3. Jaarverslag en jaarrekening 2025 SGL
Tekst van het document
Daarbij moet worden opgemerkt dat SGL -A en SGL -B samen één juridische entiteit vormen en in beginsel samen aansprakelijk zijn voor eventuele claims die voortvloeien uit de risico’s. Kengetallen BBV In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Regelingen wordt voorgeschreven , dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. Normen Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht (0 of positief). Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. • De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Over 2025 is dit percentage gedaald door aflossingen op leningen en een toename van het eigen vermogen. In de Begroting 2025 werd ervan uitgegaan dat g edurende het jaar vreemd vermogen zou worden aangetrokken ter financiering van diverse investeringen. Dit zal in 2026 naar verwachting alsnog gebeuren.
• De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om op lange termijn aan al haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Over 2025 is de solvabiliteitsratio significant gestegen door een toename van het eigen vermogen en een afname van het vreemd vermogen. • De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten. 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier - en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het MJOP gehanteerd. In oktober 2025 heeft het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap ingestemd met het nieuwe Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2025. Hiermee komt het MJOP zoals ingevoerd in 2021 te vervallen.
Het nieuwe onderhoudsplan werd opgesteld op basis van het Terrein Beheer Model (TBM) van Kengetallen Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2025 Netto schuldquote 17% 40% 8% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 17% 40% 8% Solvabiliteitsratio 34% 33% 37% Grondexploitatie nvt nvt nvt Structurele exploitatieruimte 0,2% 2,9% 0,9% Belastingcapaciteit nvt nvt nvt Jaarverslag 2025 Staatsbosbeheer en geeft een vooruitzicht in de onderhoudsopgave in de komende twintig jaar. | De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het Recreatieschap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Hierbij wordt jaarlijks een gelijkblijvend bedrag in de voorziening | gestort en worden de werkelijke lasten van het betreffende jaar aan de voorziening onttrokken. Aan de hand van het TBM is berekend wat jaarlijks aan de voorziening gedoteerd moet worden om te kunnen voldoen aan de onderhoudsopgave die er ligt. Hierbij is rekening gehouden met het saldo van de voorziening dat beschikbaar was uit het oude MJOP. Ten opzichte van het oude MJOP wordt in het MJOP 2025 ook rekening gehouden met de personele inzet door de uitvoeringsorganisatie.
De geplande lasten, de dotatie en de werkelijke lasten worden ieder jaar gemonitord. Vanwege de transitie en het capaciteitstekort is in 2023 en 2024 het nodige werk doorgeschoven in de planning. In de nieuwe MJOP zijn deze werken vervolgens opgenomen onder 2025 of -indien mogelijk- opnieuw ingepland in een volgend jaar. Dat gaf in 2025 de nodige uitdagingen, waardoor nu nog een bedrag van €263k aan uit te voeren groot onderhoud openstaat, wat doorschuift naar 2026. Hiervan is een groot deel in 2025 al opgestart, maar zal ten uitvoer komen in 2026. In onderstaande tabel wordt het meerjarig te verwachten verloop van de onderhoudsvoorziening weergegeven. 4.3 | Financiering Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/ schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is bij ministeriële regeling vastgesteld op 8,5% | van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De totale lasten | van gewone bedrijfsvoering zoals opgenomen | in de begroting 2025 | bedragen | €6.085.892. | Zodoende | was de | te verwachten | kasgeldlimiet: 8,5% * | €6.085.892 | = €517.301.
| De werkelijke | lasten | van de gewone bedrijfsvoering | ultimo | 2025 | bedragen €6.934.030, waarmee de definitieve kasgeldlimiet uitkomt op €589.393. Het Recreatieschap voldoet aan deze kasgeldlimiet, aangezien er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van he | t begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding 22 Jaarverslag 2025 23 van de leningenportefeuille en de renterisico’s. De verwachte renterisiconorm voor 202 5 kan als volgt worden weergegeven: Totaal van de lasten van gewone bedrijfsvoering in de begroting 2025 bedraagt €6.085.892. De verwachte limiet is 20%, zijnde € 1.217.178. Deze limiet werd in 2025 niet overschreden door de aflossingen op de langlopende schulden. Mutaties in de leningenportefeuille: De verwachte leningen in 2026 en 2027 zijn ontleend aan de vastgestelde begroting 2026. Inmiddels is dit beeld bijgesteld op basis van de actuele investeringsplanning en is de verwachting dat in deze jaren een grotere behoefte aan vreemd vermogen zal optreden.
Een en ander zal in de loop van 2026 verder in kaart worden gebracht. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en rentetoerekening Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het Recreatieschap heeft geen grondexploitaties , zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 Treasury. Over reserves en voorzieningen wordt geen rente toegerekend. Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het Recreatieschap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. Zie verder het overzicht in de toelichting op de balans, onderdeel Schatkistbankieren. 4.4 Grondbeleid De gronden in eigendom van het Recreatieschap zijn een belangrijk middel om de daaraan gekoppelde (beleids) doelen te realiseren. Dat geldt voor vrijwel alle gronden in eigendom en /of erfpacht .
In uitzonderlijke gevallen kan de doelstelling daarop vervallen of niet meer doelmatig zijn. Als grond niet nodig is voor het realiseren van de gestelde doelen dan kan deze worden vervreemd. Wanneer dit aan de orde is, zal dit worden voorgelegd aan het bestuur. Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting, zulks in relatie tot de met eigendom/erfpacht samenhangende kosten. Binnen Recreatieschap Stichtse Groenlanden zijn circa 250 locaties waarbij het huidige gebruik van grond niet overeenkomt met de formele zeggenschap of waarbij contracten of afspraken ontbreken. Dit leidt tot onduidelijkheid in beheer, juridische risico’s en beïnvloedt de begroting omdat niet altijd vaststaat welke terreinen SGL wel of niet moet beheren.
