CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2023.11.29 BP Zogweteringlaan 10 incl. bijlagen.pdf

Commissie Fysiek Domein 26 maart 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Vaststelling bestemmingsplan Zogweteringlaan 10 Maarssen23.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het advies bij het vrijkomen van een toxische wolk is om te schuilen tot de lekkage is verholpen en/of de concentratie in de lucht laag genoeg is om het gebied te ontvluchten. Daarvoor is het noodzakelijk dat de gifwolk het gebouw niet binnendringt dus ramen, deuren en ventilatie moet gesloten kunnen worden. Wanneer binnen schuilen niet (meer) veilig kan, moet van de risicobron af gevlucht worden. Personen die zich buiten bevinden moeten naar binnen vluchten of van de risicobron afvluchten. Het plangebied biedt hier voldoende ruimte voor. Voorliggend plan ziet toe op een planologische wijziging. Er worden ten opzichte van de huidige situatie geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk gemaakt. Tevens zal de personendichtheid als gevolg van voorliggend plan niet toenemen. Geconcludeerd kan worden dat ‘Externe veiligheid’ geen belemmering vormt voor voorliggend plan.

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

In de Erfgoedwet, vastgesteld op 1 juli 2016, zijn de regels voor de archeologische monumentenzorg opgenomen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen door een gecertificeerd bureau archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. In de beleidsregels zijn vrijstellingsgrenzen opgenomen voor de oppervlakte en diepte van de voorgenomen ingreep. Als een plangebied groter is dan de gestelde oppervlakteondergrens en de ingreep dieper gaat dan de diepte-ondergrens dient archeologisch onderzoek volgens de Archeologische MonumentenZorg-Cyclus (AMZ-cyclus) te worden uitgevoerd. Planspecifiek Archeologie Voor het plan is de archeologische beleidskaart van de gemeente Stichtse Vecht geraadpleegd. De beleidskaart is op 1 juni 2022 vastgesteld. Een deel van het plangebied valt binnen ‘WA2 Hoge

Pagina 24 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

verwachting’. Deze waarde is opgenomen voor de Vechtzone, waterbodems in/nabij de historische kernen en ontginningslinten en-dijken. Het beleid voor gronden met deze verwachting is: Voor plangebieden waarvan de bodemverstoring een oppervlak van meer dan 100 m2 beslaat en de bodem tot meer dan 0,3 m geroerd wordt, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied de verwachting ‘WA5 Lage verwachting’. Deze waarde is opgenomen voor komgebieden en gebieden met blokverkaveling. Het beleid voor gronden met deze verwachting is: Voor plangebieden waarvan de bodemverstoring een oppervlak van meer dan 100.000 m2 beslaat en de bodem tot meer dan 0,3 m geroerd wordt, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Voorliggend plan houdt geen fysieke wijzigingen in. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Om het archeologisch erfgoed te beschermen worden in het bestemmingsplan de twee archeologische waarden als dubbelbestemming opgenomen.

Figuur 5: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Stichtse Vecht. Cultuurhistorie De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Stichtse Vecht is geraadpleegd. Uit het raadplegen van de cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat er binnen het plangebied geen monumenten aanwezig zijn. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De waarde van de linie schuilt in het behoud van het samenhangend stelsel van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen. Binnen het plangebied zijn geen elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aanwezig. Voorliggend plan ziet toe op een planologische wijziging en heeft geen invloed op de omliggende elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Binnen het plangebied bevinden zich verder geen cultuurhistorische waarden. Wel loopt naast het plangebied richting de Wilgenplas een waardevolle laan. Deze laan betreft de laan van de buitenplaats Doornburgh. Voorliggend plan tast de historische laan niet aan. Gezien bovenstaande vormt het aspect ‘Archeologie en cultuurhistorie’ geen belemmering voor het planvoornemen. Pagina 25 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

4.9

Waterhuishouding

Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hooggehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt over water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21 e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 geadviseerd over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 ste eeuw worden twee keuzes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: •

•

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.

Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer met de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het bij elkaar brengen van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door een watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische toepassing van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in een aparte watervergunning. Nationaal Waterplan 2022-2027 Het NWP (maart 2022) bevat de belangrijkste punten van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren. Onderdelen hiervan zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. Het NWP beschrijft de nationale beleidsen beheerdoelen over klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren.

