1 Bijlage TL 5. Gageldijk 29 en Herenweg 19b, Maarssen.pdf
Tekst van het document
Datum:
30 augustus 2022
Type plan:
Bestemmingsplan
Naam:
Bestemmingsplan Gageldijk 29 en Herenweg 19b Maarssen gemeente Stichtse Vecht Deel A: Toelichting
Status:
D9
Plan identificatie:
NL.IMRO.1904.BPGagd29Herw19aMRS-VO01
Planmaker:
Focus op Ruimte
2
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING.................................................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING EN DOELSTELLING ........................................................................................................................ 4 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED............................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................ 7 HUIDIGE PLANOLOGISCHE SITUATIE ................................................................................................................. 7 LEESWIJZER ..................................................................................................................................................... 7
2.
PLANBESCHRIJVING................................................................................................................................. 8
2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................... 8 BESCHRIJVING PLAN ........................................................................................................................................ 9
3
BELEIDSKADER......................................................................................................................................... 10
3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .................................................................................................................................................. 10 PROVINCIAAL BELEID ..................................................................................................................................... 11 GEMEENTELIJK BELEID STICHTSE VECHT ......................................................................................................... 14
4.
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN.................................................................................................. 19
4.1 GELUID ......................................................................................................................................................... 19 4.2 BODEMKWALITEIT......................................................................................................................................... 20 4.3 LUCHTKWALITEIT........................................................................................................................................... 21 4.4 ARCHEOLOGIE ............................................................................................................................................... 22 4.5 CULTUURHISTORIE ........................................................................................................................................ 22 4.6 NATUUR EN ECOLOGIE .................................................................................................................................. 23 4.7 WATER ......................................................................................................................................................... 24 4.8 VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................................................
25 4.9 DUURZAAMHEID ........................................................................................................................................... 25 4.10 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 26 4.11 MILIEUZONERING ....................................................................................................................................... 27 4.12 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ........................................................................................................... 30 5.
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................................................. 30
5.1 5.2 5.3
INLEIDING .................................................................................................................................................. 30 OPZET VAN DE REGELS.............................................................................................................................. 30 VERANTWOORDING VAN DE REGELS........................................................................................................ 32
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................ 33
7.
VOOROVERLEG EN INSPRAAK............................................................................................................ 33
3
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doelstelling
Het voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de herstructurering van het perceel Herenweg 19b te Maarssen in combinatie met de aanpassing van het perceel Gageldijk 29 te Maarssen. Het perceel Herenweg 19b te Maarssen heeft een Agrarische bestemming met o.a. een functieaanduiding glastuinbouw. In het verleden was hier een tuindersbedrijf gevestigd. Het perceel bestond uit een bedrijfswoning, een loods van circa 140m2 en een kas van circa 5800 m2. Initiatiefnemer heeft de beschikking over 5600m2 aan kassen en is met de eigenaar overeengekomen dat deze kassen mogen worden gesloopt waarbij de bestemming wordt omgezet naar sec een agrarische functie. De huidige eigenaar die inmiddels is gestopt wil graag blijven wonen in de bedrijfswoning en een klein gedeelte van de oorspronkelijke kas (is in overleg met de gemeente na een akkoord op een principe verzoek inmiddels gesloopt) circa 200m2 kas behouden als hobbykas. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit op deze locatie verbeterd. Initiatiefnemer wil deze bedrijfsbestemming in het kader van de ruimte voor ruimte regeling gebruiken voor verruiming van de bestemming bij het bedrijf Gageldijk 29. Een bestaand onderhoudsbedrijf aan de Tuinbouwweg 29a te Maarssen wil hij voegen bij het caravanstallingsbedrijf. Op de percelen gemeente Maarssen sectie H.
nummers 749, 750, 768 en 302 bevindt zich de caravanstalling van de initiatiefnemer. Bij het bedrijf is een bedrijfswoning gelegen op Gageldijk 29 te Maarssen.
Luchtfoto locatie Gageldijk 29 Bestemmingsplan Herenweg-Gageldijk-geconsolideerd.
Het nieuw te vestigen Caravan Onderhoudsbedrijf is een verlengstuk van het caravanstallingsbedrijf. Door dit bedrijf op dezelfde locatie als de stalling te vestigen zijn er verschillende voordelen te behalen: veel
4
minder transportbewegingen van en naar de Tuinbouwweg en een efficiëntere aansturing en inzetbaarheid van personeel, stalling en onderhoud. De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan Herenweg – Gageldijk waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. In het voorliggend bestemmingsplan wordt hierin voorzien.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied maakt deel uit van de gemeente Stichtse Vecht en is gelegen aan de Herenweg 19b en de Gageldijk 29 te Maarssen. Op perceel Herenweg 19b te Maarssen (dat grenst aan Natura 2000) wordt een tuindersbedrijf geamoveerd, wat de sloop van 5600 m2 kassen betekent. Het bedrijf wordt formeel beëindigd en de gronden krijgen een bestemming agrarisch, zonder bouwvlak of bouwmogelijkheden. Initiatiefnemer wil het beëindigen van deze bedrijfsbestemming gebruiken in het kader van de ruimte voor ruimte regeling voor verruiming van de bestemming bij het bedrijf Gageldijk 29 te Maarssen. Een bestaand caravanreparatie- en onderhoudsbedrijf aan de Tuinbouwweg te Maarssen wordt toegevoegd aan een reeds bestaand caravanstallingsbedrijf op Gageldijk 29 te Maarssen. Het plangebied bestaat uit de volgende percelen:
Herenweg 19b Maarssen Gemeente Maarssen sectie H nummer 416 (gedeeltelijk)
Luchtfoto 2018
5
Plangebied
Gageldijk 29 Maarssen Gemeente Maarssen sectie H nummers 745, 746, 749, 750, 768 en 302 Onderstaand is de ligging van het plangebied aangegeven.
