2024.06.20 bestemmingsplan Nieuwersluis excl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Pagina 23
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
De toeristische ontwikkeling waarop voor Nieuwersluis wordt ingezet is die van beperkt en kleinschalig toerisme, het dorp kán en wil geen overtoerisme van Amsterdam en Utrecht of Loosdrecht opvangen. Nieuwersluis is een dorp dat gekarakteriseerd wordt door een bijzondere ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving, waar mensen fijn (samen)wonen en waar bezoekers welkom zijn om er te vertoeven en te ontspannen. Het Nieuwersluis van de toekomst wordt omschreven als een duurzaam, betrokken, levendig en toekomstbestendig dorp waar het goed toeven is. Een belangrijk onderdeel van de visie is het ruimtelijk gebruik van Nieuwersluis. Zeer expliciet is de wens geuit dat, mocht de Penitentiaire Inrichting ooit verdwijnen uit het dorp en mocht er een bestemmingswijziging komen, dit terrein dan níet in aanmerking komt voor bedrijven met een toeristische bestemming, horeca bestemming of conferentieoord, maar dat dit terrein dan is bestemd voor Wonen. Planspecifiek Belangrijke landschappelijke waarden, natuur en open landschap worden expliciet bestemd in dit bestemmingsplan. Het doel is deze waarden voor nu en de toekomst te behouden. Bij het vastleggen van de bouwvlakken en bouwhoogtes is rekening gehouden met de omgeving en het behoud van doorzichten. In het bestemmingsplan is ook een beschrijving van de beeldkwaliteit opgenomen (zie volgende paragraaf).
De bestemmingen in dit plan zijn overwegend agrarisch, natuur, wonen en recreatie. Het fort speelt een belangrijke rol in het gebied en kan een bijdrage leveren in het vitaal houden van het gebied. Welstandsbeleid Bij bouwplannen regelt het welstandsbeleid de verschijningsvorm van bouwwerken. Met het uiterlijk van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Doel van het welstandsbeleid is bij bouwplannen een welstandsbeoordeling te maken en het toezicht op welstand op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Het welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota (januari 2013) en geeft de
Pagina 24
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. De waarde van Nieuwersluis ligt onder meer in het verschil tussen de kleinschalige, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aan de westzijde en de monumentale, vrijstaande panden aan de overkant van de Vecht. Het beleid is gericht op het inpassen van ontwikkelingen in de bestaande situatie. In hoofdstuk 3 (cultuurhistorie) is gebruik gemaakt van beschrijvingen uit de welstandsnota over de bijzondere waarden van Nieuwersluis. Veel panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. Nieuwersluis is beschermd welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een groene omgeving. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Voor beschermde dorpsgezichten gelden meer regels. Dit geldt ook voor welstand. De criteria bestaan uit gewone gebiedscriteria en aanvullende criteria voor met name kleine plannen.
Deze aanvullende criteria zijn in de welstandsnota vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen. Pact van Ruigenhoek Stichtse Vecht is één van de 14 partijen die het Pact van Ruigenhoek en bijbehorend meerjaren actieprogramma (2018-2022) heeft ondertekend. Deze partijen bundelden hun krachten voor de bescherming, ontwikkeling en het vergroten van de bekendheid van de NHW. Samengevat stellen de partners zich ten doel om: • het bijzondere verhaal van de NHW en Stelling van Amsterdam uit te dragen bij een (inter)nationaal publiek; • waterelementen in het landschap zichtbaar te maken en de rol van het water in de geschiedenis te duiden; • de uitzonderlijke waarden van het erfgoed te beschermen en aantasting daarvan tegen te gaan; • het linielandschap toegankelijker te maken met o.a. wandel- en fietsroutes en door deze bekend te maken; • bezoek aan de linie te stimuleren en (vrijetijd)bestedingen te verhogen; • forten en linielandschap in toenemende mate zelfvoorzienend te maken, door toevoeging van functies, duurzaam beheer, onderhoud en energiegebruik.
Landschapsontwikkelingsplan Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP, sept 2008) geeft vanuit landschappelijk oogpunt aan welke ontwikkelingen wenselijk zijn in het buitengebied van de gemeente. Belangrijk uitgangspunt is het behoud van het landelijk karakter van dit unieke landschap in het Groene Hart. Voor een vitaal landschap zijn echter wel ontwikkelingen nodig en wenselijk. De visie geeft inzicht voor nieuwe ontwikkelingen landschappelijke randvoorwaarden aan. Belangrijk doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied door particulieren, instanties en de gemeenten zelf. Hierbij staat het behouden, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke identiteit van de verschillende deelgebieden voorop. Het LOP is een integraal plan en besteed aandacht aan alle aspecten van het landschap, uiteenlopend van cultuurhistorie tot agrarisch en recreatief gebruik. In het plan wordt beleid van hogere en andere overheden op integrale wijze doorvertaald naar het lokale niveau.
Pagina 25
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Alle waardevolle landschappen in Stichtse Vecht staan in het LOP beschreven, vanuit het oogpunt van cultuurhistorie, natuur en landschap. In het LOP wordt ook aangegeven welke vormen van recreatief medegebruik wenselijk zijn in Stichtse Vecht. Vanuit het LOP wordt vooral ingezet op het ontwikkelen van recreatieve routes (wandelen, fietsen, kanoën, paardrijden) en het realiseren van knooppunten voor dagrecreatief gebruik. Aan agrariërs worden nevenfuncties ter bevordering van recreatieve voorzieningen toegestaan, mits dit past bij het karakter van het gebied (bijv. bed & breakfast, kamperen bij de boer, verkoop streekproducten, etc.). Het LOP bevat per deelgebied een ontwikkelingsvisie en kan als toetsingskader dienen bij de recreatief-toeristische ontwikkeling van Stichtse Vecht Planspecifiek Het LOP heeft betrekking op diverse bestemmingen, zoals agrarisch, natuur, recreatie, verkeer e.d.. Ondergeschikte initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling en voor agrarisch en recreatief medegebruik zijn veelal passend binnen de reikwijdte van de bestemmingsomschrijving en/of gebruiksregels. Indien een ontwikkeling niet passend is, zal via een zelfstandige beoordeling bepaald moeten worden of de betreffende ontwikkeling wenselijk is. Bij een positief advies is vervolgens een procedure omgevingsvergunning noodzakelijk.
Beeldkwaliteitplan Nieuwersluis In 2009 is een beeldkwaliteitplan Nieuwersluis vastgesteld. Deze vormde de basis voor het vorige bestemmingsplan uit 2009. Het beeldkwaliteitplan sluit aan op het hierboven beschreven LOP. In het beeldkwaliteitplan zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen beschreven en is richting gegeven aan het gemeentelijke beleid gericht op behoud en versterking van de beeldkwaliteit. In het plan wordt onder andere ingegaan op behoud en waar nodig herstel van de afwisseling van open en gesloten landschappen. Ook wordt de verspringende rooilijn als behoudenswaardig genoemd. Het LOP geeft een visie op de functies, de bestaande landschapskarakteristiek en de gewenste landschapsontwikkeling van de verschillende deelgebieden. Het beeldkwaliteitplan gaat in op de samenhangende beeldkwaliteit van bepaalde structuren en op het lagere schaalniveau van daarbinnen gelegen erven, bebouwing en kleinschalige landschapselementen, zoals beplantingen en water.
