1. Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2022-2026.pdf
Tekst van het document
Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2022-2026 GRP 2022-2026 6 januari 2022
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Verantwoording Titel
Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2022-2026
Opdrachtgever
Gemeente Stichtse Vecht
Projectleider
Joren Zwaan
Auteur(s)
Gwendolijn Vugs
Tweede lezer
Joren Zwaan
Projectnummer
1281300
Aantal pagina’s
68
Datum
6 januari 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Ekkersrijt 4008 Postbus 1680 5602 BR Eindhoven T +31 40 23 25 55 0 E info.eindhoven@tauw.com
2/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doelstelling .................................................................................................. 5
1.2
Geldigheidsduur ................................................................................................................. 6
1.3
Procedure ........................................................................................................................... 7
1.4
Leeswijzer .......................................................................................................................... 7
Evalautie GRP 2017 - 2021 ....................................................................................................... 8 2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 8
2.2
Zorgplichten ....................................................................................................................... 8
2.3
Beheer .............................................................................................................................. 11
2.4
Samenwerking ................................................................................................................. 12
2.5
Financiën .......................................................................................................................... 13
Ambities en doelen .................................................................................................................. 14 3.1
We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten ................................................... 14
3.2
Afvalwater ........................................................................................................................ 17
3.3
Hemelwater ...................................................................................................................... 18
3.3.1
Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering ...................................... 18
3.3.2
Duurzame omgang met hemelwater ......................................................................... 20
3.4
Grondwater ...................................................................................................................... 23
3.5
Oppervlaktewater ............................................................................................................. 25
3.6
Klimaatadaptatie .............................................................................................................. 26
3.7
Duurzaamheid en doelmatig beheer ................................................................................ 28
3.7.1
Duurzaamheid ........................................................................................................... 28
3.7.2
Doelmatig beheer ...................................................................................................... 28
Strategie en maatregelen ........................................................................................................ 31 4.1
Toetsing huidige situatie .................................................................................................. 31
4.2
Speerpunten ..................................................................................................................... 34
4.3
Maatregelen ..................................................................................................................... 35
4.3.1
Onderzoek................................................................................................................. 35
4.3.2
Beheerrioleringsgegevens bij nieuwe aanleg ........................................................... 38
4.3.3
Objectgerichte maatregelen ...................................................................................... 38
3/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
4.3.4 5
Systeemgerichte maatregelen .................................................................................. 44
Middelen .................................................................................................................................. 46 5.1
Personele middelen ......................................................................................................... 46
5.2
Financiële middelen ......................................................................................................... 47
5.2.1
Vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen ................................................. 47
5.2.2
Totale lasten.............................................................................................................. 48
5.2.3
Rioolheffing en totale baten ...................................................................................... 49
5.2.4
Voorziening ............................................................................................................... 50
5.3
Kostendekking .................................................................................................................. 50
5.3.1
Uitgangspunten kostendekking ................................................................................. 50
5.3.2
Uitgangspunten Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ................................... 50
5.3.3
Bepaling rioolheffing.................................................................................................. 51
Bijlage 1
Evaluatie
Bijlage 2
Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht
Bijlage 3
Beslisboom en beslisschema
Bijlage 4
Programma van Eisen riolering
Bijlage 5
Nulmeting kwaliteit oppervlaktewater
Bijlage 6
Overzicht lozingspunten / overstorten
Bijlage 7
Analyse personele middelen
Bijlage 8
Financiële tabellen
Bijlage 9
Resultaten heffingsberekening
Bijlage 10
Reactie HDSR en AGV
4/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
1 Inleiding Binnen de gemeentelijke voorzieningen speelt de riolering een prominente rol. Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast, het verminderen van effecten van klimaatveranderingen en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Voldoende redenen om op dit punt goede afspraken vast te leggen en te zorgen voor een goede financiële dekking. In het voorliggend Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 - 2026 is, voor een periode van vijf jaar, het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Stichtse Vecht vastgelegd.
1.1
Aanleiding en doelstelling
De wettelijke basis van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is vooralsnog vastgelegd in drie wetten. • De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm artikel 10.33). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. In dit GRP moet inzichtelijk zijn gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud hiervan gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging en / of verbetering. In de Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater vastgelegd •
De Waterwet is in 2009 in werking getreden en beschrijft het brede pakket aan zorgtaken van de gemeente. Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater
•
De wettelijke kaders rond de rioolheffing zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Uitgangspunt hierbij is dat de totale rioolheffing nooit meer mag bedragen dan het bedrag dat nodig is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater
Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht vervangt de Omgevingswet (naar verwachting per 1 juli 2022) het voor wat betreft stedelijk water en riolering de Wet milieubeheer en de Waterwet. Deze wetwijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. Daarnaast worden drie nieuwe instrumenten geïntroduceerd, zie figuur 1.1. De omgevingsvisie is eind 2021 voor vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Voorliggend GRP sluit aan bij de ambities uit de omgevingsvisie.
5/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Huidig GRP Zorgplichten
Omgevingswet omgevingsvisie
Doelen Maatregelen Middelen Instrumenten (verordeningen)
omgevingsprogramma
omgevingsplan
Figuur 1.1 Toelichting toekomstige vorm waterbeleid in Omgevingswet
Sinds 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) van kracht. Hierin hebben het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten afgesproken dat ons land vanaf 2050 zo goed als mogelijk klimaatrobuust en waterbestendig is ingericht. Binnen de samenwerking Netwerk Water en Klimaat hebben we een regionale strategie opgesteld (‘Regionale Adaptatie Strategie regio Utrecht Zuidwest’ (RAS) en dit verder uitgewerkt in de ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’. Als gemeente Stichtse Vecht hebben we ervoor gekozen om de lokale uitwerking van de strategie en afspraken vorm te geven in voorliggend GRP. Het bestaande beleid en ambities uit het huidig GRP blijft op hoofdlijnen ongewijzigd, het betreft met name een verdieping op hoe de gemeente op doelmatige wijze invulling geeft aan de zorgplichten voor nu, maar ook voor de lange termijn en hoe klimaatadaptatie hier binnen past. Waar mogelijk zoekt de gemeente hierbij de samenwerking op binnen de regionale samenwerkingsverbanden Netwerk Water en Klimaat en ISARIZ met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) en waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV). Voorliggend GRP beschrijft de ambitie met daarbij behorende strategie voor de planperiode 2022 - 2026 en verder. Daarnaast is in het plan vastgelegd welke personele en financiële middelen nodig zijn om deze strategie te kunnen realiseren.
Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg, in lijn met de eisen uit de wetgeving.
