CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

250627 Nota Verbonden partijen 2025.pdf

Raad 30 september 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 19: Nota verbonden partijen 2025 gemeente Stichtse Vecht15.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.5.5 P&C cyclus gemeente en verbonden partijen Voor alle rechtsvormen waarbij de Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht een eigen begroting en jaarrekening voorschrijft, te weten openbare lichamen, gemeenschappelijke organen en bedrijfsvoeringsorganisaties gelden de artikelen 34, 34b en 35 Wgr. In artikel 34b van de Wgr is bepaald dat het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten zendt. De gemeenteraad hoeft formeel niets met de kadernota te doen, anders dan deze natuurlijk voor kennisgeving aan te nemen. Dat laat onverlet dat de raad er wel over kan debatteren en er op kan reageren, maar dat moet de raad dan wel tijdig doen. De volgende stap in de begrotingscyclus is het toezenden aan de gemeenteraad van de ontwerpbegroting. Bij een openbaar lichaam is het dagelijks bestuur daarmee belast. De ontwerpbegroting moet aan de gemeenteraden worden gezonden twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. De rol die de gemeenteraad ten aanzien van die begrotingen heeft, is echter beperkt.

Op grond van artikel 35, lid 3 van de Wgr strekt de taak van de raad niet verder dan een zienswijze aan het (dagelijks) bestuur naar voren te brengen over de ontwerp-begroting. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het (algemeen) bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de begroting, met inachtneming van de eventuele zienswijze, vast. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden ingediende zienswijzen. Het (dagelijks) bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd aan de gemeenteraden laten weten wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. Die ‘terugkoppeling’ moet aan de raden worden gegeven vóórdat het (algemeen) bestuur de begroting vaststelt. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting door het algemeen bestuur. Daarin verandert niets. Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten, als financieel toezichthouder, voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september. (art 34 Wgr lid 2) Bij de privaatrechtelijke verbonden partijen spelen hoofdzakelijk de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek.

Zo staat daar dat jaarlijks, binnen 5 maanden na de afloop van het boekjaar, de jaarrekening moet worden voorgelegd aan de aandeelhouders. Incidenteel levert een verbonden partij de stukken niet op tijd aan en soms duurt de inhoudelijke voorbereiding (te) lang. Samen met de andere gemeenten die deelnemen aan een verbonden partij wordt druk uitgeoefend om de stukken tijdig aan te leveren. Om deze afstemming te verkrijgen gelden de volgende randvoorwaarden: • het college moet de mogelijkheid krijgen om de zienswijze kenbaar te maken;

22

• •

het aanleveren van de begroting dient op een tijdstip plaats te vinden dat deze kan meegenomen worden in de gemeentelijke programmabegroting; Gemeenschappelijke regelingen moeten aan de wettelijke plicht voldoen om, vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, deze aan te leveren aan gedeputeerde staten (uitstel is mogelijk).

6.6

Ambtelijke rollen (ambtelijke organisatie)

De ambtelijke organisatie heeft een belangrijke rol om het bestuur optimaal in staat te stellen om op verbonden partijen te sturen. Zij ondersteunt het bestuur met het verstrekken van informatie en adviezen. Daarnaast onderhoudt zij contact met de verbonden partij. Naast de bestuurlijke afstemming met de verbonden partij vindt op ambtelijk niveau afstemming en beheersing plaats over producten en diensten. De ambtelijke organisatie trekt bij publiekrechtelijke samenwerkingen waar mogelijk op met gemeenten in de provincie - dan wel de regio - en organiseert samenwerking hiertussen. In de ambtelijke organisatie heeft de coördinator verbonden partijen de beleidsinhoudelijke en de coördinerende rol en is de spin in het web, die: • overzicht heeft en vanuit deze positie het interne toezicht stroomlijnt, dat in eerste instantie bij de beleidsinhoudelijke teams is belegd; • stuurt op het proces en op de inhoud op macroniveau (op hoofdlijnen) met specifieke aandacht voor het managementniveau; • bestuurlijk/ politieke signalen opvangt en deze, zowel ambtelijk als bestuurlijk onder de aandacht brengt.

6.7

Overige instrumenten in nieuwe wet Wgr

Regionaal enquêterecht De raden van de bij een gemeenschappelijke regeling betrokken gemeenten, krijgen ook een nieuw instrument in de zin van een regionale onderzoekscommissie. Deze komt bovenop de reeds sinds 2002 bestaande mogelijkheid van de gemeentelijke onderzoekscommissie. Die laatste onderzoekscommissie kan echter alleen onderzoek doen naar door het college en/of de burgemeester gevoerd bestuur. De nieuwe regionale onderzoekscommissie kan echter onderzoek doen naar het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur. Dat betekent dus dat ook onderzoek kan worden gedaan naar het handelen van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter of een adviescommissie of bestuurscommissie bij een openbaar lichaam. Regionale raadsadviescommissie Een ander nieuw instrument om de invloed van gemeenteraden te vergroten is de zgn. regionale raadsadviescommissie bij een openbaar lichaam. Voor dit instrument is geen wijziging van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk, nu artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen de instelling altijd mogelijk maakt.

Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien (art24a Wgr lid1). Zienswijzen Een nieuw instrument dat is ingevoegd in de Wet gemeenschappelijke regelingen, is de zgn. zienswijze. Het gaat dan niet om de zienswijze op de ontwerpbegroting of om de instelling van een bestuurscommissie of de oprichting van of deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen, maar om zienswijzen op andere besluiten van het bestuur van een openbaar lichaam, het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of van het gemeenschappelijk orgaan (art 10 Wgr lid 5 en 6) Burgerparticipatie Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in bestuurlijk en politiek Nederland. Om die reden is bij de wijziging van de Wgr ook bepaald dat voorzien moet worden in afspraken omtrent de wijze waarop ingezetenen én belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid (art 10 Wgr lid 7 en 8). Dit geldt niet voor een centrumgemeente constructie.

