12. De utrechtse buitenplaatsenbiotoop.pdf
Tekst van het document
De uitgestrekte terreinen die tot het landgoed behoorden, speelden als bos of kleinschalig weidegebied een rol in de populaire jacht. De agrarische component is minder nadrukkelijk aanwezig dan in andere zones, behalve op grote landgoederen als Pijnenburg, Eyckenstein en Groeneveld, waar van oudsher meerdere boerderijen bij horen en waar het accent op bosbouw ligt. Kenmerkend voor de Laagte van Pijnenburg is de veel voorkomende combinatie van classicistische laanstelsels en landschappelijke aanleg, de compacte en duidelijk van omliggende bossen begrensde parkaanleg en het zicht op het hoofdhuis vanaf de ontsluitingsas. Het hoofdhuis staat doorgaans aan de voorzijde van het terrein met de middenas haaks op de ontsluitingsweg, waarbij enkel de frontale façade zichtbaar is. Enkele vroeg twintigsteeeuwse buitenplaatsen (Hooge Vuursche III) en instellingen (Renova) zijn toegevoegd en villaparken (Baarn) aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog gevolgd door diverse recreatievoorzieningen, zoals het Bosbad Baarn in 1951.
Toppers en clusters Belangrijke buitenplaatsen in dit gebied zijn Kasteel Groeneveld als museum voor natuur en landschap, Paleis Soestdijk als icoon voor de nationale staat, het Baarnse Bos als belangrijkste formele park in de provincie, Drakenstein als zeventiende-eeuwse buitenplaats met bijzondere achtzijdige centraalbouw en de Hooge Vuursche III als topvoorbeeld van een architectonische tuinaanleg in relatie tot een van de laatste zeer rijk uitgewerkte jonge buitenplaatsen.
Baarnse Bos 34 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Groeneveld en omgeving. De basis voor deze cluster wordt gevormd door de onderliggende strookverkaveling. De langgerekte grondvorm van de parken is hiervan afgeleid. De buitenplaatsen liggen tegen en naast elkaar, met gedeeltelijke verweving: zichtlijnen en uitzichten op elkaars grondgebied, en paden en waterpartijen die over de grenslijnen verbinden. Deze verweving is een gevolg van een gemeenschappelijke eigendomsgeschiedenis van Groeneveld, Buitenzorg en Hooge Vuursche I. Als voormalige ontginnershofsteden zijn de hoofdhuizen zijn op enige afstand van de ontsluitingsweg gelegen, hetzij de Amsterdamsestraatweg, hetzij de Eemnesserweg. Door middel van een haaks hierop staande (verdwenen) laan of zichtlijn zijn de huizen met de weg verbonden. Door de open overplaats van Rusthoek (gebouw uit 1905, aangelegd in 1771 als Zeerust), is deze buitenplaats visueel verbonden aan het park van ’t Benthuis. Slingerende waterpartijen komen op elke buitenplaats voor. Achter het huis strekken zich lange zichtlijnen uit. Ook haaks op de hoofdrichting zijn er doorzichten naar opzij aanwezig, over de lange rechte buitengrenzen.
Kasteel Hooge Vuursche
Soestdijk en omgeving. Kenmerkend is de ligging aan en oriëntatie op de Praamgracht en op de Amsterdamsestraatweg. Soestdijk en het Baarnse Bos zijn met hun hoofdassen (Koningslaan-Wittelaan) op haakse wijze aan elkaar verbonden. Het reliëf is medebepalend voor de inrichting van de parken: water in de laagtes, uitzicht op kerktorens in wijde omgeving. Beide buitens hebben een forse omvang met een concentrisch rond het huis opgezet landschapspark (Soestdijk) en een axiaal formeel park (Baarnse Bos) met een sterke binding in het omliggende, deels verstedelijkte landschap. Beide strekken zich uit over doorgaande wegen, die historisch gezien zelf ook deel uitmaken van het buitenplaatslandschap. De oorspronkelijke samenhang tussen Peking, Canton (Cantonspark) en Java is door het bebouwd raken van de omgeving minder nadrukkelijk geworden. 35
Pijnenburg en omgeving. De buitenplaatsen Pijnenburg (1647, verbouw 1835), Ewijckshoeve (1694, herbouw huis 1831), Prins Hendriksoord (1872) en Vijverhof (1926) zijn gelegen aan de Praamgracht en in hun schegachtige grondvorm bepaald door de grenslijnen van de ontginningsblokken, zoals de ‘Nonnengroepen’. De hoofdhuizen van Ewijckshoeve en Prins Hendriksoord liggen op de hoeken van de parkaanleg en hebben sterke zichtrelaties over de voorliggende graslanden. Ewijckshoeve heeft achter het huis een groot vroeglandschappelijk park, het ervan afgesplitste Prins Hendriksoord een landschapspark uit 1885 met lange slingervijver (vergraven restant van de ‘Engelsche Vaart)’ en een verdiepte bloementuin uit 1910 van D. Tersteeg dat sinds 1926 deel uitmaakt van Vijverhof, wederom een afsplitsing. Van Pijnenburg is alleen het koetshuis uit 1916 zichtbaar. Het hoofdgebouw zelf met de grote zuilenportico uit 1831 is door hoge coniferen onzichtbaar vanaf de weg. Het oorspronkelijk Vingboonshuis had de zichtas over de huidige Biltseweg die sinds 1920 over de oude zichtlaan loopt. Lage Vuursche.
Het dorpje Lage Vuursche wordt historisch gezien gedomineerd door de buitenplaats Drakenstein met haar bijzondere achthoekige centraalbouw uit 1640 in opdracht van Gerard Reede, wiens broer Godard op Renswoude een hervormde kerk in dezelfde ideaalvormen liet bouwen, mogelijk naar ontwerp van Jacob van Campen. Door bebossing en eigendomsafscheiding hebben ruimtelijk gezien de lanenstelsels van en rond het dorp nauwelijks meer een binding met het park, zoals de Koudelaan en de Vinkenlaan, die beide op het hoofdhuis zijn gericht. Interessant is de ‘300 Roedenlaan’, die mogelijk de veertiende-eeuwse ontginningsbasis was van de zuidwaartse vervening tussen de uitzetlijnen van ‘Nonnengroep West’ (gemeentegrens Zeist-De Bilt) en de ‘Nonnengroep Oost’, zo genoemd naar de ontginners van het Vrouwenklooster in De Bilt. De beide strak begrensde, blokvormige buitenplaatsen liggen aan de randen van het dorp, dat aan beide zijden van de Vuursche Steeg is aangelegd. De terreinen zijn sterk in zichzelf gekeerd en vertonen geen verdere ruimtelijke samenhang met elkaar dan dat ze aan elkaar grenzen. De parkaanleg is primair op het centraal gelegen hoofdhuis gericht.
Het neoclassicistische huis Eyckenstein
Eyckenstein en omgeving. Kenmerkend voor deze cluster is dat de buitengrenzen van de evenwijdig naast elkaar gelegen buitenplaatsen Eyckenstein, Rustenhoven en Rovérestein samenvallen met de opstrekkende strookverkaveling. Het hoofdhuis bevindt zich op de kopse kant van de kavel, ten noorden van de Praamgracht. Het huidige Eyckenstein uit 1780 komt voort uit een zestiende-eeuwse boerderij die begin zeventiende eeuw een herenkamer moet hebben gekregen, een gebruikelijke ontwikkeling bij buitenplaatsen. Eyckenstein ligt aan de Maartensdijkseweg tussen Bantamlaan en de ‘Rade Gruppel’, de grens die in 1470 is getrokken tussen het
36 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
gerecht Oostveen (Maartensdijk) en De Bilt. Gescheiden door een smalle open weidestrook (overtuin van Berkenstein), maar ooit samen één geheel vormend, ligt ten westen van Eyckenstein de buitenplaats Rustenhoven uit 1731. Samen met diverse boerderijen en de buitenplaats Ridderoord werd het schuin aan de overzijde van de weg gelegen Berkenstein vanaf 1825 onderdeel van Eyckenstein. In zekere zin geldt dat ook voor het aan de oostzijde gelegen Rovérestein (rovére= eik in het Italiaans), rond 1885 gebouwd en door Leonard Springer van een late landschapstuin voorzien.De ruimtelijke relaties zijn enkel naar voor en achter gericht, de historische kavelrichting volgend. In het bijzonder moet de Gezichtslaan genoemd worden, een vanaf de Soestdijkseweg schuin op Eyckenstein toelopende laan die in 1826 als zichtlaan werd aangelegd. Hoewel de eigendomsgeschiedenis deels samenvalt, hebben de buitenplaatsen geen andere ruimtelijke relatie met elkaar dan dat ze aan elkaar grenzen.