1.2
Geldigheidsduur
Voorliggende actualisatie van het GRP heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, van 2022 tot en met 2026. Een GRP opstellen voor een langere termijn is niet wenselijk omdat belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals: • Wijzigingen in (nieuwe) wetgeving of (Europees) beleid • Ervaringen op diverse vlakken, waaronder de samenwerking afvalwaterketen en ontwikkelingen in afvalwaterketen
6/53
Kenmerk
1.3
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Procedure
Tijdens het totstandkomingsproces zijn zowel HDSR als AGV betrokken. Waarbij Waternet is betrokken voor advies namens AGV. Ambtelijke reacties van HDSR en AGV op conceptstukken zijn verwerkt in het plan, zodat bij hen draagvlak bestaat voor het plan. In bijlage 10 zijn de formele reacties van beide waterschappen op de concept versie van 2 november opgenomen. De opmerkingen zijn in de definitieve versie verwerkt. De gemeenteraad is betrokken via een informatieve commissievergadering en via een peilnota. Daarnaast wordt conform artikel 4.23 lid 2 van de wet milieubeheer het GRP ook verzonden aan de gedeputeerde staten van de provincie Utrecht. De vaststelling wordt bekend gemaakt in de VAR, die in de gemeente verspreid wordt. Waarbij wordt aangegeven op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 ‘Evaluatie GRP Stichtse Vecht 2017 - 2021’ is de evaluatie van de afgelopen planperiode beschreven. In hoofdstuk 3 ‘Ambities en doelen’ is aangegeven op welke manier we invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten. Dit vormt de basis voor de op te stellen strategie voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 ‘Strategie en maatregelen’ zijn, op basis van een toetsing van de huidige situatie, de ambities en doelen vertaald naar een concrete strategie voor de komende planperiode. Tot slot is in hoofdstuk 5 ‘Middelen’ aangegeven welke middelen, op zowel het personele als financiële vlak benodigd zijn om de strategie tot uitvoering te brengen.
7/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
2 Evalautie GRP 2017 - 2021 In dit hoofdstuk kijken we terug op de periode 2017 - 2021. Daarbij is gekeken in hoeverre de ambities uit het vorige GRP zijn behaald, de strategie heeft gewerkt en welke invloed dit heeft gehad op de kostendekking. De evaluatie is uitgewerkt op hoofdlijnen. Een lijst met de uitgevoerde maatregelen is weergegeven in bijlage 1.
2.1
Algemeen
Het huidige GRP is zeer beschrijvend, aangevuld met beeldmateriaal ter ondersteuning. Dit maakt het GRP een mooi boekwerk, echter vanuit het dagelijks beheer is niet altijd snel terug te vinden wat concreet opgepakt moet worden. Voor het nieuwe GRP is een pragmatischer GRP wenselijk. De personele bezetting wordt nog steeds als te krap ervaren. In de periode 2020 – 2021 is door het vertrek van meerdere collega’s het te kort alleen maar toegenomen. Het tekort geldt zowel voor de afhandeling van de specifieke rioleringsmeldingen als om alle projecten in uitvoering te brengen. Er zijn onvoldoende projectleiders om de rioleringsprojecten op te pakken. Als gevolg hiervan zijn veel projecten nog niet in uitvoering gebracht. De verschillende onderdelen binnen de rioleringszorg zijn over verschillende personen en budgetten verdeeld, hierdoor het lijkt het totaal overzicht soms te ontbreken. Dit is een aandachtspunt voor de komende planperiode. Tegelijkertijd is geconstateerd dat de riolering in relatief goede staat verkeert. Bovenstaande heeft dus niet tot acute problemen geleid.
2.2
Zorgplichten
Afvalwater •
Niet aangesloten percelen: sinds 2016 zijn nagenoeg alle percelen aangesloten op de riolering of een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA) in eigendom van de gemeente. Voor drie locaties is duidelijk dat deze geen voorziening hebben voor het
•
afvalwater. Eventuele overige locaties zijn niet bekend Kaderrichtlijn Water (KRW): binnen de gemeente zijn diverse KRW-waterlichamen met name gelegen in het buitengebied. Wij hebben als gemeente geen overstorten op deze locaties hierdoor zijn met name de waterschappen aan zet voor het behalen van de doelstellingen. Het afkoppelen van verhard oppervlak heeft bijgedragen aan het verder terugdringen van emissies op het oppervlaktewater
•
Basisrioleringsplan (BRP) en ecoscans: Voor het bepalen van de systeemgerichte maatregelen is in 2020 een nieuw BRP opgesteld. In het BRP is het rioolstelsel zowel hydraulisch als milieutechnisch getoetst. De rekenresultaten uit het BRP geven echter een onvoldoende betrouwbaar beeld (praktijk en berekeningen komen niet met elkaar overeen), waardoor er nog geen conclusies zijn te trekken. Dit betekent dat we de rekendata eerst verder op orde moet brengen en daarna nieuwe berekeningen moet uitvoeren. Dit is als maatregel meegenomen voor de nieuwe planperiode. Daarnaast zijn in 2018 en 2021 ecoscans uitgevoerd. De ecoscans geven een beeld van de waterkwaliteit. Naar aanleiding van de ecoscan uit 2018 zijn de volgende maatregelen genomen:
8/53
Kenmerk
-
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Natuurvriendelijke oever Maarsenbroek tussen Valkenkamp en Zwanenkamp (175 meter)
Aanbrengen natuurvriendelijke oevers op diverse locaties De ecoscans van 2021 benutten we om de maatregelen voor de komende jaren te onderbouwen •
•
Systeemgerichte maatregelen: Omdat in het vorige GRP geen concrete systeemgerichte maatregelen stonden benoemd en er nog geen inzicht was vanuit het nieuwe BRP is een deel van het budget ingezet voor het klimaatbestendig maken van de openbare inrichting in de vorm van afkoppelen. Deze maatregelen komen het functioneren van het systeem sowieso ten goede Meten en monitoren: Alle overstorten zijn aangesloten op de hoofdpost van het Netwerk Water en Klimaat. Hiervoor zijn alle overstorten opnieuw ingemeten. Op basis van de gegevens is maandelijkse een rapportage opgesteld. Er heeft echter nog geen analyse plaatsgevonden van de gegevens ten opzichte van de resultaten uit het basisrioleringsplan of
•
toetsing met de praktijk. Dit is een aandachtspunt voor de komende planperiode IBA’s buitengebied: eind 2021 is gestart met het grootschalig renoveren van alle voorzieningen voor de Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA’s) binnen het beheersgebied van HDSR
Hemelwater •
Wateroverlast: de afgelopen planperiode heeft geen extreme neerslag plaatsgevonden. Wel is op een aantal locaties in de gemeente water op straat voorgekomen in de vorm van hinder (korter dan 2 uur, voertuigen konden nog rijden): Europalaan Maarssen -
•
•
Broekland Breukelen Kockengen, zie verder ‘Kockengen Waterproof’ Straatweg Maarssen
Onderzoek wateroverlast en klimaatadaptatie: We hebben deelgenomen aan de regionale stresstesten. In het nieuwe BRP is geen koppeling gelegd tussen de riolering en de oppervlakkige afstroming over maaiveld. Deze verdiepingsslag is als onderzoeksmaatregel meegenomen. In 2021 is ook nog geen lokale adaptatiestrategie uitgewerkt Afkoppelen: De afgelopen periode is in de praktijk geen invulling gegeven aan de hemelwaterverordening en heeft geen gebiedsaanwijzing plaatsgevonden. In plaats hiervan heeft de gemeente in 2019 een stimuleringsregeling afkoppelen en groene daken opgesteld, die in 2020 in werking is getreden. Het animo voor deze regeling is tot op heden zeer groot. In 2020 is voor circa EUR 86.000 aan aanvragen ingediend, waarvan circa EUR 75.000 is toegekend. Uiteindelijk is in 2020 circa EUR 65.000 uitgekeerd omdat enkele aanvragers de aanvraag teruggetrokken hebben. Voor 2021 is het plafondbedrag dan ook verhoogd met EUR 15.000. In totaal is in 2020 circa 0,45 ha particulier verhard oppervlak afgekoppeld. Uit analyse van de subsidieaanvragen blijkt dat ruim 78 % van de aanvragen betrekking hebben op groene daken en dat hier het grootste gedeelte van de subsidie aan is verstrekt, maar dat hiermee slechts 0,2 ha is gerealiseerd.