6
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Gageldijk 29 en Herenweg 19b Maarssen gemeente Stichtse Vecht” bestaat uit de volgende stukken: • • •
Verbeelding (NL.IMRO.1904.BPGagd29Herw19aMRS-VO01) Regels (NL.IMRO.1904.BPGagd29Herw19aMRS-VO01) Toelichting (NL.IMRO.1904.BPGagd29Herw19aMRS-VO01)
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
1.4
Akoestisch onderzoek D4 Gageldijk 29 – 41 d.d. 26-11-2021 Watertoets
Huidige planologische situatie
Van toepassing is het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Herenweg- Gageldijk -geconsolideerd”. Herenweg 19b Maarssen Het perceel heeft de bestemming “Agrarisch”. Daarnaast is van toepassing • Waarde: Archeologie 5 • Waarde: Cultuurhistorie (Nieuwe Hollandse Waterlinie) • Functieaanduiding glastuinbouw • Milieuzone- grondwaterbeschermingsgebied Gageldijk 29 Maarssen Het perceel heeft de bestemmingen “Agrarisch” en “Tuin”. Daarnaast is van toepassing • Waarde: Archeologie 2 en 4 • Waarde: Cultuurhistorie (Nieuwe Hollandse Waterlinie) • Bouwvlak • Functieaanduidingen glastuinbouw en specifieke vorm van agrarisch – vab -caravanstalling.
1.5
Leeswijzer
Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente en provincie. In hoofdstuk 4 en 5 zijn de nadere planologische voorwaarden getoetst. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid getoetst. In hoofdstuk 7 is ruimte gereserveerd voor Vooroverleg en Inspraak.
7
2.
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Beide locatie zijn gelegen in een lintbebouwing met diverse bestemmingen. Achter de lintbebouwing is de bestemming Agrarisch.
Gageldijk 29 Maarssen Op de percelen kadastraal bekend gemeente Maarssen sectie H. nummers 749, 750, 768 en 302 bevindt zich de caravanstalling van de initiatiefnemer. Bij het bedrijf is een bedrijfswoning gelegen op Gageldijk 29 te Maarssen.
Herenweg 19b Maarssen Onderstaand is het betreffende perceel kadastraal bekend gemeente Maarssen sectie H nr. 416 (ged) weergegeven.
Luchtfoto 2018
8
2.2
Beschrijving plan
Op de percelen gemeente Maarssen sectie H. nummers 749, 750, 768 en 302 bevindt zich de caravanstalling van de initiatiefnemer. Bij het bedrijf is een bedrijfswoning gelegen op Gageldijk 29 te Maarssen..
Luchtfoto locatie Gageldijk 29 Bestemmingsplan Herenweg-Gageldijk-geconsolideerd.
Het Caravan Onderhoudsbedrijf (nu gevestigd op de Tuinbouwweg) is een verlengstuk van het caravanstallingsbedrijf. Door dit bedrijf op dezelfde locatie als de stalling te vestigen zijn er verschillende voordelen te behalen: veel minder transportbewegingen van en naar de Tuinbouwweg en een efficiëntere aansturing en inzetbaarheid van personeel, stalling en onderhoud. Het onderhoudsbedrijf wordt planologisch gefaciliteerd in de bestaande bebouwing met een oppervlakte van circa 1000 m2. In de onderstaande schets (onderdeel van de verbeelding ) wordt de activiteit “caravanonderhoudsbedrijf” toegevoegd als een bedrijfsbestemming (paars).
9
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits-Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 3.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in de provincie Utrecht zijn: •
Het goed laten functioneren van de ‘draaischijf’ Nederland (weg, spoorweg en vaarweg) inclusief een goed regionaal openbaar vervoer en het uitvoeren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
•
Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van het gebiedsgerichte deelprogramma Rivieren (Lek en Neder-Rijn) van het Deltaprogramma; Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden; Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) en het indien nodig ruimtelijk accommoderen van de inzet van de regio op geothermie (waaronder warmtekoudeopslag) in de ondergrond; Het op lange termijn stimuleren van regionale ontwikkeling van de A12-zone.
• • •
•
3.1.1.3 Duurzame verstedelijkingsladder In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de
10
ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.
3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de drie treden (behoefte, bestaand stedelijk gebied en bouwen buiten bestaand stedelijk gebied) van toepassing zijn bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Het slopen van een kas en verruimen van een bedrijfsbestemming waarbij er geen verruiming van de bouwmogelijkheden zijn is geen stedelijke ontwikkeling. 3.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 is de nieuwe Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. In de visie staan de onderstaande zeven beleidsthema’s als zijnde beleidskeuzen en ambities.
Figuur 8. Beleidsthema’s Omgevingsvisie Provincie Utrecht
Zoals in de afbeelding hierboven te zien is loopt het onderwerp ‘Gezonde en veilige leefomgeving’ door de zeven thema’s heen, dit onderwerp vormt dan ook de rode draad die alle verschillende thema’s verbindt. Hieronder worden de diverse thema’s toegelicht gericht op wat relevant is voor planologische ontwikkelingen.
11
Stad en land gezond: • 2050: wij streven naar een gezonde en veilige leefomgeving: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, bewegen wordt gestimuleerd, er zijn voldoende ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden en iedereen doet mee. • 2040: voor bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven we naar het niet verder toenemen van de geluidhinder; een geluidsbelasting van maximaal 60 dB is, gegeven de huidige infrastructuur, acceptabel. • 2040: wij hebben voldoende stiltegebieden. • 2040: wij streven er naar de toename van risico’s van opslag en transport van gevaarlijke stoffen en van straling door hoogspanningslijnen te beperken, evenals geur- en geluidhinder door industriële bedrijven en lichthinder. Klimaatbestendig en water robuust: • 2050: het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) is blijvend robuust en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. Hier werken wij continu aan. • 2050: de ondergrond en het bodem- en watersysteem worden duurzaam gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. • 2050: wij hebben op een veilige en verantwoorde manier de duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert zo optimaal mogelijk benut.
