CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Programmabegroting 2022_1.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 26 oktober 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3. 19:35: Programmabegroting 202236.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Uitgangspunten risicomanagement Risicomanagement is een instrument om te kunnen acteren op de risico’s die we lopen. Risicomanagement is geen afzonderlijke activiteit, maar maakt deel uit van de (management)processen. De gemeente verkrijgt inzicht in de risico’s door deze te inventariseren en beheersmaatregelen uit te voeren om de gevolgen van de risico’s te verkleinen. Twee keer per jaar worden de risico’s geïnventariseerd en geactualiseerd. Voor het beheer van de risico’s maken wij gebruik van een geautomatiseerd risicomanagementsysteem. De uitgangspunten voor ons risicomanagement zijn beschreven in de Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht. Een risico is daarin gedefinieerd als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’. Daarnaast is de Beleidsnotitie Algemene reserve van belang. Met de Beleidsnotitie Algemene reserve heeft uw raad de norm en samenstelling voor het weerstandsvermogen bepaald. Ratio weerstandsvermogen Voor de ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit, heeft uw raad als streefnorm een ratio tussen de 1,4 en 2 (ruim voldoende) bepaald. Tevens is bepaald dat het weerstandsvermogen wordt gevormd door de schijven 1 en 2 van de Algemene reserve (AR).

Schijf 1 geeft de minimale omvang van het weerstandsvermogen voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. Schijf 2 is het deel van de AR bestemd voor het opvangen van calamiteiten, taakstellingen Sociaal domein of een negatief rekeningsaldo. Bij de actualisatie zijn ook de risico’s uit grondexploitaties meegenomen. Voor risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Daarvoor geldt de Algemene reserve grondexploitaties eerst als buffer, pas daarna wordt de Algemene reserve aangesproken. De risico’s uit grondexploitaties actualiseren we jaarlijks bij de jaarrekening met een afzonderlijke risicoanalyse. De verwerking in het risicomanagementsysteem vindt plaats bij de begroting. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties zijn opgenomen in de paragraaf Grondbeleid. Voor de begroting 2022 is het laatst vastgestelde risicoprofiel, d.w.z. het risicoprofiel uit de Jaarrekening 2020, geactualiseerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling van het aantal risico’s, de kans dat risico’s zich voordoen of de impact ervan.

Risicoprofiel Bij het uitvoeren van haar taken heeft de gemeente te maken met een dynamische, complexe omgeving. Dit houdt ook in dat zich ontwikkelingen kunnen voordoen waar op voorhand in de begroting geen rekening mee is of kan worden gehouden. Deze ontwikkelingen kunnen financiële gevolgen hebben. Om de gevolgen op te kunnen vangen kent de gemeente een buffer, de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze bestaat uit de schijven 1 en 2 van de Algemene reserve. De benodigde weerstandscapaciteit hangt af van de risico’s die we lopen. Minimaal tweemaal per jaar wordt met de geïnventariseerde risico’s een risicoprofiel samengesteld. Op basis van de kansberekening uit ons risicomanagementsysteem Naris is het risicoprofiel bij het opstellen van de begroting 2022 bepaald op € 7,26 miljoen. Onderstaand taartdiagram geeft aan hoe de voor de begroting 2022 geïnventariseerde risico’s over de begrotingsprogramma’s zijn verdeeld (op basis van hun aandeel in de benodigde weerstandscapaciteit):

49

Grootste risicogebieden Van de drie gebieden/domeinen die, qua invloed op het weerstandsvermogen, het grootste in omvang zijn, lichten wij de drie grootste risico’s en de bijbehorende beheersmaatregelen toe. Voor het totaal aan risico’s verwijzen wij naar het overzicht aan het eind van deze paragraaf. 1. Fysiek Binnen het programma Fysiek is sprake van risico’s die samenhangen met projecten, klimaatverandering en technische risico’s. De drie grootste risico’s die binnen dit programma spelen, zijn: Kockengen Waterproof De (financiële) risico’s betreffen het gebiedsproces, het verleggen van de hoofdriolering en het herstel aan kabels en leidingen om de veiligheid te kunnen garanderen. Beheersmaatregelen: Om de risico’s te beheersen kennen we diverse beheersmaatregelen: 1. Voor het project wordt een berekening gemaakt van de te verwachten meerkosten. Het separate raadsvoorstel daarover leggen wij in het najaar 2021 voor; 2. Daarnaast voeren we permanente metingen uit van reeds aangelegde weghoogtes. Bij een versnelde daling volgt aanpassing van de nog te realiseren deelprojecten; 3. We zijn alert op de wijze van aanbesteding, bijvoorbeeld ten aanzien van materialen; 4. We informeren bewoners actief over nut en noodzaak en voor het verleggen van de huisaansluitingen is een regeling getroffen, waarbij in overleg met bewoners maatwerk wordt geboden.

Gebiedsontwikkeling Bisonspoor Financiële risico’s zijn met name gekoppeld aan investeringen in de openbare ruimte (aanbesteding, niet voorzien) en aan interpretatie van gemaakte anterieure afspraken. We voorzien tegenvallende inkomsten uit grondverkoop om te kunnen storten in kapitaaldekkingsreserve. Aan de uitgavenkant voorzien we een overschrijding als gevolg van hogere investeringen in de openbare ruimte. Tegelijkertijd onderzoeken we bezuinigingsmogelijkheden en het knippen van de aanpak van de openbare ruimte. In de loop van 2021 leggen we een raadsvoorstel ter besluitvorming voor.

50

Beheersmaatregel: Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen: 1. We brengen de financiële risico's in beeld; 2. In voorkomende gevallen vragen wij een second opinion aan de huisadvocaat ten aanzien van juridische risico's; 3. Bestuurlijk nemen wij uw raad mee in de processen binnen dit project; 4. Het onderzoeken van bezuinigingsmogelijkheden en het knippen van de aanpak openbare ruimte. Kunstwerken (met name bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken Door het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen wordt de doorstroming beperkt en zijn kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar. Beheersmaatregel: We voeren noodreparaties uit en voor de civiele kunstwerken is een beheerbeleidsplan 2021-2025 opgesteld. Het plan is in maart 2021 vastgesteld door uw raad. Momenteel wordt gewerkt aan het uitvoeren van inspecties van de kunstwerken. Na de inspecties stellen wij een onderhoudsprogramma op. Op basis hiervan kunnen onderhoudscontracten aanbesteed worden. Het resultaat van de inspecties kan leiden tot hogere kosten voor het onderhoud van de civiele kunstwerken. 2. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s Bij de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met financiële, technische en organisatorische risico’s.