AMERSFOORTSEWEG
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
AMERSFOORTSEWEG
Begrenzing buitenplaatszone Amersfoortseweg
De Amersfoortseweg (N237) is in 1653 aangelegd als zeer brede, kaarsrechte, met bomen beplante weg, als bewust monumentaal ontworpen verbinding tussen Amersfoort en Utrecht. Het betreft het grootste infrastructurele project uit de zeventiende eeuw in de provincie Utrecht. Het 11 kilometer lange traject tussen de Amersfoortse Galgenberg en de buitenplaats Vollenhoven kreeg een regelmatige vakkenverkaveling (24 vakken van ieder 100 roeden breed) voor de stichting van even zo vele buitenplaatsen. Uiteindelijk zijn het er negen geworden, waarvan één inmiddels weer verdwenen is. De grenzen van de 50 roeden diepe vakken werden rondom vastgelegd door opgeworpen wallen met heggen en houtsingels. In veel gevallen is deze lanen- en wallenstructuur nog herkenbaar. Bij stichting van een buitenplaats werd het vak naar achter verdubbeld, zoals bij de vijf vakken rond Huis ter Heide en Soesterberg ook daadwerkelijk is gebeurd. Tussen de vakken werd een 5 roeden breed pad vrij gehouden en als laan beplant (de zogenaamde sortie) om de gemeenschappelijk gebruikte heide aan weerszijden van de weg bereikbaar te houden. Het project was geen onverdeeld succes: op slechts enkele vakken werd een buitenplaats gevestigd, waaronder Zandbergen en Beukbergen.
Hoewel het heldere zeventiende-eeuwse concept van centraal op de uitgezette vakken te bouwen buitenhuizen slechts zeer ten dele is gerealiseerd, vormt het een inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen vormen.
37
Zandbergen
De orthogonale structuur en systematische ritmiek van de vakken is nagenoeg intact en zorgt voor het herkenbare symmetrisch-monumentale karakter van de weg (N237). Door verbredingen en omleggingen is het monumentale karakter van de weg op diverse plaatsen aangetast. Tussen Soesterberg en de Stichtse Rotonde is de oorspronkelijke structuur nog zichtbaar. Tussen Soesterberg en Huis ter Heide zijn vijf vakken verdubbeld. Vanaf 1800 zijn hier voor bosaanleg ook de sorties verlengd die in de twintigste eeuw benut zijn voor verstedelijking. In het overbos van Vollenhoven is de weg met het oorspronkelijke brede dwarsprofiel en houtwallen nog bewaard gebleven. De hoofdhuizen zijn (oorspronkelijk) ontsloten vanaf de Amersfoortseweg. De huizen liggen op relatief grote afstand van de weg. Kenmerkend voor de bestaande buitenplaatsen is het vrije zicht dwars over de weg. In geval van Zandbergen, Beukbergen, Sterrenberg en De Oude Tempel zijn de aan weerszijden van de weg gelegen vakken nadrukkelijk in samenhang ontwikkeld, in de vorm van een overplaats. De basiskwaliteit bij de Amersfoortseweg als buitenplaatszone ligt in de complete aanwezigheid van de vakkenverkaveling ter weerszijden van de weg. De belangrijkste buitenplaatsen zijn Zandbergen en Beukbergen. Zandbergen is de oudste buitenplaats en staat symbool voor de intenties van het zeventiende- eeuwse project.
De overplaats is een fraai voorbeeld van een landschappelijke aanleg en latere herbestemming tot luxe en ruimtelijk opgezet villapark. Op het achttiende-eeuwse Zandbergen na dateren de (vernieuwde) huizen alle uit de periode 1880-1920. De Galgenberg te Amersfoort is niet alleen de enige zichtbare galgenplaats van de provincie, maar vormt ook het uitzetpunt van de Amersfoortseweg.
38 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Amersfoortseweg met de vakkenverkaveling. Kaart uit 1743 door B. de Roij.
Buitenplaats Beukbergen met de rode beukenlaan 39
VALLEILANDGOEDEREN
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
VALLEILANDGOEDEREN
Begrenzing buitenplaatszone Valleilandgoederen
Aan de westrand van de Gelderse Vallei, tussen Woudenberg en Leusden, ligt een karakteristiek landgoederenlandschap dat grotendeels gebaseerd is op dertiende-eeuwse strookvormige verkavelingen. Aan de ontginningsas Ekris ligt het kasteelterrein van Groenewoude, waarvan het gebouwencomplex en de parkaanleg enkel nog één bouwhuis resteert. Er tegenover, aan de andere ontginningsas, ligt Geerestein, een begin zestiende-eeuwse ridderhofstad, na verwoesting in 1558 weer opgebouwd en rond 1740 tot buitenplaats uitgegroeid en in 1834 voorzien van een neoclassicistische voorgevel. In het achterliggende park tussen Geeresteinselaan en de Grift loopt een 1000 meter lange zichtkanaal in de as van het huis, die het park in formele tuinstijl domineert. Den Treek ligt op de overgang tussen de hogere zandgronden en de lagere weilanden, in lijn met de boerderijen aan de Treekerweg en Heetvelderweg. Het in oorsprong vroeg achttiende-eeuwse landgoed heeft een kern rondom het hoofdhuis met landschappelijke aanleg uit omstreeks 1820. Den Treek vormde het centrum van de oostelijke bebossing van de Heuvelrug, die na 1887 op gang kwam en onder meer resulteerde in het Sterrenbosch. Een vierde landgoed, De Boom, werd met een landschappelijke aanleg in 1879 gesticht langs de Heiligerbergerbeek, waaraan dichter bij Amersfoort zich meerdere buitenplaatsen vestigden.
Het Valleikanaal speelt geen rol in de situering van de buitenplaatsen. Het gaat om drie relatief grote landgoederen met veel agrarische landerijen en bossen, en als zodanig grote invloed op een uitgestrekt landelijk gebied, dat de begrenzing van de buitenplaatszone overstijgt. De buitenplaats (huis en park) vormt de kern van deze landgoederen. Karakteristiek voor de Valleilandgoederen is het coulissenlandschap op basis van verschillende verkavelingrichtingen (met herkenbare ontginningsassen), verrijkt met gesloten parkbossen en historische paden- en houtwallenstructuur. Het gebied kent een aantal lange zichtlijnen. Door samenspel van parken en kleinschalige agrarische bedrijven is het een typisch landgoederenlandschap.
40 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
De ruimtelijke samenhang tussen de buitenplaatsen is beperkt, aangezien de kernen op grote afstand van elkaar zijn gelegen en aan verschillende ontsluitingsassen. Enkel Geerestein en De Boom liggen beiden aan de Geerensteinselaan. Bij Geerestein en De Boom is in zekere mate sprake van een overplaats, hoewel niet sterk qua ruimtelijke opzet en relatie.
Abstractie van de gebruikelijke ontwikkeling van parken op buitenplaatsen van een eenvoudige tuin bij een (versterkt) huis naar een formele opzet en uiteindelijk een transformatie naar een landschappelijk park, waarin enkele formele lijnen worden opgenomen.
Geerestein ten noorden van Woudenberg 41
Den Treek, Leusden
AMELISWEERDEN
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
AMELISWEERDEN
Begrenzing buitenplaatszone Amelisweerden 42 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Aan de zuidelijke stadsrand van Utrecht ligt langs de Kromme Rijn de buitenplaatszone ‘Amelisweerden’. Rhijnauwen, Oud en Nieuw Amelisweerd zijn in oorsprong middeleeuwse kastelen aan de noordzijde van de rivier, direct aan het water, die zich in de achttiende eeuw tot buitenplaatsen ontwikkelden. Aan de zuidzijde van de Kromme Rijn ligt het nog steeds duidelijk herkenbare jaagpad. Door het kortstondig eigendom van koning Lodewijk Napoleon in 1808 verkregen Oud- en Nieuw-Amelisweerd vorstelijke allure met de statige Koningslaan als toegangsweg vanuit de stad. Met behoud van de oude verkavelingslijnen is hier een staalkaart aan tuinstijlen ontstaan die nog grotendeels naast en door elkaar aanwezig en zichtbaar zijn: classicistische lanenstelsels, sterrenbossen, parkdelen in rococo-, vroege en late landschapstijl, en het zichtlijnenspel rondom Nieuw-Amelisweerd. Uniek is het rivierbos met de hoogste bomen van Nederland en de vele stinzeflora op voornamelijk Nieuw Amelisweerd. Uiterst zeldzaam zijn de gaaf bewaard gebleven en nu gerestaureerde achttiende-eeuwse Chinese behangsels in het huis Oud Amelisweerd.
