1. Kwaliteitscriteria 3.0 (2025).pdf
Tekst van het document
Aanvullende kennis
Werkervaring
Frequentie
Competentie (deel D)
Basisopleiding: hbo-niveau
Basiskennis: Erfgoed-regelgeving in Owstelsel verhouding van Owregelgeving tot Erfgoedwet en Erfgoedverordening Restauratietechniek/ restauratie Uitvoeringsrichtlijnen (URL) Architectuurgeschiedenis Diepgaande kennis:
5 jaar
Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken
Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbinden Bestuurlijke sensitiviteit Integraal (samen)werken Verantwoordelijkheid
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Awb Basiscursus Omgevingsrecht Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel HBO erfgoedopleiding/ monumenten of een specialistische opleiding restauratie minimaal bestaande uit de modules over: stelsel kwaliteitsnormen voor restauratie, documenteren en opnemen van bouwsporen en gebreken, historische constructies, gebruikte materialen en afwerking monumenten, bouwgeschiedenis Nederland, wet- en regelgeving monumentenzorg, bouwkundig advies URL 2001 en inspecties van monumentale gebouwen URL 2005 Bouwkunde
73
Activiteit 11. Adviseren ten aanzien van archeologische aspecten in het kader van omgevingsvergunningen, toezicht en handhaving. 12. Beoordelen van archeologisch onderzoek en waardenstelling in het kader van de omgevingsvergunning. 13. Toetsen van aanvraag omgevingsvergunning aan de hand van vastgelegde archeologische verwachtingswaarden in het omgevingsplan, en overige RO-regelgeving in het Ow-stelsel. 14. Opstellen van voorschriften voor de omgevingsvergunning en inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep. 15. Maken van archeologische analyses en waardenstellingen en het vertalen van archeologische (verwachtings-) waarden naar ruimtelijke uitgangspunten.
Eisen aan medewerkers die deze taken of taken 11 t/m 15 uitvoeren Opleiding
Aanvullende kennis
Werkervaring
Frequentie
Competentie (deel D)
Basisopleiding: wo-archeologie
Basiskennis: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie Bewoningsgeschiedenis landelijk en regionaal. Bouwhistorie voor archeologen Historische geografie Paleogeografie
1 jaar
Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken
Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbinden Bestuurlijke sensitiviteit Integraal (samen)werken Verantwoordelijkheid
Aanvullende opleiding(en): Diepgaande kennis: Basiscursus Awb Basiscursus omgevingsvergunningen Basiscursus ROregelgeving in Ow-stelsel Basiscursussen (zoals gegeven door PASTA (Postacademisch ScholingsTraject Archeologie): Archeologie duurzaam bouwen Omgevingswet voor archeologen Cursus BRL Archeologiebestel in Nederland
74
22. Verduurzaming Energie Onderstaande taken 1 tot en met 3 moeten binnen de overheid worden uitgevoerd. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers voldoen aan de criteria van taak 1 minimaal 2 medewerkers voldoen aan de criteria van taak 2 en 3
Taak 1. Toezicht houden en adviseren over energie bij eenvoudige bedrijven: a. administratief toezicht informatieplicht (Bal, Bbl) b. fysiek toezicht erkende maatregelen (Bal, Bbl) c. beoordeling van alternatieven van de EML
Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding
Aanvullende kennis
Werkervaring
Frequentie
Competentie (deel D)
Basisopleiding: mbo4-niveau
Basiskennis: Verduurzaming Energie en Erkende Maatregelen Energieonderzoeksplicht Rijksregels betreffende Energie en labelplicht in Bal en Bbl
Minimaal 1 jaar met deze taken
Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken
Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbindend Integraal samenwerken Verantwoordelijkheid Assertiviteit
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Omgevingsrecht Basiscursus Awb Basiscursus omgevingsvergunningen Basiscursus milieuregelgeving en RO-regelgeving in Ow-stelsel Basiscursus Bbl Verdiepingscursus energietoezicht
Diepgaande kennis: EPBD (BEG en REG) Toetsing Erkende Maatregelen bij omgevingsvergunning bouwen bij bedrijfsgebouwen Energieprestatie van technische bouwsystemen: Installatietechniek & binnenklimaat (verwarming/tapwater/ verlichting/ koeling/ventilatie) Wettelijke regels over energielabels BENG - ENG NOM
75
Taken 2. Toezichthouden en adviseren bij complexere en vergunningsplichtige bedrijven. a. Administratief toezicht en beoordelen rapportages onderzoekplicht en informatieplicht (Bal) b. Beoordelen plan van aanpak uitvoeren (erkende) maatregelen c. Fysiek toezicht op maatregelen onderzoekplicht 3. Beoordelen terugverdientijd berekeningen en afwijken energieprijzen bij zeer grootverbruikers
Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding
Aanvullende kennis
Werkervaring
Frequentie
Competentie (deel D)
Basisopleiding: hbo-niveau
Basiskennis: alle vereisten van activiteit 1 duurzame energie werking energiemarkt waterstoftechnieken en regelgeving actuele duurzame energieopwektechnieken buiten de Erkende Maatregelen congestie op energienetwerken in de lokale /regionale situatie Onderlinge samenhang bedrijfseconomie en bouw- en installatietechniek Diepgaande kennis: Best Beschikbare Technieken RIE / BREF energie en efficiëntie Regelgeving ETS-bedrijven in relatie tot onderzoeksplicht
Minimaal 3 jaar met deze taken
Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken
Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbindend Integraal samenwerken Verantwoordelijkheid Assertiviteit
Aanvullende opleiding(en): PHOE: post hoger onderwijs introductie Energiekunde (of vergelijkbare opleiding) Voor ETS of Seveso bedrijven: alle PHOE modules (of vergelijkbare opleiding) succesvol afgerond met uitzondering van module Energieconsulent
Voor ETS/Seveso bedrijven: minimaal 5 jaar met deze taken
76
23. Advisering fysieke leefomgeving Onderstaande taken worden bij voorkeur door een omgevingsdienst uitgevoerd. NB. Het blijft de keuze van een regio (gezamenlijke opdrachtgevers OD) om deze taak af te nemen en zo ja welk niveau. Afhankelijk van de keuze dient aan de kwaliteitscriteria zoals hieronder beschreven te worden voldaan. Taken kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over deskundigheidsgebieden Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening, vergunningverlening milieu (Bal + omgevingsplan). Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren De minimale hoeveelheid medewerkers is 2. De minimale hoeveelheid is voorts afhankelijk van: de afspraken die worden gemaakt over de in samenhang te beschouwen aspecten uit de fysieke leefomgeving (denk aan geluid, trillingen, geur, luchtkwaliteit, bodem, archeologie, omgevingsveiligheid, ecologie, bedrijven en milieuzonering, MER, klimaatadaptatie, …). Van ieder in samenhang te beschouwen aspect uit de fysieke leefomgeving is ten minste 1 specialistisch adviseur beschikbaar.
77
Taken Niveau 1: Integraal adviseren over de fysieke leefomgeving (beleidsontwikkeling) 1. Kennis nemen van ambities van opdrachtgever m.b.t. de te beschouwen aspect(en) uit de fysieke leefomgeving 2. Gevraagd en ongevraagd adviseren op het gebied van een schone, veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het algemeen en bij gebiedsontwikkelingen 3. Onderhouden van contacten richting stakeholders zoals gemeente, provincie, RWS, GGD, VR, waterschappen 4. Organiseren of mede mogelijk maken van overleg waarin beleidsontwikkelingen over één of meer aspecten uit de fysieke leefomgeving met alle in het werkgebied aanwezige bevoegde gezagen worden besproken 5. Adviseren op de formulering van (nieuw) samenhangend beleid over één of meerdere aspecten uit de fysieke leefomgeving ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming 6. Het in samenhang en zo nodig in overleg met specialisten adviseren over de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving die qua beleid een plek krijgen in de omgevingsvisie
Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Niveau 1 (Integraal adviseren over de fysieke leefomgeving (beleidsontwikkeling) Opleiding Basisopleiding: hbo-niveau
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Awb Basiscursus Omgevingsrecht Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel Basiscursus milieuregelgeving in Ow-stelsel Verdiepingscursus fysieke leefomgeving met tenminste de aspecten: lucht, geluid, omgevingsveiligheid, activiteiten en milieuzonering Basiscursus projectmanagement
Aanvullende kennis Basiskennis: Kennis van ‘Handboek opstellen omgevingsplan’ van VNG of soortgelijke handreikingen met daarin de kerninstrumenten Ow m.b.t. het omgevingsplan Diepgaande kennis:
Werkervaring Minimaal 3 jaar
Frequentie Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken
Competentie (deel D) Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbinden Bestuurlijke sensitiviteit Integraal (samen)werken Verantwoordelijkheid
78
Taken Niveau 2: Integraal adviseren over (en gebruiken van) de kerninstrumenten onder de omgevingswet (beleidsdoorwerking) 7. Kennis nemen van ambities van opdrachtgever m.b.t. de te beschouwen aspect(en) uit de fysieke leefomgeving 8. Het in samenhang en zo nodig in overleg met specialisten adviseren over aspecten uit de fysieke leefomgeving bij het opstellen van (milieu-) regels in de omgevingsverordening en het omgevingsplan. 9. Het in samenhang en zo nodig in overleg met specialisten adviseren over aspecten uit de fysieke leefomgeving bij het opstellen van programma’s
