CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

veiligheidsvisie def.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 2 februari 2023, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Vaststellen bovenwettelijke veiligheidskaders binnen en buiten Chemelot9.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

“Samenwerken aan veiligheid op en rondom Chemelot”

Veiligheidsvisie Chemelot e.o.

December 2019

Samenvatting Het collectief van bedrijven op de site Chemelot heeft grote ambities voor groei, veiligheid en duurzaamheid van het industriële cluster bestaande uit het Industrial Park en de Brightlands Chemelot Campus. Gezien de ligging nabij stedelijke bebouwing en het groot aantal mensen dat werkt op de site Chemelot is een hoog veiligheidsniveau hierbij noodzakelijk. Dat heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (verder: OvV) op 21 juni 2018 in zijn rapport “Chemie in Samenwerking, veiligheid op het industriële cluster Chemelot” benadrukt. De OvV stelt dat niet alleen de site Chemelot zelf, maar ook de Provincie Limburg als bevoegd gezag hierin een belangrijke rol heeft en doet daarom aan Gedeputeerde Staten van Limburg (verder: GS) de aanbeveling om een ambitieuze en uitgewerkte veiligheidsvisie op te stellen om de veiligheid op de site Chemelot en de omgeving verder te verbeteren. GS zijn zich bewust van de verantwoordelijkheid die zij hebben en onderschrijven het belang van veiligheid als eerste prioriteit. Tegelijkertijd is veiligheid op en rondom het industriecomplex een opgave die meerdere overheden aangaat en daarom een brede samenwerking vraagt. GS hebben daarom alle betrokken overheidspartijen bij elkaar gebracht om deze veiligheidsvisie op te stellen.

De visie is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de RUD Zuid-Limburg. De GGD Zuid-Limburg en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn regelmatig geraadpleegd. De gezamenlijk opgestelde, bovenwettelijke veiligheidsvisie wordt leidend voor de invulling van de diverse rollen en de uitvoering van taken door de betrokken overheden. De gezamenlijke ambitie op het gebied van veiligheid is duidelijk: het creëren van een veilige leefomgeving op en rondom de site Chemelot. Concreet: het beschermen van de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit tegen een ongewoon ongeval op de site Chemelot. Met de inzet van de betrokken overheidspartijen wordt gewerkt aan verbeteringen op de volgende hoofddoelstellingen: - het (verder) reduceren van bestaande risico’s binnen en buiten de inrichting; - het verantwoord combineren van risicovolle activiteiten; - het eventueel treffen van (aanvullende) maatregelen in de omgeving van de risicovolle activiteit; - het continue verbeteren van de beheersbaarheid van de risico’s. Deze hoofddoelstellingen worden bereikt door de komende periode in te zetten op de volgende (bovenwettelijke) subthema’s: 1. Het aanwijzen van aandachtsgebieden vooruitlopend op de Omgevingswet, om informatie te verstrekken over de diverse risicoscenario’s (brand, explosie of gifwolk).

Dit middels een participatief traject met Chemelot én de omgeving; 2. Het inrichten van een externe, onafhankelijke Technische VeiligheidsCommissie (TVC) die, een bovenwettelijk veiligheidskader inclusief planologische zonering binnen en buiten Chemelot op gaat stellen; 3. Inzet op het treffen van maatregelen bij de ontvanger van het risico, waarbij goede communicatie met de omwonenden grote prioriteit heeft; 4. Het versterken van de rol van Chemelot Site Permit BV om als houder van de koepelvergunning op te treden bij geconstateerde overtredingen en om het leren van ongewone voorvallen te stimuleren. Hierbij komen ook de onderwerpen ‘ageing’ en de beheersing van onderlinge procesrisico’s (interne dominoeffecten) aan de orde; 5. Het voortzetten van het extra toezicht in het kader van het Besluit risico’s zware ongevallen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2

Schematische weergave

Chemelot heeft naar aanleiding van de publicatie van het rapport van de OvV gewerkt aan het verbeteren van de veiligheid. Hierbij is de ambitie uitgesproken dat Chemelot in 2025 niet alleen de meest duurzame en competitieve chemiesite van Europa wil zijn, maar ook de meest veilige. Om deze uitdaging ook daadwerkelijk te verwezenlijken is het project “Samen bewust veilig” gestart. In dit project wordt met inzet van velen op de site Chemelot gewerkt aan verbeteringen van de veiligheid op drie hoofdthema’s: 1. Leiderschap 2. Aansturing en processen 3. Ontwerpen en bedrijven van fabrieksinstallaties Ieder project is weer onderverdeeld in een aantal deelprojecten. Daar waar het project de rol van de overheden raakt (wettelijk dan wel op de beschreven aanvullende zaken), zal ingezet worden op samenwerking. In deze veiligheidsvisie is voortgebouwd op de input vanuit de verschillende sessies met Raads- en Statenleden, klankbordgroepleden en buurtbewoners. Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de opgave, volgend uit de aanbevelingen van de OvV, uitgewerkt. In hoofdstuk 2 wordt uitleg gegeven over de site Chemelot en de bijzonderheden van de site/het industriecomplex. De rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende overheidspartijen worden in hoofdstuk 3 besproken.

Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 onze ambitie en doelstellingen ten aanzien van de site Chemelot beschreven en wordt in hoofdstuk 5 de aanpak toegelicht hoe we komen tot een verbetering van de veiligheid op de site die verder gaat dan de wettelijke bepalingen. Hoofdstuk 6 blikt vooruit op toekomstige ontwikkelingen.

3

Inhoudsopgave LEESWIJZER ............................................................................................................................................................. 3 1.

ONZE OPGAVE .......................................................................................................................................... 5

2.

SITE CHEMELOT ........................................................................................................................................ 6 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

3.

ONZE ROLLEN ........................................................................................................................................... 8 3.1. 3.2.

4.

ROLVERDELING ............................................................................................................................................ 8 DE INVULLING VAN ROLLEN EN TAKEN ............................................................................................................... 9

VEILIGHEIDSAMBITIE .............................................................................................................................. 11 4.1. 4.2. 4.3.

5.

BIJZONDERHEID 1: GROEI TOT EEN MULTI-USER INDUSTRIEEL CLUSTER IN DE GEBOUWDE OMGEVING ............................ 6 BIJZONDERHEID 2: EEN OVERKOEPELENDE OMGEVINGSVERGUNNING...................................................................... 6 BIJZONDERHEID 3: DE AANWEZIGHEID VAN DE CAMPUS OP HET INDUSTRIETERREIN ................................................... 7 BIJZONDERHEID 4: OUDERE ONTWERPEN .......................................................................................................... 7

CENTRALE AMBITIE VOOR LIMBURG ............................................................................................................... 11 AMBITIE VOOR CHEMELOT ........................................................................................................................... 11 DOELSTELLINGEN ....................................................................................................................................... 11

EEN BOVENWETTELIJKE AANPAK ............................................................................................................ 13 5.1. (VERDER) REDUCEREN VAN BESTAANDE RISICO’S BUITEN EN BINNEN DE INRICHTING ................................................ 13 5.1.1. Het aanwijzen van aandachtsgebieden ........................................................................................ 13 5.1.2 Aanpak Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) ontwikkelen ................................................................ 14 5.2. HET VERANTWOORD COMBINEREN VAN (RISICOVOLLE) ACTIVITEITEN .................................................................... 14 De inrichting van een Technische Veiligheidscommissie (TVC)...................................................... 15 5.2.1. 5.3. HET TREFFEN VAN (AANVULLENDE) MAATREGELEN BIJ DE RISICO ONTVANGER ........................................................ 16 5.3.1. Het treffen van bouwkundige maatregelen (bij nieuwe initiatieven) ............................................ 16 5.3.2. Het verbeteren van de communicatie met de omgeving .............................................................. 17 5.4. CONTINUE VERBETEREN VAN DE BEHEERSBAARHEID VAN DE RISICO’S .................................................................... 17 5.4.1.