Vanwege Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo werken we al in de geest van de Omgevingswet. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstroming risicobeheersplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma-invulling aan de Europese richtlijnen voor water,

Pagina 26 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

4.9.1 Regionaal waterbeleid Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens het waterschap voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten. Het verzorgingsgebied van Waternet omvat de gemeente Amsterdam en een groot gebied in de provincie Utrecht en Noord-Holland. Het beleid van AGV is verwoord in het Waterbeheerplan en diverse beleidsnota’s. Het waterschap hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk gebied en 5.000 m² in het overige gebied 10 % daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de aanvrager van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In de waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten van een eventueel overleg opgenomen.

Planspecifiek Bestaand watersysteem Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een regionale kering, waardoor aanvullende voorwaarden vanuit het waterschap niet van toepassing zijn. Aan de westelijke kant van het plangebied bevinden zich primaire watergangen. Het onderhoud wordt uitgevoerd door het waterschap en door de gemeente. Voorliggend plan wijzigt de loop van de aanwezige watergangen niet.

Figuur 6: Uitsnede Legger Water – Waterschap AGV.

Pagina 27 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

Oppervlaktewater en watercompensatie Voorliggend plan ziet toe op een planologische wijziging. Er vinden geen fysieke wijzigingen plaats binnen het plangebied. Er wordt geen oppervlaktewater gedempt of verhardingen toegebracht. Het is derhalve niet nodig om watercompensatie door te voeren. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied valt binnen het grondwaterbeschermingsgebied. In de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht is hiervoor aangegeven dat aangegeven dat geen activiteiten zijn toegestaan die een risico vormen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie. Hiertoe is de aanduiding 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied' uit het geldende bestemmingsplan overgenomen. Het plan wordt volledigheidshalve in het kader van het watertoetsproces toegezonden aan het waterschap. Gezien bovenstaande vormt het aspect ‘Water’ geen belemmering voor onderhavig plan.

4.10 Verkeer en parkeren Verkeer en parkeren is een wezenlijk onderdeel van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aangetoond te worden dat een plan voorziet in voldoende parkeermogelijkheden. Hierbij geldt doorgaans dat de omgeving niet nadelig belast mag worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Ten tweede dient beoordeeld te worden of de bestaande infrastructuur toereikend is voor de beoogde ontwikkeling en dat er als gevolg van de ontwikkeling geen verkeersonveilige situaties ontstaan. De gemeente Stichtse Vecht heeft in haar 'Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013, deel B: Nota Parkeernormen' (GVVP, vastgesteld door de raad op 29 september 2015) vastgelegd welke parkeernormen gelden. Planspecifiek Voorliggend plan betreft een planologische wijziging. De parkeerbehoefte wijzigt als gevolg van het plan niet. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om het parkeren op te lossen. Tevens zal de verkeersgeneratie niet toenemen. Het aspect Verkeer en parkeren vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.

Pagina 28 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

5 Juridische planbeschrijving 5.1

Plansystematiek

Het bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van twee woning mogelijk. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het vigerende plan. Tot slot is aangesloten bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opzet van de regels

Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Onderstaande beschrijving is een algemeen beschrijving van bestemmings- of wijzigingsplanregels. Omdat verwezen wordt naar het moederplan zijn de regels in dit plan zeer beknopt. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan.

In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte). De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.

Pagina 29 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat door het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

De bestemmingen

In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden. De gronden met de bestemming 'Recreatie ‘zijn herbestemd naar de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Deze gronden behoren tot hetzelfde kadastrale perceel en het het gebruik komt overeen met het feitelijk gebruik. De regels voor ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Maarssen’. Artikel 4 Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bestemd voor het gebruik als tuin. Bebouwing is hier niet toegestaan; enkel bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het bevoegd gezag kan echter voor de bouw van erkers en/of toegangsportalen aansluitend aan het hoofdgebouw (bijvoorbeeld de woning) tot een grondoppervlakte van niet meer dan 6 m² en een hoogte van 3 m, afwijken. De regels voor ‘Tuin’ zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Maarssen’. Artikel 5 Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd om de bestaande bedrijfswoning te kunnen bewonen als reguliere woning. De regels voor ‘Wonen’ zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Maarssen’.

