10. Bijlage 2 - Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 280125 - geamendeerd vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, dan moet het geld wel worden terugbetaald. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de betaling aan de inwoner binnen een kalendermaand nadat de gemeente een besluit heeft genomen wordt uitbetaald, tenzij anders is afgesproken. 3. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven. In bepaalde gevallen kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm of aan een ander persoon betalen. 4. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. 5. De gemeente kan betalingen doen, zonder dat de inwoner daar met een besluit over wordt geïnformeerd. De gemeente laat de inwoner dan op een andere geschikte manier weten van het betalingsbesluit.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
b. de kosten van de hulp, uitgedrukt in omvang en hoogte van het tarief; c. door wie de hulp wordt gegeven en hoe de hulp georganiseerd wordt; d. hoe de kwaliteit wordt gewaarborgd. De gemeente moet het plan goedkeuren, op kwaliteit toetsen en als de inwoner aan de voorwaarden voldoet van het eerste lid zal de gemeente daarna het pgb toekennen. De inwoner is verplicht om gebruik te maken van het model pgb-budgetplan, en na het invullen te ondertekenen. Het pgb-budgetplan wordt door de gemeente aan de inwoner verstrekt. 4. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of vertegenwoordigers en een vrij besteedbaar bedrag; b. reiskosten; c. bonussen; d. het voeren van een pgb-administratie; en e. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 5. De inwoner moet het pgb-budget besteden aan de doelen zoals beschreven in het ondersteuningsplan en de hulp die via het besluit is toegekend. Een overschrijding van het budget komt voor rekening van de inwoner. 6. De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: a. bij hulp in een spoedeisende situatie; b. als uit het door de inwoner ingediende pgb-budgetplan blijkt dat de kwaliteit van de hulp onvoldoende gewaarborgd is.
De gemeente voert hierbij een controle uit naar de kwaliteit van de aanbieder; c. als uit het door de inwoner ingediende pgb-budgetplan niet blijkt dat de hulp voldoende zal bijdragen aan het gewenste resultaat. De gemeente voert hierbij een controle uit naar de kwaliteit van de hulpverlener; d. als de inwoner het pgb niet zelf kan beheren en de pgb-beheerder dezelfde persoon is als de hulpverlener of werkt voor dezelfde organisatie als de hulpverlener; e. als de inwoner het pgb niet zelf kan beheren en in de omgeving van de inwoner geen andere persoon is die dit beheer kan overnemen. De gemeente beoordeelt hierbij of de inwoner of andere personen voldoende vaardigheden hebben om het pgb te beheren. 7. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de hulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk voor zover het niet gaat om behandeling, beschermd of beschut wonen, of dagbesteding. 8. De gemeente kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
6.3.2
Kwaliteitseisen aan het pgb
6.3.3
Onderscheid formele en informele hulp
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 22 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
De kwaliteit van de hulp die met het pgb ingekocht wordt moet minimaal voldoen aan de kwaliteitseisen voor hulp zoals genoemd in de nadere regels, Wmo en Jeugdwet.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
b. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 2. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is sprake van informele hulp. 3. Als de jeugdhulp of Wmo hulp geboden wordt door een persoon uit het sociaal netwerk van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. 4. De gemeente kan in nadere regels nadere voorwaarden opstellen voor de inzet van een pgb voor het sociale netwerk.
1. De gemeente kent een pgb toe in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet of artikel 2.3.6 van de Wmo. Uitgangspunt is dat het pgb toereikend is om passende en noodzakelijke hulp in te kunnen kopen. 2. Uitgangspunt is dat het tarief van een pgb niet hoger is dan het tarief van de hulp in natura. 3. De hoogte van een pgb: a. wordt bepaald aan de hand van het ondersteuningsplan; b. wordt bepaald door de keuze voor professionele hulp (formeel) of niet-professionele hulp (informeel); I. de hoogte van het pgb voor professionele (formele) hulp is maximaal 80% van de goedkoopste adequate voorziening die hiervoor ingezet zou worden als de dienst in natura zou worden toegekend. Dit wordt getoetst aan de tarieven van Utrecht-West. Als op basis van het familiegroepsplan van de inwoner passende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht dan wordt dat tarief gehanteerd. II. de hoogte van het pgb voor niet-professionele (informele) hulp bedraagt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor ondersteunende begeleiding zoals is opgenomen in de CAO VVT (FWG 30), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren als het gaat om begeleiding. III. de hoogte van het pgb voor professionele huishoudelijke hulp is maximaal 80% van de goedkoopste adequate hulp in natura. IV.