9/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Daarnaast heeft de gemeente 6,3 ha verhard oppervlak in de openbare ruimte afgekoppeld door de gemengde riolering te vervangen door een gescheiden stelsel. Een concretere uitwerking van de ambities voor afkoppelen van zowel openbaar als voor particulier terrein is een aandachtspunt voor de nieuwe planperiode •
Opstellen hemelwaterstructuurplan: het hemelwaterstructuurplan is niet opgesteld. Een hemelwaterstructuurplan geeft inzicht in de bovengrondse en ondergrondse mogelijkheden voor het afvoeren van hemelwater, en kunnen we gebruiken voor integrale afwegingen. De afgelopen planperiode heeft de gemeente hier een pragmatische invulling aan gegeven per locatie. De gemeente ziet nog steeds de meerwaarde van een hemelwaterstructuurplan, met namen voor de kernen Maarssen, Breukelen, Loenen, Vreeland en Nigtevecht en is als
•
maatregel meegenomen voor de komende planperiode Nieuwbouw: bij nieuwbouw vindt gescheiden aansluiting van het hemelwater en afvalwater plaats. De bestaande hemelwaterverordening is alleen van toepassing op het bestaand gebied, bij nieuwbouw is dan ook nog geen minimale bergingseis opgenomen. Bij vaststelling van het nieuwe GRP voegen we een bergingseis voor nieuwbouw toe
Grondwater •
Opstellen grondwaterbeleidsplan: in 2019 is het grondwaterbeleidsplan vastgesteld. In dit beleidsplan geeft de gemeente invulling aan de grondwaterzorgplicht. De resultaten zowel qua beleid als qua investeringen maken onderdeel uit van voorliggend GRP. Gelijktijdig met het grondwaterbeleidsplan zijn risicokaarten voor grondwateroverlast en -onderlast opgesteld.
•
Hiermee zijn de locaties gevoelig voor grondwateroverlast en onderlast inzichtelijk Kockengen waterproof: omdat Kockengen in een veengebied ligt heeft Kockengen het meeste last van verzakkingen. Om de gevolgen van deze verzakkingen tegen te gaan zijn we gestart met het vervangen van de riolering en het ophogen van de openbare ruimte in het gebied ten oosten van de Heicop. Op dit moment is circa 60-65 % uitgevoerd (fases: 1, 2, 3, 4a, 5, 6, 10a en 11). De overige fases lopen de komende planperiode door
10/53
Kenmerk
•
•
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Grondwatermeetnet: om meer zicht te krijgen op de lokale grondwatersituatie is de afgelopen planperiode het grondwatermeetnet uitgebreid met name ten behoeve van nieuwbouw en/of reconstructies. Dit is binnen ISARIZ-verband opgepakt. Voor de komende planperiode gaat de gemeente concrete grondwatermeetdoelstellingen opstellen Grondwaterloket: Naar aanleiding van het Grondwaterbeleidsplan is een grondwaterloket ingericht. Hier kunnen inwoners en bedrijven terecht met vragen met betrekking tot grondwater. Er wordt beperkt gebruik gemaakt van het loket, naar schatting komen er circa 5 tot 10 vragen per jaar binnen
2.3 •
Beheer Risicogestuurd beheer: de gemeente heeft een risicogestuurd aanpak uitgewerkt. De komende planperiode brengt de gemeente dit verder in uitvoering. Aandachtspunt voor de komende planperiode zijn hierbij het grote aantal pompunits in het buitengebied en de kwaliteit van de drukriolering op deze locaties. Hier gaan we nog nader invulling aan geven
•
Inspecties: De afgelopen planperiode is ruim 10 km riolering geïnspecteerd. Inspecties vonden ad hoc plaats ten behoeve van werkzaamheden in de openbare ruimte inclusief opleveringsinspecties. Alle inspecties zijn risicogestuurd beoordeeld. In 2020 zijn gericht de maatregelen voor het tegengaan van infiltratie opgepakt. Het algemene beeld is dat de kwaliteit van het systeem goed is, dit geldt ook voor de oudere riolering. De grootste knelpunten zijn geprogrammeerd voor vervanging. Voor het overige ligt de focus op
•
instandhouding door middel van deelreparaties of -reliningen Beheer en onderhoud: het beheer en onderhoud is conform het GRP uitgevoerd, waarbij we steeds meer overgaan op een risicogestuurde aanpak
11/53
Kenmerk
•
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Vervangingen vrijverval riolering: het grootste gedeelte van de vervangingen zoals deze voor de planperiode stonden gepland is niet uitgevoerd. De opgenomen planning was niet realistisch. De focus lag op Kockengen Waterproof en daarnaast zijn vervangingen slechts beperkt integraal met wegbeheer opgepakt. Op die locaties waar geen andere opgaven in de
•
openbare ruimte waren hebben we gekozen voor renovatie boven vervanging. De afgelopen planperiode is circa 1,3 km riolering gerelinend en zijn 91 deelliningen uitgevoerd Integrale aanpak openbare ruimte: in het begin van de planperiode waren de planningen van wegbeheer en rioolbeheer onvoldoende op elkaar afgestemd. Inmiddels vindt deze afstemming beter plaats. Naast Kockengen Waterproof zijn o.a. de volgende projecten integraal uitgevoerd; Herenweg-Gageldijk, de eerste fases van Nieuwer Ter Aa en De Poel (Breukelen). Voor de komende planperiode blijft dit een aandachtspunt waarbij de afwegingen tussen minder overlast voor inwoners, invulling geven aan klimaatadaptatie en risicogestuurd beheer centraal staan
•
Duikers, watergangen, drainage en baggerplan: de afgelopen planperiode is een baggerplan opgesteld, het daadwerkelijk baggeren staat voor de komende planperiode op de planning. Hiervoor zijn alle watergangen geïnventariseerd. De duikers en de drainage zijn nog niet geïnventariseerd en zijn slechts deels in beeld. Deze gegevens zijn nog niet opgenomen in ons rioolbeheersysteem GBI Het beheer is nu vooral reactief op basis van klachten en meldingen uitgevoerd
•
•
Beheerdata en gegevensbeheer: de ervaring is dat met de gemeentelijke samenvoeging een deel van de beheerdata verloren is gegaan en dat hiermee nu minder dan 90 % van de beheerdata op orde is. In 2018 is alle beheerdata ingemeten, deze gegevens zijn echter nog niet in ons beheersysteem verwerkt. Het op orde brengen van de beheerdata is een belangrijk aandachtspunt voor de komende planperiode, in 2021 is hier reeds mee gestart Verstopte huisaansluitingen: De afgelopen planperiode is regelmatig geconstateerd dat er onduidelijkheid bestaat over de werkwijze rondom verstopte huisaansluitingen. In het geval de perceeleigenaar onderzoekskosten heeft gemaakt voor het inzichtelijk maken van een verstopping op gemeentegrond worden deze tot een maximum van EUR 250,00 vergoed. De Rioolaansluitverordening gemeente Stichtse Vecht 2015 gaan we aanpassen, na vaststelling van het GRP
Samenwerking
2.4
De gemeente neemt deel aan twee samenwerkingsverbanden; ISARIZ en Netwerk Water en Klimaat (opvolger van Winnet). Binnen deze samenwerkingen is deelgenomen aan de volgende gezamenlijke projecten: • Water en klimaat: Ecoscans (2018 en 2021): voor de resultaten en het gebruik van de ecoscans zie -
-
paragraaf 2.2 Deelname H2gO: H2gO is een watermanagementsysteem waarmee monitoring, beheer en sturing van waterobjecten op afstand mogelijk is. Een van de onderdelen hiervan is een telemetriesysteem voor de gemalen en overstoren. Stichtse Vecht is toegevoegd aan de regionale hoofdpost Opstellen Regionale Adaptatie Strategie incl. uitvoeringsprogramma
