1. Concept Integraal Huisvestingsplan 2024 - 2043.pdf
Tekst van het document
2015
84,0
Het Kompas
2023
96,0
WereldKidz Bolenstein
2023
96,0
S.G. Broecklandcollege
2024
96,0
De quickscan leidt tot een advies voor de vervangingstermijn, ofwel het ‘natuurlijke vervangingsmoment’ van een schoolgebouw. Daarbij worden de verantwoordelijkheden van de gemeente en de schoolbesturen afgestemd. Het natuurlijke vervangingsmoment voor schoolgebouwen is cruciaal omdat het van belang is dat bij ingrepen ((ver)nieuwbouw of renovatie) alle thema’s integraal aangepakt kunnen worden. Immers, bijvoorbeeld een energieneutraal gebouw dat onderwijskundig niet geschikt is, is een ongeschikt schoolgebouw. De quickscanscores zijn input voor de opgavenontwikkeling. Bij het besluit tot vervanging middels (ver)nieuwbouw/renovatie is bij de opgavenontwikkeling ook gekeken naar de afwegingscriteria. Partijen kunnen ook besluiten om op elementniveau (bijvoorbeeld binnenmilieu) los van het natuurlijke vervangingsmoment te investeren.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Schoolnaam De Pionier
Pagina 19 van 55
4.4.1 Maarssenbroek In Maarssenbroek bevinden zich 12 scholen voor het primair onderwijs (waaronder 2 dislocaties), 1 school voor speciaal basisonderwijs en 3 scholen voor voortgezet onderwijs. Maarssenbroek Schoolbestuur Stichting Pastoor Ariens Stichting Pastoor Ariens Stichting Pastoor Ariens Stichting Pastoor Ariens WereldKidz WereldKidz WereldKidz WereldKidz Gewoon Speciaal Onderwijs Vechtstreek en Venen Vechtstreek en Venen Vechtstreek en Venen Stichting Monton Stichting VO de Vechtstreek PCOU/Willibrord Stichting Utrecht PCOU/Willibrord Stichting Utrecht
School De Wilde Wingerd De Kameleon – Kamelenspoor De Kameleon – Duivenkamp Franciscusschool WereldKidz Duivenkamp WereldKidz Bontenest WereldKidz Triangel WereldKidz Fazantenkamp De Kristal De Zilvermaan – Bloemstede De Zilvermaan – Fazantenkamp1 J.C. van der Walschool Montessori Mozaïek Rientjes MAVO Niftarlake College Niftarlake College 152 (discl)
BRIN 12SR00 12ZG00 12ZG01 11QB00 11YR00 06PB00 13MO00 13YR00 01JW00 11CL00 12AE00 12JL00 15QM01 11HX00 03OY00 03OY01
Sector PO PO PO PO PO PO PO PO SBO PO PO PO PO VO VO VO
Aantal leerlingen (2024) 218 96 112 298 387 186 148 184 110 85
Figuur 8: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
209 146 413 1.360 299 4.251
Tabel 6: Overzicht onderwijslocaties Maarssenbroek. 1 De Zilvermaan locatie Fazantenkamp is sinds begin 2024 niet meer in gebruik.
In de wijk Maarssenbroek heerst er op dit moment (op papier) een ruimteoverschot van ca. 2.300 m2 bvo. Gezien de geprognosticeerde groei in het aantal leerlingen van ruim 430 leerlingen (ca. 20%) zal dit overschot naar verwachting in 2044 volledig benodigd zijn voor het primair onderwijs. Gezien het grote aantal basisscholen in deze wijk (12) is het huidige capaciteitsoverschot versnipperd en hebben enkele scholen alsnog te maken met een ruimtetekort. Middels clustering, (ver)nieuwbouw en renovatie dient er toegewerkt te worden naar een efficiënte en logische spreiding van het basisonderwijs binnen de wijk Maarssenbroek. Voor het Voortgezet Onderwijs is er op dit moment een overschot van ca. 1.700 m2 bvo verdeeld over 3 onderwijslocaties. Volgens de prognoses zal het aantal leerlingen tussen 2024 en 2044 met ca. 12% stijgen (van 2072 naar 2312 leerlingen). Door deze stijging zal de beschikbare ruimte vrijwel volledig ingezet worden. Ook het gespecialiseerd onderwijs heeft te maken met een stijgend aantal leerlingen.
Figuur 9: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het VO (2024, cf. Pronexus 2022).
Figuur 10: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het gespecialiseerd onderwijs (2024, cf. Pronexus 2022).
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 20 van 55
Scenario-ontwikkeling Het scholen landschap VO scholen is goed en compleet. In de komende jaren zal er veel veranderen (leerling prognoses, ontwikkelingen Utrecht, samenwerking schoolbesturen). Deze veranderingen pleiten voor meer samenwerking tussen de VO scholen binnen gemeente Stichtse Vecht. Afhankelijk van de samenwerking met andere schoolbesturen is er andere huisvesting nodig (solitair versus campus vorming). Voor zowel Maarssenbroek en Breukelen dient er een verkenning opgestart te worden (0-5 jaar) die aangeeft wat er wel/niet mogelijk is qua bredere ontwikkelingen. Dit dient in samenspraak met stedenbouw en ruimtelijke ordening opgepakt te worden.
•
•
Rientjes Mavo: De school heeft een grote overmaat. Desondanks is het gebouw volledig zelfvoorzienend en vormen de exploitatielasten geen problemen voor het schoolbestuur. Vanuit de inhoud (beleid) wordt verkend of een samenwerking met de overige VO- scholen mogelijk en wenselijk is. Indien de samenwerking en eventuele clustering niet mogelijk is, dan heeft renovatie/verduurzaming in termijn 2 (5-10 jaar) de voorkeur. Met de huidige overmaat zal tevens onderzocht worden of deze inzetbaar is als wissellocatie bij herontwikkeling van andere locaties in Maarssenbroek.
•
WereldKidz Bontenest: Het gebouw is bouwkundig in matige tot slechte staat. De voorkeur gaat uit naar solitaire (ver)nieuwbouw in termijn 1 (0-5 jaar). De verkeerssituatie rondom het perceel is een aandachtspunt en dient in deze ontwikkeling meegenomen te worden.
•
De Kameleon (Kamelenspoor & Duivenkamp): Op papier wordt een overmaat aan ruimte geconstateerd bij De Kameleon – Kamelenspoor. De overmaat wordt echter niet als dusdanig ervaren omdat deze ingezet wordt voor taalklassen. De voorkeur is uitgesproken om, in samenwerking met Stichting Gewoon Speciaal Onderwijs een centrum voor ontwikkeling en zorg te realiseren. Er dient een onderzoek opgestart te worden naar clustering en mogelijke uitbreiding naar een campus met SBO De Kristal en Kameleon Duivenkamp. Het onderzoek dient uitgevoerd te worden in termijn 1 (0-5 jaar), indien de plannen haalbaar en wenselijk geacht worden is het streven de campus te realiseren in termijn 2 (5-10 jaar) op de locatie van De Kameleon – Duivenkamp.