de hoogte van niet professionele (informele) huishoudelijke hulp bedraagt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden zoals is opgenomen in de CAO VVT (specifiek voor hulp bij huishouden gecreëerde salarisschaal), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. c. voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen, roerende woonvoorzieningen en woningaanpassingen bedraagt het pgb maximaal de kosten van een vergelijkbare voorziening in natura. Het pgb wordt berekend met een reële termijn voor de technische afschrijving en de kosten voor onderhoud en verzekering. d. bedraagt nooit meer dan de kostprijs van de goedkoopste adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura en is toereikend om veilige, doeltreffende, inwonergerichte en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen. 4. Als de hoogte van het pgb niet toereikend is of de voorziening niet kan worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers, dan wordt de hoogte van het pgb bepaald op het bedrag van de
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 23 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Hoogte en tarief pgb
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
6.3.4
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
goedkoopste door de gemeente geaccepteerde offerte voor zover het gaat om Wmo voorzieningen die niet te verkrijgen zijn via zorg/hulp in natura. 5. Voor hulp uit het sociaal netwerk, zoals bedoeld in artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet of in artikel 2ab van de landelijke Uitvoeringsregeling Wmo 2015, is de vergoeding maximaal € 141,00 per kalendermaand (tarief per 1 januari 2024). 6. De tegemoetkoming kan ook worden vastgesteld op de kosten per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten berekend aan de hand van de richtbedragen van het Nibud. 7. De vergoeding voor vervoer van en naar de locatie voor jeugdhulp bedraagt de werkelijke kosten van het Openbaar Vervoer. Bij eigen vervoer bedraagt de vergoeding maximaal de belastingvrije kilometervergoeding (€ 0,23 per kilometer per 1 januari 2024). Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de kortste route (per auto) overeenkomstig de ANWB routeplanner. 8. De vergoeding voor vervoer van en naar de Wmo-dagbesteding bedraagt de werkelijke kosten van het Openbaar Vervoer. Bij eigen vervoer bedraagt de vergoeding maximaal de belastingvrije kilometervergoeding (€ 0,23 per kilometer per 1 januari 2024). Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de kortste route (per auto) overeenkomstig de ANWB routeplanner. 9.
Het pgb kan gedurende het jaar naar behoefte flexibel ingezet worden. 10. De geldende pgb tarieven zijn te raadplegen via de gemeentelijke website. 11. De gemeente kan nadere regels en voorwaarden stellen over de toekenning van een pgb.
6.3.5
Verantwoording pgb
6.3.6
Opschorten pgb
7
Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik
7.1
Beëindiging voorziening
1. De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. De gemeente kan hierbij het gebruik van een standaard evaluatieverslag verplicht stellen. 2. Als een inwoner hulp in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 24 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
1. De gemeente kan een voorziening beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. er gebruik gemaakt kan worden van een andere voorziening (zie ook artikel 1.2 van de Verordening);
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
De gemeente kan aan de Sociale Verzekeringsbank vragen om de uitbetaling van het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen, totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing; b. de inwoner niet langer aangewezen is op de voorziening; c. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; d. de inwoner het pgb niet, of voor een ander doel heeft gebruikt.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
c. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden, zoals het met opzet veroorzaken van schade; d. de voorziening is verstrekt op grond van (bij Wmo-hulp met opzet) aangeleverde onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; e. de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; f. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; g. de inwoner niet binnen zes maanden, of twaalf maanden bij een woningaanpassing gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is; h. de inwoner met een pgb niet in het hoofdverblijf verblijft: het pgb kan dan na 6 weken worden beëindigd. 2. Als de inwoner in een ziekenhuis of instelling verblijft wordt het lopende pgb tot maximaal 8 weken na opname doorbetaald aan de zorgverlener. Na deze maand wordt de situatie opnieuw beoordeeld en wordt door de gemeente besloten welke hulp noodzakelijk is, welke financiering daarbij passend is. Het pgb kan dan beëindigd worden. 3. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).
