1 Bijlage TL 6. Vreelandseweg 27-27a, Loenen aan de Vecht_V4.pdf
Tekst van het document
VREELANDSEWEG 27 EN 27A TE LOENEN AAN DE VECHT Stichtse Vecht ruimtelijke onderbouwing 11 juli 2023
1/2
DATUM
11 juli 2023
PROJECT PROJECTLEIDER
Vreelandseweg 27 en 27a te Loenen aan de Vecht drs. M.P. Kegler
OPDRACHTGEVER Bouwteam P&O B.V. PROJECTNUMMER 20210200 AUTEUR STATUS
2/2
ing. L.A.J.M. van de Gevel Definitief
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
9
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Omgeving plangebied
11
2.2
Bestaande situatie
11
2.3
Planologisch gewenste situatie
13
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Rijksbeleid
17
3.3
Provinciaal beleid
19
3.4
Gemeentelijk beleid
23
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
27
4.1
Inleiding
27
4.2
Archeologie & cultuurhistorie
27
4.3
Bedrijven en milieuzonering
29
4.4
Bodem
30
4.5
Ecologie
30
4.6
Externe veiligheid
32
4.7
Kabels en leidingen
35
4.8
Luchtkwaliteit
35
4.9
Verkeer en parkeren
36
4.10
Water
37
4.11
Wegverkeerslawaai
39
4.12
Milieueffectrapportage
39
4.13
Gezondheid
40
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
41
5.1
Indeling van de regels
41
5.2
Toelichting regels
41
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
47
6.1
Economische uitvoerbaarheid
47
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
4
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsparagraaf Vreelandseweg 27a
Bijlage 2
Landschappelijk inrichtingsplan
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
TOELICHTING
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Op dit moment is er op het perceel Vreelandseweg 27 en 27a te Loenen aan de Vecht sprake van één planologisch perceel met daarop één agrarisch bedrijf; te weten een productiegerichte paardenhouderij en twee bedrijfswoningen. Daarnaast bevindt zich op het westelijk deel van het perceel een paardenbak behorend bij de paardenhouderij. Bij de verkoop van de paardenhouderij op 27/27A is het plangebied in twee delen gesplitst, wat heeft geleid tot de volgende plannen: de eigenaar van de woning Vreelandseweg 27 is niet meer betrokken bij het bedrijf. Daarom is de wens om voor deze woning bewoning door derden mogelijk te maken. Dit is mogelijk door de woning de status plattelandswoning te geven. de eigenaar van het bedrijf is voornemens om de andere bedrijfswoning te vervangen en een aantal meter in de richting van de Vreelandseweg toe te herbouwen en te vergroten. de eigenaar van het bedrijf wil tijdelijk nachtverblijf voor de professionele paardenverzorgers/paardentrainers mogelijk maken. het planologisch vastleggen van de paardenbak door deze binnen het bouwvlak te situeren. Hiertoe dient het bouwvlak vergroot te worden. Door middel van voorliggend nieuw bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Vreelandseweg 27 en Vreelandseweg 27a in Loenen aan de Vecht. Loenen aan de Vecht is onderdeel van de gemeente Stichtse Vecht. De Vreelandseweg is een lange weg die langs de Vecht afloopt en de scheiding tussen de Vecht en het landelijk gebied vormt. Het plangebied is omringd met agrarische gronden in het oosten, westen en zuiden. Aan de noordzijde grenst een perceel waarop de bestemming wonen gevestigd is. Zie figuur 1.1 en 1.2 voor de ligging van het plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
8
Figuur 1.1 Ligging plangebied (Bron: Google Maps, 2021)
Figuur 1.2 Bouwvlak plangebied (Bron: Google Maps, 2021)
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
9
Figuur 1.3 Kadastrale kaart van het plangebied (Bron: Digitale Kadastrale Kaart)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' (vastgesteld door de gemeente Stichtse Vecht op 3 december 2015) van toepassing. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Tevens gelden ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde - Cultuurhistorie 1' en 'Waarde Cultuurhistorie 4' en de functieaanduiding 'paardenfokkerij'. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden veehouderijbedrijven; b. intensieve veehouderij tot maximaal 1.000 m² per agrarisch bouwperceel, tenzij op de verbeelding een andere metrage staat aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding ‘paardenfokkerij’: uitsluitend voor een paardenfokkerij annex paardenafrichtingsbedrijf en paardenhandel; d. maximaal één bedrijfswoning per bouwvlak dat een agrarisch bouwperceel vormt, tenzij op de verbeelding anders staat aangeven: ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’: het aantal bedrijfswoningen zoals op de verbeelding staat aangegeven. Bij bedrijfsbeëindiging is het voortzetten van het wonen in de bedrijfswoning toegestaan, mits milieuhygiënisch inpasbaar; e. ter plaatse van de aanduiding ‘plattelandswoning’: één plattelandswoning; f.
met behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; g. groene en blauwe diensten als nevenfunctie; h. verkoop van streekeigen producten als nevenfunctie; i. extensief recreatief medegebruik;
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
10
met daarbij behorende: j. erven; k. bouwwerken; l. groenvoorzieningen en water; m. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; n. overig functioneel met de bestemming verbonden voorzieningen. Het gehele perceel is voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorie 1' en 'Waarde Cultuurhistorie 4'. De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 1' houdt in dat deze gronden bestemd zijn voor het behoud en de versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 4' houdt in dat deze gronden bestemd zijn voor het behoud en de versterking van de buitenplaatszone langs de Vecht. Op een gedeelte van het perceel is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' van toepassing. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Tot slot is binnen het bouwvlak (figuur 1.2) de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden - 2' van toepassing en heeft de woning aan de Vreelandseweg nummer 27 de aanduiding karakteristiek.
Figuur 1.4 Geldend bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' (rode omlijning is het plangebied, blauwe omlijning is het bouwvlak)
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de omgeving van het plangebied omschreven met daarbij de bestaande en toekomstige situatie van het plan. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor het plangebied op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de sectorale aspecten binnen het gebied. In hoofdstuk 5 wordt de gekozen planvorm en juridische regeling toegelicht. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de uitvoerbaarheid van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Omgeving plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de Vreelandseweg 27 en 27a in Loenen aan de Vecht en is onderdeel van het Landelijk Gebied Noord van de Gemeente Stichtse Vecht. De Vreelandseweg is een erftoegangsweg waar de maximum snelheid 30 km/u bedraagt. Het plangebied is voornamelijk omgeven door agrarische gronden. Ten noorden bevindt zich een perceel met bestemming wonen en ten oosten bevindt zich de rivier de Vecht.
