2. Vast te stellen BP “Zuilense Vecht”.pdf
Tekst van het document
43
vormen van nieuwe en verbreden van bestaande sloten. De exacte uitwerking aanleg en inrichting van nieuwe watergangen, waterpartijen en bijbehorende voorzieningen wordt vastgelegd via het Voorlopig ontwerp Inrichtingsplan (VOIP). Daarbij kunnen door de werkelijke omstandigheden onderdelen afwijken van het IpvE/FO dat eerder is vastgesteld. In het VOIP wordt ook het toekomstig beheer vastgelegd en wordt ingegaan op bijvoorbeeld de inlaatplekken voor maaiboten.
Links: het water dat verdwijnt en rechts: het nieuwe water
Plas-dras zones Sportvelden en sportaccommodatie Het gebied ontwikkelt zich tot één samenhangend functionerend sportpark met daarin sterke en vitale en waar mogelijk onderling samenwerkende sportverenigingen. Een aantal deelvelden kan worden gebruikt door verschillende sportverenigingen van beide gemeenten, vanuit het principe dat Zuilense Vecht één samenhangend sportpark is. De sportverenigingen hebben een prominente plek in het gebied. Uitgangspunt is dat alle sportverenigingen een adres, hoofdentree en ontsluiting aan de Strip hebben. VV Maarssen en DWSM Voor VV Maarssen en DWSM wordt er één nieuw verenigingsgebouw gerealiseerd, centraal tussen de velden, zodat er vanuit de kantines een goed (over)zicht is op de verschillende verenigings-activiteiten. Het verenigingsgebouw heeft een tribune, zodat er een directe relatie is tussen de velden en de kantine. Bij het hoofdveld van VV Maarssen is ruimte voor een smalle tribune ter hoogte van de middellijn. Het verenigingsgebouw is bereikbaar vanaf de Strip, via een oprijlaan. Hierdoor komen VV Maarssen en DWSM direct aan de Strip te liggen, en kunnen de leden eenvoudig gebruik maken van de daar aanwezige sportieve en recreatieve faciliteiten. Bij het gebouw is er ruimte om te keren voor de hulpdiensten en de bevoorrading. Langs de oprijlaan, in de nabijheid van het verenigingsgebouw, is voldoende plaats voor fietsenrekken.
Achter het verenigingsgebouw lopen de bomen van de oprijlaan door, waardoor ze bijdragen aan de parksfeer en coulissen-werking van Zuilense Vecht. Deze ruimte kan worden gebruikt als uitloopgebied van het verenigingsgebouw, geschikt om warm te lopen voor een wedstrijd en als speelplek voor kinderen. Ook kan hier een voetpad naar de Sweserengseweg worden aangelegd. Er komen vier wedstrijdvelden en twee jeugdvelden: een half veld voor de jeugd onder 12 (jaar) en een kwart veld voor de jeugd onder 10 (jaar). Daarnaast wordt het trainingsveld achter de OVVO-hal verlengd tot een volledig voetbalveld. De velden langs de Zuilenselaan (de meest zuidelijke velden van VV Maarssen en DWSM) worden zo ver mogelijk richting Burgemeester Norbruislaan verschoven, om ruimte te maken voor de Strip en een goede oversteek met de Zuilenselaan. Hiervoor zal een deel van de bestaande sloot langs de Norbruislaan moeten worden verplaatst. Rond de velden komt 4 4 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
een sloot te liggen, bij de oprijlaan is een brug-duiker met toegangspoort gewenst. Door de sloot is het mogelijk om het terrein af te sluiten, zonder hekken om het terrein te hoeven plaatsen. Er is een sterke zichtrelatie tussen de Strip en de voetbalvelden, wat zowel positief is voor de Strip (sportief karakter en sociale controle) als voor de verenigingen (zichtbaarheid). Luck Raeck De tennisbanen van Luck Raeck, in Stichtse Vecht, zijn strategisch gepositioneerd aan de kop van de Strip. Hier is het van essentieel belang om een transparante afscherming te realiseren: voor het gevoel van ruimte in de Strip, voor de zichtbaarheid van de onderwijsvoorziening en voor de beleefbaarheid van sport in dit deel van de Strip. Het is de bedoeling om de tennisbanen die het dichtst bij het lint liggen een stukje in de richting van het verenigingsgebouw te verschuiven om het zicht op de onderwijsvoorziening te maximaliseren en om de entree van de Strip van Zuilense Vecht voldoende ruimte te geven. Als het huidige gebouw wordt gehandhaafd, kan tussen de bestaande banen een nieuw entreepad worden gerealiseerd. De ruimte van de huidige entree (tussen de bestaande en de verschoven banen) kan ingericht worden als terrasruimte voor de tennisvereniging. Het verenigingsgebouw kan in de toekomst echter ook verplaatst worden naar een plek direct aansluitend op de Strip.
Het verenigingsgebouw krijgt hierdoor een sterke verbinding met de Strip. Als gekozen wordt voor een nieuw verenigingsgebouw, is het mogelijk om deze in samenhang met de onderwijsvoorziening vorm te geven en de directe omgeving aansluitend in te richten. In alle gevallen moet de kantine zichtbaar en bereikbaar zijn vanaf de Strip. Om samenhang te realiseren en het parkkarakter te versterken zijn er beeldkwaliteitregels gesteld aan alle nieuwe gebouwen. Ondanks de verschillende functies moeten de gebouwen samen een geheel gaan vormen. Dit geldt in elk geval voor de verenigingsgebouwen, horecavoorziening en de onderwijsvoorziening. Ook voor een nieuw verenigingsgebouw voor Luck Raeck zijn beeldkwaliteitsregels opgesteld (zie bijlage 1). Bij het realiseren van het verenigingsgebouw dienen deze in acht genomen te worden. Het verenigingsgebouw met maximaal twee bouwlagen mag een oppervlakte van 400m2 en een bouwhoogte van 9,5 meter krijgen. Daarnaast mag op het terrein van de tennisvereniging één extra bijgebouw voor opslag gerealiseerd worden. Wanneer het nieuwe verenigingsgebouw in gebruik wordt genomen dient het bestaande verenigingsgebouw gesloopt te zijn.
Toekomstige situering Clubgebouw (VOIP 2022) OVVO-hal De korfbalvereniging maakt gebruik van de hal en het naastgelegen kunstgrasveld. De kantine bevindt zich in de hal, aan de zijde van het kunstgrasveld. OVVO heeft aan de kantine een overdekt terras gerealiseerd. De watergang tussen de OVVO-hal en het korfbalveld kan worden gedempt, waardoor de ruimte tussen de kantine en het veld beter kan worden gebruikt. Een nieuwe bomenrij bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
45
draagt bij aan het parkkarakter van Zuilense Vecht. Aan de andere kant van de hal, richting Op Buuren, is extra bergruimte nodig voor gymonderwijs ten behoeve van de onderwijsvoorziening en om extra gebruikers van de sporthal aan te trekken. Daarnaast is er aan de zijde van het Amsterdam-Rijnkanaal een ruimtereservering gewenst voor mogelijke toekomstige uitbreidingen ten behoeve van toiletgroepen en was- en kleedruimten. In het bestemmingsplan is daarom aan drie zijden van de hal een ruimtereservering opgenomen. Ook wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met mogelijke kansen voor samenwerking tussen de OVVO-hal en de onderwijsvoorziening om efficiënt ruimtegebruik en een maximale bezetting te stimuleren.