De drie grootste geïnventariseerde risico’s op dit onderdeel zijn: Het overtreden van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) De gemeente werkt met veel persoonsgegevens, die o.a. in het Sociaal domein ook door partnerorganisaties worden gebruikt. Bij de verwerking van persoonsgegevens is de gemeente gehouden aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Bij de uitvoering van taken en de verwerking van bijbehorende persoonsgegevens bestaat de kans dat door bijvoorbeeld onjuiste inrichting van gebruikte systemen of door handelen van mensen persoonsgegevens onjuist verwerkt of onbedoeld openbaar worden. Beheersmaatregelen: Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen: 1. Om overtreden van de AVG zoveel mogelijk te voorkomen zet de gemeente in op het verbeteren van bewustwording voor informatieveiligheid en het omgaan/werken met persoonsgegevens. De vanuit de AVG verplichte maatregelen zijn ingericht (zoals een register van verwerkingen, het uitvoeren van Data protection impact assessments (DPIA’s) en een procedure voor het afhandelen van datalekken). Tevens zijn er procedures voor het afhandelen van verzoeken van betrokkenen. Op het punt van bewustwording zijn nog stappen te maken. De bewustwordingsacties worden ook in 2022 onverminderd voortgezet. 2.

Daarnaast vindt jaarlijks de zelfevaluatie volgens de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) plaats met controle hiervan door een externe, onafhankelijke auditor. 3. Tot slot is er aandacht voor het veilig mailen. Dit gebeurt met SmartLockr, waardoor ook bijlagen beveiligd met een wachtwoord of 2-factor-authenticatie verzonden kunnen worden. Als gevolg van de maatregelen die zijn ingesteld om verspreiding van het coronavirus te beperken, wordt in 2021 door de medewerkers overwegend thuis gewerkt. Doordat nu niet op een vaste plek met persoonsgegevens wordt gewerkt en bij verzending meerdere schakels moeten worden ingezet, is het risico op een mogelijk datalek groter. Controle op afstand is lastiger dan vanuit een beveiligde kantooromgeving. Op dit moment is nog niet duidelijk in welke mate ook in 2022 sprake zal zijn van thuiswerken.

51

Het risico op gijzeling van informatie of systemen / cybercrime Het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en persoonsgegevens is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat om de medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het uitgangspunt voor informatiebeveiliging; vanuit hier werken we ernaartoe om verder te voldoen aan dit normenkader. In een wereld die in toenemende mate digitaliseert wordt de kwaliteit van de digitale weerbaarheid steeds belangrijker. Ongewenste, onbewuste acties blijken een groot risico voor de privacy van inwoners en bedrijven en de veiligheid van informatie. Het werken aan bewustwording voor het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens blijft onverminderd een aandachtspunt. Want informatiebeveiliging kan technisch wel in orde zijn, wanneer medewerkers hier niet naar handelen liggen incidenten, zoals datalekken en phishingmails, nog steeds op de loer. Beheersmaatregelen: 1. Technische maatregelen zijn o.a. netwerksegmentering, het beter beveiligen van mailverkeer tussen servers, het nog beter beveiligen van e-mailberichten en betere toegangsbeveiliging. 2.

Organisatorische maatregelen hebben te maken met procedures, instructies, verantwoordelijkheden en afspraken. 3. Daarnaast zal er structureel aandacht moeten zijn voor bewustwording. Het doel van een bewustwordingsprogramma is gedrag te veranderen en kennis van beveiligingsmaatregelen en procedures te vergroten. 4. Controle op de naleving van het informatieveiligheidsbeleid vindt plaats via de eerder genoemde ENSIAzelfevaluatie, diverse onafhankelijke audits zoals bijv. DigiD, SUWI (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) en BRP (Basisregistratie personen), een periodieke IT-audit en een pentest. Daarnaast onderzoeken we of we in 2022 kunnen gaan aansluiten op GGI-veilig (Gemeentelijke gemeenschappelijke infrastructuur). GGI-veilig verhoogt de digitale weerbaarheid en maakt de ICT-infrastructuur van de gemeente Stichtse Vecht veiliger. Het onjuist toepassen van inkoop- en aanbestedingsregels met betrekking tot Europees aanbesteden door onvoldoende kennis van deze regels. Stichtse Vecht heeft een centraal gecoördineerde inkoopfunctie voor het inkoopbeleid en de begeleiding van complexe aanbestedingen. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor de inkopen en aanbestedingen decentraal ligt. Elke inkoop begint met een Startformulier inkoop. Dit formulier ondersteunt het decentraal inkopen en maakt het mogelijk inkooptrajecten te monitoren.

Dit levert managementinformatie op, waardoor de rechtmatigheid beter kan worden geborgd. Beheersmaatregelen: Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen: 1. Bij het invullen van het Startformulier inkoop kan gemotiveerd worden afgeweken van het inkoopbeleid. De gemeentesecretaris kan deze afwijking digitaal accorderen. Dit vergroot het gebruikersgemak en vermindert de foutgevoeligheid. We stimuleren het gebruik van het startformulier o.a. door communicatie met behulp van Samen@work, inkoopcafés en aandacht in teamoverleggen. 2. Daarnaast loopt er een project Inkoop en aanbesteding. Vanuit de doorontwikkeling van de organisatie wordt de positionering van de inkoopfunctie bezien en actualiseren we het proces om de kans op onrechtmatig aanbesteden te verkleinen. Daarbij overwegen we de inzet van een contractmanager. 3. Sociaal Binnen het programma Sociaal is sprake van financiële en politiek-bestuurlijke risico’s. Hierbij kan worden gedacht aan imagorisico’s, bijvoorbeeld dat een zorgvoorziening niet het gewenste effect heeft of als ambities van de gemeente niet haalbaar blijken te zijn (bijvoorbeeld door het ontbreken van voldoende sturingsmogelijkheden op gemeentelijk niveau). De drie grootste geïnventariseerde risico’s zijn:

52

Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de thuisondersteuning bij mensen met een lichamelijke beperking en/of problemen op psychisch/psychosociaal vlak. Het doel hiervan is om hen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deelnemen aan de maatschappij. De vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maken dat er een groter beroep op voorzieningen wordt gedaan. Daarnaast blijven ook de hulpmiddelen en woningaanpassingen van thuiswonende cliënten met een Wlz-indicatie de verantwoording van de gemeente. Met name dure woningaanpassingen kunnen een zware druk op het budget leggen. Een ander risico is de afnemende subsidie voor collectief vervoer en de korting met 5% op het budget voor de activiteiten op het gebied van Preventie en welzijn. De genoemde factoren geven een financiële druk op de beschikbare openeinde- budgetten. Beheersmaatregel: Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen: 1. We sturen op het versterken en aanspreken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen, tezamen met het stimuleren van de samenredzaamheid in de samenleving. 2. Tevens verwachten wij met de nieuwe inkoop dat aanbieders meer ruimte benutten om te doen wat nodig is. 3.

Daarnaast kijken wij met onder andere het ontwikkelen van de woonzorgvisie en aanbestedingen van voorzieningen hoe we het gebruik van de Wmo waar mogelijk kunnen voorkomen of anders kunnen organiseren.

Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG Bijstand is een openeinderegeling. Dit kan een overschrijding van de budgetten tot gevolg hebben. Een toename van het beroep op bijstand leidt tot hogere uitkeringslasten. Gemeenten ontvangen van het Rijk een budget voor het bekostigen van bijstandsuitkeringen. Ook aanpassing van het landelijk macrobudget voor het bekostigen van deze bijstandsuitkeringen kan leiden tot hogere/lagere uitgaven ten opzichte van de in de begroting geraamde uitkering. Nu de economie zich herstelt, blijkt er een krapte op de arbeidsmarkt. Bij het uitblijven van coronamutaties en (corona)crises is een toename van bijstandsaantallen niet te verwachten. Op dit moment is er echter nog onzekerheid over het verdere verloop van de coronacrisis in 2022. Bij hernieuwde lockdowns zal naar verwachting ook de economie getroffen worden. Met als gevolg een toename van het aantal werklozen in de gemeente Stichtse Vecht. Beheersmaatregel: Om de risico’s te beheersen treffen wij de volgende maatregelen: 1. Om het risico te verkleinen voeren wij het actieplan Stichtse Vecht Werkt! uit. 2.

Tevens zetten wij in op gerichte acties als: - voorliggende voorzieningen en preventieve activiteiten - doorverwijzing naar de keten (uitzendbureaus – werk / terug naar school / startkwalificatie) - inzet van social return - intensievere samenwerking met het werkgeversservicepunt Midden-Utrecht om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en instroom bijstand te voorkomen - handhaving en vergroten van uitstroom door re-integratie activiteiten - monitoren van ontwikkelingen in het budget. Overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget kan gecompenseerd worden door het Rijk. Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen We zien ondanks alle ombuigingsmaatregelen dat de kosten Jeugdzorg nog steeds toenemen. Wij verklaren dit door groeiende vraag, verzwaring van de problematiek en prijs- en kosteneffecten. Beheersmaatregel: Met de nieuwe inkoop van de Jeugdzorg en Wmo-begeleiding, die taakgericht is ingekocht, houden we meer grip op de kosten. Het effect van het nieuwe Woonplaatsbeginsel dat op 1 januari 2022 van kracht wordt, is nog onbekend. De overgang van oude naar nieuwe werkwijzen en de verschillende financieringssystematiek voor onderdelen van de jeugdzorg hebben ook effect op de beheersbaarheid.

53

In totaal zijn voor de begroting 2022 53 risico’s in beeld gebracht. Deze risico’s kennen een ingeschat financieel gevolg van (afgerond) 25,6 miljoen euro. De risico’s grondexploitaties zijn in verband met een ander regime als één totaal meegenomen.

Grootste risicogebieden

Financieel gevolg (inschatting o.b.v. risico-inventarisatie)

1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s (excl. verbonden partijen)

€ 7.800.000

2. Fysiek domein (excl. verbonden partijen)

€ 7.550.000

3. Sociaal domein (excl. verbonden partijen)

€ 4.500.000

Totaal 3 grootste risicogebieden

€ 19.850.000

Overige risico’s (waarvan verbonden partijen: € 1.600.000 en grex’en € 1.175.556)

€ 5.775.556

Totaal alle risico’s

€ 25.625.556

Ratio weerstandsvermogen Op de geïnventariseerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. Deze simulatie vindt plaats omdat het reserveren van het maximale bedrag van 25,6 miljoen euro niet wenselijk is. De risico’s treden immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang op. Uit deze simulatie volgt dat voor 90% zeker is dat we de risico’s kunnen opvangen met een bedrag van 7.264.860 euro. Dat is de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de Algemene reserve (AR). In de Beleidsnotitie Algemene reserve is aangegeven dat de AR drie schijven kent, die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 zijn bestemd voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen worden ingezet voor actieve (beleids)keuzes. De schijven 1 en 2 samen vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente. De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van 7.264.860 euro geeft dit het volgende beeld: Bepalen weerstandscapaciteit - schijf 1 Minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 7.264.860, minimumnorm)

€ 10.170.804

- schijf 2 Deel AR voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo

€ 4.358.916

Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 7.264.860)

€ 14.529.720

De omvang van de Algemene reserve bedraagt eind 2021 naar verwachting € 12.151.522 op basis van de Programmabegroting 2021. Deze omvang is € 1.980.718 boven de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit. Bij de Programmarekening 2021 zal dit bedrag bijgesteld worden met het jaarresultaat 2021. De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 12.151.522/ € 7.264.860 = 1,67 Deze ratio voldoet aan de door uw raad bepaalde streefnorm. Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Programmarekening 2020 is de ratio weerstandsvermogen afgenomen, van 1,80 naar 1,67. Dit komt doordat het benodigde weerstandsvermogen is toegenomen: er zijn meer risico’s in de bepaling van het weerstandsvermogen meegenomen, zoals de risico’s grondexploitatie die bij de jaarrekening 2020 (nog) buiten beschouwing werden gelaten en bij een aantal risico’s is het geschatte financieel gevolg verhoogd. Dit vertaalt zich ook in een hoger totaal financieel gevolg (gestegen van 23,1 miljoen (Programmarekening 2020) naar 25,6 miljoen euro en daarmee een hogere benodigde weerstandscapaciteit. Wij zullen deze toegenomen druk op het weerstandsvermogen uiteraard volgen en eventuele significante wijzigingen daarin met uw raad delen.

Voor een aantal risico’s leggen wij daartoe, zoals aangegeven, separate raadsvoorstellen aan u voor.

54

Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Programmabegroting 2022 In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde gekwantificeerde risico's per programma weergegeven. De kolom ‘invloed’ geeft de impact van een risico op de benodigde weerstandscapaciteit weer (o.b.v. simulatie). (VP = verbonden partijen, KWP = Kockengen waterproof) Risicogebeurtenis

Kans Ingeschat Financieel Invloed Maximum (%)

Programma 1 Bestuur Gemeentebrede risico's Door onvoldoende kennis van inkoop- en aanbestedingsregels m.b.t. Europees aanbesteden worden deze regels verkeerd toegepast

50%

1.000.000

4,40%

Gijzeling van informatie of systemen

50%

1.000.000

4,35%

Het overtreden van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

50%

1.000.000

4,33%

Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening bij 90% solitaire functies

500.000

3,94%

Onvoldoende borging van de authenticiteit van de gegevensvoorziening van de gemeente

50%

500.000

2,19%

Beveiliging en uitval ICT in de organisatie

50%

500.000

2,18%

Het niet toepassen van de geldende inkoop- en aanbestedingsregels (intern inkoopbeleid)

