CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2022-2026.pdf

Commissie Fysiek Domein 8 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5. 20:30: Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026.38.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.6

Klimaatadaptatie

Het GRP richt zich op de invulling van de gemeentelijke zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Dit heeft dan ook met name raakvlakken met de klimaatopgaven voor wateroverlast en droogte. Waar mogelijk zoeken we hierbij naar maatregelen die ook bij dragen aan de doelstellingen voor hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Maatregelen die geen raakvlakken hebben met de zorgplichten, kunnen we niet uit de rioolheffing financieren. Hierna volgen, in aansluiting op de ‘Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht’ onze ambities en prestatie-eisen op deze onderdelen. Hitte en schaduwplekken Onze algemene doelstelling is dat tijdens hitte de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving biedt. We hanteren hierbij de volgende prestatie-eisen:

26/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

1.

Tenminste 40 % schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor

2.

verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst en minimaal 30 % op buurtniveau Koele, schaduwrijke verblijfsplekken zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar

3. 4. 5.

toegankelijk. Als gemeente hanteren we hiervoor een verblijfsplek van minimaal 200 m² 40 % van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend of verkoelend ingericht De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen de hitte

Biodiversiteit Wij hechten veel waarde aan maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteit van de gemeente, door bijvoorbeeld het oppervlaktewaterkwaliteit te verbeteren of behoud aan groensoorten te realiseren. Wij kijken hier binnen geplande maatregelen of wij elementen kunnen toevoegen die hieraan bijdragen. Zo is er bijvoorbeeld in Kockengen gekozen voor veel natuurvriendelijke oevers en om in de kolken ‘paddentrapjes’ aan te brengen. Dit initiatief ontstond vanuit de bewoners. Wij staan open om samen te werken aan soortgelijke initiatieven, met name in locaties waarvan wordt vermeld dat de amfibieëntrek aanzienlijk is. We hanteren het leidend principe dat natuurlijke oplossingen altijd de voorkeur hebben boven ‘grijze’ oplossingen (‘groen tenzij…’). We hanteren hierbij de volgende prestatie-eisen: 1.

Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen van het specifieke gebied hebben altijd de voorkeur boven ‘grijze’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten

2.

Het horizontale en verticale oppervlak richten we, in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving, in (met minimaal 30 % groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee)

3.

Het plangebied creëert een hoogwaardige habitat voor tenminste gebouwbewonende soorten

Bodemdaling De afgelopen jaren hebben we veel ervaring opgedaan in het project Kockengen Waterproof. Binnen dit project is een restzettingseis van maximaal 15 cm in 30 jaar toegepast. De openbare ruimte is met 60 cm drooglegging aangelegd, waarbij gesteld is dat in de toekomst opnieuw ingegrepen wordt (herinrichting) op het moment dat de drooglegging minder dan 30 cm bedraagt. Op basis van de gehanteerde restzettingseis bedraagt de minimale technische levensduur van de openbare ruimte hiermee 60 jaar. Voor projecten in de openbare ruimte en ontwikkelprojecten hanteren we de prestatie-eisen uit ‘Afspraken Klimaatadaptief bouwen’. Deze eisen hebben tot doel dat de bodemdaling van het bebouwde gebied beheersbaar en betaalbaar blijven: 1. De natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied

27/53

Kenmerk

2.

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Gebied specifiek kiezen we een restzettingseis en bijbehorende maatregelen set tegen bodemdaling die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein

3.7

Duurzaamheid en doelmatig beheer

3.7.1

Duurzaamheid

De gemeente heeft de ambitie om als organisatie in 2030 klimaatneutraal te zijn, dit is bekrachtigd met de ondertekening van het manifest ‘Maatschappelijke Verantwoord Inkopen’. Daar waar mogelijk geven we hier vanuit beheer en rioleringsprojecten invulling aan, bijvoorbeeld door kritisch naar het energieverbruik van onze gemalen te kijken en duurzaamheid onderdeel te laten zijn van onze aanbestedingen. Ook onze risicogestuurde aanpak zorgt voor een verduurzaming van het systeem omdat dit leidt tot een langere inzetbaarheid van onze objecten. Verder verduurzamen we het systeem door steeds meer regenwater af te koppelen en lokaal vast te houden. Hierdoor hoeven gemalen minder water te verpompen en de afvalwaterzuiveringen minder water te zuiveren, hiermee besparen we energie. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen rondom de Transitie Visie Warmte. 3.7.2

Doelmatig beheer

Wij hanteren een risicogestuurde beoordelingsstrategie voor het beoordelen van de technische staat van de riolering. Dit geldt ook voor de mechanische installaties zoals pompunits, en persleidingen. Bij het bepalen van het risico kijken we niet alleen naar de ernst van de schade, maar ook naar de gevolgen van het niet meer functioneren van het riool of installaties. Na de inspecties worden de inspectiefoto’s en video’s visueel beoordeeld voor het bepalen van de noodzaak van reparatie of vervanging. Waar nodig stellen we een maatregelpakket op. Het hanteren van een integraal perspectief in beheer en onderhoud is belangrijk voor ons. Bij het opstellen van onderhouds- en vervangingsplanning kijken we zowel naar de technische staat en als naar hoe deze past binnen de integrale planning. Daarnaast zoeken we in de maatregelen naar afstemming met plannen van de energietransitie in de warmtevisie. Gegevensbeheer De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij gemeenten bekend moet zijn welke rioleringsvoorziening aanwezig zijn en in welke staat zij verkeren. Ook de WIBON (Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en netwerken)schrijft dit voor.

28/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

We streven naar een actueel, volledig en goed toegankelijk databeheer, dat als basis dient voor het plannen van investeringen en beheermaatregelen. Daarnaast zijn de gegevens voldoende van kwaliteit om als invoer te kunnen dienen voor het opzetten en actualiseren van hydraulische rekeninstrumentarium. Uitgangspunt is dat de gegevens GWSW 7-proof zijn. We verwerken revisiesgegevens binnen 30 werkdagen na oplevering van de werkzaamheden. Foutaansluitingen en rioolvreemd water Voor een doelmatig beheer is het zaak om ongewenste lozingen en aansluitingen te voorkomen. Wij controleren hierop en treden indien nodig handhavend op. Dit betekent dat er geen illegale aansluitingen op de riolering mogen zijn en dat er geen regenwaterlozingen op de drukriolering plaats mogen vinden. De afvoer van grondwater via het gemengde stelsel trachten we te voorkomen evenals foutieve aansluitingen zoals vuilwater aangesloten op hemelwaterriolering. Samen met de waterschappen spannen we ons in om het afvoeren van grond- of oppervlaktewater via het rioolstelsel te voorkomen. We zien toe op het correct gebruik van de aansluitingen door bewoners en bedrijven. Richting bewoners handelen we reactief. Voor bedrijven voert de omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) toezicht en handhaving voor ons uit. Jaarlijks controleert de ODRU diverse bedrijven middels steekproeven.

Het opsporen en verhelpen van foutieve aansluiting is arbeidsintensief en kostbaar. Het preventief opsporen van foutieve aansluitingen vinden we niet doelmatig. Op basis van meldingen van bewoners en inspecties signaleren we foutieve aansluitingen en waar nodig stellen we een onderzoek in en treffen we maatregelen. Waar we verbeterd gescheiden stelsels (VGS) ombouwen naar gescheiden stelsels (GS) onderzoeken we de aanwezigheid van foutaansluitingen (vuilwater op het hemelwaterriool en vice versa). Afvoercapaciteit kolken Structureel worden alle kolken in de gemeente één keer per jaar gereinigd. De hoofdstructuur wordt twee keer per jaar gereinigd. De reiniging gebeurt zowel machinaal als handmatig. De registratie van kolken en de reinigingshistorie (borging effectiviteit) vindt plaats in GBI. Per kolk is de reinigingsfrequentie en de manier van reiniging (machinaal of handmatig) gedefinieerd. We pakken alle meldingen ten aanzien van de kolken op; verstopte kolken reinigen we handmatig en defecten herstellen we. Wij onderzoeken komende planperiode of opname of de registratie gebruikt kan worden voor een aanpassingen in de reinigingsfrequentie, bijvoorbeeld door kolken die snel verstopt raken vaker te reinigen. Bedrijfszekerheid gemalen We beheren een storings- en onderhoudsregistratiesysteem voor de gemeentelijke gemalen.