Toekomstige situering en oriëntatie verenigingsgebouwen (IPvE) Onderwijsgebouw De onderwijsvoorziening bevat naast ruimte voor onderwijs ook ruimte voor kinderopvang, en krijgt een sportprofiel, wat betekent dat er binnen het geboden onderwijs extra aandacht is voor het stimuleren van beweging en sport door de leerlingen. Dit maakt de onderwijsvoorziening tot een complementaire functie ten opzichte van de sportvoorzieningen aan de Strip en in het gebied. In de provinciale structuurvisie is gepleit voor het creëren van zoveel mogelijk bebouwingsconcentratie binnen de bestaande wijken. Deze onderwijsvoorziening zal daarom goed zichtbaar en zo dicht mogelijk bij de bestaande woonwijk Op Buuren worden gesitueerd. De onderwijsvoorziening vormt een twee-eenheid met de naastgelegen OVVO-hal, wordt dan ook zorgvuldig gepositioneerd ten opzichte van zowel de OVVO-hal als de Strip. Daarnaast is er vanuit de tennisvereniging de intentie om te verkennen of het gezamenlijk gebruik van hun kantine met de onderwijsvoorziening mogelijk is. Dit versterkt de synergie tussen de functies sport en onderwijs.
4 6 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
Situering en oriëntatie onderwijsvoorziening (IPvE) Beeldkwaliteit gebouwen in het Sportief Park Binnen de beeldkwaliteitregels en eenduidige materialisering van Zuilense Vecht krijgen de verenigingsgebouwen een eigen uitstraling. Voor de uitstraling van de nieuwe bebouwing is gekozen voor een modern architectonisch ontwerp met veel transparantie. Een sterk karakter van de horizontale geleding en is opgebouwd uit veel glas en materialen met natuurlijke kleuren: baksteen en hout. De nieuwe bebouwing in het Sportieve Park van Stichtse Vecht krijgt een horizontale geleding. De daken zijn of lijken plat met een helling van 5 tot 15 graden. Overstekken zijn mogelijk, mits er sprake is van een brede lichtgekleurde daklijst, en van een goede verhouding tot de afmetingen van het gebouw. De volumes hebben een eenvoudige hoofdvorm. De nieuwe gebouwen moeten binnen een “familie passen, gebaseerd op het eerder genoemde karakter. Dit betekent een combinatie van hout, baksteen, beton en glas in natuurlijke (grijs / bruinrood-bruinzwarte) tinten. Afwijkende materialen zijn in overleg toegestaan, mits het ontwerp blijft passen binnen de familie (binnen dezelfde kleurstelling) en mits terughoudend toegepast (bijvoorbeeld terugliggende delen van corten, antraciet gepoedercoat staal, of antraciet paneelbekleding).
In het geval dat een begroeide gevel wordt voorgesteld, is er een vrijere, mogelijk financieel voordeligere materiaalkeuze voor de achterliggende bekleding denkbaar (bijvoorbeeld beton). Voor onopvallende delen, bijvoorbeeld de wand achter een groene gevel, is beton mogelijk. In Zuilense Vecht is het principe van diervriendelijk bouwen van toepassing, bijvoorbeeld neststenen voor gierzwaluwen of huismussen en het vrijlaten van ruimte in de spouwmuur voor dwergvleermuizen. Waar mogelijk worden circulaire bouwstoffen toegepast of hergebruikt. De gebouwen zijn, eveneens waar mogelijk, aangesloten op een van de warmtenetwerken van Zuilense Vecht. In verband met de duurzaamheidswens wordt geadviseerd om zonnepanelen op de daken te plaatsen, als dit kan in combinatie met een mos-/sedumdak om de hittestress te beperken en het waterbergend vermogen te vergroten. Anders wordt gekozen voor zwarte dakbedekking voor de inpassing van de panelen. De andere beeldkwaliteitregels die voor VV Maarssen/DWSM gelden: Afmetingen: Volume is maximaal 50 x 24 m x 9.5 m (l x b x h). Maximaal 2 bouwlagen inclusief tribune. bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
47
Minimaal 1 pad rond het gebouw van minimaal 3 meter breed. Afstand tot de velden is minimaal 3 meter, tenzij de tribune aan het veld grenst. Aan de zijde van de Strip is voldoende ruimte voor hulpdiensten en bevoorrading, minimaal 12 meter. Alle installaties en technische ruimtes zijn binnen het volume opgenomen. Oprit met minimaal 1 maar bij voorkeur 2 bomenrijen van minimaal 4 bomen lang. Vlakverdeling gevels en dak: Dak is plat of heeft een hellingshoek tussen de 5 en 15 graden. Een overstek is gewenst, richting de tribune is een grotere overstek noodzakelijk. Tribune richting de hoofdvelden is wenselijk over de hele gevellengte, met uitzondering van entrees en eventuele verblijfsruimtes. Entrees zijn herkenbaar, de hoofdentree bestaat overwegend uit glas. De hoofdentree moet georiënteerd zijn op de Strip. Er is eventueel een secundaire entree richting Norbruislaan. Kantines en verblijfsruimtes krijgen een representatieve gevel met minimaal 75 procent glas. Kantine(s) op de verdieping zijn gericht op hoofdvelden én trainingsvelden. Eventuele zonnepanelen en installaties zijn uit beeld door de terugliggende posities ervan. Onderwijsgebouw Voor het onderwijs complex (gebouw en omgeving) zijn er bepaalde criteria waaraan voldaan moet worden: Het gebouw dient zichtbaar te zijn vanuit de entree van de Strip (ook 's avonds).
Deze zichtbaarheid dient integraal in het ontwerp van het gebouw te worden opgenomen en niet kunstmatig door middel van bijvoorbeeld verlichting. De onderwijsvoorziening heeft een voorkeur voor een vrijstaand gebouw. De bouwhoogte is 2 lagen met het accent aan de Strip in verband met de zichtbaarheid tot 4 lagen (maximaal 12 m). Het accent is onderdeel van de architectuur van het gebouw De onderwijsvoorziening dient te worden gesitueerd in het zoekgebied . Maximale bouwoppervlakte (footprint exclusief buitenruimte) is 40 procent- 50 procent ten opzichte van het zoekgebied. De voorgevellijn ligt in het verlengde van de rooilijn van de OVVO-hal en mag incidenteel terugliggen: minimaal 30 procent tot maximaal 50 procent van de totale gevellengte van het onderwijsgebouw. Minimaal 50 procent van de totale voorgevellengte is transparant (doorzichtig materiaal, zodat er voldoende interactie is tussen het gebouw en de Strip). Het ligt op voldoende afstand (minimaal 10 meter; de verhouding tussen de minimale afstand en de bouwhoogte is 1 op 1) van de OVVOhal en vormt samen een eenheid. In verband met het onderhoud wordt er voldoende afstand (minimaal 3 meter) gehouden tussen het gebouw en de erfgrenzen. Maximale hoogte van de toegestane hekken is 1,2 meter. Er is ruimte voor een uitbreidingsmogelijkheid op de verdieping (niet op maaiveldniveau) en niet aan de kant van de Strip.
Dit deel mag niet hoger zijn dan de OVVO-hal. De lay-out van de plattegrond van het onderwijsgebouw inclusief de buitenruimte dient te worden afgestemd met de OVVO-hal en vormt er een integrale eenheid mee. Logistiek en bezonning zijn belangrijke factoren. Het onderwijsgebouw ligt aan de Strip maar is een onderdeel van het sportlint. Alle aansluitingen van en naar het onderwijsgebouw moeten deel uitmaken van de route van het sportpark. De afstand tot de speelvoorzieningen in het sportpark dient maximaal 5 minuten te zijn. Dit is in verband met de korte pauze van het onderwijsprogramma (een pauze vanaf 10 uur duurt 15 minuten / een lunchpauze duurt 30 minuten). Er moet een goede en veilige aansluiting worden gemaakt met de wijk Op Buuren (met KDV Belle), Oud-Zuilen en Maarsen (afstand tot de hoofdlocatie). Deze aansluiting moet zo worden gerealiseerd dat ze op natuurlijke wijze een onderdeel vormt van de route van de Strip als geheel. Op de kop van de tennisvelden dient er voldoende transparantie te zijn zodat een veilige situatie gewaarborgd blijft. Extra aandacht voor de veiligheid rondom waterpartijen: de buitenruimte rondom de waterpartijen dient integraal in het ontwerp te worden opgenomen, zodat ze op natuurlijke wijze een eenheid vormt met het lint.