Niveau 2 (Adviseren over (en gebruiken van) de kerninstrumenten onder de omgevingswet (beleidsdoorwerking) Opleiding Basisopleiding: hbo-niveau
Aanvullende kennis Basiskennis: Kennis van ‘Handboek opstellen omgevingsplan’ van VNG of soortgelijke handreikingen met daarin de kerninstrumenten Ow m.b.t. het omgevingsplan
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Awb Basiscursus Omgevingsrecht Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel Basiscursus milieuregelgeving in Ow-stelsel Verdiepingscursus fysieke leefomgeving met tenminste de aspecten: lucht, geluid, omgevingsveiligheid, activiteiten en milieuzonering Basiscursus projectmanagement
Diepgaande kennis:
Werkervaring Minimaal 1 jaar
Frequentie Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken
Competentie (deel D) Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbinden Bestuurlijke sensitiviteit Integraal (samen)werken Verantwoordelijkheid
79
Taken Niveau 3: Integraal adviseren over regels uit het omgevingsplan en de omgevingsverordening (uitvoering) 8. Kennis nemen van ambities van opdrachtgever m.b.t. de te beschouwen aspect(en) uit de fysieke leefomgeving 9. Zorgdragen dat aspecten uit de fysieke leefomgeving worden ingebracht in overlegsituaties over ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen in het beleid (denk bijvoorbeeld aan intake- of omgevingstafel) 10. De haalbaarheid inschatten van ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven die niet passen in het beleid op aspecten uit de fysieke leefomgeving, indien nodig hierbij specialisten inschakelen. Dan hun bijdragen beoordelen op samenhang, relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang 11. Beoordelen van onderbouwingen bij een (B)OPA of wijziging omgevingsplan / omgevingsverordening op aspecten uit de fysieke leefomgeving, indien nodig hierbij specialisten inschakelen. Dan hun bijdragen beoordelen op samenhang, relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang. Deze beoordeling is een advies. 12. Beoordelen op hoofdlijnen van zienswijzen, bezwaren en beroepen bij een BOPA of wijziging omgevingsplan / omgevingsverordening op aspecten uit de fysieke leefomgeving, indien nodig hierbij specialisten inschakelen. Deze beoordeling is een advies.
Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Niveau 3 (adviseren over regels uit het omgevingsplan en de omgevingsverordening)(uitvoering) Opleiding Basisopleiding: hbo-niveau
Aanvullende kennis Basiskennis:
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Awb Basiscursus Omgevingsrecht Basiscursus RO-regelgeving in Owstelsel Basiscursus milieuregelgeving in Ow-stelsel Verdiepingscursus fysieke leefomgeving met tenminste de aspecten: lucht, geluid, omgevingsveiligheid, activiteiten en milieuzonering.
Diepgaande kennis:
Werkervaring N.v.t.
Frequentie Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken
Competentie (deel D) Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbinden Bestuurlijke sensitiviteit Integraal (samen)werken Verantwoordelijkheid
80
Deel C: Procescriteria Inleiding De procescriteria bieden de kaders voor het kwaliteitssysteem van het bevoegd gezag. In de procescriteria wordt op een systematische wijze de samenhang tussen beleid en uitvoering beschreven. De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn: Evaluatie Beleid Strategie Uitvoeringsprogramma Voorbereiding Uitvoering VTH en advisering Monitoring De procescriteria betreffen eisen aan het proces. Daarnaast moeten de criteria gebruikt worden bij het inrichten van de organisatie. De procescriteria vinden hun oorsprong in deel C van de kwaliteitscriteria versie 2.1 (2012). De geactualiseerde procescriteria komen daarnaast voor een groot deel voort uit het Omgevingsbesluit (§ 13.2.2. Strategische en programmatische uitvoering en handhaving). Voor de onderdelen die niet zijn te herleiden naar het Omgevingsbesluit ligt de grondslag in andere wetgeving zoals de Omgevingswet11. Deze procescriteria gelden voor alle VTH-processen uitgevoerd door of namens het bevoegd gezag. Dit deel C vervangt het oude deel C. Cruciale onderdelen zijn overgenomen en opgenomen en blijven zo van toepassing indien de tekst van de modelverordening (ongewijzigd) overgenomen is in een eigen kwaliteitsverordening. Voor een werkbare toepassing hebben de procescriteria de vorm van een checklist.