12/53
Kenmerk
•
2.5
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Opstellen Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht
Opstellen Handreiking gevolgenbeperking ISARIZ: Handboek oppervlaktewater -
Handboek dijkenbeheer Grondwatermeetnet (betrouwbaarheid is verbeterd) Kwetsbaarheid van de organisatie met betrekking tot de watertaken inzichtelijk gemaakt
-
Regionale risicodialogen met het oog op ruimtelijke adaptatie
Financiën
In afwijking op het GRP is alleen in 2020 een stijging (bovenop de indexatie) van de rioolheffing doorgevoerd. Daarmee is de rioolheffing per 1 januari 2021 lager dan was voorzien. De stand van de voorziening riolering is per 1 januari 2021 circa EUR 10,4 mln. dit is aanzienlijk hoger dan de beoogde stand van EUR 6,4 mln. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat veel (vervangings)maatregelen niet zijn uitgevoerd. Daarnaast is ook minder uitgegeven aan het dagelijks beheer en onderhoud. Hierover hebben we de raad geïnformeerd bij bestuursrapportages en de jaarstukken van de verschillende jaren.
13/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
3 Ambities en doelen Dit hoofdstuk beschrijft de ambities en doelen die wij willen bereiken. Hierbij is eerst ingegaan op de algemeen geldende doelen en invulling van de zorgplichten, die vervolgens zijn geconcretiseerd per thema.
3.1
We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten
De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). Afvalwater Vanuit de Wet Milieubeheer (artikel 10.33) heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transporteren van afvalwater. We houden hierbij vast aan de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater zoals opgenomen in artikel 10.29a Wm. Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater a. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt b. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt c. d. e. f. g.
Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) getransporteerd Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d. wordt hergebruikt (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt als stedelijk afvalwater 1 ingezameld en naar een RWZI getransporteerd
In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd en worden onderhouden volgens het beheerplan zoals beschreven in voorliggend GRP. Wij behouden hierbij de eigen verantwoordelijk voor het voorkomen van nadelige gevolgen van de lozingen. In geval van tussentijdse wijzigingen van riooloverstorten en/of nooduitlaten melden wij dit aan HDSR dan wel AGV en geven we aan welke gevolgen wij verwachten voor het oppervlaktewater en onderbouwen dit met een recente berekening.
1
Stedelijk afvalwater is ‘huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.’
14/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Hemelwater Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben wij de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de perceeleigenaar ligt. De perceeleigenaar draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is (te hoge grondwaterstand en/of slechte infiltratiecapaciteit van de bodem), nemen wij de zorgplicht op een doelmatige manier over. Onze visie op verantwoordelijkheden hemelwater De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het afstromend hemelwater op eigen terrein. Als wij redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kunnen eisen dat het hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen, zorgen wij voor een geschikte voorziening voor de afvoer van het hemelwater, mits dit op een doelmatige manier kan.
Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer (projectontwikkelaar, particulier of gemeente) verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van het hemelwater en het hydrologisch neutraal houden van de ruimtelijke ontwikkeling. Onder nieuwbouw verstaan we zowel, uitbreidingen als inbreidingslocaties en aanbouw aan bestaande bouw. Bij nieuwbouw moet de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater aanbieden (bij voorkeur ondergronds). In gebieden met drukriolering en bij gebruik van een IBA moet de perceeleigenaar het hemelwater op eigen perceel zelf verwerken. Conform afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht moeten initiatiefnemers bij nieuwbouw tenminste 50 mm hemelwater op eigen terrein of in daarvoor bestemde (extra) voorzieningen in het plangebied verwerken (infiltreren, vasthouden en/of bergen). We passen onze verordening hier op aan.
Grondwater In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend karakter hebben De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervullen. Gemeente, particulier, waterschap en provincie behouden dus ieder hun eigen verantwoordelijkheid. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden.
15/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Onze visie op verantwoordelijkheden voor grondwater Verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar: •
De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het tegen gaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen
•
De eigenaar moet zelf zorgen, volgende de bouwregelgeving, dat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain vochtdicht zijn
Verantwoordelijkheden provincie, HDSR en waterschap AGV: • •
De provincie Utrecht, HDSR en waterschap AGV verlenen allen vergunningen voor grondwateronttrekkingen HDSR en waterschap AGV beheren daarnaast het oppervlaktewaterpeil, dit beïnvloedt lokaal de grondwaterstanden.
Verantwoordelijkheden gemeente: • •
Wij vervullen de regierol en zijn in die hoedanigheid eerste aanspreekpunt Treffen van maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand en indien het treffen van maatregelen doelmatig is
Overig Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied geven wij hier samen met HDSR en waterschap AGV actief sturing zeker voor wat betreft de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater in relatie tot het watersysteem. Als gemeente onderschrijven we de gezamenlijke afspraken uit ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’. We spannen ons in om de gestelde doelen binnen projecten (reconstructie en nieuwbouw) te verwezenlijken. Voor nieuwbouwprojecten aangesloten op de riolering, voegen we een bergingseis van 50 mm toe. De afspraken zijn opgenomen als bijlage 2. Wij streven naar doelmatigheid en het treffen van doelmatige maatregelen. Wij verstaan hier het volgende onder: Inspanningen en uitgaven dragen daadwerkelijk bij aan de realisatie van het beoogde doel en de kosten staan in verhouding tot de opbrengsten, zolang de lokale situatie dit toelaat (dit blijft maatwerk). Opbrengsten zijn meer dan alleen financieel (zoals vermeden schadekosten), maar ook de maatschappelijk opbrengsten die niet in geld zijn uit te drukken. Daarnaast maken we een afweging tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen en/of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds.