Versterken rol CSP ......................................................................................................................... 18 5.4.2. Toezicht in het kader van het Brzo en de Wabo ............................................................................ 20

4

6.

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN .......................................................................................................... 22

7.

BEGRIPPEN – EN AFKORTINGENLIJST ...................................................................................................... 23

1.

Onze opgave

Het collectief van bedrijven op de site Chemelot heeft grote ambities voor groei en duurzaamheid van het industriële cluster. Het beoogde doel is om tussen nu en 2025 de meest veilige, meest duurzame en meest competitieve chemiesite van Europa te worden. Deze ambities worden ondersteund door de Provincie en de omliggende gemeenten. De groeiambities vereisen een hoog veiligheidsniveau. Ook de ligging dichtbij woonwijken en het groot aantal werknemers op het industriële cluster (inclusief de Campus) zijn aanleiding om meer ambities te tonen op het vlak van veiligheid. Voldoen aan wet- en regelgeving is het juiste uitgangspunt, maar bij groei moet voortdurend gestreefd worden naar verbetering van de veiligheid. Het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (verder: OvV) van 21 juni 2018 benadrukt dat. De OvV geeft in zijn onderzoek diverse aanbevelingen aan meerdere partijen. Aan Gedeputeerde Staten van Limburg (verder: GS) is de volgende aanbeveling gedaan: “Formuleer in samenwerking met de omliggende gemeenten een ambitieuze en uitgewerkte visie om de veiligheid op Chemelot en voor de omgeving te bevorderen. Deze visie moet ook als leidraad dienen voor de uitvoering van de ruimtelijke ordening door de omliggende gemeenten. Als uitgangspunt hierbij geldt het streven naar een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau dat verder gaat dan de wettelijke normen voor veiligheid.

Zorg ervoor dat de geformuleerde veiligheidsambities leidend zijn in alle rollen die de provincie vervult ten aanzien van Chemelot. Besteed in de visie in ieder geval specifiek aandacht aan:  Het aantoonbaar maken door de Brzo-bedrijven dat zij de gezamenlijke veiligheidsrisico’s van de chemische procesinstallaties beheersen. Zowel de individuele bedrijven op Chemelot als CSP moeten hierop kunnen worden aangesproken;  De criteria voor veiligheid die worden gehanteerd om te toetsen welke (niet industriële) activiteiten worden toegestaan zowel op Chemelot (met name op de Chemelot Campus) als in de directe omgeving. Streef hierbij naar om de aanwezigheid van mensen zoveel mogelijk te beperken en maak de verdere ontwikkeling van Chemelot afhankelijk van de mate waarin aan de verhoogde veiligheidsambities inhoud wordt gegeven.” Deze veiligheidsvisie geeft de bovenwettelijke subthema’s weer die bijdragen aan het creëren van een veilige fysieke leefomgeving op en rondom de site Chemelot. De specifieke veiligheidscriteria worden de komende periode uitgewerkt door de Technische Veiligheidstoetsingscommissie (zie paragraaf 5.2.1). Het onderzoek levert ook algemene lessen op voor het Brzo-toezicht.

Zo is geconstateerd dat in het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor industriecomplexen met meerdere (Brzo-)bedrijven onder één omgevingsvergunning, niet is voorzien in expliciet toezicht op de beheersing van onderlinge risico’s. In het bijzonder die van procesinstallaties richting niet-industriële activiteiten op de site. Verder moet de bestaande aandacht voor de risico’s van veroudering (‘ageing’) van installaties in de chemische industrie worden uitgebreid met extra aandacht voor implementatie van actuele stand van de techniek. Naar aanleiding hiervan hebben GS alle betrokken overheidspartijen bij elkaar gebracht. Deze partijen hebben gezamenlijk een bovenwettelijke veiligheidsvisie uitgewerkt om de veiligheid op én rondom Chemelot te verbeteren. De visie heeft betrekking op het veiligheidsrisico dat traditioneel samenhangt met de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Tevens gaat de visie ook over interne veiligheidsrisico’s, zoals de ligging van de campus binnen de site. Risico’s als gevolg van externe factoren (aardbevingen, overstromingen) en maatregelen die getroffen worden ten behoeve van de veiligheid om potentiële indringers buiten het terrein te houden (ICT veiligheid, terroristische aanslagen) vallen buiten de scope van dit project.

5

2.

Site Chemelot

De site Chemelot is een afgesloten en beveiligd terrein van ongeveer 800 hectare met meer dan 150 verschillende bedrijven en instellingen. Er is een onderverdeling in twee typen activiteiten op het terrein: het Industrial Park (de chemische fabrieken en ondersteunende diensten) en de Brightlands Chemelot Campus (Research & Development activiteiten). Chemelot heeft grote ambities voor de toekomst, zowel voor het Industrial Park als voor de Brightlands Chemelot Campus (verder: Campus). Deze ambities worden ondersteund door de overheidspartijen. De site Chemelot is in meerdere opzichten een bijzonder industrieel cluster. 2.1.

Bijzonderheid 1: groei tot een multi-user industrieel cluster in de gebouwde omgeving

De ontstaansgeschiedenis van de industriële activiteiten op het terrein dat nu de site Chemelot heet, begint bij de steenkoolwinning die in het begin van de 20e eeuw werd gestart in Zuid-Limburg. In 1902 richtte de Nederlandse overheid het staatsbedrijf De Staatsmijnen op (later afgekort tot DSM) voor de exploitatie van de ondergrondse steenkolenreserves in Limburg. Het Chemelot-terrein is gelegen in de Westelijke Mijnstreek, op de locatie van de Staatsmijn Maurits die in 1926 in gebruik werd genomen. DSM werd de belangrijkste werkgever van de regio en de mijnbouw vormde een essentieel onderdeel van de Limburgse samenleving. Mede als gevolg van de opkomst van aardolie en aardgas waren de mijnen echter niet meer rendabel. In 1965 kondigde de minister van Economische Zaken de sluiting van de mijnen aan. Het einde van de mijnen was het begin van een economische herstructurering in Limburg. Tussen 1965 en 1990 investeerde het Rijk ongeveer 10 miljard gulden in de regio. De provincie Limburg kreeg grote inspraak in de besteding van het geld om zo zelf sturing te geven aan het economische beleid. Vanaf de opkomst van de chemische industrie op deze locatie was DSM de enige gebruiker van het industrieterrein en exploiteerde daar alle aanwezige installaties. Eind 2000 lanceerde DSM een nieuwe strategie met grote gevolgen voor het DSM-terrein in Geleen.

De weg werd ingeslagen van bulkchemie en polymeren naar “specialty products in performance materials, health and nutrition”. Deze koerswijziging was in 2002 de aanleiding voor de verkoop van de petrochemische activiteiten. Ruwweg de helft van de chemische fabrieken op de locatie in Geleen kwam hierdoor in handen van het bedrijf SABIC. Dit was de start van de transitie van het industrieterrein van een single- naar een multi-user site. Na de komst van SABIC werd de naam van het terrein gewijzigd in Chemelot. In 2004 sloot DSM met de gemeente Sittard-Geleen, Provincie Limburg en de vakbonden een convenant gericht op de ontwikkeling van Chemelot tot een industrieterrein waar verschillende bedrijven zich konden vestigen. In de jaren daarna verkocht DSM steeds meer installaties aan andere bedrijven. 2.2.

