderhoudsplan) nadrukkelijk te toetsen, hierbij realistisch te plannen en rekening te houden met de beschikbare capaciteit. ▪ De aansluiting tussen planning, realisatie en de omvang van de voorziening te versterken door jaarlijks een evaluatie op objectniveau te maken, hierbij alle verschillen boven een grensbedrag inhoudelijk te verklaren en de gevolgen voor de begrote planning inzichtelijk te maken en waar nodig de planning daarvoor te actualiseren. ▪ De risico’s die u loopt voor de betreffende panden, lage conditiescores en mogelijk achterstallig onderhoud in kaart te brengen en mee te nemen in de afwegingen van uw risicobeheersing.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

16

aandachtspunt is geweest. Het niet gerealiseerde onderhoud schuift wederom door naar volgende jaren, waarbij het onzeker is of in een volgende jaar wel sprake is van voldoende capaciteit om het achterstallige onderhoud in te halen.

worden aangetoond dat de middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is binnen een redelijke termijn worden ingezet ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd. Dit zal, volgens uw plan, in de periode tot ca 2080 duren. Gelet op de lange doorlooptijd adviseren wij u dit te blijven monitoren en vast te stellen dat omvang van de voorziening in de pas loopt met uw vastgestelde plan en dat u het beschikbare saldo daadwerkelijk inzet voor het beheer aan uw rioolstelsel.

Noodzakelijke storting voorziening pensioenverplichtingen (gewezen) wethouders

Vanaf 1 januari 2028 zal het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verantwoordelijk worden voor uitvoeren van de pensioenregeling voor politieke ambtsdragers, waaronder de (oud) wethouders van uw gemeente. Uw gemeente moet hiervoor begin 2028 een eenmalige kapitaalstorting doen en vanaf dan pensioenpremies afdragen aan het ABP. Vanaf 1 januari 2028 is uw gemeente vervolgens jaarlijks pensioenpremies aan het ABP verschuldigd. Uw gemeente heeft in de zomer van 2025 meegedaan aan een landelijk onderzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen, waarbij is ingegaan op: ▪ ▪ ▪

de voor de overdracht beschikbare middelen (waaronder de pensioenvoorziening) het vermogen dat nodig is om op basis va de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in te kopen bij het ABP (de eenmalige kapitaalstorting); en de toekomstige aan het ABP verschuldigde pensioenpremie.

Op 3 december 2025 heeft de Commissie BBV een antwoord op een vraag gepubliceerd over de verantwoording en waardering van de pensioenvoorziening in de jaarrekening 2025. De Commissie BBV heeft daarbij de volgende stellige uitspraak gedaan: ▪

Decentrale overheden die aan het recente onderzoek naar de omvang van de overdrachtswaarde van Appa naar ABP hebben meegedaan, dienen bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 de hoogte van de voorziening en eventueel aanwezige kapitaalverzekeringen per 31 december gelijk te stellen aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek (benodigd

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

17

Op de balans is onder de voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is, de voorziening riolering De voorziening riolering is opgenomen. Deze voorziening heeft ultimo 2025 een saldo van € 10.704.000 en is daarmee ten opzichte van 2024 met € 206.000 ingezet om het tarief voor afgenomen. Het jaarlijks resultaat op het product Riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening, waardoor eventueel rioolheffing alleen met de overtollige middelen beschikbaar blijven (gesloten systeem) voor het beheer aan het rioolstelsel. inflatie te verhogen. Hierdoor blijft het tarief We hebben in voorgaande jaren aan u gerapporteerd dat de omvang van deze voorziening de afgelopen jaren gestaag is toegenomen. Wij stellen vast dat u het tarief voor de rioolheffing in 2025 alleen voor inflatie heeft gecorrigeerd en daarvoor met relatief stabiel en is de stijging relatief beperkt, in 3,5% heeft verhoogd. Hierdoor blijft het tarief relatief stabiel en is de stijging relatief beperkt, in lijn met uw gestelde doelen. lijn met uw gestelde doelen. In de Notitie Lokale heffingen (april 2021) heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan dat er extracomptabel moet