In de planregels is geborgd dat in afwijking van de overige bouwregels de bestaande bebouwing is toegestaan. Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn de gronden waar mogelijk archeologische waarden in de grond zitten aangeduid met archeologische waarde. Met deze dubbelbestemming blijven de eventueel aanwezige waarden in de ondergrond afdoende beschermd. Artikel 7 Waarde – Archeologie 5 Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn de gronden waar mogelijk archeologische waarden in de grond zitten aangeduid met archeologische waarde. Met deze dubbelbestemming blijven de eventueel aanwezige waarden in de ondergrond afdoende beschermd. Gebiedsaanduiding Milieuzone – Grondwaterbeschermingsgebied Op de verbeelding van het bestemmingsplan is het gehele plangebied aangeduid met een milieuzone. Met deze milieuzone wordt de waterkwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening beschermd.

Pagina 30 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden met de gemeentelijke legeskosten op aanvrager verhaald. Ook wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de aanvrager van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Alle aanlegkomsten worden door de aanvrager betaald. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Wettelijk vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan Zogweteringlaan 10 Maarssen is volgens artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening aan de bestuurlijke partners voorgelegd. De reacties van de wettelijk vooroverlegpartners en of het tot wijzigingen van het bestemmingsplan heeft geleid is opgenomen in bijlage 1 bij het bestemmingsplan. 6.2.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage worden gelegd. Eenieder wordt gedurende deze periode in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen. Wanneer het bestemmingsplan is vastgesteld, ligt het plan ten slotte ter inzage met de mogelijkheid tot het indienen van beroep en/of voorlopige voorziening bij de Raad van State. Na het doorlopen van d de fase van beroep en/of voorlopige voorziening wordt het plan onherroepelijk.

Pagina 31 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

7 Bijlage 1. Nota beantwoording Vooroverleg-BP Zogweteringlaan 10

Pagina 32 Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10, Maarssen

Bijlage 1

Voorontwerpbestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Nota beantwoording overlegreacties

Gemeente Stichtse Vecht Oktober 2023

Inhoudsopgave 1

2

3

Ontvangen overlegreacties .............................................................................................................. 2 1.1

Inleiding ................................................................................................................................... 2

1.2

Proces tot nu toe...................................................................................................................... 2

Vooroverlegreacties ......................................................................................................................... 2 2.1

Provincie Utrecht ..................................................................................................................... 2

2.2

Waternet, namens Amstel, Gooi en Vechtstreek .................................................................... 2

2.3

RUD Utrecht ............................................................................................................................ 2

2.4

Veiligheidsregio Utrecht ........................................................................................................... 2

Conclusie .......................................................................................................................................... 3

1

1 Ontvangen overlegreacties 1.1

Inleiding

1.2

Proces tot nu toe

Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10 is gericht op het wijzigen van de bestemming ‘Recreatie – 3’ met aanduiding bedrijfswoning naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’. De bedrijfswoning was eens verbonden aan recreatiepark ‘de Wilgenplas’ maar is sinds 2013 niet meer als bedrijfswoning in gebruik. Dit bestemmingsplan brengt de bestemming overeen met het feitelijk gebruik als burgerwoning. Het bestemmingsplan is ambtelijk beoordeeld en daarna aan vooroverlegpartners gestuurd. Het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft plaatsgevonden van 7 augustus tot 12 oktober 2023. Deze lange periode heeft te maken met het feit dat de Veiligheidsregio Utrecht op 26 september om een reactie is gevraagd. Het voorontwerp Verzamelplan is in het kader van het vooroverleg toegezonden aan: 1. Provincie Utrecht 2. Waternet, namens Waterschap Amstel, Gooi en Vechtstreek 3. RUD Utrecht 4. Veiligheidsregio Utrecht (VRU) De binnengekomen reacties worden hierna per plan kort samengevat en beantwoord en er wordt aangegeven of de reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

2 Vooroverlegreacties 2.1

Provincie Utrecht

De Provincie Utrecht heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben. Wij danken de provincie voor haar reactie.

2.2

Waternet, namens Amstel, Gooi en Vechtstreek

Waternet heeft aangegeven dat het plan geen waterbelangen schaad. Wij danken Waternet voor haar reactie.