Stroomopwaarts liggen aan de Kromme Rijn, in en tegenover het oude centrum van Bunnik, de kleinere buitenplaatsen Cammingha en Niënhof. De veertiende-eeuwse kasteeltoren van De Beesde, later Cammingha genoemd, ligt prominent aan de rivier, terwijl het achttiende-eeuwse hoofdhuis van Niënhof werd omgebouwd tot koetshuis en het eind negentiende-eeuwse hoofdhuis ondertussen alweer is gesloopt. Het restant van het park van de Niënhof strekt zich uit tussen de Kromme Rijn en de gemeentegrens met Zeist, waarbij de Kouwenhovenselaan tot in de Zeister nieuwbouw doorloopt. Terwijl Niënhof en Cammingha tegenover elkaar aan weerszijden van de Kromme Rijn zijn gelegen, liggen Oud- en Nieuw-Amelisweerd en Rhijnauwen naast elkaar in de binnenbocht van een ruime meander. De cultuurhistorische kwaliteit van het gebied wordt verhoogd door de resten van het Romeinse castellum Fectio en de twee grootste forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Rijnauwen en Vechten), evenals de serie groepsschuilplaatsen en resten van een antitankgracht ertussen. Amelisweerd heeft met ruim één miljoen bezoekers per jaar een grote recreatieve betekenis en is te beschouwen als een cultuurhistorisch park tussen de infrastructuur langs de stad, de Uithof en Bun- nik.
Het gebied wordt gekarakteriseerd door aaneengeschakelde parkbossen langs de Kromme Rijn met half open uitzicht op de Koningslaan aan de zuidzijde, en de door lanen en houtwallen begrensde weiden en het begroeide fort Rijnauwen aan de noordzijde, met de hoogbouw van de Uithof als begrenzend silhouet. In 1982 kon burgerprotest niet voorkomen dat door het parkbos de verdiepte A27 werd aangelegd.
Het huis Rhijnauwen aan de Kromme Rijn 43
Rhijnauwen, Oud en Nieuw Amelisweerd. Opmetingskaart uit 1808
LANDGOED LINSCHOTEN
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
LANDGOED LINSCHOTEN
Begrenzing buitenplaatszone Landgoed Linschoten
44 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Tussen Woerden en Montfoort ligt het Landgoed Linschoten, een in het open poldergebied van het Groene Hart gelegen groene enclave die sinds de middeleeuwen als eenheid wordt beheerd. Dit eeuwenlange, centrale beheer heeft geresulteerd in een ruim 300 hectare groot ensemble van huis en parkbos aan het riviertje de Lange Linschoten, met vijftien bijbehorende boerderijen, grienden en landerijen, voornamelijk ter weerszijden van de Haardijk. Met de bouw van het huis in 1637 startte de buitenplaatsontwikkeling. Het huis ligt centraal in de parkaanleg, met de voorzijde georiënteerd op het riviertje. Tuinarchitect J.D. Zocher jr. transformeerde in 1834 de oude formele aanleg met de vijvers en het grand canal in het huidige landschapspark met een grote slingerende waterpartij en met zichtlijnen vanuit het huis naar buiten. Water, in de vorm van gracht, vijvers, grand canal en slotenstelsel, speelt een nadrukkelijke rol in de ruimtelijke configuratie van de buitenplaats. Ten noorden van de snelweg A12 ligt de voormalige zeventiende-eeuwse buitenplaats Wulvenhorst, waarvan de boerderij en enkele waterpartijen resteren. Ten noordwesten van de boerderij ligt tevens het nog grotendeels omgrachte terrein waar ooit het middeleeuwse kasteel Wulvenhorst stond.
Huis te Linschoten (1989)
45
KASTEEL DE HAAR
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
KASTEEL DE HAAR
Begrenzing buitenplaatszone Kasteel De Haar
Hoogtepunt van de belangstelling voor de middeleeuwen en het voorvaderlijk kasteel is wel de herbouw van het kasteel De Haar, een schepping van internationale allure. Het kasteel zelf vormt het centrum van een grootse, eind negentiende-eeuwse landschappelijke parkaanleg met diverse deeltuinen en zichtlijnen die tot ver buiten het park reiken. Kasteel, park, kapel, boerderijen en bijgebouwen vormen met het naastgelegen brinkdorp Haarzuilens een onlosmakelijk ensemble, dat volgens de reconstructivistische visie van architect P.J. Cuypers naar middeleeuws ideaalbeeld is geconcipieerd. Het kasteel werd op de vijftiende-eeuwse fundamenten herbouwd en het dorp werd enkele kilometers naar het oosten verplaatst. Hierdoor kon het kasteel in het centrum van het uitgestrekte park komen te liggen. De parkuitbreiding van H. Copijn in de westelijk gelegen verkaveling is nooit gerealiseerd. De zuidelijke begrenzing van het gebied is gelegd op de Heycop-Vleutense wetering, de voormalige loop van de Oude Rijn, waaraan de vijftiende-eeuwse Hamtoren ligt. De groenbuffer rond De Haar en Haarzuilens is cultuurhistorisch van groot belang omdat deze de kenmerkende historische structuurlijnen en het contrast tussen park en noordwestelijk agrarisch gebied zichtbaar houdt.
46 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Kasteel De Haar
Kasteel De Haar, ontwerp van het park door H. Copijn uit 1909
47
De Breul met station Driebergen-Zeist op de achtergrond
48 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
4. AMBITIES
De Utrechtse buitenplaatsen hebben een hoge landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit die door de provincie als een economisch en maatschappelijk belang wordt herkend en erkend. Behoud en verbetering van die kwaliteit wordt gezamenlijk bereikt met eigenaren, gebruikers, bestuurders, ontwerpers en plannenmakers, aan wie de provincie graag haar ambitie uitdraagt.
Samenhangend cultuurgoed Het uitgangspunt is de buitenplaatszone als cultuurhistorische entiteit, bestaande uit een concentratie van buitenplaatsen met een overeenkomstige vestigings- en ontwikkelingsgeschiedenis. De buitenplaatszone is het invloedsgebied van de afzonderlijke buitenplaatsen, die ieder ook hun eigen identiteit en kenmerken hebben. De begrenzing van de Buitenplaatsbiotoop is bepaald door de reikwijdte van het parkontwerp van de samenstellende buitenplaatsen. Het gaat dus hier niet om de omvang van het eigendom, dat immers sterk kan variëren in de loop der tijd, maar om de omvang van de cultuurhistorische aanleg, die ruimtelijk leesbaar dan wel beleefbaar is. Om dit cultuurgoed te behouden en te versterken zijn niet alleen de aanwezige elementen in de Buitenplaatsbiotoop opgenomen, maar ook de rudimentair aanwezige en deels verdwenen aspecten, die mogelijk in de toekomst kunnen bijdragen aan het versterken van de buitenplaats en de uitstraling en beleving van de zone als geheel.
Beleefbaar voor iedereen De vanaf de openbare weg zichtbare kenmerken zijn het meest relevant voor herkenbaarheid en waardering door het publiek en de directe betekenis voor de woon- en leefomgeving. Hierbij moet in eerste instantie aan het aanzicht van de buitenplaats worden gedacht: het zichtveld of de doorzichten op het hoofdhuis en de zichtbare bijgebouwen. Daarnaast wordt de beleving van het opengestelde park in sterke mate bepaald door de lanenstelsels, hoofdpaden, hoogteverschillen en open-gesloten verhouding. Water speelt in de beleving eveneens een essentiële rol, bijvoorbeeld in de vorm van een omgrachting, sprengloop of grote spiegelvijver. Met water zijn vaak grote herstelopgaven gemoeid, die zeer bepalend zijn voor het aanzien, maar zonder extra steun meestal geen doorgang vinden.
Ambities voor de buitenplaatszones Vanuit de opgedane kennis bij het opstellen van de buitenplaatsbiotoop zijn belangrijke ambities neer te leggen. Deze ambities zijn afgestemd op de provinciale (Structuurvisie 2013-2028, Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen) en gemeentelijke beleidsdocumenten (o.a. Landschaps Ontwikkelings Plannen, groenstructuur visies en landgoederennota’s), en spelen primair in op de bovenlokale opbouw en samenhangende elementen, ter versterking van de gebiedskarakteristiek. Daarnaast zijn ambities per element of legenda-eenheid opgesteld.