23

7. Voornaamste punten uit de nota Voorliggende Nota verbonden partijen 2025 bevat kaders voor zowel raad, raadsrapporteurs, college als gemeentelijke regievoerders en ambtelijk/ bestuurlijke inzet. Deze nota dient als kaderstellend en richtinggevend document voor samenwerkingen die voldoen aan de BBV definitie van een verbonden partij (zie volgende paragraaf) en biedt daarmee verdieping aan de paragraaf Verbonden Partijen in de gemeentebegroting. Bij de afweging samenwerken, uitbesteden of zelf doen kiest de gemeente Stichtse Vecht voor een pragmatische aanpak. Er wordt taakgericht gekeken wat in de context van de situatie de meest passende organisatorische sturing is. Daarmee heeft Stichtse Vecht taken die zij extern heeft gebracht en ook taken in eigen beheer. Het aangaan van een verbonden partij moet gebeuren vanuit de kracht van het intensief samenwerken en de kansen die dat biedt om op een effectieve en efficiënte manier maatschappelijke effecten te bereiken. Daarbij is het belangrijk te onderkennen dat de verbonden partij een zelfstandige speler is, waar vervolgens – naast de verbondenheid – ook mee moet worden samengewerkt, net als met de partners in de verbonden partij. Een maatschappelijk effect is een gewenste situatie in de samenleving. Voorbeelden hiervan zijn: minder eenzaamheid, een levendig centrum en een betere doorstroming van verkeer.

Dit criterium vraagt om te bezien of het samenwerkingsverband bijdraagt aan de doelen die de gemeenteraad en het college hebben opgesteld voor het welzijn van hun gemeente Met de geactualiseerde Nota verbonden partijen 2025 kunnen wij de lijn om meer grip op het functioneren van de verbonden partijen te hebben voortzetten. Met een goede informatiepositie en een goed gebruik van de beschikbare instrumenten kan de raad de kaderstellende en controlerende rol op de verbonden partijen de komende jaren verder invullen. De voornaamste punten uit de nota zijn : Algemeen • Alleen de ‘Verbonden partijen’ die voldoen aan de definitie van het BBV vallen onder de werking van deze nota met uitzondering van de U10, vanwege het regionaal belang. • Het college hanteert bij het besluit tot deelname of oprichting van een verbonden partij, de in deze nota uitgewerkte en door de raad vastgestelde uitgangspunten en afwegingskader. • Het college stelt minimaal één keer in de vier jaar een geactualiseerde Nota verbonden partijen vast. Bestuurlijk • De raad vervult de kaderstellende en controlerende rol; het college de opdrachtgevers- en eigenaarsgeversrol. • Vanuit de rolzuiverheid hanteert de gemeente Stichtse Vecht het principe dat raadsleden geen zitting hebben in het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur van een verbonden partij.

• Om rolvermenging te voorkomen zijn de opdrachtgeversrol en de eigenaarsrol binnen het college gescheiden. Sturing en Verantwoording • De P&C-cyclus van de verbonden partijen en de gemeentelijke P&C cyclus zijn zoveel als mogelijk op elkaar afgestemd. • Verbonden partijen die een groot financieel en bestuurlijk belang hebben of verhoogde risico’s kennen, krijgen een intensievere aansturing en informatievoorziening • In de programmabegroting van de gemeente Stichtse Vecht is de paragraaf Verbonden partijen ingericht volgens artikel 15 van het BBV.

24

Bijlagen 1- Relevante wet- en regelgeving 2- De drie fases van verbonden partijen 3- Afwegingskader 4- Vragen om financieel en bestuurlijk belang te bepalen 5- Lijst verbonden partijen 6- Risicoscan 7- Overzicht wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen

25

Bijlage 1 Relevante wet- en regelgeving Samenwerken met of binnen verbonden partijen is aan verschillende juridische kaders verbonden. Zeker daar waar sprake is van het op afstand zetten van de uitvoering, en de grip op en de democratische legitimatie van de uitvoering minder wordt. Vanuit de wetgever zijn er daarom ook kaders gesteld aan het samenwerken met of binnen verbonden partijen. Dit kader bestaat o.a. uit de Gemeentewet, het BBV en de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), Wet Open Overheid (WOO), Wet Markt en Overheid, eisen digitale toegankelijkheid, Wet bestuur en Toezicht. Gemeentewet (GW) Vanuit de GW geldt de grondregel dat de gemeente de publieke taken zelf uitvoert. Op grond van artikel 160 GW is participatie in een verbonden partij mogelijk ter behartiging van een daarmee te dienen openbaar belang. De relatie tussen gemeenteraad en een verbonden partij is dezelfde als die tussen raad en college. Dit betekent dat de raad de kaderstellende en controlerende rol ten opzichte van de verbonden partijen heeft. Daardoor zijn verbonden partijen primair de verantwoordelijkheid van het college. Het aansturen van de verbonden partijen en het dragen van verantwoordelijkheid voor de uitvoering passen meer bij de rol van het college. Het college voert immers het door de raad vastgestelde beleid uit en bepaalt derhalve hoe de doelen worden gerealiseerd.

Het college legt hierover verantwoording af aan de raad. De gemeenteraad beoordeelt of het college deze rol goed vervult. Het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet geeft aan dat private rechtsvormen slechts toelaatbaar zijn ‘indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Een besluit tot oprichting (deelneming) of wijziging wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen’. Dit artikel geldt zowel voor het verzelfstandigen van al bestaande taken als voor het aangaan van nieuwe taken. Wet gemeenschappelijke regelingen 2022 (Wgr) Publiekrechtelijke verbonden partijen zijn de gemeenschappelijke regelingen. De wettelijke basis voor het op- en inrichten van een gemeenschappelijke regeling is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Bij gemeenschappelijke regelingen gaat het vaak om primaire gemeentelijke taken met een uitvoerend karakter. Intergemeentelijke samenwerking op basis van de Wgr is een vorm van verlengd lokaal bestuur, waarbij de vrijwilligheid van de samenwerking voorop staat. De Wgr beschrijft in artikel 8 de diverse verschijningsvormen. Dit zijn: een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan, een bedrijfsvoeringorganisatie en een centrumgemeente constructie.