Het beeldkwaliteitplan heeft (verkort) als uitgangspunten behoud van: • typische landschappelijk kenmerken die het gebied deels een besloten karakter geven, zoals de landgoederen en buitenplaatsen, de fruitgaard(en) op de stroomruggen en beplanting van de voormalige militaire structuren; • afwisseling van tussen open en besloten landschappen; • vrije zicht vanaf de wegen op het open en weidse polderlandschap en de Vecht en vanaf de Vecht op het omringende landschap. De doorzichten vanaf de Mijndensedijk dienen te worden verbeterd. Dit versterkt de beleving van de polder en van de Vecht. Een verdere verdichting van de bebouwing en/of woonschepenlinten dient te worden voorkomen. Dit geldt ook voor het toevoegen van landschappelijke elementen die de ruimtelijke waarden aantasten; • agrarische bedrijven waarmee belangrijke landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden worden behouden; • bestaande (militaire) gracht- en watersystemen. Met name de beleefbaarheid en beeldkwaliteit verdienen aandacht voor verbetering; • de houten woningen, die zijn gerealiseerd op basis van de “verboden kringenwet”. Eventuele bouwkundige maatregelen dienen niet alleen gericht te zijn op behoud maar ook op het herstel van de oorspronkelijke waarden.
Pagina 26
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Voort is in het plan aangegeven dat een autonome dorpsontwikkeling moet aansluiten bij het landschap en passen binnen de cultuurhistorische waarden. De rijke historie van Nieuwersluis dient het belangrijkste uitgangspunt te zijn in het geval van ruimtelijke ingrepen of een stimulans om vervallen bestaande waarden op te waarderen. Planspecifiek Na 2009 zijn diverse provinciale en gemeentelijke stukken vastgesteld, met actuele informatie over de cultuurhistorische waarde van het plangebied en omgeving (zie eerder in dit hoofdstuk). Om die reden is het beeldkwaliteitsplan hierboven als beleidslijn alleen aangehaald op de algemene thema’s die aansluiten op recent beleid. In hoofdstuk 3 (cultuurhistorie) is gebruik gemaakt van beschrijvingen uit het beeldkwaliteitsplan over de bijzondere waarden van Nieuwersluis.
Pagina 27
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
3. Cultuurhistorie De kern Nieuwersluis, het fort Nieuwersluis en de bijbehorende schootsvelden zijn beschermd dorpsgezicht. In de inleiding is reeds aangegeven dat die status extra reden is om het bestemmingsplan consoliderend en beschermend op te stellen, ter behoud van de cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat recht wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het beschermd gezicht, zoals deze in de aanwijzing van het beschermde gezicht zijn benoemd. Dit hoofdstuk richt zich op een beschrijving van de identiteit van het gebied (dorp en landschap), ontstaansgeschiedenis, erfgoed en beeldkwaliteit van het plangebied. De cultuurhistorische beschrijving helpt bij de uitvoerig van een zorgvuldige bestemmingsplanttoets. De beschrijving is opgesteld op basis van drie hoofdbronnen: •
•
•
De gemeente heeft een onderzoeksrapport ‘Waardevol Levend Land’ vastgesteld (oktober 2016), als toelichting bij de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. De kaart zelf is te raadplegen via de site kaarten.stichtsevecht.nl. In het rapport staat een uitvoerige beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van het dorp en omliggend landschap. De beschrijving verklaart de opbouw van het dorp en is van belang om te duiden wat Nieuwersluis gemaakt heeft tot wat het nu is. Een tweede belangrijke bron is de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor Stichtse Vecht (feb 2010). Ook deze bestaat uit een onderzoeksrapport en separate kaarten. Op archeologie wordt specifiek ingegaan aan het eind van dit hoofdstuk. De derde bron is de in hoofdstuk 2 beschreven Welstandsnota (jan 2013).
Tevens is gebruik gemaakt van het beeldkwaliteitplan voor Nieuwersluis (2009) en van informatie en kaarten op webkaart.provincie-utrecht.nl, wikipedia, cultureelerfgoed.nl en fortnieuwersluis.nl. In bijlage 1 is extra achtergrondinformatie opgenomen over de Vechtoevers als infrastructuurdrager door de eeuwen heen en over de NHW.
3.1
Kenschets Nieuwersluis
Op basis bovengenoemd onderzoeksrapporten en websites wordt hieronder een verkorte kenschets gegeven van de ontstaansgeschiedenis van Nieuwersluis en directe omgeving, gevolgd door een voor het bestemmingsplan relevant overzicht van aanwezige cultuurhistorische waarden. Landschapsvorming Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien van ongeveer 200.000 jaar geleden tot 130.000 jaar geleden, bereikte het Scandinavisch landijs Midden-Nederland. Hierbij werd door opstuwing van de ondergrond onder andere de Utrechtse Heuvelrug gevormd. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien tussen ca. 120.000 en 10.000 jaar geleden, bereikte het landijs Nederland niet. Nederland werd toen gekenmerkt door toendra-vegetaties waarbij op grote schaal zandverstuivingen konden plaatsvinden. In deze periode werden de dekzanden afgezet die in op enkele plaatsen aan het oppervlak en overal in de ondergrond van het gebied nog aanwezig zijn. Aan het begin van het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden) begonnen de ijskappen te smelten en de zeespiegel sterk te stijgen. Op de pleistocene dekzanden ontstond een veengebied door het stijgende grondwater.
Pagina 28
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
In de periode daarna (het holoceen) stegen de temperaturen en vormde de Rijn met haar aftakkingen een vlechtend netwerk van stroomruggen. Deze in de loop der tijd verzande stroomgeulen zijn in de ondergrond aanwezig en zijn bijvoorbeeld bepalend geweest voor de locatie van de dorpskern van Kockengen en ook herkenbaar als zone tussen Loenen en Loenersloot. Door de stijging van de zeespiegel en het grondwater stagneerde de afwatering en kon vanuit de waterrijke omstandigheden in combinatie met afgestorven plantenresten en de klimatologische omstandigheden een dik veenpakket ontstaan (op de pleistocene dekzanden). Ongeveer 3000 jaar geleden werd in het gebied een rivier actief: het Vecht-Angstel riviersysteem dat zich kenmerkte door meanderende geulen en enkele grote crevassecomplexen (erosiegeulen ontstaan in de oevers van de rivier bij hoge rivierafvoeren). Vroege bewoningsgeschiedenis Langs de rivieren ontstonden door afzetting oeverwallen, waarop later mensen een stevigere bodem vonden om zich op te vestigen. Mogelijk vond hier al vanaf het begin van de IJzertijd (800 voor Chr.) bewoning plaats. De oeverwallen langs de Vecht, Aa en Angstel waren hoger en droger gelegen en het meest toegankelijk in de wildernis van het nog niet ontgonnen veenlandschap. In de Romeinse tijd kreeg de Vecht haar huidige loop. Vanaf dat moment waren er goede permanente vestigingsmogelijkheden.
Echte nederzettingen uit deze periode zijn niet bekend. Wel is bekend dat de Vecht in deze periode werd gebruikt als belangrijke vaarroute naar het noorden. Rond 300 n. Chr. was de grondwaterspiegel zo ver gestegen dat de waterhuishouding in het gebied verslechterde en de bewoningsmogelijkheden verder afnamen. In de 4e en 5e eeuw was de bevolking sterk afgenomen. Vanaf 500 is weer enig herstel waar te nemen in de bevolkingsomvang. De Vecht was vrijwel de enige manier om over grotere afstanden te reizen, zowel over het water als langs de oevers. Vanwege het gevaar voor overstroming wierpen bewoners lage woonheuvels - woerden - op. Dicht bij elkaar gelegen woerden vormden kleine permanente leefgemeenschappen. Van hieruit ontstonden de eerste dorpen.