49
De Vechtzone Te versterken of behouden karakteristieken Nadruk ligt op de 17de en 18de-eeuwse buitenplaatsen op de smalle oeverwal van de Vecht, veelal in Hollandsclassicistische stijl met compacte parken in formele stijl, die later vaak zijn getransformeerd in een landschappelijke aanleg. Langs het noordelijk deel van de Vecht, de Angstel en het Gein overheerst het agrarische karakter, met hier en daar een tot buitenplaats uitgegroeide boerderij of kasteel of een boerderij met herenkamer. • Typerend is het halfopen landschap met een afwisseling van besloten buitenplaatsen, open weilanden met boerderijen, en historische dorpskernen; • Kenmerkend zijn het onbelemmerde zicht tussen jaagpad en de rivier en de doorzichten tussen en achter de buitenplaatsen naar het open weiland; • Karakteristiek is de oriëntatie van de hoofdhuizen met hun koepelkamers op de rivier en bij latere buiten-plaatsen op de dijkweg, die langs de Vecht-Angstel nog grotendeels het dwarsprofiel uit omstreeks 1811 (Route Impériale 2) heeft behouden; • Bijzonder zijn hier de nog aanwezige sporen van de vele verdwenen buitenplaatsen; • De theekoepel aan de rivier en het smeedijzeren toegangshek tussen bakstenen pijlers aan de weg zijn de beeldmerken voor de Vechtzone; Ambities voor de zone • Verbeter de zichtbaarheid van de buitenplaatsen vanaf de rivier en de weg met aandacht voor erfafscheidingen en de
typische watergebonden elementen (kades, boothuizen); • Versterk de karakteristieke oriëntatie en het zicht van de huizen op de Vecht, Angstel en Gein; • Behoud en vergroot het contrast tussen de buitenplaatsen en de (half) open weilanden; • Verbeter de zichtbaarheid van de Vecht, met name tussen ‘jaagpad’ en water; • Versterk grote aaneengesloten gebieden en voorkom versnippering of fragmentatie; • Behoud de dynamiek en ontwikkelingsmogelijkheden in de vorm van versterking van de ruimtelijke structuur - bijvoorbeeld door nieuwe buitenplaatsen - in de Herenvecht (Maarssen-Loenen) en meer conservering van de landelijkheid en ‘opruimwerkzaamheden’ in de Boerenvecht (Loenen-Nigtevecht). Ambities voor de buitenplaatsen • Behoud en versterk het representatieve karakter, dat zich uit in de zichtbaarheid van de huizen, de koepels en hekken, de beplanting en andere sierelementen in de tuin; • Versterk de lengterichting haaks op Vecht/Angstel/Gein en het opstrekkende (open of dichte) karakter; • Behoud lanen en watergangen van en tussen buitenplaatsen als verwijzing naar historische kavelpatronen; • Concentreer bebouwing aan de weg of in (buitenplaats)kernen; • Behoud de aanwezige overtuinen en overplaatsen en hun relatie met de kern van de buitenplaats.
Stichtse Lustwarandezone Te versterken of behouden karakteristieken Nadruk ligt op de 19de-eeuwse buitenplaatsen met landschappelijke parkaanleg en geënsceneerde aanzichten in de vorm van zichtweides, spiegelvijvers, hoogteligging en zichtlijnen. De Lustwarande is een relatief brede buitenplaatszone met landgoedcomponent op de zuidflank van de Heuvelrug, waarbij van de middeleeuwen tot in de 20ste eeuw sprake is geweest van een vestiging van kastelen en buitenplaatsen, met de tijd meeschuivend van laag naar hoog op de gradiënt.
50 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
• Belangrijkste ruimtelijke kenmerk is de oriëntatie van de buitenplaatsen dwars op de zuidflank van de Heuvelrug, met een kenmerkende opeenvolging van park, parkbos en productiebos de Heuvelrug (zand) op en overplaats en weiland het Kromme Rijn gebied (klei) in; elementen die deze dwarsstructuur articuleren zijn de (zicht)lanen en de slingerende waterpartijen met hun sprengkoppen; • Kenmerkend is de vestiging van reeksen buitenplaatsen in de 19de eeuw tussen de benedenweg (provinciale weg N225) en de bovenweg (Arnhemse Bovenweg), terwijl de buitenplaatsen die voortgekomen zijn uit kastelen en hofsteden in de lagere kleizone liggen; • Typerend zijn de ontworpen zichtrelaties vanaf de weg op de hoofdhuizen en vanuit de hoofdhuizen op het omliggende park, de overplaats en het landschap; • Structurerende onderdelen van deze zichtrelaties zijn de bosschages, de uitzichtpunten en de gewelfde gazons, evenals de voor de landschapsparken kenmerkende slingerende paden, waterpartijen en tuinelementen (bruggen, theekoepels, follies); • Kenmerkend voor de grote buitenplaatsen met een formele parkaanleg zijn de lange lanenstelsels, sterrenbossen en de centrale zichtlaan haaks op het huis; • Karakteristiek zijn de verhoogd gelegen, symmetrisch opgezette blokvormige hoofdhuizen, georiënteerd op de weg maar op enige afstand daarvan; er is een grote variatie aan bouwstijlen, variërend van
bakstenen Hollands-classicistische huizen en witgepleisterde neoclassicistische gebouwen, tot eclectische villa’s en traditionalistische landhuizen; daaraan ondergeschikt zijn de bijgebouwen, zowel qua maatvoering als qua ligging. Ambities voor de zone • Verbeter de zichtbaarheid van de buitenplaatsen vanaf de hoofdweg; • Behoud en versterk de aanwezige zichtrelaties dwars op en over de weg, tussen buitenplaatsen onderling of anderszins; • Articuleer het contrast en de fijnmazige afwisseling tussen open en gesloten terreindelen, scheidingen en dwarslanen tussen de buitenplaatsen onderling; • Behoud het contrast en de diversiteit van buitenplaatsen: van grote ontginningslandgoederen tot kleine (jonge) buitenplaatsen.
Ambities voor de buitenplaatsen • Versterk de karakteristieke oriëntatie en het zicht van de huizen op de hoofdweg; • Behoud en versterk het representatieve karakter dat zich uit in de zichtbaarheid van het hoofdhuis, de sierlijke bijgebouwen, de statige oprijlanen, spiegelvijvers, en zichtvelden- en lijnen op het huis, de bijgebouwen en in de tuin; • Behoud en herstel de sprengbeken als zichtbare en doorgaande structuren; • Behoud en versterk de herkenbaarheid van huis, park en onderdelen als architectonische eenheid; • Voorkom (verdere) inbreiding of verkaveling, stel inrichtingseisen bij nieuwbouw; • Behoud en versterk de herkenbaarheid van de relatie met bosbouw en jachtgronden; • Behoud de aanwezige overplaatsen en de relatie over de weg; • Behoud de dynamiek en ontwikkelingsmogelijkheden om binnen de buitenplaats te vernieuwen en kwaliteit toe te voegen, zonder de structuur aan te tasten.
51
Langbroekerweteringzone Te versterken of behouden karakteristieken Nadruk ligt op 13de-eeuwse kastelen en ridderhofsteden aan de Kromme Rijn en langs de Langbroekerwetering, die hun middeleeuws uiterlijk veelal hebben weten vast te houden dan wel hebben gecreëerd in de vorm van een decoratief neogotisch uiterlijk als uitdrukking van het feodale karakter van het agrarische gebied. • Kenmerkend zijn de kleine huisplaatsen binnen rechthoekige omgrachtingen, verdekte toegangen, poortgebouwen over de wetering, vaarsloten tussen huisplaats en wetering en duiventorens; • Karakteristiek is de samenhang met het coulisselandschap van de Langbroekerwetering, met een afwisseling van open weilanden en gesloten blokbossen, doorsneden door boom- en houtwallanen; • De kastelen en ridderhofsteden liggen als besloten eilandjes binnen de ritmiek van de regelmatige copeverkaveling en vormen een contrast met de overwegend kleine boerderijen aan de wetering.
Ambities voor de zone • Behoud de diversiteit van buitenplaatsen in positie, oriëntatie, stijlvorm en grootte; • Behoud de zichtbare uitgestrektheid over gehele gradiënt tussen Utrechtse Heuvelrug en Kromme Rijn, mede vanuit de agrarische component; • Behoud de afwisseling tussen open en dicht op basis van de aanwezige regelmaat in het slagenlandschap, ook in relatie tot het oorspronkelijke gebruik en de inrichting als jachtgebied; • Versterk contrast en samenhang tussen de (feodale) kastelen met tuinen en de boerderijen met erven en functioneel grondgebruik; • Vermijd omvangrijke ontwikkelingen die de kwaliteiten van de buitenplaatsen én het tussenliggende landschap aantasten. Ambities voor de buitenplaatsen • Versterk de karakteristieke ligging en het zicht van huizen op de Langbroekerwetering of Kromme Rijn: • Behoud het recht(hoekig)e patroon van grachten en waterlopen, en zorg voor voldoende water (diepte en -kwaliteit); • Behoud en vergroot de zichtbaarheid van duiventorens; • Behoud lange (zicht)lijnen en rechte laanstructuren; • Houd het principe in stand dat er niet hoger gebouwd wordt dan de torens van de ridderhofsteden.