• 2050: nieuwe opkomende stoffen, zoals medicijnresten, microplastics en PFAS, in het grond- en oppervlaktewater zijn integraal onderdeel van het waterkwaliteitsbeleid. • 2040: wij zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen. Besparen van drinkwater en voorkomen van verspilling van grondwater zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. • 2027: wij voldoen aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen). Duurzame energie: • 2050: de provincie Utrecht is zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal. • 2030: minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt hernieuwbaar opgewekt. De energievoorziening is afkomstig uit duurzame bronnen op het eigen grondgebied. Daarbij zijn de duurzame energiebronnen met oog voor de Utrechtse kwaliteiten gerealiseerd en draagt de inpassing ervan zo veel mogelijk bij aan andere doelen. • 2030: de provincie Utrecht heeft samen met partners haar bijdrage geleverd in onder andere de Regionale Energiestrategieën om aan de afspraken in het nationale Klimaatakkoord te voldoen. • 2030: geschikte daken worden zoveel als mogelijk benut voor energie opwekken en/of klimaatadaptatie. Vitale steden en dorpen: • 2050: Het realiseren van circulaire woningen of woonwijken.
• 2040: een sterke provincie met een duurzaam, gezond en divers woon- en leefklimaat. • 2040: behoud en versterking van de inclusiviteit van de Utrechtse samenleving, zodat alle inwoners kunnen wonen, werken of ontmoeten waar en wanneer zij dat wensen. • 2040: iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan beschikken over passende woonruimte. Dit betekent onder andere een voldoende aanbod aan woningen in het sociale en middeldure segment. • 2040: behoud en versterking kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen en laagdrempelige en goed bereikbare voorzieningen. • 2040: het realiseren van energieneutrale woningen of woonwijken. • 2030: alle nieuwbouw in de provincie Utrecht gebruikt 50% minder primaire abiotische grondstoffen”
12
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: • 2040: de provincie Utrecht is goed bereikbaar per fiets, openbaar vervoer en auto in een gezonde en verkeersveilige omgeving. Dit is essentieel voor een vitale Utrechtse regio. • 2040: alle belangrijke nieuwe en bestaande woon- en werklocaties en sociaal-recreatieve voorzieningen binnen de provincie Utrecht zijn op een ruimte-efficiënte, duurzame, gezonde en veilige manier bereikbaar. Levend landschap, erfgoed en cultuur: • 2050: bij ontwikkelingen is voortgebouwd op de kernkwaliteiten van onze karakteristieke landschappen. Aardkundige waarden zijn zichtbaar in het landschap. • 2030: bestaande en nieuwe aardkundige monumenten vertellen het verhaal van het aardkundig erfgoed en dragen bij aan de recreatieve beleving van het landschap. • 2030: alle gemeenten hebben initiatieven ontplooid die ten goede komen aan de kernrandzone.” Toekomstbestendige natuur en landbouw: • 2050: de provincie Utrecht heeft een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit. • 2050: binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in zowel het landelijk als het stedelijk gebied, is er in 2050 een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde flora en fauna, en is de biodiversiteit ten opzichte van 1990 toegenomen. • 2050: de natuur heeft een hoge belevingswaarde en er is een grote maatschappelijke betrokkenheid bij natuur.
• 2040: in totaal is 3.000 ha natuur in de Groene contour gerealiseerd en toegevoegd aan het NNN. • 2040: houtopstanden dragen bij aan schone lucht, landschappelijke kwaliteit, hogere biodiversiteit en CO2-vastlegging. • 2028: alle nieuwe natuur die nog nodig is voor het Natuurnetwerk Nederland heeft de functie natuur en is met hoogwaardige natuur ingericht. 3.2.2
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met de provinciale Omgevingsvisie.
3.2.3
Interim Omgevingsverordening
Tegelijk met de Omgevingsvisie Provincie Utrecht heeft de provincie de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht vastgesteld op 10 maart 2021. De verordening is het toetsingskader van de ambities neergelegd in de Omgevingsvisie. De Verordening stelt regels aan gemeentelijke bestemmingsplannen. In hoofdstuk 9 van de Interim Omgevingsverordening wordt ingegaan op stedelijke functies in het landelijk gebied. In principe is geen verstedelijking toegestaan in het landelijk gebied. De verordening geeft een aantal mogelijkheden om hiervan af te wijken.
3.2.4
Conclusie
Nu er per saldo een planologische vermindering van het bebouwd oppervlak wordt gerealiseerd kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met de provinciale Interim Omgevingsverordening.
13
3.3
Gemeentelijk beleid Stichtse Vecht
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot dit bestemmingsplan zijn de “Omgevingsvisie Stichtse Vecht”, “Landschapsontwikkelingsplan”, “Beeldkwaliteitsplan Herenweg – Gageldijk” en de “Welstandsnota Stichtse Vecht 2013” de belangrijkste plannen. Er is niet getoetst aan de Woonvisie aangezien dit bestemmingsplan niet voorziet in het toevoegen van een woning.
3.3.1
Omgevingsvisie Stichtse Vecht
In januari 2022 heeft de gemeenteraad van Stichtse Vecht de Omgevingsvisie Stichtse Vecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt de langetermijnvisie vastgelegd. Wat moet er nu gebeuren om in 2030-2040 een steeds betere leefomgeving te krijgen voor de inwoners en ondernemers? • Aantrekkelijke, bereikbare en gezonde leefomgeving voor wonen, werken en recreëren. • Versterken kwaliteit van cultuurhistorie, landschap en natuur. • Inspelen op klimaatverandering en ruimte maken voor de energietransitie De omgevingsvisie bevat 7 thema’s. De zeven thema’s vormen de rode draad van actuele onderwerpen waar de Omgevingsvisie op ingaat. Per thema behandelen we wat er speelt, de visie voor 2030/2040 en de programma’s/opdrachten die nodig zijn om de visie te realiseren. De Thema’s zijn: • Gezondheid voor iedereen • Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven • Goede bereikbaarheid in een steeds vollere regio • Prettig leven in de kernen • Ruimte voor recreatie • Toekomstbestendig vitaal platteland • Werken aan klimaatverandering Bij het thema ruimte voor verstedelijkingsopgaven wordt het volgende aangegeven; We bieden bedrijven en ondernemers een goede vestigingsplaats in Stichtse Vecht door nieuwe ruimte hiervoor te creëren en bestaande bedrijventerreinen te intensiveren, te herverdelen en kwalitatief te verbeteren.
