CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlage 2 - Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 280125 - geamendeerd vastgesteld.pdf

Raad 28 januari 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10: Verordening WMO en Jeugdhulp16.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsbesluit Onderwerp

Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 Begrotingswijziging

Datum raadsvergadering

Agendanummer

28 januari 2025 Commissie

Registratie nummer XXX

7 januari 2025 (Sociaal Domein)

Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Gemeente

Gemeente Stichtse Vecht

Officiële naam regeling

Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025

Citeertitel

Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025

Vastgesteld door

Gemeenteraad

Onderwerp

Wmo en Jeugdhulp

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Nieuwe regeling

Datum ondertekening Bron bekendmaking Overheid.nl

Kenmerk voorstel

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 1 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1 januari 2025

Terugwerkende kracht t/m

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Datum inwerkingtreding

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Tekst van de regeling Intitulé Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, gehoord de commissie Sociaal Domein d.d. 7 januari 2025, en gelet op:

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 2 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

overwegende dat: • de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd; • het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; • het noodzakelijk is om inwoners te ondersteunen als zij beperkingen ondervinden in hun maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid en zij niet in staat zijn om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen hiervoor een oplossing te vinden; • het noodzakelijk is om inwoner met psychische of psychosociale problemen en inwoners die vanwege huiselijk geweld of om andere redenen de thuissituatie hebben verlaten, te ondersteunen bij het zich handhaven in de samenleving als zij hier niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, of met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen toe in staat zijn; • het noodzakelijk is om regels vast te stellen over: - de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een maatwerkvoorziening; - de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen; - de wijze waarop, onder welke voorwaarden en de hoogte van een

persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; - bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, en ook misbruik en oneigenlijk gebruik van de wetten; - waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van hulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; • het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door de gemeente te verlenen maatwerkvoorzieningen en overige voorzieningen.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet, en de artikelen 2.1.3, artikel 2.1.4 eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid en artikel 2.1.4a eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 2.1.4b tweede lid, 2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6 eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de ‘Regeling klachtenregeling Sociaal Domein’ met daarin de regeling over de behandeling van klachten over onder andere de Wmo en jeugdhulp;

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

besluit: vast te stellen de

Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025

Inhoud

Inleiding

6

1

Algemene bepalingen

6

1.1

B egrippen

6

1.2

Soorten voorzieningen

8

1.2.1

Algemene voorzieningen

8

1.2.2

Collectieve voorzieningen

9

1.2.3

Algemeen gebruikelijke voorzieningen (Wmo)

9

1.2.4

Maatwerkvoorzieningen

9

Gebruikelijke hulp en eigen kracht

10

1.3.1

Gebruikelijke hulp Wmo

10

1.3.2

Eigen kracht jeugdhulp

10

Afstemming van hulp

2

Procedure toegang

2.1

Stap 1: contact opnemen met het Jeugd en Wmo team

11

11 11

2.1.1

Indienen hulpvraag - Wmo

11

2.1.2

Indienen aanvraag – Jeugdwet

11

2.1.3

Procedure melding - Wmo

12

2.1.4

Gegevens

12

2.2

Stap 2: gesprek met de medewerker (indien noodzakelijk)

12

2.2.1

Uitnodiging voor gesprek

12

2.2.2

Doel en procedure gesprek

12

2.2.3

Inhoud gesprek

12

2.2.4

Verslag

13

2.3

Stap 3: aanvraag

13

2.3.1

Aanvraag

13

2.3.2

Advisering

14

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 3 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1.4

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

1.3

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

2.3.3

B eoordelen aanvraag

14

2.3.4

Algemene weigeringsgronden

14

2.3.5

B eslistermijn

16

2.4

Stap 4: beslissing

16

2.4.1

Inhoud beschikking

16

2.5

Verval van recht

17

2.6

Uitzonderingen

17

2.6.1

Spoedeisende gevallen

17

2.6.2

Jeugdwet via arts e.a.

17

3

Jeugdhulp

17

3.1

Uitgangspunten bij het bieden van hulp

17

3.2

Overgang van 18- naar 18+

18

4

Wmo-voorzieningen

4.1

Mantelzorgwaardering

18

4.2

Regels voor de bijdrage in de kosten voor Wmo voorzieningen

18

18

4.3 Tegemoetkoming meerkosten inwoners met een chronische beperking of chronische problemen 19

5

Duur van de indicatie

19

5.1

Duur van de indicatie Wmo

19

5.2

Duur van de indicatie jeugdhulp

20

5.3

Wijziging indicatie

20

5.4

Tussentijdse evaluatie

20

6

Vorm en hoogte van de hulp

6.1

Hulp in natura

21

6.2

Hulp in geld (financiële tegemoetkoming)

21

6.3

Persoonsgebonden budget (pgb)

21

Voorwaarden pgb

21

6.3.2

Kwaliteitseisen aan het pgb

22

6.3.3

Onderscheid formele en informele hulp

22

6.3.4

Hoogte en tarief pgb

23

6.3.5

Verantwoording pgb

24

6.3.6

Opschorten pgb

24

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 4 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

6.3.1

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

20

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

7

Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik

24

7.1

B eëindiging voorziening

24

7.2

Terugvordering voorziening

25

7.3

Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?

