CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Ontwerpbestemmingsplan Oostwaard 9 in Maarssen - bijl. 1 - Raap-rapport.pdf

Commissie Fysiek Domein 5 januari 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Starten ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Oostwaard 9 in Maarssen.18.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Werkput 5 Poer In de hal (WP5) zijn in eerste instantie geen waarnemingen gedaan met betrekking tot bouwfasen ouder dan de 18e eeuw. De plavuizen vloerdelen die in de hal nog zichtbaar zijn (geen spoornummer) hebben vele roetvlekken en vormen het restant van de vloer voorafgaand aan de brand in 1922. Toch is in het noordoosten van de hal het restant van een kleine poer aangetroffen. Deze is vergelijkbaar met de kleine poer uit WP1 en heeft dan ook hetzelfde spoornummer, te weten spoor 10, gekregen. Deze poeren kunnen worden gerekend tot de oudste bouwfase. De afstand tussen de kleine poeren bedraagt 3 m en de lijn waarin deze liggen bevindt zich op ongeveer 3,5 m ten noordoosten van de hartlijn van de grote poeren (spoor 19 en spoor 5).

Werkput 6 Werkput 6 is een administratieve put om de ontgravingen ter plaatse van het achtererf en overige waarnemingen in onder te brengen. Paal Bij de nog bestaande hooiberg is aan het maaiveld een restant van een houten paal waargenomen (figuur 3; spoor 27). Mogelijk behoort deze tot een oude fase van de hooiberg die door de brand in 1922 is verwoest. Waarnemingen in ontgravingen Aan de achterzijde van het stalgedeelte is bij een ontgraving aan de noordoosthoek een circa 87 cm brede fundering waargenomen (zie afbeelding 37 uit Viersen [2014]). Op basis van het baksteenformaat is deze, weliswaar zware, fundering jonger dan spoor 1, vermoedelijk te dateren in de 15e eeuw. Daarmee zal de fundering behoren tot een van de verbouwingen in deze periode. In het merendeel van de overige ontgravingen ten behoeve van de aanleg van aardwarmtebuizen op het achtererf zijn veel brokken baksteen, waaronder kloostermoppen, waargenomen. Er konden in de ontgravingen geen vaste funderingen (meer) worden onderscheiden.

34

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Grachtvulling? In boring 6 (figuur 3) is tussen 100 en 210 cm -Mv een bruingrijze, zandige klei aangetroffen met baksteenpuin en schelpgruis. Deze laag is geïnterpreteerd als demping. Hierbij kan al snel gedacht worden aan de aanwezigheid van een gracht, maar het kan ook de vulling van een greppel betreffen. Aan de basis van deze opvulling is tussen 210 en 230 cm -Mv een donkergrijze, zandige kleilaag met houtresten en mortel en puinspikkels aanwezig. Deze laag vormt de basis van de gracht/greppel. Vanaf 230 cm -Mv gaat het profiel abrupt over naar een matig grof zandpakket, het natuurlijke beddingzand. In de boringen 5 en 7 is een dergelijke opvulling niet aangetroffen. Hier is sprake van een voor dit deel van het rivierengebied gebruikelijke bodemopbouw. Onder het recente pakket van het gazon (ca. 50-80 cm dik) zijn de natuurlijke oeverafzettingen aangetroffen. In de top hiervan is sprake van een duidelijke vegetatiehorizont (laklaag) met daarin wat houtskool- en puinspikkels. Naar onder toe gaan deze afzettingen over in geul-/beddingafzettingen. De top van de oeverafzettingen heeft een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten vanaf de IJzertijd. De boorbeschrijvingen zijn bijgevoegd als bijlage 3.

4.3 Vondsten Tijdens de archeologische begeleiding zijn voornamelijk fragmenten aardewerk verzameld. Dit vondstmateriaal omvat tevens een selectie van de door de AWN verzamelde vondsten die tijdens het veldwerk zijn beschreven. Naast het aardewerk vormt het metaal, met name de munten, de tweede belangrijke vondstcategorie. Omdat het merendeel van het aardewerk afkomstig is uit de stort van profielputten en niet kan worden toegewezen aan een spoor, wordt dit materiaal niet nader behandeld dan de beschrijving in de vondstenlijst. Ook het materiaal uit de Nieuwe tijd wordt vanwege de focus op de middeleeuwse archeologische resten hier niet verder besproken. Dit neemt niet weg dat al het materiaal dat gedurende de diverse locatiebezoeken (door met name de leden van de AWN en de bewoners) is verzameld, van grote waarde is. Hiermee kan namelijk het verhaal van de ontwikkeling van Oostwaard steeds verder worden ingekleurd. Binnen het kader van het huidige onderzoek was het helaas niet mogelijk om al het materiaal in samenhang te bestuderen, maar een dergelijke analyse zou zeker onderdeel moeten uitmaken van een synthetiserend onderzoek dat vraagt om uitgevoerd te worden.

Aardewerk Het ten behoeve van de datering van de diverse lagen en sporen relevante aardewerk is beschreven in paragraaf 4.2. Voor een volledig overzicht van het aangetroffen aardewerk wordt verwezen naar bijlage 1. Het verzamelde aardewerk kan voornamelijk gedateerd worden in de Late Middeleeuwen B. Hierbij gaat het om grijsbakkend gedraaid aardewerk en een fragment kogelpot met bezemstreekversiering (V20). Uit de ophogingslagen in de centrale profielput zijn de volgende fragmenten aardewerk verzameld: Uit spoor 1000 zijn zeven stuks kogelpotaardewerk verzameld. Met uitzondering van het wandfragment met bezemstreekversiering (1175 – 1350) zijn deze te plaatsen in de periode Vroege Middeleeuwen C tot en met de Late Middeleeuwen B. Tevens zijn uit deze laag twee fragmenten grijsbakkend gedraaid aardewerk verzameld. Daarmee is deze ophogingslaag te plaatsen in de Late

35

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Middeleeuwen B. Ook uit spoor 1004 zijn fragmenten kogelpotaardewerk en grijsbakkend gedraaid aardwerk verzameld. Op basis van de in spoor 1001 aanwezige fragmenten Paffrath en Proto-steengoed is deze laag te dateren vanaf (of mogelijk volledig in) de Late Middeleeuwen A. Naast het middeleeuwse aardewerk is tijdens de verschillende locatiebezoeken keramiek uit de Nieuwe tijd verzameld, waaronder veel tegelfragmenten. Vanwege de recente datering en het ontbreken van een relatie tot de archeologische grondsporen, worden deze in de rapportage niet nader behandeld.