Omschrijving 2024 2025 2026* 2027* 2028* 2029* Stand per 1 januari 2.580.000 2.426.000 2.272.000 4.042.240 5.563.438 5.224.655 Nieuwe leningen 1.924.240 1.771.410 Af: Reguliere aflossing 154.000 154.000 154.000 250.212 338.783 338.783 Stand per 31 december 2.426.000 2.272.000 4.042.240 5.563.438 5.224.655 4.885.872 Rente 44.583 41.713 77.489 131.355 173.424 163.159 * Op basis van Begroting 2026 Jaarverslag 2025 24 In 2025 is een quickscan uitgevoerd bij gemeenten en de provincie Utrecht om ontbrekende informatie boven water te krijgen, maar dit heeft niet geleid tot vermindering van het aantal issues. Een voorstel om met een projectmatige aanpak alsnog op de belangrijkste issues duidelijkheid te creëren over eigendom en beheerverantwoordelijkheid wordt voorbereid. 4.5 Bedrijfsvoering Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een bestuurlijke organisatie en heeft geen eigen personeel in dienst. Uitvoering van de eigen kerntaken vereist derhalve een derde uitvoerende partij. Dit is Staatsbosbeheer. Bij de vigerende Samenwerkingsovereenkomst (SOK) hoort een volmacht - en mandaatlijst. De in de SOK opgenomen indexatie is voor 2025 toegepast. Begroting 2025 versus realisatie voor SGL als geheel Vooruitlopend op de nog te implementeren Producten - en Dienstencatalogus (PDC) is in 2025 door de medewerkers van Staatsbosbeheer tijd geschreven op productniveau.
In totaal is in 202 5 door Staatsbosbeheer een bedrag van €3, 2 mln doorbelast voor de verschillende programmaonderdelen. Conform Samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen het Recreatieschap en Staatsbosbeheer was de maximale doorbelasting €3,4 mln. Dit bedrag is in de SOK niet verder gespecificeerd. Het schrijven op productniveau levert waardevolle kennis op, waarmee Staatsbosbeer in de toekomst haar bedrijfsvoering beter kan afstemmen op de wensen en benodigdheden van het Recreatieschap. Omschrijving Begroting 2025 Realisatie 2025 Begroting 2025 Realisatie 2025 Begroting 2025 Realisatie 2025 Beheerinformatie 54.091 250.277 11.305 17.624 65.397 267.901 Uitvoeren Terreininspecties 47.142 76.176 32.384 25.428 79.526 101.604 Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer 107.053 23.866 2.689 - 109.742 23.866 uitvoeren Terreinbeheer RO 30% 711.130 634.563 323.135 369.994 1.034.265 1.004.557 Omgevingscommunicatie 64.163 30.173 11.706 12.070 75.869 42.243 Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) 215.394 79.133 23.092 18.532 238.486 97.665 Toezicht en Handhaving 400.300 316.455 247.992 219.790 648.292 536.245 Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen 3.504 87.744 75 9.312 3.579 97.056 Zorg en arbeidsparticipatie - - - - - - Advies marketing 5.874 - 4.728 - 10.602 - Vrijwilligers en actief burgerschap - - - - - - Totaal Gebiedsbeheer 1.608.652 1.498.386 657.106 672.750
2.265.758 2.171.136 Adviesdiensten strategische vastgoed 163.600 107.111 2.069 14.639 165.668 121.750 Plan- en projectvoorbereiding 131.393 142.168 113.375 115.711 244.768 257.879 Totaal Plannen maken 294.993 249.279 115.443 130.350 410.436 379.628 Accountmanagement 105.103 140.304 21.231 45.523 126.334 185.826 Bestuursadvies 5.490 - 16.251 19.530 21.741 19.530 Secretariaat 7.414 - - - 7.414 - Plan van aanpak visie SGL 5.317 - - - 5.317 - Totaal Bestuurlijke diensten 123.324 140.304 37.482 65.052 160.806 205.356 Financieel beleid 345 1.529 - 556 345 2.085 Planning en control 388.799 339.607 138.559 84.726 527.359 424.333 VIC - Rechtmatigheid - 5.635 - 1.564 - 7.198 Totaal Financiële diensten 389.145 346.771 138.559 86.845 527.704 433.616 Aansprakelijkheid - - - - - - Juridische ondersteuning 19.541 6.213 11.306 4.900 30.847 11.113 Procederen - - - - - - Opstellen gemeenschappelijke regeling - - - - - - WOO-procedures 1.249 3.273 - - 1.249 3.273 Totaal Juridische diensten 20.791 9.486 11.306 4.900 32.097 14.386 Totaal personele lasten 2.436.904 2.244.226 959.896 959.896 3.396.800 3.204.122 SGL TotaalSGL-BSGL-A Jaarverslag 2025 25 Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: voorwaardencriterium, begrotingscriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium, hieronder nader toegelicht: 1.
Het voorwaardencriterium: alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met wet- en regelgeving. 2. Het begrotingscriterium : Alle lasten in het begrotingsjaar vallen binnen de begroting (incl. wijzigingen) zoals door het algemeen bestuur is goedgekeurd. Een aantal begrotingsoverschrijdingen is niet verwijtbaar aan het dagelijks bestuur, bijvoorbeeld omdat ze niet voorzienbaar waren of omdat er ook hogere baten aan ten grondslag liggen. 3. Het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium : het dagelijks bestuur heeft voldoende waarborgen genomen om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen zijn verleend of een te laag dan wel geen bedrag aan heffingen aan het Recreatieschap is betaald. Verder dient hierbij opgemerkt te worden dat rechtmatigheid breder is dan bovengenoemde drie criteria. De andere zes criteria (calculatie, valutering, adressering, volledigheid, aanvaardbaarheid en levering) worden afgedekt door het getrouw beeld en de accountant zal hierover haar oordeel geven. Het dagelijks bestuur is niet verplicht om hier afzonderlijk over te rapporteren. Rechtmatigheidsverantwoording 2025 Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor een rechtmatige uitvoering van de begroting.
Waar het tot 2022 nog gebruikelijk was dat de controlerend accountant de controle uitvoert en hierover rapporteert aan het algemeen bestuur, rapporteert het dagelij ks bestuur dit vanaf boekjaar 202 3 zelfstandig door middel van de rechtmatigheidsverantwoording. Het dagelijks bestuur van het Recreatieschap geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de bepalingen vermeld in de documenten van de lijst met relevante wet - en regelgeving van het normenkader rechtmatigheid 202 5, vastgesteld door het algemeen bestuur , en de grenzen inzake toelichtingen opgenomen in de financiële verordening 2025 van het Recreatieschap (eveneens vastgesteld door het algemeen bestuur). In het normenkader rechtmatigheid is opgenomen dat een grens voor de rechtmatigheidsverantwoording van 2% van de lasten e xclusief toevoegingen aan de reserves wordt gehanteerd. Voor 2025 bedraagt deze grens €142.000. Onderstaand worden eventuele geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan €10.000,- én meer dan 10% nader toegelicht, e.e.a. conform de financiële verordening 2025 van het Recreatieschap.