90%

250.000

1,97%

Aansprakelijkstelling door inwoners, instellingen of bedrijven

10%

2.000.000

1,77%

Achterstand in dossiervorming en -vernietiging

70%

250.000

1,52%

Organisatieopdracht / -doorontwikkeling

50%

250.000

1,09%

Fysieke bedreigingen voor mensen, informatie en bezittingen

10%

500.000

0,44%

VP: Onvoldoende inzicht in informatiebeheer bij verbonden partijen

50%

50.000

0,22%

Verval archieven door gebruikschade of schimmelvorming

10%

50.000

0,04%

7.850.000

28,44%

Subtotaal

Risico's algemene / financiële dekkingsmiddelen Fraude financiële transacties

500.000

1,31%

Totaal programma 1

30%

8.350.000

29,75%

excl. Verbonden partijen(VP)

8.300.000

29,53%

Programma 2 Veiligheid VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU)

30%

1.000.000

3,93%

Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is

50%

500.000

2,18%

1.500.000

6,11%

500.000

2,18%

Totaal programma 2 excl. Verbonden partijen(VP)

55

Programma 3 Fysiek Gebiedsontwikkeling Bisonspoor

70%

1.000.000

6,14%

Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken

50%

1.000.000

4,38%

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen)

50%

1.000.000

4,35%

KWP: Versnelde zetting in het openbaar gebied

30%

1.000.000

2,61%

Niet goed begaanbare wegen en ongevallen als gevolg van extreme weersomstandigheden en sneeuwval

50%

500.000

2,20%

KWP: Prijsstijgingen in de uitvoering

50%

500.000

2,19%

KWP Aanspraak op nadeelcompensatieregeling KWP

90%

250.000

1,96%

VP: Financieel perspectief recreatieschappen

90%

250.000

1,96%

Versnelde bodemdaling als gevolg van klimaatverandering

70%

250.000

1,54%

Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering

70%

250.000

1,53%

KWP: vervanging kabels en leidingen

50%

250.000

1,10%

Onvoldoende dekking kosten vergunningen door teruglopende legesinkomsten

50%

250.000

1,09%

VP: Aanvullende kosten voor het oplossen van de problematiek in het plassengebied

50%

250.000

1,09%

Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang Wsw)

10%

500.000

0,44%

Gevolgen Omgevingswet

10%

500.000

0,43%

Wateroverlast vanwege heftige regenval

70%

50.000

0,30%

Verontreiniging van oppervlaktewater

10%

250.000

0,22%

Totaal programma 3

8.050.000

33,53%

excl. Verbonden partijen(VP)

7.550.000

30,48%

Programma 4 Sociaal Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen

90%

1.000.000

7,84%

Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG

50%

1.000.000

4,35%

Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten 70% jeugdigen

500.000

3,07%

Toename beroep op en stijging kosten Jeugdhulp

70%

500.000

3,05%

Inkoop essentiële functies: ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven

50%

250.000

1,09%

Toename beroep op minimaregelingen etc.

30%

250.000

0,66%

Overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers

30%

250.000

0,65%

Door landelijk politieke interventies is er te veel aandacht voor incidenten

30%

250.000

0,65%

Incidenten op gebied van Jeugdhulp

30%

250.000

0,65%

De herinrichting van het voorliggend veld slaagt niet door de taakstelling

10%

250.000

0,22%

VP: Algemene risico's op de begroting van Kansis

30%

50.000

0,13%

Totaal programma 4

4.550.000

22,36%

excl. Verbonden partijen(VP)

4.500.000

22,23%

56

Programma 5 Samenleving Onderwijs: Budgetten te realiseren gebouwen niet toereikend

50%

500.000

2,17%

Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs.

30%

250.000

0,65%

Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken

30%

250.000

0,65%

Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut

10%

250.000

0,22%

Onveilige schoolgebouwen

10%

250.000

0,22%

Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties

10%

250.000

0,22%

Financiële problemen schoolbesturen (bijzonder onderwijs)

10%

250.000

0,22%

Totaal programma 5 Samenleving

2.000.000

4,38%

Grondexploitaties

1.175.556

3,87%

Totaal geïnventariseerde risico's

25.625.556

100%

NB Het totaal financieel gevolg en invloed voor de benodigde weerstandscapaciteit kunnen niet per programma met elkaar vergeleken worden. De verwachte kans dat een risico zich voordoet speelt hierbij ook een rol.

Financiële kengetallen Kengetallen 2022

Rekening Begroting Begroting Categorie A

Categorie B

Categorie C

2020

2021

2022

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote

56%

82%

78%

< 90%

90%-130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

55%

81%

77%

< 90%

90%-130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

26%

22%

22%

> 50%

20%-50%

< 20%

Grondexploitatie

0,11%

2,12%

-1,56%

< 20%

20%-35%

> 35%

Structurele exploitatieruimte

2,15%

1,34%

0,90%

> 0%

0

< 0%

Belastingcapaciteit

111,79%

125,33%

n.n.b.

< 95%

95%-105%

> 105%

Wat betekenen deze getallen? Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De verwachte netto schuldquote is licht gedaald ten opzichte van de begroting 2021. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Voor de ontwikkeling van dit kengetal, zie de toelichting onder ‘Netto schuldquote’. Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op lange termijn haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is.

Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie.

57

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze.

58

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Bij kapitaalgoederen is het niveau van onderhoud direct gekoppeld aan het beschikbaar gesteld budget. Onderstaand staan de verschillende kapitaalgoederen weergegeven met de bijbehorende kaderstellende nota’s. Daarnaast zijn er nog diverse beheersplannen en de Nota beheer kapitaalgoederen van toepassing op meerdere onderwerpen. Deze staan niet apart genoemd per kapitaalgoed. Kapitaalgoederen

Kaderstellende nota's

Wegen

Beheerplan wegen 2021 - 2024

Civiele constructies

Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken 2021- 2025

Openbare verlichting

Beleidsplan Openbare verlichting 2020

Water en Riolering

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

Groen

Groenstructuurplan Stichtse Vecht (GSP); Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)

Speelterreinen

Beleidskader Spelen

Sportterreinen

Beleidsnota Sport

Gebouwen

Nota Duurzaamheid; IVAB.

Wegen Beleidskader Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. In 2020 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd. Deze inspectie vormt de basis voor het door uw raad in juli 2021 vastgestelde Beheerplan wegen 2021-2025. We vertalen het wegenbeheerplan naar concrete uitvoeringsmaatregelen voor 2022. Financiën In het meerjareninvesteringsplan zijn investeringen voor vervanging van wegen opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks onderhoud. Voor het planmatig onderhoud is een voorziening Wegen ingericht.

Civiele constructies Beleidskader Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door uw raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zullen de inspecties van alle civiele kunstwerken in 2022 worden afgerond. Het meerjarig onderhoudsplan zal begin 2023 beschikbaar zijn. Financiën In het meerjareninvesteringsplan hebben we de benodigde investeringen voor de civiele constructies opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud.

Openbare verlichting Beleidskader Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld. Dit bestek besteden we het 4e kwartaal 2021 aan. Zodra de aanbesteding is afgerond starten we met de uitvoering hiervan. Financiën In het meerjareninvesteringsplan hebben we de benodigde investeringen voor de verduurzaming van de huidige installatie opgenomen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks en planmatig onderhoud.