Metaal Tijdens de archeologische begeleiding zijn met behulp van een metaaldetector 50 stuks metaal gevonden (bijlage 2). Uit de verschillende locaties van het stort zijn enkele niet nader te determineren fragmenten lood, spijkers, mogelijke kogeltjes, twee gespen, een fragment dat mogelijk tot leerbeslag behoorde en een aantal munten (o.a. halve cent uit 1903) verzameld. Gezien de onzekere context van deze vondsten zijn deze in het kader van de begeleiding niet geselecteerd voor nadere analyse. Een zeer bijzondere metaalvondst betreft een zilveren munt, waarschijnlijk afkomstig uit spoor 1003, aangetroffen door Bas Verburgh in WP 1, tussen de zuidwestmuur en spoor 2 (vondstnummer 17; zie kaartbijlage 1). De munt is gereinigd, gedetermineerd en geconserveerd door M. Hendriksen (ArcheoMetaal). Het is een bijzonder en gaaf exemplaar van een Witpenning van Deventer, daterend uit 1471. Het exemplaar wijkt volgens Hendriksen iets af van het type v.d. Chijs 17.5. Op de munt zijn een adelaar en de wapenschildjes van Bourgondië met langkruis afgebeeld. Op basis van de scherpe details op de munt is deze waarschijnlijk kort in omloop geweest en dus niet lang na 1471 in de bodem terecht gekomen. Na de conservering zijn op de munt nog enkele rode vlekken van onttrokken koper zichtbaar gebleven. Verder zijn twee koperen munten aangetroffen in de stort die buiten het huis lag.

Omdat dit mogelijk toch interessante munten betrof, zijn deze eveneens geselecteerd voor conservering door ArcheoMetaal. De twee munten zijn sterk verweerd en niet goed te determineren na conservering. Eén van de munten is waarschijnlijk een duit. De ander is eveneens grotendeels versleten, maar iets van het randomschrift is wel zichtbaar evenals Franse lelies in het midden (zoals de Liard de France van Louis XIV).

vondstnummer

datering

beschrijving

17

1471

Witpenning Deventer, zilver

19

1600-1700

koper, waarschijnlijk een duit

19

1650-1700

Tabel 3. Determinatietabel van de tijdens de begeleiding aangetroffen munten.

36

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Bot Uit verschillende lagen is een aantal fragmenten bot verzameld tijdens de begeleiding. Het betreft in alle gevallen dierlijk, onverbrand bot; slachtafval dat is aangetroffen in de ophogingslagen. In het kader van deze begeleiding heeft dan ook geen nadere determinatie plaatsgevonden.

Overige waarnemingen en vondsten Naast de hierboven beschreven sporen zijn nog enkele overige waarnemingen gedaan tijdens het onderzoek. Bij de visuele inspectie van de ontgravingen (figuur 3) in de achtertuin ten behoeve van de aanleg van aardwarmtebuizen zijn hierin relatief veel losse brokken kloostermoppen en bakstenen van kleiner formaat waargenomen. Het is niet duidelijk geworden of het hier gaat om dump van materiaal van elders of dat funderingsresten zijn vergraven. Deze waarnemingen en de boringen die gezet zijn in de voortuin wijzen erop dat zich op het perceel rondom de huidige boerderij nog vele archeologische resten uit diverse perioden bevinden. Buiten het kader van deze archeologische waarneming en na afloop van de veldwerkzaamheden van RAAP zijn middels metaaldetectie nog drie bijzondere munten aangetroffen. Deze munten zijn op verzoek van Anton Cruysheer door Arie van Herwijnen gedetermineerd na reiniging door Bas Verburgh. Via de heer Peek is deze informatie ter beschikking gesteld om te vermelden in onderhavig rapport. Alle munten zijn aangetroffen in WP1 en zijn mogelijk afkomstig uit spoor 17 (zie kaartbijlage 1). Het gaat om de volgende munten: - 14e/15e eeuw: Bisdom Utrecht, halve groot Kromstaart z.j.; muntheer: Frederik van Blankenheim (1394-1423), referentie Van der Chijs XIV-24; - 15e eeuw, Stad Utrecht, Armenpenning of kwart groot (Brabantse) z.j.

(ca. 1420), referentie: Van der Chijs XXV-10; Pietersen 13; - Halve groot, munt van Frederik van Blankenheim: FREDERICxDEI:GRA:EPC:TRAIE, referentie Van der Chijs XIV-13. Mogelijk gaat het hier om een nog onbekende variant. Een uitgebreidere publicatie van laatstgenoemde munt zal vermoedelijk verzorgd worden door de genoemde beschrijvers, daarom worden hier deze en de overige munten slechts kort genoemd ter informatie.

37

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

38

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

5 Conclusies en aanbevelingen Uit de resultaten van het gecombineerde bouwhistorisch en archeologisch onderzoek komt duidelijk een beeld naar voren van een bijzondere en complexe vindplaats. De oudste waargenomen opgaande delen van het gebouw gaan terug tot in de 13e eeuw. Dit komt overeen met het baksteenformaat van de zwaarste funderingen (spoor 1) in combinatie met de datering van het aardewerk. Van de oudste fase van funderingen is echter slechts een fragmentarisch beeld te vormen op basis van de archeologische sporen. De uitbraaksleuf (spoor 13) die is aangetroffen in werkput 1 zal op basis van de stratigrafische ligging zeer waarschijnlijk ouder zijn dan de zware funderingen van spoor 1. Hiermee wordt de tijdsdiepte en daarmee de archeologische waarde van de vindplaats nog groter. Dat er zelfs sprake kan zijn van bewoning vanaf de Late Prehistorie wordt duidelijk uit de aanwezigheid van een vegetatiehorizont in de top van de oeverafzettingen van de Vecht. Deze lijkt deels opgenomen te zijn in een cultuurlaag waarvan de datering echter niet duidelijk is. Mogelijk beslaat de bewoningsgeschiedenis van de locatie Oostwaard dus een periode van meer dan 2000 jaar en een bewoningscontinuïteit van meer dan acht eeuwen!

5.1 Conclusies In de ontwikkeling van de historische bebouwing zijn vooralsnog ten minste vijf bouwfasen te onderscheiden (tabel 4) op basis van de aangetroffen (funderings)resten en het vondstmateriaal.

bouwfase

datering

sporen

A

12e/begin 13e eeuw?

13, 23

B

13e eeuw

1, 2, 5, 10, 19 (7, 9?)

C

15e eeuw?

4, 18, 22

D

18e eeuw?

3, 6, 20

E

huidige fase

11, 21, 26

Tabel 4. Overzicht van de vermoedelijke bouwfasen en de bijbehorende sporen.

Uit een mogelijke 12e-/begin 13e-eeuwse fase (fase A) zijn geen duidelijke structuren aangetroffen. Het betreft een vermoeden van de aanwezigheid hiervan op basis van de dateringen van de verschillende ophogingslagen en van de stratigrafische liging van de mogelijke uitbraaksleuf, spoor 13, en van spoor 23, alle in profielput 1. De oudste funderingsresten van de huidige boerderij gaan terug tot de 13e eeuw. Uit deze fase is tevens opgaand muurwerk nog aanwezig. Dit betreft de huidige voorgevel en de huidige brandmuur, die de overgang vormt tussen het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte. De fundering hiervan (spoor 1; fase B) is onder grote delen van de huidige buitenmuren aangetroffen. De oude fundering van de zuidgevel is naderhand gebruikt om de huidige zuidgevel op te plaatsen. De fundering van de noordmuur van het 13e-eeuwse gebouw bevindt zich inpandig. Hiervan ontbreekt

