Toelichting Brouwerij de Fontein d.d. 03-06-2021.pdf
Tekst van het document
6.4.2
Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
6.4.3
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli
54
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Initiatiefnemer heeft onderhavig planvoornemen voorgelegd aan het Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg heeft aangegeven dat onderhavig voornemen geen noemenswaardige waterstaatkundige belangen tot gevolg heeft. Derhalve acht het Waterschap Limburg het niet noodzakelijk om een advies te verstrekken.
Uitsnede waterkaart met aanduiding plangebied
6.4.4
Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Stein. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
55
M171731.004/ASE
beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui van met een neerslaghoeveelheid van 80 millimeter in 2 uur, met een noodoverlaat. Initiatiefnemer is voornemens om ter plekke van onderhavig plangebied een nieuw brauhaus op te richten en bestrating aan te leggen. In totaal wordt circa 500 m² aan extra (dak)verharding gerealiseerd. De te realiseren parkeerplaatsen worden voorzien van halfverharding. Het hemelwater kan ter plekke infiltreren in de bodem. Om de capaciteit van de beoogde hemelwatervoorziening te kunnen berekenen, wordt uitgegaan van een te bebouwen oppervlak van circa 500 m². Dit oppervlak impliceert een hoeveelheid te bufferen en af te voeren hemelwater van (500 x 80 =) 40,0 m³. Initiatiefnemer is aan de zuid- westzijde van onderhavig plangebied voornemens om een moeras aan te leggen voor de teelt van gagel. Dit moeras heeft een oppervlak van 140 m2. Het gagelmoeras wordt verdiept aangelegd en zal ruim voldoende capaciteit hebben om het hemelwater op te vangen. Bij een waterkolom van circa 15 centimeter kan alle hemelwater van bebouwing en verharding worden gebufferd. Bij de civieltechnische uitwerking van de hemelwaterafvoer en het moeras zal hiermee rekening worden gehouden.
Tevens kan een deel van het hemelwater rechtstreeks infiltreren in de onbebouwde delen van het plangebied. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening wordt alleen schoon hemelwater opgevangen, waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. Door het gebruik van niet-uitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen. De brochure ‘Regenwater schoon naar beek en bodem’ van de Limburgse waterbeheerders bevat waardevolle informatie voor het behouden van een goede waterkwaliteit. Bij de civieltechnische uitwerking worden de uitgangspunten van verantwoord afkoppelen van hemelwater meegenomen.
Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn, gelet op de ligging ten opzichte van belendende percelen.
6.4.5
Conclusie Gelet op vorenstaande en de resultaten van de watertoets vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
56
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
6.5
Natuur en landschap Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet.
6.5.1
Natuurnetwerk Blijkens de kaart ‘Natuur’ van het POL2014 is onderhavig plangebied niet gelegen in het ‘Natuurnetwerk’. De zonering ‘Bronsgroene landschapszone’ en ‘Buitengebied’ maakt hiervan geen onderdeel uit.
Uitsnede kaart ‘Natuur’ POL2014 met ligging plangebied
6.5.2
Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’.
Kaart ‘Natura2000’ met aanduiding plangebied
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
57
M171731.004/ASE
Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is het op 423 meter gelegen gebied ‘Grensmaas’. In het Grensmaasgebied vindt op grote schaal natuurontwikkeling plaats in het kader van het gelijknamige Grensmaasproject, dat naast de vorming van nieuwe natuur ook hoogwaterbestrijding en grindwinning beoogt. Na voltooiing van de werkzaamheden kan hier een gevarieerd landschap ontstaan met voedselrijke plassen, ruigten, graslanden en rivierbossen. Gelet op de aard van onderhavig planvoornemen, de beperkte gevolgen van de aangevraagde activiteiten, alsook het feit dat er geen dierhuisvesting mogelijk wordt gemaakt middels voorliggend plan en de ruime afstand tot het onderhavige plangebied vormt dit Natura2000-gebied geen belemmeringen. 6.5.3
Mogelijke schadelijke effecten op Natura 2000-gebied Het Programma Aanpak Stikstof (hierna: het PAS) is in het leven geroepen om enerzijds ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen, maar tegelijkertijd ook te voorzien in maatregelen die nodig zijn voor het behoud en herstel van Natura 2000-gebieden. Het PAS is op 1 juli 2015 in werking getreden. Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Als een project significant negatieve effecten kan veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura 2000-gebied als gevolg van stikstof of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming vereist. Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura 2000-gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of de bouwfase en de gebruiksfase van Brouwerij de Fontein mogelijk vergunningplichtig zijn in het kader van de Wet Natuurbescherming. Derhalve is een stikstofonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 7.