25

7.3.1

Controle

25

7.3.2

Voorkomen van fraude

25

7.3.3

Privacy

25

7.3.4

Toezichthouders

26

8

Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

8.1

Kwaliteit

26

8.2

Inkoop en aanbesteding

26

9

Inspraak en participatie

9.1

Inspraak

27

9.2

Inwonersparticipatie

27

27

10.1

N adere regels

27

10.2

Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)

27

10.3

Intrekken oude verordeningen

27

10.4

Overgangsrecht

28

10.5

Ingangsdatum en naam

29

Bijlage 1 Richtlijn (dreigende) overbelasting

30

Bijlage 2 Richtlijn Gebruikelijke hulp

31

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 5 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

27

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

10 Slotbepalingen

26

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Inleiding

Algemene bepalingen

1.1

Begrippen

1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is; b. algemeen gebruikelijke voorziening (Wmo): voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is, gangbaar onder de bevolking is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau; c. andere voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet; d. Awb: Algemene wet bestuursrecht; e. budgethouder: de inwoner die een pgb ontvangt op grond van de Jeugdwet of de Wmo; f. collectieve voorziening: voorziening die voor een groep van inwoners beschikbaar is. g. gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht; h. gebruikelijke hulp (geldt voor Wmo): de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; i.

hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner heeft op het gebied van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, of de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo; j. inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Stichtse Vecht volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo­hulp, dan betreft het de ingezetene van de gemeente Stichtse Vecht als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 6 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente rekening met de doelen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet. De gemeente zorgt ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. De gemeente gaat daarbij uit van vertrouwen, waarbij de gemeente de inwoners en maatschappelijke partners vanuit een positieve insteek benadert. Er is respect voor de ander. Hierbij hoort ook het vertrouwen dat de inwoner en haar/zijn netwerk zelf tot oplossingen (kunnen) komen. De gemeente gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners. Inwoners hebben zelf de regie over hun leven, ze maken bepaalde keuzes in hun leven en zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Ze zijn ook zelf verantwoordelijk voor de oplossing van hun problemen. Zo nodig krijgen ze daarbij ondersteuning vanuit het netwerk, maatschappelijke organisaties en/of gemeente. Het zelfoplossend vermogen en de zelfredzaamheid worden ondersteund. Zoveel als mogelijk is die ondersteuning altijd gericht op het (terug) krijgen van die regie. Verder is de gemeente betrouwbaar en komt afspraken na. Tenslotte richt de gemeente zich op resultaten en het vinden van duurzame oplossingen die ook op de lange termijn werken, op basis van de door de raad geformuleerde maatschappelijke effecten. De gemeente doet wat nodig is en levert maatwerk.

Dit sluit naadloos aan op de gemeentelijke dienstverleningsvisie en de organisatievisie.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 7 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om Jeugdhulp dan gaat het om ouders/verzorgers en of jeugdigen waarvoor de gemeente volgens het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is. Voor de toepassing van hoofdstuk 7 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp van de gemeente; k. Jeugd en Wmo team: het Jeugd en Wmo team bestaat uit TIM Stichtse Vecht (zie ook onder s.) en het Wmo loket (zie ook onder v.). l. maatschappelijke opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Het gaat niet om onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid door huiselijk geweld; m. maatwerkvoorziening: een voorziening waarvoor de gemeente een indicatie moet afgeven/besluit moet nemen. Het is de voorziening zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo en die in de Jeugdwet bedoeld wordt met een ‘individuele voorziening’. n. medewerker: de medewerker van het Jeugd en Wmo team; o. melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan de gemeente als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo; p.

ondersteuningsplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de inwoner is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel de gemeente als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren; q. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet en artikel 2.3.6 lid 1 van de Wmo, zijnde een door de gemeente verstrekt budget aan de inwoner, dat hem in staat stelt hulp of het hulpmiddel zelf in te kopen; r. samenwerkingspartners: partners met wie de gemeente samenwerkt; s. sociaal netwerk: het netwerk van personen aan wie een inwoner om hulp kan vragen. Het netwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld familie, vrienden en buren. t. TIM Stichtse Vecht: TIM Stichtse Vecht bestaat uit wijkteams die de toegang vormen tot maatwerk voorzieningen Jeugdhulp en Wmo-begeleiding. TIM Stichtse Vecht bestaat uit Timon en Incluzio, in deze verordening wordt alleen gesproken over TIM Stichtse Vecht. Timon mag besluiten nemen namens de gemeente als het gaat om voorzieningen die zij aanbieden. Deze bevoegdheden zijn geregeld in het Mandaatbesluit; u. verslag: het verslag van het gesprek en onderzoek naar aanleiding van de melding van een hulpvraag of aanvraag. De inwoner of haar of zijn vertegenwoordiger krijgt dit verslag.

Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner worden aan het verslag toegevoegd. Het verslag kan ook dienen als ondersteuningsplan als het gaat om hulp die ingezet wordt door of via het Jeugd en Wmo team. v. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. w. Wmo loket: het Wmo loket is gevestigd op het gemeentekantoor en zet o.a. hulp bij het huishouden, hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen in. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Awb, de Jeugdwet, het besluit Jeugdwet, de Wmo en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

1.2

Soorten voorzieningen

1.2.1

Algemene voorzieningen

Er zijn verschillende soorten voorzieningen om inwoners te helpen. Er zijn algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en collectieve voorzieningen. De inwoner kan zelf om een algemene voorziening vragen, dit kan op eigen initiatief of bijvoorbeeld via een verwijzing van bijvoorbeeld de huisarts of een andere samenwerkingspartner. Ook zijn er voorzieningen die niet via de Wmo of Jeugdwet worden verstrekt, maar via een andere regeling, de zogenaamde andere voorzieningen. Pas als de gemeente van oordeel is dat deze voorzieningen de inwoner niet kunnen helpen kan een maatwerkvoorziening worden gegeven. Deze voorziening wordt na het afgeven van een indicatie verstrekt.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 8 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1.2.1.1 Begeleiding als algemene voorziening 1. De gemeente biedt begeleiding aan als algemene voorziening via samenwerkingspartners, tenzij het gaat om begeleiding zwaar of specialistische begeleiding. De begeleider kan helpen bij de dagelijkse gang van zaken en helpt de inwoner om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten. 2. De begeleiding door samenwerkingspartners is gericht op het activeren en stimuleren van de ontwikkeling van de inwoner. De begeleiding ondersteunt de inwoner bij het uitvoeren van algemene dagelijkse handelingen, het vergroten van zelfredzaamheid, het meedoen in de