7.2
Terugvordering voorziening
7.3
Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?
7.3.1
Controle
7.3.2
Voorkomen van fraude
7.3.3
Privacy
1. De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Ook het pgb dat is verstrekt voor hulp kan door de gemeente worden teruggevorderd. Ook kan een verstrekte voorziening worden opgehaald. Terugvorderen of een voorziening ophalen kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de redenen voor beëindiging die genoemd worden in artikel 7.1.1., eerste lid, onder c, d, e, en f van deze verordening. 2. De vordering kan worden geïnd door middel van verrekening, als bedoeld in artikel 3.3 lid 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
1. De gemeente kan controleren of de inwoner recht heeft op een voorziening en of hij de juiste voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij beëindiging van de voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 25 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privé leven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen. Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
7.3.4
Toezichthouders
8
Kwaliteit, inkoop en aanbesteding
8.1
Kwaliteit
8.2
Inkoop en aanbesteding
1. De gemeente wijst een of meer toezichthouders aan die de taak hebben erop toe te zien dat de Jeugdwet en Wmo 2015 en de bijbehorende regels worden nageleefd. Hieronder valt ook de handhaving op het niet gebruik, het oneigenlijk gebruik en misbruik van deze wetten. 2. De toezichthouder kan op basis van eigen en onafhankelijk inzicht een werkprogramma opstellen.
De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 26 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
1. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 8.1, derde lid van deze verordening. 2. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij: a. diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b. als zij personeel hebben, dat zij zich als werkgever houden aan de regels van het arbeidsrecht. 3. De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen rekening met: a. het soort dienst of product;
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt. 2. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier; of b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier. 3. De diensten en producten: a. passen bij de behoeften, de persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner; b. zijn doelmatig en doeltreffend; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d. respecteren de rechten van de inwoner; e. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd. 4. De kwaliteitseisen die bij de inkoop zijn vastgesteld zijn van toepassing.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
9
b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskrachten; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing; e. ziekte en verlof van personeel; f. reis- en opleidingskosten; g. het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten, voor zover dit is afgesproken met de aanbieder; h. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen.
Inspraak en participatie
In dit hoofdstuk zijn de mogelijkheden voor inwoners beschreven om inspraak te hebben, te participeren bij de voorbereiding van het beleid van de gemeente en om klachten in te dienen.
9.1
Inspraak
9.2
Inwonersparticipatie
Alle inwoners hebben inspraak op het beleid van het Sociaal Domein, zoals geregeld in artikel 150 van de Gemeentewet en de Inspraakverordening van de gemeente.
De gemeente stelt een onafhankelijke adviesraad in die inwoners vertegenwoordigt. Deze adviesraad geeft advies op sociale vraagstukken. De gemeente heeft de bevoegdheden van deze adviesraad in een apart besluit geregeld.
10 Slotbepalingen
In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordening vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder kan invullen. Verder wordt in dit hoofdstuk de officiële naam van deze verordening geregeld, en wordt bepaald dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is.
10.1 Nadere regels
De gemeente kan nadere regels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze nadere regels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze nadere regels te maken wordt begrensd door de wetten.
10.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
De Verordening Wmo en Jeugd Stichtse Vecht 2022 wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat.