16/53
Kenmerk
3.2
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Afvalwater
Inzameling en transport afvalwater Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Voor niet-aangesloten percelen in het buitengebied maken we de afweging op basis van de investerings- en beheerkosten. We hanteren hiervoor een afstandsgrens van 40 m¹ tot de bestaande riolering (druk- of vacuümriolering). Bewoners krijgen altijd de mogelijkheid om aan te sluiten op de bestaande riolering, ook als de afstand meer is dan 40 m¹. De kosten voor de aanleg zijn altijd voor rekening van de aanvrager. In onze gemeente hebben we ca. 50 units IBA’s. Als gemeente hebben we beheerafspraken met de waterschappen, in hoofdlijnen betekent dit dat de waterschappen voor het onderhoud verantwoordelijk zijn en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de vervanging van IBA’s. De komende planperiode zullen we als gemeente nadere afspraken maken met de waterschappen over de toekomstvisie rondom IBA’s. Belangrijk aandachtspunt hierbij is de verdeling van het beheer (onderhoud vs vervanging) en hoe dat geoptimaliseerd kan worden. Voor de percelen die op dit moment een ontheffing hebben kunnen nieuwe inzichten (verandering in hoeveelheid en/of samenstelling afvalwater, of wanneer het maatschappelijk haalbaar is om het perceel aan te sluiten) zorgen voor het intrekken van de ontheffing.
Uitgangspunt is dat wij afvalwater afzonderlijk van hemel- en grondwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI tenzij: 1. Er (nog) geen aanleiding is om de bestaande gemengde riolering te vervangen 2. Het technisch niet mogelijk is qua ruimte, ondergrond, grondwaterstand en/of bebouwing 3.
Het niet doelmatig is
Schoon hemelwater houden wij hierbij zoveel mogelijk lokaal vast en brengen wij terug in bodem of oppervlaktewater, zie verder de afkoppeldoelstellingen onder hemelwater (paragraaf 1.3). Bij nieuwbouwlocaties kiezen wij voor het toepassen van duurzame systemen, waarbij het afvalwater en hemelwater gescheiden blijft. Bij nieuwbouw is het PvE leidend. Op basis van voorliggend GRP passen we het PvE en hemelwaterverordening aan, waarmee we de uitgangspunten van ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’ volgen zie verder paragraaf 3.3.2. We houden toezicht op de uitvoering van maatregelen van uitvoering tot oplevering en hebben hiervoor voldoende capaciteit beschikbaar. Verwerking afvalwater bedrijven in het buitengebied (Agrarische) bedrijven dienen te voldoen aan het Activiteitenbesluit. De algemene systematiek van het Activiteitenbesluit luidt: •
Lozen in de bodem, op oppervlaktewater en hemelwaterriool is verboden, tenzij expliciet toegestaan
17/53
Kenmerk
•
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Lozingen op het vuilwaterriool zijn toegestaan onder voorwaarden van de zorgplicht, tenzij verboden
We hanteren bij aanvragen voor nieuwe aansluitvergunningen de volgende voorwaarden: a. b. c.
Elk bedrijf mag maximaal 0,5 m³ per uur afvalwater op de drukriolering lozen Elk bedrijf heeft maximaal één aansluiting op de drukriolering Elk bedrijf heeft een zorgplicht op het voorkomen van afvalwater
d. e.
Bij een aanbod groter dan 0,5 m³ per uur dient het afvalwater op eigen terrein te worden gebufferd Wanneer buffering niet mogelijk is, kan de capaciteit van de drukriolering worden vergroot, of
f.
wordt gezocht naar alternatieve oplossingen. De kosten hiervoor zijn voor rekening perceeleigenaar Het afvalwater is niet schadelijk voor het rioleringssysteem
Voor bestaande aansluitvergunningen gelden de bovenstaande voorwaarden ook, tenzij iets anders is opgenomen in de aansluitvergunning. Incidentenbeheersing Binnen de samenwerking Netwerk Water en Klimaat is een gezamenlijk incidentplan riolering voor de gehele gemeente opgesteld. Hierin is opgenomen hoe te handelen in geval van calamiteiten in relatie tot de riolering. Afhandeling van incidenten vindt plaats conform het incidentenplan. Wij houden dit plan actueel en het plan is afgestemd met het calamiteitenplan Stichtse Vecht.
3.3
Hemelwater
3.3.1 Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering Wij zien klimaatadaptatie als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is ondoelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om toch te anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast als gevolg van hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen als oplossingsniveau voor het teveel aan water, maar ook de bovengrondse mogelijkheden meenemen in een integrale aanpak. Voor de invulling van klimaatadaptatie sluiten wij aan bij de ‘Regionale Adaptatie Strategie regio Utrecht Zuidwest’ (RAS) en de ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’. Deze zijn vertaald naar concrete maatregelen (hoofdstuk 4). We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: 1. In 2050 is de openbare ruimte zo ingericht dat een bui van 70 mm in één uur niet leidt tot niet acceptabele wateroverlast. Bij vitale en kwetsbare functies geldt dit voor een bui van 90 mm in één uur
18/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
2.
Voor het bepalen van de mate van acceptatie van wateroverlast hanteren we de beslisboom
3.
‘knelpunten water op straat situaties’ van Netwerk Water en Klimaat (zie bijlage 3 en tabel 3.1 en 3.2) Maatregelen die bijdragen aan de vermindering van risico’s als gevolg van andere klimaateffecten hebben de voorkeur (zie paragraaf 3.6)
Tabel 3.1 gradaties water op straat Gebeurtenis
Omschrijving
Hinder
Kortdurende periode (<2 uur) van water op straat geen
Voorbeeld
materiële schade en een beperking voor verkeer in woonstraten/bedrijventerreinen
Ernstige
Forse hoeveelheden water op straat (>2 uur),
hinder
opdrijvende putdeksels, geen materiële schade. Ernstige beperking voor verkeer en woonstraten/bedrijventerreinen. Beperking voor verkeer op hoofdverkeerroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.
Overlast
Water in woningen of winkels, materiële schade en een ernstige beperking van het verkeer op hoofdverkeersroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.
Tabel 3.2 omvang water op straat Omvang
Omschrijving
Beperkt
Slechts enkele panden en/of minder dan ca. 10 personen zijn betrokken
Redelijk
Een hele straat en/of tussen 10 en 100 personen zijn betrokken
Groot
Meerdere straten en/of meer dan 100 personen zijn betrokken
19/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Handelingsperspectief Op basis van de nog uit te voeren gedetailleerde maaiveldanalyse en impactanalyse bepalen we de ernst en omvang van de wateroverlast en de eventueel benodigde maatregelen. Voor bepalen van het uitvoeren of uitstellen van maatregelen hanteren wij het beslisschema (bijlage 3), de keuze is afhankelijk van: 1. De ernst van de problematiek (hinder, ernstige hinder, of overlast) 2. De omvang van de problematiek (beperkt, redelijk of groot) 3. 4.