39

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

dus opgaand muurwerk uit de oorspronkelijke bouwfase. Het oudste met zekerheid aangetroffen gebouw (fase B) heeft een breedte van ongeveer 12,50 meter bij een lengte van ten minste 16 meter en is door twee zware bakstenen poeren (spoor 5 en spoor 19) in twee ongeveer even brede beuken verdeeld. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de huidige scheidingsmuur (fundering onder spoor 21) tussen het woon- en bedrijfsgedeelte niet de eindgevel van het oude gebouw is, maar dat het een tussenmuur betreft. Het middeleeuwse gebouw heeft zich dus zeer waarschijnlijk nog verder uitgestrekt maar dat deel bevindt zich ter plaatse van het (voormalige) bedrijfsgedeelte van de latere boerderij en kon niet worden onderzocht. In het onderzochte deel van de boerderij zijn ten aanzien van de 13e-eeuwse fase geen sporen van een onderverdeling aangetroffen; wel van twee zware poeren die centraal in de ruimte waren geplaatst. De grote poer in WP1 (spoor 5) zal tot de oorspronkelijke opzet van de oudste (stenen) bouwfase behoren. In WP2 is een vergelijkbare poer aangetroffen (spoor 19). Gelet op de plaatsing van de poeren binnen de gebouwplattegrond zullen de poeren verband met elkaar hebben gehad. Gezien de zwaarte van de poeren is het mogelijk dat ze kolommen voor een gewelf hebben gedragen.

De afstand tussen de twee poeren is echter gering in verhouding tot de afstand tussen de kolommen en de oorspronkelijke buitengevels. Hierdoor is het minder waarschijnlijk dat de ruimte was voorzien van gewelven. De poeren geven wel aan dat het gebouw tweebeukig zal zijn geweest. Vermoedelijk stond op de poeren (spoor 5 en spoor 19) een dragende houtconstructie (standvinken). Tevens zijn de resten van twee kleinere poeren (spoor 10) vrijgelegd, die mogelijk deel uit hebben gemaakt van een langs de oostwand geplaatste reeks poeren. Mogelijk bevinden zich in de ondergrond nog meer van dergelijke poeren en lag er langs de gevel een vijftal poeren op regelmatige afstand ten opzichte van elkaar. Ook langs de zuidgevel kunnen zich nog dergelijke poeren bevinden. Bij de reconstructie moet in aanmerking worden genomen dat niet al het funderingsmetselwerk is vrijgelegd. Dit geldt ook voor de buitengevels. Op deze plattegrond is slechts één mogelijke liseen zichtbaar, maar er kunnen meer lisenen zijn geweest. De zware funderingen en het zware opgaande werk (buiten de archeologische werkputten waargenomen bij het bouwhistorisch onderzoek) zijn voor een boerderij zeer ongebruikelijk. Mogelijk is de voorgevel aan de buitenzijde beklampt, maar deze klamp zal niet meer dan één steen dik zijn, zodat de feitelijke middeleeuwse voor- of oostgevel in ieder geval ruim 80 cm dik zal zijn geweest.

De baksteenformaten en het metselwerk kunnen in de 13e eeuw worden gedateerd. Dit wordt ondersteund door het aangetroffen vondstmateriaal. Dat er in het middeleeuwse gebouw een woonfunctie was ondergebracht, kan worden afgeleid uit het gegeven dat in de zuidoosthoek de resten zijn aangetroffen van wat waarschijnlijk een haardpartij (spoor 2) is geweest. Andere sporen die uitsluitsel zouden kunnen geven over het functioneren van dat gebouw zijn niet aangetroffen. Van de overige fasen tot aan de huidige fase zijn slechts enkele sporen gedocumenteerd. Het gaat in fase C in ieder geval om een uitbreiding, vermoedelijk te dateren in de 15e eeuw. Ook zijn in deze fase enkele tussenmuren geplaatst. Spoor 22 onder de oostgevel is geïnterpreteerd als onderdeel van een vergroting van het oorspronkelijke gebouw, waardoor het gebouw zijn huidige breedte heeft gekregen. Deze vergroting betreft mogelijk de wijziging van uithof naar pachtboerderij, waarvan in de historische bronnen in rekeningen melding van wordt gemaakt (rekeningen voor

40

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

grote hoeveelheden kloostermoppen). Opvallend is dat de voorgevel ter plaatse van de kelder is verzakt. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn dat de kelder op deze plaats een latere toevoeging is. Dat is dan in lijn met de hypothese dat het noordoostelijke deel van het gebouw een latere toevoeging is. De daaropvolgende fase D lijkt 18e-eeuws te zijn. De aangetroffen funderingen behoren tot binnenmuren die tot voor kort nog aanwezig waren. Buiten het woonhuis zijn ook aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten aangetroffen. Boring 6 in de voortuin is mogelijk in een grachtopvulling gezet. Dit vormt een mogelijke bevestiging van de resultaten van het in 1989 uitgevoerde geofysisch onderzoek. Voor de juiste interpretatie van de thans nog bestaande restanten van het middeleeuwse gebouw is het noodzakelijk om de omvang en de aard van de bebouwing van het gehele complex te kennen. Juist omdat er weinig bekend is over de omvang en het functioneren van uithofcomplexen zijn het huidige gebouw en de archeologische context van zeer grote waarde als informatiebron. Voor zover bekend zijn er uit deze periode binnen Nederland geen vergelijkbare complexen bekend waarvan nog substantiële delen boven het maaiveld bewaard zijn gebleven.

De boerderij is als voorbeeld van een traditionele boerderij vrij algemeen, maar als bouwkundig document is met name het opgaande metselwerk van de voormalige uithof van grote cultuurhistorische waarde. De aanwezigheid van de laklaag met indicatoren in de top van de oeverafzettingen geeft ook aan dat op de locatie van Oostwaard zelfs resten vanaf de IJzertijd aanwezig kunnen zijn.

Mogelijke functie oudste bouwfase Het is op dit moment niet goed mogelijk om tot een heldere en eenduidige interpretatie van de vondsten en bouwsporen te komen omdat slechts een zeer klein deel van het complex is onderzocht. Gezien de historische gegevens alsmede de ouderdom en omvang van de oude funderingen en het oude metselwerk, is het wel plausibel dat deze resten deel hebben uitgemaakt van een uithof. Omdat er weinig bekend is over uithoven uit deze periode is het echter moeilijk om de aangetroffen muurresten eenduidig te interpreteren. Ook het aangetroffen vondstmateriaal biedt hier geen aanvullend inzicht. Een van de vragen rondom de ontwikkeling van Oostwaard 9 spitst zich toe op de oorspronkelijke vorm en functie van de eerste fase van steenbouw: is Oostwaard 9 van oorsprong een moated site of mag toch van een kasteel gesproken worden? Hebben we te maken met zaalbouw of met een Stenen Kamer? In dit licht is het onderzoek naar begraven hofstedes uit de periode tot in de 15e eeuw van belang. De constructie begon meestal met het graven van de gracht, met een behoorlijke breedte, vaak van vijf meter (Janssen, Kylstra-Wielinga & Olde Meierink, 1996). De grond die hierbij vrijkwam, werd binnen de omgrachting opgebracht. Dit vaak vierkante ‘eiland’ had doorgaans zijden van 20 tot 30 m. Het opgebrachte pakket is bij deze afmetingen ongeveer 1,5 tot 2 m dik.

