CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Nota van beantwoording op reacties - ANONIEM.pdf

Raad 1 november 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 15. 22:00: Bestemmingsplan Rondom De Vecht19.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van beantwoording Bestemmingsplan Rondom de Vecht Reparatie

Datum besluit college: 20 september 20022 Datum besluit gemeenteraad: 1 november 2022

Opdrachtgever: Gemeente Stichtse Vecht

1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 2 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Doel van deze nota ............................................................................................................................................................................................................ 3 1.2 Leeswijzer .......................................................................................................................................................................................................................... 3 1.3 Reacties naar aanleiding van de uitspraak Afdeling ......................................................................................................................................................... 3 2 Nota beantwoording tussenronde .............................................................................................. 4 Opmerkingen en aanvullingen op het eerste concept......................................................................

4 2.1 Opmerkingen en aanvullingen 1 ........................................................................................................................................................................................ 4 Opmerkingen en aanvullingen op het tweede concept .................................................................. 11 2.2 Opmerkingen en aanvullingen 2 ...................................................................................................................................................................................... 11 2.3 Opmerkingen en aanvullingen 3 ...................................................................................................................................................................................... 13 2.4 Opmerkingen en aanvullingen 4 ...................................................................................................................................................................................... 14 2.5 Opmerkingen en aanvullingen 5 ......................................................................................................................................................................................

16 2.6 Opmerkingen en aanvullingen 6 ...................................................................................................................................................................................... 19 2.7 Opmerkingen en aanvullingen 7 ...................................................................................................................................................................................... 23 1 Bijlagen ........................................................................................................................................ 24

2

1 Inleiding De gemeenteraad van Stichtse Vecht heeft op 2 oktober 2018 het bestemmingsplan ‘Rondom de Vecht’ vastgesteld. Tegen het besluit is beroep ingesteld bij de Raad van State (Lees: ABRvS) Bij het opstellen van het verweer kwamen een aantal omissies in het vastgestelde bestemmingsplan aan het licht. Deze omissies zijn middels een wijzigingsbesluit van 19 november 2019 gerepareerd. Het vaststellingsbesluit en het wijzigingsbesluit hebben ter beoordeling bij de ABRvS voorgelegen. Voor een aantal plandelen heeft de ABRvS het vaststellingsbesluit vernietigd en de gemeenteraad opgedragen een nieuwe planregeling op te stellen. Met de voorliggende reparatie van het bestemmingsplan wordt voorzien in een passende juridische en planologische regeling voor de betreffende plandelen naar aanleiding van de uitspraak. Er zijn tussendoor nog andere stappen gezet, maar deze maken geen onderdeel uit van de voorliggende reparatie. 1.1 Doel van deze nota Omdat dit een herziening is naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling hoeft het voorliggende plan niet voor eenieder als ontwerp ter inzage te worden gelegd. Er is wel voor gekozen om voorafgaand aan de besluitvorming door de Raad een tussenronde in te bouwen.

In deze tussenronde zijn de belanghebbenden (in dit geval de personen die beroep hadden ingesteld bij de Raad van State) in de gelegenheid gesteld om de concepten te beoordelen en hun opmerkingen en aanvullingen mee te geven. 1.2 Leeswijzer Aan de adviseurs van Schulp Vruchtensappen bv is een 1e concept gestuurd. Hun opmerkingen zijn verwerkt zoals voorgesteld in beantwoording 2.1. Deze aanpassingen zijn doorgevoerd in het tweede concept. Dit 2e concept is naar alle belanghebbenden gestuurd. De opmerkingen van de belanghebbenden hebben er toe geleid dat een aantal aanpassingen die waren verwerkt in het 1e concept toch weer zijn teruggedraaid/ aangepast. In de voorliggende Nota zijn de opmerkingen en reacties samengevat (kolom 1) en voorzien van een reactie (kolom 2) waarbij wordt aangegeven wat met de opmerking is gedaan (zie kolom 3 actie). De Vechtplassen commissie heeft op verschillende onderdelen van het bestemmingsplan een beroep ingediend bij de Raad van State. Naar aanleiding van het concept zijn er twee reacties ontvangen. Over de concept reactie ten aanzien van Schulp Vruchtensappen bv is in een mondeling gesprek van gedachten gewisseld. Die reactie is daarna niet meer officieel ingediend. Deze concept-reactie is niet verwerkt in deze nota maar wel toegevoegd in de bijlagen (bijlage 1).

De reactie over de Weersloot is wel ingediend en verwerkt in “opmerkingen en aanvullingen 6”. De Provincie Utrecht had geen opmerkingen op het concept. De reactie hiervan is opgenomen in bijlage 2. Daarbij heeft één appellant geen inhoudelijke reactie gegeven op het concept in de reactie werd alleen verwezen naar het eerder ingediende beroepschrift bij de Raad van State. Deze is verder niet opgenomen in de voorliggende Nota van Beantwoording, omdat het beroepschrift betrekking heeft op het oude bestemmingsplan en niet op de voorliggende reparatie (bijlage 3). 1.3 Reacties naar aanleiding van de uitspraak Afdeling In een eerder stadium zijn er naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling brieven ontvangen van diverse belanghebbenden. Hierin geven zijn hun eigen reactie op de uitspraak van de Afdeling. Deze reacties zijn meegenomen in de overwegingen, maar maken geen onderdeel uit van deze nota.

3

2 Nota beantwoording tussenronde Opmerkingen en aanvullingen op het eerste concept 2.1 Opmerkingen en aanvullingen 1 (Adviseurs namens Schulpvruchtensappen bv m.b.t. Zandpad 76, Breukelen) Referentie Samenvatting nummer

2.1.1

In de plantoelichting wordt ingegaan op het advies over de ruimtelijke aanvaarbaarheid van een uitbreiding van 550 m2 versus 1.100 m2. Dit onderdeel kan geschrapt worden, aanvrager heeft namelijk besloten af te zien van het bouwplan voor een uitbreiding met 1.100 m2 en in te zetten op een uitbreiding van 550 m2.

Bijlage 4 Reactie De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan in haar motie aangegeven niet akkoord te gaan met de gevraagde 1.100 m2 en aangegeven dat zij nog eenmalig aan een uitbreiding van 550 m2 medewerking wenst te verlenen. U heeft zelf bij de Raad van State het bezwaar kenbaar gemaakt en gepleit voor de eerder gevraagde 1.100 m2. Omdat, volgens de uitspraak van de Raad van State, de gemeente niet goed heeft onderbouwd waarom zij de 1.100 m2 niet wenselijk acht is een onderzoek gedaan naar de ruimtelijke inpasbaarheid van een extra bouwwerk met een oppervlakte van 550 m2 versus een bouwwerk van 1.100 m2.

Actie concept 1 De toelichting wordt aangepast

Actie concept 2

Echter om verwarring te voorkomen is de toelichting aangepast op dit onderdeel. 2.1.2

In de plantoelichting wordt gesproken over het aantal vrachtauto’s. Dat betekent dat het aantal vrachtautobewegingen het dubbele is. In de planregels wordt gesproken over verkeersbewegingen.

Naar aanleiding van uw opmerking is opnieuw naar de toelichting en de regels gekeken en waar nodig de tekst aangepast en/of verduidelijkt en gewijzigd naar vrachtauto’s.

De planregels worden aangepast

2.1.3

In de plantoelichting wordt gesuggereerd dat de tellingen die zijn gedaan representatief zijn. Uiteraard fluctueert de verkeersgeneratie van week tot week en van jaar tot jaar. Rekening houdend met die

Deze tellingen zijn ons inziens voldoende representatief. Uw opmerking over de uitleg van de toelichting wordt overgenomen. In de toelichting wordt toegevoegd dat

De toelichting wordt aangepast 4

2.1.4

fluctuaties en de (theoretische) verkeersgeneratie van de bedrijfsuitbreiding kunnen dan de in de planregels vastgelegde vrachtwagenbewegingen gemotiveerd worden. Daaraan zou nog kunnen worden toegevoegd dat op deze wijze wordt voorkomen dat een toename van de productie gepaard kan gaan met een substantiële extra verkeersgeneratie.

door het vastleggen van het maximum aantal vrachtauto’s in de regels voorkomen kan worden dat een toename in de productie gepaard kan gaan met een toename in het verkeer ten behoeve van Schulp Vruchtensappen bv.