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 27 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
10.3 Intrekken oude verordeningen
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening, als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de Wmo of Jeugdwet of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels niet worden gehaald.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
10.4 Overgangsrecht
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 28 van 34
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
1. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van Verordening Wmo en Jeugd Stichtse Vecht 2022, past de gemeente deze ingetrokken verordening toe, tenzij de Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 gunstiger is voor de inwoner. 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Wmo en Jeugd Stichtse Vecht 2022 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld conform deze verordening.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
10.5 Ingangsdatum en naam
1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2025. 28 januari 2025
Griffier
Voorzitter
B. Espeldoorn-Bloemendal
drs. A.J.H.T.H. Reinders
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 29 van 34
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
Origineel besluit is ondertekend
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Bijlage 1 Richtlijn (dreigende) overbelasting
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 30 van 34
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
1. De zorg voor een jongere of huisgenoot kan zo zwaar worden dat er sprake is van overbelasting. Klachten en kenmerken die bij overbelasting horen, zonder dat van een stoornis in psychiatrische zin sprake hoeft te zijn, zijn: • angst of gespannenheid: nervositeit, onrust, rusteloosheid, slecht slapen; • depressie: hopeloosheid, huilbuien, somberheid; • gedragsproblemen: negeren van normen en regels, onaangepast gedrag; • gecombineerd emotioneel en gedragsgestoord: depressie en/of angst • gecombineerd met een gedragsstoornis of onaangepast gedrag; • lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen. 2. De gemeente kan – in principe kortdurende - hulp inzetten wanneer de inwoner die hulp geeft overbelast dreigt te raken of al overbelast is. Steeds moet duidelijk zijn hoe (het risico op) de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De klachten van of het risico op overbelasting moeten duidelijk worden beschreven. 3. Naast de oorzaak en ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze komt doordat er iets met degene die hulp geeft zelf aan de hand is (draagkracht vermindering) en/of dat deze gevolg is van de ernst van de ziekte van de jongere of de huisgenoot (draaglast verhoging). 4. De gemeente kan een medisch advies opvragen om te kunnen beoordelen of er sprake is van overbelasting. 5.
Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die wordt geboden. Bij overbelasting door een baan van te veel uren of als gevolg van ernstige spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in de oorzaak van de spanning. In het verslag wordt aangegeven dat, wanneer de overbelasting bijvoorbeeld door het herinrichten van het huiselijk leven en/of werk kan worden verminderd, dit dan ook wordt verwacht. Wanneer de indicatie verlopen is en een herindicatie wordt aangevraagd, zal worden gekeken of en welke inzet is gedaan om de overbelasting te verminderen. 6. Als de inwoner die hulp geeft overbelast is of dreigt te raken, kan van hem of haar een verminderde bijdrage worden verwacht, totdat de draagkracht en draaglast in balans is. Daarbij geldt het volgende: a. wanneer er eigen mogelijkheden en/of algemene/collectieve/andere voorzieningen zijn om de draaglast en draagkracht in balans te brengen, moeten deze eigen mogelijkheden en/of algemene/collectieve/andere voorzieningen hiertoe worden ingezet. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf geven van zorg met indicatie, zal de zorg overgenomen moeten worden door andere zorgverleners om overbelasting te stoppen; b.
voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door sociale maatschappelijke activiteiten buiten hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, wordt van de inwoner verwacht dat ze inzet tonen om in balans te komen. Meegewogen hierin wordt financiële zelfredzaamheid, toekomstperspectief, en draagkracht (zoals sociale contacten en hobby’s).
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Bijlage 2 Richtlijn Gebruikelijke hulp Algemeen Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als een leefeenheid gemeenschappelijk in een woning woont. In het onderzoek wordt beoordeeld of de gevraagde hulp en ondersteuning tot de gebruikelijke hulp behoort en of de gebruikelijke hulp ook echt geleverd kan worden. Bij gebruikelijke hulp wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties: • kortdurend: er is uitzicht op herstel. Het gaat meestal om een periode van maximaal drie maanden; • langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp langer dan zes maanden nodig zal zijn. In kortdurende situaties is het uitgangspunt dat deze als gebruikelijk wordt aangemerkt, omdat dit normaal gesproken niet voor overbelasting zorgt. In langdurige situaties is de hulp waarvan kan worden gezegd dat deze op basis van algemeen aanvaarde maatstaven door de sociale omgeving (ouders, partners, volwassen inwonende kinderen en andere inwonende huisgenoten) moet worden geleverd, algemeen gebruikelijke hulp is.
Algemene uitzonderingen Afhankelijk van de individuele situaties kan hulp, die naar algemeen aanvaarde maatstaven als gebruikelijke kan worden beschouwd hier toch niet gebruikelijk zijn. Bijvoorbeeld wanneer: • Uit onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, handicap of probleem, of dat deze kennis/vaardigheden mist en deze ook niet kan aanleren, waardoor de taken niet overgenomen kunnen worden; • In een leefeenheid overbelasting dreigt, doordat, door de (chronische) uitval van iemand uit de leefeenheid gezinsleden alsnog onevenredig belast worden; • De leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot. Ondersteuning in de vorm van een maatwerk voorziening zal dan van korte duur zijn (3-6 maanden) om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen; • Hetzelfde geldt als een partner/ouder door het plotseling overlijden van de andere ouder overbelast dreigt te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen; • De zieke partner/huisgenoot zich in de terminale levensfase bevindt.