Kleine ondernemers bieden we de mogelijkheid om gemakkelijk aan huis te ondernemen. Toetsing van het initiatief aan Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat de gemeente ruimte wil creëren voor bedrijven en ondernemers. Dit kan door bestaande bedrijventerreinen te intensiveren of kleine ondernemers de mogelijkheid te bieden aan huis te ondernemen. Het verplaatsen van het caravanonderhoudsbedrijf van de Tuinbouwweg naar de Gageldijk past binnen deze visie van intensivering en bieden van ruimte om bij huis te ondernemen. 3.3.1.3 Conclusie De gewenste ontwikkeling levert geen strijdigheid op met de Omgevingsvisie van de gemeente Stichtse Vecht.
14
3.3.2
Landschapsontwikkelingsplan
3.3.2.1 Algemeen Eind 2010 is voor het buitengebied van de voormalige gemeente Maarssen een landschapsontwikkelingsplan (LOP) vastgesteld. Met dit plan wil de gemeente de kwaliteit van het landschap beschermen en versterken en richting geven aan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. Het buitengebied van de gemeente Maarssen bezit een hoge landschappelijke waarde met een fraaie afwisseling van de Vecht met haar oevers en de veenweidegebieden en het petgatenlandschap. Door de toenemende druk van de verstedelijking staat het landschap onder druk. Ontwikkelingen vragen om een duidelijke visie op het landschap en haar kwaliteiten. Door vooraf verwachte veranderingen in het buitengebied in beeld te brengen en hierop te reageren en deze te (be)geleiden, kunnen bestaande waarden worden behouden en nieuwe worden gevormd. Het landschapsontwikkelingsplan is een plan dat aandacht besteed aan vele aspecten van het landschap, uiteenlopend van cultuurhistorie, landschap en natuur en water tot agrarisch en recreatiefgebruik. In het plan wordt het beleid van hogere overheden op integrale wijze door vertaald naar het lokale niveau. 3.3.2.2 Open veenweidegebied: Cope-ontginningenlandschap Het plan “Bestemmingsplan Gageldijk 29 en Herenweg 19b Maarssen gemeente Stichtse Vecht” is gelegen in het Open veenweidegebied: Cope-ontginningenlandschap, zoals weergegeven in onderstaand figuur 4.2.
Landschapontwikkelingsplan 2019 (Bron: gemeente Stichtse Vecht) In het LOP wordt het plangebied geschaard onder het open Veenweidegebied. De visie voor de landschapsontwikkeling betreft vooral de ontwikkeling tot over tien jaar met een doorkijk naar 2030. Het LOP heeft tot doelstellingen het behouden en ontwikkelen van de karakteristieken van de landschapstypen (in casu de waardevolle slagenverkaveling en lintbebouwing) met bijbehorende landschapselementen en verkaveling, het behouden en ontwikkelen van ruimtelijke samenhang, het versterken van de economische vitaliteit van het buitengebied en het geleiden van recreatief gebruik door verbeteren en toevoegen van recreatieve routes en kleinschalige voorzieningen.
15
Planspecifiek wordt op de locatie Herenweg 19b het oorspronkelijke slagenlandschap door de sloop van de bebouwing hersteld. De toevoeging van een caravanonderhoudsbedrijf, op de Gageldijk 29, binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden heeft geen invloed op het bestaande landschap. 3.3.2.3 Conclusie Er vindt op de Herenweg 19 te Maarssen een forse reductie plaats van bebouwing. De bestemming bedrijf die wordt toegevoegd op de Gageldijk 29 te Maarssen vindt plaats binnen de bestaande bebouwing waardoor er geen toename is van de bestaande bebouwing. De uitzichten op de watergangen blijven behouden. Daarmee is de ontwikkeling is overeenstemming met het Landschapsontwikkelingsplan.
3.3.3
Beeldkwaliteitplan Herenweg – Gageldijk
3.3.3.1 Algemeen Het Beeldkwaliteitplan is bedoeld om sturing te geven aan de gewenste ruimtelijke kwaliteitsslag in het gebied In dit beleidskader is aangegeven voor welke delen van het gebied een meer conserverende lijn wordt nagestreefd en waar richting en ruimte wordt gegeven voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot de gewenste ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
Visie Beeldkwaliteitplan Herenweg – Gageldijk (Bron: gemeente Stichtse Vecht)
16
3.3.3.2 Deelgebied Herenweg Het plangebied is gelegen in het deelgebied Herenweg. In het Beeldkwaliteitsplan is aangegeven dat het vergroten van de openheid wenselijk is. Zo wordt ondermeer aangegeven: Door de per saldo gewenste afname van het bebouwd oppervlak (5.600 minus 1.800 = 3.800 m2) kan tevens de karakteristieke openheid van het veenweide landschap worden vergroot. 3.3.3.3 Conclusie De sloop van de kassen past uitstekend binnen dit beeldkwaliteitsplan. Er vindt een reductie plaats van 3800 m2 aan bebouwing. De ontwikkeling aan de Gageldijk vindt plaats binnen de bestaande bebouwingscontour. Er vindt geen aantasting plaats van de openheid. Het parkeren vindt plaats in het verlengde van de bestaande glasopbouw (zie ook 2.2) waardoor bestaande zichtlijnen en doorzichten niet worden beïnvloed. De openheid van de polder Herenweg wordt met deze ontwikkeling versterkt. Daarmee is de ontwikkeling is overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan Herenweg – Gageldijk.
3.3.4
Welstandsnota Stichtse Vecht 2013
3.3.4.1 Algemeen Op 18 december 2012 hebben de burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 vastgesteld. Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Waar ruimtelijk beleid zoals de bestemmingsplannen onder meer het ruimtebeslag en de plek regelt, regelt het welstandsbeleid de verschijningsvorm van bouwwerken. Met het uiterlijk van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Een belangrijke peiler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Gewoon welstandsgebied Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing en het beperken van grote oppervlakken verharding. Bij de advisering over woongebouwen en bedrijfsgebouwen zal de nadruk liggen op de massa en het materiaal- en kleurgebruik.