Op basis van de Aerius-berekening wordt geconcludeerd dat zowel voor de bouwfase als de gebruiksfase negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Derhalve wordt geconcludeerd dat het aspect stikstof geen belemmeringen oplevert voor onderhavig planvoornemen.
6.5.4
Inrichtingsplan Ten behoeve van voorliggende planontwikkeling is een inrichtingsplan opgesteld (bijlage 8), welke – naast de beoogde herinrichting van het buitenterrein – tevens voorziet in nieuwe beplanting ter inpassing. De te realiseren parkeerplaatsen zullen worden omzoomd met nieuwe aanplant, zodat de parkeerplaats ondanks het intensievere en efficiëntere ruimtegebruik een groen karakter krijgt. Tevens wordt middels aanplant van hagen rondom de parkeerplaatsen het zicht vanaf zowel het openbare gebied als het terras op de geparkeerde auto’s beperkt. Door op enkele plaatsen binnen de parkeervoorziening bomen te plaatsen, wordt bijgedragen aan het groene karakter.
58
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
De daadwerkelijke realisatie en (duurzame) instandhouding van het landschapsplan wordt middels voorliggend bestemmingsplan publiekrechtelijk verankerd. Dit naast een daaromtrent separaat met de gemeente gesloten (privaatrechtelijke) overeenkomst.
Landschapsplan onderhavig plangebied
6.5.5
Conclusie Gelet op de geraadpleegde gegevens en de ligging ten opzichte van (diverse) natuurgebieden en/of beschermingsgebieden mag worden geconcludeerd dat voorliggende planontwikkeling geen strijdigheden oplevert met de (in de omgeving) aanwezige natuurwaarden. Voorts voorziet voorliggende planontwikkeling in extra landschappelijke aanplant. Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
6.6
Flora en fauna
6.6.1
Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten.
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
59
M171731.004/ASE
Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 6.6.2
Natuurgegevens provincie Limburg De provincie Limburg beschikt over diverse in kaart gebrachte natuurgegevens per kilometerhok. Ter plekke in het plangebied is – blijkens de provinciale natuurgegevens – de beschermde broedvogel ‘Holenduif’ aangetroffen. Voorts zijn beschermde soorten vegetatie waargenomen, namelijk ‘Muurvegetatie’, ‘Dijkvegetatie’ en ‘Oever-Watervegetatie’. Wat betreft fauna zijn ter plekke het ‘Aarvederkruid’, de ‘Gele plomp’, de ‘Gevlekte dovenetel’ en het ‘Grof hoornblad’ waargenomen.
Provinciale natuurgegevens provincie (broedvogels, flora en vegetatie) met aanduiding plangebied
6.6.3
Waarnemingen De Stichting Natuurinformatie ontwikkelt websites waarmee openbaarheid van natuurdata wordt nagestreefd. Een voorbeeld is de website www.waarneming.nl. Dit is een centrale en openbare website voor alle natuurwaarnemingen in Nederland. Raadpleging van deze website geeft een goed beeld van de in een bepaald gebied waargenomen flora en/of fauna in het afgelopen jaar.