Bijzonderheid 2: een overkoepelende omgevingsvergunning

Sinds 2005 wordt het industrieterrein Chemelot op grond van de technische, functionele en organisatorische samenhang van alle bedrijfsinstallaties, gedreven door een groot aantal site-users, gezien als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer met een overkoepelende omgevingsvergunning. De overkoepelende omgevingsvergunning leidt tot belangrijke milieu- en efficiency-voordelen: beheer(sing) van de locatie brede milieubelasting, optimalisatie van energie-efficiency issues, locatie brede borging van compliance en de loketfunctie. Het bevordert bovendien de uniformiteit van beleid, procedures, best practices, voorschriften en verslaglegging.

6

Vanwege de uitzonderlijke situatie is bij de totstandkoming van de vergunning over de constructie ervan advies gevraagd aan de landsadvocaat. De landsadvocaat gaf in het advies aan dat “voldoende zeggenschap over alle activiteiten van de inrichting” een vereiste was om te kunnen spreken van één inrichting. Met de oprichting van een separate rechtspersoon, Chemelot Site Permit B.V. (verder: CSP), werd in 2005 aan dit vereiste tegemoet gekomen. Naast technische en functionele binding werd hierdoor ook formele organisatorische binding tussen de bedrijven op het industrieterrein Chemelot gewaarborgd. In 2014 is de constructie beoordeeld door de Raad van State en is daarbij in stand gebleven. De site Chemelot is hiermee aangewezen als één hogedrempelinrichting, vallende onder het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo). CSP is vergunninghouder van de site Chemelot en de afzonderlijke primaire site bewoners zijn mede vergunninghouder voor het drijven van hun deelinrichtingen. In hoofdstuk 1 van de overkoepelende omgevingsvergunning zijn de onderlinge rollen/verantwoordelijkheden nader omschreven.

De vergunningssystematiek is zo ingericht dat de feitelijke uitvoeringsverantwoordelijkheid voor de sitebrede milieuvergunningsvoorschriften (voorschriften behorend bij hoofdstuk 1 van de koepelvergunning) berust bij CSP en voor de fabrieksspecifieke vergunningsvoorschriften bij de betrokken primaire site bewoner. In strikte zin is CSP tezamen met alle primaire site bewoners drijver van site Chemelot. Alle primaire site bewoners zijn vanuit die achtergrond medevergunninghouder van de sitevergunning en mededrijver van de inrichting. CSP en de primaire site bewoners zijn verplicht om wettelijke verplichtingen en vergunningvoorschriften na te leven. De primaire site bewoners machtigen CSP om in hun bedrijfsvoering te kunnen ingrijpen en maatregelen te (doen) treffen teneinde de naleving van de milieuvergunning(voorschriften) en wet- en regelgeving te waarborgen. 2.3.

Bijzonderheid 3: de aanwezigheid van de Campus op het industrieterrein

De activiteiten op de Campus komen voort uit de Research & Development-afdeling van DSM. Na de totstandkoming van de site Chemelot zijn er geleidelijk ook niet-DSM organisaties gevestigd op deze Campus. Sinds 2012 zijn de Provincie Limburg, DSM NL en de Universiteit Maastricht gezamenlijke aandeelhouders van de Campus. Deze partijen zijn een samenwerking aangegaan voor een periode van tien jaar voor de ontwikkeling van de Campus. In 2011 is een Masterplan 2010 - 2020 voor de Campus uitgebracht. Het doel is de Campus te ontwikkelen tot een regionale en internationale vestigingsplaats voor bedrijven, onderwijs- en onderzoeksorganisaties in de geavanceerde chemie, materialen en celtherapie processen. De Campus is de laatste jaren sterk gegroeid: in activiteiten, aantal personen en gebouwen. Naast Research & Development (R&D), proeffabrieken, startups en ondersteunende activiteiten vinden er nu ook chemie-gerelateerde onderzoeksactiviteiten plaats. 2.4.

Bijzonderheid 4: oudere ontwerpen

Net als bij veel andere chemische fabrieken in Nederland dateert het ontwerp van veel installaties op site Chemelot uit de jaren ’60 en ‘70 van de vorige eeuw. Een verouderd ontwerp betekent niet per definitie dat de installaties onveilig zijn. Zo worden bij onderhoudstops procesinstallaties vervangen door nieuwe onderdelen. Wel brengt ‘ageing’ specifieke risico’s met zich mee die inzichtelijk gemaakt en beheerst moeten worden, in combinatie met (extra) aandacht voor implementatie van de actuele stand van de techniek.

De bovenstaande genoemde bijzonderheden onderstrepen het belang van veiligheid bij toekomstige beslissingen.

7

3.

Onze rollen

3.1.

Rolverdeling

De OvV stelt in haar onderzoek dat de Provincie Limburg als bevoegd gezag van de site Chemelot een belangrijke rol heeft in de behartiging van het publieke belang van veiligheid. GS zijn zich bewust van deze rol en onderschrijven dat veiligheid de hoogste prioriteit heeft. Tegelijkertijd is veiligheid op en rondom het industriële cluster een opgave die meerdere overheden aangaat en daarom een brede samenwerking vraagt. GS hebben daarom gekozen voor een participatieve insteek en hebben alle betrokken overheidspartijen bij elkaar gebracht om deze veiligheidsvisie op te stellen. De visie is tot stand gekomen met de gemeenten SittardGeleen, Stein en Beek, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de RUD Zuid-Limburg. De GGD en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn regelmatig geraadpleegd. De overheidspartijen hebben elk hun eigen taken en verantwoordelijkheden bij de beheersing van de risico’s op (en rondom) Chemelot. Gedeputeerde Staten van Limburg Het College van GS heeft meerdere rollen, taken en verantwoordelijkheden. 1. Regierol (naar aanleiding van het OvV-rapport): op basis van onderhavig veiligheidsbeleid geeft GS richting aan gemeentelijk beleid en de bevoegdheden op het terrein van ruimtelijke ordening. Met deze regiefunctie wordt op geen enkele wijze in de verantwoordelijkheid van andere partijen getreden.

Ieder draagt vanuit zijn eigen reikwijdte bij aan de veiligheid. Sterker nog: dat gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid wilt GS verder aanwakkeren, omdat het de basis legt onder een gedragen veiligheidsbeleid. 2. Bevoegd gezag rol: GS zijn het bevoegd gezag voor de overkoepelende omgevingsvergunning van Chemelot en de onderliggende deelvergunningen. Sinds 2013 zijn de milieu gerelateerde uitvoeringstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) vanuit de Provincie Limburg gemandateerd aan de RUD Zuid-Limburg. De relevante beleidsmatige taken, zoals het beleid voor externe veiligheid, geluid en emissies, worden uitgevoerd door de Provincie. Ook het integrale VTH-beleidsplan, dat de basis biedt voor de uitvoering van VTH-taken door de RUD Zuid-Limburg, wordt opgesteld en vastgesteld door de Provincie. 3. Een private rol als aandeelhouder, facilitator en financier: de Provincie heeft een private betrokkenheid bij de site Chemelot, in het bijzonder bij de Campus. De Provincie is medeoprichter en mede-eigenaar van de Campus. De Provincie heeft een rol als aandeelhouder, als financier van projecten (via deelnemingen, subsidies en leningen) en als facilitator bij flankerend beleid (gebiedsontwikkeling, infrastructuur, openbaar vervoer, Brainportagenda). Daarnaast is de Provincie voor een groot aandeel eigenaar van het vastgoed op de Campus. 4.

Verbindende rol (naar aanleiding van het OvV-rapport): om de samenwerking tussen partijen te stimuleren. Vanuit deze rol vragen GS blijvend aandacht voor een goede communicatie tussen partijen. Regionale uitvoeringsdienst Zuid-Limburg (RUD Zuid-Limburg) De RUD Zuid-Limburg voert taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en milieuadvies in de regio Zuid-Limburg in opdracht van de Provincie Limburg en de 16 Zuid-Limburgse gemeenten. Daarnaast is de RUD Zuid-Limburg verantwoordelijk voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor alle Brzo-bedrijven in heel Limburg, waaronder site Chemelot.