Er zijn vijf typen gemeenschappelijke regelingen : 1. Openbaar lichaam. Deze bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Het openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid; 2. De bedrijfsvoeringorganisatie. Deze kent niet de zware bestuursstructuur van het openbaar lichaam. Deze kent dus een enkelvoudig bestuur. De bedrijfsvoeringorganisatie heeft rechtspersoonlijkheid; 3. Gemeenschappelijk orgaan. Deze heeft eveneens een enkelvoudig bestuur. Wordt vaak in het leven geroepen voor een specifieke beleidstaak. Personeel is in dienst van één van de deelnemers. Het gemeenschappelijk orgaan heeft geen rechtspersoonlijkheid; 4. Laten uitvoeren van de gemeenschappelijke taken door een centrumgemeente (geeneigen rechtspersoonlijkheid); 5. Regeling zonder meer. Er is geen organisatorisch verband / eigen rechtspersoonlijkheid. Samenwerken krijgt vorm via convenanten, intentieovereenkomsten en bestuursafspraken gebaseerd op art. 1 van de Wgr, waarin de intentie tot samenwerking evenals het doel, de aard en de wijze waarop deze zal plaatsvinden wordt geregeld. Het openbaar lichaam is de zwaarste samenwerkingsvorm die in de Wet op de gemeenschappelijke regelingen is opgenomen. In deze vorm richten bestuursorganen van verschillende gemeenten een nieuw openbaar lichaam op met rechtspersoonlijkheid.

Het openbaar lichaam oefent de overgedragen bevoegdheden op eigen naam en verantwoordelijkheid uit in het geval van delegatie.

26

Het gaat hierbij om de uitvoering van bevoegdheden door bestuursorganen (burgemeester, college, raad). Dus niet de rechtspersoon gemeente, maar de bestuursorganen zijn deelnemer aan de regeling en ondertekenen de regeling, voor zover het hun bevoegdheid betreft. De Wgr kent verschillende soorten zienswijzen : a. Treffen van een regeling tenzij raadsregeling (incl. wijzigen, toe- of uittreden); b. ontwerpbegroting; c. overige besluiten waarvan in de regeling is opgenomen dat daarvoor een zienswijze wordt gevraagd (bv de kadernota of jaarrekening). Wanneer het college wil deelnemen, uittreden of wijzigingen wil aanbrengen in een gemeenschappelijke regeling, dan dient het college eerst de gemeenteraad in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen op het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling c.q. de wijziging, toetreding of uittreding. Daarna dient het college de raad om toestemming te vragen. De raad kan deze toestemming slechts onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (Wgr, art 1). Om de raden in de gelegenheid te stellen hun kaderstellende dan wel controlerende taken goed in te laten vullen heeft de wetgever in de Wet gemeenschappelijke regelingen een aantal fatale termijnen opgenomen. - Algemene financiële en beleidsmatige kaders naar de raden voor 30 april (art. 34b) - Ontwerpbegroting minimaal 12 weken voor vaststelling naar de raden (art.

35 lid 1) - Voorlopige jaarrekening naar de raden voor 30 april (art. 34b) - Jaarrekening toesturen aan GS uiterlijk twee weken na vaststelling maar voor 15 juli (art. 34 lid 4) - Begroting Toesturen aan GS uiterlijk twee weken na vaststelling maar voor 15 september (art 34 lid 2) In 2022 zijn in de Wgr meerdere wijzigingen doorgevoerd onder andere om de raad beter haar kaderstellende en controlerende rol uit te kunnen laten voeren. De belangrijkste wijzigingen die hierbij zijn doorgevoerd zijn: - Meer betrokkenheid gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen; - Zienswijzen bij treffen/wijzigen college- en/of burgemeestersregeling; - Verplichte reactie op zienswijzen ontwerpbegroting; - Zienswijzen op andere besluiten dan ontwerpbegroting - Actieve informatieplicht bestuur samenwerkingsverband; - Mogelijkheid tot inrichten Regionale raadsadviescommissie; - Langere termijnen P&C-cyclus; - Regionaal enquêterecht; - Versterking positie (gemeenschappelijke) rekenkamer; - Betrokkenheid ingezetenen bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid; - Verplichte afspraken rond evaluatie (moet door de GR zelf worden opgepakt) en - Verplichte opneming van een uitgebreidere uittredingsregeling (moet door de GR zelf worden opgepakt).

De minister van Binnenlandse Zaken houdt een register bij van de gemeenschappelijke regelingen dat voldoet aan de wettelijke voorschriften (art 136 Wgr). Het register vormt, net als de lijst verbonden partijen, een instrument voor toezicht op verbonden partijen. In het register zijn de volgende onderwerpen opgenomen: • naam en de plaats van vestiging; • deelnemers; • wettelijke voorschriften voor het betreffende samenwerkingsverband; • bevoegdheden die bij de regeling dan wel, krachtens de regeling zijn overgedragen; • rechtsvorm.

Burgerlijk Wetboek De kaders voor samenwerking op basis van het privaatrecht komen voort uit Burgerlijk Wetboek waarbij gedacht kan worden aan Naamloze Vennootschappen, Besloten Vennootschappen, Stichtingen, 27

Verenigingen, Coöperatieve verenigingen etc. Deze verbonden partijen staan feitelijk meer op afstand van het bestuur dan publiekrechtelijke verbonden partijen. Bij de BV en NV is de gemeente veelal aandeelhouder en heeft dan ook als deelnemer alleen die bevoegdheden die in het burgerlijk wetboek en in de statuten aan de aandeelhouder zijn toebedeeld. Voor deze vormen van samenwerking gelden andere kaders ten aanzien van het vaststellen dan wel goedkeuren van begroting en jaarrekening. Deze bevoegdheid is veelal statutair bepaald. Ook gelden voor deze vormen van samenwerking geen regels omtrent zienwijzen etc. Het toezicht binnen dergelijke organisaties wordt meestal neergelegd bij de Raad van Toezicht of de Raad van Commissarissen. Deze partijen kennen hun eigen planning voor de begroting en jaarrekening die veelal niet aansluit op die van de gemeentelijke organisatie en daarom ook geen ruimte laat voor een traject van zienswijzen. Afhankelijk van het belang dat Stichtse Vecht houdt in deze samenwerkingen vindt sturing veelal plaats via de Algemene Vergadering van Aandeelhouders daar waar het gaat om de eigenaarsrol. Sturing daar waar het gaat om de inhoudelijk taken vindt veelal plaats via het contractmanagement op basis van vastgestelde (dienstverlenings-)overeenkomsten of via subsidiebeschikkingen.