60
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
Ten behoeve van onderhavige planontwikkeling is eveneens www.waarneming.nl geraadpleegd2 en daarbij gezocht op het gebied ‘Stein – Kasteel Stein e.o.’. Daaruit is gebleken dat in de omgeving van onderhavig plangebied meerdere waarnemingen van (beschermde) flora en/of fauna zijn gedaan. Met name betreft dit waarnemingen van diverse soorten vogels en planten, zoogdieren (Rode eekhoorn), dagvlinders (Groot dikkopje, Dagpauwoog en Landkaartje) en libellen (Grote roodoogjuffer). Ter plekke van het plangebied zelf zijn geen waarnemingen, uitgaande van www.waarneming.nl.
6.6.4
Verricht onderzoek Mede gelet op het feit dat de provinciale natuurgegevens mogelijk gedateerd zijn, is voor onderhavig project een quickscan flora en fauna verricht door Ecoplanning. De rapportage van betreffend onderzoek is bijgevoegd als bijlage 9. Op grond van die quickscan zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek is het niet te verwachten dat in het plangebied jaarrond beschermde flora en fauna worden verstoord als gevolg van het project. De geplande werkzaamheden leiden niet tot een overtreding met artikelen 3.1, 3.5 of 3.10 Wet Natuurbescherming. Een vervolgonderzoek of de aanvraag van een ontheffing op basis van de Wet Natuurbescherming is niet nodig. Wel dient de kap van de zieke walnotenboom en de verplaatsing van de meidoornhaag uit te worden gevoerd in de periode augustus tot en met maart, dit is buiten het broedseizoen. Als dit niet kan, dient een eenmalige check te worden uitgevoerd vóór de bomenkap. Daarnaast is het uitgesloten dat het beoogde project effect zal hebben op het Natura 2000-gebied Grensmaas. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk en er wordt slechts één zieke walnotenboom krachtens de Plantenziektenwet geveld. Dat betekent dat de hierbij horende wet- en regelgeving niet van toepassing is.
6.6.5
Conclusie natuurbescherming Gelet op de beschikbare gegevens behoeven grootschalige belemmeringen vanwege natuurbescherming niet te worden verwacht. Het is niet te verwachten dat jaarrond beschermde flora en fauna worden verstoord. Dit laat onverlet dat te allen tijde de algemene zorgplicht geldt (Wet natuurbescherming, artikel 1.11) op basis waarvan niet noodzakelijke en – voor de in en om het projectgebied eventuele aanwezige natuurwaarden – nadelige handelingen achterwege moeten blijven.
2 De website www.waarneming.nl is op 31 oktober 2018 geraadpleegd.
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
61
M171731.004/ASE
6.7
Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zullen verder worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning/bouwvergunning.
62
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
7
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het geldende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Dit speelt mee bij de financiële uitvoerbaarheid van de planontwikkeling. Tevens wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen zijn besproken met belanghebbenden. Het is vrijwel niet mogelijk iedereen tevreden te stemmen: bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat aan één belang meer gewicht wordt toegekend dan aan het ander.
7.1
Grondexploitatie
7.1.1
Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.
7.1.2
Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
63
M171731.004/ASE
en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. Ten behoeve van voorliggende planontwikkeling sluit de initiatiefnemer met de gemeente een anterieure overeenkomst waarin onder meer afspraken worden gemaakt over het kostenverhaal. Hiermee is het kostenverhaal voorafgaand aan het project verzekerd. Een exploitatieplan behoeft niet te worden opgesteld.
7.2
Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Ten behoeve van voorliggende planontwikkeling sluit de gemeente Stein een planschadeverhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Stein.
7.3
Financiële uitvoerbaarheid Het initiatief is beoordeeld op financiële uitvoerbaarheid. Er zijn geen aan het initiatief inherente aspecten gebleken die in het algemeen aan de financiële uitvoerbaarheid daarvan in de weg zouden staan. Initiatiefnemer heeft genoegzaam aangetoond in staat te zijn de uitvoering van het plan te financieren.
