CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Nota van zienswijzen BP De Vecht_ANONIEM.pdf

Commissie Fysiek Domein 22 november 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3. 19:30: Bestemmingsplan De Vecht (voor de kernen Nieuwersluis, Nieuwer ter Aa, Breukelen en Kockengen).35.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota Zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan De Vecht Planindentificatienummer (idn): NL.IMRO.1904.BPDeVechtLGB-OW01 Auteur(s):

Datum: september 2021 Opdrachtgever: Gemeente Stichtse Vecht Besluit B&W: …. 2021 Behandeld Commissie Fysiek Domein: …. 2021…..2021……2021 Behoort bij raadsbesluit: ….2021

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1. Doel van deze nota ............................................................................................................................................................................................................ 3 1.2. Leeswijzer .......................................................................................................................................................................................................................... 3 2. Thematische beantwoording zienswijzen .................................................................................. 4 3. Beantwoording zienswijzen....................................................................................................... 14 4. Staat van wijzigingen ................................................................................................................. 88

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

2

1. Inleiding 1.1. Doel van deze nota Het ontwerpbestemmingplan De Vecht heeft vanaf 10 januari 2020 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende de periode van 6 weken is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. In deze periode van 6 weken zijn 174 zienswijzen ontvangen. Een aantal zienswijzen is gelijkluidend. In deze ‘Nota zienswijzen’ zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. Daarnaast is per reactie aangegeven of en in welke mate de reactie aanleiding geeft tot een wijziging van het bestemmingsplan. 1.2. Leeswijzer Op het bestemmingsplan zijn zienswijzen ingediend. Iedere zienswijze is in de inhoudsopgave voorzien van een nummer. Voor een belangrijk deel komen de zienswijzen inhoudelijk overeen. Veel indieners hebben voor het indienen van hun zienswijze gebruik gemaakt van een format. In hoofdstuk 2 komen de thema’s aan bod die in een groot aantal zienswijzen terug komen. De thema’s worden van een algemeen antwoord voorzien. Hier is voor gekozen om veelvuldige herhalingen te voorkomen. In hoofdstuk 3 worden de afzonderlijke zienswijzen samengevat en beantwoord. Omdat de reacties worden samengevat kan het zijn dat de formulering van de zinnen anders is dan in de oorspronkelijke reactie. Na elke beantwoording wordt aangegeven of de reactie leidt tot een aanpassingen in het bestemmingsplan.

In hoofdstuk 4 komen de ambtshalve wijzigingen aan de orde. Op grond van nieuwe gegevens en inzichten die los staan van zienswijzen en overlegreacties kan het wenselijk zijn om het bestemmingsplan op onderdelen te wijzigingen. In hoofdstuk 5 worden alle aanpassingen die worden aangebracht in de verbeelding, regels of toelichting van het ontwerpbestemmingsplan samengevat weergegeven in een Staat van wijzigingen. De Staat van Wijzigingen maakt onderdeel uit van het Raadsbesluit.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

3

2. Thematische beantwoording zienswijzen Alle zienswijzen zijn samengevat in hoofdstuk 3. Een deel van de ingediende zienswijzen gaat over eenzelfde thema. Deze thema’s zijn verzameld en in dit hoofdstuk van een antwoord voorzien. 2.1. Regels van gemeente, AGV en provincie zichtbaar in 1 plan Veel mensen geven aan de regels in het bestemmingsplan te streng te vinden en willen dat sommige regels worden versoepeld. Daarnaast is men het niet eens met alle “nieuwe” regels en is men van mening dat de regels voor bewoners strenger zijn dan voor anderen. Er zijn 3 partijen verantwoordelijk voor de regels voor de Vecht, namelijk AGV (Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht), de provincie en de gemeente. Elke instantie heeft vanuit zijn rol de mogelijkheid regels vast te stellen en de verantwoordelijkheid deze regels te handhaven. Voor de Vecht gelden al jaren regels die zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beleidsregels, de Keur, provinciale verordeningen, zoals de Provinciale Landschapsverordening maar ook landelijke regels in het kader van de vaarveiligheid. De ruimte in deze omgeving is duur en schaars en de claim op de ruimte is vanuit verschillende invalshoeken groot en wordt alleen maar groter. Voor de Vecht geldt dat we o.a.

rekening moeten houden met belangen van bewoners, ondernemers, recreanten, (sport)vissers en niet in de laatste plaats het watersysteem, vaarveiligheid, ecologie en landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Vanwege deze druk op de ruimte is het hebben van regels onontbeerlijk. Voor o.a. de bewoners is het al jaren lastig uit te vinden welke regels voor hen van toepassing zijn. Het gebeurd dat iemand bij 3 instanties een vergunning moet aanvragen waarbij hij van de ene instantie toestemming krijgt en van de andere instantie een weigering. Er zijn bewoners die er bewust voor hebben gekozen de regels dan maar niet na te leven. Dit levert lastige of uitgestelde handhavingssituaties op en irritatie bij groepen wiens belangen in het geding komen door onvoldoende handhaving. Het bestemmingsplan kent eenzelfde stelsel van benodigde vergunningen als nu reeds vereist zijn (omgevingsvergunning voor het bouwen van de gemeente, ontheffing van de keur Waternet en vergunning op grond van de landschapsverordening, provincie Utrecht). Het bestemmingsplan heeft niet tot gevolg dat de vergunningen die al zijn afgegeven niet meer van toepassing zijn. Wat in verschillende gevallen nu pas inzichtelijk wordt is dat niet bij alle instanties de benodigde vergunningen zijn aangevraagd en verkregen.

Het doel van dit bestemmingsplan is om alle regels die al jaren gelden in de eerste plaats voor iedereen inzichtelijk te maken en zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. De nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt maakt het ook noodzakelijk om alle regels die gaan Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

4

over de fysieke leefomgeving op 1 plek weer te geven (Omgevingsplan). Daarnaast is waar mogelijk maatwerk verricht. En er is gekeken of we regels kunnen versoepelen. Dat laatste is niet eenvoudig, omdat elke regel een bepaald belang vertegenwoordigt en wij niet in alle gevallen de verantwoordelijke instantie zijn om de regel te veranderen. Wij doen ons uiterste best daarin een zorgvuldige afweging te maken waarbij alle belangen gewaarborgd worden en hebben uitvoerig overleg met Provincie en AGV. Het samenbrengen van alle regels heeft geleid tot complexe regeling. Dit komt o.a. omdat de regels van de provincie en AGV zijn ingepast in dit bestemmingsplan. Deze regels zijn gesteld vanuit verschillende achtergronden, ruimtelijke gronden, landschappelijk gronden, vaarveilige gronden etc. Daarnaast is de Vecht als vaarweg ook cultuurhistorisch, landschappelijke en ecologisch van belang hetgeen eveneens om passende regels vraagt. Er worden dus door verschillende overheidsorganen maar ook vanuit verschillende invalshoeken regels gesteld. Geprobeerd is deze regels zo overzichtelijk als kan weer te geven en op elkaar af te stemmen. Hiervoor is ook gewerkt met dubbelbestemmingen. Een dubbelbestemming laat zien dat het perceel meerdere functies heeft en regels kent. Iemand kan een woonperceel met een tuin hebben.

Maar op dat perceel kan een dubbelbestemming liggen die laat zien dat dit perceel ook een waterkering is. Het is dan niet toegestaan om zonder vergunning van de beheerder van de waterkering iets te bouwen of een gat te graven. Er is dus altijd sprake van extra regels die de functie van de dubbelbestemming moet beschermen. 2.2. Maximale lengte van pleziervaartuigen die afgemeerd mogen worden bij een woning Veel van de zienswijzen gaan over de maximale maatvoering die opgenomen is voor de pleziervaartuigen die afgemeerd mogen worden bij een woning. Binnen het stedelijke gebied is dit gemaximeerd op 12 meter. Buiten het stedelijk gebied is dit gemaximeerd op 7 meter. Deze 7 meter volgt uit de landschapsverordening van de provincie Utrecht. 12 meter binnen het stedelijk gebied Deze gemeentelijke regeling is al enige tijd gangbaar binnen de gemeente Stichtse Vecht. In verschillende geldende bestemmingsplannen en/of beleidsnota’s is de maat van 12 meter opgenomen. In het stedelijk gebied is in de eerste plaats aansluiting gezocht bij de kavel breedte van een woonperceel. Daarnaast is gekeken welke maat acceptabel is daar waar een boot permanent langs een woonperceel wordt afgemeerd, mede gezien de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de Vecht en haar omgeving.