•
SBO De Kristal: SBO De Kristal heeft, met het oog op de aanhoudende groei, de voorkeur uitgesproken om een cluster te vormen met de Kameleon. De Kristal heeft behoefte om dichter bij reguliere scholen te staan en is niet locatie gebonden aangezien de leerlingen vanuit de verschillende wijken naar De Kristal komen. Daarnaast is de verkeersveiligheid rond De Kristal een knelpunt. Er dient een onderzoek naar een clustering en mogelijk uitbreiding tot een campus met De Kameleon (Kamelenspoor & Duivenkamp) opgestart te worden in termijn 1 (0-5 jaar), realisatie in termijn 2 (5-10 jaar). Er zijn echter ook zorgen uitgesproken betreffende het totaal aantal leerlingen van een dergelijke campus (ruim 800 leerlingen). Om deze reden dienen er in het onderzoek ook alternatieven onderzocht te worden. Dit kan zowel een solitaire ontwikkeling voor De Kristal zijn als een clustering met andere schoolbesturen/locaties.
•
WereldKidz Duivenkamp: WereldKidz Duivenkamp is naast de Kameleon Duivenkamp gesitueerd. Ondanks de nabijheid van beide scholen dienen de ontwikkelingen als losse projecten gezien te worden; de eventuele clustering van de Kameleon met De Kristal mag geen (negatieve) invloed hebben op de ontwikkeling van WereldKidz Duivenkamp. De locatie WereldKidz Duivenkamp is een grote, op zichzelf functionerende, locatie. Een aandachtspunt van de vernieuwing is het
Niftarlake College (incl. dislocatie): Stedenbouwkundige verkenning op korte termijn (0 – 5 jaar) naar de (on)mogelijkheden om eventueel te clusteren met Rientjes Mavo en een campus te vormen op de locatie van Niftarlake. De verkenning naar eventuele nieuwe locaties horen hier ook bij. Indien dit niet mogelijk blijkt heeft grondige renovatie incl. uitbreiding de voorkeur (5 – 10 jaar).
De volgende scenario’s zijn besproken betreft het primair en gespecialiseerd onderwijs:
•
De Triangel, de Franciscus school en de J.C. van de Wal school: De Triangel, Franciscus school en de J.C. van de Walschool wensen de huidige samenstelling te behouden. Dit betekent, gelijk aan de beslaande situatie, dat de 3 scholen gezamenlijk op 1 locatie gehuisvest blijven. De voorkeur gaat uit naar vernieuwing van het huidige gebouw in termijn 2 (5-10 jaar). De verkeerssituatie rondom het perceel is een aandachtspunt en dient in deze ontwikkeling meegenomen te worden.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 21 van 55
samenvoegen van de losse gebouwen (nr. 545 en 547). Gezien de urgentie en staat van de gebouwen is de wens om het gebouw begin termijn 2 (5 – 10 jaar) te vernieuwen. De voorbereidingen (en de bijbehorende kredieten) worden waar mogelijk in termijn 1 getroffen/verstrekt.
•
Montessorischool ’t Mozaïek & WereldKidz Fazantenkamp: De scholen ’t Mozaïek en WereldKidz Fazantenkamp zijn op dit moment gevestigd in solitaire gebouwen op hetzelfde terrein (samen met De Zilvermaan, echter wordt dit gebouw niet meer ingezet voor onderwijs). De gebouwen verkeren in matige tot slechte staat en zijn op korte termijn toe aan vervangen. Er dient onderzocht te worden of beide scholen geclusterd (twee scholen onder één dak) vernieuwd kunnen worden. Realisatie dient in termijn 1 (0 – 5 jaar) plaats te vinden.
4.4.2 Maarssen In Maarssen bevinden zich op dit moment 6 scholen voor het primair onderwijs. Maarssen Schoolbestuur
School
Stichting Pastoor Ariens WereldKidz WereldKidz Vechtstreek en Venen Vechtstreek en Venen Vechtstreek en Venen
De Pionier1 WereldKidz Palet WereldKidz Bolenstein Het Kompas Het Kompas (disloc.) De Klaroen
BRIN
12AY00 23EW00 31BJ00 23EX00 23EX01 10MX00
Sector PO PO PO PO PO PO
Aantal leerlingen (2024) 439 210 223 355 n.t.b. 267 1.494
Tabel 7: Overzicht onderwijslocaties Maarssen. 1 Op dit moment wordt er verkend of De Pionier op één of twee locaties nieuwbouw dient te krijgen. In bovenstaand overzicht is uitgegaan van de huidige situatie; één locatie.
• •
De Zilvermaan (Fazantenkamp): Deze locatie is gesloten en kan worden ingezet als wissellocatie. De Zilvermaan (Bloemstede) & De Wilde Wingerd: De gebouwen in Bloemstede verkeren in matige staat. Op basis van technische noodzaak is nieuwbouw in termijn 1 (0-5 jaar) het uitgangspunt. Er dient verkend te worden of de clustering van De Zilvermaan en De Wilde Wingerd mogelijk is en of hier een IKC van gemaakt kan worden.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
In de wijk Maarssen heerst er op dit moment (op papier) een ruimteoverschot van ca. 200 m2 bvo. Gezien de geprognosticeerde groei in het aantal leerlingen van ca. 12% zal dit overschot naar verwachting in 2031 volledig benodigd zijn voor het primair onderwijs. Op dit moment wordt er gekeken naar eventuele uitbreiding van De Pionier (middels een tweede locatie) om de geprognosticeerde stijging in het aantal leerlingen op te vangen. Scenario-ontwikkeling • De Pionier: De Pionier Daalsehoek en Zuilensevecht zijn locaties in ontwikkeling en vallen om die reden buiten het IHP.
•
WereldKidz Palet: Het gebouw is in 2023 intern verbouwd. Gezien de leeftijd van het gebouw is renovatie of (ver)nieuwbouw in termijn 3 (10 – 20 jaar) aan orde.
•
WereldKidz Bolenstein: WereldKidz Bolenstein is samen met het Kompas gehuisvest in het nieuwe Kindcentrum het Harmonieplein. Een verdere aanpassing is niet aan de orde binnen de looptijd van dit IHP.
•
Het Kompas (Harmonieplein): Het Kompas (Harmonieplein) is recentelijk vernieuwd. Een verdere aanpassing is niet aan de orde binnen de looptijd van dit IHP.
Pagina 22 van 55
•
•
Het Kompas Buitenweg (dislocatie): Deze dislocatie van het Kompas Harmonieplein bevindt zich in het gebouw van WereldKidz Palet. De school is in 2023 intern verbouwd en functioneert goed. Gezien de leeftijd van het gebouw is renovatie of (ver)nieuwbouw in termijn 3 (10 – 20 jaar) aan orde. De Klaroen: Het gebouw is onlangs gerenoveerd en uitgebreid met 2 lokalen. De gymzaal is gedateerd. Een aanpassing is niet aan de orde binnen de looptijd van dit IHP. Onderzocht dient te worden (in termijn 1) of de gymzaal op kortere termijn vernieuwd kan worden.
4.4.3 Tienhoven In de kern Tienhoven is één school gevestigd. In lijn met de gestelde ambities wordt er binnen deze kern op dit moment een MFC gerealiseerd om de leefbaarheid van de kern te waarborgen. Deze ontwikkeling heeft echter geen impact op het onderwijs (de school blijft in het huidige gebouw zitten). Het aantal leerlingen blijft de komende jaren naar verwachting stabiel rond de 62. De school heeft voldoende capaciteit om deze leerlingen te huisvesten. Tienhoven Schoolbestuur
School
Vechtstreek en Venen
De Klaroen – Tienhoven
BRIN
Sector
10MX01
PO
Aantal leerlingen (2024)
62 62
Tabel 8: Overzicht onderwijslocaties Tienhoven.