De fundering van de gebouwen reikten meestal tot op het oorspronkelijke maaiveld. Een zaal of een toren was vaak dieper gefundeerd. Het algemene beeld van stenen kamers wijst op veelal hoge, (soms dubbel) omgrachte vierkante huizen met minstens 2 bouwlagen boven een kelder. In het geval van Oostwaard kan op basis van het onderzoek gesteld worden dat de funderingen dieper liggen dan het oorspronkelijke maaiveld.

41

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Funderingsbreedten van 80-100 cm, zoals spoor 1, kunnen wijzen op een begraven hofstede. In de tweede helft van de 14e en het begin van de 15e eeuw kunnen dergelijke muren nog enigszins een defensieve werking gehad hebben. Vanaf het tweede kwart van de 15e eeuw kan dit niet meer. Juist tot in de 15e eeuw zijn veel voorbeelden bekend van met funderingen rond deze dikte. Oostwaard 9 lijkt wat oudste steenbouwfase betreft in een schemerzone te zweven. Gezien de opzet en structuur van het gebouw uit de oudste, duidelijk te onderscheiden bouwfase, in combinatie met de beschikbare historische gegevens kan geconcludeerd worden dat de oudste fase van het gebouw vermoedelijk een andere functie had dan dat van boerderij. Uit de historische bronnen is bekend dat het complex Oostwaard een uithof was van de in 1131 gestichte Stevensabdij in Oudwijk bij Utrecht (Vera, 2001). Alhoewel in het bouwhistorisch vooronderzoek het toponiem ‘stenen kamer’ niet verbonden kan worden met Oostwaard, zou een interpretatie van de fundering fase B als zodanig ook tot de mogelijkheden kunnen behoren. Zoals uit het overzicht van Alders (1982) over de Waelneshoeve te Hendrik-Ido-Ambacht (Zuid-Holland) blijkt, behoorden stenen kamers veelal tot een (houten, vaak driebeukige) boerderij, waarbij een uitbouw van steen (onderbouw, kamer en zolder) is geplaatst.

Alhoewel de definitie van een stenen kamer niet eenduidig is, gaat het primair om een stenen vertrek met haardplaats (vaak tegen de wand!). De muurdiktes die beschreven worden bij (mogelijke) stenen kamers bedragen circa 40 tot 60 cm, over de dikte van de fundering is geen informatie vermeld. Zoals De Boer (2006) opmerkt, zijn er weinig parallellen uit archeologische context beschikbaar ter vergelijking om functie en aard van de structuur te duiden. Ons gebouw heeft in zijn oorspronkelijke opzet (voor zover nu duidelijk) niet de kenmerken van een gewone boerderij, maar is meer representatief van karakter. Waarschijnlijk was dit gebouw (onderdeel van) een representatief verblijf voor de abdis en de nonnen. Daarnaast zullen er utilitaire agrarische gebouwen zijn geweest. Hoe het agrarische bedrijf binnen het complex was vormgegeven is aan de hand van de thans beschikbare gegevens niet vast te stellen. Bekend is dat Oostwaard als agrarisch bedrijf in ieder geval vanaf de 14e eeuw verpacht was.

5.2 Aanbevelingen De locatie van de huidige boerderij en een groot deel van het omringende terrein heeft op de Archeologische Monumentkaart een status als terrein van hoge archeologische waarde. Deze status is met het uitgevoerde onderzoek meer dan bevestigd. Gezien de grote hoeveelheid funderingsresten en de intactheid van het middeleeuwse ‘loopvlak’ met de daarin aanwezige en nog niet ontdekte grondsporen vormt de vindplaats een uitermate rijk archeologisch bodemarchief. Het nu uitgevoerde onderzoek heeft meer licht geworpen op de historische ontwikkeling van deze bijzondere locatie. Dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden, is mede te danken aan de inzet van de huidige bewoners van het pand en de vrijwilligers van de AWN. Het bijzondere archeologische en bouwhistorische karakter van de vindplaats vraagt echter om een vollediger onderzoek. Gezien de bijzondere omstandigheden van dit onderzoek omvat het advies ten aanzien van vervolgonderzoek dan ook meerdere aspecten. Ten eerste wordt aanbevolen om in de toekomst geen aanvullende bodemingrepen binnen het AMK-terrein (inclusief inpandig) uit te voeren, zodat de (verwachte) archeologische resten in de bodem behouden kunnen blijven. Mocht dit niet mogelijk

42

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

of wenselijk blijken, dan wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Ten aanzien van toekomstige bodemverstoringen onder de begane grond (inpandig) wordt geadviseerd het te verstoren deel vlakdekkend te onderzoeken door middel van een archeologische opgraving en bouwhistorische analyse. De archeologische resten worden in dat geval ex situ behouden. Voorafgaand aan een dergelijke opgraving dient conform de KNA een Programma van Eisen te worden opgesteld door een senior archeoloog. Het PvE moet worden goedgekeurd door de bevoegde overheid.

Synthetiserend onderzoek Verder wordt aanbevolen om de resultaten van het archeologisch en bouwhistorisch onderzoek in een breder kader te plaatsen middels een synthetiserend onderzoek. Hierbij kunnen de aangetroffen resten (zowel de funderingen als het vele vondstmateriaal, waarvan een groot deel niet in deze rapportage is verwerkt) worden vergeleken met mogelijke parallellen uit de archeologische en bouwhistorische literatuur (zoals het huis Gageldonk bij Breda; Becx, E. e.a., 1999). Het voert in het kader van onderhavig onderzoek te ver om een dergelijke vergelijkende analyse te maken, maar het bijzondere karakter van de resten van Oostwaard vragen hier wel degelijk om. Ook voor de ontsluiting van de vele gegevens zal een dergelijk onderzoek van grote waarde zijn.

Geofysisch onderzoek Tevens wordt aanbevolen om buiten de boerderij zelf nader onderzoek uit te laten voeren, eventueel los van ruimtelijke ontwikkelingen gezien het non-destructieve karakter van deze onderzoeksmethoden. Dit onderzoek zou bij voorkeur gericht worden op het perceel van de boerderij en een groot deel van de omringende percelen. De aangetroffen resten kunnen namelijk niet los gezien worden van de (directe) omgeving: voorgaande onderzoeken hebben uitgewezen dat rondom de bestaande bebouwing nog restanten van bijgebouwen en de vermoedelijke gracht aanwezig kunnen zijn. Ook de aanwezigheid van een vindplaats uit de Late Prehistorie en/of Romeinse tijd is zeer aannemelijk. Voor de juiste interpretatie van de thans nog bestaande restanten van het middeleeuwse gebouw is het noodzakelijk om de omvang en de aard van de bebouwing van het gehele complex te kennen. Juist omdat er weinig bekend is over de omvang en het functioneren van uithofcomplexen zijn het huidige gebouw en de archeologische context van zeer grote waarde als informatiebron. Voor zover bekend zijn er uit deze periode binnen Nederland geen vergelijkbare complexen bekend waarvan nog substantiële delen boven het maaiveld bewaard zijn gebleven. De meest ideale vorm van een dergelijk vervolgonderzoek is het gebruik van non-destructieve geofysische methoden, eventueel gecombineerd met controleboringen.