De mate waarin het probleem zich voordoet (kans op herhaling), en De doelmatigheid van de maatregelen (kosten-baten analyse)
In het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie signaleren gemeenten urgente probleemsituaties uit stresstesten en risicodialogen. Knelpunten als gevolg van klimaatverandering kunnen ook aanleiding geven tot het nemen van maatregelen. Indien wij een knelpunt als urgent bestempelen, nemen wij direct maatregelen. Wanneer bij een knelpunt niet direct maatregelen nodig zijn, koppelen we de werkzaamheden mee aan de integrale planning. Naast de technische staat van de riolering en urgente knelpunten, kunnen meldingen van bewoners ook aanleiding geven tot het nemen van maatregelen. Het bepalen van passende maatregelen voor het functioneren van de riolering maken we op basis van meldingen, de resultaten van het BRP 2020 en de wateroverlast impactanalyse. 3.3.2 Duurzame omgang met hemelwater Conform het huidig beleid blijven we de voorkeursvolgorde voor waterkwantiteit (vasthouden bergen - afvoeren) en waterkwantiteit (schoonhouden - scheiden - schoonmaken) hanteren. Dit geldt zowel voor onze openbare inrichting als voor particuliere percelen. In de volgende paragrafen is aangegeven hoe wij hier invulling aan geven, rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Voor het afkoppelen van hemelwater op oppervlaktewater is het beslisschema van Winnet ‘Beslisschema Directe Afvoer Regenwater op open water’ leidend (bijlage 3).
Inrichting openbare ruimte Voor de openbare ruimte geven we op de volgende manier invulling aan de voorkeursvolgorde: • • • •
Vasthouden: afvoer van hemelwater voorkomen, door bijvoorbeeld het niet verharden van de openbare ruimte toe te passen Bergen: capaciteit bieden voor het tijdelijk vasthouden en bergen van hemelwater op maaiveld Afvoeren naar oppervlaktewater: als punt 1 en 2 redelijkerwijs niet toe te passen zijn dan hemelwater vertraagd afvoeren naar het oppervlaktewater Afvoeren naar riolering: Als afvoer naar het oppervlaktewater niet mogelijk of wenselijk is, dan volgt afvoer naar de riolering
We nemen het afkoppelen van riolering mee bij iedere reconstructie en hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:
20/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
•
Gelijktijdig met vervanging van gemengde riolering koppelen we het hemelwater af door de
•
aanleg van een gescheiden stelsel. Waarbij geldt ‘afkoppelen tenzij…’ Alleen in complexe situaties (zoals in oude en/of smalle straatjes waar te weinig ruimte is voor de aanleg van een gescheiden systeem) overwegen we op basis van doelmatigheid het
• •
gemengde systeem te behouden We accepteren hierbij een geleidelijke ombouw naar gescheiden inzameling en transport. In gebieden kwetsbaar voor droogte passen we waar mogelijk het rioleringssysteem hier op
•
aan door bijvoorbeeld het toepassen van een DIT-riool 2 Gelijktijdig met werkzaamheden in de openbare ruimte stimuleren we perceeleigenaren van aangrenzende percelen om een evenredige bijdrage te leveren in het vasthouden en
•
scheiden van schoon hemelwater We stimuleren perceeleigenaren om af te koppelen middels de subsidieregeling en de aanleg van groene daken (zie verder onder ‘bestaande woningen’)
•
Afkoppelen mag niet leiden tot het afvoeren van verontreinigd hemelwater naar oppervlaktewater (zie bijlage 3 voor het beslisschema). Ditzelfde geldt voor infiltratie van verontreinigd hemelwater in waterwingebieden. Als dit het geval is kijken we of bronmaatregelen mogelijk zijn, anders koppelen we niet af
Voor de inrichting van de openbare ruimte hanteren we de volgende uitgangspunten en afwegingskaders: • Bestaande riolering toetsen wij op een bui T=2 (19,8 mm in één uur). De toetsing van de afvoercapaciteit van de riolering vindt plaats op basis van berekeningen uit het BRP • •
Nieuwe riolering ontwerpen wij op een bui T=2 van de toekomst (19,8 mm + 10 % in één uur) Extreme neerslag zien wij als een gebiedsopgave waarbij de openbare ruimte met inbegrip van de riolering en particuliere percelen geen wateroverlast (zie tabel 3.1) optreedt bij een bui van 70 mm in één uur. Voor vitale en kwetsbare functies in de gemeente geldt dat er geen wateroverlast optreedt bij een bui van 90 mm in één uur. Hierbij sluiten we aan bij de RAS en is voor nu de stip op de horizon, met verdiepende stresstesten in het SSW 3 gaan we bepalen
• •
wat de risico’s voor onze gemeente zijn. De resultaten werken we uit in een uitvoeringsplan, laten we de volgende planperiode vaststellen Wij kiezen ervoor maatregelen die niet urgent zijn uit te stellen ten behoeve van een integrale aanpak Bij voorkeur treffen we hierbij maatregelen die niet alleen wateroverlast tegengaan, maar ook meerwaarde hebben voor het tegengaan van hitte- en droogteproblematiek, het vergroten van de leefbaarheid, biodiversiteit, bewustwording et cetera
2
DIT-riool is een Drainage Infiltratie Transport riool. Met een DIT-riool worden de hoogste en laagste pieken van de grondwaterstand als het ware afgevlakt dit ter voorkoming van grondwaterlast Het SSW is de opvolger van het basisrioleringsplan (BRP). Het SSW beschrijft alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren hiervan, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen. Het gaat om het systeem functioneren, ofwel de samenhangende riolerings-, oppervlaktewater- en grondwatersystemen en -voorzieningen in de bebouwde omgeving in beheer bij gemeente, bewoners, bedrijven en waterschap. Niet uitsluitend gebaseerd op modelsimulaties, maar ook op beschikbare metingen, meldingen, klachten, ervaringen en inspectie- en andere onderzoeksresultaten.