Figuur 11: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
Scenario-ontwikkeling • De Klaroen Tienhoven (dislocatie): De dislocatie van de Klaroen in Tienhoven is tijdelijk in een noodlocatie gevestigd in verband met de bouw van een MFC op de locatie van de school. De nieuwbouw van de MFC heeft geen (kwalitatieve) invloed op de huisvesting van de school. Wel heeft de school recentelijk een nieuw plat dak gerealiseerd. Gezien de huidige staat van het gebouw is vernieuwing op dit moment niet urgent. Het uitgangspunt voor De Klaroen Tienhoeven is renovatie of (ver)nieuwbouw in termijn 3 (10 – 20 jaar).
Figuur 12: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 23 van 55
4.4.4 Breukelen In Breukelen bevinden zich 4 scholen primair onderwijs en 2 scholen voor het voortgezet onderwijs. Breukelen Schoolbestuur
School
Vechtstreek en Venen Vechtstreek en Venen Stichting OBS De Regenboog Stichting VO de Vechtstreek Stichting Kalisto PCOU/Willibrord Stichting Utrecht
De Bijenschans De Schepershoek De Regenboog R.S.G. Broklede Willibrordus S.G. Broeckland College
BRIN
Sector
07XQ00 05MT00 06CO00 11NY00 03UB00 23VD00
PO PO PO VO PO VO
Aantal leerlingen (2024)
108 172 164 1.127 315 428 2.314
Figuur 13: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
Tabel 9: Overzicht onderwijslocaties Breukelen.
In de wijk Breukelen stijgt het aantal leerlingen tussen 2024 en 2044 met ca. 15% (can 759 naar 873). Gezien de huidige (over)capaciteit aan onderwijshuisvesting (ca. 1.340 m2 bvo - 26%) voor het Primair Onderwijs in Breukelen kan deze groei opgevangen worden binnen de huidige onderwijshuisvesting. Deze overcapaciteit kan ingezet worden voor tijdelijke huisvesting of er kan middels clustering/nieuwbouw naar een efficiënter ruimtegebruik toegewerkt worden. Het geprognosticeerde aantal leerlingen op het Voortgezet Onderwijs blijft de komende 20 jaar relatief stabiel, er wordt een totale stijging van ca. 33 leerlingen verwacht (2%). Met de nieuwbouw van het Broeckland College wordt al toegewerkt naar een efficiënt en passend ruimtegebruik. Op dit moment is er voldoende capacitiet voor het VO binnen Breukelen met een overmaat van ca. 750m2 bvo (5%).
Figuur 14: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het VO (2024, cf. Pronexus 2022).
Scenario-ontwikkeling • De Schepershoek: de overmaat wordt niet als dusdanig ervaren, omdat het een inefficiënt gebouw is. Het gebouw kan op basis daarvan niet >20 jaar bestaan. Qua exploitatie is het gebouw wel passend. Uitgangspunt is renovatie/nieuwbouw in de termijn 2 (5-10 jaar). •
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Willibrordus: de overmaat wordt niet als dusdanig ervaren, omdat het een inefficiënt gebouw is. De voorkeur gaat uit naar nieuwbouw in de termijn 2 (5-10 jaar).
Pagina 24 van 55
•
De Bijenschans: de locatie van de Bijenschans is niet ideaal en op basis van de huidige staat van het gebouw is een aanpassing op korte termijn noodzakelijk (0-5 jaar).
4.4.5 Loenen aan de Vecht In Loenen aan de Vecht bevinden zich 3 scholen primair onderwijs. Loenen aan de Vecht
De fysieke ligging van en de overmaat bij de scholen Schepershoek, Willibrordus en Bijenschans leent zich voor een eventuele clustering van 2 of 3 scholen. Deze verkenning dient direct in termijn 1 (0-5 jaar) opgestart te worden. Uitgangspunt bij scenario 1 (clustering) is uitvoering in termijn 2 (5-10 jaar) o Scenario 1; clustering scholen op nader te bepalen locatie. o Scenario 2; solitaire (ver)nieuwbouw/renovatie van de Bijenschans in termijn 1 (0-5 jaar) en Schepershoek en Willibrordus in de tweede termijn (5-10 jaar). •
OBS De Regenboog: de Regenboog heeft een ruime locatie en het gebouw past zeer goed bij het onderwijs. De ambitie is om een Dalton IKC te realiseren in de komende jaren. Op basis van deze ambitie en de huidige staat van het gebouw komt dit gebouw in aanmerking voor renovatie in termijn 1 (0-5 jaar).
Schoolbestuur
School
Stichting Kalisto Vechtstreek en Venen Talent Primair
St. Ludgerusschool Het Podium Graaf Florisschool
BRIN
Sector
03YM00 05QP00 10BE00
PO PO PO
Aantal leerlingen (2024)
199 82 159 440
Tabel 10: Overzicht onderwijslocaties Loenen aan de Vecht.
Cf. de prognoses van Pronexus (2022) zal het aantal leerlingen in Loenen aan de Vecht naar verwachting stijgen tot ca. 490 leerlingen in 2044 (een stijging van ca. 11%). De huidige overmaat in de scholen van ca. 400 m2 bvo wordt daarmee in verloop van tijd grotendeels benut.
R.S.G. Broklede – HAVO/VWO: Het gebouw is verouderd en inefficiënt opgebouwd. Er heerst onduidelijkheid over het daadwerkelijk beschikbare /functionele BVO’s, dit wordt verder uitgewerkt met de gemeente. In de eerste termijn wordt verkend of in de buurt van het Broeckland college ruimte is voor een zogenaamde onderwijsboulevard. Tevens worden de (on)mogelijkheden van een eventuele nieuwe locatie nabij Neyenrode onderzocht. Uitgangspunt is nieuwbouw in termijn 2 (5-10 jaar). Figuur 15: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
•
S. G. Broeckland college: In verband met de nieuwbouw, die in 2024 wordt opgeleverd valt het Broecklandcollege buiten de scope van het IHP. Scenario-ontwikkeling • St. Ludgerus: Het St. Ludgerus is recentelijk aangepast en 4 jaar geleden uitgebreid. Het gebouw is duurzaam en efficiënt. De verkeerssituatie is niet optimaal. Vanwege het ruimte tekort is uitbreiding wenselijk. St. Ludgerus komt in aanmerking voor nieuwbouw of renovatie in termijn 3 (10-20 jaar).
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 25 van 55
•
•
Graaf Florisschool:. De Graaf Florisschool is een relatief nieuwe school. Tijdens de bouw in 2008 zijn er echter fouten gemaakt. Als gevolg hiervan kampt het scholencomplex met lekkages en installaties die uitvallen. De oorzaak is reeds vastgesteld en de gemeente gaat dit laten herstellen en is hierover in overleg met de gebruikers. Los van de herstelwerkzaamheden is een structurele aanpassing niet aan de orde binnen de looptijd van dit IHP Podium: Het Podium is een relatief nieuwe school (2008). Een aanpassing is niet aan de orde binnen de looptijd van dit IHP
4.4.6 Kockengen In Kockengen bevinden zich 2 scholen primair onderwijs. Kockengen Schoolbestuur
School
BRIN
Sector
Fides WereldKidz
De Wegwijzer WereldKidz Kockenest
07ZL00 04AJ00
PO PO
Aantal leerlingen (2024)
178 104 282
Tabel 11: Overzicht onderwijslocaties Kockengen.