Voor de raad is daarmee het college aanspreekbaar op de verschillende rollen. - Het bestuur moet de jaarrekening opmaken binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. (Dus gebruikelijk voor 1 juni) art 58 lid 1 BW2 (NV’s) respectievelijk art. 210 BW2 - De jaarrekening moet door de AVA worden vastgesteld. Hier is geen wettelijke termijn aan verbonden. - De jaarrekening moet binnen 8 dagen na vaststelling maar uiterlijk 31 december worden gedeponeerd Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Uit de definitie van een verbonden partij in het BBV blijkt dat sprake moet zijn van een financieel belang én een bestuurlijk belang. Indien het alleen om een financieel belang of om alleen een bestuurlijk belang gaat, dan is er geen sprake van een verbonden partij. Uit de Nota van toelichting op het oorspronkelijke BBV kan worden afgeleid dat een organisatie waarin alleen een financieel belang bestaat, moet worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Indien het alleen gaat om een bestuurlijk belang moet dit worden beschreven in een programma en taakveld. Verdere bepalingen zijn:  Artikel 5 BBV schrijft voor dat verbonden partijen niet geconsolideerd worden in de begroting en in de jaarstukken.

 Artikel 8 lid 3 BBV schrijft voor dat de betrokkenheid van verbonden partijen bij de realisatie van de doelstellingen binnen een programma, moet worden opgenomen in het betreffende programma.  Artikel 9 lid 2 BBV regelt dat verbonden partijen verplicht moeten worden opgenomen in een aparte paragraaf verbonden partijen. Het is daarmee onderdeel van de beleidsbegroting en het jaarverslag.  Artikel 15 BBV schrijft het volgende voor: 1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: i. gemeenschappelijke regelingen; ii. vennootschappen en coöperaties; iii. stichtingen en verenigingen, en, iv. overige verbonden partijen; 2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e.

de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.

28

De paragraaf verbonden partijen is daarmee ook kaderstellend. De betekenis daarvan is echter onder meer afhankelijk van de vraag of er een door de Raad vastgestelde actuele nota verbonden partijen aanwezig is die een zelfstandige kader stellende rol heeft. Als dat zo is, kan de paragraaf verbonden partijen in de begroting voor wat betreft de visie op en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen worden beperkt tot een verwijzing naar betreffende kadernota verbonden partijen. In het BBV is in artikel 9, lid 2 sub f bepaald dat in de begroting van de gemeente een afzonderlijke paragraaf de beleidslijnen vastlegt met betrekking tot verbonden partijen. In artikel 15 van het BBV staat vermeld wat de paragraaf tenminste moet bevatten. In de toelichtende notitie verbonden partijen van de commissie BBV is aangegeven dat de visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen vastgelegd moeten worden in een door de Raad vastgestelde actuele nota verbonden partijen.

Vanwege het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s die samenwerkingsverbanden in het algemeen met zich meebrengen, beveelt de commissie BBV aan om de focus in de paragraaf Verbonden partijen te verbreden naar partijen waarbij sprake is van: • een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht); én • een bestuurlijke belang. Wet Open Overheid Daarnaast scherpt de Wet Open Overheid (WOO), de medio 2022 van kracht is geworden, ook voor een GR de openbaarheid van informatie aan. De fasering van deze openbaarheidsvereisten wordt de komende tijd nader vastgelegd. In ieder geval vergaderstukken en verslagen van bijvoorbeeld het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie en van het gemeenschappelijk orgaan dienen actief openbaar te worden gemaakt. Dat geldt ook voor de besluitenlijsten en agenda’s van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. Wet Markt en Overheid De Wet Markt en Overheid geeft gedragsregels voor overheden en overheidsbedrijven die marktactiviteiten ondernemen. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten zich in principe houden aan de regels vastgelegd in de Wet Markt en Overheid (Wet M&O).

Deze wet is echter niet van toepassing op economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang. Decentrale overheden kunnen onder voorwaarden voor dergelijke activiteiten een algemeen belang besluit nemen. In de meeste gevallen moet een DAEB besluit voor zienswijzen worden voorgelegd aan de raden. Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen De Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen regelt bepalingen in het burgerlijk wetboek omtrent de inrichting van bestuur en toezicht van o.a. verenigingen, stichtingen en vennootschappen. Per 1 juli 2021 is deze wet gewijzigd met als doel de kwaliteit van het bestuur en het toezicht bij stichtingen, verenigingen en coöperaties te verbeteren

29

Bijlage 2 De vier fases van verbonden partijen Afweging fase In de afwegingsfase staat de gemeente voor de afweging om de taak zelf te doen, uit te besteden of samen te gaan werken in een verbonden partij. Bij elke nieuwe taak wordt in een vroeg stadium afgewogen welke van de drie scenario’s het beste is voor de dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners en het meest efficiënt en doelmatig is voor de gemeente. Bij de keuze voor samenwerking met een verbonden partij gaat het om het afwegen van belangen en om een afweging van de voor- en nadelen. Hierbij wordt de vraag meegenomen hoeveel invloed de gemeente (nog) wil uitoefenen. Soms is de keuzevrijheid beperkt, bijvoorbeeld als wordt aangesloten bij bestaande organisaties, als sprake is van een hogere regeling of door aanwijzing van het Rijk. Oprichtings- of intentionele fase Daar waar de gemeente voor oprichting of toetreding staat, gelden de volgende uitgangspunten : • Verhogen van de kwaliteit van beleid, uitvoering en/of dienstverlening in relatie tot de ambitie. • Voorkomen van formatieve kwetsbaarheid zodanig dat kwaliteit, continuïteit en beschikbaarheid van onze dienstverlening is gegarandeerd. • Beheersen en/of besparen van kosten (onder andere door werkprocessen efficiënt te organiseren, doublures te voorkomen, ontwikkelkosten te delen, gezamenlijk in te kopen et cetera).

• Door samenwerking worden resultaten bereikt die de gemeente zonder deze samenwerking niet zou bereiken. • Vergroten van bestuurlijke en organisatorische slagkracht: o kennisniveau o verhoging continuïteit en kwaliteit en/of bevorderen rechtsgelijkheid o eenduidige uitvoering of aanpak • Het spreiden van risico’s. Na de inhoudelijke beoordeling aan de hand van deze uitgangspunten volgt de discussie over de vorm (kaderstelling, juridische structuren en aansturing). Uitvoerende fase In de uitvoerende fase toetst de gemeente periodiek of bovengenoemde uitgangspunten voor elk van de verbonden partijen nog van toepassing zijn. Dit wil de gemeente proactief doen aan de hand van het verzamelen en verwerken van informatie van en over de verbonden partij in een risicoscan. Door tweejaarlijks het risicoprofiel per verbonden partij in beeld te brengen, zorgen het colleg ervoor dat kansen en bedreigingen bij elk van de verbonden partijen tijdig worden gesignaleerd en dat daarop adequaat wordt gereageerd. De aansturing en informatievoorziening wordt afgestemd op het sturingsprofiel van de verbonden partij. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel risico, des te intensiever is de sturing op de verbonden partij en de informatievoorziening aan de gemeenteraad. Het risicoprofiel van een verbonden partij wordt bepaald aan de hand van een risicoscan voor verbonden partijen.