Geofysisch onderzoek is de enige non-destructieve onderzoeksmethode, waarmee een vlakdekkend inzicht in de archeologische resten verkregen kan worden. Gelijktijdig met een dergelijk onderzoek kunnen wederom metaaldetectiespecialisten (op vrijwillige basis) worden ingezet. Voorgesteld wordt om een elektrisch weerstandsonderzoek uit te laten voeren waarbij in meerdere fasen het omringende terrein wordt onderzocht;

43

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Fase 1 In eerste instantie wordt geadviseerd het gebied rond de huidige boerderij te onderzoeken. In dit deel van het onderzoeksgebied worden voornamelijk resten van (verschillende fasen van) de uithof Oostwaard verwacht in de vorm van funderingen, uitbraaksleuven, puinbanen en grachten. Dit gebied heeft een oppervlakte van circa 2.500 m². Fase 2 Volgend op fase 1 zou een deel van de percelen ten zuiden en noorden van de boerderij kunnen worden onderzocht. In dit deel van het onderzoeksgebied worden voornamelijk resten van bijgebouwen en grachten en sporen van bewoning verwacht. De precieze omvang zal op basis van de resultaten van fase 1 moeten worden bepaald. Fase 3 Aanvullend op fase 1 en 2 kan in fase 3 het overige deel van het plangebied worden onderzocht. Hier worden mogelijk resten van grachten en sporen van bewoning verwacht. Deze fase wordt alleen uitgevoerd als de resultaten van fase1 en 2 hiertoe aanleiding geven, bijvoorbeeld het doorlopen van een gracht op nog niet onderzochte percelen.

Algemene aanbevelingen Bij eventueel vervolgonderzoek zouden in het algemeen de volgende aanbevelingen in acht genomen kunnen worden: - Ten aanzien van de vraag hoe groot het gebouw oorspronkelijk is geweest, is nader archeologisch onderzoek wenselijk. Zo is het de vraag hoe ver het gebouw zich naar het westen toe heeft uitgestrekt. Aan de noordzijde is het onduidelijk waarom de voorgevel ter plaatse van de kelder ongeveer 1 meter dik is, terwijl de andere wanden van de kelder aanzienlijk dunner zijn. Ontpleistering van de voorgevel en archeologisch onderzoek buiten het gebouw zou hierin meer duidelijkheid kunnen verschaffen. - Tijdens de bouwhistorische waarneming zijn op meerdere plaatsen binnen het gebouw sporen aangetroffen van een brandlaag die zeer waarschijnlijk ouder is dan de brand van 1922. Tijdens de waarneming kon niet worden vastgesteld hoe deze brandlaag zich verhoudt met het metselwerk. Nader archeologisch onderzoek kan hierin meer duidelijkheid verschaffen. Hierbij is het wellicht ook mogelijk om de brandlaag te dateren. Aanbevolen wordt om een 14C-datering van het houtskoolmonster te laten uitvoeren om een scherpere datering van de oudste bouwfasen te achterhalen.

- Indien er bouwkundige werkzaamheden aan de boerderij worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld het ontpleisteren, die het genoemde metselwerk raken, verdient het aanbeveling deze op bouwhistorisch gebied te begeleiden, zodat er geen gegevens ongezien verloren zullen gaan.

44

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Literatuur Alders, G., 1982. De Waelneshoeve te Hendrik Ido Ambacht en andere middeleeuwse stenen kamers in Nederland. Hollandse Studiën 12. Historische Vereniging Holland, Dordrecht. Becx, E., A. van Oirschot, F. van Oirschot en T. Vollebergh, 1999. Kastelengids van Noord-Brabant. Uitgave Stichting Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer, 2001. Palaeogeographic development of the Rhine-Meuse Delta, The Netherlands. Van Gorcum, Assen. Boer, P.C. de, 2006. In de voetsporen van heren (en) boeren: de ontdekking van een Stenen Kamer en een vlasverwerkende nederzetting aan de Lange Steeg te Alblasserdam. ADC-rapport 519. ADC, Amersfoort. Bous, M., e.a., 2007. Maarssen: geschiedenis en architectuur. Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht 33. Zeist/Utrecht. Clifford Kocq van Breugel, J.R., 1966. Kastelenboek: provincie Utrecht. Kemink & Zoon, Utrecht. Graaf, K. van der, R. Datema & K. Anderson, 1990. Landschapsplan en archeologie in de provincie Utrecht. RAAP-rapport 43. Stichting R.A.A.P., Amsterdam. Hermans, T., 1995. Nijenrode. In: B. Olde Meierink e.a., (red.); Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Utrecht. Janssen, H.L., J.M.M. Kylstra-Wielinga & B. Olde Meierink, 1996. 1000 jaar kastelen in Nederland: functie en vorm door de eeuwen heen. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Koornstra, A. K, 2010.

Bouwhistorische opname Oostwaard, Oostwaard 9 te Maarssen Gemeente Maarssen. Hylkema Consultants BV, Utrecht. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Vera, H.L.M., 2001. Pachters van het minigerecht Oostwaard, in: Liber Amicorum. W.A. Wijburg, `s-Gravenhage. p. 270-303. Viersen, A., 2013. Boerderij Oostwaard 9 Maarssen. Notitie Bouwhistorisch onderzoek. Veldwerk 11 september 2013. BBA, Utrecht. Viersen, A., 2014. Boerderij Oostwaard 9 Maarssen. Notitie Bouwhistorisch onderzoek. BBA, Utrecht. Vlaardingerbroek-Wevers, 2011. bouwtekening Oostwaard 9.

45

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Gebruikte afkortingen AHN

Actueel Hoogtebestand Nederland

AMK

Archeologische MonumentenKaart

ARCHIS

ARCHeologisch Informatie Systeem

BBA

Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis v.o.f.

KLIC

Kabels en Leidingen Informatie Centrum

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

-Mv

beneden maaiveld

NAP

Normaal Amsterdams Peil

OAT

Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel

PvE

Programma van Eisen

SIKB

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

46

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuur 1. De ligging van het plangebied (rode lijn) en het AMK-terrein (blauwe lijn) op een recente luchtfoto. Figuur 2. Projectie van het plangebied (zwarte lijn) op een uitsnede van de kadastrale minuut uit de periode 1811-1832 (www.watwaswaar.nl). Figuur 3. Ligging van de boorpunten buiten (rode stippen) en de omtrek van WP6 (rode lijn) met de locatie van spoor 27 (paal oude fase van de hooiberg). Figuur 4. Impressie van het onderzoek: documentatie in WP1 (boven) en booronderzoek in de voortuin (onder). Figuur 5. Overzicht van WP1 ten tijde van het onderzoek. Figuur 6. WP1, profielput 1, vlak 104. Figuur 7. Overzicht van profielput 1 met de puinbaan (spoor 13) en het oranje leemlaagje. Foto richting oostprofiel. Figuur 8. Profielput 1, profielvlak 101: met het leemlaagje in spoor 23. Figuur 9. Opbouw van spoor 1. Figuur 10. Spoor 10 in werkput 1. Figuur 11. Overzicht van de haardplaats (spoor 2) in werkput 1. Tabel 1.

Archeologische tijdschaal.

Tabel 2.