2.2
Bestaande situatie
In de bestaande situatie is er planologisch sprake van één perceel met daarop één agrarisch bedrijf (paardenhouderij) en twee bedrijfswoningen. De paardenhouderij houdt zich voornamelijk bezig met inkoop, trainen, opleiden, uitbrengen en verkopen van springpaarden. Binnen het perceel bevinden zich naast de twee bedrijfswoningen 30 paardenboxen, een indoor en outdoor rijbaan (paardenbak), een overdekte stapmolen, longeercirkel, bedrijfsgebouw/-hallen en een weiland. Eén van de twee bedrijfswoningen (Vreelandseweg 27) heeft de aanduiding karakteristiek. Dit betreft de woning die vrijwel direct aan de Vreelandseweg is gesitueerd (zie figuur 2.1) en is gelegen op het kadastraal perceel gemeente Loenen (LNN00) sectie A nummer 3145 (zie figuur 1.3). De eigenaar van het bedrijf woont momenteel in de kleine bedrijfswoning (het chalet) aan de voorzijde van het bedrijf (zie figuur 2.2). Daarnaast bevindt zich een paardenbak in het westelijk deel van het plangebied (zie figuur 2.3). Deze paardenbak heeft een oppervlakte van ruim 2600 m² en wordt gebruikt ten behoeve van de gevestigde paardenhouderij. Verder zijn er op het perceel nog een schuur en een aantal eendenkooien.
Figuur 2.1 - De karakteristieke bedrijfswoning Vreelandseweg 27
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
12
Figuur 2.2 - De bedrijfswoning Vreelandseweg 27a
Figuur 2.3 - De paardenbak van Vreelandseweg 27a
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
13
2.3
Planologisch gewenste situatie
Plattelandswoning Voor de huidige bedrijfsactiviteiten van de paardenhouderij is een tweede bedrijfswoning niet noodzakelijk. Onder andere om deze reden heeft de voormalig eigenaar besloten één van de twee bedrijfswoningen te verkopen. Het gaat hierbij om de bedrijfswoning met de aanduiding 'karakteristiek' die gelegen is aan Vreelandseweg 27 op kadastraal perceel gemeente Loenen (LNN00) sectie A nummer 3145 . Het is wenselijk dat ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden plattelandswoning' toegekend wordt aan het perceel. Andere aanduidingen en dubbelbestemmingen zoals genoemd in 1.3 blijven van toepassing. Bedrijfswoning De eigenaar van het bedrijf wil de bedrijfswoning 27a vernieuwen en vergroten. In het vigerende bestemmingsplan is bepaald dat bij nieuwbouw van een (bedrijfs)woning deze uitsluitend op dezelfde locatie mag worden gebouwd of binnen een straal van 10 meter van de te vervangen woning. De bestaande bedrijfswoning zal (worden gesloopt en) binnen deze straal nieuw worden gebouwd. Om de bestaande boomgaard te beschermen zijn afspraken gemaakt met de gemeente over de locatie van de nieuw te bouwen bedrijfswoning. De nieuwe voorgevel mag maximaal 13 meter, loodrecht gemeten vanaf de bestaande voorgevel, in de richting van de Vreelandseweg worden geplaatst.
Omdat het aannemelijk is dat de nieuw te bouwen woning een diepte heeft van meer dan drie meter, wordt voldaan aan de voorwaarden voor verplaatsing. Om dit mogelijk te maken wordt het bouwvlak aangepast en de functieaanduiding 'bedrijfswoning' toegevoegd. Slaapplaatsen paardenverzorgers/-trainers Voor het trainen en verzorgen van de paarden is het soms noodzakelijk dat de paardenverzorgers/-trainers op de manege blijven slapen. Dit kan zijn wanneer meerdere dagen getraind wordt en de trainers niet in de buurt wonen, maar ook wanneer paarden erg ziek zijn en intensieve zorg nodig hebben. Voor deze situaties is het wenselijk om een beperkt aantal slaapplaatsen toe te staan voor de professionele paardenverzorgers/-trainers. Om dit mogelijk te maken wordt een aanduiding voor tijdelijk verblijf toegevoegd aan de regels en verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan. Landschappelijke waarden Het plangebied is gelegen in de overgangszone vanaf de oeverwal. Het is van belang dat de aanwezige landschappelijke waarden van deze overgangszone aantoonbaar in stand gehouden worden en waar mogelijk versterkt worden. Om er zeker van te zijn dat de aanwezige landschappelijke waarden behouden blijven is het onder andere van belang dat de boomgaard op het erf in stand wordt gehouden en daarom wordt deze met een dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' vastgelegd.
Binnen deze dubbelbestemming zal de oprit ook aangeduid worden. Daarnaast worden de eendenkooien op het perceel gesloopt, waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het perceel wordt verbeterd. Paardenbak Met dit bestemmingsplan wordt de bij de paardenhouderij behorende paardenbak planologisch vastgelegd. Dit wordt gedaan door het bouwvlak van vorm te veranderen en te vergroten en de paardenbak binnen het bouwvlak op te nemen en aan te duiden als 'rijbak'. Binnen de aanduiding 'rijbak' worden de bebouwingsmogelijkheden in de bouwregels beperkt. In het huidige bestemmingsplan is de paardenbak niet opgenomen, met dit bestemmingsplan wordt dat alsnog gedaan. Hieronder worden de randvoorwaarden uit de afwijkingsbevoegdheid één voor één langsgelopen en getoetst.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
14
3.3.3 - Ten behoeve van de bouw van een paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 aanhef en onder b, voor het bouwen van een paardenbak, met dien verstande dat: Voorwaarde Toetsing a. de paardenbak uitsluitend binnen het bouwvlak Het gaat om een paardenbak die al meer dan 10 mag worden gerealiseerd dan wel deels buiten jaar op het perceel is gesitueerd. Het bouwvlak het bouwvlak indien dit aantoonbaar wegens wordt verruimd, waardoor de paardenbak zich gebrek aan ruimte op het bouwvlak of vanwege binnen het bouwvlak bevindt. de geldende afstandsmaten tot woningen van derden noodzakelijk is; b. de oppervlakte van een paardenbak ten De paardenbak is groter dan 800 m2. De maximale hoogste 800 m2 mag bedragen; omvang van 800 m2 wordt gehanteerd voor hobbymatige activiteiten. In dit geval is sprake van een paardenbak voor bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van een productiegerichte paardenhouderij. Ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten kunnen grotere paardenbakken worden toegestaan en heeft de gemeente elders ook al meerdere vergelijkbare paardenbakken toegestaan met een afwijkend oppervlak. Een omvang van 2.600 m² is in dit geval noodzakelijk voor de bedrijfsmatige activiteiten, dit is ook onderschreven door de Agrarische Beoordelingscommissie (ABC), en ook passend in de omgeving. c.