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. cliëntondersteuning; b. begeleiding geleverd door samenwerkingspartners; c. algemeen maatschappelijk werk; d. financiële dienstverlening; e. bibliotheek; f. consultatiebureau; g. preventie; h. jeugdactiviteiten door inwoners en vrijwilligers; i. praktijkondersteuner huisarts; j. jongerenwerk; k. steunouders; l. Jeugdpunt; m. schoolmaatschappelijk werk; n. verenigingen en stichtingen op het gebied van sport, spel en cultuur; o. vrijwilligerswerk; p. sportaccomodaties; q. welzijnswerk; r. activiteiten voor het stimuleren van sociaal contact en tegengaan van eenzaamheid onder ouderen, waaronder mogelijkheden om elkaar te ontmoeten ; s. activiteiten en initiatieven die zorgen voor vitale en gezonde inwoners; t. platform voor en door ouders voor het delen van ervaringen; u. gezinsbuddy; v. Relatie- en scheidingsplein; w. toegang tot een vertrouwenspersoon. 2. De gemeente kan een wijziging aanbrengen in het aanbod van de algemene voorzieningen.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

samenleving en het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. 3. De begeleiding door samenwerkingspartners is gericht op het aanleren van vaardigheden, niet op het overnemen van taken.

1.2.2

Collectieve voorzieningen

1.2.3

Algemeen gebruikelijke voorzieningen (Wmo)

1.2.4

Maatwerkvoorzieningen

De volgende collectieve voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. collectief vervoer (regiotaxi); b. collectieve voorzieningen die worden aangeboden door de gemeente, TIM Stichtse Vecht of de samenwerkingspartners.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 9 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. De volgende maatwerkvoorzieningen voor jeugdhulp zijn onder andere beschikbaar: a. Jeugdzorg plus; b. Jeugdbescherming; c. Jeugdreclassering; d. jeugd en opvoedhulp waaronder: i. ambulante jeugdhulp; ii. dagbehandeling; iii. verblijf pleegzorg; iv. verblijf 24-uur zorg; v. spoedeisend zorg / crisiszorg (ambulant en verblijf); vi. vervoer. vii. individuele begeleiding zonder verblijf; viii. dagbesteding met vervoer zonder verblijf; ix. logeeropvang (respijtzorg); x. gezinshuizen. e. Jeugd GGZ waaronder: i. basis Jeugd GGZ; ii. specialistische jeugd GGZ; iii. Ernstige Dyslexie zorg (ED). 2. De volgende maatwerkvoorzieningen voor de Wmo zijn onder andere beschikbaar: a. hulp bij het huishouden; b. woonvoorzieningen; c. hulpmiddelen; d. vervoersvoorzieningen; e. individuele begeleiding; f. dagbesteding, ook als respijtzorg;

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Onder een algemeen gebruikelijke voorziening wordt een voorziening verstaan die: a. niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; b. daadwerkelijk beschikbaar is; c. een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie, en; d. financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau en gangbaar is onder de bevolking. Er kan uitgegaan worden van tweedehands voorzieningen die op het moment van de aanvraag beschikbaar zijn.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

g. vervoer naar dagbesteding (en dagbehandeling), ook als respijtzorg; h. logeeropvang en logeerverblijf, ook als respijtzorg; i. beschermd wonen; j. beschut wonen; k. beschermd thuis; l. maatschappelijke opvang. 3. Als de inwoner verhuist kan dit gevolgen hebben voor het hulpmiddel dat de inwoner heeft. Bij verhuizing wordt door de gemeente uitgegaan van de richtlijnen uit het “Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing” (het zogenaamde “verhuisconvenant”). 4. De gemeente werkt in nadere regels de specifieke voorwaarden van een maatwerkvoorziening uit, voor zover dit nog niet bij wet geregeld is.