Afb. 5: uitsnede algemene hoogtekaart Nederland. De hoger gelegen oeverwallen langs de Vecht onderscheiden zich van de lager gelegen omliggende veenweidegebieden. Pagina 29
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Ontginningsgeschiedenis en slotenpatroon In de 11e eeuw kwam de ontginning van het veengebied vanaf de Vecht op gang. De venen aan de westkant van de Vecht werden het eerst aangepakt. Vooral in de 12e eeuw werd het gebied ten oosten van de Vecht ontgonnen. De Vechtstreek leverde turf, dat werd gebruikt als brandstof in huiselijke kring en vanaf de 16e eeuw in de opkomende industrie. Tot het eind van de Middeleeuwen werd alleen turf gedolven of gestoken. Na 1530 vond het slagturven plaats; de exploitatie van het veen onder de waterspiegel. In 1767 verboden de Staten van Utrecht verdere vervening in delen van Maarsseveen. In dezelfde periode als de bloei van de turfgraverij nam de vraag naar baksteen toe. Langs de Vecht kwamen steenfabrieken die de grond langs de rivier aftichelden. Kastelen Door de oorlogen tussen het Sticht Utrecht en het graafschap Holland hadden landheren in de Middeleeuwen behoefte aan een versterkt huis. Halverwege de 12e eeuw verrijzen op strategische plaatsen - langs de Angstel en later aan de Vecht - kastelen in het Sticht. Tot in de 16e eeuw zijn vele tientallen, door grachten omgeven kastelen gebouwd. De kastelen werden regelmatig belegerd. Na de Middeleeuwen verloren de kastelen door de invoering van nieuwe wapens hun defensieve functie. De meeste kastelen zijn in de loop der eeuwen gesloopt of omgebouwd tot buitenplaats.
Waterlinie Fort Nieuwersluis is een schakel in de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie. In de 80-jarige oorlog (1568-1648) werd besloten om een gemeenschappelijke defensie te voeren tegen de Spanjaarden. Er werd een plan ontwikkeld voor een waterlinie langs de Vecht tussen Muiden, Utrecht en Vreeswijk, de Utrechtse Linie. De Staten van Holland legden een eigen linie aan langs de lijn Schoonhoven-Oude Water en Nieuwersluis, aansluitend aan de Utrechtse Linie. In 1672 trad deze linie in werking. Als onderdeel van de (oude) waterlinie werd Nieuwersluis in 1629 versterkt om de schutsluis, de Vecht en de weg tussen Utrecht en Amsterdam te verdedigen. Er werd een schans gebouwd. In 1688 werd deze versterking geslecht en hier ligt nu de buitenplaats Sterreschans. Op circa een kilometer ten noorden van deze oude schans kwam een nieuw verdedigingswerk. In 1673 lag op de westelijke Vechtoever een tweezijdig gebastioneerd fort en op de oostelijke oever een hoornwerk. In de periode 1745-1746 werden nieuwe aardwerken en een dubbele gracht in een stervormig patroon rond de fortificaties gelegd. Aan het einde van de 18de eeuw verrezen nieuwe militaire gebouwen, zoals een kruitkelder en een arsenaal aan de Rijksstraatweg (bron: Wikipedia, zoekterm fort Nieuwersluis).
In 1815 besloot Koning Willem I de Hollandse Waterlinie te vervangen door een nieuwe linie, waarbinnen ook de stad Utrecht kwam te liggen. De linie bestond uit een aaneengesloten onder water te zetten gebied van Zuiderzee tot Biesbosch, met op de kwetsbare plekken (toegangswegen, en gebied dat niet onder water gezet kon worden) forten en batterijen. Omstreeks 1880 volgde versterking met bomvrije kazernes en opslagplaatsen. Onder dreiging van de Duitse inval zijn vanaf september 1939 vele mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen gebouwd. Van de 300 rond Utrecht geplande bunkers waren er begin april 1940 ongeveer 220 gebouwd. In 1961 werd de linie officieel overbodig verklaard. Inmiddels is de linie van de ruggengraat van het Nederlandse defensiestelsel geëvolueerd tot ruggengraat van het Groene Hart. De linie maakt zichtbaar deel uit van het ruimtelijke historische landschap en heeft culturele, monumentale, natuuren ecologische betekenis.
Pagina 30
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Buitenplaatsen In de eerste helft van de 17e eeuw werden de eerste buitenplaatsen aan de Vecht gebouwd als zomerwoning van Amsterdamse kooplieden. In het rampjaar 1672 (start Hollandse Oorlog) werden veel buitens door de Fransen vernietigd. Vervolgens konden tal van verwoeste boerderijen, buitens en kastelen in de Vechtstreek goedkoop worden overgenomen en omgebouwd. Zo ontstond tussen 1675 en 1750 een tweede bouwgolf van buitenhuizen. Eind 18e/begin 19e eeuw verdween er een aantal door politieke en economische ontwikkelingen. Spoor en kanaal In de 19e en 20e eeuw vonden er grote veranderingen plaats in het landschap, vooral door de aanleg van kanalen en spoorwegen. Toenemend verkeer naar het Duitse Ruhrgebied leidde in het jaar 1843 tot de aanleg van de Rhijnspoorweg. Die liep van Amsterdam via Utrecht naar Arnhem. Het tracé liep kaarsrecht door het landschap - dwars door de bestaande structuren heen, zodat de stations van Maarssen, Breukelen, Nieuwersluis en Loenen-Vreeland vrij geïsoleerd ten opzichte van de dorpen kwamen te liggen. Met de introductie in het midden van de 19e eeuw van grotere en snellere stoomschepen voldeed de Vecht steeds minder als doorgaande route. Het tijdperk van de trekschuit was ten einde, het passagiersvervoer werd grotendeels overgenomen door de spoorwegen en later door autobusdiensten.
Als nieuwe verbinding tussen de Amsterdamse havens en de grote rivieren werd in 1881 besloten tot de aanleg van het Merwedekanaal. De aanleg van het Merwedekanaal had tevens tot gevolg dat de ‘stationswegen’, die vanuit de dorpen naar de treinstations waren aangelegd, werden afgesneden (Maarssen, Breukelen, Nieuwersluis). Aanvankelijk werden hier veerponten of draaibruggen gemaakt, zodat in de jaren 30 van de 20e eeuw deze uitvalswegen een goede vestigingslocatie voor forenzen vormden. Al gauw voldeed het relatief smalle kanaal niet meer, in 1931 werd daarom besloten om het Merwedekanaal te verbreden en om te bouwen tot ‘Amsterdam-Rijnkanaal’. Vanwege de oorlogsomstandigheden was het Amsterdam-Rijnkanaal pas in 1952 geheel gereed. Het kanaal is daarna nog enkele malen verbreed. De Vecht verloor hierdoor haar functie als voornaamste transportweg. De nieuwe verbindingen vergrootten in belangrijke mate de toegankelijkheid van het gebied en vormden de voornaamste vesting-plaatsen voor industrie. De veerponten werden vervangen door een beperkt aantal bruggen (Maarssen, Breukelen, Loenersloot). Jaagpad Langs vrijwel de hele route Utrecht - Amsterdam lag direct langs de waterweg een jaagpad: soms op de linker oever, de andere keer op de rechter oever. Omstreeks 1600 werd het jaagpad tussen Utrecht en Breukelen aangelegd als zandpad aan de oostzijde van de Vecht.