De grootste winst van het uitvoeren van een risicoscan zit in het op gang brengen en houden van een samenwerkingsrelatie. Het bevordert het gesprek/ de verbinding met alle betrokkenen bij verbonden partijen waaraan de gemeente deelneemt. Het is dus belangrijk om risico’s inzichtelijk en vooral bespreekbaar te maken. Het open zijn over de risico’s helpt in de samenwerkingsrelatie en levert inhoudelijk meerwaarde op. Het is een gezamenlijk beeld van de zaken waarop komende tijd gelet wordt. Het doel is om de (eventuele) risico’s die de gemeente als deelnemer loopt te beheersen. Evaluatie fase Verbonden partijen worden ingesteld om een bepaald doel te realiseren. Door de actualiteit kunnen belangen veranderen, waardoor zij uiteen kunnen gaan lopen. Regelmatige evaluaties door onze gemeente stellen de raad in de gelegenheid om te beoordelen of de verbonden partij nog wel het doel dient waarvoor zij is ingesteld en/of dat er een aanpassing moet komen. Er zijn gemeenten die elke collegeperiode alle verbonden partijen evalueren, voor Stichtse Vecht lijkt er minder noodzaak voor een dergelijke vierjaarlijkse afweging. Overigens geeft de Wgr aan dat in de tekst van de regeling iets moet zijn opgenomen over evaluatie. Dit is dus een andere evaluatie dan hierboven beschreven.

30

Bijlage 3 Afwegingskader voor deelname in een verbonden partij Voor de vraag of de gemeente wel of niet gaat deelnemen aan een verbonden partij gebruiken de gemeente onderstaand stappenplan. Gaan we samenwerken? nee A) Is er sprake van een publiek belang?

De taak aan de markt overlaten.

ja

B) Vraagt het publieke belang om actieve of volledige betrokkenheid van de gemeente?

De taak ‘op afstand zetten’. Instrumenten hiervoor zijn:  Subsidie met voorwaarden;  Lening of garantstelling;  Opdrachten aan derden;  Geven van regels met toezicht;  Mede initiatief tot oprichten

nee

ja

C) Kan en wil de gemeente de taak zelfstandig uitvoeren?

privaatrechtelijke organisatie zonder zelf deel te nemen.

ja De gemeente voert de taak zelf uit.

nee D) Zijn de voorwaarden voor toetreding en de effecten voor samenwerking per saldo positief?

nee

De gemeente voert de taak alsnog zelf uit.

ja De gemeente kiest voor samenwerking.

Hoe en in welke vorm gaan we samenwerken?

Publiekrechtelijke instrumenten Platform, stuurgroep, adviescommissie, intentieverklaring, (bestuurs)convenant, of Rechtsvorm

E) Is rechtspersoonlijkheid wenselijk of noodzakelijk?

nee

op basis van Wgr zonder rechtspersoonlijkheid.

Privaatrechtelijke instrumenten Maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, privaatrechtelijk convenan.t

ja

nee

Publiekrechtelijke rechtsvorm op basis van de Wgr met rechtspersoonlijkheid: Openbaar lichaam en bedrijfsvoeringorganisatie.

F) Heeft de privaatrechtelijke rechtsvorm de voorkeur?

ja G) Is het voor de mate van zeggenschap wenselijk of noodzakelijk om deel te nemen in het risicodragende vermogen van een privaatrechtelijke organisatie?

nee Deelneming in een andere privaatrechtelijke organisatie (coöperatieve vereniging, stichting en vereniging).

(o.a. stichting, vereniging, CV.) ja Deelneming in een andere privaatrechtelijke kapitaalvennootschap. (NV, BV).

31

Ad A) Is er sprake van een publiek belang? Bij de eerste afweging ligt de vraag voor of er sprake is van een publiek belang en of overheids(publieke) betrokkenheid nodig is. De term publiek belang is niet in de wet gedefinieerd. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geeft als definitie: “Er is sprake van een publiek belang indien de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt”. Dit houdt in dat erbij inmenging door de overheid sprake moet zijn van een toegevoegde waarde. Het gaat bij publieke belangen om belangen die het gemeentebestuur wil c.q. met de gemeentelijke bevoegdheden kan behartigen en dat is een politieke keuze. Opgemerkt wordt dat bij wettelijk opgedragen taken het publiek belang al is gewaar-borgd. Indien er geen sprake is van een publiek belang, dan wordt de taak overgelaten aan de markt. Ad B) Vraagt het publieke belang om actieve betrokkenheid van de gemeente? Nadat is vastgesteld dat er sprake is van een publiek belang komt de vervolgvraag aan de orde of actieve of zelfs volledige betrokkenheid van de gemeente Stichtse Vecht noodzakelijk is bij de behartiging van het publiek belang. De gemeente bemoeit zich actief met een taak als zij de overtuiging heeft dat het belang anders niet goed tot zijn recht komt.

Volledige betrokkenheid kan voortkomen uit: • een wettelijke verplichting; • hoge risico’s of onzekerheden bij de uitvoering van een taak, zodat op afstand zetten niet mogelijk is of alleen tegen hoge kosten; • de gemeente de taak als te strategisch vindt om de taak extern te laten uitvoeren. Indien de gemeente kiest voor actieve of volledige betrokkenheid, dan weegt de gemeente af op welke wijze deze betrokkenheid het beste vorm kan worden gegeven. Indien de gemeente de publieke taak niet wil of kan uitvoeren, dan laat de gemeente de uitvoering aan anderen over. Dit kan in de private sector, door de taak op afstand te zetten of door de taak aan een andere publiekrechtelijke rechtspersoon over te laten. Hierbij bestaan verschillende opties: 1. Uitvoering door derden met subsidies op basis van de gemeentelijke subsidievoorwaarden, bijvoorbeeld de Stichting Regionale Bibliotheek Angstel, Vecht en Venen. 2. Uitvoering door derden door het verstrekking van een lening en/of garantstelling, zoals bijvoorbeeld bij sportverenigingen in de gemeente. 3. Uitvoering door derden door het verstrekken van een opdracht. Hierdoor gaat de gemeente een contractrelatie aan. Dit kan zijn met een privaat- of met een publiekrechtelijke rechtspersoon, zoals een waterschap of andere gemeente.