Toelichting op de afwijkingen 2025 per onderstaande onderscheiden processen Ten behoeve van de rechtmatigheids verantwoording is door Baker Tilly Business Advisory een verbijzonderde interne controle (VIC) uitgevoerd. Het onderzoek naar de verschillende processen is 6 maart 2026 afgerond. Hier komen de volgende bevindingen uit voort: Aanbestedingen Conclusie Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties wel/niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde kaders. De geconstateerde afwijkingen betreffen samengevat: Jaarverslag 2025 26 4.6 Openbaarheid De openbaarheidsparagraaf beschrijft de activiteiten die in 2025 zijn uitgevoerd ten aanzien van actieve en passieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking Overheidsorganisaties geven vastgoed in beginsel alleen uit via een openbare procedure. Maar in uitzonderingsgevallen doen we dat ook onderhands: wanneer bij voorbaat vaststaat dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieu ze gegadigde in aanmerking komt voor de overeenkomst. Dit voornemen met de motivering ervan maken we vooraf bekend via de website. Daarmee geven we invulling aan het Didam-arrest (Hoge Raad d.d. 26 november 2021). Het bestu ur van Recreatieschap Stichtse Groenlanden kom t regelmatig in vergadering bijeen.
De agenda’s, besluiten en verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn (in principe) openbaar. Passieve openbaarmaking In het verslagjaar zijn twee WOO verzoeken ontvangen. De eerste verzoek heeft betrekking gehad op een ongeluk in het natuurgedeelte van de Haarrijnse plas in de zomer van 2024. Verzoekster heeft gevraagd of het Recreatieschap bekend was met het feit dat er vanaf Corona tot en met 2024 sprake is geweest van zwemmers in het (natuur-)gedeelte van de plas en of hiervan melding is gedaan bij de Gemeente Utrecht. Omdat er geen documenten zijn aangetroffen die onder het verzoek vallen is het Woo-verzoek afgewezen. Het tweede verzoek betrof het al dan niet afgeven van ontheffingen op de Vinkeveense Plassen en met name d ocumenten die zien op intern beleid en/of afspraken die zien op het wel of niet verlenen van ligplaatsontheffingen op de Vinkeveense Plassen over de periode 22 mei 2020 tot en met 21 mei 2025.
Jaar Aantal verzoeken Betreft 2025 2 - Haarrijnse plas - Ligplaatsontheffingen VVP 27 5 Jaarrekening 2025 5.1 Balans per 31 december 2025 ACTIVA 31 december 31 december 2025 2024 Vaste activa Immateriële vaste activa 113.275 141.343 Investeringen onderzoek, ontwikkeling, bijdragen 65.647 91.069 Bijdragen in activa eigendom van derden 47.628 50.274 Materiële vaste activa 6.304.406 6.521.008 Investeringen met economisch nut 2.152.751 2.241.925 Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut 4.151.655 4.279.083 Financiële vaste activa 34.795 53.147 Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 34.795 53.147 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar 3.780.617 2.872.232 Vorderingen op openbare lichamen 1.028.720 290.248 Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < dan 1 jaar 2.696.622 2.275.278 Overige vorderingen 55.275 306.705 Liquide middelen 342.826 301.310 Kas 2.058 3.255 Banksaldi 340.769 298.055 Overlopende activa 139.079 1.420.515 De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - - Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 139.079 1.420.515 Totaal 10.714.998 11.309.556 Jaarrekening 2025 28
PASSIVA 31 december 31 december 2025 2024 Vaste passiva Eigen vermogen 3.927.556 3.894.908 Algemene reserve 1.272.998 981.163 Bestemmingsreserves 2.549.907 2.572.588 Gerealiseerde resultaat 104.651 341.157 Voorzieningen 1.912.172 1.644.968 Onderhoudsegalisatievoorzieningen 1.912.172 1.644.968 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 2.679.651 2.913.330 Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen 2.272.000 2.426.000 Waarborgsommen 16.162 17.662 Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Afkoopsommen 391.490 469.668 Vlottende passiva Netto-vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar 267.398 713.706 Overige schulden 267.398 713.706 Overlopende passiva 1.928.221 2.142.644 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 202.708 525.370 De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 1.724.298 1.616.059 Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 1.215 1.215 Totaal 10.714.998 11.309.556 Jaarrekening 2025 29 5.2
Overzicht van baten en lasten 2025 Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2025 na 1e wijziging Realisatie 2025 Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2025 na 1e wijziging Realisatie 2025 Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2025 na 1e wijziging Realisatie 2025 Personeel 2.028.816 2.190.758 2.265.758 2.171.136 0 0 0 0 -2.028.816 -2.190.758 -2.265.758 -2.171.136 Materieel 3.156.284 2.687.462 3.485.438 3.429.040 1.997.374 1.388.708 1.969.806 2.055.707 -1.158.910 -1.298.754 -1.515.632 -1.373.333 Totaal Gebiedsbeheer 5.185.100 4.878.220 5.751.196 5.600.176 1.997.374 1.388.708 1.969.806 2.055.707 -3.187.726 -3.489.512 -3.781.389 -3.544.469 Personeel 421.423 410.436 410.436 379.628 0 0 0 0 -421.423 -410.436 -410.436 -379.628 Totaal Plannen maken 421.423 410.436 410.436 379.628 0 0 0 0 -421.423 -410.436 -410.436 -379.628 Totaal Overhead 937.067 797.236 1.030.024 954.227 71.017 0 71.017 75.070 -866.049 -797.236 -959.006 -879.157 Totaal Algemene middelen 0 0 0 0 4.458.385 4.819.936 4.900.269 4.900.269 4.458.385 4.819.936 4.900.269 4.900.269 Saldo gewone bedrijfsvoering 6.543.589 6.085.892 7.191.656 6.934.030 6.526.776 6.208.644 6.941.092 7.031.046 -16.813 122.752 -250.563 97.016 Totaal Kredieten 0 0 334.391 165.980 0 0 283.995 101.612 0 0 -50.396 -64.368 Saldo van baten en lasten 6.543.589 6.085.892 7.526.047 7.100.011 6.526.776 6.208.644 7.225.087 7.132.658 -16.813 122.752
-300.959 32.648 Toevoegingen en onttrekkingen reserves 296.380 310.674 286.044 300.301 654.349 241.498 287.915 372.304 357.969 -69.176 1.871 72.003 Gerealiseerd resultaat 6.839.969 6.396.566 7.812.091 7.400.311 7.181.125 6.450.142 7.513.002 7.504.962 341.156 53.576 -299.088 104.651 Programma instandhoudingsgebieden LASTEN BATEN SALDO Jaarrekening 2025 30 Met ingang van begrotingsjaar 2023 is gekozen voor één programma , te weten het programma “Instandhouding gebieden”. Dit programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: • Gebiedsbeheer; • Plannen maken; • Overhead; • Algemene dekkingsmiddelen; • Projectkredieten; • Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het overzicht van baten en lasten is als volgt opgebouwd: • Saldo van baten en lasten: Dit onderdeel betreft de exploitatielasten en –baten van de structurele activiteiten. Dit zijn de jaarlijks min of meer in dezelfde vorm terugkerende activiteiten. Op basis van deze informatie kunnen meerjarige trends en ontwikkelingen worden geschetst. • Baten en lasten Projectkredieten: De projectkredieten hebben betrekking op uitgaven gerelateerd aan activiteiten die zorgen voor veranderingen in de natuur - en recreatiegebieden, zoals investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Deze uitga ven worden gedekt vanuit bijdragen derden (subsidies, bijdragen) en/of onttrekkingen aan de algemene of bestemmingsreserves.
• Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves: Dit onderdeel omvat alle mutaties (stortingen en onttrekkingen) in de reserves. 5.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening 202 5 van het schap , waarin door het algemeen bestuur op 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van het Recreatieschap. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening • De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vind en plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. • De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. • Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van verg elijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. • Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indie n er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel als verplichting opgenomen te worden. Jaarrekening 2025 31 Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid.
Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over - en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdinge n van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium is artikel 13 van de financiële verordening van toepassing leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
• De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (werkelijke lasten exclusief dotaties in reserves) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. Deze grens bedraagt €142.000; o Een rapporteringstolerantie van € 10.000 en meer dan 10% is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. Algemeen Hieronder is bij de diverse onderdelen van de activa en passiva een toelichting gegeven. Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven. Bijdragen aan activa in eigendom derden worden conform de afschrijvingstermijn van de eigenaar van de activa afgeschreven. Materiële vaste activa Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings - of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kost en, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. Investeringen met economisch en maatschappelijk nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings - of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Jaarrekening 2025 De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: Actief | Percentage Grond en water | 0% Bouwkundige werken | 2,5% - 20% Beschoeiing | 2,5% - 4% Bedrijfsgebouwen | 4% - 20% Machines, apparaten en installaties | 5% - 20% Woonruimtes | 6,67% - 20% Vervoermiddelen | 8,33% - 20% Overige vaste activa | 4% - 20% Routes | 10% Financiële vaste activa De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten | (of vrijval) en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen.
Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Vlottende activa Voorraden Conform de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV dienen activa | , waarvan het voornemen bestaat | deze | te | verkopen, | verantwoord | te | worden | onder | de | voorraden. | Deze | activa | worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Eigen vermogen Dit betreffen de Algemene Reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. Passiva Voorzieningen De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit | te voeren grootonderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn.
In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. 32 Jaarrekening 2025 33 Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer De vaste schulden worden tegen nominale waarde gewaardeerd , verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. Hieronder vallen langlopende leningen, waarborgsommen en afkoopsommen. Vlottende schulden met een rente typische looptijd van één jaar of korter De vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn en de overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. 5.4 Toelichting op de balans Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: In 2025 hebben zich geen investeringen in de immateriële vaste activa voorgedaan. De post ‘Bijdragen aan activa in eigendom van derden’ bestaat volledig uit de bijdrage aan de pumptrack in het Noorderpark Ruigenhoek, dat eigendom is van de Gemeente Utrecht.
Materiële vaste activa Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: De investeringen met economisch nut in 2025 betreffen: Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer: Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief 91.069 - - - 25.422 - - 65.646 Bijdragen aan activa in eigendom van derden 50.274 - - - 2.646 - - 47.628 Totaal 141.343 - - - 28.068 - - 113.274 Boekwaarde 31- 12 2025Afschrijvingen Bijdragen van derden AfwaarderingenImmateriële vaste activa Boekwaarde 01- 01 2025 Investeringen DesinvesteringenHerrubricering Gronden en terreinen 596.789 - - - - - - 596.789 Bedrijfsgebouwen 56.382 - - - 3.350 - - 53.032 Grond- weg- en waterbouwkundige werken 1.004.038 - - - 96.952 - - 907.086 Vervoermiddelen 9.075 - - - 895 - - 8.180 Machines en apparaten 453.651 - - - 29.823 - - 423.828 Overige materiële activa 121.991 5.038 46.480 - 25.476 - - 148.032 Activa in bewerking - - 15.806 - - - - 15.806 Totaal 2.241.925 5.038 62.286 - 156.497 - - 2.152.752 Boekwaarde 31- 12 2025Investeringen met een economisch nut Boekwaarde 01- 01 2025 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden AfwaarderingenHerrubricering Omschrijving Investeringsbedrag Drijflijnen Strandbad Maarsseveense Plassen 36.373 Portofoons en toebehoren Strandbad
Maarsseveense Plassen 5.069 Speeltoestel Strandbad Maarsseveense Plassen 5.038 Totaal 46.480 Jaarrekening 2025 34 De investeringen met maatschappelijk nut in 2025 betreffen: Van de investeringen met maatschappelijk nut heeft € 2. 592.815 (per eind 202 5) betrekking op investeringen van vóór 2018. Financiële vaste activa De financiële vaste activa bestaan uit de vooruitbetaalde vergoedingen aan grondeigenaren t en behoeve van de wandelpaden. Deze vooruitbetalingen beslaan doorgaans een periode van 5 tot 10 jaar. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld: Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de Provincie Utrecht. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen. De grote toename in het saldo ‘Vorderingen op openbare lichamen’ ten opzichte van 202 4 wordt veroorzaakt doordat de door te schuiven BTW al in boekjaar 2025 is gefactureerd aan de deelnemers van het Recreatieschap. In 2024 werd hier een positie voor opgenomen onder de o verlopende activa, waarna daadwerkelijk e facturatie pas volgde in het eerste kwartaal van 2025.