Cf. de leerlingenprognoses van Pronexus (2022) zal het aantal leerlingen in de kern Kockengen de komende 20 jaar stijgen met ca. 12%. Op dit moment wordt er een (marginaal) tekort aan ruimte ervaren binnen de twee basisscholen in deze kern. Gezien de geprognosticeerde stijging van het aantal leerlingen zal dit tekort toenemen tot ca. 200 m2 bvo.
Figuur 16: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
Scenario-ontwikkeling • De Wegwijzer: Vernieuwing op korte termijn met uitbreiding is urgent voor de wegwijzer. Vanwege het huidig tekort is een leerlingenstop aan de orde. De school heeft een verbindende schakel binnen het dorp. Er dient verkend te worden of een bredere gebiedsontwikkeling in combinatie met maatschappelijke initiatieven en uitbreiding van de kinderopvang mogelijk is. Uitgangspunt is vernieuwing in termijn 1 (0-5 jaar).
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 26 van 55
•
WereldKidz Kockenest: Vanwege de toenemende groei is op termijn een uitbreiding gewenst. In termijn 1 dient een onderzoek uitgevoerd te worden naar beschikbare locaties in Kockengen en de (on)mogelijkheden van clustering met De Wegwijzer. Indien clustering wenselijk en mogelijk geacht wordt, dan is de clustering een stip op de horizon. Dit mits een locatie beschikbaar is, anders is samengaan geen reële optie. Solitaire vernieuwing van WereldKidz Kockenest vindt plaats in termijn 3 (10 – 20 jaar).
4.4.7 Loenersloot In Loenersloot bevindt zich 1 school voor primair onderwijs. Loenersloot Schoolbestuur
School
Stichting Monton
Montessorischool Loenersloot
BRIN
Sector
05VO00
PO
Aantal leerlingen (2024)
55 55
Tabel 12: Overzicht onderwijslocaties Loenersloot.
De huidige capaciteit is voldoende voor het huidig aantal leerlingen en bevat een buffer om de geprognosticeerde groei van 10 leerlingen (ca. 18%) op te vangen.
Figuur 17: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
Scenario-ontwikkeling • Montessorischool Loenersloot: De Montessorischool in Loenersloot heeft te maken met een groei in aantal leerlingen door de woningbouwontwikkelingen in de omliggende omgeving. De actuele telling en de huidige (voor)inschrijvingen laten evenwel zien dat de groei sneller gaat dan de prognose voorspelt. Om deze reden zal er op korte termijn een uitspraak gedaan worden over een tussentijdse uitbreiding. Vernieuwbouw is op dit moment nog niet aan de orde, dat zou over 10 – 15 jaar moeten gebeuren. Voor nu is het oplossen van het (komende) ruimtegebrek en het leefbaar houden van de kern het meest urgent.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 27 van 55
4.4.8 Nieuwer Ter Aa
4.4.9 Vreeland
In Nieuwer ter Aan bevindt zich 1 school primair onderwijs.
In Vreeland bevindt zich 1 school primair onderwijs.
Nieuwer Ter Aa
Vreeland
Schoolbestuur
School
Educatis
School met de Bijbel
BRIN
Sector
05RG00
PO
Aantal leerlingen (2024)
79 79
Schoolbestuur
School
Stichting Kalisto
CSV Ridderhof
BRIN
Sector
03TP00
PO
Aantal leerlingen (2024)
189 189
Tabel 13: Overzicht onderwijslocaties Nieuwer Ter Aa.
Tabel 14: Overzicht onderwijslocaties Vreeland.
Ook in deze kern wordt een groei van het aantal leerlingen verwacht van ca. 10%. Gezien de lichte overmaat van het huidige schoolgebouw zal deze groei opgevangen kunnen worden in het huidige gebouw.
De huidige capaciteit is voldoende voor het huidig aantal leerlingen en bevat een ruime buffer om de geprognosticeerde groei van 22 leerlingen (ca. 12%) op te vangen en eventueel kinderopvang toe te voegen (mits gekomen wordt tot een herverdeling van de ruimte binnen het gebouw tussen school, peuterspeelzaal en BSO).
Figuur 18: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022). Figuur 19: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
Scenario-ontwikkeling • School met de Bijbel: Het gebouw verkeert in een goede staat. De school heeft een sociale functie voor de kern en een impuls haakt aan op het kleine kernen beleid en een integrale aanpak. De voorkeur gaat daarmee uit om de school samen met een bredere gebiedsontwikkeling op te pakken, eventueel met dorpshuis, gymzaal en andere maatschappelijke voorzieningen. Op korte termijn (0-5 jaar) dient een onderzoek naar deze gebiedsontwikkeling gestart worden. Uitgangspunt is vernieuwing in termijn 2 (5-10 jaar).
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Scenario-ontwikkeling • CSV Ridderhof: De Ridderhof betreft een relatief nieuw gebouw (2009). De gymzaal (gelegen bij het Dorpshuis) is zeer verouderd. De gymzaal wordt in termijn 1 (0-5 jaar) vernieuwd. Een aanpassing aan de school is niet aan de orde binnen de looptijd van dit IHP.
Pagina 28 van 55
4.4.10
Nigtevecht
In Nigtevecht bevindt zich 1 school voor het primair onderwijs. Nigtevecht Schoolbestuur
School
Vechtstreek en Venen
De Verbinding
BRIN
Sector
05RK00
PO
Aantal leerlingen (2024)
162 162
Tabel 15: Overzicht onderwijslocaties Nigtevecht.
Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd voor twee scholen. Door het vertrek van een van de scholen is er nu een overmaat aan ruimte. Een deel van deze ruimte wordt gebruikt voor kinderopvang. Gezien de geprognosticeerde groei van ca. 7% (11 leerlingen) en de huidige overmaat binnen het gebouw is er voldoende ruimte binnen de huidige huisvesting.
Figuur 20: Ontwikkeling van ruimtebehoefte vs. capaciteit voor het PO (2024, cf. Pronexus 2022).