De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • • •
17
de hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bijgebouwen hebben bij voorkeur een ondergeschikte positie de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar de bebouwing met de voorgevel op de weg richten en concentreren in de ontginningslinten, met
• • • • •
behoud van doorzichten naar het landschap bedrijfsgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn gebouwen liggen op enige afstand van de perceelsgrens of de slootkant gebouwen zijn individueel en afwisselend de nokrichting is in beginsel haaks op de weg of evenwijdig aan de verkavelingsrichting bijgebouwen zijn ondergeschikt aan hoofdmassa en eenvoudig van vorm
Architectonische uitwerking • • • • • • • • •
de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn traditioneel en terughoudend grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur kleuren harmoniëren met de omgeving aanbouwen en bijgebouwen in materiaal- en kleurgebruik afstemmen op de hoofdmassa en aan de voorkant traditioneel uitvoeren of bijgebouwen uitvoeren in gepotdekselde planken
3.3.4.2 Conclusie De voorgestelde inrichting is in overeenstemming met de criteria uit de welstandsnota. Bij de behandeling van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de onderhoudswerkplaats wordt het definitieve ontwerp nog getoetst aan de redelijke eisen van welstand.
18
4.
Milieu- en Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoeksverplichtingen gesteld. 4.1.2 Planspecifiek Om te bepalen of het plan binnen de wettelijke normen t.a.v. geluidhinder blijft is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door HGO advies d.d. 7 november 2019. Dit onderzoek betreft het onderdeel “Gageldijk 29 & 41” en ging nog uit van twee ontsluitingen. Naderhand is gekozen voor sec handhaving van de bestaande in- uitrit waardoor ook in de avondperiode wordt voldaan aan de normering voor piekniveaus via een maatwerkvoorschrift. Het eerder genoemd akoestisch onderzoek is hierop aangepast (D4 AO Gageldijk 29 -41 v3 26-11-2021) Voor het onderdeel Herenweg 19b is geen akoestisch onderzoek uitgevoerd aangezien het hier een beperking van de bestaande bestemming betreft. Zie voor een nadere uitleg hoofdstuk 4.11.
In het uitgevoerd akoestisch onderzoek is de volgende conclusie verwoord: Conclusie LAr,LT De bijdrage LAr,LT ten gevolge van de activiteiten van de inrichting op de omliggende woonbebouwing bedraagt maximaal 43 dB(A) gedurende de dagperiode. De activiteiten van de inrichting voldoen hiermee aan de geluidnormering Activiteitenbesluit zijnde 50 dB(A) LAmax De geluidsbelasting LAmax ten gevolge van de activiteiten van de inrichting op woningen in de omgeving bedraagt maximaal resp. 67 dB(A) in de dag- en avondperiode ten gevolge van het sluiten van portieren op de parkeerplaats. Hiermee wordt niet voldaan aan de geluidnormering voor de avondperiode van het Activiteitenbesluit zijnde 65 dB(A). Na plaatsing van schermen van resp. 2 en 2,25 m hoogte ter plaatste van de parkeerplaats kan ook in de avondperiode worden voldaan aan de geluidsnormering..
19
Plaatsing schermen Desondanks kan de plaatsing van schermen op deze locatie als niet doelmatig worden beschouwd. Het relevante toetspunt op de achtergevel van de woning Gageldijk 31 ondervindt van de eigen bedrijfsactiviteiten (transport met vrachtwagens langs deze woning) reeds een veel hoger piekniveau tot max. 82 dB(A). Gelet op deze conclusie is de piek bijdrage van de caravanstalling nagenoeg verwaarloosbaar met uitzondering van de avondperiode (1/2 uur op de zondagavond gedurende het seizoen). Verzocht wordt dan ook om de overschrijding van 2 dB(A) gedurende deze specifieke periode in de avond middels een verruiming van deze pieknormering (maatwerkvoorschrift) te reguleren. De inrichting zal hiervoor een verzoek indienen. Hierbij kan nog steeds worden gesproken van een goede ruimtelijke ordening. De bovengenoemde schermen zijn weergegeven in de bijlagen Rekenmodel - weergave schermen 2,0 m (ow) en 2,25 m (nz) en Invoergegevens rekenmodel – schermen. Goede ruimtelijke ordening Gelet op de berekende waarden en de toetsing aan de normering van het Activiteitenbesluit (dagperiode) is er bij de uitvoering van de bedrijfsactiviteiten inclusief van de inrichting sprake van een goede ruimtelijke ordening. Indirecte hinder De indirecte hinder op de openbare weg (Gageldijk) bedraagt maximaal 49 dB(A).
Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor de Indirecte Hinder zijnde 50 dB(A). De maximale waarde voor de Indirecte Hinder zijnde 65 dB(A) wordt gelet hierop ook niet overschreden. Tevens wordt de wettelijk verplichte gevelisolatie van 20 dB om te kunnen voldoen aan het wettelijk binnenniveau in de woningen niet overschreden. 4.1.3
Conclusie
De voorgestelde bestemmingswijziging voldoet aan de wettelijke vereisten.
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Algemeen
Een bestemmingsplan dient een motivering te bevatten over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming immers de bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de beoogde bestemming. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (stand still-beginsel). Op het perceel Herenweg 19b te Maarssen blijft de bestemming agrarisch onveranderd. De functieaanduiding “glastuinbouw” komt op deze locatie in dit bestemmingsplan niet meer voor. Dit betekent uiteindelijk dat er circa 5600 m2 bebouwing zal worden gesloopt. Op het perceel Gageldijk 29 voorziet dit bestemmingsplan in een verruiming van de agrarische bestemming met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch bedrijf - caravanonderhoudsbedrijf' waarbij het bouwblok gelijk blijft. Tevens krijgt een klein perceel tuin de bestemming agrarisch met een functieaanduidingen specifieke vorm van agrarisch – vab -caravanstalling.
20
4.2.2 Conclusie Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de toekomstige bestemming.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen
Tussen de luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening is een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor een aantal luchtvervuilende stoffen. Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: • • • •
een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit).
Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (lucht- kwaliteitseisen)’. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. De betreffende bestemmings (functie) wijziging heeft betrekking op een ontwikkeling die als "niet in betekende mate" kan worden aangemerkt. Daarnaast speelt bij de realisatie de luchtverontreiniging geen negatieve rol. Zowel de onderhavige ontwikkeling alsook de omliggende bedrijven betreffen geen zware milieucategorie bedrijven. Er is derhalve geen sprake van het toestaan van een nieuwe functie welke vanuit een goede ruimtelijke ordening niet mogelijk is. Om die reden kan worden gesteld dat met de realisering van de functiewijziging geen verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse optreedt en dat er tevens sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 4.3.2
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het bouwplan niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
21
4.4
Archeologie
4.4.1
Algemeen
Voor de archeologie is het uitgangspunt dat archeologisch erfgoed op de oorspronkelijke vindplaats wordt beschermd. Op Europees niveau is dit geregeld in het verdrag van Malta. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en geratificeerd. Als wettelijk kader voor archeologie geldt de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Als instrument om een goed onderbouwde belangenafweging te kunnen maken heeft de gemeente Stichtse Vecht een archeologische verwachtings – en beleidskaart laten ontwikkelen. Op de archeologische beleidskaart staan archeologische waarden- en verwachtingszones aangegeven waaraan beleidsregels zijn gekoppeld die in de bestemmingsplannen kunnen worden opgenomen. In de beleidsregels zijn vrijstellingsgrenzen opgenomen voor de oppervlakte en diepte van de voorgenomen ingreep. Indien een plangebied groter is dan de gestelde oppervlakteondergrens en de ingreep dieper gaat dan de diepte-ondergrens dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. In dit bestemmingsplan is er sprake van een Archeologisch waardevol gebied 2, 4 en 5. Er worden echter geen extra bouwmogelijkheden gerealiseerd. Op de locatie Herenweg 19b wordt alleen een bouwblok onttrokken aan de bestemming waardoor een kas moet worden gesloopt.
Op de locatie Gageldijk 29 wordt de functie van een bestaand gebouw gedeeltelijk omgezet van agrarisch met een functieaanduidingen glastuinbouw en specifieke vorm van agrarisch – vab -caravanstalling naar een bestemming bedrijf.
4.4.2
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan omschreven ontwikkeling.
4.5
Cultuurhistorie
4.5.1
Algemeen
Het perceel Herenweg 19b heeft in het bestemmingsplan Herenweg – Gageldijk een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie Hollandse Waterlinie. Het perceel Gageldijk 29 heeft dezelfde dubbelbestemming. De voor 'Waarde - Cultuurhistorie – Nieuwe Hollandse Waterlinie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Per saldo wordt er op de locatie Herenweg 19b 5600 m2 aan bebouwing gereduceerd en op de locatie Gageldijk 29 wordt de functie van een bestaand gebouw gedeeltelijk omgezet van agrarisch met een functieaanduidingen glastuinbouw en specifieke vorm van agrarisch – vab -caravanstalling naar een bestemming bedrijf. Hierdoor worden aanvullende voorwaarden ter bescherming van de “Hollandse Waterlinie” niet noodzakelijk geacht.
22
4.5.2
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect cultuur geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan omschreven ontwikkeling.
4.6
Natuur en Ecologie
4.6.1
Algemeen
Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Wet natuurbescherming die op 1 januari 2017 in werking is getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Taken en verantwoordelijkheden voor uitvoering van natuurbescherming en -ontwikkeling zijn zoveel mogelijk bij provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Provincies hebben de regels voor de bescherming van natuurwaarden uitgewerkt in provinciale verordeningen. De grootste veranderingen treden op in het onderdeel soortbescherming. Ten aanzien van gebiedsbescherming treden nauwelijks veranderingen op. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Naast algemene wetten en regels is er de planologische bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS/ Ecologische Hoofdstructuur). De basis van het natuurbeleid is het NNN. Het NNN is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Nederland. Binnen het NNN zijn gebieden aangewezen die vallen onder Natura 2000: een netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Natura 2000 gebieden worden in de Wet natuurbescherming beschermd.
Voor elk vastgesteld Natura 2000-gebied is een aanwijzingsbesluit opgesteld waarin is opgenomen voor welke soorten en/of habitattypen het betreffende gebied van belang is. In deze aanwijzingsbesluiten zijn instandhoudingdoelstellingen (IHD) gedefinieerd. In casu dient de vraag beantwoord te worden of dit bestemmingsplan ruimte geeft voor (extra) ontwikkelingen die effect kunnen hebben op beschermde gebieden danwel beschermde soorten. Indien deze vraag met ja moet worden beantwoord zal een QuickScan ecologie moeten aantonen wat de effecten zijn en/of welke eventuele maatregelen moeten worden getroffen. Zorgplicht Iedereen neemt voldoende zorg in acht voor alle natuur en in het wild levende dieren, planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in elk geval in dat iedereen die weet dat hij schade aan natuur gaat veroorzaken door een bepaalde handeling, hij deze handeling daarom niet uitvoert, of maatregelen neemt om schade aan de natuur door de handeling zoveel mogelijk te voorkomen. Nu de ruimtelijke ingreep (sloop van de kas) in 2018 (met sloopmelding en akkoord gemeente) heeft plaatsgevonden is de zorgplicht voor wat betreft dit onderdeel van de planvorming niet meer actueel.
23
Stikstof Inzichtelijk dient te worden gemaakt wat de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten van de Tuinbouwweg naar de Gageldijk betekent voor de stikstofuitstoot door verkeersbewegingen van en naar de locatie Gageldijk. De ODRU heeft hierover in haar advies d.d. 1 mei 2020 nr. Z/20/162171/D-393530 het volgende aangegeven: Om hier meer duidelijkheid over te krijgen hebben we enkele controleberekeningen gemaakt. Vanaf het perceel zijn 2 lijnbronnen ingetekend voor de weg vanaf Gageldijk 29 naar het eerste grote kruispunt / splitsing. Er is een berekening gemaakt voor dagelijks 50 verkeersbewegingen (licht verkeer) in beide richtingen. Dat zou betekenen dat er dagelijks (365 dagen/jr) 50 mensen (ritten) van en naar het onderhouds- en reparatiebedrijf zouden komen(dus 100 ritten totaal). Dat zal in feite een flinke overschatting van de werkelijke situatie zijn. Uitgaande van deze getallen treedt geen stikstofdepositie op. Daarmee is het voldoende aannemelijk dat het verplaatsen van de bedrijfsactiviteiten niet tot stikstofdepositie leidt. 4.6.2
Conclusie
Op de locatie Herenweg 19b wordt alleen een bouwblok onttrokken aan de bestemming waardoor een kas is gesloopt. Op de locatie Gageldijk 29 wordt alleen de functie van een bestaand gebouw gedeeltelijk omgezet van agrarisch met een functieaanduidingen glastuinbouw en specifieke vorm van agrarisch – vab caravanstalling naar een bestemming bedrijf. De planwijziging heeft geen significante negatieve gevolgen voor wat betreft Flora en Fauna. Een nader onderzoek hoeft niet plaats te vinden.