per bouwvlak ten hoogste één paardenbak is Voldoet. toegestaan; d. het aantal eenhoevige ten hoogste 5 mag Voldoet, het gaat namelijk om een bedrijfsmatige bedragen (onbeperkt voor bedrijfsmatige activiteit. activiteiten); e. de afstand van de paardenbak tot de woning of Voldoet. bedrijfsbebouwing op het eigen bouwvlak ten hoogste 50 m mag bedragen; f. de afstand tussen een paardenbak en een Voldoet. woning van derden ten minste 50 m moet bedragen tenzij deze afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt en door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden; g. er geen lichtmasten gerealiseerd mogen Voldoet. worden buiten het bouwvlak; h. de bouwhoogte van omheiningen niet meer Voldoet. dan 1,7 m mag bedragen; i. de bestaande en beoogde landschappelijke, De paardenbak is gelegen aan de achterzijde van cultuurhistorische en natuurwaarden zoals het agrarische erf en sluit aan bij de genoemd in artikel 3.1 aanhef en onder f niet verkavelingsrichting ter plaatse. De paardenbak is onevenredig worden aangetast. passend binnen de verkavelingsstructuur en het erf is voorzien van een groene inpassing waardoor deze niet zichtbaar is vanaf de weg en de omliggende percelen. De waarden ter plaatse worden dan ook niet onevenredig aangetast.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
15
Toetsing en conclusie De huidige paardenbak voldoet niet volledig aan de voorwaarden zoals opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid. De paardenbak is in gebruik en omvang noodzakelijk voor de bedrijfsvoering van de paardenhouderij, deze noodzaak is ook onderschreven door de Agrarische Beoordelingscommissie (ABC). Bovendien is de paardenbak reeds meer dan 10 jaar geleden gerealiseerd en deze past binnen de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. De paardenbak wordt middels dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt door het bouwvlak te verruimen en een aanduiding op te nemen voor de paardenbak. Vergroten van het bouwvlak Naast de voorgaande planologische wijzigingen wordt ook het bouwvlak vergroot. Om dit zorgvuldig te onderbouwen, dient de vergroting van het bouwvlak getoetst te worden aan de wijzigingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord. Hieronder wordt getoetst aan de wijzigingsbevoegdheid artikel 3.7.1 uit het vigerend bestemmingsplan. 3.7.1 Ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak a. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van een bouwvlak met de bestemming 'Agrarisch met waarden', met dien verstande dat: Voorwaarde Toetsing 1.
wijziging van de begrenzing van het bouwvlak Het bouwvlak wordt vergroot ten behoeve van alleen toelaatbaar is, voor zover een doelmatige de paardenbak. De paardenbak is noodzakelijk bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; voor de bedrijfsvoering van de paardenhouderij ter plaatse. De Agrarische Beoordelingscommissie heeft in haar advies de bedrijfsmatige noodzaak van de paardenbak en daarmee het vergroten van het bouwvlak onderschreven. 2. de noodzaak tot uitbreiding aangetoond dient te Ten behoeve van het advies van de Agrarische worden door middel van een bedrijfsplan waarbij Beoordelingscommissie is bedrijfsinformatie tevens moet worden aangetoond dat sloop en aangeleverd en heeft een bedrijfsbezoek herbouw van bedrijfsgebouwen niet tot de plaatsgevonden. Uit het advies van de ABC mogelijkheden behoort; blijkt dat aan deze voorwaarde wordt voldaan. 3. de vergroting van het bouwvlak milieuhygiënisch In Hoofdstuk 4 wordt de beoogde ontwikkeling inpasbaar dient te zijn; getoetst aan de omgevingsaspecten. 4. de bestaande en beoogde landschappelijke, Aan de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zoals cultuurhistorische en natuurwaarden wordt genoemd in artikel 3.1 aanhef en onder q niet getoetst in paragraaf 3.3 en 3.4. onevenredig worden aangetast; 5.
bouwvlakken vergroot mogen worden tot ten Het bouwvlak van het vigerende plan heeft een hoogste 25% van het bouwvlak met een maximum oppervlak van 11.882 m². Het toekomstige van 1,5 hectare. Een uitbreiding tot ten hoogste 2 bouwvlak heeft een oppervlak van 13.668 m². hectare is toegestaan voor uitbreiding van De toename bedraagt 15% en het oppervlak grondgebonden veehouderijen, mits hierbij tevens; komt niet boven de 1,5 ha, hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde. 5.a het eventuele belang van de waterwinning niet n.v.t. wordt aangetast; 5.b de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van het n.v.t. dierenwelzijn; 5.c de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van de n.v.t. volksgezondheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
16
6.
7.
8.