In 1626 volgt een contract tussen Holland en Utrecht over de verlenging van het jaagpad vanaf Breukelen over Nieuwersluis langs de Nieuwe Wetering naar de rivier de Angstel naar de kernen Loenersloot en Ouderkerk. Ten noorden van Nieuwersluis vervolgde het jaagpad op de westoever van de Vecht naar Loenen. Opbouw en bebouwingsstructuur van het dorp Het ontstaan van Nieuwersluis heeft te maken met de vaartverbinding tussen Utrecht, Amsterdam en Muiden. In de 13e eeuw werd op last van de stad Utrecht een kanaaltje, de Stadswetering, gegraven tussen de Aa bij Ruwiel en de Vecht ten noorden van Breukelen. Bij ter Aa kwam een overlaadpunt. Deze nauwe verbinding voldeed niet meer met het toenemen van het handelsvolume in de 15e eeuw. Daarom besloot het stadsbestuur van Utrecht rond 1448 iets noordelijker een verbinding tussen Angstel en Vecht te graven: de Nieuwe Wetering. De Angstel werd vanaf de aansluiting aanmerkelijk verbreed. Deze vaart bekortte de route van Utrecht naar Amsterdam. Wegens het peilverschil tussen Angstel en Vecht, werd aan de Vechtkant een schutsluis gelegd, eigendom van de stad Utrecht. De Pagina 31
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
sluis werd in 1527 vervangen door oprekbare houten schutten en in 1610 nog een keer door sluisdeuren. Nieuwersluis is gegroeid nabij de schutsluis en klapbrug die op het kruispunt van de Vecht met de Nieuwe Wetering is geplaatst en dankt zijn naam aan de schutsluis. Aannemelijk is dat bij de sluis een woningconcentratie kwam met een herberg, de latere Kampioen. Ten zuiden van de sluis ontstond een dijkdorpje. Komende vanuit Utrecht kon men westwaarts naar Amsterdam en noordelijk naar Muiden. In de Late Middeleeuwen was er vooral sprake van kleine zeilschepen met turf, hout, dakpannen, bakstenen en personen. Vanaf de 17e eeuw deed de trekschuit haar intrede. Met de komst van trekvaartverbinding tussen Utrecht en Amsterdam in de 17e eeuw groeide het halverwege gelegen Nieuwersluis uit tot tussenstation voor reizigers en wisselplaats van personeel en paarden. Het verkeer over land nam ook toe. Na 1650 speelde deze verbinding een belangrijke rol in de ontwikkeling van buitenplaatsen langs de Vechtoever, vooral ten zuiden van het dorp. In het Rampjaar 1672 werden de eerste vestingwerken aangelegd, zoals de ‘Starreschans’ tussen Stadswetering, Heereweg en Vecht, ter plekke van de latere buitenplaats. In 1673 werd Nieuwersluis onderdeel van de Hollandse Waterlinie en werd het fort aangelegd. Het dorp werd in een militaire infrastructuur opgenomen.
In de loop van de 18e en begin 19e eeuw werd het fort nog versterkt, het dorp veranderde nauwelijks. Uit deze periode dateert ook het kerkje, dat omstreeks 1704 tot ‘gemeenlandshuis’ werd omgevormd (hoek Vecht en Nieuwe Wetering). In 1745-1746 werd de vesting vernieuwd, en uitgebreid waarbij enkele naastgelegen buitenplaatsen grond moesten inleveren.
Afb. 6: historisch kaartmateriaal Nieuwersluis (bron bestemmingsplan Nieuwersluis 2009) Pagina 32
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Met de opening in 1820 van de Straatweg (Napoleontische Route Imperiale nr. 2 tussen Amsterdam en Parijs) werd ook de ontsluiting van Nieuwersluis over de weg verbeterd. Onderdeel van deze route is de N402 door Nieuwersluis. Door de aanleg van de weg nam de bebouwing tussen de westelijke Vechtdijk en de Vecht enorm toe. Bevoorrading van munitie, goederen en wapens van het fort vond plaats bij het arsenaal waar een aanlegsteiger de bebouwing onderbrak. Tegenover het dorp, in de lengteas van de Nieuwe Wetering, verscheen een grote kazerne met bijgebouwen. In 1846 bestond het dorp uit zeventien vrij grote huizen waarbij de herberg, later hotel de Kampioen, domineerde. Na de komst van het spoor in 1843 verdween de trekschuit. Nieuwersluis kreeg een eigen station, dat bereikbaar was via het oude jaagpad langs de Nieuwe Wetering, dat werd omgedoopt tot Stationsweg. Het fort werd in 1849-1851 (torenfort) en 1880-1882 (bomvrije gebouwen) gemoderniseerd, waarbij zand werd verkregen uit de oostelijke oeverwal. De put die hierbij ten zuidoosten van het dorp ontstond werd later in gebruik genomen als zwemplas ‘Zwemlust’ (1933). Huidig bebouwingsbeeld Voor Nieuwersluis lijkt het of de tijd heeft stilgestaan. Er is in de 20e eeuw nauwelijks uitgebreid met uitzondering van een aantal rijtjes woningen langs de Stationsweg en ‘t Grachtje.
De voormalige militaire functie bepaalt nog altijd grotendeels het beeld en de sfeer. Het ruimtelijke beeld wordt gekenmerkt door het contrast tussen het open, vlakke polderlandschap met de besloten parkachtige structuur van de dorpse bebouwing, de landgoederen, het fort en het kazernecomplex rond de oeverwal. De open, laagliggende en onbebouwde polders rond het fort en het dorp worden aan de noord- en zuidzijde begrensd door singels en boscomplexen van de omringende buitenplaatsen Vreedenhoff, Rupelmonde, Sterreschans, Over Holland, Vijverhof en Middenhoek. Nieuwersluis en het omringende landschap vormen feitelijk een geheel. Deze samenhang heeft grote cultuurhistorische betekenis. De bebouwing van Nieuwersluis wordt aan beide oevers omsloten door een oude vestinggracht. Aan de westoever is de loop van de gracht ten zuiden van de Nieuwe Wetering veranderd door de aanleg van een fort uit latere datum. Op deze oever ligt een dorpslint en een kleine uitbreiding. De bebouwing aan de westoever bestaat voornamelijk uit woningen met één of twee bouwlagen en een kap. De lintbebouwing die langs een verspringende rooilijn aan de Rijksstraatweg en nabij de sluis staat, is gevarieerd en pandsgewijs opgebouwd, met de top-of langsgevel naar de straat. Er komen verschillende soorten kappen voor. De panden aan de Vechtzijde hebben hun achtertuin aan de rivier.
De achtergevels van panden aan het water en de tuinen zijn beeldbepalend voor de oevers van de Vecht. Aan de oostoever staan forse losse gebouwen in het groen. Een aantal gebouwen is van oorsprong militair, waaronder de huidige gevangenis.
3.2
Cultuurhistorische waardenkaart
Op de cultuurhistorische waardenkaart is in lagen aandacht voor de ligging van buitenplaatsen, defensie, bijzondere gebouwen, historische dorpskern / beschermd dorpsgezicht, bijzondere objecten en historische infrastructuur. De kaarten vormen een hulpmiddel om de bestemmingen en waarden correct op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding weer te geven. Op de historische kaart in hoofdstuk 1 zijn reeds verbeeld het beschermd dorpsgezicht, het fort en militaire bebouwing, de verboden kringen en de nog bestaande houten bebouwing binnen de kringen.