7.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemers hechten veel waarde aan communicatie met de omgeving. In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid voert het te ver om melding te maken van alle contactmomenten. In het volgende overzicht is een selectie gemaakt van de contactmomenten; 4 september 2017 Informatieavond Tijdens deze informatieavond hebben de initiatiefnemers de plannen toegelicht en bestond de
64
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
mogelijkheid om hier op te reageren. De initiatiefnemers zijn in de weken voorafgaande aan de eerste buurtbijeenkomst alle omwonenden persoonlijk gaan uitnodigen. Op dat moment is al het gesprek aangegaan en zijn de plannen op hoofdlijnen toegelicht. Verder is op dat moment al gevraagd om aan te geven waar eventuele ‘pijnpunten’ liggen in de huidige exploitatie. 19 december 2017 Informatieavond Alle genoemde opmerkingen van de eerste informatieavond zijn door de initiatiefnemers afgewogen en waar mogelijk meegenomen in de nieuwe plannen. Tijdens de informatieavond is duidelijk verzocht om nog eventuele opmerkingen kenbaar te maken aan initiatiefnemers. 20 december 2017 Overleg bestuur VVE La Bassecourt Bewoners Nederhof waren niet uitgenodigd op de informatieavonden vanwege de te grote afstand tot Brouwerij de Fontein. De initiatiefnemers hechten echter veel waarde aan het op de hoogte houden van de bewoners Nederhof, te meer omdat alle vergaderingen van de VVE’s in het proeflokaal van de Fontein worden gehouden. Aan het einde van de vergadering van 20-12-20 zijn als WVTTK de plannen besproken aan de hand van dezelfde schetsen/tekeningen die gebruikt waren de avond ervoor tijdens de informatieavond.
22 mei 2018 Brief bestuur VVE La Bassecourt Door bezorgde omwonenden werd te kennen gegeven dat er bij veel bewoners van de Nederhof verwarring was ontstaan over de toekomstplannen. Er is een brief aan het bestuur van de VVE gestuurd met het verzoek deze door te zetten naar alle bewoners. In deze brief stond de oproep en verzoek met de ondernemers in gesprek te gaan indien men vragen/opmerkingen had inzake de toekomstplannen. Niemand heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. 23 mei 2018 Gesprek delegatie bestuur VVE La Bassecourt In de brief van 22-5 werd aangegeven het zeer jammer te vinden dat de altijd goede verstandhouding tussen de bewoners Nederhof en Brouwerij de Fontein verstoord is door allerlei geruchten/verhalen. Een delegatie van het bestuur is komen praten met de ondernemers om de verhoudingen weer te verbeteren. Nogmaals zijn de plannen uitgelegd en wederom is het verzoek gedaan om zich bij de ondernemers te melden met eventuele vragen. Hier is geen gebruik van gemaakt. 24 juli 2018 Overleg bestuur VVE La Bassecourt Wederom zijn de plannen toegelicht aan de aanwezigen. Het bestuur geeft in dit overleg aan geen partij (meer) te willen zijn als zodanig. Alle gesprekken zullen vanaf nu gevoerd worden op individuele titel.
November 2019 Mediation naar aanleiding van conceptplannen Na afronding van de concept-planstukken heeft het college van burgemeester en wethouders aan omwonenden toegezegd een mediation-traject te starten. De initiatiefnemer heeft deelgenomen aan de mediation. 3 februari 2020 – 11 december 2020 Mediation Het mediationtraject is gestart op 3 februari 2020. Er hebben verschillende presentaties en gesprekken plaatsgevonden. Over de inhoud is afgesproken hier vertrouwelijk mee om te gaan.