8

Gemeenten De site Chemelot ligt op het grondgebied van de gemeenten Sittard-Geleen en Stein. De gemeenten SittardGeleen en gemeente Stein zijn verantwoordelijk voor de bestemmingsplannen die gelden voor het grondgebied van Chemelot. In deze bestemmingsplannen is onder andere vastgelegd welke categorieën bedrijven zijn toegestaan op het terrein en welke randvoorwaarden worden gesteld aan ontwikkelingen op de locatie. De gemeenten zijn tevens bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening rondom de site. Veiligheidsregio Zuid-Limburg De Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft conform artikel 10 Wet veiligheidsregio’s een onafhankelijk adviserende rol (zowel gevraagd als ongevraagd) naar het bevoegde gezag. Daarvoor is ze verantwoordelijk voor advisering bij het verlenen van omgevingsgunningen in het kader van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), en in de toekomst voor de omgevingsvisie, -plannen en –vergunningen. Ze is ook verantwoordelijk voor het aanwijzen van een bedrijfsbrandweer binnen een BRZO inrichting en is één van de inspectiepartners in het Brzo-toezicht. Ook heeft de Veiligheidsregio de verantwoordelijkheid om voor de Brzo-bedrijven op de site Chemelot rampbestrijdingsplannen op te stellen en afspraken te maken met CSP over de melding, alarmering en opschaling bij incidenten.

Eén van de taken van de Veiligheidsregio ten tijde van een incident met (mogelijke) effecten buiten de poort is het zorgdragen voor de crisiscommunicatie. De Inspectie SZW De Inspectie SZW houdt toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet en de arbeidsveiligheidsaspecten van het Brzo 2015. De Inspectie SZW is samen met het Wabo-bevoegd gezag en de Veiligheidsregio één van de inspectiepartners in het Brzo-toezicht. GGD De GGD Zuid-Limburg adviseert over hoe gezondheidsrisico's door milieufactoren zoveel mogelijk beperkt en voorkomen kunnen worden. Bij nieuwe ontwikkelingen van o.a. bedrijventerreinen brengt de GGD samen met andere partners de risico’s voor omwonenden in kaart. Bij acute milieu-incidenten adviseert de GGD de hulpverlenende instanties en overheid over mogelijke risico's voor de volksgezondheid. De geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) vertegenwoordigt de witte keten (samenspel van publieke en private organisaties uit de geneeskundige keten) in de advisering aan gemeenten en veiligheidsregio op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij richt het advies zich enerzijds op specifieke veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen zoals verminderd zelfredzamen.

Anderzijds worden risico-overwegingen voor zorgaanbieders meegenomen (denk aan ziekenhuizen, huisartsenposten, Zorginstellingen, Regionaal Ambulance Vervoer).

3.2.

De invulling van rollen en taken

Binnen de bevoegdheden van GS, zijnde het voorkomen en verkleinen van de risico’s op ongewone voorvallen, is in deze visie aandacht voor een hoog kwaliteits- en transparantieniveau op het vlak van risico-inventarisatie, vergunningverlening, toezicht en handhaving en communicatie. De gemeenten vullen middels deze visie hun rol en taak op het gebied van ruimtelijke ordening en risicocommunicatie nader in. Waar het gaat om de bevoegdheden van de Veiligheidsregio geeft deze visie borging van hun adviesrol, hun toezichtstaak en hun taken in het kader van risico- (en crisis)communicatie. De gezamenlijk opgestelde visie wordt aldus leidend voor de invulling van de diverse rollen en de uitvoering van taken door de betrokken overheden en schept daarmee ook aanvullende randvoorwaarden voor het functioneren van (het samenhangende systeem van) bedrijven op de site Chemelot. De Veiligheidsregio onderstreept dat zij een onafhankelijk adviserende rol naar

9

het bevoegd gezag heeft ten aanzien van ontwikkelingen in de regio, los van haar verantwoordelijkheden ten aanzien van crisiscommunicatie. N.B. Deze visie gaat niet over crisiscommunicatie. Daartoe dient (o.a.) het rampenbestrijdingsplan Chemelot 2019 opgesteld door de Veiligheidsregio Zuid-Limburg.

10

4.

Veiligheidsambitie

4.1.

Centrale ambitie voor Limburg

De centrale ambitie voor Limburg komt voort uit de Limburg Agenda en is in zijn ruimtelijk-fysieke betekenis vertaald in het Provinciaal Omgevingsplan 20141 (verder POL). Hierin is de gezamenlijke ambitie voor overheden in Limburg vastgelegd: het creëren van een voortreffelijk leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg. Een leef-en vestigingsklimaat waarin burgers graag wonen, toeristen graag op vakantie komen, en ondernemers graag hun bedrijf vestigen. Het streven naar en werken aan dat voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat betekent nadrukkelijk nadenken over de vraag hoe we de goede balans realiseren tussen alle belangen die in onze maatschappij spelen, waaronder veiligheid. Het POL en de toekomstige Provinciale Omgevingsvisie brengen daar een (regionale) samenhang in aan. 4.2.

Ambitie voor Chemelot

Het collectief van bedrijven op Chemelot heeft grote ambities voor groei en duurzaamheid van het industriële cluster. Het doel is om tussen nu en 2025 de meest veilige, duurzame en competitieve chemiesite van Europa te worden. De ambitie van de overheidspartijen is, rekening houdende met het ambitieniveau van het collectief van bedrijven op de site Chemelot, zorg te dragen voor een goede borging van een veiliger fysieke leefomgeving op en rondom Chemelot. De bedrijven op Chemelot en de overheid dienen hiertoe blijvend samen te werken aan die veiligere fysieke leefomgeving en nemen zichtbaar hun verantwoordelijkheid. De betrokken overheidspartijen streven hierbij naar een hoge mate van transparantie en navolgbaarheid, via verschillende producten, waaronder een jaarlijkse voortgangsrapportage ten aanzien van de in deze visie genoemde maatregelen en borging in verschillende beleids- en uitvoeringsdocumenten zoals de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), Omgevingsplan Chemelot en gebiedsvisie Chemelot en omgeving. 4.3.

Doelstellingen

De gezamenlijke ambitie op het gebied van veiligheid is duidelijk: het creëren van een veilige leefomgeving op en rondom de site Chemelot. Concreet: het beschermen van de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit tegen een ongewoon ongeval op de site Chemelot. Met de inzet van de betrokken overheidspartijen wordt gewerkt aan verbeteringen op de volgende hoofddoelstellingen: 1. het (verder) reduceren van bestaande risico’s binnen en buiten de inrichting; 2. het verantwoord combineren van risicovolle activiteiten; 3. het treffen van (aanvullende) maatregelen in de omgeving van de risicovolle activiteit; 4. het continue verbeteren van de beheersbaarheid van de risico’s. In de uitwerking van deze visie worden in 2020 prestatie-indicatoren vastgesteld en een nulmeting uitgevoerd.

1

11

Vastgesteld op 12 december 2014, laatst gewijzigd op 19 augustus 2019;

Een veiliger Chemelot en omgeving

(Verder) reduceren van bestaande risico’s buiten en binnen de inrichting

12

Verantwoord combineren van (risicovolle) activiteiten

Het treffen van (aanvullende) maatregelen bij de risico ontvanger

Continue verbeteren van de beheersbaarheid van de risico’s

5.

Een bovenwettelijke aanpak

De ambitie om te werken aan een veiliger site Chemelot (en omgeving) is uitgewerkt in de bovengenoemde vier operationele doelen: - het (verder) reduceren van risico’s zowel binnen als buiten de inrichting; - het verantwoord combineren van (risicovolle) activiteiten; - het treffen van (aanvullende) maatregelen bij de risico ontvanger en; - het continue verbeteren van de beheersbaarheid van de risico’s. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we deze doelen willen bereiken. 5.1.