We zijn hiervoor aangesloten op de regionale hoofdpost van Netwerk Water en Klimaat: H2gO.

7

GWSW staat voor Gegevens Woordenboek Stedelijk Water. Dit is een open standaard voor het eenduidig uitwisselen en ontsluiten van gegevens in het stedelijk waterbeheer.

29/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Hierin is ook het Onderhoudsmanagementsysteem (OMS) opgenomen. Op basis van dit storings- en onderhoudsregistratiesysteem toetsen wij periodiek of de systemen naar behoren functioneren en of de dienstverlening aan de eisen voldoet.

30/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

4 Strategie en maatregelen Dit hoofdstuk beschrijft de strategie en opgave voor de komende planperiode. Deze zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de geformuleerde beleidsuitgangspunten uit het vorige hoofdstuk. Vervolgens is bepaald welke maatregelen de komende planperiode noodzakelijk zijn in relatie tot de gestelde doelstellingen.

4.1

Toetsing huidige situatie

De huidige stand van zaken van onze rioleringszorg is vergeleken met de kwaliteit die we in de toekomst voor ogen hebben. Onderstaand is dit per onderwerp weergegeven. Tevens is een overzicht van het totale areaal opgenomen. (Toelichting symbolen

= behaald,

= niet behaald

= wordt nog aan gewerkt).

 Afvalwaterzorgplicht: Nog niet alle percelen zijn aangesloten op de vrijvervalriolering, op een drukrioleringssysteem of op een lokale voorziening. Voor drie percelen is bekend dat deze geen voorziening hebben voor afvalwater. Op dit moment ontbreekt het inzicht in eventuele overige niet aangesloten percelen  Milieutechnisch functioneren: conform het vorige GRP voldoen we zowel aan de voormalige basisinspanning als aan het waterkwaliteitsspoor. Het basis BRP (2020) laat zien dat we door het verder afkoppelen van verhard oppervlak en een optimalisatie van de geïnstalleerde gemaalcapaciteiten een verdere reductie op de vuiluitworp realiseren  Hydraulisch functioneren: op basis van de rekenresultaten uit het BRP voldoet ons stelsel niet aan de hydraulische ontwerpnorm van bui 08. Het BRP geeft echter een onvoldoende betrouwbaar beeld (praktijk en berekeningen komen niet met elkaar overeen), waardoor op dit moment nog geen definitieve conclusies zijn te trekken  KRW-doelstellingen: op basis van de riooloverstorten voldoet de gemeente aan de KRWdoelstellingen. Het afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering draagt bij aan het verder terugdringen van de emissies op het oppervlaktewater. Vanuit het KRW programma van waterschap AGV zijn KRW-maatregelen naar voren gekomen voor de Vecht en de Kievitsbuurt met betrekking tot goede stedelijk waterbeheerpraktijk.

Wij gaan hierover in gesprek met het waterschap  Ecoscans: Binnen onze gemeente zijn 20 meetpunten, waarvan 9 meetpunten in 2018 voldeden aan deze doelstelling. Dit was een achteruitgang t.o.v. 2015 (toen voldeden 16 meetpunten), hoogstwaarschijnlijk is dit deels te wijten aan de uitzonderlijk droge en warme zomer van 2018 waardoor de waterkwaliteit onder druk is komen te staan. Uit de ecoscan van 2021 voldoen 15 meetpunten aan de doelstelling zichtbaar of beter, zie bijlage 5  Klimaatadaptatie: Momenteel beschikken wij alleen over de regionale stresstesten. In regionaal verband zijn wel al dialogen gevoerd. De resultaten van deze dialogen hebben geleid tot de ‘Regionale Adaptatie Strategie’ (RAS) en is verder geconcretiseerd in ‘Afspraken Klimaatadaptief Bouwen’. Voorliggend GRP is de lokale uitwerking van de strategie. Wij hebben nog niet beoordeeld waar water-op-straat plaatsvindt bij extreme neerslag en de vertaalslag hiervan naar een uitvoeringsprogramma. In het BRP 2020 is geen koppeling gelegd tussen de riolering en de oppervlakkige afstroming over maaiveld

31/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

 Nieuwe aansluitingen: bij nieuwbouwlocaties zijn systemen toegepast waarbij afvalwater en hemelwater gescheiden blijft  PVE: Op basis van de beleidsuitgangspunten uit voorliggend GRP is het Programma Van Eisen (PVE) bijgesteld. Het PVE is als bijlage 4 opgenomen  Toezicht: Het toezicht op de uitvoering van maatregelen t.b.v. de inzameling van stedelijk afvalwater vindt momenteel alleen plaats bij de oplevering. De komende planperiode breiden we dit uit naar het moment van uitvoering tot aan de oplevering. Hier is vergroting van de personele middelen voor wenselijk, zie verder paragraaf 5.1  Inspecties: voor het grootste deel van ons areaal beschikken wij over actuele inspectiegegevens. De inspectiegegevens zijn beoordeeld en de inspecties vinden momenteel ad hoc plaats ten behoeve van werkzaamheden in de openbare ruimte en opleveringsinspecties. Voor de komende planperiode zijn risico gestuurde inspectiestrategieën opgesteld  IBA’s: de ca. 50 IBA’s zijn 15 jaar geleden aangelegd en zijn daarmee rond de helft van de theoretische levensduur. In de praktijk blijken de objecten echter niet naar behoren te functioneren, wat onder andere blijkt uit de kwaliteit van het effluent. Daarnaast blijken er uit de onderhoudsrapporten diverse gebreken. In 2021 zijn de IBA’s binnen het beheergebied van het HDSR grootschalig gerenoveerd.

De komende planperiode zullen hoogstwaarschijnlijk de IBA’s binnen het beheergebied van AGV ook gerenoveerd moeten worden. Hiermee komt de onderhoudsstaat van alle objecten op een acceptabel niveau.  Kwaliteit riolering: Het algemene beeld is dat de kwaliteit van het systeem goed is, dit geldt ook voor de oudere riolering. De grootste knelpunten zijn geprogrammeerd voor vervanging. Voor het overige ligt de focus op instandhouding door middel van deelreparaties of -reliningen.  Vervangingen: Alle vervangingen zijn integraal uitgevoerd, waarbij de gemengde riolering is vervangen door een gescheiden stelsel.  Beheergegevens: Bij de gemeentelijke samenvoeging is een deel van de beheer dat verloren gegaan. Hierdoor is op dit moment circa 95 % van de beheerdata op orde -

In 2018 zijn de externe overstorten t.b.v. het BRP opnieuw ingemeten. Als gevolg van gebrek aan personele capaciteit moeten we deze gegevens nog in het beheersysteem verwerken

-

In 2021 is gestart met het op orde brengen van de beheerdate, dit heeft de komende planperiode hoge prioriteit Voor duikers is een koppeling gelegd tussen I-asset (beheersysteem civiele kunstwerken)

-

en GBI. Hiermee zijn een groot deel van de duikers zichtbaar in GBI Drainage is deels opgenomen in GBI  Meten en monitoren overstortlocaties: de belangrijkste overstorten (qua overstortfrequentie en/of overstortvolume) zijn aangesloten op de hoofdpost van Netwerk Water en Klimaat. De gegevens zijn geregistreerd er heeft echter nog geen analyse op de gegevens plaatsgevonden ten opzichte van de resultaten uit het BRP of toetsing met de praktijk. Voor een analyse op rekenresultaten moeten we eerst een SSW (als opvolger van het BRP) opstellen. Op basis van eerdere berekeningen vormen de overstorten en de daaruit voorkomende overstortgebeurtenissen gemeentebreed geen problemen.

32/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Op deze manier dragen we bij aan het signaleren van negatieve gevolgen van riooloverstorten op de kwaliteit van het oppervlaktewater  Klachten en meldingen: Alle klachten en meldingen met betrekking tot de riolering en (grond)wateroverlast verlopen via het meldingenregistratiesysteem en zijn opgepakt  Binnen de gemeente zijn enkele meldingen over grondwateroverlast ontvangen, het grondwatermeetnet maakt deel uit van samenwerkingsverband ISARIZ Tabel 4.1 huidig areaal gemeente Stichtse Vecht Object

Omvang

Eenheid

Vrijvervalriolering: Gemengde riolering

108,4

km

(verbeterd) gescheiden vuilwater riolering

97,3

km

(verbeterd) gescheiden regenwater riolering

122,1

km

Gemalen

83

st.