Gronden en terreinen 1.377.431 - - - - - - 1.377.431 Bedrijfsgebouwen 5.537 - - - 1.846 - - 3.691 Grond- weg- en waterbouwkundige werken 2.869.093 20.950- - - 185.260 - - 2.662.883 Vervoermiddelen - - - - - - - - Machines en apparaten - - - - - - - - Overige materiële activa 27.023 15.912 18.713 - 5.174 - - 56.475 Activa in bewerking - - 51.176 - - - - 51.176 Totaal 4.279.083 5.038- 69.889 - 192.280 - - 4.151.655 Boekwaarde 31- 12 2025Investeringen met een maatschappelijk nut Boekwaarde 01- 01 2025 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden AfwaarderingenHerrubricering Omschrijving Investeringsbedrag Speeltoestellen Ruigenhoek 16.864 Bevestigingsplaten toiletcabines Strijkviertel en Maarsseveense Plassen 1.849 Totaal 18.713 Vooruitbetaalde contracten (wandelroutes) 53.148 - - - 18.352 - - 34.795 Totaal 53.148 - - - 18.352 - - 34.795 Boekwaarde 31- 12 2025Financiële vaste activa Boekwaarde 01- 01 2025 Investeringen Desinvesteringen Vrijval Bijdragen van derden AfwaarderingenHerrubricering Uitzetting per Voorziening Boekwaarde per Uitzetting per Voorziening Boekwaarde per 31-12-2024 oninbaarheid 31-12-2024 31-12-2025 oninbaarheid 31-12-2025 Vorderingen op openbare lichamen 290.248 - 290.248 1.028.720 - 1.028.720 Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in 's Rijks schatkist 2.275.278 - 2.275.278
2.696.622 - 2.696.622 Rekening-courantverhouding met het Rijk Rekening-courantverhouding met niet-financiële instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier Overige vorderingen 308.056 1.351 306.705 66.113 10.838 55.275 Overige uitzettingen Totaal 2.873.582 1.351 2.872.231 3.791.455 10.838 3.780.617 Jaarrekening 2025 35 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Op balansdatum had SGL geen overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor SGL was dat voor 202 5 een drempelbedrag van € 1.000.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan €500 mln. geldt immers de drempel van € 1.000.000. SGL heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat het saldo boven de € 1.000.000 op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar het schatkistbankieren. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen in 2025 is geweest: Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 202 5.
Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen debiteuren voor een bedrag van € 66.113. Dit bedrag is aanzienlijk lager dan de positie die ultimo 2024 op de balans stond. D aar ligt aan ten grondslag dat laat in 2024 nog werd gefactureerd voor de huren en pachten. In 2025 is werk gemaakt van een betere contractadministratie, waardoor tijdig gefactureerd kon worden. Ten opzichte van 2024 is de voorziening voor dubieuze debiteuren opgehoogd met een bedrag van €9.487 voor mogelijk oninbare posten. Verslagjaar (1) Drempelbedrag 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 402 414 376 324 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 598 586 624 676 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - - Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 6.086 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 6.086 (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
Drempelbedrag 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 36.200 37.707 34.593 29.802 (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 402 414 376 324 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (1) Berekening drempelbedrag Jaarrekening 2025 36 Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Overlopende activa De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen. Nog te ontvangen bedragen Nog te ontvangen bedragen zijn opbrengsten die betrekking hebben op 2025, maar pas in een volgend jaar daadwerkelijk tot een ontvangst leiden. De nog te ontvangen bedragen bestaan ultimo 2025 uit: De grote afname in het saldo ‘ Nog te ontvangen bedragen’ ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt doordat de door te schuiven BTW al in boekjaar 2025 is gefactureerd aan de deelnemers van het Recreatieschap. Dit vertaalt zich in een hoger saldo ‘Vorderingen op openbare lichamen’. In 2024 werd hier een positie voor opgenomen onder de overlopende activa, waarna daadwerkelijke facturatie pas volgde in het eerste kwartaal van 2025.
Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 Debiteuren 308.056 66.113 Voorziening dubieuze debiteuren 1.351 10.838 Totaal 306.705 55.275 Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 Kassaldi 3.255 2.058 Banksaldi 298.055 340.769 Totaal 301.310 342.826 Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 Van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Europese overheidslichamen - - - Het Rijk - - - Overige Nederlandse overheidslichamen - - Nog te ontvangen bedragen 1.407.768 135.003 Vooruitbetaalde bedragen 12.746 4.076 Totaal 1.420.515 139.079 Omschrijving Bedrag Afrekening zandsuppletie Honswijkerplas 2025 64.256 Eenmalige uitkering Routebureau Utrecht 22.672 Nog te ontvangen RC rente 2025-Q4 22.277 Te vorderen BTW 18.399 Nog te factureren BCF deelnemers 4.602 Overige bedragen < € 5.000 2.796 Totaal 135.003 Jaarrekening 2025 37 Daarnaast was er ultimo 2024 nog een grote kredietnota te ontvangen van Staatsbosbeheer en stond er een grote vordering open op de Belastingdienst. Vooruitbetaalde bedragen Vooruitbetaalde bedragen zijn bedragen die voor 31 december 202 5 betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op latere jaren.
De vooruitbetaalde bedragen bestaan ultimo boekjaar uit: Vaste Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van SGL wordt gevormd door de algemene reserves, bestemmingsreserves en het rekeningresultaat van beide programmagebieden. Algemene reserve (programmagebied A en B) De Algemene reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. Omschrijving Bedrag Vooruitbetaalde facturen 2026 4.076 Totaal 4.076 Algemene reserve SGL-A 899.735 222.926 1.122.661 Reserve natuurontwikkeling fietspaden 45.378 45.378 Reserve inrichting 't Waal / Honswijkerplas 971.395 64.256 64.307 971.344 Herplantfonds Nedereindseplas 11.171 11.171 Reserve fietspad Nieuw Wulven 23.270 5.817 17.453 Calamiteiten fonds 48.900 48.900 Reserve ontwikkelplan MVP 489.241 38.311 450.929 Reserve ontwikkelplan komende jaren 412.689 125.000 40.659 497.030 Reserve boomveiligheid 16.000 16.000 Reserve Heemstede Noord 84.849 6.600 78.249 Strategische keuzes reserve 4.500 4.500 Bestemmingsreserve inspecties 288.110 38.580 106.977 219.713 Bestemmingsreserve Transitiekosten 11.111 11.111 Bestemmingsreserve Haarrijnseplas 0 49.322 49.322 0 Bestemmingsreserves SGL-A 2.406.614 49.322 227.836 311.994 0 2.371.778 Algemene reserve SGL-B 81.429 68.908 150.337 Reserve Duiken 11.029 11.029 Reserve Legakkers beschoeiingen 62.053 10.400 51.653 Reserve uitvoeringsprogramma VVP 19.844 19.844
Reserve gevolgen verkoop legakkers 33.247 33.247 Bestemmingsreserve inspecties 33.233 4.767 38.000 0 Bestemmingsreserve transitiekosten 6.570 6.570 Bestemmingsreserve Investeringen 0 67.697 11.910 55.787 Bestemmingsreserves SGL-B 165.975 0 72.464 60.310 0 178.129 Gerealiseerd resultaat SGL-A 272.248 -272.248 41.677 41.677 Gerealiseerd resultaat SGL-B 68.908 -68.908 62.974 62.974 TOTAAL RESERVES 3.894.908 0 300.300 372.304 104.651 3.927.556 Stand per 31-12-2024 Resultaat 2024 Toevoegingen 2025 Onttrekkingen 2025 Resultaat 2025 Stand per 31-12-2025Reserve Algemene reserve SGL-A 2024 2025 Saldo 1 januari 968.502 899.736 Bij: Bestemming resultaat -99.864 222.926 Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen -31.098 Saldo 31 december 899.736 1.122.662 Jaarrekening 2025 38 Reserve natuurontwikkeling fietspaden Betreft een reserve t.b.v. ontwikkeling van natuur langs fiets - en wandelpaden in het Noorderpark. Dit bedrag zal worden aangewend bij nadere inrichting van dit gebied. In 202 5 zijn er geen mutaties geweest. Reserve inrichting ’t Waal / Honswijkerplas Ten behoeve van het inrichtingsplan ’t Waal is een contract gesloten met een ontzander. Hierin is afgesproken, dat de ontzander het gebied recreatief zal inrichten.