Boten die langer zijn dan 12 meter horen in onze optiek in een daarvoor bestemde jachthaven thuis. Waar langere boten zijn afgemeerd met vergunning mogen deze blijven liggen. Dat deze regeling niet uniek is bewijzen de regels binnen de gemeente Amsterdam en Utrecht t.a.v. maximale lengte van langdurig af te meren pleziervaartuigen. Deze mogen in Amsterdam maximaal 10 meter zijn (https://www.amsterdam.nl/parkeren-verkeer/varen-amsterdam/regels-afmeren/) en binnen de gemeente Utrecht varieert de maatvoering tussen 7m en maximaal 12m (https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/verkeer/boot/recreatievaart-plezierboten/).

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

5

Maatvoering buiten stedelijk gebied (landelijk gebied) De maximale lengte van 7 meter voor pleziervaartuigen volgt uit de Provinciale Landschapsverordening van de provincie Utrecht. Deze regeling geldt al vanaf februari 2011. De reden waarom de provincie Utrecht deze maximale maat van 7 meter hanteert is om te voorkomen dat pleziervaartuigen die permanent afgemeerd zijn teveel het landschappelijk beeld van de rivier de Vecht gaan domineren. De landschappelijke waarden komen in het geding. De Vecht is een belangrijke en kenmerkende rivier binnen de provincie Utrecht. Het is vanuit provinciale overweging niet vreemd dat men veel belang hecht aan het behoud en beschermen van de aanwezige waarden. Daarom heeft de provincie Utrecht ook een landschapsverordening waarin specifieke regels voor de Vecht zijn benoemd. Uit de zienswijzen blijkt dat bewoners graag zien dat de pleziervaartuigen langer mogen zijn. In veel gevallen zijn de boten al langer. Het stedelijk gebied kent een wezenlijk ander karakter dan het landelijk gebied. De te beschermen landschappelijke kwaliteiten zijn ook wezenlijk anders. Wij begrijpen dat de provincie de negatieve effecten op de openheid van een landelijk gebied wil beschermen.

Als gemeente vinden wij een maatvoering van 12 meter, conform de regels binnen het stedelijk gebied, acceptabel en komen tegemoet aan de duidelijke geluiden vanuit de samenleving om soepeler om te gaan met de maximale lengte van schepen. Het hebben van een (1) ligplaats is alleen toegestaan bij een woonperceel waarbij de oever in eigendom is van de bewoner. Met deze regel wordt al voorkomen dat een aaneengesloten sliert pleziervaartuigen permanent wordt afgemeerd langs de oevers. Dit vormt het belangrijkste sturingsmiddel om landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden te beschermen. Daarnaast is in het landelijk gebied meestal voldoende ruimte aanwezig bij een woonperceel voor een groter pleziervaartuig dan de gestelde 7 meter, zonder dat dit direct tot een verstoord landschappelijk beeld leidt. In de meeste gevallen is er voldoende afstand tussen de woonpercelen onderling. In de gemeente Weesp wordt deze ruimere maat gehanteerd en dit geeft niet direct een onevenredige verrommeling van het landschap. Het Vechtse landschap is waardevol en een belangrijk stuk cultureel erfgoed. Daar moeten en willen wij zorgvuldig mee omgaan en daarom gelden er al jaar en dag regels voor ligplaatsen in de Vecht en behoud en herstel van natuurvriendelijke oevers. Zo ook in dit bestemmingsplan.

Maar het verruimen van de maatvoering voor pleziervaartuigen in het landelijk gebied van 7 naar 12 meter doet naar onze mening geen onevenredige afbreuk aan de bescherming van de gestelde waarden. Daar komt bij dat delen van de Vecht die onder de provincie Noord-Holland vallen eveneens een ruimere afmeting hanteren voor pleziervaartuigen binnen het landelijk gebied. Dit maakt de regeling van 7 meter lastig uit te leggen is aan onze bewoners en zorgt voor het gevoel van rechtsongelijkheid. Binnen de buurgemeente Weesp wordt ook langere vaartuigen toegestaan. Hier is veelvuldig naar gewezen. De gemeente Stichtse Vecht is in overleg met de provincie Utrecht over de bovengenoemde maatvoering in de Provinciale Landschapsverordening. Het bestemmingsplan voor de Vecht is een goede aanleiding om hierover in gesprek te gaan maar anderzijds ook als gemeente te markeren wat de gemeente Stichtse Vecht ruimtelijk acceptabel vindt. Hierbij is er vanuit de bevolking een duidelijk verzoek gekomen tot verruiming. Aan dit verzoek komen wij als gemeente tegemoet. In proces achten wij het niet verstandig een wijziging van de Landschapsverordening af te wachten alvorens een eventuele wijziging van de verordening in te passen. Derhalve is ervoor gekozen de verruiming nu vast te leggen in het bestemmingsplan. Dit laat Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

6

onverlet dat de provincie Utrecht via de landschapsverordening stringentere regels kan hanteren maar ook via een aanwijzing in kan grijpen. In de lopende gesprekken met de provincie zal dit punt geagendeerd worden. 2.3. Kajuiten en afdekzeilen In een aantal zienswijzen maken bewoners bezwaar tegen het enkel mogen afmeren van een open pleziervaartuig en het niet mogen afmeren van boten met een kajuit. Deze regel staat in de Provinciale Landschapsverordening van de provincie Utrecht en geldt al lange tijd voor het landelijk gebied. Met deze regeling wil men de bewoning van schepen tegengegaan. Daarnaast hebben pleziervaartuigen met kajuit negatieve gevolgen voor de beleefbaarheid van de Vecht en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden omdat deze boten hoger zijn dan pleziervaartuigen zonder kajuit. Het niet toestaan van een kajuit is de meest effectieve manier om beide effecten tegen te gaan. Het afdekken van een schip of sloep met een afdekzeil of -tent is wel toegestaan, hierop worden de regels verder verduidelijkt. Ook een buiskap van tentdoek is toegestaan. Voor de pleziervaartuigen binnen het stedelijk gebied mag de gemeente zelf bepalen welke regel ze wil hanteren. De argumenten die de provincie benoemt gelden ook voor het stedelijk gebied. Het risico dat mensen de pleziervaartuigen permanent gaan bewonen is niet onwaarschijnlijk.

We zien deze vorm van illegale bewoning op veel plekken in bijvoorbeeld het plassengebied (Loosdrechtse Plassen en Vinkeveense Plassen). Handhaving van deze vorm van bewoning is, net als bij recreatiewoningen, heel lastig en hardnekkig gebleken. Hoe groter de druk op de woningmarkt hoe aantrekkelijker het wordt om andere manieren te vinden om aan woonruimte te komen. Het op grote schaal permanent bewonen van (plezier)vaartuigen heeft aantoonbaar nadelige consequenties voor de omgeving. Daarom is bijvoorbeeld het aantal woonschepen in de Vecht de afgelopen jaren sterk aan banden geldt. De hoogte van pleziervaartuigen met een kajuit vormen eveneens een belangrijk argument geen kajuit toe te staan. Tijdens drukke momenten in het vaarseizoen (april-oktober) is duidelijk te zien op welke manier afgemeerde pleziervaartuigen met kajuit het beeld langs de Vecht kunnen domineren. Hier gaat het echter om passanten die maximaal 3 dagen blijven liggen binnen daarvoor aangewezen zones. 2.4. Ligplaats alleen als de oever in eigendom is Door een aantal mensen is bezwaar gemaakt tegen de eis dat een bewoner voor het afmeren van een boot ook eigenaar van de oever moet zijn. In onze optiek is dit een logische regel die overigens al heel lang bestaat.