Hekken zijn niet toegestaan waarmee hier rekening gehouden dient te worden met een positie van minimaal 3 meter uit de dakrand. Verenigingsgebouw Luck Raeck 4 8 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
Voor het nieuwe verenigingsgebouw voor Luck Raeck (gebouw en omgeving) zijn er bepaalde criteria waaraan voldaan moet worden: Locatie en afmetingen: Gebouw ligt binnen de contouren van de huidige baan 10 én binnen de rooilijnen van de OVVOhal en onderwijsvoorziening, zoals aangegeven op bovenstaande afbeeldingen. Binnen dit bouwvlak is de rooilijn van het gebouw vrij te bepalen. Footprint gebouw is maximaal 400 m2, volume is maximaal 9,5 m hoog t.o.v. maaiveld. Maximaal 2 bouwlagen, inclusief een eventuele in het gebouw geïntegreerde tribune. Alle installaties en technische ruimtes zijn binnen het volume opgenomen. Vloerpeil ligt maximaal 75 cm boven omliggend straatpeil. De oplossing van het hoogteverschil (tredes/hellingbaan) valt binnen het bouwvlak en is ruimtelijk geïntegreerd met/gekoppeld aan het gebouw en/of het terras. De oprit eindigt in de ruimte tussen het bouwvlak en de banen. De opstelplek voor de brandweer bevindt zich op de oprit en moet altijd vrij toegankelijk zijn. Bevoorrading mag nooit achteruit de Strip op steken. Mogelijkheden: keren op eigen terrein, kortstondig laden/lossen op de Strip of achteruit het tennispark opsteken. Uitstraling, entree en oriëntatie: Het gebouw voldoet aan de beeldkwaliteit nieuwe gebouwen Zuilense Vecht. Beoogd is een vriendelijke, eigentijdse en natuurlijke uitstraling.
Het gebouw stimuleert interactie tussen de Strip en de vereniging. Doel: sociale controle/sociale veiligheid voor de Strip én vereniging, een gevoel van levendigheid, en zichtbaarheid/beleving/herkenbaarheid van de sport en het verenigingsleven. De kop van het gebouw is aan 3 zijdes open en uitnodigend richting de Strip, bijvoorbeeld door een transparante gevel en/of positie van de hoofdentree. De overige delen van het gebouw zien er representatief en verzorgd uit. Ter plekke van de horeca (bar en zitgedeelte) en de overige verblijfsruimtes (zoals overlegruimte/bestuurskamer) krijgt het gebouw een representatieve gevel waarbij veel glas wenselijk is, bij voorkeur minimaal 75%. Voor ruimtes waarbij een dichte gevel gewenst is (zoals kleed-, voorraad- en bergruimtes) geldt deze eis niet. Het gebouw staat in het Park, met een royale groene ruimte tussen gebouw en onderwijsvoorziening. Dak: Dak is plat of heeft een hellingshoek tussen de 5 en 15 graden. Een overstek is gewenst, richting een evt. tribune is een grotere overstek gewenst. Installaties zijn uit beeld door terugliggende positie en/of daklijst. Zonnepanelen zijn uit beeld óf visueel afgestemd op / geïntegreerd in het dakvlak (hellingshoek zonnepanelen gelijk aan dakvlak en donkere of beplante dakbedekking).
Overig: Opstallen en bijgebouwen zijn niet toegestaan, uitgezonderd één opslagruimte tussen banen en groensingel voor grote/zware materialen die vanuit het gebruik gekoppeld zijn aan de tennisbanen (blaashal/gravel). De opslagruimte ziet er verzorgd uit en past qua kleur en materiaal bij het gebouw óf bij de objecten in het park (vergrijzend hout/ral 7016/lage haag). Wellicht moet het ondergrondse persriool omgelegd worden. De afvalinzameling/containerstalling wordt inpandig opgenomen in het gebouw. In de opslagruimte is ook toegestaan, mits dit van buitenaf niet zichtbaar is. Fietsparkeren vindt plaats op eigen terrein, niet in het park. 4.1.3
Wonen
Door een compactere opzet van de sportvelden ontstaat er ruimte om, aansluitend aan de bestaande bebouwing, om binnen de gemeente Stichtse Vecht maximaal 150 nieuwe woningen toe te voegen. De nieuwbouw moet zorgvuldig aansluiten op de bestaande omgeving door een nauwkeurige inpassing van bestaand groen, aansluitende bouwhoogte en een passende identiteit. De nieuwe woningen maken de aansluiting tussen de bestaande woongebieden en het Sportief Park. Naar de sportvelden toe heeft de woonbebouwing een representatieve en openbare zijde, zodat er maximaal contact ontstaat tussen wonen en sporten. Dit moet bijdragen aan meer zicht op het park.
bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
49
De Indicatieve verkaveling van de verschillende bouwblokken (SPvE)
De nieuwe woonblokken zijn verdeeld in twee thema's; de dorps- en sportrand. De dorpsrand grenst direct aan Op Buuren. Sportrand grenst aan het sportdeel. De verkaveling van het nieuwe woonblok is vergelijkbaar met die van de naastliggende woonwijk Op Buuren. De nieuwe bouwblokken hebben een dorps karakter. Door de verschillende volumes te verbinden middels een in samenhang met de architectuur ontworpen tuinmuur en/of poortwoningen, kan het geheel van rijwoningen en appartementenvolumes op het maaiveld als een 'gesloten' bouwblok worden ervaren. Een dorps karakter betekent een informeel en wisselend straatbeeld. Dit wordt onder andere verkregen door een wisselende rooilijn en beukmaat en een kleine korrelgrootte. Dit zijn karakteristieke uitgangspunten die ook in Op Buuren zijn toegepast. Daarnaast draagt een verspringende rooilijn bij aan de gewenste ruimtewerking van versmallingen en verbredingen, kenmerkend voor een karakteristiek Vechts Dorp. De bouwblokken zijn alzijdig georiënteerd. De bouwhoogte van het nieuwe woonblok is vergelijkbaar met die van Op Buuren. De gemiddelde bouwhoogte is 2-3 lagen plus een kap met een accent op de hoeken van 3,5-4,5 lagen plus een kap. Aan de kant van de Sweserengseweg bevindt zich het hoogste accent omdat deze zijde de meest stedelijke zijde is. Het meeste verkeer vanuit de snelweg komt vanuit deze kant.