In de kolom ‘Toelichting’ van de checklist is waar mogelijk een toelichting opgenomen voor het betreffende criterium. Naast deze toelichting is het raadzaam de op 20 juni 2024 bestuurlijk vastgestelde Handreiking regionale beleidscyclus te raadplegen. De Handreiking is een dynamisch document en daarom wordt in de checklist alleen naar de paragraaf uit de Handreiking verwezen. De Handreiking regionale beleidscyclus is, net als de modelverordening, van toepassing op de VTH-processen bij omgevingsdiensten, gemeenten en provincies. 11
In de nota van toelichting van het Besluit omgevingsrecht (Staatsblad 193 2017, van kracht tot 1/1/2024) en nota van toelichting van het Omgevingsbesluit (Invoeringsbesluit Omgevingsbesluit, Staatsblad 400 2020, van kracht vanaf 1/1/2024) is ook meer achtergrondinformatie te vinden.
81
Het verdient aanbeveling de onderstaande checklist jaarlijks te doorlopen, tegelijk met het opstellen van de jaarrapportage (zoals beschreven onder 1 in de checklist) en het overzicht waarmee bepaald kan worden of de organisatie voldoet aan de in deel B beschreven kritieke massa. Er is ook een verplichting in artikel 5 van de modelverordening voor colleges van Burgemeester en Wethouders en Gedeputeerde Staten om hierover een mededeling te doen richting respectievelijk gemeenteraden en Provinciale Staten. Bij het invullen van de checklist wordt aangeven of is gehandeld conform de geldende verplichtingen De vraag kan geantwoord worden met ja, nee of niet van toepassing. Wanneer “nee” wordt geantwoord, of “niet van toepassing” moet dit worden uitgelegd en gemotiveerd. Procescriteria (aanvullend op de wettelijk verplichte procescriteria) 1. Vergelijking en visitatie Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) ontwikkelt een systematiek (bijvoorbeeld via benchmarking of visitatie) om inzet, organisatie en het resultaat van de vergunningverlening en handhaving te vergelijken, te toetsen en te adviseren over verbetermogelijkheden. 2.
Strategie vergunningverlening Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een strategie en objectieve criteria voor het beoordelen en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, ter uitwerking van de in de wet bepaalde criteria. In deze strategie is vastgelegd welke vormen van vergunningverlening worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) zorgt ervoor dat de basiswerkwijze van vergunningverlening volgens een geborgd proces verloopt. 3. Nalevingsstrategie (interventiestrategie) Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een nalevingsstrategie/ interventiestrategie, waarin is vastgelegd met welke instrumenten zij naleving wil bereiken en welke rol handhaving daarbinnen speelt. 4. Toezichtstrategie Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een toezichtstrategie, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. 5.
Sanctiestrategie Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een sanctiestrategie, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke optreden bij overtredingen is vastgelegd. a. De sanctiestrategie omvat ten minste: aa. een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde normen in lijn met de vastgestelde handhavingsstrategie; 82
ab. een passende reactie op geconstateerde overtredingen en een stringentere reactie bij voortduring of herhaling van de overtreding; ac. transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor; ad. een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden. b. Het toepassen van de landelijke sanctiestrategie is verplicht.12 c. Afwijken van de landelijke sanctiestrategie is alleen toegestaan indien dit aantoonbaar effectiever is. 6. Gedoogstrategie Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een restrictieve gedoogstrategie, waarin is vastgelegd in welke situaties (overmacht, overgangssituatie en onmogelijkheid van handhaving) en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan worden gelaten. Deze gedoogstrategie volgt de inhoud van de algemene “Nota Grenzen aan gedogen”13. 7. Externe afstemming Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) zorgt in de voorbereiding en uitvoering van haar vergunning- en handhavingstaken voor externe afstemming met andere bestuursorganen als de waterschappen. Dit geldt ook vertegenwoordigers van het Strafrecht (Politie en Functioneel Parket) en Veiligheidsregio’s (brandweer).