1.3

Gebruikelijke hulp en eigen kracht

1.3.1

Gebruikelijke hulp Wmo

1.3.2

Eigen kracht jeugdhulp

De gemeente verstrekt maatwerkvoorzieningen als de inwoner onvoldoende mogelijkheden heeft om het probleem zelf op te lossen, al dan niet met behulp van de inzet van de inwoner zelf, het eigen (sociale) netwerk en/of mantelzorg (Wmo). Dit noemen we de eigen kracht van de inwoner. De gemeente beoordeelt daarom de eigen kracht van de inwoner. De gemeente kan een inwoner met een indicatie voor een maatwerkvoorziening toestemming geven om in een proefperiode van maximaal drie maanden te proberen om zonder hulp en met eigen kracht in zijn of haar hulpvraag te voorzien. Dit kan zonder het recht op de indicatie te verliezen, zolang de situatie niet verandert.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 10 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. Ouders zijn verplicht om hun kind op te voeden en te verzorgen (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek). Daaronder wordt ook verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind, en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Verder behoren ouders hun kinderen een passend leefklimaat te bieden in een beschermende woonomgeving. Dit betekent ook dat als één van de ouders uitvalt, de andere ouder het overneemt. 2. Het bieden van deze zorg is niet vrijblijvend, verwacht wordt van de ouders dat zij de hulp verstrekken die nodig is. De Jeugdwet gaat er van uit dat van ouders verwacht kan worden dat zij de hulp verstrekken die nodig is, voor zover dit tot de mogelijkheden behoort van de ouders (eigen kracht) al dan niet met gebruik van het sociale netwerk. De gemeente beoordeelt de eigen kracht volgens de bepalingen het derde tot en met het zevende lid van dit artikel.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Van huisgenoten en ouders of verzorgers wordt verwacht dat zij een bijdrage leveren aan het huishouden en hulp geven aan andere huisgenoten. Het gaat hierbij om de normale dagelijkse zorg, zoals taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, administratie, schoonmaken, bezoek aan familie, instanties of een arts. Voorbeelden van huisgenoten zijn partners, inwonende kinderen en andere bewoners met wie de inwoner die hulp nodig heeft gemeenschappelijk een woning bewoont. Dit noemen we gebruikelijke hulp en wordt getoetst bij hulpvragen van de Wmo. Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend. Bij gebruikelijke hulp van kinderen wordt rekening gehouden met de leeftijd van de kinderen. De kaders voor gebruikelijke hulp zijn opgenomen in Bijlage 2 ‘Richtlijn gebruikelijke hulp’. De gemeente onderzoekt of het bieden van gebruikelijke hulp geen overbelasting geeft. Hiervoor geldt de richtlijn overbelasting uit Bijlage 1.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

3. De gemeente onderzoekt of de ouder in staat is om de noodzakelijke hulp aan de jeugdige te bieden. Hierbij wordt onder andere beoordeeld: • wordt de hulp al geleverd door de ouders; • is er sprake van belemmeringen waardoor de ouders de hulp niet (langer) kunnen geven; • is de noodzakelijke hulp niet te specialistisch voor de ouders. 4. De gemeente onderzoekt of de ouder beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te bieden. Hierbij wordt onder andere beoordeeld: • is de ouder langdurig ziek; • is de ouder langdurig afwezig in het gezin. Het niet beschikbaar zijn van de ouder door werk wordt niet meegenomen in de beoordeling. Van de ouder wordt verwacht dat deze de hulp met werk combineert, tenzij dit een schrijnende situatie oplevert. 5. De gemeente onderzoekt of het bieden van hulp door de ouder geen overbelasting geeft. Hiervoor geldt de richtlijn overbelasting uit Bijlage 1. 6. De gemeente onderzoekt of de ouder de hulp zonder vergoeding blijft bieden, en zo ja, of de ouder daardoor niet in de problemen komt. 7. Bij de beoordeling van de eigen kracht worden mogelijkheden van het brede sociale domein ook in kaart gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan schuldhulpverlening, hulp van de Wmo en Werk & Inkomen.

1.4

Afstemming van hulp

2

Procedure toegang

2.1

Stap 1: contact opnemen met het Jeugd en Wmo team

2.1.1

Indienen hulpvraag - Wmo

2.1.2

Indienen aanvraag – Jeugdwet

De gemeente maakt afspraken met hulpverleners, en andere personen of organisaties om de hulp aan de inwoner op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is 1 plan voor 1 gezin.

Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop een inwoner bij het Jeugd en Wmo team hulp kan vragen.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 11 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

Voor een hulpvraag voor jeugdhulp wordt de aanvraagprocedure van de Awb gevolgd. Dit betekent dat de aanvraag tenminste de volgende gegevens moet bevatten: a. de aanvraag is ondertekend; b. de naam en het adres van de aanvrager; c. de datum; d. welk besluit wordt gevraagd: hierbij gaat het om een omschrijving van de hulpvraag.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Inwoners die Wmo-hulp nodig hebben kunnen zich melden bij het Jeugd en Wmo team. De inwoner, of iemand namens de inwoner, kan deze melding op de volgende manieren doen: • schriftelijk; • mondeling; • telefonisch; of • digitaal.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

De inwoner wordt voorafgaande aan het eerste gesprek met de medewerker gewezen op de mogelijkheid van het krijgen van gratis hulp van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Ook wordt de inwoner gewezen op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon. Zie verder de beschrijving onder artikel 2.3.1 van deze verordening.

2.1.3

Procedure melding - Wmo

2.1.4

Gegevens

2.2

Stap 2: gesprek met de medewerker (indien noodzakelijk)

2.2.1

Uitnodiging voor gesprek

2.2.2

Doel en procedure gesprek

2.2.3

Inhoud gesprek

Na de melding neemt de medewerk er de hulpvraag van de inwoner in behandeling. De medewerker bevestigt de melding zo snel mogelijk per brief of email aan de inwoner en nodigt de inwoner indien wenselijk uit voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging (telefonisch of schriftelijk) maakt de medewerker duidelijk waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan. Ook geeft de medewerker informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner) en de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag (persoonlijk plan of familiegroepsplan).

De medewerker verzamelt bij een hulpvraag informatie over de situatie van de inwoner en het gezin die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf mag of kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek wordt duidelijk gemaakt welke gegevens dat zijn en welke termijn er geldt. Van de inwoner wordt medewerking verwacht bij het aanleveren van de informatie die noodzakelijk is om de aanvraag te kunnen beoordelen. Als de inwoner niet voldoende meewerkt kan dit betekenen dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat deze niet beoordeeld kan worden.