Deze zijde mag dus een stedelijke en representatieve uitstraling hebben. Dorpsrand De dorpsrand is gesitueerd aan de Sportparkweg. Dus moet deze rand op de Sportparkweg worden georiënteerd. Dit betekent dat de voordeuren van de woningen aan de Sportparkweg gesitueerd moeten zijn. Het dorpse karakter van dit woonblokdeel moet hier goed tot zijn recht komen. Dit geldt ook voor dezelfde sportrand die aan de sportvelden gesitueerd dient te zijn. De blokken aan de Strip dienen op de Strip te worden georiënteerd. Aan de Sweserengseweg bevindt zich een waterpartij waar het woonblok op georiënteerd dient te worden. De woningen van de dorpsrand zijn in rijen ondergebracht, maar worden ontworpen als losse panden. De bouwblokken ogen als een karakteristiek Vechtdorp door hun gevarieerde rooilijn, een gelijkmatige gevelindeling met historische details en een grote variatie in daken. De kenmerken voor een karakteristiek Vechtdorp, waaraan in dit document voor Zuilense Vecht wordt gerefereerd, zijn afkomstig uit het originele beeldkwaliteitsplan voor Op Buuren: “De Bocht van Maarssen”. In de Dorpsrand komen hoofdzakelijk historische rijwoningen en herenhuizen met een kap. Platte daken zijn hier toegestaan mits de architectuur aansluit bij de rest van de blokken. Bij platte daken moet 5 0 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
het dak met intensieve vegetatie/sedum/zonnepanelen worden bedekt. Variaties op de standaard rijwoning, zoals iets hogere accentwoningen, knikwoningen (bij een draaiing in het blok) en poortwoningen (ter plaatse van de entree naar een parkeerhof) zijn mogelijk, mits de architectuur aansluit bij de resterende rijwoningen. Op de hoek tussen de Strip en de Sportparkweg is een appartementenvolume met extra hoogte gewenst als markering van de entree van de Strip.
Referentie dorpsrand Sportrand De sportrand is een zone die grenst aan de sportvelden. Hier is ruimte voor voornamere woningen met een iets hogere bouwhoogte. Daarnaast leent deze zone zich goed voor een bijzondere woningtypologie (zoals herenhuizen of dekwoningen), die profiteert van het weidse uitzicht. Hier geldt, net als bij de dorpsrand, dat de woonblokken geen platte daken hebben maar een kap. Platte daken zijn hier toegestaan mits de architectuur aansluit bij de rest van de blokken. Bij platte daken moet het dak met intensieve vegetatie/sedum/zonnepanelen worden bedekt. Eventueel is het mogelijk om op de hoeken een kleinschalig en dorps appartementenvolume met beperkte extra hoogte te maken. Daarbij mogen geen twee appartementenvolumes tegenover elkaar worden geplaatst. De Sportrand kan om de hoek worden doorgezet, als formele begeleiding van de Sweserengseweg. Er is gekozen voor een variërend gevelbeeld, waarbij de verschillende panden als afzonderlijke eenheden herkenbaar blijven door middel van een verscheidenheid aan materialen en kleurgebruik. Wel is het belangrijk om voor de totaalcompositie te streven naar een bepaalde mate van eenheid. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de 'Vechtse streepjescode' uit het beeldkwaliteitplan “De Bocht van Maarssen”.
Door het toepassen van verschillende kozijnmaten, steennegges en omlijstingen kan een interessant spel van licht en schaduw ontstaan en krijgt de gevel reliëf.
bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
51
Referentie sportrand
4.2
Verkeer en openbare ruimte
4.2.1
Bereikbaarheid
Auto De gemeente Stichtse Vecht heeft te maken met twee stroomwegen, de A2 en de Zuilense Ring. Op wegen met deze categorie- aanduiding staat de verkeersafwikkeling voorop. Tegengestelde verkeersrichtingen zijn gescheiden. Het meeste stroomverkeer vanuit het noorden van het plangebied komt vanuit de Zuilense Ring. Deze weg fungeert als noordelijke randweg van Utrecht en voorziet in de aansluiting op het autosnelwegennet A2 en A27. Naast de Zuilense Ring zijn er verschillende gebiedsontsluitingswegen (50 km/uur). Deze wegcategorie houdt in dat uitwisseling van verkeersstromen uit verschillende richtingen en wegen mogelijk is. Tussen kruispunten is de stroomfunctie van belang. Het verkeer dient zich zoveel mogelijk op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen af te wikkelen. De Sweserengseweg, die overgaat naar de Burgemeester Noorbruislaan, fungeert voor het plangebied als belangrijke gebiedsontsluitingsweg tussen Utrecht, Zuilense Ring en Maarssen-dorp. De bestaande woonwijk Op Buuren die tegenover het plangebied ligt, is ontsloten via de Sportparkweg en daarna op de Sweserengseweg. Het plangebied zal ook via de Sportparkweg worden ontsloten. De nieuwe woningen in de gemeente Stichtse Vecht krijgen een nieuwe ontsluiting op de Sportparkweg. Vanuit deze centrale toegang kunnen de diverse parkeerhoven bereikt worden.
In geval van calamiteiten kan gebruik gemaakt worden van een noodontsluiting via het fietspad en de Strip. Voor de Sportparkweg is een nieuw inrichtingsvoorstel opgesteld. In dit voorstel blijft de weg een 50 km/uur weg, maar wordt de Sportparkweg uitgevoerd met gescheiden rijstroken en grotendeels in klinkerbestrating (indien de grenswaarden voor geluid dit toelaten). Ter hoogte van de aansluiting met de Strip komt er een veilige oversteek (met zebrapad) waar fietsers en voetgangers in etappes de weg kunnen oversteken. De sportieve Strip is autovrij met uitzondering van zeer beperkt bestemmingsverkeer (mindervaliden, bevoorrading) naar de verenigingsgebouwen en uiteraard voor hulpdiensten. Dit verkeer is hier 'te gast'. Het reguliere gemotoriseerd verkeer is aan de randen van het gebied geconcentreerd. De parkeerterreinen worden via een inritconstructie ontsloten op de genoemde 50 km/uur wegen rondom het plangebied. Aan de Amsterdamsestraatweg, ter hoogte van het korfbalveld, wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd. Hiermee wordt het parkeeraanbod evenwichtiger verdeeld ten opzichte van de sportaccommodaties en wordt het parkeerterrein aan de Sportparkweg ontlast.
Openbaar Vervoer Zowel aan de Amsterdamsestraatweg als aan de Burgemeester Norbruislaan/Sweserengseweg bevinden zich op loopafstand van het plangebied (200-300 meter) diverse bushaltes met frequente 5 2 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
buslijnen. Fiets en voetganger De straat tussen de twee gesloten bouwblokken tot en met de parkeerhoven is autoluw. De fietsers en voetgangers zijn leidend en de rest is te gast. Hierdoor wordt de langzaam verkeerroute vanuit het Sportpark beter doorgezet naar Op Buuren via het nieuwe woonveld. Appartementen hebben inpandige fietsstallingen op de begane grond voor de bewoners. Voor de rijwoningen zijn er fietsstallingen deels in de hoven en de rest in de buitenruimte gereserveerd in de autoluwe straat. De fietsenstalling in de buitenruimte maakt onderdeel uit van het buitenruimte inrichtingsplan als geheel en vormt geen obstakel. Inpandige fietsstallingen zijn makkelijk toegankelijk vanuit de hoofdentrees van het gebouw. Er is een fietsverbinding langs de Sportparkweg bij de woonwijk Op Buuren. Deze maakt deel uit van het hoofdfietsroute netwerk, dat aansluit op de bestaande fietspaden langs de Straatweg en op het fietspad langs de Daalseweg. Dankzij de Strip, de informele oost-west fietsverbinding langs het plangebied is dit bestaande fietsnetwerk aangesloten op de recreatieve fietsroute. Zuilense Vecht heeft de potentie om een belangrijke schakel te worden in het netwerk van langzaam verkeersroutes. Het gebruik van duurzame, gezonde vervoerswijzen wordt gestimuleerd door aantrekkelijke en directe fiets- en looproutes van, naar en door het gebied.