Amersfoortsewegzone Te versterken of behouden karakteristieken • Weg met symmetrisch-monumentale karakter, bewust monumentaal ontworpen als brede, kaarsrechte en met bomen beplante verbinding tussen de Amersfoortse Galgenberg en de buitenplaats Vollenhoven • Orthogonale structuur en systematische ritmiek van vakkenverkaveling (24 vakken van ieder 100 roeden breed) voor de stichting van buitenplaatsen, afgebakend door middel van een grotendeels nog herkenbare lanen- en wallenstructuur; • Verdubbeling naar achter bij de vijf vakken rond Huis ter Heide en Soesterberg ; • Sorties tussen de vakken van 5 roeden breed, beplant als laan ; • Prominente landhuizen uit het eind van de 19de en begin van de 20ste eeuw, projectmatig opgezette villawijken en gezondheidsinstellingen binnen de 17de-eeuwse structuur; • Herkenbare oorspronkelijke verkavelingsstructuur tussen Soesterberg en de Stichtse Rotonde; • Herkenbaar oorspronkelijk wegprofiel in overbos van Vollenhoven;
52 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
• Vrij zicht dwars over de weg; • Zandbergen als de oudste buitenplaats met landschappelijke overplaats; • De Galgenberg te Amersfoort als enige zichtbare galgenplaats van de provincie en uitzetpunt van de Amersfoortseweg; • Huizen ontsloten vanaf de Amersfoortseweg, maar op relatief grote afstand ervan; • Beperkte rol van water op de buitenplaatsen; • Samenhang tussen de aan weerszijden van de weg gelegen vakken bij Zandbergen, Beukbergen, Sterrenberg en De Oude Tempel; • Vestiging van grote instellingen. Ambities voor de zone • Behoud en versterk de 17de-eeuwse vakkenverkaveling, maak het regelmatige vakkenritme vanaf de weg herkenbaar en herstel profiel en beplanting van de sorties; verbeter de rechtlijnigheid, boombeplanting en Inrichting van de N237 als een doorlopende weg; • Benader een vak als één geheel, met representatieve façade aan de weg; • Behoud de monumentale instellingscomplexen en stuur op herontwikkeling van hun achterterreinen; • Maak de instituten meer bewust van de achtergrond en kwaliteit van de buitenplaats die zij bezitten; • Stuur de bebouwing en inrichting van de vakken; • Versterk grote aaneengesloten gebieden en voorkom versnippering of fragmentatie; • Vermijd ontwikkelingen die de kwaliteiten van de buitenplaatsen én het direct aan de weg grenzende terrein negatief beïnvloeden.
Ambities voor de buitenplaatsen • Verbeter de zichtbaarheid van de buitenplaatsen vanaf de weg; • Versterk de karakteristieke oriëntatie en het zicht van de huizen op de hoofdweg; • Behoud en versterk het representatieve karakter; • Behoud de aanwezige overplaatsen en de relatie over de weg; • Behoud de dynamiek en ontwikkelingsmogelijkheden om binnen de buitenplaats te vernieuwen en kwaliteit toe te voegen, zonder de structuur aan te tasten.
Laagte van Pijnenburgzone Te versterken of behouden karakteristieken • Situering van de buitenplaatsen op de grillig verlopende stuwwalflank op drie wijzen: 1. De grote blokvormige buitenplaatsen aan de Praamgracht; 2. De langgerekte buitenplaatsen in de veenontginningen; 3. De verspreid gelegen, kleine buitenplaatsen aan de wegenstructuur; • Situering veelal haaks op het reliëf om de beleving van park en landschap te vergroten; • Inpassing in de lange, rechte strokenverkaveling van de veengronden in de vorm van lange zichtassen, doorzichten en lanen; • Prominent gelegen hoofdhuizen aan de voorzijde van het terrein, met een goed zichtbare frontale façade vanaf de openbare weg; • Combinatie van classicistische en landschappelijke aanleg: uitgestrekte formele parken met rechte lanenstelsels, oorspronkelijk georiënteerd op omliggende kerktorens, aangevuld met vroeglandschappelijke parken; • Compacte en duidelijk van omliggende bossen begrensde parkaanleg; • Lage Vuursche als kleine nederzetting rond een buitenplaats (Drakesteyn); • Vorstelijke allure door de aanwezigheid van de stadhouderlijke en koninklijke familie Van Oranje-Nassau;
53
• Enkele kleinere vroeg 20ste-eeuwse buitenplaatsen (Hooge Vuursche); • Verweving in de rand van Baarn van de lanenstelsels, uitzichtspunten en sterrenbossen van buitenplaatsen in de nieuwe structuren van villaparken; • Kasteel Groeneveld als museum voor natuur en landschap, paleis Soestdijk als icoon voor de nationale staat, het Baarnse Bos als belangrijkste formele park in de provincie en de Hooge Vuursche als topvoorbeeld van een architectonische tuinaanleg; • Waardevol cluster: Pijnenburg, Prins Hendriksoord, Vijverhof en Ewijckshoeve. Ambities voor de zone • Versterk de herkenbaar en beleefbaarheid van de Praamgracht-Pijnenburgergrift als structuurelement; • Focus op beleving van buitenplaatsenlandschap in de ‘band’ van buitenplaatsen aan Amsterdamsestraatweg, Praamgracht (Biltseweg) en Embranchementsweg-Maartensdijkseweg-Dorpsweg; • Herstel de belangrijkste structurerende lanen, zichtlijnen en bijzondere elementen als vijverpartijen; • Articuleer buitenplaatsen als grote eenheden, behoud en versterk grote aaneengesloten gebieden en voorkom versnippering of fragmentatie; • Verbeter de zichtbaarheid van de buitenplaatsen vanaf de hoofdwegen; • Behoud en versterk het buitenplaatsenlandschap met kleinschalige weidegebieden en open plekken in het bos; • Versterk de karakteristieke oriëntatie en het zicht van de huizen op de hoofdwegen; • Behoud en versterk de zichtbaarheid
van de lange, rechte verkavelingssloten en het opstrekkende karakter van buitenplaatsen; • Behoud de dynamiek en ontwikkelingsmogelijkheden in relatie tot versterking van de ruimtelijke structuur, bijvoorbeeld door toevoeging van nieuwe buitenplaatsen op strategische plekken; • Vermijd omvangrijke ontwikkelingen die de kwaliteiten van de buitenplaatsen én het tussenliggende landschap aantasten; • Onderzoek ruimtelijke kaders die in acht moeten worden genomen bij ontwikkeling van nieuwe landgoederen; • Onderzoek mogelijkheden voor een cultuurhistorisch verantwoorde inpassing van recreatie- en parkeerdruk bij Lage Vuursche en Soestdijk. Ambities voor de buitenplaatsen • Behoud en versterk het representatieve karakter dat zich uit in de zichtbaarheid van het hoofdhuis, de (sierlijke) bijgebouwen, de statige oprijlanen, spiegelvijvers, en zichtvelden- en lijnen op het huis, de bijgebouwen en de tuin; • Herstel parken en hun karakteristieke elementen; • Behoud de aanwezige overplaatsen en de relatie over de weg; • Verbeter de zichtbaarheid en toegankelijkheid van parken en laanstelsels; • Continueer restauratie Baarnse Bos als belangrijkste formele park in de provincie; • Onderzoek verbindingen van paleis Soestdijk naar omgeving in relatie tot de toekomstige (publieke) herbestemming van gebouw en park.
Valleilandgoederenzone Te versterken of behouden karakteristieken • Landgoederenlandschap dat grotendeels gebaseerd is op 13de-eeuwse strookvormige verkavelingen; • Inbedding van de buitenplaatsen in het kleinschalige coulissenlandschap, verrijkt met gesloten parkbossen met historische paden- en houtwallenstructuur en lange zichtlijnen; • Beperkte ruimtelijke samenhang tussen de buitenplaatsen;
54 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
• Relatief grote landgoederen met veel agrarische bedrijven en landerijen; • Geerestein als 16de- eeuwse ridderhofstad die eind 18de eeuw tot buitenplaats is uitgegroeid tussen de Geeresteinselaan en de Grift met één kilometer lang zichtkanaal; • Den Treek op de overgang naar de Heuvelrug ligt in lijn met de boerderijen aan de Treekerweg en Heetvelderweg en bezit een 19de-eeuws landschapspark, dat als centrum van de eind 19de-eeuwse bebossing van het oostelijke deel van de Utrechtse Heuvelrug fungeerde. Ambities voor de zone • Behoud landschappelijke structuren, zoals kavelsloten en houtwallen; • Behoud en versterk specifieke kenmerken van de landgoedeenheden (lanenstelsels, houtwallen) en hun stijlkenmerken (parkaanleg); • Behoud aaneengesloten grootschalige structuur van de landgoederen met agrarische functie; • Behoud de dynamiek en ontwikkelingsmogelijkheden in relatie tot versterking van de ruimtelijke structuur, bijvoorbeeld door beperkte ontwikkeling in de geest van de landgoederen of door ontwikkeling nieuwe buitenplaatsen. Ambities voor de buitenplaatsen • Behoud en versterk de zichtbaarheid van hoofdhuizen en betreffende bijgebouwen vanaf de weg; • Herstel kleine landgoedelementen (Geerestein); • Versterk de relatie met de aanwezige overplaatsen; • Houd bebouwing geconcentreerd in kern van buitenplaats.