Wanneer wordt toegestaan dat bewoners aan andermans eigendom boten mogen afmeren en steigers mogen realiseren ontstaat een vreemde en tevens moeilijk handhaafbare situatie. Iedereen mag dan zijn boot afmeren aan gronden die niet van hen zijn. De eigenaar moet op zijn beurt de privaatrechtelijke weg bewandelen om dit gebruik te beëindigen, op het moment dat dit ongewenst is (geworden). Dat wordt in geval van alleen afmeren heel lastig als iemand van het Hoogheemraadschap toestemming heeft gekregen om de plek in het water in te nemen. Daar komt bij dat op grond van natrekking een gerealiseerde steiger in eigendom overgaat naar de grondeigenaar. Deze juridische problematiek zien we veel bij woonboten die afgemeerd zijn aan de gronden van iemand anders. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

7

Het is dus gewenst een ligplaats direct te koppelen aan eigendom en een nabijgelegen woning. Dit om tevens te voorkomen dat de totale oever of kade gebruikt gaat worden voor het afmeren van pleziervaartuigen door mensen die helemaal niet langs de Vecht wonen. Vooral daar waar de oever onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte. Als we de regel niet op zouden nemen staat nergens dat dit niet zou mogen, hetgeen juridisch moeilijk op te lossen excessen tot gevolg heeft. De aanvraag voor een ligplaats kan dan namelijk niet geweigerd worden. Als het woonperceel van de oever wordt gescheiden door een weg, maar de oever is wel in eigendom van de bewoner, dan is het toch mogelijk een ligplaats te maken. De ruimte in deze omgeving is duur en schaars en de claim op de ruimte is vanuit verschillende invalshoeken groot. Voor de Vecht geldt dat we o.a. rekening moeten houden met belangen van bewoners, ondernemers, recreanten, (sport)vissers en niet in de laatste plaats ecologie en landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Vanwege deze druk op de ruimte is het hebben van regels, zoals die m,b,t, eigendom, onontbeerlijk. Van reduceren van het aantal ligplaatsen is overigens geen sprake. In principe kunnen alle inwoners met een woning en eigendom aan de Vecht een pleziervaartuig afmeren. Enkel voor buitenplaatsen is afwijken van deze regel vanuit cultuurhistorisch oogpunt denkbaar.

Van oudsher waren steigers en schepen bij een buitenplaats aanwezig. Ter versterking van het cultuurhistorische karakter wordt een afwijkingsregeling opgenomen waarmee onder stringente voorwaarde afgeweken kan worden van de eigendomseis. 2.5. 1 ligplaats bij een woning Binnen het gebied van de Vecht moeten verschillende belangen worden behartigd en de aanwezige waarden worden beschermd. Mensen die aan de Vecht wonen willen hun pleziervaartuig graag afmeren bij hun woning. Dat kan als deze bewoners ook eigenaar zijn van de oever. Als het woonperceel van de oever wordt gescheiden door een weg, maar de oever is wel in eigendom van de bewoner, dan is het toch mogelijk een ligplaats te maken. Het is echter niet wenselijk om bij 1 woning meerdere boten af te meren. Er moet namelijk ook rekening worden gehouden met het landschap en de natuur, omdat dit samen met de monumentale gebouwen een belangrijk onderdeel is van de belevingswaarde van de Vecht. Het afmeren van maximaal 1 pleziervaartuig per woonperceel voorkomt dat het afmeren van boten het landschappelijke beeld te veel gaat domineren. Met deze regel wordt voorkomen dat een aaneengesloten sliert pleziervaartuigen permanent wordt afgemeerd langs de oevers en vormt het belangrijkste sturingsmiddel om landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden vanuit dat oogpunt te beschermen.

Het plan voorziet in artikel 3.6.3 in een maatwerkregeling die het mogelijk maakt om met vergunning onder voorwaarden meerdere boten af te meren. Het bepaalde onder in artikel 3.6.3 onder b wordt in deze regeling nog wel aangepast omdat niet in alle gevallen een ontheffing van de keur nodig is.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

8

2.6. Verplicht vrij te houden vaarstrook en rode oever zones In een aantal zienswijze is bezwaar gemaakt tegen de verplicht vrij te houden vaarstrook. De verplicht vrij te houden vaarstrook bestaat uit de zones bij bruggen en sluizen (rode oeverzones) en de strook die door het midden van de Vecht loopt waar het vaarverkeer zich bevindt. AGV is op het gebied van vaarwegbeheer de verantwoordelijke instantie. Zij bepalen wat de minimaal vrij te houden vaarstrook is. De minimaal vrij te houden vaarstrook wordt bepaald op grond van nautische aspecten en is bedoelt om het vaarverkeer veilig en zonder belemmeringen te laten plaatsvinden. Deze regeling staat in de Keur en het Verkeersbesluit Vaarwegen AGV en is in dit bestemmingsplan overgenomen. De Keur is op dit punt dus leidend. Ook als wij deze regel niet opnemen in het bestemmingsplan. Wij kunnen deze regels uit de Keur niet aanpassen binnen de procedure van het bestemmingsplan. Een aanpassing van de verplicht vrij te houden vaarstrook, zoals door verschillende bewoners is gevraagd, leidt dus niet tot een aanpassing van de Keur. De Keur is, in deze, hogere regelgeving waarin het bestemmingsplan volgend is. De regeling in het bestemmingsplan wordt wel ‘flexibel’ gemaakt. Dit heeft tot gevolg dat wanneer de vaartbreedte of zones in de Keur worden gewijzigd dit ook in dit bestemmingsplan de minimale vrij te houden maat wordt.

We noemen dit een dynamische verwijzing. Toch liggen er in de rode zones bij bruggen en sluizen op een aantal plekken pleziervaartuigen. Deze zones zijn nautisch van belang want hier bevinden zich immers de wachtplekken/-ruimtes voor de bruggen en sluizen. AGV wil daarom op voorhand kunnen toetsen of en wat voor pleziervaartuig daar permanent afgemeerd wordt. Daarnaast wil AGV zich het recht voorbehouden in te grijpen als dat in het kader van de vaarveiligheid nodig mocht zijn. In het bestemmingsplan is hiervoor een regeling opgenomen. Deze regeling maakt het mogelijk toch pleziervaartuigen af te meren in de betreffende zone, als AGV daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Zo kan het zijn dat er nu al pleziervaartuigen in deze zone liggen, omdat deze bewoners daarvoor beschikken over een ontheffing van AGV. Bewoners die (nog) geen ontheffing hebben doen er goed aan contact op te nemen met AGV. Ook als u inmiddels een andere boot heeft neergelegd dan waar ooit ontheffing voor is verleend. Als een steiger in een rode zone ligt is naast toestemming van AGV ook een vergunning van de gemeente vereist. AGV toetst of een steiger en ligplaats(en) binnen deze zone t.b.v. de huidige boot nautisch wenselijk is en geen gevaar oplevert voor de scheepvaart. De gemeente toetst of een steiger bouwkundig voldoet en ruimtelijk wenselijk is en voldoet aan de vastgelegde maatvoering. 2.7.