Ten onrechte wordt melding gemaakt van een uitbreiding van 550 m2 bvo. (bvo = bedrijfsvloer oppervlakte) De binnenplanse uitbreidingsregels maken een uitbreiding van 15% van de bestaande oppervlak van het bouwvlak mogelijk. Daarbij moet worden aangesloten. Dat kan ook omdat de maximale verkeersgeneratie in de planregels is vastgelegd,

Deze aanname is onjuist. Er is wel degelijk sprake van een uitbreiding van de bedrijfsbestemming op het perceel Zandpad 76. Het totaal is een uitbreiding van 550 m2 bvo.

Geen aanpassingen

Een gedeelte van het perceel waar de uitbreiding is geprojecteerd had in het vorige bestemmingsplan een agrarische bestemming. Dit gedeelte van het perceel heeft nu een andere bestemming gekregen, namelijk ‘Bedrijven’, met daarbij een uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van dit bedrijf. Aan de voorkant van het bestaande pand is de bedrijfsbestemming ook vergroot, omdat hier de verharding voor de verkeersbewegingen ligt en niet in overeenstemming is met de (toenmalige) agrarische bestemming. Hier ligt geen bouwvlak.

De berekening van de oppervlakte van de uitbreiding is berekend met behulp van de zogenaamde touwtjesmethode (de restjes bouwvlak rondom het huidige bedrijfsgebouw), de uitruil met de oude fustloods en de 15% extra-regeling. 5

De m2 van deze 15% binnenplanse ontheffing is een afwijkingsbevoegdheid van het college, die dus nu in een keer bij recht aan de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak wordt toegekend. 2.1.5

Er wordt een koppeling gelegd met het herstel van de historische laan. Die koppeling is nieuw en niet eerder met eigenaar besproken. Er ligt geen plan om te komen tot herstel van de laan. Er is wel een koppeling gelegd met de sloop van de oude loods.

Het herstel van de historische laan in samenhang met de sloop van de fustloods wordt losgelaten. Onterecht werd aangenomen dat hier in het verleden ook een (monumentale) eikenboom heeft gestaan. Doordat ter plaatse van de fustloods het perceel de bestemming ‘Bos’ heeft en de functie aanduiding ‘specifiecke vorm van waarde – natuur en landschap waardevolle houtopstand’ heeft zijn de waarden van de historische laan reeds beschermd. De koppeling wordt om deze reden aangepast en verwijderd.

De toelichting en de regels worden hierop aangepast.

2.1.6

De termijn die in de planregels gehanteerd worden zijn niet uniform; 1 jaar en ook 3 maanden.

Geen aanpassingen

2.1.7

Het voorstel om de definitie van begrip ‘natuurlijk groente- en/of vruchtensap’ aan te passen naar: ‘Onbewerkte groente- en/of vruchtensappen, niet uit concentraat, zonder toevoegingen met uitzondering van houdbaarheidsbehandeling en filtering’.

De termijnen zijn wel uniform. Het een heeft betrekking op het slopen (3 maanden) en het andere heeft betrekking op het realiseren (1 jaar). Akkoord, het begrip zal worden aangepast.

2.1.8

Bij de beschrijving van de bedrijven in de tabel wordt voorgesteld om bij Zandpad 76 Breukelen toe te voegen ‘Productie van natuurlijk groente- en/of vruchtensap’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – productie van natuurlijk groente- en/ of vruchtensap’

Dit is niet overgenomen.

Geen aanpassingen

2.1.9

Ten aanzien van de voorwaardelijke verplichting: Er is geen landschapsplan waar naar kan worden verwezen. Gronden buiten de bedrijfsbestemming hebben de agrarische bestemming en zijn benut voor inrichting van boomgaard. Fruitboomgaarden vormen immers de inpassing van het bedrijf.

De nadrukkelijke verwijzing naar het landschapsplan wordt geschrapt. Er blijft bij uitbreiding van de bebouwing ter plaatse nog wel een landschappelijke inpassing vereist. Dit op basis van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur.

De regels worden aangepast

Begrip wordt aangepast

Begrip wordt gewijzigd. Zie de beantwoording bij 2.2.3

6

We zijn het er over eens dat de fruitbomen een onderdeel van de inpassing van het bedrijf zijn, maar de fruitbomen zijn geen noodzakelijk onderdeel voor de productie van het bedrijf. Fruitbomen uit een fruitboomgaard mogen immers zonder een omgevingsvergunning gekapt worden. 2.1.10

Verzocht wordt om het woord ‘bvo’ te schrappen. In de planregels van voorgaande bestemmingsplannen is altijd gesproken over ‘vergroting van oppervlakte aan bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak’. Het introduceren van de term ‘bvo’ zorgt voor forse inperking. Hiermee is het realiseren van een verdiepingsvloer of kelder onmogelijk geworden. In de aangenomen motie van destijds wordt niet gesproken over ‘bvo’. Overigens bestaat de 550 m2 uit 300m2 uitbreiding en 250 m2 verkregen rechten. Het beperken van dit laatste aantal m2 kan planschade betekenen.

Het huidige bestemmingsplan spreekt van ‘oppervlakte van gebouwen’ en is dus niet bedoeld als vloeroppervlakte. Het door u aangeleverde verkeersonderzoek is ook uitgegaan van maximale uitbreiding van 550 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (lees bvo) Daarbij speelt de beantwoording bij 2.1.4 ook een rol. De uitbreiding van de m2 kan alleen plaatsvinden doordat de bestemming bedrijf is vergroot.

Geen aanpassingen

Op het moment van de tellingen was de invloed van corona minimaal. De tellingen vonden plaats in september 2022, omdat er op dat moment minimale restricties ter voorkoming van corona waren.

Geen aanpassingen

In de planregels worden absolute aantallen verkeersbewegingen opgenomen waarin de ondernemers zich de komende jaren verbind en aan zal houden. (Binnenplanse afwijkingsbevoegdheid 15% zit BVO niet in) 2.1.11

Het aantal verkeersbewegingen met vrachtauto’s zijn onjuiste aantallen opgenomen Allereerst graag spreken over: • 123 per week, in de periode van 1 december t/m 14 september; • 177 per week, in de periode van 15 september t/m 30 november. In het rapport van Dufec is opgenomen hoeveel vrachtwagenbewegingen van maandag t/m zondag zijn geregistreerd, voor de rustige periode bedraagt dit aantal 81 en voor de drukke periode bedraagt dit 135. Let op: tellingen hebben plaatsvinden in Corona jaar. Daarbij opgeteld de 6 verkeersbewegingen per dag,

Niet is aangetoond dat corona invloed heeft gehad op het aantal vrachtauto’s. Daarbij zijn onze aantallen gebaseerd op weekgemiddelden (waar ook de zaterdagen zijn meegenomen) Dit geeft een betrouwbaarder beeld, omdat dit over een lagere periode gemeten wordt.

7

zoals benoemd in de rapportage van Goudappel Cofeng, kom je tot bovenstaande aantallen verkeersbewegingen met vrachtauto’s. 2.1.12

In de toelichting staat in het stuk over de ruimtelijke aanvaardbaarheid het volgende opgenomen; - beperkte uitbreiding activiteiten buiten de loods (geen opslag buien e.d.)

Het blijft op de volgende manier opgenomen: opslag is buiten toegestaan op de delen van het perceel met een bedrijvenbestemming én gelegen achter de voorgevelrooilijn.

Geen aanpassingen

In het vigerende bestemmingsplan is inzake fenomeen opslag uitzondering gemaakt voor opslag / laden en lossen van fruitkisten, dit ook zo behouden, waarbij opslag van fruitkisten (achter de voorgevelrooilijn) op gronden met bedrijfsbestemming mag plaatsvinden. 2.1.13

In de ruimtelijke aanvaardbaarheid wordt soms 500 m2 en soms 550 m2 gebruikt dit is verwarrend. En waarom wordt dit rapport toegevoegd?