▪ ▪

Het college is ten behoeve van de jaarrekening 2025 nagegaan wat de totale pensioenverplichting zou moeten zijn en op welke wijze in dekking daarvan is voorzien. Op basis van actuele actuariële berekeningen bedraagt de totale verplichting ultimo 2025 € 7.386.000, waarbij rekening is gehouden met de dekkingsgraad van 123,5% die het ABP per 31 december 2025 hanteert. In 2025 is er sprake van een dotatie van in totaal € 2.751.000 aan deze voorziening. Van deze storting heeft € 1.463.000 betrekking op de extra dotatie om te voldoen aan de gestelde dekkingsgraad van het ABP. De jaarlijks wijzigende rekenrente en de dekkingsgraad die het ABP hanteert zijn de komende jaren medebepalend voor omvang van de totale verplichting die uw gemeente per 1 januari 2028 zal hebben. De waardering van de totale verplichting blijft daarmee een aandachtspunt de komende jaren.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

18

▪

vermogen op 1 januari 2025 op basis van inkoop Wtp bij ABP) en rekening te houden met de gewijzigde verplichtingen over 2025; Decentrale overheden die niet aan het onderzoek hebben deelgenomen moeten de pensioenverplichting voor ambtsdragers eveneens analoog aan de gehanteerde berekening van het onderzoek onderbouwen. Uitgaande van het uitgevoerde onderzoek zal de pensioenverplichting per 1 januari 2025 naar verwachting tussen de 10% en 20% moeten worden verhoogd om deze per 31 december 2025 op het juiste niveau te krijgen; Bovenstaande bedragen dienen tot het moment van overdracht aan het ABP jaarlijks herzien te worden; In de jaarrekening dient een toelichting te worden opgenomen waarin de mogelijkheid voor eventuele vrijval van de voorziening door bijvoorbeeld rentestijging wordt benoemd alsmede de einddatum waarop de overdracht naar het ABP plaatsvindt.

Binnen de gemeente Stichtse Vecht is sprake van toenemende activiteiten met betrekking tot gebiedsontwikkeling. Daarmee neemt ook het saldo van het geïnvesteerd vermogen in de grondexploitatie toe. In 2025 is de boekwaarde van het onderhanden werk met € 614.000 toegenomen tot € 3.058.000:

Boekwaarde 1-1

Voorziening 1-1

Boekwaarde 3112

Voorziening 3112

Harmonieplein

874.000

2.000

1.183.000

96.000

Veenkluit Tienhoven

1.354.000

688.000

734.000

734.000

Zuilense Vecht

220.000

Haarrijnweg

928.000

291.000

1.276.000

625.000

MFC Vreeland

42.000

41.000

136.000

136.000

1.525.000

Kuyperstraat

48.000 3.466.000

Netto boekwaarde

205.000 1.022.000

2.444.000

4.649.000

1.591.000

3.058.000

Omdat het totaal verwachte verlies (€ 432.000) bij de exploitatie Vreeland hoger is dan de boekwaarde per 31-12-2025 (€ 136.000), is het meerdere van dit bedrag (€ 296.000), in overeenstemming met het Bbv, aan de creditzijde op de balans opgenomen. De toename van de boekwaarde is het gevolg van gemaakte kosten in 2025 ad € 2.966.000, gerealiseerde opbrengsten ad €1.782.000 en een toename (per saldo) van de reeds getroffen verliesvoorzieningen als gevolg van de actualisatie van de diverse grondexploitaties met € 569.000. Wanneer de boekwaarde een positief saldo heeft, dan zijn de gemaakte kosten hoger dan de gerealiseerde opbrengsten. Een boekwaarde is negatief wanneer er meer opbrengsten gerealiseerd zijn dan dat er kosten zijn gemaakt. Een positieve boekwaarde moet worden goed gemaakt met nog te realiseren opbrengsten. Lukt dat niet, dan dient er een voorziening getroffen te worden. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

19

Actualisatie van de grondexploitaties geven inzicht in het verwachte resultaat

Het verwachte resultaat neemt af Uit de actualisatie van de grondexploitaties met het MPG 2026 blijkt dat het verwachte resultaat ten opzichte van vorig jaar is afgenomen. Per complex is dat als volgt, waarbij een negatief getal voor een verwacht verlies c.q. een verslechtering van het verwachte resultaat staat. Verwachte resultaat (o.b.v. NCW)