Amelisweerdenzone Te versterken of behouden karakteristieken • Situering van de in oorsprong middeleeuwse kastelen op de noordelijke oeverwal van de Kromme Rijn, dicht bij het water; • Aaneengeschakelde parkbossen met half open uitzicht op de Koningslaan aan de zuidzijde en de weilanden aan de noordzijde; • Grote diversiteit in tuinstijlen, ontstaan in het verleden en thans nog grotendeels naast en door elkaar aanwezig en zichtbaar; • Aantakking op de Koningsweg of -laan met prominente toegangslanen; • Herkenbaar jaagpad op de oever van de Kromme Rijn; • Verweving van de buitenplaatsen met de resten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; • Nieuw Amelisweerd met uniek rivierbos, waardevol Achterbos met menging van stijlperioden en uitgebreid zichtlijnenspel rondom het huis, waaronder op de Domtoren; • Oud Amelisweerd met unieke rococo-aanleg in het Trapeziumbos en vroege landschapsstijl in het Engels Werk.
Ambities voor de zone • Behoud en versterk de grootschalige structuren van de Amelisweerden met de daarbinnen aanwezige structuren van parkbossen, lanen en agrarische aan het landgoed gekoppelde verkavelingstructuren, als recreatieve en cultuurhistorische oase aan de stadsrand van Utrecht; • Behoud en versterk de herkenbaarheid van de Kromme Rijn als belangrijke vaarverbinding voor de stad Utrecht met jaagpad op de oever; • Behoud tracé en bomen Koningsweg (N411); • Behoud en versterk het open landschappelijke karakter van de (agrarische) gronden tussen de parkbossen en in het zuiden de N411 en in het noorden de Uithof; 55
• Versterk de karakteristieke oriëntatie en situering van de huizen aan het water; • Benadruk de bijzondere kwaliteiten bij het publiek. Ambities voor de buitenplaatsen • Behoud en versterk het representatieve karakter van de huizen, bijgebouwen en parkdelen; • Herstel de sterk vervallen parkstructuren van Oud en Nieuw Amelisweerd; • Behoud de onderlinge verschillen tussen de buitenplaatsen; • Behoud en herstel lange (zicht)lijnen en rechte laanstructuren; • Herstel park Niënhof en bosje van Rijnsoever; • Vermijd grootschalige ontwikkelingen, ook in de randen; sta wel kleine ontwikkelingen in de kernen van de buitenplaatsen toe, die ten gunste zijn van de instandhouding en/of functionaliteit van een passende bestemming.
Landgoed Linschotenzone Te versterken of behouden karakteristieken • Groene enclave in het open poldergebied, sinds de middeleeuwen als eenheid beheerd; • Ensemble van huis en parkbos aan het riviertje de Lange Linschoten; • Centraal in de parkaanleg gesitueerd hoofdhuis, met de voorzijde georiënteerd op het riviertje; • In landschapsstijl getransformeerde tuin met restanten van de oude formele aanleg (grand canal), met zichtlijnen vanuit het huis naar buiten; • Water speelt in veel verschillende vormen een nadrukkelijke rol in de ruimtelijke opzet; • Groot aantal bijbehorende boerderijen, grienden en landerijen, voornamelijk ter weerszijden van de Haardijk. Ambities voor de zone • Behoud en versterk de zichtbaarheid van de Lange en Korte Linschoten; • Behoud en versterk de relatie tussen de gebieden ten zuiden en ten noorden van de A12, als zijnde één landschap (Linschoterwaard).
Ambities voor de buitenplaatsen • Behoud en versterk de zichtbaarheid van Huis Linschoten en de zichtassen vanuit het huis; • Behoud en versterk het representatieve karakter; • Behoud en versterk de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het water op de buitenplaats; • Behoud de dynamiek en ontwikkelingsmogelijkheden om binnen de buitenplaats te vernieuwen en kwaliteit toe te voegen, zonder de structuur aan te tasten; • Versterk het buitenplaatskarakter en de herkenbaarheid als buitenplaats van Wulvenhorst.
Kasteel De Haarzone Te versterken of behouden karakteristieken • Eind 19de-eeuwse herbouw van het Middeleeuwse kasteel De Haar in het centrum van een tegelijkertijd gerealiseerde grootse, landschappelijke parkaanleg; • Diverse deeltuinen en zichtlijnen die tot ver buiten het park reiken; • Groot aantal gelieerde bijgebouwen: kapel, woningen, dienstgebouwen en boerderijen; • Onlosmakelijk ensemble met het naastgelegen dorp Haarzuilens, naar middeleeuws ideaalbeeld van een brinkdorp aangelegd;
56 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
• Hamtoren (Den Ham) als restant van de ridderhofstad aan voormalige loop van de Oude Rijn; • Onderdeel rijksbeschermd dorpsgezicht Haarzuilens. Ambities voor de zone • Behoud de oude weg- en waterstructuren, cope-verkaveling, boerderijlinten en bijzondere elementen als een eendenkooi aan de A2; • Versterk het ‘belevingslandschap’ en zoek naar revenuen hieruit; • Stimuleer blijvende goede geleiding van de recreatiedruk op en rond het park en dorp en vind een passende recreatieve herinrichting van het omliggende gebied met onder meer parkaanleg in het westelijk deel; • Bescherm het aanzien en de structuur van het dorp Haarzuilens als onderdeel van het buitenplaatslandschap. Ambities voor de buitenplaatsen • Continueer herstel kasteel en park De Haar; • Behoud zichtrelaties naar buiten en contrast tussen bebost park, half open weide en open polderlandschap; • Behoud en versterk de herkenbaarheid van de Hamtoren met omgrachting aan de oude rivierloop, en andere kasteelterreinen.
AMBITIES PER LEGENDA EENHEID Buitenplaatszone - Vergroot de samenhang tussen de buitenplaatsen als geschakelde reeks (parelsnoer); - Wees alert op terreinen waar een buitenplaats verdwenen is. Gebiedsdragers (watersysteem/ontsluitingsstructuur/oriëntatie) - Vergroot de herkenbaarheid van robuuste structuren, onder meer door de continuïteit van het tracé en eenheid in verharding en beplanting; - Versterk de relatie tot en oriëntatie op de aanliggende buitenplaatsen; - Versterk de leesbaarheid van het landschap in de herkenbaarheid van de samenhang tussen de gebiedskarakteristieken (geomorfologische situering en gradiënt, bodemgesteldheid, landschap en landgebruik, ontginningslijnen) en de structuur van de buitenplaats (bijv. ligging vijvers, boomsoorten en beplantingssortiment, verkavelingspatroon en -richting, etc). Hoofdhuis - Vergroot de zichtbaarheid van het huis vanaf de openbare weg; let daarbij erop dat een huis veelal direct met de voet op het gras of in het grind staat en beperk eventuele uitbreidingen tot de zijgevels; - Behoud en versterk de positie van het hoofdhuis als centrale spil in de ruimtelijke organisatie; - Verbeter de herkenbaarheid van de oriëntatie en ontsluiting van het huis; - Geef een passende en kapitaalkrachtige bestemming aan het huis.
Park - Behoud en versterk het groene karakter, met name van buitenaf gezien; - Behoud en versterk decoratieve en compositorische kenmerken; - Vergroot de herkenbaarheid van de eigen identiteit van de parkaanleg, die onder meer tot uiting komt in de stijlkenmerken, verschillende functies (bosbouw, landbouw, recreatie, etc), typerende beplantingen en ontwikkelingsgeschiedenis; - Behoud en versterk de afwisseling en diversiteit in de parkaanleg, onder meer door variatie in verfijnde en grootschalige parkdelen; - Behoud en vergroot de onderlinge samenhang tussen (rode en groene) parkelementen. 57
Water - Behoud watervoerendheid, kwaliteit en zichtbaarheid van het water, zodat water en oevers niet dichtgroeien en er voldoende lichtinval is; - Behoud en verbeter de verbondenheid of doorstroming van water, indien hier sprake van is, bijvoorbeeld bij sprengen, vaarverbindingen en afwateringen; - Voorkom vergraving van oevers, tenzij dit tegemoet komt aan de versterking van de beleving of functionaliteit van de buitenplaats; - Herstel verdwenen wateren, bij voorkeur als deze onderdeel geweest zijn van een structuur van doorstromend water, bijvoorbeeld bij sprengen. Bijgebouw(en) - Behoud de ondergeschiktheid ten opzichte van het hoofdhuis; - Versterk de ruimtelijke samenhang tussen de bijgebouwen en de buitenplaats; - Vergroot de zichtbaarheid en de herkenbaarheid van de karakteristieke, decoratieve verschijningsvorm en functionele kenmerkendheid, als behorend tot een buitenplaats; - Behoud de aanwezige diversiteit op een buitenplaats; - Versterk de bruikbaarheid van de bijgebouwen en de bijdrage aan de rendabiliteit voor de buitenplaats. Lanen - Behoud de continuïteit en eenheid van lanen over de volle lengte van het tracé, waarbij de boomsoort en locatie zorgvuldig worden gekozen; - Maak een prioritering voor laanherstel naar het belang dat ze hebben voor buitenplaats en landschap in de volgorde: 1. Zichtlanen en oprijlanen 2.