Scenario-ontwikkeling • De Verbinding: De Verbinding betreft een relatief nieuw gebouw. Oorspronkelijk is de school gebouwd voor twee basisscholen en kinderopvang. In 2016 is Talent Primair uit het gebouw gestapt en is er een herverdeling gemaakt tussen Vechtstreek en Venen en kinderopvangorganisatie Kidswereld. Gezien de leeftijd van het gebouw en de overmaat in ruimte is een aanpassing binnen de looptijd van dit IHP niet aan de orde.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 29 van 55
5. Voorkeurs programmering Onderstaande programmering is opgesteld aan de hand van de wensen en ambities van de schoolbesturen, opgehaald in diverse interviews en werksessies. Termijn 1 (2024 – 2028) Schoolbestuur Fides Stichting Pastoor Ariens WereldKidz Vechtstreek en Venen Vechtstreek en Venen Stichting Monton WereldKidz Stichting OBS De Regenboog Termijn 2 (2029 – 2033) Schoolbestuur Gewoon Speciaal Onderwijs Stichting VO de Vechtstreek Stichting VO de Vechtstreek WereldKidz WereldKidz Stichting Pastoor Ariens Willibrord Stichting Utrecht Stichting Kalisto Vechtstreek en Venen Educatis Stichting Pastoor Ariens Willibrord Stichting Utrecht Vechtstreek en Venen Stichting Pastoor Ariens 1
School De Wegwijzer De Wilde Wingerd WereldKidz Bontenest De Bijenschans De Zilvermaan – Bloemstede Montessori Mozaïek WereldKidz Fazantenkamp De Regenboog
School De Kristal R.S.G. Broklede Rientjes MAVO WereldKidz Duivenkamp WereldKidz Triangel1 De Kameleon – Kamelenspoor Niftarlake College 152 Willibrordus J.C. van der Walschool1 School met de Bijbel Franciscusschool1 Niftarlake College De Schepershoek De Kameleon – Duivenkamp
Maatregel Renovatie / nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Renovatie
Maatregel Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Renovatie / nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Renovatie / nieuwbouw Nieuwbouw
Termijn Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1
Termijn Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2 Termijn 2
Afzonderlijk vernieuwen van de drie scholen in het scholeneiland is inefficiënt en kan leiden tot
desinvesteringen. Binnen het IHP is rekening gehouden met geclusterde vernieuwing. Indien wenselijk om de scholen op te splitsen dient dit in termijn 1 onderzocht te worden.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Termijn 3 (2034 – 2043) Schoolbestuur Stichting Monton Stichting Kalisto WereldKidz Vechtstreek en Venen Vechtstreek en Venen WereldKidz
School Montessori Loenersloot St. Ludgerusschool WereldKidz Palet Het Kompas (disloc.) De Klaroen – Tienhoven WereldKidz Kockenest
Maatregel Renovatie / nieuwbouw Renovatie / nieuwbouw Renovatie / nieuwbouw Renovatie / nieuwbouw Renovatie / nieuwbouw Renovatie / nieuwbouw
Termijn Termijn 3 Termijn 3 Termijn 3 Termijn 3 Termijn 3 Termijn 3
Doorkijk (2045 - …) Schoolbestuur Vechtstreek en Venen Stichting Kalisto Vechtstreek en Venen Talent Primair Vechtstreek en Venen WereldKidz
School De Klaroen CSV Ridderhof Het Podium Graaf Florisschool De Verbinding WereldKidz Bolenstein
Maatregel Geen aanpassing Geen aanpassing Geen aanpassing Geen aanpassing Geen aanpassing Geen aanpassing
Termijn Doorkijk Doorkijk Doorkijk Doorkijk Doorkijk Doorkijk
Lopende projecten Schoolbestuur Stichting Pastoor Ariens Stichting Pastoor Ariens Willibrord Stichting Utrecht
School De Pionier – Daalsehoek De Pionier – Zuilensevecht S.G. Broeckland College
Maatregel Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw
Termijn In ontwikkeling In ontwikkeling In ontwikkeling
Onderzoek Clustering Clustering Locatiestudie
Termijn Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1 Termijn 1
Onderzoeken School / Scholen Clustering gespecialiseerd onderwijs, Duivenkamp Bijenschans/Schepershoek, Willibrordus R.S.G. Bloklede School met de Bijbel
Gebiedsontwikkeling
Pagina 30 van 55
6.1. Gewenste kwaliteit Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO (door PO-raad en VO-raad erkende instrumenten ter bepaling van de investeringskosten) zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald (zie figuur 21). Daarbij is aangesloten bij de visie. De gewenste kwaliteit is in dit IHP bepaald op (zie bijlage III voor een uitgebreidere toelichting op energieprestaties): • Bouwbesluit 2021. • Bijna Energieneutraal (BENG) voor (ver)nieuwbouw en renovatie. • Frisse Scholen: optimale prijs-kwaliteitverhouding voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit betreft in wezen de impact op gezondheid door het gebouw (zie bijlage II). • Esthetische onderwijskundige kwaliteit: (iets) meer gevelopeningen, een betere Frisse Scholen ventilatie-klasse in gangzones of op leerpleinen als open onderwijslandschap zodat deze ook voor onderwijs gebruikt kunnen worden en (beperkt) betere afwerkingsniveaus. • Duurzaam en circulair bouwen: extra isolatie en triple glas. Deze keuzes worden nu gemaakt omdat dit gedurende de levensduur van het gebouw lastig is om aan te passen. De basisambitie voor circulair bouwen is meegenomen in de bepaling van het investeringsbedrag.
• Hoge mate van flexibiliteit en toekomstbestendigheid wordt in de kostenconfigurator vertaald naar ‘toekomstbestendig bouwen’: flexibiliteit door niet-dragende wanden zodat er bijvoorbeeld functiewijziging plaats kan vinden (tussentijds of bij einde gebruik door school). Ook is er extra transparantie, zijn er meer binnenwandopeningen en zijn er verplaatsbare paneelwanden voor interne flexibiliteit, met name gericht op het faciliteren van onderwijsconcepten waarbij ook buiten het klaslokaal les wordt gegeven. • Exploitatiegericht bouwen: toepassen van onderhoudsarme vloer- en wandafwerking en aluminium kozijnen om hoge exploitatiekosten te voorkomen.
Projectnaam: IHP Stichtse Vecht UITGANGSPUNTEN Aantal leerlingen: Aantal leerlingen indien SBO: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m²]:
100 62
RESUMÉ Kosten vaste kosten, basis Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Marktwerking en/of regiotoeslag (t.o.v. regio 's-Hertogenbosch) 1 TOTAALKOSTEN: Let op: dit is prijspeil 1 januari en zonder reserveringen voor prijsstijgingen € 2.600
€ 3.100
€ 3.144
100
300
€ 2.718
4 0 0 € 2.677
€ 3.600
€ 108
€ 223
€ 114
€ 749
€ 60€ -
€ 111 € 58€ -
2 2.212
3.144 227 834 115 96 4.416
€ € € € € € €
2.992 222 805 108 90 4.217
€ € € € € € €
2.718 225 757 114 60 3.874
€ € € € € € €
2.677 223 749 111 58 3.818
5%
€ €
221 4.637
€ €
211 4.428
€ €
194 4.068
€ €
191 4.009
€ 4.600
€ 115
€ 805
€ 757
400 267
2 1.709
€ € € € € € €
€ 834
€ 222
€ 225
300 199
1 1.206
€ 4.100
€ 227
€ 2.992
200
200 130 1 703
€ 90 € -
€ 96 € -
€ 5.100
€ 221
€ 211
€ 194
€ 191
NIEUWBOUW KOSTENCONFIGURATOR VOORTGEZET ONDERWIJS Kosten in stichtingskosten incl. BTW / m² BVO Prijspeil 1 januari 2024, regio 's-Hertogenbosch Projectnaam: IHP Stichtse Vecht UITGANGSPUNTEN Voortgezet Onderwijs: Uitgangspunt bouwlagen: Uitgangspunt brutovloeroppervlak (BVO) [m²]:
vmbo1 2 5.000
RESUMÉ Kosten vaste kosten, basis Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Prijsindicator, marktwerking en/of regiotoeslag (t.o.v. regio 's-Hertogenbosch) 2 TOTAALKOSTEN: Let op: dit is prijspeil 1 januari en zonder reserveringen voor prijsstijgingen € 2.300 VM BO 1 HA VO / VW O
€ 2.500
€ 2.521
€ 2.345
VM BO/ € 2.314 HA
€ 2.700
€ 217
€ 217
€ 215
€ 2.900
€ 3.100
€ 313
€ 113
€ 301
€ 296
€ 114
€ 111
€ 42 € -
€ 41 € -
havo/vwo
vmbo/ havo/vwo
3 8.000
3 13.000
<-- invoervelden
De in hoofdstuk 4 gepresenteerde scenario’s voor het VO, PO, (V)SO en SBO worden in dit hoofdstuk voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op de gehanteerde kwaliteit. Vervolgens wordt de financiële vertaling voor onderwijshuisvesting (20 jaar) gepresenteerd.