Persleidingen

8,9

km

Pompunits

1310

st.

Drukriolering

183,4

km

Bufferputten

99

st.

Vacuümriolering

3,7

km

Vacuümstations

2

st.

IBA’s

53

st.

Externe overstorten (gemengde/vuilwater riolering)

45

st.

Randvoorzieningen (incl. overstort)

9

st.

Gemalen en persleidingen:

Druk- en vacuümriolering buitengebied:

Overstorten en randvoorzieningen:

33/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

140.000

120.000

100.000

80.000

60.000

40.000

20.000

-

onbekend

>70 jaar

60-70 jaar

50-60 jaar

40-50 jaar GEM

HWA

30-40 jaar

20-30 jaar

10-20 jaar

5-10 jaar

0-5 jaar

DWA

Figuur 4.1 Leeftijdsopbouw bestaand rioleringssysteem Stichtse Vecht

Vanuit het Besluit lozen buiten inrichtingen artikel 3.14, 3.15 en 3.16 zijn algemene regels, voor lozingen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater, beschreven. Hieruit vloeit onder andere voort dat riooloverstorten en (hemelwater)uitlaten moeten zijn opgenomen in het GRP. In bijlage 6 is hiervan een overzicht opgenomen.

4.2

Speerpunten

Op basis van de toetsing in hoeverre de huidige situatie van de rioleringszorg in de gemeente Stichtse Vecht afwijkt van de gewenste situatie en het gestelde ambitieniveau, zijn speerpunten opgesteld. Wij gaan ons de komende planperiode richten op deze speerpunten om op deze manier de gestelde doelstellingen te realiseren en te werken naar het verder realiseren van het gestelde ambitieniveau. De speerpunten voor de planperiode 2022 – 2026 zijn: •

•

Beheergegevens op orde: Goed rioolbeheer staat of valt met goede beheerdata. We richten ons op het op orde brengen en houden van de beheerdata. We vullen ons beheersysteem aan met de gegevens duikers en drainage. De gegevens gebruiken we als input voor de verdiepende stresstesten Impact van emissies en wateroverlast bepalen: op dit moment hebben we onvoldoende zicht op de impact van emissies (BRP) en wateroverlast in de gemeente (verdiepende stresstest). We richten ons op het inzichtelijk maken van de knelpunten

34/53

Kenmerk

•

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Klimaatadaptatie: de komende planperiode werken we knelpunten uit naar maatregelen en een klimaatadaptatiestrategie met bijbehorend uitvoeringsprogramma zodat wij de middelen hiervoor kunnen regelen in het volgende GRP / bij de financiële actualisatie. Waar mogelijk zoeken we de samenwerking met de waterschappen op

•

•

Communicatie: wij realiseren ons dat voor het bereiken van een klimaatbestendig Stichtse Vecht het belangrijk is dat niet alleen de gemeente in actie komt, maar ook de particulieren zelf. We richten ons op het stimuleren van particulieren om af te koppelen en groene daken aan te leggen door middel van onze stimuleringsregeling. Daarnaast richten we ons op het ontstenen en vergroenen van de particuliere buitenruimte Risicogestuurd beheren en onderhouden: we richten ons op het verder uitrollen van het risicogestuurd beheer voor vrijvervalriolering en trekken dit door naar de overige rioleringsobjecten. Uitgangspunt hierbij is dat maatregelen passen binnen ons integrale uitvoeringsplan

4.3

Maatregelen

4.3.1 Onderzoek Onderzoek is nodig om goed inzicht te kunnen houden in het functioneren van het rioolstelsel en tijdig en adequaat te kunnen reageren. Onderstaand zijn de enkele onderzoeken kort benoemd het totaal overzicht aan onderzoeken is opgenomen in tabel 4.2 • SSW inclusief verdiepende stresstest (maaiveld-analyse): Op basis van actuele gegevens stellen we een systeemoverzicht stedelijk water (SSW) op. Hierin voeren we nieuwe emissieberekeningen uit, we onderzoeken de gemaalcapaciteiten en maken we inzichtelijk welke gemalen niet waterrobuust zijn. Ook onderzoeken we of we nog VGS-stelsels om kunnen bouwen naar GS-stelsels en stemmen dit af met de waterschappen. Op basis van het SWW actualiseren we de afvalwaterakkoorden met de beide waterschappen. • De verdiepende stresstest maakt hier onderdeel van uit, waarbij we zowel de riolering als het maaiveld beschouwen ook maken we de vitale en kwetsbare functies inzichtelijk. De

•

resultaten verwerken we in een hemelwaterstructuurplan. We hebben hiervoor EUR 75.000 gereserveerd Onderzoek koele verblijfsplekken: We verrichten onderzoek naar aangename koele verblijfsplekken, in de analyse nemen we ook het groen op private terreinen mee. Dit onderzoek valt echter buiten onze zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater. De kosten (EUR 5.000) maken geen onderdeel uit van de rioolheffing

•

Opstellen uitvoeringsagenda wateroverlast: op basis van de verdiepende stresstest bepalen we per wateroverlastknelpunt de benodigde maatregelen en zetten deze uit in de tijd. We hebben hiervoor EUR 25.000 gereserveerd

• •

Rioolinspecties: zie paragraaf 4.3.3 Meerjarenplan oppervlaktewater: we stellen samen met de waterschappen een meerjarenplan op voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Hierbij houden we rekening met de beleving van het water en bepalen we haalbare en betaalbare maatregelen die we ook samen tot uitvoering brengen. Waarbij houden we rekening met het maximaal haalbare per watersysteem en zetten een stip op de horizon

35/53

Kenmerk

•

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Evaluatie stimuleringsregeling afkoppelen en groene daken: in 2022 evalueren we de stimuleringsregeling op basis van deze evaluatie bepalen we of en hoe we na 2022 verder gaan met de stimuleringsregeling. In het kostendekkingsplan (KDP) is de stimuleringsregeling voor de gehele planperiode financieel meegenomen

•

Uitbreiden grondwatermeetnet en opstellen concrete grondwatermeetdoelstellingen: om meer inzicht te krijgen in zowel grondwateroverlast als -onderlast breiden we het grondwatermeetnet uit met 20 peilbuizen. Gelijktijdig met de uitbreiding van het grondwatermeetnet, stellen wij concrete grondwatermeetdoelstellingen op. Hiervoor is EUR 25.000 gereserveerd. Het uitlezen van deze peilbuizen loopt via ISARIZ. Het is wenselijk om het grondwatermeetnet ook onder te brengen bij Netwerk Water en Klimaat, zodat al onze meetdata onder dezelfde data-analist van het Netwerk Water en Klimaat valt en hier toezicht op kan houden. Op dit moment is nog niet inzichtelijk op welke termijn dit kan en welke kosten hiermee gemoeid zijn

•

Onderzoek grondwateronderlast (funderingsschade): Op basis van meetgegevens bepalen we waar mogelijk risico’s ontstaan als gevolg van lage grondwaterstanden met betrekking tot houtenfunderingspalen. De uitbreiding van het grondwatermeetnet moet deze informatie verschaffen, daarnaast zijn we afhankelijk van de digitalisering van de archiefgegevens met betrekking tot de funderingsgegevens. Voor het funderingsonderzoek is een budget van EUR 12.500 gereserveerd. Eventuele benodigde maatregelen nemen we in de actualisatie

•

van het GRP mee, tenzij we direct grootschalige problemen aantreffen Opstellen gezamenlijke beleidskeuzes bodemdaling: voor Kockengen weten we de impact van bodemdaling en de gevolgen hiervan op de riolering. Voor de overige gebieden met slappe bodem hebben we dit inzicht nog niet, hiervoor beschikken we wel over meetdata van Skygeo. In de planperiode gaan we in de samenwerking het inzicht en de meetdata gebruiken om beleidskeuzes te maken. We leggen hierbij ook de koppeling met sturing van grondwater,