8 Kwaliteitsborging Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een systematiek van interne borging (beschrijving, toetsing en verbetering) van de wijze waarop de taken beheerst kunnen worden uitgevoerd. De systematiek kent minimaal de volgende elementen: A. Verantwoordelijkheid beleggen voor het ontwikkelen en in stand houden van kwaliteitszorg en het rapporteren over de voortgang. B. Zorg dragen voor kwaliteitsplan en – doelstellingen welke gericht zijn op het continu verbeteren, evalueren en (zo nodig) bijstellen. C. Zorg dragen voor een kwaliteitsprogramma inclusief planning. D. Borging werkwijze in cultuur en systemen. E. Het managen van verbeterpunten. F. Vergelijking en benchmark: interne en externe ogen houden ons scherp. 9. Monitoring Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een systematiek van monitoring van het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving, de resultaten en voor zover mogelijk de effecten hiervan. 12
Het transitieprogramma zal een project gaan bevatten om de landelijke sanctiestrategie te optimaliseren en op maat te maken ( inclusief de interpretatie voor bouwaspecten en handreikingen voor de wijze waarop politie en OM zich bindt aan de sanctie en/of handhavingsstrategie) 13 Zie Grenzen aan Gedogen | Kenniscentrum voor beleid en regelgeving (kcbr.nl) en kst-25085-2.pdf (officielebekendmakingen.nl)
83
Checklist 1. Evaluatie Vragen
J/N/
Argumentatie
n.v.t
(uitleg en motivering van
Vindplaats
Toelichting
afwijkingen) Wordt jaarlijks gerapporteerd over de mate
Ob,
waarin het uitvoeringsprogramma is
art 13.11 lid 1
uitgevoerd?
art 13.7 lid 2 (IPPC-installaties)
Wordt jaarlijks gerapporteerd over de mate
Ob
Rapportage aan het AB (dan wel aan de gemeenteraden
waarin deze uitvoering heeft bijgedragen
Art. 13.11 lid 1
(art. 169 Gemeentewet) en Gedeputeerde Staten (art. 167
aan het bereiken van de doelen die zijn
Provinciewet).
gesteld in het uitvoerings- en
Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen
handhavingsbeleid?
(Wgr) kunnen gemeenteraden Gedeputeerde Staten ook de AB leden vragen om informatie (art. 19 lid 1 jo art. 16 lid 1 Wgr)
Wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid
Ob
aangepast op grond van de resultaten uit de
Art. 13.11 lid 2
verantwoordingsrapportage? Vergelijkt mijn organisatie haar prestaties
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
met anderen?
Deel C
Bijlage I. Denk bijvoorbeeld aan visitaties bij andere
Art 1
omgevingsdiensten
84
2. Beleid Vragen
J/N/
Argumentatie
n.v.t
(uitleg en motivering van
Vindplaats
Toelichting
afwijkingen) Heeft mijn organisatie een uitvoerings- en
Ob
De uitvoeringstaak omvat in ieder geval:
handhavingsstrategie waarin is
Art 13.5 lid1 (BG)
a. het stellen van maatwerkvoorschriften en het
aangegeven welke doelen worden gesteld
en art 13.5 lid 2
verbinden van voorschriften aan een
voor de uitvoering en handhaving en welke
(OD)
omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.5,
taken met het oog op die doelen zullen
b. het beoordelen van en beslissen op een aanvraag
worden verricht?
om een omgevingsvergunning, bedoeld in de paragrafen 5.1.2 en 5.1.3, c. de toepassing van paragraaf 5.1.5, d. het uitbrengen van advies, bedoeld in de artikelen 16.15 tot en met 16.19. De bestuursrechtelijke handhavingstaak omvat: a. het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met inbegrip van het verzamelen en registreren van gegevens die hiervoor van belang zijn, b. het behandelen van klachten over de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, en c. het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie vanwege enig handelen of nalaten in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet.
Heeft mijn organisatie in een uitvoerings-
Ow
en handhavingsstrategie rekening
Art. 2.2 lid 1
gehouden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen? Stemt mijn organisatie de uitvoerings- en
Ow
handhavingsstrategie af met andere
Art. 2.2 lid 1
Alleen indien nodig
bestuursorganen?
85
Is de handhavingsstrategie afgestemd met
Ob
de instanties die zijn belast met de
Art 13.5 lid 3
Alleen indien nodig
strafrechtelijke handhaving? Is de handhavingsstrategie gebaseerd op
Ob
een analyse van problemen die zich
Art 13.5 lid 4
kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet? Zijn de voor de doelen en prioriteiten
Ob
benodigde en beschikbare financiële en
Art. 13.10. onder a
personele middelen inzichtelijk gemaakt en in de begroting gewaarborgd?
86
3. Strategie Vragen
J/N/
Argumentatie
n.v.t
(uitleg en motivering van afwijkingen)
Vindplaats
Geeft de uitvoerings- en
Ob
handhavingsstrategie inzicht in de manier
Art 13.6 lid 1
waarop de prioriteiten zijn gesteld?
onder a
Geeft de uitvoerings- en
Ob
handhavingsstrategie aan welke methode
Art 13.6 lid 1
wordt gebruikt om te bepalen of de doelen
onder b
Toelichting
worden bereikt? Geeft de uitvoerings- en
Ob
handhavingsstrategie inzicht in de criteria
Art 13.6 lid 1
die worden gebruikt bij het beoordelen van
onder c
en beslissen op aanvragen van vergunningen en het beoordelen van meldingen? Heeft mijn organisatie een werkwijze
Ob
beschreven voor het verlenen van
Art 13.6 lid 1
vergunningen en het beoordelen van
onder d
meldingen? Zijn de afspraken door bestuursorganen
Ob
Denk hierbij ook aan de Landelijke
onderling en met de instanties die zijn
Art 13.6 lid 2
handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO)
belast met de strafrechtelijke handhaving
onder a
opgenomen in de handhavingsstrategie? Is de wijze waarop toezicht op de naleving
Ob
wordt gehouden opgenomen in de
Art 13.6 lid 2
handhavingsstrategie?
onder b
Is de wijze waarop wordt gerapporteerd
Ob
over bevindingen over de naleving en
Art 13.6 lid 2
eventueel daaraan verbonden
onder c
consequenties opgenomen in de handhavingsstrategie?
87
Is de wijze waarop bestuurlijke sancties
Ob
(inclusief termijnen die bij het opleggen en
Art 13.6 lid 2
ten uitvoer daarvan worden gehanteerd) en
onder d
de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, opgenomen in de handhavingsstrategie? Is de wijze waarop wordt gehandeld na
Ob
geconstateerde overtredingen die zijn
Art 13.6 lid 2
begaan door of in naam van een
onder e
bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie, opgenomen in de handhavingsstrategie? Worden de benodigde en beschikbare
Ob
financiële en personele middelen voor het
Art 13.10 onder a
verrichten van de taken, inzichtelijk gemaakt in de begroting en gewaarborgd om de gestelde doelen te bereiken? Wordt bij de voorbereiding van het toezicht
Ob
uitgegaan van een register waarin in ieder
Art 13.7 lid 1
geval IPPC-installaties zijn opgenomen?
onder a
Is in de handhavingsstrategie een
Ob
frequentie opgenomen voor het
Art 13.7 .lid 1
routinematig toezicht?
onder b
Is in de handhavingsstrategie opgenomen
Ob
dat bij de bepaling van frequentie van het
Art 13.7 lid 1
routinematig toezicht op IPPC-installaties
onder b
minimaal rekening gehouden met: de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem en is de toezicht frequentie minimaal: 1°. eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; of 2°. eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s.
88
Is in de handhavingsstrategie een termijn
Ob
bepaald waarbinnen, na het vaststellen van
Art 13.7 lid . 1
een ernstige klacht, ernstig ongewoon
onder c
voorval of ernstige overtreding nietroutinematig toezicht wordt gehouden? Is voor de IPPC-installaties in de
Ob
handhavingsstrategie bepaald dat de
Art 13.7 lid 1
termijn waarbinnen na het vaststellen van
onder c
een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding nietroutinematig toezicht wordt gehouden zo spoedig mogelijk moet zijn en in voorkomend geval vóór de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning? Is voor IPPC-installaties in de
Ob
handhavingsstrategie bepaald dat na het
Art 13.7 lid 1
vaststellen van een ernstige klacht, ernstig
onder c
ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht binnen zes maanden routinematig toezicht wordt gehouden? Is in de in de handhavingsstrategie een
Ob
termijn bepaald waarbinnen gerapporteerd
Art 13.7 lid 2
moet worden?