2024

Harmonieplein

2025 Mutatie

-2.000

-96.000

-94.000

Veenkluit Tienhoven

-688.000

-585.000

103.000

Zuilense Vecht

5.388.000

5.458.000

70.000

Haarrijnweg

-291.000

-625.000

-334.000

MFC Vreeland

-41.000

-432.000

-391.000

Kuyperstraat

4.366.000

19.000

19.000

3.739.000

-627.000

Hierna geven wij per exploitatie een korte toelichting. Harmonieplein Ten opzichte van 2024 is het verwachte verlies met € 94.000 toegenomen tot € 96.000. Dit verwachte verlies is geheel voorzien en in mindering op de grondexploitatie gebracht. De toename van het verwachte verlies komt per saldo door hogere verwachte uitgaven voor de inrichting van de openbare ruimte en gestegen plan- en voorbereidingskosten (€ 833.000) en hogere verwachte opbrengsten (€ 791.000), met name als gevolg van hogere woningprijzen. Veenkluit Tienhoven De grondexploitatie Veenkluit te Tienhoven is per 31-12-2025 afgesloten met een negatief resultaat van € 585.000. Voor het tekort was reeds een voorziening getroffen van € 688.000. Deze voorziening valt met het afsluiten van de grondexploitatie derhalve vrij voor een bedrag van € 103.000. Voor het afronden van werkzaamheden in de buitenruimte heeft het college ingeschat dat voor een

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

20

mogelijke risico’s nader toegelicht. De waardering van de grondexploitaties is afhankelijk van de inschatting die moet worden gemaakt van de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten. Derhalve heeft het college voor de jaarrekening 2025 alle lopende exploitaties geactualiseerd. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Om deze reden nemen wij in ons accountantsverslag een beschouwing op over uw grondexploitatie. Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht:

Zuilense Vecht Ten behoeve van de jaarrekening 2025 heeft het college de grondexploitatie geactualiseerd. Het financieel resultaat is daarbij berekend op € 5.458.000 voordelig en is daarmee ten opzichte van 2024 met € 70.000 verbeterd. Dit heeft op hoofdlijnen te maken met het bijstellen van de eerdere “voorzichtige” ramingen voor de nog te realiseren opbrengsten en een aantal nog te maken kostenposten. Een belangrijk risico wat het college onderkend en wat impact kan hebben op de voortgang, maar ook de nog te maken kosten, is het tijdig kunnen realiseren van netaansluitingen (stroom). Bij deze exploitatie is tevens sprake van omvangrijke bedragen aan nog te maken kosten (€ 9,3 mln.) en nog te realiseren opbrengsten (€ 15,8 mln.) en is sprake van een relatief lange looptijd nog. De omvang van de nog te maken kosten en te realiseren opbrengsten alsmede de looptijd kunnen belangrijke impact op het verwachte resultaat hebben. Hoe langer de resterende looptijd, hoe grote de mate van schattingsonzekerheden is. Wij adviseren u de voortgang van de grondexploitatie Zuilense Vecht daarom goed te monitoren. Haarrijnweg Het verwachte resultaat is ten opzichte van 2024 met € 334.000 verslechterd en door het college berekend op € 625.000. Voor dit bedrag is een voorziening getroffen.

De verslechtering van het resultaat is het gevolg van noodzakelijke extra saneringskosten in verband met een aangetroffen mestkelder en vervuiling van de grond. Deze tegenvallers leiden tevens tot vertraging van het project. In 2026 wordt gezocht naar verdere oplossingsrichtingen, in samenwerking met de betrokken woningcorporatie. De actualisatie voor de jaarrekening 2025 volgt nog het bestaande plan, maar een heroriëntatie is gaande doordat de uitvoering complexer blijkt (onder meer door de drainagevraagstukken). Dit kan betekenen dat de investerings- en plankosten hoger worden, mede als gevolg van de verlengde doorlooptijd van circa één jaar. MFC Vreeland Het resultaat in Vreeland is met € 391.000 verslechterd, voornamelijk door de vergroting van het plangebied en extra investeringen in de openbare ruimte (met name de weg). Dit leidt ook tot een langere doorlooptijd van minimaal één jaar. De raad wordt geïnformeerd via het MPG. Daarnaast zijn € 341.000 aan investeringen doorgeschoven als gevolg van vertraging en samenhang met de aanpassing van het plangebied en de weg. Kuyperstraat Op basis van de actualisatie van deze grondexploitatie heeft het college in 2025 een tussentijdse winst kunnen nemen van € 21.000, welke is toegevoegd aan de reserve grondexploitatie.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

21

bedrag van € 150.000 nog aan kosten moet worden gemaakt. Hiervoor is een voorziening getroffen, welke aan de creditzijde van de balans is opgenomen. Daarmee komt het totaal resultaat bij afsluiten van deze grondexploitatie per saldo € 47.000 nadeliger uit.