•

toepassen van DIT-riolering en klimaatadaptatie. Voor het opstellen van de beleidskeuzes hebben we EUR 10.000 gereserveerd Opstellen kaart locaties voor infiltreren: niet overal is het vasthouden van hemelwater (infiltratie) mogelijk in onze gemeente mogelijk. Wij stellen een kaart op met de locaties waar op basis van bodemsamenstellingen/infiltratiecapaciteit (k-waarde) en grondwaterstanden infiltratie mogelijk is. Dit pakken we binnen de eigen organisatie op

•

Stroomverbruik gemalen: in het kader van duurzaamheid onderzoeken wij het stroomverbruik van gemalen en bepalen wij waar optimalisatie mogelijk is, bijvoorbeeld in relatie tot beschikbaarheid van groene energie beschikbaar. Onze gemalen beschikken over slimme meters. We koppelen de slimme meters aan de hoofdpost H2gO, zodat wij inzicht krijgen in het energieverbruik van de gemalen Hiervoor is EUR 7.500 gereserveerd en jaarlijks EUR 1.000 voor de instandhouding hiervan

•

Opstellen incidentenplan: we werken het gezamenlijk incidentenplan uit naar een lokaal incidentenplan met kaart en belangrijke telefoonnummers en zorgen jaarlijks voor een actualisatie. Tevens voeren wij een veldoefening uit. We pakken dit binnen onze eigen organisatie op

36/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

•

Onderzoek foutieve aansluitingen: alleen daar waar we een verbeterd gescheiden stelsel

•

ombouwen naar een gescheiden stelsel, onderzoeken we actief op foutieve aansluitingen van afvalwater op het hemelwaterstelsel Onderzoek reinigingsfrequentie kolken: op basis van de reinigingshistorie van onze kolken

•

onderzoeken we of het wenselijk is de reinigingsfrequentie aan te passen (bijvoorbeeld vuile kolken vaker reinigen) Duurzaam inkoopbeleid: daar waar mogelijk geven we hier vanuit beheer en

•

rioleringsprojecten invulling aan het manifest ‘Maatschappelijke Verantwoord Inkopen’ Financiële actualisatie KDP (iedere 5 jaar): Tijdens het opstellen van het GRP nemen we de huidige kennis als uitgangspunt. Gaandeweg moet blijken in hoeverre alle plannen conform planning uitgevoerd kunnen worden. Om, indien nodig, tijdig bij te kunnen sturen voeren we halverwege de looptijd (2024) van dit GRP een financiële actualisatie van het kostendekkingsplan uit

In tabel 4.2 is een overzicht opgenomen van alle onderzoeken, reguliere monitoring en dergelijke, zoals deze zijn voorzien. In het KDP zijn deze kosten vertaald naar een jaarlijks gemiddeld beschikbaar budget van EUR 70.000 in de exploitatie voor ‘overige rioolstudies’. Het jaar van uitvoering bepalen we nader afhankelijk van prioriteit en beschikbare personele inzet. Omdat we in 2022 en 2023 een piek voorzien in de onderzoeksinspanning is voor deze jaren een budget van EUR 100.000 opgenomen in de exploitatie.

37/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Tabel 4.2 overzicht onderzoeksmaatregelen Onderzoek

Jaar

Kosten [EUR]

Beoordelen reinigen en inspecteren vrijvervalriolering

Jaarlijks

20.000

Databeheer

Jaarlijks

20.000

Uitvoering meetprogramma riolering

Jaarlijks

20.000

Uitvoering meetprogramma grondwater

Jaarlijks

15.438

Samenwerking in de waterketen

Jaarlijks

30.876

onderzoek kwaliteit oude persleidingen

20.000

inrichten / uitbreiden grondwatermeetnet

25.000

SSW incl. verdiepende stresstest wateroverlast (maaiveld-analyse)

75.000

opstellen uitvoeringsagenda wateroverlast (incl. hemelwaterstruc-

25.000

tuurplan) onderzoek impact grondwateronderlast (funderingsschade)

12.500

opstellen kaart gradatie bodemdaling

10.000

koppelen slimme meters aan hoofdpost H2gO

7.500

instandhouding koppeling slimme meters

Vanaf 2024 (jaarlijks)

1.000

opstellen financiële actualisatie

2024

7.500

actualiseren GRP

2026

35.000

installatieverantwoordelijke + VOP'er (opzetten daarna binnen

20.000

formatie en exploitatie) contract anti wildplak en graffiti besturingskasten rioolgemalen

20.000

evaluatie stimuleringsregeling particulier afkoppelen / groene daken

Binnen fte’s

onderzoek reinigingsfrequentie kolken

Binnen fte’s

opstellen kaart locaties geschikt voor infiltratie / water vasthouden

Binnen fte’s

uitwerken lokaal incidentenplan (incl. veldoefening)

Binnen fte’s

4.3.2

Beheerrioleringsgegevens bij nieuwe aanleg

De revisiegegevens van nieuw aangelegde riolering worden conform WIBON in het beheersysteem verwerkt. Hiermee voldoet de gemeente aan de regels van WIBON. 4.3.3 Objectgerichte maatregelen Objectgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van de toestand (de kwaliteit) van de rioleringsobjecten. Objectgerichte maatregelen zijn zowel vervangingen van verouderde of verslechterde objecten als onderhoudsmaatregelen. Onderhoud Het dagelijks onderhoud van de vrijvervalriolering en incidenteel onderhoud van kolken loopt via een in 2021 aanbesteed onderhoudscontract. Voor het overige onderhoud geldt het volgende: • Groot onderhoud vrijvervalriolering: groot onderhoud voeren uit op basis van onze risicogestuurde strategie en maakt onderdeel uit van onze integrale uitvoeringsplanning, zie verder vervanging en renovatie vrijvervalriolering

38/53

Kenmerk

•

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Reiniging en inspectie vrijvervalriolering: op basis van de risicogestuurde strategie inspecteren wij de komende planperiode jaarlijks circa 20,5 km + 10 % onvoorzien, dit komt neer op jaarlijks 6,4 % van het totale areaal. De inspectiestrategie is nader uitgewerkt in de rapportage ‘Risicogestuurd rioolbeheer, analyse vrijvervalriolen Gemeente Stichtse Vecht’

•

(april 2020). Voorafgaand aan de inspectie reinigingen wij de riolering Onderhoud gemalen, randvoorzieningen, pompunits en vacuümriolering: jaarlijks reinigingen we alle gemalen, randvoorzieningen, pompunits en bufferputten planmatig. We voeren 1 × per drie jaar een BRL-inspectie (BRL-K14020) uit op de pompunits. Dit komt overeen met jaarlijks 33 % van het areaal. Alle hoofdgemalen inspecteren we jaarlijks conform de BRL. Daarnaast keuren wij jaarlijks 25 % van ons areaal op basis van de NEN-3140 (‘bedrijfsvoering van

•

elektrische installaties - laagspanning’). Waar nodig worden onderdelen hierbij vervangen, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd blijft. Dit kan ook preventief zijn Storingsonderhoud: het storingsonderhoud is volledig uitbesteed. Alle hoofdgemalen en

•

randvoorzieningen zijn aangesloten op een telemetriesysteem, de pompunits zijn voorzien van een rode lamp IBA’s: Het onderhoud van IBA’s ligt jaarlijks bij Waterschap AGV en HDSR. De vervangingen

•

van de IBA’s in het HDSR-gebied uitvoering 2021/2022 maken onderdeel uit van het onderhoudsbudget Straatvegen en kolkenreiniging Regulier onderhoud kolken en reiniging lijngoten: we reinigen de kolken en lijngoten 1× per jaar, met uitzondering van de hoofdstructuur, deze reinigingen we 2 × per jaar. Vanuit riolering dragen we daarnaast 25 % extracomptabel bij aan straatreiniging

•

Maaien wadi’s: het maaien van de wadi’s maakt onderdeel uit van ons groenbeheer. In 2024 monitoren we het wadibeheer, eventueel benodigde aanpassingen in de beheerstrategie nemen we mee in de volgende actualisatie