De Strip loopt dwars door het plangebied en verbindt de woonvelden aan de oost- en westzijde van het Sportief Park. De Strip is primair bedoeld als verblijfsgebied en voor recreatief langzaam verkeer, niet als functionele doorgaande fietsroute. Voor doorgaand fietsverkeer zijn er snellere en directere routes langs de Amsterdamsestraatweg en de Burgemeester Norbruislaan. In de maatvoering en uitstraling van de Strip is een balans gezocht tussen gebruiksgemak voor de Strip enerzijds en het beperken van de snelheid, goede oversteekbaarheid en maximaliseren van het groen anderzijds. Voor fietsers zijn er daarnaast twee noord-zuidroutes door het plangebied: de Zuilenselaan en het fietspad in het verlengde van de oprijlaan naar sporthal Zuilen. Beide routes zijn zo gepositioneerd dat zij in de toekomst doorgetrokken kunnen worden richting respectievelijk Lage Weide (d.m.v. een fietsbrug) en De Vecht/Zuilense Bos. Voor voetgangers is er een fijnmazig netwerk met paden tussen de sportvelden die aantakken op de Strip. Vanuit de bestaande omgeving worden voetpaden doorgetrokken het plangebied in, zodat er een fijnmazige aanhechting met de omgeving ontstaat. De sportaccommodaties zijn toegankelijk voor mensen met een beperking, zodat ook zij kunnen sporten. 4.2.2
Parkeren
Autoparkeren woonvelden Het parkeren binnen het plan wordt getoetst aan het vigerende parkeerbeleid dat van toepassing is in de gemeente waarin het plandeel zich bevindt. Voor het hele plangebied Sport Park, is een parkeerbalans opgesteld. Deze parkeerbalans is sluitend, dat wil zeggen dat er op alle momenten van de dag voldoende parkeergelegenheid is voor de onderscheiden functies in het gebied. Voor de woonvelden in Stichtse Vecht is dat op het moment het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Stichtse Vecht 2013 (GVVP Stichtse Vecht 2013). In het plangebied worden maximaal 150 woningen gerealiseerd, verdeeld over twee woonvelden. Uitgangspunt is dat woningbouwplannen binnen het plangebied kunnen voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Bewoners parkeren vindt plaats uit het zicht, in de diverse parkeerhoven die direct te bereiken zijn via de ontsluitingsweg. Bezoekers kunnen parkeren in de parkeervakken die worden aangelegd op de stoep langs de Sportparkweg tussen/onder de bomen. Het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein gerealiseerd kan worden, maximaliseert het aantal woningen dat gerealiseerd kan worden. De toegepaste parkeernormen bij het opstellen van de parkeerbalans zijn conform het gemeentelijke beleid van de gemeente Stichtse Vecht.
Deze parkeernormen variëren van 1,6 – 1,9 (afhankelijk van de grootte en het type van de grootte en het type van de woning: hoe groter en duurder de woning, des te hoger de norm). De parkeernorm voor bezoekers is 0,3 (dit getal is onderdeel van de hiervoor genoemde parkeernormen). Volgens de parkeerbalans voor de woonvelden, op basis van 150 woningen, moeten er in totaal 239 aantal parkeerplaatsen aanwezig zijn voor bewoners en bezoekers (op maaiveld, half verdiept of ondergronds). Dubbelgebruik van de parkeerplaatsen op de hoek Sportparkweg-Amsterdamsestraatweg is hierin meegenomen (4 parkeerplaatsen). In totaal kunnen er 35 parkeerplaatsen op maaiveldniveau worden gerealiseerd voor bezoekers langs de Sportparkweg, de instekers bij de entree van de wijk en op de hoek Sportparkweg-Amsterdamsestraatweg. In de binnenterreinen op maaiveld kunnen er in totaal 192 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
53
parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de bewoners. In totaal zijn er 227 parkeerplaatsen (192+35) op maaiveld voor bewoners en bezoekers. Dit is de beschikbare ruimte op maaiveld voor het parkeren. Dit aantal is bepalend voor het aantal woningen dat gerealiseerd kan worden. Bij het realiseren van het maximale aantal woningen tot 150 zal dus aanvullend parkeerruimte in het plan moeten worden opgenomen of een aanpassing moeten plaatsvinden in het type woningen. Zo kan gedacht worden aan ondergrondse parkeerplaatsen in de binnenterreinen. Op die manier kunnen er 210 parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de bewoners en in totaal 245 parkeerplaatsen. Vanwege de optimalisatie van het ruimtegebruik, worden de ontwikkelende partijen uitgenodigd om te komen met innovatieve en duurzame parkeeroplossingen in het ontwerp. Zoals gezegd is de parkeernorm bepalend voor het aantal woningen dat gerealiseerd kan worden.
Parkeren in de binnenterrein op maaiveld (l) en parkeren in de binnenterreinen ondergronds (r) (SPvE 2022) Sportief Park Door haar solitaire ligging, ruime parkeergelegenheid en het ontbreken van directe autoverbindingen met omliggende buurten kan ook het sportpark beschouwd worden als een opzichzelfstaand parkeersysteem. Het sportpark beslaat zowel de gemeente Utrecht als de gemeente Stichtse Vecht. Afhankelijk van de ligging zijn op de verschillende functies (sport, onderwijs, recreatie, horeca) de parkeernormen van toepassing van de desbetreffende gemeente (zie bijlage 5 voor de parkeerbalans van het sportief park). Dit resulteert in een gezamenlijke parkeervraag van in totaal 458 parkeerplaatsen bij een parkeeraanbod van 717. Per saldo is er sprake van een fors overschot aan parkeerplaatsen, waarmee pieken, zoals bij toernooien of belangrijke wedstrijden, opgevangen kunnen worden. Dit biedt tevens ruimte om de noodzakelijke overloop vanuit de noordelijke woonvelden op te vangen. Lokaal treedt er een klein cijfermatig tekort op van 20 parkeerplaatsen op het parkeerterrein bij sporthal Zuilen. Dit betekent dat een klein aantal bezoekers, in theorie, niet kan parkeren op de voor hen dichtstbijzijnde parkeerlocatie. Zij moeten uitwijken naar de parkeerstrook aan de Burgemeester Norbruislaan, waar nog ruim voldoende lege plekken zijn.
Die ligt weliswaar iets verder weg, maar nog altijd binnen de acceptabele loopafstand van 250 meter.
5 4 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
Conclusie De parkeervraag en het parkeeraanbod van de woningen en voorzieningen in de gemeente Stichtse Vecht zijn met elkaar in evenwicht en leiden niet tot aanwijsbare parkeerhinder voor de bestaande omgeving. Hetzelfde geldt voor de parkeerbalans van het Sportief Park. Het aantal beschikbare parkeerplaatsen voor de onderwijs-, sport en recreatiefuncties in het Sportief Park blijft met circa 700 plekken ruim voldoende om in de maximale parkeervraag van circa 460 parkeerplaatsen te voldoen. 4.2.3
Verkeersgeneratie
Het is van belang dat de bestaande wegen de extra verkeersgeneratie die de nieuwe ontwikkelingen met zich meebrengen kunnen blijven afwikkelen. Om hier inzicht in te krijgen is het effect van de nieuwe planonderdelen doorgerekend met het verkeersmodel VRU3.4. Het VRU3.4 model is, net als ieder ander verkeersmodel, een schematische weergave van de werkelijkheid met een hoog abstractieniveau. De resultaten van de modelstudie (zie bijlage 4) vormen een, weliswaar onderbouwde, weergave van hoe het verkeer zich over het netwerk gaat verdelen, maar het blijft een schematisering van de werkelijkheid. Werkwijze Nadat het VRU-model is gecorrigeerd naar de huidige situatie en waar mogelijk is herijkt op basis van beschikbare verkeerstellingen, heeft een doorrekening plaatsgevonden van de autonome situatie 2030, zonder het plan Zuilense Vecht. Deze situatie geldt als de referentiesituatie waarmee de effecten van het plan vergeleken worden. Tot slot is het effect van het plan Zuilense Vecht op de veredeling van het verkeer over het netwerk berekend en inzichtelijk gemaakt. Om het effect van het plan Zuilense Vecht op de verkeersintensiteiten te bepalen is voor elk van de onderdelen uit het plan de verkeersgeneratie bepaald. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW-richtlijnen.