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
65
M171731.004/ASE
Inhoudelijk kunnen er geen uitspraken over worden gedaan. De verschillende partijen zijn in dit traject niet tot elkaar gekomen. 18 november 2020 Brief omwonenden Omdat mediation vooralsnog geen opening tot gesprek bood, heeft de initiatiefnemer ervoor gekozen alle (direct en indirecte) buren via een brief nogmaals op te roepen tot overleg indien daar behoefte aan is. Tevens is dezelfde brief openbaar gepubliceerd om iedereen een kans te geven om eventuele vragen of opmerkingen door te geven. Met diverse omwonenden is het overleg aangegaan. De reacties verschilden van positief tot vrees voor overlast en aantasting van de omgeving. Conclusie Initiatiefnemer heeft via diverse wegen zijn plannen kenbaar gemaakt bij de omgeving en de omgeving hier ook actief bij betrokken. Initiatiefnemer realiseert zich echter dat het onmogelijk is iedereen tevreden te stellen: er zullen voor- en tegenstanders zijn van het planvoornemen. Dit doet echter niets af aan de inspanningen die verricht zijn om in overleg te treden met de omgeving.
66
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
8
Planstukken Het bestemmingsplan ‘Ondergenhousweg 15/15a te Stein’ van de gemeente Stein bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1:1000.
8.1
Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2012’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Opbouw bestemmingsplan Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
67
M171731.004/ASE
8.2.1
Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
8.2.2
Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een ruimtelijk plan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk plan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -
-
-
-
Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Voorlopige bestemmingen o Uit te werken bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel o Algemene bouwregels o Algemene gebruiksregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingssregels o Algemene wijzigingsregels o Verwerkelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels o Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel
De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid
68
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. De inhoud van de regels is gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019, vastgesteld door de gemeenteraad van Stein op … (het ‘moederplan’). Vanwege de specifieke situatie van voorliggende planontwikkeling is een aantal regels afwijkend c.q. aanvullend op de door de gemeente gehanteerde standaarden.
8.2.3
Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend wijzigingsplan is ingetekend op schaal 1:500. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend wijzigingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
69
M171731.004/ASE
9
Vooroverleg, inspraak en formele procedure
9.1
Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.2
Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties. De vervolgens ingekomen reacties c.q. adviezen zijn opgenomen onder bijlage 10. [ ingaan op eventueel gemaakte opmerkingen en de wijze van verwerking daarvan ] M.b.t. het vooroverleg met het waterschap wordt verwezen naar het verkregen advies van het Waterschap Limburg (zie paragraaf 6.4.3).
9.3
Formele procedure
9.3.1
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
70
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten,
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M171731.004/ASE
3. 4. 5.
6. 7.
9.3.2
belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf …-…-2019 tot en met …-…-2019 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen. [ indien van toepassing: ] Ten aanzien van deze zienswijzen heeft het college van burgemeester en wethouders een beantwoording geformuleerd in een zienswijzennota [ controleren of dit correcte benaming is ]. De zienswijzennota is toegevoegd als bijlage 11. Deze zienswijzennota wordt samen met het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. Op [datum] is het bestemmingsplan [gewijzigd] [ongewijzigd] vastgesteld. p.m.
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
71
M171731.004/ASE
10
Bijlagen 1. Stedenbouwkundig plan Brouwerij de Fontein (Buro Stub en White Door Architects); 2. Principestandpunt inzake herontwikkeling Brouwerij de Fontein; 3. Advies Stichting Kwaliteitscommissie Limburg. d.d. 14 november 2019; 4. Rapportage verkennend bodemonderzoek Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein d.d. 12 juli 2019 (Aelmans ECO B.V., kenmerk: E186162.006/HWO) 5. Rapportage akoestisch onderzoek wijziging bestemmingsplan d.d. 14 januari 2020 (Kragten, kenmerk: 20200114-STE102-RAP-AKO-7.0); 6. Rapportage bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Brouwerij de Fontein te Stein d.d. 7 januari 2019 (ArcheoPro, kenmerk: 18140); 7. Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie Brouwerij De Fontein; 8. Stikstofberekening Brouwerij de Fontein d.d. 13 december 2019 (Aelmans ROM B.V., kenmerk: M171731.012/PSO); 9. Inrichtingsplan Brouwerij de Fontein; 10. Rapportage quickscan flora en fauna Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein; 11. Ingekomen reacties en adviezen ingekomen bij het vooroverleg; 12. Zienswijzennota.
72
Bestemmingsplan Ondergenhousweg 15 en 15a te Stein Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV