3. Uitspraak RvS 9 december 2020.pdf
Tekst van het document
veroordeelt de raad van de gemeente Stichtse Vecht in verband met de behandeling van de beroepen tot vergoeding van de opgekomen proceskosten: - ten aanzien van [appellant sub 1] tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; - ten aanzien van [appellant sub 9] en anderen tot een bedrag van € 1.312,50 (zegge: dertienhonderdtwaalf euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - ten aanzien van [appellant sub 4] tot een bedrag van € 1.312,50 (zegge: dertienhonderdtwaalf euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; - ten aanzien van [appellant sub 11] tot een bedrag van € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; - ten aanzien van [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] tot een bedrag van € 1.312,50 (zegge: dertienhonderdtwaalf euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - ten aanzien van [appellant
sub 6] en anderen tot een bedrag van € 1.575,00 (zegge; vijftiendhonderdvijfenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - ten aanzien van [appellant sub 7] en Koninklijke Nederlandse Springstoffen Fabriek N.V. tot een bedrag van € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; - ten aanzien van [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B] tot een bedrag van € 818,11 (achthonderdachttien euro en elf cent), waarvan € 787,50 (zegge: zevenhonderdzevenentachtig euro en vijftig cent) is toe te rekenen aan door een derde
Uitspraak 201900226/1/R4
38
beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; VII. gelast dat de raad van de gemeente Stichtse Vecht aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt: -ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor [appellant sub 1], -ten bedrage van € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) voor [appellant sub 9] en anderen, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - ten bedrage van € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) voor [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B], met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - ten bedrage van € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) voor [appellant sub 6] en anderen, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor [appellant sub 13]; - ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor [appellant sub 4]; - ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor [appellant sub 11]; - ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor
[appellant sub 5A] en [appellant sub 5B], met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor de Wijkcommissie Zorgwetering, Dichters en Lanen; - ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B], met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; -ten bedrage van € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) voor [appellant sub 7] en Koninklijke Nederlandse Springstoffen Fabriek N.V., met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. E.J. Daalder en mr. A. Kuijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.L.M. van Loo, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2020 418.
Uitspraak 201900226/1/R4
39