3
21/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
•
Voor het vasthouden en bergen van hemelwater in stedelijk gebied hebben groene
•
maatregelen de voorkeur. Dit draagt tevens bij aan het voorkomen van droogte en het tegengaan van hitte Onze vitale objecten en infrastructuur, zoals gemalen, zijn waterrobuust ingericht om uitval te voorkomen (uitval ten gevolg extreme neerslag)
Om bovenstaande integraal in onze planning op te nemen werken we in ‘projectblokken’ die in de regel een omvang hebben van een deel van een straat tot een hele buurt. Vaak is een slechte technische staat van riolering de aanleiding om een blok in de integrale planning op te nemen, maar dit kan ook bijvoorbeeld een verkeerskundige aanpassing of woningbouw zijn. Ook de urgente locaties die naar voren komen uit stresstesten en risicodialogen kunnen hier aanleiding toe zijn. Hierin is, conform de Regionale Adaptatiestrategie, het uitgangspunt dat wij meer doen dan alleen vervanging van objecten die in slechte staat verkeren, maar het gehele gebied verbeteren, zodat deze voldoet aan voorschriften klimaatrobuuste openbare ruimte. We zoeken hiervoor cofinanciering door gebruik te maken van de landelijke ‘Impulsregeling Klimaatadaptatie’. Hierbij hanteren wij de volgende uitgangspunten voor klimaatadaptatie: • Waar mogelijk hemelwater van de afvalwaterketen scheiden (afkoppelen) • In de bovengrondse ruimte op zoek gaan naar mogelijkheden om maatregelen te
• •
implementeren die water vasthouden, bergen, droogte voorkomen, hittestress voorkomen en een positieve bijdrage leveren aan bewustwording en biodiversiteit Een inspanningsbijdrage van de eigenaren van de aangrenzende percelen vragen. Om deze inspanning te versnellen kunnen perceeleigenaren gebruik maken van de subsidieregeling Als door middel van voorgaande uitgangspunten een gebied onvoldoende klimaatadaptief is, overwegen we extra capaciteit in de riolering te creëren. Deze maatregel heeft echter niet de voorkeur
Bestaande woningen We stimuleren inwoners actief in het bijdragen aan de voorkeursvolgorde vasthouden - bergen afvoeren voor hemelwater. We communiceren hier niet alleen over het afkoppelen van hemelwater, maar ook over het ontstenen en vergroenen van de particuliere buitenruimte. Bij uitvoering van projecten in de openbare ruimte betrekken wij bewoners actief voor het bovengronds afkoppelen van de voorzijde van de woningen. Sinds 2016 hebben we een ‘verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater gemeente Stichtse Vecht 2016’ (hierna: hemelwaterverordening). Deze verordening heeft tot doel om zoveel mogelijk hemelwater en grondwater op het particuliere perceel vast te houden. Hierdoor voorkomen we wateroverlast en riooloverstorten én, in het geval van gemengde- of vuilwaterriolering, voorkomen we dat we het schone hemelwater transporteren naar de RWZI. In 2019 heeft de raad de ‘subsidieregeling afkoppelen hemelwater aanleg groene daken’ (hierna: subsidieregeling) vastgesteld. Hiermee stimuleren we particulieren en bedrijven om het hemelwater af te koppelen van het gemengde- of vuilwaterriool en groene daken aan te leggen.
22/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Bij vaststelling van de subsidieregeling is besloten om vooralsnog geen gebiedsaanwijzing op basis van de hemelwaterverordening toe te passen. We zetten in op het stimuleren, in plaats van het verplichten, van particulieren en bedrijven. De eerste drie jaren van de subsidieregeling (2020-2022) gelden als pilotjaren om te bepalen of de regeling voldoende effectief is om inwoners te stimuleren. In 2022 evalueren we de subsidieregeling en bepalen we hoe we, vanaf 2023, een vervolg geven aan de subsidieregeling. (Vooruitlopend op deze evaluatie hebben we in het GRP wel gerekend met een verlenging van de regeling tot en met 2026.) De effectiviteit van de subsidieregeling bepalen we op basis van het gebruik (hoeveel m² is afgekoppeld en hoeveel m² groene daken zijn aangelegd), in combinatie met het behalen van de ambities om wateroverlast te voorkomen. Indien de subsidieregeling onvoldoende effectief blijkt kunnen we alsnog overwegen om over te gaan tot verplichting door middel van een gebiedsaanwijzing op basis van de hemelwaterverordening. Nieuwbouw woningen Met nieuwbouw bedoelen we zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties, en aanbouw aan bestaande bouw. Voor nieuwbouw geldt een volledige gescheiden inzameling en verwerking van het afval- en hemelwater. Wij hanteren hier conform ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’ de volgende uitgangspunten: •
Ieder perceel verwerkt 50 mm (range tussen 40-70 mm) neerslag (infiltreren, vasthouden en/of bergen) in een eigen voorziening of in een daarvoor bestemde (extra) voorzieningen in het plangebied
• •
De voorziening voert de eerste 24 uur alleen vertraagd af (dus geen leegloop) De voorziening is in maximaal 60 uur weer volledig beschikbaar (range 48-60 uur)
Deze uitgangspunten worden vastgelegd in een hemelwaterverordening. Daarnaast houden we bij nieuwbouw een bouwpeilhoogte van 30 cm boven het hoogste straatniveau aan. Bij inbreidingslocaties zal dit niet altijd mogelijk zijn. In deze situaties kan hier gemotiveerd op worden afgeweken, dit blijft maatwerk.
3.4
Grondwater
In 2019 hebben wij ons grondwaterbeleid vastgelegd in het ‘Grondwaterbeleidsplan Stichtse Vecht’. In het GRP sluiten we aan bij dit beleid en geven we hier nader invulling in de vorm van maatregelen. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn in het GRP opgenomen, voor nadere onderbouwing en/of toelichting verwijzen we naar het grondwaterbeleidsplan. Voor structurele nadelige gevolgen maken we onderscheid in grondwateroverlast en grondwateronderlast. We hanteren hier de volgende definities voor: 1. Grondwateroverlast: wanneer de grondwaterstand in minimaal 3 jaren in een periode van 5 jaar, langer dan 30 aaneengesloten dagen per jaar, hoger is dan de gewenste grondwaterstand volgens de ontwateringscriteria en de gebruiksfunctie van het openbare gebied of van particuliere percelen wordt aangetast
23/53
Kenmerk
2.
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Grondwateronderlast: Wanneer de grondwaterstand voor ten minste 3 opeenvolgende jaren, langer dan 30 dagen per jaar (cumulatief) lager is dan het bovenste funderingshout 4 in de directe omgeving en uit projectmatig onderzoek blijkt dat de gebruiksfunctie hierdoor wordt aangetast
Bij geplande rioolvervangingsprojecten bepalen we in hoeverre er maatregelen noodzakelijk zijn om grondwateroverlast en/of -onderlast te verhelpen of in de toekomst te voorkomen. Hierbij houden we rekening met de mogelijkheid dat de oude riolering mogelijk drainerend werkt en dat de grondwaterstanden kunnen stijgen als gevolg van de nieuwe (dichte) riolering. Ook bepalen we, op basis van archiefonderzoek naar funderingsgegevens, in hoeverre grondwateronderlast daadwerkelijk aan de orde is. Indien doelmatig geven we invulling aan de inspanningsverplichting om structureel nadelige gevolgen te voorkomen. In paragraaf 3.1 onder overig is opgenomen wat wij onder doelmatig verstaan. Drooglegging en ontwateringsdiepte We hebben een minimaal gewenste ontwateringsdiepte vastgesteld en maken hierbij verschil tussen gebieden met een ruime drooglegging 5 (meer dan 1,0 m¹) en gebieden met een geringe drooglegging (in het stedelijk gebied heeft naar schatting meer dan 90% een ruime drooglegging). We hanteren hier de volgende ontwateringscriteria: 1.
2.