Overzicht van de koppeling tussen ruimtenummers en werkputten.

Tabel 3.

Determinatietabel van de tijdens de begeleiding aangetroffen munten.

Tabel 4.

Overzicht van de vermoedelijke bouwfasen en de bijbehorende sporen.

Bijlage 1. Sporenlijst. Bijlage 2. Vondstenlijst. Bijlage 3. Boorbeschrijvingen. Bijlage 4. Profielen werkput 1. Kaartbijlage 1. Resultaten van het veldwerk.

47

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Verklarende woordenlijst antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen gemaakt/veroorzaakt). artefact Alle door de mens gemaakte of gebruikte voorwerpen. 14

C-datering (Ook wel C14- of C14-datering.) Bepaling van gehalte aan radio-actieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14C-ouderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie).

corrosie Aantasting van metalen (samenvattende naam voor roesten en verweren). cultuurlaag Een pakket met afvalresten dat is ontstaan door (meestal) langdurige bewoning van een bepaalde lokatie. elektrische weerstand (R) De eigenschap van een geleider om bij een bepaald potentiaalverschil tussen de uiteinden slechts een stroom van bepaalde sterkte door te laten. De eenheid van weerstand is ohm. ex situ Niet in of op zijn/haar oorspronkelijke positie. fluviatiel Door rivieren gevormd, afgezet. grondspoor Alle door de mens veroorzaakte veranderingen van de oorspronkelijke bodemopbouw, zoals verstoringen (kuilen) of toevoegingen (ophogingen). in situ Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren. laklaag Geprononceerd vegetatieniveau met zwarte kleur en schelpachtige, glanzende breukvlakjes; vaak wordt de term ook gebruikt voor een vegetatieniveau i.h.a. meander Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht (meanderen = zich bochtig door het landschap slingeren). nederzetting(-sterrein) Woonplaats; de aard en samenstelling van het in het veld aangetroffen sporen en materiaal wordt geïnterpreteerd als resten van bewoning in het verleden. oeverwal Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt.

48

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Prehistorie Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven. roodleem Verbrande leem. stratigrafie Opeenvolging van lagen. stroomgordel Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaardafzettingen, al dan niet met restgeul(en). vindplaats Plaats waar archeologisch materiaal is verzameld of te verzamelen is.

49

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

50

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Bijlage 1: Sporenlijst Legenda textuur Ks3

klei sterk siltig

Kz1

klei zwak zandig

Kz3

klei sterk zandig

X

niet benoemd

Zkx

zand kleiig

Zs1

zand zwak siltig

mediaan MF

matig fijn

humus H3

sterk humeus

kleur O

oranje

R

roos

U

bruin

X

niet bepaald/onbekend

Y

grijs

LPR

plantenresten

PR2

weinig plantenresten (niet gedifferentiëerd; 1-10%)

PA

archeologisch puin

3

veel archeologisch puin

51

RAAP-RAPPORT 3080

spoor

put

vlak

vorm

interpretatie algemeen

interpretatie specifiek

begindatering

einddatering

vulling

textuur

humus

laaginterpretatie

kleur

gevlekt

ijzer

puin

puintype

houtskool

Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

1

1

1

lin

muur

muur algemeen

-

-

0

X

-

-

R

-

-

0

-

0

2

1

1

rechth

oven/haard

haard

-

-

0

X

-

-

OR

-

-

0

-

0

3

1

1

lin

muur

muur algemeen

-

-

0

X

-

-

R

-

-

0

-

0

3

1

1

lin

muur

muur algemeen

-

-

1

X

-

-

DR

-

-

0

-

0

3

1

1

lin

muur

muur algemeen

-

-

2

X

-

-

R

-

-

0

-

0

3

1

1

lin

muur

muur algemeen

-

-

3

X

-

-

WY

-

-

0

-

0

4

1

1

lin

muur

muur algemeen

-

-

0

X

-

-

R

-

-

0

-

0

5

1

1

vier

fundering

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

R

-

-

0

-

0

5

1

1

vier

fundering

n.v.t.

-

-

1

Z

-

-

EW

-

-

0

-

0

6

1

1

lin

muur

muur algemeen

RECENT

-

0

X

-

-

W

-

-

0

-

0

7

1

1

lin

muur

muur algemeen

-

-

0

X

-

-

OR

-

-

0

-

0

8

1

1

rechth

kelder

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

DR

-

-

0

-

0

9

1

1

rechth

vloer

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

DR

-

-

0

-

0

10

1

1

vier

fundering

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

OR

-

-

0

-

0

11

1

1

lin

muur

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

OR

-

-

0

-

0

12

1

1

onr

vloer

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

OR

-

-

0

-

0

13

1

1

lin

fundering

n.v.t.

MEVC

MELB

0

X

-

-

EW

R

-

7

rb

0

13

1

1

lin

fundering

n.v.t.

MEVC

MELB

1

Zs1

-

-

EW

R

-

2

rb

0

14

1

1

lin

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

LUY

UY

-

5

rb

0

15

1

1

onr

laag

cultuurlaag

-

-

0

Kz1

h1

-

UY

Z

-

0

-

3

16

1

1

lin

greppel

huisgreppel

-

-

0

Kz1

h1

INST

UY

n.v.t.

-

4

rb

0

17

1

1

lin

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

LUY

-

2

rb

0

18

2

1

lin

muur

n.v.t.

-

-

0

X

h1

-

R

n.v.t.

-

0

-

0

19

2

1

vier

fundering

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

OR

n.v.t.

-

0

-

0

19

2

1

vier

fundering

n.v.t.

-

-

1

Zs1

-

-

EW

n.v.t.

-

0

-

0

20

3

1

lin

muur

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

R

n.v.t.

-

0

-

0

21

3

1

lin

muur

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

R

n.v.t.

-

0

-

0

22

4

1

lin

muur

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

OR

n.v.t.

-

0

-

0

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

0

X

-

-

W

n.v.t.

-

0

-

0

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

1

X

-

-

O

n.v.t.

-

0

-

0

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

2

Kz3

h1

-

DY

n.v.t.

-

1

rb

0

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

3

Ks4

h1

-

YU

n.v.t.

FE1

1

rb

0

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

4

Zkx

h1

-

DUY

n.v.t.

FE1

0

-

0

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

5

Zs1

-

-

LUY

n.v.t.

-

0

-

0

52

RAAP-RAPPORT 3080

spoor

put

vlak

vorm

interpretatie algemeen

interpretatie specifiek

begindatering

einddatering

vulling

textuur

humus

laaginterpretatie

kleur

gevlekt

ijzer

puin

puintype

houtskool

Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

6

Kz1

-

-

DY

n.v.t.

-

1

rb

2

23

1

101

lin

kuil

n.v.t.

MEVC

-

7

Ks4

-

-

UY

n.v.t.

-

4

rb

0

24

1

101

onr

kuil

kuil

MEVC

-

0

Kz1

h1

-

UY

n.v.t.

-

2

rb

2

25

4

1

lin

fundering

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

R

n.v.t.

-

0

-

0

26

4

1

lin

fundering

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

R

n.v.t.

-

0

-

0

996

1

1

n.v.t.

stort

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

n.v.t.

n.v.t.