Tevens betaalt hij, ter dekking van in het verleden door het recreatieschap gedane investeringen en in het kader van afkoop van een 20 - jarige beheer- en onderhoudsverplichting, in totaal ruim € 944.100. Herplantfonds Nedereindse Plas Dit bedrag is een aantal jaren geleden ontvangen, nadat op de Nedereindse Plas schade aan de beplantingen werd aangericht. Van deze reserve vindt, na voltooiing van de sanering, herplanting bij de plas plaats. In 2025 hebben geen mutaties op deze reserve plaatsgevonden. Reserve fietspad Nieuw Wulven Door het bestuur is uit het opgebouwde bedrag voor nieuw beleid in 2009 € 116.300 beschikbaar gesteld voor volledige ontsluiting van het fietspad Nieuw Wulven. Aan dit bedrag wordt jaarlijks € 5.817 onttrokken ter egalisatie van de afschrijvingslasten van het fietspad.
Algemene reserve SGL-B 2024 2025 Saldo 1 januari -75.516 81.429 Bij: Bestemming resultaat 205.065 68.908 Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen 48.120 Saldo 31 december 81.429 150.337 Gerealiseerd resultaat 2024 2025 SGL-A 272.248 41.677 SGL-B 68.908 62.974 Gerealiseerd resultaat SGL 341.156 104.651 Reserve inrichting ’t Waal / Honswijkerplas 2024 2025 Saldo 1 januari 963.718 971.395 Bij: Toevoegingen 53.403 64.256 Af: Onttrekkingen 45.726 64.307 Saldo 31 december 971.395 971.344 Specificatie toevoegingen: - Opbrengst zandsuppletie Honswijkerplas 64.256 Totaal toevoegingen 64.256 Specificatie onttrekkingen: - Bijdrage beheer en onderhoud Honswijkerplas cf Begroting 2025 50.000 - Uitvoering PvA Ontwikkeling Honswijkerwaard cf AB 10-07-2025 11.389 - Onderhoud boomgaard Tull en 't Waal cf DB 24-10-2023 2.918 Totaal onttrekkingen 64.307 Jaarrekening 2025 39 Calamiteiten fonds Een van de uitganspunten van de 2e budgetfinancieringscyclus was de opbouw van een calamiteitenreserve. Daarbij werd afgesproken, dat een jaarlijks bedrag van € 25.000 als ‘Onvoorzien’ in de begroting werd opgevoerd t.b.v. opvang calamiteiten. Het maximum van de rese rve is gesteld op € 100.000 eventueel verhoogd met de jaarlijkse prijsindex (voor 2015 t/m 2018 is de nullijn gehanteerd). Uitgaven ten laste van deze post worden gedaan op basis van besluiten van het dagelijks bestuur.
In 2025 is de reserve niet aangesproken. Reserve ontwikkelplan Maarsseveense plassen + Reserve ontwikkelplan komende jaren Uitrollen van diverse ontwikkelplannen goedgekeurd door het bestuur in 2015. Voor zover bedragen aangewend zijn, staan deze genoemd onder de diverse ontwikkelplannen en vallen vrij gelijktijdig met de uit investeringen gegenereerde afschrijvingen. Reserve fietspad Nieuw Wulven 2024 2025 Saldo 1 januari 29.087 23.270 Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen 5.817 5.817 Saldo 31 december 23.270 17.453 Specificatie onttrekkingen: - Afschrijvingslasten 2025 cf Begroting 2025 5.817 Totaal onttrekkingen 5.817 Reserve ontwikkelplan Maarsseveense plassen 2024 2025 Saldo 1 januari 504.045 489.241 Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen 14.804 38.311 Saldo 31 december 489.241 450.929 Specificatie onttrekkingen: - Afschrijvingslasten 2025 cf Begroting 2025 14.804 - Vrijval ivm te hoge reservering afschrijven 2017 cf Begr.Wijz. 2025 23.507 Totaal onttrekkingen 38.311 Reserve ontwikkelplan komende jaren 2024 2025 Saldo 1 januari 334.356 412.689 Bij: Toevoegingen 125.000 125.000 Af: Onttrekkingen 46.667 40.659 Saldo 31 december 412.689 497.030 Specificatie toevoegingen: - Toevoeging reserve cf Begroting 2025 125.000 Totaal toevoegingen 125.000 Specificatie onttrekkingen: - Onttrekking reserve cf Begroting 2025 20.000 - Afschrijvingslasten 2025 cf Begr.wijz.