Hierbij is telkens de functie gekozen die het meeste verkeer genereert en die uitgaat van maximale benutting van de grenzen van het bestemmingsplan. Dat betekent voor het Utrechtse deel bijvoorbeeld 300 woningen. De uitkomsten zijn vervolgens toebedeeld aan voedingspunten in het VRU-verkeersmodel. In sommige gevallen was het nodig om nieuwe 'voedingspunten' te maken, omdat er sprake is van nieuwe wegen of aansluitingen of zijn er handmatige correcties verricht om het model in overeenstemming te brengen met het plan. Denk bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
55
hierbij aan het wijzigen van de toegangsweg naar het parkeerterrein bij sporthal Zuilen van de Burgemeester Norbruislaan naar de Amsterdamsestraatweg en de knip in het Theo Thijssenplein. Effect plan Zuilense Vecht Als gevolg van realisatie van het plan Zuilense Vecht, inclusief de verkeerskundige ingrepen nemen de verkeersintensiteiten op het netwerk eromheen logischerwijs toe. Ten opzichte van de autonome situatie 2030 zien we dat de verkeersintensiteiten in de Sportparkweg Noord (+16%), Sportparkweg Zuid (+25%) en in de Jan van Zutphenlaan (+70%) relatief het meest toenemen. Op de overige wegvakken nemen de verkeersintensiteiten circa 10% toe ten opzichte van de autonome situatie 2030, terwijl de intensiteiten op de Amsterdamsestraatweg modelmatig juist iets afnemen (-4%). De modelmatige toename van verkeer op de Sportparkweg is te verklaren door de woningbouw aldaar, plus de gewijzigde ontsluiting van het parkeerterrein bij Sporthal Zuilen van de Burgemeester Norbruislaan naar de Amsterdamsestraatweg. De aanzienlijke modelmatige verkeerstoename in de Jan van Zutphenlaan is het directe gevolg van de knip in het Theo Thijssenplein in combinatie met de manier waarop het verkeersmodel is opgebouwd. In het verkeersmodel wordt de Jan van Zutphenlaan een doodlopende straat waar de verkeersgeneratie van zo'n beetje de hele wijk aan opgehangen is.
In werkelijkheid ligt de situatie uiteraard anders, omdat de Jan van Zutphenlaan geen doodlopende straat wordt maar doorloopt in de Minister Talmastraat. Het afsluiten van het Theo Thijssenplein leidt modelmatig eveneens tot een toename van het verkeer door de Van Heesstraat. Het is echter niet zo dat al het verkeer dat nu rijdt via het Theo Thijssenplein ineens via de Van Heesstraat gaat rijden. Een deel van het verkeer zal voortaan via de noordzijde (Jan van Zutphenlaan) de buurt inrijden en een deel via de Van Heesstraat. Uit onze berekeningen blijkt dat de toename van verkeer door de Van Heesstraat 9% zal bedragen en dat het totaal aantal verkeer binnen de acceptabele grenswaarden blijft, net als op de overige wegen in de omgeving van het plan.
Herijking van het verkeersmodel op basis van feitelijke verkeerstellingen Conclusie Hoewel de verkeersintensiteiten op de wegen rondom het plan Zuilense Vecht modelmatig in relatieve zin fors toenemen, blijven de waarden in absolute zin onder de normen die voor dat type wegen worden gehanteerd. Vanuit verkeersoogpunt bestaan er voor de ontwikkeling geen belemmeringen.
5 6 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
4.2.4
Openbare ruimte en groen
Zuilense Vecht is openbaar gebied. Het maakt integraal onderdeel uit van het stedelijk weefsel en langzaam verkeer netwerk en heeft daardoor veel toegangen. Het openbare karakter is inherent aan de doelstelling van verbinden ontmoeten. Delen van Zuilense Vecht zijn wel afsluitbaar: de ruimte binnen de bouwblokken en de terreinen van een aantal sportverenigingen. Hierbij worden hekken zoveel mogelijk voorkomen. Het uitgangpunt voor de inrichting van de openbare ruimte is om zo min mogelijk verkeersruimte te maken en zo veel mogelijk verblijfsruimte. Straten zijn zodanig gedimensioneerd dat er wordt voldaan aan de minimale toegankelijkheidseisen voor hulpdiensten. Hierdoor blijft er binnen de straten ruimte voor royaal groen, met bij voorkeur grote (1e orde) bomen. In de openbare ruimtes worden ook wadi's aangelegd. De entree van de Strip aan de noorzijde ligt aan de Sportparkweg. Om hier ook daadwerkelijk het parkkarakter te laten beginnen, wordt de entree zo breed mogelijk gehouden. De entree bevindt zich tussen het eerste woonveld en de het opnieuw ingedeelde tennispark. De entree wordt duidelijk vergroend en staat direct in verbinding met de aanliggende functies. Daarnaast moet er ook een hoogwaardige en veilige verbinding gerealiseerd worden met de bestaande wijk. De entree is gepositioneerd direct tegenover de J. Reyneke van Stuwstraat in de wijk Op Buuren.
Vanuit de bestaande wijk worden voetpaden doorgetrokken de nieuwe wijk in. Hierdoor ontstaat een fijnmazige aanhechting op de omgeving. Behalve veiligheid is ook uitstraling belangrijk. Het is de bedoeling dat Zuilense Vecht zorgvuldig vormgegeven entreegebieden krijgt, niet alleen aan begin en eind van de Strip maar ook bij de entrees vanaf de Burgemeester Norbruislaan en de Amsterdamsestraatweg.
Entree de Strip (sportlief lint) Stichtse Vecht aan noordzijde Spelen vindt voornamelijk plaats in het parkgebied, langs de Strip. De voorkeur gaat uit naar speelaanleidingen in plaats van speeltoestellen. De waterspeelplek is hier een goed voorbeeld van. Een natuurlijke vormgeving heeft daarbij de voorkeur. Binnen de bouwvlek kunnen ook enkele speelplekken voorzien die gericht zijn op de allerjongste kinderen, mits daar ruimte voor is. Daarnaast wordt ook gekeken naar manieren om het gebruik van speelplekken te combineren. Omwonenden kunnen op die manier ook gebruik maken van speelvoorzieningen bij de onderwijsvoorziening of de sportverenigingen. De inzameling van restafval gaat via ondergrondse containers en deze worden bij de entree van de nieuwe woonblokken, zoveel mogelijk aan de nieuwe ontsluitingsweg, centraal gelegen in het plangebied. In het begin van deze straat staan vier ondergrondse afvalcontainers gepland, twee op iedere zijde van de straat. De loopafstand naar deze containers is minder dan 150 meter. De exacte uitwerking aanleg en inrichting van de openbare ruimte en het groen wordt vastgelegd via het Voorlopig ontwerp Inrichtingsplan (VOIP) en het Stedenbouwkundig plan (SP). Daarbij kunnen door de werkelijke omstandigheden onderdelen afwijken van het IpvE/FO en het SpvE dat eerder is vastgesteld.