-

0

-

0

997

1

1

n.v.t.

vloer

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

n.v.t.

n.v.t.

-

0

-

0

998

1

1

n.v.t.

vloer

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

Y

n.v.t.

-

0

-

0

999

1

1

n.v.t.

stort

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

Y

n.v.t.

-

0

-

0

1000

1

104

lin

laag

ophogingslaag

MEVC

MELB

0

Ks4

h1

-

UY

DY

-

2

rb

0

1001

1

104

lin

laag

cultuurlaag

MELA

MELB

0

Ks4

h1

L

DY

n.v.t.

-

1

rb

0

1002

1

104

lin

laag

menglaag

-

-

0

Ks4

h1

OE

LUY

n.v.t.

FM1

0

-

0

1003

1

101

lin

laag

ophogingslaag

MELA

MELB

0

Ks4

h1

-

LUY

UY

-

4

rb

0

1004

1

103

lin

laag

ophogingslaag

MEVC

MELB

0

Ks4

h2

-

UY

U

-

0

-

0

1005

1

101

lin

laag

natuurlijke laag

-

-

0

Ks4

-

GE

LUY

n.v.t.

FE1

0

-

0

1006

1

101

lin

laag

natuurlijke laag

-

-

0

Zs1

-

GE

LUY

n.v.t.

FE1

0

-

0

1999

1

1

n.v.t.

stort

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

Y

n.v.t.

-

0

-

0

2000

2

1

n.v.t.

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

DY

-

0

-

0

2001

2

1

lin

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

DY

-

0

-

0

3000

3

1

n.v.t.

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

DY

-

0

-

0

3001

3

1

lin

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

DY

-

0

-

0

4000

4

1

lin

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

DY

-

0

-

0

4001

4

1

lin

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

n.v.t.

-

0

-

0

5000

5

1

n.v.t.

laag

ophogingslaag

-

-

0

Ks4

h1

-

UY

DY

-

0

-

0

9999

1

1

n.v.t.

stort

n.v.t.

-

-

0

X

-

-

Y

n.v.t.

-

0

-

0

53

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

54

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

2 PROFIE 2 PROFIE 3 PROFIE 4 PROFIE 5 PROFIE 5 PROFIE

-

Keramiek Keramiek Keramiek Keramiek Keramiek Keramiek

1001 1001 1001 1003 1004 1004

1 1 1 1 1 1

104 104 104 101 103 103

5 PROFIE 5 PROFIE 6 PROFIE 7 PROFIE 8 PROFIE 8 PROFIE

-

1004 1004 1004 13

1 1 1 1

103 103 103 1

8 PROFIE 8 PROFIE 8 PROFIE 9 PROFIE

-

1000 1000 1003 1003 13 13 13 13

1 1 1 1 1 1 1 1

104 104 101 101 1 1 1 1

10 PROFIE 10 PROFIE 12 PROFIE 12 PROFIE 14 PROFIE 14 PROFIE 14 PROFIE 14 PROFIE

-

Keramiek Organisch dierlijk Proto-steengoed Keramiek Kogelpot Keramiek Kogelpot Keramiek Kogelpot Keramiek Grijsbakkend gedraaid aardewerk Keramiek Bot Bot, dierlijk Gebitselement:tand/kies Bot, dierlijk Proto-steengoed Keramiek Grijsbakkend gedraaid aardewerk Keramiek Kogelpot Keramiek Proto-steengoed Keramiek Bot Bot, dierlijk Aardewerk, gedraaid Keramiek Baksteen Keramiek Bouwmateriaal Keramiek Kogelpot Keramiek Munt

1003 999 999 999 999 999

1 1 1 1 1 1

101 1 1 1 1 1

17 PUNT 18 OPPV 19 OPPV 19 OPPV 19 OPPV 19 OPPV

stort naast haard stort uit huis (buiten) stort uit huis (buiten) stort uit huis (buiten) stort uit huis (buiten)

Zilver Metaal Metaal Metaal Metaal Metaal

999 999 999 999 999

1 1 1 1 1

1 1 1 1 1

20 OPPV 20 OPPV 20 OPPV 20 OPPV 20 OPPV

stortvondst buiten stortvondst buiten stortvondst buiten stortvondst buiten stortvondst buiten

Keramiek Keramiek Keramiek Metaal Steen

55

Gordel/riem (onderdeel) Kogelpot:laatmiddeleeuws/hard baksel Tegel Steengoed -

MELA MELB

-

MELB MEVC MELB MELA MELA

MELB MELB MELB MELA MELB

-

MELA MEVC MEVC

MELB MELB MELB

SIEGBURG

MELB MELA

MELB MELB

LANGERW -

MELB MEVC MELA MEVC

MELB MELB MELB MELB

BESLAG -

MELB -

MELB -

BEZEMVG WANDMAJ SIEGBURG -

MELB NTV MELB -

MELB NTM NTV -

mortel Gros (hlaf stuiver), +MONETA*NOVADAVETRIE/ANNO MILOCCCC-LXXI, wapen van Deventer -

1.5 10 2 10 11 400 1 8 3 6 10 2 25 25 10 12 7 37 1 5 13 13 36 1315 265 4

2 12 31 31 0.5 31 68 28 2 263 19

1 2 1 2 oranje/rood 1 1 dikte ca 6,5 cm 1 1 1 1 1 1 3 3 3 1 2 1 1 2 1 1 1 steengoedachtig, buitenzijde paarse engobe 1 afm. ?x12x4,5 cm 1 1 -

1 1 7 7 kogeltjes? 1 7 munten, koper, ondetermineerbaar 1 1 1 26 verschillende metalen voorwerpen. 1 -

WAND WAND

1 1 -

WAND RAND WAND RAND RAND WAND

1 1 1 bezemstreek 1 1 1 -

WAND

1 -

WAND WAND RAND WAND

1 1 1 2 -

WAND

3 -

WAND

1 -

WAND WAND WAND

1 2 1 -

WAND RAND RAND WAND

1 1 1 1 -

WAND RAND WAND

1 1 1 -

VERSIERING

104 104 104 1 104 104

MELA MEVC

AANTAL3

1 1 1 1 1 1

-

TYPE

1000 1000 1000 13 1001 1001

Paffrath Kogelpot Grijsbakkend gedraaid aardewerk Kogelpot Kogelpot Baksteen Paffrath Proto-steengoed Aardewerk, ondetermineerbaar

[specialistenta bs.MATERIAA L.opmerking]

Keramiek Keramiek

AANTAL

-

GEWICHT

1 PROFIE 2 PROFIE

OPMERKING2

104 104

[EINDDAT]

VLAK

1 1

BEGINDAT]

PUT

1001 1000

[MATSPEC]

MAT_ALGEME EN

SPOOR

,ATERIAAL

OPMERKING

[VERZMWIJZE]

VONDSTNUMM

Bijlage 2: Vondstenlijst

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

56

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

Bijlage 3: Boorbeschrijvingen

57

boring: SVMA-1 beschrijver: KW, datum: 22-10-2013, X: 132.444,51, Y: 460.298,94, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31H, hoogte: 1,82, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: waterpas, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - waardering, landgebruik: overige (cultuur), vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Utrecht, gemeente: Maarssen, plaatsnaam: Maarssen, opdrachtgever: Gemeente Stichtse Vecht, uitvoerder: RAAP West

