1 Bijlage TL 5. Gageldijk 29 en Herenweg 19b, Maarssen.pdf
Tekst van het document
nummer 29
bedrijf Onderhoudsbedrijf caravans campers, e.d. niet zijnde motorisch onderhoud
code Specifieke vorm van bedrijf-1
De afstand tot de bestaande woningen is groter dan de richtafstand van 10 meter. Voor de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening (acceptabel woon- en leefklimaat) is gebruik gemaakt van de eerder benoemde VNG-publicatie. In Bijlage 5 van deze publicatie wordt een vier stappen plan omschreven: 1. Indien de richtafstand niet wordt overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven en is buitenplanse inpassing mogelijk. 2. Indien stap 1 niet toereikend is, dient middels een geluidonderzoek (vanaf deze stap noodzakelijk) aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidbelastingen voor stap 2 als weergegeven in navolgende tabel. Indien voldaan wordt is buitenplanse inpassing mogelijk. 3. Stappen 3 en 4 alleen bij buitenplanse inpassing. Indien stap 2 niet toereikend is, dient middels een geluidonderzoek aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidbelastingen voor stap 3 als weergegeven in navolgende tabel. Indien voldaan wordt, is buitenplanse inpassing mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. 4. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn.
De locatie is gelegen in een gemengd gebied, het bedrijf valt onder milieucategorie 2 en de richtafstand van 10 m wordt niet overschreden. Dit betekent dat een verdere toetsing achterwege kan blijven (= stap 1). Op het adres Gageldijk 31 is gevestigd Kuijf transport (SBI 2008 nr. 494-1 goederenwegvervoerbedrijven b.o. <= 1000 m2). Met de beoogde wijziging ondervindt dit bedrijf geen nadelige gevolgen.
Op het adres Gageldijk 43a is gevestigd het bedrijf Niscar Parts Center (SBI 2008 nr. 451, 452 Handel in auto’s motoren en motorfietsen, reparatie en servicebedrijven). Met de beoogde wijziging ondervindt dit bedrijf geen nadelige gevolgen.
29
Conclusie bedrijven en milieuzonering Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering en de te hanteren minimale richtafstand van 10 m bestaan geen belemmeringen voor het realiseren van het bestemmingsplan en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.12 Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder C of D van het Besluit m.e.r. . Met dit bestemmingsplan wordt een juridisch-planologisch kader geboden voor de verplaatsing en een reducering in oppervlakte van een bestaand bouwblok voor een bijgebouw. Een dergelijke ontwikkeling wordt niet benoemd in bijlage D van het Besluit m.e.r. Het opstellen van een m.e.r.-beoordeling of plan M.E.R. is dan ook niet nodig. Conclusie Het bestemmingsplan is in het kader van het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar.
5.
Juridische aspecten en planverantwoording
5.1
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
5.2
Opzet van de regels
5.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels
30
zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • Inleidende regels; • Bestemmingsregels; • Algemene regels; • Overgangs- en slotregels.
5.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
5.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijkingen van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik in elk geval strijdig is met de bestemming. Afwijkingen van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden. Wijzigingsbevoegdheid: onder welke voorwaarde mogen bestemmingen wordt gewijzigd.
• • • • • 5.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:
31
•
Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene bouwregels In dit artikel wordt aangegeven wanneer overschrijding van bouwgrenzen is toegestaan.
Daarnaast
zijn er regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen.
•
Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt aangegeven welk gebruik in strijd is met de bestemming.
•
Afwijken van de gebruiksregels In dit artikel wordt aangegeven wat mogelijk is in het kader van mantelzorg.
•
Algemene aanduidingsregels In dit artikel worden de regels aangegeven die betrekking hebben op de aanduiding “milieuzonegrondwaterbeschermingsgebied”.
•
Algemene Afwijkingsregels In dit artikel wordt beschreven welke onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden onder welke voorwaarden.
•
Algemene Wijzigingsregels In dit artikel wordt omschreven op welke wijze bestemmingsgrenzen mogen worden overschreden.
•
Overige regels In dit artikel worden regels gegeven omtrent het parkeren
5.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
5.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
‘Agrarisch’ Keuze Gelet op het toekomstige gebruik wordt er een functieaanduiding “glastuinbouw” specifieke
32
functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - vab- caravanonderhoudsbedrijf toegevoegd. ‘Bedrijf’ Keuze Gelet op het toekomstig gebruik wordt er een Specifieke vorm van bedrijf-1 toegevoegd met als omschrijving “Onderhoudsbedrijf caravans, campers, e.d. niet zijnde motorisch onderhoud” 'Waarde - Archeologie – 2, 4 en 5” De voor 'Waarde - Archeologie – 2, 4 en 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Hiertoe zijn voorwaarden in de bouwregels en omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. 'Waarde - Cultuurhistorie - Nieuwe Hollandse Waterlinie' De voor 'Waarde - Cultuurhistorie - Nieuwe Hollandse Waterlinie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hiertoe zijn voorwaarden in de bouwregels en omgevingsvergunningenstelsel opgenomen.
6.
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Stichtse Vecht. Hierin zijn alle gemeentelijke kosten opgenomen en is vastgelegd dat het risico van planschade bij de initiatiefnemer ligt, waarmee het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
7.
Vooroverleg en inspraak
Nader in te vullen
33