Voor een uitvoering van de taak door een andere gemeente, zoals bijvoorbeeld leerplicht, betaald de gemeente een vergoeding voor de geleverde diensten. 4. Uitvoering door regelgeving op basis van voorschriften en handhaving van deze regels door middel van toezicht, bijvoorbeeld de kinderopvang. 5. Mede initiatief tot oprichten van een privaatrechtelijke organisatie zonder zelf deel te nemen. Ad C) Kan en wil de gemeente de taak zelfstandig uitvoeren? Nadat de gemeente heeft vastgesteld dat een actieve of betrokkenheid noodzakelijk is, komt de vraag aan de orde of de gemeente de taak zelfstandig wil en kan uitvoeren of in samenwerking met één of meerdere partners. Om de taak zelfstandig uit te voeren zijn er voldoende middelen en is gekwalificeerd personeel nodig. Voor samenwerking gelden de eerder in dit hoofdstuk genoemde uitgangspunten. Ad D) Zijn de voorwaarden voor toetreding en de effecten voor samenwerking per saldo positief? Als de afweging is gemaakt om de taak niet zelfstandig uit te voeren dan is de volgende stap om op basis van de uitgangspunten te beoordelen of de voorwaarden voor toetreding en de effecten voor samenwerking per saldo positief zijn. Het is mogelijk dat de uitkomst van deze stap is dat de voorwaarden of effecten zodanig van aard zijn dat de gemeente alsnog besluit om de taak zelf uit te voeren.

Zijn de voorwaarden voor toetreding en de effecten voor samenwerking per saldo positief dan kan de gemeente voor samenwerking opteren. Nadat de gemeente heeft gekozen voor samenwerking komt de vraag aan de orde hoe de samenwerking het beste vorm kan worden gegeven.

32

Ad E) Is rechtspersoonlijkheid wenselijk of noodzakelijk? Rechtspersoonlijkheid betekent dat een onderneming of organisatie zelfstandig schulden en bezittingen heeft, en dus een eigen boekhoudkundig afgescheiden vermogen heeft. Samenwerking is ook mogelijk in verbanden zonder rechtspersoonlijkheid. Zowel het publiekrecht als het privaatrecht biedt mogelijkheden voor het oprichten van een samenwerkingsverband met en zonder rechtspersoonlijkheid. Rechtspersoonlijkheid kan wenselijk of noodzakelijk zijn voor: - het zelfstandig kunnen uitoefenen van rechtshandelingen; - het kunnen aantrekken/ inhuren van eigen personeel; - de uitoefening van bevoegdheden tot het aangaan van rechtshandelingen; - het hebben van eigen vermogen en zelfstandig vermogen kunnen beheren en/of zelfstandig kunnen deelnemen aan het geldverkeer; - het kunnen werven en bedienen van andere klanten/ partijen; - het ontwikkelen van een eigen identiteit en externe profilering; - het kunnen hebben van eigendommen op naam. Voorbeelden: Rechtspersoonlijkheid zonder rechtspersoonlijkheid

met rechtspersoonlijkheid

Publiekrechtelijk

Privaatrechtelijk

Platform, stuurgroep, adviescommissie, intentieverklaring, (bestuurs)convenant, Rechtsvorm op basis van Wgr: gemeenschappelijk orgaan en een centrumgemeente constructie. Rechtsvorm op basis van Wgr: Openbaar lichaam en bedrijfsvoeringorganisatie.

Maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, privaatrechtelijk convenant.

N.V., B.V., Coöperatieve vereniging, stichting en verenigingen.

Ad F) Heeft de privaatrechtelijke rechtsvorm de voorkeur? Bij deze afweging betrekt de gemeente de risico’s en de voor- en nadelen van de verschillende opties. a. Publiekrechtelijk Wanneer er sprake is van publiek belang verdient het de voorkeur dat dit belang binnen het publiekrecht wordt behandeld. Een voordeel van publiekrechtelijke verbonden partijen, zoals bij de diverse verschijningsvormen van de gemeenschappelijke regeling, is dat er meer aandacht is voor democratische controle en verantwoording, wat de transparantie vergroot. Een risico van gebrek aan slagvaardigheid, bijvoorbeeld bij een groot aantal deelnemers, wordt gezien als een nadeel van een publiekrechtelijke verbonden partij. Daarnaast is het financiële risico voor de deelnemende partijen hoog, omdat de deelnemende partijen in de meeste gevallen volledig financieel aansprakelijk zijn. b. Privaatrechtelijk De mogelijkheid om met commerciële partijen samen te werken wordt vaak gezien als voordeel van privaatrechtelijke verbonden partijen. Hierdoor wordt namelijk specifieke kennis en ervaring aan de organisatie toegevoegd. Andere voordelen zijn de slagvaardigheid, het lage financiële risico en de beperkte aansprakelijkheid. Nadelen zijn het gebrek aan democratische controle en verantwoording en het gebrek aan bestuurlijke invloed, met name in de rol van aandeelhouder.