Structureel onderhoud buitengebied (waterlossingen) Jaarlijks vindt structureel onderhoud aan sloten en duikers plaats in het buitengebied om de waterafvoercapaciteit in stand te houden. Dit onderhoud bestaat uit het maaien van bermen, sloten, wadi’s, vijvers en greppels en het reinigen en repareren (vervangen) van duikers in de watergangen. Baggerwerk vindt jaarlijks plaats met een cyclus van 1 × per 10 jaar op basis van het baggerplan. Deze kosten zijn volledig opgenomen in het taakveld openbaar groen. Bij de financiële actualisatie bepalen we of het logisch is om bepaalde objecten over te nemen op taakveld riolering

39/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Tabel 4.3 overzicht objectgerichte maatregelen Omschrijving

Frequentie

Kosten [EUR]

Onderhoud rioolgemalen en pompunits

1 × / jaar

750.000

Onderhoud IBA’s en geurfilter

1 × / jaar

11.733

Onderhoud drainage

1 × / jaar

30.000

Onderhoud overstorten, BBB’s en BBL’s

1 × / jaar

10.000

Kolkenreiniging (incl. kosten handkolken)

1 – 2 × / jaar

165.000

Onderhoud vrijvervalriolering

Jaarlijks

500.000

Reiniging en inspectie vrijvervalriolering

Jaarlijks

125.000

(vanaf 2024 EUR 500.000)

(in 2022 EUR 225.000)

Groot onderhoud en vervanging gemalen, drukriolering en randvoorzieningen (ME) Op basis van de jaarlijkse inspectie- en de onderhoudswerkzaamheden plannen we werkzaamheden voor groot onderhoud en/of vervanging van onderdelen van de gemalen en drukriolering in, deze werkzaamheden vallen binnen de exploitatie. De onderhoudsstaat behouden we hiermee op het gewenste niveau. In de planperiode is daarnaast rekening gehouden met de vervangingsinvesteringen, zoals opgenomen in tabel 4.5. In 2021 zijn we gestart met het structureel uitvoeren van BRL-inspecties. De resultaten van deze inspecties bepalen welke objecten daadwerkelijk aan vervanging toe zijn. Voor 2022 zijn de (deel-)vervangingen gepland op basis van de eerste inspecties. Voor de overige jaren zijn deze nog niet beschikbaar. Daarom zijn we in het KDP voorlopig uitgegaan van het volgende: • Gemalen bouwkundig (BK): aanlegjaar + technische levensduur • Gemalen mechanisch elektrisch (ME): een gemiddelde vervanging (totale investeringsvolume • •

gedeeld door de technische levensduur). Vacuumstations (BK): vervanging in 2044 (2 st.) Vacuumstations (ME): vervanging in 2025 (2 st.)

•

Pompunits BK: aanlegjaar + technische levensduur gemiddelden verdeeld over perioden van 10 jaar Pompunits ME: een gemiddelde vervanging (totale investeringsvolume gedeeld door de

• •

technische levensduur). Bufferputten BK: vervanging in 2044 op basis van aanlegjaar + technische levensduur (99 st.) Bufferputten ME: kosten maken onderdeel uit van de post groot onderhoud rioolgemalen en

•

drukrioolgemalen Bij de volgende financiële actualisatie passen we de vervangingsinvesteringen aan op basis van de kwaliteitsgegevens uit de inspecties. Uitzondering op het bovenstaande vormt het rioolgemaal op Recreatiepark Mijnden. Dit betreft een particulier gemaal waar gemeentelijke riolering op aangesloten zit. De overeenkomst loopt 2021 af, we moeten echter nog nader bepalen hoe we met dit gemaal om willen gaan; het gemaal overnemen en toevoegen aan hoofdpost of een nieuw gemaal in de Bloklaan plaatsen.

40/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Vooralsnog hebben wij geen budget gereserveerd voor het treffen van maatregelen. Op basis van een kostenraming met bijbehorende planning vragen wij hiervoor budget aan via een kadernota. Vervanging en renovatie vrijvervalriolering Vervangingen en renovaties plannen wij op basis van onze risicogestuurde aanpak. Binnen risicogestuurd beheer zijn twee variabelen belangrijk: Wat is de impact van falen en wat is de kans op falen? Hiervoor is voor ieder riool een risicoprofiel opgesteld welke opgebouwd is uit hoe belangrijk het riool is (impact) en wat de kans op falen is (kans). De impact van falen is bepaald aan de hand van omgevingsfactoren zoals de diameter van het riool, type verharding en het wegtype. De kans op falen gesplitst in drie componenten: • • •

Constructief: de constructieve sterkte van het riool Doorstroming: de mate van afstroming van het afvalwater Waterdichtheid: de waterdichtheid van het riool

De strategie is erop gericht dat riolering met het hoogste risicoprofiel een hogere prioriteit krijgen dan riolering met een lager risicoprofiel. Voor de komende planperiode zijn de vervangingen opgenomen in onze integrale planning, zie tabel 4.4. Hierbij is in afwijking tot begroting 2022 de planning aangepast naar nieuwe inzichten. Voor de volledigheid zijn ook de projecten die in 2021 zijn afgerond opgenomen, omdat deze vanaf 2022 leiden tot kapitaallasten. De opgenomen bedragen betreffen het totale investeringsbudget, enkele projecten zijn reeds opgestart. Het jaartal betreft het jaar waarin de totale werkzaamheden worden afgerond.

41/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Tabel 4.4 integrale projectenplanning (bedragen × EUR 1.000) Omschrijving Bisonspoor riolering KWP Groenlust 2 zuid (incl.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

-

430

-

-

-

-

-

430

1.858

-

-

-

-

-

-

1.858

voorb.) KWP Welgelegen Zuid voorb.F9

37

-

-

-

-

-

-

37

KWP Welgelegen Zuid F9

-

1.822

-

-

-

-

-

1.822

KWP Welgelegen Noord

37

-

-

-

-

-

-

37

KWP Welgelegen Noord F8

-

3.124

-

-

-

-

-

3.124

KWP 4b voorb.

-

-

30

-

-

-

-

30

KWP 4b riolering

-

-

-

-

381

-

-

381

KWP fase 7 voorb.

-

-

40

-

-

-

-

40

KWP fase 7 riolering

-

-

-

-

1.192

-

-

1.192

KWP fase 10bcd voorb.

-

-

-

60

-

-

-

60

KWP fase 10bcd riolering

-

-

-

-

-

-

5.747

5.747

Riolering Herenweg/Gageldijk

8.650

50

-

-

-

-

-

8.700

Riolering Tienhoven

1.514

-

-

-

-

-

-

1.514

Riolering Eendracht 1e fase

-

-

-

2.230

-

-

-

2.230

Riolering Eendracht 2e fase

-

-

-

2.230

-

-

-

2.230

Riolering Ameland

-

-

-

66

-

-

-

66

Riolering Schepersweg 2,3

-

-

-

789

-

-

-

789

Riolering Ruwielstraat

-

395

-

-

-

-

-

395

Riolering Dorpstraat

-

760

-

-

-

-

-

760

Riolering D.van Troostwijkstraat

-

458

-

-

-

-

-

458

Riolering Herenstraat

-

966

-

-

-

-

-

966

Riolering Schippersgracht

-

199

-

-

-

-

-

199

Riolering Fietsroute Breedstraat

-

-

-

-

170

-

-

170

Riolering Bolensteinsestraat

-

-

-

-

332

-

-

332

Riolering Harmonieplein

-

-

-

-

281

-

-

281

Riolering Julianalaan +

-

-

295

-

-

-

-

295

voorb.F8

Wilhelminastraat Herstelwerkzaamh. zinker Vecht Totaal

-

50

-

-

-

-

-

50

12.095

8.254

365

5.374

2.356

-

5.747

34.190

Voor de overige riolering is een planning opgesteld op basis van aanlegjaar plus de theoretische technische levensduur. We gaan uit van een theoretische levensduur van 60 jaar. Met uitzondering van de riolering in het zettingsgevoelige gedeelte van Kockengen, daar hanteren we een levensduur van 40 jaar. Op basis van beoordeling van de inspectiegegevens blijkt de riolering uit de jaren ’50 en ’60 nog geen aanleiding te geven tot ingrijpen. Deze riolering zal na 70 jaar worden vervangen. Na vervanging hanteren wij opnieuw de theoretische levensduur van 60 jaar. Op basis van de uit te voeren inspecties bepalen wij steeds opnieuw de restlevensduur.