Onderdeel van een lanenstructuur, bijvoorbeeld een sterrenbos, alsmede de structuur van de Amersfoortseweg met sorties en 3. Overige lanen; - Herstel waar mogelijk verdwenen lanen, volgens deze prioritering; - Kies bij substantiële uitval (meer dan 40%) voor algehele laanboomvernieuwing boven plaatselijk inboeten. Zichtlijnen (en zichtpunten) - Behoud de openheid en continuïteit van de gehele zichtlijn (obstakelvrij), in ieder geval tot aan het zichtpunt (eind- of focuspunt); let op: zichtlijnen reiken soms ver en kunnen over openbare wegen en meerdere eigendommen gaan; - Versterk de randen van de zichtlijn als duidelijk (groen) kader; - Herstel verdwenen of verstoorde zichtlijnen. Zichtveld(en) - Behoud de openheid van het gehele zichtveld (panorama); let op: zichtvelden hebben soms grillige randen en kunnen over openbare wegen en meerdere eigendommen gaan; - Versterk de randen van het zichtveld als groene, decoratieve coulissen; - Herstel verdwenen of verstoorde zichtvelden.
Moestuin(en) - Behoud de functionele vlakindeling en eventuele bouwwerken als bakken, kassen, schuren en putten; - Vergroot de herkenbaarheid van de moestuin als kenmerkende historische functie op een buitenplaats, die bijdraagt aan de multifunctionaliteit, economische draagkracht en diversiteit van de buitenplaats; - Versterk de herkenbaarheid als afzonderlijk terrein binnen de aanleg, eventueel door markering van de begrenzing of als potentiële ontwikkellocatie.
58 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
5. buitenplaatsbiotopen DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP 1
2
3
4
5
Kasteel De Haar
Vecht
BLADWIJZER 1
2
3
4
Laagte van Pijnenburg
6
7
8 1
1
Amelisweerden Landgoed Linschoten
2 1
2
1
4
3
G
2
Valleilandgoederen
3
2
5
4
7
Langbroekerwetering
G Lindenhoff G G
Amersfoortseweg
3
6
5
8
Stichtse Lustwarande 9
G G G G G G G G G Zwaanwijck G G G
buitenplaats buitenplaatszone
Breevecht
G G G G G G G G G G Realeneiland G G G G G G G G G Vredenhorst G G G G Donkervliet G G G G G G Valk en Heining G G Slotzicht G GG GGG GG G G Groeneveld G G G G G G G G G G G G G G G G G G G G G Vredenhoff Rupelmonde G G G Sterreschans Soestdijk G G G G G G G G G G Over Holland GG G Vegtvliet G G G G G G G G Gunterstein Queekhoven G G G Schothorst G G G Boom en Bosch G G G G Pijnenburg G G Amersfoort G G G G G G G EwijckshoeveGG GG G G G G G Slangevecht G G Persijn G G G G G G Gansenhoef Eyckenstein G GG G G G G G Stoutenburg II G G G G G G G G G G G G Goudenstein G G Randenbroek G G G G G G G G G G G Den Engh G G G Hertenveld G GG G G G G GG G G G G G G G G De Haar G G G G GG G GG GG G Beukbergen G G G G G G Utrecht G G Den Treek G G G Vollenhoven Zandbergen G G G G G G G GG G De Boom G G GG G Zeist G G G G G G SandwijckG G G G Ma Retraite G G G G G G G GG G G Kop en Hagen G G G G Rijnoord G G Geerestein G G G G G G G G G G G G G G G GG GG G G Woerden G Slot Zeist G G G G G G Soestbergen G G G G GG G G G G G G Renswoude G G G G G G G G G Nieuw G G G G G G Sparrendaal G Amelisweerd Rhijnauwen G G G Anderstein G G G G G G G Linschoten G G G Hydepark G G G G G G Maarn G G GG G Maarsbergen G G G G G G G G G G RijnhuizenG G G G G G GG G G G Heemstede II Beverweerd G G De Hoogstraat GG G G Houten Sterkenburg G Veenendaal G Huis Doorn G G Oudegein G G G GG G NieuweG G G De Wiers
Hardenbroek G G Prattenburg gein G G G Te Vliet GG Jaarsveld G
Sandenburg
G GG G
G
Broekhuizen
G G G Marienhove
De Wildkamp
G Amerongen G Remmerstein G
De Tangh G
G
G
Kaart buitenplaatsen 59
Vecht
Schoonoord
Driemond Vredenhof Beek en Hoff
Vredelust
Hogerlust
Bijlmerlust Starnheim
Oostervecht Holendrecht
Binnenrust
Overberg
Koppelrust
Ipenburg
Lindenhoff
Vredenrijk
Postwijck Bergvliet
Overdorp
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Oud-Rustenburg
60 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
VECHT 1
Vecht
Schoonoord
Koningslust
Overdam Zwaanwijk
Rozendaal
Zwaanvecht
Breevecht
Oostervecht
Overberg
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
VECHT 2 Welgelegen
Te Nes
61
Vecht
Ipenburg
Lindenhoff
Postwijck
Vredenrijk
Bergvliet
Overdorp Oud-Rustenburg Paddenburg Vrederust Geynwijck Middelvaart
Landlust Breevecht - Breee Vecht Geinwensch
Ruiteveld
't Veldhoen
Donkervliet
Kroonesteyn Valkenheining
Slootwijk Loenersloot
Geinvliet Geynzicht
Wallesteyn
Loenen Welgelegen Leeuw en Dijk Beek en Hoff Roserust Bosch en Vecht Oud Over Nieuw-Cronenburgh Bijdorp Cronenburgh Nieuwerhoek Ruygenhof
Vrederijk Vegtlust
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
VECHT 3
Ouderhoek Vreedenhoff
62 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Middenhoek
Vecht
Te Nes
Breevecht - Breee Vecht Welgelegen Vreedenhorst Vrederust
Brugzicht - Derde Bloemhof
Plantagehuis Schoonoord
Slotzicht
Terra Nova
Wallesteyn
Loenen Bosch en Vecht Beek en Hoff
Kalorama
Leeuw en Dijk Cronenburgh Bijdorp
Oosterklip
zonder naam (Nab) Oud Over
Vegtlust
Vrederijk
Nieuwerhoek Ruygenhof Nieuw-Cronenburgh Middenhoek
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
VECHT 4
Vreedenhoff
63
Vecht Wallesteyn
Loenen Welgelegen Leeuw en Dijk Vrederust Beek en Hoff Roserust Bosch en Vecht Oud Over Nieuw-Cronenburgh Bijdorp Cronenburgh Nieuwerhoek Vrederijk
Ruygenhof
Vegtlust
Middenhoek Vreedenhoff Jongerhoek Beerevelt
Sterreschans
Ouderhoek
Rupelmonde
Hunthum Vijverhof
Over Holland
Weerestein Boomoord
Vechtzigt Nieuw Hoogerlust Vegtvliet Queekhoven Groenevecht
Vroeglust Villa Nova
Vecht en Dam
Vegt en Hoff
Boom en Bosch
Vreedenoord
zonder naam (Vehmeijer) Gunterstein - Klein Boomrijk - Boomrijk
Silversteyn
Nijenrode
Oudaen
Slangevecht
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Vrede en Rust
VECHT 5
64 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Cromwijck
Vecht Wallesteyn
Terra Nova
Oosterklip Loenen Bosch en Vecht Leeuw en Dijk Welgelegen Beek en Hoff Kalorama Vrederust zonder naam (Nab) Cronenburgh Oud Over Bijdorp
Vegtlust
Vrederijk
Nieuwerhoek Ruygenhof Nieuw-Cronenburgh Middenhoek Vreedenhoff Ouderhoek
Hunthum
Weerestein
Vegtvliet
Queekhoven Groenevecht Vegt en Hoff
Gunterstein - Klein Boomrijk - Boomrijk
zonder naam (Vehmeijer)
Oudaen
Slangevecht Otterspoor Vrede en Rust Cromwijck
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Gansenhoef
VECHT 6 Otterenburg e.a.