2025 729 - Bijdrage project Herziening Verordening cf AB 11-04-2024 19.931 Totaal onttrekkingen 40.659 Jaarrekening 2025 40 Reserve boomveiligheid Reserve gevormd in 2017 in verband met uit te voeren onderzoek naar boomveiligheid. In 202 5 waren er geen mutaties op deze reserve. Reserve Heemstede Noord In 2021 heeft de Provincie Utrecht, in het kader van Recreatie om de Stad (RodS ), percelen in Heemstede Noord/ Laagraven overgedragen aan het Recreatieschap. Bij die overdracht hoort een verplichting om deze percelen te ontwikkelen voor regionale recreatie. Delen van de betreffende percelen mochten worden doorgeleverd aan de Gemeente Houten voor de realisatie van een fietsstraat bij de Heemsteedseweg, en aan Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden voor de verbreding van watergangen in het gebied. Het Recreatieschap moest de bijbehorende opbrengsten dan wel reserveren voor de recreatieve ontwikkeling van dezelfde percelen. In 2025 heeft het Algemeen Bestuur middelen beschikbaar gesteld vanuit deze reserve voor het opstellen van een plan van aanpak voor de ontwikkeling van het gebied. Een bedrag van €6.600 is onttrokken aan de reserve ter dekking van gemaakte kosten. Reserve strategische keuzes Reserve gevormd in 2017 in verband met een nader onderzoek strategische keuzes. In 2025 waren er geen mutaties op deze reserve.
Bestemmingsreserve Haarrijnseplas Deze bestemmingsreserve is in 2025 aangelegd vanuit de resultaatbestemming 2024. Een aantal vaste bedragen in de overeenkomst met de Gemeente Utrecht voor de beheeropdracht 2024 v an de strandzone en boulevard bij de Haarrijnseplas bleken achteraf hoger uit te vallen dan de werkelijke lasten. Omdat dit in gaat tegen het ‘budgetneutrale’ karakter van de opdracht, heeft het bestuur besloten het surplus beschikbaar te maken om te investeren in het gebied. In 2025 zijn van dit geld de toiletunits gerenoveerd. Bestemmingsreserve inspecties (A + B) In 2021 is het MJOP vastgesteld. Deze is gebaseerd op uitgevoerde inspecties naar de technische staat van het bezit van het Recreatieschap.
Om het MJOP actueel te houden blijft het belangrijk om periodiek Reserve Heemstede Noord 2024 2025 Saldo 1 januari 84.849 84.849 Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen 6.600 Saldo 31 december 84.849 78.249 Specificatie onttrekkingen: - Bijdrage PvA Ontwikkeling Heemstede Noord cf AB 10-07-2025 6.600 Totaal onttrekkingen 6.600 Bestemmingsreserve Haarrijnseplas 2024 2025 Saldo 1 januari Bij: Bestemming resultaat 49.322 Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen 49.322 Saldo 31 december - - Specificatie onttrekkingen: - Onderhoudswerkzaamheden Haarrijnseplas cf AB 10-07-2025 49.322 Totaal onttrekkingen 49.322 Jaarrekening 2025 41 inspecties uit te voeren om vast te stellen dat de feitelijke technische staat niet afwijkt van hetgeen in het MJOP is opgenomen. Om deze inspecties uit te kunnen voeren heeft het Algemeen Bestuur besloten tot het instellen van de bestemmingsreserve inspecties voor beide gebieden. Bestemmingsreserve Transitiekosten (A + B) In 2022 heeft het bestuur besloten om een bestemmingsreserve transitiekosten van € 1.100.000 te vormen om de kosten van de overgang van het beheer van de terreinen naar Staatsbosbeheer te financieren. Deze reserve is gevormd vanuit de algemene reserves van programmagebied SGL-A en SGL-B. In 2025 hebben geen mutaties plaatsgevonden in deze reserve. Reserve Duiken De jaarlijkse dotatie aan de reserve duiken is met ingang van 2013 gestaakt.
Ten laste van de reserve komen de afschrijvingslasten van tot nog toe uitgevoerde investeringen in de duikzone. Deze afschrijvingen zijn in 2024 voltooid. Het resterende saldo is beschikbaar voor nieuwe investeringen in de duikzone. Reserve vervanging beschoeiingen In de jaren 2009 en 2010 is een bestek herstel legakkers uitgevoerd. Deze werd voor een deel gesubsidieerd door de Provincie Utrecht (60%). De bijdrage van het Recreatieschap bedraagt €207.000. Dit bedrag is onttrokken aan de reserve vervangingsinvestering en/nieuw beleid en valt gelijktijdig met de afschrijving op de investering m.i.v. 2011, in 20 jaar vrij. Bestemmingsreserve inspecties SGL-A 2024 2025 Saldo 1 januari 283.710 288.110 Bij: Toevoegingen 105.580 38.580 Af: Onttrekkingen 101.180 106.977 Saldo 31 december 288.110 219.713 Specificatie toevoegingen: - Toevoeging aan reserve cf Begr.Wijz. 2025 38.580 Totaal toevoegingen 38.580 Specificatie onttrekkingen: - Onttrekking aan reserve cf Begroting 2025 106.977 Totaal onttrekkingen 106.977 Bestemmingsreserve inspecties SGL-B 2024 2025 Saldo 1 januari 28.187 33.233 Bij: Toevoegingen 12.397 4.767 Af: Onttrekkingen 7.351 38.000 Saldo 31 december 33.233 - Specificatie toevoegingen: - Toevoeging aan reserve cf Begr.Wijz. 2025 4.767 Totaal toevoegingen 4.767 Specificatie onttrekkingen: - Onttrekking aan reserve cf Begr.Wijz.
2025 38.000 Totaal onttrekkingen 38.000 Jaarrekening 2025 42 Reserve Uitvoeringsprogramma VVP Deze bestemmingsreserve zou worden ingezet voor de realisatie van het programma Vinkeveense Plassen 2019-2024. Inmiddels wordt gewerkt aan een nieuwe doorontwikkelagenda (DOA). Gezien de oorsprong van deze reserve wordt onderzocht of de nog beschikbare middelen kunnen worden ingezet voor de DOA. Reserve gevolgen verkoop legakkers Deze reserve is gevormd voor nog te verwachten uitgaven als gevolg van de verkoop van de legakkers. In 2025 waren er geen mutaties op deze reserve. Bestemmingsreserve investeringen Deze reserve is door het Algemeen Bestuur ingesteld in de programmabegroting 2023 . Conform Begroting 2025 is een bedr ag van €67.697 toegevoegd voor toekomstige investeringen. In 2025 is vanuit deze reserve een bijdrage geleverd aan d e uitbreiding van het beheerkantoor aan de Baambrugse Zuwe te Vinkeveen. Daarnaast is een bedrag van €40.000 beklemd, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de nieuw aan te schaffen BOA-boot voor het Vinkeveense Plassengebied. Voorzieningen Voorziening Groot onderhoud In oktober 2025 heeft het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap ingestemd met het nieuwe Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2025. Hiermee komt het MJOP zoals ingevoerd in 2021 te vervallen.