22 Onzekerheden in het sociaal domein

Bij de controle van de bestedingen in het kader van de Wmo ZIN en Jeugdwet ZIN geldt dat het vaststellen van de levering van prestaties op twee manieren kan plaatsvinden. Dit gebeurt enerzijds via productieverantwoordingen van zorgaanbieders die zijn voorzien van een controleverklaring met een goedkeurend oordeel van de accountant van de zorginstelling en anderzijds – indien een dergelijke controleverklaring ontbreekt – door het uitvoeren van aanvullende controles door of namens het college. Over het jaar 2025 is een groot deel van uw bestedingen voorzien van een productieverantwoording met een (goedkeurende) controleverklaring, waaronder TimSV. Voor de kleine resterende populatie heeft uw gemeente aanvullende werkzaamheden uitgevoerd in overeenstemming met de SDO‑notitie “Controle interne beheersing Jeugd en Wmo voor gemeenten en accountants” (21 januari 2019). Op basis van deze uitgevoerde controles is in materiële zin vastgesteld dat de zorg waarvoor de gemeente heeft betaald daadwerkelijk is geleverd. De uitgevoerde werkzaamheden geven voldoende en geschikte controle-informatie over het bestaan van de geleverde prestaties, waardoor geen sprake meer is van materiële resterende onzekerheden.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage 2025

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2025 onder Single information, Single audit (SiSa) vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en het door de gemeenteraad vastgestelde controleprotocol met bijhorend normenkader voor de rechtmatigheidscontrole). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. De tabel met fouten en onzekerheden treft u in hoofdstuk 6 van dit accountantsverslag aan.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

De Wet normering topinkomens (WNT) stelt eisen aan de hoogte en openbaarmaking van bezoldigingen en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen en, onder voorwaarden, overige medewerkers binnen publiek gefinancierde organisaties. Ook als geen sprake is van overschrijding van de geldende norm, bestaat de verplichting om deze informatie te verantwoorden in de jaarrekening. In het onderdeel “Wet normering topinkomens” (welke onderdeel is van de jaarrekening 2025 zijn de verplichte onderdelen vanuit de WNT verantwoord. Op basis van onze controle over 2025 constateren wij dat bij gemeente Stichtse Vecht geen sprake is van niet-acceptabele overschrijdingen van de WNT-normen voor topfunctionarissen en overige medewerkers. De bezoldigingen blijven binnen de wettelijke kaders. Wij wijzen erop dat de accountant op grond van het Controleprotocol WNT geen zekerheid kan verkrijgen over de volledigheid van nevenfuncties en bezoldigingen die bij andere WNT-plichtige instellingen zijn ontvangen (anticumulatiebepaling). De naleving van deze bepaling maakt daarom geen onderdeel uit van de controleverklaring. Het toezicht hierop ligt bij de aangewezen WNT-toezichthouders, die zelfstandig onderzoek kunnen doen en zo nodig handhavend kunnen optreden.

Daarnaast attenderen wij het college op de wettelijke openbaarmakingsplicht om de WNT-verantwoording over kalenderjaar 2025 uiterlijk 1 juli 2026 via internet algemeen toegankelijk te maken.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

23

Wet normering topinkomens (WNT)

24

4.

Interne beheersing

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

Kernboodschappen interim-controle 2025

25

4. Interne beheersing Naar aanleiding van de interimcontrole hebben wij op 3 december 2025 een boardletter uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de boardletter 2025 verwijzen wij daarnaar. Op 15 december 2025 hebben wij de boardletter besproken met de auditcommissie. Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de boardletter opgenomen. Onderwerp Organisatorische ontwikkelingen

Opvolging aanbevelingen Frauderisicoanalyse

Rechtmatigheid

Aanbestedingsproces Interne Controle (IC)