9.
geen sprake mag zijn van een toename van de In paragraaf 4.5 wordt getoetst aan het ammoniakemissie van het betreffende bedrijf dan omgevingsaspect ecologie waarin soorten- en wel aangetoond dient te worden dat geen gebiedsbescherming aan de orde komt. significant negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden; het verzoek wordt onderbouwd met een De beeldkwaliteitsparagraaf is bijgevoegd in ruimtelijke onderbouwing waarvan een Bijlage 1 en het inrichtingsplan is bijgevoegd in beeldkwaliteitparagraaf en een inrichtingsplan deel Bijlage 2 van uitmaken; burgemeester en wethouders winnen, alvorens De Agrarische Beoordelingscommissie heeft in over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in haar advies de bedrijfsmatige noodzaak van de bij een agrarisch deskundige met betrekking tot de paardenbak en daarmee het vergroten van het vraag of aan het bepaalde onder a sub 1 en 2 bouwvlak onderschreven. wordt voldaan; burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder a sub 4 wordt voldaan.
Toetsing en conclusie Het vergroten van het bouwvlak is noodzakelijk om de achtergelegen paardenbak binnen het bouwvlak te leggen. De paardenbak is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering van de paardenhouderij. De Agrarische Beoordelingscommissie heeft in haar advies de bedrijfsmatige noodzaak van de paardenbak en daarmee het vergroten van het bouwvlak onderschreven. Het oppervlak van het bouwvlak neemt niet met meer dan de toegestane 25% toe en het totaal oppervlak blijft onder de 1,5 ha. De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 3.7.1 van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord'.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
17
Hoofdstuk 3
3.1
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het voor dit plan geldende relevante beleid en regelgeving van het rijk, provincie en gemeente.
3.2
Rijksbeleid
In deze paragraaf wordt het op dit moment geldende relevante beleid op rijksniveau verder toegelicht. Nationale Omgevingsvisie (2020) en Barro (2020) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert het Rijk een nieuwe integrale aanpak waarin samen met andere overheden en organisaties optimaal kan worden gewerkt aan behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen spelen de volgende vier prioriteiten de komende jaren een grote rol in de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nationale belangen De NOVI is vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Deze gaat echter pas in zodra de Omgevingswet in werking treedt. De voorloper van het BKL is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toetsing Het NOVI en het Barro kenmerken zich door een hoog abstractieniveau en bevatten geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Het rijk heeft in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro, 2011) wel waarden opgenomen voor het werelderfgoed de Nieuwe Hollandse Waterlinie waarin het plangebied gelegen is. Dit is vastgelegd in onderdeel 2.13 van het Barro. Hierin wordt bepaald dat provincies bij provinciale verordening de kernkwaliteiten van het erfgoed dienen uit te werken en te objectiveren. Daarnaast dient de verordening in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten van het erfgoed regels te stellen omtrent de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Deze regels worden behandeld in toelichting paragraaf 4.2.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
18
Voorliggend plan raakt verder niet aan één van de overige 13 nationale belangen van het Barro. Het Barro vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Conclusie De aanwezige waarden binnen het plangebied blijven behouden. Er is geen sprake van strijdigheid met het nationaal beleid. Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling (art. 3.6.1 Bro, juli 2017) In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 1. 2. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 3.
Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. 4. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toetsing en conclusie Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Voorliggend plan betreft het omzetten van een bedrijfswoning in een plattelandswoning, het vergroten van het bouwvlak en het verplaatsen en vergroten van een bestaande bedrijfswoning; het is daarmee niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling; het behoeft niet verder getoetst te worden aan de ladder. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking. Wet plattelandswoningen Per 1 januari 2013 is het op grond van de Wet Plattelandswoningen mogelijk om voormalige agrarische bedrijfswoningen in het bestemmingsplan aan te duiden als 'plattelandswoning'. De woning houdt dan een agrarische bestemming en blijft binnen het agrarische bouwvlak gesitueerd, maar de bewoners hoeven niet langer een relatie te hebben met het bijbehorende agrarische bedrijf. In de wet is geregeld dat het bijbehorende agrarische bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd door de aanwezigheid van een plattelandswoning op korte afstand van het bedrijf. Ter plaatse van de plattelandswoning moet wel een voldoende woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. In Hoofdstuk 4 wordt aan de hand van de relevante milieuaspecten onderbouwd dat ter plaatse van de betreffende woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
19
3.3
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het op dit moment geldende relevante beleid op provinciaal niveau verder toegelicht. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is er beperkt beleid van toepassing op het plangebied. 3.3.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht (vastgesteld d.d. 10 maart 2021) In de omgevingsvisie van de Provincie Utrecht beschrijft de provincie hoe zij willen dat de provincie er in 2050 uitziet. In het document zijn de ambities en beleidskeuzes van de provincie geformuleerd aan de hand van de volgende zeven beleidsthema's: stad en land gezond; klimaatbestendig en waterrobuust; duurzame energie; vitale steden en dorpen; duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; levend landschap, erfgoed en cultuur; toekomstbestendige natuur en landbouw. Levend landschap, erfgoed en cultuur Beschermen en benutten van de waarden van Cultuurhistorische Hoofdstructuur Cultuurhistorische waarden van de leefomgeving wil de provincie beschermen en benutten, door ze beter zichtbaar en beleefbaar te maken en door ze te gebruiken als dragers en aanjagers van ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij wordt de inzet van kunst en creatief ontwerp gestimuleerd. Mede in het kader van de Erfgoed Deal wil de provincie investeren in het zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed in relatie tot de grote transities van de leefomgeving.