Pagina 33
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Hieronder is uitsnede uit de cultuurhistorische waardenkaart met de andere belangrijke waarden binnen of nabij het plangebied: • historische dorpskern; • buitenplaatsen (en zichtrelaties); • bijzondere gebouwen gekoppeld aan het ontstaan van het dorp, zoals boerderijen, scholen, kazerne/gevangenis, pakhuizen en hooibergen; • historisch water en drie sluizen (een damsluis, schutsluis en inundatiesluis). Voor een beschrijving van de waarden en elementen wordt verwezen naar de cultuurhistorische waardenkaart en bijbehorende toelichting. Ook voor de legenda bij onderstaande uitsneden (kaart 7 t/m 10) is de kaart digitaal te raadplegen (kaarten.stichtsevecht.nl).
Afb. 7: bron cultuurhistorische waardenkaart gemeente Stichtse Vecht Op de Cultuurhistorische waardenkaart staat ook een laag met themakaarten. Hierop staan landschapstypen, monument, verdwenen elementen en groenstructuur en -elementen. Themakaart landschapstypen Voor het plangebied zijn drie landschapstypen kenmerkend: • aan weerszijden van de Vecht oeverwal-landschap (hoger gelegen dan omliggend gebied); • in het gebied ten westen van Nieuwersluis vroege veenweideontginning; • in het gebied ten oosten van Nieuwersluis cope-ontginningen. Dat zijn agrarische veenontginningen, gebieden die in opdracht van de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht in de periode 950-1300 zijn ontgonnen. De kavels hebben vaste afmetingen en zijn op de kaart goed te herkennen. Ze zijn begrensd door wegen en waterlopen, vaak met houtkaden.
Pagina 34
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Themakaart monumenten
Afb. 8: overzicht monumenten in en rondom Nieuwersluis Themakaart verdwenen elementen Langs de Vechtoevers stonden tot in de 20e eeuw diverse steen- en panovens waar klei tot bakstenen en dakpannen gebakken werd. Afgekeurde dakpannen werden verwerkt in de beschoeiing van de rivieroevers en op enkele buitenplaatsen in de beschoeiingen van grachten. Op veel plekken is dit verdwenen. Aan de rechteroever van de Vecht (net ten zuiden van het plangebied) is nog een pannenbeschoeiing aanwezig. Verdwenen buitenplaatsen:
Afb. 9: verdwenen buitenplaatsen en fortwachterswoning Pagina 35
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Themakaart groenstructuur en -elementen
Afb. 10: overzicht kleine landschappelijke elementen, boomgaard, historische groenstructuren langs wegen
3.3
Monumenten en karakteristieke panden
Binnen Stichtse Vecht zijn 792 rijksmonumenten. Daarvan liggen er 89 in het gebied Nieuwersluis (bron cultureelerfgoed.nl/monumentenregister). Via het monumentenbeleid zijn die panden beschermd en hoeft er geen regeling opgenomen te worden in het bestemmingsplan. Overzicht rijksmonumenten binnen het plangebied Nieuwersluis per 1-1-2019: Adres Omschrijving Nieuwersluis Ouderhoek, hek met twee bakstenen pijlers met natuurstenen Rijksstraatweg 47 eenvoudige bekroning in Nieuwersluis. Nieuwersluis, Woonhuis met neorenaissance- en chaletstijlelementen, is in 1880 Stationsweg 1 gebouwd als woning voor de opzichthebbende ingenieur bij de wijziging en verbetering van het fort Nieuwersluis in 1880-1882. Nieuwersluis, Houten loods, quasi natuursteen geblokt Rijksstraatweg 41 Gebouw, 18e eeuw. Nieuwersluis, Rijksstraatweg 66 Nieuwersluis, Grachtje 1 Nieuwersluis, Rijksstraatweg 31 Nieuwersluis, Rijksstraatweg 9
Pand met lijstgevel met rijk versierde ingangspartij met de wapens van Utrecht en Amsterdam en twee leeuwen Woonhuis. Schutsluis in nieuwe wetering, voorzien van houten puntdeuren, oorspronkelijk uit de 16e eeuw. Pand met bakstenen gevel met geblokte pilasters en rechte kroonlijst, boven de poort steen met jaartal 1793. Fort Nieuwersluis, in hoofdzaak 19e-eeuws fort. Het complex FORT NIEUWERLUIS omvat de volgende onderdelen: - Het fort met aardwerken en gracht. - Toren, gebouw A. - Bomvrije kazerne, gebouw B
nummer 26115 520408
26114
26116
26090 26113 531453 531454 531455 531456 531457
Pagina 36
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Nieuwersluis, Zandpad 6
Nieuwersluis, Zandpad 5
Nieuwersluis, Zandpad 1 MIjndensedijk 43 A Mijndensedijk 57
- Bomvrije remise C - Bomvrije remise D - Bomvrije remise E (Complexnummer: 531452) Woonblok, gebouw H, bestaande uit vier onderofficierswoningen, in 1881 in sobere neorenaissancestijl gebouwd naar ontwerp van de Eerst Aanwezend Ingenieur der Genie te Naarden W.K.T. Egter en G.L. Kepper. Willem III kazerne, 19e eeuwse complex bestaande uit: - Koning Willem III-kazerne, gebouw A 2. - Pupillenschool, gebouw C 3. - Exercitieloods logiesgebouw, gebouw B 4. - Exercitieloods, gebouw D 5. - Ziekenbarak, gebouw I 6. - Onderofficierswoningen, gebouw H 7. - Directeurswoning, gebouw F Complexnummer: 520365) Directeurswoning bij de nabijgelegen pupillenschool van de voormalige Koning Willem III-kazerne uit 1878. GEMAAL aan de oostzijde van de Mijndensedijk, in 1926 gebouwd in opdracht van het bestuur van het Waterschap Mijnden naar ontwerp van de architect H.A.J.F. Hissink. “Landzicht”, langhuisboerderij uit 1907.