59

Water en riolering Beleidskader Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering en in de kosten van al deze facetten voor de periode 2017-2021. In december 2021 wordt een nieuw GRP aan uw raad voorgelegd, waarin het integraal en risicogestuurd werken een belangrijke rol speelt. Financiën Wij hanteren een 100% kostendekkend tarief, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening, waardoor het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven.

Groen Beleidskader Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen en parken in de openbare ruimte. Paden in parken zijn inbegrepen, water in de parken en wegbermen niet. Het beheerdoel is instandhouding van de voorgeschreven kwaliteit. Verder spelen belangen als ecologie, landschap, cultuurhistorie en klimaatadaptatie een belangrijke rol. Het Bomenbeleidsplan, het Park- en landschapsplan en de Nota beheer kapitaalgoederen vormen het beleidskader. Nadat eind 2021 de aanbesteding voor het groenbestek Integraal beheer Openbare ruimte heeft plaatsgevonden, leggen wij in 2022 allereerst de nadruk op het op orde brengen van het groen en vervolgens op het monitoren van het onderhoudsniveau. In 2022 zullen we een beleidsnotitie kwaliteitsniveau buitenruimte opstellen waarin we kaders opnemen oor het onderhoud van de openbare ruimte. Financiën Op grond van de Nota beheer kapitaalgoederen zijn in de voorjaarsnota 2016 middelen beschikbaar gesteld voor vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen. Ook zijn in de begroting (exploitatie)budgetten opgenomen voor het reguliere (dagelijks-jaarlijks) onderhoud (IBOR). Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 is een inschatting gemaakt op basis van hoeveelheden en marktprijzen van wat de financiële consequenties zijn voor de nieuwe bestekken. Deze zijn meegenomen bij de toelichting op de budgetten bij programma 3.

Speelterreinen Beleidskader De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De speeltoestellen moeten veilig te gebruiken zijn. De speelplaatsen worden duurzaam en klimaatadaptief ingericht. Het onderhoud van het groen op en rond de speelplaatsen vindt plaats volgens de Nota beheer kapitaalgoederen. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd. Financiën In het meerjareninvesteringsplan hebben we de investeringen opgenomen voor het renoveren van speelplaatsen. Daarnaast zijn in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud. Ook is een bedrag beschikbaar voor reconstructie en herinrichting.

60

Sportterreinen Beleidskader Kapitaalgoederen die onder het programma Sport vallen, betreffen de buitensportaccommodaties. Zoals vastgesteld in de Kadernota sport, faciliteren wij in 2022 een verantwoord basisniveau van gevarieerd sport- en beweegaanbod door betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. In geval van privatisering voert een onafhankelijk expert jaarlijks een schouw uit. Zo is het basiskwaliteitsniveau gewaarborgd. Het onderhoud van de buitenruimten rondom sportaccommodaties is nog onvoldoende in beeld gebracht. We brengen in kaart wat nodig is en komen begin 2022 met een plan hiervoor. Financiën In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor bijdragen aan derden voor vervangingen. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport.

Gebouwen Beleidskader. We streven naar een compacte en strategisch waardevolle vastgoedportefeuille die bijdraagt aan onze maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Om richting te geven aan deze ambitie zijn in november 2020 de Vastgoednota 2020 en het Beheerplan gemeentelijke vastgoedbeheer 2020-2029 vastgesteld. Als onderdeel hiervan maken wij (her)ontwikkelingsplannen voor verschillende gebouwen. Voor het maken van een gedegen kosten- en batenanalyse is het noodzakelijk om de meerjarige onderhoudslasten van deze gebouwen in beeld te hebben. Deze onderhoudslasten zijn in 2020 inzichtelijk gemaakt en meegenomen in de vastgestelde meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s). In de Kadernota 2022 is al gemeld dat de onderhoudslasten van een aantal gebouwen/objecten in 2020 niet in beeld zijn gebracht. Dat gebeurt alsnog in 2022 bij de Kadernota 2023, dan brengen wij de structurele financiële effecten in. Voor zover nodig zullen werkzaamheden aan die gebouwen/objecten die niet kunnen worden uitgesteld, worden opgevangen op basis van prioritering binnen de bestaande budgetten voor meerjarig onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. Financiën. In het meerjareninvesteringsplan zijn de benodigde investeringen voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed opgenomen. Daarnaast hebben we in de begroting budgetten opgenomen voor het dagelijks beheer en onderhoud van het vastgoed.

Voor het groot onderhoud hebben we een voorziening gevormd.

61

Financiering Inleiding De financierings- of treasuryfunctie richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen en de financiële posities, inclusief de daaraan verbonden risico’s. De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg: Wet fido) en vertaald in het Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020. De beleidsmatige infrastructuur voor de financieringsfunctie van onze gemeente is hiermee vastgelegd. Voor het inrichten van de financieringsfunctie stelt de Wet fido twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen: • Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan uit hoofde van de publieke taak; • Het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen heeft een prudent karakter en is primair niet gericht op het genereren van extra inkomsten.

Financieringspositie Gemeten over het begrotingsjaar lopen de reguliere baten en lasten synchroon. Dit laat onverlet dat lopende het begrotingsjaar positieve of negatieve posities ontstaan. Om (lopende en toekomstige) posities inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning. Deze planning stellen we periodiek bij.

Financieringsbeleid Binnen de wettelijke kaders voert onze gemeente een risicomijdend financieringsbeleid. Het streven is erop gericht eventuele liquiditeitstekorten met kortlopende geldleningen te financieren en de kasgeldlimiet zo optimaal mogelijk te benutten.

Leningportefeuille Per 1 januari 2022 is de leningportefeuille opgebouwd uit 17 langlopende geldleningen met een totale restschuld bij aanvang van het begrotingsjaar van afgerond € 80,5 miljoen. Dit is inclusief een destijds door de voormalige gemeente Breukelen doorgeleende geldlening aan de woningcorporatie Vecht en Omstreken en exclusief eventueel nieuwe in 2021 aan te trekken geldleningen. Leningportefeuille

Restant hoofdsom

Leningportefeuille per 1 januari 2021

92.942.933

Reguliere aflossingen 2021

-12.422.038

Prognose nieuw op te nemen geldlening 2021

0

Leningportefeuille per 31 december 2021

80.520.894

Reguliere aflossingen 2022

-12.428.066

Prognose nieuw op te nemen geldlening 2022

20.000.000

Leningportefeuille per 31 december 2022

88.092.828

Beleggingen Sinds eind 2013 is de ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht. De hoofdlijnen van het schatkistbankieren zijn verankerd in de Wet fido. De regeling verplicht decentrale overheden hun overtollige financiële middelen in de schatkist van het Rijk te beleggen, waardoor publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is. In het verlengde hiervan is het ook toegestaan overtollige financiële middelen te beleggen bij andere decentrale overheden waarmee geen toezichthoudende relatie wordt onderhouden. Van het verplicht beleggen van overtollige middelen in ’s Rijks schatkist is een drempelbedrag vrijgesteld. Voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op € 2,9 miljoen.