42/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Conform het huidig beleid is in de vervangingskosten rekening gehouden met het vervangen van gemengde riolering door een gescheiden stelsel voor afvalwater en hemelwater. De vervangingskosten zijn gebaseerd op de kostenkentallen kennisbank Riolering van Stichting RIONED en zijn inclusief kosten voor voorbereiding, advies en toezicht (VAT-kosten). In figuur 4.2 is de totale vervangingsplanning van de vrijvervalriolering opgenomen. 12.500.000

10.000.000

7.500.000

5.000.000

2.500.000

projectenplan

2079

2077

2075

2073

2069

2071

2067

2065

2063

2061

2059

2057

2055

2053

2051

2049

2047

2045

2041

2043

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

0

vervangingen obv TLD

Figuur 4.2 vervangingsplanning vrijvervalriolering (incl. vervanging gemengd door gescheiden)

Uit de figuur valt een vervangingspiek vanaf 2031 af te lezen. In het KDP hebben we rekening gehouden met de planning zoals opgenomen in figuur 4.2. op basis nieuwe restlevensduurberekeningen vlakt deze vervangingspiek mogelijk nog af. daarnaast verwachten we dat delen van deze riolering op basis van onze risicogestuurde aanpak langer in stand kunnen houden door middel van relining. Dit nemen we mee bij de volgende (financiële) actualisatie.

43/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Tabel 4.5 overzicht vervangingsmaatregelen (bedragen × EUR 1.000) Omschrijving

2022

Vrijverval (excl. projectenplan)

2023 -

2024 -

2025 -

2026 -

planperiode -

-

Gemalen BK

78

-

-

-

-

78

Gemalen ME

279

206

206

611

206

1.508

Persleiding

-

-

-

-

-

-

Pompunits BK

-

-

-

-

-

-

Pompunits ME

433

433

433

433

433

2.165

Drukriolering

-

-

-

-

-

-

Vrijverval buitengebied

-

-

-

-

-

-

IBA’s BK

-

-

-

-

-

-

IBA’s ME

-

210

-

-

-

210

Randvoorzieningen ME

32

-

42

-

42

115

Totaal

822

849

681

1.044

681

4.077

4.3.4 Systeemgerichte maatregelen Systeemgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van het functioneren van het rioolstelsel. Hydraulische maatregelen zijn daarbij gericht op de afstroming naar en in het rioolstel. Hieronder vallen ook maatregelen die worden genomen in het kader van berging op maaiveld. Milieutechnische maatregelen zijn veelal gericht op de berging van het rioolstel om overstortingen te beperken en verontreiniging van het oppervlaktewater zoveel mogelijk te voorkomen. Hydraulische maatregelen: afkoppelen verhard oppervlak Conform het vorig GRP koppelen we de gemengde riolering volledig af. Bij vervanging van de gemengde riolering vervangen wij deze voor een gescheiden stelsel. Daarnaast zijn de volgende maatregelen meegenomen: •

Stimuleringsregeling particulier afkoppelen en groene daken: vooruitlopend op de evaluatie van de huidige regeling, is in het KDP voor de gehele periode 2022 - 2026 rekening gehouden met een jaarlijks budget van EUR 76.125

•

Afkoppelen voorzijde woningen particulieren: bij werkzaamheden in de openbare ruimte benaderen wij particulieren actief voor het gelijktijdig afkoppelen van de voorzijde van de woningen. Het benodigd budget voor communicatie maakt onderdeel uit van de klimaatadaptatiemaatregelen, zie tabel 4.6

Milieutechnische maatregelen Op basis van het BRP voldoet de gemeente aan de milieutechnische eisen ten aanzien van de riolering. Hieruit volgen dan ook geen maatregelen. De komende planperiode gaan we het BRP verbreden naar een SSW, van daaruit volgen mogelijk maatregelen voor de volgende planperiode. Eventuele maatregelen nemen we mee in een volgende actualisatie. Het verder afkoppelen van verhard oppervlak draagt zoals reeds vermeld sowieso bij aan het verder terugdringen van emissies uit het rioolstelsel naar bodem en/of oppervlaktewater.

44/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Klimaatmaatregelen De uitvoeringsagenda stellen we in de planperiode op. In de planperiode richten wij ons op de uitvoering van de integrale vervangingsplanning. Waar mogelijk maken we hiervoor gebruik van de Impulsregeling Klimaatadaptatie. In het KDP hebben we rekening gehouden met de nog beschikbare budgetten uit het GRP 2017-2021, zie tabel 4.6. Tabel 4.6 beschikbare budgetten Klimaatadaptatiemaatregelen (bedragen × EUR 1.000) Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal

300

-

-

-

-

-

300

KA-maatregelen 2022

-

240

-

-

-

-

240

KA-maatregelen 2023

-

-

240

-

-

-

240

KA-maatregelen 2024

-

-

-

240

-

-

240

KA-maatregelen 2025

-

-

-

-

240

-

240

KA-maatregelen 2026

-

-

-

-

-

240

240

300

240

240

240

240

240

1.500

KA-maatregelen 2019 - 2021

Totaal

45/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

5 Middelen Dit hoofdstuk beschrijft de middelen die nodig zijn om onze rioleringszorg vorm te geven. Middelen bestaan zowel uit personele middelen als financiële middelen. Hierbij is ingegaan op de kostendekking, waarbij het verloop van de voorzieningen en de benodigde rioolheffing is berekend. Wij streven hierbij naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van onze strategie. Het financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande voorzieningen en de vervanging hiervan op de lange termijn, rekening houdend met nieuwe inzichten en klimaatveranderingen. Uitgangspunt is om dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden.

5.1

Personele middelen

Om indicatief inzicht te krijgen in de benodigde personele middelen heeft stichting RIONED een rekentool ontwikkeld. Met behulp van deze rekentool is een analyse gemaakt voor de benodigde personele inzet voor de gemeente Stichtse Vecht. Het is bekend dat de rekentool niet volledig dekkend is op het gebied van klimaat en andere zaken hiervoor is een correctie doorgevoerd. De benodigde capaciteit hebben wij vergeleken met de beschikbare personele inzet. In bijlage 7 is de volledige analyse opgenomen. Onderstaand is een samenvatting weergegeven. Uit de analyse blijkt dat de afgelopen planperiode de verdeling van de personele capaciteit over de verschillende functies niet in balans was. In verhouding waren er veel beleidsmedewerkers (2,4 fte), waar slechts 1,7 fte beheerders tegenover staan. Hierdoor blijven veel beheertaken liggen en/of zijn beleidsmedewerkers bezig met uitvoeringstaken. Een andere verdeling van invulling van functies is dan ook wenselijk. Zeker gelet op het complexe rioolstelsel van de gemeente met relatief veel druk- en vacuümriolering. Met het huidig verloop van een aantal medewerkers is het mogelijk en wenselijk hier een andere invulling aan te geven, waarmee het team meer in balans komt. In tabel 5.1 is een overzicht gegeven van de benodigde personele inzet op de verschillende taken.

In tabel 5.2 is aangegeven hoe de invulling over functies er idealiter uit moet zien. Tabel 5.1 benodigde en beschikbare capaciteit voor verschillende taken Taak

Benodigd [fte]

Planvorming, onderzoek en facilitair

3,9

Onderhoud

0,1

Maatregelen (investeringen)

1,4

Overige taken: Klimaat / RO-projecten / Samenwerking / KRW / oppervlaktewater ed

0,7

Afhandeling stimuleringsregeling*

0,3

Totaal

5,0

*

verdeeld over beleidsmedewerker als verantwoordelijke voor de regeling, tactisch beheerder voor beoordeling

aanvraag en toezichthouder voor technische beoordeling.