IT

Samenvatting Het college voert goede analyses uit en identificeert pijn- en verbeterpunten, tegelijkertijd vindt de organisatie het lastig om overal tot een juiste en tijdige implementatie van verbeteringen en verankering in de interne beheersing te komen. Vanaf 1 januari 2026 richt het college de organisatie anders in om de interne beheersing verder vorm te geven volgens het zogenaamde “3-lines model” voor de overheid en non-profitsector (3LMO). Het element menselijk gedrag identificeren wij hierin als een essentiële factor. Wij geven het college hierbij een aantal korte aandachtspunten mee. Wij zien dat het college veel aandacht besteedt aan het opvolgen van bevindingen en het verbeteren van de interne organisatie. Niettemin constateren wij ook dat het volledig oplossen van aanbevelingen een uitdaging blijft voor de gemeente. Wij hebben de opvolging van onze aanbevelingen in de boardletter 2024 ten aanzien van de frauderisicoanalyse nog niet kunnen vaststellen. Het college heeft de opvolging hiervan gepland eind 2025 en begin 2026. Graag vernemen wij van het college de uitkomsten van de actualisatie van de frauderisicoanalyse. Vanwege de wijzigingen in het BADO geldt dat uw verantwoordingsgrens voor uw rechtmatigheidsverantwoording op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves, komt te liggen.

Vanwege deze aanpassing komen wij op basis van de tussentijdse resultaten uit de spendanalyse van de Interne Controle (IC) tot de conclusie dat uw gemeente de verantwoordingsgrens voor (on)rechtmatigheden in 2025 reeds overschrijdt. Wij hebben uw college geadviseerd de resultaten en de effecten van het verbetertraject rondom aanbestedingen en de herinrichting periodiek te (blijven) monitoren. Het is een gewenste uitkomst dat het aantal onrechtmatigheden en de omvang van de onrechtmatige uitgaven blijft dalen. Het intern controleplan biedt een goede basis voor de uit te voeren interne controles. De interne controle is breed benaderd, waarin ook belangrijke thema’s zoals de frauderisicoanalyse, het monitoren van opvolging van aanbevelingen en het toetsen van general IT controls een plek krijgt. Wel moet de Interne Controle aan deze onderwerpen nog nadere invulling geven. De belangrijkste ontwikkelingen die bij uw gemeente plaatsvinden op het gebied van IT zijn de overgang naar een nieuwe infrastructuur leverancier (server migratie) en de start die het college heeft gemaakt met het inzichtelijk en passend maken van het IT-landschap en architectuur. Ook wil het college het aantal gebruikte applicaties verminderen en beter stroomlijnen op de organisatie.

Door de IT-omgeving inzichtelijk te maken, de applicaties in lijn te brengen met de werkelijke benodigdheden en gericht om te gaan met de IT- architectuur zet uw college belangrijke stappen in het verbeteren van uw IT-veiligheid.

Aanpak en uitkomsten

Financiële positie

Bevindingen controle

Interne beheersing

Overige onderwerpen

Bijlage

Overige gegevens Aandachtspunten voor de waardering grondexploitaties

Pensioen voorziening wethouders TimSV beëindiging samenwerking na 2026 Onderhoudsvoorziening vastgoed Componentenbenadering groot onderhoud wegen

We hebben het college een aantal proces aanbevelingen meegegeven. Wij hebben daarbij afspraken gemaakt om in het kader van de jaarrekeningcontrole tot voldoende controlezekerheid te komen, waar nodig met aanvullende gegevensgerichte controlewerkzaamheden. Gemeenten zijn nu verplicht om een paragraaf ‘Overige gegevens’ op te nemen in de jaarrekening. Deze paragraaf maakt formeel onderdeel uit van de jaarrekening en bevat onder andere de controleverklaring van de accountant. Het Meerjarenprogramma Gebiedsontwikkeling (MPG) 2026 zal bepalend zijn voor de waardering van de grondexploitaties in de jaarrekening 2025. Gelet op de mogelijkheid dat de actualisatie van het MPG beleidsrijk is, moet deze voor vaststelling van de jaarrekening 2025 door de raad worden goedgekeurd. Dit is belangrijk omdat de waardering van de grondexploitaties in de jaarrekening, gebaseerd zullen zijn op het MPG 2026 en het MPG 2026 naar verwachting “beleidsrijk” zal zijn. Bij één of meerdere complexen zullen mogelijk aanpassingen worden gedaan, die impact kunnen hebben op de waardering. Vanaf 1 januari 2028 zal het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verantwoordelijk worden voor uitvoeren van de pensioenregeling voor politieke ambtsdragers, zoals de wethouders van uw gemeente. Uw gemeente moet hiervoor een eenmalige kapitaalstorting doen en vanaf dan pensioenpremies afdragen aan het ABP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/3236/documents/66367