Rente In 2017 heeft de commissie BBV de Notitie rente opgesteld. Deze notitie beoogt: • het bevorderen van een eenduidige berekeningswijze van de rente (harmonisatie); • het stimuleren dat de (verwachte) rentelasten in de begroting en jaarstukken worden opgenomen; • het inzichtelijk maken van de manier waarop de gemeente met de rente omgaat (transparantie).

62

Renteschema 2022 Renteschema Externe rentelasten over korte en lange financiering

879.861

Af: externe rentebaten

-17.563

Totaal door te rekenen externe rente

862.298

Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-10.356

Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

14.472

Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

-14.472

Rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves)

-

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

-

Aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead)

851.942

Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag)

-1.430.851

Renteresultaat op taakveld Treasury

-578.909

Renteverwachting De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voor een substantieel deel bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Ook andere macro-economische factoren zijn van belang voor de renteontwikkeling, zoals de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China, de Brexit en de coronacrisis. Deze factoren leiden tot onzekerheid op de financiële markten, waardoor het lastig is een goede renteprognose af te geven. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de rente in 2022 niet substantieel afwijkt van het huidige niveau.

Risicobeheersing De Wet fido bevat instrumenten die de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen moeten beperken. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de introductie van respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen en beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op kortlopende geldleningen te beheersen. De limiet is gesteld op een percentage van 8,5% van het begrotingstotaal. Grondslag (begrotingstotaal 2022) 146.853.790

Percentage 8,5%

Kasgeldlimiet 12.482.572

Renterisiconorm De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm vormt een kader voor een adequate spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille, met als doel de portefeuille zodanig op te bouwen dat renterisico’s door renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate zijn beperkt.

63

Renterisiconorm 2022

2022

2023

2024

2025

(bedragen x 1.000) 1 Berekening renterisico 1a

Renteherzieningen

-

-

-

-

1b

Betaalde aflossingen

12.428

13.975

12.981

13.163

A

Renterisico (1 + 2)

12.428

13.975

12.981

13.163

146.854

146.534

146.339

149.625

2 Berekening renterisiconorm 2a

Begrotingstotaal

2b

Percentage

20%

20%

20%

20%

B

Renterisiconorm

29.371

29.307

29.268

29.925

B

Renterisiconorm

29.371

29.307

29.268

29.925

A

Renterisico

12.428

13.975

12.981

13.163

16.943

15.332

16.287

16.762

Toets (B - A)

Ruimte renterisiconorm

64

Bedrijfsvoering Inleiding Wij willen een organisatie zijn die voortdurend verbetert en vernieuwt. Een organisatie die nadenkt over wat beter kan en hoe de kwaliteit van onze medewerkers zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Dit vraagt een goed functionerende bedrijfsvoering, die blijvend kan voldoen aan de ontwikkelingen in de markt.

Ontwikkeling organisatie Van goed naar beter De gemeente Stichtse Vecht is een jonge organisatie die zich laat gelden als nieuwsgierig, creatief en ondernemend. De afgelopen 10 jaar hebben we hard gewerkt voor de bijna 70.000 inwoners en ondernemers. Dit heeft veel moois gebracht. Hier zijn we trots op. Maar niet alles wat we wilden neerzetten is gelukt. Je kunt het vergelijken met zaadjes die we eerder hebben geplant en die niet allemaal tot bloei zijn gekomen. Dat is jammer, want daar kunnen we nu niet de vruchten van plukken. Het wordt nu tijd om die zaadjes goed te verzorgen. Op die manier kunnen we alles waar we de afgelopen jaren veel energie in hebben gestopt, tot wasdom laten komen. Van goed naar beter dus. Het doel is een organisatie waarin we samenlevingsgericht en slagvaardig werken, op een manier die past bij deze tijd en bij de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van onze gemeente. Waar we complexe opgaven samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties oppakken. We weten wat onze rol en meerwaarde is binnen de organisatie, naar partners en in de samenleving. We nemen onze verantwoordelijkheid voor de uitvoering van ons werk. Ons werk is daardoor leuker, interessanter en duidelijker. We weten wat van ons wordt verwacht en wat we van onze collega’s kunnen verwachten. We werken naar de bedoeling.

We hebben focus aangebracht in ons werk, waardoor er meer rust en minder waan van de dag ontstaat en er meer ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling. Samenwerken is voor ons vanzelfsprekend en doen we met plezier. Dit doen we in netwerken, zowel intern met collega’s en bestuurders als extern met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en (regionale) partners. Om van goed naar beter te gaan zetten wij drie bewegingen in gang: - Van versnippering naar samenwerking en verbinding; - Van waan van de dag naar rust en professionaliteit; - Van onduidelijkheid over verantwoordelijkheden naar rolzuiverheid en eigenaarschap. Van versnippering naar samenwerking en verbinding Als gemeente hebben we een relatie met veel partijen om ons heen. Vrijwel al ons werk speelt zich af in netwerken. Zowel intern als extern. Dit maakt dat wij een verbindende rol kunnen en wíllen spelen. Daarom zetten we in op samenwerking en verbinding. Zowel intern als ook met partners buiten onze organisatie, zoals inwoners, ondernemers, verenigingen, regiogemeenten, provincie, rijk en het bedrijfsleven. Om lokale en regionale opgaven het hoofd te bieden, handelen wij als één samenwerkende organisatie. Dit betekent dat wij niet vanuit één enkel vakgebied aan vraagstukken werken, maar hier samen mee aan de slag gaan. Over team-, cluster-, en domeingrenzen heen.

Hierbij staat de gezamenlijke opgave voorop, en niet ons persoonlijk- of teambelang. Alleen op die manier kunnen we met elkaar de juiste keuzes maken en onze energie aan de juiste dingen besteden. Van waan van de dag naar rust en professionaliteit We creëren een solide basis waar we vanuit rust en professionaliteit snel de juiste mensen bij de juiste klus kunnen vinden. Op die manier kunnen we inspelen op de ontwikkelingen om ons heen. Door meer focus aan te brengen ontstaat ruimte voor onze persoonlijke ontwikkeling en professionalisering in ons vak. Daarmee specialiseren we ons in het soort taken dat we doen en tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we, vanuit die specialisatie, inzetbaar zijn voor een breder pakket aan inhoudelijke vraagstukken. Het gaat hierbij om ieders toegevoegde waarde en niet om onze plek in de organisatie. Zo blijven we in beweging en blijven we ons ontwikkelen. Leidinggevenden ondersteunen en stimuleren dit door medewerkers te coachen, hen in hun kracht te zetten en toe te zien op organisatiebrede samenwerking.