Een inwoner die zich heeft gemeld bij het Jeugd en Wmo team met een hulpvraag voor de Wmo, of een aanvraag heeft ingediend voor jeugdhulp, krijgt een uitnodiging voor een gesprek. Dit gesprek kan ook telefonisch of online plaatsvinden als dat voldoende is volgens de medewerker van Jeugd en Wmo team.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 12 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. De medewerker bespreekt met de inwoner de hulpvraag en de persoonlijke situatie van de inwoner. 2. In het gesprek onderzoekt de medewerker in ieder geval:

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag en van de persoonlijke situatie. Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich met een geldig identiteitsbewijs. Voor jeugdigen jonger dan 14 jaar geldt dat de identiteit wordt gecontroleerd aan de hand van het burgerservicenummer als de jeugdige geen geldig identiteitsbewijs heeft. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (bijvoorbeeld een familielid/ cliëntondersteuner) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

a. bij een gesprek over jeugdhulp: is er sprake van problemen bij het opgroeien en/of opvoeden, psychische problemen en stoornissen; b. bij een gesprek over hulp van de Wmo: zijn er problemen met de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie; c. de behoefte van de inwoner: wat is er nodig? d. de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? e. de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? f. de omgeving van de inwoner: welke hulp kan het sociale netwerk of kunnen organisaties bieden? 3. De medewerker informeert de inwoner over de mogelijkheden om hulp te krijgen. Ook informeert de medewerker de inwoner over de mogelijkheden die er zijn om in bepaalde gevallen te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag. 4. De medewerker informeert de inwoner, indien van toepassing, over wat hij zelf moet betalen. 5. Als de inwoner een persoonlijk plan of familiegroepsplan heeft dan betrekt de gemeente deze bij het gesprek.

2.2.4

Verslag

2.3

Stap 3: aanvraag

2.3.1

Aanvraag

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 13 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. De inwoner kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indienen volgens de regels die daarvoor gelden: a. Als de inwoner een Wmo maatwerkvoorziening wil ontvangen, kan hij dit aangeven op het ondertekende verslag. De gemeente ziet het ondertekende verslag dan als een aanvraag. b. Als de inwoner een jeugdhulp maatwerkvoorziening wil ontvangen, dient de inwoner direct een aanvraag in, zonder eerst een melding te doen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een standaard aanvraagformulier van TIM Stichtse Vecht. 2. De aanvraag kan schriftelijk of digitaal worden ingediend. Het doel van de aanvraag is om te bepalen of de gemeente hulp gaat inzetten en welke vorm die hulp dan heeft.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

1. Bij Wmo-hulpvragen stuurt de medewerker de inwoner binnen 6 weken na het eerste contact (bij Wmo is dit de melding) een verslag van de uitkomsten van het onderzoek naar de hulpvraag en naar de persoonlijke situatie van de inwoner. De inwoner krijgt de mogelijkheid om op dit verslag te reageren. 2. Voor hulpvragen over jeugdhulp stuurt de medewerker de inwoner een verslag van de uitkomsten van het onderzoek naar de hulpvraag en naar de persoonlijke situatie van de inwoner. De inwoner krijgt de mogelijkheid om op dit verslag te reageren. 3. Als de medewerker meer informatie nodig heeft voor het verslag, waardoor het verslag niet binnen de hiervoor genoemde termijn kan worden toegestuurd, dan wordt de inwoner hierover geïnformeerd. 4. Uit het verslag blijkt welke hulp noodzakelijk is. Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn. Het advies van een deskundige, indien van toepassing, komt terug in het verslag.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

2.3.2

Advisering

2.3.3

Beoordelen aanvraag

2.3.4

Algemene weigeringsgronden

De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die hiervoor nodig is. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat iemand die wel deskundig is een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij het verslag en de beoordeling van de aanvraag. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een extern onderzoek van een medisch adviseur. De inwoner is verplicht om mee te werken aan het onderzoek.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 14 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. De gemeente kan de maatwerkvoorziening weigeren als: a. de inwoner het probleem zelf kan oplossen; b. de inwoner het probleem kan oplossen met hulp van huisgenoten of anderen uit het sociale netwerk of mantelzorg;

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

1. Vraagt de inwoner hulp, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a. de hulp is noodzakelijk om (één van) de doelen van de Wmo en/of de Jeugdwet te bereiken; en b. de hulp past bij de persoonlijke situatie van de inwoner. Bij hulpvragen voor jeugdhulp gaat het om ontwikkel-, opgroei- en opvoedingsproblemen. Bij hulpvragen van de Wmo gaat het om vragen over zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. 2. Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente alle gegevens die van belang zijn. Het gaat onder meer om gegevens over: a. de behoeften en persoonskenmerken van de inwoner. Hierbij wordt ook gekeken naar de godsdienstige voorkeur, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de inwoner; b. de (on)mogelijkheden van de inwoner; c. de persoonlijke situatie van de inwoner; d. de mogelijkheden van gezinsleden, het sociale netwerk, andere organisaties en de gemeente. 3. Om te bepalen of de gemeente hulp inzet, volgt de gemeente de volgende stappen: Stap 1: de medewerker stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is. Stap 2: de medewerker stelt hierna vast welke problemen, beperkingen en belemmeringen er precies zijn. Stap 3: de medewerker bepaalt of en welke hulp nodig is en hoe veel, hoe lang en in welke vorm.