(Verder) reduceren van bestaande risico’s buiten en binnen de inrichting

Blijvend actueel inzicht houden in welke installaties risico’s (binnen en buiten de poort) veroorzaken is het uitgangspunt. We gebruiken hiervoor de verleende omgevingsvergunning en het Veiligheidsrapport. Gelet op wettelijke normen is er thans geen sprake van een overschrijding van een grenswaarde met betrekking tot externe veiligheid. Alle kwetsbare objecten zijn gelegen buiten de risicocontour vanwege de activiteiten op de site Chemelot. Onze ambitie is om te bepalen welke locaties binnen en buiten de site voorhanden zijn waarvoor extra aandacht noodzakelijk is in relatie tot de risico’s vanwege de site.

5.1.1.

Het aanwijzen van aandachtsgebieden

Om te bepalen voor welke locaties (extra) aandacht moet zijn, gaan we gebruik maken van een instrument uit de toekomstige Omgevingswet. Met het inwerking treden van de Omgevingswet worden “aandachtsgebieden” in kaart gebracht. Aandachtsgebieden maken vroegtijdig zichtbaar waar extra bescherming nodig is tegen de gevaren van een brand, een explosie of een gifwolk ten gevolge van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Een aandachtsgebied dient er toe om voorafgaand aan de besluitvorming, bij het vaststellen van een omgevingsplan, een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een activiteit met gevaarlijke stoffen, expliciet na te denken over de risico’s en mogelijke effecten van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen. Die aandacht moet er ook toe leiden dat het bevoegd gezag in de omgeving van die activiteit maatregelen afweegt die nodig zijn om de veiligheid voldoende te waarborgen en zo de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit te waarborgen. Deze werkwijze sluit aan bij de transparante en navolgbare afweging die wij met veiligheid op en rondom Chemelot voor ogen hebben. Het is van belang dat deze aanpak gepaard gaat met een goede communicatie. Het uitwerken van de aandachtsgebieden gaat via een participatief traject met buurtorganisaties en bewoners verlopen (zie verder paragraaf 5.3.2).

13

Afbeelding: de aandachtsgebieden

5.1.2 Aanpak Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) ontwikkelen Voor de emissie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) vanuit de installaties, zowel gerichte als diffuse emissies, op de Chemelot site geldt een minimalisatieverplichting. Dit betekent dat ZZS-emissies zoveel als mogelijk voorkomen, dan wel tot een minimum beperkt moeten worden. ZZS-concentraties kunnen op leefniveau gezondheidseffecten hebben. Om de emissies van ZZS-stoffen te reduceren en daarmee ook de concentraties hiervan buiten de Chemelot site terug te dringen dient er voortdurend aandacht te zijn voor nieuwe technieken en potentiële maatregelen die getroffen zouden kunnen worden op de Chemelot Site. De Provincie Limburg en de site Chemelot gaan hier uitwerking en invulling aan geven. Op deze wijze wordt dan niet alleen een veilige leefomgeving op en rondom de site Chemelot gerealiseerd maar worden ook gezondheidseffecten vroegtijdig in beeld gebracht en maatregelen getroffen 5.2.

Het verantwoord combineren van (risicovolle) activiteiten

Ons tweede doel is het verantwoord combineren van (risicovolle) activiteiten. Hierbij gaat het enerzijds over de afweging over nut en noodzaak van m.n. activiteiten op de Campus in relatie tot de veiligheidsaspecten van de locatie (afstand t.o.v. installaties op de site). Anderzijds moet de afweging over de wenselijkheid van nieuwe ontwikkelingen in relatie tot veiligheidsaspecten – bijvoorbeeld een nieuwe risicobron of een (beperkt) kwetsbaar object op of nabij de site Chemelot – zorgvuldig en vroegtijdig in het proces een plek krijgen. Ook als de activiteit past binnen alle wettelijke kaders is het onze ambitie om de wenselijkheid van de ontwikkeling, omwille van de risico’s van de site, goed af te wegen.

14

Deze noodzaak wordt (met name voor de Campus) bevestigd in het rapport van de OvV. Enerzijds wordt opgemerkt dat de constructie van de overkoepelende omgevingsvergunning een goed werkend instrument is, anderzijds dat de “koepelvergunning” ook enkele nadelen kent (zie tevens paragraaf 5.4). De aanbeveling van de OvV is er onder meer op gericht om beoordeling van deze activiteiten met kwetsbare objecten binnen de site nader te overwegen bij vergunningverlening en hierbij een navolgbare belangenafweging over de aanwezigheid van een groot aantal personen te maken. 5.2.1.

De inrichting van een Technische Veiligheidscommissie (TVC)

In basis vindt sturing op veiligheid binnen de site Chemelot plaats via enerzijds de overkoepelende omgevingsvergunning en anderzijds het veiligheidsrapport en de onderliggende installatieveiligheidsrapporten in relatie tot het rechtstreeks in werking zijnde Brzo 2015. Voor elke (nieuwe) activiteit moeten de functionele, technische en organisatorische bindingen transparant zijn aangegeven. Er zijn vier assen waarlangs bovenwettelijke afspraken gemaakt gaan worden: 1. Wel/niet toestaan nieuwe risicobron. Gaat vooral over nieuwe installaties met risico’s (aard en/of omvang) die vanuit veiligheid oogpunt niet wenselijk zijn op Chemelot (en omliggende terreinen) 2. Maatregelen aan de bron en aan risico ontvanger: eisen aan en normen voor fabriek/gebouw/installatie liggen vast in wetgeving. Er worden extra maatregelen/eisen (bovenwettelijk) opgesteld t.a.v. veiligheid. 3. Afstand tussen risicobron en ontvanger (omgeving/campus/andere site-users). Advies of toets moet aangeven wat meest optimale locatie is qua afstand i.r.t. veiligheid. Daarnaast lenen sommige scenario’s /locatie combinaties zich voor maatregelen in de omgeving 4. Gebruikersgroepen. Verminderd zelfredzame personen tot een minimum beperken of uitsluiten. Wanneer toch (tijdelijk) aanwezig dan een aangepaste set van instructies en maatregelen voor deze groep.

Er zal een technische veiligheidscommissie (TVC) worden ingericht. De commissie zal initieel bestaan uit drie externe onafhankelijke personen, met de volgende competenties (bij 1 of meerdere commissieleden):  expertise die vergelijkbaar is met die van een lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid;  verantwoordelijkheidservaring over een industriesite (niet zijnde Chemelot);  bestuurlijke ervaring; Affiniteit met een of meer van de volgende werkvelden is een pré:  Veiligheidskunde  Procestechnologie  Bouwkunde  Planologie. De commissie krijgt de ruimte om - in afstemming met de opdrachtgever - andere experts te betrekken in hun adviestaak. Hierbij zullen ze maximaal gebruik maken van de reeds aanwezige expertise bij RUD-ZL en de Veiligheidsregio ZL.