In de Cultuurhistorische hoofdstructuur wordt de nadruk gelegd op gebieden die gemeentegrenzen overstijgen: historische buitenplaatszones, militair erfgoed, agrarische cultuurlandschappen, archeologisch waardevolle zones en historische infrastructuur. In de omgevingsverordening van de provincie is verder uitgewerkt welke specifieke kenmerken en kernkwaliteiten in dit gebied gelegen zijn. In paragraaf 3.3.2 wordt de ontwikkeling getoetst aan deze kenmerken en kernkwaliteiten. 3.3.2 Interim omgevingsverordening (vastgesteld d.d. 10 maart 2021) In de omgevingsverordening zijn direct werkende regels opgenomen die gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. In het plangebied zijn de volgende provinciale aspecten van belang: CHS Buitenplaatszone (Vecht) - Artikel 7.7 Instructieregel landschap - Artikel 7.9 Agrarische bedrijven - Artikel 8.1 Landelijk gebied - Artikel 9.2 Instructieregel woningen, woonschepen en woonarken in landelijk gebied - Artikel 9.4 Het plangebied is volgens het Barro onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maar volgens de Interim Omgevingsverordening valt het plangebied daar net buiten. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de relevante voorwaarden en regels die vanuit het provinciaal belang gelden voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
20
Buitenplaatszone Vecht Artikel 7.7 Beschermen en benutten van de cultuurhistorische hoofdstructuur 1. In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in de cultuurhistorische hoofdstructuur wordt rekening gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. 2. Als waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de Bijlage 14 Cultuurhistorie bij deze verordening, voor de volgende gebieden: a. de Historische buitenplaatszone, die bestaat uit de deelgebieden Stichtse Lustwarande, Langbroekerwetering, Vecht, Amersfoortseweg (Wegh der Weegen), Laagte van Pijnenburg, Valleilandgoederen, Amelisweerd, Kasteel de Haar, Landgoed Linschoten, Maarsbergse Flank en Prattenburg-Remmerstein; 3. De motivering van een bestemmingsplan bevat: a. een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden; en b. een beschrijving en motivering van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden. Bijlage 14 Cultuurhistorie - Cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) Het plangebied is gelegen in de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS), namelijk in de buitenplaatszone Vecht. De waarden van de cultuurhistorische buitenplaatszone ligt met name in: a. de samenhang van parkstructuren, hoofdhuizen en bijgebouwen; b.
de zichtassen en zichtrelaties tussen buitenplaatsen en de omgeving; c. de kenmerken van de buitenplaatszone in relatie tot het onderliggende landschap. De zichtassen en zichtrelaties, die als lange lijnen doorlopen vanuit de buitenplaatsen en landgoederen naar hun omgeving, hebben een directe relatie met de aanleg en structuur van de historische buitenplaatsen en landgoederen. Aantasting van een zichtas/zichtrelatie betekent een directe aantasting van de waarde van de buitenplaats/het landgoed. Daarom is het van belang dat de nog aanwezige zichtassen en zichtrelaties bij ontwikkelingen worden gerespecteerd en gehandhaafd. Buitenplaatszone Vecht De kern van de Vechtstreek is een smalle buitenplaatszone langs de rivier, tussen Oud-Zuilen en Vreeland. In de zeventiende en vooral in de achttiende eeuw hebben Amsterdamse kooplieden hier een buitenplaats als zomerverblijf gesticht, veelal in classicistische stijl. De theekoepel aan het water werd het beeldmerk van dit luxelandschap, het smeedijzeren toegangshek het visitekaartje. Door economische neergang zijn vele buitenplaatsen rond 1800 afgebroken en werden formele tuinen omgewerkt tot landschappelijke parken. Van de oorspronkelijk ruim honderd buitenplaatsen zijn er nu nog zo'n veertig over. Ook de buitenplaatsen langs de Angstel en het Gein rekenen we tot deze zone.
Hier is het agrarische karakter dominant gebleven, met hier en daar een tot buitenplaats uitgegroeide boerderij of kasteel, zoals bij Loenersloot. Karakteristiek voor deze buitenplaatszone is het halfopen landschap met een afwisseling van besloten buitenplaatsen, open weilanden met boerderijen, en historische kernen. Het open zicht tussen jaagpad en Vecht, en de doorzichten tussen en achter de buitenplaatsen naar het open weiland, verhogen de belevingswaarde. Van hoge cultuurhistorische waarde zijn de (resten van) formele en vroeg-landschappelijke tuinaanleg en de nog aanwezige landschapsstructuren van verdwenen buitenplaatsen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de oriëntatie van de buitenplaatsen op de rivier en op de dijkweg (met dwarsprofiel van de oude Napoleonweg, Route Impériale), en de compacte tuinen en overplaatsen. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling worden de landschappelijke kwaliteiten van de Cultuurhistorische hoofdstructuur niet onevenredig aangetast. Doorzichten, samenhang en de kenmerken van buitenplaatszone Vecht blijven ongewijzigd. Door de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 4 op te nemen worden deze waarden beschermd.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
21
Daarnaast wordt de op het erf aanwezige boomgaard duurzaam in stand gehouden door de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap 1' op te nemen. Artikel 7.9 Instructieregel landschap 1. Landschap bestaat uit Landschap Eemland, Landschap Gelderse Vallei, Landschap Groene Hart, Landschap Rivierengebied en Landschap Utrechtse Heuvelrug. 2. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap bij deze verordening. 3. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in Landschap bevat: a. bestemmingen en regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en b. geen bestemmingen of regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. 4. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap Voor het landschap Groene Hart willen we de volgende kernkwaliteiten behouden: 1. openheid; 2. (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); 3. landschappelijke diversiteit; 4. rust & stilte. Toetsing De ontwikkeling voorziet niet in een functiewijziging en beperkt zich tot het eigen erf. Het groene aanzicht van het erf wordt gevormd door de boomgaard.
Om het groene aanzicht te borgen wordt de boomgaard planologisch vastgelegd middels een dubbelbestemming. De kernkwaliteiten van het landschap komen niet in het geding. Agrarische bedrijven Artikel 8.1 Instructieregel agrarische bedrijven 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Agrarische bedrijven bevat geen bestemmingen en regels die voorzien in: a. nieuwe agrarische bouwpercelen, tenzij het gaat om de verplaatsing van een grondgebonden landbouwbedrijf voor het voldoen aan internationale verplichtingen; en b. een omschakeling van grondgebonden agrarisch bedrijf naar niet-grondgebonden veehouderij. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Agrarische bedrijven bevat bestemmingen en regels die voorzien in een agrarisch bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 1,5 hectare ten behoeve van bestaande agrarische bedrijven, waarbij per bouwperceel maximaal één bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen met maximaal één bouwlaag voor het stallen van dieren zijn toegestaan. 3. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Agrarische bedrijven kan bestemmingen en regels bevatten die voorzien in uitbreiding van een bestaand agrarisch bouwperceel voor een grondgebonden veehouderij tot maximaal 2,5 hectare, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing; b.
de uitbreiding draagt bij aan verbetering van het dierenwelzijn; c. de uitbreiding draagt bij aan vermindering van de milieubelasting; en d. de uitbreiding draagt bij aan verbetering van de volksgezondheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
22
4.