NIEUWBOUW KOSTENCONFIGURATOR PRIMAIR ONDERWIJS Kosten in stichtingskosten incl. BTW / m² BVO Prijspeil 1 januari 2024, regio 's-Hertogenbosch
<-- invoervelden
6. Financiële vertaling
€ € € € € € €
2.521 217 313 113 52 3.216
€ € € € € € €
2.345 217 301 114 42 3.019
€ € € € € € €
2.314 215 296 111 41 2.977
5%
€ €
161 3.377
€ €
151 3.170
€ €
149 3.126
€ 3.300
€ 52 € -
€ 3.500
€ 161
€ 151
€ 149
V…
Figuur 21: Kostenconfiguratoren voor PO en VO. Voor het SBO is gerekend met de kengetallen van het PO.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 31 van 55
Deze uitgangspunten gaan verder dan het wettelijk verplichte kwaliteitsniveau. De argumentatie daarvoor is als volgt: • In aansluiting op de visie en ambities van de gemeente en schoolbesturen is het HEVO kwaliteitsadvies Frisse Scholen toegevoegd. Gezonde huisvesting van leerlingen en docenten is een randvoorwaarde voor een goed schoolgebouw. Het concept van Frisse Scholen omvat de onderwerpen energie, lucht, tempartuur, licht en geluid. Met name het belang van een goede luchtkwaliteit en mogelijkheden voor voldoende ventilatie zijn gedurende de coronapandemie duidelijk geworden. Ook de andere aspecten zoals temperatuur, licht en geluid zijn belangrijk voor een gezond binnenklimaat en daarmee voor een prettige en gezonde omgeving waar leerlingen en docenten veel uren op een (school)dag doorbrengen. • Onderdelen van de omschreven kwaliteitsambities komen eveneens ten goede aan de geformuleerde visie en de integrale definitie van duurzaamheid: gezonde, circulaire, exploitabele en toekomstbestendige schoolgebouwen. Schoolgebouwen waarin verschillende onderwijsvisies een plek kunnen krijgen, die aanpasbaar zijn naar de toekomst en waar een comfortabele ontwikkelomgeving verzekerd is.
Om niet alleen aan de wettelijke verplichting te voldoen maar om ook voor toekomstbestendige, langdurig bruikbare onderwijsgebouwen te zorgen is de realisatie van deze kwaliteitsuitgangspunten belangrijk en toekomstgericht. Naast deze kwaliteitsuitgangspunten voor het gebouw is door de schoolbesturen en de gemeente Stichtse Vecht ook de duidelijke ambitie uitgesproken om groene en blauwe buitenruimten te realiseren (zie bouwsteen 3, duurzaamheid). Deze ambitie is nog niet financieel vertaald aangezien de kosten hiervoor sterk afhankelijk zijn van de gekozen uitwerking en de omvang van de buitenruimten. Er wordt aanbevolen de uitgangspunten hiervoor in gezamenlijkheid met schoolbesturen en gemeente af te stemmen en de opgenomen post ‘bijkomende kosten’ in te zetten om deze ambities te realiseren.
De gewenste kwaliteit wordt bijvoorbeeld gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in de lopende meerjarenonderhoudsplanning). De schoolbesturen geven aan dat zij aan de voorkant voorzichtig willen zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total Cost of Ownership. Daarvoor zijn de volgende argumenten benoemd: • De aanzienlijke tekorten op de vergoeding voor materiële instandhouding. • De onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding voor materiële instandhouding. • De positieve effecten van één nieuw gebouw zijn benodigd voor de negatieve exploitatie van de gehele portefeuille. • De hoogte van de onderhoudskosten voor ENG-gebouwen is nog onvoldoende gebenchmarkt. • De beperkte eigen financiële middelen en liquiditeit. Indien er afspraken worden gemaakt ten aanzien van beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen, dient het effect van deze afspraken op Total Cost of Ownership te worden onderzocht. Bijvoorbeeld in het geval dat het schoolbestuur een deel van zijn materiële instandhoudingsvergoeding afdraagt aan de gemeente indien de gemeente eigenaar is.
De gemeente en schoolbesturen willen gezamenlijk nader in de haalbaarheidsonderzoeken (businesscases) onderzoeken hoe de stap van BENG naar ENG gefinancierd kan worden in het kader van energieneutraliteit. Recente ontwikkelingen maken echter dat dit niet langer vanzelfsprekend is door o.a. netcongestie, onzekerheid omtrent de salderingsregeling en terughoudendheid van de schoolbesturen door hogere onderhoudskosten bij ENG installaties.
6.2. Total Cost of Ownership De gemeente en de schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om gezamenlijk de gewenste kwaliteit te realiseren. Daarbij streven de schoolbesturen ernaar om binnen hun financiële mogelijkheden een bijdrage aan de projecten te leveren volgens de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Hierbij maken schoolbesturen gebruik van de rijksvergoeding.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 32 van 55
6.3. Uitgangspunten financiële vertaling onderwijs
4.
De overzichten op de volgende pagina’s tonen de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.
2.
3.
De kostenconfigurator uit 2024 is gehanteerd en is inclusief btw, prijspeil 1 januari 2024. Periodieke indexatie op basis van BDB-index als basis voor de financiële vertaling van dit IHP is noodzakelijk. Het prijsniveau is gebaseerd op de regio Stichtse Vecht. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Stichtse Vecht. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten. In de investeringskosten zijn ook diverse honoraria en vaste aanvullende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria (voor ontwerpteamleden (architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus en projectmanager), niet voor interne projectleider gemeente, aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De aanvullende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning. Per opgave komen er nog diverse kosten bij, dit kan sterk verschillen.
De kosten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder andere kosten voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatiegebonden kosten, kosten voor bouwrijp maken, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur bijvoorbeeld voor adviezen of projectbegeleiding, kosten voor organisatorische ondersteuning, voorfinanciering kinderopvang, inrichtingskosten (losse inrichting) en verhuiskosten. Ook financieringskosten zoals rentekosten, startkosten of faseringskosten zijn niet opgenomen. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Gemiddeld gezien betreft het op een totale opgave van een gemeente (dus over alle schoolgebouwen berekend) 25% van de investeringskosten uit het IHP. Het kan echter zijn dat voor het ene schoolgebouw slechts 10% nodig is en het volgende schoolgebouw 50% aan extra kosten met zich meebrengt. Dit is met name afhankelijk van de noodzaak tot tijdelijke huisvesting. Deze kosten maken geen onderdeel uit van dit IHP. Per opgave worden deze na het IHP nader gespecificeerd en onderbouwd in de businesscase.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
5. 6.