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 31 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Fysieke afwezigheid Als de huisgenoot van een hulpvrager vanwege werk fysiek niet aanwezig is voor een aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen, wordt hiermee bij het indiceren rekening gehouden. De afwezigheid van de huisgenoot moet verplicht zijn en horen bij zijn werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Wanneer iemand aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen van huis is, is er in die periode dus sprake van een éénpersoonshuishouden en kan geen gebruikelijke hulp worden geleverd. Wanneer de fysieke afwezigheid van de partner minder dan zeven etmalen is, zal altijd onderzocht worden of de huisgenoot hulp kan verlenen.
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
Er wordt daarbij telkens onderzoek gedaan naar de verhouding tussen draagkracht en draaglast van de inwoner.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Zorgplicht bij echtscheiding Bij echtscheiding vervalt het samenwonen en daarmee dus ook de gebruikelijke hulp voor het huishouden en de onderlinge persoonlijke verzorging van partners. Huishoudelijke taken Onder huishoudelijke taken vallen zowel de uitstelbare als de niet-uitstelbare taken. Niet-uitstelbare taken zijn; maaltijd verzorgen/opwarmen, de kinderen verzorgen, afwassen en opruimen. Uitstelbare taken zijn; wasverzorging, zwaar huishoudelijk werk, stofzuigen, sanitair, keuken, bedden verschonen. Bijdrage van kinderen en jong-volwassenen aan het huishouden Als de leefeenheid van de inwoner ook bestaat uit kinderen, dan gaat de gemeente ervan uit, dat de kinderen een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Hierbij wordt gekeken naar de leeftijd en het psychosociaal functioneren van het kind. Ook wordt naar het sociale netwerk van het gezin gekeken. Kinderen van 5 tot 18 jaar • Kinderen tot 5 jaar dragen niet bij aan de huishouding; • Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, kleding in de wasmand gooien; • Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden, dus rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.
Taken van een 18-23 jarige Van een meerderjarige gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze een gedeelte van de huishoudelijke taken overneemt wanneer de belangrijkste verzorger uitvalt. Van een 18-23 jarige wordt verwacht de volgende taken uit te kunnen voeren: • schoonhouden van de badkamer en toilet, keuken en een kamer, • de was doen, • boodschappen doen, • maaltijd verzorgen, • afwassen en opruimen. Bij deze taken gaat het om 2 uur uitstelbare, zware huishoudelijke taken en 3 uur lichte, niet uitstelbare huishoudelijke taken per week. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden eten geven en begeleiden. Vanaf 23 jaar wordt van iemand verwacht de huishoudelijke taken volledig over te nemen.
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 32 van 34
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
Gebruikelijke hulp bij de functies Persoonlijke Verzorging (PV) en Begeleiding (BG) Deze paragraaf gaat over het bepalen van gebruikelijke hulp bij PV en BG. Deze richtlijn is gebaseerd op de voormalige Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014. Het hangt af van de sociale relatie welke zorg mensen elkaar moeten bieden. Hoe intiemer de relatie, des te meer zorg mensen elkaar horen te geven.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Hoofdregels gebruikelijke hulp bij Persoonlijke Verzorging en Begeleiding Bij gebruikelijke hulp wordt onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties. Dit geldt ook voor PV en BG. Algemeen aanvaarde maatstaven: • de ondersteuning bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen op basis van de Wmo 2015 kan ook lijfsgebonden zijn. Het zogenaamde criterium lijfsgebonden zorg is geen onderscheidend criterium voor het bepalen van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de zorgverzekeraar en de gemeente voor het verlenen van zorg en ondersteuning aan mensen die daarop zijn aangewezen. Voor de Zorgverzekeringswet geldt het criterium van de behoefte aan geneeskundige zorg, of een hoog risico daarop. Voor de Wmo 2015 geldt het criterium voor de behoefte aan ondersteuning voor zelfredzaamheid, vastgesteld volgens de vereisten van het zorgvuldig onderzoek; • in kortdurende situaties valt alle PV en BG onder gebruikelijke hulp; • in langdurige situaties is de zorg waarvan kan worden gezegd dat deze op basis van algemeen aanvaarde maatstaven door de sociale omgeving aan de inwoner moet worden geboden gebruikelijke hulp.