2.3

RUD Utrecht

2.4

Veiligheidsregio Utrecht

De RUD heeft niet gereageerd op het verzoek om vooroverleg. De Veiligheidsregio Utrecht geeft aan geen opmerkingen op het bestemmingsplan te hebben. Er is voldaan aan het gestelde in artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroute. Wel adviseren zij de bewoners op de hoogte te stellen van het omschreven handelingsperspectief in geval van een ongevalsscenario. Wij danken de Veiligheidsregio voor haar reactie. Het advies wordt gedeeld met de initiatiefnemer en verwerkt in paragraaf 4.6. ‘Externe veiligheid’ van de toelichting van het bestemmingsplan.

2

3 Conclusie De gemaakte vooroverleg reactie heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het advies van de Veiligheidsregio Utrecht is verwerkt in paragraaf 4.6. ‘Externe veiligheid’ van de toelichting van het bestemmingsplan. Bestemmingsplan Zogweteringlaan 10 is akkoord voor ter inzage legging.

3

Zogweteringlaan 10

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschapwaarden Tuin Wonen Waarde - archeologie 2 Waarde - archeologie 5

10 10 12 13 16 19

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

22 22 23 25 26 27 28

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

29 29 30

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Regels

Regels (ontwerp)

3

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Hoofdstuk 1 Artikel 1

1.1

Inleidende regels

Begrippen

Plan:

het bestemmingsplan 'Zogweteringlaan 10' met identificatienummer NL.IMRO.1904.BPZogwtrngln10MRS-OW01 van de Gemeente Stichtse Vecht. 1.2

Begeleiden:

het begeleiden van bodemverstorende ingrepen door een archeoloog die de aanwezige archeologische resten documenteert en verzamelt conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen. 1.3

Bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en bijlagen. 1.4

Aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

Aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

Achtererfgebied:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.7

Agrarisch beheer

het beheren en onderhouden van gronden, gericht op het voortbrengen van producten en behoud en herstel van het cultuurlandschap door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.8

Ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.9

Archeologievriendelijk bouwen:

het treffen van technische en andere maatregelen om archeologische waarden in de bodem te ontzien. 1.10

Archeologisch onderzoek:

onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische resten door een gecertificeerde instantie werkend conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Dit onderzoek kan bestaan uit bureauonderzoek, booronderzoek, begeleiden, proefsleuvenonderzoek, opgravingen of een combinatie daarvan. 1.11

Archeologisch rapport:

rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

4

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

1.12

Archeologisch Rijksmonument:

terrein dat van algemeen belang is vanwege de daar aanwezige sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, en op grond van de Erfgoedwet wordt beschermd. 1.13

Archeologische verwachting:

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische resten in dat gebied. 1.14

Archeologische waarde:

de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.15

Bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.16

Bed en breakfast of air B&B:

een activiteit ondergeschikt aan een woning die gerund wordt door de eigenaren tevens bewoners van de betreffende woning, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kortdurend toeristisch nachtverblijf in combinatie met het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten. 1.17

Bedrijf:

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet-zelfstandige en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.18

Bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.19

Bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20

Bevoegd gezag

het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.21

Bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22

Bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.23

Bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen met uitsluiting van een onderbouw of een zolderverdieping. 1.24

Bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop (ingevolge de regels) krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

Regels (ontwerp)

5

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

1.25

Bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel. 1.26

Bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.27

Bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.28

Bijgebouw

een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.29

Cultuurhistorische waarde:

belang in geschiedkundig opzicht; onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het kavelpatroon, de waterhuishouding, de beplanting en de (voormalige) bebouwing. 1.30

Erf:

een al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt. 1.31

Erfbebouwing

functioneel met een hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en door zijn ligging, constructie en afmetingen daaraan ondergeschikt, op de grond staande gebouwen of andere overdekte bouwwerken. 1.32

Gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met ten minste twee wanden omsloten ruimte vormt. 1.33

Gecertificeerde instantie:

instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in art. 5.1 van de Erfgoedwet. 1.34

Hobbymatig houden van dieren:

het uitoefenen van agrarische activiteiten, niet zijnde uit hoofde van een volwaardig agrarisch bedrijf, waarvoor vanwege de beperkte omvang geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingenof vergunningenbesluit milieubeheer geldt. 1.35

Hoofdgebouw:

gebouw dat op een perceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.36

Huishouden:

persoon of groep personen die een huishouding voert; hieronder wordt niet verstaan een groep personen die een huis bewonen waar sprake is van bedrijfsmatige kamerverhuur. 1.37

Huishouding:

regeling van het huishouden, familieleven, huisgezin.