7.
Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het geprognosticeerde leerlingenaantal in 2039 (over 15 jaar) uit de prognose van Pronexus van 2022; de prognoses worden twee-aarlijks geactualiseerd. In de businesscases, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt. Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte indicatieve investeringskosten per termijn opgenomen (0-5 jaar, 5-10 jaar en 10-20 jaar). Vooralsnog is voor de investeringskosten voor iedere vervangings- en uitbreidingsopgave uitgegaan van nieuwbouw. In de businesscases zal de afweging tussen (ver)nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht. Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.
6.4. Overzicht investeringskosten schoolgebouwen In het navolgende overzicht worden indicatieve investeringskosten inclusief btw prijspeil 1 januari 2024 (excl. kosten voor onderzoek naar gebiedsontwikkelingen) per termijn weergegeven.
Termijn 1 (2024 - 2028) Termijn 2 (2029 - 2033) Termijn 3 (2034 - 2044)
Investeringskosten
Bijkomende kosten
€ € €
40.577.000 125.393.000 18.345.000
€ € €
10.146.000 31.349.000 4.587.000
€
184.315.000
€
46.082.000
Tabel 15: Overzicht indicatieve investeringskosten en bijkomende kosten per termijn.
In tabel 16 (op de volgende pagina) is het totaaloverzicht van de doorrekening voor de termijnen van 0 tot 20 jaar opgenomen.
Pagina 33 van 55
Termijn 3 (2034 – 2044)
Termijn 1 (2024 – 2028) School De Wegwijzer De Wilde Wingerd WereldKidz Bontenest De Bijenschans De Zilvermaan – Bloemstede Montessori Mozaïek WereldKidz Fazantenkamp OBS De Regenboog
Aantal lln. 198 374 208 122 114 164 219 185
Omvang (m2 bvo) 1196 2081 1246 814 773 1025 1302 1131
Kengetal €4.428 €4.009 €4.068 €4.428 €4.428 €4.428 €4.428 €4.068
Investeringskosten Bijkomende kosten € 5.296.000 € 1.324.000 € 8.344.000 € 2.086.000 € 5.070.000 € 1.268.000 € 3.603.000 € 901.000 € 3.423.000 € 856.000 € 4.538.000 € 1.135.000 € 5.006.000 € 1.252.000 € 5.297.000 € 1.324.000 € 40.577.000 € 10.146.000
Aantal lln. 126 1.110 443 462 154 105 321 356 219 87 303 1.461 200 124
Omvang (m2 bvo) 1.569 7.418 3.549 2.523 975 731 1.860 1.991 1.302 638 1.724 9.455 1.206 821
Kengetal €4.068 €3.126 €3.126 €4.009 €4.428 €4.428 €3.126 €4.009 €4.068 €4.637 €4.009 €3.126 €4.068 €4.428
Investeringskosten Bijkomende kosten € 6.382.000 € 1.737.000 € 23.189.000 € 5.797.000 € 11.095.000 € 2.774.000 € 10.116.000 € 2.529.000 € 4.316.000 € 1.130.000 € 3.235.000 € 847.000 € 5.816.000 € 1.454.000 € 7.981.000 € 2.025.000 € 5.295.000 € 1.441.000 € 2.957.000 € 739.000 € 6.912.000 € 1.754.000 € 29.557.000 € 7.389.000 € 4.906.000 € 1.398.000 € 3.636.000 € 952.000 € 125.393.000 € 31.349.000
School Montessorischool Loenersloot St. Ludgerusschool WereldKidz Palet De Klaroen – Tienhoven WereldKidz Kockenest
Aantal lln. 65 220 234 64 117
Omvang (m2 bvo) 527 1307 1377 322 789
Kengetal €4.637 €4.068 €4.068 €4.637 €4.428
Investeringskosten Bijkomende kosten € 2.443.000 € 611.000 € € € € €
5.315.000 5.602.000 1.493.000 3.492.000 18.345.000
€ € € € €
1.329.000 1.401.000 373.000 873.000 4.587.000
Tabel 16: Overzicht indicatieve investeringskosten
Termijn 2 (2029 – 2033) School SBO De Kristal R.S.G. Broklede Rientjes MAVO WereldKidz Duivenkamp WereldKidz Triangel De Kameleon – Kamelenspoor Niftarlake College 152 Willibrordus J.C. van der Walschool School met de Bijbel Franciscusschool Niftarlake College De Schepershoek De Kameleon – Duivenkamp
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 34 van 55
6.5. De interpretatie van investeringskosten uit dit IHP In het IHP en het daaropvolgende onderwijshuisvestingsbeleid zijn de kwaliteitsuitgangspunten taakstellend. Deze zijn in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld. De gemeente maakt zich hard voor deze kwaliteitsuitgangspunten, die zijn omschreven in de visie op onderwijshuisvesting (hoofdstuk 3 van dit IHP). Het IHP geeft vervolgens een doorkijk naar wat dit betekent voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht in paragraaf 6.4 is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgave. Na afronding van het IHP worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. In deze haalbaarheidsonderzoeken worden de investeringskosten opnieuw berekend, nu op basis van project specifieke kengetallen. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk gebouwd wordt, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen etc. Na het haalbaarheidsonderzoek zijn naast de kwaliteits-uitgangspunten uit het IHP ook de berekende investeringskosten taakstellend.
Op basis hiervan wordt het krediet aangevraagd bij de gemeenteraad. Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase. Het kan voorkomen dat op basis van investeringskostenramingen en/of aanbestedingen gedurende de realisatie van de opgave het taakstellend budget ontoereikend blijkt te zijn. In dit geval is het mogelijk om het benodigd budget te herijken en terug te gaan naar de gemeenteraad. Dit kan alleen wanneer duidelijk onderbouwd kan worden dat het taakstellend budget uit de haalbaarheidsstudie ontoereikend is om de taakstellende kwaliteitsuitgangspunten te realiseren.
Referentie: 1698501-0118.0.5.
7. Vervolg IHP Een Integraal Huisvestingsplan (IHP) is een langetermijnvisie voor onderwijs-huisvesting en wordt opgesteld door schoolbesturen en de gemeente. Het biedt een leidraad voor investeringen in de scholenhuisvesting, het zorgt voor een beleidsmatige en evenwichtige inzet van middelen en biedt een goed vertrekpunt voor het verbinden van opgaven in het sociaal-maatschappelijk domein. Het IHP vormt het strategisch niveau. De realisatie van individuele projecten bevinden zich op het operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma kan invulling te geven aan een ontbrekende schakel: het tactisch niveau van beleid. Bij de uitvoering van het IHP dient daarom rekening gehouden te worden met een aantal processtappen en uitgangspunten.