Dit advies is uitgebracht door een stedenbouwkundige en wij kunnen het advies niet aanpassen. Dit advies is opgesteld ter onderbouwing van de vraag of de uitbreiding ruimtelijke aanvaardbaar is. (Zie ook uitspraak ABRvS waar hier om wordt verzocht)

Geen aanpassingen

2.1.14

Consistent gebruik van dezelfde termen, ‘intensiteiten per etmaal’ dit zijn dus voertuigbewegingen. Wanneer gesproken wordt over hele vrachtwagens, zou het aantal vrachtwagenbewegingen verdubbeld zijn. In de planregels zijn ook verkeersbewegingen opgenomen.

Naar aanleiding van uw opmerking hebben wij opnieuw naar de tekst gekeken en waar nodig de tekst aangepast en/of verduidelijkt. Het rapport van Dufec kan niet aangepast worden.

De toelichting, en de regels worden aangepast

2.1.15

Besloten is het akoestisch onderzoek van TecMap niet bij te voegen. Het aspect ‘geluid’ zal worden ingebracht bij de aanvraag omgevingsvergunning ‘bouw’ / ‘milieu’ dat pas volgt na vaststelling BP. In de ruimtelijke onderbouwing is beschreven dat omwille van het kunnen aantonen van een goed woon- en leefklimaat ruimschoots kan worden voldaan aan de richtafstanden voor geluid en dat uitvoeren van akoestisch onderzoek niet direct noodzakelijk is.

Het akoestisch onderzoek zou een eerste onderbouwing van de akoestische gevolgen kunnen zijn. Een akoestisch rapport zal een van de voorwaarden zijn bij de beoordeling van een eventuele omgevingsvergunning. Dit is reeds opgenomen in de regels.

Geen aanpassingen

8

2.1.16

De huidige winkel graag positief bestemmen. Bij het vorige bestemmingsplan is in 2006/2008 door de gemeente de toezegging gedaan (hebben we zwart op wit) dat de bestemming dienstverlening een vergissing is en alsnog zal worden omgezet in detailhandel. De detailhandel is er al tientallen jaren geweest. Voortzetting was toegezegd. Wellicht is dit lastig omdat er ook niet uitgebreid gebruik van wordt gemaakt.

De detailhandelsmogelijkheden zijn, gelijk aan het eerdere bestemmingsplan, opgenomen in dit bestemmingsplan.

Geen aanpassingen

Op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Rondom de Vecht, 2006’ is inderdaad de aanduiding dv (dienstverlening) opgenomen en niet de bedoelde dh (detailhandel) aanduiding. Indien de dh-aanduiding was opgenomen dan was (zie artikel 11 lid 1 sub d.) het volgende toegestaan detailhandel van in het bedrijf voortgebrachte producten. In het nieuwe bestemmingsplan staat in art 4.4.1 lid b, sub 1 dat detailhandel mogelijk is indien het detailhandel betreft van goederen die ter plaatse worden vervaardigd of bewerkt. Deze mogelijkheden zijn hetzelfde en er zijn geen aanpassingen noodzakelijk.

9

2de concept 10

Opmerkingen en aanvullingen op het tweede concept 2.2 Opmerkingen en aanvullingen 2 (Reactie namens omwonenden m.b.t. Zandpad 76, Breukelen) Referentie Samenvatting nummer

Bijlage 5 Reactie

Actie

2.2.1

In de reactie op de concept reparatie wil men aan iedereen de volledige context geven om het voorgestelde reparatieplan en het handelen van Schulp vruchtensappen bv goed te kunnen doorgronden.

De brief met bijlagen is zo goed mogelijk samengevat. Belangstellenden worden voor de volledigheid naar de brief in onze bijlagen verwezen.

Brief als bijlage opgenomen

2.2.2

In afwijking van de opdracht van de Afdeling wil het college zonder deugdelijk, representatief en onafhankelijk onderzoek drie grote uitbreidingen aan Schulp vruchtensappen bv cadeau geven: (1) de illegale machinale productie van vruchtensappen wordt zomaar gelegaliseerd. Het geldende bestemmingplan staat zoals gezegd uitsluitend een ambachtelijke bedrijfsvoering toe om de kleinschaligheid te waarborgen. De feitelijke bedrijfsactiviteiten van Schulp vruchtensappen bv moeten objectief in kaart worden gebracht.

De productie van de sappen heeft al sinds het prille begin machinaal plaats gevonden. De kern van de ambachtelijke bedrijfsvoering van Schulp vruchtensappen bv is te verklaren doordat er gebruik wordt gemaakt van verse (bevroren) producten (geen sap concentraten) De ruimte waar de sappen daadwerkelijk worden geproduceerd is niet in omvang vergroot. Ook niet na de uitbreiding van het bedrijfsgebouw. Hiervoor is vergunning verleend in 2008. Na een eerder geschil waarin werd verzocht om handhaving blijkt dat de huidige bedrijfsvoering in overeenstemming is met de verleende vergunning. Zie namelijk de uitspraak ABRvS ECLI:NL:RVS:2019:3008. Waarin de gemeente werd verzocht om handhavend op te treden. De gemeente is hierbij in het gelijk gesteld door de ABRvS.

Geen aanpassingen

2.2.3

Schulp vruchtensappen bv mag ook groentesappen gaan produceren. Dit gebeurd nu feitelijk al illegaal. Dit is een nieuw product met een eigen productieproces. Dit met eigen eisen qua opslag, koeling en machines. En meer producten betekent meer vrachtverkeer.

Die aanname klopt niet. Zie ook de onderbouwing van Schulp vruchtensappen bv in bijlage 3.

De regels worden aangepast.

We zijn het echter met u eens dat de groentesappen niet tot een zelfstandig onderdeel mag leiden van het productieproces. Het persen van groenten mag wel als ondergeschikt onderdeel dienen van het proces. Hierom zal het begrip aangepast worden waarbij de

De begripsomschrijving in de regels wordt aangepast. Waarbij de term groente wordt verwijderd.

11

term groente wordt verwijderd, zodat hier geen aparte productielijn kan ontstaan. 2.2.4

Op het perceel wordt nog eens een extra bedrijfsuitbreiding van 550 m2 bruto vloeroppervlak toegestaan. Hierbij lijkt een illegaal bouwwerk (fustloods) als wisselgeld te worden ingezet.

De fustloods is al ouder dan het bestemmingsplan uit 2006. In het kader van het overgangsrecht (zie jurisprudentie) dient de futsloods dan ook positief bestemd te worden. Wij vinden dit zeer onwenselijk gezien de ligging van de fustloods in de historische bomenlaan. Dit is dan ook de reden dat gekozen is om de m2 van deze futsloods mee laten tellen voor de m2 van de uitbreiding en middels een voorwaardelijke verplichting vast te leggen dat de fustloods ook daadwerkelijk verwijderd wordt.

Geen aanpassingen

2.2.6

Er moet een representatief verkeersonderzoek worden uitgevoerd Geconstateerd is dat slechts in twee afzonderlijke weken (30 augustus t/m 5 september 2021 en 27 september t/m 3 oktober 2021) verkeerstellingen hebben plaatsgevonden. Dat is niet representatief voor een bedrijf dat jaarrond produceert en het fruit gedurende het hele jaar van heinde en ver met vrachtwagens laat aanvoeren.

Indien belanghebbenden de juistheid van een verkeersonderzoek betwisten dienen zij aannemelijk te maken dat de onderzoeksresultaten niet representatief zijn. Op basis van de reactie is dit niet gebleken.