0 cm -Mv / 1,82 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken, stevig Archeologie: enkel fragment bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

10 cm -Mv / 1,72 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken, stevig Archeologie: fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

40 cm -Mv / 1,42 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken, stevig Archeologie: enkel fragment bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

70 cm -Mv / 1,12 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs Bodemkundig: enkele Fe-vlekken Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

90 cm -Mv / 0,92 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken Archeologie: enkele spikkel houtskool, interpretatie: ophogingspakket

120 cm -Mv / 0,62 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs, kleibrokken Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken Archeologie: enkele spikkel houtskool, interpretatie: ophogingspakket

130 cm -Mv / 0,52 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, donkergrijs, kleibrokken, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: laklaag/vegetatie-horizont, enkele Fe-vlekken Archeologie: enkele spikkel houtskool, interpretatie: cultuurlaag

140 cm -Mv / 0,42 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, enkele zandlagen, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: Fe-concreties

150 cm -Mv / 0,32 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele kleilagen, matig fijn, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

Einde boring op 175 cm -Mv / 0,07 m +NAP

boring: SVMA-2 beschrijver: KW, datum: 22-10-2013, X: 132.445,58, Y: 460.300,13, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31H, hoogte: 1,75, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: waterpas, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - kartering, landgebruik: overige (cultuur), vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Utrecht, gemeente: Maarssen, plaatsnaam: Maarssen, opdrachtgever: Gemeente Maarssen, uitvoerder: RAAP West

0 cm -Mv / 1,75 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken Archeologie: enkel fragment bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

20 cm -Mv / 1,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken Archeologie: veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

70 cm -Mv / 1,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, zand- en kleibrokken Archeologie: veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

95 cm -Mv / 0,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtbruingrijs Archeologie: fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

105 cm -Mv / 0,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: Fe-concreties

120 cm -Mv / 0,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, veel dunne zandlagen, stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: veel Fe-vlekken

Einde boring op 140 cm -Mv / 0,35 m +NAP

boring: SVMA-3 beschrijver: KW, datum: 22-10-2013, X: 132.446,89, Y: 460.301,60, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31H, hoogte: 1,82, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: waterpas, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - kartering, landgebruik: overige (cultuur), vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Utrecht, gemeente: Maarssen, plaatsnaam: Maarssen, opdrachtgever: Gemeente Maarssen, uitvoerder: RAAP West

0 cm -Mv / 1,82 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken Archeologie: fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

30 cm -Mv / 1,52 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken Bodemkundig: enkele Fe-vlekken Archeologie: enkel fragment bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

50 cm -Mv / 1,32 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, witgrijs Archeologie: veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: spoor

90 cm -Mv / 0,92 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Archeologie: enkel fragment bouwpuin, interpretatie: cultuurlaag

95 cm -Mv / 0,87 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: veel Fe-vlekken

Einde boring op 110 cm -Mv / 0,72 m +NAP

boring: SVMA-4 beschrijver: KW, datum: 22-10-2013, X: 132.448,86, Y: 460.302,10, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31H, hoogte: 1,78, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: waterpas, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - kartering, landgebruik: overige (cultuur), vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Utrecht, gemeente: Maarssen, plaatsnaam: Maarssen, opdrachtgever: Gemeente Maarssen, uitvoerder: RAAP West

0 cm -Mv / 1,78 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtbruingrijs Archeologie: fragmenten bouwpuin, interpretatie: ophogingspakket

20 cm -Mv / 1,58 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, witgrijs Archeologie: veel fragmenten bouwpuin, interpretatie: spoor

90 cm -Mv / 0,88 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld

Einde boring op 110 cm -Mv / 0,68 m +NAP

boring: SVMA-5 beschrijver: KW, datum: 22-10-2013, X: 132.460,90, Y: 460.301,07, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31H, hoogte: 1,18, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - kartering, landgebruik: overige (cultuur), vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, gemeente: Maarssen, plaatsnaam: Maarssen, opdrachtgever: Gemeente Maarssen, uitvoerder: RAAP West

0 cm -Mv / 1,18 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

30 cm -Mv / 0,88 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruingrijs Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

40 cm -Mv / 0,78 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruingrijs Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

50 cm -Mv / 0,68 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, kleiig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

80 cm -Mv / 0,38 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, kleiig, zwak humeus, donkergrijs, zand- en kleibrokken, matig fijn, schelpfragment, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment onverbrand bot, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

95 cm -Mv / 0,23 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, donkergrijs, spoor plantenresten, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: laklaag/vegetatie-horizont Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

115 cm -Mv / 0,03 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, schelpengruis, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken

140 cm -Mv / 0,22 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, schelpengruis, kalkconcreties, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: Fe-concreties

170 cm -Mv / 0,52 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele zandlagen, schelpfragment zoet water, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: Fe-concreties

Einde boring op 200 cm -Mv / 0,82 m -NAP

boring: SVMA-6 beschrijver: KW, datum: 22-10-2013, X: 132.455,40, Y: 460.295,41, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31H, hoogte: 1,33, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - kartering, landgebruik: overige (cultuur), vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, gemeente: Maarssen, plaatsnaam: Maarssen, opdrachtgever: Gemeente Maarssen, uitvoerder: RAAP West

0 cm -Mv / 1,33 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, matig humeus, donkerbruingrijs Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond

25 cm -Mv / 1,08 m +NAP Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruingrijs Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

55 cm -Mv / 0,78 m +NAP Lithologie: zand, kleiig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

80 cm -Mv / 0,53 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, kleiig, zwak humeus, bruingrijs, zandbrokken, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

100 cm -Mv / 0,33 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtbruingrijs Bodemkundig: enkele Fe-vlekken Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald), interpretatie: gracht

120 cm -Mv / 0,13 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, donkergrijs, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald), interpretatie: gracht

170 cm -Mv / 0,37 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, schelpengruis, spoor plantenresten, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald), interpretatie: gracht

210 cm -Mv / 0,77 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, donkergrijs, spoor hout, kalkrijk Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald), interpretatie: gracht

230 cm -Mv / 0,97 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld

Einde boring op 300 cm -Mv / 1,67 m -NAP

boring: SVMA-7 beschrijver: KW, datum: 22-10-2013, X: 132.446,01, Y: 460.285,46, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 31H, hoogte: 1,04, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - kartering, landgebruik: overige (cultuur), vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Utrecht, gemeente: Maarssen, plaatsnaam: Maarssen, opdrachtgever: Gemeente Maarssen, uitvoerder: RAAP West

0 cm -Mv / 1,04 m +NAP Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

30 cm -Mv / 0,74 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kleibrokken Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

50 cm -Mv / 0,54 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, humusvlekken, stevig, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: enkele Fe-vlekken Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald), interpretatie: cultuurlaag

110 cm -Mv / 0,06 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

125 cm -Mv / 0,21 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, kalkconcreties, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: Fe-concreties

130 cm -Mv / 0,26 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, zeer fijn, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Echteld Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

Einde boring op 150 cm -Mv / 0,46 m -NAP

RAAP-RAPPORT 3080 Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1438/documents/30871