Stimuleren van recreatie en toerisme De signatuur en doelstelling van het bestemmingsplan is wezenlijk anders dan bij de aanvang (het voorontwerp) is ingestoken. Daarmee kent het ontwerpbestemmingplan veel minder een stimulans voor meer toerisme dan in sommige zienswijzen wordt verondersteld. Zo worden bijvoorbeeld geen extra passantenligplaatsen aangelegd. Dat er meer toeristen en recreanten een bezoek brengen aan de Vecht en haar oevers is overigens een feit en niet iets wat we met dit bestemmingsplan bewust willen stimuleren. Wat we wel willen is voldoende sturing geven aan deze steeds groter wordende groep. Gezien alle vaak ook verschillende belangen die spelen in en rond de Vecht is dat geen eenvoudige opgave. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

9

De stelling dat de gemeente ruimhartig omgaat met passagiersschepen delen wij niet. Dat de Vecht druk bevaren wordt door passagiersschepen klopt. Dat kunnen we ook niet tegengaan. Net zo min als we tegen kunnen gaan dat recreanten de Vecht per boot bezoeken. Wat we de afgelopen jaren wel hebben gedaan is proberen hier sturing aan te geven door passagiersschepen alleen te laten afmeren op de daarvoor bestemde locaties. Vooral bij het aanwijzen van op- en afstapplekken is gekeken naar voldoende parkeergelegenheid. AGV heeft op haar beurt de maximale afmeting van passagiersschepen aan banden gelegd. Zo is voorkomen dat de trend om steeds grotere passagierschip over de Vecht te laten varen een halt toegeroepen. Er zijn in het bestemmingsplan ook regels opgenomen over de plaats waar recreanten mogen afmeren (passantenplaatsen en boodschappensteiger). Het aantal voorzieningen voor passanten en passagiersschepen is in dit plan beperkt tot de bestaande voorzieningen. Wel is het mogelijk gemaakt om als passant kort af te meren bij een horecagelegenheid om iets te drinken. Bezoekersligplaatsen mogen alleen bij een horecagelegenheid, hierbij wordt de regeling verder aangescherpt in die zin dat er ook sprake moet zijn van een horecabestemming.

Voor nieuwe voorzieningen wordt een aparte procedure doorlopen waarbij op voorhand voorwaarden worden gesteld over de locatie en overleg zal plaatsvinden met bewoners. De gemeente kan in een bestemmingsplan geen regels stellen over het soort toerisme, zoals sommige mensen vragen. De Vecht is een openbare vaarroute. Hieruit volgt dat de mogelijkheden tot het stellen van eisen wat betreft het soort pleziervaartuigen en passagiersschepen beperkt zijn. Vaste ligplaatsen voor passagiersschepen zijn middels een nadere aanduiding geregeld. Daarmee mogen passagiersschepen voor langere periode uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding worden afgemeerd. Er zijn bewoners die eisen willen stellen ten aanzien van de maatvoering van passanten vaartuigen en passagiersschepen. In het Verkeersbesluit Vaarwegen van AGV zijn al regels opgenomen over de maximale maatvoering van passerende vaartuigen. Het is niet wenselijk om bij passantenligplaatsen strengere maatvoering eisen te stellen dan op grond van het Verkeersbesluit Vaarwegen is toegestaan. Dit zal immers tot gevolg hebben dat iemand een vaartuig dat voldoet aan de maatvoering van het Verkeersbesluit Vaarwegen nergens kan afmeren. 2.8.

Uitbreiding van halte-, opstap- en wachtplaatsen voor passagiersschepen en passantenligplaatsen De bestaande opstap- en vaste ligplaatsen voor passagiersschepen (partyboten) en passantenligplaatsen zijn aangeduid op de verbeelding. Er zijn meerdere bezwaren geuit tegen de aanduiding van nieuwe opstap- en ligplaatsen voor passagiersschepen en passantenligplaatsen. In de beleidsvisie die vooraf ging aan het voorontwerpbestemmingsplan was inderdaad voorzien in meerdere locaties. De nieuwe locaties die waren ingetekend in het voorontwerp bestemmingsplan zijn vervallen. In het ontwerp bestemmingsplan zouden deze nieuwe plaatsen niet meer aanwezig zijn. Dit is echter niet in alle gevallen op een juiste wijze verwerkt . Daar waar nog nieuwe plekken zijn opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan worden deze alsnog van de verbeelding verwijderd. De bestaande plekken blijven wel als aanduiding in het bestemmingsplan staan. De reden waarom wij deze nieuwe plekken nu laten vervallen is omdat het beter is te wachten tot er een concreet verzoek of voorstel komt voor een nieuwe locatie. Op dat moment wordt onderzocht onder welke randvoorwaarden het initiatief zou kunnen. Daarnaast kunnen bewoners op dat moment actief bij het initiatief worden betrokken, conform de werkwijze van de nieuwe Omgevingswet.

Daarom voorziet het bestemmingsplan wel in een wijzigingsbevoegdheid voor mogelijk nieuwe locaties. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

10

De halteplek voor de fietsboot en de wachtplekken bij de brug of sluis zijn andere voorzieningen dan een opstapplaats of vaste ligplaats voor passagiersschepen. Wat betreft de halteplaatsen voor de fietsboot merken wij het volgende op. De halteplaatsen voor de fietsboot zijn niet aangeduid en mogen in principe op elke gewenste plek gerealiseerd worden conform de regels in voorgaande bestemmingsplannen en analoog aan het principe van een bushalte. De meeste halteplaatsen zijn in de afgelopen jaren al gerealiseerd. Mocht er behoefte zijn aan meer halteplaatsen voor de fietsboot dan verzet dit bestemmingsplan zich daar dus niet tegen. Het is van belang dat op het moment dat er behoefte is aan extra halteplekken hierover specifiek overleg wordt gevoerd met bewoners waar deze plek dan het beste kan komen. De wachtplekken bij de brug of sluis vallen binnen de vrijwaringszone (rode oever zone). 2.9. Speciale regeling voor ligplaatsen bij Buitenplaatsen en historische schepen Het is vanuit cultuurhistorisch oogpunt wenselijk om bij Buitenplaatsen ruimte te maken om een (plezier)vaartuig af te meren. Op dit moment is dat niet overal toegestaan, omdat de oever niet in eigendom is, terwijl een afmeerplek bij een Buitenplaats vanuit de historie wel gebruikelijk was. Vooral de combinatie van een Buitenplaats met een historisch schip draagt bij aan de belevingswaarde van de Vecht.

Bij een Buitenplaats kan gedacht worden aan een fraai versierde en bij de Buitenplaats passende steiger, zoals bij de Buitenplaatsen Rupelmonde of Boom en Bosch of een subtiele waterstoep, zoals bij de Buitenplaatsen Hertenveld en Raadhoven. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt een afwijkingsregeling opgenomen. Historische schepen zijn veelal in gebruik als woonschip en vallen daarmee onder de regeling voor woonschepen. Het is mogelijk om voor een historisch woonschip onder voorwaarden een afwijkende maatvoering aan te houden, zie hiervoor artikel 3.4.3. Voor historische schepen, niet zijn een woonschip, wordt een specifieke regeling opgenomen. Het college kan daarmee altijd maatwerk leveren.

2.10. Vervallen regeling voor kadeligplaatsen Door meerdere bewoners is bezwaar gemaakt tegen het niet meer opnemen van een regeling voor kadeligplaatsen. Met deze regeling was het mogelijk een boot af te meren aan gronden die in eigendom zijn van de gemeente. De regeling voor kaderligplaatsen is in het ontwerp inderdaad komen te vervallen. Door AGV is aangegeven dat kadeligplaatsen in o.a. Oud Zuilen en Maarssen-dorp voor de doorvaarbaarheid een te groot probleem geven. Daarnaast is er sprake van lastige juridische vraagstukken, zoals of het is toegestaan de kadeligplaatsen enkel beschikbaar te stellen voor bewoners van de grachten en als dat juridisch niet mag hoe de toedeling van ligplaatsen dan moet gebeuren. Dit is aanleiding geweest om op dit moment af te zien van deze regeling en de gemeente ook niet actief aan de slag gaat met de verhuur van kadeligplaatsen. Dat neemt niet weg dat we het onderwerp kadeligplaatsen opnieuw op de politiek agenda komt. Hiervoor is nog nadere beleidsvorming vereist. Onderzocht moet gaan worden wat de ruimtelijke en nautische effecten zijn. Maar ook moeten heldere en duidelijke criteria geformuleerd worden onder welke voorwaarden verhuur van een ligplaats mogelijk is. Ook zijn nadere criteria nodig om te bepalen aan wie een kadeligplaats verhuurd kan worden en bepaald moet worden of de verhuur van ligplaatsen een gemeentelijke taak is.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