In het VOIP wordt ook het toekomstig beheer vastgelegd en wordt ingegaan op bijvoorbeeld de inlaatplekken voor maaiboten.
bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
57
4.3
Conclusie
Met de herontwikkeling van het gebied wordt ruimte geboden aan de groeiende behoefte aan sporten, bewegen en recreëren, ook buiten verenigingsverband om. Ook draagt de herontwikkeling bij aan de ontmoetingsfunctie in het gebied. Het gebied wordt multifunctioneel ingericht met aandacht voor groen. Daarnaast sluit door de herontwikkeling het gebied beter aan op de bestaande omliggende buurten en worden er woningen aan het gebied toegevoegd, waarmee een bijdrage aan de woningbouwopgave wordt geleverd.
5 8 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1
Inleiding
In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.
5.2
Milieueffectrapportage
Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in lijst D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een m.e.r. moet worden opgesteld. Plangebied De in het plan opgenomen activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen. Het plan blijft onder deze drempelwaarde en overschrijdt deze niet. Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r.
moet echter ook in 'overige gevallen' bekeken worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling neemt de gemeente een besluit om voor het project wel of geen mer-procedure te volgen voor het project voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is de conclusie dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er daarom geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 9 mei 2023 besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 6. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 7. Conclusie De ontwikkeling veroorzaakt geen belangrijke nadelige milieugevolgen. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Kader Het nieuwe woongebied wordt omsloten door drukke wegen, zoals de Amsterdamsestraatweg, Burgmeester Norbruislaan en de Sportparkweg, en is gelegen aan het druk bevaren Amsterdam-Rijnkanaal. Zowel rondom als in het plangebied zijn diverse functies gelegen. Direct naast woningen komen bedrijven, centrumdoeleinden, sport- en recreatie en een school voor. Het gebied waarin het nieuwe woongebied is gelegen, kan worden bestempeld als een gemengd gebied. Rond het plangebied zijn verschillende milieubelastende activiteiten toegestaan. Plangebied In de gemeente Stichtse Vecht ligt een aantal bedrijfspercelen in de directe nabijheid. Onderstaande bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
59
kaart laat met een paarse kleur de betreffende locaties zien conform het bestemmingplan Oud Zuilen en Op Buuren e.o. (2016) en het bestemmingsplan Daalseweg 3-5, Oud Zuilen (2020). Het betreft de adressen Straatweg 2, Sportparkweg 2 en Amsterdamsestraatweg ongenummerd.
Geldend bestemmingsplan Oud Zuilen en Op Buuren e.o.
Conform het bestemmingsplan hebben al deze bedrijfslocaties maximaal milieucategorie 2. Bij milieucategorie 2 hoort een richtafstand van 30 meter voor het omgevingstype rustig gebied en een richtafstand van 10 meter voor het omgevingstype gemengd gebied. Voor de locatie de locatie Sportparkweg 1 (sportvelden met verlichting binnen het plangebied) geldt milieucategorie 3.1. Bij milieucategorie 3.1 hoort een aan te houden richtafstand van 50 meter voor het omgevingstype rustig gebied en een richtafstand van 30 meter voor het omgevingstype gemengd gebied. De impact van de sportvelden op de omgeving is nader onderzocht (zie hieronder). De bestemming van het huidige gronddepot Maarssen, gelegen aan de Amsterdamsestraatweg ongenummerd, zal na realisatie van het plangebied niet meer aanwezig zijn. Deze bedrijfslocatie is daarom niet meer relevant in de toetsing of er kan worden voldaan aan de richtafstanden. Het nieuwe woongebied wordt geprojecteerd buiten de milieucontouren van de sportvelden. Maatgevend hierbij is het aspect geluid. Direct naast de nieuwe woningen en onderwijs zijn sportvelden geprojecteerd. Zoals op de indicatieve verkaveling van de verschillende bouwblokken (zie paragraaf 4.1.3 wonen) is aangegeven worden de nieuwe woningen op een afstand van 30 meter van de sportvelden geprojecteerd.
Deze afstand biedt voldoende bescherming tegen geluid van de sportvelden bij de nieuwe woningen. Onderzoeken sportvelden Op de locatie de locatie Sportparkweg 1 is Tennisvereniging Luck Raeck gevestigd (sportvelden met verlichting binnen het plangebied). Daarvoor geldt milieucategorie 3.1. Bij milieucategorie 3.1 hoort een aan te houden richtafstand van 50 meter voor het omgevingstype rustig gebied en een richtafstand van 30 meter voor het omgevingstype gemengd gebied. Het nieuwe woongebied wordt geprojecteerd net buiten deze richtafstand. Het zoekgebied voor de onderwijsinstellingen ligt binnen de richtafstand van 30 meter. Maatgevend aspect hierbij is geluid. Daarnaast is licht een aandachtspunt. Vanwege de ligging van het tennispark ten opzichte van de nieuw te bouwen woningen en onderwijsinstellingen en omdat de indeling van het tennispark gewijzigd zal worden, 6 0 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
zijn aparte onderzoeken naar geluid en lichthinder verricht (bijlagen 8 en 9). Geluid Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd om het effect van die wijzigingen inzichtelijk te maken en om te bepalen of bij de nieuw te bouwen woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor het akoestisch onderzoek is de bedrijfssituatie van het tennispark inzichtelijk gemaakt en is een akoestisch rekenmodel opgesteld. Met behulp van dit rekenmodel is de geluidsbelasting voor zowel de bestaande als de nieuwe situatie berekend. Uit het onderzoek blijkt dat de gewijzigde indeling van het tennispark nauwelijks effect heeft op de geluidsbelasting bij de bestaande woningen. Bij de nieuw te bouwen woningen is sprake van een beperkte overschrijding van de toepasselijke richtwaarden. Er is weliswaar sprake van een overschrijding van de richtwaarde maar deze overschrijding is zodanig beperkt dat dit niet waarneembaar zal zijn. Conform stap 3 van de VNG publicatie kan het bevoegd gezag afwijken van de richtwaarde mits dit voldoende gemotiveerd wordt en cumulatie met ander geluidbronnen hierin meegewogen wordt. Met een geluidreducerende voorziening, in de vorm van een transparant scherm van 4 meter hoog langs de bestaande tennisbanen, kan voldaan worden aan de richtwaarden en kan gesproken worden over een acceptabel woon- en leefklimaat bij de nieuw te bouwen woningen.
Gezien de beperkte overschrijding van de richtwaarde, de hoge kosten en impact op de ruimtelijke kwaliteit van een dergelijk geluidscherm kan gesteld worden dat deze maatregelen niet kosteneffectief zijn. In de regels van het bestemmingsplan wordt in ieder geval de mogelijkheid opgenomen om een geluidswerende voorziening tot 4 meter te realiseren. Ter plaatse van het zoekgebied voor de onderwijsinstelling is sprake van een forse overschrijding van de grenswaarden. Voor die locatie zal een geluidreducerende voorziening op of nabij de onderwijsinstelling noodzakelijk zijn. Omdat locatie en omvang van het onderwijsgebouw nog niet bekend zijn kan die voorziening nog niet verder gedimensioneerd worden. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen. Licht De tennisvereniging Luck Raeck is momenteel bezig met het vervangen van de bestaande lichtinstallatie. Hiervoor is een lichtplan opgesteld. Ter voorbereiding op de realisatie van dit lichtplan is er een lichthinderonderzoek uitgevoerd door LI Sports (zie bijlage 9). Hierbij is onderzocht of het mogelijk is om de tennisbanen te verlichten zonder dat de nieuwe Richtlijnen voor Lichthinder 2021 van NsvV wordt overschreden (Oostenorp, 2022). Vooral de bestaande banen nummer 11 en 12 en het mogelijk verplaatsen van baan 10 zijn hierbij van belang.