Stap 4: de medewerker onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), eventueel met behulp van algemene voorzieningen, met algemeen gebruikelijke voorzieningen, met collectieve voorzieningen, met hulp van huisgenoten en anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, gebruikelijke hulp (Wmo) of met andere voorzieningen. Stap 5: de medewerker bepaalt welke (aanvullende) hulp nodig is om het probleem op te lossen. 4. Voor sommige vormen van hulp zijn er in de Wmo, Jeugdwet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. 5. De maatwerkvoorziening is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 15 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

c. de inwoner het probleem kan oplossen met gebruikelijke hulp (Wmo), met algemene voorzieningen, met algemeen gebruikelijke voorzieningen, met collectieve voorzieningen, met hulp van andere organisaties, of met andere voorzieningen; d. uit wetenschappelijk onderzoek onvoldoende de toegevoegde waarde blijkt van de hulp in het wegnemen van beperkingen; e. de gevraagde hulp afwijkt van het advies van de gemeente. 2. De gemeente kan de maatwerkvoorziening ook weigeren als: a. de inwoner iets (niet) heeft gedaan waardoor hij de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en hij deze had kunnen voorzien; b. de Wmo voorziening, waarbij het gaat om hulpmiddelen en woningaanpassingen: • nog niet technisch is afgeschreven; • vervroegd technisch is afgeschreven door het handelen van de inwoner; c. de inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft voordat de melding is gedaan of de aanvraag is ingediend, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was om de hulp in te roepen of aan te schaffen. Als er sprake is van een dergelijke acute noodsituatie moet de inwoner de melding of aanvraag binnen 6 weken nadat de noodsituatie zich heeft voorgedaan indienen. d. de inwoner de gevraagde hulp zelf heeft aangeschaft of heeft ingeroepen tussen de datum van de melding of aanvraag en het besluit van de gemeente.

Hierop kan een uitzondering gemaakt worden als de gemeente hiervoor toestemming heeft gegeven, of als de gemeente de noodzaak van de hulp nog kan vaststellen; e. de hulp of voorziening anti-revaliderend werkt; f. de Wmo-voorziening niet langer dan zes maanden noodzakelijk is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om de maatwerkvoorziening voor een kortere periode vast te stellen. Voor diensten, zoals hulp bij het huishouden, respijtzorg en begeleiding, geldt dat ook hulp voor een kortere periode toegekend kan worden; 3. Een Wmo-vervoersvoorziening kan worden geweigerd als het gaat om verplaatsingen buiten de directe woon- en leefomgeving. 4. Een woonvoorziening kan worden geweigerd: a. als de klachten van de inwoner zijn ontstaan door slecht of achterstallig onderhoud of als de woning niet voldoet aan de wettelijke eisen; b. als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft, of niet zal hebben, in de woning waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; c. als het gaat om woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting van de woning worden verstrekt; d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, tenzij het gaat om het toegankelijk maken van de woning; e.

als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was gezien de beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie, en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; f. als de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door de gemeente; g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; 5. De gemeente verstrekt de voorzieningen beschermd thuis, opvang en beschermd wonen volgens het daartoe vastgesteld beleid van de gemeente Utrecht, de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze gemeente.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

6. De gemeente kan per maatwerkvoorziening nog specifieke weigeringsgronden benoemen.

2.3.5

Beslistermijn

2.4

Stap 4: beslissing

2.4.1

Inhoud beschikking

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 16 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. De gemeente legt het besluit over het al dan niet toekennen van een maatwerkvoorziening vast in een beschikking De beschikking wordt naar de inwoner gestuurd. 2. In de beschikking wordt in ieder geval vastgelegd: a. wat de hulp en/of voorziening inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is; b. wanneer de hulp ingaat, hoeveel hulp gegeven wordt en, indien van toepassing, hoe lang de hulp duurt; c. hoe en door wie de hulp wordt gegeven, als dit al bij het besluit bekend is; d. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden; e. de termijn van 6 maanden waarbinnen de inwoner zich moet melden bij een hulpaanbieder dan wel het pgb moet besteden als bedoeld in artikel 2.5 van deze Verordening; f. of de hulp als een gift, in natura, in de vorm van een pgb, of op een andere manier wordt gegeven. 3. Verstrekt de gemeente de hulp in de vorm van geld, dan wordt in de beschikking ook vermeld: a. voor welk doel het geld wordt gegeven; b. wanneer het geld wordt betaald; c. (indien van toepassing) hoe vaak het geld wordt betaald. 4. Verstrekt de gemeente de hulp in de vorm van een pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval ook vastgelegd: a. waarvoor het pgb bedoeld is; b. hoe hoog het pgb is; c. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; d. hoe de besteding van het pgb verantwoord moet worden; e.

de termijn van 6 maanden waarbinnen de inwoner het pgb moet besteden als bedoeld in artikel 2.5 van deze Verordening; f. welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden. 5. De gemeente informeert de inwoner in het besluit ook, indien van toepassing, over wat de inwoner zelf moet betalen.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

1. De gemeente beslist zo snel mogelijk, en bij een aanvraag voor jeugdhulp in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen. Bij de Wmo kan na de onderzoeksperiode van 6 weken een aanvraag ingediend worden. De gemeente beslist binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen. 2. De beslistermijn kan schriftelijk worden opgeschoven als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt. De gemeente kan de inwoner om meer informatie vragen als dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is. Als de gemeente een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kan nemen, dan noemt de gemeente in een brief een nieuwe termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen. Ook als de gemeente niet op tijd de benodigde informatie van externe adviseurs heeft ontvangen stuurt de gemeente deze brief.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

2.5

Verval van recht

2.6

Uitzonderingen

2.6.1

Spoedeisende gevallen

2.6.2

Jeugdwet via arts e.a.

3

Jeugdhulp

3.1

Uitgangspunten bij het bieden van hulp

Het recht op hulp vervalt als de inwoner niet binnen zes maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp, tenzij dit de inwoner niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen.

In spoedeisende gevallen zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner de hulp krijgt die nodig is. De gemeente kan dan afwijken van de normale procedure, als dat nodig is. Het kan onder andere gaan om de volgende (tijdelijke) hulp in afwachting van een onderzoek van de gemeente: a. het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp; b. het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning.