65

Van onduidelijkheid over verantwoordelijkheden naar rolzuiverheid en eigenaarschap Helderheid over verantwoordelijkheden, taken en rollen hebben we nodig om snel te kunnen schakelen. Eigenaarschap kan daarbij niet ontbreken; je bent ervan en je durft ervan te zijn. Door heldere doelen te stellen, kaders te bepalen en verantwoordelijkheden eenduidig te beleggen, wordt voor iedereen duidelijk waar je van bent, waar je aan bijdraagt en met wie je dit doet. Zo worden we samen meer dan de som der delen. De drie bewegingen ondersteunen we door een passende organisatiestructuur, de manier waarop we het werk met elkaar organiseren en de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden, onze cultuur. Drie kernwaarden staan daarbij centraal: respectvol, open en lef.

Innovatie De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in innovatie, met name in het innovatieve denken en handelen van medewerkers. Er zijn verschillende agile (wendbare) werkmethoden geïntroduceerd, waarbij op innovatieve wijze de dienstverlening wordt verbeterd. In 2022 zetten we dit voort. Daarnaast zetten we in op het aangaan van samenwerkingen, zodat we samen met partners en inwoners het innovatievermogen van onze gemeente kunnen vergroten.

Opleidingsprogramma Ter ondersteuning van de doorontwikkeling is het van belang om te investeren in de medewerkers. Er zal onder andere ingezet worden op individuele opleidingen, incompanytrainingen, teamcoaching en management development. Vakgerichte opleidingen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van functies, blijven gegarandeerd. In 2022 besteden we volop aandacht aan werken volgens de Omgevingswet, digitale vaardigheden en aan een andere manier van samenwerken. Tot slot zal een leerbeleid voor meerdere jaren opgesteld worden, om op deze manier kwaliteiten en ervaring in de organisatie optimaal in te zetten en doorlopend te ontwikkelen.

Human Resources In 2022 zetten we ons blijvend in om formatieruimte in te vullen met vaste medewerkers. Het onderscheiden in de arbeidsmarktcommunicatie zetten we voort, maar we blijven ons ook inzetten op het binden en boeien van onze medewerkers om de kennis en kunde van het menselijk kapitaal te behouden. De medewerkers van Stichtse Vecht zijn en blijven namelijk ons belangrijkste kapitaal. Al snel na het ontstaan van de Covid-19-crises is het nodige in gang gezet en rechtspositioneel geregeld om een andere invulling te geven aan de wijze waarop wij thuis en op kantoor werken, het zogenoemde hybride werkconcept. Wanneer alle versoepelingen zijn doorgevoerd en iedereen weer naar kantoor mag, zal structureel thuiswerken onderdeel zijn en blijven van goed werkgeverschap. Het gebruik van het kantoor verandert naar een plek om te ontmoeten. In 2022 onderzoeken we nader hoe het gemeentekantoor toekomstbestendig kan worden ingericht. Met de start van een nieuwe arbodienstverlening zal blijvend aandacht zijn voor het terugdringen van verzuim en het bevorderen van de vitaliteit van medewerkers. De arbodienst voert een organisatiescan uit en gezamenlijk stellen we een actieplan op. Verder zetten we in op de doorontwikkeling van de organisatie om te komen tot een nog betere dienstverlening.

We ontwikkelen ons als organisatie in taakvolwassenheid, waarbij medewerkers de operationele aansturing steeds meer zelf gaan vormgeven. Om dit te faciliteren en de overgang naar het hybride werken te ondersteunen, is een overgang naar een volledig elektronischHRM-systeem (e-HRM) noodzakelijk. De eerste stap die we zetten is het realiseren van een volledig digitaal personeelsdossier (DPD) dat efficiënt en raadpleegbaar is voor leidinggevenden en medewerkers.

Loonsom organisatie De cao voor gemeentepersoneel liep tot 1 januari 2021. Ten tijde van het schrijven van deze programmabegroting is nog niet bekend of en zo ja, met hoeveel, de salarissen vanaf 1 januari 2021 stijgen. Wij hebben rekening gehouden, volgens de raming van het CPB, met een stijging van 1,5%. Dit geeft het volgende beeld: Loonsom Totaal

2021

2022 (incl. 1,5%)

30.415.635

30.169.507

Zoals in het Collegewerkprogramma is vastgesteld, stuurt de organisatie op de totale loonsom. Binnen deze loonsom kan worden ingehuurd, uiteraard onder de voorwaarde dat de totale loonsom niet wordt overschreden.

66

Verplichte indicatoren Rijk

P/E Bron

R2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Formatie per 1.000 inwoners

P

SV

6,4

6,4

6,3

6,2

6,2

6,2

Bezetting per 1.000 inwoners

P

SV

6,0

6,0

5,6

5,6

5,6

5,5

Apparaatskosten per inwoner

P

SV

306

306

308

303

304

307

Kosten externe inhuur als % van totale loonsom* + totale kosten inhuur externen**

9,77

<10

<10

<10

<10

<10

P

SV

2.876.196 1.284.651 1.264.739 1.166.739 1.083.739 1.083.739

‘Kosten inhuur externen’ in de begroting is het totaalbedrag van alle specifieke inhuurbudgetten. De kosten van inhuur externen ten laste van de loonsom zijn hierin niet meegenomen, omdat inhuur afhankelijk is van de ruimte binnen de loonsom. Dit verklaart ook het verschil tussen het bedrag bij de jaarrekening en de begroting.

Inkoop- en aanbesteding Stichtse Vecht investeert in 2022 verder in de doorontwikkeling van de inkoopfunctie binnen de gehele gemeente. Dit wordt onder andere gedaan door het toevoegen van functies zoals contractmanagement en beheer in de domeinen. Het inkoopadvies blijft centraal belegd binnen de gemeente. We intensiveren de samenwerking tussen inkoopadviseurs, contractmanagers en inkopers in de domeinen. . Belangrijk speerpunt voor het komend jaar is het stimuleren van lokale economie. Verder staan duurzaamheid en Social Return (SROI) hoog in het vaandel. In het sociale domein trekken we een SROI-officer aan die zorgdraagt voor de naleving van SROI-afspraken en monitort activiteiten zijn ondernomen. Sinds september 2020 bestaat het team van inkoopadviseurs uit twee nieuwe medewerkers. Het nieuwe team gaat zich samen met een onlangs aangetrokken contractmanager meer richten op het verder professionaliseren van de inkoopfunctie binnen de gemeente. Daarnaast investeren we in het verbeteren van het proces, zodat rechtmatig wordt ingekocht (In Control Statement).