15

De TVC krijgt drie hoofdtaken: 1. Opstellen van een bovenwettelijk veiligheidskader met betrekking tot criteria voor zowel nieuwe initiatieven binnen en buiten Chemelot alsmede criteria voor ingrijpende veranderingen aan bestaande installaties die een veranderend risicoprofiel met zich meebrengen. Hierbij is eveneens aandacht voor de Brightlands Chemelot Campus en de mensintensiviteit van activiteiten afhankelijk van de nabijheid bij chemische installaties met risico’s voor de ‘Campusbewoners’. De TVC zal langs de bovengenoemde vier assen een bovenwettelijk kader opstellen. 2. Het adviseren m.b.t. het ontwerp van een planologisch kader met veiligheidsontwikkelgebieden voor Chemelot en omgeving. De TVC gaat hiertoe o.a. vooraf meedenken bij het vastleggen van aandachtsgebieden (brand, explosie, gifgaswolk) en adviseren m.b.t. nadere en bovenwettelijke voorschriften die voor deze aandachtsgebieden in het omgevingsplandeel Chemelot en het omgevingsplan van gemeenten worden vastgelegd. Dit is precies in lijn met de Omgevingswet. Daarnaast wordt hiermee rechtszekerheid voor burgers/ondernemers gecreëerd. Doel is dat niet elk afzonderlijk initiatief naar de adviescommissie hoeft en de juridische grondslag van bovenwettelijke eisen goed geregeld is. 3.

Het uitwerken van een voorstel hoe om te gaan met advisering rondom initiatieven gedurende de looptijd van het opstellen van twee bovengenoemde kaders.

Om te komen tot een invulling van deze drie taken zal de TVC een stakeholdersanalyse maken waarbij onder andere aandacht is voor de rol van de Inspectie SZW, het Rijk en de buurtbewoners. Op basis van de voornoemde taken gaat de TVC de gemaakte afspraken toetsen zoals vastgelegd in het nog op te stellen convenant. Het streven is de TVC in Q2 van 2020 in te richten en operationeel werkbaar te hebben. Doel is dat de samenwerkende partijen eind 2020 een convenant ondertekenen waarmee zij zich committeren aan het bovenwettelijk kader. Het BOV zorgt voor een jaarlijkse evaluatie van alle acties in deze veiligheidsvisie. 5.3.

Het treffen van (aanvullende) maatregelen bij de risico ontvanger

Naast het nemen van maatregelen bij de bron, stimuleren we dat er maatregelen worden genomen in de omgeving van de risicovolle activiteit, om de effecten van een ongewoon ongeval te beperken. Het gaat hierbij om nieuwe activiteiten. Open, transparante en goede communicatie (o.a. rondom zelfredzaamheid en alarmering) en het nemen van maatregelen hebben hierbij de hoogste prioriteit. In volgorde is dat: bescherming bieden door gebouwen (middels extra bouwkundige maatregelen); het vergroten van de zelfredzaamheid; omgeving maakt snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk. 5.3.1.

Het treffen van bouwkundige maatregelen (bij nieuwe initiatieven)

Per type gevaar (brand, explosie en gifwolk) zijn verschillende maatregelen mogelijk om de gevolgen van een ongewoon voorval te beperken. De verschillende maatregelen kunnen zowel bestaan uit aanpassingen van de omgeving als van gebouwen. Om inzicht te krijgen in mogelijke maatregelen is het van belang om te bepalen tegen welk soort gevaar de aanwezigen beschermd moeten worden. Immers, bescherming tegen brand vraagt om andere maatregelen dan bescherming bij een explosie of een gifwolk. Welke maatregelen het meest geschikt zijn voor een gebied hangt samen met de keuze of ingezet wordt op het laten schuilen of vluchten van de aanwezige personen. Inzicht in de significante risico’s en de relevante scenario’s is daarom essentieel. Zoals eerder aangegeven is onze ambitie erop gericht om te bepalen of er locaties buiten de site zijn waarvoor extra

16

aandacht noodzakelijk is in relatie tot de risico’s vanwege de site. De aandachtsgebieden (paragraaf 5.1.1) gaan daarbij helpen.

5.3.2.

Het verbeteren van de communicatie met de omgeving

GS en gemeenten nemen de verantwoordelijkheid om burgers en bedrijven in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving vroegtijdig in het proces te informeren. Transparante communicatie, al vanaf het proces van totstandkoming van een omgevingsvergunning is van belang. Omwonenden dienen te weten welke afwegingen de overheid maakt en welke (rest)risico’s resteren. Dit moet eraan bijdragen dat ook burgers hun verantwoordelijkheden kunnen nemen en hun eigen afwegingen kunnen maken ten aanzien van de situatie waarin ze zich (gaan) bevinden. Daarnaast hebben de partijen die betrokken zijn bij de risicocommunicatie rond de site Chemelot afgesproken om meer met elkaar samen te werken en risicocommunicatie-activiteiten met elkaar af te stemmen. Hiervoor zijn regionale overleggen georganiseerd waaruit een gezamenlijke werkgroep risicocommunicatie is ontstaan. Door activiteiten met betrekking tot risicocommunicatie met elkaar af te stemmen en (daar waar mogelijk) samen te werken verwachten we deze te kunnen verbeteren. Chemelot is o.a. na adviezen van de OvV met het programma Samen Bewust Veilig gestart. Naast het verbeteren van de veiligheid op de site zelf heeft Chemelot aangegeven de communicatie met de omgeving te willen verbeteren.

Ook de overheden die betrokken zijn bij de risicocommunicatie hebben de ambitie om beter te communiceren over de risico’s en over wat te doen tijdens een incident. Er wordt een voorstel uitgewerkt om als partijen gezamenlijk te zorgen dat de communicatie snel, adequaat en integraal wordt opgepakt. Burgers moeten goed geïnformeerd worden in de ‘koude fase ’en ook weten wat ze moeten doen tijdens een calamiteit. Van wie de informatie moet komen is niet relevant voor de burgers. Doel is dat iedereen over de benodigde informatie beschikt om in veiligheid te komen of veilig te blijven. Dit voorstel is naar verwachting eind Q1 2020 gereed voor besluitvorming binnen de diverse gremia. Om te komen tot dit voorstel wordt door de betrokken partijen geïnventariseerd welke vragen er bij de burgers leven. In dat voorstel wordt eveneens aandacht besteed aan de communicatie voor en tijdens calamiteiten met overige overheden binnen de invloedssferen van Chemelot, zoals de gemeenten Echt-Susteren, Beekdaelen, Selfkant, Maasmechelen, Maaseik en Dilsen-Stokkum. Op landelijk niveau wordt door overheden, de wetenschap en het bedrijfsleven aan het programma Duurzame Veiligheid 2030 (verder: DV2030) gewerkt. Het programma DV2030 streeft ernaar per 2030 een vitale (petro)chemische industrie zonder noemenswaardige incidenten te bewerkstelligen.

Vanuit het programma DV2030 is aangeboden om activiteiten met betrekking tot (risico-)communicatie tussen chemieclusters en omgeving te ondersteunen. Chemelot en de Veiligheidsregio Zuid- Limburg zijn daarna door het RIVM gevraagd om aan te geven hoe DV2030 zou kunnen helpen bij het verbeteren van de samenwerking tussen overheden en tussen overheden en het chemiecluster. Dit heeft geleid tot een project voor de omgeving van de site Chemelot met als doel het verbeteren van de risicocommunicatie. Doel is om de omgeving bewust te maken van de risico’s en wat zij moet doen bij een ramp en crisis (zelfredzaamheid en handelingsperspectief). 5.4.