1. De gemeente zorgt ervoor dat de jeugdige jeugdhulp krijgt, als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering de jeugdige doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder. 2. Bij de procedure genoemd in het eerste lid doorloopt de aanbieder de stappen zoals beschreven in artikel 2.3.3 van deze Verordening. Als dit niet mogelijk is voor de aanbieder, kan de aanbieder de inwoner verwijzen naar TIM Stichtse Vecht voor het onderzoek. 3. De gemeente maakt afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over zulke doorverwijzingen. Alleen doorverwijzingen naar gecontracteerde hulp komt in aanmerking voor vergoeding van de gemeente, tenzij geen passende hulp via de gecontracteerde hulp ingezet kan worden. Dit is ter beoordeling van de gemeente. Als de inwoner in aanmerking wil komen voor niet gecontracteerde hulp, kan hiervoor een pgb aanvraag ingediend worden. De gemeente beoordeelt deze aanvraag. Ook hiervoor worden de stappen gevolgd zoals beschreven in 2.3.3. 4. De gemeente stuurt over de jeugdhulp een beschikking naar de inwoner. In deze beschikking wordt de inwoner geïnformeerd over de jeugdhulp en over de duur van de hulp.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 17 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het vermogen van de jeugdige, zijn ouders en hun sociale netwerk om problemen zelf op te lossen.

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

Jeugdigen in Nederland moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van jeugdigen, hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om te voorkomen dat de situatie verslechtert en om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te verminderen. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

2. De gemeente betrekt de wensen van de jeugdige en zijn ouders bij de keuze over welke jeugdhulp wordt ingezet. De gemeente beslist welke hulp wordt ingezet. 3. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorg-organisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente.

3.3 Veilig thuis

In het geval van (een vermoeden) van kindermishandeling en/of huiselijk geweld kan er gemeld en/of advies gevraagd worden bij Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt van de Rijksoverheid biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling.

3.2

Overgang van 18- naar 18+

4

Wmo-voorzieningen

4.1

Mantelzorgwaardering

4.2

Regels voor de bijdrage in de kosten voor Wmo voorzieningen

1. De gemeente zorgt er, samen met de jeugdige en de zorgaanbieder voor, dat jeugdigen uit de jeugdhulp ondersteund blijven als ze 18 jaar worden. Deze hulp wordt vanuit de Wmo of vanuit de Jeugdwet geboden. De hulp wordt alleen nog vanuit de Jeugdwet geboden in situaties die beschreven zijn in het derde en vierde lid, of als dit in de Jeugdwet in bepaald. 2. Om de overgang van 18- naar 18+ soepel te laten verlopen stelt de zorgaanbieder zo nodig, maar in ieder geval als er sprake is van hulp met verblijf, met de jeugdige een toekomstplan op, in ieder geval zodra de jeugdige de leeftijd van 17 jaar heeft bereikt. 3. Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd als hulp niet vanuit een andere wet geboden kan worden. Dit kan maximaal tot de dag dat de jeugdige uit de jeugdhulp 23 jaar wordt. 4. Als sprake is van pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de jeugdige 21 jaar wordt, tenzij de jeugdige18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan. De pleegzorg kan eventueel worden verlengd totdat de jeugdige 23 jaar wordt. Hiervoor is dan wel aanvullend onderzoek nodig waaruit de noodzaak blijkt. Dit geldt ook voor opname in een gezinshuis.

Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychische of psycho-sociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente aan deze inwoners kan geven.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 18 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp, zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. Gaat het om een product, dan

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een chronische ziekte, handicap of hulpbehoefte. De gemeente stelt in de nadere regels vast waaruit deze waardering bestaat.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is geregeld in artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015. 2. Voor een algemene voorziening vraagt de gemeente geen bijdrage in de kosten. 3. De aanbieder van een algemene voorziening kan aan de inwoner een onkostenvergoeding vragen als dat tussen de gemeente en aanbieder is afgesproken. Het gaat om een hele of gedeeltelijke onkostenvergoeding voor kosten zoals: gebruik van consumpties, maaltijden en materialen bij dagbesteding. De vergoeding bedraagt nooit meer dan de werkelijke kosten. 4. De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de gecontracteerde aanbieder. 5. De gemeente vraagt geen eigen bijdrage voor: a. voorzieningen voor inwoners onder de 18 jaar (behalve voor autoaanpassingen en woningaanpassingen); b. specialistische hulp en ondersteuning: begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf. Hierbij kan wel een onkostenvergoeding worden gevraagd als in het derde lid is beschreven; c. een rolstoel, alle medische noodzakelijke aanpassingen aan de rolstoel en het onderhoud hiervan. Ook voor de aangekoppelde voorzieningen die van de rolstoel een vervoersvoorziening maken wordt geen eigen bijdrage gevraagd; d.

het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV), hiervoor wordt een gereduceerd tarief (ritbijdrage) aan de inwoner gevraagd; e. vergoeding voor verhuiskosten, woningsanering, autokosten en sportvoorzieningen; f. woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten. 6. De hoogte van de eigen bijdrage voor de kosten van collectief taxivervoer bedraagt: € 0,28 per kilometer (tarief per 1 januari 2024). De tarieven kunnen worden geïndexeerd volgens de gemaakte afspraken. Voor het actuele tarief kan de inwoner terecht op www.regiotaxiutrecht.nl. 7. Inwoners die gebruik maken van beschermd wonen betalen de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Bij de berekening van de eigen bijdrage voor beschermd wonen telt ook het vermogen mee zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning. Voor de actuele bedragen en percentages kan de inwoner terecht op https://www.hetcak.nl.

4.3

Tegemoetkoming meerkosten inwoners met een chronische beperking of chronische problemen

1. De gemeente kan een maatwerkvoorziening inkomensondersteuning verstrekken ter ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie aan inwoners van 18 jaar en ouder die aantoonbaar meerkosten hebben door een langdurige hoge zorgvraag. 2. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming zijn vastgelegd in beleidsregels van de gemeente.