Gebieden met een ruime drooglegging (meer dan 1,0 m¹) hanteren we de landelijke ontwateringscriteria: Wegen: 0,7 m¹ Woningen met kruipruimte: 0,70 m¹ Tuinen en plantsoenen: 0,5 m¹ In bestaande gebieden met een drooglegging (kleiner dan 1,0 m¹) streven wij in het openbare gebied naar een grondwaterpeil gelijk aan het oppervlaktewaterpeil met een maximale overschrijding van 25 cm.
Bronnering De beide waterschappen en de provincie zijn bevoegd gezag voor de tijdelijke grondwateronttrekkingen (onder andere tijdens bouwwerkzaamheden). Bij lozing van het bronneringswater op de riolering, moeten wij hiervoor toestemming geven en houden we hier toezicht op vanuit ODRU. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van bronneringswater: 1. 2. 3.
Voorkomen van bronneringswater Retourbemaling in de grond Lozing op het oppervlaktewater
4. 5.
Lozing op hemelwaterriolering lozing op vuilwaterriolering
4
Zolang de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 meter als signaleringswaarde gebruikt. Het criterium kan aangepast worden als informatie over de actuele staat van de funderingen bekend is. Ontwateringsdiepte is het verschil tussen de grondwaterstand en het maaiveld, drooglegging is de afstand tussen de gemiddelde maaiveldhoogte en het waterpeil in sloten en watergangen.
5
24/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Voor lozingen van bronneringswater op de riolering hanteren wij dat de totale hoeveelheid van de lozing(en) maximaal 10 % van de gemaalcapaciteit mag zijn. Wij beoordelen de toe te passen methode pragmatisch, waarbij wij effectiviteit en kosten tegen elkaar afwegen.
3.5
Oppervlaktewater
Samen met de waterschappen streven we naar een goede kwaliteit van het oppervlaktewater. Binnen beide beheersgebieden zijn inventarisaties naar de ecologische toestand uitgevoerd. Voor de KRW-lichamen zijn factsheets opgesteld waaruit de huidige beoordeling blijkt, in de factsheets zijn tevens maatregelen opgenomen die zouden moeten zorgen voor een verdere verbetering van de waterkwaliteit. Het behalen van de doelen valt onder verantwoordelijkheid van het rijk. Daar waar mogelijk dragen we als waterschappen en gemeente bij, bijvoorbeeld door middel van natuurlijke overgangen tussen land en water. Ook voor het overig water zijn doelen gesteld. In veel gevallen voldoen we nog niet aan de ambitie. Dit komt vaak door de belasting van nutriënten, daarnaast is soms het organisch materiaal nog te hoog en ook aan de inrichting van de waterlichamen is nog werk te verrichten. Klimaatverandering zet toenemende druk op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Zo ontstaan door warme periodes risico’s op blootstelling aan ziekteverwekkers zoals blauwalg (warm water met voldoende voedingsstoffen zorgen voor blauwalgenbloei (en groei).
Als gemeente hebben we ons in het Regionaal Afvalwaterketenbeleid (HDSR gebied) gecommitteerd aan de doelstelling om de kwaliteit van het stedelijk oppervlaktewater in 2027 te voldoen aan de minimale kwaliteit Zichtbaar 6, maar overwegen ook maatregelen als er potentie is voor hogere kwaliteit. De komende periode willen we samen met de waterschappen een meerjarenplan voor het verbeteren van de waterkwaliteit opstellen. Hierbij houden we rekening met de beleving van het water. In overleg zullen we haalbare en betaalbare maatregelen bepalen en die ook samen tot uitvoering brengen. Waarbij we rekening houden met het maximaal haalbare per watersysteem en een stip op de horizon zetten; het verbeteren van de waterkwaliteit vergt namelijk veel geduld en uithoudingsvermogen. Daarom is het belangrijk om realistische doelen voor de korte en lange termijn te stellen. Als nulmeting van de huidige situatie nemen we de uitgevoerde inventarisaties die in beide beheersgebieden zijn uitgevoerd, zie bijlage 5. Eén van de maatregelen voor het bereiken van een goede waterkwaliteit is het periodiek baggeren. In 2020 is het baggerplan opgesteld waarin beschreven is op welke wijze we baggeren. Het plan heeft een looptijd van 10 jaar waarin alle watergangen één keer gebaggerd zijn.
Gebieden zijn op basis van de onderhoudsbehoefte zo veel mogelijk geclusterd, waardoor de hinder voor de omgeving beperkt wordt. Waar mogelijk voeren we baggerwerkzaamheden samen met de waterschappen uit.
6
Zie voor de ambitie waterkwaliteit ook het Regionaal Afvalwater Beleid (RAB van Water en Klimaat) of de criteria die volgen vanuit de ecoscans (https://netwerkwaterenklimaat.nl/thema/stedelijk-water-0/ecoscans/)
25/53
Kenmerk
R001-1281300GBV-V06-ssc-NL
Voorkomen vuilemissies gemengde riolering Daarnaast werken wij samen met de waterschappen werken wij aan het behalen van de KRWdoelstellingen op het gebied van waterkwaliteit en oppervlaktewater en bepalen gezamenlijk voor welke maatregelen de gemeente verantwoordelijk is. Wanneer zich waterkwaliteitsknelpunten voordoen, oordelen we samen met de waterschappen, als waterbeheerders, over de noodzaak voor het treffen van maatregelen. Dit kunnen zowel maatregelen aan riolering, mechanische installaties of maatregelen in de openbare ruimte zijn. Wij toetsen hierop door het periodiek (iedere 10 jaar) berekenen van het milieutechnisch functioneren van de riolering in het BRP en door deelname aan de ecoscans in regionaal verband (iedere 3 jaar). De ecoscan laat het verschil zien tussen de potentiële- en werkelijke waterkwaliteit. We dragen bij aan het signaleren van negatieve gevolgen van riooloverstorten op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Binnenkomende meldingen met betrekking tot waterkwaliteit registreren en classificeren we en zetten we door naar het betreffende waterschap. Waar noodzakelijk onderzoeken we de oorzaak. Daarnaast maken we gebruik van de gegevens beschikbaar uit meten en monitoring en de periodieke berekeningen uit het BRP.
Beheer oppervlaktewater Daar waar wij de eigenaar of onderhoudsplichtige (tertiaire watergangen waar wij aangelanden zijn), zijn voor het oppervlaktewater onderhouden wij de watergangen en duikers. Voor de watergangen in AGV-gebied voeren we het beheer uit conform het handboek oppervlaktewater. In het HDSR-gebied volgen we de afspraken die zijn gemaakt bij de overdracht stedelijk waterbeheer. Alle duikers zijn opgenomen in ons beheersysteem. Waar mogelijk dragen we bij aan het verkrijgen en/of behouden van schoon water en voldoende ontvangst- en afvoercapaciteit. Voor emissies van afvalwater via de overstorten zijn hierin de emissieafspraken met de waterschappen leidend. Voor hemelwater gaan we uit van het beslisschema directe afvoer naar openwater (bijlage 3).