11

De Vecht is een belangrijke en intensief bevaren recreatieve vaarroute. Zoals hierboven is aangegeven is AGV de verantwoordelijke instantie als het gaat om vaarwegbeheer. Daar valt ook de veiligheid onder. Er is uitvoerig overleg gevoerd met AGV over de kadeligplaatsen langs de Schippersgracht en Langegracht in Maarssen. Uit deze overleggen is naar voren gekomen dat het afmeren van schepen langs deze kades de doorvaart ernstig belemmert. Het belang van een veilige en goed bevaarbare vaarweg moet worden afgewogen tegen de belangen van omwonenden. De redenering dat bewonersligplaatsen beter zouden zijn voor de doorvaart dan het afmeren van passanten wordt niet gevolgd. Er zijn namelijk geen plannen om passantenligplaatsen te maken langs de kades van de Schippersgracht en Lange gracht. Er zijn bewoners die hun pleziervaartuig al jaren langs de kades afmeren. Zij claimen verjaring of overgangsrecht. Hierop wordt in de relevante zienswijzen antwoord opgegeven. Maar in zijn algemeenheid kan gesteld worden dan van verjaring of overgangsrecht geen sprake kan zijn. Door de gemeente Stichtse Vecht is in geen van de gevallen planologische toestemming verleend. 2.11. Waardevermindering woning en pleziervaartuigen door strenge regels bewonersligplaatsen Enkele bewoners geven aan dat er door dit bestemmingsplan en de nieuwe regels sprake is van waardevermindering van hun woning.

Naar onze mening is er geen sprake van een waardevermindering van woningen of pleziervaartuigen. Het gaat hier immers om bestaande regels en niet om nieuwe regels. Daar komt bij dit bestemmingsplan het hebben van een ligplaats bij een woning niet verbiedt. Het woongenot wordt niet alleen bepaald door wat men mag maar ook wat de buurman- /vrouw niet mag. In het plan is gezocht naar een goede balans tussen alle belangen en waarden. De wensen van alle gebruikers van De Vecht zijn niet altijd met elkaar in overeenstemming.

2.12. Handhaving In een aantal zienswijzen wordt gesteld dat de regels niet kloppen of nutteloos zijn, omdat er niet gehandhaafd wordt. Dat er geen handhaving heeft plaatsgevonden wil niet per definitie zeggen dat daarmee de regels geen doel dienen. De meeste mensen houden zich aan de regels die zijn gesteld. Winst van dit bestemmingsplan is dat de regels nu ook beter kenbaar zijn dan in het verleden. Uiteraard geniet het de voorkeur waar regels gesteld zijn er ook structureel gehandhaafd wordt. In de praktijk vindt handhaving meestal plaats als hiertoe een formeel verzoek komt. Dat neemt niet weg dat het instanties vrij staat spontane handhavingsacties uit te voeren. De te handhaven regels spelen op zo’n moment een belangrijke rol. De handhaving werd in het verleden bemoeilijkt doordat de te handhaven regels niet duidelijk en herkenbaar zijn. Daarnaast zijn soms vergunningen van de ene instantie verkregen die strijdig waren met de regels van het andere orgaan. Deze strijdigheden zijn er, waar juridisch mogelijk, nu zo veel als mogelijk uitgehaald waarmee tot een uniforme regeling is gekomen. Handhaving van de regels is een samenspel tussen AGV , provincie en de gemeente. Hierover zullen nader afspraken gemaakt worden. Dit is verder geen onderdeel van deze procedure. In een aantal zienswijzen wordt gevraagd om een overgangsregeling nu er allemaal nieuwe regels zijn.

Zoals al aangegeven zijn de regels niet nieuw. Ze zijn al geldig binnen de Keur, het Verkeersbesluit vaarwegen AGV, de provinciale landschapsverordening of een bestemmingsplan. Omdat deze regels al geldig zijn is een overgangsregeling, anders dan de wettelijke overgangsbepaling in de bovengenoemde documenten, niet mogelijk. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

12

2.13. Heerlijkheden De heerlijkheden, historische zakelijke rechten, zijn beschreven in de plantoelichting. Het visrecht wordt met dit bestemmingsplan gerespecteerd maar behoeft geen nadere regeling in de planregels. De natuurvriendelijke oevers, die in het bestemmingsplan zijn aangeduid, zorgen ervoor dat er kraamkamers ontstaan voor de vissen hetgeen de visstand in de toekomst verbetert. Deze regelingen zorgt ook voor bescherming en uitbreiding van de natuurvriendelijke oevers.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

13

3. Beantwoording zienswijzen Reactie gemeente 1 1.1 1.2

Zandweg 41/42 Maarssen Opgemerkt wordt dat beide cliënten beschikken over een ontheffing voor het afmeren en innemen van een ligplaats Het opnemen van de rode oeverszones middels een dynamische verwijzing wordt in strijd met de rechtzekerheid geacht.

1.3

Percelen van cliënten zijn aan te merken als ‘erf’. In de eigendomsakte is het recht opgenomen een boot af te meren. Op basis hiervan kan planregel 3.5.1 onder e en f niet aan de orde zijn.

1.4

Verzocht wordt enkele planregels aan te passen en hieraan de passage ‘behoudens uit het privaatrecht voorvloeiende rechten’ toe te voegen.

2 2.1

De Arethusa heeft sinds 25 jaar een vaste ligplaats in de Vecht

Hiervan wordt kennis genomen De rode oeverzones zijn op de verbeelding als aanduiding opgenomen. Wijzigingen kunnen alleen doorgevoerd worden middels een wijzigingsplan en volgen niet direct uit een wijziging op grond van de keur. Daarmee is voor dit deel de verwijzing naar de keur niet dynamisch. Van strijd met rechtzekerheid is geen sprake. Uit de meegezonden akte is niet gebleken dat de gemeente gebonden is aan een kwalitatieve verplichting. In het verlengde daarvan is er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Los daarvan kan met artikel 3.6.1 medewerking verleend worden aan het afmeren van schepen binnen de rode oeverzone. Nu deze juridische mogelijkheid er is kan gesteld worden dat artikel 3.5.1 onder e en f in stand kan blijven. De toevoeging van een dergelijke passage leidt tot een juridisch onwenselijke, niet handhaafbare en onduidelijke situatie. Niet alle privaatrechtelijke rechten zijn kenbaar voor een ieder of kenbaar voor gemeente. Daarmee kan dan ook eenvoudigweg geen rekening meegehouden worden. Immers ook een overeenkomst tussen twee particulieren geven een recht, maar hiermee hoeft gemeente geen rekening mee te houden tenzij het een evidente privaatrechtelijke belemmering oplevert. In veel gevallen is hiervan geen sprake. In het bestemmingsplan Landelijk gebied noord heeft deze locatie de nadere aanduiding woonschepenligplaats.

Dit bestemmingsplan blijft

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

14

aan de tuin, Vreelandseweg 105 Nigtevecht. Verzocht wordt deze vaste ligplaats te voorzien van een passende bestemming. 3 3.1

Zandpad 86 Breukelen Bezwaar wordt gemaakt tegen het niet intekenen van de steiger.

3.2

Bezwaar wordt gemaakt tegen het niet opstellen van een MER. Er vindt uitstoot plaats van fijnstof, uitlaatgassen vervuilen het milieu en de geluidsoverlast van partyboten veroorzaken ernstige milieuhinder.

3.3

In aanleiding en doel wordt beschreven dat geldende rechten voor woonschepen, ligplaatsen en historische schepen worden overgenomen. Hoe is dit na te gaan? Op de verbeelding staat niets vermeld. Zandweg 38 Maarssen Op locatie ligt een vergunde steiger. Gevraagd wordt te bevestigen dat deze steiger mag blijven liggen. Vreelandseweg 1 Nigtevecht De woonboot welke ligt op dit adres staat niet op de verbeelding. Verzocht wordt deze alsnog op te nemen Parkweg 45 Maarssen Sinds 1992 is een aanlegsteiger aanwezig met vergunning. Nu blijkt deze steiger in een rode zone te liggen. Hiervan was men niet op de hoogte.