onder a
Is in de handhavingsstrategie, minimaal
Ob
voor de IPPC-installaties, bepaald dat de
Art 13.7 lid 2
termijn waarbinnen wordt gerapporteerd
onder a
twee maanden is? Is in de handhavingsstrategie, minimaal
Ob
voor de IPPC-installaties, een termijn
Art 13.7 lid 2
bepaald waarbinnen en mate waarin
onder b
rapportage openbaar wordt gemaakt? Is in de handhavingsstrategie een termijn
Ob
van vier maanden vastgelegd waarbinnen
89
en de mate van rapportage openbaar wordt
Art 13.7 lid 2
gemaakt, voor de artikelen 19.3 tot en met
onder b
19.5 van de Wet milieubeheer? Is in de handhavingsstrategie bepaald dat
Ob
de termijn waarbinnen en mate waarin
Art 13.7 lid 2
rapportage openbaar wordt gemaakt,
onder b
waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties vier maanden is? Handelt men conform een vastgestelde
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
toezichtstrategie?
Deel C
Deel I 3.2.2
Art. 4 Handelt men conform een vastgestelde
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
sanctiestrategie?
Deel C
Deel I 3.2.2
Art. 5 Handelt men conform de vastgestelde
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
landelijke handhavingsstrategie
Deel C
Deel II 6.2
omgevingsrecht (LHSO)?
Art. 5 onder b
Is er een samenwerkingsstrategie?
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
Deel C
Deel II 6.1
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
Deel C
Deel I 3.2.2
Is er een gedoogstrategie vastgesteld?
Art. 6 Is er een vergunningenstrategie
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
vastgesteld?
Deel C
Deel I 3.2.2
Art. 2 Is er structureel aandacht voor de actualiteit
Ow
van de vergunningen, bijvoorbeeld via een
Art. 5.38 en 16.56
actualisatieprogramma?
90
4. Programma Vragen
J/N/
Argumentatie
n.v.t
(uitleg en motivering van afwijkingen)
Vindplaats
Heeft mijn organisatie een
Ob
uitvoeringsprogramma waarin wordt
Art 13.8 lid 1
Toelichting
aangegeven welke van de taken het komende jaar zullen worden verricht? Wordt in het uitvoeringsprogramma rekening
Ob
gehouden met de gestelde doelen en de
Art 13.8 lid 1
prioriteitenstelling zoals geformuleerd in de uitvoerings- en handhavingsstrategie? Wordt het uitvoeringsprogramma afgestemd
Ob
met de instanties die zijn belast met de
Art 13.8 lid 2
Alleen indien nodig
strafrechtelijke handhaving? Zijn er voor de uitvoering van het
Ob
uitvoeringsprogramma voldoende financiële
Art 13.10
en personele middelen beschikbaar?
onder b
91
5. Organisatie Vragen
J/N/
Argumentatie
n.v.t
(uitleg en motivering van afwijkingen)
Vindplaats
Is de uitvoeringsorganisatie zodanig
Ob
ingericht dat een goede uitvoering van de
Art 13.9 lid 1
Toelichting
uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd? Is de personeelsformatie (functies, taken,
Ob
bevoegdheden en verantwoordelijkheden)
Art 13.9 lid 2
vastgelegd?
onder a
Wordt binnen mijn organisatie voorkomen
Ob
dat personen die werken aan
Art 13.9 lid 2
milieubelastende activiteiten naast het:
onder b
a.
beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning
b.
beoordelen van en beslissen op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel
c.
stellen van een maatwerkvoorschrift ten aanzien van een milieubelastende activiteit
ook: d.
toezien op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteiten of
e.
een bestuurlijke sanctie opleggen en ten uitvoer leggen van ten
92
aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; Is binnen de uitvoeringsorganisatie bij
Ob
toezicht en handhaving sprake van roulatie
Art 13.9 lid 2
op dossierniveau?
onder c
Is de bereikbaarheid en beschikbaarheid
Ob
van de organisatie ook buiten kantooruren
Art 13.9 lid 2
gegarandeerd?
onder d
Handelt de uitvoeringsorganisatie op grond
Ob
van door het bestuur vastgestelde
Art 13.9 lid 3
werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving? Handelt mijn organisatie op grond van een
Modelverordening
kwaliteitssysteem waarmee taken beheerst
Deel C
kunnen worden uitgevoerd?