5.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Agrarische bedrijven kan bestemmingen en regels bevatten die nevenactiviteiten toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de nevenactiviteit blijft ruimtelijk ondergeschikt aan de agrarische activiteiten; b. de nevenactiviteit vindt plaats binnen het bestaande bouwperceel; c. erfinrichting en bedrijfsbebouwing zijn landschappelijk goed inpasbaar; en d. omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing.
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het uitbreiden en aanpassen van het bestaande bouwvlak en wordt de tweede bedrijfswoning afgesplitst naar een plattelandswoning. Het bouwvlak bedraagt na vergroten van het bouwvlak 13.668 m², hiermee wordt voldaan aan de maximaal toegestane maatvoering van 1,5 hectare. In Bijlage 1 is een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen. Er wordt voldaan aan de instructieregel die geldt voor agrarische bedrijven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de vergroting van het bouwvlak getoetst aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid in het moederplan Landelijk Gebied Noord. De motivering is opgenomen in paragraaf 2.3. Hoofdstuk 9. Wonen, werken, recreëren Artikel 9.2 Landelijk gebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied laat geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft geen verstedelijking omdat er geen stedelijke functie wordt toegevoegd. Het plan is in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
23
Artikel 9.4 Instructieregel woningen, woonschepen en woonarken in landelijk gebied 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied bevat geen bestemmingen en regels die toestaan dat een woning, woonschip of woonark landschappelijk niet goed inpasbaar is. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die: a. de uitbreiding van bestaande woningen mogelijk maken onder de voorwaarde dat de regels voorzien in een maximale inhoudsmaat, zodanig dat de woning landschappelijk goed inpasbaar is; b. voorzien in de vergroting van ligplaatsen van woonschepen of woonarken of in de vergroting van de maatvoering van woonschepen of woonarken onder de voorwaarde dat de regels voorzien in een maximale oppervlakte van de ligplaats en een maximale maatvoering van het woonschip of de woonark, zodanig dat het woonschip of de woonark landschappelijk goed inpasbaar is, of c.
nieuwe vervangende ligplaatsen voor woonschepen of woonarken toestaan, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: het gaat om woonschepen en woonarken die afkomstig zijn uit zeer kwetsbare gebieden en de nieuwe locatie is uit ruimtelijk oogpunt aanmerkelijk minder bezwaarlijk, of de vervangende ligplaats is uitsluitend bestemd voor woonschepen of woonarken met een historische waarde; en de maatvoering van woonschepen of woonarken en ligplaats is zodanig, dat het woonschip of de woonark landschappelijk goed inpasbaar is. 3. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt deel uit van de onderbouwing, indien het nieuwe besluit substantieel grotere maten mogelijk maakt ten opzichte van het vigerende besluit. Toetsing Het voorliggende bestemmingsplan maakt het herbouwen van de bestaande bedrijfswoning mogelijk. Om ervoor te zorgen dat deze woning landschappelijk goed inpasbaar is zijn regels gesteld met betrekking tot de maatvoering en het verplaatsen van de woning. Daarnaast is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld en bijgevoegd in Bijlage 1. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het relevante beleid van de provincie Utrecht.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Stichtse Vecht (vastgesteld d.d. 12 januari 2022) In de Omgevingsvisie Stichtse Vecht beschrijft de gemeente hoe zij willen zorgen dat Stichtse Vecht een fijne plek blijft om in te wonen, te werken én vrije tijd door te brengen. De drie belangrijkste opgaven voor de gemeente zijn: 1. Een prettige, bereikbare en gezonde omgeving; 2. Houden wat typisch Stichtse Vecht is: onze cultuur(historie), landschap en natuur; 3. Goed omgaan met klimaatverandering en duurzaamheid. Er wordt ingezet op een gezonde omgeving, waar ruimte is voor wonen, werken, recreatie en met een goede bereikbaarheid en schoon vervoer. Dorpsgezichten, buitenplaatsen en kastelen laten de rijke geschiedenis van de verschillende dorpen zien. De rijke geschiedenis en de boerderijen, natuur en rivieren zorgen voor een mooi landschap dat behouden moet blijven. Naast het landschap heeft de gemeente nadrukkelijk aandacht voor klimaatverandering en duurzaamheid in haar visie.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
24
Toetsing en conclusie Met de beoogde ontwikkeling wordt de voortzetting van de bestaande paardenhouderij mogelijk gemaakt door het bouwvlak uit te breiden. Daarnaast wordt bewoning mogelijk gemaakt van de karakteristieke boerderij door derden en het verplaatsen van de bedrijfswoning. Met de uitbreiding van het bouwvlak aan de westzijde van het erf wordt aangesloten bij de verkaveling en daarmee aanwezige landschapsstructuur. Daarnaast past dit bij de ambitie van de gemeente om meer ruimte te bieden aan bedrijven en ondernemers en blijft de aanwezige natuur en het landschap behouden. Overige ambities die beschreven zijn in de omgevingsvisie worden niet negatief beïnvloed met de voorgenomen ontwikkeling. 3.4.2 Toekomstvisie Stichtse Vecht 2013 - 2040 (vastgesteld d.d. 29 januari 2013) In de visie van de Gemeente Stichtse Vecht benadrukt de gemeente in het hoofdstuk opgaven en kansen het belang van diversiteit in het woningaanbod zowel binnenstedelijk als in het buitengebied. In het buitengebied valt ook de mogelijkheid tot verbreding van het gebruik van buitenplaatsen door meerdere functies toe te laten (denk aan appartementen en andere woonvormen). Zorg voor het behoud en de uitstraling naar buiten toe staat hierbij voorop.