4 4.1 5 5.1 6 6.1

voor deze locatie gelden met de wijziging die heeft plaatsgevonden in het ontwerpbestemmingsplan de Vecht. Daarmee ligt de boot buiten het plangebied van dit bestemmingsplan Steigers worden niet ingetekend op de verbeelding of speciaal aangeduid. Er is sprake van een zogenaamde verbale regeling. In de planregels is terug te lezen onder welke voorwaarden een steiger is toegestaan. Daarmee is de eerdere specifieke aanduiding komen te vervallen. De planologische mogelijkheden wijzigen niet. Het aanleggen van steigers dan wel het gebruik van de Vecht voor (recreatie-)vaart is niet opgenomen in de bijlage bij het besluit MER. Het opstellen van een MER is dan ook niet noodzakelijk. De hinder die ervaren wordt volgt niet direct uit het vaststellen van dit bestemmingsplan. De ervaren overlast is er nu al. Uiteraard moet hierop geacteerd worden indien dat mogelijk is. Voor wat betreft uitlaatgassen en fijnstof is actie van de landelijke overheid nodig om scherpere eisen te stellen aan motoren ten behoeve van de scheepsvaart. Alle vaste ligplaatsen van woonschepen zijn in dit bestemmingsplan 1 op 1 overgenomen. Voor het raadplegen van de verbeelding kan ondersteuning gevraagd worden bij de balie op het gemeentehuis.

Als de steiger met alle benodigde vergunningen en conform de vergunningen gerealiseerd is mag deze steiger blijven liggen. Voor dit woonschip ontbreekt inderdaad een aanduiding. De verbeelding wordt hierop aangepast. Zie thematische beantwoording onder 2.6.

7

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

15

7.1

Verzocht wordt de vechtoever ter hoogte van Nieuwersluis voor circa 300 meter vrij te houden van obstakels. Hierdoor kan op die locatie de hengelsport goed beoefend worden. Beide verenigingen beschikken over een zogenaamd heerlijk recht.

In 2019 is de oever en beschoeiing tussen de Weerdsloot en het perceel Zandpad 18 gerenoveerd. Een deel van de oever tussen Weerdsloot en Zandpad 23 is ingericht als natuurvriendelijke oever. De oever ligt deel buiten de grenzen van dit bestemmingsplan. De oever is wel in gemeentelijk bezit. Bij het opstellen van het inrichtingsplan is in goed overleg rekening gehouden met de wens van de visvereniging om de oever zo in te richten dat er weer vanaf de kant in de Vecht gevist kan worden. Om aan deze wens te voldoen is de natuurvriendelijke oever ook iets ingekort. Het plan is inmiddels gerealiseerd. Het bestemmingsplan verzet zich dus niet tegen de mogelijkheid om in de Vecht te vissen. De aanduiding op de verbeelding wordt aangepast conform de aanleg. Zie ook thematische beantwoording onder 2.13 AANPASSEN VERBEELDING

8 8.1

8.2 9 9.1

Straatweg 56a Maarssen Bezwaar wordt gemaakt tegen de regeling dat binnen het stedelijk gebied een open vaartuig met een lengte van maximaal 12 meter mag worden aangelegd. Bezwaar wordt gemaakt tegen het niet mogen afmeren van schepen met kajuit of afdekzeil. Straatweg 76a Breukelen Bezwaar wordt gemaakt tegen de opgenomen aanduiding “specifieke vorm van water - passantenligplaats” gekoppeld aan de locatie Straatweg 76a in Breukelen

10 10.1

Zandpad 26/26a Verzocht wordt artikel 1 van het bestemmingsplan te verduidelijken zodat duidelijk wordt dat een ligplaats mogelijk is bij Zandpad 26a

11

Straatweg 66 Breukelen

Zie de thematische beantwoording onder 2.2.

Zie de thematische beantwoording onder 2.3.

Zie de thematische beantwoording onder 2.8. De locatie staat niet bekend als een bestaande passantenligplaats en komt daarmee te vervallen. AANPASSEN VERBEELDING Voor Zandpad 26/26a geldt dat beide woningen een eigendom hebben aan de Vecht. Daarmee is een ligplaats voor beide woningen toegestaan. Het betreffende artikel 1.16 wordt verder verduidelijkt. AANPASSEN PLANREGELS

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

16

11.1

12 12.1

13 13.1 14 14.1 15 15.1 16 16.1

17 17.1

Bezwaar wordt gemaakt tegen de aanduiding vaste ligplaats voor de passagiersvaart ter hoogte van buitenplaats Vredenoord (Straatweg 66). Rijksstraatweg 89 Loenen aan de Vecht Voor de minimale breedte van de Vecht ten zuiden van sluis ’t Hemeltje wordt rekening gehouden met 17 meter. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de praktijksituatie geformaliseerd in de dorpskern van Vreeland en wordt de minimale vaarbreedte teruggevorderd naar 13 meter. Middels deze manier kunnen de recreatieboten van omwonende blijven liggen. Deze uitzondering op de regel wordt niet toegepast in de dorpskernen van Breukelen en Maarssen, wat ervoor zorgt dat omwonenden geen gebruik kunnen maken van een kadeligplaats aan de Vecht. Graag zou ik willen zien dat bij de dorpskern van Breukelen en Maarssen de praktijksituatie wordt geformaliseerd. Bergseweg 6-10 Vreeland Bezwaar wordt gemaakt tegen de aanduiding vaste ligplaats voor de passagiersvaart. Rijksstraatweg 17 Nieuwersluis Bezwaar wordt gemaakt tegen het strenge karakter van het bestemmingsplan voor bewoners en het stimuleren van toerisme. Nigtevechtseweg 186 Vreeland Verzocht wordt de maximale bootlengte van 7 meter te verruimen tot 15 meter. Bergseweg 6-10 Vreeland Verzocht wordt een regeling op te nemen waarmee het afmeren van historische schepen aan de kade bij Greif mogelijk wordt, na instemming van de eigenaar van de kade, firma Greif.

Spoorlaan 58 Vreeland In 2009 is de verplichting ingevoerd dat recreatie schepen een vuil water tank aan boord moeten hebben en deze tank kunnen legen

Zie de thematische beantwoording onder 2.8. AANPASSEN VERBEELDING

Zie de thematische beantwoording onder 2.6.

Zie de thematische beantwoording onder 2.8. AANPASSEN

Zie de thematische beantwoording onder hoofdstuk 2.1 en 2.7

Zie de thematische beantwoording onder 2.2.

Het afmeren van historische schepen in de Vecht willen we stimuleren. Dit levert namelijk een positieve bijdrage aan de belevingswaarde van de Vecht. Daarom wordt hiervoor in dit bestemmingsplan een speciale regeling opgenomen. Zie verder de thematische beantwoording onder 2.9. AANPASSEN PLANREGELS De suggestie is sympathiek waar wij zeker aandacht voor hebben. Omdat dergelijke locaties moeten voldoen aan strenge milieueisen is het

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

17

op daartoe bestemde plekken. Verzocht wordt te voorzien in een regeling dat extra afgifte plekken gerealiseerd kunnen worden.

18 18.1 18.2 19 19.1

20 20.1 20.1

21 21.1

22 22.1

23

Rijksstraatweg 28 Nieuwersluis Bezwaar wordt gemaakt tegen de maximale lengte van vaartuigen. Het plan voorziet in de mogelijkheid een extra passanten ligplaats mogelijk te maken. Verzocht wordt deze te verwijderen. Vreelandseweg 105 Nigtevecht Appellanten hebben op eigen grond een ligplaats. Appellanten willen er zeker van zijn dat het bestemmingsplan klopt met de bestaande situatie. Voor zover appellanten kunnen zien sluit het nieuwe bestemmingsplan het ligplaats blijven innemen van de Arethusa niet uit, maar zou het goed zijn dat beter uit de redactie van de relevante artikelen te laten blijken. Bergseweg 18a Vreeland Bezwaar wordt gemaakt tegen de maximale bootlengte van 7 meter. Bezwaar wordt gemaakt tegen het mogelijk maken van een 40 meter lange steiger, ter hoogte van Groot-Kantwijk, Bergseweg 28 te Vreeland Julianaweg 17 Maarssen Bezwaar wordt gemaakte tegen de vrij te houden vaarstrook van 17 meter. Deze regel maakt dat de reeds ingenomen ligplaats niet zou mogen. Vechtensteinlaan 133 Maarssen Verzocht wordt het mogelijk te maken dat bewoners van het appartementencomplex aan de Vecht een vergunning op naam kunnen krijgen voor het afmeren van boten. Zandpad 1 Nieuwersluis