6

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

1.38

Kap:

een dakafdekking van een gebouw waarbij bij een horizontale projectie, ten minste 50% van het gebouw wordt afgedekt met hellende dakvlakken. 1.39

Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen:

voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie. 1.40

Kunstwerk:

bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.41

Landschapswaarden:

de aan een gebied toegekende waarden die gebaseerd zijn op de karakteristieken van dat gebied. 1.42

Mantelzorg:

het voldoen aan een tijdelijke, maar langer dan drie maanden durende behoefte aan zorg op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, waarbij de zorgverlening gebeurt op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. De zorgbehoevende maakt op dat moment deel uit van het huishouden. 1.43

Natuurwaarden:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de geologische, bodemkundige en ecologische elementen voorkomende in dat gebied. 1.44

Nevenfunctie:

een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de in dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bestemming. 1.45

Normaal onderhoud, gebruik en beheer:

een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.46

Oever:

waterkant langs rivieren, meren, kanalen enz. 1.47

Onevenredig:

niet in een zodanige verhouding staande tot een andere grootheid als gepast of wenselijk wordt geacht. 1.48

Ontsluitingsweg:

een weg, pad of doorgang die toegang verschaft tot een perceel. 1.49

Opgraving:

de ontsluiting van een archeologische vindplaats door een gecertificeerde instantie met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. 1.50

Peil:

a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

Regels (ontwerp)

7

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

1.51

Perceel:

begrensd stuk land of water, kavel. 1.52

Perceelsgrens:

een grenslijn tussen percelen onderling. 1.53

Programma van Eisen (PvE):

document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven of een opgraving staan geformuleerd. Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd. 1.54

Seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. b. c. d.

een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; een seksbioscoop of sekstheater; een seksautomatenhal; een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel.

1.55

Voorerf/voorerfgebied:

de gronden die behoren bij een hoofdgebouw en gelegen zijn voor de voorgevel/voorkant en die geen onderdeel uitmaken van het achtererfgebied. 1.56

Voorgevel/voorkant:

de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een hoofdgebouw of, als het een hoofdgebouw betreft met meer dan één naar het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die architectonisch als de voornaamste gevel kan worden aangemerkt bijvoorbeeld omdat daar de hoofdentree is gelegen; 1.57

Woning of wooneenheid:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

8

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

Afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2

Bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4

Dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5

Goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het meten van de goothoogte worden wolfseinden en daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen buiten beschouwing gelaten. 2.6

Inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7

Oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8

Vloeroppervlakte

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Regels (ontwerp)

9

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Landschapwaarden

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch beheer; b. behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde landschaps- en cultuurhistorische waarden, in de vorm van: 1. de zeer lange opstrekkende verkavelingen, soms in waaiervorm; 2. de cultuurhistorisch waardevolle verveningsrestanten en petgaten 3. de restanten van eendenkooien, jaagpaden, kaden en weteringen; 4. het graslandkarakter; 5. de karakteristieke erfindeling; 6. de openheid van de verboden kringen en de inundatiegebieden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; c. groene en blauwe diensten als nevenfunctie; d. extensief recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: e. f. g. h.

3.2

erven; groenvoorzieningen en water; kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; overig functioneel met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapwaarden' verbonden voorzieningen. Bouwregels

a. Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen en veekralen uitsluitend worden gebouwd binnen de bouwvlakken; 2. overigens geldt het volgende: max. aantal Mmx. max. per bouwvlak oppervla inhoud k

3.3

max. goothoogte

max. bouwhoogte

erfafscheiding

1m

veekralen

1,5 m

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3m

Specifieke gebruiksregels

a. Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: 1. het plaatsen van onderkomens is niet toegestaan; 2. het africhten of trainen van paarden of het uitoefenen van de paardensport in een paardenbak is niet toegestaan; 3. de teelt van ruwvoeder anders dan gras is niet toegestaan.

10

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapwaarden' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m²; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. aanbrengen en/of verwijderen van opgaande beplanting. 3.4.2

Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het verbod als bedoeld in lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 3.4.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

3.4.4

Advies

Het bevoegd gezag kan uitsluitend vergunning verlenen als bedoeld in lid 3.4.1 na schriftelijk advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden.