531458
520371
520366 520367 520368 520369 520370 520371 520372
520372 520400
520401
Lijst karakteristieke panden Panden die niet beschermd zijn maar wel karakteristiek, worden wel in het bestemmingsplan opgenomen. Het gaat om panden die door hun cultuurhistorische uitstraling of geschiedkundig belang van waarde zijn voor de omgeving. Zij geven aangezicht aan een kern of gebied. Gelet op deze waarden wil de gemeente niet dat ze zonder meer verloren kunnen gaan of gesloopt worden. Daarom krijgen zij een bescherming via de regels in het bestemmingsplan. Het gaat om het vastleggen van de contouren en elementen die karakteristiek zijn voor het betreffende pand en zijn omgeving en een sloopverbod zonder omgevingsvergunning. Onderstaand een overzicht van alle karakteristieke panden binnen het plangebied per 1-1-2019: Rijksstraatweg Rijksstraatweg Rijksstraatweg Bistrotel ‘r Amsterdammertje Grachtje Rijksstraatweg
27 28 35-37
bedrijvigheid buitenplaats bedrijvigheid
gevelpand bijgebouw vrijstaand pand
winkel/woonhuis oranjerie herberg
17e eeuw 19-A 1688
17e eeuw 1801-1850 17e eeuw
5 68
Wonen Wonen
gevelpand woning
18e eeuw 1840
18e eeuw 1801-1850
Rijksstraatweg Klein Ouderhoek Stationsweg Rijksstraatweg
70
Wonen
woning
1871
1851-1875
5 11
Wonen Wonen
vrijstaand pand woning
1921 19e eeuw
1901-1925 1801-1850
Rijksstraatweg Rijksstraatweg
19 56
Wonen Wonen
woning(en) vrijstaand pand vrijstaand pand woning(en) vrijstaand pand woning(en) woning(en)
gevelpand vrijstaand pand
1910 1884
1901-1925 1876-1900
Pagina 37
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Grachtje Rehoboth Rijksstraatweg Stigt-Rust Rijksstraatweg
12
Rijksstraatweg Rijksstraatweg Rijksstraatweg Rijksstraatweg Grachtje Grachtje Grachtje
39 38 42 46 4 6 8
3.4
gebouw
school
1903
1901-1925
43-45
religieus erfgoed Wonen
woning(en)
vrijstaand pand
17e eeuw
17e eeuw
58
Wonen
woning(en)
arbeiderswoning(en)
19-d
1876-1900
Archeologie
Gemeenten dienen bij bodemingrepen van enige omvang het behoud van archeologische waarden af te wegen tegen andere belangen. Om deze belangenafweging op adequate en verantwoorde wijze te kunnen maken, heeft de gemeente Stichtse Vecht een Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Deze kaart is opgesteld in 2010 voor de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen en op 30 oktober 2012 geldend verklaard voor de gemeente Stichtse Vecht. In het bijbehorende rapport zijn het ontstaan van het (Vecht)landschap en de bewoningsgeschiedenis uitvoerig beschreven. De beleidskaart stelt de gemeente in staat de archeologische waarden in de gemeente structureel mee te nemen in het ruimtelijke planvormingsproces. Op de archeologische beleidskaart staan archeologische waarden- en verwachtingszones aangegeven waaraan beleidsregels zijn gekoppeld. In de beleidsregels zijn vrijstellingsgrenzen opgenomen (zie hieronder) voor de oppervlakte en diepte van de voorgenomen ingreep. Het beschermd dorpsgezicht Nieuwersluis heeft een hoge verwachtingswaarde. Hiervoor geldt een onderzoeks-verplichting zoals opgenomen in de beleidskaart. Dit betekent niet dat ontwikkelingen per definitie niet mogelijk zijn.
Indien een plangebied groter is dan de gestelde oppervlakte-ondergrens en de ingreep dieper gaat dan de diepte-ondergrens, dient archeologisch onderzoek conform de Archeologische MonumentenZorg-Cyclus (AMZ-cyclus) te worden uitgevoerd. Planspecifiek Verwachtingsmodellen Hieronder zijn uitsneden van kaarten opgenomen die betrekking hebben op Nieuwersluis. Voor de detailkaart is, waar mogelijk, gebruik gemaakt van 17e-eeuws kaartmateriaal, een enkele kaart uit de 18e eeuw, maar vooral uit begin 19e eeuw (minuutplannen) en de Bonnekaarten. De historische kernen zijn op de verwachtingskaart aangegeven met een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de Middeleeuwen. In het rapport is aan de hand van verwachtingsmodellen beargumenteerd op basis van welke gegevens er aan een bepaald gebied een specifieke archeologische verwachting is toegekend. Door middel van een dubbelbestemming wordt in het bestemmingsplan een regeling opgenomen voor de te beschermen waarden.
Pagina 38
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Afb. 11: uitsnede kaartbijlage 4b bij Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Stichtse Vecht
Pagina 39
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Afb. 12: bron: kaartbijlage 13 bij Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Stichtse Vecht Geen nader archeologisch onderzoek in het kader van dit bestemmingsplan Deze constatering is voor de gemeente aanleiding om nader archeologisch onderzoek te eisen indien zich ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied voordoen. Aan de hand van het voorliggende bestemmingsplan worden echter geen (grootschalige) ruimtelijke ingrepen mogelijk gemaakt. Mogelijkheden tot bodemingrepen zijn beperkt, en in principe beperkt tot locaties waar de grond al is geroerd. De mogelijkheden tot nieuwbouw betreffen uitsluitend vervangende nieuwbouw en beperkte nieuwbouw van bijgebouwen (tot maximaal 50 m2, zie hieronder). De grond is hier ofwel al geroerd, ofwel de ingrepen zijn zo beperkt dat een archeologisch onderzoek niet redelijk en zinvol moet worden geacht. Medingsplicht bij (toevals) vondsten Voor een groot deel van het bestemmingsplangebied geldt een hoge archeologische verwachting. Het kan daarom niet worden uitgesloten dat bij bodemingrepen, ook als deze beperkt van omvang zijn, archeologische vondsten worden gedaan. Op grond van art. 5.10 van de Erfgoedwet moeten deze bij de bevoegde overheid (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, c.q. gemeente Stichtse Vecht) worden gemeld. Ook voor archeologische (toevals)vondsten geldt een wettelijke meldingsplicht.
Toelichting vrijstellingsgrenzen Als eventueel ingrepen plaatsvinden die de gemeentelijke vrijstellingsgrenzen overschrijden, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Zones met een hoge verwachting In gebieden met een hoge archeologische verwachting is de kans op het aantreffen van archeologische resten groot. Het betreft enerzijds gebieden waaraan op basis van het aan de verwachtingskaart ten grondslag liggende onderzoek een hoge verwachting is gegeven, anderzijds
Pagina 40
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
gaat het om gebieden waar de aanwezigheid van archeologische resten al is aangetoond, door opgravingen, booronderzoeken of oppervlakte vondsten, maar waar dit deze vooralsnog niet heeft geleid tot het vastleggen van het gebied als AMK-terrein (Archeologische Monumentenkaart). Het gaat om pleistocene opduikingen, meandergordels (waaronder oeverwallen), crevassecomplexen, historische kernen, ontginningsassen en zones met blokverkaveling (de begrippen worden uitgelegd in het rapport behorend bij de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart). Bodemingrepen beneden 0,30 m onder maaiveld moeten worden voorkomen. Indien de voorgeschreven beperkingen voor bodemingrepen niet kunnen worden gehandhaafd moet in deze gebieden nader archeologisch onderzoek worden gedaan. Er hoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd voor ontwikkelingen waarvan het project een oppervlak heeft van: • minder dan 50 m2 (in de historische kernen); • minder dan 100 m2 (op de pleistocene opduikingen), • of minder dan 500 m2 (op de meandergordels en crevassecomplexen) • en in de zone met blokverkaveling. Deze vrijstellingsgrenzen scheppen ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen door bijvoorbeeld particulieren, maar waarborgen tevens het veiligstellen of onderzoeken/documenteren van archeologische waarden en informatie wanneer grotere oppervlakten aan de orde zijn.
Zones met een middelhoge verwachting In zones met een middelhoge verwachting is een redelijke kans om intacte waardevolle archeologische resten aan te treffen. Het betreft gebieden die slechts gedurende bepaalde periodes in gebruik zijn geweest of waar slechts specifieke archeologische resten te verwachten zijn. Bodemingrepen beneden 0,30 m onder maaiveld moeten worden voorkomen. Indien de voorgeschreven beperkingen voor bodemingrepen niet kunnen worden gehandhaafd moet in deze gebieden nader archeologisch onderzoek worden gedaan. Voor plangebieden waarvan de bodemverstoring of de bebouwing een kleiner oppervlak beslaat dan 1000 m2 hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Deze vrijstellingsgrens schept ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen door bijvoorbeeld particulieren, maar waarborgen tevens het veiligstellen of onderzoeken/documenteren van archeologische waarden en informatie wanneer grotere oppervlakten aan de orde zijn. Zones met een lage verwachting Op de kaart hebben de komgebieden een lage archeologische verwachting gekregen, alsmede het stedelijk gebied dat na 1960 is ontwikkeld. Aanvullend onderzoek wordt alleen aanbevolen indien er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ingrepen. De vrijstellingsgrenzen daarvoor zijn beschreven in het rapport behorend bij de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart.