niet mogelijk zomaar plekken aan te wijzen. Daarom kijken wij los van het bestemmingsplan naar mogelijke locaties en wachten wij op initiatieven op dit vlak. Als een geschikte locatie wordt gevonden kunnen wij op dat moment een afzonderlijke procedure voeren waarbinnen alle noodzakelijk onderzoeken worden verricht om te beoordelen of vanuit ruimtelijke en milieuoogpunt medewerking kan worden verleend. Zie de thematische beantwoording onder 2.2 Zie de thematische beantwoording onder 2.7 en 2.8. AANPASSEN VERBEELDING Het bestemmingsplan heeft voor een deel betrekking op uw de gronden. Binnen dit deel is een woonschepenligplaats toegestaan. Naast het woonschip is een historisch schip afgemeerd. Voor het afmeren van historische schepen, niet zijnde een woonschip wordt een specifieke afwijkingsregeling opgenomen. AANPASSEN PLANREGELS

Zie de thematische beantwoording onder 2.2. Zie de thematische beantwoording onder 2.8.. AANPASSEN VERBEELDING

Zie de thematische beantwoording onder 2.6.

In artikel 3.6.3 is voorzien in een regeling die het afmeren van meerdere schepen bij één perceel onder voorwaarden mogelijk maakt. Hiermee wordt voorzien in het gevraagde.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

18

23.1

23.2

23.3 23.4 23.5

23.6

Bezwaar wordt gemaakt tegen het stringente karakter van het plan. Voor de bestaande ligplaats is vergunning van de gemeente en waternet verkregen. De maatvoering van een boot moest in het verleden 7 of 12 meter zijn. Nu is het een maximale lengtemaat. Dit is een verschil immers een boot van 7,2 meter is een boot van 7 meter.

De eis van een open boot is nieuw, deze eis was er in het verleden niet. Bezwaar wordt gemaakt tegen extra ligplaatsen voor passagiersschepen en extra op- en afstapplaatsen. Bezwaar wordt gemaakt tegen het permanent zonder vergunning afmeren van passagiersschepen tot 25 meter bij horecagelegenheden. Verzocht wordt om een gedetailleerde regeling.

Bezwaar wordt gemaakt tegen de wijzigingsbevoegdheid voor rode zones, passantenligplaatsen, halteligplaatsen etc. Bewoners moeten nu alle vergunningen in de gaten houden.

Zie de thematische beantwoording onder 2.1

Zie de thematische beantwoording onder 2.2. De vooronderstelde wijze waarop in het verleden werd omgegaan met de afmeting van boten kunnen wij nergens in de geldende regels terugvinden. Wellicht werd om praktische reden een kleine marge aangehouden maar dat staat nergens op die manier beschreven. Zie de thematische beantwoording onder 2.3. Zie de thematische beantwoording onder 2.8. In de zienswijze wordt verwezen naar een passage in de plantoelichting waarin het provinciaal beleid wordt beschreven. In de planregels is deze regeling niet opgenomen. Bij horecagelegenheden zijn alleen bezoekersligplaatsen toegestaan. Passagiersschepen zijn alleen ter plaatse van een aanduiding toegestaan. De regeling is hier al voldoende gedetailleerd. Alle mogelijk nieuwe plekken voor halte-, wacht- en opstapplaatsen voor passagiersschepen en passantenligplaatsen hebben we laten vervallen. Dat neemt niet weg dat het wenselijk is dat het bestemmingsplan beschikt over regels voor veranderende omstandigheden. Aan de wijzigingsbevoegdheden en afwijkingsregels zijn speciale voorwaarden verbonden. De opgenomen bevoegdheid is qua procedure uitgebreider dan een reguliere vergunningsprocedure en kent de mogelijkheid van zienswijzen. Daarmee is de procedure van voldoende waarborgen omkleed. Het argument dat bewoners de aanvragen in de gaten moeten houden is geen reden om af te zien van de regeling.

Er kunnen immers altijd aanvragen binnen komen waar bewoners het misschien niet mee eens zijn. Ook aanvragen die niet passen in het bestemmingsplan maar wel binnen het beleid van gemeente en/of provincie. Op zo’n moment kan een afwijkingsprocedure op grond van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht worden gevoerd of t.z.t. de nieuwe Omgevingswet. Door

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

19

23.7 23.8

24 24.1

25 25.1

25.2

26 26.1

Bezwaar wordt gemaakt tegen de passantenligplaats bij het natuurzwembad in Nieuwersluis. Bezwaar wordt gemaakt tegen de vaste ligplaats waar in het verleden de fietsboot (Rederij Vonk) lag.

Vechtzijde 10 Oud Zuilen Bezwaar wordt gemaakt tegen het niet opnemen van een regeling voor kadeligplaatsen. Het beschikbaar stellen van kadeplaatsen aan bewoners die aan de Vecht wonen als het delen van de lusten en de lasten van het wonen aan de Vecht. Verzocht wordt te overwegen om de ligplaatsen naast het grasveldje (vlakbij Vechtzijde 11) in te richten als Passantenligplaatsen, en de rest van de Vechtzijde in te richten als kadeligplaats voor bewoners aan de Vechtzijde. Vechtzijde 9 Oud Zuilen Bezwaar wordt gemaakt tegen het niet opnemen van een regeling voor kadeligplaatsen. Het beschikbaar stellen van kadeplaatsen aan bewoners die aan de Vecht wonen als het delen van de lusten en de lasten van het wonen aan de Vecht. Verzocht wordt te overwegen om de ligplaatsen naast het grasveldje (vlakbij Vechtzijde 11) in te richten als Passantenligplaatsen, en de rest van de Vechtzijde in te richten als kadeligplaats voor bewoners aan de Vechtzijde. Rijksstraatweg 11 Nieuwesluis Bezwaar wordt gemaakt tegen het stringente karakter van het plan. Het betreft dan de maximale lengte van vaartuigen en geen bewonersligplaatsen indien het erf gescheiden is door een openbare weg.

de regeling in te bedden in dit bestemmingsplan kunnen we wel van te voren voorwaarden opnemen als gekeken wordt naar nieuwe locaties. Zie de thematische beantwoording onder 2.8. AANPASSEN VERBEELDING De aanduiding is inderdaad niet juist opgenomen de halteplaats voor de fietsboot hoeft niet opgenomen te worden op de verbeelding. De ligplaats voor de fietsboot blijft in praktijk dus gehandhaafd. AANPASSEN VERBEELDING Zie de thematische beantwoording onder 2.10.

Zie de thematische beantwoording onder 2.10.

Zie de thematische beantwoording onder 2.10.

Zie de thematische beantwoording onder 2.2 t/m 2.6

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

20

26.2

Bezwaar wordt gemaakt tegen het permanent zonder vergunning afmeren van passagiersschepen tot 25 meter bij horecagelegenheden. Verzocht wordt om een gedetailleerde regeling.

26.3

Bezwaar wordt gemaakt tegen de passantenligplaats bij het natuurzwembad in Nieuwersluis. Bezwaar wordt gemaakt tegen de vaste ligplaats ter hoogte van de gevangenis inclusief Rederij de Kampioen (zandpad 1)

26.4

27 27.1

28 28.1

28.2

Straatweg 28 Breukelen Bezwaar wordt gemaakt tegen het stringente karakter van het plan. Het betreft dan de maximale lengte van vaartuigen buiten het stedelijke gebied van 7 meter. Reclamant beschikt nu over een sloep van 8 meter. Nigtevechtseweg 80 ws Vreeland Het bestemmingsplan is moeilijk te lezen en geen meerdere dubbelbestemmingen. Niet duidelijk is hoe die bestemmingen zich tot elkaar verhouden. Bezwaar wordt gemaakt tegen het toegenomen aantal bestemmingen, de onduidelijkheid en wat er nu precies geldt

In de zienswijze wordt verwezen naar een passage in de plantoelichting waarin het provinciaal beleid wordt beschreven. In de planregels is deze regeling niet opgenomen. Bij horecagelegenheden zijn alleen bezoekers-ligplaatsen toegestaan. Passagiersschepen zijn alleen ter plaatse van een aanduiding toegestaan. De regeling is hier al voldoende gedetailleerd. Zie de thematische beantwoording onder 2.8. AANPASSEN VERBEELDING De locatie is de vaste ligplaats van de fietsboot. Conform de regeling is hiervoor geen aanduiding nodig. De aanduiding ‘vaste ligplaats’ kan daarmee van de verbeelding. De fietsboot blijft in praktijk wel liggen. AANPASSEN VERBEELDING Zie de thematische beantwoording onder 2.2.