Geen aanpassingen

Het onderzoek van Goudappel Coffeng, opgesteld in opdracht van Schulp vruchtensappen bv is in opdracht van de gemeente een second opinion uitgevoerd. Beide onderzoeken betroffen bureauonderzoeken op basis van aanwezige gegevens. Daarnaast heeft de gemeente voor de volledigheid ook nog een verkeersonderzoek op locatie uitgevoerd waarbij gekozen is voor een tweetal periodes. Enkel de stelling dat het verkeersonderzoek een momentopname betreft, betreft geen aanleiding voor het oordeel dat niet van de resultaten kan worden uitgegaan (uitspraak van de Afdeling van 10 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1799 en 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2623). In uw reactie wordt niet aannemelijk gemaakt waarom de onderzoeksresultaten niet representatief zijn. 12

2.2.7

Verdere uitbreiding is ongewenst ondanks aantoonbare schade aan de bermen van het Zandpad en de Vechtdijk, en toenemende verkeersonveiligheid als gevolg van het (zware) vrachtverkeer

De huidige bedrijfsvoering van het bedrijf wordt hier wederom ter discussie gesteld. Eerder is uitspraak gedaan dat de bedrijfsvoering legaal en daarmee passend. Om verdere uitbreiding van de vrachtverkeersbewegingen te voorkomen zijn de planregels aangepast. Immers is de uitbreiding (550 m2) is bedoeld voor efficiëntere en effectievere bedrijfsvoering waardoor er ook minder opslag elders hoeft plaats te vinden en er minder (onnodige) vrachtauto’s van en naar de locatie hoeven te rijden.

De regels worden aangepast

Op basis van de verkeersgegevens zijn de huidige aantallen/ situatie vastgelegd. De aantallen mogen ook na uitbreiding van de bebouwing niet worden overschreden. 2.3 Opmerkingen en aanvullingen 3 (reacties m.b.t. Straatweg 19, Maarssen) Referentie Samenvatting nummer

Bijlage 6 Reactie

Actie

2.3.1

In de toelichting is aangegeven dat de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ behouden blijft voor de locatie. Die zien wij echter niet op de verbeelding.

Op de buitenplaats zijn meerdere gebouwen aanwezig die aangewezen zijn als Rijksmonument. Bij het opstellen van het reparatieplan is gebleken dat dit gebouw in het bestemmingsplan (vastgesteld in 2018) ten onjuiste is aangeduid als Rijksmonument. Dit is dan ook op de verbeelding van de reparatie aangepast. Dit was echter nog niet verwerkt in de toelichting en zal dan ook worden aangepast. In de toelichting wordt bij het onderdeel II.B – Straatweg 19, Maarssen de tekst bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – monument’ verwijderd.

De toelichting wordt aangepast.

2.3.2

Het bouwvlak voor gedeelte dat tot de woning behoort is te klein weergegeven.

Naar aanleiding van deze opmerking is de locatie opnieuw beoordeeld en het bouwvlak zal worden opgerekt. Op de verbeelding wordt het bouwvlak

De verbeelding wordt aangepast.

13

aangepast waarbij het bouwvlak wordt vergroot, zodat hier een woning conform W3 mogelijk is. 2.3.3

Daarnaast wordt afgevraagd hoe het bijgebouw geborgd is? Die ligt nu ook buiten het bouwvlak, maar wel in de bestemming ‘Wonen - 3’.

2.4 Opmerkingen en aanvullingen 4 (reacties m.b.t. Zandpad 39, Breukelen) Referentie Samenvatting nummer

Door de vergroting van het bouwvlak voor de bestaande woning zal het bouwvlak voor het aangrenzende bijgebouw worden verkleind. Dit bijgebouw wordt bestemd als ‘Buitenplaats’, met de aanduiding bijgebouw Dit is conform de systematiek van het bestemmingsplan. Binnen deze bestemming wordt het gebruik van het bijgebouw ook geborgd. Op de verbeelding wordt het bouwvlak voor het aangrenzende (bestaande) bijgebouw verkleind en aangepast, zodat dit als een bijgebouw wordt gezien conform de regels zoals opgenomen in artikel 6.

De verbeelding wordt aangepast.

Bijlage 7 Reactie

Actie

2.4.1

De hoofdgebouwen hebben de bestemming W-3, dat wordt niet juist geacht en aan het college is eerder verzocht om de bestemming Buitenplaats (art. 6). Door de hoofdgebouwen de bestemming W-3 (art. 21) te geven wordt bestaand gebruik, in het bijzonder ook gebruik ten behoeve van dienstverlening niet positief bestemd.

In eerdere stukken heeft u aangegeven dat op het perceel ook een kantoor is gevestigd ten behoeve van het bedrijf KNSF. Dit is in het verleden ook zo geconstateerd. Dit perceel is daarbij bijvoorbeeld gelijk aan Straatweg 33 in Maarssen. Op basis hiervan hebben we besloten om de “aanduiding kantoor” toe te voegen aan het hoofdgebouw met de bestemming ‘Wonen-3’. Op deze wijze zijn de functies die gerelateerd zijn aan de kantoorfunctie en plaatsvinden binnen de bestemming Buitenplaats ook toegestaan.

De verbeelding aanpassen

2.4.2

Alle bestaande bebouwing op het perceel binnen de bestemming ‘Buitenplaats’ wordt op de huidige wijze niet positief bestemd. In de gewijzigde verbeelding is één extra bouwvlak opgenomen. Voor alle overige aanwezige bebouwing is geen bouwvlak opgenomen, wel vallen nog vier

In het voorliggend bestemmingsplan zijn de regels voor de buitenplaatsen in dit bestemmingsplan zo opgesteld dat: • In één oogopslag duidelijk is dat gronden tot een buitenplaats horen; • de cultuurhistorische waarden van bebouwing en gronden worden beschermd;

De inventarisatie zal als bijlage worden opgenomen

14

aanduidingen te onderscheiden, ‘ks’ (kas) en een aanduiding ‘zb’ (zwembad). Dat betreft geen toevoeging van bouwrechten, maar een gebruiksregeling. Terwijl anderzijds niet alle bebouwing is aangeduid. Men ziet ook niet in dat de bebouwing valt onder art. 6.2.2. ‘per woning 50 m2 bijbehorende bouwwerken, te vermeerderen met 18 m2 per wooneenheid’, het tweede onderdeel van de bebouwingsregeling.

een bepaalde flexibiliteit in gebruik en realisatiemogelijkheden van bebouwing is meegenomen; • een standaard oppervlakte m² bijbehorende bouwwerken per woning wordt toegestaan; • een binnenplanse ontheffing onder voorwaarden mogelijkheden biedt voor uitbreiding van bebouwing en; • vastleggen van grotere bestaande en niet monumentale bebouwing. Met de achterliggende gedachte dat per rijks monumentale buitenplaats de waarden zijn beschreven in het monumentenregister en ook door regels uit andere wetgeving dan het bestemmingsplan de waarden reeds zijn beschermd. •

Op grond van de regels, zoals opgenomen bij artikel 6.2.1. lid a is per woning (één per hoofdgebouw) 50 m² aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Hiervoor is geen bouwvlak opgenomen op de plankaart. Een bijbehorend bouwwerk mag gerealiseerd worden als uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Dit gebouw dient in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt te zijn aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. Omdat de inhoud van monumentale (hoofd)gebouwen in veel gevallen van een dusdanige omvang zijn en er meerdere woningen (onder voorwaarden) in gerealiseerd kunnen worden is de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken beperkt tot 18 m² extra per extra woning. In een hoofdgebouw met 2 woningen zou in totaal (50 + 18 =) 68 m² aan bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden. 15

Wanneer een bijbehorend bouwwerk reeds groter is dan 50 m² (gebouwd volgens vergunning) is deze met een bouwvlak op de verbeelding aangegeven. Mocht het bijbehorende bouwwerk een monumentale status hebben dan heeft deze reeds een bouwvlak. Op perceel van appellant is de bebouwing wel degelijk opgenomen binnen diverse bouwvlakken. En als er bebouwing niet is opgenomen in een bouwvlak valt dit onder mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in artikel 6.2.1. lid a. Voor alle bijgebouwen die binnen een bouwvlak vallen geldt dat de bestaande afmetingen zijn toegestaan, zoals blijkt uit de door u aangeleverde inventarisatie.

2.5 Opmerkingen en aanvullingen 5 (Reacties m.b.t. Zandpad 2 en Proosdijweg 1, Breukelen) Referentie Samenvatting nummer

2.5.1

In het reparatieplan is de lengtebeperking voor het afmeren van boten vergroot van 4,5 naar 7,5 meter. Aangegeven wordt dat in oude bestemmingsplan uit 2006 deze beperking niet aanwezig was. Ook in de overeenkomst zoals met het Plassenschap Loosdrecht e.o. is hiervoor geen bepaling opgenomen. Verzocht wordt om de lengtebeperking van 7,5 meter voor het afmeren van boten te verwijderen. Daarbij liggen hier boten tot circa 10 meter afgemeerd.