Voor vennootschappen (N.V., B.V.) is in het Burgerlijk Wetboek geregeld dat de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) de jaarrekening vaststelt en dat zij het recht heeft om de Raad van Commissarissen (RvC) te benoemen en te ontslaan. Maar zelfs als een gemeente 100% van de aandelen van een vennootschap bezit, dan nog heeft het bestuur van de vennootschap vergaande bevoegdheden, een eigen rol en een eigen verantwoordelijkheid. Een voordeel van een vennootschap als verbonden partij is dat de gemeente doorgaans meedeelt in de winst en dividend ontvangt. Een andere mogelijkheid is de coöperatieve vereniging, ook wel coöperatie genoemd. Dit is een speciale vorm van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. In tegenstelling tot de gewone vereniging mag het doel van de coöperatieve vereniging gericht zijn op geldelijk voordeel voor de leden zelf. Zij kan overeenkomsten aangaan met en voor haar leden en behartigt bepaalde zakelijke belangen van haar leden die kunnen variëren van gezamenlijk inkoop tot en met verkoop van diensten of producten. De winst mag worden uitgekeerd aan de leden. 33

Ad G) Is het voor de mate van zeggenschap wenselijk of noodzakelijk om deel te nemen in het risicodragende vermogen van een privaatrechtelijke organisatie? Bij deze stap gaat het om de vraag of het voor de mate van zeggenschap wenselijk of noodzakelijk is deel te nemen in het ‘risicodragend kapitaal’ van een onderneming. Het gaat hierbij om de vraag of zeggenschap die aan het kapitaal is gekoppeld (dat wil zeggen via een (actief) aandeelhouderschap en de daaraan gekoppelde bevoegdheden) wel of niet wenselijk of noodzakelijk is. Belangrijk is om goed af te wegen of het risico van het nemen van een belang in een privaatrechtelijke organisatie opweegt tegen het publieke belang dat de gemeente wil dienen. Het college hanteert bij het besluit tot deelname in of oprichting van een verbonden partij, de in deze nota geformuleerde en door de raad vastgestelde uitgangspunten en afwegingskader.

34

Bijlage 4 Vragen om financieel en bestuurlijk belang te bepalen Richtlijnen Financieel belang

Laag

Gemiddeld

Hoog

Is het weerstandsvermogen in de verbonden partij toereikend?

Volledig

Deels

Niet

In hoeverre is de gemeente financieel aansprakelijk?

Niet

Gedeeltelijk

Volledig

Is de VP in staat om financieel bij te sturen?

Volledig

Deels

Niet

Is de bedrijfsvoering van de VP op de orde?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

Is de kwaliteit van het risicomanagement van de VP op orde?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

Omvang jaarlijkse financiële bijdrage Inclusief aantal onvoorziene nacalculaties

Afhankelijk van de verbonden partij, beoordeling door de controller

Benodigd gemeentelijk weerstandsvermogen op basis van de risico’s bij de verbonden partij

Afhankelijk van de verbonden partij

Richtlijnen Publiek belang

Laag

Gemiddeld

Hoog

In hoeverre komt het Stichtse Vecht belang overeen met het belang van de VP?

Volledig

Gedeeltelijk

Minimaal

Is er invloed op de samenstelling van het bestuur?

Ja

Is Stichtse Vecht vertegenwoordigd in het bestuur?

Dagelijks bestuur

Algemeen bestuur / overig

Nee

Zijn er duidelijke afspraken over doelen en te leveren prestaties en worden deze afspraken nagekomen?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

In welke mate is er vertrouwen in het bestuur en/of directie van de verbonden partij?

Volledig

Gemiddeld

Minimaal

35

Nee

Zijn er duidelijke afspraken over informatievoorziening?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

In hoeverre zijn de te leveren prestaties van invloed op de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen?

Minimaal

Gemiddeld

Volledig

36

Bijlage 5 Lijst verbonden partijen (per 1-1-2026) * Naam

Veiligheidsregio (VRU)

Rechts -vorm

Vertegenwoordiging

Sturing

Gemeenschappelijke regelingen Publiek Burgemeester Uitgebreid

Zienswijze

Zienswijze kadernota en jaarstukken ter kennisname en begroting ter besluitvorming raad Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad Zienswijze kadernota en jaarstukken ter kennisname en begroting ter besluitvorming raad Zienswijze bij alle P&C documenten en alle ter besluitvorming raad Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad Zienswijze kadernota en jaarstukken ter kennisname en begroting ter besluitvorming raad Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad

Plassenschap Loosdrecht e.o.

Publiek

College en Raad

Regulier

Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Publiek

College en Raad

Regulier

GGD Regio Utrecht

Publiek

College

Uitgebreid

Omgevingsdienst Utrecht (OdU) **

Publiek

College

Intensief

Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHC) Afval Verwijdering Utrecht (AVU)

Publiek

College

Regulier

Publiek

College

Uitgebreid

Belastingsamenwerking Publiek gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU). Vennootschappen/ deelnemingen NV Bank Nederlandse Privaat Gemeenten (BNG) NV Vitens Privaat

College

Regulier

College

Regulier

Zienswijze aan college

College

Regulier

Zienswijze aan college

Privaat

College

Regulier

Zienswijze aan college

Privaat

College

Regulier

Zienswijze aan college

Privaat

College

Regulier

Zienswijze aan college

Publiek

College

Regulier

Zienswijze aan college

Stichtingen Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) Stichting Urgentieverlening West Utrecht Kansis, Kansis Groen

Overig Utrecht10

*Wellicht dat er in het najaar 2025 nog wijzigingen plaats vinden **Per 1-1-2026 gaan de ODRU en ODU samen in de Omgevingsdienst Utrecht (ODU)

37

Bijlage 6 Overzicht wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Hieronder een overzicht van de wijzigingen, aandachtspunten en type wijziging voor raden, deelnemers en/of besturen van GR-en. Bij de op twee-na-laatste kolom geldt: i = openbaar lichaam ii = gemeenschappelijk orgaan iii = bedrijfsvoeringsorganisatie iv = centrumgemeente Bij de laatste kolom geldt: A = verplichte wijziging B = facultatieve wijziging college (en raden) C = verplicht dat alle raden hierover een besluit nemen. Art.

Wijziging

Aandachtspunten

Gevolgen/te nemen actie

Inwerking treding

Aanpassing GR uiterlijk

Wijziging is van toepassing op

Toepassingsbereik aard

Type

1

Verplichte zienswijzeprocedure bij treffen collegeregeling. Het ontwerpbesluit tot het treffen, wijzigen van en toe- en uittreden uit een GR moet aan de raad worden gestuurd. De raad KAN binnen 8 weken een zienswijze naar voren brengen.

Artikel 1, tweede lid blijf bestaan. Dit betekent dat na de zienswijze procedure weer naar de raad moet voor toestemming.

Langere doorlooptijd besluitvorming voor aangaan, wijzigen enz. van een GR.

1 juli 2022

Nvt

i t/m iv

A

9

Nieuwe tekst: de regeling houdt bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon… en de deelnemende gemeente met inachtneming van artikel 1.