Het nieuwe onderhoudsplan werd opgesteld op basis van het Terrein Beheer Model (TBM) van Staatsbosbeheer en geeft een vooruitzicht in de onderhoudsopgave in de komende twintig jaar. Het doel van de voorziening is om schommelingen in de kosten van groot onderhoud van de kapitaalgoederen te egaliseren. Dit gebeurt door jaarlijks een gelijkblijvend bedrag in de voorziening te storten en vervolgens de werkelijke uitgaven van het betreffende jaar te ont trekken. Aan de hand van het TBM is berekend wat jaarlijks aan de voorziening gedoteerd moet worden om te kunnen voldoen Reserve vervanging beschoeiingen 2024 2025 Saldo 1 januari 72.453 62.053 Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen 10.400 10.400 Saldo 31 december 62.053 51.653 Specificatie onttrekkingen: - Afschrijvingslasten 2025 cf Begroting 2025 10.400 Totaal onttrekkingen 10.400
Jaarrekening 2025 43 aan de onderhoudsopgave die er ligt. Hierbij is rekening gehouden met het saldo van de voorziening dat beschikbaar was uit het oude MJOP. Ten opzichte van het oude MJOP wordt in het MJOP 2025 ook rekening gehouden met de personele inzet door de uitvoeringsorganisatie. Direct na implementatie van het nieuwe MJOP is de jaarlijkse dotatie aan de voorziening opgehoogd middels een begrotingswijziging. Voor SGL-A is de jaarlijkse dotatie berekend op €551 .000 (€288.000 in 2024) en voor SGL-B op €69.000 (€30.000 in 2024). Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Het verloop van de vaste schulden gedurende het jaar was als volgt: Onder de vooruit ontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden afkoopsommen verstaan. In 2024 heeft het Recreatieschap van voormalig uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden -Nederland (RMN) een bedrag ontvangen in de vorm van een afkoopsom. Deze afkoopsom heeft betrekking op de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) met Staatsbosbeheer en dient ter dekking van de extra kosten uit hoofde van de garantietoelage. Het vooruit ontvangen bedrag valt in delen vrij naar rato van de door Staatsbosbeheer te verantwoorden en te declareren kosten op dit onderdeel. In 2025 bedragen deze kosten €75.000.
Overige afkoopsommen zijn ontvangen voor het beheer en onderhoud van een fiets brug en diverse kanosteigers. Vrijval vindt plaats op basis van werkelijk gemaakte kosten. Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Omschrijving Stand 31-12-2024 Dotatie Ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen Aanwendingen Stand 31-12-2025 Onderhoudsvoorziening programmagebied A 1.263.727 551.263 265.573 1.549.416 Onderhoudsvoorziening programmagebied B 381.241 69.193 87.678 362.756 Totaal 1.644.968 620.456 0 353.252 1.912.172 Omschrijving Stand 31-12-2024 Vermeerderingen Aflossingen Stand 31-12-2025 Rentelast 2025 Obligatieleningen Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen - binnenlandse banken en overige financiële instellingen 2.426.000 154.000 2.272.000 41.713 - binnenlandse bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren Door derden belegde gelden: - Waarborgsommen 17.662 750 2.250 16.162 - Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 469.668 78.179 391.490 Totaal 2.913.330 750 234.429 2.679.652 41.713 Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen - - Overige kasgeldleningen - - Banksaldi - -
Overige schulden 713.706 267.398 Totaal 713.706 267.398 Jaarrekening 2025 44 De overige schulden bestonden volledig uit het crediteurensaldo. Ten opzichte van ultimo 2024 is dit saldo aanzienlijk lager. Dat komt doordat eind 2024 een grote projectfactuur nog openstond. Daarnaast is eind december 2025 nog een betaalronde uitgevoerd, waarmee het saldo verder omlaag is gebracht. Overlopende passiva De overlopende passiva bestaan uit de volgende onderdelen: Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen Verplichtingen zijn posten die ten laste van het jaar 2025 zijn gebracht, maar waarvan de facturen in de loop van 2026 zijn of worden ontvangen.
De verplichtingen bestaan ultimo 2025 uit: De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren De in de balans opgenomen van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel , die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren , kunnen als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen 525.370 202.708 Van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Europese overheidslichamen - - - Het Rijk - - - Overige Nederlandse overheidslichamen 1.616.059 1.724.298 - Overige vooruitontvangen bedragen 1.215 1.215 Totaal 2.142.644 1.928.221 Omschrijving Bedrag Doorbelasting Staatsbosbeheer garantietoelage RMN 75.067 Nog te ontvangen facturen leveranciers 36.007 Overlopende rente BNG 30.399 Nog te ontvangen belastingaanslagen 19.647 Schadeclaim terrein Ruigenhoek 13.646 Af te dragen BTW 10.411 Reservering verlopen contracten wandelroutes 9.998 Af te dragen BCF 6.161 Overige bedragen < € 5.000 1.374 Totaal 202.708 Project Saldo 31-12-2024 Ontvangen bedragen Vrijgevallen, bestede of
terugbetaalde bedragen Saldo 31-12-2025 Quick wins recreatieve doorontwikkeling NP 101.570 70.000 31.570 Tijdelijke toiletvoorzieningen Strijkviertel en MVP - 34.367 26.219 8.148 Vervangen beschoeiingen Vinkeveense Plassen 1.514.488 230.000 122.803 1.621.686 Renovatie toiletgebouwen zandeilanden VVP - 75.000 12.107 62.893 Totaal 1.616.058 339.368 231.128 1.724.298 Jaarrekening 2025 45 Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Onder de post overige vooruitontvangen bedragen zijn bedragen opgenomen die in 202 5 al zijn ontvangen maar betrekking hebben op latere jaren. De overige vooruitontvangen bedragen bestaan ultimo 2025 uit: Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Noorderpark (Ruigenhoek) Van Staatsbosbeheer is in het gebied Noorderpark (Ruigenhoek) een perceel in erfpacht verkregen van in totaal bijna 68,5 ha. Het erfpachtcontract heeft een looptijd tot 31 -12-2070. Het Recreatieschap betaalt geen canon, maar heeft de verplichting om te zorgen voor een goede staat van onderhoud. Fietspaden Van Staatbosbeheer zijn in het bos Nieuw Wulven te Houten en in het Gagelbos te Utrecht gronden in erfpacht verkregen voor de realisatie van recreatieve fietspaden.