Continue verbeteren van de beheersbaarheid van de risico’s

De OvV heeft in haar onderzoek bevestigd dat de wettelijke VTH-taken door de bevoegde overheden adequaat worden uitgevoerd. Echter, gelet op de ambitie van CSP, wordt door de OvV een hogere veiligheidsambitie verwacht die verder gaat dan de huidige wet- en regelgeving. Op basis van huidige wet- en regelgeving zijn diverse verplichtingen opgelegd aan deelinrichtingen vallende onder het Brzo 2015 om gedeelde risico’s te identificeren en beheersen. Hierbij wordt verwezen naar het

17

veiligheidsrapport en de onderliggende vertrouwelijke installatieveiligheidsrapporten die periodiek worden geactualiseerd. De scenario’s ten aanzien van interne domino-effecten zijn hierin ook meegenomen. CSP heeft op 1 juni 2019 een volledig nieuw veiligheidsrapport ingediend bij het bevoegd gezag. In het nieuwe veiligheidsrapport is aantoonbaar gemaakt dat de Brzo-bedrijven de gezamenlijke veiligheidsrisico’s van de chemische procesinstallaties beheersen. In het VR staat beschreven welke systematiek gebruikt wordt om interne domino effecten te beheersen. Hoofdstuk 1 van de overkoepelende omgevingsvergunning wordt eveneens nog in 2020 geactualiseerd. Binnen de constructie van één overkoepelende omgevingsvergunning, zijn naast een groot aantal deelinrichtingen, vallende onder het Brzo 2015, ook een groot aantal niet-Brzo plichtige deelinrichtingen ondergebracht. Onze ambitie is erop gericht CSP aan te spreken op enerzijds het transparanter maken van de identificatie en de beheersbaarheid van risico´s op de site Chemelot tussen alle deelinrichtingen en anderzijds toezien, tijdens de inspecties op de site Chemelot, dat alle (deel)vergunninghouder(s) proactief omgaan met het identificeren en beheersen van alle mogelijke (onderlinge) risico´s op de site Chemelot. 5.4.1.

Versterken rol CSP

De beheersing van veiligheid op de site Chemelot vergt een intensieve samenwerking en afstemming over veiligheidskritische activiteiten tussen de sitebewoners op de site Chemelot. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor CSP als houder van de overkoepelende omgevingsvergunning en als drijvende kracht voor samenwerking en afstemming tussen alle sitebewoners. De constructie van een overkoepelende omgevingsvergunning met de ondertekende volmacht met alle sitebewoners kan sterk aan de samenwerking bijdragen, mits de vergunninghouder ook zijn verantwoordelijkheid neemt en fungeert als aanjager voor het uitvoeren van een gezamenlijke veiligheidsaanpak. De samenwerkende overheidspartijen vinden dat CSP daarin haar rol moet pakken en onder andere lessen uit incidenten binnen een deelinrichting breed toepassen over de hele site. Het is onontkoombaar deze slag te maken, gezien de ligging, de omvang, de aanwezigheid van de Campus en de groeiambities van het industriële cluster. Medeverantwoordelijkheid CSP Het managementhandboek CSP maakt onderdeel uit van de koepelvergunning In het managementhandboek staan onder andere afspraken over de verhouding tussen CSP en de bedrijven en dat CSP gemachtigd is om voor en namens hen op te treden bij zaken die de omgevingsvergunningen van de site Chemelot betreffen.

Hiermee heeft CSP ‘zeggenschap’ over alle (milieu)vergunningsaspecten binnen de site, hetgeen feitelijk inhoudt dat CSP een volmacht heeft om in te grijpen bij de deelinrichtingen bijvoorbeeld bij overtredingen van de vergunning. De verantwoordelijkheid voor de naleving van Chemelot-brede vergunningvoorschriften ligt primair bij CSP. Elke primaire sitebewoner is, als feitelijke eigenaar van zijn installaties, verantwoordelijk voor de naleving van wet- en regelgeving en (deel)vergunningvoorschriften en daarmee verantwoordelijk voor de (beheersing van) veiligheid in en om die installaties. Aangezien CSP, op basis van de getekende volmacht met de primaire sitebewoner, het ook in haar macht heeft overtredingen op te heffen en onveilige situaties te voorkomen, zien wij als overheden toe op het ontwikkelen van een kader door CSP over het toepassen van de volmacht en de stappen daarin. Wij zullen bij het niet opheffen van een betreffende overtreding binnen de gestelde termijn, ook bij CSP gaan handhaven. Dit laatste is een aanscherping van de huidige aanpak. Leren van incidenten Het onderzoek naar en het voorkomen van ongevallen en incidenten is primair de verantwoordelijkheid van de site-users/drijver op de site Chemelot waar het ongeval heeft plaatsgevonden.

Tegelijkertijd speelt ook CSP hierin een belangrijke rol op basis van het Management Handboek, dat deel uitmaakt van de vergunning. Alle bedrijven op de site Chemelot zijn verplicht om ongewone voorvallen, conform de meldingsregeling verankerd in hoofdstuk 1 van de omgevingsvergunning, zo spoedig mogelijk te melden via CSP aan het bevoegd gezag.

18

Tevens dient een site-user, in het geval van de melding van een ongewoon voorval, binnen een nader met het bevoegd gezag overeengekomen termijn, een achterafrapportage te overleggen. Rekening houdend met de bevindingen van de OvV, dient de focus op het beoordelen van achterafrapportages meer te worden gelegd op het beantwoorden van de vraag in hoeverre het incident voorkomen had kunnen worden en door regelmatig (voor elke geplande stop) het ontwerp van een installatie/insluitsysteem te toetsen aan de huidige technische kennis en inzichten. Tegelijkertijd wordt ook van CSP als vergunninghouder verwacht dat zij, op basis van het Management Handboek, de door een primaire sitebewoner ondernomen acties naar aanleiding van een ongewoon voorval mee beoordeelt en deze informatie deelt met alle bedrijven op de site om herhaling van een vergelijkbaar ongewoon voorval op andere plaatsen op de site te voorkomen. Op dit moment geldt dat als bedrijven op de site Chemelot te maken hebben met ongewone voorvallen die naar hun mening nuttige lessen voor andere bedrijven opleveren, flyers opgesteld worden met oorzaken, toedracht en lessen. Er bestaat een te geringe Chemelot-brede, systematische benadering van ongevalsanalyse, ongevalsrapportage en opvolging van aanbevelingen.

Het is aan de individuele bedrijven zelf om lessen te trekken uit incidenten en af te wegen in hoeverre deze lessen nuttig zijn voor andere bedrijven en wanneer deze gedeeld worden. Het ontbreken van een Chemelot-brede benadering en de vrijblijvendheid in de uitvoering maakt dat de verschillende partijen op Chemelot nog niet optimaal leren van de incidenten op de site Chemelot. Hiervoor dient een systeem geïmplementeerd te worden waarbij site-breed van elkaar geleerd wordt en waardoor herhaling van incidenten sterk verminderd wordt. In dit kader dient CSP jaarlijks een analyse te overleggen aan het bevoegd gezag waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke acties, aanvullend op de ondernomen acties door de betreffende site-user, vanuit CSP zijn ondernomen om herhaling van dit ongewoon voorval bij andere siteusers op site Chemelot te voorkomen. Daarnaast dient CSP, jaarlijks na afloop van het kalenderjaar, een analyse van alle ongewone voorvallen te rapporteren, als onderdeel van de managementreview van CSP, waarbij alle deelinrichtingen beschouwd worden. CSP komt op basis van deze analyse tot een verbetercyclus voor de site Chemelot als geheel en de diverse deelinrichtingen, waarbij middels kpi’s (key prestatie indicatoren)het nut van maatregelen aangetoond wordt. Met deze aanscherping wordt het leereffect voor alle bedrijven bij een ongewoon voorval vergroot.