Toetsing en conclusie Door de agrarische bedrijfswoning om te zetten naar plattelandswoning mag de woning door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, worden bewoond. Dit is mogelijk binnen de contouren van het bestaande agrarische bedrijf doordat aan een plattelandswoning een lager beschermingsniveau wordt toegekend dan aan een burgerwoning. Overig relevant beleid uit de toekomstvisie Stichtse Vecht wordt niet nadelig beïnvloed met de voorgenomen ontwikkeling. 3.4.3 Verordening geurhinder en veehouderij landelijk gebied, Stichtse Vecht (vastgesteld d.d. 5 december 2013) Het buitengebied van de gemeente Stichtse Vecht vormt een belangrijk onderdeel van het Groene Hart. De melkrundveehouderijen zijn karakteristiek voor dit gebied. Het zijn de dragers van de landschappelijke kwaliteit. De gemeente streeft bij de ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied naar behoud en versterking van deze landschappelijke kwaliteit. Het beleid is daarom gericht op het behoud en uitbreiding van de melkrundveehouderijen en op het behoud van de karakteristieke agrarische bebouwing. Dit sluit aan bij het landelijk beleid voor het Groene Hart. Toetsing Ten tijde van het vaststellen van de Verordening geurhinder en veehouderij was de Wet plattelandswoningen nog niet in werking getreden.
Ten aanzien van het omzetten van de bedrijfswoning gelden voor het aspect geur de regels van de Wet plattelandswoningen. Dit houdt in dat een plattelandswoning geen geurgevoelig object is in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij uit het Activiteitenbesluit. Op basis van deze wetgeving is het mogelijk om bewoning door derden in een voormalige agrarische bedrijfswoning mogelijk te maken. Hiermee wordt ook aangesloten bij het beleid uit de verordening om in te zetten op het behoud van karakteristieke agrarische bebouwing. 3.4.4 Landschapsontwikkelingsplan Breukelen - Loenen (vastgesteld d.d. september 2008) Het landschapsontwikkelingsplan heeft betrekking op het buitengebied van de gemeenten Loenen en Breukelen. Het heeft twee belangrijke doelen. Belangrijk doel van het landschapsontwikkelingsplan is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied door particulieren, instanties en de gemeenten zelf. Hierbij staat het behouden, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke identiteit van de verschillende deelgebieden voorop. Een belangrijk uitgangspunt is het behoud van het landelijk karakter van het unieke landschap in het Groene Hart.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
25
Het plangebied is gelegen in het deelgebied wat aangeduid is als stroomruggenlandschap van de Vecht-Noord. Kenmerkende karakteristieken van dit gebied zijn het kleinschalig, halfopen landschap met linten van bebouwing en langgerekte onregelmatige blokverkaveling. De gemeente heeft de visie om natuur- en landschapswaarden en het cultuurhistorisch-recreatief netwerk uit te breiden. In een aanvullend beeldkwaliteitsplan zijn richtlijnen opgesteld voor behoud en versterking van de beeldkwaliteit en de landschappelijke kwaliteit van de linten. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkelingen blijft het bestaande doorzicht vanaf de Vecht naar het achterland en de verkavelingsstructuur behouden. De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de landschappelijke identiteit van het stroomruggenlandschap Vecht-Noord. 3.4.5 Beeldkwaliteitplan Breukelen en Loenen Doelstelling van het beeldkwaliteitsplan voor het totale buitengebied van Loenen en Breukelen is om de bestaande beeldkwaliteit van het landelijke gebied te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plan streeft daarom naar beeldkenmerken die passen bij de ontstaansgeschiedenis en karakteristieken van het buitengebied. Beeldkwaliteit wordt beschouwd als een belangrijk aspect van de leefomgeving.
Inzicht in de bestaande kwaliteiten vormt enerzijds het uitgangspunt voor behoud en versterking van de karakteristieke kwaliteiten, anderzijds is hierop het ontwikkelingskader voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied gebaseerd. Ook kleinschalige natuurontwikkelingen maken hier deel van uit. Het beeldkwaliteitsplan sluit aan op het Landschapsontwikkelingsplan Breukelen - Loenen. Het landschapsontwikkelingsplan geeft een visie op de functies, de bestaande landschapskarakteristiek en de gewenste landschapsontwikkeling van de verschillende deelgebieden. Het beeldkwaliteitsplan gaat in op de samenhangende beeldkwaliteit van bepaalde structuren en op het lagere schaalniveau van daarbinnen gelegen erven, bebouwing en kleinschalige landschapselementen, zoals beplantingen en water. Het beeldkwaliteitsplan sluit aan op de welstandsnota, maar gaat veel uitgebreider in op het buitengebied. Het plan vormt daardoor een toevoeging op de welstandsnota. Toetsing en conclusie Boomgaard De bedrijfswoning wordt herbouwd richting de Vreelandseweg. Het aanzicht op het erf vanaf de Vecht en de Vreelandseweg verandert hierdoor niet doordat de boomgaard - die voor de bedrijfswoning gelegen is - behouden blijft. De oude huisboomgaard aan de voorzijde van het erf is al enkele eeuwen aanwezig en vormt een van de karakteristieken van het vroege veenlandschap en de oeverwal langs de Vecht.
De boomgaard hoort oorspronkelijk bij de karakteristieke boerderij op nummer 27. Deze noordelijke Vechtstreek heeft een agrarisch karakter. De beeldkwaliteit van dit gebied heeft fraaie open en half besloten gedeeltes en minder fraaie stukken. Het streven is om de beeldkwaliteit van dit gebied naar een hoger niveau te brengen (bron: Landschappelijk ontwikkelingsplan Stichtse Vecht). Dat kan door meer beplantingen met streekeigen soorten aan te brengen, zoals kavelgrensbeplantingen langs de stallen. En de aanleg van boomgaarden is gewenst om de natuur- en landschapswaarden van de erven te vergroten. In de beeldkwaliteitsparagraaf in Bijlage 1 wordt de waarde van de boomgaard in het gebied nader toegelicht. Er vinden geen nieuwe activiteiten plaats, zodat deze ontwikkeling niet in strijd is met de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan. Met dit bestemmingsplan krijgt de boomgaard de dubbelbestemming 'Waarde-Landschap'.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
26
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
27
Hoofdstuk 4
4.1
Sectorale aspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het voorgenomen plan getoetst aan verschillende omgevingsaspecten. Dit wordt gedaan om aan te tonen dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.2
Archeologie & cultuurhistorie
Beleidskader Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Onderzoek en conclusie Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden zijn in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Noord' dubbelbestemmingen opgenomen. Op een gedeelte van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' opgenomen.