Bijlage 8 Reactie

Actie

In de ‘Verordening Plassenschap Loosdrecht’ is de Weersloot aangemerkt als ‘openbare wateren’ (kaart A). In dit gebied geldt een ligplaatsenverbod op alle openbare wateren, tenzij hier ontheffing is verleend door het bestuur. Op basis van de overeenkomst van de huurder met het Plassenschap kan gesteld worden dat dat hier is gebeurd. Zoals u ook aangeeft wordt er in de ontheffing geen lengte beperking opgelegd.

De regels worden aangepast. In de regels wordt artikel 18.3.3 onder a aangepast, zodat bij de aanlegplaatsen (permanent en tijdelijk) het bij recht is toegestaan om vaartuigen met een maximale lengte van maximaal 7 meter (tijdelijk of permanent) af te meren

In het vorige bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Rondom de Vecht’ was ook geen lengte beperking op genomen voor recreatievaartuigen. Boven deze beleidsregels gold en geldt de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht.

16

Het gebied van de Weersloot behoort niet tot het recreatiegebied van de Scheendijk waardoor voor het gebied van de Weersloot een zwaarder regime geldt. Op basis van de Interim Omgevingsverordening geldt aan de Weersloot een lengtebeperking van 7 meter voor het afmeren van recreatievaartuigen. In de naar u toegestuurde concept versie was 7,5 meter opgenomen, maar dit is niet in overeenstemming met het provinciale beleid van 7 meter. Er kan geen medewerking worden verleend voor een grotere lengte. Wij kunnen de maximale lengte niet verruimen. We hebben de regels aangepast conform de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht waardoor voor de Weersloot een lengtebeperking geldt van 7 meter voor de af te meren boten. 2.5.2

Verzocht wordt de overeenkomst van de eigenaar en het recreatieschap niet op te nemen in de bijlagen.

Naar aanleiding van uw verzoek en de reactie zoals aangegeven bij 2.2.1 zal de overeenkomst niet meer opgenomen worden in de bijlagen en zal ook niet in de regels naar worden verwezen. In de regels wordt artikel 18.3.3 onder a de tekst met betrekking tot de overeenkomst geschrapt. In de bijlagen wordt de overeenkomst verwijderd.

De bijlage en de regels worden aangepast.

2.5.3

Eigenaar heeft ernstige bezwaren dat het recht op afmeren komt te vervallen op het moment dat de huidige huurovereenkomst met Plassenschap Loosdrecht e.o. zal aflopen. Hierdoor zal men ernstige schade leiden. Een bestemmingsplan dient in overeenstemming te zijn met een ‘goede ruimtelijke ordening’ (artikel 3.1 lid 1 van de Wro). Dit vereiste brengt, in beginsel, met zich mee dat een bestaande legale situatie als zodanig in het bestemmingsplan moet worden opgenomen. Het afmeren van boten is een situatie die legaal is ontstaan, derhalve is een persoonsgebonden regeling en uitsterfconstructie niet correct.

Zoals u weet delen wij niet uw mening dat de huidige situatie waar er op grote delen langs uw perceel in de Weersloot permanent en/of tijdelijk wordt afgemeerd volledig legaal is ontstaan. We hebben een ruimtelijke afweging gemaakt waarbij uw belangen en de belangen van de gemeente zo goed mogelijk worden geregeld conform een goede ruimtelijke ordening. De uitsterfconstructie was een suggestie die de Raad van State in haar uitspraak had meegegeven als een mogelijke oplossing. Echter lezende de huurovereenkomst voor het gebruik van de Weersloot, welke met het Plassenschap Loosdrecht e.o. is afgesloten voor een periode van 30 jaar tot en met 2047 met de optie tot verlenging en

De regels worden aangepast.

17

overdraagbaarheid is de beoogde uitsterfconstructie zoals voorgesteld door de Raad van State hiermee in conflict. De regels in het bestemmingsplan worden hierop aangepast. In de regels wordt artikel 18.3.3 onder b de uitsterfconstructie aangepast waarbij het recht vervalt op het moment dat er geen huurovereenkomst meer aanwezig is en/ of het gebruik langer dan een jaar onderbroken is. 2.5.4

Van de laatste inventarisatie zijn geen gegevens ontvangen. In de regels wordt aangegeven dat de totale geïnventariseerde bebouwing 297,6 m2 bedraagt. Een gedeelte van deze bebouwing behoort echter niet tot ons eigendom. De gemeente komt uit op een totale bouwaanduiding van 230 m2. Uit onze eigen berekeningen kom ik uit op 239,6m2 op mijn/ons eigendom. Ten aanzien van ons beroep bij de Raad van State heeft de gemeente Stichtse Vecht aangegeven dat voor eventuele illegale bebouwing op locatie van de buren, dat invloed heeft op (vermindering van) het bebouwingsoppervlakte van de locatie van Bon, maar een handhavingsverzoek moet worden ingediend. Dit is juridisch gezien niet correct en betekent dat een plan in zoverre niet met de te betrachten zorgvuldigheid is voorbereid. De genoemde gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen met een oppervlakte van 297,6 m2 heeft niet alleen betrekking op ons eigendom, maar ook op een locatie van derden. Dat is verwarrend en niet juist. Derhalve dient zorgvuldig het aantal m2 geïnventariseerde bebouwing op de locatie wat in hun eigendom te worden aangegeven. Bebouwing van derden dient separaat aangegeven te worden.

De inventarisatie was als bijlage toegevoegd bij de toelichting en maakt straks ook onderdeel uit van het bestemmingsplan. U heeft dit punt eerder aangevoerd bij de Raad van State. In haar uitspraak heeft de Raad van State aangegeven dat er duidelijkheid moet komen over de legale en illegale bebouwing van uw perceel. Het middelste perceel, van derden, is daarom “los gekoppeld” van uw eigendommen. Dit krijgt haar eigen bestemming en aanduiding. De inventarisatie is voor de 1e bebouwing direct achter het perceel Zandpad 2 en de bebouwing bekend als ‘De Soete Inval’. Voor de inventarisatie is gebruik gemaakt van de lucht- en obliekfoto’s, informatie uit de Basis Administratie Gebouwen, eerder verleende vergunningen en de inventarisatie ter plaatse. Gekeken is naar wat is aan te merken als legale bebouwing en eventuele bijbehorende bouwwerken. (voormalige) overkappingen e.d. zijn niet meegerekend als gebouw.

De verbeelding, regels, bijlage en toelichting wordt aangepast. Op de verbeelding worden twee bouwvlakken opgenomen waar in totaal 165 m2 aan bebouwing mag worden gerealiseerd De overige zaken worden hierop aangepast in de regels, bijlage en toelichting. De verbeelding wordt voor het middelste perceel aangepasten krijgt een eigen aanduiding.

Hieruit komt voort een bouwvlak voor de: De Soete Inval a 65,3 m2 96,3 m2 1e bebouwing a

18

De bebouwing van het middelste perceel is geheel buiten beschouwing gelaten en heeft geen invloed op de berekening van de bovenstaande m2. 2.5.5

De voorwaardelijke verplichting voor Proosdijweg 1 dient aangepast te worden. Hierbij wordt een verwijzing gedaan naar 15.1 onder b (hieronder zoals het huidige bestemmingplan op ruimtelijke plannen is te vinden) De verwijzing naar 15.1 onder b moet 15.1 c zijn.

2.6 Opmerkingen en aanvullingen 6 (VPC over Zandpad 2 en Proosdijweg 1, Breukelen) Referentie Samenvatting Nummer

Dit klopt, de verwijzing naar de voorwaardelijke verplichting is onjuist en wordt aangepast. De voorwaardelijke verplichting regelt dat de voormalige recreatiewoning niet langer als woning mag worden gebruikt, als de bedrijfswoning op Proosdijweg 1 in gebruik is genomen.