Dit vormt tevens een positieve prikkel voor alle deelinrichtingen om voortaan ook alle ongewone voorvallen, via CSP te melden aan het bevoegd gezag, die nu alléén geregistreerd worden in hun eigen logboeken. ‘Ageing’ Ook ‘ageing’ krijgt met de beschreven werkwijze onder ‘leren van incidenten’ de noodzakelijke aandacht. De ontwerpen van een significant aantal van de Brzo fabrieken op Chemelot dateren veelal uit de jaren ’60 en ’70. Een ouder ontwerp betekent niet per definitie dat deze onveilig is. Immers bij grote onderhoudstops worden regelmatig onderdelen van deze procesinstallaties, waar nodig of gewenst, vervangen door nieuwe onderdelen. Het betekent wel dat bedrijven ervoor moeten zorgen dat de ouder wordende installaties nog steeds veilig kunnen worden gebruikt. Met de inwerkingtreding van het Brzo 2015 is ‘ageing’ expliciet opgenomen in wetgeving2. Hierdoor is vanaf eind 2016 / begin 2017 ‘ageing’ een belangrijk inspectieonderwerp tijdens de Brzo-inspecties geworden en toetsen de multidisciplinaire Brzo-inspectieteams (RUD Zuid-Limburg, Veiligheidsregio Zuid-Limburg en Inspectie SZW) tijdens hun gezamenlijke inspecties vanaf 2017 hoe de diverse bedrijven met ‘ageing’ omgaan.

Het samenwerkingsverband BRZO+ geeft aan dat het in het licht van het nationaal Klimaatakkoord een goed moment is om met bedrijven het gesprek over innovatie van installaties aan te gaan tijdens controles. In het

2

Citaat :

“beheer en controle van de risico's die samenhangen met verouderende apparatuur die geïnstalleerd is in de inrichting en corrosie….”;

19

Klimaatakkoord zijn de ambities en voorgestelde aanpak van diverse sectortafels opgenomen. Vanuit de sectortafel Industrie is een transitie benoemd naar een circulaire industrie die blijvend internationaal concurreert en waar de uitstoot van broeikasgassen nagenoeg nul is. Elektrificatie, efficiëntie van processen en warmtegebruik en circulair gebruik van grondstoffen zijn hierbij grote thema's. Het BRZO+ samenwerkingsverband heeft aangegeven dat ze in het toezichtprogramma van 2020 de Brzo-bedrijven gaan bevragen over innovatie in relatie tot het vervangen van verouderde installaties. Deze bevraging van bedrijven leidt tot een nulmeting. Daarnaast gaat ze de juridische mogelijkheden onderzoeken om te kunnen sturen op innovatie van processen. We volgen de ontwikkelingen van het samenwerkingsverband BRZO+. We wensen de aanpak van risico’s van ‘ageing’/verouderde ontwerpen echter niet afhankelijk te laten zijn van de energietransitie, en zullen vanuit de primaire aandacht voor veiligheid Brzo- en Wabo-controles blijven uitvoeren, die specifiek gericht zijn op het thema ‘ageing’ om CSP en de primaire sitebewoner bewuster te maken van het belang het ontwerp van de installaties, rekening houdende met de huidige technische kennis en inzichten over innovatie/duurzaamheid én veiligheid, regelmatig te herbeoordelen. 5.4.2.

Toezicht in het kader van het Brzo en de Wabo

De uitvoering van de VTH-taken op het gebied van de omgevingswetgeving en het Brzo, is belegd bij de RUD Zuid-Limburg. Daarbij is wet- en regelgeving en eventueel aanvullend provinciaal beleid het kader waarbinnen de RUD Zuid-Limburg kan en moet opereren. De OvV heeft in haar rapport bevestigd dat ons college als bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) alle wettelijke taken en bevoegdheden, uitgevoerd door de RUD Zuid-Limburg, adequaat heeft uitgevoerd. Wettelijk gezien dient er op site Chemelot toezicht plaats te vinden in het kader van de Wabo, alsmede het Brzo. Concreet betekent dit dat de hogedrempelinrichting site Chemelot jaarlijks geïnspecteerd dient te worden in het kader van de Wabo én het Brzo. Omdat de site Chemelot wordt beschouwd als één hogedrempelinrichting in het kader van het Brzo en de minimum inspectiefrequentie van 1x/jaar door de betrokken overheden, in het kader van het Brzo, hierbij als volstrekt onvoldoende wordt beschouwd hebben zij voor het Brzo toezicht bij alle “Brzo-plichtige deelinrichtingen” op site Chemelot een risico-gestuurde inspectiefrequentie met bijbehorende toezichtlast vastgelegd. Dit document “Planmatig Brzo Toezichtlast 2017-2021”3 is op 25 juli 2017 door GS van Limburg bestuurlijk vastgesteld.

Voor het Wabo toezicht bij alle deelinrichtingen op site Chemelot wordt het uitvoeringsprogramma VTH van Provincie Limburg gevolgd. Concreet betekent dit dat:  Bij een primaire sitebewoner die één of meerdere hogedrempel Brzo-installaties drijft jaarlijks één Brzo-inspectie plaatsvindt;  Bij een primaire sitebewoner die één of meerdere lagedrempel Brzo-installaties drijft minimaal eenmaal per drie jaar een Brzo-inspectie plaatsvindt;  Bij elke hogedrempel deelinrichting, vallende onder het Brzo, jaarlijks een Wabo-controle plaatsvindt;  Bij elke lagedrempel deelinrichting, vallende onder het Brzo, één keer per twee jaar een Wabocontrole plaatsvindt;  Bij alle “NIET-Brzo plichtige deelinrichtingen”, vindt één keer per twee jaar een Wabo controle plaats. Hiermee wordt, meer dan wettelijk is verplicht is, invulling gegeven aan het toezicht op site Chemelot in het kader van het Brzo en de Wabo.

3 Hierbij de kanttekening dat dit document op dit moment door alle betrokken overheden wordt geactualiseerd en naar verwachting begin

2020 bestuurlijk zal worden vastgesteld door GS van Limburg.

20

Primaire sitebewoners zijn primair zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van medewerkers en omgeving en het naleven van wet- en regelgeving. Door intensief en risicogericht te inspecteren en strikt en voorspelbaar te handhaven op geconstateerde overtredingen blijven de Provincie en de RUD Zuid-Limburg inzetten op de naleving van wet- en regelgeving en daarmee op het beschermen van een veilige en gezonde leefomgeving.

21

6.

Toekomstige ontwikkelingen

De samenwerkende overheidspartijen blijven alert op ontwikkelingen op het gebied van veiligheid en zullen aanvullende (lange termijn) verbeterpunten op het vlak van vergunningverlening, ruimtelijke ordening, toezicht en handhaving, communicatie, etc. blijven bespreken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de ervaringen die opgedaan worden met het programma “Duurzame Veiligheid 2030” waarmee de Nederlandse (Rijks)overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap de veiligheid in de (petro)chemische industrie in Nederland duurzaam en significant willen verbeteren. Per 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Op grond van deze wet moeten gemeenten voor het gehele grondgebied één omgevingsplan vaststellen. Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan en de verordening voor zover daarin regels over de fysieke leefomgeving waren opgenomen. Dat maakt ook dat het omgevingsplan een breder perspectief heeft dan het huidige bestemmingsplan. De fysieke leefomgeving is het uitgangspunt. Er is reeds gestart met het voorbereiden van het omgevingsplandeel voor de site Chemelot. De onderhavige veiligheidsvisie is één van de belangrijke uitgangspunten voor de inhoud van dit deel van het omgevingsplan. Daar waar nodig en mogelijk zal de uitwerking van deze veiligheidsvisie dus worden bestendigd in het omgevingsplan.

Hetzelfde geldt voor de provinciale omgevingsverordening en de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisie. In het licht van de visie Chemelot 2025 wordt ook gewerkt aan een Masterplan Chemelot 2030 voor de toekomstige ontwikkeling van de Chemelot-site en daarnaast aan een integrale gebiedsvisie voor Chemelot en omgeving. Deze documenten zijn belangrijke input voor de op te stellen Omgevingsvisie Limburg. Ook in het Masterplan en in de gebiedsvisie zal het aspect veiligheid nadrukkelijk worden meegenomen. Volgens de huidige planning wordt de Omgevingsvisie Limburg in december 2020 vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=23ec8a19-d140-4740-8adb-bdaabbee84ea