Pagina 41
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
4. Milieutechnische haalbaarheid 4.1
Bedrijven en milieuzonering
Wettelijk Kader De aanwezigheid van bedrijven kan de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Bedrijven kunnen geur, stof, geluid en gevaar ten gevolg hebben. Voorkomen moet worden dat bedrijven hinder veroorzaken naar de omgeving, vooral indien het woongebieden of andere gevoelige bestemmingen betreft. Daarnaast moeten bedrijven zich kunnen ontwikkelen en eventueel uitbreiden. Om dit te bereiken is het van belang dat bedrijven en gevoelige bestemmingen ruimtelijk goed gesitueerd worden, zodat de bedrijven zo min mogelijk overlast opleveren en woongebieden de bedrijven zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsuitvoering. Ten behoeve van milieuzonering is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een bedrijvenlijst opgesteld, waarin bedrijven op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 5, met bijbehorende minimale richtafstanden tot woonfuncties. In de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in de volgende categorieën ingedeeld: • Categorie 1 grootste afstand 10 meter; • Categorie 2 grootste afstand 30 meter; • Categorie 3 grootste afstanden 50 en 100 meter; • Categorie 4 grootste afstanden 200 en 300 meter; • Categorie 5 grootste afstanden 500, 700 en 1000 meter. De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelgrootte en –indeling) en anderzijds de gevel van een woning. De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief gezien worden. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de invloed te beperken kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden. De uiteindelijke afstemming tussen de hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld in het kader van de Wet milieubeheer. Onderzoek Voor de in het plangebied aanwezige bedrijfsactiviteiten wordt gebruik gemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze lijst is gebaseerd op bovengenoemde VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering. Aanwezige bedrijfsactiviteiten worden in voorliggend bestemmingsplan ingeschaald volgens deze staat. Om milieuhinder als gevolg van de bedrijfsactiviteiten al in het ruimtelijk spoor te voorkomen, worden grenzen gesteld aan de toelaatbaarheid van de bedrijfsactiviteiten.
Agrarische bedrijven, niet-agrarische bedrijven en horeca Binnen het plangebied zijn onderstaande bedrijven gevestigd met diverse activiteiten en bijbehorende milieucategorieën. De inventarisatie heeft plaatsgevonden op basis van de bij de Omgevingsdienst regio Utrecht bekende gegevens.
Pagina 42
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
naam
adres
sbi-code 2008
omschrijving
milieucategorie
richtafstand (m)1
afstand (m)2
3.1
303
80
3.1
304
20
3.1
305
30
agrarisch Van Engen Van Selm Van Dijk horeca Hotel-restaurant Bistrotel 't Amsterdammertje Landhuis Logies Ouderhoek overig Zwembad Zwemlust Penitentiaire inrichting Doornenbal & de Rooij Ariadne Sloepverhuur
Rijksstraatweg 47 Mijndensedijk 51 Mijndensedijk 57
0141 0141 0141
Rundveehouderij en schapen Rundveehouderij en schapen Rundveehouderij en schapen
Rijkstraatweg 35-35a
5510/ 561
Hotel en restaurant
1
10
0
Rijksstraatweg 68
5510
Logies
1
10
> 10
Zandpad 15
931-2
4.1
200
15
Zandpad 3
84232
1
10
10
Rijksstraatweg 39-41
33123
3.1
50
5
Mijndensedijk 34-36
7712/ 7739
3.1
50
<< 50
Zwembad openlucht Woon/ kantoorgebouw Landbouwmechanisatie Verhuur, onderhoud, stalling
Voor het natuurbad Zwemlust geldt een richtafstand van 200 meter. Op korte afstand van het zwembad liggen twee woningen. Deze woningen liggen op meer dan 100 meter afstand van het drukste gedeelte van dit zwembad. Het gaat hier om een bestaande situatie, zodat dit geen beperking geeft voor gebruik van het zwembad. Het zwembad moet voldoen aan de eisen in het Activiteitenbesluit. Binnen de richtafstand worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Hotel-restaurant Bistrotel ’t Amsterdammertje aan de Rijksstraatweg 35 en het terras langs de Vecht zijn bestemd voor Horeca conform het huidige en vergunde gebruik. De regels zijn aangepast aan de gemeentelijke standaard. Inhoudelijk zijn de regels niet gewijzigd. Er zijn geen andere vormen van horeca toegestaan die nu ook niet toegestaan zijn. Bij het hotel-restaurant wordt het bestaande terras conform de meest recente omgevingsvergunning opgenomen in dit bestemmingsplan. Aanpandig is er een woning van derden. Dit is een reeds bestaande situatie die niet verandert. Het hotel-restaurant moet aan de eisen in het Activiteitenbesluit voldoen. Nabij Stationsweg 3 zit een gasdrukregelstation en op de Stationsweg (5 en ongenummerd), Zandpad 9 en Rijkstraatweg 7a zitten rioolgemalen. Het gaat om bestaande installaties. Binnen de richtafstand van 10 meter worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt.
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen. In het plangebied liggen drie veehouderijen. Het gaat om melkrundveehouderijen waar ook schapen worden gehouden. Op basis van de begripsomschrijving 1
op basis van rustig gebied
2
Indicatieve afstand tot bouwblok
3
Afstand geur op grond van geurverordening is 25 meter; afstand geluid bepalend
4
Afstand geur op grond van geurverordening is 25 meter; afstand geluid bepalend
5
Afstand geur op grond van geurverordening is 25 meter; afstand geluid bepalend
Pagina 43
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
van agrarisch bedrijf zijn geen intensieve veehouderijen mogelijk. Gezien de ligging en de aard van de veehouderijen is geen sprake van cumulatieve geurbelasting. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt of bouwblokken vergroot. Dit geeft dus geen belemmeringen voor de veehouderijen of effecten op omliggende bestaande woningen.
4.2
Geluid
Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen, spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Voor dit plan is het aspect wegverkeerslawaai, en voor de westelijke zone het aspect railverkeerslawaai van toepassing. Binnen het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen. Een weg binnen de bebouwde kom heeft een zonebreedte van 200 meter indien de weg 1 of 2 rijbanen bevat en een zonebreedte van 350 meter bij 3 rijbanen of meer. Een weg buiten de bebouwde kom heeft een zonebreedte van 250 meter indien de weg 1 of 2 rijbanen bevat, een zonebreedte van 400 meter indien de weg 3 of 4 rijbanen bevat en een zonebreedte van 600 meter bij 5 rijbanen of meer. Wegverkeer Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. Hierbij geldt een toetsing per afzonderlijke weg.
Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluidsreducerende maatregelen getroffen kunnen worden, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen de voorkeur geniet. Pas als blijkt dat het toepassen van bron- en overdrachtsmaatregelen ondoeltreffend zijn of overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoet, kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde. Voor wegverkeer is de maximale ontheffingswaarde afhankelijk van de situatie. Als een geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd buiten de bebouwde kom of in de zone van een auto(snel)weg, geldt een lagere maximale ontheffingswaarde. Ook gelden voor de verschillende geluidsgevoelige bestemmingen andere maximale ontheffingswaarden. Indien hogere waarden worden verleend moeten wel gevelweringsmaatregelen worden genomen om aan het vereiste binnenniveau volgens het Bouwbesluit te voldoen. Goede ruimtelijke ordening Volgens de Wgh hebben wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geen geluidszone en hoeven daardoor niet te worden getoetst. Toch kan de geluidsbelasting vanwege dergelijke wegen hoger zijn dan de voorkeurswaarde.