Wanneer het lichtplan wordt gerealiseerd zal er in de toekomstige situatie sprake zijn van een overschrijding ter plaatse het bouwvlak voor het nieuw te realiseren onderwijsgebouw en de woning op de Amsterdamse Straatweg 2. Bij de nieuwe te realiseren woningen is geen sprake van een overschrijding. In het geval van de Amsterdamse Straatweg 2 gaat het om een bestaande situatie (banen 11 en 12) waar door het vervangen van de bestaande lichtinstallatie (2022) een forse verbetering ten opzichte van de oorspronkelijke situatie is gerealiseerd. Ten opzichte van het onderwijsgebouw geldt dat de lichtinstallatie voornamelijk op momenten gebruikt zal worden dat het gebouw niet of nauwelijks in gebruik is. Het eventueel verplaatsen van baan 10 kan een positief effect hebben ten opzichte van de huidige situatie omdat de afstand tot de tennisbaan wordt vergroot. Daardoor zal er feitelijk nauwelijks sprake zijn van een enige hinder. Ook voor wat betreft licht geldt dat verdere maatregelen om hinder verder te voorkomen, eerst de exacte locatie en omvang van het gebouw vastgelegd moeten worden. Voor de tennisvereniging is inmiddels al een aanvraag omgevingsvergunning vergund en uitgevoerd voor het vervangen van de bestaande lichtinstallatie op de bestaande banen. Conclusie Er zijn vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen om het bestemmingplan vast te stellen.
Wel dient tennisvereniging Luck Raeck het lichtplan uit te voeren, dit is via een planregel geborgd. De huidige en toekomstige omwonenden van het sportcomplex ondervinden geen lichthinder in de zin van de opgestelde grenswaarden door de NSVV bij uitvoering van het lichtplan.
5.4
Geluidhinder
Kader Geluid beïnvloedt de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Geluidhinder kan o.a. leiden tot slechte nachtrust en stress, maar onbewust ook tot een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. De belangrijkste geluidbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder stelt voorwaarden aan ontwikkelingen waarin nieuwe geluidsgevoelige objecten zijn opgenomen. De gemeente heeft als nadere invulling van deze voorwaarden in 2012 de Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder vastgesteld. bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
61
De mate van acceptatie van de hoeveelheid geluid is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidbelaste object – hiervoor kent de wet "geluidgevoelige bestemmingen" zoals woningen en scholen. De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan er een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48-63 dB, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A). Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. Onder bepaalde voorwaarden, die zijn vastgelegd in de Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder, kan door burgemeester en wethouders een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld.
De voorwaarden zijn: Iedere woning dient te beschikken over een geluidluwe gevel; Ten minste 30% van het vloeroppervlak van de gebruiksruimten, waaronder ten minste één slaapkamer, is gelegen is aan de geluidluwe zijde; Iedere woning beschikt over een geluidluwe buitenruimte. De wijze waarop een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte wordt bepaald is omschreven in de beleidsregel. Actieplan geluid De gemeente Stichtse Vecht valt onder de agglomeratie Utrecht, die in het kader van de Wet milieubeheer verplicht is om de vijf jaar te rapporteren over de geluidsituatie en naar aanleiding hiervan een actieplan op te stellen. Het geldende actieplan is opgesteld in 2018. In het plan stelt de gemeente dat door nieuwe ontwikkelingen geen nieuwe knelpunten mogen ontstaan. Daarom wordt bij plannen waarin nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd, rekening gehouden met de plandrempels die in dit het actieplan zijn benoemd. In het actieplan zijn de Amsterdamsestraatweg en de Sweserengseweg benoemd als 'doorgaande weg' c.q. 'wijkontsluitingsweg'. Hiervoor is een plandrempel opgenomen van 60 dB. Voor de overige wegen geldt een plandrempel van 65 dB. Hierbij is de aftrek volgens art. 110g Wgh niet van toepassing. Goede ruimtelijke ordening Volgens de Wet geluidhinder hebben wegen op een woonerf of wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geen geluidszone.
Deze hoeven daardoor wettelijk niet te worden getoetst. Toch kan de geluidsbelasting vanwege dergelijke wegen hoger zijn dan de voorkeurswaarde. Vanaf een intensiteit van 1.500 motorvoertuigen per etmaal bij asfaltverharding of 600 motorvoertuigen per etmaal bij klinkerbestrating kan de voorkeurswaarde al worden overschreden. Daarom moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening de bijdrage van deze wegen worden onderzocht. Plangebied Het bestemmingsplan voorziet in het realiseren van nieuwe geluidgevoelige objecten, namelijk woningen en een onderwijsgebouw. Het plangebied dat deel uitmaakt van de gemeente Stichtse Vecht ligt binnen de vanuit de Wet geluidhinder relevante geluidszones van de Amsterdamsestraatweg, Sweserengseweg, Sportparkweg, spoorlijn Utrecht-Amsterdam en het industrieterrein Lage Weide. Er zijn geen relevante 30 km/uur-wegen. In het kader van de beoogde ontwikkelingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om het plan te toetsen aan de wettelijke eisen van de Wet geluidhinder en het lokale geluidbeleid en om te beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit akoestisch onderzoek is toegevoegd in bijlage 10. Uit het geluidsonderzoek volgt dat vanwege meerdere bronnen de geluidbelastingen de betreffende voorkeursgrenswaarden overschrijden. Er wordt overal voldaan aan de maximale ontheffingswaarde voor iedere bron.
De gecumuleerde geluidbelasting van meerdere bronnen (indien van toepassing) wordt overal aanvaardbaar geacht. Voor dit plan dienen voor de Sweserengseweg en de Sportparkweg hogere waarden te worden verleend. Via een planregel is geborgd dat bij de uitwerking aan deze waarden wordt voldaan en dat ook de aanvullende randvoorwaarden zoals luwe gevels in acht worden genomen. Actieplan geluid De geluidbelasting ten gevolge van de Sportparkweg is ten hoogste 65 dB. De plandrempel wordt hier niet overschreden. Ten gevolge van de Amsterdamsestraatweg respectievelijk de 6 2 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)
Utrecht
Sweserengseweg is de geluidbelasting 57 dB, ook hier wordt de plandrempel niet overschreden. Conclusie Er zijn vanuit het aspect geluid bezien geen belemmeringen voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied. Voor dit plan wordt parallel aan de ruimtelijke procedure een hogere waarde procedure voor de hierboven genoemde geluidbronnen doorlopen.
5.5
Geur
Kader Bedrijven kunnen geurhinder veroorzaken. Voor specifieke bedrijven is in de Wet milieubeheer een richtwaarde aangegeven voor de hoeveelheid geur (uitgedrukt in geureenheden/m3) die acceptabel is in de omgeving van bedrijven. Deze geuruitstoot heeft ruimtelijke consequenties. Voor het bedrijventerrein Lage Weide geldt bestemmingsplan 'Lage Weide' (vastgesteld door de gemeenteraad op 29 november 2018). Om nieuwe onaanvaardbare hinder bij geurgevoelige objecten buiten het plangebied van bestemmingsplan 'Lage Weide' te voorkomen, heeft de gemeente Utrecht beleidsregels vastgesteld voor de beoordeling van de cumulatieve geurbelasting vanwege bedrijven op Lage Weide. Dit beleid is vastgelegd in de 'Beleidsregel geur bestemmingsplan Lage Weide 2018'. De beleidsregel gaat uit van een aanvaardbare cumulatieve geurbelasting bij geurgevoelige objecten buiten het plangebied die overeenkomt met maximaal H=-1 (lichte hinder) als 98 percentiel. Voorafgaand aan de vaststelling van het gemeentelijke geurbeleid is de cumulatieve geurbelasting van geurrelevante inrichtingen binnen het plangebied bepaald. Op basis hiervan is een geurcontour gemaakt. Deze geurcontour geeft de bestaande situatie weer ten tijde van het vaststellen van bestemmingsplan 'Lage Weide'.