De regels worden aangepast De verwijzing naar de voorwaardelijke verplichting wordt aangepast, in artikel 15.3.4 wordt de verwijzing naar 15.1 onder b aangepast naar 15.1 onder c

Bijlage 9 Reactie

Actie

2.6 1

Zowel in deze tekst als op verbeelding Uitsnede Zandpad 2 ontbreekt het beoogde toiletgebouw. Terwijl juist een toiletgebouw daar in de buurt van de sluis wenselijk is. Dit moet echt hersteld worden. Zie 2.2.4. Onderdeel II.E – Zandpad 2, Breukelen

De aanduiding (saw-t) voor het mogelijke toiletgebouw nabij de sluis maakt geen onderdeel uit van deze herziening. Echter voor de volledigheid had deze ook op de aangepaste verbeelding bij deze tussenronde zichtbaar moeten zijn. De aanduiding (saw-t) zal weer zichtbaar zijn op de verbeelding van de herziening ter hoogte van het bouwvlak voor ‘bebouwing 1’.

De verbeelding wordt aangepast. In de verbeelding zal de aanduiding voor het toiletgebouw zichtbaar worden aangegeven.

2.6.2

De ABRvS heeft bepaald dat de formulering van de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de recreatiewoning verbeterd moet worden. Wij zijn van mening dat het voorstel herziening daar onvoldoende aan tegemoet komt. Volgens ons zou het uitgangspunt moeten zijn zoals hetgeen in de Nota Zienswijzen 25 sept. 2018 is vastgelegd: “Daarbij geldt de voorwaarde dat de huidige recreatiewoning wordt verwijderd. Hiervoor in de plaats mag een bijgebouw worden gerealiseerd met

Sloop van de voormalige recreatiewoning heeft niet tot gevolg dat ook de bestemming wijzigt. Als de bestemming niet wijzigt blijven de mogelijkheden gelijk. In het bestemmingsplan is daarom in de verbeelding geen aanduiding meer opgenomen dat enige vorm van recreatieve of permanente bewoning mogelijk maakt. Het doel van de voorwaardelijke verplichting is dat het betreffende gebouw niet meer bewoond wordt en ook niet gebruikt wordt voor recreatief verblijf. Dat wordt op deze wijze naar onze mening geregeld.

Geen aanpassingen

19

een oppervlakte van maximaal 50 m2. Deze zal dienstdoen als bijgebouw bij de woning. Dit is de gebruikelijke oppervlakte voor bijgebouwen bij bedrijfswoningen.”

Het gebruik dient ten dienste te zijn van de camping als bijbehorend bouwwerk. Dit is reeds opgenomen in het moederplan.

M.a.w.: de gemeente moet eraan vasthouden dat de voormalige recreatiewoning wordt gesloopt. In de regels zou dan moeten worden vastgelegd dat: - het bouwvlak moet worden teruggebracht tot max. 50 m2 met de bestemming bijgebouw - de gemeente kan daar een bijgebouw van max 50 m2 toestaan - met dat bijgebouw is er op het terrein geen verdere ruimte voor vergunningvrije bouwwerken De voorgestelde regels voldoen daar niet aan; ons bezwaar tegen het voorgestelde in 15.3.4 is het volgende: In geval van a) dus wanneer het gebouw blijft staan is niet geregeld welke bestemming het heeft en wat er wel of niet kan. Bij voorbeeld horeca – dat kan niet de bedoeling zijn. In geval van b) dus wanneer het gebouw is gesloopt, ontstaat een bouwvlak, zonder maat en bestemming wat daar mag. Daar zou dus 50 m2 schuur kunnen. 2.6.3

De ABRvS heeft bepaald dat niet langer gebruik gemaakt kan worden van het overgangsrecht om datgene te bereiken wat de raad bij het vaststellen van het – behoudende - bestemmingsplan beoogde, nl. dat afmeren in het oostelijk deel van de Weersloot permanent verboden is en dat alleen in het recreatieseizoen in het binnenwater/ driehoeksland afgemeerd kan worden. Om dat doel alsnog te bereiken, heeft de ABRvS de gemeente de mogelijkheid geboden om aan het nieuw te maken plan een uitsterfregeling te koppelen.

Op basis van alle reactie is nogmaals gekeken naar alle stukken die er liggen. Hierbij zijn nu ook de afspraken die in het verleden zijn gemaakt met het Recreatieschap in ogenschouw genomen. Op basis van deze stukken wordt geconcludeerd dat er al jaren een impasse is wat wel en niet mag.

Geen aanpassingen. Voor de aanpassingen over dit onderwerp zie beantwoording bij 2.5.3.

Daarnaast heeft de eigenaar van het perceel een overeenkomst met het Recreatieschap. In de overeenkomst wordt onder andere aangegeven wat het eerdere gebruik was en op basis hiervan 20

De nu door de gemeente voorgestelde constructie, waarbij de uitsterfregeling aan de verhuurder wordt gekoppeld, zal leiden tot hetgeen de raad onwenselijk acht, nl. dat er tot in lengte van jaren permanent langs het oostelijk deel van de Weersloot zal worden afgemeerd. Wij delen de conclusie van de raad dat permanent afmeren van in het oostelijk deel ongewenst is. Wij bestrijden echter de conclusie van de gemeente dat dit doel niet met een uitsterfregeling kan worden bereikt. 2.6.4

Voorgesteld wordt om op een andere wijze de uitsterfregeling in te zetten. De persoonsgebonden uitsterfconstructie moet hiervoor gekoppeld worden aan de booteigenaren met een vaste ligplaats langs het oostelijke deel van de Weersloot.

overeengekomen dat de verhuur van aanlegmeerplaatsen voortgezet kan worden. Daarnaast is met de huurovereenkomst het gebruik van de Weersloot met het Plassenschap Loosdrecht e.o. afgesloten voor een periode van 30 jaar (tot en met 2047). met de optie tot verlenging en overdraagbaarheid is de beoogde uitsterfconstructie zoals voorgesteld door de Raad van State hiermee in conflict. En in conflict met de regels zoals voorgesteld in het contact. De regels in het bestemmingsplan zijn hierop aangepast. De booteigenaren huren deze plekken. De verhuurder is verantwoordelijk voor het doen en laten en niet de hurende partij. Daarbij zijn niet alle aanmeerplaatsen vaste ligplaatsen. De beoogde oplossing is dan ook niet uitvoerbaar.

Geen aanpassingen

Aan de hand van de nieuwe regels die zijn voorgesteld voor het gebruik van de Weersloot en de lengte beperking die is opgenomen zal een aantal vaartuigen qua lengte te groot zijn.

Geen aanpassingen

Zie ook de beantwoording hierboven 2.6.3.

Door de ABRvS is bepaald dat de gemeente bij het nieuw te nemen besluit zal moeten afwegen welke planregeling passend is voor de recreatievaartuigen en daarbij moet betrekken wat de Vechtplassencommissie heeft aangevoerd over de aanvaardbaarheid van het aanmeren van recreatievaartuigen in het oostelijke deel van de Weersloot, waaronder de verwijzing naar de ligging van het Natuurnetwerk Nederland. 2.6.5

De eigenaren hebben tijdens de zitting toegelicht dat er “weliswaar een aantal booteigenaren met een vaste ligplaats (is), maar er is en was ook sprake van wisselende bezetting van de ligplaatsen, bijvoorbeeld door klanten die één of enkele nachten de jachthaven of camping bezoeken.” Voor wat betreft de booteigenaren met een vaste ligplaats langs het oostelijke deel van de Weersloot is

21

het van belang vast te stellen dat de ABRvS erop wees dat: “Gebruik in strijd met een geldende bestemming of gebruik dat onder het overgangsrecht valt, doet namelijk op zichzelf geen gerechtvaardigde verwachtingen ontstaan over een toe te kennen bestemming.” Wij komen op grond van bovenstaande tot de conclusie dat een persoonsgebonden uitsterfconstructie voor de booteigenaren met een vaste ligplaats langs het oostelijke deel van de Weersloot voldoende rekening houdt met de belangen van de jachthaven en tegemoetkomt aan de opdracht van de ABRvS. Dit betekent dat wij niet instemmen met de herstelde Verbeelding en de regels voor Artikel 18 Water 2.6.6

De huidige Verbeelding (Op Ruimtelijke plannen) met functieaanduiding “specifieke vorm van water uitgesloten - permanent en tijdelijk aanleggen” voor de Weersloot en met “specifieke vorm van water - tijdelijk afmeren toegestaan” voor het ‘binnenwater’ behouden

We hebben u een analoge concept versie gestuurd. U verwijst naar een verbeelding op ruimtelijkeplannen.nl. Dit klopt niet. De verbeelding is aangepast waardoor er op een groter gebied mag worden afgemeerd.