65
Vecht Vecht en Dam
Boom en Bosch
Vreedenoord
zonder naam (Vehmeijer) Gunterstein - Klein Boomrijk - Boomrijk
Silversteyn
Nijenrode
Oudaen Slangevecht Vrede en Rust
Cromwijck
Vecht en Rhijn
De Haar
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
VECHT 7
66 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Vecht Gunterstein - Klein Boomrijk - Boomrijk
zonder naam (Vehmeijer)
Oudaen
Slangevecht
Gansenhoef
Vrede en Rust Otterspoor Cromwijck
Otterenburg e.a.
Vecht en Rhijn
Leeuwenburg Het Slijk
Vredenhoef
Geesbergen
Vechtoever Middelcoop e. a.
Goudestein - Silverstein e.a. Leeuw en Vecht
Mariënhof Doornburgh Nonnerie
Nieuw Vechtevoort Ten Bosch
Luxemburg Herteveld Raadhoven Bolenstein Overkerck De Boomgaard Richmond Ter Meer Hazenburg Vechtenstein Solitude
Diederichsteijn Vecht en Dijk Zuylenveld
Zuylenburg
Groenhoven Zuylen
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
VECHT 8
67
stichtse lustwarande
Houdringe
Beerschoten
Vrijheidslust Arenberg
Vollenhoven Het Klooster
Berkenhoven
Sandwijck - Sluishoef - Boetzelaerpark Blanda Charema Ma Retraite Veldheim Villa Nuova
Oirschot Oostbroek Neijenheim Nieuweroord Schaerweijde De Brink Bloemenheuvel Beeklust
Kersbergen Oud Amelisweerd Rhijnauwen
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Niënhof
68 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
STICHTSE LUSTWARANDE 1 Blikkenburg
Zeist
stichtse lustwarande
Zandbergen
Beerschoten Dijnselburg
Vollenhoven Berkenhoven
Blanda Charema Ma Retraite Villa Nuova Zeist Oirschot
Beek en Royen
Veldheim Schaerweijde
Nieuweroord
Lommerlust Stenia Het Hoekje
Neijenheim De Brink
Beeklust
Arendsburg Hoog Beek en Royen
Kersbergen Pavia
Sparrenheuvel
Molenbosch
Niënhof
Blikkenburg
Schoonoord Groenoord
't Kerckebosch
Heerewegen Heidestein De Breul
Nieuw-Beerschoten Wulperhorst
Tallyho Cottage Bornia
Rose Villa
Hoogerweerd
Rijnwijk Reehorst
Bloemenheuvel Beukenstein Beerschoten - Willinkshof Marienburg Beukenhorst
Nijendal Kraaijbeek Bijdorp Valentijn
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
STICHTSE LUSTWARANDE 2 Sparrendaal
69
stichtse lustwarande
Zeist
Beek en Royen
Heidestein
Bornia
Beerschoten - Willinkshof Hoogerweerd Marienburg Bloemenheuvel
Sparrendaal
Beukenstein Nijendal Beukenhorst
Bijdorp
Kraaijbeek
Valentijn Hydepark / La Foret / 't Zand
Bouwlust De Wildbaan Sterrebosch
De Horst Welgelegen
STICHTSE LUSTWARANDE 3
Dennenburg Lindenhorst
70 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Beukenrode
stichtse lustwarande
Heidestein Bornia
Beerschoten - Willinkshof Hoogerweerd Marienburg Bloemenheuvel
Sparrendaal
Beukenstein Nijendal Beukenhorst
Bijdorp
Kraaijbeek
Valentijn
Hydepark / La Foret / 't Zand Bouwlust De Wildbaan Sterrebosch
De Horst Welgelegen
Veldzigt Lindenhorst
Drieburg
Dennenburg
Beukenrode Broekbergen
Boschwijk Oudeweg Nieuweweg
Der Hirtler Doornveld
Beverweert
Berkenheuvel Aardenburg
Von Gimbornarboretum
Doorn Moersbergen
Leeuwenburgh
Sterkenburg
Den Donck
Rhodensteijn
Hardenbroek
Hindersteyn
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
STICHTSE LUSTWARANDE 4 Weerdesteijn
Lunenburg
71
stichtse lustwarande
Hydepark / La Foret / 't Zand
Zonheuvel
Beukenrode
Schoonoord 2
Der Hirtler De Ruiterberg
Berkenheuvel Boschoord
Aardenburg Doorn
De Hoogstraat Sitio
Moersbergen
Rhodensteijn Darthuizen
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Sandenburg
STICHTSE LUSTWARANDE 5 Broekhuizen - Dartheide
72 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
stichtse lustwarande
De Ruiterberg
De Hoogstraat
Het Zwitserse Huis
Darthuizen Lombok
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
STICHTSE LUSTWARANDE 6 Broekhuizen - Dartheide
Zuylestein
73
stichtse lustwarande Doorn De Hoogstraat
Moersbergen
Schoonoord 2
Rhodensteijn
Darthuizen
Sandenburg
Walenburg Groenesteijn Broekhuizen - Dartheide
Zuijlenburg
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
STICHTSE LUSTWARANDE 7
74 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
stichtse lustwarande De Hoogstraat
Het Zwitserse Huis
Darthuizen Lombok
Broekhuizen - Dartheide
Zuylestein
Zuijlenburg
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
STICHTSE LUSTWARANDE 8
75
stichtse lustwarande
Zuylestein
Amerongen
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
STICHTSE LUSTWARANDE 9
76 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
langbroekerwetering Blikkenburg
Schoonoord
't Kerckebosch
Heerewegen
Groenoord Molenbosch
Heidestein
De Breul
Bornia
Nieuw-Beerschoten Tallyho Cottage
Rose Villa Rijnwijk Bloemenheuvel Beukenstein
Reehorst
Sparrendaal
Beerschoten - Willinkshof Marienburg Hoogerweerd
Nijendal Beukenhorst Bijdorp
Kraaijbeek
Valentijn Bouwlust De Wildbaan Sterrebosch
De Horst
Welgelegen Lindenhorst
Hydepark / La Foret / 't Zand Veldzigt Rijsenburg
Drieburg
Dennenburg
Oudeweg Boschwijk
Broekbergen
Nieuweweg
Beverweert Von Gimbornarboretum
Sterkenburg
Leeuwenburgh
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Hardenbroek
LANGBROEKERWETERING 1 Weerdesteijn
77
langbroekerwetering
Bornia
Sparrendaal
Dennenburg
Hydepark / La Foret / 't Zand
De Horst Zonheuvel
Lindenhorst Veldzigt Drieburg
Beukenrode Schoonoord 2
Boschwijk Oudeweg Nieuweweg
Der Hirtler Doornveld
Berkenheuvel Boschoord Aardenburg
Von Gimbornarboretum
Doorn
Sitio
Moersbergen
Leeuwenburgh Hardenbroek
Den Donck
Rhodensteijn
Hindersteyn
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Sandenburg LANGBROEKERWETERING 2 Weerdesteijn
Lunenburg
78 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
langbroekerwetering
Beverweert
Sterkenburg
Leeuwenburgh
Hardenbroek Weerdesteijn
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
LANGBROEKERWETERING 3
79
langbroekerwetering Doorn Moersbergen
Leeuwenburgh Hardenbroek
Schoonoord 2
Den Donck
Rhodensteijn
Hindersteyn
Sandenburg
Lunenburg Weerdesteijn
Walenburg Groenesteijn
Rhijnestein
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
LANGBROEKERWETERING 4
80 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
langbroekerwetering De Hoogstraat
Het Zwitserse Huis
Darthuizen
Sandenburg
Broekhuizen - Dartheide
Groenesteijn
Zuijlenburg
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
LANGBROEKERWETERING 5
81
laagte van pijnenburg
Steevlied
Drakenburg
Groeneveld
Hooge Vuursche
Klein-Drakenstein
82 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Drakenstein LAAGTE VAN PIJNENBURG 1
laagte van pijnenburg
De Katoenbaal
Steevlied Drakenburg
Groeneveld
Rusthoek
Berg en Dal
t Benthuijs Buitenzorg
Schoonoord
Peking Canton-Cantonspark
Hooge Vuursche
De Eult
Soestdijk-Eyckendaal
Colenso Vredehof Nieuwerhoek
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
Eickenhorst
LAAGTE VAN PIJNENBURG 2
83
laagte van pijnenburg
Klein-Drakenstein
Drakenstein
Pijnenburg
Prins Hendriksoord - Vijverhof
Eyckenstein-Berkenstein-Ridderoord Rustenhoven
Roverestein Ewijckshoeve
DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
LAAGTE VAN PIJNENBURG 3
84 I DE UTRECHTSE BUITENPLAATSBIOTOOP
laagte van pijnenburg
De Eult
Soestdijk-Eyckendaal Colenso Vredehof Nieuwerhoek