Op het gehele plangebied gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorie 1' en 'Waarde - Cultuurhistorie 4'. Het aspect archeologie heeft geen invloed op het verplaatsen en uitbreiden van het bouwvlak en het toekennen van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - plattelandswoning'. Ter plaatse van het uitbreiden van het bouwvlak is namelijk geen archeologische dubbelbestemming aanwezig. De archeologische dubbelbestemming is wel aanwezig aan de oostzijde van het erf waar de bedrijfswoning verplaatst wordt. Het aanduiden van de karakteristieke boerderij doet geen afbreuk aan de aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarden. Waarde - Archeologie 4 Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. In figuur 4.1 is te zien dat de dubbelbestemming gelegen is ter plaatse van de bedrijfswoning die in de voorgenomen ontwikkeling verplaatst wordt.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
28
Figuur 4.1 - Ligging 'Waarde - Archeologie 4' (Bron: Ruimtelijke plannen) Binnen deze archeologische dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: Artikel 23.2 Bouwregels a. Op de gronden met de bestemming ‘Waarde - archeologie 4’ mogen geen bouwwerken worden gebouwd; b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 23.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid; 2. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd; 3. een bouwwerk waarbij de bodemverstoring minder dan 500 m2 bedraagt, danwel meer dan 500 m2 bedraagt en de diepte niet meer dan 0,3 m. De bedrijfswoning die herbouwd zal worden voldoet niet aan bovenstaande bouwregels omdat het oppervlak ten aanzien van de bestaande bedrijfswoning zal uitbreiden.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woning dient een archeologisch rapport aangeleverd te worden waaruit blijkt dat: de archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Waarde - Cultuurhistorie 1 en Waarde - Cultuurhistorie 4 Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud en de versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Cultuurhistorie 1) en de buitenplaatszone langs de Vecht (Cultuurhistorie 4). Op de gronden waar deze dubbelbestemmingen gelden mag uitsluitend worden gebouwd indien de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad. Daarnaast kan aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbonden worden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde om mogelijke schade te voorkomen. In paragraaf 3.3 en 3.4 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de ter plaatse aanwezige waarden. Hieruit blijkt dat de beoogde activiteiten deze waarden niet negatief beïnvloeden. Er kan geconcludeerd worden dat de bestaande waarden behouden blijven. Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
29
Conclusie Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het herbouwen van de bestaande bedrijfswoning een archeologisch onderzoeksrapport ingediend te worden. Uit dit onderzoeksrapport moet blijken dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen om die waarden te behouden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.
Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek Geur Zoals eerder vermeld is een plattelandswoning ten aanzien van het voormalige eigen bedrijf niet geurgevoelig. Daarbij wordt opgemerkt dat er voor paarden geen geuremissiefactor is vastgesteld omdat de geuruitstoot als zeer gering wordt beoordeeld. Als het gaat om de bedrijfsvoering en toetsing van de geurbelasting door de omliggende bedrijven heeft de status als plattelandswoning geen gevolgen. Omliggende bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Voor paarden geldt in het buitengebied op basis van de Wet geurhinder en veehouderij een vaste afstand van 50 meter vanaf het emissiepunt tot aan de gevel van een geurgevoelig object. Een plattelandswoning hoeft hier echter niet aan te voldoen ten opzichte van het (voormalige) eigen bedrijf. Wel dient sprake te zijn van een voldoende woon- en leefklimaat. Daarop wordt in de onderstaande alinea nader ingegaan. De huidige paardenstallen staan op circa 45 meter van de woning Vreelandseweg 27 en op meer dan 50 meter van de woning op het erf van Vreelandseweg 28.
Het emissiepunt van de stallen (ramen en deuren) ligt voor beide woningen op meer dan 50 meter waarmee aan de vaste afstand uit de Wet geurhinder en veehouderij wordt voldaan. Gezien de huidige bedrijfsgrootte van de paardenhouderij (maximaal 50 paarden), het ontbreken van intensieve veehouderijen in de omgeving, de afstand tot de vaste mestopslag (>95 meter) en de afstand tot het emissiepunt van de stallen ( >50 meter) is er sprake van een aanvaardbare geursituatie ter plaatse van de Vreelandseweg 27.
Rho adviseurs voor leefruimte
44003416.20210200
30
Geluid De plattelandswoning is ten aanzien van het voormalige eigen bedrijf niet geluidsgevoelig, alleen het woon- en leefklimaat dient te worden onderbouwd. Als het gaat om de bedrijfsvoering en toetsing van de geluidsbelasting door de omliggende bedrijven heeft de status als plattelandswoning geen gevolgen aangezien op de woning nu ook al dient te worden getoetst. In het kader van toetsing van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gekeken naar de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering. De richtafstand voor geluid betreft bij een paardenhouderij 30 meter voor het aspect geluid. Zoals hiervoor vermeld liggen de dichtstbijzijnde stallen op circa 45 meter van de woning Vreelandseweg 27 en op meer dan 50 meter van de woning aan de Vreelandseweg 28. Gezien deze afstand is weinig geluidshinder te verwachten ter plaatse van de beoogde plattelandswoning en de Vreelandseweg 28. Van groot belang is daarnaast dat er een separate oprit is naar de paardenhouderij en dat het bedrijf hoofdzakelijk overdag in werking is. Er kunnen interne verkeersbewegingen plaatsvinden dichter bij de beoogde plattelandswoning. De paardenhouderij brengt een zekere geluidsbelasting met zich mee die hoort bij de ligging in het buitengebied, maar leidt in geen geval tot onaanvaardbare hinder. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat m.b.t.
het aspect geluid. Licht Rondom de stallen zal enige mate van lichtuitstraling aanwezig zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat een paardenhouderij met name tijdens de dagperiode in gebruik is. In de latere avond en nacht zal uitsluitend sprake zijn van nachtverlichting met een geringe lichtuitstraling. Rondom de aanwezige paardenbak en paardenweides is geen verlichting aangebracht. Deze situatie is veelal maatgevend voor overlast bij de meeste paardenhouderijen. Hierdoor is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect licht. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.4
Bodem
Normstelling en beleid Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Onderzoek en conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet geen bestemmingswijziging of bodemroerende werkzaamheden. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.