Geen aanpassingen

2.6.7

In de nieuwe 18.1.h. wordt tegemoet gekomen aan de opdracht van de ABRvS om aan het niet-toestaan van tijdelijk en permanent afmeren een uitsterfconstructie te verbinden. E.e.a. is afhankelijk van de uitwerking van die uitsterfconstructie in artikel 18.3 met de formulering van de uitsterfconstructie gekoppeld aan de jachthaven kunnen wij niet instemmen. De persoonsgebonden uitsterfconstructie moet gekoppeld worden aan de booteigenaren met een vaste ligplaats in het oostelijk deel van de Weersloot, zoals die bestond op het moment de uitspraak van de ABRvS.

Na overleg met onder andere het Plassenschap en de reactie van de eigenaren/huurder is gebleken dat de huidige uitsterfconstructie onuitvoerbaar en niet handhaafbaar.

Regels worden aangepast

In de regels wordt artikel 18.3.3 onder b de uitsterfconstructie aangepast waarbij het recht vervalt op het moment dat er geen huurovereenkomst meer aanwezig is en/ of het gebruik langer dan een jaar onderbroken is.

22

2.6.8

Het tracé van het voormalige jaagpad, dat als zodanig in de wegenlegger is opgenomen, staat niet op de uitsnede Proosdijweg 1 van de Verbeelding. Dit moet hersteld worden.

2.7 Opmerkingen en aanvullingen 7 (Adviseur namens Schulpvruchtensappen bv m.b.t. Zandpad 76, Breukelen) Referentie Samenvatting nummer

2.7.1

Er wordt op gewezen dat door middel van extra bouwmogelijkheden die het reparatieplan biedt, invulling wordt gegeven aan de standaard binnenplanse afwijkbevoegdheid. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de toepassing van die afwijkmogelijkheid ten aanzien van het bedrijfsperceel van Schulp vruchtensappen bv expliciet wordt uitgesloten:

Het jaagpad valt buiten de aanpassingen ten behoeve van deze herziening. Het jaagpad is en blijft opgenomen zoals in het moederplan reeds is vastgelegd

Geen aanpassingen

Bijlage 10 Reactie

Actie

Het klopt dat met deze herziening bij Zandpad 76, Breukelen direct invulling wordt gegeven aan deze afwijkingsbevoegdheid. Om te voorkomen dat deze bevoegdheid nogmaals wordt gebruikt voor dit perceel is de door u genoemde uitzondering opgenomen in de regels. Dit zal in de toelichting worden verduidelijkt.

De toelichting wordt hierop aangepast

‘Burgemeester en wethouders kunnen, met uitzondering van de gronden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - productie van natuurlijk groente- en/of vruchtensap' op het adres Zandpad 76 te Breukelen, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 en toestaan dat de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen wordt vergroot, met dien verstande dat:’ De binnenplanse afwijkbevoegdheid is in de planregels (artikel 4.3.4 onder a) gekoppeld aan het ‘bouwvlak’ en niet aan de gebouwen. Men stelt voor in de plantoelichting expliciet vast te leggen dat door middel van de uitbreidingsmogelijkheden die het reparatieplan biedt bij recht invulling wordt gegeven aan die bevoegdheid.

23

2.7.2

Voor de bedrijfsvoering van Schulp Vruchtensappen bv is van belang dat de bedrijfsuitbreiding voor opslag van 550 m2 rechtstreeks mogelijk wordt gemaakt. In artikel 4.2 lid 5 van de planregels staat het volgende: ‘bij de aanvraag voor omgevingsvergunning uit onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor de functie en dat uit akoestisch onderzoek blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.’

2.7.3

2.7.4

Het bodemonderzoek is inmiddels beschikbaar en voegen wij bij deze mail. De regel over het aanleveren van het bodemonderzoek kan daarmee vervallen. Het is volgens vaste rechtspraak niet mogelijk om directe bouw- en gebruiksregels te koppelen aan een nader afwegingsmoment. Dat is wel wat er voor wat betreft het geluidsaspect gebeurt. Er moet bij de bouwaanvraag door middel van een akoestisch onderzoek aangetoond worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet, gelet op de Afdelingsrechtspraak, op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan voldoende vaststaan. Gelet op de afstand van de beoogde bedrijfsuitbreiding tot de dichtst bij gelegen woningen is niet aannemelijk dat er geluidoverlast optreedt (zie VNG-brochure). Bovendien is Schulp gebonden aan de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Daarmee is het uitvoeren van een nader akoestisch onderzoek niet nodig. Schulp stelt voor een beknopte overweging over het geluidaspect aan de plantoelichting toe te voegen en de hiervoor aangehaalde regel over het uitvoeren van een akoestisch onderzoek te schrappen. Wij constateren dat de plantoelichting en de daarbij behorende bijlagen niet op alle punten stroken met het verbindende deel van het bestemmingsplan (zie onder 2.). Dat kan in de toekomst tot discussie leiden. Wij

Het bouwvlak wordt vergroot, zodat er een uitbreiding kan worden gerealiseerd van 550 m2.

De toelichting en de regels worden hierop aangepast

De voorwaarden met betrekking tot het onderzoek naar de geschiktheid van de bodem wordt op basis van het aangeleverde bodemonderzoek verwijderd. Het bodemonderzoek wordt daarbij als bijlage opgenomen bij de toelichting.

U heeft inmiddels een door u aangeleverd akoestisch onderzoek aangetoond dat in de nieuwe situatie ruimschoots wordt voldaan aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit (artikel 2.17). De voorgenomen activiteiten resulteren niet in relevante aantasting van het woon- en leefklimaat ter hoogte van geluidgevoelige objecten. Een samenvatting van het rapport wordt in de toelichting van de reparatie opgenomen. De aangehaalde regel over het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wordt geschrapt.

De toelichting en de regels worden aangepast

De plantoelichting is op basis van de ingekomen reacties en de gedane overwegingen aangepast. Daarbij is ook gekeken naar de bijlagen waaronder bijlage 10. Hierbij wordt de datum van het advies aangepast.

De toelichting wordt aangepast. In de toelichting wordt de juiste datum vermeld. 24

hopen en vertrouwen erop dat u op dit punt nog een verbeterslag wilt maken. Op één onderdeel voorzien wij een aanzienlijk procesrisico. Dat schuilt in bijlage 10 (het Advies ruimtelijke aanvaardbaarheid uitbreiding). In dat advies wordt aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van de bedrijfsuitbreiding die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Schulp constateert dat in dit advies de oppervlakte van 550 m2 niet consequent wordt gehanteerd. Er wordt naast 550 m2 melding gemaakt van 500 en 1100 m2. Aanvankelijk heeft Schulp inderdaad ingezet op een bedrijfsuitbreiding met 1100 m2, maar dat plan heeft Schulp in overleg met de wethouder laten vallen onder de voorwaarde dat de bedrijfsuitbreiding van 550 m2 rechtstreeks mogelijk gemaakt zou worden. Aangezien aan die voorwaarde wordt voldaan, is de bedrijfsuitbreiding met 1100 m2 van de baan. Het is verwarrend dat die in het advies toch wordt benoemd, te meer omdat het advies is gedateerd 23 februari 2022. 2.7.5

In het advies wordt beschreven dat de landschappelijke aanvaardbaarheid van de bedrijfsuitbreiding afhangt van de (architectonische) vormgeving en de landschappelijke inpassing daarvan. Er wordt op beide punten geen nadere voorschriften in de planregels gesteld. Wel staat in de planregels dat voorzien moet worden in landschappelijke inpassing, maar er is niet nader geregeld waar die aan moet voldoen. Aangezien uit het advies blijkt dat dat wel belangrijk is, dient in de planregels vastgelegd te worden op welke wijze er landschappelijk moet worden ingepast en dient in het advies (bijlage 10) geconcludeerd te worden dat de bedrijfsuitbreiding die met inachtneming van het inrichtingsplan wordt ingepast landschappelijk aanvaardbaar is. Schulp heeft daarvoor een inrichtingsplan laten opstellen. Dat treft u bijgaand aan. Schulp stelt voor het inrichtingsplan als bijlage bij de

Maar zoals eerder in de beantwoording bij 2.1.1. is aangegeven heeft het college naar aanleiding van de uitspraak van de ABRvS moeten onderbouwen of ruimtelijk gezien 550 m2 of 1.000 m2 ruimtelijk inpasbaar zou zijn. Beide oppervlakten zijn ruimtelijk inpasbaar. Voor de duidelijkheid, de 1.100 m2 is echter ruimtelijk niet aanvaardbaar.