Regels (ontwerp)

11

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; met de daarbij behorende: a. groenvoorzieningen en water; b. toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; c. overige functioneel met tuinen verbonden voorzieningen. 4.2

Bouwregels

Op de voor 'Tuin' bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij: a. de hoogte vóór de voorgevel niet meer dan 1 m bedraagt; b. de hoogte achter de voorgevel niet meer dan 2 m bedraagt; c. de hoogte van een overkapping niet meer dan 3 m bedraagt en de oppervlakte daarvan niet meer is dan 10 m². 4.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder a sub 1 ten behoeve van de bouw van erkers en tochtportalen aansluitend aan een op het perceel gelegen (hoofd)gebouw tot een grondoppervlak van niet meer dan 6 m² en een hoogte van niet meer dan 3 m.

12

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen dan wel bedrijfsmatige activiteiten aan huis; met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. 5.2

tuinen en erven; toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en water; overige functioneel met het wonen verbonden voorzieningen. Bouwregels

Op de voor 'Wonen' bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd mogen worden; b. de afstand tussen bij de woning behorende bijgebouwen en de voorgevelrooilijn van de woning ten minste 1 m bedraagt; c. overigens geldt het volgende: max. aantal per bouwvlak

max. inhoud

woning (inclusief één, tenzij 600 m³ , tenzij aan- en anders met een de bestaande uitbouwen en aanduiding is inhoud groter is overkappingen) aangegeven bijgebouwen bij de woning

- erfafscheidinge n voor de voorgevel van de woning - overige plaatsen binnen het bouwvlak

max. oppervlak

max. goothoogte

max. bouwhoogte

4,5 m

10 m

50% van de 3 m* oppervlakte van het bij de woning behorende erf met een maximum van 50 m² **

5m

1m 2m

pergola's

2,7 m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

2m

* de maximale goothoogte van aangebouwde bijgebouwen is gelijk aan de de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning;

Regels (ontwerp)

13

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

** tenzij middels de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen' anders is aangegeven.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Ten behoeve van de goothoogte van gebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub c ten behoeve van een hogere goothoogte van gebouwen, met dien verstande dat: a. de goothoogte ten hoogste 6 m bedraagt; b. de bouw geen onevenredige afbreuk doet aan de ter plaatse aanwezige beeldkwaliteit zoals opgenomen in bijlage 1. 5.3.2

Ten behoeve van de vergroting van het gezamenlijk grondoppervlak van erfbebouwing

a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub c ten behoeve van het vergroten van het gezamenlijk grondoppervlak aan erfbebouwing tot 80 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van erfbebouwing niet meer dan 50% van de oppervlakte van het aansluitend aan de woning gelegen erf bedraagt. 5.3.3

Ten behoeve van de afstand tot de zijdelingse perceelgrens

a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub b ten behoeve van een kortere afstand tot de perceelsgrens, dan wel te bouwen op de perceelsgrens. 5.4

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het africhten of trainen van paarden of het uitoefenen van de paardensport in een paardenbak is niet toegestaan; b. een woning is bedoeld voor één huishouding; een kamerverhuurbedrijf is niet toegestaan; c. het in gebruik nemen (van een deel) van het hoofdgebouw of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg is niet toegestaan; d. de vloeroppervlakte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep dan wel bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 33% van de maximaal toegestane bebouwing met een maximum van 50 m² tenzij anders is aangegeven middels de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte aan-huis-verbonden beroepen en bedrijfsmatige activiteiten'; in het kader van deze activiteiten is geen horeca en detailhandel toegestaan. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Ten behoeve van paardenbakken en het africhting of trainen van paarden of het uitoefenen van de paardensport in een paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4 sub a teneinde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te staan voor het africhten of trainen van paarden of het uitoefenen van de paardensport in een paardenbak, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van een paardenbak ten hoogste 800 m² bedraagt; b. de oppervlakte van het totale aansluitende, in eigendom zijnde, perceel ten minste 2.000 m² bedraagt; c. de paardenbak gesitueerd wordt achter de achtergevel van de woning of het verlengde hiervan; d. er per bouwperceel ten hoogste één paardenbak is toegestaan; e. de activiteit geen bedrijfsmatige activiteit betreft; f. het aantal paarden of pony's ten hoogste 5 bedraagt; g. de afstand van de paardenbak tot de woning op het eigen bouwperceel ten hoogste 50 m bedraagt; h. de afstand tussen een paardenbak en een woning van derden ten minste 50 m bedraagt, tenzij deze

14

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

i. j.

afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt, mits door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden; er geen lichtmasten gerealiseerd mogen worden; de bouwhoogte van omheiningen niet meer dan 1,5 m mag bedragen.