Persoonlijke Verzorging Partners onderling Kortdurende situaties Van partners wordt verwacht dat zij elkaar Persoonlijke Verzorging bieden als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie (hierbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden) met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de inwoner, dat een maatwerkvoorziening daarna niet langer nodig is. Bijvoorbeeld wanneer de partner een been breekt. Deze zorg valt buiten de aanspraken van de gemeentelijke ondersteuningsplicht. De zorgplicht van partners onderling betreft de persoonlijke, lichaamsgebonden zorg in de vorm van assistentie bij, of overname van alle activiteiten die onder de functie PV vallen. Maar ook aandacht en begeleiding bij een aandoening horen hierbij. Gebruikelijke hulp is altijd van toepassing, hier wordt niet van afgeweken, ook niet vanwege geloofsovertuiging, culturele achtergrond of vanwege een gezinssituatie waarin partners ruzie hebben. Langdurende situaties Als vanaf de start van de zorgsituatie duidelijk is dat deze een langdurig karakter heeft, is er geen sprake van gebruikelijke hulp. Er hoeft dan dus niet eerst drie maanden ‘gebruikelijke hulp’ door partners geleverd te worden, voordat een maatwerkvoorziening kan worden geïndiceerd.
Volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling Persoonlijke Verzorging van volwassen inwonende kinderen en andere volwassen huisgenoten, anders dan partners onderling, is geen gebruikelijke hulp.
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 33 van 34
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Begeleiding Partners onderling, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling Kortdurende situaties Alle begeleiding van de inwoner door de sociale omgeving is gebruikelijke hulp als sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de inwoner, dat een maatwerkvoorziening daarna niet langer nodig is. Het gaat over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
Aanleren aan derden Het aanleren van handelingen op het gebied van Persoonlijke Verzorging aan derden (familie, vrienden) is gebruikelijke hulp. Van degene die de gebruikelijke hulp verricht wordt verwacht dat hij, indien hij niet aanwezig is, andere personen die de hulp gaan verlenen aanleert.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie is de Begeleiding van een volwassen inwoner gebruikelijke hulp wanneer die Begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven door de sociale omgeving in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een inwoner: • Het geven van BG aan een inwoner op het terrein van de maatschappelijke participatie; • Het begeleiden van inwoner bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort; • Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte inwoner werd uitgevoerd. Aanleren aan derden Het leren omgaan van derden (familie/vrienden) met de inwoner is gebruikelijke hulp. Afweging gebruikelijke hulp Bij gebruikelijke hulp wordt gekeken naar wat aan tijdsbesteding bij die activiteit bij een gezond persoon gebruikelijk is. Daarbij omvat gebruikelijke hulp de zorg die iedereen nodig heeft (wassen, eten en dergelijke) maar ook de zorg die deze activiteiten in verband met gezondheidsproblemen vervangt.
Wanneer mensen elkaar bij ziekte of handicap langdurig meer zorg bieden dan wat binnen de sociale relatie gebruikelijk is, dan kan niet langer gesproken worden over gebruikelijke hulp. Voorbeeld: het is niet gebruikelijk dat een volwassene langdurig hulp nodig heeft bij de toiletgang.
Verordening Wmo en Jeugdhulp
Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 34 van 34
Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -
Algemene uitzonderingen op het bieden van gebruikelijke hulp aan volwassenen en kinderen voor PV en BG • Als iemand uit de sociale omgeving aantoonbare beperkingen van de gezondheid heeft en/of kennis/vaardigheden mist (en niet kan aanleren) om gebruikelijke hulp uit te voeren voor de inwoner wordt van hen geen bijdrage verwacht. De reden dat de gebruikelijke helper de vaardigheden niet kan aanleren, moet worden gemotiveerd en aangetoond. • Als de inwoner zich in de terminale levensfase bevindt, wordt geen bijdrage verwacht van de sociale omgeving.