7.1. Opstellen uitvoeringsprogramma en businesscases Na vaststelling van het IHP starten gemeente en schoolbesturen met het opstellen van een uitvoeringsprogramma. Dit programma bestaat uit twee hoofdonderdelen: 1. Afspraken programmaniveau: het inrichten van een organisatie en het maken van procesafspraken voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma (1 e termijn). Hierin worden onder andere de eisen aan de haalbaarheidsstudies vastgelegd, de methode van evaluatie en monitoring van projecten en de borging van kwaliteit en planning. Vaak worden hier ook afspraken gemaakt over de (financiële) uitgangspunten voor een haalbaarheidsstudie en het afgeven van kredieten door de gemeente. Ook kan er een uniforme wijze waarop gemeente en schoolbesturen samenwerken in de realisatie van projecten ontwikkeld worden. Daarbij worden gezamenlijke keuzes gemaakt over de mate van regie en autonomie van beide partijen, van initiatief- tot realisatiefase. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inbouwen van toets- en instemmingsmomenten voor de gemeente op het moment dat het schoolbestuur bouwheer is. 2. Afspraken projectniveau: er wordt een programmering gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting
Pagina 35 van 55
en het bundelen van projecten op onderdelen zoals businesscases, Programma’s van Eisen, techniek en/of aanbestedingen. Dit is een verdere uitwerking van paragraaf 6.4, overzicht investeringskosten schoolgebouwen.
stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, bouwkosten, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
Wanneer het uitvoeringsprogramma is vastgesteld kan worden gestart met de initiatieffase van projecten door haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren. In de haalbaarheidsonderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd. Dit is de fase voordat een project wordt opgestart. De haalbaarheidsonderzoeken hebben als doel om: • Definitieve leerlingenaantallen per project te bepalen. • Een definitieve keuze te maken tussen (ver)nieuwbouw of renovatie. • Een businesscase inzichtelijk te krijgen met daarin de bekende investeringskosten en geïnventariseerde risico’s inclusief een raming van locatie gebonden en project specifieke kosten. • De TCO-benadering te concretiseren. • Participatie en inspraak te organiseren voor doelgroepen als kinderopvang, maatschappelijke partners, leerlingen, docenten, ouders, bedrijven en omwonenden. • Aandacht te besteden aan gebiedsontwikkeling en vergroening van de buitenruimten. • De verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap te bepalen. • Een goed uitgangspunt te bieden om een Programma van Eisen op te starten. Concreet dienen de volgende stappen te worden ondernomen naar aanleiding van het IHP: • Opstellen van het uitvoeringsprogramma als benoemd in deze paragraaf, binnen de gemeente ook bekend als huisvestingsprogramma. • Bespreken van stand van zaken rondom realisatie van het IHP in het OGOO.
• Opstarten initiatieffase projecten voorfase en periode 0-5 jaar.
7.2. Risicoparagraaf Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 36 van 55
Bijlage I: Wettelijke en beleidskaders Deze bijlage gaat in op de beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Hetzelfde geldt voor vernieuwbouw. Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen.
De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. Eigendom Schoolbesturen hebben het (juridisch) eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw om niet terug in het juridisch eigendom van de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in
Referentie: 1698501-0118.0.5.
medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk als de gemeente daar, met inachtneming van de verordening, voorafgaand toestemming voor geeft. Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang. De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn. Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken.
Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie/vernieuwbouw niet geregeld zijn. Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het
Pagina 37 van 55
voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd. Het voorstel is in 2018 formeel aan de minister aangeboden. Deze heeft laten weten dat de besluitvorming c.q. wetswijziging staat gepland in 2025. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar. • De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar.
• Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. PO- en (V)SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. • De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.
arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990. • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin aangeboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling CO2-reductie 2030 CO2-productie 2030 CO2-reductie 2050 CO2-productie 2050
Referentiejaar 1990 49,0% 51,0% 95,0% 5,0%
Vooruitlopend op de kaders van de vigerende wetgeving streeft de gemeente Stichtse Vecht ernaar mee te gaan met deze ontwikkeling. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO 2-
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Pagina 38 van 55
Bijlage II: Kwaliteitsadvies HEVO
HEVO Optimum
Frisse Scholen - versie juni 2022
Advies
verklaring keuze
EPG
ENG
ook gasloos
Duurzame energie
ENG
ook gasloos
Beheer
Klasse A
Kwaliteitsborging
Klasse C=B=A
Energie
ook aantonen na volledig gebruiksjaar
Lucht Luchtverversing
Klasse B
Spuiventilatie
Bouwbesluit
Ruimtevolume
Klasse B
Kwaliteit van de toevoerlucht
Klasse B
Emissies van materialen
Klasse B=A
Emissies van apparatuur
Klasse A
indien er sprake is van schadelijke uitstoot van de apparatuur
Schoonmaakbaarheid
Klasse C=B=A
zie ook rapport 'Naar een schone school' van VSR&OSB
Tabaksrook
Klasse A
Toiletten
Klasse A
Legionella
Klasse C=B=A
Kwaliteitsborging
Klasse A
De Bouwbesluit-eis voor alle onderwijsfuncties wel minimaal filterklasse conform Klasse A toepassen: F7
Temperatuur Operatieve temperatuur winter
Klasse B
Operatieve temperatuur zomer
Klasse B
Individuele beïnvloeding
Klasse C
zonwering elektrisch bediend
Lokaal thermisch discomfort
Klasse C
voor KDV vloerverwarming
Kwaliteitsborging
Klasse B=A
Licht Kunstlicht
Klasse B
500 lux in groepsruimten
Daglicht
Bouwbesluit
Ambitie Klasse C
Helderheidswering
Klasse B
Individuele beïnvloeding
Klasse C
Kwaliteitsborging
Klasse B
Geluid
Referentie: 1698501-0118.0.5.
Geluidwering van de gevel
Klasse C=B
Installatiegeluid
Klasse C
Ruimteakoestiek
Klasse C+
ingericht lokaal benaderd veelal Klasse B
Luchtgeluidisolatie
Klasse C
bij lokalen onderling geldt eis Klasse A
Contactgeluidisolatie
Klasse C=B=A
Kwaliteitsborging
Klasse C=B=A
Pagina 39 van 55
Bijlage III: Energieprestaties Onderstaand de verschillende definities van energieprestaties van gebouwen: BENG (bijna energieneutraal gebouw) Bij een BENG-gebouw worden gebouwgebonden energieverbruik en energieopwekking met elkaar vergeleken. Een BENG-gebouw kent een hoger energieverbruik in verhouding tot de energieopwekking. Door de toepassing van de norm NTA8800 wordt getoetst of het gebouw voldoet aan wetgeving voor BENG, die vanaf 1 januari 2021 wettelijk verplicht is. ENG (energieneutraal gebouw) Het gebouw heeft een EPC volgens NEN 7120 van nul. Alleen het gebouwgebonden energieverbruik op jaarbasis telt mee en is nul. NOM (Nul op de Meter) Om een NOM-gebouw te realiseren moet er naast de energie die benodigd is voor de gebouwgebonden installaties ook gekeken worden naar het algemeen energieverbruik door de gebruikers. Bij een NOM-gebouw zijn het totale energieverbruik en energieopwekking in balans. Door verschillen in de kosten voor inkoop van energie en vergoeding voor teruglevering aan het net kent een NOM-gebouw alsnog kosten voor energie. Klimaatneutraal Klimaatneutraal wil zeggen dat bepaalde activiteiten (al dan niet binnen een bepaald gebied of op een bepaalde plek) geen positief of negatief effect hebben op het klimaat.