Vanaf een intensiteit van 1.500 motorvoertuigen per etmaal bij asfaltverharding of 600 motorvoertuigen per etmaal bij klinkerbestrating kan de voorkeurswaarde al worden overschreden. Daarom moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening de bijdrage van deze wegen worden onderzocht. Situatie plangebied Het plangebied ligt in de geluidzone van de Rijsstraatweg (N402). Daarnaast ligt het plangebied in de nabijheid van de rijksweg A2. Alhoewel het plangebied niet in de zone van de A2 ligt, is deze weg Pagina 44
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
akoestisch wel relevant. Voor de delen van het plangebied buiten de komgrens gelegen bedraagt de maximale ontheffingswaarde 53 dB bij het toestaan van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Voor agrarische bedrijfswoningen geldt, buiten de komgrens, een maximale ontheffingswaarde van 58 dB. Binnen de komgrens is de maximale ontheffingswaarde 63 dB. Voor vervangende nieuwbouw die niet leidt tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en waarbij het aantal geluidgehinderden niet wezenlijk toeneemt, gelden soepelere eisen. Binnen de komgrens geldt hiervoor een maximale ontheffingswaarde van 68 dB en buiten de komgrens een maximale ontheffingswaarde van 58 dB. Voor de bepaling van de komgrens is gebruik gemaakt van de komgrensgegevens van de Provincie Utrecht. Ten aanzien van geluidgevoelige bestemmingen geldt voor het plangebied ten aanzien van nieuwe woningbouw een nuloptie. Wel biedt het bestemmingsplan ruimte voor vervangende nieuwbouw en functieverandering in relatie met de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling. Gemeentelijk beleid Als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). De gemeente stelt hierbij de voorwaarden, zoals de aanwezigheid van geluidsluwe gevels, conform de beleidsnotitie hogere waarden.
Deze is te vinden op www.overheid.nl en op te vragen bij de gemeente of Omgevingsdienst. Aandachtsgebiedenkaart wegverkeerslawaai De Omgevingsdienst regio Utrecht heeft voor het gebied van de gehele gemeente aandachtsgebiedenkaarten voor wegverkeer, railverkeer, gezoneerde industrieterreinen en stiltegebieden opgesteld. Een aandachtsgebiedenkaart is bedoeld om op een eenvoudige wijze inzicht te geven in hoeverre het aspect geluid beperkingen oplevert voor ruimtelijke planontwikkelingen met nieuwe geluidsgevoelige objecten. In dit bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Indien in de toekomst dit wel wenselijk is, zal voor die betreffende ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan (omgevingsplan) nodig zijn, inclusief nader geluidsonderzoek vanwege overschrijding voorkeurswaarden. Uit de kaart blijkt namelijk dat in de nabijheid van de N402 en het Zandpad de geluidsituatie knellend is. De maximale ontheffingswaarde wordt hier mogelijk overschreden. Indien binnen deze zone planontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, is bij de start nader geluidsonderzoek nodig. Tussen het Zandpad en de A2 is de geluidssituatie zodanig dat de Wet geluidhinder en het gemeentelijk beleid voorwaarden stellen die van invloed zijn op de planopzet. De voorkeurswaarde wordt overschreden, wat inhoudt dat hogere waarden benodigd zijn.
De maximale ontheffingswaarde wordt waarschijnlijk niet overschreden. Ook hier is nader geluidsonderzoek nodig indien binnen deze zone planontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Ten oosten van het Zandpad wordt de voorkeurswaarde waarschijnlijk niet overschreden en zal beperkt akoestisch onderzoek nodig zijn.
Pagina 45
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Figuur 1: Ligging plangebied in de aandachtsgebiedenkaart voor wegverkeerslawaai 2030 (bron: geoloket Odru.nl). Rood is hoger dan 63 dB, donkergroen is 38-43 dB. De andere kleuren liggen binnen die range.
Figuur 2: Ligging plangebied in de aandachtsgebiedenkaart voor railverkeerslawaai 2030 (bron: geoloket Odru.nl). Rood is hoger dan 63 dB, donkergroen is 38-43 dB. De andere kleuren liggen binnen die range.
Geluidbelasting spoorwegen De zonebreedte langs een spoorweg wordt bepaald door de waarden van de geldende geluidproductieplafonds op referentiepunten (zie tabel). Hoogte geluidproductieplafond Kleiner dan 56 dB Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB Gelijk aan of groter dan 74 dB
Breedte zone (in meters) 100 200 300 600 900 1200
Pagina 46
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Net als bij wegverkeerslawaai moet binnen de geluidzone worden bepaald of een geluidgevoelige bestemming voldoet aan de voorkeurswaarde. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluidsreducerende maatregelen getroffen kunnen worden en dienen hogere waarden te worden verleend. Hierbij geldt een maximale ontheffingswaarde. Net als bij wegverkeerslawaai moet bij het verlenen van hogere waarden aan het gemeentelijk geluidbeleid worden voldaan. Situatie plangebied Voor woningen en geluidsgevoelige terreinen geldt een voorkeurswaarde van 55 dB. Voor andere geluidsgevoelige bestemmingen is de voorkeurswaarde 53 dB. De maximale ontheffingswaarde is 68 dB voor geluidsgevoelige gebouwen en 63 dB voor geluidsgevoelige terreinen. Het westelijke gedeelte van het plangebied ligt op dit moment in de zone van het spoor. Aangezien de zone afhankelijk is van de gpp-waarde (geluidsproductie plafond), zou dit in de toekomst kunnen wijzigen als Prorail besluit de gpp’s te wijzigen. Binnen de zone van het spoor wordt de voorkeurswaarde overschreden in de westelijke helft van het plangebied. Bij het toestaan van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zullen hier hogere waarden voor moeten worden verleend. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.
4.3
Lucht
Tussen de luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening is een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor een aantal luchtvervuilende stoffen. Wetgevend kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (NIBM), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (NIBM) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit NIBM bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3.
Via de NIBM-tool kan de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit worden vastgesteld. De NIBM-tool is in 2008 ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. De NIBM-tool wordt jaarlijks door InfoMil geactualiseerd. Grenswaarden In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de richtwaarden en de grenswaarden opgenomen voor een aantal luchtvervuilende stoffen. De belangrijkste zijn de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Deze zijn weergegeven in tabel 1.
Pagina 47
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Tabel 1: Grenswaarden stikstofdioxide en fijn stof van bijlage 2 Wet milieubeheer Grenswaarden Concentratie Max. overschrijdingen Van kracht Stof Type norm vanaf per jaar (g/m3) Jaargemiddelde 2015 40 Stikstofdioxide Uurgemiddelde 2015 200 18 Jaargemiddelde 2011 40 Fijn stof 24-uursgemiddelde 2011 50 35 De concentraties van de overige stoffen benaderen de grenswaarden en richtwaarden in Nederland niet. Omdat daarop niet hoeft te worden getoetst zijn ze niet opgenomen in bovenstaande tabel. Goede ruimtelijke ordening Plannen dienen te voldoen aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: “het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk”. Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is inzicht in de luchtkwaliteit situatie van belang. Daarnaast wordt gekeken naar de beoordelingsmethoden die de landelijke GGD en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert. Evenzo wordt hierbij meteen geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin gezondheid en milieu meer aan elkaar worden gekoppeld.