5

Duur van de indicatie

5.1

Duur van de indicatie Wmo

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 19 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. Voor een Wmo-maatwerkvoorziening geldt het uitgangspunt dat een indicatie voor langere tijd kan worden afgegeven. De duur is afhankelijk van de levensfase en persoonlijke

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

De periode waarvoor een indicatie voor dienstverlening wordt afgegeven is afhankelijk van meerdere factoren. In de eerste plaats of er sprake is van Wmo-ondersteuning of jeugdhulp.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

omstandigheden van de inwoner. Dit is maatwerk. De duur van de indicatie kan voor zowel bepaalde (met einddatum) als voor als onbepaalde tijd (zonder einddatum) zijn, en alle periodes daartussen. 2. Voor welke termijn een indicatie wordt afgegeven, is afhankelijk van de volgende factoren: a. de aard van de voorziening, de beperkingen en leerbaarheid van de inwoner en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen; b. de woonomstandigheden en bij dienstverlening de samenstelling van het huishouden van de inwoner en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen. 3. Om een indicatie zonder einddatum te kunnen afgeven moet uit het onderzoek blijken dat: a. er sprake is van een situatie waarin niet verwacht wordt dat de inwoner zelfredzamer kan worden en dat de leerbaarheid van de inwoner niet kan verbeteren, al dan niet door inzet van gebruikelijke hulp, mantelzorg of algemene voorzieningen. Hierdoor is de inwoner blijvend aangewezen op de ondersteuning vanuit de Wmo; b. er geen verandering te verwachten is in de situatie van inwoner of in omvang van de noodzakelijke hulp; c. er geen verwachting is dat de inwoner verslechterd en daardoor in aanmerking komt voor de Wlz.

5.2

Duur van de indicatie jeugdhulp

5.3

Wijziging indicatie

5.4

Tussentijdse evaluatie

6

Vorm en hoogte van de hulp

1. Een indicatie voor jeugdhulp wordt altijd voor bepaalde tijd afgegeven, waarbij de maximale duur afhankelijk is van de persoonlijke situatie van de inwoner. 2. Als de hulp in de vorm van een pgb wordt verstrekt, wordt deze altijd voor bepaalde tijd, dus met een einddatum, afgegeven.

1. De indicatie kan altijd tussentijds worden gewijzigd als er sprake is van een wijziging in de omvang van de behoefte aan hulp. Deze wijziging kan voortkomen uit een evaluatie, uit een fraudeonderzoek van de gemeente, of op verzoek van de inwoner. 2. Als de situatie van de inwoner wijzigt kan dit gevolgen hebben voor zijn aanspraak op hulp. De inwoner heeft de verplichting om wijzigingen door te geven. Deze wijzigingen kunnen aanleiding zijn voor een wijziging van de indicatie. 3. Als de inwoner permanent of voor lange tijd (naar verwachting langer dan 8 weken) afwezig zal zijn, kan de gemeente de indicatie (tijdelijk) beëindigen. Voor een voorgezette indicatie doet de inwoner zelf een nieuwe melding of dient zelf een nieuwe aanvraag in.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 20 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

De hulp die de gemeente geeft is in principe ‘hulp in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld begeleiding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven of een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is

Bijlage 2 TEKENBOEKVERSIE -

1. Het Jeugd en Wmo Team kan, binnen de wettelijke kaders, een tussentijdse evaluatie uitvoeren. 2. Bij een indicatie zonder einddatum vinden er in ieder geval periodieke contactmomenten plaats (telefonisch, schriftelijk of met huisbezoek) om te beoordelen of de lopende indicatie en/of verstrekkingsvorm nog passend zijn.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen. In deze verordening zijn voorwaarden genoemd voor maatwerkvoorziening, deze gelden in principe voor alle vormen van hulp, tenzij in deze verordening hiervan wordt afgeweken. Voor de verschillende vormen van hulp kunnen ook extra voorwaarden in deze verordening worden opgenomen.

6.1

Hulp in natura

6.2

Hulp in geld (financiële tegemoetkoming)

6.3

Persoonsgebonden budget (pgb)

6.3.1

Voorwaarden pgb

1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze Verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt. 2. De gemeente ziet erop toe dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en de inwoner informeert over alles wat belangrijk is om te weten over het product. 3. De gemeente ziet erop toe dat de leverancier van een dienst de kwaliteitseisen, zoals opgenomen in de contracten, nakomt. 4. De prijs van de hulp in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. Het tarief voor hulp in natura wordt, als het geen uurtarief is, omgerekend naar een tarief per uur. De tarieven die in het contract zijn opgenomen kunnen worden geïndexeerd volgens de gemaakte afspraken.

Gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 10.1 (sub 1a.), A 10.2 (sub 1b.), A 10.3 (sub 1c.), A 10.4 (sub 1d.), A 10.5 (sub 1e.), A 10.6 (sub 1fb. en c.), A 10.8 (sub 1h.), A 10.9 (sub 1i.), A 10.10 (sub 1j.a en b.), A 10.11 (sub 1k.), A 10.12 (sub 1l.). Pagina 21 van 34

Verordening Wmo en Jeugdhulp

1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat. De voorwaarden uit de Wmo, Jeugdwet, de nadere regels en de voorwaarden uit deze paragraaf gelden bij de beoordeling van het recht op een pgb. 2. Als het gaat om een pgb aanvraag voor jeugdhulp motiveert de inwoner waarom de hulp in natura niet voldoet. 3. De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-budgetplan. Hierin staat: a. welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2839/documents/58147