4.7
Water
4.7.1
Algemeen
Grondwaterbeschermingsgebied Voor wat betreft de locatie Herenweg 19b maakt het nieuwe bestemmingsplan glastuinbouw en daarmee het gebruik van specifieke bestrijdingsmiddelen niet meer mogelijk. Dit is gunstig voor het grondwaterbeschermingsgebied. Voor de locatie Gageldijk 29 wordt een caravanonderhoudsbedrijf mogelijk gemaakt t.b.v. maximaal 1000 m2 binnen de bestaande bebouwing. Waterberging Het totale verharde dakoppervlak, bestrating e.d. wordt op de locatie Herenweg 19b te Maarssen met circa 5600 m2 verminderd. Na de (verplichte) sloop van de bebouwing op de locatie Herenweg 19b te Maarssen wordt de grond ingericht als grasland waardoor een forse afname van het verhard dakvlak plaats vindt. De bestaande waterlopen in en om het plandeel blijven onveranderd aanwezig. Waterschap Amstel Gooi en Vecht heeft op 29 januari 2020 aangegeven dat er met betrekking tot dit bestemmingsplan geen waterstaatkundige belangen zijn gemoeid.
24
4.7.2 Conclusie Door het per saldo reduceren van de bebouwing met 5600 m2 worden de belangen van het grondwaterbeschermingsgebied (art. 30.1 a 2 Bestemmingsplan Herenweg-Gageldijk 1e herziening) niet benadeeld waardoor de gewenste ontwikkeling mogelijk is.
4.8
Verkeer en parkeren
4.8.1
Algemeen
Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied.
Herenweg 19b Maarssen De verkeersaantrekkende werking neemt af. Omdat de kas verdwijnt nemen ook de laad- en losactiviteiten sterk af. Ook zal er minder parkeerruimte nodig zijn. De “laad- en los-activiteiten” zullen dalen vanwege de te verwijderen kas van 5600 m2. Hetzelfde geldt voor het onderdeel “parkeren” Gageldijk 29 te Maarssen Per saldo zullen de verkeersbewegingen gelijk blijven immers circa 1000 m2 stalling wordt “ingeruild” voor 1000m2 caravanonderhoudsbedrijf (Zie ook de bij dit bestemmingsplan behorende akoestische rapportage). Nu er niet meer heen en weer hoeft te worden gependeld tussen de huidige onderhoudswerkplaats aan de Tuinbouwweg te Maarssen en de Gageldijk 29 te Maarssen ontstaat er per saldo meer parkeerruimte.
4.8.2
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan omschreven ontwikkeling
4.9
Duurzaamheid
4.9.1
Algemeen
Met betrekking tot de duurzaamheid is gekeken naar het provinciaal beleid, het gemeentelijk beleid en natuurlijk de wettelijke eisen uit het Bouwbesluit 2012. Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Provinciale Structuurvisie. Bijbehorende kaders zijn vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013. In deze verordening wordt aangegeven dat een ruimtelijke onderbouwing informatie bevat over energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Omdat het plangebied zich buiten het stedelijk gebied bevindt, is het bovenstaande niet verplicht. Gemeentelijk beleid In de Voorjaarsnota 2016 is de ambitie vastgelegd om in 2030 klimaatneutraal te zijn. De ambitie is als volgt ingevuld: Op het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht wordt in 2030 evenveel energie
25
duurzaam opgewekt als aan energie wordt verbruikt. In de woonvisie wordt deze ambities voor wat betreft woningen nader uitgewerkt. Planspecifiek worden er geen extra bouwmogelijkheden gerealiseerd. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat het onderhoudsbedrijf gerealiseerd wordt in een nieuwe geïsoleerde hal binnen de bestaande bebouwingscontour . Dit levert een energiebesparing op. Daarnaast zullen vergunningsvrij zonnepanelen op de bestaande bebouwing geplaatst worden. De stroom de daarmee op gewekt wordt is in eerste instantie bedoeld om het bedrijf energieneutraal te maken. Dit past binnen het gemeentelijk beleid. 4.9.2
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect duurzaamheid geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan omschreven ontwikkeling.
4.10 Externe veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; (Bevi staat voor Besluit externe veiligheid inrichtingen) • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²).
Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bestemmingsplandeel Gageldijk 29 Maarssen Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord,
26
ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is. Spoorlijn Breukelen-Utrecht Op de spoorlijn Breukelen – Utrecht kan een ongeval plaatsvinden waar brandbare gassen een explosie kunnen veroorzaken. De effecten van een explosie kunnen tot op een afstand van 355 meter dodelijk zijn. Omdat de ontwikkeling op meer dan 200 meter van de deze spoorlijn ligt kan worden volstaan met een beknopte verantwoording van het groepsrisico. Provinciale weg N230 Op de N230 kan een ongeval plaatsvinden waarbij brandbare gassen een explosie kunnen veroorzaken. De effecten van een explosie kunnen tot op een afstand van 355 meter dodelijk zijn. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op een afstand van meer dan 200 meter van de N230 kan worden volstaan met een beknopte verantwoording van het groepsrisico.