Art. 8
93
6. Monitoring Vragen
J/N/
Argumentatie
n.v.t
(uitleg en motivering van afwijkingen)
Vindplaats
Toelichting
Beschikt mijn organisatie over een
Modelverordening
Handreiking regionale beleidscyclus
volwaardig datasysteem om de resultaten
Deel C
Deel I § 3.6
te monitoren en de het behalen
Art. 9
vastgestelde beleidsdoelen?
94
Deel D : Competentieprofielen Processen gaan pas werken als mensen er vorm aan geven. Daarom zijn competentieprofielen opgesteld voor de nieuwe of meest veranderende rollen onder de Omgevingswet. Het gaat om de rollen van casemanager, vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur. Lijnmanagers en HRadviseurs van gemeenten en omgevingsdiensten kunnen de profielen gebruiken als hulpmiddel (bij voorkeur als onderdeel van de strategische personeelsplanning) om hun teams te ontwikkelen. Met als doel om samen steeds beter in de geest van de Omgevingswet te kunnen werken. De competentieprofielen bestaan uit vijf verschillende onderdelen: 1: Deskundigheidsgebieden 2: Dilemma’s 3: Omschrijving van de rol 4: Levelindeling 5: Competenties
De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht. 1. Deskundigheidsgebieden Onder het onderdeel Deskundigheidsgebieden staat beschreven welke deskundigheidsgebieden uit deel B van de kwaliteitscriteria van toepassing zijn op de beschreven rol. 2. Dilemma’s Een dilemma is een spanningsveld binnen de verwachtingen van een rol. Inzicht hierin maakt dat ze in het licht van de rol besproken kunnen worden. De dilemma’s die gebruikt zijn bij het in kaart brengen van de rol zijn: 95
consolideren versus vernieuwen: vraagt de rol om het bestendigen van hetgeen wat reeds aanwezig is of vraagt de taakomschrijving het in gang zetten van beweging? taakgericht versus mensgericht: vraagt de rolbeschrijving om gedrag waarbij de focus ligt op zelfstandig werken, resultaatgericht werken en plannen? Of mag de medewerker in deze rol zich richten op de samenhang tussen onderdelen en op mensen om zich heen? en ondersteunen versus sturen: vraagt de rolbeschrijving om samenwerken, luisteren, verbinden, zelfstandig en gestructureerd werken?? Of mag een medewerker in deze rol juist meer initiëren, stimuleren, besluitvaardig en resultaatgericht handelen?
3. Omschrijving van de rollen Dit onderdeel bevat de kernbeschrijving van de taken, waarvan anderen verwachten dat een medewerker in deze rol deze taken uitvoert. 4. Niveau-indeling De gebruikelijke niveauaanduiding gaat uit van een onderscheid tussen: - Intra-persoonlijk: een rol met dit level richt zich met name op het uitvoeren van taken met een eenzijdige informatiestroom. Taken zijn relatief kort-cyclisch en worden zelfstandig uitgevoerd. Het level intra-persoonlijk komt overeen met een rol op operationeel niveau. - Interpersoonlijk: een rol met dit level richt zich met name het team. De rol deelt informatie met anderen en stemt met anderen stemt af. Het level interpersoonlijk komt overeen met een rol op beleidsniveau. - Interactief: een rol met dit level richt zich op het zenden van sturende informatie. Een rol op dit level is voortdurend aan het communiceren en stelt zijn eigen visie en aanpak af op de informatie die van anderen binnen de organisatie terugkomt. Het level interactief komt overeen met een rol op tactisch niveau. Iteratief: een rol met dit level richt zich op strategische informatie: het ontwikkelen van een visie. Een rol met dit level probeert met de organisatie in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het level iteratief komt overeen met een rol op strategisch niveau. 5.
Competenties Onder het onderdeel met de competenties volgt een opsomming van de 5 belangrijkste competenties voor deze rol. Onder elke competentie staat een toelichting over hoe de competentie in de context van de rol vorm krijgt. De volgende competenties worden onderscheiden: - Omgevingsbewust - Verbinden - Bestuurlijke sensitiviteit - Integraal (samen)werken - Verantwoordelijkheid - Oordeelsvorming - Assertiviteit Er zijn gelet op de Omgevingswet voor 5 rollen competenties opgesteld: - Casemanager - Vergunningverlener - Toezichthouder/handhaver - Juridisch adviseur - Specialistisch adviseur Zo nodig worden daar in een later stadium extra rollen aan toegevoegd. Dat geldt ook voor de competenties. 96
Casemanager
97
Vergunningverlener
98
Toezicht en handhaver
99
Juridisch adviseur
100