Het AB mag niet meer eenzijdig de hoogte van de afkoopsom bepalen. Dit moet op voorhand al meer duidelijkheid verschaffen wat de consequenties zijn bij uittreding. Denk hierbij aan afspraken over huisvesting, personeel, contracten en

De GR hierop aanpassen.

1 juli 2022

1 juli 2024

i t/m iv

De wijziging is niet van toepassing op raadsregelingen of gemengde regelingen waaraan de raad deelneemt Alle (er zijn geen regelingen vanwege de organen die ze hebben getroffen uitgesloten)

38

A

10, lid 5 en 6

Facultatieve zienswijzeprocedure omtrent besluiten. In de GR moet worden opgenomen of en zo ja, bij welke besluiten een voorafgaande zienswijze van de raden wordt gevraagd. Een gemotiveerde schriftelijke reactie van het DB op de zienswijze is noodzakelijk richting AB én raden.

10, lid 7.

Participatie van ingezetenen en belanghebbenden.

11a

Opnemen evaluatie GR

investeringen. De gemotiveerde schriftelijke reactie moet gebeuren VOORDAT besluitvorming plaatsvindt. Nu gebeurt nog vaak dat de zienswijzen worden meegenomen MET de besluitvorming

Ingezetenen en belanghebbenden kunnen participeren over de totstandkoming en uitvoering van beleid. De mogelijkheid tot participatie is geen verplichting, in de regeling kan ook afgesproken worden dat er geen mogelijkheid geopend wordt voor participatie. De raden moeten dit dan wel besluiten. Echter: amendement Bromet (aangenomen): Er in elke gemeenschappelijke regeling een minimale variant van participatie worden opgenomen (!!) De tekst is summier: een regeling houdt bepalingen in omtrent de evaluatie van de regeling. Is een keuze van de deelnemers: bepalen zelf

1. Langere doorlooptijd voor besluiten die zijn aangewezen. 2. Deelnemers moeten bepalen welke besluiten hiervoor in aanmerking komen. 3. De GR hierop aanpassen. De GR hierop aanpassen.

1 juli 2022

1 juli 2024

i t/m iii

Alle (er zijn geen regelingen vanwege de organen die ze hebben getroffen uitgesloten)

B

1 juli 2022

1 juli 2024

i t/m iii

Alle (er zijn geen regelingen vanwege de organen die ze hebben getroffen uitgesloten)

C

De GR hierop aanpassen.

1 juli 2022

1 juli 2024

i t/m iv

Alle (er zijn geen regelingen vanwege de organen die ze hebben

A

39

17.

24a .

34. 34b . 35.

Er komt een ACTIEVE informatieplicht van bestuur aan raden. Richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles wat raden moeten weten om hun taak goed te kunnen vervullen (vergelijk art. 169 GW). N.B. de PASSIEVE informatieplicht regelen (het huidige lid 1) was al verplicht voor 1 juli 2022. Instellen gemeentelijke adviescommissie.

Aansluiten bij gemeentelijke begrotingscyclus. Aanpassing termijnen voor indiening van kadernota, ontwerpbegroting en begroting:  Kadernota: voor 30 april (i.p.v. 15 april)  Ontwerpbegroting: uiterlijk 12 weken voor besluitvorming voor

waar de evaluatie op gericht is. Kunnen er ook voor kiezen om niet te evalueren. De GR bepaalt op welke wijze de informatie wordt aangeleverd. LET OP: het wetsvoorstel kent geen verantwoordingsplicht van bestuur GR aan de raden. Formele besluitvormingsen verantwoordingsrelatie wordt niet gewijzigd. Als dit gewenst is, moeten alle raden (dus niet de deelnemers) van de deelnemende gemeenten hiermee instemmen. Taken: het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies voorzien. Het DB moet schriftelijk aangeven wat met de zienswijzen is gebeurd voordat besluitvorming in AB plaatsvindt. Dit kan betekenen dat besluitvorming begroting

getroffen uitgesloten)

De GR hierop aanpassen (art. 17, lid 2/3, nieuw)

1 juli 2022

1 juli 2024

i t/m iii

Alle (er zijn geen regelingen vanwege de organen die ze hebben getroffen uitgesloten)

A

Raden moeten besluiten of zij een dergelijke adviescommissie willen instellen. Deze afweging per GR. Met beschrijving van taken en bevoegdheden. De raden stellen voor, het AB stelt in. Eventueel: GR hierop aanpassen. NB: voor elke GR apart instellen indien gewenst. GR hierop aanpassen. Langere doorlooptijd o.a. ontwerpbegroting i.v.m. actief terugkoppelen wat met de zienswijzen

1 juli 2022

Nvt

i

Alle (er zijn geen regelingen vanwege de organen die ze hebben getroffen uitgesloten)

C

1 juli 2022

1 juli 2024 (indien nodig)

i t/m iii

Alle (er zijn geen regelingen vanwege de organen die ze hebben getroffen uitgesloten)

A

40

zienswijze aan gemeenteraden aanbieden (i.p.v. 8 weken) Begroting moet uiterlijk 15 september naar GS (i.p.v. 1 augustus)

ook bijvoorbeeld in augustus kan (of moet) plaatsvinden?

is gedaan voordat besluitvorming plaatsvindt. Planning cyclusdocumenten gemeente aanpassen?

WIJZIGING GEMEENTEWET 155 g/h

Nieuw artikel. Instelling gemeenschappelijke onderzoekscommissie (enquêterecht)

Resumé: Verplichte wijziging Facultatieve wijziging door colleges en/of raden Verplicht dat alle raden hierover een besluit nemen

Het functioneren van de GR als geheel kan worden onderzocht. Vergelijkbaar met artikel 155a Gemeentewet. Alle raden moeten instemmen met en deelnemen aan de enquête. Unanimiteit van de raden is vereist. Alleen collegeregelingen.

1 juli 2022

Artikelen Artikelen

1, 9, 11a, 17 en 34/34b/35 10, lid 5 en 6

Artikelen

10, lid 7 en 24a en 155g/h Gemeentewet

Bron: Gemeente Medemblik (overzicht wijzigingen nieuwe wet Wgr) Bewerkt: gemeente Stichtse Vecht

41

Nvt

i t/m iii

Niet van toepassing bij deelname aan raadsregelin gen of gemengde regelingen waaraan raden deelnemen

C

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2883/documents/61612