• Bereikbaarheid Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een brand, ramp of zwaar ongeval voldoende snel kunnen optreden. Een goede bereikbaarheid van het te bouwen bedrijf is hierbij van essentieel belang. Aangezien het gaat om beperkte ontwikkelingen, wordt de bestaande bereikbaarheid voldoende geacht. • Bluswatervoorzieningen Daarnaast dient de brandweer snel te kunnen beschikken over voldoende bluswater om een incident adequaat te kunnen bestrijden. De locaties dienen te voldoen aan art. 6.30 van het Bouwbesluit 2012. Op basis van de Handreiking bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid 2019 geldt voor agrarisch gebied de volgende eisen: • Binnen 6 minuten een bluswatervoorziening moeten kunnen opbouwen van 1000l /min. • Binnen 30 minuten een bluswatervoorziening moeten kunnen opbouwen van 1500l /min. – 6000l /min. • Binnen 60 minuten een bluswatervoorziening moeten kunnen opbouwen van 6000l /min. Voor het bedrijf geldt dat op dat op maximaal 40 m van het bouwwerk bluswater onttrokken kan worden met een capaciteit van ten minste 30 m 3/h.
•
Zelfredzaamheid
Toxische wolk (spoorlijn Breukelen-Utrecht) De ontwikkeling ingaat op het mogelijk maken van een agrarisch gebied (herenweg 19b) , en caravanonderhoudsbedrijf (Gageldijk 29). De zelfredzaamheid van de toekomstige aanwezigen is voldoende om zichzelf, eventueel met hulp van anderen, in geval van aan ramp in veiligheid te kunnen brengen. Een aandachtspunt is de vluchtmogelijkheden en de risicocommunicatie. Bij een toxische wolk is het advies om binnen te blijven. Het is daarom belangrijk om de aanwezigen te informeren over eventuele risico’s en hoe te handelen bij een toxische wolk. Explosie (N230) De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een explosie op N230 is beperkt. Dit komt omdat het een scenario is met weinig tot geen ontwikkeltijd. Bij een explosie is het beste advies om te vluchten van de bron af.
4.11 Milieuzonering
27
De aanwezigheid van bedrijven kan de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Bedrijven kunnen geur, stof, geluid en gevaar ten gevolg hebben. Voorkomen moet worden dat bedrijven hinder veroorzaken naar de omgeving, vooral indien het woongebieden of andere gevoelige bestemmingen betreft. Daarnaast moeten bedrijven zich (onder voorwaarden) kunnen ontwikkelen en eventueel uitbreiden. Om dit te bereiken is het van belang dat bedrijven en gevoelige bestemmingen ruimtelijk goed gesitueerd worden zodat de bedrijven zo min mogelijk overlast opleveren en woongebieden de bedrijven zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsuitvoering. Er dient een noodzakelijke ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de leefkwaliteit. De milieuhinder van bedrijven dient te worden geanalyseerd op hun invloed op mogelijke ontwikkelingen. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. Bij het opstellen van een bestemmingsplan moeten in het kader van een goede ruimtelijke ordening alle aspecten en belangen betrokken worden en zorgvuldig te worden afgewogen. Bij milieuzonering gaat het om de belangenafweging van milieubelastende en milieugevoelige functies.
Uitgangspunt hierbij is dat enerzijds ter plaatse van de nieuwe gevoelige functies sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Anderzijds dienen de bestaande bedrijven hun huidige activiteiten binnen de bestaande milieuregelgeving en planologie voor te kunnen zetten en niet te worden beperkt. De VNG heeft een handreiking (2009) 'Bedrijven en milieuzonering' opgesteld waar- bij richtafstanden zijn opgenomen voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen).
Toetsing Dit bestemmingsplan betreft twee locaties: Herenweg 19b Maarssen Op deze locatie wordt de bestemming van “Agrarisch” met een functieaanduiding “Glastuinbouw” gewijzigd naar de bestemming sec “Agrarisch”. De functieaanduiding Glastuinbouw met het daarbij behorend bouwblok vervalt waardoor alleen het beweiden van dieren als hoofdgebruik nog mogelijk is. De milieucategorie blijft categorie 2 (SBI-2008: 011, 012 en 013) Het onderhavige plan heeft voor wat betreft de omgeving van de Herenweg 19 te Maarssen dan ook enkel positieve gevolgen voor wat betreft de kwaliteit van de leefomgeving. De in het verleden aanwezige kassen zijn o.g.v. een sloopmelding in 2018 gesloopt.
Gageldijk 29 Maarssen Op deze locatie wordt binnen een bestaand gebouw de mogelijkheid gerealiseerd voor een onderhoudswerkplaats voor caravans, campers (niet motorisch) en dergelijk. Er is sprake van een gemengd gebied. Caravan stalling en onderhoud valt onder de SBI code 45.194: 'handel en reparatie van caravans’. Het betreft dan een categorie 2 bedrijf. Kijkend naar de eerder omschreven VNG brochure gelden hier de onderstaande afstanden tot gevoelige functies (zoals woningen).
Tabel: Richtafstanden en omgevingstype
28
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
Milieucategorie 2
30 m
10 m
De richtafstanden gelden in beginsel tussen de perceelsgrens van een bedrijf enerzijds en de gevel van een - in een rustige woonwijk gelegen - woning anderzijds. Bij functiemenging kan worden afgeweken van deze afstanden. Op de percelen gemeente Maarssen sectie H. nummers 749, 750, 768 en 302 (Gageldijk 29) bevindt zich in glastuinbouwkassen een caravanstallingsbedrijf met functieaanduiding specifieke vorm agrarisch – vab caravanstalling. De initiatiefnemer van de caravanstalling breidt de activiteiten aan de Gageldijk 29 uit met een caravan onderhoudsbedrijf. Het onderhoudsbedrijf wordt in deze beoogde wijziging van het bestemmingsplan planologisch gefaciliteerd in de bestaande bebouwing met een oppervlakte van circa 1000 m2 glastuinbouwkas. Uitgangspunt is dat het onderhoudsbedrijf reparaties uitvoert ten behoeve van particulieren exclusief auto’s en motorfietsen. Bestemming agrarisch wordt gedeeltelijk (ten noorden van de woning met nummer 29) veranderd in bestemming Bedrijf. straatnaam Gageldijk