Zie ook de thematische beantwoording onder 2.1.

Voor deze locatie geldt één enkelbestemming (Water – De Vecht) en drie dubbelbestemmingen (cultuurhistorie, ecologie en waterkering). De regels van de drie dubbelbestemmingen gaan boven die van de enkelbestemming. Dit heeft tot gevolg dat bij bouwen een nadere toets nodig is vanuit cultuurhistorie en ecologie. Vanuit de dubbelbestemming waterkering geldt dat bouwwerken geen afbreuk mogen doen aan de waterveiligheid. Dat de veelheid van regels het lastig maakt wordt onderkent maar de verschillende belangen maken wel dat dit de consequenties zijn. Daar komt bij dat veel regels vanuit provincie en AGV tot nu toe onzichtbaar waren voor bewoners. Het weglaten van regels in dit bestemmingsplan met als argument dat het dan leesbaarder wordt heeft niet tot gevolg dat die regels dan niet meer gelden. Die blijven van kracht op

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

21

28.3

28.4

28.5

29 29.1 29.2

29.3

30 30.1

30.2

Bezwaar wordt gemaakt tegen het stringente karakter van het plan. Het betreft dan de maximale lengte van vaartuigen buiten het stedelijke gebied van 7 meter. Bezwaar wordt gemaakt tegen de geplande vaste ligplaats passagiersvaart ter hoogte van de Bergseweg 28. Het lijkt erop dat dit een steiger van 43 meter gaat worden Het is een doolhof aan vereiste vergunningen en ontheffingen. Derhalve mag het bestemmingsplan pas van kracht worden wanneer, of moet er worden gedoogd totdat deze ‘vergunningverlening’ helder is voor alle burgers, de overheid voldoende capaciteit heeft om de vergunningverlening procesmatig te verwerken, alle betrokken burgers langs de Vecht via een persoonlijk schrijven zijn geïnformeerd en er een ruime overgangsperiode geldt. Rijksstraatweg 56 Nieuwersluis Bezwaar wordt gemaakt tegen de minimaal vrij te houden vaarstrook van 17 meter. Bezwaar wordt gemaakt tegen het stringente karakter van het plan. Het betreft dan de maximale lengte van vaartuigen buiten het stedelijke gebied van 7 meter en het niet mogen hebben van een opbouw. Het nieuwe bestemmingsplan is vooral gericht op toerisme. Er is forse uitbreiding van halte, opstap-,wacht- en ligplaatsen voor passagiersschepen tot 25 meter en passanten. Schippersgracht 22 Maarssen De Schippersgracht is een rode zone, geworden waar voorheen een 3x24 ligplaats aanwezig was.

De gemeente heeft de Keur niet gerespecteerd en niet gehandhaafd, maar wel kadegeld geint. Voor de Vecht geldt een vaarbreedte van 17 meter. In Vreeland is het 13 meter. Dit is ongelijke behandeling.

grond van de Keur en Provinciale verordeningen. U heeft nu in ieder geval op 1 plek inzicht in de regels die voor u van kracht kunnen zijn. Zie de thematische beantwoording onder 2.1 en 2.2.

Zie de thematische beantwoording onder 2.8. VERBEELDING AANPASSEN

Zie ook de thematische beantwoording 2.1

Zie de thematische beantwoording onder 2.6. Zie de thematische beantwoording onder 2.2.

Zie de thematische beantwoording onder 2.7 en 2.8.

Zie de thematische beantwoording onder 2.6.

De gemeente kan geen andere maatvoering aanhouden dan in de Keur staat aangegeven, want AGV is op het gebied van vaarwegbeheer de

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

22

30.3

31 31.1

31.2

31.3

32 32.1

32.2 32.3

Verzocht wordt wel boten van bewoners toe te staan aan de Langegracht en Schippersgracht. Door het afmeren van bewonersboten wordt het afmeren van brede huurboten voorkomen en doorvaart juist bevorderd. Ook wordt voorkomen dat passanten tussen auto’s gaan bbq-en. De gemeente gaat te ruimhartig om met partyen passagiersschepen. Straatweg 152 Maarssen Bezwaar wordt gemaakt tegen het stringente karakter van het plan. Het betreft dan de maximale lengte van vaartuigen buiten het stedelijke gebied van 7 meter en het niet mogen hebben van een opbouw. Bezwaar wordt gemaakt tegen het niet mogen afmeren van meer dan 1 boot en het niet mogen afmeren van een boot wanneer erf en weg zijn gescheiden door een openbare weg. Bezwaar wordt gemaakt tegen de forse uitbreiding van halte, opstap-,wacht- en ligplaatsen voor passagiersschepen tot 25 meter en passanten. Zandpad 56 Breukelen De toelichting bevat een mooie beschrijving, maar wat is het doel van de toelichting. Handhaving van bestaande en nieuwe regels is niet benoemd in het plan. Vraag is hoe en of handhaving wordt georganiseerd. De terugwerkende kracht van de nieuwe regels, die bewoners redelijkerwijs niet hadden kunnen zien aankomen, betekent schade aan de bewoners door het noodgedwongen moeten verkopen van hun boot, afbreken /verbouwen steiger, of alsnog aanvragen van vergunningen.

Verzocht wordt om in plan op te nemen dat bestaande situatie wordt gehandhaafd.

verantwoordelijke instantie. Zij bepalen wat de minimaal vrij te houden vaarstrook is. Zie verder de thematische beantwoording onder 2.6 Zie de thematische beantwoording onder 2.10.

Zie de thematische beantwoording onder 2.1, 2.2 en 2.3.

Zie de thematische beantwoording onder 2.4. en 2.5.

Zie de thematische beantwoording onder 2.8.

De toelichting bevat een planbeschrijving, beleidsbeschrijving en onderbouwt daarmee waarom het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Zie thematische beantwoording onder 2.12 De veronderstelling dat er sprake is van nieuwe regels is niet correct. Het is niet mogelijk in het kader van dit bestemmingsplan een algeheel pardon te geven voor strijdige situaties. De gemeente is immers niet op alle punten de verantwoordelijke dan wel handhavende instantie. Daar komt bij dat elke regel een bepaald belang vertegenwoordigd. Er zal in geval van handhaving altijd afgewogen moeten worden in hoeverre het

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht

23

32.4

Niet duidelijk is wat de status is van bestaande rechten en vergunningen. In casu betreft dat de vergunning afgegeven door DWR / Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, en met instemming van de Gemeente, op 17.6.2003 voor het hebben van een steiger van max 4 meter en een boot met een lengte van max 7,90 meter.

32.5

De logica achter de regel dat in het binnengebied een maatvoering van max 12 meter geldt en in het buitengebied van 7 meter. Het simpel wijzen naar de Provincie maakt de regel niet logisch en begrijpelijk. Verzoek aan de Gemeente om die regel aan te passen en in lijn te brengen met de regelgeving van aanpalende Gemeenten en Provincies. Het verschil in bootlengte in het buitengebied en stedelijk gebied wordt niet als consequent en vertrouw wekkend gezien. Verzocht wordt om een uniforme regeling. Onduidelijk is waarom het buitengebied van de Gemeente Stichtse Vecht opeens de regelgeving van de Provincie geldt en er dus ook van de Provincie een ontheffing moet komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1794/documents/36702