5.5.2

Ten behoeve van mantelzorg

a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in gebruik nemen (van een deel) van het hoofdgebouw of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg mits: 1. de mantelzorg noodzakelijk is en dat blijkt uit een medische of sociale indicatie. Indien er sprake is van een ouder-kindrelatie waarbij de ouder(s) 65 jaar of ouder is (zijn) is geen medische of sociale indicatie noodzakelijk; 2. het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken bereikbaar is en blijft voor hulpdiensten; 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 4. de oppervlakte welke wordt gebruikt voor mantelzorg niet meer bedraagt dan 80 m². a. Het bevoegd gezag kan de onder a bedoelde omgevingsvergunning intrekken na beëindiging van de mantelzorg. b. Na het intrekken van de omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder b, is degene aan wie de omgevingsvergunning was verleend of diens rechtsopvolger, en indien sprake was van afhankelijke woonruimte, verplicht de als dan strijdige situatie te zijner keuze hetzij in de vorige toestand te herstellen, hetzij met het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen.

Regels (ontwerp)

15

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Artikel 6 6.1

Waarde - archeologie 2

bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - archeologie 2’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Op de gronden met de bestemming ‘Waarde - archeologie 2’ mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 6.2.2

Uitzonderingen

In afwijking van het bepaalde onder artikel 6.2.1 zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 6.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien: a. het betreft: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd; c. een bouwwerk waarbij de bodemverstoring niet meer dan 100 m2 bedraagt. d. een bouwwerk dat tot 0,3 m diep kan worden gerealiseerd. e. bebouwing die nodig is voor archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 3 m. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijking

In afwijking van het bepaalde in artikel 6.2 mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 6.2.2, volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; b. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; c. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 6.3.2

Omgevingsvergunning

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 6.3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).

16

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

6.3.3

Advies

Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde - archeologie 2’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur, dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld; b. het ontgronden, baggeren, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van fundamenten dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld. 6.4.2

Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het in artikel 6.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; c. die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 100 m2; d. die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m2 maar waarbij de bodem niet dieper dan 0,3m beneden het maaiveld wordt geroerd; e. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; f. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: g. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; h. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; i. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 6.3.1 in acht is genomen 6.4.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

a. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 6.4.2, uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden;

Regels (ontwerp)

17

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. b. Het overleggen van een archeologisch rapport als bedoeld onder a is niet vereist indien de aanvraag betrekking heeft op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 6.4.2 sub b. c. Het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op grond waarvoor eerder een omgevingsvergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 6.3.1 en/of het bepaalde onder a. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. artikel 6.4.4 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 6.4.4

Voorschriften bij een omgevingsvergunning

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 6.4.5

Advies

Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

18

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

Artikel 7 7.1

Waarde - archeologie 5

bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - archeologie 5’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op de gronden met de bestemming ‘Waarde - archeologie 5’ mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 7.2.2

Uitzonderingen

In afwijking van het bepaalde onder artikel 7.2.1 zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 7.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien: a. het betreft: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd; c. een bouwwerk waarbij de bodemverstoring niet meer dan 100.000 m2 bedraagt. d. een bouwwerk dat tot 0,3 m diep kan worden gerealiseerd. e. bebouwing die nodig is voor archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 3 m. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Afwijking

In afwijking van het bepaalde in artikel 7.2 mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 7.2.2, volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; b. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; c. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 7.3.2

Omgevingsvergunning

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 7.3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).

Regels (ontwerp)

19

bestemmingsplan Zogweteringlaan 10

7.3.3

Advies

Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1

Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde - archeologie 5’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur, dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld; b. het ontgronden, baggeren, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van fundamenten dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld. 7.4.2

Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het in artikel 7.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; c. die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 100.000 m2; d. die een oppervlakte beslaan van meer dan 100.000 m2 maar waarbij de bodem niet dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld wordt geroerd; e. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; f. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: g. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; h. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; i. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 6.3.1 in acht is genomen. 7.4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2466/documents/52983