Voor het perceel geldt naast de bestemming Bedrijf ook nog meerdere dubbelbestemmingen die opgenomen zijn in het moederplan. Deze dubbelbestemmingen beschermen onder andere de waarden van het landschap. Hierin zijn dan ook voorschriften opgenomen die betrekking hebben op de landschappelijke inpassing. Bij het indienen van een omgevingsvergunning zal de landschappelijk inpassing worden beoordeeld. Even als de architectonische vormgeving. Deze wordt voorgelegd aan de welstandscommissie als er een aanvraag wordt ingediend. Het ingediende inrichtingsplan is daarom nu niet beoordeeld.

Geen aanpassingen

25

regels te voegen en in bijlage 10 vast te leggen dat door middel van het inrichtingsplan en de regeling daarover in de planregels is geborgd dat sprake is van een landschappelijk aanvaardbare ontwikkeling. Voor zover het aanvullend nog nodig zou zijn dat er eisen worden gesteld aan de (architectonische) vormgeving van de bedrijfsuitbreiding dient nader te worden vastgesteld welke eisen dat dan zijn. Het advies laat dat in het midden. In hoeverre het geldende welstandsbeleid van de gemeente hierin nog een rol kan spelen, blijft in het advies onderbelicht.

26

1 Bijlagen

27

Bijlage 1

College van B&W Stichtse Vecht Postbus 1212 3600 BE Maarssen t.a.v. Mw. Betreft Zandpad 76a - Voorstel Reparatie Bestemmingsplan Rondom de Vecht datum 5 april 2022

Geachte mevrouw De Vechtplassencommissie (VPC) maakt graag gebruik van uw uitnodiging van 11 maart jl. om reeds nu, in deze fase, te kunnen reageren op de manier waarop de gemeente zich voorstelt de in de uitspraak van de Raad van State (RvS) 201900226/1/R4 d.d. 9 december 2020, vernietigde onderdelen inzake Schulp te repareren. Wij zijn u ook dankbaar dat u ons tot 7 april as. respijt heeft gegeven. Enkele observaties vooraf Op 9 december 2020 heeft de RvS de betreffende planregels vernietigd en de raad 20 weken de tijd gegeven, tot eind april 2021, om met een nieuw plan te komen. Met dit concept-reparatieplan is de raad nu een jaar over tijd. Uitspraak Raad van State en illegale bedrijfsvoering De vernietiging door de RvS van de betreffende planregels heeft tot gevolg dat bestemmingsplan Landelijk gebied rondom de Vecht 2006 (partieel herzien in 2009) weer van kracht is en dat Schulp BV nog steeds en tot op heden in strijd met dat bestemmingsplan handelt. Dit bestemmingsplan eist namelijk dat Schulp BV een ambachtelijke bedrijfsvoering voert. In de regels van dit bestemmingsplan is ‘ambachtelijke bedrijfsvoering’ gedefinieerd als: “het handmatig vervaardigen, herstellen of bewerken van producten en voorwerpen”. Schulp BV produceert echter al vele jaren machinaal en is ongeremd gegroeid. De RvS spreekt terecht ook over een sapfabriek.

Tegen deze illegale situatie heeft de gemeente tot dusver nooit handhavend opgetreden. Uit het reparatieplan krijgen wij de indruk dat het college de gegroeide toestand – die in strijd is met het bestemmingsplan – gemakshalve wil legaliseren. In dit verband is de uitspraak van de RvS onder 22.8 van belang: “Gebruik in strijd met een geldende bestemming of gebruik dat onder het overgangsrecht valt, doet namelijk op zichzelf geen gerechtvaardigde verwachtingen ontstaan over een toe te kennen bestemming.” De RvS geeft hier aan dat de gemeente alle ruimte heeft om bij de afweging van alle belangen die gegroeide, illegale toestand niet voort te zetten. In het reparatievoorstel zien wij dat te weinig terug. Afweging De vernietiging van de betreffende planregels en het gegeven dat het bestemmingsplan Landelijk gebied rondom de Vecht 2006 (partieel herzien in 2009) weer van kracht was, waren bij uitstek het moment voor bezinning op de vraag of dit nog wel het juiste moment was om voort te gaan op de ingeslagen weg Commissie voor de Vecht en het Oostelijk en Westelijk Plassengebied - VPC Secretariaat: Postbus 5347 -1380 GH Weesp -www.vechtplassencommissie.nl -v @vecht.nl Bank: - KvK: 41179121 - ANBI-RSIN: 8133.51.935 - Tel. 0294-

(blijven faciliteren van Schulp BV), of misschien wel het juiste moment om de conclusie te trekken dat uitbreiding van Schulp BV aan het Zandpad niet mogelijk is en dat daarom niet meegewerkt kan worden aan een bestemmingsplan dat uitbreiding toestaat. De raad had immers al eerder in een motie aangegeven dat “…schaal en omvang van de bedrijfsvoering van [Schulp BV] niet meer passend is aan het Zandpad en verdere uitbreiding op deze locatie niet gewenst is.” In oktober 2018 nam de raad het besluit om het Zandpad als fietsstraat in te richten. Sinds begin 2020 schrijft Waternet bewoners van het Zandpad aan op achterstallig onderhoud van de Vechtberm en de Vechtdijk. Deze blijken inderdaad in slechte staat te verkeren. Herstelwerkzaamheden zijn urgent, maar het is niet duidelijk of de verantwoordelijkheid daarvoor bij de gemeente of bij Waternet ligt. De verkeersveiligheid op het Zandpad staat steeds verder onder druk; klachten en zorgen van omwonenden nemen toe. Juist omdat het ontbreken van een deugdelijke afweging mede ten grondslag lag aan de vernietiging van de planregels door de RvS, moest de gemeente bij het opstellen van het Bestemmingsplan Rondom de Vecht, reparatie 2021, versie 24 februari 2022 de afweging maken of het onder deze omstandigheden nog wel verantwoord is om uitbreiding van Schulp BV mogelijk te maken.

Zoals hierboven aangegeven zijn er minstens drie redenen om die vraag ontkennend te beantwoorden. Deze afweging heeft de gemeente echter niet gemaakt. Daarmee maakt de gemeente zich buitengewoon kwetsbaar: ook het reparatieplan kan door de RvS worden vernietigd. De VPC heeft daarnaast 5 inhoudelijke bezwaren tegen het reparatie BP Rondom de Vecht. A. Verkeersbewegingen worden onvoldoende beperkt De VPC is verheugd dat het reparatieplan een meetbare norm introduceert, nl. het aantal vrachtwagens per week. Het aantal toegestane bewegingen is echter veel te hoog. Bovendien lezen wij op pagina 15 van het reparatieplan dat de begrenzing van het aantal vrachtauto’s met Schulp BV is afgestemd. Daarnaast constateren wij dat het verkeersonderzoek slechts gedurende twee afzonderlijke weken is uitgevoerd. Dit is niet representatief voor een bedrijf dat jaarrond produceert en het fruit gedurende het hele jaar van buitenaf met vrachtwagens laat aanvoeren. In antwoord op een eerder verzoek om handhaving tegen Schulp BV, heeft het college in haar brief kenmerk Z/16/57778 D/17/005949 d.d. 3 januari 2017 aangegeven dat uit verkeersonderzoek in 2016 is gebleken dat er per dag gemiddeld 4 zware vrachtwagens bestemd waren voor Schulp BV. Dit betekent dat er in 2016 per werkweek 20 vrachtauto’s van en naar Schulp BV reden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2052/documents/43541