46/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

De benodigde personele inzet (1,4 fte) voor voorbereiding en directievoering maken als VATkosten onderdeel uit van de investeringskosten. Tabel 5.2 benodigde en beschikbare capaciteit per functie Benodigd [fte]

Beschikbaar [fte]

Beleidsmedewerker water, riolering & klimaatadaptatie

1,0

0,5 fte + vacature

Tactisch beheerder Water & riolering

1,0

1,0

Operationeel beheerder vrijvervalriolering en water

1,0

1,0

Operationeel beheerder mechanische riolering

1,0

1,0

Toezichthouder riolering (vrijverval + mechanisch)

1,0

0,0 (vacature)

Totaal

5,0

3,5

5.2

Financiële middelen

Wij streven naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van de strategie uit het voorliggende GRP. Het financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande voorzieningen en vervanging hiervan op de lange termijn, rekening houden met nieuwe inzichten en klimaatveranderingen. Met als uitgangspunt dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden. In deze paragraaf zijn de benodigde financiële middelen die gemoeid zijn met de activiteiten uit de strategie samengevat. De in dit hoofdstuk benoemde bedragen zijn op prijspeil 2021 en zijn exclusief BTW en moeten voor de toekomst met de optredende inflatie worden geïndexeerd. De in dit hoofdstuk genoemde investeringen, zowel vervangingsinvesteringen als verbetermaatregelen zijn inclusief kosten voor voorbereiding en directievoering. De benodigde financiële middelen zijn in beeld gebracht met behulp van een kostendekkingsberekening. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen investeringsuitgaven en exploitatiekosten. De investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen (zoals afkoppelen), en worden gekapitaliseerd. Exploitatiekosten zijn de jaarlijkse uitgaven nodig voor beheer- en onderhoudsactiviteiten.

5.2.1 Vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen In tabel 5.3 is aangegeven welke investeringsbedragen in de planperiode nodig zijn voor vervanging en verbetermaatregelen, voor een overzicht van alle investeringen verwijzen wij naar bijlage 8. De maatregelen die in 2021 zijn uitgevoerd zijn als nieuwe investeringen meegenomen in de kostendekkingsberekening. Hierover zijn vanaf 2022 kapitaallasten meegenomen. In totaal is in de planperiode een investering van circa EUR 21,6 miljoen benodigd.

47/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Tabel 5.3 Totale investeringen planperiode (bedragen ×EUR 1.000) Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

Planperiode

-

-

-

-

-

-

Gemalen BK

78

-

-

-

-

78

Gemalen ME

279

206

206

611

206

1.508

Pompunits ME

433

433

433

433

433

2.165

Vrijverval

-

210

-

-

-

210

Randvoorzieningen ME

32

-

42

-

42

115

projectenplan (incl. KA)

8.494

605

5.614

2.596

240

17.549

Totaal

9.316

1.454

6.294

3.640

921

21.625

IBA’s ME

5.2.2 Totale lasten Conform de uitgangspunten van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), activeren en kapitaliseren we de (vervangings)investeringen en nemen we op als nieuwe kapitaallast. Samen met de exploitatielasten (incl. onderzoeken), de kapitaallasten van investeringen uit het verleden en de BTW compensatie, vormen deze nieuwe kapitaallasten de totale lasten, noodzakelijk voor een goede invulling van de gemeentelijke zorgplicht. De exploitatielasten worden conform BBV niet geactiveerd. In bijlage 8 is een overzicht opgenomen van alle financiële gegevens die als basis dienen voor het kostendekkingsplan. De totale lasten in de planperiode bedragen totaal circa EUR 36 miljoen (zie tabel 5.4). In figuur 5.1 zijn de lasten op langere termijn weergegeven. De totale lasten over de beschouwde periode van 60 jaar (2021-2080) bedragen circa EUR 594,2 miljoen. Tabel 5.4 Totale lasten rioleringszorg planperiode 2022 – 2026 (excl. inflatie en bedragen × EUR 1.000) Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

Planperiode

Nieuwe kapitaallasten

487

850

921

1.296

1.504

5.058

Exploitatie

3.450

3.358

3.090

3.002

3.014

15.913

Kapitaallasten verleden

2.105

2.065

1.893

1.879

1.853

9.794

BTW

1.034

1.080

1.000

1.055

1.093

5.260

Totaal

6.589

6.502

5.982

5.935

5.959

36.026

48/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

14.000.000

12.000.000

10.000.000

8.000.000

6.000.000

4.000.000

2.000.000

Exploitatie

BTW

Kapitaallasten verleden

2079

2077

2075

2073

2071

2069

2067

2065

2063

2061

2059

2057

2055

2053

2051

2049

2047

2045

2043

2041

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

-

Nieuwe kapitaallasten

Figuur 5.1 Totale lasten over periode 60 jaar 2022 – 2080 (excl. inflatie)

5.2.3 Rioolheffing en totale baten Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken, heffen wij rioolheffing. De rioolheffing is gebaseerd op het drinkwaterverbruik. We hanteren de staffel zoals opgenomen in tabel 5.5. Hierbij zijn tevens de eenheden opgenomen. Tabel 5.5 Rioolheffing Stichtse Vecht 2021 Omschrijving

Heffing

Eenheden 2021

Eenheden 2022

0 – 75 m³

EUR 183,51

13.445

13.865

76 – 150 m³

EUR 249,06

10.916

11.339

151 – 300 m³

EUR 368,18

3.695

3.790

Boven 300 m³

EUR 368,18

370

382

+ EUR 88,83 voor elke 100m³ of gedeelte daarvan recreatie Totaal

EUR 131,08

389

379

28.815

29.755

In het KDP hebben we gerekend met een gewogen gemiddeld tarief van EUR 241,99. Dit zorgt voor een totale baten van EUR 6.972.908. Voor 2022 is, conform het beleid van het GRP 2017 – 2021 een stijging in de inkomsten voorzien van 2,6 %. Rekening houdend met de stijging in heffingseenheden in 2022 is het gewogen gemiddeld tarief per 1 januari 2022 EUR 240,44. Hiermee zijn de totale baten in 2022 EUR 7.154.295. Voor de rest van de planperiode is geen rekening gehouden met wijziging in het aantal heffingseenheden. Tijdens de financiële actualisatie in 2023 bepalen wij dit opnieuw.

49/53

Kenmerk

5.2.4

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Voorziening

De lasten gemoeid met de gemeentelijke rioleringszorg, dekken wij volledig uit de inkomsten via de rioolheffing. Om schommelingen in de lasten op te kunnen vangen en daardoor ook de schommelingen in de rioolheffing te voorkomen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening (voorziening BBV 44.2). de stand van deze voorziening per 1 januari 2021 is EUR 10.344.570.

5.3

Kostendekking

Het doel van de kostendekkingsberekening is een onderbouwde prognose te maken van het verloop van de rioolheffing in de toekomst, gebaseerd op de lasten, zoals deze in de vorige paragraaf zijn benoemd. Hoewel een zo goed mogelijke benadering wordt nagestreefd van het toekomstige verloop van uitgaven en inkomsten, blijft dit vooral het bepalen van de trend naar de toekomst. Het verloop van de rioolheffing is afhankelijk van onder meer veranderende wetgeving, nieuw beleid of het gemeentelijke uitgavenpatroon, waardoor een regelmatige actualisatie van de kostendekking wenselijk is. 5.3.1 Uitgangspunten kostendekking In de berekening van de rioolheffing is met de volgende gemeentelijke financiële uitgangspunten rekening gehouden: • • •

Bij de berekening van de rioolheffing is geen rekening gehouden met inflatie Alle genoemde bedragen zijn prijspeil 2021 Afschrijving: -

•

•

Rentepercentage over investeringen: 2 % Annuïtaire afschrijving Start afschrijving in jaar na investering

Theoretische levensduur en afschrijvingstermijn: Theoretische

Financiële

levensduur

afschrijvingstermijn

Vrijvervalriolering ‘slappe bodem

40

40

Vrijvervalriolering overig

60

60

Elektromechanische installatie gemalen en pompunits

15

15

Bouwkundige onderdelen gemalen en pompunits

60

40

Pers- en drukleiding

60

40

Elektromechanische installatie randvoorzieningen

15

15

Bouwkundige onderdelen randvoorzieningen

60

40

Bouwkundige IBA’s

30

30

Rente over de voorziening: 0 %

5.3.2

Uitgangspunten Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat de regelgeving daarvoor.