Informatisering en automatisering We gaan het gebruik van de nieuwe Windows Virtual Desktop optimaliseren. Hiermee werken we plaatsonafhankelijk en op een eenvoudige, veilige en verantwoorde manier in- en extern samen. In het derde kwartaal 2022 wordt een nieuwe telefonieomgeving geïmplementeerd. Datasets worden geleidelijk naar het data- en integratieplatform in de gemeentelijke cloud gemigreerd. Moderne programmatuur en technieken worden ingezet voor het inwinnen, verwerken en analyseren van de data, waaronder een datawarehouse. Hiermee worden presentaties en dashboards aan de organisatie aangeboden om zowel de grip op de actuele werkzaamheden te verbeteren als de beleidsontwikkeling te ondersteunen. Vanuit Geo-informatie gaan we interactieve grafieken toevoegen in de Kaartviewer en verbeteren we de integratie met het loket van het Digitaal stelsel omgevingswet (DSO). Ook verbeteren we de integratie met de basisregistraties en breiden we de 3D-functionaliteit uit met digital twinning (werken met een virtueel tweelingmodel).

Informatiebeleid en –beheer Om de digitale transformatie verder invulling te kunnen geven, zijn in 2021 de beleidsdocumenten Archiefverordening, Beheerregeling informatiebeheer, het kwaliteitshandboek en het handboek vervanging opgesteld. Met deze beleidsdocumenten kunnen we de implementatie van het nieuwe zaaksysteem overeenkomstig de geldende wetgeving inrichten en in 2022 in gebruik nemen. Hiermee kunnen we ons verder focussen op het volledig digitaal werken. Dit betekent dat onze hybride manier van werken verder uitgefaseerd wordt in 2022 en verder. De digitalisering van de bouwdossiers en overdracht aan het RHC loopt nog enkele jaren door, naar verwachting tot en met 2028. Anticiperend op de nieuwe Archiefwet, zullen we eerder dossiers overdragen aan RHC dan onder de oude wet- en regelgeving gepland was. In 2022 vergt dat extra inspanning. Het e-depot (digitaal archief) heeft verder vorm gekregen en wordt in 2022 in gebruik genomen.

Gegevensbescherming en informatiebeveiliging Privacy en informatieveiligheid spelen een steeds grotere rol in onze samenleving. Inwoners, ondernemers en medewerkers zijn zich steeds meer bewust van het belang hiervan. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat hun persoonsgegevens adequaat beschermd zijn. Afgelopen jaren heeft de organisatie stappen gezet om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen en de normen uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

67

Om een goede omgang met persoonsgegevens te waarborgen overwegen we om in 2022 als monitorinstrument gebruik te maken van het AVG-borgingsproduct 2.0 van de VNG/IBD (Informatiebeveiligingsdienst) . Dit om te meten waar de organisatie staat met de bescherming van persoonsgegevens en om het ambitieniveau te bepalen en vast te stellen. Hieruit volgen dan de maatregelen en acties die nodig zijn om de organisatie op het gewenste niveau te krijgen. Het document vraagt input van de organisatie. De doorontwikkeling van de organisatie is van invloed op de beslissing of het document volgend jaar geïntroduceerd wordt. Naast de AVG dient de gemeente bij het verwerken van persoonsgegevens die samenhangen met opsporingstaken van de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) te voldoen aan de Wet politiegegevens (Wpg). Eind 2021 voert een externe auditor in opdracht van de gemeente een (verplichte) audit uit op deze verwerkingen. De aanbevelingen uit de audit pakken wij in 2022 op. De wereld digitaliseert in toenemende mate en daardoor wordt de kwaliteit van de digitale weerbaarheid steeds belangrijker. Ongewenste, onbewuste acties blijken een groot risico voor de privacy van inwoners en bedrijven en de veiligheid van informatie. Het werken aan bewustwording voor het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens blijft daarbij onverminderd een aandachtspunt.

De gemeente dient te bouwen aan een sterke informatieveilige omgeving, zowel op het vlak van de techniek als op het vlak van de mens. We onderzoeken of we in 2022 kunnen aansluiten op GGI-veilig (Gemeenschappelijke Gemeentelijke Infrastructuur). GGI-veilig verhoogt de digitale weerbaarheid en maakt de ICT-infrastructuur van de gemeente Stichtse Vecht veiliger. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het uitgangspunt voor informatiebeveiliging. Vanuit hier werken we toe naar het voldoen aan dit normenkader. Het is een continuproces, veel is al ingericht, maar er blijft altijd ruimte voor verbetering. Toetsing op de naleving van het informatiebeveiligingsbeleid vindt jaarlijks plaats via zelfevaluatie, audits en het laten uitvoeren van een pentest. Rapporteren over informatiebeveiliging vond in het verleden plaats via een subparagraaf van de bedrijfsvoering in het jaarverslag. We hebben de intentie om uw raad te informeren via een aparte rapportage met daarin een beschrijving van de stand van zaken rond informatiebeveiliging.

Onderzoeksprogramma De gemeente Stichtse Vecht kent verschillende onderzoeken met als doel ervan te leren en werkwijzen te verbeteren. Dit zijn onder meer: • bijzondere onderzoeken zoals rechtmatigheidsonderzoeken; • artikel 213a-onderzoeken naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van beleid en bedrijfsvoering; • overige audits, zoals de ENSIA, een periodieke IT-audit op de systemen en de jaarlijkse DigiD-audit. Voor het doen van onderzoeken kent de gemeente de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Stichtse Vecht. In de verordening is de onderzoeksfrequentie, de manier waarop onderzoeken worden gepland en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd, vastgelegd. De verordening beoogt vooral het doen van zelfonderzoek. Voor 2021 stond het actualiseren van het (interne) onderzoeksbeleid en het opstellen van een onderzoeksprogramma gepland. Vanwege de herprioritering van activiteiten vindt dit plaats in 2022.

Integriteit Integer handelen is van groot belang voor het vertrouwen van inwoners, bedrijven en organisaties in het functioneren van bestuur en organisatie. Het werken aan integer handelen kent drie aspecten: 1. Een transparante stijl van besturen. Ook in 2022 blijven we met elkaar in gesprek over integriteit. Voor de organisatie gebeurt dit met dilemmatrainingen en het afleggen van de ambtseed. Voor de nieuwe raad wordt het onderwerp integriteit ingebed in het introductieprogramma. Voor wethouders-kandidaten vindt een integriteitstoets en bewustwordingsgesprek plaats. 2. Beschermen van mensen tegen mogelijke integriteitsrisico’s in hun werk. De werking van het Protocol melding vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers wordt met uw raad geëvalueerd. De nieuwe raad kan een geactualiseerde versie van dit protocol vaststellen. Voor de organisatie maken we een protocol voor het onderzoeken van meldingen tegen medewerkers. 3. Handhaven van de regels en onderzoek doen als sprake is van een vermeende schending van onze integriteitsafspraken. We onderzoeken meldingen of signalen tegen bestuurders of medewerkers en rapporteren daar transparant over, ook op de gemeentelijke website. Het integriteitswerk wordt uitgevoerd binnen de bestaande financiële kaders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1691/documents/36103