50/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

In het BBV zijn ook regels en randvoorwaarden opgenomen voor gemeenten met betrekking tot het bepalen van de kostendekking van de rioolheffing en financiering van investeringen in de riolering. Onderstaand zijn de belangrijkste voorwaarden opgenomen: • Investeringen ten behoeve van riolering worden gezien als investeringen met meerjarig •

economisch nut en dienen te worden geactiveerd (artikel 59, lid 1) Jaarlijkse exploitatiekosten worden niet geactiveerd (ontbreken voorwaarde meerjarig economisch nut)

• •

Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd (artikel 62, lid 1) Een specifieke bijdrage van derden die in directe relatie staat tot de investering mag in mindering worden gebracht (direct afboeken) (artikel 62, lid 2)

•

Er wordt gebruik gemaakt van een voorziening (BBV artikel 44, lid 2) met als doel ongewenste schommelingen te egaliseren. De rioolheffing mag alleen worden uitgegeven aan het doel waarvoor het is ingesteld (zogenaamd gebonden besteding)

5.3.3 Bepaling rioolheffing Op basis van de uitgangspunten, totale lasten, inkomsten en stand van de voorziening zoals in de voorgaande paragrafen beschreven is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode 2021 – 2080. Uitgangspunt hierbij is dat de rioolheffing 100 % kostendekkend is. Hiervoor zijn meerdere varianten doorgerekend. Bij het bepalen van de nieuwe vervangingsplanning voor de vrijvervalriolering is op basis van de risicogestuurde aanpak uitgegaan van conservatievere afschrijvingstermijnen dan waarmee in het vorige GRP is gerekend. Dit heeft tot gevolg dat we nu eerder met de vervangingspiek worden geconfronteerd. Dit leidt ook tot een eerdere piek in de kapitaallasten en leidt richting 2080 tot een tekort van circa EUR 95 miljoen. Om dit op te kunnen vangen is ervoor gekozen om vanaf 2022 een financiële afschrijvingstermijn van 60 jaar in plaats van 40 jaar te hanteren. Uitzondering hierop vormt de riolering gelegen op slappe bodem (Kockengen), hier blijft de afschrijvingstermijn 40 jaar. Hiermee kunnen we op de korte en middellange termijn de kosten lager houden (doordat we de investeringen over een langere periode spreiden). Voor de langere termijn betekent dit wel dat we de investeringen over een langere periode door moeten betalen inclusief de bijbehorende rentecomponent. In totaal hebben we 4 varianten voor de rioolheffing doorgerekend: • • •

Stijging conform GRP 2017 – 2021 Variant 1: variabele stijging waarbij in 2080 de voorziening richting EUR 0 gaat Variant 2: vaste stijging waarbij in 2080 de voorziening richting EUR 0 gaat

•

Variant 3: een stijging tussen variant 1 en 2

Hierbij is zoals reeds vermeld nog geen rekening gehouden met een indexering. De rioolheffing moet naast de voorgestelde stijging voor de toekomst nog worden geïndexeerd. In de figuren 5.2 t/m 5.5 zijn de grafieken opgenomen met het verloop van de inkomsten, lasten, saldo voorziening (linker as) en de rioolheffing (rechter as). In bijlage 9 zijn de resultaten van de heffingsberekening inclusief de bijbehorende grafieken opgenomen.

51/53

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL Variant 1: stijging heffing variabel

stijging heffing conform GRP 2017 - 2021 50.000.000

450,00

425,00 40.000.000

20.000.000

450,00

18.000.000

425,00

16.000.000

400,00

400,00

14.000.000 30.000.000

375,00

375,00

12.000.000 350,00 20.000.000 325,00

350,00 10.000.000 325,00 8.000.000 300,00

300,00

275,00

2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080

-

-10.000.000

6.000.000

2.000.000

250,00

-

225,00

250,00

225,00 Totale lasten

Totale inkomsten

stand voorziening (31-12)

275,00

4.000.000

2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080

10.000.000

rioolheffing - fictief (rechter as)

Totale lasten

Totale inkomsten

stand voorziening (31-12)

rioolheffing - gemiddeld (rechter as)

Variant 3: stijging heffing jaarlijks gelijk

Variant 2: stijging heffing jaarlijks gelijk 20.000.000

450,00

18.000.000

425,00

16.000.000

400,00

20.000.000

450,00

18.000.000

425,00

16.000.000

400,00

14.000.000

14.000.000

375,00

375,00

12.000.000

12.000.000

350,00

350,00

10.000.000

10.000.000

325,00

325,00

8.000.000

8.000.000

300,00

300,00

6.000.000

6.000.000 275,00

4.000.000

275,00

4.000.000

2.000.000

250,00

-

225,00

-

225,00

Totale lasten

Totale inkomsten

stand voorziening (31-12)

rioolheffing - gemiddeld (rechter as)

2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080

250,00

2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080

2.000.000

Totale lasten

Totale inkomsten

52/53

stand voorziening (31-12)

rioolheffing - gemiddeld (rechter as)

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Uit de grafieken valt af te lezen dat: •

•

De stijging zoals opgenomen in het GRP 2017 – 2021 is niet toereikend om over de gehele periode van 60 jaar een positief saldo te behouden. Bovendien stijgt de voorziening in 2050 tot ruim EUR 43,5 miljoen, dit is niet wenselijk omdat we veel sparen terwijl we het geld op dat moment niet nodig is. Bovendien is de rioolheffing lange periode veel meer dan kostendekkend Variant 1: in deze variant kan de rioolheffing de komende jaren gelijk blijven, we teren daarbij eerst in op onze voorziening. Dit betekent wel dat we vanaf 2037 jaarlijks aanzienlijk moeten stijgen met de heffing (5 jaar met EUR 10,00 en daarna jaarlijks met EUR 5,00 dat we kunnen afbouwen naar EUR 3,00). Hiermee voorkomen we dat we de voorziening verder blijft stijgen,

•

maar vragen we op termijn wel steeds meer rioolheffing van onze inwoners Variant 2: in deze variant stijgt de heffing jaarlijks met EUR 3,04. Hiermee zorgen we voor een geleidelijke stijging van de rioolheffing. De eerste jaren blijft hierbij de voorziening wel

•

doorgroeien tot een maximale stand van circa EUR 19 miljoen in 2045. Variant 3: in deze variant stijgt de heffing tot 2037 jaarlijks met EUR 2,08 en daarna jaarlijks met EUR 3,75, een tussenweg tussen variant 1 en 2. Hierbij kunnen we de lastendruk voor onze inwoners de eerste jaren wat lager houden; we groeien langzaam zodat we niet alles doorschuiven naar 2037, waarbij de voorziening beperkt blijft tot een maximale stand in 2040 van circa EUR 13,7 miljoen.

Voor de komende planperiode wordt geadviseerd om voor variant 3 te kiezen. In deze variant sorteren we wel voor op de komende vervangingspiek, maar laten we de voorziening niet onnodig oplopen. Tijdens de volgende (financiële) actualisatie is meer zicht op de daadwerkelijke vervangingspiek op basis van actuele kwaliteitsgegevens en nieuwe restlevensduurberekeningen. Met deze gegevens bepalen we opnieuw het effect hiervan op de kostendekkendheid van het tarief

53/53

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Evaluatie

Kenmerk

R001-1281300GBV-V06-ssc-NL

Tabel B 1 Plannen Activiteit

Frequentie

Toelichting

opstellen GRP

1 × 5 jaar

ja

opstellen jaarprogramma's

Jaarlijks

Nee, wordt ad hoc ingevuld

opstellen grondwaterbeleidsplan

Eenmalig

ja

opstellen beheerplan 'overige objecten'

Eenmalig

nee

opstellen / actualiseren meetplan riolering

Eenmalig

Ja, via contract met mous

ontwikkelen beheerplan water

Eenmalig

Ja, een baggerplan is opgesteld

opstellen incidentenplan

Eenmalig

Nee, dit moet worden geactualiseerd inclusief een veldoefening

Tabel B 2 Onderzoeken Activiteit

Frequentie

Toelichting

reguliere inventarisatie / registeren

Jaarlijks

Ja, is doorlopend aandacht voor

inventariseren kleppen, schildmuren en

Eenmalig

Nee

inventariseren kolken

Eenmalig

Ja

opzetten administratie storingen en

Eenmalig

Ja, loopt via onderhoudsmanagementsysteem

schuiven

uitgevoerd onderhoud gemalen

in H2GO

inventariseren duikers

Eenmalig

Nee

inventariseren watergangen

Eenmalig

Is gebeurd in kader van baggerplan

inventariseren drainage

Eenmalig

Nee, doorschuiven naar nieuwe planperiode

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1782/documents/39149